CConstaterende datwoensdrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2021-07-07 Bijlage 5. Nota van overleg inclusief advies commissie MER.pdf

Raadsvergadering 7 juli 2021, gemeente woensdrechtBij agendapunt: Concept advies inzake ontwikkeling windpark ZEBRA20.606 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Nota van overleg Windpark ZE-BRA Versie 3 juni 2021

2

Inhoudsopgave

1.

2.

3.

Inleiding ...............................................................................................................................................5 1.1

Achtergronden ..................................................................................................................................... 5

1.2

Milieueffectrapportage (MER) en internationale m.e.r.-procedure .................................................... 6

1.3

Overlegprocedure ................................................................................................................................ 6

1.4

Reactie initiatiefnemers naar aanleiding motie 1 april en andere aanpassingen ................................ 8

1.5

Leeswijzer........................................................................................................................................... 10

Beantwoording ontvangen overlegreacties ......................................................................................... 11 2.1

Algemeen ........................................................................................................................................... 11

2.2

Overlegreactie 1: gemeente Noord-Beveland ................................................................................... 11

2.3

Overlegreactie 2: Air Liquide.............................................................................................................. 11

2.4

Overlegreactie 3: Vlaamse Departement Omgeving ......................................................................... 12

2.5

Overlegreactie 4: TenneT ................................................................................................................... 12

2.6

Overlegreactie 5: Gasunie .................................................................................................................. 12

2.7

Overlegreactie 6: Evides..................................................................................................................... 13

2.8

Overlegreactie 7: Provincie Zeeland .................................................................................................. 14

2.9

Overlegreactie 8: Windstil Ossendrecht ............................................................................................ 19

2.10

Overlegreactie 9: Gemeente Kapelle ................................................................................................. 30

2.11

Overlegreactie 10: Elia ....................................................................................................................... 30

2.12

Overlegreactie 11: Het Zeeuws Landschap mede namens de Zeeuwse Milieufederatie, de Brabantse Milieufederatie en Brabants Landschap ............................................................................................ 31

2.13

Overlegreactie 12: Waterschap Scheldestromen .............................................................................. 36

2.14

Overlegreactie 13: Provincie Noord-Brabant ..................................................................................... 37

2.15

Overlegreactie 14: Dorpsplatform Ossendrecht ................................................................................ 39

2.16

Overlegreactie 15: Veiligheidsregio Zeeland ..................................................................................... 40

2.17

Overlegreactie 16: Waterschap Brabantse Delta ............................................................................... 42

2.18

Overlegreactie 17: Fluxys Belgium ..................................................................................................... 42

2.19

Overlegreactie 18: Stad Antwerpen en Havenbedrijf Antwerpen ..................................................... 43

2.20

Overlegreactie 19: BENEGORA mede namens IVN Groene Zoom, NAMIRO, Stichting De Brabantse Wal en Vogelwerkgroep Bergen op Zoom ......................................................................................... 43

Overzicht wijzigingen naar aanleiding van overleg .............................................................................. 47 3.1

Algemeen ........................................................................................................................................... 47

3.2

Overzicht van wijzigingen .................................................................................................................. 47

3

Bijlage 1: Overzicht betrokken overlegpartners ............................................................................................ 49 Bijlage 2: Advies Commissie m.e.r. ............................................................................................................... 55 Bijlage 3: Visualisatie vanuit de Langeweg Ossendrecht ............................................................................... 57

4

1.

Inleiding

1.1

Achtergronden

Windpark ZE-BRA Eneco, Lindewind en Zeeuwind (hierna: de initiatiefnemers) zijn voornemens om in het grensgebied tussen de provincies Zeeland en Noord-Brabant, in aansluiting op de bestaande en recent gerealiseerde windparken Kreekraksluizen en Kabeljauwbeek, een nieuw windpark te realiseren: Windpark ZE-BRA. Het windpark is gepland in de door de provincie Zeeland aangewezen concentratielocatie voor windenergie ‘Kreekraksluizen’. Enkele nieuwe windturbines worden daarbij voorzien op grondgebied van de gemeente Woensdrecht. Onderdeel van het project is, naast de bouw van nieuwe windturbines, ook de verwijdering van de bestaande windparken Anna-Mariapolder, Bath en de solitaire windturbine aan de Grindweg in Woensdrecht. Omgevingsvergunning voor afwijken van het bestemmingsplan De geldende bestemmingsplannen staan de bouw van het Windpark ZE-BRA niet toe. Daarom hebben de initiatiefnemers op 12 februari 2021 een aanvraag ingediend bij de gemeente Reimerswaal voor een omgevingsvergunning voor (onder andere) het gebruik van gronden in strijd met het bestemmingsplan zoals bedoeld in het eerste lid van artikel 2.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). De initiatiefnemers hebben een ruimtelijke onderbouwing opgesteld waarin is aangegeven waarom het project Windpark ZE-BRA voldoet aan een goede ruimtelijke ordening.

De ruimtelijke onderbouwing maakt deel uit van de vergunningaanvraag. Bevoegd gezag en betrokkenheid andere bestuursorganen Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Reimerswaal is het bevoegd gezag voor het verlenen van de aangevraagde omgevingsvergunning. Omdat sprake is van een omgevingsvergunning waarbij het bestemmingsplan wordt afgeweken, is de gemeenteraad van de gemeente Reimerswaal bevoegd om voor dit project een verklaring van geen bedenkingen (VVGB) te verlenen. Het bevoegd gezag kan de gevraagde omgevingsvergunning alleen verlenen wanneer deze VVGB is afgegeven. Daarnaast heeft het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Woensdrecht het recht om een advies te geven over de delen van het project die het grondgebied van die gemeente betreffen.

5

Samenwerkingsovereenkomst en betrokkenheid gemeenteraad Woensdrecht Omdat de gemeenteraad van Woensdrecht geen formele rol heeft in de procedure voor de omgevingsvergunning, is op 20 april 2021 een samenwerkingsovereenkomst tussen beide gemeenten gesloten. Hierin is het volgende afgesproken. • Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Woensdrecht stelt eerst een conceptadvies over het project op. • De gemeenteraad van Woensdrecht krijgt vervolgens de gelegenheid om wensen en bedenkingen kenbaar te maken naar aanleiding van het concept advies. • Het college van burgemeester en wethouders van Woensdrecht betrekt de wensen en bedenkingen van de gemeenteraad bij het definitieve advies aan het bevoegd gezag en de gemeenteraad van Reimerswaal. • Het bevoegd gezag en de gemeenteraad van Reimerswaal betrekken het advies vanuit Woensdrecht bij hun besluitvorming voor het deel van het project dat op het grondgebied van die gemeente is gelegen, als zwaar wegend advies mee in hun besluitvorming. Daarnaast is afgesproken dat de gemeente Woensdrecht actief wordt betrokken bij het beantwoorden van de ontvangen overlegreacties. De gemeente Woensdrecht is ambtelijk dan ook betrokken geweest bij de totstandkoming van deze Nota van overleg.

1.2

Milieueffectrapportage (MER) en internationale m.e.r.-procedure

Milieueffectrapportage (MER) De initiatiefnemers hebben ervoor gekozen om voor het windpark een milieueffectrapportage (hierna: MER) op te stellen. Het MER maakt als bijlage deel uit van de ruimtelijke onderbouwing en de aanvraag om omgevingsvergunning. Internationale m.e.r.-procedure Gelet op de beoogde locatie van het Windpark ZE-BRA, nabij de grens met België, treden milieueffecten vanuit het windpark ook op Belgisch grondgebied op. Dat is de reden dat het MER ook inzicht biedt in de milieueffecten in België. Overeenkomstig de Wet milieubeheer (Wm) zijn de betrokken Belgische instanties geïnformeerd en in de gelegenheid gebracht om over de vergunningaanvraag, de ruimtelijke onderbouwing en het MER een advies uit te brengen.

1.3

Overlegprocedure

Wettelijk kader Op grond van artikel 6.18 van het Besluit omgevingsrecht (Bor) en artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), is het bevoegd gezag verplicht om op basis van de vergunningaanvraag overleg te voeren met de besturen van betrokken gemeenten, waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening. Op basis van de Inspraakverordening Reimerswaal is het bevoegd gezag bij de voorbereiding van een omgevingsvergunning eveneens verplicht om inspraak te verlenen.

6

Eenieder heeft bij de totstandkoming van de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (hierna: NRD) die ten behoeve van het MER is opgesteld, de gelegenheid gekregen om een inspraakreactie te geven over de voorgenomen bouw van het windpark. Hiermee is reeds voldaan aan hetgeen is bepaald in de Inspraakverordening Reimerswaal. Daarom is afgezien van het bieden van inspraak voor eenieder in het kader van het overleg als bedoeld in art. 3.1.1 Bro. Betrokken overlegpartners In lijn met de Inspraakverordening van de gemeente Reimerswaal is in overleg met de initiatiefnemers besloten om naast de wettelijk voorgeschreven instanties in Nederland en België, ook andere belanghebbenden waarvan bekend is dat deze een specifiek belang hebben in of rondom het projectgebied van het beoogde windpark gedurende de overlegperiode de mogelijkheid te bieden om een overlegreactie kenbaar te maken. Bijlage 1 bij deze nota geeft het overzicht weer van alle bestuursorganen, maatschappelijke partijen en instanties die in de gelegenheid zijn gesteld om een overlegreactie te geven. Alle overlegpartners konden een reactie geven op de aanvraag, de ruimtelijke onderbouwing en het MER. Overlegprocedure De hiervoor aangegeven overlegpartners zijn in de gelegenheid gesteld om in de periode van 12 april tot en met 21 mei 2021 een overlegreactie te geven over het voornemen.

In totaal hebben 19 overlegpartners gereageerd. In hoofdstuk 2 van deze nota zijn de overlegreacties samengevat weergegeven en beantwoord. Tussentijdse aanvulling vergunningaanvraag op 30 april 2021 De initiatiefnemers hebben op 30 april 2021 op verzoek van het bevoegd gezag de vergunningaanvraag aangevuld. De aanvullingen betroffen het volgende. • Notitie Aanvullingen WP ZE-BRA, Pondera Consult B.V., projectnummer 717149, 30 april 2021. • Verlichtingsplan WP ZE-BRA, Pondera Consult B.V., versie 2.0, 30 april 2021. • Gewijzigd aanvraagformulier, aanvraag 5819493. • Toelichting op de aanvraag omgevingsvergunning Windpark ZE-BRA versie 2.0, Pondera Consult B.V., projectnummer 717149, 30 april 2021. • Inventariserend veldonderzoek door middel van verkennende boringen, Artefact, rapport 607, 6 april 2021. • Visualisaties, foto’s 14 en 15 vanuit Ossendrecht. De overlegpartners zijn op de hoogte gebracht van deze aanvullingen en hebben via de website kennis kunnen nemen van de aangeleverde informatie. Advies Commissie voor de milieu-effectrapportage De onafhankelijke Commissie voor de milieu-effectrapportage (hierna: Commissie m.e.r.) is in dezelfde periode als de overlegpartners om een tussentijds toetsingsadvies over het MER gevraagd.

7

De commissie heeft een concept advies aan het bevoegd gezag en de initiatiefnemers bekend gemaakt waarover op 20 mei 2021 een overleg heeft plaatsgevonden. Daarna heeft de Commissie m.e.r op 3 juni definitief over het MER geadviseerd in een tussentijds toetsingsadvies. Het advies is als bijlage 2 bij deze nota opgenomen. Het advies van de commissie wordt betrokken bij de verdere besluitvorming over de omgevingsvergunning. Daar waar een overlegreactie betrekking heeft op eenzelfde onderdeel als het advies door de Commissie m.e.r. wordt dat in deze nota aangegeven. Naar aanleiding van het wijzigen van de turbineopstelling (zie hierna) is, om de milieueffecten van de nieuwe windturbineopstelling in beeld te brengen, een aanvulling op het MER geschreven. Hierin zijn de milieueffecten van de gewijzigde windturbineopstelling in beeld gebracht. Deze aanvulling op het MER wordt gelijktijdig met het ontwerp van de omgevingsvergunning ter toetsing voorgelegd aan de Commissie voor de m.e.r.

1.4

Reactie initiatiefnemers naar aanleiding motie 1 april en andere aanpassingen

Motie Situering Windpark ZE-BRA in Woensdrecht De gemeenteraad van Woensdrecht heeft op 1 april een motie aangenomen die betrekking heeft op dit project. In de motie draagt de gemeenteraad van Woensdrecht het college van burgemeester en wethouders van die gemeente het volgende op. 1. Al het mogelijke te doen het aantal windmolens van project ZE-BRA op Woensdrechts grondgebied terug te brengen van 5 naar 3 stuks door een negatief advies te geven voor de situering van de twee windmolens ten oosten van rijksweg A4; 2. 50% financiële participatie en opbrengsten voor de omgeving te voorzien, compensaties voor o.a. natuur en grondeigenaren hierbij niet inbegrepen; 3. Deze uitgangspunten op te nemen in de samenwerkingsovereenkomst met de gemeente Reimerswaal; 4. De initiatiefnemer en de gemeente Reimerswaal over dit besluit te informeren en de reactie van deze partijen terug te koppelen aan de Raad. Bij het aanbieden van de documenten voor het vooroverleg zijn de overlegpartners gewezen op het aannemen van deze motie en is door het bevoegd gezag aangegeven dat de initiatiefnemers zich beraden op hoe zij aan deze motie invulling zullen geven.

Reactie initiatiefnemers en verdere aanpassingen Aanpassingen windturbineopstelling naar aanleiding van de motie Om tegemoet te komen aan de opdracht vanuit de gemeenteraad van Woensdrecht hebben de initiatiefnemers besloten om de windturbineposities 18 en 19 zoals die waren opgenomen in het voorkeursalternatief (VKA) uit het MER en in de ruimtelijke onderbouwing te laten vervallen.

8

Verdere aanpassingen Door het vervallen van de windturbines 18 en 19, zijn de initiatiefnemers genoodzaakt geweest om de financiële haalbaarheid van het project opnieuw tegen het licht te houden. Uit deze interne beoordeling is gebleken dat het bouwen van windturbinepositie 16 voor de initiatiefnemers onvoldoende rendabel is. Om deze reden hebben de initiatiefnemers besloten om ook af te zien van het bouwen van windturbinepositie 16 uit het VKA. Daarnaast hebben de initiatiefnemers in de periode april-mei overleg gevoerd met het Waterschap Scheldestromen over de (on)mogelijkheid om met de rotoren van enkele windturbines over wegen in beheer bij het waterschap heen te draaien. Daarbij hebben de initiatiefnemers in overleg met het waterschap besloten om de volgende turbineposities te wijzigen. • Windturbinepositie 6 is enkele meters verschoven zodat de overdraai van de turbinerotor tot hooguit 2,5 meter is beperkt. • Windturbinepositie 14 is eveneens verschoven op een wijze zodat de rotor niet langer over de Sint Martijnsweg heen draait. Figuur 1 geeft de windturbineopstelling neer zoals die na de doorgevoerde wijzigingen wordt aangevraagd door de initiatiefnemers. Met rood zijn de turbineposities weergegeven die wel deel uitmaakten van het VKA in het MER maar die in de gewijzigde vergunningaanvraag komen te vervallen.

Figuur 1 Windturbineopstelling zoals die na de doorgevoerde wijzigingen wordt aangevraagd (Pondera Consult B.V.)

9

Deze aanpassingen worden verwerkt in de vergunningaanvraag en de daarbij behorende documenten. De besluitvorming over (het ontwerp van) de omgevingsvergunning vindt plaats op basis van de aangepaste aanvraag.

1.5

Leeswijzer

In deze Nota van overleg komen achtereenvolgens de volgende onderwerpen aan de orde. • In hoofdstuk 2 worden de overlegreacties kort samengevat weergegeven en beantwoord. Daar waar de overlegreactie aanleiding geeft om erover een bepaling op te nemen in de verdere besluitvorming over de omgevingsvergunning, is dat eveneens in dit hoofdstuk aangegeven. • In hoofdstuk 3 wordt een overzicht gegeven van de wijzigingen die zijn doorgevoerd in de ruimtelijke onderbouwing bij de vergunningaanvraag, dan wel in andere documenten die bij de vergunningaanvraag behoren.

10

2.

Beantwoording ontvangen overlegreacties

2.1

Algemeen

In dit hoofdstuk worden de ontvangen overlegreacties kort samengevat en beantwoord. Per overlegreactie is tevens aangegeven of de reactie reden vormt om erover een bepaling op te nemen in de verdere besluitvorming over de omgevingsvergunning. Wanneer dat het geval is, is dat per overlegreactie eveneens benoemd.

2.2

Overlegreactie 1: gemeente Noord-Beveland

Samenvatting De gemeente Noord-Beveland ziet geen aanleiding om een inhoudelijke overlegreactie te geven. Beantwoording Deze overlegreactie behoeft geen beantwoording. Wijze waarop overlegreactie wordt betrokken in besluitvorming Deze overlegreactie leidt niet tot een voorstel voor de besluitvorming.

2.3

Overlegreactie 2: Air Liquide

Samenvatting Air Liquide heeft bij de totstandkoming van het veiligheidsonderzoek bij het MER de veiligheidseisen en randvoorwaarden aan de initiatiefnemer kenbaar gemaakt. Aan de voorwaarden die Air Liquide stelt is door de aanvrager deels al voldaan (onder andere het opleveren van een veiligheidsstudie). Air Liquide adviseert daarom gunstig, onder de volgende voorwaarden. a. De door Air Liquide gestelde veiligheidsmaatregelen dienen gehandhaafd te worden. b. Voorafgaand aan de start van de werkzaamheden, indien de vergunning wordt verleend, wenst Air Liquide mee uitgenodigd te worden voor de startwerkvergadering zodat alles nog een laatste keer kan worden doorgelopen. c. De initiatiefnemer dient nog een KB-beïnvloedingsstudie op te maken en op te leveren. Beantwoording De overlegreactie wordt als instemming voor het project onder de genoemde voorwaarden beschouwd. Wijze waarop overlegreactie wordt betrokken in besluitvorming De door Air Liquide gestelde voorwaarden worden als volgt betrokken in de besluitvorming. a. Uit de gewijzigde aanvraag blijkt dat voldaan wordt aan de gestelde veiligheidsmaatregelen. b. Aan de omgevingsvergunning wordt een voorschrift verbonden dat voorafgaand aan de start van de bouw- en aanlegwerkzaamheden een startoverleg wordt gehouden met de leidingbeheerders.

11

c. Aan de omgevingsvergunning wordt tevens het voorschrift verbonden dat initiatiefnemers de door Air Liquide gevraagde KB-beïnvloedingsstudie ter goedkeuring aan hen voorleggen. De verkregen goedkeuring dient tenminste twee maanden voorafgaand aan de start van de bouwwerkzaamheden aan het bevoegd gezag te worden overlegd.

2.4

Overlegreactie 3: Vlaamse Departement Omgeving

Samenvatting Het Vlaamse Departement Omgeving constateert dat het aan het Windpark ZE-BRA gerelateerde geluid-, slagschaduw en risicocontouren tot in België reiken, maar dat binnen die contouren zich geen woningen bevinden noch bewoning door groepen personen plaatsvindt. Het Departement heeft geen opmerkingen. Daarbij heeft het Departement ook de aanvulling op de aanvraag van 30 april 2021 betrokken. Beantwoording Deze overlegreactie behoeft geen beantwoording. Wijze waarop overlegreactie wordt betrokken in besluitvorming Deze overlegreactie leidt niet tot een voorstel voor de besluitvorming.

2.5

Overlegreactie 4: TenneT

Samenvatting TenneT constateert dat geen van de windturbines tot een risico leidt voor de 150kV verbinding Woensdrecht – Rilland of de 380kV verbinding Rilland – Zandvliet. Beantwoording Deze overlegreactie behoeft geen beantwoording. Wijze waarop overlegreactie wordt betrokken in besluitvorming Deze overlegreactie leidt niet tot een voorstel voor de besluitvorming.

2.6

Overlegreactie 5: Gasunie

Samenvatting De Gasunie heeft geen bezwaar tegen het voorkeursalternatief (VKA) van de opstelling van de windturbines. Beantwoording Deze overlegreactie behoeft geen beantwoording. Wijze waarop overlegreactie wordt betrokken in besluitvorming Deze overlegreactie leidt niet tot een voorstel voor de besluitvorming.

12

2.7

Overlegreactie 6: Evides

Samenvatting a. Wij verzoeken u te (laten) onderzoeken of sprake is: a) van een (toegevoegde) risico dan wel knelpunt van het windpark / windturbines op de ondergrondse leidingen en b) te berekenen of en wat de faalfrequenties van de turbines voor de leidingen zijn en/of er mitigerende maatregelen mogelijk zijn en c) met de leidingbeheerder af te stemmen in hoeverre de (risico’s) en/of de eventueel te nemen mitigerende maatregelen acceptabel zijn dan wel passen binnen het risicomanagementsysteem van de betreffende netbeheerder. Evides is van mening dat het bevoegd gezag nog geen oordeel kan vormen, omdat nog niet duidelijk is wat de toevoeging van de faalkans is en u daarom onzes inziens nog geen standpunt kan innemen over de aanvaardbaarheid van de faalkans en de veiligheidsrisico’s. Navraag heeft geleerd dat dit vooral geldt voor de 50 PE-leiding. Deze leiding ligt namelijk in de contour van de turbines (WT 6 en 14). Voor de werkzaamheden bij de afsluiter en de transportleidingen bij WT 3 is de totale afstand 91 meter en dichtstbijzijnde afstand van contour tot de leiding bedraagt 14 m. Naast aandacht bij de uitvoering van de werkzaamheden (waar onder een zettingsberekening) dient een faalkans berekening voor deze leidingen met bijbehorende bovengrondse onderdelen te worden gedaan. b.

Alvorens wordt gestart met de (bouw- en) aanlegwerkzaamheden dient aan Evides te worden aangetoond dat wordt voldaan aan de eisen die zij als leidingbeheerder stelt voor het gebruik van gronden op en nabij de (drink)waterleidingen die Evides in het gebied in beheer heeft. c. Gewezen wordt op het bepaalde in de Wet informatie-uitwisseling boven- en ondergrondse netten (Wibon) op grond waarvan het verplicht is een KLIC-melding te doen. d. Tenslotte is het advies om ruim vóór aanvang een kabel- en leidingeigenaren overleg te laten plaatsvinden. Beantwoording a. Een risicobeoordeling voor de door Evides aangegeven (drink)waterleidingen heeft nog niet plaatsgevonden. De initiatiefnemers zijn gevraagd om deze alsnog uit te voeren voor de door Evides aangegeven leidingen. De resultaten van deze studie zullen bij het verlenen van de omgevingsvergunning worden betrokken. b. De initiatiefnemers zijn gewezen op de door Evides gestelde voorwaarden voor het uitvoeren van de werkzaamheden op en nabij de (drink)waterleidingen die bij Evides in beheer zijn. Aan de omgevingsvergunning wordt een voorschrift verbonden dat zij een bouwplan opstellen en dat ter goedkeuring aan de leidingbeheerder voorleggen. De verkregen goedkeuring dient tenminste twee maanden voorafgaand aan de start van de bouwwerkzaamheden aan het bevoegd gezag te worden overlegd.

13

c. De initiatiefnemers zijn gewezen op hun wettelijke verplichtingen op grond van de Wibon. d. Dit advies wordt overgenomen en als voorwaarde aan de omgevingsvergunning verbonden. Wijze waarop overlegreactie wordt betrokken in besluitvorming De door Evides gestelde voorwaarden worden als volgt betrokken in de besluitvorming. a. De initiatiefnemers zijn gevraagd om een risicoanalyse aan te leveren voor de door Evides gevraagde waterleidingen. De resultaten van deze analyse zullen bij de verdere vergunningverlening worden betrokken. b. Aan de omgevingsvergunning wordt een voorschrift verbonden dat voorafgaand aan de start van de bouw- en aanlegwerkzaamheden een startoverleg wordt gehouden met de leidingbeheerders. c. Aan de omgevingsvergunning wordt tevens het voorschrift verbonden dat initiatiefnemers het door Evides gevraagde bouwplan ter goedkeuring aan hen voorleggen. De verkregen goedkeuring dient tenminste twee maanden voorafgaand aan de start van de bouwwerkzaamheden aan het bevoegd gezag te worden overlegd.

2.8

Overlegreactie 7: Provincie Zeeland

Samenvatting a. In het kader van zowel de Wet natuurbescherming als het Natuurnetwerk Zeeland (NNZ) en (provinciaal beschermd) landschap is er al enige tijd overleg met de initiatiefnemer. In verband met de effecten op het NNZ (en beschermd landschap) wordt gewerkt aan een mitigatie- en compensatieplan. Op basis van het definitieve mitigatie- en compensatieplan zal een overeenkomst worden afgesloten tussen provincie en initiatiefnemer over de uitvoering van de benodigde maatregelen. Hoewel de verwachting is dat hierover overeenstemming kan worden bereikt, ligt er op dit moment nog geen goedgekeurd plan en kan de aanvraag op dit onderdeel nog niet worden beoordeeld. In bijlage F van de Omgevingsverordening Zeeland 2018 zijn de voorwaarden voor mitigeren en compenseren opgenomen. Van belang voor de procedure is het volgende: “De plannen voor daadwerkelijke uitvoering van de compensatie dienen gelijktijdig met de plannen voor de ingreep in procedure te worden gebracht. De Provincie zal slechts instemmen met de ingreep indien de hiervoor beschreven mitigerende en compenserende maatregelen zijn gewaarborgd en de economische uitvoerbaarheid ervan is aangetoond.” Dit onderdeel heeft raakvlakken met het aspect archeologie. Voor zowel mitigatie als compensatie dient de haalbaarheid te zijn aangetoond en het onderdeel archeologie is daarbij medebepalend. b.

In bijlage 8A deel1 (MER) staat het volgende: “Doordat turbinepositie 8 in het VKA niet meer in het natuurgebied ten noorden van de RWZI staat, maar op het naastgelegen agrarisch perceel, is er geen sprake meer van verstoring van de vaste rust- en verblijfplaats van de buizerd.” Deze windturbine staat echter nog steeds binnen de verstoringsafstand van de buizerd en er zal daardoor één nest verloren gaan. Dit betreft één van de onderdelen waar de ontheffingsaanvraag op aangevuld moet worden. De initiatiefnemer is hiervan op de hoogte gebracht.

14

c. Voor toetsing NNZ geldt dat niet de juiste invulling wordt gegeven aan de Nee-tenzij toets, niet de juiste terminologie wordt gebruikt en de onderbouwing van de mitigatieen compensatieopgave onjuist en onvolledig is. Deze opmerkingen zijn eerder aan de initiatiefnemer meegegeven, maar (nog) niet verwerkt in de ruimtelijke onderbouwing en het MER. Het spreekt voor zich dat de ruimtelijke onderbouwing en MER in overeenstemming moeten zijn met het mitigatie- en compensatieplan NNZ, dat als bijlage bij de vergunning dient te worden gevoegd. Als voorwaarde in de omgevingsvergunning zou moeten worden opgenomen dat de werken of werkzaamheden slechts toelaatbaar zijn nadat een overeenkomst tussen de initiatiefnemers en de provincie is gesloten waarin afspraken over de mitigatie- en compensatiemaatregelen en de uitvoerbaarheid ervan zijn vastgelegd. d. Voor landschap ontbreekt de toetsing aan artikel 2.28 Cultuurhistorie en landschap uit de Omgevingsverordening Zeeland 2018. Dit onderdeel is wel besproken met de initiatiefnemer, maar komt niet in de ruimtelijke onderbouwing terug. Dit dient alsnog te worden toegevoegd. e. Een van de tussentijdse aanvullingen betreft een wijziging in de procedure, waarbij voor de onderdelen wegen, kabels en inkoopstations niet langer voor ‘juridische fasering’ wordt gekozen, maar voor een aanvraag strijdig gebruik binnen de huidige procedure.

Aangezien wegen en kabels van invloed zijn op bescherming van landschap en natuur, moeten deze onderdelen waar dit van toepassing is worden meegenomen bij de toetsing NNZ en beschermd landschap en waar nodig worden meegenomen bepaling van de mitigatie en compensatieopgave. Voor een deel van de voorgenomen werkzaamheden blijkt de (detail) uitwerking verschoven te zijn naar een later stadium (na vergunningverlening 1e aanvraag). Hierdoor is deels al wel bekend dat daarmee bodemverstorende graafwerkzaamheden gemoeid gaan zijn en de globale omvang daarvan maar niet precies waar en wat de diepgang daarvan zal zijn. De aanvraag van de vergunning voor het uitvoeren van bepaalde aanlegwerkzaamheden is naar een later stadium verschoven (aanleg kabels en leidingen, plaatsen inkoopstations en aanleg wegen). Hierdoor is in dit stadium nog onbekend of en zo ja waar in het kader van deze aspecten archeologisch veldonderzoek middels boringen plaats dient te vinden. Het gaat daarbij om een oppervlakte van globaal 28.000 m² waarvan daardoor in dit stadium nog onbekend is of daar archeologisch inventariserende boringen gezet dienen te worden en mogelijk gravend archeologisch onderzoek aan de orde gaat zijn. Ten aanzien van de aspecten Natuur en Water blijkt dat compenserende maatregelen noodzakelijk zijn en compensatieplannen voor beide aspecten daartoe in de maak zijn.

Omdat met de compensatie van zowel Natuur als Water mogelijk bodemverstorende graafwerkzaamheden gemoeid zijn dienen ook deze compensatieplannen te zijner tijd op de noodzaak van het doen van archeologisch onderzoek beoordeeld te worden. Temeer omdat niet zondermeer aannemelijk is dat natuurcompensatie binnen het huidige plangebied gaat plaatsvinden.

15

f. Naar aanleiding hiervan zijn namens de provincie nog enkele detailopmerkingen over de teksten van het MER en de ruimtelijke onderbouwing gemaakt. In aanvulling op bovenstaande opmerkingen adviseert de provincie de gemeente Reimerswaal als volgt. 1) Om - ondanks het feit dat de vergunningen voor wegen, kabels en inkoopstations pas later aangevraagd zullen worden – de initiatiefnemer te verzoeken om toch nu zoveel als mogelijk ook voor deze onderdelen van de voorgenomen ontwikkeling al het booronderzoek uit te (laten) voeren. Door het aantal te zetten boringen ruim te nemen (door meest logische locaties te kiezen voor de hulpkraanopstelruimtes, wegen, kabels en voorkeurlocaties inkoopstations) zodat over zoveel mogelijk te verstoren terrein duidelijkheid verkregen wordt over de bodemopbouw en eventuele verstoringen daarvan . Dit kan in de praktijk beteken dat er achteraf misschien enkele boringen te veel zijn gezet maar dit weegt ruimschoots op tegen de voortgang die in het proces geboekt kan worden als vervolgonderzoek door middel van proefsleuven noodzakelijk blijkt. 2) Om in de te verlenen vergunning als voorwaarde op te nemen dat al het archeologisch gravend onderzoek (booronderzoek en eventueel noodzakelijk proefsleuvenonderzoek en opgravingen) afgerond dient te zijn voordat gestart gaat worden met de graafwerkzaamheden ten behoeve van de aanleg van het Windpark ZE-BRA.

3) Om in de te verlenen vergunning als voorwaarde op te nemen dat van alle archeologische onderzoeken een rapportage opgesteld dient te worden die voldoet aan de KNA 4.1 en dat deze ter beoordeling voorgelegd dienen te worden aan het bevoegde gezag. Gezien bovenstaande opmerkingen ten aanzien van de verschillende documenten en de grote omvang aan oppervlak hulpkraanopstelruimte, wegen, kabels en inkoopstations, waarvan nog onbekend is waar deze precies zullen komen te liggen/staan en tot welke diepte daartoe graafwerkzaamheden dienen plaats te vinden is het wenselijk dat voorafgaande aan het uit te voeren inventariserende booronderzoek een Plan van Aanpak (PvA) wordt opgesteld voor de uitvoering daarvan en dat dit document ter beoordeling wordt voorgelegd aan het bevoegde gezag. Beantwoording a. De initiatiefnemer heeft ervoor gekozen om de procedure voor de omgevingsvergunning te starten zonder dat voorafgaand daaraan overeenstemming was verkregen met de provincie Zeeland over de invulling van het benodigde compensatie- en mitigatieplan. De initiatiefnemer is daar door het bevoegd gezag ook op gewezen en heeft om die reden tot 1 juni 2021 de tijd gekregen om de vergunningaanvraag hierop aan te vullen. De volgende stap in de vergunningprocedure is het publiceren van het ontwerp van de vergunning.

Deze volgende stap in de besluitvormingsprocedure zal enkel worden gezet door het bevoegd gezag wanneer tussen de initiatiefnemers en de provincie Zeeland overeenstemming is bereikt over het benodigde compensatie- en mitigatieplan en de uitvoerbaarheid daarvan op alle onderdelen voldoende is aangetoond. Onderdeel daarvan is dat in de anterieure overeenkomst die de initiatiefnemers met de beide betrokken gemeenten sluiten, afspraken zijn vastgelegd over de aanleg, het beheer en onderhoud van de benodigde natuurcompensatie.

16

b. De ontheffingsaanvraag op grond van de Wnb doorloopt een zelfstandige besluitvormingsprocedure en maakt geen deel uit van de aanvraag voor de omgevingsvergunning. Het ontwerp van de ontheffing wordt vanwege de toepassing van de gemeentelijke coördinatieregeling gelijktijdig met het ontwerp van de omgevingsvergunning gepubliceerd en bekend gemaakt. Wanneer de gevraagde ontheffing niet, of niet tijdig, verkregen kan worden door de initiatiefnemers treedt het bevoegd gezag hierover met de provincie in overleg over de mogelijke consequenties hiervan. c. Verwezen wordt naar de beantwoording bij punt a. Zolang het benodigde compensatieen mitigatieplan niet door de provincie akkoord is bevonden, wordt de procedure voor de omgevingsvergunning niet verder gebracht. d. De initiatiefnemers dienen de ruimtelijke onderbouwing aan te vullen met een toetsing aan het bepaalde in artikel 2.28 van de Omgevingsverordening Zeeland 2018. e. In de aanvraag waarvoor deze omgevingsvergunning wordt verleend, is het afwijkende gebruik van de twee beoogde bouwlocaties voor de inkoopstations ten opzichte van de geldende bestemmingsplannen meegenomen, maar niet de bouw ervan. De exacte locatie, omvang en verdere invulling wordt in een nadere uitwerking gekozen in overleg met de landelijke netbeheerder.

Dat geldt ook voor de uiteindelijke ligging van de hoogspanningskabels bij het windpark (de zogenaamde parkbekabeling) en de onderhoudswegen naar de windturbinelocaties met de bijbehorende permanente kraanopstelplaatsen. Deze zijn afhankelijk van de uiteindelijke keuze van welke typen windturbines gebouwd gaan worden. Uit de aanvraag blijkt dat de grondstroken waarbinnen de onderhoudswegen zijn voorzien circa 5 meter breed worden, met een maximale omvang van 37.000 m² aan verhardingen voor de onderhoudswegen. De twee inkoopstations worden elk maximaal 100 m² groot en maximaal 5 meter hoog. De exacte locatie, omvang en verdere invulling worden uitgewerkt na het kiezen van het uiteindelijke type windturbine dat gebouwd gaat worden. Daarna wordt een aparte omgevingsvergunning gevraagd voor het bouwen en aanleggen van de parkbekabeling en de onderhoudswegen. De tweede volzin van het eerste lid van artikel 2.7 Wabo is op deze activiteit van toepassing. Dat houdt in deze omgevingsvergunning te zijner tijd als toetsingskader dient voor de activiteiten ‘bouwen’ en ‘aanleggen’ (en eventueel andere daarmee onlosmakelijk samenhangende verbonden activiteiten) waardoor dan omgevingsvergunning wordt gevraagd.

Terecht merkt de provincie op dat, omdat de planologische afwijking in deze procedure reeds wordt meegenomen, ook de hiervoor benodigde natuur- en landschapscompensatie en de eventuele compensatie voor de waterberging dan ook in de procedure voor deze omgevingsvergunning zeker moeten zijn gesteld. De initiatiefnemers zijn hiervan op de hoogte gebracht en gevraagd om hiermee rekening te houden bij de verdere uitwerking van de aanvraag.

17

Zoals hiervoor bij antwoord e is toegelicht, wordt nu enkel vergunning gevraagd voor het afwijken van het bestemmingsplan voor de onderdelen ‘inkoopstations’, ‘parkbekabeling’ en ‘onderhoudswegen’. De door de provincie Zeeland geconstateerde verschillen in verhard oppervlak zijn het gevolg van de keuze van de initiatiefnemers dat een deel van de bestaande wegen van het Windpark Anna-Mariapolder in stand blijft voor de nieuwe windturbines. De initiatiefnemers zijn naar aanleiding van deze reactie gevraagd om duidelijk overzicht aan te leveren waarop is aangegeven welke van de bestaande wegen blijven liggen en hoe de (globale) lay-out van onderhoudswegen in de nieuwe situatie eruit komt te zien. In de definitieve ruimtelijke onderbouwing, die deel uitmaakt van de vergunning aanvraag, wordt hiervoor een principeschets opgenomen. Als het gaat om de toekomstige bouw- en aanlegactiviteiten voor de parkbekabeling en de onderhoudswegen geldt onverkort de beschermende regeling uit de onderliggende bestemmingsplannen. Die houden in dat voorafgaand aan het uitvoeren van graafwerkzaamheden een omgevingsvergunning moet worden aangevraagd waarbij de resultaten van een archeologisch onderzoek moeten worden overlegd. Als alternatief kan ervoor gekozen worden om de werkzaamheden onder begeleiding van een archeoloog te laten uitvoeren.

Het opnemen van een daartoe strekkend voorschrift aan de omgevingsvergunning zoals de provincie adviseert, is om die reden niet noodzakelijk. De initiatiefnemers zijn wel gewezen op deze verplichting. f. De namens de provincie gemaakte detailopmerkingen over de teksten van het MER en de ruimtelijke onderbouwing zijn ter kennisgeving aan de initiatiefnemers gezonden met het verzoek om de ruimtelijke onderbouwing hierop aan te vullen. Wijze waarop overlegreactie wordt betrokken in besluitvorming Zolang het benodigde compensatie- en mitigatieplan niet door de provincie akkoord is bevonden, wordt de procedure voor de omgevingsvergunning niet verder gebracht. De namens de provincie gemaakte detailopmerkingen over de teksten van het MER en de ruimtelijke onderbouwing zijn ter kennisgeving aan de initiatiefnemers gezonden met het verzoek om de ruimtelijke onderbouwing hierop aan te vullen, waaronder in elk geval ook de toetsing aan het bepaalde in artikel 2.28 van de Omgevingsverordening Zeeland 2018. De initiatiefnemers zijn naar aanleiding van deze reactie gevraagd om duidelijk overzicht aan te leveren waarop is aangegeven welke van de bestaande wegen blijven liggen en hoe de (globale) lay-out van onderhoudswegen in de nieuwe situatie eruit komt te zien.

In de definitieve ruimtelijke onderbouwing, die deel uitmaakt van de vergunning aanvraag, wordt hiervoor een principeschets opgenomen.

18

2.9

Overlegreactie 8: Windstil Ossendrecht

Samenvatting a. De gemeenteraad van Woensdrecht heeft op 26 juni 2002 de intentieverklaring “Regionale Ontwikkeling Windenergie West-Brabant” ondertekend. Daarna is op 29 april 2004 de 'Beleidsnotitie Windenergie gemeente Woensdrecht' vastgesteld, waarin een integraal afwegingskader is opgenomen over de ruimtelijke initiatieven binnen de gemeente tot het realiseren van windturbines. Bij de notitie is een overzichtskaartje gevoegd dat als basis heeft gediend voor de opstelling van de ́Regionale quick scan naar de mogelijkheden voor het plaatsen van windturbines in de regio West Brabant ́. In deze quick scan kwam een negental potentiële locaties voor windturbines in Woensdrecht in beeld. Destijds bleek al dat er onvoldoende maatschappelijk draagvlak is voor de realisatie van windturbines bij de Nieuwe Zuidpolder. Daarom is destijds besloten om deze locatie niet aan te wijzen als locatie voor realisering van windturbineparken. Bij de realisering van windpark Kabeljauwbeek is hier rekening mee gehouden door de initiatiefnemer Eneco. In 2017 werd in de gemeente Woensdrecht de duurzaamheidsvisie vastgesteld en in 2018 de Uitvoeringsagenda duurzaamheid. Gemeente Woensdrecht heeft de ambitie om in 2035 volledig energieneutraal te zijn en niet meer afhankelijk van fossiele brandstoffen.

De duurzaamheidsvisie en uitvoeringsagenda beschrijven geen concrete plannen of actiepunten ten aanzien van het realiseren van windparken om de doelstelling energieneutraal 2035 te behalen. Hoe de gemeente Woensdrecht het energievraagstuk wil oplossen, blijkt op 3 juli 2019 als de gemeenteraad het ‘Uitnodigingskader zonne-energie’ vaststelt. Het is dus duidelijk dat binnen de beleidskaders in de gemeente Woensdrecht geen ruimte is voor de realisatie van nieuwe windparken. b. In de raadsvergadering van 1 april is de Regionale Energie Strategie (RES) 1.0 WestBrabant door de raad van Woensdrecht vastgesteld. In deze gedetailleerde routekaart is ook voor Woensdrecht in het kader van het Klimaatakkoord de opgave voor nieuwe opwek van duurzame elektriciteit tot 2030 vastgelegd - bovenop de al bestaande capaciteit van Windpark Kabeljauwbeek en zon-op-dak., d.w.z. zonnepanelen die inwoners en bedrijven op hun dak laten installeren. In de RES 1.0 West-Brabant is een zoekgebied voor windenergie voorzien rondom de Kabeljauwbeek. Binnen de huidige energieopgaven in de RES zijn een aantal duurzaamheidsprojecten opgegeven vanuit Woensdrecht welke nog in de verkennende fase zijn. Indien de gemeente met betrekking tot deze projecten niet komt tot realisatie zal op een andere manier invulling gegeven moeten worden aan de duurzame opwek van energie.

Met andere woorden; indien Woensdrecht geen extra windmolens realiseert, zal daarvoor een aanzienlijke opgave inzake zonne-energie in de plaats komen. Hiermee geeft het College duidelijk aan dat het bij de opgave ‘extra duurzame elektriciteit’ gaat om het totaal en niet om de individuele componenten ‘wind’ of ‘zon’. Het moge duidelijk zijn dat uit de RES 1.0 geen verplichting voor het realiseren van een windpark op die locatie volgt.

19

c. Voor Woensdrecht is de opgave voor opwek van duurzame energie in de RES 1.0 86 GWh (310 TJ) / jaar tot 2030. Windstil Ossendrecht heeft uitgerekend dat deze RES-doelen door Woensdrecht al ruimschoots worden gehaald met de vier recent vergunde zonneparken die een capaciteit hebben van 108 GWh (390 TJ) / jaar, naast de verwachte groei van ‘zon-op-dak’. De in Woensdrecht geplande mega-turbines zijn dus helemaal niet nodig om onze duurzame stroomdoelen tot 2030 te halen. d. Zoals reeds hierboven vermeld, was er in het verleden geen draagvlak voor de realisatie van windturbines rondom de Nieuwe Zuidpolder. Wij benadrukken nogmaals dat draagvlak voor de posities in Woensdrecht van het huidige plan bij de omwonenden ontbreekt. Dat er voor het voorgenomen windpark ZE-BRA geen draagvlak is blijkt ook uit de grote mate van ondersteuning voor Windstil Ossendrecht: 127 adressen hebben om onze nieuwsbrief gevraagd. Windstil Ossendrecht komt op voor de belangen van ruim 70% van de adressen aan de oostzijde van de A4 binnen een straal 1500 m van het plan. De onlangs gestarte online petitie is op het moment van schrijven bijna 300 keer ondertekend. Het ontbreken van draagvlak wordt versterkt doordat er geen enkele geloofwaardige poging is gedaan om de omwonenden te betrekken bij de plannen.

In Reimerswaal spelen deze plannen al veel langer, maar ook de gemeente Woensdrecht is al sinds 2019 over het windpark in gesprek, terwijl omwonenden pas begin februari 2021 door de initiatiefnemers zijn geïnformeerd – een goede week voor de indiening van de vergunning! Er werd ons meteen duidelijk gemaakt dat inspraak, bijvoorbeeld over aantal en locatie van de windmolens niet mogelijk was. Het belang van draagvlak wordt in de RES 1.0 nadrukkelijk als voorwaarde genoemd voor succesvolle implementatie van projecten voor duurzame energie. In de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (2019) wordt voor de vestiging van windturbines ook het belang van draagvlak benadrukt met de voorwaarde dat de ontwikkeling een maatschappelijke meerwaarde geeft. e. Zoals u bekend, was windpark ZE-BRA eerst gepland binnen de gemeente Reimerswaal. Eind 2019 is de gemeente Woensdrecht betrokken geraakt. In de brief die Woensdrecht aan Reimerswaal stuurde schrijft het college dat het oorspronkelijke plan (volgens gemeente Woensdrecht 15 windturbines in Reimerswaal, 1 in Woensdrecht) onverenigbaar is met de kenmerkende eigenschappen van gemeente Woensdrecht omdat het plan een directe verstoring oplevert van het open polderlandschap. Het huidige en recentelijk aangepaste plan betreft 14 windmolens in Reimerswaal en 3 in Woensdrecht.

Uit de huidige plannen en onderbouwing wordt het onvoldoende duidelijk hoe het zicht op het open polderlandschap beter behouden blijft ten opzichte van het oorspronkelijke plan, de reden waarom gemeente Woensdrecht überhaupt betrokken raakte. Maakt die ene windturbine in Reimerswaal zoveel uit voor het zicht op het open polderlandschap? De drie geplande windturbines in Woensdrecht zorgen in ieder geval voor een directe verslechtering van het open polderlandschap. Daarnaast zal ook ’s nachts door de nachtverlichting het beeld op het open polderlandschap worden verstoord. In de ruimtelijke onderbouwing wordt dit eufemistisch afgedaan met “een lichte negatieve invloed op de beeldbeleving vanuit de buurtschap de Aanwas”.

20

Niet alleen worden de belangen van de omwonenden in buurtschap de Aanwas hiermee gebagatelliseerd, ook de belangen van de rest van de inwoners van Ossendrecht met zicht op het open polderlandschap, bijvoorbeeld meer ten zuiden van het dorp, worden vergeten. Vanuit deze hoek (men kijkt dan vanuit het oosten op het windpark) is er namelijk geen sprake van een dubbele lijnopstelling, maar meer een clusteropstelling doordat windturbines 15, 16 en 17 niet op een lijn staan. Een verzoek tot het maken van een virtualisatie vanuit dit standpunt werd vooralsnog niet gehonoreerd. In de op 1 april 2021 door de gemeenteraad van Woensdrecht aangenomen motie over de situering van windpark ZE-BRA wordt het belang van het open polderlandschap ook nog eens benadrukt. Beide 200 meter hoge windmolens aan de oostzijde van rijksweg A4 het open polderlandschap onaanvaardbaar aantast, het landschap ontsiert en te dicht bij de kern Ossendrecht zijn gesitueerd (licht- en geluidsoverlast voor onze inwoners); De raad heeft zich kennelijk onvoldoende gerealiseerd dat WT17 op zelfde afstand van het dorp staat en dat ook WT 16 het open polderlandschap op dezelfde manier aantast voor de omwonenden in de Aanwas en ten zuiden van de kern Ossendrecht.

Het moge duidelijk zijn dat de realisatie van nieuwe windturbines in Woensdrecht voor de omwonenden onacceptabel is in het kader van zicht op het open polderlandschap. Graag zien wij in ieder geval een nadere onderbouwing van de verbetering van het open polderlandschap ten opzichte van het oorspronkelijke plan van Reimerswaal tegemoet, evenals een extra virtualisatie vanuit standpunt kruising Koeleweg/Laagstraat. f. Windstil kiest ervoor om voor deze overlegreactie nog niet in te gaan op de onderzoeken voor geluid en slagschaduw in de ruimtelijke onderbouwing. Het is op dit moment onduidelijk of nog aanpassingen zullen plaatsvinden naar aanleiding van het schrappen van windturbine 18 en 19. Wel plaatst Windstil een aantal algemene opmerkingen maken over de normen en verwijst daarvoor naar Canadese, Poolse en Deense onderzoeken. Een ander belangrijk punt ten aanzien van de gezondheidsrisico’s van windturbines is het ontbreken van onderzoek over de effecten op kinderen die opgroeien in de buurt van windturbines. In de ruimtelijke onderbouwing zou naar de mening van Windstil in ieder geval een nadere analyse moeten worden gedaan naar de gezondheidseffecten van een hoge geluidsbelasting bij kinderen.

Er zijn geen wetenschappelijke studies beschikbaar over de gezondheidseffecten van windturbines met een tiphoogte hoger dan 120 meter, die binnen 2000 meter van omwonenden staan met 42dB geluidsbelasting of hoger. Om bovenstaande gezondheidsrisico’s en beperkte onderzoeksgegevens voor onze situatie is Windstil van mening dat het plaatsen van windmolens dicht bij woningen met een hoge geluidsbelasting tot gevolg onverantwoord is. g. Het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft op 25 juni 2020 in de zaak Aalter en Nevele (ECLI:EU:2020:503) opnieuw en verstrekkender uitgemaakt dat plannen en programma’s met aanzienlijke milieugevolgen op straffe van nietigheid vooraf plan MER getoetst dienen te worden. Dat betekent kort gezegd voor de situatie hier te lande dat mogelijk ook het Activiteitenbesluit en Activiteitenregeling vooraf die toetsing hadden moeten ondergaan. Dat is echter niet gebeurd. Dat betekent dat mogelijk een rechtsgeldig toetsingskader voor de realisatie en exploitatie van het beoogde windpark ontbreekt en derhalve het beoogde windpark niet vergund noch gerealiseerd mag worden.

21

Het is nog onduidelijk wanneer de uitspraak van de Raad van State over de gevolgen van het Nevele arrest op de Nederlandse normstelling in het Activiteitenbesluit en Activiteitenregeling mag worden verwacht. Voor het verdere verloop van de vergunningsprocedure van windpark ZE-BRA lijkt het ons raadzaam deze uitspraak eerst af te wachten. h. In de ruimtelijke onderbouwing en MER wordt uitgebreid ingegaan op de effecten van het windpark op de omliggende natuur. Dat er negatieve effecten op de natuur zijn te verwachten is duidelijk. Wij hebben vastgesteld dat voor de duurzame doelstellingen van de gemeente Woensdrecht het niet nodig is nieuwe windturbines te realiseren. Hiermee vervalt de dwingende reden van groot openbaar belang om de schadelijke effecten van de windturbines op Woensdrechts grondgebied toe te staan. Voor ons is er dus geen sprake van "nee, tenzij...” maar gewoon “nee”. i.

In de directe omgeving van het beoogde windpark worden door omwonenden met veel liefde verschillende dieren gehouden. Het gaat dan voornamelijk om de “standaard huisdieren” zoals honden en katten, maar ook om hobbydieren zoals varkens, kippen, ganzen, konijnen en grote grazers als paarden, geiten, schapen en herten. Mogelijke effecten van de windturbines op onze huis- en hobbydieren zijn niet meegenomen in de ruimtelijke onderbouwing. Uit studies naar dieren in het wild blijkt dat grote grazers zoals herten en rendieren, maar ook haasachtigen zoals hazen gebieden met windturbines vermijden. Een belangrijk verschil tussen onze huis- en hobbydieren en de dieren in deze studies is dat de dieren in deze studies het gebied van de windturbines kunnen vermijden, terwijl dit voor onze huis- en hobbydieren niet mogelijk is. Naar dieren die worden gehouden dichtbij windturbines is ook onderzoek gedaan. Een studie naar jonge ganzen liet zien dat bij ganzen die dichtbij windturbines worden gehouden hogere concentraties stresshormoon (cortisol) in het bloed aantoonbaar zijn en minder in gewicht aankomen in vergelijking met ganzen die verder van de windturbines worden gehouden.

Er zijn, naar ons idee, voldoende aanwijzingen dat de realisatie van het windpark ook effect kunnen hebben op onze huis- en hobbydieren en zien daarom graag dat een nadere analyse wordt gedaan naar deze effecten zodat dit ook bij de besluitvorming kan worden meegenomen.

j.

Uit een recente rapportage naar de mogelijkheden voor plaatsing van windturbines op of rond de Veluwe in relatie tot de Wespendief is gebleken dat ook in een zone tot 8 km rondom het gebied de invloed en risico’s van windturbines groot is. Dit rapport heeft ertoe geleid dat meerdere zoekgebieden voor windturbines rondom de Veluwe zijn afgevallen. Net als de Veluwe is de Brabantse Wal een aangewezen Natura-2000 gebied voor de Wespendief. Dit wordt ook vermeldt in de MER. De MER vermeldt dat het plangebied geen leefgebied voor de Wespendief is en recent ook niet gezien is in het plangebied. Waarnemingen via waarneming.nl en waarnemingen.be laten echter zien dat er de afgelopen 16 jaar regelmatig Wespendieven worden gezien in de directe omgeving van het plangebied. Het kijken naar een dergelijk lange periode is relevant omdat de 1%-norm voor de Brabantse wal (aangewezen doelstelling 13 broedparen) ligt dus tussen de 0,0364 en 0,0546 vogels per jaar (op dezelfde wijze berekend als in het rapport over de Wespendief op de Veluwe).

22

Omgerekend komt dat neer op afgerond één vogel in de 18 jaar. Het lijkt erop dat de effecten voor de Wespendief in de MER onderschat worden omdat er onterecht vanuit wordt gegaan dat de Wespendief geen risico heeft op aanvaringen. Gezien de waarnemingen is het voldoende aannemelijk dat er wel degelijk een aanvaringsrisico bestaat, terwijl bij één enkele aanvaring met fatale afloop de 1%-norm wordt overschreden. Om deze reden zijn wij van mening dat de initiatiefnemers een nadere analyse moet laten uitvoeren naar de vliegbewegingen van de beschermde Wespendieven op de Brabantse Wal middels GPS data verzameling en aanvullend veldwerk. k. Zoals eerder in deze overlegreactie opgemerkt werden omwonenden voor het eerst begin februari geïnformeerd over de plannen. Tijdens deze bijeenkomst werd ons duidelijk gemaakt dat het niet mogelijk was nog iets aan de plannen te wijzigen. Wel vertelden de initiatiefnemers dat zij een goede buur voor ons willen zijn en ook willen voorzien in omgevingsparticipatie. Onze belanghebbenden hebben ervaren dat het moeilijk contact krijgen is met de initiatiefnemers, waardoor van een goede burenrelatie nog geen sprake is. Windstil Ossendrecht heeft in maart ook zelf het initiatief genomen om met de initiatiefnemers in gesprek te gaan.

Er was een afspraak gepland, maar deze afspraak werd door de vertegenwoordiger van de initiatiefnemers op het laatste moment vanwege persoonlijke omstandigheden afgezegd. Uiteraard hadden wij daar begrip voor. Aan de belofte voor een voorstel voor een nieuwe afspraak werd door de initiatiefnemers helaas nog geen gevolg gegeven. Begin mei hebben wij opnieuw de initiatiefnemers benaderd voor een afspraak. Helaas hebben wij nog geen reactie ontvangen. Het moeizaam in contact komen met de initiatiefnemers geeft ons weinig vertrouwen voor de toekomst, bijvoorbeeld wanneer zich problemen voordoen met betrekking tot overlast. Daarnaast vragen wij ons af in hoeverre sprake is van de benodigde maatschappelijke meerwaarde, zoals geformuleerd in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (2019), als geen contact is tussen de initiatiefnemers en een grote groep belanghebbenden en zij daardoor niet kunnen meepraten. l.

Wij denken graag constructief mee. Als omwonenden van de Ossendrechtse zijde van het onderhavige plan hebben wij geen problemen met de geplande windturbines in Reimerswaal. Veel van onze bezwaren kunnen worden weggenomen door het weglaten van WT 16 en 17. Deze windturbines staan binnen een straal van 2 km op afstand van het dorp waardoor de meeste overlast van juist deze twee turbines te verwachten valt. Een alternatief zou het eerder door de initiatiefnemers voorgesteld plan met 16 windmolens kunnen zijn. Zie presentatie Overlegplatform “Zuidelijke afronding windpark Kreekraksluizen” van 18 juni 2018. Er gaan in het hele land ook steeds meer stemmen op dat de minimale afstand tot woningen 10 x de tiphoogte zou moeten zijn, zoals bijvoorbeeld in Beieren al langere tijd als wettelijke norm geldt. Dat zou met een geplande hoogte van 200m voor windpark ZE-BRA neerkomen op 2 km afstand. Dat vinden wij wel acceptabel. Voor windpark ZE-BRA zou er dan op Woensdrechtse bodem nog één windturbine overblijven, zoals ook het geval is in het alternatieve voorstel “15 plus 1” van Windstil Ossendrecht, zoals verwoord in de brief van 31 maart 2021 aan het college van B&W en de gemeenteraad van Woensdrecht.

23

In het kader van draagvlak wordt in de RES met grote nadruk gewezen op het belang van participatie en het streven naar 50% lokaal eigenaarschap. Hierbij is ook een rol voor de gemeente weggelegd en dit is ook terug te vinden in de door de raad aangenomen motie. Windstil Ossendrecht stelt voor om van die ene molen op het grondgebied van onze gemeente een collectieve ‘Dorpsmolen’ te maken waarin inwoners van Ossendrecht die dat willen financieel zouden kunnen participeren. Het zou toch fantastisch zijn als bijvoorbeeld elke inwoner die dat wil een stukje van de dorpsmolen kan ‘kopen’ en daardoor kan meedoen en meepraten. Zo kun je de zo nadrukkelijk nagestreefde burgerparticipatie invullen! De gemeente kan dat faciliteren en zich zo zichtbaar voor haar inwoners inzetten. Beantwoording a. De locatie waar de twee windturbines in Woensdrecht zijn voorzien vallen binnen hetzelfde plangebied als de reeds gerealiseerde windmolens van het park Kabeljauwbeek. Dit blijkt ook uit het afwegingskader en de bij de beleidsnotitie windenergie omsloten overzichtskaart. De keuze voor het gebied in de NieuweZuidpolder nabij de Kabeljauwbeek is positief bevonden vanwege de landschappelijke inpassing langs het schelde-rijnkanaal (oost-west opstelling) en het samenvallen met de 'skyline' van Antwerpen.

Bij het opstellen van het uitnodigingskader zonne-energie is de gemeente ervanuit gegaan dat er niet meer windmolens gerealiseerd konden worden binnen de gemeente die konden voldoen aan de strenge wet- en regelgeving daarbij geen afbreuk zouden doen aan de landschappelijke inpassing en het afwegingskader uit de beleidsnotitie. Het uitnodigingskader sluit de ontwikkeling van windenergie aan de andere kant ook niet uit, het betreft een organisch document dat na de uitgifte van een eerste tranche heroverwogen zal worden. De herontwikkeling van het windpark in Reimerswaal heeft echter vanuit Woensdrecht gezorgd voor een vervroegde heroverweging. Niet alleen als poging om de openheid van het landschap te behouden maar ook grensoverschrijdende samenhang in het gebied te creëren. Het belang van windenergie is daarnaast gezien de urgentie van het klimaatbeleid niet alleen gemeentelijk een aandachtspunt, de Provincie Brabant heeft in de concept omgevingsverordening ook nadere eisen gesteld aan het onderzoeken van de mogelijkheden tot ontwikkeling van windenergie. De aansluiting vanuit Woensdrecht bij de ontwikkelingen vanuit Reimerswaal sluit aan bij deze regionale gedachtegang. b. De RES kan gezien worden als een ambitie document waarin gemeenten de duurzame (energie) ontwikkelingen in kaart brengen tot 2030.

De gezamenlijke ambities tellen op tot een gezamenlijk eindbod waarmee de regio streeft naar 49% minder CO2-uitstoot in 2030 ten opzichte van 1990. Het gebied nabij de kabeljauwbeek is aangewezen als zoekgebied voor windenergie en is tevens kansrijk voor realisatie. Op basis van deze uitgangspunten committeert de gemeente zich dan tot de realisatie van windmolens op deze locatie in de RES.

24

c. In het kader van de RES systematiek wordt gerekend met 50% van de zogenaamde (harde) pijplijn plannen. We houden in feite rekening met dat circa 50% van de projecten niet wordt gerealiseerd. Dit kan gebeuren vanwege uiteenlopende factoren zoals het mislopen van de SDE-subsidie, geen netcapaciteit of beroepsprocedures. Echter de ervaring leert dat dit een reëel percentage is. Gemeenten zorgen niet alleen ervoor dat ze op deze wijze een bepaalde zekerheid behouden voor het behalen van de doelstellingen er wordt ook bewust gestuurd op over programmering. Hiermee verkrijgen netbeheerders de benodigde zekerheid om onder andere investeringen te doen in kostbare netuitbreidingen. 50% van de 108 GWh komt daarbij neer op de realisatie van 54 GWh. De verwachting op basis van de huidige capaciteit van de parken ligt daarbij 4 GWh hoger dan bij de eerste inventarisatie. Op basis van de onderliggende RES systematiek komt de gemeente alsnog 32 GWh tekort. Met een verwacht realisatie percentage van 50% heeft de gemeente ook de windmolens nodig om aan de duurzaamheidsdoelstellingen te voldoen. Voor de gemeente Woensdrecht is de RES echter niet het einddoel, de gemeente ambieert de ambitie om in 2035 energieneutraal te zijn. Dit is onder andere opgenomen in de duurzaamheidsvisie en vormt de onderlegger voor de opgaven van het uitnodigingskader zonne-energie.

Dit vergt van de gemeente nog een veel grotere inspanning dan de 86 GWh die nu in de RES is opgenomen. d. Alle betrokkenen hebben kennis kunnen nemen van het voornemen via de reguliere publicatiekanalen vanuit zowel de gemeente Reimerswaal als Woensdrecht. Het inspraakverslag naar aanleiding van de publicatie van de NRD als eerste stap om te komen tot de MER is terug te vinden in de ruimtelijke onderbouwing en in het MER. Aanvullende zijn door de initiatiefnemers de volgende acties ondernomen met betrekking tot het actief informeren en betrekken van de omgeving bij de totstandkoming van dit project. •

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=woensdrecht&id=b6527f72-feae-4df5-aaca-d75a145834fa