CConstaterende datWijk bij Duurstede
Koppel je AI →
Document · PDF

WRP 2020-2024 Wijk bij Duurstede vastgesteld 3 december 2019

Raadsvergadering 2 juli 2024, gemeente Wijk bij DuurstedeBij agendapunt: Verlengen Water- en Rioleringsplan15.492 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Projectnummer: 361560 Referentienummer: SWNL0250526 Datum: 22-10-2019

Water in Wijk bij Duurstede Water- en rioleringsplan 2020-2024

Langbroek

Cothen

Wijk bij Duurstede

Verantwoording Titel

Water in Wijk bij Duurstede

Subtitel

Water- en rioleringsplan 2020-2024

Projectnummer

361560

Referentienummer

SWNL0250526

Revisie

Definitief

Datum

27-11-2019

Auteur

Elwin Leusink

E-mailadres

Elwin Leusink@sweco.nl

Gecontroleerd door

Renske ter Horst

Paraaf gecontroleerd

Goedgekeurd door

Elwin Leusink

Paraaf goedgekeurd

2

Samenvatting Een Water- en Rioleringsplan voor Wijk bij Duurstede De gemeente Wijk bij Duurstede ligt in een groen en waterrijk gebied. Door de ligging aan de Nederrijn/Lek, de Kromme Rijn en Langbroekerwetering, zien we water overal om ons heen. Het is belangrijk dat we goed met water omgaan. In dit Water- en rioleringsplan (WRP) beschrijven we hoe we omgaan met afvalwater, hemelwater, grondwater en oppervlaktewater. We hebben in dit plan aandacht voor klimaatbestendigheid en samenwerken. Het plan is volgens de structuur van de Omgevingswet opgebouwd. Hiermee geven we bouwstenen voor de Omgevingsvisies, Omgevingsprogramma’s en Omgevingsplannen. We hebben dit plan ook volgens de gedachte van de Omgevingswet opgesteld. We hebben gebiedsgericht bekeken waar we de komende jaren op gaan inzetten. Hierbij hebben we andere vakgebieden betrokken, is het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden aangesloten in het proces en hebben we een enquête gehouden onder inwoners om hun ideeën mee te kunnen nemen in het plan. De richting van het WRP is gekozen door de raad. Met een beleidskeuzenotitie hebben we ze vraagstukken over belangrijke beleidsrichtingen, zoals klimaatbestendigheid en samenwerken voorgelegd. De voorkeursrichting die zij hebben uitgesproken is in dit plan uitgewerkt. Visie, ambities en programma Het water in onze gemeente zien we als één systeem.

Grondwater wordt opgepompt en verwerkt tot drinkwater, wat we gebruiken voor verschillende doeleinden. Gebruikt water wordt als afvalwater afgevoerd via de riolering naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI). Neerslag wordt lokaal geborgen en verwerkt of komt ook in de riolering terecht. Op de RWZI wordt het water schoongemaakt en in het oppervlaktewater gebracht. Dit systeem is bovengronds en ondergronds met elkaar verbonden en vormt samen een geheel. Door op een goede manier om te gaan met water beschermen we de volksgezondheid. Met de inrichting van ons gebied houden we rekening met ruimte voor water. Zo creëren we een aantrekkelijke omgeving en een goede waterkwaliteit, met ruimte voor natuur en recreatie. Bij de inrichting van onze leefomgeving houden we rekening met extremere weersomstandigheden door klimaatverandering. Dit doen we samen met inwoners en bedrijven, samen met andere vakgebieden en samen met buurgemeenten en het Hoogheemraadschap. Vanuit de verschillende onderdelen van deze visie hebben we ons ambities en een programma geformuleerd: Visie Ambitie

Programma

We hebben een goed en toekomstbestendig rioleringssysteem. We inspecteren en onderhouden het rioolstelsel. Als het nodig is, dan vervangen we onderdelen. Bij nieuwbouw leggen we een toekomstbestendig rioolsysteem aan. Daarnaast doen we onderzoek naar het functioneren van het systeem. De komende vijf jaar vervangen we wat er nodig is. De gemengde riolering die aan vervanging toe is koppelen we af. Hemelwater houden we daardoor steeds meer gescheiden van afvalwater en verwerken we lokaal.

3

Visie Ambitie Programma

Visie

Ambitie Programma

Visie Ambitie

Programma

We hebben schone oppervlaktewateren die bijdragen aan een aantrekkelijke leefomgeving. Het oppervlaktewater blijft aantrekkelijk voor natuur, agrarische gebruik en recreatie. De watergangen, sloten en bermsloten onderhouden we door regelmatig te baggeren, beschoeiingen te onderhouden en kanten te maaien. Hiermee behouden we een goede doorstroming en blijft het water schoon en gezond. De waterkwaliteit houden we in de gaten en we nemen maatregelen als dat nodig is. Door klimaatverandering gaat het harder en vaker regenen, kennen we langere perioden van droogte en wordt het heter. Hier passen we ons op aan. We willen de gevolgen van klimaatverandering zoveel mogelijk opvangen op de plekken waar het minder grote problemen geeft. Jaarlijks voeren we projecten uit om Wijk bij Duurstede klimaatadaptief te maken. Ook willen we extra personele capaciteit inzetten op klimaatadaptatie, zodat dit in projecten wordt geborgd. We werken samen en pakken opgaven integraal op Er komen grote maatschappelijke opgaven op ons af: we willen klimaatadaptief, circulair en energieneutraal worden. Dit is een integrale opgave, die we samen met andere vakgebieden, andere overheden en onze inwoners en bedrijven invullen. Met regelmatig overleg en extra aandacht voor communicatie zorgen we voor voldoende afstemming met alle betrokkenen.

We hebben budget en tijdsbesteding geraamd om samenwerkingskansen te grijpen.

We leggen regels vast in het Omgevingsplan In verschillende landelijke besluiten zijn regels vastgelegd die belangrijk zijn voor een goede omgang met water (onder meer de Waterwet, de Wet milieubeheer, het besluit lozingen afvalwater huishoudens, het activiteitenbesluit en het besluit lozingen buiten inrichtingen). Ze geven duidelijk aan wie er verantwoordelijk is en wat er wordt verwacht. Met de invoering van de Omgevingswet vervallen deze besluiten en moet elke gemeente in het Omgevingsplan vastleggen wat de regels zijn voor het eigen grondgebied. Tot 2029 blijven de landelijke regels gelden, als we ervoor kiezen om voor die tijd geen eigen regels vast te stellen (dit heet de ‘bruidsschat’). Voor het onderwerp water houden we voorlopig vast aan de landelijke regels. Personele capaciteit Om de werkzaamheden in dit WRP uit te voeren is zeker 2,5 fte nodig. Momenteel hebben we 2,1 fte beschikbaar, wat betekent dat er onvoldoende personele capaciteit is om alle werkzaamheden uit te voeren. In de planperiode gaan we onderzoeken hoe wij dit tekort verder gaan invullen. De opgave op het gebied van kimaatadaptatie en inwonersparticipatie, zorgt voor extra benodigde capaciteit. We willen hier invulling aan geven door een medewerker klimaat en samenwerking aan te nemen voor 0,5 fte.

4

Financiën Om de uitgaven te dekken is een kostendekkend tarief van € 219,- per heffingseenheid per jaar nodig. Het huidige tarief is € 236,-, wat betekent dat er een verlaging mogelijk is van 17 euro per heffingseenheid. Door andere (lagere) rentepercentages en een nieuwe opzet van de vervangingsplanning voor vrijvervalriolen (langere technische levensduur voor vrijvervalriolen, relinen beschouwen we als gelijk aan vervangen) is deze daling mogelijk. Na de bespreking van de ambitienota van dit WRP is gevraagd om een alternatief kostendekkingsscenario uit te werken, waarbij investeringen direct worden geïnvesteerd om zo rentelasten te voorkomen en waarbij aan het einde van de beschouwde periode geen kapitaallasten meer bestaan. Hiervoor is een langjarig kostendekkend tarief van € 253,- per heffingseenheid nodig. Dan raakt de rioleringsvoorziening echter ontoereikend. Daarom moet een lange tijd meer worden geheven, om dit later te compenseren met een lagere rioolheffing. Dit kan bijvoorbeeld door de rioolheffing geleidelijk te laten stijgen tot € 361,per heffingseenheid in 2050, waarna een daling kan worden ingezet tot een tarief van € 156,00 per heffingseenheid in 2099.

5

Inhoudsopgave Samenvatting ......................................................................................................................... 3 1

Het eerste Water- en Rioleringsplan .................................................................... 8

1.1

Water in Wijk bij Duurstede ..................................................................................... 8

1.2

Voldoen aan wetten en regels ................................................................................. 8

1.3

Rekening houden met klimaatadaptatie, energietransitie en circulariteit ................ 9

1.4

Het WRP volgt de structuur van de Omgevingswet ................................................ 9

1.5

Opgesteld met inbreng van vele personen en vakgebieden ................................... 9

1.6

Samenhang met andere plannen .......................................................................... 10

1.7

Structuur van het WRP .......................................................................................... 11

2

Onze visie op water en riolering ........................................................................ 13

2.1

Onze visie op afvalwater ....................................................................................... 13

2.2

Onze visie op hemelwater ..................................................................................... 13

2.3

Onze visie op grondwater ...................................................................................... 13

2.4

Onze visie op oppervlaktewateren ........................................................................ 13

2.5

Onze visie op klimaatverandering ......................................................................... 14

2.6

Onze visie op samenwerken aan mooi en schoon water in Wijk bij Duurstede .... 14

3

Programma ........................................................................................................... 16

3.1

Wat vinden we belangrijk? ..................................................................................... 16

3.2

Riolering en afwatering behouden ......................................................................... 16

3.2.1

Wat hebben we al gedaan? ................................................................................................16

3.2.2

Wat hebben we nu? ............................................................................................................16

3.2.3

Wat willen we bereiken? .....................................................................................................17

3.2.4

Wat gaan we doen? ............................................................................................................20

3.3

Oppervlaktewateren goed beheren ....................................................................... 24

3.3.1

Wat hebben we al gedaan? ................................................................................................24

3.3.2

Wat hebben we nu? ............................................................................................................24

3.3.3

Wat willen we bereiken? .....................................................................................................24

3.3.4

Wat gaan we doen? ............................................................................................................26

3.4

Klimaatbestendig Wijk bij Duurstede ..................................................................... 26

3.4.1

Wat hebben we al gedaan? ................................................................................................26

3.4.2

Wat hebben we nu? ............................................................................................................28

3.4.3

Wat willen we bereiken? .....................................................................................................28

3.4.4

Wat gaan we doen? ............................................................................................................29

3.5

Samenwerken: regionaal, integraal en inwonerparticipatie ................................... 31

3.5.1

Wat hebben we al gedaan? ................................................................................................31

3.5.2

Wat hebben we nu? ............................................................................................................31

6

3.5.3

Wat willen we bereiken? .....................................................................................................32

3.5.4

Wat gaan we doen? ............................................................................................................34

4

Regelgeving (toekomst Omgevingsplan) .......................................................... 36

4.1

Wat gaat er veranderen? ....................................................................................... 36

4.2

Wat gaan wij hiermee doen? ................................................................................. 38

5

Organisatie en financiën ..................................................................................... 40

5.1

Organisatie ............................................................................................................ 40

5.2

Financiën ............................................................................................................... 40

5.2.1

Uitgaven ..............................................................................................................................40

5.2.2

Uitgangspunten kostendekkingberekening .........................................................................42

5.2.3

Kostendekking ....................................................................................................................42

5.2.4

Alternatief voor kostendekkingscenario ..............................................................................43

Bijlage 1 Kostendekking ..................................................................................................... 46 Bijlage 2 DoFeMaMe ............................................................................................................ 66 Bijlage 3 Evaluatie ............................................................................................................... 69 Bijlage 4 Locaties overstorten ........................................................................................... 72

7

1

Het eerste Water- en Rioleringsplan

1.1 Water in Wijk bij Duurstede Voor onze gemeente Wijk bij Duurstede is water belangrijk. Het is ontstaan en gegroeid dankzij de ligging aan de Nederrijn/Lek, de Kromme Rijn en Langbroekerwetering. Ook kruist het Amsterdam-Rijnkanaal bij Wijk bij Duurstede de Nederrijn/Lek. We leven dus in een groen en waterrijk gebied met veel landbouw, tuinbouw, veeteelt, scheepvaart en toerisme, die allemaal afhankelijk zijn van het water. In dit Water- en Rioleringsplan geven we er daarom ruime aandacht aan. Dit Water- en Rioleringsplan (WRP) gaat over het stedelijk afvalwater, hemelwater, grondwater en oppervlaktewater in onze gemeente. In onze vorige Gemeentelijke Rioleringsplannen (GRP’n) hadden we het vooral over de ondergrondse riolering, daarom heette deze nog gemeentelijke rioleringsplannen. We merken nu dat oppervlakkige afstroming, wegen, grasvelden, bermen en oppervlaktewateren ook een grote rol spelen, daarom verbreden we het GRP tot een WRP. In dit plan beschrijven we hoe we omgaan met het water in de openbare en particuliere ruimte in de komende planperiode van 2020 tot en met 2024. 1.2 Voldoen aan wetten en regels Met het vaststellen van dit WRP voldoen we aan de verplichting om een actueel gemeentelijk rioleringsplan te hebben (Wet milieubeheer).

We geven in dit WRP aan hoe we omgaan met de volgende gemeentelijke zorgplichten: • Zorgplicht stedelijk afvalwater en riolering Op grond van de Wet milieubeheer artikel 10.33 is elke gemeente verantwoordelijk voor de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater dat vrijkomt van de in de gemeente gelegen percelen. Alle percelen binnen de bebouwde kom zijn daarom aangesloten op (vrijverval)riolering. Buiten de bebouwde kom zijn alle percelen aangesloten op vrijvervalriolering, drukriolering, IBA of een geoorloofd alternatief. Het waterschap heeft op grond van artikel 2.4 uit de Waterwet de verplichting om het afvalwater te zuiveren (of te laten zuiveren door een andere partij). • Afvloeiend hemelwater Vanuit de Waterwet artikel 3.5 zijn gemeenten verplicht om zorg te dragen voor een doelmatige inzameling en verwerking van afvloeiend hemelwater, maar alleen als degene die zich er van wil ontdoen niet redelijkerwijs het water zelf kan verwerken op het eigen perceel, in de bodem of door het in een oppervlaktewater te brengen. • Grondwater In de Waterwet, artikel 3.6, is bepaald dat de gemeente de zorg heeft om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. Dit doet de gemeente door maatregelen

8

te treffen in het openbaar gemeentelijke gebied voor zover deze doelmatig zijn en niet tot de zorg van de waterbeheerder of de provincie behoort. Vanuit de Waterschapswet is de zorg voor het watersysteem aan het hoogheemraadschap opgedragen. Dit betekent dat Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden (HDSR) het overzicht op het watersysteem heeft en aangeeft wat er dient te gebeuren. Ook beheren zij de belangrijke, grote watergangen. Wij hebben als gemeente een groot aantal eigen watergangen en houden in ons beheer rekening met HDSR. 1.3 Rekening houden met klimaatadaptatie, energietransitie en circulariteit Drie grote maatschappelijk opgaves hebben extra aandacht gekregen bij het opstellen van dit WRP. Ze hebben alle drie een landelijke doelstelling die reikt tot 2050 en geven een opgave mee aan elke gemeente. Er is nog veel onzeker over deze opgaves, maar ze gaan waarschijnlijk een grote rol spelen in de werkzaamheden van de komende jaren: ▪ Klimaatadaptatie: klimaatvoorspellingen geven aan dat de neerslag heviger wordt, neerslag langer kan aanhouden, de kans op hete perioden groter wordt en de kans op droge perioden groter wordt. Met klimaatadaptatie bereiden we ons hierop voor. Landelijk is de ambitie gesteld om in 2050 ‘ruimtelijke adaptief’ te zijn. De gemeente Wijk bij Duurstede heeft zichzelf de ambitie gesteld om in 2050 klimaatadaptief te zijn.

▪ Energietransitie: door de uitstoot van broeikasgassen vindt de klimaatverandering plaats. Landelijk is de ambitie gesteld om de uitstoot in 2050 met 95% terug te dringen ten opzichte van de uitstoot in 1990. Gemeente Wijk bij Duurstede heeft zichzelf de ambitie gesteld om in 2030 energieneutraal te zijn. ▪ Circulariteit: om duurzamer te leven wordt het hergebruik van grondstoffen belangrijker. Waar we nu nog weinig rekening houden met de overblijfselen na het gebruik, is landelijk de ambitie gesteld om in 2050 alle grondstoffen te hergebruiken. Gemeente Wijk bij Duurstede heeft zichzelf de ambitie gesteld om in 2030 circulair te zijn. 1.4 Het WRP volgt de structuur van de Omgevingswet Het water vormt een onderdeel van de leefomgeving. We kunnen wateropgaven en de uitdagingen waar we voor staan niet los zien van de opgaven waar andere disciplines, zoals groen, wegen en ruimtelijke ordening voor staan. Daarom werken we zoveel mogelijk samen. De Omgevingswet, die wordt ingevoerd in 2021, zet in op een integrale aanpak binnen de gemeente. Door het WRP alvast in de structuur van de Omgevingswet op te stellen, en de samenwerking te zoeken met andere vakgebieden dragen we bij aan het integraal werken in onze gemeente.

1.5 Opgesteld met inbreng van vele personen en vakgebieden Dit plan is opgesteld in samenwerking met het Hoogheemraadschap Stichtse Rijnlanden. Tijdens het opstellen van het plan zijn collega’s van andere vakgebieden zoals, duurzaamheid, financiën, projectontwikkeling en communicatie betrokken. Ook is een

9

enquête uitgezet onder inwoners van Wijk bij Duurstede. In januari 2019 hebben ze zo hun ideeën en meningen kunnen geven over het onderwerp water. Overal waar het relevant is zijn de uitkomsten getoond in dit WRP. In de beleidskeuzenotite zijn de beleidswijzigingen en mogelijke richtingen voor de invulling van de zorplichten en werkzaamheden voor de komende jaren voorgelegd aan de raad. Op basis hiervan heeft de raad een voorkeur uitgesproken om een goede rioleringszorg te bieden, te werken aan een klimaatbestendig Wijk bij Duurstede en extra aandacht te geven aan inwonersparticipatie. Dit is uitgewerkt in dit Water- en Rioleringsplan. Enquete onder inwoners Door het WRP hebben we in roze vakken de uitkomsten van de enquete onder de inwoners getoond. De respondenten hebben onder andere op thema’s gescoord wat ze belangrijk vinden. Hieruit komt naar voren dat het goed functioneren van het riool en duurzaamheid belangrijk gevonden worden.

Wat vind u het belangrijkst van de riolering? Uitstraling (geen water op straat) 8%

Goedkoop (lage rioolheffing) 12%

Hygiëne 17%

Duurzaam (materiaalgebruik, verschillende technieken om vuil water te zuiveren) 23%

Naleven verplichtingen 8%

Goed functioneren 32%

1.6 Samenhang met andere plannen In dit WRP ligt de focus op water, maar water kan niet los gezien worden van andere beleidsplannen. De belangrijkste plannen en hun relatie tot dit plan zijn in onderstaande tabel opgenomen: Plan Waterplan (2009)

Basisrioleringsplan (2011)

Uitleg Het waterplan bevat een visie en een uitvoeringsplan voor het water in de gemeente Wijk bij Duurstede. Het plan is opgesteld in samenwerking tussen de gemeente en het hoogheemraadschap. In het plan staan vijf pijlers centraal: organisatie en communicatie; een beheerbaar en onderhoudbaar watersysteem (waterkwantiteit); schoon en gezond water (waterkwaliteit); water als leidend principe bij planvorming (plannen); aantrekkelijk water. In het Basisrioleringsplan worden de voorzieningen van het watersysteem in beeld gebracht. En wordt het hydraulisch (waterkwantiteit) en milieutechnisch (waterkwaliteit) functioneren van de riolering doorgerekend. Wanneer uit de berekening blijkt dat de huidige situatie niet aan de wensen voldoet, worden

10

Klimaatnota

Regionaal Afvalwaterketen Beleid

Beeldkwaliteitplan

maatregelen voorgesteld. Deze maatregelen moeten in het Gemeentelijk Rioleringsplan in de planning en kostenraming worden opgenomen. Gelijktijdig met het opstellen van dit WRP werken we aan een klimaatnota. Hierin leggen we vast hoe we omgaan met het veranderende klimaat. De thema’s gerelateerd aan stedelijk water, wateroverlast en droogte, behandelen we in dit Water- en Rioleringsplan. De ambities en werkzaamheden voor deze thema’s nemen we over in de klimaatnota. De ambities en werkzaamheden voor de thema’s hitte en waterveiligheid werken we verder uit in de klimaatnota. De afvalwaterketen beperkt zich niet tot binnen de gemeentegrenzen. In het Bestuursakkoord Water (2011) is daarom ingezet op een betere samenwerking tussen gemeenten en waterschappen. In het samenwerkingsverband WINNET is hier invulling aan gegeven, onder meer door een Regionaal Afvalwaterketenbeleid (RAB) op te stellen. In het beeldkwaliteitplan is met beelden vastgelegd hoe de openbare ruimte wordt beheerd. Dit WRP gaat meer en meer over de bovengrondse ruimte, geredeneerd vanuit de omgang met water. Waar het gaat om het aanzicht voor omwonenden is het beeldkwaliteitplan bepalend.

1.7 Structuur van het WRP We stellen het WRP op volgens de structuur van de omgevingswet. De externe ontwikkelingen die we hebben genoemd spelen mee in al deze onderdelen. In de Visie beschrijven we het gewenst toekomstbeeld: wat willen we bereiken? In het programma brengen we de huidige situatie in beeld, beschrijven we hoe we willen dat alles functioneert en beschrijven we wat we deze planperiode gaan doen. In het plan beschrijven we hoe we onze eisen vastleggen. Ten slotte beschrijven we welke personele capaciteit we nodig hebben om dit uit te voeren en hoeveel dit op de lange en korte termijn gaat kosten.

11

Onze visie Afvalwater goed verwerken • Ruimte voor hemelwater • Geen overlast door grondwater • Oppervlaktewateren hebben een grote waarde • Voorbereiden op klimaatverandering • Samenwerken om meer te bereiken •

12

2

Onze visie op water en riolering

2.1 Onze visie op afvalwater Door afvalwater weg te voeren uit de leefomgeving beschermen we de volksgezondheid. We proberen om het ontstaan van afvalwater te voorkomen en als dit niet kan dan scheiden en/of zuiveren we het. Hiervoor is het belangrijk dat de riolering en zuiveringsinstallatie samen goed functioneren. Uit het afvalwater in de riolering kan warmte teruggewonnen worden en op de rioolwaterzuiveringsinstallatie kunnen grondstoffen en energie uit het afvalwater worden gehaald. Deze technieken zijn in ontwikkeling en we helpen waar mogelijk mee aan de verdere ontwikkeling. 2.2 Onze visie op hemelwater Overtollig hemelwater wordt door gemeente, hoogheemraadschap en perceeleigenaren gezamenlijk ingezameld en verwerkt. Deze verantwoordelijkheid delen we, zodat maatregelen op de beste plek worden genomen. De perceeleigenaar verwerkt of bergt het hemelwater in principe op eigen terrein. De gemeente doet dit voor de openbare ruimte en de perceeleigenaren die het hemelwater zelf niet kunnen verwerken. We volgen hierin de trits ‘vasthouden-bergen-afvoeren’. Het heeft onze voorkeur om water vast te houden in het gebied waar het is gevallen, zodat we naastgelegen gebieden geen problemen geven en om droogte tegen gaan. In de gebieden met een hoge grondwaterstand in onze gemeente is dit lastig, omdat water moeilijk in de bodem kan infiltreren.

Op deze plekken bergen we water tijdelijk, bij voorkeur bovengronds zodat het water zichtbaar blijft. Ook het hoogheemraadschap bergt water en voert water af met haar watersysteem. Doordat we water zoveel mogelijk vasthouden en bergen in onze gemeente kan er na (hevige) neerslag een tijd water in de leefomgeving staan. Zolang dit geen schade veroorzaakt is dit onderdeel van het doelmatig functioneren van het watersysteem. We richten de leefomgeving hier op in. De boven- en ondergrondse verbinding met de rioolwaterzuiveringsinstallatie en de oppervlaktewateren is belangrijk, want hier moet voldoende ruimte zijn om overtollig hemelwater naartoe te kunnen brengen. 2.3 Onze visie op grondwater Een overschot of tekort aan grondwater kan problemen geven voor landgebruik, gebouwen en natuur. We willen de grondwaterstanden zo min mogelijk beïnvloeden, maar als er structurele problemen zijn kunnen we ingrijpen. Met ons grondwatermeetnet houden we zicht op de grondwaterstanden en als er problemen zijn dan zoeken we samen met de omgeving naar doelmatige oplossingen. 2.4 Onze visie op oppervlaktewateren Een goede waterkwaliteit draagt bij aan een aantrekkelijke omgeving. Stedelijk water van goede kwaliteit geeft ruimte aan planten, dieren en recreatieve functies.

De kwaliteit van het oppervlaktewater bepalen we aan de hand van streefbeelden die zijn vastgelegd in het Regionaal Afvalwaterketenbeleid. We willen minimaal voldoen aan het streefbeeld zichtbaar, dit betekent dat er weinig zwerfvuil in het water aanwezig is en water altijd zichtbaar is. Ook willen we oppervlaktewateren de ruimte geven. Dit doen we door ze te onderhouden, maar ook door bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening te houden met pieken in de waterafvoer. Hierbij heeft de verbinding tussen water en groen veel aandacht. De combinatie van groen en water zorgt voor mogelijkheden om water te bergen en een geleidelijke overgang van water naar land biedt mogelijkheden voor meer biodiversiteit.

13

Oppervlaktewateren zijn belangrijk voor het beeld van Wijk bij Duurstede. De recreatieve en toeristische waarde van de wateren gebruiken we om het beeld van Wijk bij Duurstede te versterken. Waar mogelijk maken we het oppervlaktewater toegankelijk en bruikbaar voor recreanten. 2.5 Onze visie op klimaatverandering Het veranderende klimaat zorgt ervoor dat extreme weersomstandigheden zoals hevige neerslag, hitte en droogte vaker voorkomen. Door de leefomgeving aan te passen, beperken we de gevolgen van deze extreme weersomstandigheden voor onze inwoners. Om ons voor te bereiden op het veranderende klimaat stellen we andere eisen aan de inrichting van de leefomgeving. Waar mogelijk willen we vergroenen, om meer water te kunnen verwerken en gelijktijdig hittestress en droogteproblemen tegen te gaan. We brengen goed in beeld wat we waar moeten doen, zodat we bewuste keuzes maken en samen met onze inwoners klimaatadaptief worden. 2.6 Onze visie op samenwerken aan mooi en schoon water in Wijk bij Duurstede Wij willen samenwerken met de bewoners en bedrijven in Wijk bij Duurstede. Iedereen heeft belang bij een goede omgang met water in Wijk bij Duurstede. Het gaat hierbij niet alleen om het wegvoeren van vervuild water, want op veel plekken is het mooie en schone water juist een waardevolle toevoeging.

Binnen onze gemeente lopen veel sloten, griften en weteringen die een grote landschappelijke en recreatieve waarde hebben. Samen houden we dit in stand, samen bepalen we hoe we dit verbeteren. Water raakt aan veel vakgebieden, daarom werken we ook binnen onze organisatie samen. Met collega’s van onder andere groen, wegen, communicatie, energie, ruimtelijke ordening en het sociaal domein richten we de leefomgeving in. Op het gebied van water werken we samen met andere overheden. We stemmen onze plannen, ambities en werkzaamheden af met het Hoogheemraadschap en in het samenwerkingsverband klimaat en water met omliggende gemeenten.

Figuur 1 Water verfraait de leefomgeving, zoals hier in Langbroek

14

Ons programma behouden wat we hebben • oppervlaktewateren goed beheren • een klimaatbestendige leefomgeving • samenwerken: integraal en inwonerparticipatie •

15

3

Programma

3.1 Wat vinden we belangrijk? In onze visie staat beschreven waar we naartoe werken. Om dit concreter te maken hebben we – op basis van de visie – een aantal ambities uitgewerkt: • We onderhouden het rioleringssysteem (en afwatering) wat we al hebben en leggen waar mogelijk goede, toekomstbestendige nieuwe systemen aan. Met onze riolering, gemalen, oppervlaktewateren en alle andere onderdelen hebben we een goede basis om water in te zamelen en naar de juiste plek te brengen. In dit WRP geven we daarom uitgebreid aandacht aan het onderhouden en verbeteren hiervan. • We hebben oppervlaktewateren die bijdragen aan een aantrekkelijke omgeving, dankzij het schone water en de goede inpassing in de omgeving. Oppervlaktewateren zijn heel belangrijk voor het beeld van Wijk bij Duurstede. Onze kernen zijn grotendeels gevormd rondom de Kromme Rijn en Langbroekerwetering. De waarde hiervan is groot, daarom moeten we het goed beheren. • We hebben een klimaatbestendige leefomgeving. Klimaatverandering is een risico voor ons huidige systemen, zowel voor de riolering als voor de oppervlaktewateren. Extreem weer als langdurige of hevige neerslag kunnen we niet goed verwerken, daarom moeten we andere oplossingen bedenken. Dit is een actueel en belangrijk onderwerp, daarom geven we hier extra aandacht aan.

• We werken samen met alle partijen die ons kunnen helpen om Wijk bij Duurstede beter in te richten voor water. Met de energietransitie, circulaire economie en de invoering van de Omgevingswet zien we dat integraal werken de basis wordt van alles wat we doen. Water moet hier een goede plek in krijgen. Ook zien we dat het belangrijker wordt om burgers te laten participeren in onze werkzaamheden. Deze vier ambities hebben we uitgewerkt in dit programma. Voor elke ambitie beschrijven we wat de laatste jaren hebben gedaan, hoe we ervoor staan, wat we willen bereiken en wat we daarvoor gaan doen. 3.2

Riolering en afwatering behouden

3.2.1 Wat hebben we al gedaan? Met onderzoeken, onderhoud en vervanging hebben we het rioolstelsel in goede staat gehouden. We hebben de meeste werkzaamheden die in het GRP gepland stonden ook uitgevoerd. Wat we nog niet hebben gedaan, is: • onderzoek naar energie uit afvalwater; • opstellen reinigings- en inspectieplan; • verschillende vervangingswerkzaamheden. Door het uitstellen van vervangingswerkzaamheden is de voorziening per eind 2019 ongeveer 3 miljoen hoger dan er in het GRP was geraamd. De rioolheffing ontwikkelde zich wel zoals was voorzien. Een volledige evaluatie staat in bijlage 3. 3.2.2 Wat hebben we nu? Van bijna alle panden in onze gemeente zamelen we het huishoudelijk afvalwater in. Er zijn twee panden met een IBA (individuele behandeling afvalwater), deze zijn eigendom van de perceeleigenaren en zij onderhouden dit systeem. Bij alle andere panden wordt met vrijvervalriolen en drukriolering het afvalwater ingezameld. Vaak wordt het hemelwater

16

gemengd met het huishoudelijk afvalwater, soms wordt het apart ingezameld. Met gemalen, drukrioleringunits en persleidingen transporteren we het afvalwater naar de RWZI in Wijk bij Duurstede. Alle objecten die in dit stelsel zitten, zijn benoemd in onderstaande tabel. Aanwezige voorzieningen Vrijvervalriolering: • Gemengd • DWA • HWA IBA’s Drukriolering Drukrioleringunits Persleidingen Gemalen • gemengd • DWA • HWA + grondwater Bergingskelders Wadi’s Straat- en troittoirkolken Overstorten

aantal 106,2 67,5 18,8 19,9 3 77,3 451 4,1 26 7 11 8 6 10 8.800 39

eenheid km km km km stuks km stuks km stuks stuks stuks stuks stuks stuks stuks stuks

In beheerpakketten houden we dit bij. Alle wijzigingen voeren we zo spoedig mogelijk door. Met inspecties en regelmatig onderhoud zorgen we ervoor dat alles goed functioneert. Alle objecten zijn minimaal 1x geïnspecteerd en worden volgens plan onderhouden. Als het nodig is worden objecten vervangen. We ontvangen weinig klachten en meldingen van onze inwoners (enkele tientallen per jaar). De meeste meldingen die we ontvangen gaan over verstopte kolken, putten en aansluitingen, die kunnen we snel verhelpen. Soms gaat het over (grond)wateroverlast en dan starten we een langer durende onderzoek op. 3.2.3

Wat willen we bereiken?

Behouden wat we hebben Met regelmatige inspecties en goed onderhoud zorgen we ervoor dat alles blijft functioneren. Als het nodig is, dan vervangen we onderdelen. Dit proberen we zo doelmatig mogelijk te doen. Hiervoor kijken we naar de inspectierapporten, beoordelen we de risico’s en kijken we naar de mogelijkheid om vervangingswerkzaamheden te combineren met andere werkzaamheden in de omgeving. In onze vervangingsplanningen gaan we uit van een gemiddelde verwachte levensduur, dit noemen we de technische levensduur. In de onderstaande tabel staan alle technische levensduren. Uit onze inspecties merken we dat vrijvervalriolering langer in goede staat blijft, daarom hebben we de technische levensduur van de meeste vrijvervalriolen met 10 tot 20 jaar verlengd. Het onderscheid dat we maken zit in de kwaliteit (riolen vanaf 1970 zijn vaak van een hogere kwaliteit en zijn beter aangelegd dan oudere riolen) en het risico voor de omgeving (transport- en overstortriolen hebben een belangrijke functie in het stelsel, als deze niet goed functioneren merken meer mensen de gevolgen). Ook gerelinede riolen blijven langer in goede staat, daarom gaan we er vanuit dat deze net zo lang blijven liggen als een volledig nieuw riool.

17

Object Vrijvervalriolering

Gemaal Persleiding Drukriolering

Specificatie Aangelegd tot 1970 Aangelegd vanaf 1970 Transport/overstortriool Bouwkundig Mechanisch elektrisch Bouwkundig Mechanisch elektrisch

IBA’s

Technische levensduur 70 jaar 80 jaar 60 jaar 45 jaar 20 jaar 45 jaar 45 jaar 20 jaar 30 jaar

Hemelwater vasthouden-bergen-afvoeren en schoonhouden-scheiden-zuiveren Een teveel aan hemelwater kan leiden tot water op straat, in groen en in panden. Ook zorgt het voor overstortingen, waarbij rioolwater in het oppervlaktewater terechtkomt. Soms komt dit rioolwater ook op straat te staan. Bij het inzamelen en verwerken van hemelwater kijken we daarom goed naar de veiligheid (vooral gericht op de capaciteit: geen water op plekken waar dat veiligheidsrisico’s geeft) en gezondheid (vooral gericht op de kwaliteit: geen rioolwater op plekken waar dat gezondheidsrisico’s geeft). Rioolwater moet ondergronds blijven, maar het relatief schone hemelwater mag tijdelijk bovengronds staan. Bij het inzamelen en verwerken van hemelwater maken we onderscheid in drie verschillende neerslaggebeurtenissen. Dit doen we om rekening te houden met de kans dat een bui valt: hoe zwaarder de regenbui, des te kleiner de kans dat deze boven Wijk bij Duurstede valt. We willen een rioolsysteem dat de ‘normale’ buien verwerkt, een inrichting van de leefomgeving die ervoor zorgt dat zware buien geen problemen geven en bij zeer zware buien willen we zo min mogelijk schade. Als er nog zwaardere buien vallen, dan gaat ons calamiteitenplan werken. Met deze indeling houden we rekening met klimaatverandering, want we kijken naar zwaardere buien dan we voorheen deden.

Dit betekent dat we nu nog niet overal voldoen aan deze neerslaggebeurtenissen. We hebben onszelf als doel gesteld om hier in 2050 wel aan te voldoen. Tot 2050 voeren we de projecten uit die nodig zijn om dit doel te bereiken. In onderstaande tabel staan de neerslaggebeurtenissen waar we aan willen voldoen. Bij alle nieuwbouw passen we dit toe. En in basisrioleringsplannen toetsen we de huidige situatie hieraan, waarna we de benodigde maatregelen plannen. Bij die maatregelen houden we water het liefste in het gebied waar het valt, om hiermee te voorkomen dat het laagstgelegen gebied uiteindelijk al het water moet opvangen. En om droogte tegen te gaan heeft het dan vooral de voorkeur om het water in de bodem te infiltreren. Neerslaggebeurtenis Bui 08 uit de kennisbank stedelijk water (19,8 mm in één uur)

Eis Er staat geen water op straat.

Zware bui (40 mm in één uur)

Maximaal 4 uur sprake van overlast, bijvoorbeeld omdat wegen slecht of niet toegankelijk zijn.

Uitleg Op deze bui is het rioolstelsel van Wijk bij Duurstede ontworpen, deze hoeveelheid water moet dus door het stelsel verwerkt worden. Het ondergrondse stelsel heeft niet voldoende capaciteit om al het water te verwerken. Een deel van het water moet bovengronds een plek krijgen, daarom richten we de openbare

18

Bui van 60 mm in één uur

Geen water in panden.

ruimte zo in dat we de kans op grote overlast beperken. We streven ernaar om belangrijke wegen toegankelijk te houden. We willen geen schade in panden. Het water mag wel op straat en in groen en tuinen staan, waar het voor minder schade zorgt.

Water komt dus vaker bovengronds te staan. Om gezondheidsrisico’s te voorkomen willen we dat dit schoon water is. Dit bereiken we door de trits schoonhouden-scheiden-zuiveren aan te houden. In eerste instantie willen we verontreiniging van hemelwater voorkomen. Daarna houden we het relatief schone hemelwater zoveel mogelijk gescheiden van stedelijk afvalwater. Pas als het echt niet anders kan voeren we het hemelwater met het stedelijk afvalwater af naar de zuivering. Enquête onder inwoners: Acceptatie tijdelijke wateroverlast Tijdens hevige neerslag kan water een tijdje op straat blijven staan. 88% van de respondenten geeft aan dat water een uur op straat mag staan na een hevige regenbui. 53% vindt het zelfs geen probleem als water een halve dag op straat staat. Dit sluit aan bij ons beleid om hevige neerslag niet alleen ondergronds, maar ook bovengronds te verwerken.

Is deze tijdelijke wateroverlast voor u acceptabel? Ja, zolang het niet langer dan een dag op straat staat 27%

Ja, zolang het niet langer dan een halve dag op straat staat 26%

Nee, dit is nooit acceptabel 13%

Ja, zolang het niet langer dan een uur op straat staat 34%

Tijdens en na een hevige regenbui kan er rioolwater via de overstort in het oppervlaktewater terechtkomen. Dit is opzettelijk zo aangelegd, om te voorkomen dat er water omhoog komt in toiletten en water op straat staat. We vinden het belangrijk dat de riooloverstortingen geen schade geven aan de omliggende natuur, landbouw, veeteelt en het toerisme. Met periodieke ’ecoscans’ beoordelen we dit. Afhankelijk van de uitkomsten van de ecoscans bepalen we of er maatregelen nodig zijn. Grondwater dat geen overlast geeft De gemeente heeft een regierol als het gaat om grondwater. Dit houdt in dat wij het aanspreekpunt zijn voor vragen en meldingen over grondwater. In onze gemeente is er vooral kans op grondwateroverlast door een overschot aan grondwater, de kans op een tekort aan grondwater is klein. Met ons grondwatermeetnet monitoren we de situatie.

19

Grondwaterstanden kunnen op korte afstand flink verschillen, daarom doen we als het nodig is lokaal aanvullend onderzoek. Er zijn in Wijk bij Duurstede twee aandachtsgebieden voor grondwateroverlast. Dit zijn de Horden-Zuid en Langbroek rondom Gerrit Achterbergstraat. In deze gebieden wordt grondwateronderzoek gedaan en brengen we de drainage en de werking hiervan in beeld. We zetten vooral in op het voorkomen van grondwateroverlast, door grondgebruik dat aansluit bij de grondwaterstanden. Bijvoorbeeld in Langbroek en Horden-zuid moet bij de bouw van een nieuw pand rekening worden gehouden met de hogere grondwaterstanden. In bestaande bebouwde gebieden is het lastiger om grondwateroverlast te voorkomen, daar gaat het vooral om het verminderen van overlast. Wanneer een melding wordt gedaan van grondwateroverlast onderzoeken we de waarschijnlijke oorzaak van de grondwateroverlast.

De gemeente heeft geen, of een beperkte rol, als de grondwateroverlast: • door de perceeleigenaar zelf kan worden verholpen of verminderd, bijvoorbeeld bij een lekke kelder of niet-vochtwerende vloer; • aantoonbaar wordt veroorzaakt door een derde partij, bijvoorbeeld na bouwwerkzaamheden in de directe omgeving; • te relateren is aan de verantwoordelijkheden van een andere overheid (hoogheemraadschap of provincie), waardoor deze andere overheid maatregelen zou moeten treffen om de overlast te verhelpen of verminderen, bijvoorbeeld als een verandering van het oppervlaktewaterpeil de overlast veroorzaakt. Als er van deze punten geen sprake is, dan onderzoeken wij of er structurele overlast is die met doelmatige maatregelen kan worden verholpen. Hiervoor houden we het volgende aan: • we spreken van grondwateroverlast als het grondwaterpeil leidt tot economische schade en/of schade aan de volksgezondheid. Een indicator hiervoor is dat de grondwaterstanden hoger zijn dan 0,7 meter onder maaiveld. Dit is gelijk aan het GRP Wijk bij Duurstede 2014-2018; • we spreken van structurele grondwateroverlast als er minimaal drie maanden per jaar, aaneengesloten of in afzonderlijke periodes, sprake is van een overlastsituatie; • we spreken van doelmatig wanneer de kosten van de schade opwegen tegen de kosten van de te nemen maatregelen.

Hierbij gaan wij er vanuit dat wij alleen maatregelen nemen in het openbaar terrein, de kosten van maatregelen op particulier terrein zijn voor eigen rekening. 3.2.4 Wat gaan we doen? In hoofdstuk 5 staat een tabel met per jaar een overzicht van wat we gaan doen. Hier beschrijven we de belangrijkste zaken. Reinigen en inspecteren In onderstaande tabel is de onderhoudsfrequentie van verschillende rioleringsobjecten weergegeven. Object vrijvervalriolen

Reinigen Gekoppeld aan inspectie, 1x per 5/10 jaar

Inspecteren Standaard: 1x per 10 jaar Afwijkend: 1x per 5 jaar • Transportriolen • Overstortriool • Dieper dan 2 meter

20

Drukrioleringsunits en gemalen Grote gemalen (dubbelpomps, hoofdgemaal, vijzelgemaal) Bergbezinkbassins Overstorten Straatvegen

1x per jaar

1x per jaar

4x per jaar

4x per jaar

1x per jaar Op basis van meldingen beeldgestuurd

1x per jaar Op basis van meldingen beeldgestuurd

Straatvegen Vuildeeltjes op straat worden meegevoerd met neerslag en spoelen via de straat- en trottoirkolken het rioolstelsel in. In het rioolstelsel zorgen ze voor extra vervuiling en soms voor verstoppingen. Dit leidt tot een slechte afstroming van water en plassen op straat. Om dit te voorkomen worden straten regelmatig geveegd. De kosten voor straatvegen rekenen we daarom voor de helft door aan de rioolheffing. De andere helft wordt betaald vanuit de algemene middelen, omdat het ook belangrijk is voor een prettige leefomgeving. Berekeningen Het hydraulisch en milieutechnisch functioneren van het hele stelsel wordt 1x in de 10 jaar in beeld gebracht door berekeningen uit te voeren. Met deze berekeningen kan ook in beeld worden gebracht wat er gebeurt na wijzigingen in het stelsel. De laatste keer is dit in 20112012 uitgevoerd, de komende planperiode zal het stelsel daarom weer worden doorgerekend. Monitoring meetgegevens Binnen het water en klimaat-samenwerkingsverband worden riooloverstorten en de verpompte hoeveelheden afvalwater gemeten. De data wordt verzameld en geanalyseerd. Hiernaast hebben we een grondwatermeetnet waarmee we inzicht krijgen in de grondwaterstand in onze gemeente. De data wordt binnen het samenwerkingsverband verzameld en geanalyseerd. Onderzoek grondwater Uit enkele gebieden ontvangen we relatief veel meldingen van grondwateroverlast.

In deze gebieden gaan we nader onderzoek uitvoeren en treffen we maatregelen als dat nodig blijkt. We hebben voor 2020 en 2021 een bedrag van € 25.000,00 per jaar geraamd, voor 2022, 2023 en 2024 hebben we € 15.000,00 per jaar geraamd. Actualisatie WRP De planperiode van dit WRP loopt tot 2024. In 2023 stellen we daarom een nieuw WRP op. Het is nog onduidelijk in welke vorm dit zal zijn, omdat met de invoering van de Omgevingswet in 2021 de verplichting voor het opstellen van een gemeentelijk rioleringsplan verdwijnt. De visie, opgave en kostendekking voor omgang met water in onze gemeente moet wel worden vastgelegd. Een soortgelijk plan zal dus blijven bestaan. Nieuwe aanleg In de komende jaren verwachten we de aanleg van 600 nieuwe panden. Bij al deze panden willen we dat er een toekomstbestendig systeem wordt aangelegd, door te voldoen aan: • nieuwbouw wordt aangesloten op een gescheiden stelsel. Afvalwater en hemelwater wordt apart ingezameld en verwerkt; • kleinschalige nieuwbouw (tot 5 panden in bestaand bebouwd gebied) wordt aangesloten op het aanwezige stelsel. Eigenaren moeten hun afvalwater en

21

• • • • •

hemelwater gescheiden aanleveren op de perceelgrens, ook wanneer aangesloten wordt op een gemengd stelsel. Zo kan bij toekomstige verandering van het stelsel gemakkelijk worden aangesloten op een gescheiden stelsel; in het buitengebied worden nieuwe percelen aangesloten op drukriolering, tenzij de kosten hiervan hoger zijn dan de aanleg van een IBA; bij nieuwbouw adviseren we het vloerpeil 30 cm hoger aan te leggen ten opzichte van het straatpeil om de kans op wateroverlast te verkleinen; bij nieuwbouw moet hemelwater binnen het projectgebied worden verwerkt of als dat niet mogelijk is vertraagd worden afgevoerd. Hiervoor volgen we de eisen van het hoogheemraadschap voor de aanleg van waterberging; vervuiling van afstromend hemelwater proberen we te voorkomen. Uitlogende materialen zijn daarom niet toegestaan; in de bestemmingsfase wordt rekening gehouden met grondwater om te bepalen waar gebouwd kan worden en hoe gebouwd kan worden. Deze toetsing vindt plaats door het toepassen van de watertoets en het maken van een inrichtingsplan.

Vervanging We hebben voor de planperiode bedragen geraamd voor verschillende vervangingswerkzaamheden. Voor het vervangen van de verschillende onderdelen van de riolering is in de planperiode jaarlijks een gemiddeld bedrag nodig van: • € 56.000,00 voor gemalen; • € 278.000,00 voor drukriolering; • € 2.000,00 voor persleidingen; • € 457.000,00 voor vrijvervalriolering. Hieronder staan de lange termijn vervangingsplanningen van de verschillende objecten.

Vervangingskosten (x 1000 Euro)

Gemalen 300 250 200 150 100 50 2020

2030

2040

2050

bouwkundig

2060 Jaar

2070

2080

2090

mechanisch / elektrisch

Figuur 2: vervangingsplanning van gemalen

22

Vervangingskosten (x 1000 Euro)

Drukriolering 500 400 300 200 100 2020

2030

2040

2050

bouwkundig

2060 Jaar

2070

2080

2090

mechanisch / elektrisch

Figuur 3: vervangingsplanning van drukriolering (gemiddelde over 10 jaar)

Vervangingskosten (x 1000 Euro)

Persleidingen 500 450 400 350 300 250 200 150 100 50 2020

2030

2040

2050

2060 Jaar

2070

2080

2090

2070

2080

2090

Figuur 4: vervaningsplanning van persleidingen

Vrijvervalriolering Kosten (x 1000 Euro)

6.000 5.000 4.000 3.000 2.000 1.000 2020

2030

2040

2050

2060 jaar

Figuur 5: vervangingsplanning van vrijvervalriolering

23

De vervangingsplanning voor vrijvervalriolering wijkt sterk af van eerdere vervangingsplanningen. De belangrijkste verschillen zitten in: • de langere levensduur: we gaan vanuit dat het grootste deel van de vrijvervalriolen 20 jaar langer kan blijven liggen; • de eerste 30 jaar gaan we enkel uit van gebiedsgerichte vervanging van vrijvervalriolen, zodat we een gebied in één keer toekomstbestendig kunnen maken. We middelen de investeringsbudgetten om beter aan te kunnen sluiten op de plannen van andere vakgebieden; • invoering van een budget voor ‘kleinschalige vervanging’, omdat we soms op basis van een slechte toestand van het riool kleine stukken eerder moeten vervangen dan dat ze gebiedsgericht aan de buurt zijn; • tot 2050 zetten we sterk in op het ontvlechten van hemelwater (‘afkoppelen’), omdat we in een gebiedsgerichte aanpak meer mogelijkheden zien om dit mee te nemen. We gaan er daarom vanuit dat we bij 100% van de gemengde riolen die we vervangen overgaan tot afkoppelen. Vanaf 2050 gaan we uit van 30%, omdat dan de grote maatschappelijke opgaven moeten zijn behaald en er dus minder vaak integrale gebiedsgerichte projecten zullen voorkomen. Deze 30% gebruikten we ook bij het aflopende GRP. 3.3

Oppervlaktewateren goed beheren

3.3.1 Wat hebben we al gedaan? Alle oppervlaktewateren zijn onderhouden, door ze regelmatig te baggeren, beschoeiingen te onderhouden en de kanten te maaien. In ons gebied hebben we één extra watergang aangelegd, in de David van Bourgondiëweg. Het oppervlaktewater in Wijk bij Duurstede is onderdeel van een groter regionaal systeem. We hebben daarom regelmatig overleg met de beheerder van dit grotere systeem: het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden. Er liggen verschillende toeristische routes langs de oppervlaktewateren. Zo zijn er rond de toeristisch overstappunten in Wijk bij Duurstede en in Langbroek meerdere wandelroutes die (deels) langs het water lopen. En is het ook mogelijk om over de Kromme Rijn, Langbroekerwetering en Cothergrift te kanoën. 3.3.2 Wat hebben we nu? In onze gemeente ligt 72 kilometer aan oppervlaktewateren die in beheer zijn van de gemeente. Hierin maken we onderscheid tussen watergangen (altijd watervoerend en een functie in het afvoeren van water), sloten (niet altijd watervoerend, zamelen water in en gebruikt voor berging van water) en bermsloten (om afstromend water van wegen in op te vangen). 3.3.3 Wat willen we bereiken? In 2007 hebben we een waterplan opgesteld. De planperiode hiervan is inmiddels verlopen, maar de doelen die hierin staan benoemd blijven leidend.

Hierin staat dat we een veilig, gezond en boeiend water willen in Wijk bij Duurstede. Dit bereiken we door: • een beheerbaar en onderhoudbaar watersysteem; • schoon en gezond water; • water als leidend principe bij planvorming; • aantrekkelijk water. Een beheerbaar watersysteem Dit betekent voor ons dat we ruimte hebben in en rondom de oppervlaktewateren om de benodigde werkzaamheden uit te voeren. We willen altijd met een voertuig direct bij het

24

water kunnen komen en we willen dat oevers zonder steile hellingshoek richting het water lopen. Schoon en gezond water Onze wateren hebben een belangrijke rol voor de landbouw, veeteelt en het toerisme. We willen daarom dat het water schoon is en dat er geen gezondheidsrisico’s zijn voor de gebruikers. Door goed onderhoud en voldoende doorstroming zorgen we voor een goede waterkwaliteit. Zelf controleren we periodiek de waterkwaliteit met ‘ecoscans’ en we reageren op meldingen van inwoners en gebruikers. We hebben extra aandacht voor de waterkwaliteit in periodes waarin: • de temperaturen langdurig hoog zijn, want dan is er een verhoogde kans op botulisme; • veel hevige neerslag valt, want dan is er een verhoogde kans op riooloverstortingen. Water als leidend principe bij planvorming Al onze kernen zijn ontstaan rondom watergangen, vanwege de voordelen die dit bood voor onder andere handel, toevoer van water en landbouw. Over de oude structuren en bouwlocaties is goed nagedacht, omdat er toen minder bescherming was tegen overstromingen en hevige neerslag. Door de aanleg van steviger dijken, riolen, gemalen en andere voorzieningen ging het beschermingsniveau van het gebied omhoog Figuur 6 Op oude kaarten zijn de kernen, watergangen en was er minder aandacht voor de rol van het en het buitengebied goed te zien (via water in de planvorming.

We merken dat dit nu www.topotijdreis.nl) weer leidt tot problemen, omdat we in het verleden te weinig aandacht hebben gehad voor het water. Door het een leidend principe te maken, geven we er weer voldoende aandacht aan. Een leidend principe betekent niet dat alles om water draait. We willen ermee aangeven dat water vroeger als kansrijk werd gezien en daarom onze kernen langs het water ontstonden. Nu nog steeds biedt het water vele kansen om een mooie leefomgeving te creëren. Door woningen, landbouw, natuur en toerisme rondom het water aan te leggen gebruiken we de positieve kant van het water. Als er voldoende ruimte is voor water, het water op de juiste plek ligt en het goed verbonden is met het regionale watersysteem, dan versterkt dat de plannen. Aantrekkelijk water Oppervlaktewateren bieden veel positiefs. Deze voordelen willen we duidelijk laten zien: • rondom oppervlaktewateren is meer groen, omdat er een ruime toevoer is van water. Natuur, landbouw en veeteelt profiteren hiervan; • oppervlaktewateren hebben toeristische waarde, omdat er rondom het water veel te zien en te beleven is; • oppervlaktewateren verkleinen de kans op wateroverlast, omdat het ruimte geeft om water tijdelijk te bergen; • oppervlaktewateren gaan verdroging tegen, omdat er door middel van stuwen water in kan worden opgeslagen.

25

3.3.4

Wat gaan we doen?

Onderhouden In onderstaande tabel hebben we het onderhoud van de watergangen beschreven. Werkzaamheden Verwijderen drijfvuil Baggeren

Frequentie Op overlastlocaties 1x per 10/15 jaar

Beschoeiingen

Na inspectie

Maaienwatergangen Duikers reinigen

2x per jaar 1x per 10 jaar

Aandachtspunt Kan vaker op toeristische locaties. We geven aandacht aan de biodiversiteit, door niet in één keer grote gebieden te baggeren. Op toeristische locaties kan dit vaker gebeuren, bijvoorbeeld langs de Singel en het kasteelpark. Hierbij aandacht voor biodiversiteit. Particulieren hebben ook duikers aangelegd. Deze moeten zij zelf reinigen.

Het oppervlaktewatersysteem is van belang voor de hemelwaterafvoer. Via uitlaten komt hemelwater terecht in het oppervlaktewater systeem. Door onderhoud zorgen we ervoor dat we ruimte hebben om water te bergen in natte perioden en om water vast te houden in droge perioden. Daarnaast is de riolering verbonden met het oppervlaktewaterstelsel. Wanneer de capaciteit van het rioolstelsel bereikt is, komt via overstorten vuilwater in het oppervlaktewatersysteem. Vanwege het belang van een goed functionerend watersysteem voor de waterafvoer worden de helft van de onderhoudskosten toegerekend aan de rioolheffing. De andere helft wordt bekostigd vanuit de algemene middelen, omdat het watersysteem ook belangrijk is voor landbouw, veeteelt, toerisme en de algemene prettige leefomgeving. Voor het baggeren rekenen we 60% van de kosten toe aan de rioolheffing, omdat we dit in grote mate doen voor een goede waterkwaliteit en waterafvoer en omdat we merken dat er rondom riooloverstorten meer slib ligt. De twee belangrijkste redenen rekenen we voor 40% toe, het effect van riooloverstorten rekenen we voor 20% toe. Dit betekent dat 60% toe te rekenen is aan de rioolheffing (waterkwantiteit en effect van riooloverstorten). Controleren waterkwaliteit Elke drie jaar voeren we een eco-scan uit om de waterkwalitet te controleren. Deze scan geeft mogelijke knelpunten aan.

De uitkomsten gebruiken we om maatregelen te nemen, als dat nodig blijkt. Ook gebruiken we meldingen: deze geven aan wat omwonenden en gebruikers ervaren van de waterkwaliteit. Versterken van aantrekkelijk water In overleg bekijken we de mogelijkheden om de aantrekkelijkheid van het water sterker terug te laten komen. Bijvoorbeeld bij nieuwbouwplannen en ontwikkelingen in het toerisme zoeken we naar de kansen hiervoor. 3.4

Klimaatbestendig Wijk bij Duurstede

3.4.1 Wat hebben we al gedaan? Binnen de klimaat en water-samenwerkingsverband hebben we een klimaat- en waterveiligheidsstresstest uitgevoerd. Hierin hebben we de knelpunten voor wateroverlast, hittestress, droogte en waterveiligheid in Wijk bij Duurstede in beeld gebracht. De belangrijkste conclusies voor deze onderdelen hebben we hieronder opgesomd.

26

Wateroverlast: • in de wijk Noorderwaard zijn relatief veel hoogteverschillen in de weg waardoor er lokaal veel water op straat kan staan; • in de wijk De Geer liggen de ontsluitingswegen van de wijk relatief hoog waardoor het water uit de woonstraten niet makkelijk naar het oppervlaktewater kan stromen; • bij een bui van 60 mm in 1 uur staat op de helft van de wegvakken meer dan 15 cm water, wat een belemmering kan vormen voor de doorgang van het verkeer; • op de ontsluitingswegen ontstaat relatief weinig wateroverlast. Soms kan het water van lokale wegen naar ontsluitingswegen stromen en daar overlast geven, zoals op de Nieuweweg en Frankenweg.

Figuur 7 Op de stresstestkaarten is te zien waar water blijft staan en welke panden risicovol zijn voor wateroverlast

Hitte: • de warmste gemeten plekken zijn de bedrijventerreinen, ten westen van Wijk bij Duurstede en in Cothen, door de vele verharding en vaak zwarte daken; • daarnaast zijn de winkelcentra en in mindere mate de oudere bebouwing en zorginstellingen warme plekken om dezelfde reden. Bijvoorbeeld, gebieden rondom de supermarkten, het partycentrum Cothen en het oude centrum van Wijk bij Duurstede; • kunstgrasvelden zijn relatief warme plekken, onder andere de velden van Hockeyvereniging Dorsteti; • de stedelijke gebieden binnen de gemeenten zijn duidelijk warmer dan het buitengebied. Droogte: • het gebied is beperkt kwetsbaar voor droogte door de mogelijkheid van wateraanvoer via de Kromme Rijn.

27

• er zijn geen grote veranderingen te verwachten in de gemiddelde grondwaterstanden. In een lange droge periode daalt het grondwater wel in het hele gebied;

• in het stedelijk gebied wordt droogte niet als groot risico ervaren. Waterveiligheid: • de gemeente Wijk bij Duurstede zal grotendeels overstromen bij het doorbreken van dijken. De waterdiepte varieert in het algemeen tussen de 0 meter tot maximaal 1,5 meter. De uitzonderingen hierop is het gebied tussen het Amsterdam-Rijnkanaal en onder de Rijndijk waar de waterdiepte hoger zal liggen van 2 meter tot maximaal 5 meter; • het gebied tussen Wijk bij Duurstede en de Utrechtse Heuvelrug is lager gelegen waardoor de evacuatieroutes onder water komen te staan. 3.4.2 Wat hebben we nu? De afgelopen jaren hebben we weinig meldingen ontvangen van overlast door water, hitte of droogte. Er zijn geen zeer zware buien over Wijk bij Duurstede getrokken en rondom perioden van hitte hebben we geen meldingen ontvangen over problemen door de temperatuur. In de droge zomer van 2018 hebben we enkele meldingen ontvangen over de droogte. Er ontstonden scheuren in wegen en er was uitval van groen. In onze werkzaamheden nemen we klimaatadaptatie steeds vaker mee. Bijvoorbeeld door het aanleggen van wadi’s in de Geer, zodat er meer water kan worden verwerkt en het water in de bodem kan zakken. 3.4.3 Wat willen we bereiken? Klimaatadaptatie zien we als een vraagstuk voor de bovengrond. Het vraagt om een groene, open inrichting van de leefomgeving.

Dit geldt voor de openbare ruimte en particuliere ruimte, omdat het stedelijk gebied zo ongeveer in tweeën te delen is (50% openbaar, 50% particulier). Vaak is de openbare ruimte al in gebruik voor bijvoorbeeld parkeren, vervoer en andere functies. Het lukt dan niet om de volledige gevolgen van klimaatverandering in hetzelfde gebied op te vangen, de particuliere ruimte is ook nodig. Dit willen we voorlopig niet afdwingen, maar wel stimuleren. Als we deze planperiode merken dat dit onvoldoende bijdraagt, dan kunnen we overgaan tot het afdwingen van maatregelen in specifieke wijken. We kijken dan op welke percelen tegen redelijke kosten het hemelwater kan worden verwerkt. Met de (her)inrichting van gebieden houden we rekening met extremere weersomstandigheden. Hierbij richten we ons op de regenbuien die theoretisch 1x per 100 jaar kunnen voorkomen, een temperatuurstijging van 2 graden, een tot 10 centimeter dalende grondwaterstand door droogte en op een dijkdoorbraak. De gevolgen hiervan willen we beter kunnen opvangen. Dit doen we door: • hoogteverschillen te maken tegen wateroverlast: alles wat we willen beschermen bouwen we hoger dan de directe omgeving; • bij nieuwbouw ligt het bouwpeil minimaal 30 cm hoger dan het straatpeil; • meer groen aan te leggen om schaduw te creëren en water te infiltreren; • water te infiltreren als dat mogelijk is.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14278993/1