CConstaterende datWijk bij Duurstede
Koppel je AI →
Document · PDF

Treasurystatuut gemeente Wijk bij Duurstede 2024

Raadsvergadering 12 december 2023, gemeente Wijk bij DuurstedeBij agendapunt: Treasurystatuut 202412.855 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Juist voor korte financiering geldt dat het renterisico aanzienlijk kan zijn, aangezien fluctuaties in de rente bij korte financiering direct een relatief grote invloed hebben op de rentelasten. De kasgeldlimiet wordt berekend als een percentage ( bij ministeriële regeling vastgesteld op 8,2%) van het totaal van de jaarbegroting van de gemeente Wijk bij Duurstede bij aanvang van het jaar. Het doel van de renterisiconorm is het beheersen van de renterisico’s op de vaste schuld (schuld met een rente-typische looptijd van één jaar of langer) door het aanbrengen van spreiding in de looptijden in de leningenportefeuille. De renterisiconorm kan worden berekend door een vastgesteld percentage (bij ministeriële regeling vastgesteld op 20%) te vermenigvuldigen met de totale vaste schuld. Artikel 3 lid 2c. Het aantrekken van gelden met als doel deze met winstoogmerk te beleggen is door artikel 2 lid 2 van de Wet FiDO nadrukkelijk niet toegestaan. Artikel 4 lid 1; Renterisicobeheer omvat het beperken van de invloed van (externe-) rentewijzigingen op de financiële resultaten van de gemeente. Een belangrijk uitgangspunt van de Wet fido is het vermijden van grote fluctuaties in de rentelasten van openbare lichamen. Teneinde een grens te stellen aan korte financiering (met een rente-typische looptijd tot één jaar) is in de Wet fido, de kasgeldlimiet opgenomen.

Juist voor korte financiering geldt dat het renterisico aanzienlijk kan zijn, aangezien fluctuaties in de rente bij korte financiering direct een relatief grote invloed hebben op de rentelasten. De kasgeldlimiet wordt berekend als een percentage van het totaal van de jaarbegroting van de gemeente bij aanvang van het jaar (zie artikel 3 en 4 van de Wet fido en de Uitvoeringsregeling financiering decentrale overheden). Het streven is om de kasgeldlimiet maximaal te benutten. Historisch gezien is het rentetarief voor kortdurende leningen doorgaans lager dan de rentetarieven voor langlopende leningen.

24

Artikel 4 lid 2; Het doel van de renterisiconorm is het beheersen van de renterisico’s op de vaste schuld (schuld met een rente-typische looptijd van één jaar of langer) door het aanbrengen van spreiding in de looptijden in de leningenportefeuille. De renterisiconorm kan worden berekend door een vastgesteld percentage (20%) te vermenigvuldigen met het totale begrotingstotaal van enig jaar (zie artikel 6 van de Wet fido en de Uitvoeringsregeling financiering decentrale overheden). Artikel 4 lid 5; Door spreiding aan te brengen in de rente-typische looptijd (de periode dat de rente vast is) van leningen, wordt de invloed van een eventuele rentestijging op de renteresultaten van leningen gespreid over meerdere jaren. Door spreiding aan te brengen in de rente-typische looptijd (de periode dat de rente vast is) van uitzettingen, wordt de invloed van een eventuele rentedaling op de renteresultaten van uitzettingen gespreid over meerdere jaren. Artikel 5 lid 1; Het koersrisico is het risico dat ontstaat door de mogelijkheid dat de waarde van financiële activa (zoals bijvoorbeeld obligaties) verandert doordat de koers bij verkoop lager is dan de koers van aankoop.

Ten aanzien van de financiële instrumenten die kunnen worden gehanteerd voor uitzettingen in het kader van treasury, geldt in de Wet fido als belangrijkste uitgangspunt dat de hoofdsom van de betreffende uitzetting aan het einde van looptijd in tact blijft. Bij alle in dit artikel genoemde producten wordt aan het einde van de looptijd ten minste de hoofdsom uitgekeerd. Bij het uitzetten van gelden op rekening-courant, spaarrekening, daggeld of deposito’s worden géén koersrisico’s gelopen. Voor uitzettingen uit hoofde van de publieke taak van de gemeente worden in dit treasurystatuut geen richtlijnen met betrekking tot producten opgenomen. Van belang is dat de Gemeenteraad bepaalt dat de betreffende uitzetting tot de “publieke taak” van de gemeente behoort. In dit kader is het bijvoorbeeld mogelijk dat uitzettingen in de vorm van aandelen tot de publieke taak behoren. Artikel 5 lid 2; Koersrisico’s kunnen nooit volledig worden uitgesloten. Als de organisatie in een vastrentend product heeft belegd maar – wegens wijziging in de liquiditeitenplanning - voor de afloopdatum deze uitzetting moet verkopen, dan wordt niet 100% van de hoofdsom terugbetaald, maar de actuele waarde van de uitzetting afhankelijk van de rente en resterende looptijd.

Om deze koersrisico’s zoveel mogelijk te beperken stemt de gemeente de looptijd van de uitzetting af op de meest recente liquiditeitenplanning. Dit lid geeft een concreet kader waarin kan worden gehandeld en heeft een directe relatie met artikel wet Fido. Artikel 6; De Wet fido stelt geen eisen aan de kwaliteit van de debiteuren bij het verstrekken van leningen of borgstellingen/garantstellingen en aan derden in het kader van de publieke taak. Omdat de Gemeenteraad de publieke taak bepaalt, worden leningen of borgstellingen/garantstellingen uitsluitend verstrekt aan door de Gemeenteraad goedgekeurde partijen. Teneinde de kredietrisico’s te beheersen kunnen zekerheden of garanties worden verlangd van de debiteuren. Artikel 7. Intern liquiditeitsrisico is het risico dat ontstaat door de mogelijkheid, dat de geprognosticeerde kasstromen en de werkelijke kasstromen niet met elkaar overeenkomen. Interne liquiditeitsrisico’s doen zich bijvoorbeeld voor wanneer de gemeente gelden voor een bepaalde periode heeft uitgezet en gedurende de looptijd van de uitzetting blijkt dat de gelden (onverwacht) nodig zijn voor het doen van een investering. Dit kan tot gevolg hebben dat de gemeente Wijk bij Duurstede tijdelijk een lening moet aantrekken (wanneer de uitzettingen vast staan in bijvoorbeeld een deposito) ofwel tussentijds een uitzetting moet verkopen (bijvoorbeeld een obligatie).

In beide gevallen kan dit negatieve gevolgen hebben voor de financiële resultaten van de gemeente Wijk bij Duurstede. Lid 1. Ter beperking van dit risico baseert de gemeente Wijk bij Duurstede haar financiële transacties op een liquiditeitenplanning waarin de toekomstige inkomsten en uitgaven van de gehele organisatie zijn gepland. Teneinde aansluiting te zoeken op de meerjarige investeringsplanning van de gemeente Wijk bij Duurstede is gekozen een liquiditeitenplanning met een periode van vier jaar op te stellen. Lid 2. In de praktijk is het opstellen van een betrouwbare en nauwkeurige liquiditeitenplanning niet eenvoudig. Dit heeft te maken met de inherente onzekerheden die verbonden zijn aan de activiteiten van de gemeente Wijk bij Duurstede en hun financiële gevolgen.

25

Lid 3. Teneinde de noodzaak tot het doen van interne overboekingen te beperken, worden verschillende rekeningen die de gemeente Wijk bij Duurstede bij één bank aanhoudt opgenomen in een rentecompensatiecircuit. Dit is een systeem waarbij de (valutaire) debet en creditsaldi van alle rekeningen van een organisatie worden samengevoegd tot één gecombineerd saldo, waarover de rente wordt berekend. Artikel 8. Valutarisico is het risico dat ontstaat door de mogelijkheid dat de waarde van geldstromen in een vreemde valuta - in de eigen valuta uitgedrukt – verandert doordat de desbetreffende valuta minder of meer waard wordt dan de eigen valuta. Men kan het valutarisico beheersen door het aangaan van financiële verplichtingen alleen toe te staan, indien dit gebeurt in de eigen valuta. Artikel 9 lid 1; Het aantrekken van middelen met als doel deze met winstoogmerk te beleggen is door artikel 2 lid 2 van de Wet fido nadrukkelijk niet toegestaan. Artikel 9 lid 2; Kader stellend is hetgeen in de paragraaf financiering van het lopende begrotingsjaar is vastgesteld. Indien er zich buitengewone omstandigheden voordoen, waarbij een financieringsbehoefte ontstaat die groter is dan opgenomen in de paragraaf financiering van de begroting, dan is aanvullende besluitvorming door de Gemeenteraad vereist.

Artikel 9 lid 5; Dit houdt in dat voor de gemeentelijke organisatie als geheel de financieringsbehoefte c.q. het financieringstekort bepaald wordt. Er wordt dus niet voor iedere investering of grondexploitatie apart geleend (projectfinanciering) Artikel 9 lid 10; Deze richtlijn beoogt de marktconformiteit van financieringen te waarborgen, voor bijv. te betalen rentpercentages, provisies, (boete-)clausules bij vervroegde aflossing etc. Middels het opvragen van meerdere offertes wordt bereikt dat de gemeente een objectief beeld heeft van de op dat moment gebruikelijke tarieven en voorwaarden op de financiële markten. Op basis daarvan kan een afgewogen keuze worden gemaakt. Het opvragen van offertes gebeurt met inachtneming van de Europese aanbestedingsregels. Artikel 10 lid 1; Een rentevisie omvat de verwachting van de ontwikkeling van de rente in de toekomst op de geldmarkt (kort = korter dan een jaar) en de kapitaalmarkt (lang = een jaar en langer). In de praktijk blijkt dat het formuleren van een rentevisie ook voor professionals zeer complex is en ervaringen uit het verleden leren dat de werkelijkheid vaak afwijkt van de oorspronkelijke verwachting. Uitgangspunt is dan ook dat de huidige rentetarieven een weerspiegeling zijn van alle voor de rentetarieven relevante factoren.

Artikel 10 lid 2; Bij de uitvoering van treasurybeslissingen wordt de omvang en de looptijd bepaald door hetgeen op dat moment feitelijk noodzakelijk is. De op dat moment geldende marktrente is daarbij een gegeven. Artikel 10 lid 3; Bij de uitvoering van treasurybeslissingen wordt niet gewacht op verwachte dalingen van rentetarieven of versneld bij verwachte stijging van rentetarieven. Artikel 11 lid 1; Uitzetting betreft het uitzetten van middelen (uit hoofde van treasury) voor een periode langer dan één jaar. In het onderdeel Risicobeheer (artikel 4, 5, 6,en 8) is gedefinieerd op welke wijze de gemeente het prudente karakter van haar uitzettingen waarborgt. Artikel 11 lid 2 Deze richtlijn beoogt de marktconformiteit van financieringen te waarborgen, voor bijv. te betalen rentepercentages, provisies, (boete-) clausules bij vervroegde aflossing etc. Middels het opvragen van meerdere offertes wordt bereikt dat de gemeente Wijk bij Duurstede een beter beeld heeft van de op dat moment gebruikelijke tarieven en voorwaarden op de financiële markten. Op basis daarvan kan een afgewogen keuze worden gemaakt. Artikel 11 lid 3; Als een decentrale overheid dat wenst kan een deel van de middelen op de rekeningcourant, die bestemd is voor schatkistbankieren, voor langere tijd worden vastgezet in een of meerdere deposito’s.

Een decentrale overheid kan een deposito vervroegd laten vrijvallen. Dit kan echter alleen als de decentrale overheid (een deel van) de middelen nodig heeft voor het uitoefenen

26

van zijn publieke taak. In de praktijk is een directe koppeling tussen het vrijvallen van een deposito en een uitgave aan de publieke taak waarschijnlijk niet altijd te maken. Dat is ook niet nodig. Deze randvoorwaarde is alleen bedoeld om te voorkomen dat via het vervroegd opvragen van deposito’s gespeculeerd wordt op verwachte ontwikkelingen in de rentestand met als doel koerswinst te realiseren of koersverlies te minimaliseren. Het uitgangspunt is derhalve dat een deposito alleen vervroegd kan worden opgevraagd wanneer de middelen benodigd zijn voor het daadwerkelijk verrichten van uitgaven. Een deposito kan alleen in zijn geheel vervroegd vrijvallen. Uiteraard kan een deel van de vrijgevallen middelen wel worden gebruikt om een of meerdere nieuwe deposito’s af te sluiten. Bij voortijdige beëindiging van een deposito wordt de actuele marktwaarde van het deposito uitgekeerd. Voor de berekening van de actuele marktwaarde wordt verwezen naar de website van het Agentschap van de Generale Thesaurie van het Ministerie van Financiën (www.dsta.nl). De kans van het vervroegd opvragen van deposito’s wordt beperkt door bij het afsluiten de looptijd van de deposito’s af te stemmen op de meest recente inzichten in de ontwikkeling van de liquiditeitsprognose. Artikel 12; Dit artikel is gebaseerd op artikel 2, lid 1 en 2 van de Wet fido.

Het doel hiervan is om vast te leggen dat alle overtollige liquide middelen van een openbaar lichaam bij de schatkist moeten worden aangehouden. De middelen blijven echter wel ten allen tijde beschikbaar voor de publieke taak. Uitgezonderd van het verplicht aanhouden in de schatkist zijn middelen voor zover deze, gerekend over een kwartaal, gemiddeld het drempelbedrag niet te boven gaan. Het drempelbedrag wordt bepaald op basis van het begrotingstotaal van de gemeente. Artikel 13 lid 1; Op het gebied van relatiebeheer beoogt de treasury het realiseren van zo gunstig mogelijke condities voor de door haar af te nemen diensten. Teneinde structuur aan te brengen in de momenten waarop de beoordeling van bankrelaties plaats heeft, is opgenomen dat deze beoordeling minimaal ééns in de 4 jaar plaats moet vinden door het afdelingshoofd Interne Advisering en de Treasurer. Artikel 13 lid 2; Om koersrisico’s te beperken moeten de bankrelaties tenminste een AA-rating hebben bij minimaal twee gerenommeerde internationale rating agencies. Onderstaande tabel geeft een overzicht van de door belangrijkste internationale rating agencies gehanteerde rating klassen. De door de verschillende bureaus gehanteerde benadering is enigszins verschillend, met het gevolg dat dezelfde obligatie door de diverse bureaus verschillende ratings toegekend kan krijgen.

De door Moody’s respectievelijk Standard & Poor's gehanteerde ratings zijn: Moody's Aaa, Aa1, Aa2, Aa3, A1, A2, A3, en dezelfde gradaties in B en C; Standard & Poor's AAA, AA+, AA, AA-, A+, A, A-, en dezelfde gradaties in B en C. Met de eis van ‘tenminste een AA-rating’ wordt bedoeld: Moody’s: Aa2; S&P: AA; Fitch: AA. Artikel 13 lid 3; Om de kwaliteit van de financiële instellingen te borgen dienen zij onderworpen te zijn aan Nederlands toezicht. Artikel 13 lid 4; Tussenpersonen hebben een intermediairfunctie bij het afsluiten van financiële transacties en vallen niet onder “tegenpartijen”. De vereisten van lid 2 zijn voor tussenpersonen dan ook niet van toepassing. Om dit te ondervangen stelt de gemeente als eis dat tussenpersonen onder toezicht van de AFM staan en beschikken over de juiste vergunning van de AFM voor de door hen voor de gemeente uitgevoerde werkzaamheden. Artikel 14 lid 1; Geldstromenbeheer omvat met name het zorgdragen voor een efficiënt betalingsverkeer. Geldstromen kunnen bijvoorbeeld op elkaar worden afgestemd door een betalingsdatum af te stemmen op verwachte ontvangsten. Hiermee wordt voorkomen dat de gemeente tijdelijk middelen aan moet trekken (c.q. middelen aan haar uitzettingenportefeuille moet onttrekken) teneinde de betreffende betaling (tijdelijk) te financieren.

Artikel 14 lid 2; Het laten uitvoeren van het betalingsverkeer door één bank heeft als voordeel dat de kosten van het overboeken van middelen tussen verschillende banken worden vermeden. Contant geld is fraudegevoelig. Ter bescherming van gemeente en kasbeheerders wordt het handelen met contant geld tot een minimum beperkt.

27

Artikel 15 lid 1; Het saldo en liquiditeitenbeheer betreft het beheer van de dagelijkse saldi op de rekeningen (-courant) van de gemeente. Teneinde de noodzaak tot het doen van interne overboekingen te beperken, worden verschillende rekeningen die de gemeente bij één bank aanhoudt, opgenomen in een rentecompensatie-circuit. Dit is een systeem waarbij de (valutaire) debet en creditsaldi van alle rekeningen van een organisatie worden samengevoegd tot één gecombineerd saldo, waarover de rente wordt berekend. Artikel 16 lid 2; De algemene lijn is dat de gemeente geen borgstellingen/garantstellingen verleend of leningen verstrekt aan derden. De gemeente is geen bankier en treedt niet met banken in concurrentie. De gemeente verstrekt alleen een borgstelling/garantstelling/lening wanneer; • Commerciële banken hier niet toe bereid zijn; • De businesscase rendabel is; • Een borgstelling/garantstelling /lening de beste manier is om een publiek belang te behartigen; • Wordt voldaan aan de regels omtrent staatssteun. Het verstrekken van een borgstelling/garantstelling heeft in eerste instantie geen effect op de hoogte van de gemeentelijke schuld. De gemeente zal, alleen als er aanspraak op wordt gemaakt op de verleende borgstelling/garantstelling, het geborgde/gegarandeerde bedrag moeten uitbetalen.

Het verstrekken van een borgstelling/garantstelling heeft een aantal nadelen ten opzichte van het verstrekken van een lening; • Met een borgstelling/garantstelling is er nauwelijks een prikkel voor een commerciële bank om het kredietrisico te beperken, dit omdat de financiële verplichting grotendeels door de borgstelling/garantstelling wordt gedekt. De gemeente loopt het risico en de commerciële bank ontvangt een rentevergoeding. • Het beheer is lastiger omdat de gemeente geen (directe) relatie heeft met de kredietnemer. Hierdoor is er minder zicht op de financiële situatie van de kredietnemer. Bij een verstrekte geldlening ziet de gemeente direct wanneer een kredietnemer niet aan zijn verplichtingen voldoet. Borgstelling/garantstelling en hebben de voorkeur als; • Meerdere partijen deelnemen aan de financiering via een borgstelling/garantstelling en een bank een lening verstrekt en de coördinatie verzorgt; • De financiële constructie ingewikkeld is waarbij een bank beter toegerust is om de voorwaarden en de documentatie bij te houden. Artikel 16 lid 3; Als besloten wordt tot het verlenen van een borgstelling/garantstelling of lening zal de gemeente haar risico zoveel mogelijk dienen te reduceren door het vestigen van zekerheden.

Artikel 16 lid 4; Bij besluiten met ingrijpende gevolgen voor de gemeente, conform artikel 169 van de gemeentewet, wordt de Gemeenteraad gevraagd zijn wensen en bedenkingen kenbaar te maken. Het college mag niet eerder een besluit nemen dan nadat de Gemeenteraad in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen naar voren te brengen. Artikel 16 lid 5; Jaarlijks wordt getoetst of het weerstandsvermogen voldoende is om de risico’s, die samenhangen met de verleende borgstellingen/garantstellingen en de verstrekte leningen, op te kunnen vangen. Artikel 16 lid 6; De gemeente is terughoudend aangezien zij marktverstoring wil voorkomen en gebonden is aan staatssteunregels. Artikel 17 lid 1; Bij het beoordelen van verzoeken tot borgstelling/garantstelling wordt in principe geen borgstelling/garantstelling verleend aan instellingen waarvoor een waarborgfonds bestaat. Slechts in uitzonderlijke gevallen zal de gemeente een borgstelling/garantstelling afgeven voor een aanvraag waar een waarborgfonds voor bestaat. Dit kan het geval zijn bij een weigering door een waarborgfonds waarbij het college van mening is dat er wel een gemeentelijk en publiek belang aanwezig is. Voorbeelden van waarborgfondsen zijn; • Sociale woningbouw (SWS): Achtervangpositie WSW: wanneer het garantievermogen van het WSW onder de vastgestelde garantieniveau komt zullen het Rijk en gemeenten ieder

28

voor 50% renteloze leningen verstrekken aan het WSW. Gezien het garantievermogen van het WSW wordt deze kans als zeer klein ingeschat; • Zorg (ZFW): Het waarborgfonds voor de zorgsector is een onafhankelijk instituut dat zorginstellingen de mogelijkheid biedt voordelige leningen af te sluiten. De gemeente loopt geen risico omdat het Rijk 100% van de achtervangpositie inneemt; • Sport (SWS): Onder bepaalde omstandigheden geeft de Stichting Waarborgfonds voor de Sport (SWS) borgstelling en af aan kredietverschaffer die een lening ter realisering van een sportaccommodatie gaat verstrekken. Aan het verlenen van een borgstelling door SWS is de voorwaarde verbonden dat ook door de gemeente een borgstelling wordt verstrekt. De borgstelling van de gemeente bedraagt 50% van het door de instelling te lenen bedrag. Het maximum bedrag van borgstelling door SWS bedraagt € 250.000,- en een maximale looptijd van 15 jaar. Artikel 18 lid 1; Borgstellingen en garantstellingen worden alleen verleend voor de financiering van beoogde investeringen en niet voor andere doeleinden. 33 Artikel 18 lid 3; Over de looptijd van borgstellingen/garantstellingen dient een afspraak te worden gemaakt. De gemeente verstrekt geen borgstellingen/garantstellingen en die geen einddatum kennen. Artikel 18 lid 5; Ten behoeve van risicoreductie is aflossing op de onderliggende lening verplicht gedurende de looptijd.

Dit kan zowel op lineaire als annuïtaire basis. Artikel 18 lid 6, 7, en 8 ; Via de borgstelling/garantstelling wordt vastgelegd dat de kredietnemer verplicht is de gemeente van noodzakelijke informatie te voorzien die inzicht geeft in de financiële situatie, een actieve informatieplicht. Een aanvraag wordt alleen in behandeling genomen wanneer, wanneer deze schriftelijk is ingediend bij het college van burgemeester en wethouders door een binnen de aanvragende instelling bevoegd persoon én mits deze volledig is ingediend met bijbehorende documenten zoals aangegeven in de opsomming hieronder. Hiervan kan alleen worden afgeweken wanneer dit wordt gemotiveerd door de aanvrager bij de aanvraag en (goedkeurend) vastgelegd door de beleidsmedewerker in de beoordeling van de aanvraag. a) Een uiteenzetting van de beoogde investering met de hieraan verbonden kosten; b) De business case van de beoogde investering; c) De jaarrekeningen van de afgelopen twee jaar met verklaring van een accountant of kascontrolecommissie; d) Een goedgekeurde begroting van het lopende boekjaar en de recentste verwachting voor het einde van het jaar; e) Een sluitende meerjarenbegroting, inclusief de investering waarvoor de borgstelling/garantie wordt aangevraagd; f) Minimaal twee afwijzingen van kredietverstrekkende instellingen voorzien van argumentatie.

Hierbij dienen de ingediende aanvragen bij de kredietverstrekkende instellingen te worden aangeleverd. Indien een specifiek waarborgfonds zich mede-garant stelt komt deze bepaling in zijn geheel te vervallen; g) Een offerte van de beoogde financiële instelling; h) Verenigingen moeten een lijst overleggen met opgave van de meerjarige ontwikkeling van het aantal leden in de komende vier jaren; i) Statuten; j) KvK uittreksel; k) Indien van toepassing: documentatie waaruit blijkt dat het onderpand vrij is van hypotheek; l) Indien van toepassing: de laatst bekende WOZ-waarde van het onderpand; m) Indien van toepassing: relevante documentatie met betrekking tot de aanvraag bij een garantiefonds. Artikel 18 lid 9; In het geval dat de kredietnemer niet langer aan zijn verplichtingen kan voldoen heeft de gemeente de mogelijkheid haar verlies te beperken door zekerheden, onderpand of hypotheekrecht te vestigen. Hoe hoger de waarden van de zekerheden die zijn gevestigd, hoe lager het risico voor de gemeente is en hoe lager de opslag hoeft te zijn.

29

Artikel 19 lid 1; Bij het verstrekken van een borgstelling/garantstelling moet worden voldaan aan de bestaande wet- en regelgeving waarvan de staatssteunregels een belangrijk onderdeel zijn. Dit houdt in dat de gemeente alleen borgstelling/garantstelling verstrekt onder marktconforme voorwaarden. Er wordt alleen een borgstelling/garantstelling verleend tot 80% van het uitstaande lening bedrag tenzij het college gemotiveerd kan aantonen waarom een hoger percentage noodzakelijk is en het geen staatssteun betreft. Artikel 20 lid 1; Rente is een vergoeding voor het ter beschikking stellen van geld voor een bepaalde periode. Eén van de componenten van de rentevergoeding heeft betrekking op het risico dat de geldgever loopt op wanbetaling door de geldnemer. Ook bij borgstelling/garantstelling moet een vergoeding plaatsvinden voor het risico dat de gemeente neemt. De borgstelling/garantstelling van de gemeente geeft de geldnemer (betere) toegang tot financiering en mogelijk een voordeel in de rentetarieven. Wanneer de gemeente zich borg stelt of garantie verleent, dan zal de geldgever niet alleen het risicoprofiel van de geldnemer als uitgangspunt nemen voor het bepalen van het rentetarief maar ook het risicoprofiel van de gemeente hierbij betrekken. Het risico wordt (bijna) volledig op de gemeente afgewenteld.

Voor het dragen van dit risico zal de gemeente bij het verstrekken van een borgstelling/garantstelling een jaarlijkse garantiepremie bij de geldnemer in rekening moeten brengen. De opslagen die de Europese commissie heeft vastgesteld voor borgstelling/garantstelling en verschillen van de opslagen voor een lening. De premie die van toepassing is op een borgstelling/garantstelling wordt ook wel een Safe Harbour premie genoemd. Richtlijn Europese commissie: Safe Harbour premies in basispunten (100 punten is 1%) Daarnaast geldt voor ondernemingen zonder kredietverleden dat de premie minimaal 380 basispunten bedraagt (afhankelijk van de beschikbare zekerheden) Voor het bepalen van de kredietwaardigheid en de te bepalen opslag kan treasury extern advies inwinnen. Artikel 21 lid 1; Het vertrekken van een lening heeft tot gevolg dat de gemeentelijke schuld stijgt en heeft het verstrekken van een geldlening een hoog risico met zich mee. Op grond hiervan gaat de voorkeur uit naar borgstellingen/garantieverleningen; Artikel 21 lid 4; Rente is een vergoeding voor het ter beschikking stellen van geld voor een bepaalde periode. Eén van de componenten van de rentevergoeding heeft betrekking op het risico dat de geldgever loopt op wanbetaling door de geldnemer. Treasury stelt de (marktconforme) voorwaarden voor de lening vast.

Om te bepalen wat marktconform is kan gebruik gemaakt worden van het schema dat de Europese Commissie heeft opgesteld. Hierin is te zien welke opslag nodig is bij welke kredietwaardigheid en onderpand. Om de kredietwaardigheid vast te stellen kan gebruik gemaakt worden van het kredietrisicomodel. Kredietwaardigheid Hoog Normaal Laag AAA 40 40 40 AAA 40 40 40 AAA 40 55 55 BBB 55 80 80 BB+ / BB 80 200 200 BB- / B+ 200 380 380 B / B- 200 380 630 CCC en lager 380 630 980 Onderpand (dekkingswaarde) De Europese Commissie heeft een schema voor opslagen vastgesteld boven de referentierente; 1jaars-Euribor. Richtlijn Europese commissie: Opslag in basispunten (100 punten is 1%) Aangezien de 1-jaars Euribor geen voor de hand liggende basisrente is voor langlopende vastrentende leningen hanteert de gemeente de gemeentelijke marktrente voor de gewenste looptijd (bijvoorbeeld 5 jaar) plus een opslag voor een lening die wordt verstrekt met een looptijd van 5 jaar. De rente op de te verstrekken lening wordt gelijk aan de som van 1) een risico opslag en 2) de rente

30

die de gemeente zelf moet betalen voor een lening met dezelfde looptijd en vergelijkbare voorwaarden. De gevraagde renteopslag moet in samenhang worden gezien met de overige voorwaarden van de lening (bijvoorbeeld zekerheden en aflossingsstructuur) Samen bepalen die of de lening marktconform is. In het geval de kredietnemer niet langer aan zijn verplichtingen kan voldoen heeft de gemeente de mogelijkheid de risico’s te beperken door zekerheden, onderpand en hypotheekrecht, te vestigen. Hoe hoger de waarde van de zekerheden die zijn gevestigd, hoe lager het risico is voor de gemeente en hoe lager de risico opslag behoeft te zijn. Ook de aflossingsstructuur en looptijd zijn van invloed op het risico van de lening. Des te sneller de lening wordt afgelost, des te sneller zal het risico voor de gemeente dalen. Voor het bepalen van de kredietwaardigheid en de te bepalen opslag kan treasury extern advies inwinnen.

Artikel 21 lid 5,6 en 7; Een aanvraag wordt alleen in behandeling genomen wanneer, wanneer deze schriftelijk is ingediend bij het college van burgemeester en wethouders door een binnen de aanvragende instelling bevoegd persoon én mits deze volledig is ingediend met bijbehorende documenten zoals aangegeven in de opsomming opgenomen onder de toelichting van artikel 18 lid 6,7,8 en 9, Artikel 21 lid 8; In het geval dat de kredietnemer niet langer aan zijn verplichtingen kan voldoen heeft de gemeente de mogelijkheid haar verlies te beperken door zekerheden, onderpand of hypotheekrecht te vestigen. Hoe hoger de waarden van de zekerheden die zijn gevestigd, hoe lager het risico voor de gemeente is en hoe lager de opslag hoeft te zijn. Artikel 22 lid 1; De gemeente is terughoudend met het verstrekken van kapitaal/aankopen van aandelen omdat dit financiële risico’s met zich mee brengt. Het kan namelijk zijn dat de aandelen van de partij waarin wordt deelgenomen hun waarde verliezen Als toch tot deelneming/aankopen van aandelen wordt overgegaan is dit uitsluitend mogelijk ten behoeve van de publieke taak. Artikel 22 lid 2; zie artikel 16 lid 3 Kredietwaardigheid Hoog Normaal Laag Onderpand (dekkingswaarde) Artikel 22 lid 3 en 4; Als de gemeente aandelen aankoopt wil het ook zeggenschap hebben in de betreffende organisatie.

Dit kan door als aandeelhouder stemrecht uit te oefenen in de jaarlijkse Algemene Vergadering van Aandeelhouders (AVA) Daarnaast wil de gemeente recht hebben op een deel van de winst als vergoeding voor het ingebrachte risicodragende kapitaal. Artikel 22 lid 4; Het verstrekken van kapitaal is per definitie het verstrekken van risicodragend vermogen. Het stellen van zekerheden is in deze situatie dan ook niet aan de orde. Artikel 22 lid 7; Aan de aandeelhouders dienen de jaarstukken inclusief de verklaring van de accountant ter beschikking gesteld te worden. Artikel 23; Bij de treasuryfunctie zijn meerdere personen en organen betrokken. Het Treasurystatuut legt expliciet het mandateringspatroon vast, in casu welke taken en bevoegdheden de betrokken partijen hebben. Met het oog op de omvang en de aard van de transacties en de hiermee samenhangende risico’s, zijn in dit artikel een aantal specifieke uitgangspunten opgenomen. Artikel 24; Dit artikel geeft aan waar in de ambtelijke organisatie de Treasury functie wordt uitgevoerd, inclusief de borging van interne controle op de treasury-processen.

Artikel 25; De taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de functionarissen die binnen de gemeente betrokken zijn bij de treasuryactiviteiten zijn in artikel 26 respectievelijk artikel 27 beschreven. De toekenning van de genoemde functies en bijbehorende taken aan functies en/of functionarissen vindt plaats via de hiertoe dienende documenten (mandaten, e.d.).

31

De Gemeenteraad De Gemeenteraad heeft een kader stellend en controlerende functie. Voor de Gemeenteraad betekent een controlerende functie dat zij zich bewust is van de kritische vragen die men kan of moet stellen. Daarnaast bepaalt de Gemeenteraad binnen de wet- en regelgeving de kaders van de financieringsfunctie. De Gemeenteraad stelt het financiële beheer in en legt de richting van de financiële organisatie vast in de financiële verordening. College van B&W Het college van B&W gaat over de dagelijkse treasury praktijk. Het college heeft de taak de treasury beleidsmatig in te kaderen. Treasury De treasury binnen de ambtelijke organisatie gaat over de beheersmatige en dagelijkse uitvoering van het treasury beleid binnen de kaders van de Gemeenteraad en de kaders en mandaten van B&W. Artikel 26; De eindverantwoordelijkheid voor het treasurybeleid ligt primair bij het college van B&W van de gemeente. Teneinde niet onnodig te worden belast met het dagelijkse treasury beheer draagt het college van B&W een deel van haar bevoegdheden over aan de ambtelijke organisatie. De praktische uitvoering van het beleid heeft dus vooral op ambtelijk niveau plaats, met als voordeel een slagvaardiger optreden. Bij de toewijzing van bevoegdheden is zoveel mogelijk rekening gehouden met de vereiste functiescheiding tussen besluitvorming, uitvoering, administratie en interne controle.

Artikel 27; De tabel in dit artikel geeft weer op welke wijze de informatievoorziening gewaarborgd wordt.

32

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13493204/1