Treasurystatuut gemeente Wijk bij Duurstede 2024
Tekst van het document
Treasurystatuut Gemeente Wijk bij Duurstede 2024
1
Inhoud 1.
Inleiding .......................................................................................................................................... 3 1.1
Begrippenkader ..................................................................................................................... 4
1.2
Doelstellingen van de treasuryfunctie................................................................................ 4
Beleidsdeel ............................................................................................................................................ 4 2.
3.
Risicobeheer .................................................................................................................................. 4 2.1
Uitgangspunten risicobeheer .............................................................................................. 4
2.2
Renterisicobeheer................................................................................................................. 5
2.3
Koersrisicobeheer ................................................................................................................. 5
2.4
Kredietrisicobeheer............................................................................................................... 6
2.5
Intern Liquiditeitsrisicobeheer ............................................................................................. 6
2.6
Valutarisicobeheer ................................................................................................................ 6
Gemeentefinanciering .................................................................................................................. 6 3.1
Financiering ........................................................................................................................... 6
3.2
Korte en langlopende uitzettingen...................................................................................... 7
3.3
Schatkistbankieren ............................................................................................................... 8
3.4
Relatiebeheer ........................................................................................................................ 8
4. Kasbeheer ......................................................................................................................................... 9
5.
4.1
Geldstromenbeheer .............................................................................................................. 9
4.2
Saldo- en liquiditeitenbeheer .............................................................................................. 9
Borgstellingen/garantstellingen, verstrekken van geldleningen en kapitaal ........................ 9 5.1
Verlening borgstellingen/garantstellingen ......................................................................... 9
Beheersdeel ........................................................................................................................................ 11 6
Administratieve organisatie en interne controle ..................................................................... 11 6.1
Uitgangspunten administratieve organisatie en interne controle ................................ 11
7.1
Taken en verantwoordelijkheden ..................................................................................... 13
7.2
Bevoegdheden .................................................................................................................... 15
7.3
Informatievoorziening ......................................................................................................... 16
7.4
Inwerkingtreding .................................................................................................................. 16
Bijlage 1: Begrippenkader ................................................................................................................. 17 Bijlage 2: Toelichting op het Treasurystatuut ................................................................................. 23
2
1.
Inleiding
De algemene missie van de gemeente is het zo optimaal mogelijk uitvoeren van haar publieke taken. Naast de door Wet opgedragen taken, bepaalt de gemeenteraad welke de publieke taken van de gemeente Wijk bij Duurstede zijn. In algemene zin zal het financieel beleid dienen bij te dragen aanen ondersteuning te bieden voor het uitvoeren van deze publieke taken. Meer specifiek zal de financiële continuïteit van de gemeente op korte en lange termijn dienen te worden gewaarborgd. Treasury omvat alle activiteiten die zich richten op het sturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële stromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s. Het Treasurystatuut (hierna: Statuut) van de gemeente Wijk bij Duurstede (hierna: de gemeente) heeft tot doel een formeel kader te scheppen waar binnen de financierings- en beleggingsactiviteiten van de organisatie dienen plaats te vinden. In dit statuut wordt het treasury beleid van de gemeente vastgelegd. Dit statuut is een nadere uitwerking van de financiële verordening 2023.
Bij de opstelling van het voorliggende Statuut is rekening gehouden met de relevante wettelijke kaders in; • de Gemeentewet, • de Wet financiering decentrale overheden (Wet Fido), • de Uitvoeringsregeling Financiering decentrale overheden (Ufdo), • de Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden (Ruddo), • de Regeling schatkistbankieren decentrale overheden, • het Besluit lening voorwaarden decentrale overheden, (BLDO) • de Wet houdbare overheidsfinanciën (Wet hof), • de Wet markt en overheid • het Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten. (BBV) • Het burgerlijk wetboek 7 titel 14 • Het verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) • de financiële verordening gemeente Wijk bij Duurstede 2023 Het Statuut is gesplitst in een beleids- en een beheerdeel. De beleidsmatige uitgangspunten en de financiële kaders zijn in het beleidsdeel vastgelegd en bevatten de bestuurlijke infrastructuur voor de uitvoering van de treasuryfunctie. In het beheerdeel komen de verantwoordelijkheden, bevoegdheden en de uitgangspunten voor de administratieve organisatie en interne controle aan de orde. De raad stelt minimaal eens in de 4 jaar, bij voorkeur aan het begin van een nieuwe raadsperiode en college periode een Statuut vast.
3
1.1
Begrippenkader
Artikel 1 De begrippenlijst is opgenomen in Bijlage 1 van dit Statuut.
1.2
Doelstellingen van de treasuryfunctie
Artikel 2 Beheersing door sturing en bewaking van de financiële positie en de daarbij behorende kosten en risico’s. De treasuryfunctie van de gemeente dient tot: 1
2 3 4 5 6 7 8 9
Het verzekeren van duurzame toegang tot financiële markten (geld- en kapitaalmarkt) tegen de scherpst mogelijke acceptabele condities zodat er altijd voldoende middelen zijn om de gemeentelijke taken uit te kunnen voeren; Het beheersen van gemeentelijke risico’s verbonden aan de financieringsfunctie zoals, renterisico’s, koersrisico’s, kredietrisico’s, liquiditeitsrisico’s en valutarisico’s; Het minimaliseren van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities; Het opzetten en onderhouden van een goede en efficiënte financiële infrastructuur; Het optimaliseren van de renteresultaten binnen de kaders van de Wet Financiering Decentrale Overheden respectievelijk de limieten en richtlijnen van dit Statuut; De organisatie ondersteunen en adviseren bij financieringsvraagstukken; Het realiseren van een flexibel en controleerbaar kasgeldstroom in de organisatie; Het realiseren van informatiestromen ter ondersteuning van het beleid; Het waarborgen van taken en verantwoordelijkheden van de treasuryfunctie binnen de organisatie.
Beleidsdeel Het treasury beleid is erop gericht binnen de financiële mogelijkheden van de gemeente een zo hoog mogelijk rendement te verkrijgen op overtollige middelen en de lasten zo veel mogelijk te reduceren op aan te trekken middelen, waarbij de risico’s zo goed mogelijk beheerst worden en in ieder geval beperkt blijven binnen de door de gemeenteraad vastgestelde kaders.
2.
Risicobeheer
2.1
Uitgangspunten risicobeheer
Artikel 3 Met betrekking tot risicobeheer gelden de volgende algemene uitgangspunten: 1. De houding van de gemeente ten aanzien van financieel risico is defensief en risicomijdend. De financieringsfunctie van de gemeente is naar haar aard ondergeschikt aan de uitvoering van de publieke taak. Het risico beleid zal erop gericht zijn toekomstige risico’s inzichtelijk te maken, te beheersen, te verminderen of te verschuiven. De uitvoering van de
4
financieringstaak mag in ieder geval niet leiden tot een vergroting van de risico’s voor de organisatie; 2. Defensief en risicomijdend houden in ieder geval in: a. Het beleid ten aanzien van financieringen is erop gericht een spreiding van toekomstige renterisico’s op korte en lange termijn te bevorderen opdat ook in de toekomst geen overmatige blootstelling aan rentebewegingen optreedt; b. De organisatie hanteert de renterisiconorm en de kasgeldlimiet, conform de Wet Financiering Decentrale Overheden; c. Het beleid ten aanzien van beleggingen is zodanig dat alleen beleggingen kunnen worden gedaan van (tijdelijke) overschotten en gericht op de beheersing en vermindering van daaraan verbonden risico’s. 2.2
Renterisicobeheer
Artikel 4 1. Bij het aantrekken van kortlopende financieringsmiddelen wordt de kasgeldlimiet, op basis van de Wet Fido niet langer dan 3 kwartalen overschreden; 2. Bij het afsluiten van leningen en het maken van renteafspraken wordt gezorgd dat de renterisiconorm, zoals bedoeld in de Wet Fido niet wordt overschreden; 3. Nieuwe leningen/uitzettingen worden gebaseerd op de bestaande financiële positie, aanwezige leningenportefeuille, de liquiditeitenplanning en actuele rentevisie/rentestand? 4. De rentevisie van de organisatie is in principe gebaseerd op de rentevisie van minimaal 2 gezaghebbende financiële instellingen (zoals de huisbank en een financiële bemiddelaar) en wordt minimaal opgesteld op de volgende tijdstippen: • Jaarlijks ten behoeve van de begroting: • Op moment van en ter voorbereiding op aan te trekken leningen en te verrichten uitzettingen. 5. In afwijking van lid 3 kan de raad vooraf toestemming geven voor projectfinanciering. De looptijd van de lening correspondeert dan met de afschrijvingstermijn van het project. 6. De rente typische looptijd en het renteniveau van de betreffende lening/uitzetting wordt afgestemd op de actuele en verwachte rentestand; 7. Binnen de kaders gesteld onder lid 3 en lid 4, streeft de gemeente naar spreiding in de rente typische looptijden van leningen/uitzettingen.
2.3
Koersrisicobeheer
Artikel 5 1. De gemeente beperkt de koersrisico’s op uitzettingen op grond van financiering, door de looptijd van de uitzettingen af te stemmen op de liquiditeitenplanning. 2. De gemeente beperkt de koersrisico’s op uitzettingen uit hoofde van financiering, door daarbij uitsluitend de volgende producten te hanteren: vastrentende waarden, producten waarbij de hoofdsom gegarandeerd is aan het einde van de looptijd, dan wel fido-proof beleggingsfondsen; [banken en financiële instellingen die zijn gevestigd in Nederland en die beschikken over een rating van minimaal AA]; 3. Koersrisico’s bij beleggingen in aandelen worden op grond van de Wet Fido beperkt, omdat uitzettingen in de vorm van aandelen niet zijn toegestaan. Alleen deelnemen in ondernemingen uit hoofde van de publieke taak is geoorloofd.
5
2.4
Kredietrisicobeheer
Artikel 6
1. De gemeente beperkt de kredietrisico’s door uitsluitend uit te zetten bij financiële instellingen die officieel onder EER-toezicht van een Centrale Bank staan en waarbij de financiële instellingen alsook het land waarin de instelling is gevestigd voldoen aan de kredietwaardigheids rating AA of hoger, afgegeven door minimaal twee gerenommeerde ratingbureaus; 2. De gemeente beperkt de kredietrisico’s door te werken met instellingen, voor wier waardepapier een solvabiliteitsratio van 0% geldt; 3. In beginsel worden geen leningen uit hoofde van de publieke taak verstrekt. Indien het college toch besluit tot het verstrekken van leningen aan derden uit hoofde van de publieke taak, dan vindt een beoordeling plaats van de betreffende businesscase, de financiële positie en kredietwaardigheid van de betreffende partij en worden, indien mogelijk, zekerheden of garanties geëist en worden de wetgeving en richtlijnen inzake staatssteun in acht genomen. 2.5
Intern Liquiditeitsrisicobeheer
Artikel 7 1. Het college beperkt interne liquiditeitsrisico’s door de treasuryactiviteiten te baseren op een korte termijn liquiditeitenplanning (looptijd tot één jaar). De voorziene financieringsbehoefte maakt onderdeel uit van de paragraaf financiering van de begroting; 2. De financieringsorganisatie zal, aan de hand van de verkregen informatie met betrekking tot toekomstige ontvangsten en uitgaven, eens per half jaar een liquiditeitsplanning opstellen; 3. Interne financiële stromen zullen- daar waar mogelijk, binnen één rentecompensatiecircuit plaatsvinden bij de bank met de gunstigste condities teneinde het saldo en liquiditeitenbeheer gestalte te geven; 4. Teneinde de kosten van het geldstromenbeheer te beperken wordt: I. Het liquiditeitsgebruik beperkt door de geldstromen op gemeenteniveau op elkaar en de liquiditeitenplanning af te stemmen; II. Het betalingsverkeer zoveel mogelijk elektronisch uitgevoerd binnen één bank.
2.6
Valutarisicobeheer
Artikel 8 Valutarisico’s worden uitgesloten door uitsluitend leningen te verstrekken, aan te gaan of te garanderen in de Euro. 3.
Gemeentefinanciering
De basis voor het aantrekken van en financiering, zowel kort als lang, is de liquiditeitsprognose, de huidige leningenportefeuille en marktontwikkeling.
3.1
Financiering
Artikel 9 Bij het aantrekken van financieringen gelden de volgende uitgangspunten:
6
1. Conform artikel 2 lid 1 van de Wet Fido mogen leningen enkel aangetrokken worden ten behoeve van de uitoefening van de publieke taak; 2. Financiering met externe financieringsmiddelen wordt zoveel mogelijk beperkt door primair de beschikbare interne financieringsmiddelen te gebruiken ten einde de renterisico’s te minimaliseren en het renteresultaat te optimaliseren;. 3. Het aantrekken van middelen teneinde deze te beleggen is niet toegestaan. Bij een lening die niet volledig wordt opgenomen geldt dat daar waar het geld wordt geleend, dit ook wordt uitgezet; 4. Naast financiële instellingen die vallen onder het Nederlands toezicht kunnen gelden conform artikel 2 lid 3 van Wet Fido ook bij een decentrale overheid aangetrokken worden; 5. Bij het aantrekken van gelden voor een periode langer dan 1 jaar worden minimaal 3 concurrerende offertes gevraagd waarvan één bij de BNG. De offertes worden vastgelegd in een proces verbaal; 6. Aanvullend op lid 5, wordt minimaal één offerte opgevraagd bij een toonaangevende duurzame bank; 7. Het aantrekken van financiering geschiedt tegen zo gunstig mogelijke condities en de financiering wordt zodanig gekozen dat deze past binnen het risicobeleid; 8. Bij het opereren op de financiële markten wordt zodanig gehandeld dat de toegang tot de markten niet in gevaar komt; 9.
Toegestane instrumenten zijn rekening courant, spaarrekeningen, daggeld, deposito’s, onderhandse geldleningen, vaste geldleningen en financiële producten die een hoofdsomgarantie kennen zoals is bedoeld in Wet Financiering Decentrale Overheden; 10. Het aantrekken van middelen teneinde deze te beleggen is niet toegestaan. Bij een lening die niet volledig wordt opgenomen geldt dat daar waar het geld wordt geleend, dit ook wordt uitgezet; 11. Toegestane instrumenten bij het aantrekken van financieringen zijn daggelden, onderhandse leningen, kasgeldleningen en kredieten in rekening-courant; 12. Toegestane aflossingswijzen: lineair, annuïtair, fixe of een combinatie hiervan; 13. Geld wordt uitsluitend aangetrokken op basis van een recente liquiditeitsprognose en een actuele rentevisie; 14. Bij het bepalen van de rente- en aflossingsvervaldata wordt rekening gehouden met een spreiding van de betalingen door het jaar heen; Artikel 10 1.
2. 3.
4.
3.2
Gecombineerd met de prudente houding ten opzichte van het omgaan met risico’s is het uitgangspunt dat de rentevisie van de gemeente Wijk bij Duurstede gebaseerd is op de huidige rentestanden. Dat betekent concreet dat de gemeente aanneemt dat alle bekende relevante factoren verdisconteerd zijn in de huidige rentestanden; Bij het nemen van treasurybeslissingen wordt de op dat moment geldende marktrente als uitgangspunt genomen; Bij het aantrekken van financiering wordt gekeken naar de omvang en looptijd van de financieringsbehoefte in combinatie met de geldende rente tarieven en inachtneming van de renterisiconorm en de kasgeldlimiet; Bij financieringsbeslissingen wordt niet gespeculeerd op rentestijgingen of rentedalingen.
Korte en langlopende uitzettingen
Artikel 11 1.
Voor korte beleggingen geldt dat binnen de grenzen van het jaarlijks vastgestelde (of eventueel bijgestelde) mandaat de financieringsorganisatie het uitzetten van middelen kan voorbereiden en uitvoeren. Hiervoor geldt de procedure als bedoeld in Artikel 5 en hetgeen
7
2.
3.
hieronder wordt vastgesteld inzake de richtlijnen en limieten voor beleggingen in het algemeen. Bij het uitvoeren van beleggingstransacties gelden voorts de volgende richtlijnen en limieten: I. Uitzettingen worden uitsluitend gedaan onder de in Artikel 6, 7, 8 en 9 genoemde voorwaarden; II. Het uitzetten van middelen met een looptijd vanaf één jaar geschiedt door tenminste twee concurrerende offertes bij financiële instellingen aan te vragen; III. Bij het bepalen van de rente- en aflossingsvervaldata wordt rekening gehouden met een spreiding van de betalingen door het jaar heen; Toegestane instrumenten zijn rekening courant, spaarrekeningen, kasgeld, deposito’s, onderhandse geldleningen, vaste geldleningen en financiële producten die een hoofdsomgarantie kennen zoals is bedoeld in Wet Fido.
3.3 Schatkistbankieren Artikel 12 Tijdelijke overtollige gelden worden, conform de Regeling schatkistbankieren decentrale overheden uitsluitend uitgezet bij de schatkist;
3.4
Relatiebeheer
Artikel 13 Relatiebeheer omvat het onderhouden van relaties met financiële instellingen. De gemeente beoogt het realiseren van gunstige c.q. marktconforme condities voor af te nemen financiële diensten. Hiervoor gelden de volgende uitgangspunten: 1.
2. 3. 4.
5.
Voor financiële instellingen (kredietinstellingen, beleggingsinstellingen, effecteninstellingen, verzekeraars en pensioenfondsen) geldt dat deze onder toezicht moeten staan van de Nederlandse Bank. Bankrelaties dienen wat betreft hun kredietwaardigheid tenminste een AA-rating te hebben bij minimaal twee gerenommeerde internationale rating agentschappen. Bankrelaties en hun bancaire condities worden ten minste eens in de vier jaar beoordeeld door de financieringsorganisatie. Tussenpersonen dienen geregistreerd te staan bij de Autoriteit Financiële Markten (AFM) en daarvan een vergunning als makelaar te hebben ontvangen. Een kopie van deze vergunning dient in het bezit te zijn van de gemeente. Het beheer van relaties met financiële instellingen, waaronder de bankrelaties, valt onder de verantwoordelijkheid van de treasurer.
Hieronder wordt verstaan: • Het beheer van rekeningen bij verschillende bancaire instellingen, waarbij wordt gestreefd naar een zo klein mogelijk aantal rekeningen om de transparantie te vergroten; • Het zorgdragen voor voldoende kredietfaciliteiten; • Het zorgdragen voor informatie bij financiële instellingen over verdeling van bevoegdheden binnen de gemeente ten behoeve van een efficiënte afhandeling en minimalisering van risico’s van transacties; • Het onderhouden van contacten met banken, instellingen en (geld)makelaars ten behoeve van de toegang tot en kennis over de ontwikkelingen in de financiële markten
8
4. Kasbeheer 4.1 Geldstromenbeheer Artikel 14 Om de kosten van het geldstromenbeheer te beperken wordt: 1. Het liquiditeitsgebruik beperkt door de geldstromen (inkomsten en uitgaven) op gemeenteniveau zo veel mogelijk op elkaar afgestemd. Hierbij wordt erop toegezien dat de beschikbaarheid van korte financieringsmiddelen altijd voldoende is om te garanderen dat de gemeentelijke betalingsverplichtingen tijdig en volledig kunnen worden nagekomen; 2. het betalingsverkeer zoveel mogelijk elektronisch uitgevoerd bij de huisbankier/via één bank. 4.2
Saldo- en liquiditeitenbeheer
Artikel 15 Voor het saldo- en liquiditeitenbeheer gelden de volgende specifieke richtlijnen: 1. 2. 3. 4.
5.
Toegestane instrumenten bij liquiditeitsbehoefte zijn daggeld, kasgeldleningen en kredietlimiet op rekening courant; Conform artikel 3, lid 1 Wet Fido wordt hierbij de kasgeldlimiet niet overschreden; Uitzettingen van gelden vindt plaats door middel van Schatkistbankieren (automatisch afromen); De gemeente beoogt het realiseren van gunstige c.q. marktconforme condities voor af te nemen financiële diensten. [Het college streeft naar concentratie van de liquiditeiten binnen één rente- en saldo compensabel stelsel van bankrekeningen bij één bank tegen de gunstigste condities]; Borgstellingen/garantstellingen, verstrekken van geldleningen en kapitaal
Artikel 16 1. Het college is bevoegd tot het verstrekken van een borgstelling/garantstelling/lening of kapitaal; 2. Het college gaat terughoudend om met het verstrekken van borgstellingen/garantstellingen/ leningen en kapitaal, tenzij politiek – en bestuurlijke motieven zich hiertegen verzetten. Borgstelling/garantstellingen/leningen en kapitaal worden alleen uit hoofde van de publieke taak verleend. In de besluitvorming wordt gemotiveerd welk publiek belang wordt gediend; 3. Het college kan in het besluit tot borgstelling/garantstelling of het verstrekken van een lening/kapitaal, verplichtingen opleggen ter zake van zekerheidsrechten die worden gevraagd van de geldnemer; 4. Het verstrekken van een borgstelling/garantstelling of lening/kapitaal kan slechts geschieden nadat de Gemeenteraad schriftelijk in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen hierover kenbaar te maken aan het college; 5. Bij verlening van borgstellingen/garantstellingen en geldleningen wordt rekening gehouden met het aanwezige weerstandsvermogen/weerstandsfactor van de gemeente; 6. Bij het verstrekken van borgstellingen/garantstellingen/leningen of kapitaal dient de staatssteunregelgeving in acht te worden genomen. 5.1 Verlening borgstellingen/garantstellingen Artikel 17 1. Er worden geen borgstellingen/garantstellingen afgegeven aan partijen of instellingen waarvoor een waarborgfonds bestaat.
9
2. Wanneer een waarborgfonds een limiet stelt op zijn borgstelling/garantstelling kan de gemeente slechts maximaal voor het resterende deel van de financieringsbehoefte een borgstelling/garantstelling verstrekken. 3. In uitzonderlijke gevallen kan gemotiveerd worden afgeweken van het eerste lid. In dat geval worden door de gemeente zoveel mogelijk zekerheden gevestigd. Artikel 18 1. 2.
3.
4.
5.
6. 7
8.
9.
De borgstelling/garantstelling wordt alleen verstrekt als deze noodzakelijk is voor het verkrijgen van financiering van een beoogde investering. De aanvrager van een borgstelling/garantstelling moet aantonen dat hij via een reguliere commerciële bank geen lening of geen lening tegen aanvaardbare voorwaarden kan afsluiten. Hiervoor dient hij tenminste twee bankverklaringen te overleggen waaruit dit blijkt. Borgstellingen/garantstellingen worden alleen verleend op leningen die zijn of worden verstrekt door een bank of andere geldgever waarvan de rentevaste periode gelijk is aan de looptijd van de lening. Borgstellingen/garantstellingen worden alleen verleend op leningen die een einddatum hebben en waarbij de looptijd van de financiering de beoogde afschrijvingstermijn van de beoogde investering niet overschrijdt. De borgstelling/garantstelling strekt zich alleen tot zekerstelling van de geldgever van de betaling van rente en aflossing op een lening indien de geldnemer daarmee in gebreke is gebleven. Aflossing op de onderliggende lening is gedurende de looptijd van de borgstelling/garantstelling verplicht, lineair of annuïtair.
De aanvrager zal – gelet op zijn financiële positie en de ontwikkeling daarvan - in staat zijn, gedurende de gehele looptijd van de borgstelling/garantstelling, de rente en aflossing, op de financiering waar de borgstelling/garantstelling betrekking op heeft, te kunnen betalen. Ter meerdere zekerheid van terugbetaling van rente en aflossing, op de lening waarop de borgstelling/garantstelling betrekking heeft, worden er zo veel mogelijk zekerheden jegens de gemeente gesteld. In gevallen dat de aanvrager van een borgstelling/garantstelling tevens een subsidierelatie heeft met de gemeente gelden de gemeentelijke subsidies niet als zekerheid; De aanvrager gaat akkoord met door de gemeente te stellen (aanvullende) voorwaarden (bijvoorbeeld zekerheden). Binnen een jaar na het B&W besluit moet de lening waarvoor de borgstelling/garantstelling is afgegeven zijn opgenomen. Bij overschrijding van deze termijn moet een nieuw verzoek worden ingediend.
Artikel 19 1.
2.
Op grond van Europese staatsteunregels is het niet toegestaan om borgstelling/garantstelling en af te geven die meer dan 80% van het uitstaande lening bedrag dekken, tenzij het college kan aantonen waarom een hoger percentage nodig is en dat het geen staatssteun betreft. Wanneer de omvang van de lening of financiële verplichting afneemt moet het geborgde/gegarandeerde bedrag in evenredigheid afnemen, zodat de borgstelling/garantstelling op ieder moment niet meer dan 80% van de uitstaande lening dekt.
Artikel 20 1.
2.
De gemeente brengt bij de geldnemer bij borgstelling/garantstelling een éénmalige premie of een jaarlijkse vergoeding als percentage van het door de gemeente geborgde bedrag in rekening; In uitzonderlijke gevallen kan het college gemotiveerd afwijken van het eerste lid.
10
Artikel 21 1. 2. 3. 4. 5. 6.
7. 8.
9.
Borgstelling/garantstelling verdient de voorkeur boven het verstrekken van leningen/kapitaal. Geldleningen worden alleen verstrekt indien borgstelling/garantstelling niet afdoende is om de gewenste financiering van een beoogde investering aan te trekken. Het rechtstreeks verstrekken van geldleningen aan natuurlijke personen is niet toegestaan; De afspraken met de geldnemer worden vastgelegd in een overeenkomst. De geldnemer is een marktconforme rente verschuldigd aan de gemeente waarbij een minimum geldt van de in dat jaar gehanteerde omslagrente. De aanvrager van een geldlening moet aantonen dat hij via een reguliere commerciële bank geen lening of geen lening tegen aanvaardbare voorwaarden kan afsluiten. Hiervoor dient hij tenminste twee bankverklaringen te overleggen waaruit dit blijkt. De aanvrager zal – gelet op zijn financiële positie en de ontwikkeling daarvan - in staat zijn, gedurende de gehele looptijd van de lening, de rente en aflossing te kunnen betalen. Ter meerdere zekerheid van terugbetaling van rente en aflossing worden er zo veel mogelijk zekerheden jegens de gemeente gesteld. In gevallen dat de aanvrager van een lening tevens een subsidierelatie heeft met de gemeente gelden de gemeentelijke subsidies niet als zekerheid. Binnen een jaar na het B&W besluit moet de lening zijn opgenomen.
Bij overschrijding van deze termijn moet een nieuw verzoek worden ingediend.
Aankopen van aandelen en kapitaalverstrekking
Artikel 22 1. 2. 3.
4. 5. 6. 7.
De gemeente koopt in principe geen aandelen, tenzij politiek – en bestuurlijke motieven zich hiertegen verzetten. Deelnemingen worden alleen uit hoofde van de publieke taak aangegaan. Het aankopen van aandelen kan slechts geschieden nadat de Gemeenteraad een voorgenomen besluit is toegezonden en schriftelijk in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen kenbaar te maken aan het college. Alleen aandelen waarbij recht op medezeggenschap en recht op winstdeling is vastgelegd zijn toegestaan. Ten behoeve van de terugbetaling van ingebracht kapitaal kunnen geen zekerheden jegens de gemeente worden gesteld. In gevallen dat de organisatie waarbij kapitaal is ingebracht tevens een subsidierelatie heeft met de gemeente gelden de gemeentelijke subsidies niet als zekerheid. De partij waarvan aandelen zijn aangekocht zal tegemoet komen aan het verzoek van de gemeente als aandeelhouder alle informatie te verstrekken, die de gemeente nodig acht voor de waardering van zijn aandelenkapitaal.
Beheersdeel 6
Administratieve organisatie en interne controle
6.1
Uitgangspunten administratieve organisatie en interne controle
Artikel 23 Aanvullend op de algemene regels van de controleverordening en de financiële verordeningen van de gemeente gelden de volgende algemene uitgangspunten op het gebied van administratieve organisatie en interne controle: 1. De verantwoordelijkheden en de bevoegdheden van de treasury activiteiten zijn op eenduidige wijze vastgelegd in dit beheerdeel; 2. De Treasurer is verantwoordelijk voor de sturing en beheersing van de treasuryfunctie
11
3.
4.
5.
binnen de gemeente, voor zover de bevoegdheden aan hem/haar zijn gemandateerd en volmacht is verleend; Bij de uit te voeren treasury activiteiten is functiescheiding doorgevoerd met als belangrijkste uitgangspunten: a. de treasurer voert de transacties uit; b. de financiële administratie vergelijkt de bevestiging van de transacties van de contractpartijen met de ondertekende transactieformulieren; c. de medewerker administratie zorgt voor de daadwerkelijke betaalstromen. De bevestigingen van de transacties worden na controle verstuurd naar de financiële administratie zonder tussenkomst van de personen die bevoegd zijn tot het sluiten van deze transacties. Na ontvangst van de transactiebevestiging controleert de medewerker van de financiële administratie de transactie.
Artikel 24 1. 2.
3. 4. 5.
6.
7
De uitvoering van de Treasuryfunctie is centraal ondergebracht bij de Treasurer. De Treasurer wordt aangestuurd onder verantwoordelijkheid van de afdelingsmanager. De administratieve organisatie en de interne controle dienen te waarborgen dat: a. de uitvoering rechtmatig en doelmatig is; b. de treasury activiteiten adequaat kunnen worden uitgevoerd en bijgestuurd; c. de risico’s worden beheerst; d. de juistheid, tijdigheid en volledigheid van de informatievoorziening verzekerd zijn; De taken en bevoegdheden met betrekking tot treasuryactiviteiten zijn schriftelijk vastgelegd in het voorliggende treasurystatuut en het mandaatbesluit van de gemeente Hilversum; Bevoegdheden zijn via mandaat nader schriftelijk vastgelegd; Bij de uit te voeren treasuryactiviteiten is functiescheiding doorgevoerd met als belangrijkste voorwaarden: a. iedere transactie wordt door minimaal twee functionarissen geautoriseerd (het vierogen principe); b. de uitvoering en de controle geschiedt door afzonderlijke functionarissen; c. de registratie en fiattering voor betaling in de financiële administratie geschiedt door afzonderlijke functionarissen.
Tegenpartijen wordt opdracht gegeven bevestigingen van iedere transactie naar de financiële administratie te versturen zonder tussenkomst van de personen die bevoegd zijn tot het sluiten van de transacties; Van een transactie (bijvoorbeeld het aantrekken van financieringsmiddelen) wordt onmiddellijk een proces verbaal opgesteld door de functionaris die de transactie heeft afgesloten;
12
7.1
Taken en verantwoordelijkheden
Artikel 25 De verantwoordelijkheden van de treasuryfunctie zijn in onderstaande tabel gedefinieerd. Functie
Verantwoordelijkheden
Gemeenteraad
• Het vaststellen van de financiële doelstellingen, het financiële beleid en richtlijnen door middel van de financiële verordening. • Het vaststellen van treasury doelstellingen, het treasury beleid, globale richtlijnen en limieten door middel van het treasurystatuut; • Het vaststellen van de paragraaf financiering in begroting en jaarrekening; • Het houden van toezicht op het treasury beleid en de uitvoering hiervan; • Het afgeven of wijzigen van garanties;
College van B&W
• Het uitvoeren van het treasury beleid (formele en politieke verantwoordelijkheid - organisatiestructuur en functieverdeling, aanwezigheid en werking van de administratieve organisatie); • Het achteraf bekrachtigen van de afgesloten transacties. • Het rapporteren aan de gemeenteraad over de uitvoering van het treasury beleid. • Het evalueren en als gevolg daarvan voorstellen tot (eventueel) bijstellen van het treasury beleid. • Het rapporteren en verantwoording afleggen aan de gemeenteraad over de uitvoering van het treasusrybeleid.
Portefeuillehouder Financiën
• Het uitvoeren van het treasury beleid (politieke verantwoordelijkheid). • Ziet toe op de naleving van de kaders en richtlijnen en ziet toe op de uitvoering van de administratieve organisatie en de werking van de interne controle van het concern.
Concerncontroller
Teamleider Finance
• Formeel eindverantwoordelijk voor de kwaliteit van de informatievoorziening over treasury in de planning en control instrumenten. • Het controleren van de volledigheid en betrouwbaarheid van de informatievoorziening van de treasuryfunctie. • Het bewaken van de kwaliteit van de treasury processen
Managers/ Teamleiders andere teams
• Het zorg dragen voor een goede kwaliteit van de informatie die hun team aanlevert aan de Treasurer met betrekking tot toekomstige uitgaven en ontvangsten.
13
Treasurer
• *Het uitvoeren van de activiteiten met betrekking tot de volgende deelfuncties: het risicobeheer, gemeentefinanciering (financiering, uitzetting en relatiebeheer) en kasbeheer. • *Het aantrekken en uitzetten van gelden in het kader van het saldoen liquiditeitenbeheer; • Het beheren van de geldstromen; • Het onderhouden van contacten met banken, geldmakelaars en overige financiële instellingen; • *Het afsluiten van financiële contracten voortvloeiend uit bovenstaande deelfuncties; • Het schriftelijk vastleggen van de treasury transacties en het doorgeven hiervan aan de financiële administratie; • *Het voorbereiden van beleidsvoorstellen op treasury gebied; • *Het adviseren over financiële gevolgen bij projecten; • Het aanleveren van tijdige, volledige en betrouwbare gegevens aan de gemeentelijke administratie; • *Het afleggen van verantwoording aan de manager van bedrijfsvoering over .de uitvoering van de aan hem/haar gemandateerde activiteiten. *In de uitvoering van het proces zijn deze activiteiten verdeeld over verschillende medewerkers. Hierbij is rekening gehouden met functiescheiding.
Financiële administratie
• Het overboeken van saldi tussen bankrekeningen; • Het afhandelen van het contante en girale betalingsverkeer; • Het aanleveren van tijdige, volledige en betrouwbare gegevens aan de gemeentelijke organisatie; • Het rapporteren aan de manager van bedrijfsvoering belast met controle over de uitvoering van de aan hem/haar gemandateerde activiteiten; • Het juist en volledig administreren van de bezittingen, schulden, rechten, verplichtingen, inkomsten, uitgaven, ontvangsten en betalingen in de verplichtingen- en financiële administratie; • Het ontvangen van de orderbevestiging van derden en het controleren of deze overeenkomt met de transactie-informatie zoals verstrekt door de medewerker belast met treasury.
Accountant
• Het in het kader van haar reguliere controletaak adviseren en controleren omtrent de feitelijke naleving van het Treasurystatuut. (interim controle, managementletter)
14
7.2
Bevoegdheden
Artikel 26 In onderstaande tabel staan bevoegdheden met betrekking tot treasuryactiviteiten weergegeven alsmede de daarbij benodigde fiattering. Bevoegd orgaan
Autorisatie
1. Schatkistbankieren
Aangewezen medewerkers financiële administratie
Teamleider Financiën
2. Het aantrekken van geld via daggeld, kasgeld en rekening- courantkredieten bij de BNG
Treasurer
Financieel adviseur/medewerker
3. Betalingsopdrachten voorbereiden (1e handtekening)
Aangewezen medewerkers financiële administratie
Financieel Adviseur
3. Betalingsopdrachten versturen (2e handtekening)
Teamleider Financiën
Financieel Adviseur
5. Het aantrekken van gelden via onderhandse leningen
Treasurer
Portefeuillehouder financiën
6. Het uitzetten van gelden via onderhandse geldleningen
Treasurer
Portefeuillehouder financiën
Saldo-, liquiditeiten en geldstromenbeheer
Financiering en uitzetting
7. Het verstrekken van leningen aan derden uit hoofde College van B&W van de publieke taak
Gemeenteraad
8. Het garanderen van gelden uit hoofde van de publieke taak
College van B&W
Gemeenteraad
9. Bankrekeningen openen / sluiten / wijzigen
Treasurer
Burgemeester
10. Bankcondities en tarieven afspreken
Treasurer
College van B&W
11. Autorisatie Medewerkers
Aangewezen applicatiebeheerder1 of 2 Aangewezen medewerker 1.
Aangewezen applicatiebeheerder 2 of 1 Aangewezen applicatiebeheerder 1 of 2
Bankrelatiebeheer
12. Invulling toegangsrechten en wijzigingen geautoriseerde medewerkers
15
7.3
Informatievoorziening
Artikel 27 Met betrekking tot de treasuryactiviteiten dient tenminste de in de onderstaande tabel opgenomen informatie te worden verstrekt door de betreffende functionarissen: Informatie
Frequentie
1
Doorlopend Domeinmanagers/ Treasurer Budgethouders
Gegevens m.b.t toekomstige uitgaven en ontvangsten voor de liquiditeitsplanning
2 Liquiditeitsplanning programmabegroting 3 Beleidsplannen treasury in paragraaf financiering van de programmabegroting 4
Evaluatie treasuryactiviteiten in paragraaf financiering van programmajaarrekening 5 Verantwoording n.a.v. paragraaf financiering via programmaverslag 6 Informatie aan derden (IV3) zoals genoemd in art. 8 Wet fido
7.4
Informatieverstrekker
Informatieontvanger
Jaarlijks (2x) Jaarlijks
Domeinmanagers
Gemeenteraad
Domeinmanagers
Gemeenteraad
Jaarlijks
Domeinmanagers
Gemeenteraad
Jaarlijks
Domeinmanagers
Gemeenteraad
Jaarlijks
Domeinmanagers
Provincie / CBS
Inwerkingtreding
Artikel 28 Het “Treasurystatuut gemeente Wijk bij Duurstede 2024” treedt in werking met ingang van 01 januari 2024 en vervangt het Statuut vastgesteld op 7 december 2010. Het Statuut is vastgesteld in de vergadering van de raad van d.d. 12 december 2023
Ondertekening Vastgesteld in de openbare raadsvergadering van De griffier
De voorzitter
16
Bijlage 1: Begrippenkader In dit statuut wordt verstaan onder: Administratieve organisatie Het stelsel van organisatorische maatregelen gericht op het tot stand brengen en het in stand houden van de goede werking van de bestuurlijke en ambtelijke informatieverzorging ten behoeve van de verantwoordelijke leiding. Basispunten Eén basispunt is 1/100-ste procent (0,01%). Beleggingshorizon Periode waarover de belegger middelen wenst uit te zetten. Begrotingstotaal De totale lasten op de begroting van de gemeente. Borgstelling Het zich voor de verbintenis van een ander (de hoofdschuldenaar) verplichten tot nakoming daarvan, indien deze zijn verplichtingen niet nakomt. Indien de borg wordt gehouden tot nakoming, ontstaat daarmee een vordering van de borg op de hoofdschuldenaar. Callgeld/daggeld Aangetrokken c.q. uitgezette geldmiddelen voor een termijn van één tot enkele dagen. Deposito Een spaarvorm of tijdelijke uitzetting van overtollige middelen met een vaste looptijd en een vaste rente. Derivaten Financiële instrumenten die hun waarde ontlenen aan een bepaalde onderliggende waarde van een ander financieel product. De onderliggende waarden kunnen leningen of obligaties zijn. Zie rente-instrumenten. Duurzaam bankieren (ook wel ethisch bankieren genoemd) Een vorm van bankieren waarbij we expliciet aandacht geven aan milieu en sociale gevolgen van investeringen en leningen.
Externe financiering Het aantrekken van middelen buiten de organisatie voor de dekking van vermogensbehoefte. Financiering Het aantrekken van de benodigde financiële middelen voor de dekking van vermogensbehoefte voor een periode van minimaal één jaar. Deze middelen kunnen bestaan uit zowel eigen vermogen als vreemd vermogen. Financieringsbehoefte De behoefte om uit (interne of externe) bronnen vermogen aan te trekken voor de dekking van vermogensbehoefte. Ook wel financieringstekort genoemd. De behoefte aan extra of aanvullende externe financiering (kort dan wel langlopend) die op enig moment ontstaat doordat de uitgaven hoger zijn dan de inkomsten.
17
Financieringsfunctie De financieringsfunctie omvat alle activiteiten die zich richten op het sturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële geldstromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s. De financieringsfunctie bestaat uit vier deelfuncties: risicobeheer, ondernemingsfinanciering, kasbeheer en debiteuren- en crediteurenbeheer. Garantstelling Schriftelijke verklaring van een derde, aan de verstrekker van een lening, waarin deze derde partij aan de verstrekker van de lening verklaart dat de partij die de lening aanvraagt aan zijn Betalingsverplichtingen zal voldoen. Als de aanvrager van de lening in verzuim raakt staat de derde partij garant voor het nakomen van de verplichtingen. Bij het gebruik maken van de garantstelling gaat de schuld van de schuldenaar niet over op de garantiegever. Geldstromenbeheer Alle activiteiten die nodig zijn om liquiditeiten te transfereren zowel binnen de organisatie zelf als tussen de organisatie en derden (betalingsverkeer). Geldmarkt Markt voor het aantrekken of uitzetten van kortlopende geldleningen (rente-typische looptijd korter dan 1 jaar). Gemeentebestuur is de gezamenlijke aanduiding voor de organen die bevoegd zijn om een gemeente te besturen.
Het gemeentebestuur laat zich meestal onderscheiden in een algemeen bestuur en een dagelijks bestuur (college van B&W). Het algemeen bestuur van de gemeente berust normaliter bij het volk vertegenwoordigende orgaan, de raad. Interest (= rente) De vergoeding die in rekening gebracht wordt voor het tijdelijk beschikbaar stellen van liquiditeiten (het lenen). De entiteit die de beschikkingsmacht over de liquiditeiten afstaat is de crediteur. De entiteit die de beschikkingsmacht tijdelijk verkrijgt is de debiteur. De interest wordt veelal uitgedrukt in een percentage van de hoofdsom op jaarbasis. Interest is daarbij een vorm van huur. Interne financiering Financiering van de vermogensbehoefte door het aanwenden van geldmiddelen die reeds in de organisatie aanwezig zijn. Intern liquiditeitsrisico De risico’s van mogelijke wijzigingen in de liquiditeitenplanning en meerjaren investeringsplannen waardoor financiële resultaten kunnen afwijken van de verwachtingen. Interne controle Het geheel van controlemaatregelen gericht op het waarborgen van rechtmatigheid, volledigheid, juistheid en tijdigheid van de informatieverstrekking. Intermediair Een intermediair is een bemiddelaar of een tussenpersoon op de geld- of kapitaalmarkt. De taak van de intermediair is om te bemiddelen tussen de aanbieder van de financiering, bijvoorbeeld de bank, en de klant.
De intermediair ontvangt doorgaans een vergoeding voor de bemiddeling. Kapitaalmarkt Markt voor het aantrekken of uitzetten van langlopende geldleningen (rente-typische looptijd langer dan 1 jaar). Kapitaalverstrekking Heeft betrekking op vorderingen die eigendomsrechten op vennootschappen vertegenwoordigen. Dergelijke vorderingen geven de houder (doorgaans) recht op een aandeel in de winst alsmede in het netto vermogen in geval van liquidatie. Hier is sprake van risicodragende vorderingen. De waarde van de vordering en de vergoeding voor het beschikbaar gestelde vermogen staan niet
18
contractueel vast, maar is afhankelijk van onder meer de afspraken bij het aangaan van de kapitaalverstrekking en de marktontwikkelingen. Kasstroom (geldstroom) Inkomsten (ontvangsten) en/of uitgaven (betalingen) van liquide middelen. Dit betreft zowel chartaal als giraal geld. Kasgeldlening Aangetrokken of uitgezette lening voor een looptijd van 1 week tot 12 maanden. Kasgeldlimiet Een bedrag ter grootte van een percentage van het totaal van de jaarbegroting van het openbare lichaam bij aanvang van het jaar. Koersrisico Het risico dat voortvloeit uit de mogelijkheid dat de financiële activa van de organisatie in waarde verminderen door negatieve koers ontwikkelingen. Korte financieringsmiddelen Middelen ter dekking van de vermogensbehoefte met een rente-typische looptijd korter dan één jaar. Korte rente Het renteniveau van kortlopende verplichtingen. Meestal neemt men hiervoor een vaste looptijd, bijvoorbeeld 3-maands rente. Kredietlimiet Faciliteit bij een bank, gekoppeld aan een bankrekening om voor een bepaald maximum bedrag “rood” te mogen staan tegen vooraf bekende rentecondities. Kredietrisico Het risico dat voortvloeit uit de mogelijkheid op een waardedaling van de vorderingspositie ten gevolge van het niet (tijdig) na kunnen komen van de verplichtingen door de tegenpartij als gevolg van insolventie of deficit.
Lange financieringsmiddelen Middelen ter dekking van de vermogensbehoefte met een rente typische looptijd langer dan één jaar. Lange rente Het renteniveau van langlopende verplichtingen. Meestal neemt men een vaste looptijd, bijvoorbeeld de 10-jaars SWAP-rente. Liquiditeitenbeheer Het financieren en uitzetten van middelen voor een periode tot één jaar. Liquiditeitenplanning Een gestructureerd overzicht van de toekomstige inkomsten en uitgaven ingedeeld naar aard en per tijdseenheid. Een prognose van in- en uitgaande geldstromen, ingedeeld in tijdseenheden (zoals weken, maanden en jaren), voortvloeiende uit, onder meer de gemeentelijke begroting, geplande investeringen, grondexploitaties, rente en aflossingsverplichtingen, verstrekking van leningen en/of kapitaal aan derden, de financiering daarvan en de belegging van overtollige middelen en periodieke actualisatie van alle in- en uitgaande geldstromen. Liquiditeitspositie De mate waarin op korte termijn aan de opeisbare verplichtingen kan worden voldaan. Liquiditeitsrisico De kans dat een bedrijf of organisatie, niet op tijd aan zijn betalingsverplichtingen kan voldoen omdat er te weinig geld in kas en direct opvraagbaar geld bij (andere) banken beschikbaar is.
19
Liquiditeitstekort Het ontbreken van middelen waarmee op korte termijn aan opeisbare verplichtingen kan worden voldaan. Offerte Een mondelinge, schriftelijke of elektronische aanbieding voor een lening of derivaat. Omslagrente Het rentepercentage dat wordt gebruikt om de werkelijk betaalde rente te verdelen over de programma’s. De verdeelsleutel is de boekwaarde van het totaal aan activa dat dienstbaar is aan de betreffende programma’s per 1-1 van het jaar. Onderhandse geldlening Een lening die in direct contact tussen geldgever en geldnemer, zonder tussenkomst van een (andere) bank, wordt afgesloten en waarbij de voorwaarden van de lening in onderling overleg tot stand Komen. Overliquiditeit Het overschot van middelen op korte termijn nadat aan alle opeisbare verplichtingen is voldaan. Projectfinanciering Financiering die wordt aangetrokken ten behoeve van een specifiek project of actief, bijvoorbeeld de bouw van een gebouw. Publieke taak Gemeenten kunnen uitsluitend leningen aangaan, middelen uitzetten en borgstelling of garantstelling verlenen en kapitaal verstrekken voor de uitoefening van de publieke taak. De Gemeenteraad bepaalt het kader en de invulling van de publieke taak, binnen de normen van de wet- en regelgeving.
Rating Een oordeel over de kredietwaardigheid van een bedrijf, bank of een ander soort financiële instelling, financiële producten of een land, uitgedrukt in een classificatie of score inclusief een Probability of Default (ook wel PD = procentuele kans op het niet aan betalingsverplichtingen kunnen voldoen). Overzicht ratingkwalificaties Moody’s Standard & Poor’s Lange termijn ratings AAA : Extreem kredietwaardig AA : Zeer kredietwaardig. Veiligheidsmarge echter niet zo hoog als bij de AAA-categorie. A : Zeer kredietwaardig. Er zijn echter factoren aanwezig waardoor afbetaling in de toekomst enig gevaar loopt. Korte termijn ratings P-1 A-1+/A-1 Capaciteit voor rente en aflossing is extreem, respectievelijk zeer groot. P-2 A-2 Voldoende capaciteit voor tijdige betaling aanwezig. Echter niet zo groot als in bovengenoemde categorie. P-3 A-3 Adequate capaciteit voor tijdige betaling aanwezig. Echter kwetsbaar indien de omstandigheden tegenzitten. Rekening courant Lopende rekening bij een bank, al dan niet gekoppeld aan een kredietlimiet en al dan niet binnen een stelsel van andere bankrekeningen bij een bepaalde bank. Rente Rente is een vergoeding voor het ter beschikking stellen van geld voor een bepaalde periode. Rente- en saldo compensabel Dit houdt in dat credit- en debet saldi van diverse bankrekeningen van een onderneming met elkaar worden gecompenseerd.
Er wordt geen geld overgeboekt maar de standen van de betreffende
20
bankrekeningen komen wel bij elkaar in één overzicht van de bank. Renteconversie Tussentijdse aanpassing van de contractuele rente. Renterisico Mate waarin het saldo van rentelasten en rentebaten van een openbaar lichaam verandert door wijzigingen in het rentepercentage op leningen en uitzettingen. Renterisiconorm Een bedrag ter grootte van een percentage van de totale begrotingsvolume. Rente-instrumenten Financiële instrumenten die hun bestaan ontlenen aan een bepaalde onderliggende waarde. Deze onderliggende waarden zijn financiële producten zoals leningen, effecten of obligaties. Renteinstrumenten kennen een breed toepassingsgebied en worden onder andere gebruikt om valuta- en renterisico’s te sturen en financieringskosten te minimaliseren. Renteswap Bij een renteswap wordt tussen twee partijen (waarvan er één een bank is) overeengekomen dat de renteverplichtingen in de vorm van een vaste en een variabele rente met betrekking tot een afgesproken hoofdsom gedurende een bepaalde periode worden geruild. Het nut van dit instrument kan bijvoorbeeld zijn dat een activum dat met lang vreemd vermogen is gefinancierd tegen de achtergrond van een verwachte daling van de korte rente, na afsluiting van de renteswap op goedkopere wijze is gefinancierd.
Rente typische looptijd Het tijdsinterval gedurende de looptijd van een geldlening, waarin op basis van de voorwaarden van de geldlening sprake is van een door de verstrekker van de geldlening niet beïnvloedbare constante rentevergoeding. Rentevisie Verwachting van de ontwikkeling van de renteniveaus van de lange en korte rente. Roll-over basis Lening met middellange of lange looptijd en een variabele renteverplichting. Saldobeheer Het beheer van de dagelijkse saldi op de rekeningen. Schatkistbankieren Het verplicht aanhouden van liquide middelen bij het Rijk door gemeenten, provincies, waterschappen en gemeenschappelijke regelingen. Solvabiliteitsratio van 0% Status die door een bancaire toezichthouder in een EU-lidstaat aan het schuldpapier van een instelling kan worden toegekend. Staatssteun Staatssteun is het direct dan wel indirect verstrekken van financiële steun aan ondernemingen door overheden. Er zijn verschillende vormen van staatssteun, zoals het geven van overheidsopdrachten, subsidies, leningen tegen een lage rente, goedkope verzekeringen, belastingvoordelen of het investeren in een onderneming. Teamleider Financiën Teamleider van het team Financiën Treasurer De treasurer is werkzaam bij de afdeling Financiën, die treasury werkzaamheden uitvoert.
21
Totaalfinanciering Dit houdt in dat voor de gemeentelijke organisatie als geheel de financieringsbehoefte c.q. het financieringstekort bepaald wordt. Er wordt dus niet voor iedere investering, grondexploitatie of project apart geleend. Treasuryfunctie De treasuryfunctie omvat alle activiteiten die zich richten op het besturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële stromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico's. De treasuryfunctie bestaat uit vier deelfuncties: risicobeheer, gemeentefinanciering, kasbeheer en debiteuren en crediteurenbeheer. Uitzetting Het tijdelijk toevertrouwen van liquiditeiten aan derden tegen vooraf overeengekomen condities en bedingen. Kortlopende uitzettingen hebben betrekking op een periode tot één jaar. Langlopende uitzettingen hebben betrekking op een periode van één jaar of langer. Afdeling Financiën & Control (F&C) De afdeling bestaat uit de financiële administratie, medewerkers financiën en interne controle. Valutarisico Het risico dat de wisselkoers van de vreemde valuta wijzigt, zodat een vordering of schuld (op nadelige wijze) wordt veranderd. Vaste schuld Schuldtitels met een looptijd van minimaal één jaar en één dag.
Vier ogen principe Procedureel uitgangspunt dat stelt dat voor een bepaalde handeling altijd twee mensen nodig zijn , zodat zij elkaar kunnen controleren. Vlottende schuld Schuldtitels met een looptijd van maximaal één jaar. Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen is een ratio die aangeeft in hoeverre een organisatie eventuele calamiteiten financieel kan opvangen. Het weerstandsvermogen geeft de verhouding aan tussen de beschikbare weerstandscapaciteit (de beschikbare middelen) en de benodigde weerstandscapaciteit (het risicoprofiel). Beschikbare Weerstandsvermogen De beschikbare weerstandscapaciteit geeft aan hoeveel middelen er beschikbaar zijn om eventuele risico’s op te kunnen vangen. Benodigde Weerstandsvermogen De benodigde weerstandscapaciteit heeft betrekking op het bedrag dat nodig is om geïdentificeerde risico’s af te kunnen dekken. Werkkapitaal Decentrale overheden zijn verplicht overtollige middelen in ’s Rijks schatkist aan te houden op het werkkapitaal na. Het werkkapitaal is gelijk aan een vastgesteld percentage van het begrotingstotaal. Zekerheden Zakelijke zekerheidsrechten die door de gemeente, in het kader van een verzoek om een lening of borgstelling/garantstelling, van de aanvrager gevraagd kunnen worden om het risicoprofiel van de verzochte steun te verlagen, bijvoorbeeld hypotheek- en pandrechten.
22
Bijlage 2: Toelichting op het Treasurystatuut Toelichting algemeen Treasury omvat alle activiteiten die zich richten op het sturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële stromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s. De Wet financiering decentrale Overheden (wet fido) is per 1 januari 2001 in werking getreden. Dit houdt concreet voor de gemeente Wijk bij Duurstede in dat zij verplicht gesteld worden om een financieringsstatuut te hebben en in de begroting en het jaarverslag een financiering/treasuryparagraaf op te nemen. In dit treasurystatuut wordt het treasurybeleid van de gemeente Wijk bij Duurstede vastgelegd. Dat gebeurt in de eerste plaats door het aangeven van de doelstellingen van de treasuryfunctie (in artikel 3). Vervolgens geeft het statuut aan binnen welke richtlijnen en limieten de doelstellingen dienen te worden gerealiseerd. Een richtlijn is een bindend voorschrift voor een handelswijze die gevolgd moet worden en een limiet is een type richtlijn die een uiterste grens aangeeft. Een belangrijk deel van de limieten en richtlijnen is bepaald door de Wet FiDO. Door de limieten en richtlijnen wordt het “risicoprofiel” van de gemeente Wijk bij Duurstede bepaald, waarbinnen de financieringsactiviteiten dienen te worden uitgevoerd.
De financiering/treasuryparagraaf in de begroting geeft de beleidsplannen voor de financieringsfunctie voor de komende jaren en in het bijzonder voor het eerstkomende jaar weer. Het bevat onder meer gegevens over de algemene ontwikkelingen en de concrete beleidsplannen binnen de kaders van het statuut. Het gaat hierbij vooral om de plannen voor het risicobeheer, de financiering (analyse financieringspositie, leningen- en garantieportefeuille en uitzettingsportefeuille) en het kasbeheer. Uit de toelichting zal moeten blijken dat de plannen binnen de kaders van de Wet FiDO en het financieringsstatuut blijven. De financiering/treasuryparagraaf in het jaarverslag geeft in het bijzonder een verschillenanalyse tussen de plannen zoals deze zijn opgenomen in de begroting en de realisatie in het verslagjaar. TOELICHTING PER ARTIKEL Hierna worden, waar nodig, de in het treasurystatuut opgenomen artikelen toegelicht. Het statuut is geheel opnieuw ingevuld gezien de (wettelijke) ontwikkelingen sinds de vaststelling van het vorige “financieringsstatuut gemeente Wijk bij Duurstede december 2010”. De uitgangspunten en normen die in het vorige statuut golden zijn overgenomen voor zover ze nu niet in hogere wetgeving zijn geregeld. Artikel 1 In dit artikel wordt het kader waarbinnen het statuut zich beweegt weergegeven Artikel 2.
In dit artikel wordt de relatie tussen de gemeente Wijk bij Duurstede en de financiering beschreven. Artikel 2 lid 1; In de eerste plaats dient de treasury ervoor te zorgen dat de gemeente “duurzaam toegang heeft tot de financiële markten tegen acceptabele condities”. De treasury dient te waarborgen dat de gemeente duurzaam in staat is de voor haar activiteiten benodigde middelen aan te trekken c.q. haar overtollige middelen uit te zetten op de financiële markten (bijv. bij banken). De condities die daarbij worden bedongen dienen, in het licht van de op het betreffende moment gebruikelijke condities, scherp en acceptabel (tenminste marktconform) te zijn. Artikel 2 lid 2; Eén van de kerntaken van treasury is het beheersen van risico’s. De gemeente loopt de volgende financiële risico’s: renterisico’s, koersrisico’s, kredietrisico’s, interne liquiditeitsrisico’s en valutarisico’s. Ieder risico kent zijn eigen beheersmaatregelen. Het is de taak van de treasury dergelijke risico’s tegen acceptabele condities te beperken. In de artikelen 4 tot en met 8 wordt aangegeven op welke wijze dit wordt gewaarborgd. Artikel 2 lid 5; De gemeente streeft ernaar de renteresultaten te optimaliseren. Dit betekent dat de gemeente geen middelen onbenut laat maar streeft naar zo hoog mogelijke renteopbrengsten (c.q.
23
zo laag mogelijke rentekosten) zonder dat daarbij overmatige risico’s worden gelopen. De prioriteiten van de treasuryfunctie liggen in eerste instantie bij het beheersen en beperken van financiële risico’s; de treasuryfunctie streeft niet naar winst (“profit center”). Binnen het acceptabele risicoprofiel zoals vastgesteld in de Wet fido en dit treasurystatuut dient desondanks te worden gestreefd naar optimalisatie van de renteresultaten. Artikel 2 lid 6; Treasury dient niet verward te worden met Financiën. Er zijn drie fundamentele verschillen tussen deze twee functies: Business control adviseert met name op het gebied van Financiën. De treasurer kan adviseren bij de keuze van de benodigde financiering. Artikel 2 lid 9; Door het eenduidig vastleggen van taken en verantwoordelijkheden binnen de organisatie wordt duidelijk welke functionarissen verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van het treasurybeleid. Artikel 3. Dit artikel geeft de verschillende taken en doelstellingen van de financiering in een breder perspectief. Artikel 3 Met dit artikel wordt de koppeling gemaakt tussen het “prudent beheer” zoals bedoeld wordt in Wet FiDO en de wijze waarop de gemeente Wijk bij Duurstede invulling geeft aan dit begrip. Conform de Wet FiDO, dienen uitzettingen “uit hoofde van financiering” een prudent karakter te hebben.
In de Wet FiDO en de bijbehorende ministeriële regelingen wordt het begrip “prudent” nader uitgewerkt. Het aangaan van financiële transacties met als oogmerk die transacties te zijner tijd eventueel met winst te verkopen, is nadrukkelijk niet toegestaan (zie artikel 2 lid 2 Wet FiDO). Bankachtige activiteiten – het aantrekken en uitzetten van middelen met als doel het genereren van inkomen – zijn als gevolg van deze bepaling verboden. De richtlijnen en limieten van dit financieringsstatuut vallen binnen de kaders van de Wet FiDO. De limieten en richtlijnen van dit financieringsstatuut zijn specifiek geformuleerd om het prudente karakter van de uitzettingen uit hoofde van financiering te garanderen en hebben daarom géén betrekking op (eventueel) verstrekte leningen of garanties uit hoofde van de “publieke taak” van de gemeente Wijk bij Duurstede. Artikel lid 2 a/b Renterisicobeheer omvat het beperken van de invloed van (externe-) rentewijzigingen op de financiële resultaten van de gemeente Wijk bij Duurstede. Een belangrijk uitgangspunt van de Wet FiDO is het vermijden van grote fluctuaties in de rentelasten van openbare lichamen. Teneinde een grens te stellen aan korte financiering (met een rente-typische looptijd tot één jaar) is in de Wet FiDO de kasgeldlimiet opgenomen.