Ontwerpbegroting 2025-2028 Wijk bij Duurstede (1)
Tekst van het document
ONTWERPBEGROTING 2025 - 2028 2024-2027
Inhoudsopgave Inhoudsopgave ............................................................................................................................................. 2 Inleiding ........................................................................................................................................................ 3 Leeswijzer ..................................................................................................................................................... 5 1 Financiën .............................................................................................................................................. 7 1.1 Financieel beeld....................................................................................................................... 8 1.2 Uitgangspunten begroting....................................................................................................... 8 1.3 Financiële hoofdlijnen ............................................................................................................. 9 1.4 Door de raad te autoriseren begrotingsbedragen ................................................................ 12 2 Deel I Programma’s ............................................................................................................................
13 2.1 Programma 1 – Jeugd en Onderwijs...................................................................................... 14 2.2 Programma 2 – Zorg en Welzijn ............................................................................................ 21 2.3 Programma 3 – Beheer openbare ruimte en Milieu ............................................................. 28 2.4 Programma 4 – Economie ..................................................................................................... 33 2.5 Programma 5 – Ruimtelijke Ordening, Wonen, Gebiedsontwikkeling en Mobiliteit ............ 36 2.6 Programma 6 – Sport, Cultuur en Erfgoed ............................................................................ 42 2.7 Programma 7 – Duurzaamheid.............................................................................................. 45 2.8 Programma 8 – Veiligheid en handhaving ............................................................................ 50 2.9 Programma 9 – Bedrijfsvoering en Financien ....................................................................... 53 3 Deel II Paragrafen ............................................................................................................................... 58 3.1 Lokale heffingen ....................................................................................................................
59 3.2 Financiering ........................................................................................................................... 65 3.3 Weerstandsvermogen en risicobeheersing........................................................................... 70 3.4 Onderhoud kapitaalgoederen ............................................................................................... 76 3.5 Bedrijfsvoering ...................................................................................................................... 80 3.6 Verbonden partijen ............................................................................................................... 83 3.7 Grondbeleid ........................................................................................................................... 90 3.8 Openbaarheid – Wet open overheid..................................................................................... 99 4 Financiële begroting ......................................................................................................................... 100 4.1 Overzicht van baten en lasten ............................................................................................. 101 4.2 Grondslagen begroting ........................................................................................................
103 4.3 Overzicht van incidentele baten en lasten .......................................................................... 104 5 Deel III Bijlagen ................................................................................................................................. 105 5.1 Investeringen ....................................................................................................................... 106 5.2 Reserves en voorzieningen .................................................................................................. 107 5.3 Taakvelden .......................................................................................................................... 109 5.4 Kerngegevens ...................................................................................................................... 111 5.5 Totaaloverzicht risico’s ........................................................................................................ 113
-2-
Inleiding Hierbij bieden wij u de Begroting 2025-2028 aan. In de Kaderbrief 2025-2028, de opmaat naar deze begroting, zijn de kaders vastgesteld waarbinnen deze begroting is opgesteld. Ten tijde van het schrijven van de Kaderbrief kon nog onvoldoende geduid worden wat de exacte gevolgen van het Hoofdlijnenakkoord uit Den Haag zijn voor onze gemeente en hoe deze doorwerken in onze financiën. In het akkoord werd geen oplossing geboden voor het tekort in de ‘ravijnjaren’ 2026 en verder. Recent is de miljoenennota gepresenteerd op Prinsjesdag. Hieruit ontstaat geen ander beeld zoals hierboven geschetst. We krijgen als gemeente nog steeds onvoldoende budget van het Rijk voor de taken die we moeten uitvoeren. In deze begroting zijn we daarom gedwongen om de moeilijke keuzes door te zetten die impact hebben op onze inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties. En ook voor de jaren 2026 en verder is dit het geval. Het gestelde uitgangspunt is en blijft een structureel, reëel en materieel sluitende begroting voor 20252028. De eis om ofwel het eerste jaar van de begroting sluitend te hebben ofwel het laatste jaar, laat de provincie namelijk niet los. Hoewel we op meer coulance hadden gerekend vanwege de grote opgave die alle gemeenten kennen, is ons er wel alles aan gelegen om het vertrouwen van de provincie in onze gemeente te behouden.
Zowel de provincie als wijzelf hebben geen enkele baat bij de situatie van een strenger financieel toezicht. Wat een extra druk legt op capaciteit en vertragingen tot gevolg zal hebben. Maatregelen In de Kaderbrief is slechts een eerste richting gegeven waarin de budgettaire oplossing gezocht konden worden. In aanloop naar deze begroting zijn deze maatregelen nader onderzocht op haalbaarheid, de kanttekeningen, risico’s en de mogelijke (maatschappelijke) gevolgen. Met deze begroting legen we het definitieve voorstel aan uw raad voor. In dit voorstel treft u, na het wegen van voor- en nadelen, geen maatregel met de titel ‘uitgavenstop’ aan. Voor het voeren van een sober beleid is dit namelijk geen voorwaarde. We kennen een lange traditie van schrappen en schaven in de begroting. Maar alle ‘franje’ is er echt uit, de uitgaven die we doen zijn nuttig of noodzakelijk. We houden tenslotte een gemeente draaiende, hoe moeilijk onze financiële situatie dat ook maakt. We doen nog steeds veel wel en dat kost geld. Een uitgavenstop past in de ogen van het college ook beter bij een situatie waarin met een korte klap het ‘even aantrekken van de broekriem’ tot verbetering kan leiden. In die situatie zitten we niet. Het uitblijven van signalen dat Den Haag de financiële verhoudingen met gemeenten gaat verbeteren, geven voor het college aan dat we te maken hebben met een andere werkelijkheid.
Eentje waartoe we ons zullen moeten gaan verhouden. Hoe zuur en pijnlijk ook. Daarnaast zou een dergelijke maatregel in verband met het budgetrecht van de raad periodiek een apart raadsbesluit vergen om over te kunnen gaan tot het doen van uitgaven. Voor veel uitgaven geldt dat hiervoor over langere tijd al (contractuele) afspraken zijn gemaakt en dat een deel van die afspraken met bevoorschotting gepaard gaan. Hiermee acht het college een uitgavenstop minder effectief dan het treffen van concrete bezuinigingsvoorstellen en andere maatregelen. Ondanks bezuinigingen kunnen we ook niet bij de pakken neer gaan zitten. We verzetten veel werk om onze gemeente een plek te laten zijn waar het fijn leven, werken en recreëren is. En dit werk blijven we verzetten. Kortom, de uitdaging waar we voor staan is weliswaar groot, maar móet mogelijk zijn. Om het in perspectief te zetten; de nu voorgestelde bezuinigingen beslaan 3,5 % van de totale begroting van € 67 mln. Desondanks zijn we ons bewust dat deze bezuinigingen impact hebben op het leven van onze inwoners. En zullen er vervelende gevolgen zijn die tot minder gewenste situaties leiden. Een nieuwe balans vinden tussen betaalbaar en haalbaar is nodig. Waarbij de maakbaarheid die wij en de -3-
samenleving gewend zijn, er anders uit komt te zien. Want ook inwoners zullen zich tot deze nieuwe werkelijkheid moeten gaan verhouden. Dit kost tijd en vraagt van zowel de gemeente, als onze inwoners en partners uithoudingsvermogen en creativiteit. Aan de andere kant biedt dit ook kansen en mogelijkheden op dichter bij elkaar te komen en als hele samenleving dingen samen op te pakken. Moed In het proces van het vinden van een nieuwe balans tussen betaalbaar en haalbaar is het belangrijk om moed te tonen en te houden en samen kansen te benutten. Moed te tonen door moeilijke beslissingen niet uit de weg te gaan. Door open te zijn in welke perspectieven worden afgewogen bij het vinden van de balans. En eerlijk te zijn over de pijn die daardoor ontstaat. Moed te houden door te blijven zien wat we allemaal desondanks wél realiseren. Het is immers ook een kans om met de hele samenleving de handschoen op te pakken. We investeren en waarderen in wie zich allemaal inzetten voor alle mooie initiatieven die onze gemeente kent. Cothen, Langbroek en Wijk bij Duurstede zijn kernen die onze gemeente kleur geven. In de basis een kleur gemaakt door mensen, geen Haagse begroting die daar afbreuk aan kan doen.
-4-
Leeswijzer Met deze leeswijzer lichten wij toe hoe deze ontwerpbegroting is opgebouwd. Per onderwerp wordt aangegeven waar u deze in de begroting kunt vinden. Via verschillende stappen krijgt u steeds meer gedetailleerde informatie. In de bestuurlijke hoofdlijnen worden de speerpunten van de begroting toegelicht. In de financiële hoofdlijnen die daarna volgen, wordt in hoofdthema’s aangegeven welke mutaties in het meerjarenbeeld zijn opgenomen ten opzichte van de zomerrapportage en kaderbrief. De meest gedetailleerde informatie is opgenomen bij de programmatoelichting en de paragrafen. In de programmatoelichting wordt in de inleiding aangegeven wat we willen bereiken en wat we daarvoor gaan doen. Omdat we een grote bezuinigingsopgave hebben, zijn alle mutaties en maatregelen binnen een programma in één overzicht opgenomen. De toelichting van deze mutaties en maatregelen is opgenomen in de bijlage bij deze ontwerpbegroting. Voor de beleidsindicatoren maken we gebruik van waarstaatjegemeente.nl. In deze ontwerpbegroting is nog niet voor alle indicatoren informatie beschikbaar. Enerzijds omdat dit jaar nog niet om is en anderszijds omdat niet alle indicatoren jaarlijks geüpdate en gebubliceerd worden. Er worden twee typen bedragen gebruikt: incidentele/éénmalige kosten en structurele kosten.
Als de financiering voor de opgaven in de programma’s via het Gemeentefonds loopt, dan staat dit in de tekst. De opbrengsten uit het Gemeentefonds zijn in programma 9 (Bedrijfsvoering en Financiën) opgenomen. De paragrafen zijn een soort dwarsdoorsnede van de programma’s. Hierin staat informatie over de financiële positie van de gemeente, over beheersmatige aspecten en over risico’s. Daarna treft u in het financiële deel van de begroting het overzicht van baten en lasten en een prognosebalans aan. Als laatste zijn bijlagen opgenomen die dieper ingaan op een aantal onderwerpen, met name financieel gerelateerd. Hieronder volgt een verdere uitleg per onderdeel. Financiën In dit onderdeel wordt het financieel beeld geschetst en zijn de financiële uitgangspunten opgenomen. Hiermee wordt inzicht gegeven hoe de begroting is opgebouwd en wordt een aansluiting gemaakt met de primaire begroting en Kadernota 2025-2028. De gemaakte keuzes worden hier financieel zichtbaar gemaakt. Programmabegroting De gemeenteraad stelt de begroting vast op programmaniveau. Per programma wordt de begroting op zowel beleidsmatig als op financieel gebied vermeld. In de programma’s is de doorbelasting van de loonkosten vanuit programma 9 verwerkt.
De volgende programma’s zijn hierin opgenomen: Programma 1: Jeugd en Onderwijs Programma 2: Zorg en Welzijn Programma 3: Beheer openbare ruimte en Milieu Programma 4: Economie Programma 5: Ruimtelijke ordening, Wonen, Gebiedsontwikkeling en Mobiliteit Programma 6: Sport, Cultuur en Erfgoed Programma 7: Duurzaamheid Programma 8: Veiligheid en Handhaving Programma 9: Bedrijfsvoering en Financiën
-5-
Paragrafen In de paragrafen staat informatie over de financiële positie van de gemeente, de beheersmatige aspecten en de risico’s. Er zijn 8 (verplichte) paragrafen: ▪ Lokale heffingen In deze paragraaf wordt stilgestaan bij de diverse gemeentelijke belastingen en heffingen en de consequenties daarvan voor de inwoners. Ook worden hier de tarieven voor het komende begrotingsjaar genoemd. ▪ Financiering In deze paragraaf wordt toegelicht op welke wijze met de financieringsbehoefte van de gemeente wordt omgegaan. ▪ Weerstandsvermogen en risicobeheersing Het weerstandsvermogen geeft aan hoe solide de financiële positie van de gemeente is. Het weerstandsvermogen wordt bepaald door de weerstandscapaciteit af te zetten tegen de omvang van de risico’s. In deze paragraaf zijn ook de financiële kengetallen opgenomen. ▪ Onderhoud kapitaalgoederen In deze paragraaf wordt per onderdeel toegelicht op welke wijze het onderhoud van de gemeentelijke kapitaalgoederen gewaarborgd is. ▪ Bedrijfsvoering Deze paragraaf gaat in op allerlei interne ontwikkelingen binnen de gemeentelijke organisatie, die erop gericht zijn een zo goed mogelijke dienstverlening aan de inwoners en bedrijven te kunnen verstrekken en een zorgvuldige besluitvorming te kunnen garanderen. ▪ Verbonden partijen De gemeente werkt vaak samen met andere partijen om bepaalde doelen te bereiken.
Een verbonden partij is een privaatrechtelijke- of publiekrechtelijke organisatie waarin de gemeente een bestuurlijk en financieel belang heeft. In deze paragraaf worden alle verbonden partijen nader toegelicht. ▪ Grondbeleid De gemeente speelt een actieve rol in het kopen en verkopen van gronden. In deze paragraaf wordt dieper op het grondbeleid van de gemeente ingegaan. ▪ Openbaarheid - Wet open overheid In deze paragraaf zijn de beleidsvoornemens voor uitvoering van de wet open overheid opgenomen. Financiële begroting De financiële begroting geeft inzicht in de financiële meerjarenbegroting organisatiebreed en op programmaniveau, de gehanteerde grondslagen, de incidentele baten en lasten en de mutaties in de reserves. Inzicht hierin is belangrijk voor de structurele financiële houdbaarheid. Bijlagen In de bijlagen wordt informatie gegeven over de reserves en voorzieningen, worden de investeringen verder toegelicht en wordt een overzicht op taakveld verstrekt. De toelichting op alle mutaties en de alternatieven zijn opgenomen in een separate bijlage bij deze ontwerpbegroting.
-6-
1
Financiën
1.1 Financieel beeld 1.2 Uitgangspunten begroting 1.3 Financiële hoofdlijnen 1.4 Door de raad te autoriseren begrotingsbedragen
-7-
1.1 Financieel beeld De economische omstandigheden voor onze gemeente zijn bij het maken van de begroting verder achteruit gegaan. Waar het ravijnjaar 2026 aanstaande is heeft het Rijk voor 2025 een extra korting doorgevoerd in het Gemeentefonds van € 680.000. De reden hiervoor was het tekort op de begroting van het Rijk en dat een groot deel van de gemeenten hier nog geen budgetaire problemen heeft. Ter compensatie wordt het ravijn in 2026 en verder wat kleiner. Voor Wijk bij Duurstede gaf dit juist een versnelde opgave om maatregelen eerder door te voeren om te komen tot een sluitende begroting voor 2025. De forse inflatie met bijbehorende prijsverhogingen van voorgaande jaren, lijken het komend jaar af te vlakken. Ook de rente standen die laatste jaren stegen zijn in rustiger vaarwater gekomen. Het naijleffect van de prijs indexaties van voorgaande jaren is nog wel merkbaar. Dit zien we vooral terug bij aflopende contracten die opnieuw aanbesteed moeten worden, waarvoor de marktwaarde hoger ligt dan de bestaande prijzen en condities. Om de prijsstijgingen binnen budget op te kunnen vangen, wordt creatief gekeken naar aanpassingen en versoberingen. We streven ernaar om binnen de beleidskaders te blijven. De grootste zorg voor onze gemeente zijn de oplopende kosten binnen het sociaal domein.
De kosten voor jeugd, Wmo en leerlingenvervoer zijn de grootste zorgen en geven door de beperkte financiële ruimte directe impact op het overige voorzieningen niveau van onze gemeente. Samen met onze partners werken we eraan om de groei in kosten hiervan om te buigen. Vanuit het Rijk is er op dit moment geen uitzicht dat de bijdrage vanuit het Gemeentefonds vergroot wordt. Derhalve gaan we met de raad direct na vaststelling van de nu voorliggende begroting in gesprek om ook voor de jaren 2026 en verder te komen tot een sluitende begroting. Over de te volgen weg hanteren we de richtlijnen van de VNG en houden we nauw contact met onze toezichthouder, de provincie Utrecht.
1.2 Uitgangspunten begroting Hieronder staan de uitgangspunten die zijn gehanteerd voor deze begroting. • De begroting voldoet aan de kaders zoals die door uw raad zijn gesteld in de Financiële Verordening en de vastgestelde Kaderbrief 2025-2028. • De begroting voldoet aan de begrotingsrichtlijnen zoals de provinciale toezichthouder die uitgevaardigd heeft voor de meerjarenbegroting 2025-2028. • Een reëel, materieel en structureel sluitende begroting voor het eerste jaar (jaarschijf 2025). • We streven naar een weerstandsratio groter dan 1,0. • De loonindex voor de gemeentelijke loonsommen in 2025 bedraagt 4,7%. • De prijsindex voor de gemeentelijke budgetten in 2025 is aangepast conform de grondslagen in hoofdstuk 4, paragraaf 2. • De Inflatiecorrectie voor 2025 als onderdeel van OZB bedraagt 2,6%. • De Prijsindex voor overige belastingen bedraag 2,6%. • Tarieven voor leges en retributies zijn kostendekkend, tenzij andere afspraken zijn gemaakt. • Alle genoemde tarieven zijn onder voorbehoud van afzonderlijke vaststelling door uw raad. • Tegenvallers binnen een beleidsprogramma worden zoveel mogelijk binnen dat programma opgelost. -8-
• De Meicirculaire 2024 is verwerkt. • Effecten kapitaallasten zijn meerjarig verwerkt. • In de Meicirculaire 2024 is de compensatie voor de niet (door het Rijk) gerealiseerde besparing voor jeugdzorg opgenomen voor 2025. • Het saldo van de Zomerrapportage 2024 (exclusief de niet vrijgegeven budgetten) is verwerkt in de algemene reserve en als basis voor bepaling weerstandscapaciteit.
1.3 Financiële hoofdlijnen In deze paragraaf gaan we in op de financiële mutaties die in deze begroting zijn doorgevoerd. Het overzicht begint met de actueel vastgestelde begroting 2025 en de effecten uit de vastgestelde kaderbrief 2025 en raadsbesluiten. Vanaf dat punt worden de wijzigingen toegelicht. bedragen x € 1.000 Resultaat meerjarenbegroting
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Vastgestelde begroting 2024
227
- 3.381
- 4.125
- 5.635
- 100 1.125 - 1.300 - 378 90 - 563
- 100 2.721 - 1.300 - 376 84 1.029
- 100 3.633 - 1.300 - 373 53 1.913
- 100 5.359 - 1.300 - 388 196 3.766
- 336
- 2.352
- 2.212
- 1.869
- 111 237 166 293
- 111 196 170 255
- 111 377 171 437
- 111 201 170 260
- 43
- 2.096
- 1.775
- 1.608
- 2.234 2.349 116
- 2.114 2.266 153
- 2.114 2.138 25
- 2.114 2.108 -6
73
- 1.944
- 1.750
- 1.614
Kadernota en raadsbesluiten Bijstelling begroting 2024 Circulaires gemeentefonds Indexatie Verbonden partijen Raadsbesluiten Kadernota en raadsbesluiten Begrotingssaldo na kadernota en raadsbesluiten 2024-2028 Wijzigingen primitieve begroting Loon- en prijsindexatie Mutaties kapitaallasten Actualisatie en doorbelasting Wijzigingen primitieve begroting Bezuinigingsopgave Aanvragen en maatregelen Aanvragen Maatregelen Totaal aanvragen en maatregelen Resultaat meerjarenbegroting
Actualisatie en doorbelasting De post actualisatie en doorbelasting bestaat uit: - de toerekening van (salaris)kosten aan de gesloten systemen (afval en riool) - actualisatie kosten dagelijks onderhoud
-9-
Begrotingsevenwicht De begroting laat voor het jaar 2025 een sluitend beeld zien. De provincie Utrecht toetst in haar rol als toezichthouder onder meer of de begroting ‘structureel en materieel in evenwicht’ is. Hierbij is het uitgangspunt van de provincie dat het negatieve begrotingsverschil voor 2026 t/m 2028 niet gezien wordt als direct op te lossen door de gemeente. Een begroting is structureel in evenwicht als de structurele lasten gedekt worden met structurele baten. Onderstaande tabel laat zien dat de begroting voor de eerste jaarschijf structureel in evenwicht is. We gaan de komende periode in gesprek met de raad over het te volgen proces om voor de periode 2026 en verder ook een structureel sluitende begroting te kunnen presenteren. bedragen x € 1.000 Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Resultaat Saldo van baten en lasten Mutatie reserves Resultaat
- 73 146 73
- 994 - 950 - 1.943
- 2.016 266 - 1.750
- 1.597 - 17 - 1.614
Af: incidentele baten en lasten Incidentele baten en lasten Incidentele toevoegingen en onttrekkingen reserves Af: incidentele baten en lasten
- 177 139 - 39
- 177 310 132
310 310
94 94
Totaal structureel resultaat
112
- 2.075
- 2.059
- 1.707
Structureel resultaat
Financiële onzekerheden Het Gemeentefonds geeft op dit moment niet de ruimte om de sterk stijgende kosten binnen het sociaal domein op te vangen. Het Rijk herkent de problemen binnen dit domein, maar komt, ondanks de inspanningen van de VNG, niet met de nodige financiële compensatie om dit op te vangen. De open einde regelingen en de stijgende vraag naar zorg maken adequate financiële sturing moeilijk. Daarnaast staan de komende jaren de nodige investeringsprojecten op de planning zoals de huisvesting van scholen en aanpassingen in de openbare ruimte hetgeen met een beperkt weerstandsvermogen een strakke sturing vraagt. Het weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen geeft aan in hoeverre de gemeente in staat is om tegenvallers op te vangen zonder dat aanpassing van het beleid nodig is. Daarvoor wordt de financiële positie afgezet tegen de gecalculeerde risico’s in financiële zin. In de jaarrekening 2023 bedroeg de weerstandsratio nog 1,70 (voor verwerking resultaat en overheveling). Landelijk wordt dat als “ruim voldoende” wordt gekwalificeerd. Het negatief jaarresultaat 2023 betekent evenwel dat de weerstandsratio daalt en gekwalificeerd zal worden als “voldoende”. Het college voorziet dat de teruglopende rijksbijdragen vanaf 2026 en de onzekerheid omtrent de financiering van het rijk dat de weerstandratio nog verder zal afnemen.
Dit maakt financiële behoedzaamheid noodzakelijk en dat scherp wordt gestuurd op noodzakelijke uitgaven en investeringen. Verder wordt in 2025 onverminderd ingezet op een strikte sturing op het risicomanagement waarmee de beheersing van risico’s in bedrijfsprocessen en projecten beter in relatie staat tot zekerheid ten aanzien van realiseerbaarheid van onze gemeentelijke doelstellingen.
-10-
Kostendekkende tarieven en leges Voor geleverde diensten hanteert de gemeente zoveel mogelijk kostendekkende tarieven en leges. Op deze manier liggen de kosten bij degene die van de dienst gebruik maakt. Beïnvloedbaarheid van de lasten Gemeenten voeren veel wettelijke taken uit. Daardoor zijn de gemeentelijke lasten lang niet allemaal beïnvloedbaar, waardoor keuzes in beleid beperkt zijn. Grosso modo vallen de lasten uiteen in vier categorieën van beïnvloedbaarheid: Niet beïnvloedbaar, onder deze categorie vallen: ▪ Wettelijke taken, waarbij de minimumvariant het beleid is dat uitgevoerd wordt. Er is daarmee geen sturing mogelijk op deze kosten. ▪ Een taak waar één op één een subsidie tegenover staat. Door in deze categorie lasten te verlagen, worden ook de baten (de subsidie) verlaagd. Snijden in deze activiteiten levert dus geen extra middelen op. Een voorbeeld is de specifieke uitkering (Spuk) voor het onderwijsachterstandenbeleid. ▪ Kapitaallasten. De investering is reeds gedaan, in de exploitatie zijn de rente- en afschrijvingskosten zichtbaar. Uitgaande van de vastgestelde afschrijvingstabel zijn deze lasten niet meer beïnvloedbaar. ▪ Kosten voor heffingen waar wettelijk gezien maximaal kostendekkende tarieven voor geheven mogen worden. Door het verlagen van de lasten, zouden de baten daarmee ook verlaagd worden. Dit levert daarmee geen middelen op.
▪ Mutaties in voorzieningen. De toevoeging aan een voorziening is in veel gevallen wettelijk voorgeschreven (zoals een te verwachten verplichting of een van derden verkregen middel dat specifiek besteed dient te worden). Deze lasten zijn daarmee niet beïnvloedbaar. ▪ Resultaten in het kader van gebiedsontwikkeling. Gebiedsontwikkeling wordt gezien als een gesloten systeem, alleen het saldo van de lasten en baten wordt op de balans gemuteerd. Winsten worden genomen volgens de bereikte voortgang van de verkopen en verliezen volgens het voorzichtigheidsprincipe. Beperkt beïnvloedbaar Hieronder vallen wettelijke taken, waarbij enige ruimte is voor sturing of keuzes. Voorbeelden zijn de jeugdhulp, uitvoering wegenbeheer, onderhoudskosten openbare ruimte, huisvesting. Er zijn keuzes te maken in het kwaliteitsniveau, in beleid of in aantallen waarmee (beperkte) sturing mogelijk is op de hoogte van de uitgaven. Op middellange termijn beïnvloedbaar Dit gaat om kosten die beïnvloedbaar zijn binnen twee tot vier jaar. Voorbeelden zijn subsidietoekenningen. Ook de directe personeelskosten vallen hieronder. Er kunnen keuzes worden gemaakt om deze kosten te beïnvloeden, bijvoorbeeld door bepaalde subsidies niet meer toe te kennen of met minder fte te werken. Maar het kost enige tijd om dit te realiseren. Beïnvloedbaar Dit gaat om kosten die beïnvloedbaar zijn binnen een jaar.
Het betreft lasten die niet wettelijk verplicht zijn, vaak onder eigen gemeentelijk beleid vallen en die daarmee een eigen keuze zijn. Voorbeelden zijn de (eigen) opleidingsbudgetten, uitgaven voor lokale economie, sport, cultuur en gemeentelijke -11-
projecten. Ook de reservemutaties vallen hieronder, behalve reservemutaties voor dekking kapitaallasten (niet beïnvloedbaar) en reserves met afspraken derden (beperkt beïnvloedbaar).
1.4 Door de raad te autoriseren begrotingsbedragen bedragen x € 1.000 Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Saldo van baten en lasten Lasten 1 Jeugd en Onderwijs 2 Zorg en Welzijn 3 Beheer Openbare Ruimte en Milieu 4 Economie 5 Ruimtelijke Ordening en Mobiliteit 6 Sport, Cultuur & Erfgoed 7 Duurzaamheid 8 Veiligheid en Handhaving 9 Bedrijfsvoering en Financiën Totaal Lasten
- 12.034 - 19.182 - 11.400 - 819 - 4.450 - 2.485 - 712 - 2.728 - 13.367 - 67.176
- 11.529 - 19.109 - 11.426 - 768 - 4.597 - 2.231 - 460 - 2.701 - 12.958 - 65.778
- 11.984 - 19.044 - 11.368 - 734 - 4.036 - 2.198 - 460 - 3.360 - 12.744 - 65.926
- 11.894 - 18.747 - 11.325 - 734 - 4.016 - 2.177 - 460 - 2.709 - 12.891 - 64.952
Baten 1 Jeugd en Onderwijs 2 Zorg en Welzijn 3 Beheer Openbare Ruimte en Milieu 4 Economie 5 Ruimtelijke Ordening en Mobiliteit 6 Sport, Cultuur & Erfgoed 7 Duurzaamheid 8 Veiligheid en Handhaving 9 Bedrijfsvoering en Financiën Totaal Baten
574 5.063 7.112 90 2.140 229 426 1 51.466 67.102
574 5.202 7.112 90 2.632 209 - 12 1 48.977 64.784
574 5.202 7.112 90 2.252 108 - 12 1 48.583 63.911
574 5.013 7.112 90 1.824 72 - 12 1 48.681 63.355
- 73
- 994
- 2.016
- 1.597
Mutatie reserves Toevoegingen
- 1.057
- 1.690
- 1.870
- 1.653
Onttrekkingen
1.203
740
2.136
1.635
Mutatie reserves
146
- 950
266
- 17
Resultaat
73
- 1.943
- 1.750
- 1.614
Overzicht baten en lasten
Saldo van baten en lasten
-12-
2
Deel I Programma’s
2.1 Programma 1 – Jeugd en Onderwijs 2.2 Programma 2 – Zorg en Welzijn 2.3 Programma 3 – Beheer Openbare Ruimte en Milieu 2.4 Programma 4 – Economie 2.5 Programma 5 – Ruimtelijke ordening, Wonen, Gebiedsontwikkeling en Mobiliteit 2.6 Programma 6 – Sport, Cultuur en Erfgoed 2.7 Programma 7 – Duurzaamheid 2.8 Programma 8 – Veiligheid en Handhaving 2.9 Programma 9 – Bedrijfsvoering en Financiën
-13-
2.1 Programma 1 – Jeugd en Onderwijs
Inleiding De uitgaven van de jeugdhulp stegen de afgelopen jaren fors boven onze begroting uit. Al met de zomerrapportage 2024 moest in het lopende boekjaar € 1,6 miljoen toegevoegd worden aan het jeugdbudget ten opzichte van de eerder vastgestelde begroting 2024 (€ 7 miljoen). En als we vooruit kijken dan zijn er ook nog andere onzekerheden. Landelijk komt er vanwege de Hervormingsagenda Jeugd nog 1 miljard minder geld voor jeugd beschikbaar, dat is een krimp van 16% van het budget. Hoe dit precies voor onze gemeente uitpakt is nog niet bekend. Daarbij hebben we de komende twee jaar ook nog eens te maken met een risico op verdere korting op de middelen voor jeugd in het Gemeentefonds naar aanleiding van de beoordeling van onze uitvoering van de Hervormingsagenda Jeugd. En worden stijgende prijzen bij aanbieders niet volledig door het rijk gecompenseerd. Al met al een schrikbarende financiële ontwikkeling die we niet kunnen (blijven) dragen en waarvan de realiteit is dat we die zullen móeten keren. En met ons vele, zo niet alle, andere gemeenten. Waarbij de financiën een prikkel zijn, maar de schrijnende oorzaak achter de uitgaven een veel alarmerender verhaal vertellen. We kunnen als maatschappij niet op deze voet voort. Kinderen móeten kunnen opgroeien zonder dat het nodig is dat daar specialistische hulp bij komt kijken.
Het tij keren is complex, vraagt gerichte en veel inzet en zal het uiterste vergen van onze partners, zorgaanbieders, ouders, onderwijs en onszelf om de grenzen van de maakbaarheid op te rekken en daarbij realistisch en menselijk te blijven. Landelijk niveau Ook met de Hervormingsagenda Jeugd (juni 20231) is landelijk een koers ingezet om deze ontwikkelingen te keren, zowel inhoudelijk als financieel. De maatregelen, zoals geformuleerd in de Hervormingsagenda Jeugd, gaan uit van een combinatie van een brede maatschappelijke aanpak en een verbetering van het jeugdhulpstelsel zelf. Die gecombineerde aanpak moet leiden tot een inperking van de kostenstijgingen. Dit kost meer tijd dan we in Wijk bij Duurstede financieel gezien kunnen verdragen. Daarom zetten we zelf stappen waarmee we de sturing op aanbieders vergroten. Wijk bij Duurstede - Inzicht De prognose voor de ontwikkeling van onze kosten voor jeugdhulp in 2025 zoals in de Kaderbrief 20252028 opgenomen, is geactualiseerd met de realisatie over de eerste 6 maanden van 2024. Het beeld dat hieruit ontstaat is dat we een groei in kosten zien van 11,7% in vergelijking met de eerste 6 maanden van 2023. De twee componenten die de groei en overschrijdingen veroorzaken zijn Ambulante Begeleiding en Landelijk ingekochte hulp (Lta).
Als we de trend uit de zomerrapportage doortrekken, dan stijgen we uit boven de bijgestelde begroting (Zomerrapportage) met € 300.000 - € 500.000. Om een duidelijk signaal af te geven aan provincie en rijk nemen we dit effect van de bijgestelde prognose op in de risicoparagraaf. Sinds het tweede kwartaal 2024 zien we voor het eerst een lichte daling van de gemiddelde kosten per cliënt (per maand). Hier is het effect te zien van onze sturing op toegang, intensiteit en duur van de zorg. Goed om te weten is dat dit effect een lange aanloop heeft. Want hoewel het aantal kinderen in onze gemeente dat gebruik maakt van jeugdhulp in 2022 stabiliseerde en sinds 2023 langzaam daalt, stegen 1
https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2023/06/20/hervormingsagenda-over-verbeteringen-jeugdzorgdefinitief-vastgesteld
-14-
de gemiddelde kosten per cliënt (per maand) onafgebroken de afgelopen jaren. De prijscompensatie drijft de kosten op (circa 4 tot 7%). Andere oorzaken die de kosten opdrijven zijn het inzetten van duurdere zorgvormen (producten met hogere tarieven) en een toename van de intensiteit van de hulp (meer uren hulp). Onze maatregelen richten zich dan ook, maar niet uitsluitend, op dit meest dominante onderdeel van de groei in gebruik en kosten van jeugdhulp. Door de ontwikkeling van het datawarehouse beschikken we over de juiste data om de maatregelen gericht in te zetten en te sturen. Wijk bij Duurstede – Maatregelen In 2025 (en verder) zetten we in de uitvoering een aantal maatregelen in: A. Vooraf geraamd budget bij aanbieders; B. Beïnvloeden van de instroom en intensiteit; C. Sturen op uitstroom; D. Sturen op bijzondere casussen. Deze maatregelen vragen een forse inzet van zowel Stichting Binding als de ambtelijke organisatie. Uitvoering van de maatregelen gebeurt bovendien naast het reguliere werk van zowel de uitvoering als de beleidsadviseurs.
Om een duurzame transformatie te realiseren is het nodig ook beleidsmatig stappen te blijven zetten, waarbij de Maatschappelijke agenda (MAG) leidend is: • Het versterken van het gewone leven van kinderen, jongeren en gezinnen; • Het verleggen van gespecialiseerde (individuele) jeugdhulp naar andere vormen van hulp of ondersteuning; • De randvoorwaarden, kaders voor bovenstaande maatregelen creëren (waaronder aanpassing verordening, beleidsregels en werkprocessen). 1.1
Jeugd
Genoemde maatregelen werken we als volgt uit: A. Vooraf geraamd budget bij aanbieders – ontwikkelingen 2025 We stellen voor alle aanbieders van jeugdzorg een vooraf geraamd budget vast voor 2025. Samen met Stichting Binding sturen we op deze budgetten. De aanbieders hebben hierdoor duidelijkheid op het te verwachten volume en worden gestimuleerd om uitstroom te bevorderen. Indien het budget bij een aanbieder dreigt te worden bereikt, zoeken we met de jeugdconsulenten naar alternatieven en alleen indien die er absoluut niet zijn kan met een goede onderbouwing afgeweken worden van het geraamde budget. Door dit budgetmanagement wordt direct gestuurd op de financiële doelstelling van deze bezuiniging. B. Beïnvloeden van de instroom en intensiteit – ontwikkelingen 2025 We hebben een zogenaamd “Voordeurteam” van Stichting Binding ingesteld om nieuwe aanvragen voor Jeugdzorg te verleggen naar andere vormen van hulp of zorg en mensen op de wachtlijst een alternatief aanbod te doen. Met een aantal zorgaanbieders maken we op dit moment afspraken om maandelijks de gang van zaken te bespreken en tijdig te kunnen bijsturen op het gebied van instroom en uitstroom. Dit wordt in 2025 verder uitgerold. Het geraamde budget is een extra stimulans hierin. C Sturen op uitstroom – ontwikkelingen 2025 De groep kinderen met langdurige jeugdhulp groeit.
Soms is het verlengen van jeugdhulptrajecten nodig. Tegelijkertijd weten we uit onderzoeken dat een 3e, 4e, 5e traject of overgang naar een andere
-15-
zorgaanbieder voor een vergelijkbaar hulptraject niet positief bijdraagt aan de ontwikkeling van de jeugdige. Door goede regie met duidelijke behandeldoelen en tijdige evaluatie, werken we toe naar afronding binnen de vooraf afgesproken termijn; alleen bij hoge uitzondering wordt een hulptraject verlengd. D Sturen op bijzondere casussen – ontwikkelingen 2025 We monitoren wekelijks samen met de coördinatoren van Stichting Binding de bijzondere casussen. Dit is een klein groepje kinderen dat hoog specialistische hulp krijgt. De verwijzing naar deze vormen van hulp gebeurt meestal door kinderartsen, psychiaters, jeugdbeschermers of de jeugdreclassering. Niet door de gemeente en dus buiten onze invloed. De gemiddelde kosten per cliënt voor deze hulp bedragen op dit moment € 96.000 per jaar. We spreken maandelijks met SAVE (de gecertificeerde instelling die in bijna al deze gevallen verantwoordelijk is voor het desbetreffende kind) over casussen waarbij wij vraagtekens zetten bij de aard en omvang van de inzet van zorgaanbieders en stellen waar dat kan direct een casushouder van Stichting Binding aan. Ook sturen we via het Sleutelteam van Stichting Binding op het voorkomen van uithuisplaatsingen en bij kinderen die in een instelling verblijven, op tijdige en goede uitstroom. En we begeleiden jongeren tijdig naar een passende woonplek als hun verblijf in een instelling eindigt.
Onze beïnvloedingsmogelijkheden op deze hulptrajecten zijn echter minimaal; in feite zijn het incidentele situaties die niet zijn te voorkomen en waar we geen grip op hebben. We nemen een deel van deze mogelijk te ontstane kosten op in de risicoparagraaf. Om het risico te verkleinen voeren we samen met Stichting Binding, zoals hierboven beschreven, wekelijks strakke regie op deze hulptrajecten. We geven met het opnemen van een deel van deze incidentele dure hulp in de risicoparagraaf ook een signaal af aan provincie en rijk. Duurzame transformatie – beleidsmatige ontwikkelingen 2025 (en verder) De beweging van gespecialiseerd aanbod naar algemeen, vrij toegankelijk aanbod, vindt in het gehele sociale domein plaats onder de noemer “versteviging van de sociale basis2”. Voor onze aanpak betekent het dat we afstappen van de maakbaarheidsgedachte dat we met (jeugd)hulp problemen kunnen oplossen. Ouders zullen zelfredzamer moeten worden (bijvoorbeeld door zelf aan de slag gaan met het oplossen van de eigen opgaven) en er zal meer naar de context van het kind of gezin worden gekeken in plaats van naar het individuele kind. Ook in de nieuwe inkoopvisie die in de regio ZOU wordt ontwikkeld, staat duurzame transformatie centraal. Verder gaan we met één tot drie (vooral lokale aanbieders) een pilot opzetten om lichtere, collectieve vormen van ondersteuning te ontwikkelen.
Deze pilot is bedoeld als opvang voor de uitstroom van de meer gespecialiseerde hulp, zodat deze verminderd of ingekort kan worden omdat er een alternatief aanbod is. We herzien de Verordening jeugd en de beleidsregels, waarin we - in lijn met de inperking van de reikwijdte van de Jeugdwet - de afbakening van de jeugdhulp al zoveel mogelijk gaan vastleggen. Dat is niet geheel zonder risico: individuele consulenten kunnen vanuit hun professionele accreditatie (SKJ) en de Jeugdwet, persoonlijk onder het tuchtrecht tot verantwoording worden geroepen bij het uitvoeren van de Jeugdwet. We ondervangen dit deels met kaders en heldere beleidsregels in een aangescherpte verordening, vastgesteld door uw raad. En door het goed vastleggen van de gevolgde werkwijze en de afwegingen bij het wel of niet inzetten van hulp.
-16-
1.2
Huisvesting onderwijs
Het geldende Integraal Huisvestingsplan (IHP) voorziet in nieuw- of vernieuwbouw van de scholen de Wegwijzer, de Windroos en de Werkschuit. De voorbereidingen lopen en naar verwachting wordt de eerste school in 2026 opgeleverd. In een tweede fase, rond 2033, komen dan de volgende scholen aan de beurt. Dit zijn de Horn en de Regenboog. Op basis van de maatschappelijke en demografische ontwikkelingen zullen de plannen voor deze scholen verdere uitwerking krijgen. De schoolgebouwen in de kernen Langbroek en Cothen zijn maximaal 8 jaar oud, met uitzondering van de Carolusschool, die 10 jaar geleden grootschalig gerenoveerd is. 1.3
Leerplicht
De focus van leerplicht ligt primair op het voorkomen van thuiszitters door intensieve samenwerking met de scholen en andere ketenpartners, zoals de samenwerkingsverbanden primair en voortgezet onderwijs en Stichting Binding. Daarnaast wordt prioriteit gegeven aan het tijdig en adequaat oppakken van verzuimmeldingen. De kosten van het leerlingenvervoer zijn de afgelopen jaren fors gestegen. Dit wordt deels veroorzaakt doordat leerlingen in toenemende mate buiten onze gemeente naar school gaan. Hierdoor maken steeds meer leerlingen gebruik van voorzieningen leerlingenvervoer, met name het aangepast vervoer. Hiernaast stijgen de kosten van het leerlingenvervoer per leerling meer dan gemiddeld. De nieuwe overeenkomst voor het leerlingenvervoer, die ingaat op 1 januari 2025 en in principe voor de duur van vier jaar is, heeft hier geen verandering in gebracht. De prijs per kilometer en de bijkomende kosten zijn opnieuw gestegen. Om de kosten van het leerlingenvervoer uiteindelijk te laten dalen, zetten wij in de aanloop naar schooljaar 2025/2026 in op scherpere uitvoering van de verordening, om te beginnen door nog voor maximaal 3 dagen per week aangepast vervoer te bieden en wij doen een groter beroep op de zelfstandigheid en zelfredzaamheid van de leerling en het gezin.
Het doel hiervan is dat er minder gebruik wordt gemaakt van aangepast vervoer en er meer leerlingen gebruik gaan maken van het openbaar vervoer of de fiets, al dan niet onder begeleiding (van hun ouders), of door hun ouders met de eigen auto naar school worden gebracht. Hiernaast gaan wij in gesprek met ouders en scholen om de mogelijkheden om het aanbod van inclusiever onderwijs te verkennen. Het doel hiervan is meer kinderen in onze eigen gemeente naar school te laten gaan, wat naast andere voordelen, ook positief is voor de kosten van het leerlingenvervoer. Het gymvervoer is afgelopen zomer opnieuw aanbesteed met als resultaat hogere kosten. Aangezien gymvervoer geen wettelijke verplichting is, beëindigen we per 1 januari 2025 het contract en daarmee het door de gemeente georganiseerde en betaalde gymvervoer. We gaan in overleg met de scholen over de consequenties hiervan. 1.4
Kind- en Jeugdvoorzieningen
De gemeente beschikt over een hecht netwerk van voorzieningen voor de Wijkse kinderen en jeugd. De scholen en de kinderopvang worden geflankeerd door onder andere jongerenwerkers, buurtsportcoaches, sportverenigingen en culturele clubs. Kinderen tussen 2 en 4 jaar die kampen met een onderwijsachterstand kunnen op advies van het consultatiebureau gebruik maken van een programma voor- en vroegschoolse educatie (vve) bij een drietal kinderopvangorganisaties. De gemeente ontvangt voor het voorkomen en tegengaan van -17-
onderwijsachterstanden een doeluitkering van het Rijk, waaruit de kosten voor het aanbod van voorschoolse educatie betaald worden. Verder stimuleert de gemeente met een gemeentelijke peuterbijdrage het gebruik van kinderopvang en daarmee de sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen in de leeftijd van 2 tot 4 jaar. Ouders zonder recht op kinderopvangtoeslag van de Belastingdienst kunnen hier gebruik van maken. Gemeenten in Nederland hebben de opdracht toezicht te houden op de kwaliteit van de kinderopvang en gastouderopvang en schakelen hiervoor de GGD in. In de Wet kinderopvang (Wko) staat dat een houder van een kindcentrum verantwoorde kinderopvang aan moet bieden: opvang die bijdraagt aan een goede en gezonde ontwikkeling van het kind in een veilige en gezonde omgeving. Dus de toezichthouder kijkt, toetst en beoordeelt hierop en deelt deze bevindingen met de gemeente.
Overzicht mutaties begroting 2025-2028 In de bijlage bij de Begroting worden de onderstaande maatregelen verder toegelicht. Bedragen in € 1 Product 1.1 Jeugdzorg
Omschrijving PM Ka dernota
2025 -1.600.000
2026 -1.600.000
2027 -1.600.000
2028 -1.600.000
751.000
751.000
751.000
751.000
-849.000
-849.000
-849.000
-849.000
-14.300
-14.300
-14.300
-14.300
-14.300
-14.300
-14.300
-14.300
-228.355 45.000 -183.355 -1.046.655
-108.355 15.000 -93.355 -956.655
-108.355 15.000 -93.355 -956.655
-108.355 15.000 -93.355 -956.655
Voora f gera a md budget bi j a a nbi eders Tota a l 1.1 Jeugdzorg 1.2 Hui s ves ti ng onderwi js Tota a l 1.2 Hui s ves ti ng onderwi js 1.3 Leerpl i cht
Hui s ves ti ng onderwi js - Ti jdel i jke ui tbrei di ng Pi et de Spri ngers chool
Leerl i ngenvervoer Gymvervoer
Tota a l 1.3 Leerpl i cht Eindtotaal
Bestuurlijke risico’s Risico's
Beheersmaatregel
De verruiming van het gemeentelijk budget voor jeugdhulp heeft het Rijk alleen voor 2023 en 2024 als incidentele bijdrage toegekend. Voor de jaren daarna is er voor gemeenten grote financiële onzekerheid. De hervormingsagenda jeugd kent nu nog een oplopende doelstelling naar ruim 1,5 miljard minder uitgaven voor jeugdhulp.
Op advies van het Ministerie de baten in de exploitatie opgenomen met een 100% risico-voorziening.
Voortgang ontwikkeling
Kans
Impact
8
8
Lobbyen via de VNG tegen de bezuiniging en voor structureel voldoende geld. Met Stichting Binding sturen op stoppen van de groei van inzet en kosten jeugdhulp mede vanuit de bezuinigingen
-18-
Jeugdbescherming en zware De bijdragen en het gebrek aan verblijfshulp vragen steeds hogere informatie aan de orde stellen in bijdragen. Terwijl we zelf weinig grip (bovenregionale) overleggen. hebben op deze hulp.
Er is een risico dat de wachtlijsten voor jeugdzorg gaan groeien.
Beperkt. Gesprek wordt deels op rijksniveau gevoerd. Politieke discussie.
Er is wachtlijst management en een Voordeurteam bij Stichting Binding dat werkt aan instroom beperking.
9
8
8
9
Beleidsindicatoren 2022
2023
2024
Beleidsindicator
Eenheid
1.01 Absoluut verzuim 1.02 Relatief verzuim 1.03 Voortijdige schoolverlaters totaal (VO + MBO) 1.04 Jongeren met jeugdhulp 1.05 Jongeren met jeugdbescherming 1.06 Jongeren met delict voor rechter 1.07 Jongeren met jeugdreclassering 1.08 Kinderen in uitkeringsgezin 1.09 Werkloze jongeren
per 1.000 leerlingen per 1.000 leerlingen %, 12-23 jr
WBD 2,9 22,0 2,1
NL 4,2 24,0 2,4
WBD 3,2 41,0 1,7
NL 6,2 27,0 2,4
WBD nnb nnb nnb
NL nnb nnb nnb
%, tot 18 jaar %, tot 18 jr %, 12-21 jr %, 12-22 jr % %
15,8 1,2 nnb nnb 4,0 1,0
13,4 1,2 1,0 0,3 6,0 1,0
15,6 1,1 nnb nnb nnb nnb
13,5 1,1 nnb 0,3 nnb nnb
nnb nnb nnb nnb nnb nnb
nnb nnb nnb nnb nnb nnb
Bron: waarstaatjegemeente.nl
-19-
Financiën bedragen x € 1.000 1 Jeugd en Onderwijs Saldo van baten en lasten Lasten 1.1 Jeugdzorg 1.2 Huisvesting onderwijs 1.3 Leerplicht 1.4 Kind en jeugdvoorzieningen 1.5 Algemeen Jeugd Totaal Lasten
Begroting Begroting Begroting Begroting 2025 2026 2027 2028
- 8.815 - 1.987 - 1.063 - 119 - 50 - 12.034
- 8.373 - 2.109 - 943 - 54 - 50 - 11.529
- 8.473 - 2.389 - 943 - 129 - 50 - 11.984
- 8.473 - 2.373 - 943 - 54 - 50 - 11.894
439 135 574
439 135 574
439 135 574
439 135 574
- 11.460
- 10.955
- 11.410
- 11.320
Mutatie reserves Toevoegingen
- 98
- 98
- 98
- 98
Onttrekkingen
21
-
12
- 63
Mutatie reserves
- 78
- 98
- 87
- 162
- 11.538
- 11.053
- 11.497
- 11.481
Baten 1.2 Huisvesting onderwijs 1.3 Leerplicht Totaal Baten Saldo van baten en lasten
Resultaat
-20-
2.2 Programma 2 – Zorg en Welzijn
Inleiding sociaal domein algemeen Ontwikkelingen In het sociaal domein blijven we een toenemende druk zien op de zorg en jeugdhulp. Stijging van de vraag naar zorg (gezondheidszorg, ggz, ouderen- en gehandicaptenzorg) komt door de vergrijzing en doordat mensen gewend zijn een beroep op zorg te kunnen doen. Voor jeugdhulp speelt dit laatste ook. Het zijn maatschappelijke patronen die niet meer passen en vragen om een gedrags/cultuuromslag en andere oplossingen dan individuele gespecialiseerde jeugdhulp3. Het Rijk heeft twee grote akkoorden gesloten met alle stakeholders: het Integraal Zorgakkoord (IZA) en de Hervormingsagenda Jeugd (HAJ). De uitvoering van beide vindt plaats op (boven)regionaal niveau. Lokaal is er het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA). Maatschappelijke agenda 2023-2026 (MAG) Vanuit de Maatschappelijke agenda (MAG) zetten we in op vroegtijdige signalering van mogelijke problemen bij inwoners en op het versterken van hun draagkracht. Dit is de ‘beweging naar voren’ (het preventieve) die we met elkaar willen maken. Naar de versterking van het gewone leven en het bevorderen van ieders positieve gezondheid. Deze beweging willen we overal terugzien. Alle opgaven onder de MAG moeten hieraan zichtbaar en merkbaar bijdragen. Rechtstreeks of door de randvoorwaarden te creëren, waarmee onze inwoners kunnen werken aan hun gezondheid en welbevinden.
Het is goed om met elkaar te bespreken wat dit betekent. Bijvoorbeeld door zoveel mogelijk versterkende en ondersteunende welzijnsoplossingen aan te bieden (mantelzorgondersteuning, hulp bij dreigende dakloosheid, ondersteuning bij scheidingen en bij financiële problemen). We investeren in het jongerenwerk, waardoor – op termijn - minder jeugdhulpverleners nodig zullen zijn. Versterking van inwoners werkt verder goed via informele netwerken, buurtgericht zoals Verbonden Buurt, of met sport, cultuur of andere sociale activiteiten. In veel gevallen helpen ondersteuning uit het eigen netwerk en een goede tijdsbesteding beter en duurzamer dan professionele (en dus dure) hulptrajecten. Denk hierbij ook aan zingeving. Een hulptraject is er om mensen op weg te helpen als het echt niet anders kan. En na afronding van een hulptraject is het mooi als inwoners weer voldoende ondersteuning krijgen vanuit het (eigen) informele netwerk en daarmee hun draagkracht en draaglast weer in balans kunnen houden. Op basis van deze uitgangspunten maken we keuzes op de drie thema’s van de MAG: opgroeien, wonen en meedoen. Integrale samenwerking We kunnen terugvallen op onze ervaringen met integraal werken en samenwerken binnen en buiten het huis van de gemeente. Goede netwerken, betrokken en deskundige partners en korte lijnen helpen daarbij.
De uitvoering van het Integraal Huisvestingsplan Onderwijs (IHP), de integrale aanpak op veiligheid in
3
Andere kijk op groeiend jeugdzorggebruik | April 2023, NJI met als ondertitel Voor een hoopvolle wereld om in op te groeien
-21-
relatie tot het sociaal domein, uitvoering van het lokale Vitaliteitsakkoord (gezondheid en leefstijl), en samenwerking op wonen met zorg zijn daarvan voorbeelden. Deze werkwijze zetten we in 2025 voort. Stichting Binding Stichting Binding voert voor de gemeente de wettelijke taken WMO en Jeugdzorg uit. Ook realiseert zij ons welzijnsbeleid. De MAG is bepalend voor haar inzet en aanpak. 2024 was en turbulent jaar voor de Stichting op personeelsgebied en in de samenwerking met de gemeente. We hebben dat jaar ook benut om de aanloop naar de samenwerking en begroting 2025 scherper te krijgen. Hierbij is ingezet op het inzichtelijker maken van de financiële stromen in de samenwerking. In 2024 is er een nieuwe samenwerkingsovereenkomst gesloten met Stichting Binding. Het sociaal domein is uitdagend en kent voor de uitvoering een heldere koers in de vorm van de MAG. Vanuit dat vertrekpunt vindt er veel afstemming over de uitvoering plaats tussen gemeente en Stichting Binding. We werken samen op basis van afspraken, die structureel geborgd zijn in de samenwerkingsovereenkomst. In het verleden ontstond ook samenwerking op basis van incidentele middelen. Niet zelden moest gekozen worden structurele taken met incidenteel geld te financieren. Dat voelde voor zowel de gemeente als de Stichting uiteindelijk niet voldoende helder en stabiel in het samenwerken.
Kortom: er was een vertekend beeld en daarmee een risico voor de uitvoering van de taken. De structurele subsidie wordt in de begroting 2025 gecorrigeerd om de uitvoering van de taken nu en naar de toekomst te borgen. Naast de aanpassing van de structurele geldstromen is ook een taakstelling voor Stichting Binding meegenomen. Bezien moet worden hoe deze zich ontwikkelt in de ravijnjaren. Een solide en robuuste ketenpartner is van cruciaal belang om de grote opgaven van jeugd (trendbreuk realiseren) en Wmo (vergrijzing) het hoofd te bieden. Samenwerking in regio Zuid-Oost Utrecht (ZOU) In regio ZOU werken we samen op het gebied van het sociaal domein met vier andere gemeenten, namelijk De Bilt, Bunnik, Utrechtse Heuvelrug en Zeist. Er is de Regionale Dienst Werk & Inkomen (RDWI), we werken samen op gebied van leerplicht en leerlingenvervoer en we kopen gezamenlijk een groot deel van de hulp en ondersteuning vanuit Wmo en Jeugdwet in. Gemeente Utrechtse Heuvelrug fungeert sinds 2023 als gastheergemeente en daar is een regionaal kernteam gevestigd, bestaande uit het Inkoop en contractmanagement, de regionale programma manager en een aantal medewerkers. In 2025 zal een nieuwe regionale inkoopkoers voorgelegd worden aan de raden voor vaststelling, met als doel nieuwe contracten per 2027.
Vanuit de Hervormingsagenda jeugd komt de verplichting om de intergemeentelijke samenwerking voor ten minste een deel van de inkoop van de jeugdhulp te gieten in één van de publiekrechtelijke vormen uit de Wet gemeenschappelijke regelingen. Ook dit onderwerp zal in 2025 uitgebreid aan de orde komen. In programma 2 komen alle beleidsterreinen van het sociaal domein aan de orde behalve jeugd en onderwijs (programma 1) en cultuur en sport (programma 6). Ook staan hierin de sociaal-domein brede onderwerpen als Stichting Binding en het toezicht op de rechtmatige uitvoering van Wmo en Jeugdwet.
-22-
2.1
Wmo
Huidig beleid De Wmo legt de wettelijke verplichting op aan gemeenten om inwoners die dat nodig hebben te ondersteunen in hun zelfredzaamheid en participatie. Als gevolg van rijksbeleid wonen meer kwetsbare inwoners langer thuis. Dat vergt meer inzet op zorg en ondersteuning in samenwerking met lokale partners op het terrein van wonen, welzijn en (medische) zorg. Ons beleid richt zich op informatie, voorlichting en preventie en op het verstrekken van specifieke voorzieningen: huishoudelijke ondersteuning, woonvoorzieningen, hulpmiddelen, vervoer, begeleiding en dagbesteding. De uitvoering van dit beleid ligt bij Stichting Binding, waar medewerkers gemandateerd zijn om namens het college indicaties te stellen. Voor de daadwerkelijke begeleiding en ondersteuning zijn (in regionaal verband) contracten afgesloten met zorgaanbieders. De meerjarige trend is dat geleidelijk meer inwoners ondersteuning nodig hebben. Belangrijkste oorzaak daarvan is de vergrijzing, oudere mensen hebben over het algemeen meer ondersteuning nodig. We weten de toename in zorg en kosten per cliënt wel beperkt te houden door bijvoorbeeld scherp te indiceren op uren hulp en dagbesteding (maximaal aantal dagdelen terug van zeven naar vijf). Ook passen we ‘reablement’ toe: een ergotherapeut bekijkt met cliënten wat ze op een verantwoorde manier nog wél zelf kunnen doen.
Tot slot besparen we op het mantelzorgcompliment Preventie We stimuleren inwoners nog meer om – tijdig - na te denken over hun gezondheid, hun woonsituatie en het belang van hun sociale netwerk. Met projecten vanuit het IZA en GALA zetten we in op valpreventie en ‘reablement’. In de Woonvisie 2022 hebben we vastgelegd dat er meer geschikte woningen moeten komen voor kwetsbare inwoners en woonzorgvoorzieningen voor inwoners met een functiebeperking en inwoners die uitstromen uit instellingen voor beschermd wonen en maatschappelijke opvang. 2.2
Gezondheidszorg
In het plan van aanpak GALA staat het bevorderen van een gezonde leefstijl centraal. Onderwerpen die aandacht krijgen zijn sporten en bewegen, gezond gewicht, mentale gezondheid en middelengebruik. De buursportcoaches voeren hierin een belangrijke taak uit. Sinds 2022 is gemeente Wijk bij Duurstede JOGG (Jongeren Op Gezond Gewicht gezonde jeugd, gezonde toekomst) gemeente. Met de JOGG aanpak wordt de leefomgeving van kinderen en jongeren gezonder gemaakt, zodat de jeugd als een gezonde generatie opgroeit. De ambities van JOGG zijn ook opgenomen in het plan van aanpak GALA. 2.3
Inclusie (integratie, toegankelijkheid en diversiteit)
Huidig beleid Inclusie is een breed begrip. In een inclusieve samenleving kan iedereen meedoen en wordt niemand gediscrimineerd of uitgesloten. De Wet gemeentelijke antidiscriminatievoorzieningen (Wga) regelt de toegang van inwoners van een gemeente tot een antidiscriminatievoorziening. Wijk bij Duurstede heeft zich hiervoor aangesloten bij Artikel 1 Midden Nederland.
-23-
2.4
Beschermd wonen
Beschermd wonen is een Wmo-voorziening voor een groep inwoners met GGZ-problematiek. Sinds 2023 worden de taken en bijbehorende budgetten geleidelijk overgeheveld van centrumgemeente Utrecht naar de afzonderlijke U16 gemeenten. Begin 2023 hebben de lokale gemeenteraden het ‘Regioplan U16 Beschermd Wonen, kaders voor samenwerking in 2023-2028’ vastgesteld, waarin samenwerkingsafspraken zijn opgenomen. Een belangrijk uitgangspunt is dat cliënten indien mogelijk uitstromen uit een instelling voor beschermd wonen en zelfstandig gaan wonen met begeleiding. Daarvoor is veel nodig: geschikte woningen, goede begeleiding maar ook een sociale basisstructuur in de wijk. De toegang naar Beschermd Wonen (BW) is verlegd van centrumgemeente Utrecht naar de lokale teams in de afzonderlijke gemeenten. 2.5
Participatie (inclusief aanpak van schulden en armoede))
Huidig beleid Een groot deel van het werkveld Participatie is belegd bij de Regionale Dienst Werk en Inkomen (RDWI). De RDWI voert deze dienstverlening uit voor de vijf gemeenten van de regio ZOU: Bunnik, De Bilt, Utrechtse Heuvelrug, Wijk bij Duurstede en Zeist. De RDWI ondersteunt de inwoners die om uiteenlopende redenen afhankelijk zijn van een uitkering via de Participatiewet, hulp nodig hebben bij schulden of die een inburgeringstraject doorlopen. Voor de doelen voor 2024 verwijzen wij naar de begroting 2025 en de Strategische kaders 2024-20274. Lokaal zijn er meerdere laag-inkomen regelingen, die uitgevoerd worden door Stichting Binding. Deze regelingen zorgen ervoor dat ook inwoners met een laag inkomen, vooral kinderen, kunnen meedoen in de maatschappij. Voorbeelden zijn zwemles, een laptop voor schoolwerk, sporten en dagjes uit of een activiteit. De regelingen zijn in 2024 geëvalueerd en worden aangepast. Regionaal zijn er nog regelingen die bijdragen aan het inkomen of extra vergoedingen via de zorgverzekeringen. Hierbij valt te denken aan de bijzondere bijstand, individuele inkomenstoeslag en de collectieve ziektekostenverzekering. De bovenstaande regelingen zijn er voor alle inwoners met een laag inkomen. Het is belangrijk om risicovolle of problematische schulden bij inwoners te voorkomen. Geldstress zorgt immers voor veel maatschappelijke problemen en kosten.
Inwoners met vragen over financiën en/of formulieren kunnen terecht bij Grip op de Knip van Stichting Binding. Bij lichte geldproblemen is er ondersteuning van vrijwilligers van Humanitas of Schuldhulpmaatje. Via wetgeving of afspraken komen (dreigende) betalingsproblemen van inwoners ook bij de gemeente, Stichting Binding en de RDWI onder de aandacht. Hiervoor hebben we vroegsignalering opgezet met behulp van huisbezoeken. Professionele ondersteuning bij schulden wordt verzorgd door de RSD-schulddienstverlening (SDV). Ook zijn wij als gemeente aangesloten bij Geldfit/ Nederlandse Schuldhulproute (NSR). Belangrijke ontwikkelingen Er is een nieuwe wet in voorbereiding: de “Participatiewet in balans”5. Beoogde ingangsdatum is 1 juli 2025. Doelen hiervan zijn een toereikend bestaansminimum, passende ondersteuning, duidelijke 4
https://wijkbijduurstede.notubiz.nl/document/12875238/1/bijlage+1_+Strategische+kaders+Werk+en+Inkomen+ 2024-2027 5 Kamerbrief 21-06-2022: Kamerbrief vervolgaanpak Participatiewet | Kamerstuk | Rijksoverheid.nl
-24-
rechten en plichten en proportionele sancties. Deze wijzigingen zullen een meerjarige aanpak bij de RDWI vergen. Hieraan voorafgaand is de kostendelersnorm aangepast, wat de mogelijkheden verruimt om een woning te delen zonder gekort te worden op een uitkering. Verder is de regionale arbeidsmarktstructuur uitgebreid met als doel een eenduidige en effectieve werkgeversdienstverlening via één regionale ingang (Regionaal Werkcentrum). De hoge inflatie en gestegen energieprijzen hebben de afgelopen jaren de groep inwoners met een laag tot middeninkomen geraakt, zeker als zij ook een slecht geïsoleerde woning hadden. Dit heeft in de politiek tot brede aandacht voor bestaanszekerheid geleid.
Overzicht mutaties begroting 2025-2028 In de bijlage bij de Begroting worden de onderstaande maatregelen en de eventuele alternatieven verder toegelicht. Bedragen in € 1 Product 2.1 WMO