Jaarstukken 2023
Tekst van het document
Materiële vaste activa Volgens artikel 59 BBV dient er een onderscheid gemaakt te worden tussen investeringen met uitsluitend maatschappelijk nut in de openbare ruimte en investeringen met een (beperkt) economisch nut. Investeringen die verhandelbaar zijn en/of op enigerlei wijze kunnen leiden tot of bijdragen aan het verwerven van inkomsten, zijn investeringen met economisch nut.
Materiële vaste activa met economisch nut Deze materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de verkrijging- of vervaardigingprijs. Specifieke investeringsbijdragen van derden worden op de desbetreffende investering in mindering gebracht; in die gevallen wordt op het saldo afgeschreven. Investeringen worden lineair afgeschreven over de verwachte gebruiksduur en als ingangsdatum per 1 januari in het jaar na aanschaf.
Toelichting Op grond van artikel 65 van het BBV wordt bij de waardering van de vaste activa rekening gehouden met een vermindering van hun waarde, indien deze vermindering naar verwachting duurzaam is.
Materiële vaste activa met maatschappelijk nut De RID-Utrecht heeft geen materiële vaste activa met maatschappelijk nut.
27
Afschrijvingen De afschrijvingen zijn gebaseerd op de geschatte economische levensduur en zijn berekend op basis van een vast percentage van de verkrijgprijs of vervaardigingprijs, rekening houdend met een eventuele restwaarde. De uitgangspunten zijn vastgesteld door het Algemeen Bestuur middels het activabeleid. De termijnen zijn onderstaand opgenomen: Hardware Switches Bladeservers Monitoren ThinClients FatClients Overige hardware
6 jaar 5 jaar 5 jaar 5 jaar 5 jaar 5 jaar
Software Diverse software (afhankelijk van economische levensduur
5 tot 7 jaar
Telefonie Vaste telefoons Telefooncentrale Smartphones Mobiele telefoons
8 jaar 5 jaar 2 jaar 3 jaar
Inventaris Kantoormeubillair Inrichting datacenter
10 jaar 10 jaar
Financiële vaste activa De financiële vaste activa worden gewaardeerd tegen nominale waarde, zo nodig onder aftrek van oninbaarheid. Binnen de RID is de volgende financiële vaste activa aanwezig: • Overige uitzettingen met een rente typische looptijd langer dan 1 jaar.
Vlottende activa uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan 1 jaar en overlopende activa De voorgeschreven indeling voor wat betreft vorderingen is: • vorderingen op openbare lichamen (gemeenten, gemeenschappelijke regelingen, Rijk) • verstrekte kasgeldleningen • rekening-courantverhoudingen met niet-financiële instellingen • overige vorderingen • overige uitzettingen Vorderingen worden gewaardeerd op nominale waarde, onder aftrek van een voorziening voor mogelijke oninbaarheid. Op het punt van uitzettingen is gekozen om de terminologie van de Wet Fido (Financiering decentrale overheden) te volgen. Het begrip uitzettingen heeft zowel betrekking op vorderingen als op effecten. Het onderscheid tussen beide is komen te vervallen. Voor zover op grond van het treasurystatuut effectenbezit niet is toegestaan, dan wel niet aanwezig, kan dit in de toelichting uiteengezet worden.
Liquide middelen en overlopende posten Deze activa zijn tegen nominale waarde opgenomen.
28
Vaste passiva Voorzieningen Voorzieningen zijn gewaardeerd op het nominale bedrag van de betrokken verplichting c.q. het voorzienbare verlies. Voorzieningen worden op grond van artikel 44 BBV gevormd voor: a. b.
verplichtingen en verliezen waarvan de omvang op balansdatum onzeker is doch redelijkerwijs te schatten. bestaande risico’s op balansdatum ter zake van verplichtingen of verliezen waarvan de omvang redelijkerwijs te schatten is.
Netto-vlottende schulden, met een rentetypische looptijd van één jaar of langerVaste schulden worden gewaardeerd tegen de nominale waarde, verminderd met gedane aflossingen. De vaste schulden hebben een rentetypische looptijd van één jaar of langer.
Vlottende passiva De vlottende passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde.
Grondslagen voor de bepaling van het resultaat Algemeen De grondslagen die worden toegepast voor resultaatbepaling zijn gebaseerd op historische kosten. De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben.
Opbrengsten Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden.
Personeelslasten Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q. schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume worden sommige personele lasten echter toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt; daarbij gaat het om componenten zoals ziektekostenpremie ten behoeve van gepensioneerden, overlopende vakantiegeld- en verlofaanspraken. Voor arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume wordt geen voorziening getroffen of op andere wijze een verplichting opgenomen. De referentieperiode is dezelfde als die van de meerjarenraming; vier jaar. Indien er sprake is van (eenmalige) schokeffecten (reorganisaties) dient wel een verplichting gevormd te worden.
29
7.2. Balans per 31 december 2023 Balans
ACTIVA (bedragen in €) voor resultaatbestemming
31-12-2023
Balans
31-12-2022
Vaste activa Immateriële vaste activa kosten van onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief
875.000
1.175.000 875.000
1.175.000
Materiële vaste activa Investeringen met economisch nut
2.549.000
2.413.000 2.549.000
2.413.000
Financiële vaste activa Overige uitzettingen met looptijd > 1 jaar
541.000
TOTAAL VASTE ACTIVA
170.000 541.000
170.000
3.965.000
3.758.000
Vlottende activa Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Vorderingen op openbare lichamen
2.056.000
Overige vorderingen
2.196.000
0
0 2.056.000
2.196.000
Liquide middelen Banksaldi
69.000
0 69.000
Overlopende activa
782.000
0 708.000
782.000
708.000
TOTAAL VLOTTENDE ACTIVA
2.907.000
2.904.000
TOTAAL GENERAAL ACTIVA
6.872.000
6.662.000
Balans
Passiva (bedragen in €) voor resultaatbestemming
31-12-2023
Balans
31-12-2022
Vaste passiva Eigen vermogen Algemene Reserve
87.000
87.000
Gerealiseerde resultaat volgend uit het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening
17.000
721.000
Bestemmingsreserve
135.000
270.000 239.000
1.078.000
vaste schulden, met een rentetypische looptijd van één jaar of langer Onderhandse leningen van: Binnenlandse banken en overige financiële instellingen
3.700.000
TOTAAL VASTE PASSIVA
4.100.000 3.700.000
4.100.000
3.939.000
5.178.000
Vlottende passiva Netto-vlottende schulden, met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Banksaldi
-
Overige schulden
307.000
2.933.000
1.177.000 2.933.000
Overlopende passiva
-
1.484.000 -
-
-
TOTAAL VLOTTENDE PASSIVA
2.933.000
1.484.000
TOTAAL GENERAAL PASSIVA
6.872.000
6.662.000
30
7.3. Toelichting op de balans Vaste Activa IMMATERIËLE VASTE ACTIVA (bedragen in €)
Boekwaarde Investeringen Desinvesteringen Afschrijvingen 01-01-2023 in 2023 in 2023 t.l.v. 2023
Bijdrage van Boekwaarde derden 31-12-2023
Kosten onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief Migratieproject Totaal
1.175.000 1.175.000
102.000 102.000
0 0
402.000
0
402.000
0
875.000 875.000
De investeringen hebben betrekking op het project digitale werkruimte. MATERIËLE VASTE ACTIVA (bedragen in Boekwaarde €) 01-01-2023
Investeringen in 2023
Desinvesteringen in 2023
Afschrijvingen t.l.v. 2023
Boekwaarde 31-12-2023
INVESTERINGEN MET ECONOMISCHE NUT Software
424.000
57.000
-
117.000
364.000
Hardware
1.903.000
837.000
-
599.000
2.141.000
Inventaris
86.000 2.413.000
894.000
0
42.000 758.000
44.000 2.549.000
Totaal
De belangrijkste investeringen in het boekjaar worden hieronder toegelicht. Bedrag € 1000 819.000 Netwerkinfra Software 57.000
Financiële vaste Activa Financiële Vaste Activa (bedragen in € )
Uitzettingen langer dan 1 jaar
Totaal Financiële Vaste Activa
31-12-2023
31-12-2022
541.000
170.000
541.000
170.000
De financiële vaste activa hebben betrekking op langlopende onderhoudscontracten voor Hard- en software. Het kortlopende deel bedraagt € 174.000 en heeft derhalve betrekking op 2024.
31
Vlottende Activa VORDERINGEN OPENBARE LICHAMEN (bedragen in € ) Debiteuren deelnemers TOTAAL VORDERINGEN
31-12-2023 2.056.000
31-12-2022 2.196.000
2.056.000
2.196.000
De vorderingen zijn alle inbaar. Wij hebben geen dubieuze vorderingen per 31 december 2023. Liquide middelen (bedragen in € ) 31-12-2023 31-12-2022 69.000 0 Banksaldi 69.000
0
31-12-2023 782.000
31-12-2022 708.000
782.000
708.000
TOTAAL VORDERINGEN OVERLOPENDE ACTIVA (bedragen in € ) vooruitbetaalde bedragen TOTAAL OVERLOPENDE ACTIVA
De vooruitbetaalde kosten betreffen voornamelijk onderhoudscontracten. Het vooruitbetaalde bedrag wordt hier verantwoord. De vooruitbetalingen voor meerdere jaren worden onder de financiële vaste activa verantwoord.
32
Vaste Passiva EIGEN VERMOGEN (bedragen in € )
31-12-2023
31-12-2023
87.000
87.000
87.000
87.000
17.000
721.000
135.000
270.000
239.000
1.078.000
ALGEMENE RESERVE Vrije Reserve SUBTOTAAL VRIJE RESERVE Nog te bestemmen resultaat lopend jaar Bestemmingsreserve
TOTAAL EIGEN VERMOGEN Algemene Reserve (bedragen in €)
01-01-2023
toegevoegd
onttrokken
31-12-2023
87.000
0
0
87.000
Vrije reserve
De RID mag conform artikel 25 van de gemeenschappelijke regeling een vrije reserve vormen van 10% van de jaarlijkse apparaatskosten. Resultaatverdeling 2022: Bestemming resultaat 2022 (bedragen in €) Teruggeven aan RID-deelnemers
721.000
Totaal resultaat 2022
721.000
Dit heeft de volgende mutatie in de bestemmingsreserve tot gevolg: jaarrekeningBestemmingsreserve resultaat (bedragen in €) 01-01-2023 2022 toegevoegd Bestemmingsreserve eenmalige dekking 2023 structurele last Informatieveiligheid 270.000 0 0 Bestemmingsreserve dekking extra CISO capaciteit 0 0 135.000 270.000 0 135.000 Totaal
onttrokken
31-12-2023
270.000
0
0 270.000
135.000 135.000
Bij het vaststellen van de bestuursrapportage 2023 heeft het AB op 30 november 2023 besloten om 1 bestemmingsreserve te vormen. Namelijk voor de kosten van de tijdelijke vervanging CISO. Vaste Schulden (bedragen in € )
31-12-2023
31-12-2022
3.700.000
4.100.000
3.700.000
4.100.000
Onderhandse leningen binnenlandse banken TOTAAL vaste schulden
33
Vaste Schulden (bedragen in €) Lening BNG bank
Saldo 01-01-2023 Vermeerderingen 4.100.000
Aflossingen
Saldo 31-12-2023
1.400.000
3.700.000
1.000.000
In februari 2019 en september 2019 zijn 2 langlopende leningen aangetrokken: • voor 5 jaar met een rentepercentage van 0,25% • voor 5 jaar met een rentepercentage van -0,15% In januari 2020 en juli 2020 zijn 2 langlopende leningen aangetrokken: • voor 5 jaar met een rentepercentage van -0,03% • voor 5 jaar met een rentepercentage van -0,03% In februari 2021 is een langlopende lening aangetrokken voor 5 jaar, tegen een rentepercentage van -0,10% In juli 2023 is een langlopende lening aangetrokken voor 5 jaar, tegen een rentepercentage van 3,76% De totale rentekosten voor 2023 bedraagt € 17.483.
Vlottende Passiva KORTLOPENDE SCHULDEN (bedragen in €) Bank- en girosaldi
31-12-2023 0
31-12-2022 307.000
Overige schulden
2.933.000
1.177.000
TOTAAL KORTLOPENDE SCHULDEN
2.933.000
1.484.000
Alle kortlopende schulden hebben een rentetypische looptijd korter dan een jaar. Binnen de schulden zitten ook schulden aan mede-overheden: gemeente Soest (€ 82.000) en gemeente Utrechtse Heuvelrug (€ 8.400). Daarnaast is in 2023 onder de overige schulden een kasgeldlening van € 1 miljoen opgenomen.
34
Schatkistbankieren Berekening benutting drempelbedrag schatkistbankieren (bedragen x € 1000) Verslagjaar (1)
Drempelbedrag
2023 250
Kwartaal 1 (2)
Kwartaal 2
Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen
(3a) = (1) > (2) Ruimte onder het drempelbedrag (3b) = (2) > (1) Overschrijding van het drempelbedrag (1) Berekening drempelbedrag
Kwartaal 3
Kwartaal 4
249
305
368
329
1
-
118
-
-
55
79
Verslagjaar (4a) (4b) (4c)
Begrotingstotaal verslagjaar Het deel van het begrotingstotaal dat kleiner of gelijk is aan € 500 miljoen Het deel van het begrotingstotaal dat de € 500 miljoen te boven gaat
9.733 9.733 -
(1) = (4b)*0,0075 + (4c)*0,002 met een Drempelbedrag minimum van €250.000
250
(2) Berekening kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen Kwartaal 1 (5a) (5b) (2) - (5a) / (5b)
Som van de per dag buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen (negatieve bedragen tellen als nihil) Dagen in het kwartaal Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen
Kwartaal 2
Kwartaal 3
Kwartaal 4
22.434
27.796
33.897
30.243
90
91
92
92
249
305
368
329
Gezien het feit dat de RID werkt met een kwartaalbevoorschotting fluctueert de liquide middelenstand gedurende het kwartaal van positief naar negatief.
Niet in de balans opgenomen belangrijke financiële verplichtingen waaraan de RID voor toekomstige jaren is verbonden (Overeenkomsten) De RID heeft de volgende verplichting:
Langlopende contracten Comparex (nieuwe naam Softwareone) mantelpartij voor software. Contract is ingegaan per 6 november 2018. Looptijd 3 jaar met optionele verlenging van 3 jaar. Het betreft een raamovereenkomst Opdrachtwaarde ongeveer € 1.000.000 per jaar Eurofiber betreft Europese aanbesteding van glasvezelverbinding. Ingangsdatum 1 juni 2013 met een looptijd van 5 jaar met de mogelijkheid tot verlenging van 10 keer 1 jaar. Opdrachtwaarde € 70.000 per jaar. Ten behoeve van de Hardware mantel zijn per 1 maart 2019 een 3 tal partijen gecontracteerd. Het betreft een raamovereenkomst voor de looptijd van 2 jaar met een optionele verlenging van 3 keer 1 jaar. Het betreft Central Point (nieuwe naam Dustin), BuyIT direct en SLTN. Visma Raet betreft een Europese aanbesteding voor onze E-hrm oplossing (14 oktober 2019). De looptijd is 5 jaar met de mogelijkheid om 2 keer te verlengen met 2 jaar. De geschatte opdrachtwaarde is € 237.000 per jaar.
35
Bijlagen Verdeling per taakveld (x € 1.000)
Begroting
2023
Taakveld
Baten
lasten
baten
lasten
baten
Programma dienstverlening
0.4 Overhead
1.036
7.774
1.705
8.484
1.539
7.625
Overhead
0.4 Overhead
0
1.282
25
1.249
59
1.263
Algemene dekkingsmiddelen
0.4 Overhead
7.885
0
7.885
0
7.801
0
8.921
9.056
9.615
9.733
9.399
8.888
Totaal
36
2022 laten
Rechtmatigheidsverantwoording Verantwoordelijkheid Dagelijks Bestuur In deze rechtmatigheidsverantwoording geeft het Dagelijks Bestuur aan in hoeverre de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties, rechtmatig tot stand zijn gekomen. Dit houdt in dat deze in overeenstemming zijn met de door het Algemeen Bestuur vastgestelde kaders zoals de begroting en de verordeningen en met bepalingen in relevante wet- en regelgeving. Deze verantwoording betreft de rechtmatige uitvoering van de taken en omvat het begrotings-, voorwaarden-, en misbruik en oneigenlijk gebruik criterium bij de desbetreffende financiële beheershandelingen en transacties. Bij de waarderingsgrondslagen in de jaarrekening is het op 11 december 2023 vastgestelde normenkader van de relevante wet- en regelgeving verder toegelicht. Deze verantwoording hanteert een grensbedrag omdat alleen de van belang zijnde aspecten in de verantwoording hoeven te worden betrokken. De grens is door het Algemeen Bestuur bepaald op 1% van de lasten inclusief mutaties in de reserves en is daarmee vastgesteld op € 98.680
Conclusie Het Dagelijks Bestuur is van mening dat de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties niet rechtmatig tot stand zijn gekomen binnen de daarvoor gestelde grens. De geconstateerde afwijkingen betreffen: • Voor een bedrag van € 236.000 zijn lasten opgenomen die samenhangen met de inkoop van diensten. Deze lasten zijn niet rechtmatig tot stand gekomen in overeenstemming met de geldende Europese Aanbestedingsregels. De opdrachtwaarde van deze diensten, leveringen en werken komt boven de Europese drempelbedragen uit, echter heeft voor de betreffende inkopen geen Europese aanbesteding plaatsgevonden. In de paragraaf bedrijfsvoering heeft het Dagelijks Bestuur beschreven welke actie zij onderneemt om de afwijkingen in de toekomst te voorkomen.
37
Controleverklaring van de onafhankelijke accountant
38
39
40
41
42
Vaststellingsbesluit Aldus vastgesteld in de vergadering van het Algemeen Bestuur d.d. 4 juli 2024 Voorzitter,
Secretaris,
43