Ontwerpbegroting 2023 2026 def
Tekst van het document
Ontwerpbegroting 2023-2026
Inhoudsopgave Inhoudsopgave ........................................................................................................................................ 2 Inleiding ................................................................................................................................................... 3 Leeswijzer ................................................................................................................................................ 9 1 Financiën ....................................................................................................................................... 11 1.1 Financieel beeld..................................................................................................................... 12 1.2 Uitgangspunten begroting..................................................................................................... 12 1.3 Financiële hoofdlijnen ........................................................................................................... 13 1.4 Door de raad te autoriseren begrotingsbedragen ................................................................ 16 2 Deel I Programma’s .......................................................................................................................
17 2.1 Programma 1 – Jeugd en Onderwijs...................................................................................... 18 2.2 Programma 2 – Zorg en Welzijn ............................................................................................ 25 2.3 Programma 3 – Beheer openbare ruimte en Milieu ............................................................. 37 2.4 Programma 4 – Economie ..................................................................................................... 52 2.5 Programma 5 – Ruimtelijke Ordening, Wonen, Gebiedsontwikkeling en Mobiliteit ........................................................................................................................................... 56 2.6 Programma 6 – Sport, Cultuur en Erfgoed ............................................................................ 64 2.7 Programma 7 – Duurzaamheid.............................................................................................. 72 2.8 Programma 8 – Veiligheid en handhaving ............................................................................ 79 2.9 Programma 9 – Bedrijfsvoering en Financien ....................................................................... 82 3 Deel II Paragrafen ..........................................................................................................................
95 3.1 Lokale heffingen .................................................................................................................... 96 3.2 Financiering ......................................................................................................................... 101 3.3 Weerstandsvermogen en risicobeheersing......................................................................... 105 3.4 Onderhoud kapitaalgoederen ............................................................................................. 112 3.5 Bedrijfsvoering .................................................................................................................... 116 3.6 Verbonden partijen ............................................................................................................. 118 3.7 Grondbeleid ......................................................................................................................... 125 4 Financiële begroting .................................................................................................................... 132 4.1 Overzicht van baten en lasten ............................................................................................. 133 4.2 Grondslagen begroting ........................................................................................................
134 4.3 Overzicht van incidentele baten en lasten .......................................................................... 136 5 Deel III Bijlagen ............................................................................................................................ 138 5.1 Investeringen ....................................................................................................................... 139 5.2 Reserves en voorzieningen .................................................................................................. 140 5.3 Taakvelden .......................................................................................................................... 142 5.4 Kerngegevens ...................................................................................................................... 144
-2-
Inleiding In mei 2022 is met zeer brede steun van de gemeenteraad van Wijk bij Duurstede de raadsagenda ‘Samenwerking, Creativiteit, Verantwoordelijkheid’ ondertekend. Het is een agenda op hoofdlijnen, waarbij de details en uitvoering nog niet vast liggen. De raad heeft aangegeven meer in gesprek te willen met inwoners, ondernemers en deskundigen om niet alleen haar kennis te vergoten, maar ook meer draagvlak en begrip te creëren voor besluiten. Het college ziet de raadsagenda als basis van zijn werkzaamheden. De nu voorliggende ontwerpbegroting (verder begroting) is dan ook een eerste inhoudelijke en financiële vertaalslag van de raadsagenda, aangevuld met de uitkomsten van gesprekken die met de raad zijn gevoerd over de (financiële) situatie van de gemeente. Context De gemeente staat voor verschillende uitdagingen. Het zijn opgaven, die grote invloed kunnen hebben op ons dagelijks leven en die we niet alleen kunnen oplossen. Denk bijvoorbeeld aan het bieden van een veilige, gezonde en duurzame leefomgeving, goede huisvesting en een inclusieve samenleving. Daarnaast neemt de complexiteit van de opgaven toe en hebben we ons te verhouden tot ontwikkelingen elders in de wereld, die soms impact hebben op ons leven. Onze inwoners merken dit dagelijks in de supermarkt, bij de pomp en bij het zien van hun energierekening.
Ondernemers zien zich geconfronteerd met hogere inkoopprijzen voor grondstoffen en brandstof, die meestal niet direct doorbelast kunnen worden. We zien dat mensen zich hier zorgen over maken. Een bijzondere groep die zich zorgen maakt, zijn onze agrarische ondernemers. De stikstofmaatregelen van het Rijk hebben immers grote impact op hun bedrijfsvoering en op de inrichting van het landelijk gebied. Al deze zaken raken aan hun gevoel van bestaanszekerheid. Als lokale overheid staan we dicht bij onze inwoners en ondernemers. We horen hun verhalen, delen hun zorgen en zien dat hun vertrouwen in de overheid afneemt. Daar willen we iets aan doen. We staan dan ook vierkant achter het voornemen van deze raad om vaker, meer en beter in gesprek te gaan met onze inwoners en ondernemers. Zo bouwen we aan vertrouwen. Tegelijkertijd neemt de druk op de gemeentefinanciën toe en hebben we in onze organisatie te maken met beperkte capaciteit. Dit maakt dat de draagkracht/draaglast van de ambtelijke organisatie, een blijvend punt van aandacht en zorg is. We moeten dus prioriteiten stellen en duidelijk aangeven wat we wel waar kunnen maken en wat niet. Keuzes voor een vitale gemeente We willen ervoor zorgen dat je in de gemeente Wijk bij Duurstede fijn kunt wonen, werken en verblijven – nu en in de toekomst. Dit doen we op een financieel verantwoorde wijze.
We houden rekening met de sterk stijgende prijzen voor onze inwoners en ondernemers. Om deze niet verder te doen toenemen, kiezen we voor een gematigde gemeentelijke lastenontwikkeling die onder de huidige prijsindexatie ligt. We kiezen er ook voor om lang uitgestelde investeringen van een financieel handelingsperspectief te voorzien. In alle opgaven die er zijn, ziet het college voor de aankomende periode een aantal grotere opgaven: de woningbouw (voor iedereen een passend dak boven het hoofd), de steun aan hen die niet direct mee kunnen komen en de zorg voor een gezonde en duurzame leefomgeving. De belangrijke randvoorwaarden om deze opgaven te realiseren zijn een goed toegeruste organisatie en een gezonde financiële huishouding. In lijn met de raadsagenda, portefeuille-indeling en werkwijze van de ambtelijke organisatie is een nieuwe indeling van de programma’s gemaakt die meer detailinzicht geeft van de begroting.
-3-
Ontwikkelingen per beleidsprogramma Hieronder nemen we u mee in de ontwikkelingen per programma. Programma 1 - Jeugd en Onderwijs Veruit de meeste jongeren in onze gemeente groeien gezond en veilig op. Circa 11% van onze jeugd heeft ondersteuning nodig. Hierbij zien we dat de kosten voor jeugdhulp oplopen. Met onze partners blijven we inzetten op versterken van het gewone leven en het betaalbaar houden van de zorg. Het Rijk heeft aangekondigd met een landelijke hervormingsagenda jeugd te komen. Met het onderwijs geven we vorm aan het Nationaal Programma Onderwijs voor het wegwerken van leer- en ontwikkelingsachterstanden als gevolg van de coronacrisis en voeren we het leefstijlakkoord uit. De gebouwen van verschillende scholen binnen de kern Wijk bij Duurstede zijn tussen de 40 en 50 jaar oud. In een gezamenlijk traject is in 2021 met de betrokken schoolbesturen een Integraal Huisvestingsplan opgesteld (IHP). In dit plan is voorzien in bouw van de basisscholen de Wegwijzer, de Windroos en de Werkschuit in de periode tot 2026. In 2023 ontwikkelen we programma’s van eisen, definitieve ontwerpen en starten we met het bestek, zodat de bouw in 2024 kan starten. De overige scholen komen na 2030 aan bod.
Programma 2 - Zorg en Welzijn We willen een gemeente zijn, waarin iedereen naar zijn of haar kunnen mee kan doen, zichzelf kan zijn en waarin gelijkwaardigheid en kansengelijkheid centraal staan. Daarbij bieden wij mensen die dat nodig hebben passende zorg en ondersteuning. De beheersbaarheid van uitgaven in het sociaal domein blijft een belangrijk aandachtspunt, mede door de toename van het aantal inwoners dat gebruik maakt van voorzieningen. We blijven zoeken naar mogelijkheden om kosten te besparen waarbij dit niet ten koste mag gaan van de kwaliteit van de zorg. Een van de afspraken uit de raadsagenda is om de komende periode de Maatschappelijke Agenda te herijken. Hierbij is het van belang om in te zetten op vroegtijdige signalering van (dreigende) kwetsbaarheid onder onze inwoners en op het versterken van hun draagkracht. Zo gaan we het komende jaar via informatie en voorlichting inwoners met dementie en niet aangeboren hersenletsel nog meer stimuleren en begeleiden om na te denken over hun gezondheid, hun woonsituatie en het belang van hun sociale netwerk. Ook streven we naar meer geschikte woningen voor kwetsbare inwoners en woonzorgvoorzieningen voor inwoners met een functiebeperking en mensen die uitstromen uit instellingen voor beschermd wonen en maatschappelijke opvang. We blijven inzetten op inclusie door uitvoering te geven aan het Regenboogstembusakkoord.
Inclusie is gericht op het ‘laten meedoen’ van alle inwoners, ongeacht leeftijd, fysieke of geestelijke beperking, etnische herkomst, seksuele oriëntatie of genderidentiteit. Door de oplopende inflatie staat de koopkracht onder druk. Niet alleen mensen met een klein inkomen komen in de knel, maar ook steeds meer mensen met een middeninkomen. De rijksmaatregelen die zorgen voor bestaanszekerheid komen traag op gang en zullen niet voor iedereen soelaas bieden. Voor inwoners die in de knel komen, bekijken we wat binnen onze mogelijkheden ligt om ze te ondersteunen. Programma 3 - Beheer Openbare Ruimte en Milieu De budgetten uit het BeheerKwaliteitsPlan (BKP) zijn gebaseerd op de eenheidsprijzen van eind 2018/begin 2019. Deze zijn inmiddels verouderd en niet meer toereikend. Zonder toekenning van de indexatie kunnen we niet alle geplande projecten uitvoeren en lopen we achterstanden op. Indexatie is dus nodig om te voldoen aan de afspraken uit het Integraal uitvoeringsplan (IUP) en om de budgetten in evenwicht te brengen met de taken die voortvloeien uit het vastgestelde beleid.
-4-
Programma 4 - Economie Net als herijking van de Maatschappelijke Agenda is ook afgesproken in de raadsagenda om de Economische Agenda te herijken. De aandachtspunten uit de raadsagenda worden hierin meegenomen en samen met ondernemers uitgewerkt. Inzet is om de vitaliteit in onze gemeente te behouden en te versterken. Onze gemeente biedt daarvoor veel kansen: onze binnenstad, het buitengebied met de kastelen in de Langbroekerwetering en het fraaie gebied van de LekdijkKromme Rijn. Programma 5 - Ruimtelijke ordening, Wonen, Gebiedsontwikkeling en Mobiliteit De woonopgave voor onze gemeente is groot. De groei van de bevolking en de huidige wachtlijst voor met name sociale huurwoningen maken duidelijk dat er tot 2030 plancapaciteit nodig is van minimaal 1.200 woningen. Om dit te realiseren zijn ook forse investeringen nodig in de infrastructuur. Het gaat hier bijvoorbeeld om adequate OV-verbindingen, veilige fietsroutes en goede wegen. Voor de realisatie van de woon -en mobiliteitsopgave zijn we afhankelijk van keuzes die op provinciaal en rijksniveau worden gemaakt. We blijven in constructief overleg om zo de juiste maatregelen door te kunnen voeren in het belang van onze gemeente. De komende periode zetten we in op de bouw van flexwoningen en de verdere ontwikkeling van de Geer III en inbreidingslocaties zoals het Oude Postkantoor.
Op 1 januari 2023 treedt naar alle waarschijnlijkheid de Omgevingswet in werking. Dan start een transitiefase die een andere manier van werken vraagt. Naast het actualiseren van de Omgevingsvisie moet er ook een Omgevingsplan komen met onder meer het borgen van nieuwe milieu- en erfgoedregels. Programma 6 - Sport, Cultuur en Erfgoed We blijven het activiteitenaanbod vernieuwen en verbeteren. Op het gebied van kunst en cultuur wordt gewerkt aan het behoud van het theater Calypso. Vanuit het Nationaal Programma Onderwijs (NPO) worden kunst en cultuur onder jongeren gestimuleerd. Goed onderhouden monumenten zijn van belang voor de cultuurhistorische identiteit van onze gemeente. De subsidieverordening uit 2010 is niet meer actueel en gaan we actualiseren. Programma 7 - Duurzaamheid De ambitie van de gemeente Wijk bij Duurstede is om in 2030 energieneutraal te zijn en het liefst eerder dan 2050 klimaatneutraal. Dat vraagt om een voortvarende uitvoering van het programma duurzaamheid. Voor de energietransitie komt een participatietraject, voor de warmtetransitie komt een mediacampagne om inwoners te informeren en helpen de juiste stappen te zetten, er wordt bekeken op welke manier het aantal laadpalen opgeschaald kan worden en er volgt een uitvoeringsprogramma circulaire economie.
Programma 8 - Veiligheid en Handhaving Het vierjarige gezamenlijke Integraal Veiligheidsplan (IVP) van de gemeenten Wijk bij Duurstede, Renswoude, Rhenen, Utrechtse Heuvelrug en Veenendaal loopt dit jaar af en wordt momenteel herijkt. Hierbij worden de aandachtspunten uit de raadsagenda meegenomen. Vanuit het Rijk is extra budget gekomen om een extra boa in te kunnen zetten. Programma 9 - Bedrijfsvoering en Financiën In dit programma zijn de kosten van de gemeentelijke organisatie en het bestuur opgenomen, ter uitvoering van onze taken en ambities. In dit programma zijn forse investeringen nodig, onder andere voor zekerheidsstelling op het gebied van levering van gas en elektra voor al het gemeentelijk vastgoed, onderhoud van gemeentelijk vastgoed, informatieveiligheid en ICT, en aantrekkelijk werkgeverschap. Zo bereiden we het Huis van de Gemeente voor op hybride werken en creëren we een prettiger verblijf voor bezoekers. -5-
Investeren in een vitale gemeente Bij een gezonde financiële huishouding hoort dat ook wordt gekeken welke investeringen op termijn nodig zijn om de leefomgeving in de toekomst op peil te houden1. Over onderstaande investeringen volgt aparte besluitvorming. Hiervoor zijn in de begroting reserves opgenomen om deze investeringen, indien gewenst, financieel mogelijk te maken. Integraal Huisvestingsplan (IHP) Op 22 februari 2022 heeft de raad ingestemd met het Integraal huisvestingsplan onderwijs waarin wordt uitgegaan van de bouw van een tweetal basisscholen. Het investeringsbedrag hiervoor wordt geschat op € 20 mln. (exclusief benodigde infrastructuur). Voorgesteld wordt om de hiermee gemoeid zijnde kapitaallasten te laten ingroeien door gebruik te maken van de bestemmingsreserve IHP. Dit is een voortzetting en ophoging van de BR Brede School De Heul. Gemeentewerf / milieustraat Tijdens de themabijeenkomst van 13 september 2022 is de raad geïnformeerd over de nieuwe ontwerpen van de gemeentewerf en milieustraat en is ook aangegeven welke financiële opgave dit met zich meebrengt. De investering voor de gemeentewerf wordt geschat op € 5,1 mln. en voor de milieustraat op € 4,8 mln., in totaal € 9,9 mln. Voorgesteld wordt om de jaarlijkse kapitaallasten voor het deel gemeentewerf te dekken via de exploitatiebegroting.
Voor jaar 2025 en 2026 is het voorstel ten laste van de exploitaitie van een bedrag te storten in een bestemmingsreserve Gemeentewerf. De jaarlijkse kapitaallasten van de investering voor de milieustraat bedragen € 172.000 en kunnen gedekt worden uit de afvalstoffenheffing. Hierbij zal een deel van de voorziening reiniging worden gebruikt voor een ingroei zodat inwoners een gematigde stijging te zien zullen krijgen. Bereikbaarheid Met een nieuw uitvoeringsprogramma binnen het Gemeentelijk Verkeer en VervoerPlan (GVVP) is voor het jaar 2023 een aantal projecten geselecteerd waarvan de investering in totaal € 923.000 bedraagt. Met de uitvoering van één van de deelmaatregelen binnen het project Sterke Lekdijk is een investering van € 170.000 gemoeid. Met de keuze om De Geer III als woningbouwlocatie aan te wijzen zullen ook investeringen gepleegd moeten worden om de bereikbaarheid te garanderen. Eerder is aangegeven dat aanpassing van de rotonde een belangrijke conditie is voor de ontwikkeling van De Geer III. In de vorige begroting (2022-2025) is een indicatief bedrag opgenomen voor de te plegen investering, te weten € 5,4 mln. Ten behoeve van bovenstaande investeringen wordt voorgesteld. Ten behoeve van bovenstaande investeringen wordt voorgesteld om de bestemmingsreserve “Mobiliteit’ te verhogen met een jaarlijkse dotatie ten laste van de exploitatie.
Algemeen Ten behoeve van bovenstaande investeringen wordt voorgesteld om een reserve “Stedelijke vernieuwing” in te stellen waarvoor een eenmalig bedrag ten laste van de Algemene Reserve wordt onttrokken. Onderhoud gebouwen Voor het onderhoud van gemeentelijke panden wordt jaarlijks een bedrag van € 170.000 gedoteerd aan de reserve onderhoud gebouwen. Op basis van de aanwezige meerderjarige onderhoudsplannen is echter een jaarlijks bedrag van gemiddeld € 703.000 nodig. Dit verschil van € 533.000 heeft als gevolg dat het niveau van onderhoud een risico van waardevermindering geeft van het vastgoed. Voorgesteld wordt om de voorziening komende jaren middels dotaties dusdanig op te hogen dat aan de gestelde financiele verplichtingen vanuit het onderhoudsplan kan worden voldaan. 1
Besproken met de gemeenteraad op 13 september 2022
-6-
Robuuste en effectieve gemeentelijke organisatie Op meerdere vlakken is te zien dat de organisatie versteviging nodig heeft om te voldoen aan de uitdagingen die de huidige samenleving stelt en het veranderende takenpakket van de gemeente. Dat betekent dat extra capaciteit nodig is. Dit betreft onze organisatie (BOA, informatieveiligheid, projectleiding en ondersteuning), uitbreiding van de formatie bij de griffie en de toename van de wethoudersformatie. Vanwege de arbeidsmarkt verwachten wij dat niet alle vacatures ingevuld kunnen worden. Dit stelt ons voor het volgende dilemma: begroten we wat we nodig hebben of begroten we op wat we verwachten uit te geven. Om geen onnodig beslag te leggen op onze financiële middelen kiezen we er voor om dit gefaseerd te doen en toe te groeien naar de uiteindelijke financiële last in 2026. Indien blijkt dat in 2023 alle vacatures worden vervuld worden komen wij bij uw raad terug om (financieel) versneld toe te groeien naar de in 2026 opgenomen last. Daarnaast is ruimte nodig om de ambities uit te voeren op het gebied van hybride werken en digitalisering. Hieronder vallen ook de investeringen in audiovisuele en ICT apparatuur in de raadzaal. Deze zullen in overleg met de griffier worden bepaald. Voorgesteld wordt om de uit deze investering voortvloeiende kapitaallasten uit de lopende exploitatie te dekken.
Diversen Naast bovenstaande opgaven, die veelal aan investeringen zijn gekoppeld, zien we ook andere zaken op ons af komen die financiële effecten hebben. Denk bijvoorbeeld aan de sterk gestegen prijzen voor energie en grondstoffen en de hiermee gepaard gaande inflatie. Als gemeente ontkomen we er niet aan, hier extra budgettaire ruimte voor te reserveren. Ook gegevensbeheer, informatiebeveiliging en continuïteit van dienstverlening vergen investeringen, evenals nieuwe wetgeving, ontwikkelingen binnen het sociaal domein en de uitvoer van eerder uitgesteld beleid. Zoals eerder benoemd is de ‘basis op orde’ een belangrijke randvoorwaarde om de taken van de gemeente adequaat uit te kunnen voeren. Ook dit vergt (extra) middelen, die op dit moment nog niet voldoende in te schatten zijn. Sluitende begroting Voor de jaren 2023 tot en met 2025 leggen wij u een sluitende begroting voor waarbij voldoende armslag aanwezig is om de genoemde onzekerheden in redelijke mate op te kunnen vangen. In onze Kaderbrief hebben wij het jaar 2026 als ‘ravijnjaar’ gekwalificeerd, omdat er een sterke afname te zien is van middelen uit het gemeentefonds ten opzichte van de voorliggende jaren. De accresontwikkeling stokt vanaf 2026 en de geschrapte stijging van de opschalingskorting wordt in 2026 weer van stal gehaald.
Dit betekent dat er in 2026 voor alle Nederlandse gemeenten een groot financieel probleem te zien is. De regering gaat er vanuit dat tegen die tijd er een nieuwe financieringssystematiek voor het Gemeentefonds is of dat het belastinggebied voor gemeenten groter wordt waardoor er meer lokale belastingen mogen worden geheven. Met deze achtergrond heeft het Rijk voor 2026 een lager bedrag voor het gemeentefonds opgenomen. Het college gaat er vanuit dat de regering begrijpt dat de gemeenten voldoende financiële ondersteuning nodig blijven hebben om de grote opgaven te kunnen uitvoeren. Op Prinsjesdag 2022 heeft het kabinet bekend gemaakt dat gemeenten in 2026 kunnen rekenen op € 1 miljard extra inkomsten uit het gemeentefonds. Dit is echter niet toereikend voor het jaar 2026, een en ander is ook vanuit de VNG kenbaar gemaakt. We verwachten dat het kabinet zijn eerder ingenomen standpunt zal aanpassen. Indien de kortingen in het Gemeentefonds blijven staan, zullen wij uw raad in de komende jaren een herzien voorstel doen om tijdig financieel te kunnen bijsturen zodanig dat de financiën in 2026 ook robuust blijven. We gaan graag de komende periode met de raad, inwoners, ondernemers en deskundigen in gesprek om een verdere verdieping te geven aan de ambities uit de raadsagenda en deze begroting zodat dit kan worden betrokken in de Kadernota 2024 en verder. -7-
-8-
Leeswijzer Met deze leeswijzer navigeren we u door de begroting. Per onderwerp wordt aangeven waar u deze in de begroting kunt vinden. Via verschillende stappen krijgt u steeds meer gedetailleerde informatie. In de bestuurlijke hoofdlijnen worden de speerpunten van de begroting toegelicht. In de financiële hoofdlijnen die daarna volgen, wordt in hoofdthema’s aangegeven welke mutaties in het meerjarenbeeld zijn opgenomen ten opzichte van de voorjaarsnota. Voor de meest gedetailleerde informatie wordt u verwezen naar de programmatoelichting en de paragrafen. In de programmatoelichting wordt aangegeven wat we willen bereiken, wat we daarvoor gaan doen en hoeveel dit gaat kosten of opbrengt. In de programmatoelichting kan per item ‘KDN’ zijn opgenomen in de eerste kolom, dit betekent dat dit item was opgenomen in de Kaderbrief 20232026. Er worden twee typen bedragen gebruikt: incidentele/éénmalige kosten en structurele kosten. Als de financiering voor de opgaven in de programma’s via het Gemeentefonds loopt, dan staat dit in de tekst. De opbrengsten uit het Gemeentefonds zijn in programma 9 (Bedrijfsvoering en Financiën) opgenomen. De paragrafen zijn een soort dwarsdoorsnede van de programma’s. Hierin staat informatie over de financiële positie van de gemeente, over beheersmatige aspecten en over risico’s.
Daarna treft u in het financiële deel van de begroting het overzicht van baten en lasten en een prognosebalans aan. Als laatste zijn bijlagen opgenomen die dieper ingaan op een aantal onderwerpen, met name financieel gerelateerd. Hieronder volgt een verdere uitleg per onderdeel. Financiën In dit onderdeel wordt het financieel beeld geschetst en zijn de financiële uitgangspunten opgenomen. Hiermee wordt inzicht gegeven hoe de begroting is opgebouwd en wordt een aansluiting gemaakt met de primaire begroting en voorjaarsnota en Kaderbrief 2023-2026. De gemaakte keuzes worden hier financieel zichtbaar gemaakt. Programmabegroting De gemeenteraad stelt de begroting vast op programmaniveau. Per programma wordt de begroting op zowel beleidsmatig als op financieel gebied vermeld. In de programma’s is de doorbelasting van de loonkosten vanuit programma 9 verwerkt. Het aantal programma’s voor de begroting 2023-2026 is uitgebreid.
De vernieuwde programma indeling sluit aan op zowel de raadsagenda als de portefeuilleindeling en bestaat uit 9 programma’s: Programma 1: Jeugd en Onderwijs Programma 2: Zorg en Welzijn Programma 3: Beheer openbare ruimte en Milieu Programma 4: Economie Programma 5: Ruimtelijke ordening, Wonen, Gebiedsontwikkeling en Mobiliteit Programma 6: Sport, Cultuur en Erfgoed Programma 7: Duurzaamheid Programma 8: Veiligheid en Handhaving Programma 9: Bedrijfsvoering en Financiën
-9-
Paragrafen In de paragrafen staat informatie over de financiële positie van de gemeente, de beheersmatige aspecten en de risico’s. Er zijn 7 (verplichte) paragrafen: ▪ Lokale heffingen In deze paragraaf wordt stilgestaan bij de diverse gemeentelijke belastingen en heffingen en de consequenties daarvan voor de inwoners. Ook worden hier de tarieven voor het komende begrotingsjaar genoemd. ▪ Financiering In deze paragraaf wordt toegelicht op welke wijze met de financieringsbehoefte van de gemeente wordt omgegaan. ▪ Weerstandsvermogen en risicobeheersing Het weerstandsvermogen geeft aan hoe solide de financiële positie van de gemeente is. Het weerstandsvermogen wordt bepaald door de weerstandscapaciteit af te zetten tegen de omvang van de risico’s. In deze paragraaf zijn ook de financiële kengetallen opgenomen. ▪ Onderhoud kapitaalgoederen In deze paragraaf wordt per onderdeel toegelicht op welke wijze het onderhoud van de gemeentelijke kapitaalgoederen gewaarborgd is. ▪ Bedrijfsvoering Deze paragraaf gaat in op allerlei interne ontwikkelingen binnen de gemeentelijke organisatie, die erop gericht zijn een zo goed mogelijke dienstverlening aan de burgers te kunnen verstrekken en een zorgvuldige besluitvorming te kunnen garanderen. ▪ Verbonden partijen De gemeente werkt vaak samen met andere partijen om bepaalde doelen te bereiken.
Een verbonden partij is een privaatrechtelijke- of publiekrechtelijke organisatie waarin de gemeente een bestuurlijk en financieel belang heeft. In deze paragraaf worden alle verbonden partijen nader toegelicht. ▪ Grondbeleid De gemeente speelt een actieve rol in het kopen en verkopen van gronden. In deze paragraaf wordt dieper op het grondbeleid van de gemeente ingegaan. Financiële begroting De financiële begroting geeft inzicht in de financiële meerjarenbegroting organisatiebreed en op programmaniveau, de gehanteerde grondslagen, de incidentele baten en lasten en de mutaties in de reserves. Inzicht hierin is belangrijk voor de structurele financiële houdbaarheid. Bijlagen In de bijlagen wordt informatie gegeven over de reserves en voorzieningen maar ook worden de investeringen verder toegelicht en wordt een overzicht op taakveld verstrekt.
-10-
1
Financiën
1.1 Financieel beeld 1.2 Uitgangspunten begroting 1.3 Financiële hoofdlijnen 1.4 Door de raad te autoriseren begrotingsbedragen
-11-
1.1 Financieel beeld Het economische klimaat waar we mee te maken hebben wordt na de coronapandemie gekenmerkt door hoge inflatie en de energiecrisis. Door de oorlog in Oekraïne hebben we te maken met extreem verhoogde prijzen voor energie wat uitwerking heeft op de kosten van onze inwoners, maar ook voor de gemeentelijke organisatie en haar partners. Vanuit het werkgelegenheidsperspectief is er een ongekende grote druk op de arbeidsmarkt wat een groot effect heeft op de prijzen en de uitvoerbaarheid van onze gemeentelijke taken. De Rijksbegroting laat zien dat er een stap gezet is om tegemoet te komen aan de (financiële) zorgen van gemeenten. In de circulaire van het Gemeentefonds van mei dit jaar zien we dat voor de jaren tot en met 2025 er substantiële bedragen naar de gemeenten toe komen wat zeer noodzakelijk is om opgelopen achterstanden in het voorzieningen niveau weer in te lopen. Na 2025 is de financiële onzekerheid groot. De beschikbare middelen vanuit het Rijk lopen hier fors terug. De financiële verwachtingen voor 2026 worden aangeduid als "het ravijn". De voorziene daling kan forse impact hebben op grote financiële opgaven in onze gemeente. Het Rijk heeft de zorgen van gemeenten met betrekking tot 2026 weliswaar gehoord maar structurele oplossingen zijn er nog niet. Daarbij speelt nog dat de opschalingskorting voor onze gemeente ook een bedreiging vormt.
De komende tijd moet blijken of de VNG-lobby om het perspectief voor 2026 te verbeteren effect heeft of niet. Eerder bent u geïnformeerd over de tekorten in de Jeugdzorg. Voor 2023 is voor onze gemeente een bedrag van € 1,3 mln. ontvangen. Deze is wederom incidenteel. De structurele oplossingen is nog niet gekomen. Conform de richtlijnen van de VNG nemen we binnen het Gemeentefonds wel alvast bedragen op binnen de begroting.
1.2 Uitgangspunten begroting Hieronder staan de uitgangspunten die zijn gehanteerd voor deze begroting. • De begroting voldoet aan de kaders zoals die door uw raad zijn gesteld in de Financiële Verordening en de gezonden kaderbrief 2023-2026. • De begroting voldoet aan de begrotingsrichtlijnen zoals de provinciale toezichthouder die uitgevaardigd heeft voor de meerjarenbegroting 2023-2026. • Een reëel, materieel en structureel sluitende begroting voor tenminste de eerste twee jaren (jaarschijven 2023 en 2024). • Een weerstandsratio van tenminste 1,5. • De loonindex voor de gemeentelijke loonsommen in 2023 bedraagt 3,0%. • De prijsindex voor de gemeentelijke budgetten in 2023 zijn aangepast conform de grondslagen in hoofdstuk 4, paragraaf 2. • Inflatiecorrectie voor 2023 voor OZB bedraagt 3,0%. • Prijsindex voor overige belastingen bedraag 5,8%. • Tarieven voor leges en retributies zijn 100% kostendekkend, tenzij andere afspraken zijn gemaakt. • Alle genoemde tarieven zijn onder voorbehoud van afzonderlijke vaststelling door uw raad. • Geen stelposten meer. • Tegenvallers binnen een beleidsprogramma worden zoveel mogelijk binnen dat programma opgelost. • De meicirculaire 2022 is verwerkt. -12-
• Effecten kapitaallasten meerjarig verwerkt. • Extra door het Rijk toegezegde middelen jeugd (eenmalig en structureel op voorspraak VNG en provincie). • De taakstelling die binnen het Gemeentefonds is meegenomen en die gerealiseerd gaat worden vanuit toegezegde middelen vanjuit het rijk • De nog te verwachten middelen voor jeugd voor 2024 en verder zijn verwerkt conform de richtlijnen van de VNG. • Het saldo van de Voorjaarsnota 2022 is verwerkt in de algemene reserve.
1.3 Financiële hoofdlijnen In deze paragraaf gaan we in op de financiële mutaties die in deze begroting zijn doorgevoerd. Het overzicht begint met de vastgestelde begroting 2022 en de effecten uit de vastgestelde Voorjaarsnota 2022 en raadsbesluiten. Vanaf dat punt worden de wijzigingen toegelicht. bedragen x € 1.000 Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
119
-165
166
123
Effecten vastgestelde Voorjaarsnota
392
455
580
15
Effecten raadsbesluiten
69
61
61
61
580
351
807
199
- 151
-151
-151
-159
47
59
-52
-108
Meicirculaire 2022
3.784
4.565
4.501
2.071
Geactualiseerd en nieuw beleid
- 4.175
-4.060
-3.476
-3.878
85
764
1.629
-1.875
Vastgestelde begroting 2022
Startsaldo voor begroting 2023-2026 Loon- en prijsindexatie Technische mutaties kapitaallasten
RESULTAAT
Begrotingsevenwicht De begroting laat voor de jaren 2023-2025 een sluitend beeld zien. De provincie Utrecht toetst in haar rol als toezichthouder onder meer of de begroting ‘structureel in evenwicht’ is. Een begroting is structureel in evenwicht als de structurele lasten gedekt worden met structurele baten. Onderstaande tabel laat zien dat deze begroting meerjarig structureel in evenwicht is. bedragen x € 1.000 Structureel resultaat Resultaat Saldo van baten en lasten Mutatie reserves Resultaat Af: incidentele baten en lasten Incidentele baten en lasten Incidentele toevoegingen en onttrekkingen reserves Af: incidentele baten en lasten Totaal structureel resultaat
Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
- 98 182 85
906 - 142 764
1.578 51 1.629
- 1.053 - 822 - 1.875
- 1.376 939 - 437
- 1.216 106 - 1.110
- 519 292 - 227
741 741
522
1.874
1.856
- 2.616
-13-
In juli 2022 is de Voorjaarsnota 2022 vastgesteld door de gemeenteraad. De hierin opgenomen effecten staan bij de afzonderlijke programma’s toegelicht. Daarnaast is sprake van nieuw en geactualiseerd beleid, wat nog niet in de Voorjaarsnota en Kaderbrief was verwerkt. Financiële onzekerheden Hoeveel geld individuele gemeenten uit het Gemeentefonds krijgen, hangt af van de kenmerken en de belastingcapaciteit van de gemeenten. De Rijksoverheid is verantwoordelijk voor het actueel houden van het verdeelstelsel. De nieuwe verdeling van het Gemeentefonds is bekend, voor de gemeente Wijk bij Duurstede heeft dit negatieve gevolgen. De negatieve gevolgen zijn voor 2023, 2024 en 2025 respectievelijk -€7,50, -€22,50, -€37,50 per inwoner. Met de laatste tranche in 2025 is binen het nieuwe stelsel het maximum bereikt. Het weerstandsvermogen Zoals in de jaarrekeing 2021 is te lezen, neemt is de weerstandsratio eind 2021 1,79. Deze ratio geldt als ruim voldoende. Voor de jaren tot en met 2025 is de verwachting dat deze in lijn blijft dan wel hoger wordt op basis van een gelijkblijvend risicoprofiel. In de voor de begroting geformuleerde grondslagen (zie hoofdstuk 1.2) is een minimale weerstandsratio opgenomen van 1,5. Dit past bij het behoedzaam begroten. Kostendekkende tarieven en leges Daar waar het mogelijk is vraagt de gemeente kostendekkende tarieven voor geleverde diensten.
Op deze manier liggen de kosten bij degene die van de dienst gebruik maakt. Analyse op dit punt heeft geleid tot een verhoging van leges voor bouwvergunningaanvragen. Beïnvloedbaarheid van de lasten Gemeenten voeren veel wettelijke taken uit. Daardoor zijn de gemeentelijke lasten lang niet allemaal beïnvloedbaar, waardoor keuzes in beleid beperkt zijn. Grosso modo vallen de lasten uiteen in vier categorieën van beïnvloedbaarheid: Niet beïnvloedbaar, onder deze categorie vallen: ▪ Wettelijke taken, waarbij de minimumvariant het beleid is datuitgevoerd wordt. Er is daarmee geen sturing mogelijk op deze kosten. ▪ Een taak waar een op een een subsidie tegenover staat. Door in deze categorie lasten te verlagen, worden ook de baten verlaagd. Snijden in deze activiteiten levert dus geen extra middelen op. Een voorbeeld is de specifieke uitkering voor het onderwijsachterstandenbeleid. ▪ Kapitaallasten. De investering is reeds gedaan, in de exploitatie zijn de rente- en afschrijvingskosten zichtbaar. Deze lasten zijn niet meer beïnvloedbaar. ▪ Kosten voor heffingen waar wettelijk gezien maximaal kostendekkende tarieven voor geheven mogen worden. Door het verlagen van de lasten, zouden de baten daarmee ook verlaagd worden. Dit levert daarmee geen middelen op. ▪ Mutaties in voorzieningen.
De toevoeging aan een voorziening is in veel gevallen wettelijk voorgeschreven (zoals een te verwachten verplichting of een van derden verkregen middel dat specifiek besteed dient te worden). Deze lasten zijn daarmee niet beïnvloedbaar. ▪ Lasten in het kader van gebiedsontwikkeling. Gebiedsontwikkeling wordt gezien als een gesloten systeem, alleen het saldo van de lasten en baten wordt op de balans gemuteerd. Winsten worden genomen volgens de bereikte voortgang van de verkopen en verliezen volgens het voorzichtigheidsprincipe. De lasten worden daarom als niet beïnvloedbaar gekwalificeerd.
-14-
Beperkt beïnvloedbaar Hieronder vallen wettelijke taken, waarbij enige ruimte is voor sturing of keuzes. Voorbeelden zijn de jeugdhulp, uitvoering wegenbeheer, onderhoudskosten openbare ruimte, huisvesting. Er zijn keuzes te maken in het kwaliteitsniveau, in beleid of in aantallen waarmee (beperkte) sturing mogelijk is op de hoogte van de uitgaven. Op middellange termijn beïnvloedbaar Dit gaat om kosten die beïnvloedbaar zijn binnen twee tot vier jaar. Voorbeelden zijn subsidietoekenningen. Ook de directe personeelskosten vallen hieronder. Er kunnen keuzes worden gemaakt om deze kosten te beïnvloeden, bijvoorbeeld door bepaalde subsidies niet meer toe te kennen of met minder fte te werken. Maar het kost tijd om dit te realiseren. Beïnvloedbaar Dit gaat om kosten die beïnvloedbaar zijn binnen een jaar. Het betreft lasten die niet wettelijk verplicht zijn, vaak onder eigen gemeentelijk beleid vallen en die daarmee een eigen keuze zijn. Voorbeelden zijn de opleidingsbudgetten, klimaatuitgaven en gemeentelijke projecten. Ook de reservemutaties vallen hieronder, behalve reservemutaties voor dekking kapitaallasten (niet beïnvloedbaar) en reserves met afspraken derden (beperkt beïnvloedbaar).
-15-
1.4 Door de raad te autoriseren begrotingsbedragen bedragen x € 1.000 Overzicht baten en lasten
Begroting Begroting Begroting Begroting 2023 2024 2025 2026
Saldo van baten en lasten Lasten 1 Jeugd en Onderwijs 2 Zorg en Welzijn 3 Beheer Openbare Ruimte en Milieu 4 Economie 5 Ruimtelijke Ordening, Wonen, Gebiedsontwikkeling en Mobiliteit 6 Sport, Cultuur & Erfgoed 7 Duurzaamheid 8 Veiligheid en Handhaving 9 Bedrijfsvoering en Financiën Totaal Lasten
- 10.316 - 17.283 - 10.417 - 914 - 4.107 - 2.274 - 735 - 2.320 - 12.393 - 60.760
- 10.308 - 17.043 - 10.435 - 906 - 3.824 - 2.138 - 577 - 2.381 - 11.926 - 59.537
- 9.917 - 16.910 - 10.541 - 903 - 2.569 - 2.201 - 570 - 2.248 - 12.074 - 57.934
- 9.840 - 16.883 - 10.378 - 903 - 2.566 - 2.111 - 560 - 2.225 - 11.803 - 57.270
Baten 1 Jeugd en Onderwijs 2 Zorg en Welzijn 3 Beheer Openbare Ruimte en Milieu 4 Economie 5 Ruimtelijke Ordening, Wonen, Gebiedsontwikkeling en Mobiliteit 6 Sport, Cultuur & Erfgoed 7 Duurzaamheid 8 Veiligheid en Handhaving 9 Bedrijfsvoering en Financiën Totaal Baten
675 4.314 6.702 71 2.979 57 1 45.863 60.662
574 4.309 6.702 71 2.054 57 1 46.675 60.443
574 4.306 6.702 71 903 57 1 46.899 59.512
574 4.294 6.702 71 901 57 1 43.617 56.216
- 98
906
1.578
- 1.053
Mutatie reserves Toevoegingen
- 2.785
- 1.945
- 1.985
- 2.593
Onttrekkingen
2.968
1.803
2.036
1.771
Mutatie reserves
182
- 142
51
- 822
Resultaat
85
764
1.629
- 1.875
Saldo van baten en lasten
-16-
2
Deel I Programma’s
2.1 Programma 1 – Jeugd en Onderwijs 2.2 Programma 2 – Zorg en Welzijn 2.3 Programma 3 – Beheer Openbare Ruimte en Milieu 2.4 Programma 4 – Economie 2.5 Programma 5 – Ruimtelijke ordening, Wonen, Gebiedsontwikkeling en Mobiliteit 2.6 Programma 6 – Sport, Cultuur en Erfgoed 2.7 Programma 7 – Duurzaamheid 2.8 Programma 8 – Veiligheid en Handhaving 2.9 Programma 9 – Bedrijfsvoering en Financiën
-17-
2.1 Programma 1 – Jeugd en Onderwijs
Inleiding Op het gebied van Jeugd en onderwijs zien we belangrijke ontwikkelingen op ons afkomen. De door het Rijk aangekondigde stelselherziening van de Jeugdwet moet leiden tot een Hervormingsagenda jeugd. De focus in de Hervormingsagenda is echter vooral om het stelsel financieel houdbaar te laten zijn en hulp beschikbaar te houden voor de meest kwetsbare kinderen zonder dat dit tot begrotingsrisico’s leidt bij gemeenten.Het Rijk stuurt daarmee aan op het formaliseren en vergroten van de jeugdhulpregio’s, wat gevolgen kan hebben voor de wijze waarop we samenwerken in de regio Zuid-Oost Utrecht (ZOU). Jeugdzorg De zorg voor jeugd richten we op het versterken van ‘het gewone leven’ van kinderen en jongeren. De oplossing van een probleem ligt in de meeste gevallen dicht bij huis en binnen de normale structuren voor een jeugdige. Dit volgt ook uit de Maatschappelijke agenda waarin we deze beweging scherper benoemen als de basis voor de gewenste versterking van het gewone leven. We organiseren een breed preventief aanbod in goede afstemming met de scholen, GGD (jeugdgezondheidszorg) en huisartsen. Hierbij past ook de pilot die we gaan starten met Stichting Binding en de huisartsen door hen een digitale verwijsoptie te bieden naar de welzijnsconsulent van Binding.
Voor een huisarts wordt het daardoor makkelijker om voor de jeugdige in zijn spreekkamer welzijnsactiviteiten en andere lokale voorzieningen in te zetten. Tegelijk blijven we ook inzetten op versterking van het lokale jeugdteam bij Binding. Door handhaving van het diagnostisch team (gedragswetenschappers die specifieke expertise hebben omtrent gedrag en opvoeding en worden ingezet voor het duiden van het gedrag van een kind en het voortgang geven aan de hulpvraag) en de zogenoemde flexibele schil: gebruik maken van de capaciteit van lokale zorgpartijen. En als een jeugdige toch gespecialiseerde jeugdhulp nodig heeft dan zorgen we voor passende hulp op basis van de ondersteuningsbehoefte van een jeugdige. Het liefst zo dichtbij mogelijk met zo min mogelijk onderbrekingen. Passende hulp is ook dat de hulp niet langer duurt dan nodig is en tijdig ook of opnieuw gebruik gemaakt wordt van de voorliggende voorzieningen. Daarmee blijft hulp beschikbaar voor de jeugdigen die het nodig hebben. Met de gemeenten in de regio ZOU hebben we de gespecialiseerde jeugdhulp ingekocht. De uitdaging is om ervoor te zorgen dat jeugdigen integrale ondersteuning krijgen, op hun situatie afgestemd en wanneer het niet thuis kan zoveel mogelijk in gezinssituaties.
De Norm voor Opdrachtgeverschap (NvO), die is vastgesteld door de vijf raden in december 2022, vormt hierin onze regionale transformatieagenda. Aan de speerpunten in deze NvO wordt in 2023 verder vorm gegeven. U ontvangt periodieke voortgangsrapportages over de NvO. Op rijksniveau worden nu met de VNG gesprekken gevoerd over de Hervormingsagenda jeugd. Die gaat leiden tot een stelselwijziging voor jeugd die moet leiden tot een houdbaar stelsel met beschikbare hulp voor de meest kwetsbare kinderen en mogelijk een verplichting om in grotere regionale verbanden te gaan samenwerken. De eerder aangekondigde opschalingskorting is nog bevroren tot 2025.
-18-
De verruiming van het gemeentelijk budget voor jeugdhulp heeft het Rijk alleen voor 2023 als incidentele bijdrage toegekend. Voor de jaren daarna is er voor gemeenten grote financiële onzekerheid. In lijn met de Maatschappelijke agenda blijven we initiatieven gericht op preventie voortzetten en uitbreiden. Het jongerenwerk (in samenwerking met de jeugdhulpverlening), de buurtsportcoaches en de cultuurcoach spelen een belangrijke rol in de preventieve en vrij toegankelijke, lokale voorzieningen voor kinderen en gezinnen. Verder continueren we in 2023 het programma Kansrijke Start, dat zich richt op kwetsbare zwangeren en jonge ouders. Begin 2022 is bij Stichting Binding het Startpunt Scheiden begonnen, wat deel uitmaakt van programma 2 (Zorg en Welzijn). We weten immers dat veel van de geboden jeugdhulp samenhangt met (grote aantallen) complexe scheidingen van ouders. Met het Nationaal Programma Onderwijs (NPO) richten we ons samen met het onderwijs op ‘het herpakken van de veerkracht’ bij kinderen en jongeren. We blijven hierover in gesprek met de scholen. Met het onderwijszorgarrangement (OZA) op brede school Het Anker blijven we proberen te komen tot inclusief en passend onderwijs. Huisvesting onderwijs De gebouwen van verschillende scholen binnen de kern Wijk bij Duurstede zijn tussen de 40 en 50 jaar oud.
In een gezamenlijk traject is in 2021 met de betrokken schoolbesturen een Integraal Huisvestingsplan opgesteld (IHP). In dit plan is voorzien in nieuw- of vernieuwbouw van de scholen de Wegwijzer, de Windroos en de Werkschuit in de periode tot 2026. In de raadsvergadering van januari 2022 is het plan vastgesteld door de raad; onderdeel daarvan is dat er nadere onderzoeken moeten worden uitgevoerd om de kosten van de verschillende scenario’s goed in beeld te brengen. In de onderzoeken worden onder andere de volgende aspecten meegenomen: • Parkeren en verkeer; • Milieu: flora en fauna; • Massastudie; • Bouwkostenraming. Besluitvorming door de raad over het budget is gepland in januari 2023. De realisatie van dit IHP kan naar alle waarschijnlijkheid in 2024 starten. In een tweede fase, rond 2033, komen dan de volgende scholen aan de beurt. Dit zijn de Horn en de Regenboog. Op basis van de maatschappelijke en demografische ontwikkelingen zullen de plannen voor deze scholen verdere uitwerking krijgen. De schoolgebouwen in de kernen Langbroek en Cothen zijn maximaal 8 jaar oud, met uitzondering van de Carolusschool, die ca 10 jaar geleden grootschalig gerenoveerd is.
Leerplicht Voor de leerplicht ligt de focus primair op het voorkomen van thuiszitters door een intensivering van de samenwerking met de ketenpartners: onder andere de scholen, samenwerkingsverbanden en het team Jeugd van stichting Binding. Daarnaast wordt prioriteit gegeven aan het tijdig en adequaat oppakken van verzuimmeldingen.
-19-
Kind- en Jeugdvoorzieningen De gemeente beschikt over een hecht netwerk van voorzieningen voor de Wijkse kinderen en jeugd. De scholen en de kinderopvang worden geflankeerd door onder andere jeugdwerkers, buurtsport coaches, sportverenigingen en de welzijnsorganisatie. Kinderen tussen 2 en 4 jaar die kampen met een onderwijsachterstand kunnen op advies van het consultatiebureau gebruik maken van de voorschoolse educatie bij een drietal kinderopvangorganisaties die hier een specifiek programma voor hebben. De gemeente ontvangt voor de bestrijding van de onderwijsachterstanden een doeluitkering vanuit het Rijk waaruit de kosten voor het aanbod van voorschoolse educatie betaald kan worden. Verder wordt doormiddel van een gemeentelijke peuterbijdrage geprobeerd de sociaal emotionele ontwikkeling van kinderen in de leeftijd van 2 tot 4 te bevorderen. Ouders zonder een kinderopvangtoeslag kunnen hier gebruik van maken. Gemeenten in Nederland hebben de opdracht toezicht te houden op de kwaliteit van de kinderopvang en gastouderopvang en schakelen hiervoor de GGD in. In heel Nederland gaan doorgaans circa vierhonderd toezichthouders dagelijks op inspectie en leggen jaarlijks ongeveer 17.000 bezoeken af op de diverse opvanglocaties.
In de Wet kinderopvang (Wko) staat dat een houder van een kind centrum verantwoorde kinderopvang aan moet bieden: opvang die bijdraagt aan een goede en gezonde ontwikkeling van het kind in een veilige en gezonde omgeving. Dus de toezichthouder kijkt, toetst en beoordeelt hierop en deelt deze bevindingen met de gemeente. Sinds dit jaar stelt het Rijk extra middelen beschikbaar voor het toezicht op gastouders. Dit wordt ook uitgevoerd door de GGD. Nieuw en geactualiseerd bestaand beleid 1.1 Jeugdzorg - Extra jeugdhulpverlening Stichting Binding Wat willen we bereiken? Zoveel mogelijk passende hulp voor jeugdigen in hun eigen omgeving (thuisnabij) en minder inzet van specialistische hulp.
Wat gaan we er voor doen?
Wat mag het kosten (-) /Wat levert het op? (+)
In de regel is er de wens om ook daadIncidenteel: werkelijk te kunnen handelen nadat het 2023 - €70.000 diagnostisch team een advies heeft gegeven. 2024 - €70.000 Stichting Binding heeft ervoor gekozen om hiervoor expertise in te huren bij lokaal werkende aanbieders (‘flexibele schil’). De medewerkers van Stichting Binding kunnen zich dan meer richten op hun kerntaak, te weten coördinatie van zorg. We zetten de subsidie voor deze extra uren jeugdhulpverlening in de flexibele schil nog twee jaar voort. In die periode zijn we ook bezig met een traject om de sturing op de uitstroom in de jeugdhulp te versterken. Met deze aanpak verwachten we dat de caseload van het team jeugd bij Stichting Binding eveneens afneemt.
-20-
1.1 Jeugdzorg - Bijdrage aan Stichting Binding en Unicum voor pilot van 2 jaar Wat willen we bereiken?
Wat gaan we er voor doen?
Wat mag het kosten (-) /Wat levert het op? (+)
Er zijn nu per jaar 250-300 jeugdigen die met een verwijzing van de huisartsen gespecialiseerde jeugdhulp krijgen. De declaratiewaarde van deze gespecialiseerde jeugdhulp was in totaal 800.000 in 2020 en 840.000 in 2021.
Starten van een tweejarige pilot met de Incidenteel: huisartsen en Binding om de kracht van 2023 - €25.000 welzijnsactiviteiten en andere lokale 2024 - €25.000 voorzieningen beter te benutten om kinderen en jongeren te ondersteunen. De huisartsen willen we graag een extra optie bieden: n.l. het digitaal kunnen verwijzen van een jeugdige naar een welzijnsconsulent bij Uit de ervaringen met casuïstiek is Binding. Zo’n verwijzing is dan vergelijkbaar de werkhypothese dat 20% van deze met hoe een huisarts nu digitaal kan jeugdigen ook geholpen zou zijn met verwijzen naar medische specialisten en ondersteuning via welzijnsjeugdhulpaanbieders. Bij Binding wordt de activiteiten en andere lokale ‘matching’ gedaan in overleg met de jeugdige voorzieningen. Het benutten van de en afhankelijk van wat hij of zij nodig heeft. kracht van welzijn (in brede zin) Jeugdigen met bijvoorbeeld druk gedrag of leidt ertoe dat er minder dan wel eenzaamheidsgevoelens zouden begeleid minder zware of lange trajecten kunnen worden door jongerenwerkers of gespecialiseerde jeugdhulp nodig buurtsportcoaches en meedoen aan zijn. We weten uit onderzoek dat activiteiten op gebied van sport of cultuur.
het versterken van de zoge-naamde Er is nu al een breed pallet aan activiteiten beschermende factoren (erbij beschikbaar en we kijken op basis van de horen, actief zijn, contacten, vragen naar passende uitbreiding hiervan. bewegen) duurzaam positief werkt voor de jeugdige en het gezin.
1.1 Jeugdzorg - Bijdrage Stichting MEE / inzet gedragsdeskundigen bij Stichting Binding Wat willen we bereiken? Zoveel mogelijk passende hulp voor jeugdigen in hun eigen omgeving (thuisnabij) en minder inzet van specialistische hulp.
Wat gaan we er voor doen? We continueren het diagnostisch team door detachering van twee gedragsdeskundigen vanuit MEE bij Binding. Zij hebben specifieke expertise over gedrag en opvoeding. We kunnen hiermee voorkomen dat jeugdigen onnodig of te snel doorverwezen worden voor onderzoek binnen de Jeugd GGZ. In maart 2019 is het diagnostisch team als pilot gestart. Dit team bestaat uit twee WOgeschoolde gedragsdeskundigen met specifieke expertise over gedrag en opvoeding.
Wat mag het kosten (-) /Wat levert het op? (+) Structureel: 2023 - € 67.275 2024 - € 67.275 2025 - € 67.275 2026 - € 67.275
-21-
1.1 Jeugdzorg Wat willen we bereiken?
Wat gaan we er voor doen?
KDN
De wijziging die in de voorjaarsnota is aangekondigd meerjarig in de begroting verwerken. De begroting is bijgesteld op gerealiseerde cijfers vanuit de jaarrekening.
Een juiste en complete begroting voor Jeugdzorg realiseren waarop we kunnen sturen.
Wat mag het kosten (-) /Wat levert het op? (+) Structureel: 2023 - € 700.000 2024 - € 600.000 2025 - € 300.000 2026 - € 300.000
1.3 Leerplicht - Leerlingenvervoer Wat willen we bereiken? Continuïteit van het leerlingenvervoer (wettelijke taak).
Wat gaan we er voor doen? Het huidige budget blijkt niet toereikend. Samen met de regiogemeenten wordt het contract leerlingenvervoer herijkt. Er worden nu meer leerlingen vervoerd en dit lijkt een trend te zijn. De kosten zijn gestegen als gevolg van personeelstekorten en hogere brandstofprijzen.
Wat mag het kosten (-) /Wat levert het op? (+) Structureel: 2023 - € 145.000 2024 - € 145.000 2025 - € 145.000 2026 - € 145.000
1.4 Kind- en Jeugdvoorzieningen - Jeugdwerk Wat willen we bereiken? Onder het Jeugdwerk budget vallen diverse subsidies voor partijen zoals Stichting BED, Stichting Organisatie Kindervakantiekampen en Scouting Sealions. In het huidige budget is er geen ruimte voor nieuwe subsidieaanvragen. Daarnaast hebben een aantal partijen gevraagd om verhoging van hun subsidie in verband met oplopende kosten. Op dit moment is er geen ruimte om die partijen tegemoet te komen.
Wat gaan we er voor doen? Door partijen die al structurele subsidie ontvangen tegemoet te komen in hun meerkosten borgen we hun bestaanszekerheid. Dit draagt weer bij aan voorzieningen voor onze jeugdigen in de gemeente. Alle subsidie aanvragen behandelen we volgens de Algemene Subsidieverordening 2021.
Wat mag het kosten (-) /Wat levert het op? (+) Structureel: 2023 - € 6.500 2024 - € 6.500 2025 - € 6.500 2026 - € 6.500
-22-
1.4 Kind- en Jeugdvoorzieningen - Toezicht en handhaving gastouders GGD Wat willen we bereiken?
Wat gaan we er voor doen?
Jaarlijks ontvangen wij via het Gemeentefonds een bedrag voor de inspectie van kinderopvanginstellingen en gastouders. Dit is een wettelijke taak, die voor ons uitgevoerd wordt door de GGD. Sinds 2022 is dit bedrag met € 7.000 verhoogd. Dat extra geld is bestemd voor meer toezicht op gastouders.
Het takenpakket van de GGD met betrekking tot de inspectie van gastouders is al uitgebreid. De dekking voor deze taak komt uit het Gemeentefonds.
Wat mag het kosten (-) /Wat levert het op? (+) Structureel: 2023 - € 7.000 2024 - € 7.000 2025 - € 7.000 2026 - € 7.000
Bestuurlijke risico’s Risico's De eerder aangekondigde opschalingskorting is nog bevroren tot 2025. De verruiming van het gemeentelijk budget voor jeugdhulp heeft het Rijk alleen voor 2023 als incidentele bijdrage toegekend. Voor de jaren daarna is er voor gemeenten grote financiële onzekerheid. De hervormingsagenda jeugd kent nu nog een oplopende doelstelling naar ruim 1,5 miljard minder uitgaven voor jeugdhulp. Jeugdbescherming en zware verblijfshulp vragen steeds hogere bijdragen. Terwijl we zelf weinig grip hebben op deze hulp en geen inzicht in de omvang van de geleverde hulp.
Voortgang ontwikkeling Op advies van het Ministerie de baten in de exploitatie opgenomen met een 100% risico-voorziening.
Kans
Impact
In 2023 krijgt de gemeente 8 een incidentele compensatie van € 1,3 miljoen.
8
Beperkt. Gesprek wordt deels op rijksniveau gevoerd. Politieke discussie.
8
Lobbyen via de VNG tegen de bezuiniging en voor structureel voldoende geld. Met Binding sturen op stoppen van de groei van inzet en kosten jeugdhulp
De bijdragen en het gebrek aan informatie aan de orde stellen in (bovenregionale) overleggen.
9
-23-
Beleidsindicatoren Beleidsindicator
Eenheid
2019
2020
2021
2022
1.01 Absoluut verzuim 1.02 Relatief verzuim 1.03 Voortijdige schoolverlaters totaal (VO +
per 1.000 leerlingen per 1.000 leerlingen %, 12-23 jr
3,6 31 1,2
2,2 27 nnb
nnb 50 nnb
nnb nnb nnb
%, tot 18 jaar %, tot 18 jr
12,7 1,2
12,5 1,3
13,2 1,3
nnb nnb
%, 12-21 jr %, 12-22 jr % %
1,0 nnb 4,0 1,0
1,0 nnb 4,0 2,0
nnb nnb nnb nnb
nnb nnb nnb nnb
MBO) 1.04 1.05 1.06 1.07 1.08 1.09
Jongeren met jeugdhulp
Jongeren met jeugdbescherming Jongeren met delict voor rechter Jongeren met jeugdreclassering Kinderen in uitkeringsgezin Werkloze jongeren
Bron: waarstaatjegemeente.nl
2.1.1
Financiën bedragen x € 1.000
1 Jeugd en Onderwijs Saldo van baten en lasten Lasten 1.1 Jeugdzorg 1.2 Huisvesting onderwijs 1.3 Leerplicht 1.4 Kind en jeugdvoorzieningen 1.5 Algemeen Jeugd Totaal Lasten
Begroting Begroting Begroting Begroting 2023 2024 2025 2026
- 7.476 - 1.690 - 971 - 108 - 70 - 10.316
- 7.576 - 1.683 - 870 - 108 - 70 - 10.308
- 7.181 - 1.688 - 870 - 108 - 70 - 9.917
- 7.181 - 1.610 - 870 - 108 - 70 - 9.840
439 236 675
439 135 574
439 135 574
439 135 574
- 9.641
- 9.734
- 9.343
- 9.266
Mutatie reserves Toevoegingen
- 98
- 98
- 98
- 98
Onttrekkingen
-
-
34
-
Mutatie reserves
- 98
- 98
- 64
- 98
- 9.740
- 9.832
- 9.407
- 9.364
Baten 1.1 Jeugdzorg 1.2 Huisvesting onderwijs 1.3 Leerplicht Totaal Baten Saldo van baten en lasten
Resultaat
-24-
2.2 Programma 2 – Zorg en Welzijn
Inleiding sociaal domein algemeen Ontwikkelingen Het sociaal domein blijft in beweging. Of het nu de na-effecten betreft van corona, de opvang van vluchtelingen uit Oekraïne, de toenemende druk op inkomens vanwege de inflatie en stijgende energieprijzen of de vergrijzing, de ontwikkelingen in de maatschappij hebben direct effect op ons werk. Tegelijkertijd zien we belangrijke trends in het sociaal domein: de door het Rijk aangekondigde stelselherziening van de Jeugdwet, oplopende uitgaven op de Wmo en de decentralisatie van beschermd wonen. Kaders van de (herijkte) Maatschappelijke agenda Het blijft zaak om in te zetten op vroegtijdige signalering van (dreigende) kwetsbaarheid onder onze inwoners en op het versterken van hun draagkracht. We doen dit vanuit de kaders van de (herijkte) Maatschappelijke agenda (MAG) in de komende vier jaar. En we beschrijven het als een ‘beweging naar voren’ die we met elkaar willen maken. Naar de versterking van het gewone leven en het bevorderen van positieve gezondheid. Deze beweging gaan we scherper benoemen en willen we overal terugzien. Alle opgaven onder de MAG moeten hieraan zichtbaar en merkbaar bijdragen. Rechtstreeks of door de randvoorwaarden te creëren, die onze inwoners helpen om te werken aan hun gezondheid en welbevinden, persoonlijk en in hun omgeving. Het is goed om met elkaar te bespreken wat dit betekent.
Hoe genereren we méér aandacht voor versterkende en ondersteunende welzijnsoplossingen (mantelzorgondersteuning, hulp bij dreigende dakloosheid, ondersteuning bij scheidingen en bij financiële problemen)? We denken aan meer jongerenwerkers bij Stichting Binding en – op termijn - minder jeugdhulpverleners. Versterking van inwoners werkt verder goed via informele netwerken, buurtgericht zoals verbonden buurt, of via sport, cultuur of andere sociale activiteiten. In veel gevallen helpen ondersteuning uit het eigen netwerk en een goede tijdsbesteding beter en duurzamer dan professionele hulptrajecten. Denk hierbij ook aan zingeving. Een hulptraject is er om mensen op weg te helpen of als het echt niet anders meer kan. En na afronding van een hulptraject is het mooi als inwoners met hun netwerk en in hun eigen buurt verder kunnen. Op basis van deze uitgangspunten willen we keuzes maken om tot haalbare prioriteiten te komen op de drie thema’s van de MAG: opgroeien, wonen en meedoen. En dat binnen onze beschikbare middelen. Meer sturing op de inzet van passende ondersteuning We zien op Wmo-begeleiding en vooral ook op Jeugd een gestage toename van inwoners die zorg of ondersteuning ontvangen. Daarbij wordt vaker specialistische zorg ingezet die ook vaker individueel aangeboden wordt. Bovendien duren vooral bij Jeugd de trajecten steeds langer.
Dit is ook het landelijke beeld en het sluit aan bij maatschappelijke trends zoals bijvoorbeeld de druk op jongeren en jongvolwassenen om goed te presteren, de vele prikkels die hun uitwerking hebben op kinderen en de medicalisering van problemen. Op meerdere fronten proberen we hier tegendruk aan te geven (zie daarvoor specifiek onder 1.1 en 2.1) samen met Binding gaan we met behulp van de benodigde data sturen op passende ondersteuning. -25-
Integrale samenwerking We kunnen terugvallen op onze ervaringen met integraal werken en samenwerken binnen en buiten het huis van de gemeente. Goede netwerken, betrokken en deskundige partners en korte lijnen helpen daarbij. De uitvoering van het Integraal huisvestingsplan Onderwijs (IHP), de integrale aanpak op veiligheid in relatie tot het sociaal domein, uitvoering van het lokale preventie-akkoord (gezondheid en leefstijl), initiatieven gericht op zorgvernieuwing en preventie zoals Verbonden Buurt en het Startpunt scheiden en samenwerking op wonen met zorg zijn daarvan voorbeelden. In 2023 en daarna zullen we hier verder uitvoering aan geven. In dit programma komen alle beleidsterreinen van het sociaal domein aan de orde behoudens Jeugd en onderwijs (programma 1) en Cultuur en Sport (programma 6). Ook staan hierin de sociaal-domein brede onderwerpen als stichting Binding en het toezicht op de rechtmatige uitvoering van Wmo en Jeugdwet. Wmo Huidig beleid De Wmo legt de wettelijke verplichting op aan gemeenten om kwetsbare inwoners te ondersteunen in hun zelfredzaamheid en participatie. Als gevolg van rijksbeleid wonen kwetsbare inwoners langer thuis. Dat vergt meer inzet op zorg en ondersteuning in samenwerking met lokale partners op het terrein van wonen, welzijn en (medische) zorg.