WRP 2020-2024 Wijk bij Duurstede vastgesteld 3 december 2019
Tekst van het document
We koppelen dit aan andere werkzaamheden. Dit betekent dat we meegaan bij andere werkzaamheden en daar onze klimaatbestendige inrichting bijvoegen. Van onze bewoners, bedrijven en bezoekers verwachten we acceptatie dat er soms overlast is bij extreem weer. We richten de openbare ruimte zo in dat er soms water kan blijven
28
staan en daar kunnen zij last van hebben. Soms kunnen zij zelf de overlast beperken. Als er bijvoorbeeld straten onder water staan, dan geeft het extra wateroverlast als er nog auto’s doorheen rijden (er komt een hoge golf water voor de auto’s uit). En als het erg warm is, dan is het goed om extra toezicht te houden op kwetsbare groepen als kinderen, zieken en ouderen. Door ze voldoende drinken en verkoeling te geven wordt de kans op nare gevolgen kleiner. Met klimaatadaptatie richten we ons op extremere weersomstandigheden dan waar we voorheen naar keken. Het gaat bijvoorbeeld om regenbuien die statistisch 1x per 100 jaar voorkomen. Voorlopig zijn we daar nog niet tegen bestand. En er is altijd de kans dat er extremer weer voorkomt dan waar we ons op voorbereiden. Dit zien we dan als calamiteiten. Hulpdiensten worden dan ingeschakeld, verzekeraars zijn nodig en herstelbedrijven repareren de ontstane gebreken. Tabel 3-1 Klimaatadaptatie: doelen en critera
Onderwerp Wateroverlast Hittestress
Droogte Overstromingen
Doelen Meer ruimte voor water bij extreme buien. De temperatuur op de warmste plekken niet meer laten stijgen dan de landelijke opwarming door klimaatverandering.
Schade door droogte voorkomen Voorkomen dat een overstroming desastreuze gevolgen heeft.
Criteria Bui van 60mm in één uur zonder water in panden. Op de warmste 10% van de hittestresskaart verkoeling bieden. Hitteneutraal bouwen: minder verharding aanleggen, maatregelen treffen tegen hitte. Water infiltreren als dat mogelijk is. Beschikbaar maken van een vluchtroute voor alle kernen. Belangrijke infrastructuur beter beschermen, door ze op te hogen.
* Alle cursief gedrukte doelen en criteria worden uitgewerkt in de nog op te stellen klimaatnota. Hier geven we een eerste aanzet.
In dit WRP leggen we de omgang met wateroverlast vast. De overige onderdelen van klimaatadaptatie leggen we vast in een aparte klimaatnota. 3.4.4
Wat gaan we doen?
Integraal werken aan klimaatadaptatie (onderdeel water) Binnen grotere projecten werken we aan het klimaatbestendiger maken van Wijk bij Duurstede. We richten ons op het afkoppelen van hemelwater en het creëren van locaties waar het water tijdelijk kan staan. Waar mogelijk laten we het water infiltreren in de bodem. Dit doen we door ‘mee te koppelen’ met andere werkzaamheden, bijvoorbeeld met rioolvervanging, wegvernieuwing en de energietransitie. Per nog nader te bepalen projectgebied kijken we naar de overlastlocaties en mogelijkheden voor klimaatadaptatie. We verwachten ongeveer 2 projectgebieden per jaar aan te pakken in de periode van 2020 tot 2050 en hebben € 100.000,00 per projectgebied geraamd. In ons basisrioleringsplan is aangegeven dat de kans op wateroverlast flink afneemt als we 30% van het verhard oppervlak afkoppelen. De afgelopen jaren hebben we daarom al veel verharde
29
oppervlakken afgekoppeld en hier gaan we mee door binnen deze integrale projecten. Dit is meegenomen in de raming van de rioolvervanging (voor 30% van de gemengde riolen is een toeslag voor afkoppelen meegenomen). Bewoners en bedrijven stimuleren om hun terrein klimaatbestendig te maken Met een communicatiecampagne geven we uitleg over de noodzaak om klimaatbestendiger te worden en de mogelijkheden om dat op eigen terrein te doen. We richten ons met de communicatie op de specifieke gebieden waar we de openbare ruimte aanpakken. Tot 2050 hebben we hier jaarlijks € 10.000,- voor geraamd. Dit zetten we deels in voor deelname aan ‘operatie Steenbreek’; een landelijke campagne om verstening van tuinen tegen te gaan. Hiernaast stimuleren we het afkoppelen en verwerken van hemelwater op particuliere terreinen met een nog op te zetten stimuleringsregeling. Tot 2050 hebben we hier € 20.000,00 per jaar voor geraamd. Hiermee geven we een bijdrage in de kosten. De komende jaren testen we verschillende manieren om bij te dragen aan afkoppelen om te zien hoe we het meeste aantal vierkante meters van het gemengde riool kunnen afkoppelen voor dit bedrag. Enquête onder inwoners: Afkoppelen Om ervoor te zorgen dat we goed voorbereid zijn op hevige neerslag willen we water zoveel mogelijk lokaal bergen.
Eén van de maatregelen die we hiervoor uitvoeren is het afkoppelen van verhard oppervlak van de gemengde riolering. Het grootste deel van de respondenten (58%) geeft aan dat de regenpijp nog is aangesloten op de riolering.
Is bij u de regenpijp aangesloten op het riool? Dat weet ik niet 16%
Nee 25%
Ja 59%
Van de respondenten waarvan de regenpijp nog is aangesloten op het riool is 58% bereid om deze af te koppelen.
Bent u bereid om bij u de regenpijp aan te passen, zodat het regenwater niet meer naar het riool gaat? Dat weet ik niet 29% Ja 58% Nee 13%
30
3.5
Samenwerken: regionaal, integraal en inwonerparticipatie
3.5.1 Wat hebben we al gedaan? Binnen onze gemeente is het normaal om integraal te werken. Als verschillende vakgebieden in dezelfde wijk iets willen veranderen, dan wordt dit als één project opgepakt. Een voorbeeld hiervan is de wijk de Engk, waar in één keer de openbare ruimte is opgeknapt. Ook werken we al vaak samen met burgers. Bijvoorbeeld voor het ontwerp van de watergang in de David van Bourgondiëweg, toen we met ‘streetart’ hebben getoond hoe het eruit ging zien en zo waardevolle reacties van omgeving kregen. We hebben afgelopen jaar ook met de ‘watertafel’ op de markt van de toekomst gestaan, om te laten zien wat het effect van klimaatverandering is en wat iedereen er zelf tegen kan doen.
Figuur 8 Werkzaamheden in de Engk, waarbij riolering en de bovengrondse inrichting zijn aangepakt
3.5.2
Wat hebben we nu?
Samenwerken in de Waterketen Met het Hoogheemraadschap hebben we afspraken gemaakt over de hoeveelheid stedelijke afvalwater dat vanuit Wijk bij Duurstede naar de zuivering wordt afgevoerd. Dit is vastgelegd in het Afvalwaterakkoord. Wanneer er wijzigingen zijn in de aanvoer of storingen overleggen we hierover. Ook werken we binnen de waterketen samen met buurgemeenten binnen het platform water en klimaat. Integraal werken Onze organisatie is zo ingericht dat we werken vanuit vakgebieden en het integraal werken ontstaat bij de projectleiders van de grotere projecten. Vanuit de vakgebieden wordt aangegeven wat er nodig is in een bepaald gebied, waarna de projectleiders dit oppakken, afstemmen met andere vakgebieden en daarna verder uitwerken. Inwonerparticipatie Bij alle grotere projecten die we uitvoeren speelt inwonerparticipatie een rol. Het participatieniveau verschilt per project, zo hebben we bij de herinrichting van de markt grote
31
vrijheid gegeven aan de omwonenden en gebruikers, terwijl we bij andere projecten eerst zelf een plan uitwerkten en daarna verfijnden in samenwerking met de omwonenden. 3.5.3 Wat willen we bereiken? Samen met andere vakgebieden staan we voor grote veranderopgaven in Wijk bij Duurstede. Ze hebben allemaal te maken met het verduurzamen van onze gemeente: de energietransitie, circulaire economie en het aanpassen van de omgeving aan klimaatverandering. Om dit te ondersteunen wordt de Omgevingswet ingevoerd. De Omgevingswet vraagt om meer gebiedsgerichte plannen, waarbij de vakgebieden samen aangeven hoe het gebied eruit gaat zien. Vanuit het vakgebied water willen we hier onze bijdrage aan leveren. Voor klimaatadaptatie zien we hierin een leidende rol, voor de overige opgaven dragen we graag bij. Om samen te werken is het belangrijk dat we kunnen aangeven waar we de komende jaren aan de slag willen gaan. Dit helpt om integrale projecten op te zetten. Op de onderstaande kaart hebben we daarom de gebieden aangegeven waar we werkzaamheden voorzien (aanlegjaar +80 jaar).
Figuur 9 Vervangingsplanning vrijvervalriolen
32
Verder is het belangrijk om te weten wat we aan elkaar kunnen hebben. In onderstaande tabel hebben we aangegeven waar we kansen zien in de samenwerking met andere vakgebieden. We zoeken de komende jaren uit hoe we deze kansen kunnen verzilveren. Tabel 3-2 Koppeling met andere vakgebieden
Vakgebied Groen In het groenstructuur-plan is de visie voor het groen in de bebouwde kom en de relatie met het omliggende landschap beschreven.
Koppeling met water Door klimaatverandering wordt neerslag heviger, wordt het heter en droger. Tijdens hevige buien is bovengronds ruimte nodig om water te bergen. Daarnaast zorgt groen voor verkoeling tijdens hete perioden. In droge perioden heeft groen soms extra water nodig. Meer groen helpt dus om klimaatbestendig te worden. Dit moet echter wel groen zijn dat bestand is tegen natte, droge en hete periodes.
Wegen
Bij hevige neerslag moet een deel van het water bovengronds worden geborgen. Door wegen anders in te richten, bijvoorbeeld hol of met hoge banden, kan meer water worden geborgen. Hierdoor blijft er wel een tijdje water op de weg staan, wat tot onveiliger situaties kan leiden. Kansen voor water kunnen vooral een plek krijgen in nieuwbouwplannen. Dit vraagt wel ruimte binnen deze projecten. Door slimme combinaties te maken is dit mogelijk. Bewoners en bedrijven hebben een belangrijke rol in het klimaatbestendig maken van Wijk bij Duurstede. Zij dienen hun eigen terreinen aan te passen en bij extremere weersomstandigheden hun gedrag aan te passen. Dit moet goed gecommuniceerd worden, samen met andere boodschappen aan de bewoners en bedrijven. Een groene, ruime opgezette klimaatbestendige leefomgeving nodigt uit om samen te komen en te bewegen. Dit helpt het sociaal domein en het vakgebied water. Ook verkleint de kans van rioolwater op straat door het aanleggen van de groene omgeving. Wijk bij Duurstede gaat van het gas af. Hiervoor zijn ingrepen in de openbare ruimte nodig. Dit kan gelijktijdig worden uitgevoerd met water-werkzaamheden. Daarnaast zijn er mogelijkheden om warmte uit afvalwater te winnen. In het coalitieakkoord is aangegeven dat er extra aandacht wordt gegeven aan klimaatadaptatie en wordt ingezet op de energietransitie. Dit wordt hiermee ingevuld.
Ruimtelijke ordening
Communicatie
Sociaal domein
Energie Regionale energie strategie Coalitieakkoord In Wijk bij Duurstede wordt de komende jaren extra aandacht gegeven aan klimaatadaptatie. Daarnaast wordt ingezet op de energietransitie.
Onze burgers, bedrijven en gebruikers van de leefomgeving hebben een belangrijke rol in onze projecten. Vanuit water zien we dat we aan complexe (de kans dat een bui van X milimeter valt, in een periode van 1 keer per X jaar) en technische (er moet worden voldaan aan veiligheidseisen en regelgeving) vraagstukken werken. De gemiddelde bewoner vindt
33
het vaak prima als wij dit voor hen regelen. Zij raken betrokken zodra het gaat om de inrichting van de directe leefomgeving, omdat ze vanaf dat moment duidelijke keuzes kunnen maken. Wij richten ons met de inwonerparticipatie daarom op degenen die iets kunnen bijdragen. De hoofdlijnen schetsen wij, waarna we uitleggen wat de mogelijkheden voor de burgers zijn. In elk grootschalig project voeren wij dit door. 3.5.4 Wat gaan we doen? Om het integraal werken en de inwonerparticipatie te bevorderen hebben we een jaarlijks budget van € 55.000,00 geraamd. Hiermee doen we het volgende: Opstellen projectenkaart In het integraal uitvoeringsplan nemen we een projectenkaart ‘water’ op en werken deze regelmatig bij. Op de kaart staat op hoofdlijnen aangegeven wat we willen doen, waar we dat willen doen en in welke periode we dat willen doen. Inwonerparticipatie bij grote projecten Bij alle grote projecten passen we een vorm van inwonerparticipatie toe, afhankelijk van het handelingsperspectief van de burgers. Dit deden we al en gaan er mee verder. We experimenteren met verschillende vormen, zetten in op integratie met andere vakgebieden en proberen burgers zo vroeg mogelijk mee te nemen in het project. Afstemming met andere vakgebieden Om werkzaamheden gelijktijdig uit te voeren moeten we planningen op elkaar afstemmen en werkzaamheden anders uitvoeren. Dit geeft soms meerkosten.
Vanuit water geven we aan wat voor ons belangrijk is, zodat dit mee wordt genomen in de werkzaamheden. Contacten met bewoners, bedrijven en gebruikers Op verschillende manieren hebben we contact met bewoners, bedrijven en gebruikers van de leefomgeving: • We geven verschillende vergunningen uit en houden bij de vergunningverlening rekening met water. Voor sommige vergunningen vindt overleg plaats met het Hoogheemraadschap. In een samenwerkingsovereenkomst (Wabo-SOK 2010) is geregeld hoe de gemeente en het hoogheemraadschap omgaan met het oppompen van water en tijdelijke lozingen vanwege bouwwerkzaamheden. Hierop wordt toezicht gehouden door de ODRU. • We houden toezicht op indirecte lozingen (door de ODRU). • We ontvangen en behandelen klachten en meldingen over afvalwater, hemelwater of grondwater. Dit doen we door te beoordelen in hoeverre de gemeente moet en kan zorgen voor een oplossing. Op werkdagen wordt binnen 24 uur hierover contact opgenomen met de klager/melder om dit toe te lichten. • We organiseren klimaattafels waarbij we inwoners informeren en stimuleren om zo de bewustwording rondom water te vergroten. Samenwerking binnen water en klimaat-samenwerkingsverband Ook met andere overheden kunnen we meer samenwerken. We zijn hiervoor actief binnen het samenwerkingsverband water en klimaat.
Dit netwerk gebruiken we om van elkaar te leren, samen te werken aan nieuwe vraagstukken en in concrete projecten elkaar te vinden. Met het Hoogheemraadschap hebben we goed contact en overleggen we wanneer nodig. Om bij incidenten alle werkzaamheden goed te coördineren hebben we een incidentenplan opgesteld. Dit is opgesteld in het samenwerkingsverband. We werken dit incidentenplan bij, zodat er actuele namen en contactgegevens in staan.
34
Regelgeving Wat gaat er veranderen met de Omgevingswet? • Wat gaan we doen? •
35
4
Regelgeving (toekomst Omgevingsplan)
4.1 Wat gaat er veranderen? In 2021 wordt de Omgevingswet ingevoerd. Alle regels over de fysieke leefomgeving vallen dan onder deze wet. De gemeente legt lokale regels vast in haar omgevingsplan. Het gaat dan onder andere om bestemmingsplannen, huidige verordeningen zoals een hemel- en grondwaterverordening. Ook wordt aantal regels die nu op rijksniveau zijn vastgelegd, overgedragen aan gemeenten en waterschappen. Het pakket aan regels dat van het rijk wordt overgedragen aan gemeenten en waterschappen heet de bruidsschat. Deze regels komen per 2021 van rechtswege bij gemeenten een plek in het Omgevingsplan en bij waterschappen in waterschapsverordeningen. De bruidsschat voorkomt dat er regels vervallen voordat er nieuwe regels zijn opgesteld. Gemeenten en waterschappen hebben vanaf de invoering van de Omgevingswet tot 2029 de tijd om de regels vast te stellen en waar gewenst aan te passen aan de lokale situatie. De bruidsschat is te raadplegen in het document ‘Consultatieversie Invoeringsbesluit Omgevingswet – deel 5; Hoofdstuk 7 Voormalige Rijksregels (Bruidsschat)’. Een deel van de regels in de bruidsschat gaat over de omgang met water. Voor de gemeente zijn bijvoorbeeld regels over het aansluiten van gebouwen op riolering en regels over lozingen van bepaalde stoffen op de riolering opgenomen.
Voor het waterschap gaat het over regels voor lozingen op oppervlaktewateren, bijvoorbeeld lozingen van overstorten van het gemeentelijk rioolstelsel op oppervlaktewater. Een aantal belangrijke zaken over de (afval)water die in de bruidsschat zijn opgenomen zijn weergegeven in onderstaande tabel: Tabel 4-1: Bruidsschat (bron: ‘Consultatieversie Invoeringsbesluit Omgevingswet – deel 5; Hoofdstuk 7 Voormalige Rijksregels (Bruidsschat)’
Onderwerp Lozing vanuit rioolsysteem op oppervlaktewater
Emissiewaarden van stoffen
Regels zoals opgenomen in bruidsschat Met het oog het doelmatig beheer van afvalwater kan huishoudelijk afvalwater afkomstig uit een systeem als bedoeld in artikel 2.16, derde lid, van de Omgevingswet, worden geloosd op een oppervlaktewaterlichaam, als dat systeem voorkomt op het in het gemeentelijk rioleringsplan of een gemeentelijk rioleringsprogramma opgenomen overzicht van die systemen en overeenkomstig dat plan of programma is uitgevoerd en wordt beheerd. 1. Met het oog op het voorkomen van verontreiniging van de bodem wordt huishoudelijk afvalwater dat wordt geloosd op of in de bodem, geleid via een zuiveringsvoorziening. 2. Voor dat afvalwater zijn de emissiegrenswaarden de waarden, bedoeld in tabel 2.3.7.3.5.
Aandachtspunt De verplichting van het opstellen van het GRP verdwijnt. Wanneer een gemeente kiest om geen GRP meer op te stellen, moeten voor deze lozingspunten, bijvoorbeeld overstorten, apart vergunningen worden aangevraagd bij het bevoegd gezag (Waterschap). De regels over lozingen van bepaalde stoffen vanuit bijvoorbeeld IBA’s kunnen in lokaal worden aangescherpt.
36
Onderwerp
Regels zoals opgenomen in bruidsschat
Aandachtspunt
lozen van huishoudelijk afvalwater
1. Met het oog op het voorkomen van verontreiniging van een oppervlaktewaterlichaam wordt huishoudelijk afvalwater alleen op een oppervlaktewaterlichaam geloosd als het lozen plaatsvindt buiten een bebouwde kom of binnen een bebouwde kom van waaruit stedelijk afvalwater wordt geloosd met een vervuilingswaarde van minder dan 2000 inwonerequivalenten, en de afstand tot het dichtstbijzijnde vuilwaterriool of een zuiveringtechnisch werk waarop kan worden aangesloten meer bedraagt dan: a. 40 m bij niet meer dan 10 inwonerequivalenten; b. 100 m bij meer dan 10 maar minder dan 25 inwonerequivalenten; c. 600 m bij 25 maar minder dan 50 inwonerequivalenten; d. 1.500 m bij 50 maar minder dan 100 inwonerequivalenten; en e. 3.000 m bij 100 of meer inwonerequivalenten. 2. De afstand, bedoeld in het eerste lid, wordt berekend: a. vanaf de kadastrale grens van het perceel waar het huishoudelijk afvalwater vrijkomt; en b. langs de kortste lijn waarlangs de afvoerleidingen zonder overwegende bezwaren kunnen worden aangelegd. 3.
In afwijking van het tweede lid, aanhef en onder a, wordt de afstand tot het dichtstbijzijnde vuilwaterriool of zuiveringtechnisch werk bij voortzetting van het lozen van huishoudelijk afvalwater in het oppervlaktewaterlichaam dat voor 1 maart 1997 al plaatsvond, berekend vanaf het gedeelte van het gebouw dat zich het dichtst bij een vuilwaterriool of een zuiveringtechnisch werk bevindt. 1. Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater wordt het te lozen afvalwater afkomstig van het bereiden van voedingsmiddelen geloosd in een vuilwaterriool.
In de huidige regelgeving is vastgelegd stedelijk afvalwater op een vuilwaterriool of zuiveringstechnischwerk moet worden aangesloten. Voor bouwwerken buiten een bebouwde kom of vanuit een bebouwde kom met minder dan 2000 inwonerequivalenten zijn deze regels gebonden aan afstanden tot bestaande voorzieningen. Met de invoering van de Omgevingswet kunnen gemeenten dit locatiespecifiek aanpassen.
Lozing afvalwater voor bereiding van voedingsmiddelen
In bepaalde situaties kan gekozen worden om de lozing van vermalen voedingsmiddelen op de riolering wel toe te staan. Daarnaast kunnen ook
37
Onderwerp
Regels zoals opgenomen in bruidsschat 2. Als niet in een vuilwaterriool kan worden geloosd, kan het afvalwater op de bodem worden geloosd, als het afvalwater gezamenlijk met huishoudelijk afvalwater wordt geloosd en de voorzieningen voor het zuiveren van huishoudelijk afvalwater zijn berekend op het zuiveren van het afvalwater afkomstig van het bereiden van voedingsmiddelen. 3. Afvalwater dat afvalstoffen bevat, die door versnijdende of vermalende apparatuur zijn versneden of vermalen, wordt niet geloosd. 4. Het afvalwater wordt voorafgaand aan de vermenging met ander niet-vethoudend afvalwater geleid door een vetafscheider en slibvangput die: a. voldoen aan en worden gebruikt conform NEN-EN 1825-1 en 2; of b. zijn geplaatst voordat het Activiteitenbesluit milieubeheer op de activiteit van toepassing werd en die op de hoeveelheid afvalwater zijn afgestemd. 5. In afwijking van NEN-EN 1825-1 en 2 kan met een lagere frequentie van het legen en reinigen dan daar vermeld worden volstaan als dit geen nadelige gevolgen heeft voor het doelmatig functioneren van de afscheider.
Aandachtspunt afwijkende regels voor vetafscheiders worden opgesteld.
4.2 Wat gaan wij hiermee doen? Met het opstellen van het Omgevingsplan haken wij aan op het lopende proces. We nemen voorlopig de bruidsschat aan als het gaat om de regelgeving over stedelijk water. Wij bereiden ons voor op de komende veranderingen en geven aan wat onze wensen zijn voor het vakgebied water. Binnen de water en klimaat samenwerking is er al een handleiding opgezet die bouwstenen geeft voor het uitwerken van het onderdeel water in een Omgevingsplan. Er staan voorbeeldteksten in die uitleg geven over de wettelijke verplichtingen en de keuzes die kunnen worden gemaakt.
38
Personeel en financiën voldoende personeel • verschillende kostendekkingsscenario’s •
39
5
Organisatie en financiën
5.1 Organisatie Om alle werkzaamheden uit te voeren die in dit WRP zijn beschreven, is voldoende personele capaciteit nodig. Op dit moment is 2,1 fte beschikbaar voor vaste werkzaamheden en kan hiernaast ondersteuning worden ingeschakeld voor projecten. Met een rekenmodel van de brancheorganisatie RIONED hebben we uitgerekend dat er 2,5 tot 8,2 fte nodig is. In onderstaande tabel staan de uitkomsten. We hebben op dit moment 2,1 fte beschikbaar, wat betekent dat er onvoldoende personele capaciteit is om alle werkzaamheden uit te voeren. In de planperiode gaan we onderzoeken hoe wij dit tekort verder gaan invullen. In het rekenmodel van RIONED zijn nieuwe opgaven als inwonersparticipatie en klimaatadaptatie niet meegenomen. De opgaven om Wijk bij Duurstede klimaatbestendig te maken en het afstemmen van projecten binnen onze organisatie en met externe partijen zorgen ervoor dat er meer capaciteit nodig is. We willen hier invulling aan geven door een medewerker klimaat en samenwerking aan te nemen voor 0,5 fte. Dit hebben we meegenomen in de kostendekkingberekening. Tabel 5-1 Benodigde personele capaciteit (basisvariant vervangingsplanning vrijvervalriolering) Samenvatting tijdsbesteding
Planvorming, onderzoek en facilitair Onderhoud Maatregelen Totaal
5.2
Maximale uitbesteding tijdsbesteding dagen fte: (175 dag/jaar) 254 1,5 75 0,4 110 0,6 439 2,5
Minimaal uitbesteden tijdsbesteding dagen fte: (175 dag/jaar) 540 3,1 615 3,5 274 1,6 1.429 8,2
Financiën
5.2.1 Uitgaven De uitgaven die we de komende planperiode verwachten zijn in onderstaande tabellen toegelicht. We hebben onderscheid gemaakt in exploitatie (tabel 5-2) en investeringen (tabel 5-3). De exploitatielasten bevatten jaarlijks terugkomende kosten en worden direct betaald. De investeringen schrijven we langjarig af, wat betekent dat er een lening wordt afgesloten waar jaarlijks een bedrag over wordt afbetaald en rente over moet worden betaald. Tabel 5-2: exploitatie beheer beleid riolering groot en dagelijks onderhoud pompen en gemalen groot en dagelijks onderhoud klimaatadaptatie particulier terrein overig (o.a. loon en perceptiekosten bijdrage WINNET/CRA/klimaat en water
2020
2021
2022
2023
2024
€ 116.000
€ 127.100
€ 127.100
€ 127.100
€ 127.100
€ 220.273
€ 220.273
€ 220.273
€ 220.273
€ 220.273
€ 199.490
€ 199.490
€ 199.490
€ 199.490
€ 199.490
€ 30.000
€ 30.000
€ 30.000
€ 30.000
€ 30.000
€ 432.461
€ 432.461
€ 432.461
€ 432.461
€ 432.461
€ 32.000
€ 32.000
€ 32.000
€ 32.000
€ 32.000
40
kostentoerekening aan riolering (straatvegen, onderhoud watergangen) bijdragen door derden totaal beheer onderzoek
€ 104.466
€ 104.466
€ 104.466
€ 104.466
€ 104.466
€ -5.500
€ -5.500
€ -5.500
€ -5.500
€ -5.500
€ 1.129.190
€ 1.140.290
€ 1.140.290
€ 1.140.290
€ 1.140.290
2020
2021
2022
2023
2024
opstellen BRP
€ 30.000
ecoscan
€ 20.000
€ 20.000 € 20.000
opstellen WRP totaal onderzoek
€0
€ 50.000
€0
€0
€ 40.000
Totaal exploitatie
€ 1.129.190
€ 1.190.290
€ 1.140.290
€ 1.140.290
€ 1.180.290
2020
2021
2022
2023
2024
€ 25.000
€ 25.000
€ 15.000
€ 15.000
€ 15.000
2020
2021
2022
2023
2024
€ 200.000
€ 200.000
€ 200.000
€ 200.000
€ 200.000
2020
2021
2022
2023
2024
Tabel 5-3: investeringen grondwater onderzoeken en maatregelen klimaatmaatregelen bovengrondse projecten gemalen Nieuweweg/Hoogstraat Noorderwaard (gemengd, bouwkundig deel) Middelweg-oost vijzelgemaal (gemengd, bouwkundig deel) Graaf van Lynden van Sandenburgweg (bouwkundig deel) Doornseweg opvoergemaal (gemengd, bouwkundig deel) Willem Alexander (hemelwater, mech/el deel) Bredeweg (vuilwater, mech/el deel) Van Egmondplein (vuilwater, mech/el deel) Gerrit Agterbergstraat Bergingskelder Gemalen totaal
€ 49.500 € 166.200 € 8.600 € 3.200 € 4.000 € 21.000 € 21.000 € 4.000 € 252.500
€ 21.000
€ 4.000
drukriolering diverse drukrioolunits (mech/el deel)
2020
2021
2022
2023
2024
€ 228.778
€ 228.778
€ 228.778
€ 228.778
€ 228.778
tussengemalen (mech/el deel)
€ 7.922
€ 7.922
€ 7.922
€ 7.922
€ 7.922
€ 236.700
€ 236.700
€ 236.700
€ 236.700
€ 236.700
Drukriolering totaal
41
persleidingen Nieuweweg/Hoogstraat Noorderwaard Graaf Van Lynden Van Sandenburgweg
2021
2022
2023
2024
€ 11.170
Persleidingen totaal
€ 11.584 2020
2021
2022
2023
2024
vrijvervalriolering vervangen
€ 233.000
€ 233.000
€ 233.000
€ 233.000
€ 233.000
klein onderhoud
€ 100.000
€ 100.000
€ 100.000
€ 100.000
€ 100.000
afkoppelen
€ 124.000
€ 124.000
€ 124.000
€ 124.000
€ 124.000
Vrijvervalriolering totaal
€ 457.000
€ 457.000
€ 457.000
€ 457.000
€ 457.000
€ 1.182.784
€ 939.700
€ 918.700
€ 918.700
€ 922.700
vrijvervalriolering
Totaal investeringen
2020 € 414
5.2.2 Uitgangspunten kostendekkingberekening De uitgangspunten van de kostendekkingberekening zijn opgenomen in bijlage 1. Enkele belangrijke punten staan hierna: • In de kostendekkingberekening zijn we uitgegaan van het langjarig afschrijven van investeringen. We hebben een kostendekkingsscenario opgesteld waarbij alle investeringen direct worden betaald vanuit de rioleringsvoorziening. • De beschouwde periode is verlengd tot 80 jaar, omdat de technische levensduur van vrijvervalriolen ook tot 80 jaar zijn bijgesteld. • De geraamde stand van de rioleringsvoorziening per 31-12-2019 is meegenomen als baat in de kostendekkingberekening. • In de kostendekkingberekening zijn we uitgegaan van een gelijkblijvende heffingsmaatstaf. Dit gaf de basis om een ‘fictief’ aantal heffingseenheden te bepalen, uitgedrukt in het tarief voor een gemiddelde woningeigenaar. Enkel de kosten die toe te schrijven zijn aan de rioolheffing zijn meegenomen in deze kostendekkingberekening. Het gaat om de kosten van de werkzaamheden die zijn beschreven in hoofdstuk 3.2, 3.4 en 3.5 en de werkzaamheden in 3.3 waarbij is aangegeven dat ze deels worden toegerekend aan de rioolheffing. 5.2.3 Kostendekking Om alle werkzaamheden uit te voeren is er een kostendekkend rioolheffingstarief berekend van € 219,- per heffingseenheid. Dit tarief is lager dan het huidige tarief van € 236,39.
Dit komt doordat: • de vervangingsplanning vrijvervalriolering is aangepast. Van de meeste riolen is de verwachte levensduur verhoogd van 60 naar 80 jaar. Ook gaan we er nu vanuit dat een relining even lang meegaat als het aanleggen van een nieuwe buis; • lagere kostenkengetallen voor drukriolering en gemalen zijn gebruikt. Per 2015 zijn er nieuwe kostenkengetallen voor drukriolering en gemalen bekend gemaakt door stichting RIONED. We hebben de nieuwe getallen gebruikt. Dit scheelt enkele euro’s; • meerdere wijzigingen in rentepercentages, inflatiepercentage en de exploitatiebegroting. In onderstaande grafiek is het verloop van de uitgaven en de rioolheffing per heffingseenheid weergegeven (roze en bruine lijn, af te lezen op de linkeras). Ook het
42
verloop van de voorziening is weergegeven (gestippelde lijn, af te lezen op de rechteras). Tot ongeveer 2050 liggen de inkomsten (voorgesteld tarief) in dit scenario hoger dan de uitgaven per te dekken eenheid. Dit betekent dat de voorziening groeit. Vanaf 2050 stijgen de uitgaven en wordt de voorziening gebruikt om de werkzaamheden te kunnen uitvoeren. Rond 2090 dalen de uitgaven en kan het voorgestelde tarief ook omlaag. 350
20.000 18.000
300 250
14.000 12.000
200
10.000
150
8.000 6.000
100
Voorziening, euro*1000
Rioolheffingen, euro
16.000
4.000
50
2.000
0 2020202520302035204020452050205520602065207020752080208520902095
-
jaar
uitgaven te dekken per eenheid
voorgesteld tarief
voorziening
Figuur 10 Ontwikkeling kostendekkende rioolheffing en rioleringsvoorziening
5.2.4 Alternatief voor kostendekkingscenario Vanuit de gemeenteraad kwam naar aanleiding van de ambitienota het verzoek om uit te werken of er kan worden overgestapt op direct investeren in plaats van langjarig afschrijven. Het voordeel hiervan is dat er geen rentelasten zijn en na afloop van de beschouwde periode geen schuld meer open staat. Het nadeel is dat degenen die nu rioolheffing betalen betalen voor investeringen die nog vele jaren worden gebruikt. Hiermee worden kosten ’naar voren gehaald’. Er wordt een voorziening aangelegd waarmee de investeringen direct kunnen worden betaald. Als er wordt gekozen voor direct investeren, dan bedraagt langjarig kostendekkende tarief € 253,00 per heffingseenheid. Bij dit tarief wordt de voorziening lange tijd negatief, wat niet is toegestaan volgens wet- en regelgeving. Om de negatieve voorziening te voorkomen moet er een periode meer rioolheffing worden geheven. Deze extra inkomsten moeten in de periode daarna worden teruggeven door middel van een lagere heffing. In de volgende grafiek is het verloop van de uitgaven en de rioolheffing per heffingseenheid weergegeven (roze en bruine lijn, af te lezen op de linkeras). Ook het verloop van de voorziening is weergegeven (gestippelde lijn, af te lezen op de rechteras).
Tot 2025 kan het tarief gelijkblijven aan het huidige tarief van €236,00, daarna moet het tarief stijgen met 5 euro per jaar tot € 361,00 per eenheid in 2050. Daarna dalen de uitgaven en kan ook het tarief geleidelijk omlaag met € 4,00 per jaar tot 2099.
43
800
20.000
700
18.000
Rioolheffingen, euro
14.000
500
12.000
400
10.000
300
8.000 6.000
200
Voorziening, euro*1000
16.000
600
4.000
100
2.000
0 2020202520302035204020452050205520602065207020752080208520902095
-
jaar
uitgaven te dekken per eenheid
voorgesteld tarief
voorziening
44
Bijlagen Kostendekking • DoFeMaMe • Evaluatie • Locaties overstorten •
Bijlage 1
Kostendekking
Uitgangspunten voor de berekening van de rioolheffing
Uitgangspunten die gehanteerd zijn bij de berekening van de rioolheffing: 1. Berekeningsmethode De rioolheffingsberekening wordt uitgevoerd met behulp van de contantewaardemethode. Deze methode is geschikt om de effecten en de trend op langere termijn zichtbaar te maken. Met de contante-waardemethode is een vergelijking van uitgaven en inkomsten in verschillende jaren mogelijk. De toekomstige uitgaven en inkomsten van elk jaar in de beschouwde periode worden contant gemaakt naar 1 januari startjaar. In de te verwachten inkomsten zit één onbekende: de hoogte van de benodigde inkomsten per aansluiting. Door de contante waarde van de te verwachten inkomsten gelijk te stellen aan de contante waarde van de te verwachten uitgaven, worden de kosten per heffingseenheid berekend. Voor toekomstige investeringen wordt in de contante-waardebenadering geen specifieke wijze van afschrijving of financiering verondersteld. De diverse afschrijvingsmethoden (lineair, afschrijving op annuïteitsbasis) verschillen onderling wel door een andere (boekhoudkundige) verdeling van lasten in de tijd, maar de contante waarde van de jaarlijkse lasten is in deze methoden steeds gelijk aan de contante waarde van de investeringen. Het totaal aan uitgaven en inkomsten over de beschouwde periode is met elkaar in evenwicht. 2.
Planningshorizon Bij de berekening van de rioolheffing is uitgegaan van een planningshorizon van 80 jaar: 2020 t/m 2099. Binnen een periode van 60 jaar zijn alle objecten minimaal éénmaal vervangen. 3. Inflatie De prijsindex is gebaseerd op de prijsontwikkeling van de lonen, materiaal en materieel die nodig zijn voor het aanleggen van een riolering binnen de bebouwde kom. Voor het kostendekkingsplan wordt uitgegaan van een inflatie van 1,0%. Deze wordt vooral gebruikt om de nominale kapitaallasten en de stand van de voorziening/reserve terug te rekenen naar prijspeil startjaar bedragen. 4. Rentevoet Er is een rente van 0,5% op de kapitaallasten gehanteerd. Over de tegoeden in de tariefegalisatievoorziening wordt geen rente berekend. 5. Prijspeil Alle in het GRP genoemde uitgaven zijn op prijspeil 1 januari 2019, inclusief van toepassing zijnde bijkomende kosten uitvoering, winst en risico, voorbereiding,
honorarium en toezicht en exclusief BTW. De rioolheffingsberekening is inclusief de compensabele BTW. De berekende rioolheffing moet met de jaarlijks optredende inflatie worden gecorrigeerd. 6. Eenheidsprijzen Voor de berekening van de investeringskosten van de rioleringsobjecten is gebruik gemaakt van de eenheidsprijzen uit de Kennisbank Stedelijk Water, module D2000. 7. Staartkosten Voor de staartkosten zijn conform de Kennisbank Stedelijk Water de volgende waarden gehanteerd: uitvoeringskosten 10% (inrichting werkterrein, uitzetwerkzaamheden), algemene kosten, winst en risico 12%, voorbereiding, honorarium en toezicht 15%. Er is geen rekening gehouden met de post ‘onvoorzien’. Totaal (1,10 * 1.12 * 1,15 - 1) = 42%. 8. Indexering rioolheffing Het in het GRP berekende tarief moet jaarlijks met de optredende inflatie worden geïndexeerd. Dit wordt jaarlijks bij de vaststelling van de begroting afgehandeld. 9. Afschrijvingsmethode Investeringen worden annuïtair afgeschreven, zoals dit voor het financieel beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie van onze gemeente wordt gehanteerd. 10. Afschrijvingstermijnen Onderscheid wordt gemaakt in de technische en de economische afschrijvingstermijn.
De technische afschrijvingstermijn (levensduur) heeft grote invloed op de hoogte van de rioolheffing, die bepaalt immers in welk jaar een object op de vervangingsplanning verschijnt. Het is derhalve van belang de technische levensduur van de rioleringsobjecten zo goed mogelijk in te schatten. In de praktijk wordt hierbij gebruik gemaakt van inspectiegegevens. De economische afschrijvingstermijn is van invloed op het verloop van de lasten in de tijd, maar niet op de hoogte van het kostendekkend tarief berekend met de contante waarde methode (zie 1). De technische en economische afschrijvingstermijnen mogen afwijken. Volgens de richtlijnen uit de BBV, moeten de afschrijving en de afschrijvingstermijn zo goed mogelijk aansluiten op de feitelijke waardedaling van de vrijvervalriolering. Het voorzichtigheidsbeginsel leidt ertoe dat, indien de economische levensduur korter is dan de technische levensduur, afgeschreven moet worden op basis van de economische levensduur. De in de berekening gehanteerde afschrijvingstermijnen zijn weergegeven in tabel B3.1.
Tabel B3.1 Overzicht gehanteerde afschrijvingstermijnen (jaar) Object Afschrijvingstermijn Technisch Economisch Vrijvervalriolen 80 45 Bergbezinkvoorzieningen 60 45 gemalen – bouwkundig 45 45 gemalen – mechanisch / elektrisch 20 15 Pers- en drukleidingen 45 45 drukriolering – bouwkundig 45 45 drukriolering – mechanisch / elektrisch 20 15 Grondwatermaatregelen 50 45
11. Tariefegalisatievoorziening/reserve In overeenstemming met de BBV wordt gebruik gemaakt van een tariefegalisatievoorziening, om ongewenste schommelingen in het rioolrecht te voorkomen (art. 44, lid 2). Artikel 45 van het BBV bepaalt dat rentetoevoegingen aan voorzieningen zijn toegestaan, mits deze zijn gewaardeerd tegen contante waarde. In Wijk bij Duurstede rekenen we daarom 0,5% rente toe aan de tariefegalisatievoorziening. Dit is gelijk aan de rente die we rekenen voor het kapitaliseren van investeringen. 12. Rioolheffing en BTW De geraamde BTW op zowel goederen als diensten en investeringen mogen in het riooltarief worden meegenomen. Het tarief is inclusief de compensabele BTW verrekend per jaar. De btw over de investeringen wordt ook verrekend per jaar. 13. Nieuwe investeringen voor nieuwbouw Nieuwe investeringen voor nieuwbouw worden niet verrekend via de rioolheffing maar via de grondexploitatie. 14. Straatvegen De kosten van straatvegen wordt voor 50% toegerekend aan de rioleringszorg. 15. Watergangen De kosten voor het onderhoud van de watergangen wordt voor 50% toegerekend aan de rioleringszorg. De kosten van het baggeren van watergangen wordt voor 60% toegerekend aan de rioleringzorg.
Annuïtair afschrijven
Direct afschrijven
Bijlage 2
DoFeMaMe
Bijlage 3
Evaluatie
Gemeentelijk rioleringsplan Wijk bij Duurstede 2014-2018 De afgelopen periode stonden er een aantal onderzoeken en maatregelen op het programma. De meeste onderzoeken en maatregelen zijn volgens de planning uitgevoerd. Een deel is deels uitgevoerd, bijvoorbeeld omdat een andere aanpak dan van te voren gedacht is toegepast. Voor een aantal onderzoeken en maatregelen was geen prioriteit, deze zijn blijven liggen. In onderstaande tabel is dit weergegeven.
O1 O2 O3 O4 O5
Beschrijving Inventarisatie Inspectie en beoordeling Berekeningen Monitoring meetgegevens Energie uit afvalwater
O6 O7
Actualisatie GRP Inspectie- en reinigingsplan
M1 M2 M3 M4 M5 M6
Onderhoud vrijvervalriolering Straatvegen en kolkenreiniging Onderhoud gemalen en drukriolering Vervangen drukriolering Vervangen gemalen Vervangen telemetrie
M7 M8
Vervangen persleidingen Vervangen vrijvervalriolering
M9
Verbeteren functioneren
M10
Oprichten grondwatermeetnet
status Uitgevoerd Uitgevoerd Uitgevoerd Uitgevoerd Niet uitgevoerd, geen prioriteit Wordt uitgevoerd Niet uitgevoerd, geen prioriteit Uitgevoerd Uitgevoerd Uitgevoerd Deels uitgevoerd Deels uitgevoerd Deels uitgevoerd door beleidswijziging m.b.t. signalering n.v.t. Deels uitgevoerd, projecten naar achter geschoven door vervanging op wijkniveau. Niet uitgevoerd, geen prioriteit Uitgevoerd
BRP 2012 In het BRP is het (afval)watersysteem in Wijk bij Duurstede doorgerekend. Knelpunten in het systeem zijn benoemd en wanneer nodig zijn maatregelen voorgesteld. Een deel van deze maatregelen zijn vervolgens in de GRP’n opgenomen en begroot. Zo hebben we de afgelopen jaren in delen van de gemeente het hemelwater afgekoppeld van de gemengde riolering. Eén maatregel uit het BRP die is vernoemd in het GRP wordt in 2020 nog uitgevoerd. Dit is een kleine aanpassing in het vrijvervalstelsel van de Broekweg en het verhogen van overstortdrempel 1011-OP1. Deze werkzaamheden worden binnen de huidige budgetten uitgevoerd. De overige maatregelen zijn hoofdzakelijk binnen samenwerkingsverband WINNET uitgevoerd.
Het BRP is ook een uitgangspunt geweest voor het opstellen van een afvalwaterakkoord met Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden (HDSR). Hierin zijn afspraken gemaakt over de hoeveelheid afvalwater die aankomt bij de rioolwaterzuiveringsinstallatie van HDSR. De rioolheffing heeft zich volgens plan ontwikkeld. In de volgende grafiek is te zien dat de werkelijke rioolheffing overeenkomt met de geraamde rioolheffing gecorrigeerd voor inflatie.
Ontwikkeling van de rioolheffing €250 €200 €150 €100 €50 €2014
2015
2016
2017
2018
rioolheffing werkelijk
geraamd met inflatiecorrectie
De voorziening is in werkelijkheid hoger dan gedacht. Er zijn een aantal onderzoeken en maatregelen niet uitgevoerd, hiervoor zijn nog geen kosten gemaakt, maar deze zijn wel al in de inkomsten meegenomen. Deze bedragen zijn in de voorziening terechtgekomen. Wanneer deze werkzaamheden de komende periode alsnog worden uitgevoerd, zal de voorziening weer op het beoogde niveau komen.
Stand van de voorziening €6.000.000 €5.000.000 €4.000.000 €3.000.000 €2.000.000 €1.000.000 €-
geraamde stand voorziening 2019
werkelijke stand voorziening 2019
Bijlage 4
Locaties overstorten
In onderstaande tabellen zijn de locaties van onze overstorten aangegeven. In het nieuwe basisrioleringsplan nemen we een volledig overzicht van alle overstorten op, waarna we die lijst bijhouden en alle wijzigingen steeds doorgeven aan het hoogheemraadschap.
Volume
150965. 94
446913. 02
-
-
2,90
1.35
x
x
x
3132OP1
Langbroekerdijk A
150915. 21
446920. 15
150909. 45
446922. 32
-
-
2,99
1,80
x
x
x
3071BB2
Gerrit Achterbergstraat
150694. 80
447035. 37
150694. 74
447026. 13
210
B b b
2,55
4,00
x
x
x
2115BB2
Kerkdwarsweg
149545. 74
445723. 78
149541. 65
445728. 04
270
B b b
3,00
5,00
x
x
x
2118BB2
Kromme Stelakker
149468. 12
445020. 55
149463. 17
445013. 55
180
B b b
3,20
1,24
x
x
x
2162OP1
Ossenwaard/ Bredeweg
149138. 90
445373. 38
149018. 80
445510. 02
-
3,03
0,80
x
x
x
m3
mm
Vloeistofhoogte
y
Kwaliteit
x
)
446915. 87
y
Type 2)
150964. 69
x
Inhoud
Kerkeland
5.2.4.1.1.1.1.1 overstortput
3111OP1
Putnummer (code)
Frequentie
Meting 1)
Drempelbreedte (m)
Dimensionering 3)
Drempelpeil (m NAP)
Markering lozingspunt 1)
Kadastrale aanduiding lozingspunt
Randvoorziening
Meting op andere wijze
coördinaten lozingspunt in ontvangend water
coördinaten overstortput
Situering
Aanduiding bemalingsgebied (zie tabel 2.1b)
5.2.4.1.1 Peiljaar 2013, gemengde stelsels Cothen en Langbroek
2261OP1
Zandpad
150153. 39
445280. 27
150180. 86
445321. 43
-
-
3,01
x
0,72
x
x
Blaauwe Pannen
152350.62
442847.93
152350.62
442847.93
-
1123-BB2
Frankenweg
151589.28
443014.06
151562.09
443001.24
800
1170-OP1
Hoogstraat
152142.77
442871.63
149907.05
442921.73
-
-
1238-OP1
Kersengaard (2 stuks)
152254.63
443957.03
152309.09
444017.14
-
-
1365_BB2
Prins Hendrikweg
152390.08
443187.23
152412.48
443178.50
150
1397-OP1
Walplantsoen
152211.02
442816.65
152211.02
442816.65
-
1412-OP1
Dr. Cuyperstraat
151943.52
442534.80
151943.52
442534.80
1464-OP1
Veldpoortstraat
152068.59
442819.86
152068.59
442819.86
1303-BB2
Molenvliet
150243.09
442454.29
150231.03
442434.22
600
Vo
3,00
1,50
Bbb
3,10
9,60
x
x
x
Vo
3,38
3,70
x
x
x
Vo
3,50
4,00
x
x
x
Bbb
2,90
3,00
x
x
x
-
Vo
3,99
1,00
x
x
x
-
-
Vo
3,47
2,00
x
x
x
-
-
Vo
5,08
0,98
Bbb
2,57
11,00
x
x
x
Meting op andere wijze
Volume
-
1044-OW1
Frequentie
mm
Vloeistofhoogte
Inhoud m3
Drempelbreedte (m)
y
Meting 1)
Drempelpeil (m NAP)
x
Dimensionering 3)
Type 2)
y
Markering lozingspunt 1)
x
Kadastrale aanduiding lozingspunt
Randvoorziening
Kwaliteit
coördinaten lozingspunt in ontvangend water
coördinaten overstortput
5.2.4.1.2.1.1.1 overstortput
Situering
Aanduiding bemalingsgebied (zie tabel 2.1a)
Putnummer (code)
5.2.4.1.2 Peiljaar 2013, gemengde stelsels Wijk bij Duurstede
Drempelbreedte (m)
-
Ne e
3,20
1,00
-
-
149554 .13
444926 .47
Ne e
-
-
Nieuwland
149498 .40
444980 .30
-
-
Ne e
3,20
1,00
K
W. Alexanderweg
149202 .70
445185 .24
149200 .20
445180 .75
Ne e
3,34
0,20
2242OW1
K
W. Alexanderweg (= lozingspunt van 2242-G35)
-
-
149200 .20
445180 .75
Ne e
-
-
2242G40
K
W. Alexanderweg
149199 .80
445190 .40
-
-
Ne e
3,20
1,00
1261OP1
S
Lage Maat
149837 .91
442946 .60
-
-
Ne e
2,20
6,00
1261UT1
S
Lage Maat (= lozingspunt van 1261-OP1)
-
-
149840 .39
442952 .30
Ne e
-
-
S
Hoge Maat
S
De Langkamp
2144OP2
L
Middelveld
2144OW1
L
Middelveld (= lozingspunt van 2144-OP2)
2152OP1
L
2242G35
1168OW1 1264OW1
Kwaliteitsmeting (ja/nee)
1)
y
-
5.2.4.1.3.1.1.3
x
444932 .24
5.2.4.1.3.1.1.1
y
149558 .07
Putnummer (code)
x
Drempelpeil (m NAP)
Kadastrale aanduiding lozingspunt
X- en Y-coördinaten lozingspunt in ontvangend water
X- en Y-coördinaten overstortconstructie
-overstort
5.2.4.1.3.1.1.2 Situering regenwateruitlaat/
Aanduiding bemalingsgebied (zie tabel 2.1b)
5.2.4.1.3 Peiljaar: 2013, regenwateruitlaten-/overstorten, (v)GS-stelsels
-
-
149907.0 5
442921.7 3
Nee
-
-
150227.1
442774.2 6
Nee
-
-
-
-
1261OW2
S
Lage Maat
-
-
149666.8 7
442958.2 8
Nee
-
-
1261OW1
S
Lage Maat
-
-
149612.1 3
442850.6 8
Nee
-
-
1303-UT1
S
Molenvliet
-
-
149544.2 4
442724.9 5
Nee
-
-
1303OW1
S
Molenvliet
-
-
150243.5 4
442459.2 4
Nee
-
-
1328OW1
R
Neptunes (= lozingspunt van 1328-OP2)
-
-
151261.8 8
443826.7 2
Nee
-
-
1328OP2
R
Neptunes
151273.2 5
443834.0 3
Nee
3,35
1,15
1402OW3
R
Romulus (= lozingspunt van 1402-OP3)
-
-
151204.5 8
443517.2 3
-
-
1402OP1
R
Romulus
150939.4 7
443643.1 4
-
-
3,35
1,50
1402OW1
R
Romulus (= lozingspunt van 1402-OP1)
-
-
150938.8 8
443624.5 8
1402OP3
R
Romulus
151212.0 2
443520.2 8
-
-
3,35
1,50
1435OP1
R
Tacitus
150917.6 6
443923.7 4
-
-
3,35
1,50
1435OW1
R
Tacitus (= lozingspunt van 1435-OP1)
-
-
150906.9 4
443926.3 8
-
-
Nee Nee Nee Nee Nee Nee