2021-04-01 Bijlage Vast te stellen BP Zorgcomplex Raadhuisstraat Hh - Toelichting bijlage 05 - Archeologisch onderzoek.pdf
Tekst van het document
ARCHEOLOGISCH BUREAUONDERZOEK EN VERKENNEND BOORONDERZOEK RAADHUISSTRAAT 20-32 TE HOOGERHEIDE GEMEENTE WOENSDRECHT
archeologisch bureauonderzoek en verkennend booronderzoek Raadhuisstraat 20-32 te Hoogerheide Opdrachtgever
Bouwgroep De Nijs Soffers Kooiweg 20 4631 SZ Hoogerheide
Rapportnummer
6554.002
Versienummer1
2
Datum
27 augustus 2019
Vestiging
Limburg Rijksweg Noord 39 6071 KS Swalmen 0475 - 504961 swalmen@econsultancy.nl
Opsteller
P. Beurskens MA
Paraaf
Kwaliteitscontrole
drs. A.H. Schutte
Paraaf
© Econsultancy bv, Swalmen Foto’s en tekeningen: Econsultancy bv, tenzij anders vermeld. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgevers. Econsultancy aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek. ISSN: 2210-8777 (Analoog rapport) ISSN: 2210-8785 (Digitaal rapport E-depot) 1 Versie 1 betreft een rapport waarvan geen beoordeling van de bevoegde overheid is ontvangen, bij versie 2 is het rapport wel
beoordeeld door de bevoegde overheid.
Econsultancy Archeologisch Rapport
Administratieve gegevens plangebied Projectcode
6554.002
Toponiem
Raadhuisstraat 20-32
Opdrachtgever
Bouwgroep De Nijs Soffers
Gemeente
Woensdrecht
Plaats
Hoogerheide
Provincie
Noord-Brabant
Kadastrale gegevens
gemeente Woensdrecht, sectie B, nummers 2636, 2637, 2638, 2639, 2640, 3232, 3233 en 4334 (ged.).
Omvang plangebied
circa 5.190 m2
Kaartblad
49G (1:25.000)
Coördinaten centrum plangebied
X: 80.786 /Y: 382.560
Bevoegde overheid
Gemeente Woensdrecht Huijbergseweg 3 4631 GC Hoogerheide
Deskundige namens de bevoegde overheid
Drs. M. Vermunt Gemeentelijk archeoloog Afdeling Stedelijke Ontwikkeling Team Ruimtelijke Ordening en Vergunningen Postbus 35 4600 AA Bergen op Zoom T: 0164-277525 / 247138
ARCHIS3
Bureauonderzoek 4638622100
Onderzoeksmeldingsnummer (OM-nr.)
Booronderzoek 4638606100 en 4685254100
Archeoregio NOaA
Brabants zandgebied
Beheer en plaats documentatie
Econsultancy, Swalmen/ Provinciaal Archeologisch Depot Noord-Brabant
Uitvoerders
Econsultancy, P. Beurskens MA, drs. M. Stiekema en drs. A.J. Wullink
Kwaliteitszorg Econsultancy is onder meer gecertificeerd voor protocollen 4001, 4002, 4003 en 4004 van de BRL SIKB 4000. Verder is Econsultancy lid van de Nederlandse Vereniging van Archeologische Opgravingsbedrijven (NVAO). De leden van de NVAO bieden kwalitatief hoogstaand archeologisch onderzoek. Het lidmaatschap is een waarborg voor kwaliteit en betrouwbaarheid. Tevens is Econsultancy aangesloten bij de Vereniging van Ondernemers in Archeologie (VOiA). De VOiA behartigt de belangen van meer dan 100 bedrijven in alle takken van de archeologie. Betrouwbaarheid Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd, conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving. Een booronderzoek wordt in het algemeen uitgevoerd door het steekproefsgewijs onderzoeken van de bodem, waardoor het, op basis van de resultaten van een booronderzoek, onmogelijk is garanties af te geven ten aanzien van de aan- of afwezigheid van archeologische waarden. In dit kader dient ook opgemerkt te worden dat geraadpleegde bronnen niet altijd zonder fouten en volledig zijn. Daar Econsultancy voor het verkrijgen van historische informatie afhankelijk is van deze bronnen, kan Econsultancy niet instaan voor de juistheid en volledigheid van deze informatie.
Econsultancy Archeologisch Rapport
SAMENVATTING Econsultancy heeft in opdracht van Bouwgroep De Nijs Soffers in september 2018 en april 2019 een archeologisch bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek (IVO, verkennende fase) door middel van boringen uitgevoerd. Het onderzoek is in twee fases uitgevoerd. In eerste instantie is er een bureau- en booronderzoek uitgevoerd voor Raadhuisstraat 22-32. Enkele maanden later heeft de initiatiefnemer ook het noordelijk gelegen perceel van Raadhuisstraat 20 gekocht. Dit perceel is in april 2019 aan het onderzoek toegevoegd. Het onderzoek is uitgevoerd in het kader van de voorgenomen realisatie van een verpleeghuis. Het plangebied is gelegen aan de Raadhuisstraat 20-32 te Hoogerheide in de gemeente Woensdrecht. Om deze ontwikkeling mogelijk te maken, moet eerst aan een voorwaarde van het bestemmingsplan worden voldaan. Hierbij moet ook inzichtelijk worden gemaakt welke archeologische waarden binnen het plangebied kunnen worden verwacht. De noodzaak tot archeologisch onderzoek vloeit voort uit het Verdrag van Malta (1992) en de Wet ruimtelijke ordening (Wro, 2006). Het archeologisch onderzoek is noodzakelijk om te bepalen of er archeologische waarden aanwezig zijn binnen het plangebied en of deze door de voorgenomen bodemingrepen kunnen worden aangetast.
Doel van het bureauonderzoek is een antwoord te vinden op de vraag wat de gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied is. Dit wordt uitgevoerd door middel van het verwerven van informatie, aan de hand van bestaande bronnen, over bekende en verwachte archeologische waarden. Het inventariserend veldonderzoek (IVO-overig, verkennende fase) heeft tot doel de in het bureauonderzoek opgestelde gespecificeerde archeologische verwachting aan te vullen en te toetsen door middel van boringen. Het veldonderzoek heeft tot doel antwoorden te vinden op wat de bodemopbouw is binnen het plangebied en wat de gevolgen zijn van het in het plangebied aangetroffen bodemprofiel voor de gespecificeerde archeologische verwachting. Met de resultaten van het archeologisch onderzoek kan worden vastgesteld of binnen het plangebied archeologische waarden aanwezig (kunnen) zijn en of vervolgonderzoek dan wel planaanpassing noodzakelijk is. Gespecificeerde archeologische verwachting bureauonderzoek Op basis van de gegevens van het bureauonderzoek geldt een lage verwachting voor het Paleolithicum en Mesolithicum. Het plangebied bevindt zich op een hoge dekzandrug ver van oppervlaktewater, waardoor het een ongeschikte locatie is voor de jager-verzamelaars.
Voor de landbouwers tijdens het Neolithicum tot en met de Vroege-Middeleeuwen is de situatie op een hoge dekzandrug geschikt voor bewoning en bijhorende activiteiten. Er geldt een hoge verwachting voor deze periodes. Tijdens de Late-Middeleeuwen en Nieuwe tijd gaat er bewoning plaatsvinden aan en rondom de Raadhuisstraat. Het plangebied zelf is bebouwd vanaf het begin van de 20 e eeuw. De verwachting voor de LateMiddeleeuwen en Nieuwe tijd is hoog. Resultaten inventariserend veldonderzoek Uit de resultaten van het inventariserend veldonderzoek (IVO, verkennende fase) blijkt dat het noordelijke, westelijke en zuidelijke deel van het plangebied is verstoord tot in de top van de natuurlijke afzettingen, oftewel de C-horizont. In boring 4 en 6, in het noordoostelijke deel van het plangebied, is onder een verstoring een restant van een podzol-B-horizont aangetroffen. De B-horizont gaat geleidelijk over naar de C-horizont.
Rapport 6554.002 versie 2
Conclusie Op basis van de waargenomen bodemverstoringen in het noordelijke, westelijke en zuidelijke deel van het plangebied kan worden geconcludeerd dat archeologische waarden niet meer in situ worden verwacht. De lage archeologische verwachting voor het Laat-Paleolithicum en Mesolithicum blijft gehandhaafd en de hoge verwachting voor de periodes Neolithicum tot en met de Nieuwe tijd kan worden bijgesteld naar laag. In boring 4 en 6 was een deels intacte podzolbodem aanwezig, waardoor de hoge archeologische verwachting voor de periodes Neolithicum tot en met Nieuwe tijd kan blijven gehandhaafd. Op basis van het behoud van een hoge trefkans blijft de kans reëel dat archeologische resten binnen het oostelijke deel van het plangebied aanwezig zijn. Advies Binnen het deel van het plangebied, waar het bodemprofiel is verstoord en dus geen archeologische waarden worden verwacht, wordt geadviseerd geen vervolgonderzoek te laten uitvoeren (zie figuur 12). In het deel van het plangebied, waar nog archeologische waarden worden verwacht, adviseert Econsultancy een vervolgonderzoek in de vorm van een proefsleuvenonderzoek uit te voeren (zie figuur 12). Behalve dat in dit deel een deels intacte podzolbodem is aangetroffen, bevindt zich op deze locatie mogelijk ook historische bebouwing.
Vanaf de Late-Middeleeuwen/Nieuwe tijd bevindt er bewoning plaats aan de Raadhuisstraat, dat nog aanwezig kan zijn onder de hedendaagse bebouwing. Bovenstaand betreft een advies, opgesteld door Econsultancy. Het advies dient ter goedkeuring voorgelegd te worden aan de bevoegde overheid (gemeente Woensdrecht). Na beoordeling wordt door de bevoegde overheid een besluit genomen. Op 15 april 2019 heeft Afdeling Stedelijke Ontwikkeling, contactpersoon dhr. M. Vermunt, een beoordeling opgesteld. De conclusie van de adviseur is als volgt: Op grond van het bureauonderzoek geldt o.i. een lage tot middelhoge archeologische verwachting voor bewoningssporen uit de prehistorie en een middelhoge tot hoge verwachting voor de perioden LateMiddeleeuwen – Nieuwe Tijd. De indruk bestaat, dat het plangebied pas laat in ontginning is gebracht. Bewoning was aanwezig in de 20e eeuw, maar de archeologische waarde die hiermee in verband kan worden gebracht, is o.i. zeer beperkt en rechtvaardigt niet de uitvoer van een proefsleuvenonderzoek. Mede gezien de aangetroffen bodemsamenstelling en verstoorde bodemopbouw, gevonden bij het booronderzoek achten wij een vervolgonderzoek in de vorm van een proefsleuvenonderzoek voor dit plangebied niet zeer zinvol. Wij adviseren daarom, het gehele plangebied vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkeling.
Bij aanvang van de grondwerkzaamheden zouden wij echter wel graag tijdig geïnformeerd willen worden t.b.v. een locatiebezoek. Mochten tijdens de graafwerkzaamheden toch archeologische waarden worden aangetroffen, dan dient hiervan melding te worden gemaakt conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet uit juli 2016. Melding van archeologische waarden kan plaatsvinden bij het Ministerie van OCW (de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed)2, de gemeente Woensdrecht of de Provincie Noord-Brabant.
2
Infodesk email: info@cultureelerfgoed.nl of tel: 033-4217456
Rapport 6554.002 versie 2
INHOUDSOPGAVE
1
INLEIDING .................................................................................................................................... 1
2
BUREAUONDERZOEK ................................................................................................................ 1 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8 2.9
3
INVENTARISEREND VELDONDERZOEK ................................................................................. 17 3.1 3.2 3.3 3.4
4
Doelstelling en onderzoeksvragen ................................................................................... 1 Methoden .......................................................................................................................... 1 Afbakening en huidige situatie van het plangebied .......................................................... 2 Toekomstige situatie ......................................................................................................... 3 Aardwetenschappelijke gegevens .................................................................................... 4 Archeologische waarden .................................................................................................. 6 Beschrijving van het historische gebruik ........................................................................ 10 Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel ........................................................ 14 Conclusie bureauonderzoek ........................................................................................... 16
Doelstelling en onderzoeksvragen ................................................................................. 17 Methoden ........................................................................................................................ 17 Resultaten ....................................................................................................................... 17 Conclusie veldonderzoek ............................................................................................... 19
CONCLUSIE EN ADVIES ........................................................................................................... 19 LITERATUUR ...................................................................................................................................... 21 BRONNEN .......................................................................................................................................... 25
Rapport 6554.002 versie 2
LIJST VAN TABELLEN Tabel I. Tabel II. Tabel III. Tabel IV. Tabel V. Tabel VI. Tabel VII. Tabel VIII. Tabel IX. Tabel X. Tabel XI. Tabel XII.
Aardwetenschappelijke gegevens plangebied Geraadpleegd historisch kaartmateriaal Verleende bouwvergunningen Raadhuisstraat 22 Verleende bouwvergunningen Raadhuisstraat 24 Verleende bouwvergunningen Raadhuisstraat 26 Verleende bouwvergunningen Raadhuisstraat 28 Verleende bouwvergunningen Raadhuisstraat 30 Verleende bouwvergunningen Raadhuisstraat 32 Gespecificeerde archeologische verwachting Hoofdlijn bodemopbouw van boring 1, 2 en 5 Hoofdlijn bodemopbouw van boring 4 Hoofdlijn bodemopbouw van boring 7 en 8
LIJST VAN AFBEELDINGEN Figuur 1. Situering van het plangebied binnen Nederland Figuur 2. Detailkaart van het plangebied Figuur 3. Luchtfoto van het plangebied Figuur 4. Situering van het plangebied binnen de archeologische beleidskaart Figuur 5. Situering van het plangebied binnen de Geomorfologische kaart Figuur 6. Situering van het plangebied binnen het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) Figuur 7. Situering van het plangebied binnen de Bodemkaart Figuur 8. Archeologische Gegevenskaart van het onderzoeksgebied Figuur 9. Situering van het plangebied binnen de historische kaarten Figuur 10. Boorpuntenkaart Figuur 11. Afgegraven terrein Figuur 12. Selectieadvies
BIJLAGEN Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7 Bijlage 8
Overzicht geologische en archeologische tijdvakken Onderzoeksmeldingen Vondstmeldingen Bewoningsgeschiedenis van Nederland AMZ-cyclus Planontwerp Boorprofielen
Rapport 6554.002 versie 2
1
INLEIDING
Econsultancy heeft in opdracht van Bouwgroep De Nijs Soffers een archeologisch onderzoek uitgevoerd voor een plangebied gelegen aan de Raadhuisstraat 20-32 te Hoogerheide in de gemeente Woensdrecht (zie figuur 1). De initiatiefnemer heeft het voornemen om de bestaande bebouwing te slopen en een verpleeghuis met 96 kamers voor zware zorg en 27 kleine appartementen voor lichte zorg te realiseren. Om deze ontwikkeling mogelijk te maken, moet eerst aan een voorwaarde van het bestemmingsplan worden voldaan. Hierbij moet ook inzichtelijk te worden gemaakt welke archeologische waarden binnen het plangebied kunnen worden verwacht. De noodzaak tot archeologisch onderzoek vloeit voort uit het Verdrag van Malta (1992) en de Wet ruimtelijke ordening (Wro, 2006). Het archeologisch onderzoek bestaat uit een bureauonderzoek (hoofdstuk 2) en een inventariserend veldonderzoek (IVO-overig, verkennende fase) door middel van boringen (hoofdstuk 3). Op basis van de resultaten van het onderzoek wordt een advies gegeven of vervolgstappen noodzakelijk zijn (hoofdstuk 4). Het archeologisch bureauonderzoek is uitgevoerd in september 2018 en april 2019 door P. Beurskens MA (archeoloog). Het booronderzoek in september 2018 is uitgevoerd door drs. M. Stiekema (senior KNA-prospector) en P. Beurskens MA (archeoloog). Het booronderzoek in april 2019 is uitgevoerd door drs. A.J.
Wullink (senior KNA-prospector). Het onderzoek is in twee fases uitgevoerd. In eerste instantie is er een bureau- en booronderzoek uitgevoerd voor Raadhuisstraat 22-32. Enkele maanden later is het noordelijk gelegen perceel van Raadhuisstraat 20 aan het onderzoek toegevoegd. Het rapport is gecontroleerd door drs. A.H. Schutte (senior KNA-archeoloog).
2 2.1
BUREAUONDERZOEK Doelstelling en onderzoeksvragen
Het doel van het bureauonderzoek is om een antwoord te vinden op de vraag wat de gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied is. Om deze vraag te beantwoorden wordt een inventarisatie gemaakt van bekende aardwetenschappelijke, archeologische en (cultuur)historische gegevens. Aan de hand deze inventarisatie wordt het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel opgesteld. 2.2
Methoden
Het archeologisch onderzoek is uitgevoerd onder certificaat op grond van de BRL SIKB 4000 (KNA, versie 4.0, 07-06-2016) en conform de eisen en normen zoals aangegeven in de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA, versie 4.0, 07-06-2016), die is vastgesteld door het Centraal College van Deskundigen (CCvD) Archeologie en is ondergebracht bij het SIKB te Gouda. Voor de uitvoering van het bureauonderzoek gelden de specificaties LS01, LS02, LS03, LS04 en LS05. De resultaten van dit onderzoek worden in dit rapport weergegeven conform specificatie LS06. 3 Binnen dit onderzoek zijn de volgende werkzaamheden verricht:
3
Beschikbaar via www.sikb.nl.
Rapport 6554.002 versie 2
Pagina 1 van 24
afbakening van het plangebied en vaststellen van de consequenties van het mogelijk toekomstige gebruik (LS01); beschrijving van de huidige en toekomstige situatie (LS02); beschrijving van de historische situatie en mogelijke verstoringen (LS03); beschrijving van bekende archeologische en historische waarden en aardwetenschappelijke gegevens (LS04); opstellen van een gespecificeerde verwachting (LS05).
Bij het uitvoeren van deze werkzaamheden zijn de volgende bronnen geraadpleegd:
2.3
het Archeologische Informatie Systeem (ARCHIS); de Archeologische Monumenten Kaart (AMK); geologische kaarten, geomorfologische kaarten en bodemkaarten; de centrale toegangspoort tot Data en Informatie van de Nederlandse Ondergrond (DINOLoket); literatuur en historisch kaartmateriaal; bouwhistorische gegevens; de recente topografische kaart (schaal 1:25.000); recente luchtfoto’s; het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN); de Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW) van de provincie Noord-Brabant; de archeologische verwachtingskaarten van de gemeente Woensdrecht; plaatselijke (amateur-)archeoloog c.q. heemkundevereniging.
Afbakening en huidige situatie van het plangebied
Afbakening Er dient een onderscheid gemaakt te worden tussen het onderzoeksgebied en het plangebied. Het plangebied is het gebied waarbinnen feitelijk de bodemverstorende ingreep gaat plaatsvinden. Het onderzoeksgebied is het gebied waarover informatie is verzameld om een goed beeld te krijgen van de archeologische waarden binnen het plangebied. Dit gebied is groter dan het plangebied. In het huidige onderzoek betreft het onderzoeksgebied het gebied binnen een straal van circa 500 meter rondom het plangebied.4 De onderzoekslocatie, circa 5.190 m 2, ligt aan de Raadhuisstraat 20-32, ongeveer 0,5 kilometer ten noorden van Hoogerheide in de gemeente Woensdrecht (zie figuur 1 en figuur 2). Volgens het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) bevindt het maaiveld zich op een hoogte van circa 21,2 m +NAP. Het gebied is kadastraal bekend als gemeente Woensdrecht, sectie B, nummers 2636, 2637, 2638, 2639, 2640, 3232, 3233 en 4334 (ged.). Volgens de topografische kaart van Nederland, 49G (1:25.000), zijn de coördinaten van het midden van de onderzoekslocatie X: 80.789/Y: 382.568. Huidige situatie Voor het bureauonderzoek is het van belang de huidige situatie te onderzoeken. Landgebruik en bebouwing kunnen van invloed zijn op de archeologische verwachting. Hiervoor is gebruik gemaakt van de meest recente gegevens.
4
Binnen deze straal wordt geacht dat er voldoende informatie beschikbaar is om een gefundeerde uitspraak te doen over de archeologische verwachting van het plangebied.
Rapport 6554.002 versie 2
Pagina 2 van 24
Het noordelijke deel van het plangebied is momenteel bebouwd met een groot winkelpand. Het noordwestelijke deel is in gebruik als parkeerplaats. Aan de noordoostelijke rand van het plangebied bevinden zich enkele woonhuizen met bijhorende tuinen. Het overige deel van het plangebied is braakliggend (zie figuur 3). Vigerend beleid5 Sinds 1 juli 2016 is de Erfgoedwet van kracht. Het doel van deze wet is te voorkomen dat archeologische waarden uit het verleden verloren gaan. In deze wet zijn de gemeenten verantwoordelijk voor het beheer van het bodemarchief binnen hun grondgebied. Voor een goed beheer van dit bodemarchief gebruikt de gemeente een archeologische beleidskaart. De archeologische beleidskaart geeft een gemeente breed overzicht van bekende en te verwachten archeologische waarden. De kaart maakt inzichtelijk waar en bij welke ruimtelijke ingrepen een archeologisch onderzoek verplicht is en wordt als toetsingskader gebruikt voor ruimtelijke procedures. Het plangebied valt binnen het bestemmingsplan ‘Scheldeweg- noord Hoogerheide’ en ‘bebouwde kom Hoogerheide’ (2017). Volgens deze bestemmingsplannen heeft het plangebied een bestemming ‘waarde-archeologie’. Volgens de bijbehorende planregels is archeologisch onderzoek noodzakelijk bij bodemingrepen groter dan 100 m 2 en dieper dan 60 cm –mv. De gemeente Woensdrecht heeft een gemeentelijke verwachtingskaart.
Het plangebied ligt in een gebied met middelhoge verwachting. De waarden van de verwachtingskaart zijn vastgelegd in de bestemmingsplannen van de gemeente. De archeologische verwachting is (onder andere) afgeleid van de Cultuurhistorische Waardenkaart 2010 van de provincie Noord-Brabant (zie figuur 4).6 Huidig milieuonderzoek Gelijktijdig met het archeologisch bureauonderzoek is er voor een deel van het plangebied, de locaties aan de Raadhuisstraat 22-32, een milieuhygiënisch bodemonderzoek uitgevoerd door Econsultancy (rapportnummer: 6554.001). Uit dit onderzoek blijkt dat de gehele locatie zwak tot sterk puinhoudend is. In het westelijke deel is één boring zintuiglijk zwak koolashoudend. De bovengrond is plaatselijk (noordoostelijke deel) licht verontreinigd met lood. In de onderliggende lagen zijn geen verontreinigingen geconstateerd. In het grondwater zijn lichte verontreinigingen met barium en molybdeen vastgesteld. Gelet op de aard en mate van verontreiniging, bestaat er géén reden voor een nader onderzoek en bestaan er met betrekking tot de milieuhygiënsche kwaliteit van de bodem géén belemmeringen voor de voorgenomen nieuwbouw op de onderzoekslocatie. Ook het onderzoek naar asbest heeft geen aanleiding tot het uitvoeren nader onderzoek naar asbest in bodem.
7 Bodemloket De overheid initieert middels het Bodemloket inzicht te geven in maatregelen die de afgelopen jaren getroffen zijn om de bodemkwaliteit in Nederland in kaart te brengen (bodemonderzoek) of te herstellen (bodemsanering). Ook laat het Bodemloket zien waar vroeger (bedrijfs-) activiteiten hebben plaatsgevonden die extra aandacht verdienen. Ook worden op het Bodemloket voormalige potentieel bodembedreigende bedrijfsactiviteiten weergegeven. Gegevens van het Bodemloket dienen als indicatief te worden beschouwd.
5
Bestemmingsplannen gemeente Woensdrecht. CHW, provincie Noord-Brabant. 7 Van de Weijer, 2018. 6
Rapport 6554.002 versie 2
Pagina 3 van 24
Het raadplegen van het Bodemloket heeft voor het plangebied aanvullende informatie opgeleverd. In het plangebied staan twee locaties aangegeven waar historisch bodemonderzoek noodzakelijk wordt geacht. Dit betreft locaties waar een groente- en fruitverwerkend bedrijf en een slachterij en vleeswarenindustrie heeft gelegen. Bij deze activiteiten is er mogelijk bodemverontreiniging opgetreden. 8 2.4
Toekomstige situatie
Het toekomstige gebruik van het plangebied kan bepalend zijn voor het vervolgtraject (behoud in-situ of behoud ex-situ van archeologische waarden). De toekomstige inrichting van het plangebied kan gevolgen hebben op het in-/ex-situ behoud van de archeologische waarde. In het plangebied zal de huidige bebouwing worden gesloopt. Na de sloop zal in het noordelijke deel een verpleeghuis met 96 kamers voor zware zorg worden gerealiseerd. Het verpleeghuis heeft een totale oppervlakte van circa 2.100 m 2. In het zuidelijke deel worden 27 kleine appartementen voor lichte zorg gebouwd. Deze appartementen hebben een totale oppervlakte van circa 520 m 2. Onder het gebouw zal een parkeerkelder met enkele bergingen en garageboxen worden gerealiseerd. De parkeerkelder heeft een oppervlakte van circa 3.200 m 2. De dieptes van de funderingen en garage zijn nog niet bekend (zie bijlage 7). 2.5
Aardwetenschappelijke gegevens
Het landschap heeft altijd een belangrijke rol gespeeld in het nederzettingspatroon. Bij onderzoek naar archeologische sporen in een bepaald gebied is het van groot belang te weten hoe het landschap er in het verleden heeft uitgezien. Men kan meer te weten komen over dit landschap door de geologische opbouw, de bodem en de hydrologie van een gebied te bestuderen. De volgende aardwetenschappelijke gegevens zijn bekend van het plangebied: Tabel I.
Aardwetenschappelijke gegevens plangebied
Type gegevens
Gegevensomschrijving
Geologie9
Formatie van Waalre met een dek van de Formatie van Boxtel; rivierzand en –klei met een zanddek (Wa1)
Geomorfologie10 11
Niet gekarteerd vanwege bebouwing
Bodemkunde
Niet gekarteerd vanwege bebouwing
Grondwatertrap
Onbekend
Landschappelijke ontwikkeling Het plangebied ligt op de Brabantse Wal, op de overgang van het Brabants zandgebied, naar het Zeeuws zeekleigebied. Hier, aan de rand van het Noordzeebekken, liggen afzettingen van de Formatie van Waalre, uit het Vroeg-Pleistoceen (Pretiglien - Waalien) dicht aan het maaiveld. De Formatie van Waalre bestaat uit een aantal opeenvolgingen van uiterst grof tot matig fijn grijs, glimmerhoudend zand, afgewisseld met blauwgrijze, vaak sterk sideriethoudende kleilagen. De afzettingen zijn door de Rijn afgezet, maar hebben in West-Brabant en Zeeland een estuarien karakter. In de loop van het Pleistoceen is, door erosie door de Schelde tijdens de ijstijden, een steilrand ontstaan, die nu bekend staat als de Brabantse Wal. 8
www.bodemloket.nl. De Mulder et al., 2003. 10 Alterra, 2003. 11 Stichting voor Bodemkartering, 1982. 9
Rapport 6554.002 versie 2
Pagina 4 van 24
Op de Brabantse Wal zijn tijdens de laatste ijstijd, het Weichselien (115.000 – 10.000 jaar geleden), en dan met name tijdens de koude fases van het laatste deel, het Laat-Glaciaal (13.000 – 10.000 jaar geleden), eolische dekzanden afgezet, in de vorm van ruggen en kopjes. Deze afzettingen worden tot het Laagpakket van Wierden, Formatie van Boxtel, gerekend. In het Holoceen (vanaf circa 10.000 jaar geleden) zijn door verwaaiing van de dekzanden lokaal stuifzanden ontstaan. Bij het ontstaan hiervan speelde de mens een belangrijke rol, door beweiding, afbranden en het steken van plaggen op de heidevelden dat voornamelijk plaatsvond in de Nieuwe tijd. De stuifzanden worden tot het Laagpakket van Kootwijk (Formatie van Boxtel) gerekend. Het gebied ten westen van de Brabantse Wal ligt in het Holoceen in het mariene bereik. Hier worden getijdeafzettingen van de Formatie van Naaldwijk aangetroffen met inschakelingen van veen van de Formatie van Nieuwkoop.12 DINO13 Het Dinoloket is de centrale toegangspoort tot Data en Informatie van de Nederlandse Ondergrond (DINO). Het DINO-systeem is de centrale opslagplaats voor geowetenschappelijke gegevens over de diepe en ondiepe ondergrond van Nederland.
Het archief omvat diepe en ondiepe boringen, grondwatergegevens, sonderingen, geo-elektrische metingen, resultaten van geologische, geochemische en geomechanische monsteranalyses, boorgatmetingen en seismische gegevens. De site wordt beheerd door TNO. In het Dinoloket zijn enkele boringen bestudeerd. Hieruit blijkt dat de ondergrond bestaat uit een dik pakket zand met een fijne en/of middelgrove korrel.14 Deze afzettingen behoren tot de dekzandafzettingen van de Formatie van Boxtel. Plaatselijk bevindt zich op een diepte van circa 2,5 meter beneden het maaiveld een laag leem.15 Geomorfologie De geomorfologische kaart van Nederland (1:50.000) geeft de mate van reliëf en de vormen die in het landschap te onderscheiden zijn weer. Doordat het plangebied zich binnen de bebouwde kom van Hoogerheide bevindt, is de geomorfologie niet gekarteerd (zie figuur 5). Uit extrapolatie van geomorfologische gegevens buiten het plangebied is het aannemelijk dat het plangebied ligt binnen een gebied dat is gekarteerd als terrasafzettingswelvingen met dekzand. Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN)16 Het Actueel Hoogtebestand Nederland vormt een belangrijke aanvullende informatiebron voor de landschapsanalyse. Dit met behulp van laseraltimetrie verkregen digitale bestand vormt een gedetailleerd beeld van het huidige reliëf in het plangebied.
Uitgaande van het AHN ligt het plangebied op een hoge dekzandrug. Ten zuiden bevindt zich een lager gelegen dal dat is gekarteerd als een afbraakwand. Dit deel van het landschap ligt 15-20 meter lager dan de oostelijk gelegen dekzandrug. De verzakking is mogelijk veroorzaakt door een geologische breuk ‘de Brabanste Wal’ (zie figuur 6). Er is geen gedetailleerd beeld van het hoogteverschil in het plangebied, vanwege de ligging in de kern van Hoogerheide.
12
Berendsen, 2008/ De Mulder et al., 2003. www.dinoloket.nl. 14 DINO boornummers B49G0734, B49G0735, B49G0371, B49G0377 en B49G0740. 15 DINO boornummers B49G0733. 13
Rapport 6554.002 versie 2
Pagina 5 van 24
Bodemkunde Doordat het plangebied zich binnen de bebouwde kom van Hoogerheide bevindt, is de bodemopbouw niet gekarteerd (zie figuur 7). Uit extrapolatie van bodemgegevens buiten het plangebied is het aannemelijk dat het plangebied ligt binnen hoge zwarte enkeerdgronden; leemarm en zwak lemig fijn zand (zEZ21). Enkeerdgronden zijn oude bouwlanden, die vanaf de Late-Middeleeuwen op de Pleistocene zandgronden zijn ontstaan door het opbrengen van mest (uit potstallen) vermengd met plaggen, die gestoken werden op de woeste gronden (zoals heide, bossen en beekdalen). Dergelijke gronden zijn eerst ontstaan op de hogere delen van het landschap en hebben zich later uitgebreid tot de lagere delen. Ze bestaan uit dikke lagen leemarme en humusrijke gronden. Het belang van een enkeerdgrond ligt in de beschermende kwaliteiten van het dek. Eventuele archeologische waarden worden in de regel door het dikke dek beschermd tegen verstoring door onder andere agrarische activiteiten. Sinds de jaren ‘80 van de 20e eeuw is er een grotere en meer systematische aandacht voor plaggenbodems in Nederland. In veel gevallen bleken de betreffende terreinen een hoge dichtheid aan verhoudingsgewijs goed geconserveerde archeologische overblijfselen te bevatten, soms zelfs complete archeologische landschappen.
De vaak opmerkelijke resultaten vormen de belangrijkste bron voor de beschrijving van de bewoning en het landgebruik in de zandlandschappen voor de periode vanaf de Midden-Bronstijd tot in de Nieuwe tijd. Veel hiervan representeert de vroegere geschiedenis van de dorpen die tussen de 9e en de 12e eeuw naast de essen kwamen te liggen. De rijkdom aan archeologische resten heeft er toe geleid dat de hoger en droger gelegen plaggendekken of enkeerdgronden over het algemeen een hoge indicatieve archeologische waarde kregen.17 Grondwatertrap Doordat het plangebied zich binnen de bebouwde kom van Hoogerheide bevindt, is de grondwatertrap niet gekarteerd. 2.6
Archeologische waarden
Voor de uitkomst van het bureauonderzoek is het van belang de bekende archeologische waarden (al dan niet volledig onderzocht) te beschrijven. Een belangrijke informatiebron is het landelijke ARCHeologisch Informatie Systeem (ARCHIS), dat beheerd wordt door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE).18 In dit systeem worden alle archeologische gegevens verzameld en via internet zijn deze door bevoegden te raadplegen. De bekende archeologische waarden zijn middels kaartmateriaal weergegeven in figuur 8. Tevens zijn in de figuur de indicatieve archeologische waarde en de in ARCHIS geregistreerde AMK- terreinen, waarnemingen, vondstmeldingen en onderzoeksmeldingen binnen een straal van 500 m weergegeven. Aangezien de gemeentelijke verwachtingskaart een hoger detailniveau heeft dan de landelijke IKAW (Indicatieve Kaart Archeologische Waarde) is de IKAW voor het onderzoek niet geraadpleegd. Het plangebied ligt binnen een gebied ‘Brabant van het zand’ en ‘Brabanste Wal’. In dit gebied bevindt zich een bijzondere aardkundige structuur aan de Brabantse Wal dat bestaat uit een steilrand, een reeks paraboolduinen en het tussenliggende duingebied. De Brabantse Wal is een hoge zandrug
16
www.ahn.nl. Doesburg et al., 2007. 18 Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort. 17
Rapport 6554.002 versie 2
Pagina 6 van 24
omgeven door veenmoerrassen die ten westen, noorden en oosten van de rug lagen. Door veenwinning en afslag van de zee door overstromingen zijn de vennen aan de west- en noordkant verdwenen. Het veengebied ten oosten van de Wal is vrijwel geheel afgegraven ten behoeve van de turfwinning. Op de Brabantse Wal is veel reliëf te zien. De steilrand is in het zuiden 20 meter hoog en wordt noordwaarts lager naar circa 10 tot 5 meter. De paraboolduinen in het oosten dateren uit de jongste ijstijd. In het lager gelegen deel van de duinbogen kwamen meren en vennen voor. Kenmerkend voor de Brabantse Wal is de grote verscheidenheid aan bossen: parkbos, productiebos, doorgeschoten hakhout en dennenbossen om zandverstuivingen te fixeren. Veel van de bossen maken deel uit van landgoederen. Al in het begin van de 16e eeuw zijn landgoedbossen aangelegd (Wouwsche Plantage). De afwisseling aan bossen en lanen heeft geleid tot een kleinschaliger besloten landschap van steden, dorpen, landbouwgronden, landgoederen, plantages met loof- en naaldhout, vennen, woeste gronden met heidevelden en verstuivingen. De landbouw op de Brabantse Wal is kleinschalig en versnipperd, waardoor het in landbouwkundig opzicht geen belangrijk gebied is. Er zijn enkele intensief gebruikte graslandgebieden in kwelzones met rundveebedrijven en akkerbouw.
De natuur wordt gekenmerkt door soorten die afhankelijk zijn bos, water en het besloten landschap dat kenmerkend is voor de oude zandontginningen. Op de overgang naar de zeeklei liggen nederzettingen met oude akkercomplexen. Op de meer geleidelijke overgang van de Brabantse Wal naar het open agrarische landschap ten oosten daarvan wordt het landschap gekenmerkt door agrarische percelen omzoomd door bospercelen. Bijzonder voor de Brabantse Wal zijn de vestingsteden Bergen op Zoom en Steenbergen, de tussengelegen forten en de voormalige inundatieterreinen die samen deel uitmaken van de Zuiderwaterlinie. De bijzondere aardkundige structuur werd daarbij handig gebruikt: forten op de duinbogen, water in de laagten ervoor en de meren als waterreservoirs. Verstedelijking en infrastructuur hebben geleid tot versnippering van het landschap. De verschillende onderdelen van het landschap zijn minder duidelijk herkenbaar geworden. Op de steile westflank van de wal is het stedelijk gebied sterk gegroeid. De bossen ten oosten van deze kernen worden doorsneden door het vliegveld bij Woensdrecht, de A58 en het spoor. Ondanks deze ontwikkeling zijn de cultuurhistorische en landschappelijke waarden van de regio aanzienlijk. AMK-terreinen binnen het onderzoeksgebied20 De Archeologische Monumentenkaart (AMK) bevat een overzicht van archeologische monumenten/terreinen in Nederland.
De terreinen zijn beoordeeld op verschillende criteria (kwaliteit, zeldzaamheid, representativiteit, ensemblewaarde en belevingswaarde). Op grond daarvan zijn deze ingedeeld in vier categorieën; terreinen met archeologische waarde, een hoge archeologische waarde, een zeer hoge archeologische waarde of een zeer hoge archeologische waarde met een beschermde status. Het plangebied ligt niet binnen een AMK-terrein. Ook in het onderzoeksgebied bevinden zich geen AMK-terreinen (zie figuur 8). In het verleden uitgevoerde archeologische onderzoeken binnen het onderzoeksgebied 21 Binnen het onderzoeksgebied zijn in de afgelopen jaren door verschillende archeologische bedrijven en instellingen in totaal zeven archeologische onderzoeken uitgevoerd. Het gaat daarbij om bureauonderzoeken, booronderzoeken (verkennend/karterend) en één proefsleuvenonderzoek (zie bijlage 2 en figuur 8). Scheldeweg-Raadhuisstraat (onderzoeksnr. 2379492100 en 4013163100) Het onderhavige plangebied maakt deel uit van het onderzochte plangebied aan de ScheldewegRaadhuisstraat. Voor het plangebied aan de Scheldeweg en Raadhuisstraat is in eerste instantie een bureauonderzoek uitgevoerd. Op basis van de landschappelijke en archeologische gegevens blijkt dat het plangebied matig geschikt is voor bewoning door de jager-verzamelaars tijdens het Paleolithi-
19
CHW, provincie Noord-Brabant.
Rapport 6554.002 versie 2
Pagina 7 van 24
cum en Mesolithicum. Met name de locatie van de hoge dekzandruggen naar de lager gelegen dalen worden gezien als ideale bewoningslocaties. In de omgeving zijn geen vondsten uit deze periodes bekend. Er geldt een middelhoge verwachting voor het Paleolithicum en Mesolithicum. De locatie was ook geschikt voor de landbouwers. In de omgeving zijn enkele Romeinse vondsten aangetroffen die mogelijk met bewoning gerelateerd kunnen worden. Echter kan er niet worden uitgesloten dat het materiaal van elders afkomstig is en bijvoorbeeld bij het aanbrengen van het plaggendek in de bodem terecht is gekomen. Voor de periodes Neolithicum tot en met de Vroege-Middeleeuwen geldt een middelhoge verwachting. Uit bekende archeologische en historische gegevens blijkt dat het oostelijke deel van het plangebied een lange tijd in gebruik is geweest als bewoningszone. Het westelijk deel was in gebruik als landbouwgrond. Voor de Late-Middeleeuwen en Nieuwe tijd geldt dan ook een hoge verwachting. Vanwege de hoge verwachting wordt geadviseerd om een vervolgonderzoek door middel van boringen uit te voeren.22 Het booronderzoek is uitgevoerd door Econsultancy in 2016. In totaal zijn er dertien boringen verspreid in het plangebied gezet. In alle boringen is een verstoorde bodemopbouw vastgesteld. De diepte van verstoring varieerde van 135 cm tot 260 cm onder het maaiveld.
Door de hoge grondwaterstand is bij enkele boringen de exacte diepte van verstoring niet vastgesteld. Vanwege het water was het boormonster der mate nat en verrommeld dat het niet te interpreteren was. De mate van verstoring geeft aan dat een groot deel is vergraven en mogelijk een deel is gediepploegd. Onder de verstoring zijn de natuurlijke afzettingen, de C-horizont, bestaande uit matig fijn, zwak siltig, zand aangetroffen. In boring 6 is een leemlaag met daaronder veen aangetroffen. Op basis van deze resultaten worden er geen archeologische resten in situ verwacht en wordt geadviseerd om het plangebied vrij te geven. De gemeentearcheoloog is het echter niet eens met de interpretering. Volgens de gemeentearcheoloog is er geen verstoorde laag aangetroffen maar een ophogingsaarde met een oud, laaggelegen maaiveld. Het veen in boring 6 is niet van natuurlijke aard maar betreft waarschijnlijk een slootbedding van de grote boerderij die er eeuwenlang heeft gestaan. Geconcludeerd wordt dat het plangebied wel archeologische waarden bevat, met name sporen van de boerderij uit de Nieuwe tijd. De archeologische resten liggen ruim twee meter onder het huidige maaiveld.23 Jan van der Heijdenstraat (onderzoeksnr. 2131339100) Circa 90 meter ten zuidoosten van het plangebied heeft een bureau- en booronderzoek plaatsgevonden.
Het plangebied ligt op een hoge dekzandrug op waarschijnlijk een enkeerdgrond. Er kunnen archeologische resten uit het Paleolithicum tot en met de Nieuwe tijd aanwezig zijn. Vanwege de locatie van het plangebied wordt geadviseerd om een verkennend booronderzoek uit te voeren. Dit vervolgonderzoek is direct na het bureauonderzoek uitgevoerd. Uit de boringen blijkt dat de bodem bestaat uit een tenminste 160 tot 200 cm dikke zandlaag dat is geïnterpreteerd als dekzand. In dit dekzand is een podzol gevormd. De bodem is in geen één boring volledig ongestoord aangetroffen. Het podzolprofiel bestaat uit een matig humeuze, donkerbruine A-horizont op een zwak humeuze Bhorizont. Hieronder bevindt zich de C-horizont die bestaat uit lichtbruin tot grijs zand. Plaatselijk is er een dikkere A-horizont van circa 50 cm aangetroffen. Dit pakket is waarschijnlijk aangebracht voor akkerbouw of de aanleg van de huidige tuinen. Door deze dikte van de A-horizont kan de bodem worden geïnterpreteerd als een enkeerdgrond. In het plangebied heeft ophoging en egalisatie plaatsgevonden. In enkele boringen is het podzolprofiel deels of volledig verstoord waar ook onder andere puin, baksteen, leisteen, grind, dierlijk bot en porselein is aangetroffen. Deze vondsten dateren uit de 20e eeuw waardoor ook de verstoring in die tijd kan worden geplaatst.
Op grond van de samenstelling van het afval is het mogelijk dat het gaat om een afvalkuil of ondiepe beerput. In een andere boring zijn ook nog metaalslakken en verbrand leem aangetroffen. Dit is mogelijk te verklaren door de aan-
20
Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort. Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort. 22 Van der Feest, 2012. 21
Rapport 6554.002 versie 2
Pagina 8 van 24
wezigheid van pottenbakkers in de 15e en 16e eeuw. Een andere mogelijkheid is dat het materiaal ouder is en dat het behoort tot een nederzetting. Op basis van de resultaten van het booronderzoek wordt geadviseerd om een vervolgonderzoek in de vorm van proefsleuven uit te voeren. 24Dit proefsleuvenonderzoek is uitgevoerd in 2008. De resultaten zijn echter niet bekend, aangezien het rapport niet beschikbaar is in Dans Easy of Archis.25 Raadhuisstraat 114 tot en met 122 (onderzoeksnr. 2132238100 en 2132676100) Circa 330 m ten zuiden van het onderhavige plangebied is een bureau- en booronderzoek uitgevoerd. Op basis van de gegevens van het bureauonderzoek is geconcludeerd dat er drie mogelijk bodems verwacht kunnen worden, namelijk een podzolbodem, een esdek of stuifzand. Vanwege de historische gegevens worden er met name sporen gerelateerd aan de historische kern van Hoogerheide verwacht. Het historische kaartmateriaal geeft aan dat er al vanaf de eerste helft van de 19e eeuw bebouwing op de kavels van het plangebied aanwezig is. Door deze bebouwing zal ook de bodem in meer of mindere mate zijn verstoord. De trefkans van archeologische waarde is afhankelijk van de verstoringsdiepte van de huidige bebouwing.
Door middel van een verkennend booronderzoek kan worden onderzocht in hoeverre de bodemopbouw is verstoord en of er nog archeologische resten in situ aanwezig zouden kunnen zijn. Aanvullend aan het bureauonderzoek is er een booronderzoek uitgevoerd. Uit dit onderzoek blijkt dat de bovenste laag van de bodem bestaat uit een 65-100 cm dikke bouwvoor waarin resten van puin, glas en kunststoffen zijn aangetroffen. De bouwvoor heeft een scherpe overgang naar de natuurlijke afzettingen die bestaan uit geelwit, fijn zand. Op basis van de boringen is het duidelijk dat er geen resten van een oude bodem nog aanwezig zijn. Geen van de drie verwachte bodems is aangetroffen. De natuurlijke afzettingen betreffen dekzandafzettingen die in de laatste ijstijd zijn afgezet. Daarom worden er geen archeologische resten in situ verwacht en kan het plangebied worden vrijgegeven voor toekomstige ontwikkelingen. Dit advies geldt echter niet voor de strook met woningen direct aan de Raadhuisstraat. Hier heeft vanaf de Late-Middeleeuwen bewoning plaatsgevonden, waarbij voor de laat 15e en 16e eeuw zelfs ambacht van de bewoners (pottenbakkers) bekend is. Vanwege de aanwezige bebouwing is dit deel van het plangebied niet onderzocht door middel van boringen, waardoor het niet bekend is of de bodem is verstoord.
Er wordt geadviseerd om bij de sloop van deze woningen een vervolgonderzoek, bijvoorbeeld een archeologische begeleiding van de sloopen graafwerkzaamheden, uit te voeren.26 Conclusie Bij de booronderzoeken in de omgeving is een enkeerdgrond op podzolprofiel aangetroffen. De natuurlijke afzettingen zijn geïnterpreteerd als dekzandafzettingen. Aangezien de meeste onderzoeken in de historische kern liggen, blijft voor delen van de onderzochte plangebieden een hoge verwachting voor de Late-Middeleeuwen en Nieuwe tijd, ook al is er geen oude of intacte bodem aangetroffen. Op basis van deze onderzoeken is het onderhavige plangebied een soortgelijke bodem, enkeerdgrond op een podzol op dekzand, te verwachten. Vondstmeldingen binnen het onderzoeksgebied27 In ARCHIS staan alle bekende archeologische vondstmeldingen geregistreerd. Binnen het plangebied zijn geen vondstmeldingen geregistreerd. Binnen het onderzoeksgebied staat één vondstmelding geregistreerd (zie bijlage 3 en figuur 8). In de omgeving van het plangebied, circa 140 meter ten zuidoosten, is bij het booronderzoek enkele fragmenten huttenleem/verbrand leem en drie fragmenten van metaalslakken opgeboord. De vondsten kunnen niet exact gedateerd worden, waardoor ze de datering Neolithicum - Nieuwe tijd krijgen. 23
Schutte, 2016. Wilbers, 2006. 25 Niet beschikbaar rapport: Hoven & van den Engel, 2009. 24
Rapport 6554.002 versie 2
Pagina 9 van 24
Mogelijk zijn deze vondsten te relateren aan de ambachtelijke activiteit van pottenbakken in de 15e en 16e eeuw. Echter kan er niet worden uitgesloten dat het materiaal ouder is en mogelijk wijst op de aanwezigheid van een nederzetting.28 Wetenschappelijke publicaties, archieven en provinciaal archeologisch depot In het kader van dit bureauonderzoek zijn enkele wetenschappelijke publicaties geraadpleegd. De resultaten van deze onderzoeken zijn beschreven in bovenstaande paragraaf. Twee publicaties waren niet beschikbaar, namelijk de resultaten van het proefsleuvenonderzoek aan het Raadhuisplein uitgevoerd door IDDS Archeologie BV en de resultaten van een booronderzoek voor een terrein aan de Antwerpsestraatweg uitgevoerd door Archaeological Research en Consultancy.29 Voor het raadplegen van de bouwdossiers van de woningen/winkels die zich in het plangebied bevinden is contact opgenomen met gemeente Woensdrecht. In het kader van dit bureauonderzoek is geen contact gezocht met de provinciaal depot van Noord-Brabant aangezien er niet verwacht werd dat dit aanvullende informatie zou opleveren. Aanvullende informatie Heemkunde Vereniging Voor aanvullende informatie is contact gezocht met de plaatselijke Heemkundekring Het Zuidkwartier, maar dit heeft binnen het tijdsbestek van de uitvoering van dit onderzoek geen aanvullende informatie opgeleverd. 2.7
Beschrijving van het historische gebruik
In het plangebied kunnen naast archeologische sporen ook historische relicten voorkomen die nog in het landschap zichtbaar zijn. Het gaat hierbij om historisch geografische relicten zoals nederzettingsvormen en wegen- en kavelpatronen. Veel van deze bewaard gebleven historische geografie geeft door de herverkavelingen in de tweede helft van de 20e eeuw een incompleet beeld van het historisch landschap. Historische kaarten van vóór de herverkaveling zijn een goede aanvulling op het huidige incomplete beeld. Korte bewoningsgeschiedenis van Hoogerheide In deze paragraaf wordt een bespreking van de bewoningsgeschiedenis van de streek gegeven. Een algemene ontwikkeling van de bewoningsgeschiedenis van Nederland wordt weergegeven in bijlage 5. Hoogerheide wordt voor het eerst vernoemd in 1339 als een leengoed op die hoeghe heide. Deze vermelding verklaart ook de naam van het dorp wat letterlijk ‘hoge heide’ betekent.30 In 1353 kreeg het leengoed de status van heerlijkheid. Het dorp Hoogerheide ontwikkelde zich rondom een schuurkerk die daar in 1680 werd gebouwd. De eerste bebouwing betrof lintbebouwing langs de huidige Raadhuisstraat. In 1761 kocht de markies van Bergen op Zoom de rechten van de heerlijkheid Hoogerheide. Door de verkoop van de rechten behoorde Hoogerheide tot het markiezaat Bergen op Zoom.
Deze situatie bleef standhouden tot circa 1821 toen Hoogerheide bij de kern Woensdrecht werd gevoegd. Vanaf 1997 behoorde Hoogerheide samen met meerdere dorpen tot gemeente Woensdrecht.31
26
Mulder & Buitenhuis, 2006. Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort. 28 Wilbers, 2006. 29 De niet beschikbare publicatie waren: Hoven & van den Engel, 2009/ Archaeological Research en Consultancy, 2001. 27
Rapport 6554.002 versie 2
Pagina 10 van 24
Historisch kaartmateriaal De situatie van het plangebied is op verschillende historische kaarten als volgt: Tabel II.
Geraadpleegd historisch kaartmateriaal
Bron
Periode
Kaartblad
Kadastrale minuut32
1816
Militaire topografische kaart33 (nettekening)
1850-1864
49 Bergen op Zoom
Militaire topografische kaart (veldminuut)
1898
Militaire topografische kaart (veldminuut)
Schaal
Omschrijving plangebied
Bijzonderheden/directe omgeving
Landbouwgrond
De straten Raadhuisstraat, Nieuweweg en Onderstal zijn al aanwezig
1:50.000
Landbouwgrond
Ten noorden zijn gebouwen gerealiseerd
683
1:50.000
Landbouwgrond
Aan de Raadhuisstraat zijn meerdere gebouwen gerealiseerd
1910
683
1:50.000
Bebouwd
-
Militaire topografische kaart (veldminuut)
1918
683
1:50.000
Bebouwd
-
Militaire topografische kaart (veldminuut)
1938
49G
1:50.000
Bebouwd
-
Topografische kaart
1943
49G
1:25.000
Bebouwd
Ten zuiden zijn meerdere gebouwen gerealiseerd
Topografische kaart
1956
49G
1:25.000
Bebouwd
-
Topografische kaart
1961
49G
1:25.000
Bebouwd
-
Topografische kaart
1968
49G
1:25.000
Bebouwd
Ten oosten zijn woonwijken gerealiseerd. Ten westen is de Scheldeweg aangelegd
Topografische kaart
1978
49G
1:25.000
Bebouwd
Ten westen zijn woonwijken gerealiseerd
Topografische kaart
1990
49G
1:25.000
Bebouwd
-
Topografische kaart
1996
49G
1:25.000
Bebouwd
-
Topografische kaart
1999
49G
1:25.000
Bebouwd
-
Gemeente 1:2.500 Hoogerheide, sectie G, blad 3
Op het beschikbare gedetailleerde historische kaartmateriaal is te zien dat het plangebied vanaf het begin van de 19e eeuw in agrarisch gebruik is. Deze situatie blijft ongewijzigd tot circa het eind van de 19e eeuw. In de omgeving zijn de straten Raadhuisstraat, Nieuweweg en Onderstal al aanwezig als onverharde wegen (zie figuur 9). In de tweede helft van de 19 e eeuw worden in de omgeving aan de straat die tegenwoordig Duinstraat heet meerdere huizen gerealiseerd. Aan het einde van de 19 e eeuw wordt met name aan de huidige Raadhuisstraat, ten noorden en zuiden van het plangebied, gebouwen gerealiseerd. Op de kaart van 1910 is te zien dat het plangebied is bebouwd met meerdere gebouwen. De gebouwen zijn met name aan de Raadhuisstraat gesitueerd. Enkele gebouwen staan op het achterterrein van de woningen/winkels. Het plangebied blijft bebouwd tot op heden. In de omgeving worden meer30
Van Berkel & Samplonius, 1995. Compositie 5 stedenbouw, 2013. 32 Beeldbank Cultureelerfgoed. 33 Kadaster Topotijdreis (bron voor deze kaart en de hierop volgende kaarten in deze tabel). 31
Rapport 6554.002 versie 2
Pagina 11 van 24
dere woonwijken gerealiseerd vanaf circa de tweede helft van de 20 e eeuw. In de jaren ’70 en ’80 zijn ten oosten en ten westen grote veranderingen zichtbaar. Het gebied waar in eerste instantie als landbouwgrond werd gebruikt, is in deze jaren bebouwd met woonwijken. Rijks- en gemeentemonumenten binnen attentiegebied Een rijksmonument is in Nederland een zaak (een bouwwerk of object, of het restant daarvan) die van algemeen belang is wegens de schoonheid, de betekenis voor de wetenschap of de cultuurhistorische waarde. Tot 2012 moest een monument 50 jaar of langer geleden zijn vervaardigd om in het kader van de Monumentenwet voor bescherming in aanmerking te komen. Per 1 januari 2012 is dit criterium vervallen. Een gemeente kan besluiten een bijzonder pand op de gemeentelijke monumentenlijst te zetten. Dit gebeurt als een pand geen nationale betekenis heeft, maar wel van plaatselijk of regionaal belang is. De gemeente legt haar monumentenbeleid vast in de gemeentelijke monumentenverordening. Naast het gemeentelijk monument is er ook nog het Monumenten Inventarisatie Project (MIP). De MIP Gemeentebeschrijvingen vormen een verzameling beschrijvingen van de historischgeografische, sociaaleconomische, architectuurhistorische, bouwhistorische en stedenbouwkundige ontwikkelingen van gemeenten in de periode 1850-1940.
Deze beschrijvingen zijn samengesteld in het kader van het Monumenten Inventarisatie Project (MIP). Dit project was een initiatief van het Ministerie van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur om een landelijk overzicht te krijgen van de bouwkunst en stedenbouw uit de periode 1850-1940. Het MIP werd in de periode 1987-1994 uitgevoerd door de provincies en de vier grote steden, in samenwerking met de Rijksdienst voor de Monumentenzorg. Binnen de attentiezone van 50 m rondom het plangebied liggen geen rijksmonumenten, maar wel twee gemeentelijke monumenten/MIP monument. In het plangebied bevindt zich een MIP-monument. Dit betreft een pand aan Raadhuisstraat 24 dat wordt gebruikt als winkel en woonhuis. Het gebouw is gerealiseerd in 1925. De winkel en het woonhuis hebben een bakstenen gevel met siermetselwerk. Dit gebouw is van cultuurhistorisch belang. Enkele meters ten noordoosten van het plangebied bevindt zich nog een monumentaal (MIP) pand. Ook dit gebouw betreft een winkel en woonhuis. Het gebouw is rond 1930 gerealiseerd in de bouwstijl ‘Amsterdamse School’. Het pand is van cultuurhistorisch belang en beeldpalend. Bouwhistorische gegevens Bij de gemeente Woensdrecht is bij het gemeentelijk archief een aanvraag gedaan tot inzage van bouwdossiers voor de bebouwing binnen het plangebied (27-09-2018).
Voor het perceel van Raadhuisstraat 20 is ook een aanvraag tot inzage gedaan (25-03-2019). Er is meerdere keren contact opgenomen over de status van de aanvraag. Uiteindelijk kon de informatie niet tijdig geleverd worden voor het opstellen van deze rapportage. Hierdoor is er geen informatie beschikbaar van de bebouwing op de locatie van Raadhuisstraat 20. Er zijn geen bouwdossiers en/of –tekeningen beschikbaar van de woningen. Tabel III-VIII geeft een opsomming van de verleende bouwvergunningen voor de onderzoekslocatie. Tabel III.
Verleende bouwvergunningen Raadhuisstraat 22
Jaartal
Omschrijving
1938
Plaatsen van verdieping op de woning. De woning heeft een kelder van circa 2 m –mv. Funderingen bevinden zich op een diepte van circa 0,6 m –mv.
1961
Verbouwen van het winkelwoonhuis. Funderingen bevinden zich op een diepte van circa 0,6 m –mv.
1968
Binnenpandige verbouwing van de woning.
1979
Aanbouw van de winkel. Funderingen bevinden zich op een diepte van circa 0,8 m –mv.
Rapport 6554.002 versie 2
Pagina 12 van 24
Tabel IV.
Verleende bouwvergunningen Raadhuisstraat 24
Jaartal
Omschrijving
1979
Aanbouw van de winkel. Funderingen bevinden zich op een diepte van circa 0,8 m –mv.
Tabel V.
Verleende bouwvergunningen Raadhuisstraat 26
Jaartal
Omschrijving
1962
Binnenpandige verbouwing van de woning.
Tabel VI.
Verleende bouwvergunningen Raadhuisstraat 28
Jaartal
Omschrijving
1940
Verbouwing van het winkelwoonhuis. Funderingen bevinden zich op een diepte van circa 0,5 m –mv.
1957
Aanbouw van het winkelwoonhuis. Funderingen bevinden zich op een diepte van circa 0,5 m –mv.
1962
Binnenpandige verbouwing van de winkel.
1966
Aanbouw van het winkelwoonhuis. Funderingen bevinden zich op een diepte van circa 1 m -mv
1970
Bouw garage. Funderingen bevinden zich op een diepte van circa 1 m –mv.
1971
Aanbouw van de winkel. Funderingen bevinden zich op een diepte van circa 1,1 m –mv.
1979
Aanbouw van de winkel. Funderingen bevinden zich op een diepte van circa 1,2 m –mv.
1980
Bouwen van een erfscheiding met twee garages. Funderingen bevinden zich op een diepte van circa 1 m –mv.
1994
Binnenpandige verbouwing van de winkel.
Tabel VII.
Verleende bouwvergunningen Raadhuisstraat 30
Jaartal
Omschrijving
1960
Verbouwing/ aanbouw woning. Funderingen bevinden zich op een diepte van circa 0,85 m –mv.
1977
Bouwen van een garage. Funderingen bevinden zich op een diepte van circa 0,65 m –mv.
Tabel VIII.
Verleende bouwvergunningen Raadhuisstraat 32
Jaartal
Omschrijving
1950
Bouw bergplaats op het achtererf. De funderingen bevinden zich op een diepte van circa 1,1 m –mv.
1960
Verbouwing/ aanbouw woning. Funderingen bevinden zich op een diepte van circa 0,85 m –mv.
Op basis van de bouwdossiers is bekend dat grote delen van het plangebied bebouwd zijn. De funderingen van de bebouwing verschilt qua diepte. De meeste funderingen bevinden zich op een diepte van 0,7-0,8 m –mv. Er zijn enkele uitzonderingen zoals de funderingen aan Raadhuisstraat 28 die zich bevinden op een diepte van 1-1,2 m. Of de aanleg van de funderingen de eventuele archeologische resten hebben verstoord, is niet te concluderen op basis van deze gegevens omdat het niet bekend is op welke diepte het archeologisch niveau ten plaatse van de bebouwing ligt. Tweede Wereldoorlog Om vast te stellen of mogelijke archeologische waarden uit de Tweede Wereldoorlog in het plangebied aanwezig zijn, is een aantal publicaties geraadpleegd.34 Uit deze bronnen blijkt dat in het plangebied archeologische waarden uit de Tweede Wereldoorlog te verwachten zijn. Het plangebied is deel geweest van het operatieterrein Woensdrecht-Hoogerheide. In het gebied rondom Woensdrecht en Hoogerheide heeft in 1944 een strijd plaatsgevonden om de enige landweg naar Zuid-Beveland en Walcheren in de handen van de geallieerden te krijgen.
Rapport 6554.002 versie 2
Pagina 13 van 24
Begon oktober hadden de geallieerden steeds meer grond gewonnen en werden de Duitsers teruggedwongen richting het noorden. Op 7 oktober 1944 vond er een zware uitputtingslag plaats om het bezit van Woensdrecht en Hoogerheide. De hevige en langdurige strijd bestond voornamelijk uit onophoudelijke kleinschalige infanteriegevechten waarbij Canadese aanvallen en Duitse tegenaanvallen elkaar voortdurend afwisselden. Ondanks dat er twee weken gevechten plaatsvonden, verschoof de frontlinie niet. Beide hadden moeite om succesvolle aanvallen uit te voeren en verloren veel soldaten. Uiteindelijk lukte het op 24 oktober om Woensdrecht en Hoogerheide te veroveren en de opmars naar Zuid-Beveland te beginnen.35 Bij de gevechten in Hoogerheide zijn vele conventionele explosieven afgevuurd, gedumpt en achtergelaten. Ook is het bekend dat er meerdere mijnenvelden aangelegd. Zo bevindt zich een mijnenveld ten noorden en ten oosten van het plangebied.36 Er is kans dat er nog resten van de Tweede Wereldoorlog in het plangebied aanwezig zijn. Turfdatabank Bij de provincie Antwerpen is een website beschikbaar die de veenwinningsgebieden in kaart heeft gebracht voor heel het gebied tussen Antwerpen - Turnhout - Geertruidenberg - Westmaas en Willemstad. De website maakt deel uit van een internationaal project waaraan de provincies Antwerpen en Noord-Brabant deelnemen.
Op de website zijn diverse kaartlagen te raadplagen zoals de veenkaart, de moerconcessies (wanneer een gebied afgegraven werd), de turfvaarten, de zoutketen en de verdronken oorden. Op de Turfdatabank-kaart is het plangebied aangegeven als deel van het landschap De Hoge Rand, Bergen op Zoom. Dit landschap heeft zijn eigen karakter door de uitgestrekte duinen en de steilrand in het westen. In het gebied De Hoge Rand was met name Bergen op Zoom belangrijk voor de turfhandel. Bergen op Zoom was een turfhoofd met een turfvaart richting het zuidoosten. Delen nabij Bergen op Zoom kregen al moeruitgiften voor de periode 1189-1300. Steeds meer gebieden hadden moeruitgiften in de periode 1301-1400 en 1401-1500. Circa 1 km ten oosten van het plangebied heeft er turfwinning plaatsgevonden en zijn er moeruitgiften bekend uit de periodes 1189 tot 1400. Er zijn geen moeruitgiften met betrekking op het plangebied bekend. Tevens zijn er geen gegevens dat er ontginningen hebben plaatsgevonden.37 2.8
Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel
Op grond van de gegevens uit het bureauonderzoek is de volgende gespecificeerde archeologische verwachting opgesteld: Tabel IX.