CConstaterende datwoensdrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2021-07-07 Bijlage 5. Nota van overleg inclusief advies commissie MER.pdf

Raadsvergadering 7 juli 2021, gemeente woensdrechtBij agendapunt: Concept advies inzake ontwikkeling windpark ZEBRA20.606 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

47

Overige wijzigingen Daarnaast zijn naar aanleiding van de overlegreacties en de gewijzigde turbineopstelling nog andere acties ondernomen door het bevoegd gezag of de initiatiefnemers. • De initiatiefnemers zijn gevraagd om de risicobeoordeling uit te voeren voor de door Evides aangegeven waterleidingen en de rioolwaterleiding die in beheer is bij het Waterschap Brabantse Delta. De resultaten van deze studies worden bij het verlenen van de omgevingsvergunning betrokken. • De provincie Zeeland treedt in overleg met de initiatiefnemers over de overlegreacties over de natuuronderzoeken en betrekt de uitkomsten van dat overleg in de besluitvorming over de natuurvergunning en -ontheffingen die voor het windpark zijn aangevraagd. • De initiatiefnemers treden in overleg met het Waterschap Scheldestromen over de door het waterschap verzochte aanvullende gegevens voor de watervergunning voor windturbine 6 en de ontheffingen voor de Keur Wegen voor het overdraaien van de rotoren van enkele windturbines over de waterschapswegen.

48

Bijlage 1: Overzicht betrokken overlegpartners

49

50

Overzicht overlegpartners ZE-BRA Rijk- en overheidsinstanties

Bijzonderheden

Provincie Zeeland Provincie Noord-Brabant Waterschap Scheldestromen Waterschap Brabantse Delta Rijkswaterstaat Zee en Delta Veiligheidsregio Zeeland

Overige overlegpartners

Bijzonderheden

Agrarische Adviescommissie Zeeland Zuidelijk Landbouw- Tuinbouw Organisatie (ZLTO) Air Liquide Pipeline DNWG Infra B.V. (Enduris en Evides) DOW Benelux BV, PZEM en Zeeland Refinery Zebra Gasnetwerk BV Shell Moerdijk Gasunie LSNED Leidingstraat Nederland Tennet Benegora Stichting Het Zeeuwse Landschap Zeeuwse Milieufederatie Staatsbosbeheer Windstil Ossendrecht Stichting Brabantse Wal Namiro Vogelwerkgroep Bergen op Zoom

51

België

Bijzonderheden

Stad Antwerpen Havenbedrijf Antwerpen Commissie MER Vlaanderen Provincie Antwerpen Gemeente Antwerpen District Berendrecht – Zandvliet - Lillo Team Externe Veiligheid DEPARTEMENT OMGEVING Afdeling Gebiedsontwikkeling, Omgevingsplanning en -projecten Vlaams Agentschap voor Natuur en Bos VAC Antwerpen Instituut voor Natuur- en bosonderzoek Fluxys Belgium N.V. Vlaamse overheid Departement Ruimtelijke ordening, Woonbeleid en Onroerend erfgoed - Afdeling Ruimtelijke Planning

Gemeenten

Bijzonderheden

Gemeente Borsele Gemeente Goes Gemeente Hulst Gemeente Kapelle Gemeente Noord-Beveland Gemeente Tholen Gemeente Woensdrecht Gemeente Bergen op Zoom

Dorpsraden

Bijzonderheden

Klankbordgroep Rilland-Bath Dorpsraad Ossendrecht Dorpsraad Putte Dorpsraad Woensdrecht Dorpsraad Huijbergen

52

53

54

Bijlage 2: Advies Commissie m.e.r.

55

56

Windpark ZE-BRA, gemeente Reimerswaal en Woensdrecht Voorlopig toetsingsadvies over het milieueffectrapport 3 juni 2021 / projectnummer: 3550

Advies over het MER in het kort Eneco, Lindewind en Zeeuwind willen op de grens van Zeeland en Noord-Brabant Windpark ZE-BRA bouwen en exploiteren. Dit park bestaat uit 19 windturbines. Het doel is om dit gebied maximaal te benutten voor windenergie. Om de bouw van het windpark mogelijk te maken moeten wegen aangepast en aangelegd en bouwmaterialen aangevoerd worden. De sloop van een solitaire windturbine in Woensdrecht, de twee windturbines van windpark Bath en de 16 windturbines van windpark Anna-Mariapolder (fig. 1) maken deel uit van het plan. Voor dit project zijn (omgevings)vergunningen nodig. Voor de besluiten hierover is een

G

concept-milieueffectrapport (verder MER) opgesteld. De gemeenten Reimerswaal en Woensdrecht hebben de Commissie voor de milieueffectrapportage gevraagd te adviseren over het MER. In dit advies spreekt de Commissie zich uit over de juistheid en de volledigheid

RL O PI

van het MER.

Wat blijkt uit het MER?

Het MER laat zien dat het zoekgebied is bepaald in de RES’en1 van Zeeland en Brabant en past binnen de provinciale en gemeentelijke kaders. Verder schetst het MER de volgende kaders: •

Windpark ZE-BRA moet aansluiten op de bestaande windparken Kreekraksluizen en Kabeljauwbeek.

•

Twee rijen windturbines zijn nodig voor een financieel uitvoerbaar project en om de locatie optimaal te benutten voor de opwekking van duurzame (wind)energie.

•

De defensieradar van vliegbasis Woensdrecht stelt belangrijke voorwaarden aan de positie en hoogte van de nieuwe windturbines.

Deze kaders leiden ertoe dat er één alternatief is onderzocht waarin de posities van de windturbines zijn vastgesteld (fig. 2). Vervolgens zijn er twee varianten onderzocht waarin is gevarieerd met de afmetingen van windturbines (tiphoogte2 circa 175 vs 200 meter). Uit het

O

MER blijkt dat de milieueffecten van beide varianten weinig verschillen. Beide varianten leiden tot een hogere geluidbelasting op de omgeving (vergeleken met de referentiesituatie) maar aan wettelijke normen kan worden voldaan. Onderzoek naar de effecten onder de norm

VO

(geluid, slagschaduw) is indicatief uitgevoerd aangezien er slechts weinig woningen in het gebied liggen en de varianten daarop niet onderscheidend zullen scoren. Er zijn negatieve gevolgen voor natuur mogelijk (vogels, vleermuizen, stikstofdepositie in de aanlegfase). Voor landschap zijn er zowel positieve als negatieve gevolgen. Het MER laat zien dat de mogelijkheden voor optimalisatie van de landschappelijke inpassing zeer beperkt zijn in verband met de (radar)beperkingen. Voor het voorkeursalternatief is uitgegaan van een tiphoogte van maximaal 200 meter.

Wat is het advies van de Commissie? Het MER is overzichtelijk en toegankelijk en bevat veel gedetailleerde informatie. De effecten zijn over het algemeen goed en zorgvuldig beschreven. Het valt de Commissie op dat de

1

De Regionale Energie Strategie van Zeeland is hier te vinden: https://www.zeeuwsenergieakkoord.nl/, die van West-Brabant is hier te vinden: https://energieregiowb.nl/.

2

Dat is de maximale hoogte, inclusief rotorbladen, boven maaiveld.

-1-

landschappelijke beoordeling beknopt is en toch doeltreffend. Ook de kans op hinder3 voor omwonenden is voldoende beschreven. Bij de toetsing van het MER signaleert de Commissie dat er op twee punten nog informatie ontbreekt. Deze informatie is essentieel om het milieubelang een volwaardige plek te geven in de besluitvorming over windpark ZE-BRA. Het gaat om de volgende punten: •

De gevolgen van het plaatsen van een windturbine in het Natuurnetwerk Zeeland, wat kan leiden tot aantasting van de natuurwaarden.

•

De gevolgen van tijdelijk extra stikstofdepositie in Natura 2000-gebied Brabantse Wal door de aanleg van het windpark, waardoor de kwaliteit van daarvoor gevoelige habitattypen en/of leefgebieden verder onder druk kan komen.

De Commissie adviseert deze informatie in het definitieve MER op te nemen, en dan pas een besluit te nemen over Windpark ZE-BRA.

G

In hoofdstuk 2 licht de Commissie haar oordeel toe en geeft ze aandachtspunten voor het

VO

O

RL O PI

vervolgtraject.

Figuur 1 - Projectgebied windpark ZE-BRA en bestaande windparken in de omgeving (bron: MER).

3

Het MER besteedt uitgebreid en voldoende aandacht aan de recente literatuur en onderzoeken met betrekking tot de kans op gezondheidseffecten als gevolg van windturbines,

-2-

Aanleiding MER Voor het windpark is een omgevingsvergunning nodig. Omdat 14 van de 19 windturbines in Reimerswaal gepland zijn zal de gemeente Reimerswaal over deze vergunning besluiten. Gedeputeerde Staten van Zeeland besluiten over de vergunning en ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming. Het Waterschap Scheldestromen en/of het Waterschap Brabantse Delta besluit(en) over de vergunning(en) op grond van de Waterwet, dit is afhankelijk van de overdraai die in het uiteindelijke besluit wordt vastgelegd. Vanwege de omvang van windpark ZE-BRA moet het bevoegd gezag onderzoeken of voor dit project een MER opgesteld moet worden. Het bevoegd gezag heeft besloten om dit onderzoek over te slaan en direct een MER op te stellen. Het bevoegd gezag kiest er ook voor om de Commissie om advies te vragen over het concept-project-MER, voordat het project ter inzage gaat. De Commissie heeft daarom de

Rol van de Commissie voor de milieueffectrapportage

G

ontwerpbesluiten nog niet kunnen vergelijken met het MER.

De Commissie is onafhankelijk, bij wet ingesteld en adviseert over de inhoud en de kwaliteit van het MER. Zij stelt voor ieder project een werkgroep samen van onafhankelijke deskundigen. Ze schrijft geen

RL O PI

milieueffectrapporten, dat doet de initiatiefnemer. De bevoegd gezagen – in dit geval de gemeenten Reimerswaal en Woensdrecht, de provincie Zeeland en de waterschappen - besluiten over Windpark ZEBRA.

De samenstelling en de werkwijze van de werkgroep van de Commissie en verdere projectgegevens staan in bijlage 1 van dit advies. U vindt de projectstukken die bij het advies zijn gebruikt door nummer 3550

VO

O

op www.commissiemer.nl in te vullen in het zoekvak.

Figuur 2 – De groene bolletjes geven de posities in het voorkeursalternatief weer, de rode bolletjes de posities in variant 1 en 2. (bron: MER).

-3-

Toelichting op het advies In dit hoofdstuk licht de Commissie haar oordeel toe en geeft zij adviezen voor de op te stellen aanvulling. Deze adviezen zijn opgenomen in een tekstkader. Naar het oordeel van de Commissie is het uitvoeren ervan essentieel om het milieubelang volwaardig mee te wegen bij de besluitvorming door de gemeenten Reimerswaal en Woensdrecht, de Gedeputeerde Staten van Zeeland en de waterschappen.

Natuur De Commissie vindt de informatie over gevolgen voor Natura 2000-gebieden, anders dan

G

stikstofdepositie, en voor beschermde soorten van goede kwaliteit en gaat daar verder niet op in.

Natuurnetwerk Nederland

RL O PI

2.1.1

Van de 19 windturbines is er één, windturbine nummer 7, gepland in het Schor van

Ossendrecht, dat behoort tot het NNZ4. Het gebied wordt gerekend tot natuurbeheertype N12.02 kruiden- en faunarijk grasland5. Het oppervlakteverlies in het NNZ bij windturbine 7 bedraagt 4.050 m2. In het MER wordt aangegeven dat voor het oppervlakteverlies van NNZ als gevolg van windturbine 7 een nader uit te werken vorm van compensatie zal plaatsvinden. Bij zes windturbines, vijf in het NNZ en één in het NNB, is sprake van ‘overdraai’. Dit wil zeggen dat de rotorbladen boven NNN-gebied kunnen draaien, afhankelijk van de afmeting van de windturbines en de windrichting. Het MER concludeert dat de kwaliteit van het NNN (NNZ en NNB) als gevolg van overdraai in beperkte mate zal afnemen door de bouw en het gebruik van de windturbines. Ook hiervoor worden in het compensatieplan nadere

O

maatregelen uitgewerkt om kwaliteitsverlies van het NNN te voorkomen.

De Commissie constateert dat de knelpunten helder zijn beschreven. Het MER maakt echter niet voldoende duidelijk in hoeverre deze knelpunten vermeden kunnen worden. In de ‘Goede ruimtelijke onderbouwing Windpark ZE-BRA, gemeenten Reimerswaal en Woensdrecht’ wordt

VO

daar wel nader op ingegaan (pagina 123-124), zij het zonder een navolgbare onderbouwing van de conclusie dat het NNN niet volledig vermeden kan worden.6 De Commissie vraagt zich af of het niet plaatsen van windturbine 7 in het NNZ een reële optie is.7 Het volgens de verordening vereiste Compensatieplan8 maakt geen deel uit van het MER zodat niet kan worden beoordeeld of negatieve effecten op de wezenlijke kenmerken en waarden, oppervlakte en samenhang na compensatie zijn uitgesloten.

4

Het Zeeuwse deel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) heet Natuurnetwerk Zeeland (NNZ), het deel in Noord-Brabant heet het Natuurnetwerk Brabant (NNB). De beschermingsregimes van deze gebieden is opgenomen in de beide provinciale Omgevingsverordeningen.

5

Met de ambitie om dit natuurbeheertype in 2021 om te vormen naar natuurbeheertype N14.03 Haagbeuken- en essenbos.

6

Ten aanzien van turbinepositie 7 wordt het volgende gesteld “Vanwege optimale benutting en elektriciteitsopbrengst van het totale windpark is er niet voor gekozen windturbine 7 in NNZ niet te realiseren. Deze windturbine geeft juist geen hinder voor omwonenden door de ligging NNZ en de positie is vanuit radarverstoring realiseerbaar”.

7

Zie artikel 2.23, 6e lid onder C van de Omgevingsverordening Zeeland 2018.

8

Rekening houdende met Bijlage F (mitigatie en compensatie) van de Omgevingsverordening Zeeland 2018.

-4-

De Commissie adviseert om in het definitieve MER 1) de toets aan de provinciale beschermingsregimes voor het NNN navolgbaar te doorlopen inclusief de toets of er geen reële andere mogelijke zijn en 2) te onderbouwen dat behoud van de wezenlijke kenmerken en waarden, oppervlakte en samenhang na compensatie gewaarborgd is.

2.1.2

Stikstofdepositie Bij de Passende beoordeling is een AERIUS-berekening voor de aanlegfase van het windpark toegevoegd. Hieruit volgt dat zeven Natura 2000-gebieden nadelige gevolgen van stikstofdepositie kunnen ondervinden.9 De gevolgen voor de Natura 2000-gebieden Westerschelde & Saeftinghe, Brabantse Wal en Oosterschelde zijn correct beschreven.

G

Gevolgen voor Natura 2000-gebied Brabantse wal Uit de Aerius-berekening volgt dat de aanleg van het project Windpark ZE-BRA extra

stikstofdepositie oplevert op vijf leefgebieden en zeven habitattypen. Op de leefgebieden is de depositie maximaal 0,10 mol N/ha/jr en op de habitattypen is de depositie niet hoger dan

RL O PI

0,03 mol N/ha/jr. Op alle leefgebieden en habitattypen wordt momenteel de KDW10 (bijna) overschreden. In de Passende beoordeling wordt terecht geconcludeerd dat stikstofdepositie een belangrijk knelpunt is. De beoordeling sluit aantasting van de natuurlijke kenmerken echter uit op grond van de getroffen en te treffen beheersmaatregelen en de zeer geringe en tijdelijke toename van de stikstofdepositie. Deze conclusie is om twee redenen niet afdoende onderbouwd: •

De verwijzing naar genomen en te nemen beheermaatregelen11 kan niet volstaan omdat die maatregelen al nodig zijn om te voldoen aan de instandhoudingsverplichtingen van de Habitatrichtlijn. De Passende beoordeling geeft voorts onvoldoende zekerheid dat het beheer de gevolgen van extra stikstofdepositie te niet zal doen.

•

Een verwijzing naar een geringe en tijdelijke hoeveelheid additionele depositie kan daarmee niet volstaan. De verzurende en vermestende werking als gevolg van de reeds bestaande stikstofdepositie wordt veroorzaakt door een groot aantal bronnen zonder

O

dat de effecten naar de bron herleid kunnen worden. De overbelaste situatie is daarmee een gegeven.

VO

De Commissie geeft in overweging om na te gaan of de tijdelijke additionele stikstofdepositie per saldo tot nul kan worden gerealiseerd, uitgaande van de beleidsregel Aanpak Stikstof Brabant. In dat verband kunnen de mogelijkheden voor ‘verleasen’12 worden verkend.

9

De Nederlandse Natura 2000-gebieden Westerschelde & Saeftinghe, Brabantse Wal en Oosterschelde, en de Belgische Natura 2000-gebieden Schorren en Polders van Beneden-Schelde, Schelde & Durmeëstuarium van de Nederlandse Grens tot Gent, Kalmthoutse Heide en Historische fortengordels van Antwerpen.

10

Kritische Depositie Waarde.

11

Bijvoorbeeld: “het leefgebied Droog struisgrasland is aangewezen voor nachtzwaluw en boomleeuwerik. Voor beide soorten

is behoud van kwaliteit en omvang van het leefgebied van belang. Dit wordt gegarandeerd door beheer en maatregelen die worden genomen in het leefgebied. Dit voert voldoende stikstof af om de overschrijding van de KDW te compenseren.” 12

Verleasen is een tijdelijke vorm van extern salderen, waarbij een natuurvergunning kan worden afgegeven voor een tijdelijke depositie in een beperkte, vooraf afgebakende periode. Dit is mogelijk als de saldogevende activiteit tijdelijk geheel of gedeeltelijk buiten gebruik wordt gesteld. Het gaat om feitelijk gerealiseerde capaciteit en de capaciteit moet aantoonbaar buiten gebruik gesteld worden.

-5-

De Commissie adviseert in het definitieve MER nader te onderbouwen dat de additionele stikstofdepositie niet kan leiden tot aantasting van de natuurlijke kenmerken van Natura 2000-gebied Brabantse Wal. Het instrumentarium dat in de beleidsregel Aanpak Stikstof Brabant wordt aangereikt kan daarvoor worden gebruikt.

Gevolgen voor Belgische Natura 2000-gebieden Op pagina 62-63 van de Passende beoordeling staat dat de additionele stikstofdepositie als gevolg van de aanleg van het windpark in Belgische gebieden nergens hoger is dan 0,05 mol N/ha. De Belgische drempelwaarde van 21,42 mol N/ha/jr wordt bijgevolg nergens overschreden. Het MER concludeert daarom dat nader onderzoek naar effecten op Belgische gebieden of een vergunning Wet natuurbescherming niet aan de orde is. Ten tijde van het opstellen van de Passende beoordeling (december 2020) was die conclusie correct maar na

G

het arrest13 van de Raad voor Vergunningsbetwistingen over het Vlaamse stikstofbeleid mag geen gebruik meer worden gemaakt van de Vlaamse drempelwaarde.

Inmiddels is er een tijdelijk toetsingskader14 voor de beoordeling van de gevolgen voor Belgische Natura 2000-gebieden. De Commissie beveelt aan om na te gaan of het

RL O PI

toekomstige (interim)toetsingskader noopt tot een herbeoordeling van de gevolgen die in de

VO

O

Passende beoordeling zijn beschreven en de conclusie te betrekken bij het definitieve MER.

13

Arrest van 25 februari 2021 (RvVb-A-2021-0697).

14

Voor NOx wordt de drempelwaarde in de eerste beoordeling (voortoets) aangescherpt tot een relatieve grenswaarde van 1% (t.a.v. de meest kritische KDW van nabijgelegen habitats). De drempelwaarde vormt een richtlijn voor de beoordeling van geval tot geval. Op grond van concrete omstandigheden kan worden geconcludeerd dat een beoordeling volgens de drempelwaarde niet volstaat. Zie verder: https://www.natura2000.vlaanderen.be/stikstof.

-6-

BIJLAGE 1: Projectgegevens toetsing Toetsing door de Commissie De Commissie bestaat uit een werkgroep van deskundigen. Deze werkgroep beoordeelt of het MER de benodigde milieu-informatie bevat en of deze juist is. Als er informatie ontbreekt of onjuist is, beoordeelt de Commissie of zij die essentieel vindt. Dat is het geval als aanvullende informatie in haar ogen kan leiden tot andere afwegingen. Dan adviseert de Commissie de ontbrekende of gecorrigeerde informatie alsnog beschikbaar te stellen, voordat het besluit wordt genomen. Om zich goed op de hoogte te stellen van de situatie heeft een deskundige het gebied bezocht waar milieugevolgen kunnen optreden. Meer informatie over de Commis-

Samenstelling van de werkgroep Bij dit project bestaat de werkgroep uit: ir. Peter van der Boom MA

RL O PI

Eric van der Burg (voorzitter)

G

sie en over haar werkwijze vindt u op onze website.

Marianne Schuerhoff MSc (secretaris) ing. Caspar Slijpen ing. Rob Vogel

Besluiten waarvoor dit milieueffectrapport is opgesteld

Omgevingsvergunning, vergunning en ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming, vergunning(en) op grond van de Waterwet.

Waarom wordt hiervoor een milieueffectrapport opgesteld?

Voor activiteiten die grote milieugevolgen kunnen hebben, kan in Nederland een MER vereist zijn. De bijlagen C en D bij het Besluit milieueffectrapportage geven aan om welke activiteiten het gaat. Voor deze procedure gaat het in ieder geval om de activiteit D22.2, “de oprichting

O

van een windpark”. Daarom is een project-MER opgesteld. Bevoegd gezag besluiten

Gemeenteraad Reimerswaal (Omgevingsvergunning), Gedeputeerde Staten van Zeeland (ver-

VO

gunning en ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming) en Waterschap Scheldestromen en/of Brabantse Delta (vergunning op grond van de Waterwet). Initiatiefnemer besluiten

Eneco, Lindewind en Zeewind. Heeft de Commissie ook zienswijzen en adviezen bij haar advies betrokken? De Commissie heeft geadviseerd over een concept-MER dat nog niet ter inzage is gegaan. Daarom zijn er nu geen zienswijzen beschikbaar die bij het advies betrokken kunnen worden. Waar vind ik de stukken die de Commissie heeft beoordeeld? U vindt de projectstukken die bij het advies zijn gebruikt, door op www.commissiemer.nl projectnummer 3550 in te vullen in het zoekvak.

Bijlage 3: Visualisatie vanuit de Langeweg Ossendrecht

57

58

Bron: BoschSlabbers landschapsarchitecten, bijlage 3 bij Aanvulling MER

59

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=woensdrecht&id=b6527f72-feae-4df5-aaca-d75a145834fa