2021-04-01 Bijlage Vast te stellen BP Onderstal 2, Hoogerheide -Toelichting.pdf
Tekst van het document
Compositie 5 stedenbouw bv Boschstraat 35 4811 GB Breda telefoon
076 – 5225262
info@c5s.nl
internet
www.c5s.nl
kvk Breda
20083802
Gemeente Woensdrecht Bestemmingsplan “Onderstal 2, Hoogerheide”
Projectnummer:
191384
Datum:
23 februari 2021
Gemeente Woensdrecht Bestemmingsplan “Onderstal 2, Hoogerheide”
Inhoud 1. Toelichting 2. Regels 3. Verbeelding id.nr. : NL.IMRO.0873.HOWOxWP194xWYZIx35-VG01 d.d. : 22 -02-2021
Projectleider: Projectmedewerker: Status:
Mevr. ing. T.J.C. van Wijnen Msc. Dhr. mr. M.J.A.B. Elsman Vastgesteld
Toelichting
INHOUD
1 1.1 1.2 1.3 1.4
INLEIDING Aanleiding en doel Ligging en begrenzing van het plangebied Vigerend bestemmingsplan Leeswijzer
3 3 3 3 4
2 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5
PLANGEBIED Inleiding Beschrijving bestaande situatie Beschrijving beoogde situatie Parkeren Verkeer
7 7 7 8 9 10
3 3.1 3.2 3.3 3.4
BELEIDSKADER Inleiding Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid
11 11 11 15 21
4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12
PLANOLOGISCH RELEVANTE (MILIEU)ASPECTEN Inleiding Bodem Waterhuishouding Cultuurhistorie Archeologie Ecologie Wegverkeerslawaai Bedrijven en milieuzonering Externe veiligheid Luchtkwaliteit Kabels en leidingen Milieueffectrapportage en vormvrije m.e.r.-beoordeling
23 23 23 25 28 29 31 33 34 35 38 39 40
5 5.1 5.2 5.3
JURIDISCHE PLANTOELICHTING Inleiding Opbouw van de regels Regels
43 43 43 43
6 6.1 6.2 6.3
ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID Inleiding Toepassing Grondexploitatiewet Economische uitvoerbaarheid
47 47 47 47
7 7.1
MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID Vooroverleg
49 49
Bestemmingsplan “Onderstal 2, Hoogerheide”
1
7.2
Zienswijzen 49
49
BIJLAGEN Bijlage 1 - Verkennend bodemonderzoek, Agel, september 2017; Bijlage 2 - Verkennend asbestonderzoek en nader bodemonderzoek, Agel, november 2017; Bijlage 3 - Archeologisch bureau- en inventariserend veldonderzoek, ADC, juli 2019; Bijlage 4 - Voortoets stikstof, Compositie 5 stedenbouw bv, 11 februari 2020; Bijlage 5 - Quickscan Wet natuurbescherming, Veldbiologische Werken, april 2019; Bijlage 6 - Nader onderzoek marterachtigen, Veldbiologische Werken, juni 2019; Bijlage 7 - Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai, De Roever, juni 2019; Bijlage 8 - Standaard Verantwoording Groepsrisico; Bijlage 9 - Nota beantwoording zienswijzen.
Uitsnede topografische kaart omgeving Hoogerheide. Het plangebied is globaal aangeduid met een gele ster. Bron: topotijdreis.nl, 2019.
2
Gemeente Woensdrecht
1
INLEIDING
1.1
Aanleiding en doel Aanleiding Aan de Onderstal 2 te Hoogerheide is op een bouwperceel een vrijstaande woning met aansluitend terrein gesitueerd. De woning wordt echter al enige tijd niet meer bewoond. Het voornemen bestaat daarom om de woning te amoveren en de betrokken gronden in ontwikkeling te nemen. Beoogd wordt ter plaatse 8 nieuwe woningen te realiseren. De woningen worden gestapeld uitgevoerd. Het aansluitend terrein wordt ingericht voor het parkeren en als tuin. De bouw van 8 woningen op voorgenoemde locatie in het type gestapeld past niet binnen het vigerende bestemmingsplan. Tevens is woningvermeerdering niet toegestaan en wordt gedeeltelijk buiten het bouwvlak en voor de gevellijn gebouwd. Om de 8 woningen te realiseren dient derhalve te worden afgeweken van het bestemmingsplan. Doel In het vigerend bestemmingsplan “Bebouwde kom Hoogerheide - Woensdrecht” is aan de gronden de bestemming ‘Wonen - 2’ toegekend. Ter plaatse is het wonen in een vrijstaande en twee-aaneengebouwde woning toegestaan, echter tot het bestaande aantal woningen. De toevoeging van 8 gestapelde woningen is dus niet mogelijk. Om het voorgenomen initiatief juridisch-planologisch mogelijk te maken dient een nieuw juridisch-planologisch kader te worden opgesteld. Hiervoor is onderhavig bestemmingsplan opgesteld.
1.2
Ligging en begrenzing van het plangebied Het plangebied waar de ontwikkeling is voorzien, is gelegen aan de Onderstal in Hoogerheide. De locatie is gesitueerd op de plaats waar heden het pand met het adres Onderstal 2 staat. Dit pand zal ten behoeve van het planvoornemen worden gesloopt. De directe omgeving van het plangebied bestaat grotendeels uit (centrum)voorzieningen (langs het zuidelijk deel van de nabijgelegen Raadhuisstraat) en woningen. De wijdere omgeving wordt gekenmerkt door overwegend uniforme woongebieden. Het plangebied is kadastraal bekend als gemeente Woensdrecht, sectie B, nummer 2669.
1.3
Vigerend bestemmingsplan Toetsingskader Voor de gronden aan de Onderstal 2 vigeert het bestemmingsplan “Bebouwde kom Hoogerheide - Woensdrecht” van de gemeente Woensdrecht zoals vastgesteld op 26 juni 2013. De gronden binnen het plangebied hebben de bestemming ‘Wonen - 2 met een gevellijn en achter de gevellijn een bouwvlak.
Bestemmingsplan “Onderstal 2, Hoogerheide”
3
Uitsnede van de verbeelding behorend bij het bestemmingsplan “Bebouwde kom Hoogerheide – Woensdrecht. Het plangebied aan de Onderstal 2 is rood omkaderd. Bron: ruimtelijkeplannen.nl, 2019.
Beoordeling De voor ‘Wonen – 2’ aangewezen gronden zijn bestemd voor wonen in de vorm van vrijstaande en twee-aaneengebouwde woningen. De bouw van 8 woningen op voorgenoemde locaties in het type gestapeld past niet binnen het vigerende bestemmingsplan. Tevens is woningvermeerdering niet toegestaan en wordt gedeeltelijk buiten het bouwvlak en voor de gevellijn gebouwd. Bij brief d.d. 23 april 2019 heeft de gemeente Woensdrecht een positief standpunt ingenomen ten aanzien van het voorgenomen initiatief. Om het plan juridisch-planologisch mogelijk te maken dient een bestemmingsplan te worden opgesteld. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat het voorliggende planvoornemen niet direct mogelijk is op basis van het vigerende bestemmingsplan. Door middel van onderhavig bestemmingsplan wordt de beoogde toevoeging van 8 gestapelde woningen mogelijk gemaakt.
1.4
Leeswijzer In hoofdstuk 2 van deze toelichting wordt een beschrijving gegeven van het plangebied en zijn directe omgeving en de beoogde situatie. Hoofdstuk 3 bevat een toetsing aan de geldende beleidskaders, waarbij wordt getoetst aan zowel nationaal, provinciaal als
4
Gemeente Woensdrecht
gemeentelijk beleid. Het vierde hoofdstuk bevat een verantwoording over de wijze waarop rekening is gehouden met de milieuplanologische uitvoeringsaspecten alsmede met de in het plangebied en omgeving voorkomende waarden. Hoofdstuk 5 bevat een beschrijving van de juridische opzet. In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op de economische uitvoerbaarheid en tot slot worden in het laatste hoofdstuk de resultaten uit de planologische procedure weergegeven.
Satellietfoto omgeving Onderstal Hoogerheide met rood omkaderd het plangebied. Bron: ruimtelijkeplannen.nl, 2019.
Bestemmingsplan “Onderstal 2, Hoogerheide”
5
6
Gemeente Woensdrecht
2
PLANGEBIED
2.1
Inleiding Voor het formuleren van het beleid en het opstellen van het bestemmingsplan is het van belang dat de huidige situatie van het plangebied goed in beeld wordt gebracht. Het plangebied is om deze reden geïnventariseerd en geanalyseerd. In dit hoofdstuk wordt de huidige en beoogde situatie binnen het plangebied beschreven.
2.2
Beschrijving bestaande situatie Ruimtelijke en functionele structuur omgeving plangebied Hoogerheide is ontstaan rond de huidige Raadhuisstraat als boerengehucht met rondom oude bouwlanden. Ten oosten van het dorp lagen heidegronden en ten westen vochtige hooilanden. Nadien zijn er verbindingswegen naar de omliggende kernen aangelegd, wat Hoogerheide haar typische radiale structuur geeft. Het plangebied is gelegen aan de Onderstal in Hoogerheide, een van de aftakkingen van de Raadhuisstraat. De Raadhuisstraat betreft de oude verbindingsroute tussen Antwerpen en Bergen op Zoom en vormt thans de centrumstraat van Hoogerheide. De bebouwing aan de Raadhuisstraat is veelal kleinschalig, besloten van opzet en gelegen op smalle en diepe percelen. De bebouwing aan de Onderstal is daarentegen ruimer opgezet, met overwegend twee-aaneengebouwde en vrijstaande woningen. Daar waar de Onderstal aansluit op de Raadhuisstraat is echter wel sprake van een geslotener straatbeeld. Dit is te verklaren doordat hier het aantal centrumvoorzieningen aan de Raadhuisstraat toeneemt. Het onderhavige plangebied is gelegen aan dit gedeelte van de Onderstal. Huidige situatie plangebied Ter plaatse van het plangebied is momenteel sprake van een vrijstaand hoofdgebouw met aansluitend terrein op een bouwperceel van circa 1.350 m2. Het gebouw was tot voor kort in gebruik ten behoeve van het wonen.
Het aansluitend terrein is thans ingericht als tuin, overwegend bestaande uit een grasland met op de perceelsgrens lijnvormige groenstructuren.
Aanzicht bestaande bebouwing ter hoogte van de Onderstal 2 te Hoogerheide. Het vrijstaande pand maakt onderdeel uit van onderhavig plangebied. Bron: google.nl/maps, 2019. Bestemmingsplan “Onderstal 2, Hoogerheide”
7
2.3
Beschrijving beoogde situatie In de beoogde situatie worden aan de gronden behorend tot het plangebied zeven extra woontitels toegevoegd. Nadat met onderhavig bestemmingsplan bouwmogelijkheden zijn gecreëerd voor 8 gestapelde woningen, bestaat het voornemen hieraan invulling te geven conform onderstaand indicatief bouwplan.
Bouwplan voor Onderstal 2. Het betreffen 8 woningen in een gestapeld woningtype. Bron: VVR Architecten, 2019.
Het bouwplan gaat uit van twee bouwvolumes waarbinnen de 8 gestapelde appartementen worden voorzien (vier woningen op de begane grond en vier op de verdieping). Parkeren vindt plaats op eigen terrein, achter de beoogde woningen en daarmee uit het zicht. Deze parkeerplaatsen zijn te bereiken via een inrit aan de westkant van de woningen. Allen worden ontsloten via de Onderstal.
Bouwplan voor Onderstal 2.. Bron: VVR Architecten, 2019. 8
Gemeente Woensdrecht
Wat betreft situering en massaopbouw is er afstemming gezocht met de omgeving. De woningen volgen de oost-westrichting van de bestaande bebouwing aan de Onderstal en liggen daarbij op vergelijkbare afstand tot de weg als omliggende woningen ten westen van het plangebied. Er is een verspringing in de rooilijn aangebracht om de situering van de bebouwing op een hoekperceel te benadrukken. De bebouwing vormt hierdoor tevens een geleidelijke overgang vanaf de bebouwing aan de Raadhuisstraat 100, welke tot aan de weg is gelegen, en de woningen aan de Onderstal 4 e.v., welke verder van de weg zijn gelegen. Deze verspringing is tevens reeds in het straatbeeld waar te nemen, namelijk ter hoogte van de Onderstal 14 alsook ter hoogte van de Onderstal 24a. De verspringing zorgt er tot slot voor dat de minder fraai geachte achterkanten van de winkelpanden aan de Raadhuisstraatminder in het oog springen. Ten aanzien van de massaopbouw is het bestaande straatbeeld leidend. Het toekomstige hoofdgebouw kent een goot- en bouwhoogte van maximaal 7,5 respectievelijk 11 meter. Ten aanzien van de verschijningsvorm wordt hiermee de indruk van een twee-aaneengebouwde woning gewekt, welk woningtype reeds veel voorkomend is in het straatbeeld.
2.4
Parkeren Toetsingskader Met de inwerkingtreding van de “Reparatiewet BZK” op 29 november 2014 is het verplicht om het parkeren te reguleren met een bestemmingsregeling. In de bestemmingsregeling kan worden opgenomen dat bij aanvraag om omgevingsvergunning (voor het bouwen en / of afwijken) dient te worden aangetoond dat wordt voldaan aan de van toepassing zijnde parkeernormen. In het kader van ‘een goede ruimtelijke ordening’ dient echter al bij vaststelling van een bestemmingsplan inzichtelijk te worden gemaakt dat redelijkerwijs in de aldus benodigde parkeerplaatsen feitelijk duurzaam kan worden voorzien (ECLI:NL:RVS:2017:1036, r.o. 5.3). Het aantal benodigde parkeerplaatsen wordt bepaald door het geldende parkeerbeleid. De gemeente Woensdrecht heeft met betrekking tot verkeer en parkeren het ‘Gemeentelijk Verkeer en Vervoer Plan 2016-2020’ (GVVP) vastgesteld. Het GVVP is een beleidsdocument waarin de gemeente Woensdrecht de toekomstvisie beschrijft voor het verkeer en vervoer in de gemeente voor de komende jaren. Met betrekking tot parkeren zijn in het GVVP geen parkeernormen opgenomen. Daarom hanteert de gemeente de parkeernormering zoals deze is opgenomen in de ‘ASVV 2012’. In de ASVV worden parkeerkencijfers gegeven voor verschillende functies. Daarbij is onderscheid gemaakt naar stedelijkheidsgraad en naar de ligging in de stedelijke zone.
Blijkens het GVVP van de gemeente Woensdrecht is Hoogerheide qua stedelijkheidsgraad ingedeeld in de categorie ‘niet stedelijk’ en qua ligging in de zone ‘rest bebouwde kom’. In het ASVV wordt een minimum en maximum parkeernorm gegeven. Afhankelijk van de situatie (wel of geen hoge parkeerdruk) kan worden bepaald welke norm per (bouw)plan van toepassing is. Navolgend zijn de relevante parkeerkencijfers uit het ASVV gegeven:
Bestemmingsplan “Onderstal 2, Hoogerheide”
9
Functie
Minimum
Gemiddeld
Maximum
Huurhuis, sociale huur
1,2
1,6
2,0
Parkeerkencijfers ASVV 2012 voor de functie ‘Wonen’ in een ‘weinig stedelijk’ gebied binnen de zone ‘rest bebouwde kom’.
Beoordeling Het onderhavige ruimtelijke besluit voorziet in de realisatie van 8 sociale huurwoningen. De minimum parkeernorm bedraagt 1,2 parkeerplaatsen per woning. Gelet op de doelgroep van de beoogde woningen (sociale huur) wordt een parkeernorm van 1,3 voor onderhavig planvoornemen als redelijk geacht. De bijbehorende parkeereis bedraagt aldus (8 x 1,3 = 10,4) 11 parkeerplaatsen. In het bouwplan is rekening gehouden met de realisatie van 12 parkeerplaatsen op eigen terrein. Daarbij is rekening gehouden met het verlies van één parkeerplaats aan de openbare weg ten gevolge van de beoogde inrit. In de huidige situatie vindt parkeren ten behoeve van de aanwezige vrijstaande woning (parkeereis 2 parkeerplaatsen) plaats in de openbare ruimte. Het verlies van één openbare parkeerplaats wordt derhalve acceptabel geacht. Ten tijde van de aanvraag van de omgevingsvergunning voor de activiteit ‘bouwen’ zal concreet inzichtelijk moeten worden gemaakt waar de parkeerplaatsen worden gerealiseerd en wat de concrete parkeereis bedraagt. In het bestemmingsplan is gewaarborgd dat wordt voorzien in voldoende parkeerplaatsen. Conclusie Er wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid op basis van het Gemeentelijk Verkeer en Vervoer Plan 2016-2020.
2.5
Verkeer Teneinde de verkeersgeneratie te bepalen die gepaard gaat met de nieuwbouw, dienen de kengetallen uit de ASVV 2012 van het CROW te worden geraadpleegd. Hoogerheide is te typeren als ‘niet stedelijk’ en ligt in de zone ‘rest bebouwde kom’. Bij het te realiseren woningtype ‘huurhuis, sociale huur’ hoort een maximaal aantal voertuigbewegingen per etmaal (vpe) van 6,0 per woning. Bij het te vervallen woningtype ‘koop, vrijstaand’ hoort een vpe van 8,6. Netto zorgt het plan (toename min afname) derhalve voor een toename van (8 x 6,0 - 1 x 8,6) = 39,4 vpe. Het plangebied wordt ontsloten via de Onderstal, welke in verbinding staat met de Scheldeweg. De Scheldeweg betreft een doorgaande weg die de kern Hoogerheide ontsluit. Van deze weg kan worden aangenomen dat deze de beperkte toename eenvoudig kan verwerken. Het plan zorgt niet voor een significante toename van het aantal vpe, waardoor het aspect verkeer geen belemmering vormt voor onderhavig planvoornemen.
10
Gemeente Woensdrecht
3
BELEIDSKADER
3.1
Inleiding De beleidscontext voor het plangebied wordt gevormd door landelijke, provinciale, en gemeentelijke beleidsrapportages. In dit hoofdstuk is het relevante beleid samengevat.
3.2
Rijksbeleid
3.2.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR), 2012 Toetsingskader Op 13 maart 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) van kracht geworden. Deze structuurvisie vormt de uitwerking van de ambities van het Rijk, op basis van haar verantwoordelijkheden, in Rijksdoelen en daarmee samenhangende nationale belangen op het gebied van een samenhangend ruimtelijk en mobiliteitsbeleid. Het Rijk heeft tot doel Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te maken in een periode van economische conjunctuurschommelingen, klimaatverandering en toenemende regionale verschillen. Aanleiding voor het vaststellen van de visie is de constatering dat het voorheen geldende ruimtelijke Rijksbeleid onvoldoende bijdroeg aan het behalen van deze doelen, onder meer door het veroorzaken van bestuurlijke drukte, ingewikkelde regelgeving en een te sectorale blik op vraagstukken. Om dit te keren brengt het Rijk de ruimtelijke ordening zo dicht mogelijk bij diegene die het aangaat en laat het meer over aan gemeenten en provincies. Het Rijk onderscheidt thans nog dertien nationale belangen; uitsluitend op basis van deze belangen intervenieert het Rijk in de ruimtelijke ordening. Een groot deel van deze belangen leidt tot het reserveren van ruimte voor functies.
Dit betreft dan bijvoorbeeld het reserveren van ruimte voor waterberging, militaire activiteiten en de uitbreiding van het hoofdwegennet. Deze belangen zijn vastgelegd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro). Eén van de belangen die niet leidt tot een ruimtereservering is het belang van een 'zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten'. In het kader van dit belang heeft het Rijk besloten om, ten behoeve van het verminderen van de bestuurlijke drukte en het neerleggen van verantwoordelijkheden bij decentrale overheden, de verstedelijkingsstrategie te wijzigen. Dit houdt in dat het bundelingsbeleid, verdichtingsbeleid, locatiebeleid voor bedrijven en voorzieningen, beleid voor basiskwaliteit, stedelijke netwerken, nationale landschappen en rijksbufferzones is afgeschaft en dat daar slechts één beleidslijn voor terug komt: de 'ladder voor duurzame verstedelijking'. Deze 'ladder' heeft tot doel het principe van vraaggericht programmeren en het principe van zorgvuldig ruimtegebruik bindend voor te schrijven bij de afwegingen van gemeenten en provincies. Dit belang is als procesvereiste vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro).
Grondgedachte van de 'ladder' is dat een activiteit op meerdere locaties zou kunnen plaatsvinden en dat vervolgens de planologisch meest juiste locatie gekozen moet
Bestemmingsplan “Onderstal 2, Hoogerheide”
11
worden. Dat gaat uit van de activiteit. Hiermee wordt beoogd om de voorheen bestaande praktijk, waarbij in veel gevallen een bestemming wordt gezocht voor een bepaalde locatie (bv. herbestemmen van een voormalige vuilstortplaats), om te vormen. Beoordeling Voorliggend plangebied is niet gelegen in een gebied waarvoor van rijkswege een ruimtereservering geldt. Uitsluitend het nationale belang van een ‘zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten’, als vervat in de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’, is van toepassing op onderhavig plan. Aan dit belang wordt navolgend getoetst. Conclusie Het planvoornemen is passend binnen de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte van het Rijk.
3.2.2 Besluit en ministeriële regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Barro, Rarro), 2012 Toetsingskader Het Rijk heeft in de hiervoor genoemde SVIR vastgesteld dat voor een beperkt aantal onderwerpen de bevoegdheid om algemene regels te stellen zou moeten worden ingezet. De SVIR bepaalt welke kaderstellende uitspraken zodanig zijn geformuleerd dat deze bedoeld zijn om beperkingen te stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op provinciaal en gemeentelijk niveau. Ten aanzien daarvan is een borging door middel van normstelling, gebaseerd op de Wet ruimtelijke ordening, gewenst. Die uitspraken onderscheiden zich in die zin dat van de provincies en de gemeenten wordt gevraagd om de inhoud daarvan te laten doorwerken in de ruimtelijke besluitvorming. Zij zijn dus concreet normstellend bedoeld en worden geacht direct of indirect door te werken tot op het niveau van de lokale besluitvorming, zoals de vaststelling van bestemmings- en wijzigingsplannen. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken. Op 30 december 2011 is het Barro in werking getreden met daarin een regeling voor een beperkt aantal onderwerpen. Op 1 oktober 2012 is het besluit aangevuld met regels voor de andere beleidskaders uit de SVIR en tevens uit het Nationaal Waterplan en het Derde Structuurschema Elektriciteitsvoorziening.
Door de nationale belangen vooraf in bestemmingsplannen te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte. Een aantal onderwerpen is geregeld in de bij het Barro behorende Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro). Beoordeling Voorliggend plangebied is gelegen binnen het radarverstoringsgebied van radarstation Herwijnen en het radarstation op vliegbasis Woensdrecht. Rondom deze radarstations mogen geen bestemmingen opgenomen worden die het oprichten van bouwwerken mogelijk maken die door hun hoogte onaanvaardbare gevolgen kunnen hebben voor de werking van de radar. In het radarverstoringsgebied van Herwijnen is de maximale hoogte van windturbines gesteld op 90 meter ten opzichte van NAP.
12
Gemeente Woensdrecht
Ligging van het plangebied binnen het radarverstoringsgebied van radarstation Herwijnen en Woensdrecht. De gele ster toont de ligging van het plangebied. Bron: ruimtelijkeplannen.nl, 2019.
Onderhavig plangebied is daarnaast gelegen in het radarverstoringsgebied van vliegbasis Woensdrecht. Het plangebied is niet gelegen binnen het obstakelbeheersgebied rondom het luchtvaartterrein. In het radarverstoringsgebied van vliegbasis Woensdrecht geldt ter hoogte van Hoogerheide (gelegen op 2,7 kilometer van het radarstation) een maximale bouwhoogte van 63 meter voor alle bouwwerken. In het onderhavige plan wordt geen nieuwe bebouwing mogelijk gemaakt boven de ter plaatse geldende maximale hoogtemaat en er wordt ook geen planologisch kader geboden voor het oprichten van windturbines. Het initiatief heeft daarmee geen gevolgen voor het radarstation. Voor het overige zijn er ten aanzien van het onderhavige plangebied geen regels uit het Barro en de Rarro van toepassing, aangezien er bij onderhavige ontwikkeling geen nationale belangen of nationaal aangewezen gebieden zijn gemoeid. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat onderhavige ontwikkeling passend is binnen de regels, zoals gesteld in het Barro en de Rarro.
3.2.3 Ladder voor duurzame verstedelijking (art. 3.1.6 lid 2 Bro), 2017 Toetsingskader Op 1 oktober 2012 is art. 3.1.6, lid 2 toegevoegd aan het Besluit ruimtelijke ordening (Bro); dit artikel bevat de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’. Met de toevoeging van dit artikel in het Bro is beoogd vanuit een oogpunt van ruimtelijke ordening ongewenste leegstand te vermijden en zorgvuldig ruimtegebruik te stimuleren (ECLI:NL:RVS:2017:353, r.o. 18.5). Op 1 juli 2017 is een wijziging van art. 3.1.6, lid 2 Bro in werking getreden. Het Bro regelt thans dat ‘de verantwoording van een juridisch verbindend ruimtelijk besluit van een decentrale overheid dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving dient te bevatten van de behoefte aan die ontwikkeling. Tevens is geregeld dat indien het ruimtelijk besluit die ontwikkeling Bestemmingsplan “Onderstal 2, Hoogerheide”
13
mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, de verantwoording een motivering dient te bevatten waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien’. De definiëring van enkele van de in het artikel genoemde begrippen in art. 1.1.1 Bro laat onverlet dat de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ als een ‘open norm’ is te kwalificeren. Dit houdt in dat de norm inhoudelijk open is en onder verschillende omstandigheden nader ingevuld moet worden. Sinds de inwerkingtreding van het artikel heeft de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State (ABRvS) in haar jurisprudentie de norm veelvuldig ingevuld en daardoor verder begrensd. Op 28 juni 2017 heeft de ABRvS een zogenoemde ‘overzichtsuitspraak’ gedaan (ECLI:NL:RVS:2017:1724, r.o. 2 t/m 12.8), waarin de dan geldende en op basis van de voornoemde wijziging te behouden jurisprudentielijnen nader uit een worden gezet. Op basis van deze jurisprudentielijnen kan de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ concreet worden toegepast. Beoordeling Toepassing van de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ houdt een antwoord op de volgende rechtsvragen in. Indien een rechtsvraag positief kan worden beantwoord, dient de ‘ladder’ verder te worden doorlopen.
Indien een rechtsvraag negatief wordt beantwoord, dan is de ‘ladder’ niet (verder) van toepassing dan wel kan niet aan de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ worden voldaan. a. Voorziet het onderhavige besluit in een stedelijke ontwikkeling? b. Voorziet het onderhavige besluit in een nieuwe stedelijke ontwikkeling? c. Is er sprake van een behoefte aan de voorziene ontwikkeling? d. Is de voorziene ontwikkeling gelegen buiten bestaand stedelijk gebied? e. Is het mogelijk om de voorziene ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied te realiseren? a.
Voorziet het onderhavige besluit in een stedelijke ontwikkeling? Uit de ‘overzichtsuitspraak’ van de ABRvS blijkt dat wanneer een ruimtelijk besluit voorziet in méér dan 11 woningen die gelet op hun onderlinge afstand als één woningbouwlocatie zijn aan te merken, deze ontwikkeling in beginsel als een stedelijke ontwikkeling dient te worden aangemerkt. Ten aanzien van andere vormen van gebruik van gronden dan ten behoeve van het wonen geldt dat indien het ruimtelijk besluit voorziet in een terrein met een ruimtebeslag van meer dan 500 m² of in een gebouw met een bruto-vloeroppervlakte groter dan 500 m², deze ontwikkeling in beginsel als een stedelijke ontwikkeling dient te worden aangemerkt. Het onderhavige bestemmingsplan maakt ter plaatse van het plangebied de ontwikkeling van per saldo 7 woningen mogelijk. De ontwikkeling is reeds gelet op de kleinschalige omvang niet als ‘stedelijke ontwikkeling’ te classificeren. De ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ behoeft niet te worden doorlopen.
Conclusie De ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ is niet van toepassing op de onderhavige ontwikkeling.
14
Gemeente Woensdrecht
3.3
Provinciaal beleid
3.3.1 Omgevingsvisie ‘De kwaliteit van Brabant, Visie op de leefomgeving’, 2018 Toetsingskader De Omgevingsvisie Noord-Brabant 'De Kwaliteit van Brabant, Visie op de Brabantse leefomgeving', is vastgesteld door Provinciale Staten op 14 december 2018. Aan de hand van de Omgevingsvisie geven Provinciale Staten aan wat de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren zijn. De Omgevingsvisie geldt als opvolger van de strategische elementen van eerdere provinciale plannen, zoals de structuurvisie, het verkeers- en vervoersplan, het milieu- en waterplan en de natuurvisie. Voor wat betreft sectorale beleidsdoelen blijven de huidige plannen, waaronder de SVRO, vooralsnog gelden. In de aankomende Omgevingswet staan de waarden veiligheid, gezondheid en duurzame omgevingskwaliteit centraal. De Brabantse Omgevingsvisie voegt daar ambities aan toe voor vier hoofdopgaven: de energietransitie, een klimaatproof Brabant, Brabant als slimme netwerkstad en een concurrerende, duurzame economie. Voor elk van deze opgaven geeft de Omgevingsvisie aan wat de ambities op lange termijn zijn, te weten wat is er nodig om Brabant in 2050 een gezonde, veilige en prettige leefomgeving te laten zijn. Ook is een concreet tussendoel geformuleerd voor het jaar 2030, om zo te kijken wat in dat jaar minimaal bereikt moet zijn om het lange termijndoel te kunnen halen.
De Omgevingsvisie geeft ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan. Het bereiken van een gezonde leefomgeving is essentieel. Om die doelstelling kracht bij te zetten wordt de Brabantse Omgevingsscan vanaf de vaststelling van de Omgevingsvisie geïmplementeerd in de nieuwe werkwijze onder de Omgevingswet. Deze omgevingsscan is een instrument om invulling te geven aan de positie van gezondheid in de nieuwe bestuurspraktijk onder de Omgevingswet. Beoordeling Met de omgevingsvisie kiest de provincie er voor om haar rol te veranderen. Waar zij eerst concreet richting en sturing gaf aan de hand van min of meer concrete regels en uitgangspunten, gaat het nu meer om het beoordelen van initiatieven in ruimer verband en gericht op het behalen van doelen voor de leefomgeving waarbij een belangrijke rol voor de gemeente is weggelegd. Het voorliggend initiatief betreft de realisatie van 8 sociale huurwoningen op een bestaand bouwperceel. Hiermee wordt verdere leegstand en verloedering van de bestaande woning voorkomen waardoor bestaande kwaliteiten behouden blijven. Het planvoornemen past daarmee binnen de omgevingsvisie. Conclusie De beoogde ontwikkeling past binnen de Omgevingsvisie van de provincie NoordBrabant.
Bestemmingsplan “Onderstal 2, Hoogerheide”
15
3.3.2 Structuurvisie Ruimtelijke Ordening (SVRO) - partiële herziening 2014 Toetsingskader De Structuurvisie Ruimtelijke Ordening 2010 – partiële herziening 2014 (SVRO 2014) betreft een herziening van de op 1 oktober 2010 vastgestelde Structuurvisie Ruimtelijke Ordening 2010. De partiële herziening is door Provinciale Staten van Noord-Brabant op 7 februari 2014 vastgesteld en is in werking getreden op 19 maart 2014. Deze structuurvisie geeft de hoofdlijnen van het provinciaal ruimtelijk beleid tot 2025 weer (met een doorkijk naar 2040). De visie is bindend voor het ruimtelijk handelen van de provincie. Het is de basis voor de wijze waarop de provincie de instrumenten inzet die de Wet ruimtelijke ordening biedt. De genoemde visie in de partiële herziening is doorvertaald in de regels van de Verordening ruimte Noord-Brabant. Daarnaast ondersteunt de structuurvisie het beleid op andere provinciale beleidsterreinen, zoals het economisch-, mobiliteits-, sociaal-, cultureel-, milieu- en natuurbeleid. Het doel dat centraal staat in de SVRO is een goede woon-, werk- en leefomgeving voor inwoners en bedrijven in Noord-Brabant. Beoordeling Op de structurenkaart van de SVRO 2014 is het plangebied gelegen binnen de structuur 'Stedelijke structuur' met als perspectief ‘Kernen in het landelijk gebied'.
Uitsnede Structurenkaart uit Structuurvisie Ruimtelijke Ordening met het plangebied aangeduid met een gele ster. Bron: ruimtelijkeplannen.nl, 2019.
De provincie onderscheidt binnen de stedelijke structuur de kernen in het landelijk gebied. De kernen in het landelijk gebied voorzien in beginsel in de opvang van de lokale verstedelijkingsbehoefte. De kernen in Noord-Brabant hebben elk hun eigen karakter en relatie met het Brabantse landschap. Grote kernen hebben hun dorpse karakter grotendeels verloren en hebben een suburbaan karakter ontwikkeld. De kleinere kernen maken meer deel uit van het omliggende landschap en hebben nog een natuurlijke overgang richting het landschap. Dit verschil in ontwikkeling heeft geleid tot
16
Gemeente Woensdrecht
de meer suburbane kernen, de dorpen en de plattelandskernen. De provincie vindt het belangrijk dat stedelijke ontwikkelingen passen qua maat en schaal bij de kern. De ontwerpopgave hangt daarnaast samen met de historische gegroeide identiteit van de kern en omliggend landschap en met de fase van verstedelijking van de kern (suburbaan, dorps of plattelandskern). Met voorliggend planvoornemen worden per saldo 7 extra woningen planologisch mogelijk gemaakt binnen de stedelijke structuur van Hoogerheide. De woningen worden opgericht binnen een bestaand bouwperceel. Het plan draagt, gezien de ligging van het plangebied, bij aan de concentratie van verstedelijking binnen de bestaande stedelijke structuur. Hierbij wordt voldaan aan het beleid van de provincie dat gericht is op inbreiden en herstructureren. Conclusie De gewenste ontwikkeling is passend binnen de provinciale Structuurvisie.
3.3.3 Verordening ruimte Noord-Brabant Toetsingskader In de SVRO zijn de hoofdlijnen van het provinciale beleid voor de komende periode aangegeven. Daarin is voor de doelen en ambities die bereikt moeten worden per onderwerp aangegeven welke instrumenten de provincie wil inzetten. In de Omgevingsvisie zijn de strategische doelen van het provinciale beleid voor de langere termijn aangegeven. Het beleid en de daartoe te treffen maatregelen zullen uiteindelijk worden uitgewerkt in programma’s en waarden zullen worden beschermd via een op te stellen omgevingsverordening. Tot het moment dat een provinciale omgevingsverordening in werking treedt, geldt echter nog de Verordening ruimte Noord-Brabant. Op 8 juli 2017 heeft Provinciale Staten de gewijzigde versie van de Verordening ruimte Noord-Brabant vastgesteld. Op 1 juli 2017 heeft Gedeputeerde Staten een aanvullende wijziging vastgesteld. Per 1 januari 2019 is een geconsolideerde versie van de verordening beschikbaar met daarin alle actuele regels verwerkt. Deze versie vormt het toetsingskader. De Verordening ruimte Noord-Brabant bevat zowel algemene regels (o.a. over de bevordering van de ruimtelijke kwaliteit) als gebiedsgerichte regels.
Bij de gebiedsgerichte regels is vervolgens een onderscheid gemaakt naar ‘structuren’ (basisregels) en ‘aanduidingen’ (aanvullende of afwijkende regels ten opzichte van de basisregels of andere aanduidingen). De ontwikkelingsmogelijkheden voor locaties worden met name bepaald door de ligging van de locatie binnen de eerder genoemde structuren en aanduidingen. Beoordeling Voorliggend plangebied is binnen de Verordening ruimte Noord-Brabant gelegen binnen de structuur ‘Bestaand stedelijke gebied, kern in het landelijk gebied’. Ten aanzien van onderhavig initiatief zijn er meerdere sporen die gevolgd moeten worden in het kader van toetsing aan de Vr Noord-Brabant. Ten eerste moet worden voldaan Bestemmingsplan “Onderstal 2, Hoogerheide”
17
aan de regels voor ontwikkeling binnen de structuur ‘Bestaand stedelijk gebied’, zoals opgenomen in artikel 4 van de Vr Noord-Brabant. Daarnaast moet worden voldaan aan de algemene regels voor de bevordering van de ruimtelijke kwaliteit uit artikel 3. De toetsing wordt hierna uitgevoerd.
Uitsnede kaartbeeld ‘Stedelijke ontwikkeling’ van de Verordening ruimte van de provincie NoordBrabant. Het plangebied is aangeduid met een blauwe contour. Bron: ruimtelijkeplannen.nl, 2019.
Hoofdstuk 3: Structuren Artikel 4: Bestaand stedelijk gebied – Artikel 4.3: Nieuwbouw van woningen Toetsingskader Een bestemmingsplan dat voorziet in een stedelijke ontwikkeling is uitsluitend gelegen in bestaand stedelijk gebied. De toelichting bij een bestemmingsplan gelegen in bestaand stedelijk gebied dat voorziet in nieuwbouw van woningen bevat een verantwoording over de wijze waarop de afspraken die daarover zijn gemaakt in het regionaal ruimtelijk overleg worden nagekomen en hoe de beoogde nieuwbouw zich verhoudt tot deze afspraken en tot de beschikbare harde plancapaciteit voor woningbouw. Beoordeling Onderhavig plangebied is gelegen in bestaand stedelijk gebied en voorziet in de realisatie van (per saldo) 7 extra woningen. In het ‘Perspectief op wonen en woningbouw West-Brabant West 2019’ stemt de gemeente Woensdrecht het woningbouwprogramma in regionaal verband af met andere gemeenten in de regio West-Brabant. De gemeente Woensdrecht heeft een benodigde capaciteit van 380 530 woningen. De totale capaciteit in plannen bedraagt 450, waarvan een harde capaciteit van 70 woningen. Onderhavig plan behelst de realisatie van 8 nieuwe woningen (planologische toevoeging van 7 woningen) en past gezien de harde plancapaciteit binnen de kwantitatieve behoefte.
Conclusie Onderhavig initiatief voldoet aan de voorwaarden van artikel 4.3 en is dus in zoverre in lijn met de Verordening ruimte van de provincie.
18
Gemeente Woensdrecht
Hoofdstuk 2: Algemene regels Artikel 3.1: Zorgplicht voor ruimtelijke kwaliteit Toetsingskader In de algemene regels voor de bevordering van ruimtelijke kwaliteit (artikel 3.1). is opgenomen dat de toelichting bij een bestemmingsplan dat voorziet in een ruimtelijke ontwikkeling een verantwoording bevat dat: 1. het plan bijdraagt aan de zorg voor het behoud en de bevordering van de ruimtelijke kwaliteit van het daarbij betrokken gebied en de naaste omgeving, waaronder in ieder geval een goede landschappelijke inpasbaarheid; 2. toepassing is gegeven aan het principe van zorgvuldig ruimtegebruik. Ad 1. Ten behoeve van het behoud en de bevordering van de ruimtelijke kwaliteit dient het bestemmingsplan een verantwoording te bevatten waaruit blijkt dat: a. in het bestemmingsplan rekening is gehouden met de gevolgen van de beoogde ruimtelijke ontwikkeling voor de in het plan begrepen gronden en de naaste omgeving, in het bijzonder wat betreft de bodemkwaliteit, de waterhuishouding, de in de grond aanwezige of te verwachten monumenten, de cultuurhistorische waarden, de ecologische waarden, de aardkundige waarden en de landschappelijke waarden; b.
de omvang van de beoogde ruimtelijke ontwikkeling, de omvang van de bebouwing en de beoogde functie, past in de omgeving gelet op de bestaande en toekomstige functies in de omgeving en de effecten die de ontwikkeling op die functies heeft, waaronder de effecten vanwege milieuaspecten en volksgezondheid; c. een op de beoogde ruimtelijke ontwikkeling afgestemde afwikkeling van het personen- en goederenvervoer is verzekerd, waaronder een goede aansluiting op de aanwezige infrastructuur van weg, water of spoor, inclusief openbaar vervoer, een en ander onder onverminderd hetgeen in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer en elders in deze verordening is bepaald. Ad 2. Het principe zorgvuldig ruimtegebruik houdt in dat: a. een ruimtelijke ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied gebruik maakt van een bestaand bouwperceel, tenzij in de verordening uitdrukkelijk anders is bepaald; b. uitbreiding van het op grond van het geldende bestemmingsplan toegestane ruimtebeslag slechts is toegestaan mits de financiële, juridische of feitelijke mogelijkheden ontbreken om de beoogde ruimtelijke ontwikkeling binnen dat toegestane ruimtebeslag te doen plaatsvinden; c. ingeval van stedelijke ontwikkeling toepassing is gegeven aan artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening (ladder voor duurzame verstedelijking); d.
een bestemmingsplan buiten bestaand stedelijk gebied bepaalt dat gebouwen, bijbehorende bouwwerken en andere permanente voorzieningen binnen het bouwperceel worden opgericht en daarbinnen worden geconcentreerd. Beoordeling Voorwaarden ad 1: a. De toelichting dient een verantwoording te bevatten waaruit blijkt hoe rekening is gehouden met de gevolgen van de beoogde ruimtelijke ontwikkeling voor de in het
Bestemmingsplan “Onderstal 2, Hoogerheide”
19
plan begrepen gronden en de naaste omgeving. In hoofdstuk 4 van onderhavige toelichting wordt beargumenteerd waarom er geen belemmeringen zijn ten aanzien van deze aspecten; b. De toelichting dient een verantwoording te bevatten waaruit blijkt hoe de omvang van de beoogde ruimtelijke ontwikkeling, de omvang van de bebouwing en de beoogde functie, past in de omgeving gelet op de bestaande en toekomstige functies in de omgeving en de effecten die de ontwikkeling op die functies heeft. Het onderhavige initiatief behelst de toevoeging van woningen in de kern Hoogerheide. Aldus wordt ter plaatse extra woonfunctie toegevoegd. Binnen het plangebied en in de directe omgeving van het plangebied is reeds een woonfunctie aanwezig. De beoogde woonfunctie past om die reden in de omgeving. Qua bouwmassa en situering wordt aansluiting gezocht bij de omgeving. Om die reden past de omvang van de bebouwing in de omgeving. De omvang van de beoogde ruimtelijke ontwikkeling is beperkt en tast de ruimtelijke structuur en uitstraling van Hoogerheide niet aan. Het is niet waarschijnlijk dat de realisatie van een woonfunctie binnen een gebied met hoofdzakelijk woonfuncties nadelige effecten met zich mee brengt voor de volksgezondheid. De effecten van het planvoornemen ten aanzien van het milieu worden besproken in hoofdstuk 4; c.
De toelichting dient een verantwoording te bevatten waaruit blijkt hoe een op de beoogde ruimtelijke ontwikkeling afgestemde afwikkeling van het personen- en goederenvervoer is verzekerd. Ontsluiting van het plangebied zal plaatsvinden via de reeds bestaande ontsluitingswegen. Ten aanzien van parkeren is in paragraaf 2.4 de parkeerbalans beschreven. Voorwaarden ad 2: a. Een ruimtelijke ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied dient gebruik te maken van een bestaand bouwperceel. Onderhavig initiatief is gelegen binnen bestaand stedelijk gebied; b. Enkel onder voorwaarden is uitbreiding van het op grond van het geldende bestemmingsplan toegestane ruimtebeslag toegestaan. In casu wordt het op grond van het geldende bestemmingsplan toegestane ruimtebeslag met onderhavige ontwikkeling niet uitgebreid; c. In geval van een stedelijke ontwikkeling dient toepassing te zijn gegeven aan de ladder voor duurzame verstedelijking. Aan de ladder voor duurzame verstedelijking is in paragraaf 3.2.3 getoetst. Er is geen sprake van een stedelijke ontwikkeling; d. Een bestemmingsplan buiten bestaand stedelijk gebied bepaalt dat gebouwen, bijbehorende bouwwerken en andere permanente voorzieningen binnen het bouwperceel worden opgericht en daarbinnen worden geconcentreerd. Onderhavige ruimtelijke ontwikkeling is gelegen binnen bestaand stedelijk gebied.
Conclusie Het onderhavige planvoornemen voldoet aan de zorgplicht voor ruimtelijke kwaliteit.
20
Gemeente Woensdrecht
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1 StructuurvisiePlus Woensdrecht - actualisatie 2009 Toetsingskader In de StructuurvisiePlus wordt de visie gepresenteerd op de ruimtelijke ontwikkelingen in de gemeente Woensdrecht tussen 2000 en 2015. Aanleiding voor het opstellen van deze StructuurvisiePlus was onder meer dat er na samenvoeging van de vier gemeenten, waaruit de huidige gemeente Woensdrecht is ontstaan, behoefte was aan een totaalvisie. De StructuurvisiePlus is een strategisch document waarin wordt gestreefd naar versterking van de sociaaleconomische vitaliteit en de ruimtelijke kwaliteit van de gemeente. Het biedt inzicht in de manier waarop de kwaliteit en duurzaamheid van het gemeentelijk grondgebied in ruimtelijk en sociaaleconomisch opzicht kan worden verhoogd. Beoordeling De kern Hoogerheide is in de StructuurvisiePlus aangeduid als ‘Beheer en intensivering’. Hoogerheide betreft stedelijk gebied waar het beleid nu en in de toekomst gericht is op het beheer van de bestaande kwaliteiten. Intensivering van het ruimtegebruik en aanpassing van het stedelijk gebied staan centraal, mits de bestaande ruimtelijke kwaliteiten dit toelaten. Het onderhavige initiatief past binnen deze uitgangspunten, omdat het voorziet in de herstructurering van reeds bebouwd terrein binnen stedelijk gebied. Door de voorgenomen herstructurering wordt de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse versterkt.
De bestaande ruimtelijke kwaliteiten gaan niet verloren, zoals ook zal blijken uit hoofdstuk 4 van deze toelichting. Conclusie Het onderhavige initiatief is passend binnen de structuurvisie van de gemeente Woensdrecht.
3.4.2 Woonvisie 2015 Toetsingskader Op 9 juli 2015 is de Woonvisie 2015 van de gemeente Woensdrecht door de raad vastgesteld. In deze woonvisie worden ontwikkelingen en trends op het gebied van wonen in beeld gebracht en worden de opgaven voor de toekomst benoemd. De woonvisie helpt de gemeente om regie te voeren over de woningbouwontwikkeling en de ontwikkelingen in de bestaande woningvoorraad. Indien er sprake is van gemeenteoverstijgende onderwerpen dan worden deze gezamenlijk met de gemeenten van de subregio opgepakt. Beoordeling In de woonvisie wordt ingegaan op de behoefte naar woningen binnen de gemeente Woensdrecht. In deze visie wordt als opgave gesteld dat er voldoende sociale huurwoningen dienen te zijn voor de sociale doelgroep en dat de betaalbaarheid van de woningen dient te zijn afgestemd op de mogelijkheden van de doelgroepen. In de gemeente Woensdrecht staan ca. 9.300 woningen. Ongeveer 75% van deze woningen zijn koopwoningen. Slechts een kwart betreft huurwoningen. Daarmee ligt het aandeel huurwoningen in de gemeente Woensdrecht een stuk lager dan het Nederlands
Bestemmingsplan “Onderstal 2, Hoogerheide”
21
gemiddelde. Zowel het aandeel sociale huurwoningen als particuliere huurwoningen ligt daarbij lager. De sociale doelgroep zal de komende 10 jaar toenemen met 250 tot 450 huishoudens. Het onderhavige planvoornemen voorziet in de realisatie van 8 sociale huurwoningen en worden ontwikkeld door Woonstichting Woensdrecht. Met het planvoornemen wordt tegemoet gekomen aan de groeiende behoefte aan sociale huurwoningen zoals deze is geschetst in de woonvisie. Daarbij wordt ook ingespeeld op de veranderende vraag naar kleinere woningtypen door het toevoegen van (sociale huurwoningen) voor een- en tweepersoonshuishoudens. Daarmee is het initiatief passend binnen de woonvisie. Conclusie Het onderhavige initiatief past binnen de kaders van de gemeentelijke woonvisie.
3.4.3 Woningbouwplanning 2019 Toetsingskader Het woningbouwprogramma van de gemeente Woensdrecht wordt ieder jaar opnieuw beoordeeld en indien nodig aangepast en opnieuw vastgesteld door de gemeenteraad. De beoordeling en aanpassing vindt plaats op basis van het Regionaal Ruimtelijk Overleg. De actuele woningbouwplanning is opgesteld voor de periode 2019 en voorziet voor de periode 2017 – 2027 in een behoefte van maximaal 610 woningen in de gemeente. Beoordeling Het onderhavige initiatief betreft de netto toevoeging van 7 woonfuncties en past derhalve binnen de kwantitatieve woningbehoefte. Onderhavige ontwikkeling is daarbij opgenomen als ‘zachte plancapaciteit’. Conclusie De woningen die door middel van het planvoornemen mogelijk worden gemaakt zijn passend binnen de gemeentelijke woningbouwprogrammering.
22
Gemeente Woensdrecht
4
PLANOLOGISCH RELEVANTE (MILIEU)ASPECTEN
4.1
Inleiding Toetsing juncto art. 3.1.6 Bro Met betrekking tot een (ontwerp-)bestemmingsplan staat in artikel 3.2 van de Algemene wet bestuursrecht vermeld: 'bij de voorbereiding van een besluit vergaart het bestuursorgaan de nodige kennis omtrent de relevante feiten en de af te wegen belangen'. Artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening bepaalt dat rekening moet worden gehouden met de uitkomsten van het met toepassing van artikel 3.2 van de Algemene wet bestuursrecht verrichte onderzoek. Daarnaast moet ook worden getoetst aan het Besluit m.e.r. Ten behoeve van het onderhavige plan heeft onderzoek plaatsgevonden naar een aantal uitvoeringsaspecten. Hieronder wordt verslag gedaan van de uitkomsten van het gepleegde onderzoek. De onderzoeksrapporten zijn als bijlagen gevoegd bij dit bestemmingsplan. Achtereenvolgens worden behandeld: ▪ bodem; ▪ waterhuishouding; ▪ cultuurhistorie; ▪ archeologie; ▪ ecologie; ▪ akoestiek; ▪ bedrijven en milieuzonering; ▪ externe veiligheid; ▪ kabels en leidingen; ▪ luchtkwaliteit; ▪ milieueffectrapportage en vormvrije m.e.r.-beoordeling.
4.2
Bodem Toetsingskader Op basis van art. 3.1.6, lid 1 onder f Bro geldt dat in een toelichting op een ruimtelijk besluit de inzichten over de uitvoerbaarheid van dat besluit worden neergelegd. Ten aanzien van het aspect bodemkwaliteit staat, op basis van vaste jurisprudentie van de Afdeling Bestuursrechtspraak Raad van State (ABRvS), voorop dat de vaststelling van de aanwezigheid van verontreinigingen in de bodem, de noodzaak van sanering van verontreinigde locaties en de wijze waarop deze saneringen moeten worden uitgevoerd, zijn geregeld in afzonderlijke wetgeving met eigen procedures. Dat doet er niet aan af dat het bevoegd gezag het ruimtelijk besluit pas kan nemen indien, voor zover redelijkerwijs valt in te zien, een eventuele bodemverontreiniging niet aan de uitvoerbaarheid in de weg staat (22 december 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BO8297, r.o. 2.18.4; 27 juni 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BW9569, r.o. 2.10.3). Daarbij geldt als uitgangspunt dat de bodem in principe geschikt dient te zijn voor de beoogde functie. De bodemkwaliteit mag geen onaanvaardbaar risico vormen voor de gebruikers van de bodem.
Bestemmingsplan “Onderstal 2, Hoogerheide”
23
Beoordeling Door Agel is in september 2017 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Rapportage daarvan is als bijlage 1 gevoegd bij deze toelichting. Uit de rapportage blijkt dat de bovengrond plaatselijk ten gevolge van bijmengingen met sporen baksteen plaatselijk sterk tot matig verontreinigd is met zink. Een bron van deze verontreiniging is niet met zekerheid vast te stellen. Verder is in het bovengrondmengmonster (MM1) een lichte verhoging ten opzichte van de achtergrondwaarde aangetoond met cadmium, kwik, lood, PAK, PCB’s, som DDT en som OCB’s. In de ondergrond zijn geen overschrijdingen van de achtergrondwaarden gemeten van de onderzochte parameters. In het grondwater zijn eveneens geen overschrijdingen van de onderzochte parameters aangetoond. Op basis van de resultaten uit het verkennend bodemonderzoek is door Agel in november 2017 een nader bodemonderzoek en verkennend asbestonderzoek uitgevoerd. Rapportage daarvan is als bijlage 2 gevoegd bij deze toelichting. Uit de rapportage blijkt dat in de boringen rondom de in het verkennend bodemonderzoek aangetoonde sterke verontreiniging hooguit een matige zinkverontreiniging is aangetoond. De verontreiniging is niet volledig tot aan het niveau van de achtergrondwaarde afgeperkt, maar gezien de resultaten wordt de omvang van de sterke verontreiniging met zink geschat op 5 m3.
Er is geen sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging en er is derhalve ook geen saneringsplicht. Wel wordt geadviseerd bij eventueel toekomstige herontwikkeling (bv. woningbouw) de zinkspot te verwijderen. Voor de sanering van de sterke verontreiniging dient conform de reactie van de Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant een plan van aanpak te worden opgesteld. Hierin moet onder andere worden aangegeven hoe en door wie de grondsanering wordt uitgevoerd en waar de verontreinigde grond naar wordt afgevoerd. Dit plan van aanpak dient aan de gemeente te worden voorgelegd. Na goedkeuring van de gemeente kan tot grondsanering worden overgegaan. Na afloop van de sanering dient een kort evaluatieverslag te worden opgesteld. In het evaluatieverslag moet worden opgenomen hoe de sanering is uitgevoerd, waar de sterk verontreinigde grond naar is afgevoerd en waaruit blijkt dat alle sterk verontreinigde grond is verwijderd. Tot slot wordt geconcludeerd dat er geen noodzaak is tot het uitvoeren van een nader onderzoek naar asbest in de bodem. Op de locatie staan momenteel nog gebouwen. Nadat deze bebouwing is gesloopt moet worden aangetoond dat er geen vermenging van sloopmateriaal heeft plaatsgevonden met de ondergrond. Dit kan worden vastgelegd in de voorwaarden van de omgevingsvergunning voor het bouwen.
Indien grond wordt afgegraven (bijvoorbeeld bij het bouwrijp maken en/of bouwwerkzaamheden) en van de locatie wordt afgevoerd, dient er rekening mee te worden gehouden dat deze grond elders niet zonder meer toepasbaar is. Met betrekking tot het elders hergebruiken van grond zijn de regels van het Besluit bodemkwaliteit van toepassing, die doorgaans een grotere onderzoeksinspanning vereisen. Indicatief getoetst aan het Besluit bodemkwaliteit voldoet de bovengrond op de onderzoekslocatie aan de kwaliteitsklasse industrie. De ondergrond op de
24
Gemeente Woensdrecht
onderzoekslocatie voldoet aan de kwaliteitsklasse achtergrondwaarde. Alleen de sterk verontreinigde grond met zink is niet toepasbaar Conclusie De bodem is geschikt voor de beoogde functie. De bodemkwaliteit vormt geen onaanvaardbaar risico voor de gebruikers. Ten tijde van de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen dienen de aanvullende stukken, zoals het plan van aanpak voor de sanering van de zinkput, aangeleverd te worden.
4.3
Waterhuishouding Toetsingskader In ruimtelijke plannen dient aandacht besteed te worden aan waterhuishoudkundige aspecten. Daarbij staan naast een duurzaam waterbeheer de integrale afweging en het creëren van maatwerk voorop. Water moet altijd bekeken worden in het licht van het watersysteem of stroomgebied waarin een stad of een dorp ligt. Een goede afstemming van waterbeleid en ruimtelijke ordening, ook in het direct aangrenzende gebied, is daarom noodzakelijk. De integratie van water in ruimtelijke plannen vindt plaats via de zogenaamde watertoets. Concreet betekent de watertoets, dat een plan een zogenaamde waterparagraaf dient te bevatten, die keuzes ten aanzien van de waterhuishoudkundige aspecten gemotiveerd beschrijft. Daarin dient een wateradvies van de waterbeheerder te worden meegenomen. De watertoets is wettelijk verankerd in artikel 3.1.6 lid 1, sub b Bro. Beleid provincie Noord-Brabant Op regionaal niveau is de provincie verantwoordelijk voor het beleidsveld water. Vigerend is het Provinciaal Milieu- en Waterplan 2016-2021 van 18 december 2015. Het PMWP is de structuurvisie voor het aspect water op grond van de Wet ruimtelijke ordening. Het plan bevat de verplichte onderdelen vanuit de Europese Kaderrichtlijn Water.
Behalve dat het PMWP de uitgangspunten aangeeft voor het waterbeleid van waterschappen en gemeenten, toetst de provincie aan de hand van dit plan ook of de plannen van de waterschappen passen in het provinciale beleid. Als algemene uitgangspunten zijn onder andere te noemen de scheiding van relatief schone en vuile waterstromen en het benutten van mogelijkheden voor infiltratie en/of conservering van hemelwater. Beleid waterschap Brabantse Delta Het waterschap Brabantse Delta is verantwoordelijk voor het waterbeheer in de gemeente. Het gaat dan om het waterkwantiteits en –kwaliteitsbeheer, de waterkeringzorg, waterzuivering, het grondwaterbeheer, het waterbodembeheer en vaak ook het scheepvaartbeheer. Het waterschap heeft de grondslag van haar beleid opgenomen in het waterbeheerplan 2016-2021 ‘Grenzeloos verbindend’, wat is afgestemd op Europees, nationaal en provinciaal beleid. Speerpunten uit het waterbeheerplan zijn klimaatadaptatie, innovaties, ruimtelijke ontwikkelingen, toekomstig medegebruik en het tegengaan van verdroging. Deze ontwikkelingen geven aanleiding tot nieuwe accenten: ▪ het nationale Deltaprogramma voor waterveiligheid en de versterking van de dijken langs de rijkswateren en de regionale rivieren; Bestemmingsplan “Onderstal 2, Hoogerheide”
25
▪ ▪ ▪ ▪
▪ ▪
het optimaliseren van de zoetwatervoorziening met het oog op de toenemende droogte; inzet op bewustwording van watergebruikers zodat hun inzicht groeit over wat ze zelf aan waterbeheer kunnen bijdragen; helderheid over zowel beperkingen als mogelijkheden voor de gebruiksfuncties van het watersysteem; het verbeteren van de waterkwaliteit in een meer integrale, gebiedsgerichte uitvoeringsstrategie (combineren van verbeteren van de waterstanden, onderhouden van sloten en treffen van inrichtingsmaatregelen); afvalstoffen steeds meer inzetten als waardevolle grondstoffen zoals terugwinning van fosfaat en productie van bioplastic uit afvalwater; een duurzame energiewinning.
Daarnaast heeft het waterschap waar nodig nog toegespitst beleid en beleidsregels op de verschillende thema’s/speerpunten uit het waterbeheersplan en heeft het waterschap een eigen verordening; De Keur en de legger. De Keur waterschap Brabantse Delta 2015 bevat gebods- en verbodsbepalingen met betrekking tot ingrepen die consequenties hebben voor de waterhuishouding en het waterbeheer. De legger geeft aan waar de waterstaatswerken liggen, aan welke afmetingen en eisen die moeten voldoen en wie onderhoudsplichtig is. Veelal is voor deze ingrepen een watervergunning van het waterschap benodigd. De Keur is onder andere te raadplegen via de site van waterschap Brabantse Delta. De waterschappen Aa en Maas, Brabantse Delta en De Dommel hebben in de NoordBrabantse Waterschapsbond (NBWB) besloten om de keuren te uniformeren en tegelijkertijd te dereguleren. Hierbij is aangehaakt bij het landelijke uniformeringsproces van de Unie van Waterschappen. Er is conform het nieuwe landelijke model een sterk gedereguleerde keur opgesteld, met bijbehorende algemene regels en beleidsregels. Deze zijn voor de drie waterschappen gelijkluidend. De nieuwe uniforme keuren zijn gezamenlijk in werking getreden op 1 maart 2015.
In de nieuwe keur is opgenomen dat het is in beginsel verboden is om zonder vergunning neerslag door toename van verhard oppervlak of door afkoppelen van bestaand oppervlak, tot afvoer naar een oppervlaktewaterlichaam te laten komen. Dit verbod is van toepassing tenzij: a. het afkoppelen van verhard oppervlak maximaal 10.000 m² is, of; b. de toename van verhard oppervlak maximaal 2.000 m² is, of; c. de toename van verhard oppervlak bestaat uit een groen dak. d. de toename van verhard oppervlak tussen 2.000 m² en 10.000 m² is en compenserende maatregelen zijn getroffen om versnelde afvoer van hemelwater tegen te gaan, in de vorm van een voorziening met een minimale retentiecapaciteit conform de rekenregel: Benodigde retentiecapaciteit (in m³) = toename verhard oppervlak (in m²) x Gevoeligheidsfactor x 0,06 Daarbij dient de voorziening te voldoen aan de volgende voorschriften: a. de bodem van de voorziening dient boven de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) te liggen;
26
Gemeente Woensdrecht
b. de afvoer uit de voorziening via een functionele bodempassage naar het grondwater en/of via een functionele afvoerconstructie naar het oppervlaktewater plaatsvindt. Indien een afvoerconstructie wordt toegepast, dient deze een diameter van 4 cm te hebben; c. daarnaast moet er altijd een overloopconstructie zijn, om uitspoeling naar de sloot te voorkomen. Bij ontwikkelingen waarbij de toename van het verhard oppervlak 2.000 m² of groter is wordt er door het waterschap retentie geëist. Uitbreidingen van verhard oppervlak tussen de 2000 m² en 10.000 m² dienen te voldoen aan de Algemene Regels waterschap Brabantse Delta. Voor uitbreidingen groter dan 10.000 m² geldt sowieso een vergunningplicht. Voor het afkoppelen van verhard oppervlak < 10.000 m² wordt er vanuit het waterschap geen retentie geëist.
Uitsnede keurkaart Brabantse Delta met het plangebied globaal geduid met een gele ster. Bron: brabantsedelta.nl, 2019.
Beoordeling De Keur kent diverse verbodsbepalingen voor handelingen in het watersysteem. Deze handelingen mogen enkel worden verricht indien een waterwetvergunning is verleend, of indien wordt voldaan aan algemene regels. Uit de kaarten behorende bij de Keur waterschap Brabantse Delta 2015 volgt dat de locatie gelegen is binnen het invloedsgebied Natura 2000. Het invloedsgebied Natura 2000 betreft een zeer ruim gebied en omvat grote delen van West-Brabant. Dit zijn de gebieden rond Natura 2000gebieden waar significante effecten van de verruiming van agrarische grondwateronttrekking niet kan worden uitgesloten. Voorliggend initiatief betreft geen grondwateronttrekking. Derhalve is de ligging binnen dit invloedsgebied niet relevant voor het initiatief. Het plangebied beslaat een oppervlakte van circa 1.350 m2 en is reeds gedeeltelijk verhard vanwege het thans aanwezige hoofdgebouw. In de toekomstige situatie zal er sprake zijn van een lichte verhardingstoename, echter niet zodanig dat deze meer dan 2.000 m2 bedraagt. Op basis van het beleid van het waterschap is daarmee geen sprake is van een retentievereiste.
Bestemmingsplan “Onderstal 2, Hoogerheide”
27
Om verdere invulling te geven aan een duurzaam waterbeheer, kan bij eventuele bouwwerkzaamheden rekening gehouden worden met duurzaam bouwen. In de Nationale Pakketten Duurzaam Bouwen: Woningbouw nieuwbouw, Woningbouw beheer en Utiliteitsbouw is een tweetal maatregelen (S/U237 en S/U444) opgenomen die onder meer betrekking hebben op het verminderen van de emissie van milieubelastende stoffen naar het van daken afgevoerde hemelwater. Bij bouwwerkzaamheden wordt geadviseerd gebruik te maken van niet-uitloogbare bouwmaterialen in verband met de waterkwaliteit. Dit houdt in dat toepassing van materialen voor daken, dakgoten en hemelafvoeren zoals zink, koper, lood etc. wordt afgeraden, tenzij de materialen zijn voorzien van een coating. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de waterhuishouding binnen het plangebied wordt gerespecteerd.