De langste adem hebben (en houden) - Aanpak Luchtkwaliteit (def versie) 27-06-2023
Tekst van het document
De langste adem hebben (en houden).
Aanpak luchtkwaliteit Gemeente Wijk bij Duurstede juni 2023
De langste adem hebben (en houden)
Inhoudsopgave
Inleiding................................................................................................................................................... 3 1.
2.
3.
Analyse ............................................................................................................................................ 4 1.1.
Gezond leven ........................................................................................................................... 4
1.2.
Stoffen in de lucht ................................................................................................................... 6
1.3.
Omvang en bronnen van de luchtverontreiniging .................................................................. 9
1.4.
Stoffen op de grond en in het water – afbakening thematiek .............................................. 13
Kaders en ambities ....................................................................................................................... 15 2.1.
Grenswaarden en richtlijnen ................................................................................................. 15
2.2.
Huidig beleid.......................................................................................................................... 15
2.3.
Ambitie Wijk bij Duurstede ................................................................................................... 20
Wat kunnen we doen?.................................................................................................................. 21 3.1.
Rollen ..................................................................................................................................... 21
3.2.
Wijkse maatregelen ............................................................................................................... 21
Bijlage A – Woordenlijst ....................................................................................................................... 25 Stoffen en verbindingen .................................................................................................................... 25 Afkortingen ........................................................................................................................................ 25 Bijlage B - Bronnen ............................................................................................................................... 26 Documenten ...................................................................................................................................... 26 Afbeeldingen / foto’s......................................................................................................................... 27 Tabellen ............................................................................................................................................. 28 Websites ............................................................................................................................................ 28 Bijlage C – Emissie- en immissiewaarden ............................................................................................
31 I – Emissie in Nederland .................................................................................................................... 31 II – Emissie in Wijk bij Duurstede ...................................................................................................... 37 III – Immissie in Nederland ................................................................................................................ 40 IV – Immissie in Wijk bij Duurstede ................................................................................................... 41 Bijlage D – Grenswaarden en WHO richtlijnen .................................................................................... 42 I – EU Grenswaarden ......................................................................................................................... 42 II – WHO richtlijnen ........................................................................................................................... 43
|
2
De langste adem hebben (en houden)
Inleiding Een goede gezondheid is voor velen het grootste goed dat je kunt bezitten. Letten op je voeding, je beweging en voldoende rust pakken; het zijn belangrijke ingrediënten voor een gezond leven. We hebben allemaal zuurstof nodig dus een basisvoorwaarde om gezond te leven, is schone lucht. De kwaliteit van de lucht die we dagelijks in Wijk bij Duurstede inademen, wordt beïnvloed door ons gedrag: met de auto naar het werk, een scooter die een pizza bezorgt, bevoorrading van winkels, bezorging van pakketjes. En soms piekt de hoeveelheid luchtvervuiling, bijvoorbeeld bij het afsteken van vuurwerk of op koude dagen als er hout in kachels wordt verbrand. Op macroniveau zal het opsteken van een sigaret geen invloed hebben op de luchtkwaliteit. In de directe, nabije omgeving heeft het echter een aantoonbaar nadelig effect op de longen van de roker en mee-roker. Onze manier van leven draagt dus bij aan de kwaliteit van onze lucht en daarmee aan onze eigen gezondheid. Het hebben van (WHO) richtlijnen of wettelijke EU-normen voor de uitstoot van stikstofdioxide en fijnstof is nuttig: het is de thermometer die aangeeft wat de norm van uitstoot is en waar we staan. Het doel is echter niet het halen van een cijfer (de norm), maar het realiseren van schone lucht en daarmee het halen van gezondheidswinst.
Een tweede doel is de terugdringing van uitstoot van broeikasgassen die zorgen dat de atmosfeer warmer wordt – met alle gevolgen van dien. Op veel verschillende beleidsterreinen speelt luchtkwaliteit en de verbetering daarvan een rol: binnen verkeer, de energietransitie, evenementen, zorg en de inkoop. Dat wat we deden en goed werkt, blijven we doen. Daarnaast wordt ook een aantal nieuwe maatregelen voorgesteld om onze ambities (eerder) te halen. Dit doen we met een aanpak die integraal over verschillende disciplines loopt, waarbij de som der delen leidt tot een beter resultaat. Als gemeente faciliteren we initiatiefnemers, geven we zelf het goede voorbeeld, pakken we soms zelf zaken op en werken we samen met het Rijk, de provincie, andere gemeenten en organisaties. Dit alles om een schone en gezonde leefomgeving te krijgen en te houden, niet alleen voor nu maar ook voor onze kinderen en de generaties die daarna komen. Wijk bij Duurstede, juni 2023
Hans Buijtelaar, wethouder Luchtkwaliteit
|
3
De langste adem hebben (en houden)
1.
Analyse
1.1. Gezond leven Iedere vier seconden haalt de mens adem: meer dan 21.000 keer per dag. Longen zorgen voor opname van zuurstof uit de lucht en zorgen ervoor dat afvalstoffen (koolstofdioxide of CO2) van het lichaam weer uitgeademd worden. Dit proces heet gaswisseling en vindt plaats in de longblaasjes, diep in de longen. Voor de longen is het van belang dat er schone lucht wordt ingeademd. Vervuilde lucht kan leiden tot een longziekte waarbij de kwaliteit van de longen en de hoeveelheid lucht die ingeademd kan worden (de vitale capaciteit) beperkt wordt1. Luchtvervuiling is een onzichtbaar probleem. In de lucht zitten veel verschillende stoffen, waarvan een deel slecht is voor de gezondheid en het milieu. In Nederland is het effect van luchtverontreiniging qua ziektelast ongeveer vergelijkbaar met het effect van overgewicht (5%) en groter dan het effect van overmatig alcoholgebruik (3%) of het eten van te weinig fruit of groente (2%). In Nederland, Europa en wereldwijd staat buitenluchtverontreiniging op de negende plaats als oorzaak van levensduurverkorting en ziektelast2. Door de ongezonde lucht in de longen kunnen mensen hoesten, benauwd worden en pijn op de borst krijgen. Ook veroorzaakt luchtverontreiniging astma, COPD en longkanker.
Een langjarige blootstelling aan fijnstof en stikstofdioxide (NO2) zorgt bij de mens voor een gemiddelde levensduurverkorting van 13 maanden 3 en elk jaar overlijden in ons land 12.000 mensen vroegtijdig door ongezonde lucht 4. De uitstoot van broeikasgassen heeft effect in het vasthouden van zonnewarmte in de atmosfeer waardoor deze opwarmt, met alle gevolgen van dien. Kijkend naar de gevolgen voor gezondheid en klimaat is het zinnig om maatregelen te nemen om de luchtkwaliteit te verbeteren en daarmee bij te dragen aan een langere, betere gezondheid en het tegengaan van verdere opwarming van de aarde. Maatregelen dus voor de huidige en de toekomstige generatie(s). Oorzaken van luchtverontreiniging De luchtkwaliteit wordt bepaald door een groot aantal bronnen. Naast de lokale invloed van bijvoorbeeld plaatselijk wegverkeer is er de invloed van regionale, landelijke en internationale bronnen. De oorzaken van luchtverontreiniging zijn dus gemeentegrens-overschrijdend. De verontreiniging van de buitenlucht ontstaat door: • Verkeer (auto- en vrachtverkeer, lucht- en scheepvaart); • Mobiele werktuigen (kranen, heftrucks, etc.); • Industrie; • (pluim)veehouderijen; • Verbranding van hout en houtige biomassa.
Naast de macro-effecten van de (buiten)luchtverontreiniging, is op kleine(re) schaal (microniveau) in en rond het huis ook sprake van een negatieve beïnvloeding van de luchtkwaliteit en/of de gezondheid van de luchtwegen: • Barbecue en tuinkachels; • Open haard; • Geurkaarsen; • Slechte afzuiging bij koken (bijv. wokken, plaatgrillen); • Roken (incl. e-roken of vapen).
1 2 3 4
Longfonds, Alles over longen Maas R, et al, Luchtkwaliteit en gezondheidswinst RIVM, gezondheidseffecten luchtverontreiniging Longfonds, Wat wij doen
|
4
De langste adem hebben (en houden) Veel mensen zijn in de veronderstelling dat luchtvervuiling alleen buiten een probleem is. Dit is een misverstand: de concentraties vervuilende stoffen zijn binnen vaak hoger dan de concentraties buiten en kunnen de gezondheid beïnvloeden. Het binnenmilieu is de afgelopen decennia verslechterd, als gevolg van energiezuinige bouwconstructies en minder ventilatie, in combinatie met stoken en roken. Daarnaast ontstaan binnen grote concentraties van poly-aromatische koolwaterstoffen (PAKs) door het verbranden van olie op hoge temperatuur (wokken, frituren, grillen). Ten slotte wordt het binnenmilieu ook aangetast door vluchtige organische stoffen (VOS) die voorkomen in huishoudelijke producten zoals verf en schoonmaakmiddelen, luchtverfrissers en geurkaarsen5. Omdat mensen gemiddeld 85% van de tijd binnen zijn, waarvan 70% van de tijd in hun eigen woning 6, is de luchtkwaliteit binnenshuis ook een punt van aandacht.
Afb. 1: Aandeel Fijnstof PM2,5 in totale uitstoot in NL (2020): houtkachels versus energiecentrales – Houtkachels: factor 46 vervuilender.
Van emissie naar immissie en depositie Emissie is de uitstoot bij de bron van (schadelijke) stoffen in de atmosfeer, bijvoorbeeld de uitstoot van een fabriekspijp, auto-uitlaat, vuurplaats, etc. Deze stoffen of deeltjes verplaatsen zich via luchtstromen. Bij de verspreiding door de lucht treedt verdunning op, dit proces heet dispersie. De verspreiding is afhankelijk van luchtstromingen. In een smalle straat met grote bomen blijft de lucht onder de boomkronen hangen, en alle verontreiniging die hier wordt uitgestoten dus ook. In een brede straat waar de wind vrij spel heeft, treedt meer verdunning op en zullen bij een gelijke uitstoot lagere concentraties voorkomen. Eenmaal in de lucht, reageert de uitstoot met de altijd aanwezige zuurstof, stikstof, water(stof), of andere luchtverontreinigende stoffen (transmissie), al dan niet onder invloed van zonlicht (de fotochemische reacties). Na verloop van tijd komen die stoffen op de zogenoemde leefhoogte terecht, deze ligt op anderhalve meter hoog vanaf de grond gemeten. Het is belangrijk dat de lucht op die hoogte zo schoon mogelijk is omdat veel mensen en dieren deze lucht inademen. De stoffen uit de lucht die op de leefhoogte gemeten worden (soort en concentratie) vormen de belasting op de woon- en leefomgeving: de imissie. Immissies zijn het gevolg van emissieniveaus, de locatie van de emissies en de transmissie c.q.
verspreidingscondities.
5 6
Longfonds RIVM, Inspiratie voor een gezond binnenmilieu
|
5
De langste adem hebben (en houden) De verhouding tussen de imissie en de emissie wordt ook wel emissiepatroon genoemd. In het verkeer zorgen bewegelijke uitstootbronnen voor veel emissie die dicht bij de grond plaatsheeft. Dit maakt dat het emissiepatroon groot is. Hetzelfde geldt voor huizenverwarming aangezien de schoorstenen van woningen verhoudingsgewijs laag zijn. Hierdoor komt de schadelijke emissie relatief snel op imissie-hoogte. Bij grote industriële bedrijven wordt de uitstoot vaak via lange schoorstenen in de lucht gebracht. Hierdoor komt de luchtverontreiniging minder snel op imissie-niveau. De verhouding tussen emissie en imissie is hierdoor kleiner dan bij huisverwarmingen het geval is. Dit houdt echter niet in dat de luchtverontreiniging door industriële bedrijven lager is dan de verontreiniging van huizen. De CO2 uitstoot van industriële bedrijven is in de praktijk meestal juist vele malen groter dan de uitstoot van woningen. Dit komt omdat bedrijven veel meer kubieke meters uitstoten dan woningen7. Droge en natte depositie Verschillende deeltjes kunnen bovendien als het ware aan elkaar plakken. Zo ontstaan na langere verblijftijd in de lucht steeds grotere en zwaardere deeltjes. Deze zware deeltjes blijven niet altijd hangen in de lucht maar kunnen onder invloed van de zwaartekracht uitzakken en neerslaan op de grond, dit noemt men droge depositie.
Ook kunnen deeltjes naar de grond worden meegevoerd met regendruppels. Regen ‘wast’ de lucht als het ware schoon, dit wordt natte depositie genoemd8.
.
Afb. 2: Emissie, transmissie & immissie, droge en natte depositie
1.2. Stoffen in de lucht Luchtverontreinigende stoffen worden grofweg onderverdeeld in deeltjesvormige en gasvormige stoffen.
1.2.1.
Deeltjesvormige stoffen
Fijnstof Fijnstof is een verzamelnaam voor uiteenlopende deeltjes die door de lucht zweven. Hierbij wordt onderscheid gemaakt op omvang van de stofdeeltjes. Die omvang wordt gemeten in micrometer (ook wel: micron of µm). Hierbij staat 1 µm gelijk aan 10-6 meter of een miljoenste deel van een meter. Deeltjes met een omvang tot 10
7 8
Informatiepunt Leefomgeving, Lucht: verschil emissie en immissie RIVM, Luchtverontreinigende stoffen reacties en atmosferische processen
|
6
De langste adem hebben (en houden) micrometer (PM10)9 en stofdeeltjes tot 2,5 micrometer (PM2,5). PM10 en PM2,5 bestaan uit een zogeheten primaire en een secundaire fractie. De primaire fractie is het deel dat de mens of de natuur direct in de lucht brengt, de rechtstreekse uitstoot in de atmosfeer. Fijnstof komt van nature in de lucht voor, bijvoorbeeld zeezout, fijne zanddeeltjes en opwaaiend bodemstof zijn natuurlijke fijnstof. Maar bijna 75- 80% van de hoeveelheid fijnstof in de lucht wordt veroorzaakt door menselijk handelen10. Zo komt er fijnstof vrij bij mechanische processen (bijvoorbeeld slijtage van banden en remmen) en industriële– en verbrandingsprocessen (bijvoorbeeld houtstook). De secundaire fractie ontstaat in de atmosfeer door chemische reacties van gassen. Hierin spelen vooral ammoniak (NH 3), stikstofoxiden (NOx), zwaveldioxide (SO2) en vluchtige organische stoffen (VOS) een belangrijke rol. De PM 10- en PM2,5-concentraties hangen onderling sterk samen. De fractie PM2,5 maakt tenslotte onderdeel uit van het PM10. Daarnaast bestaat PM10 uit deeltjes met een diameter vanaf 2,5 tot 10 μm 11. De deeltjes in de grootteklasse 2,5 tot 10 µm, het grovere deel van het fijn stof, worden ook wel aangeduid door de term PMcoarse. Deze deeltjes komen bij inademing terecht in de bovenste luchtwegen.
Afb. 3: Grootte van fijnstofdeeltjes
Afb. 4: De kleinste deeltjes dringen het diepst door in het lichaam
Ultra fijnstof Naast bovenstaand fijnstof bestaat ook het zogenoemde ultra fijnstof: deeltjes met een diameter tot 0,1 micrometer (PM0,1). Dit ultra fijnstof PM0,1 is onderdeel van PM2,5 en beiden zijn onderdeel van PM10. Fijnstof in de lucht kan ziektes veroorzaken van de luchtwegen, longen, hart en bloedvaten. Hoe fijner de stofdeeltjes, hoe dieper deze in de longen kunnen binnendringen en hoe schadelijker voor de gezondheid 12. Ultrafijnstof komt zelfs in de bloedbaan terecht en kan voor hart- en vaatziekten zorgen. Kinderen, ouderen en mensen met chronische luchtwegaandoeningen zijn extra gevoelig voor fijnstof. Deze mensen ondervinden extra klachten op de dagen dat de concentratie luchtvervuiling hoger dan gemiddeld is. Roet Naast stikstofdioxide en fijnstof, wordt ook roet onderscheiden. Roet (EC) 13 is een onderdeel van PM2,5 en met de term wordt een combinatie van koolstof en koolstofverbindingen bedoeld. Roetdeeltjes zijn restproducten van (onvolledige) verbranding van koolstof houdende brandstoffen (gas, kolen, benzine of dieselolie) en organisch materiaal (hout, biomassa). Aan roet zitten allerlei andere stoffen vast die erg schadelijk zijn voor de gezondheid, zoals zware metalen en kankerverwekkende stoffen·.
Op dit moment zijn er nog geen goede systemen op de concentraties roet te meten, wel wordt sinds 2015 de concentratie roet meegenomen in de rekenmodellen van het RIVM. Veel gehoorde synoniemen voor roet zijn zwarte koolstof (black carbon of BC), zwarte rook (black smoke) en elementair koolstof (EC). De nuance tussen deze begrippen zit vooral in de meetmethode.
9 10 11 12 13
De Engelse term is Particulate Matter (PM) Atlas leefomgeving, Fijnstof InfoMil, Fijnstof Atlas leefomgeving, Fijnstof EC = Elemental Carbon (Elementair Koolstof)
|
7
De langste adem hebben (en houden) 1.2.2. Gasvormige stoffen Stikstof Stikstof (N) is een scheikundig element. Losse atomen van dit element zijn zeer reactief en verbinden zich, paarsgewijs, direct tot stikstofgas (N2). Stikstofgas is overal om ons heen. De lucht die we inademen bestaat voor 78% bestaat uit stikstofgas dat van zichzelf niet schadelijk is voor mens en milieu. Waar in de volksmond over het stikstofprobleem wordt gesproken, gaat het niet om stikstof (N) of stikstofgas (N2) maar feitelijk over de chemische verbindingen van stikstof/-gas die in sommige gevallen wel schadelijk zijn. In de lucht zijn dat vooral stikstofoxiden (NO en NO2) en ammoniak (NH3).
Stikstofoxiden: stikstofmonoxide en stikstofdioxide De som van stikstofmonoxide (NO) en stikstofdioxide (NO2) wordt stikstofoxiden (NOx) genoemd. Stikstofmonoxide (NO) is een gas dat ontstaat bij allerlei verbrandingsprocessen. Bij hoge temperaturen ontstaan chemische reacties, bijvoorbeeld tussen stikstof (N2) en zuurstof (O2) uit de lucht. In de lucht wordt het uitgestoten stikstofmonoxide (NO) vrij snel omgezet tot stikstofdioxide (NO2), de verbinding van stikstof met zuurstof (O2). Stikstofdioxide ontstaat bij verbranding, vooral bij hoge temperaturen (zoals bij de motor van een auto en bij mobiele werktuigen). NO2-emissies zijn voornamelijk afkomstig van de verbranding van fossiele brandstoffen (diesel, benzine, gas, en olie). Langdurige blootstelling aan te hoge niveaus van NO 2 hangt samen met een verminderde longfunctie, toename van luchtwegklachten en astma-aanvallen, en een verhoogde gevoeligheid voor infecties. Stikstofdioxide wordt vaak gebruikt als indicator voor luchtvervuiling door verkeer, omdat NO 2 makkelijker te meten is dan andere uitlaatgassen. Ammoniak Ammoniak (NH3) is een kleurloos gas dat sterk ruikt. Het is een verbinding van stikstof (N 2) en waterstof (H2). Ammoniak wordt in grote hoeveelheden overal ter wereld geproduceerd. Het wordt onder andere gebruikt voor het maken van kunstmest, schoonmaakmiddelen en koelmiddel voor grote koelinstallaties.
Het is ook aanwezig in mest. Het ontstaat wanneer een dier eiwitten heeft gegeten. De neerslag (depositie) van ammoniak is onderdeel van de stikstofproblematiek (zie paragraaf 1.4 Stoffen op de grond en in het water – afbakening thematiek) en valt daarmee buiten het bestek van de schone lucht aanpak. Ozon Ozon (O3) is een gas dat niet direct wordt uitgestoten, maar dat onder invloed van energie in het zonlicht wordt gevormd uit andere luchtverontreiniging (stikstofoxiden en/of vluchtige organische stoffen). Ozon op leefniveau heeft een negatief effect op de gezondheid terwijl ozon op 30 kilometer hoogte (de ozonlaag) de mens juist beschermt tegen de harde UV stralen van de zon. Koolmonoxide Koolmonoxide (CO) is een geurloos en kleurloos gas dat vrijkomt bij onvolledige verbranding van onder andere benzine of diesel in een motorvoertuig. Koolmonoxide is een dodelijk gas in slecht geventileerde ruimten, in de buitenlucht is het een indicator van verbrandingsemissies en zijn de concentraties normaal gesproken (dat wil zeggen, indien men niet langdurig aan veel verkeer wordt blootgesteld) zo laag dat ze niet schadelijk zijn voor de gezondheid. Zwaveldioxide Zwaveldioxide (SO2) komt vrij bij de verbranding van zwavelhoudende brandstoffen (olie en kolen). Zwavelverbindingen zijn erg schadelijk voor de gezondheid en kunnen in het milieu leiden tot verzuring.
De concentraties in de lucht in Nederland zijn tegenwoordig erg laag omdat zwavelhoudende brandstoffen voor het wegverkeer niet meer toegelaten zijn, de zwavelgehaltes van specifieke brandstoffen (zoals stookolie) beperkt zijn en door emissiebeperkende maatregelen in de industrie in binnen- en buitenland. Gezien de lage concentraties speelt SO2 in Nederland momenteel geen rol van betekenis meer bij het veroorzaken van verkeersgerelateerde gezondheidseffecten.
|
8
De langste adem hebben (en houden) VOS Vluchtige Organische Stoffen (VOS) komen vrij bij verdamping van organische stoffen en bij onvolledige verbranding. VOS zijn koolwaterstoffen, waarvan sommige niet of nauwelijks schadelijk en andere bijzonder schadelijk kunnen zijn, bijvoorbeeld benzeen (C6H6) is een kankerverwekkende VOS. Vluchtige organische stoffen kunnen onder invloed van zonlicht reageren en zo bijdragen aan de vorming van ozon (O3). Smog Smog treedt op als er verhoogde concentraties verontreinigende stoffen in de lucht zijn. Fijnstof is één van de vier indicatoren voor smog. De andere drie zijn: ozon (O 3), stikstofdioxide (NO2) en zwaveldioxide (SO2). Smog kan gezondheidsklachten zoals luchtwegklachten of irritatie aan ogen, neus en keel veroorzaken bij mensen die hiervoor gevoelig zijn. Bij zeer hoge concentraties kan iedereen klachten krijgen.
1.3. Omvang en bronnen van de luchtverontreiniging14 1.3.1. Uitstoot Fijnstof In 2021 werd er in Nederland iets minder dan 30 miljoen kilo fijnstof direct als stofdeeltje uitgestoten. Belangrijkste uitstootbronnen zijn verkeer, industrie landbouw en consumenten. Als gekeken wordt naar de uitstoot binnen verkeer, komt 37% voor rekening van bussen en touringcars, 23% komt via de scheepvaart en 19% is afkomstig van het vrachtverkeer. Personenauto’s dragen voor 12% van de emissie bij: waarvan 40% via de uitlaat (tailpipe) en 60% via slijtage van wegdek, remmen en banden (de non-tailpipe emissie). Door de steeds strengere Europese emissie-eisen die aan nieuwe voertuigen worden gesteld, zijn de emissies per voertuigkilometer in 2021 aanzienlijk lager dan in 2004. De gemiddelde emissie per kilometer van PM 10 fijnstof is met 61% gedaald ten opzichte van 2004. Ook de uitstoot van stikstofoxiden (NOx) is stevig gedaald (met 59%)15. De relatief grote non-tailpipe bijdrage van het autoverkeer is een relevante factor bij de introductie van elektrische auto’s, die vanwege hun niet geringe gewicht zelfs een hogere emissie van non-tailpipe fijnstof zal geven16. Daar waar veelal gedacht wordt dat auto’s en vrachtwagens de grootste luchtvervuiling veroorzaken, laat een studie naar luchtvervuiling in grote steden zien dat tweetaktscooters de grootste uitstoot veroorzaken.
De emissie van deze tweetaktscooters is gemiddeld 20x vuiler dan die van een bestelbus17. Scooters met een tweetaktmotor veroorzaken door het gebruik van mengsmering en de mindere spoeling een hogere luchtvervuiling dan de exemplaren met een viertaktmotor. Ook qua geluid en brandstofgebruik scoort de tweetaktmotor slechter. Als fietsers op korte afstand worden blootgesteld aan dit extra geluid en uitstoot is dit hinderlijk en ongezond. Bij de consumenten is het stoken van haarden, kachels en barbecues veruit de grootste emissiebron, op afstand gevolgd door het roken van sigaretten en sigaren en het afsteken van vuurwerk (zie ook bijlage C voor verdere specificatie). Emissie
1990
1995
2000
2005
2010
2015
2020
2021
83,5 60,2 720,4 344,5 243,0 608,3
66,1 48,6 620,1 218,2 182,9 429,7
55,5 40,1 556,0 173,5 139,9 339,1
48,6 34,5 508,4 154,1 129,5 274,9
41,2 27,4 419,6 133,9 70,1 279,0
35,2 21,3 370,9 128,8 42,5 258,0
30,0 17,4 316,2 123,4 23,0 276,5
28,7 16,7 308,4 122,1 24,2 283,8
in kton Fijnstof - PM10 Fijnstof - PM2,5 Stikstofoxiden – NOx Ammoniak – NH3 Zwaveldioxide – SO2 Niet-methaan-VOS – (NM-VOS)
Tabel A: Emissie deeltjes- en gasvormige stoffen in kiloton (kton)
14 15 16 17
RIVM, Bronnen per component van luchtverontreiniging Compendium voor de Leefomgeving, Emissie per voertuigkilometer voor wegverkeer, 2004-2021 (mrt 2023) Timmers en Achten, Non-exhaust PM emissions from electric vehicles Stephan M. Platt, Two-stroke scooters are a dominant source of air pollution in many cities, p. 1
|
9
De langste adem hebben (en houden) Stikstofoxiden, ammoniak, zwaveldioxide en VOS De NOx-emissies zijn in de periode vanaf 1990 substantieel gedaald. Dit is bewerkstelligd door het stellen van emissie-eisen aan personenauto's en vrachtverkeer (Euro-normen) en maatregelen in de industrie, raffinaderijen en energiesector. Van de emissie van NOx in Nederland, levert verkeer en vervoer (inclusief binnenvaart, luchtvaart, etc.) de grootste bijdrage, op afstand gevolgd door Industrie. Relatief beperkte bijdragen in uitstoot worden geleverd door huishoudens, handel en diensten en landbouw. Deze verhouding kunnen op regionaal / lokaal niveau anders liggen. De berekende emissies van ammoniak (afkomstig van met name de land- en tuinbouw) zijn in de periode vanaf 1990 met 3/4 afgenomen, met name vanwege innovaties. De concentraties van zwaveldioxide zijn gemiddeld in Nederland erg laag. De grootste emissiebronnen zijn de zeevaart (30%), raffinage (25%) en elektriciteitsopwekking (19%). Het aandeel van verkeer en vervoer bedraagt minder dan 2%18. Van de Vluchtige Organische Stoffen (VOS) is benzeen een stof waar in verband met de luchtkwaliteit en gezondheid met aandacht naar gekeken wordt. Benzeen (C6H6) is bestanddeel van benzine en kankerverwekkend. Het verkeer en vervoer is met bijdrage van grofweg de helft de belangrijkste bron van de Nederlandse benzeenemissies.
Hiervan is ongeveer 80% afkomstig van het wegverkeer. Anderen bronnen in Nederland zijn de verbranding in houtkachels en open haarden, die ongeveer 20% van de totale Nederlandse benzeenemissie veroorzaakt, op- en overslag en de chemische industrie in het Rijnmondgebied. Benzeen heeft een levensduur van enkele dagen in de atmosfeer. Hierdoor is ruim de helft van het in de Nederlandse lucht aanwezige benzeen afkomstig van buitenlandse bronnen.
1.3.2. Concentratie Nederland Zoals in paragraaf 1.1 is aangegeven, vormt de concentratie van stof de belasting op de woon- en leefomgeving. Dit is de immissie. Deze wordt bepaald via filters die de samenstelling en hoeveelheid van stoffen in de buitenlucht meten. Concentraties in NL
2010
2011
2015
2020
2021
23,5 15,5 18,4 1,4 n.b.
24,2 14,6 17,4 1,4 0,83
17,5 10,2 14,7 0,9 0,58
14,7 7,7 11,1 0,4 0,34
14,80 8,00 10,60 0,42 0,22
in µg/m3 PM10 PM2,5 Stikstofdioxide (NO2) Zwaveldioxide (SO2) Roet (EC)
Tabel B: Opbouw van de concentratie (µg/m3) van deeltjes- en gasvormige stoffen – periode 2010 - 2021
Fijnstof De concentratie fijnstof (PM10) is gedurende de laatste jaren flink gedaald van 23,5 µg/m3 in 2010 naar 14,80 µg/m3 in 2021. Een derde deel hiervan wordt aangevoerd uit het buitenland. Vanuit Nederland wordt er ook fijnstof naar het buitenland uitgestoten, waarmee ons land op dit gebied een netto exporteur is. Naast het aandeel buitenland, is een derde deel van het fijnstof afkomstig van zeezout, bodemstof en overig. Onder de verdere bronnen zijn Landbouw (6%), Wegverkeer (5%) en zeescheepvaart (4%) de belangrijkste. De concentratie PM2,5 is in de periode 2010-2021 gehalveerd. Concentratie stikstofoxiden, ammoniak, zwaveldioxide en VOS Gemiddeld voor heel Nederland was er in 2021 sprake van een concentratie van stikstofdioxide van 10,6 µg/m 3 (die lag in 2010 op 18,4 µg/m3). De belangrijkste bronnen hierbij zijn buitenland (37%), wegverkeer (27%), overig verkeer (14%) en internationale scheepvaart (9%). De jaargemiddelden concentraties ammoniak (NH3) in de lucht liggen gemiddeld rond de 4 µg/m3. In de nabijheid van bronnen, zoals rond Barneveld/Ede in het Peel- en Maasgebied, ligt de concentratie het hoogst19 en piekt plaatselijk tot boven de 30 µg/m3. De concentratie zwaveldioxide is gedurende de jaren gestaag gedaald tot 0,42 µg/m3. De hoogste concentraties VOS worden gevonden in 18 19
Emissieregistratie.nl RIVM, Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten Nederland (GCN en GDN)
|
10
De langste adem hebben (en houden) stedelijke gebieden met hoge industriële activiteit, zoals bij de op- en overslag van benzine en rond snelwegen. Hier gaat het met name om benzeen. De jaargemiddelde benzeenconcentraties liggen in Nederland - met waarden tussen de 0,3 µg/m3 (in Noord Nederland) en 1,1 µg/m3 (in de grote steden) - al jaren onder de Europese grenswaarde van 5 µg/m³, al kunnen lokaal hogere concentraties voorkomen vanwege bedrijfsactiviteiten. Deze daling is te danken aan verlaging van het benzeengehalte in brandstoffen en technische verbeteringen aan de motoren van (personen)auto’s waaronder het toepassen van katalysatoren.
Wijk bij Duurstede Concentraties Met behulp van het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit is de concentratie van aanwezige stoffen in Wijk bij Duurstede op te vragen. Deze worden vastgelegd via zogenoemde receptoren voor het wegverkeer.
Afb. 5: Meetpunten concentratie stoffen in de lucht gemeente Wijk bij Duurstede
Indien er op een aantal punten nader ingezoomd wordt, ontstaat een beeld van de concentratie van stoffen op een aantal verkeers-intensieve plekken. Concentraties in WbD 2021 in µg/m3 PM10 PM2,5 Stikstofdioxide (NO2) Roet (EC)
Steenstraat / Zandweg
Rotonde De Geer
Trekweg / Romeinenbaan
16,25 9,53 11,60 0,25
16,43 9,40 14,35 0,28
17,04 10,04 12,17 0,26
Lekdijk Oost
15,93 9,24 12,10 0,25
Rotonde Cothen
16,69 9,59 14,07 0,28
Doornseweg / Langbroekerdijk 16,42 9,32 14,54 0,30
Tabel C: Concentratie van stoffen in Wijk bij Duurstede monitoringsjaar 2021
|
11
De langste adem hebben (en houden) Gevoelige bestemmingen Kinderen, ouderen en mensen met luchtwegaandoeningen (vooral astmapatiënten) en hart- en vaatpatiënten zijn mensen die extra gevoelig zijn voor luchtverontreiniging. Deze zogenoemde categorie van ‘hooggevoelige groepen’ in het dagelijks leven meer last van luchtverontreiniging, worden eerder ziek en moeten als gevolg van luchtverontreiniging meer medicijnen gebruiken. De gezondheidsraad gaf in 2018 aan dat ter bescherming van hoogrisicogroepen bovenop generiek luchtkwaliteitsbeleid extra gezondheidswinst te bereiken is door aanvullend, lokaal specifieke beleidsmaatregelen te nemen. In onderstaande figuur worden de gevoelige bestemmingen in onze gemeente benoemd met blootstelling aan NO2. Deze bestemmingen zijn scholen en dagverblijven voor de jeugd en verpleeg- en verzorgingshuizen. De blootstelling wordt uitgedrukt in een GES-score (Gezondheidseffectscreening). Met de GES-score kan de milieugezondheidskwaliteit van de gevoelige bestemmingen op locatie worden uitgedrukt. Deze varieert van GES score 1 (goed) tot GES score 8 (zeer onvoldoende). Met de GES-score kan de milieugezondheidskwaliteit ten gevolge van diverse stoffen en thema's worden vergeleken.
Afb. 6: Kaart met Gevoelige bestemmingen in de gemeente Wijk bij Duurstede (geen woningen) - bekijk de kaart in de viewer.
|
12
De langste adem hebben (en houden)
1.4. Stoffen op de grond en in het water – afbakening thematiek Vanaf het moment dat deeltjes en stoffen in de lucht uitgestoten worden en daar blijven ‘hangen’, hebben we te maken met het onderwerp van de luchtkwaliteit. Op het moment van neerslaan (depositie) van (een deel van) die deeltjes op de grond of in het water, ontstaat het vraagstuk van de stikstofproblematiek en dat van de kwaliteit van het (oppervlakte- en grond)water. Dit is tevens de afbakening van de thematiek van de luchtkwaliteit (zie ook afb. 2).
1.4.1. Stoffen op de grond: de stikstofproblematiek De depositie van stikstofoxiden en ammoniak zorgt ervoor dat de bodem rijk wordt aan voedingsstoffen. In natuurgebieden zorgt dit ervoor dat planten die het goed doen op voedselarme grond, worden overwoekerd door planten die het goed doen op de extra voedingsstoffen vanuit de depositie. Zeldzame (voedselarme) planten verdwijnen daardoor. Zo verdringen de brandnetels bijvoorbeeld de orchideeën. Dieren die van deze zeldzame planten leven, zullen daardoor ook verdwijnen. De verscheidenheid aan dieren- en plantensoorten, de biodiversiteit, neemt hierdoor af. De verschraling van het landschap (en dus ook van natuurgebieden) is hiervan het gevolg20. De Europese Unie heeft in 1979 de Vogelrichtlijn vastgesteld en in 1992 de Habitatrichtlijn. Deze vogel- en habitatrichtlijnen hebben tot doel bij te dragen tot ‘het waarborgen van de biologische diversiteit door het instandhouden van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna’. Om hiertoe te komen is afgesproken om een ‘coherent Europees ecologisch netwerk’ te vormen van speciale beschermingszones. Dit zijn de zogenoemde Natura-2000 gebieden21.
Vanuit deze kaderstellende EU-richtlijnen is via Nederlandse wetgeving bepaald op welke wijze het doel van de bescherming van de biodiversiteit gehaald kan worden: voor welke Natura-2000 gebieden, met welke meetmethodes, welke hoogte van de neerslagwaarden, etc. In mei 2019 oordeelde de Raad van State dat het Programma Aanpak Stikstof (PAS) van het Rijk niet in lijn is met de Habitatrichtlijn en de natuur onvoldoende beschermt22. Daarmee mag Nederland nu bijna geen extra stikstof meer uitstoten. Al het Nederlandse Natura-2000-gebied is opgedeeld in zeshoeken (hexagonen) met een oppervlakte van 1 hectare. Per hexagoon is bepaald welk type natuur er in zit en hoeveel stikstof erin mag landen. Dit verschilt namelijk per soort: veengebied kan minder stikstof verdragen dan eikenbos. De hoeveelheid stikstof die de natuur aankan, wordt de kritische depositiewaarde (KDW) genoemd. Er zijn in Nederland 162 aangewezen Natura-2000 gebieden met een gezamenlijk oppervlak van 2,2 miljoen ha. Ongeveer 85% is water (zoals het Zeeuwse Deltagebied, de Waddenzee, het IJsselmeer en delen van de Noordzee), de rest is land23. Het merendeel van de landgelegen Natura-2000 gebieden is stikstofgevoelig. Dit betreft 130 gebieden met een oppervlak van 170.454 hectare24. In bijna 70% van de (landgelegen)gebieden vindt momenteel overschrijding van de KDW plaats25.
De KDW wordt bepaald in mol stikstof per hectare, waarbij 1 mol circa 14 gram stikstof is. In de Wet stikstofreductie en natuurverbetering is vastgelegd dat in 2035 tenminste 74% van het stikstofgevoelig Natura 2000-areaal onder de kritische depositiewaarde (KDW) moet zijn gebracht 26. In het coalitieakkoord van 15 december 2021 is door de regeringspartijen gesteld dat deze doelstelling reeds in 2030 moet zijn behaald 27.
20 21 22 23 24 25 26 27
RIVM, Wat is stikstof? (website) Artikel 2 en 3 van de Habitatrichtlijn Zie uitspraak RvS d.d. 29 mei 2019 - link Ministerie van LNV, Natura2000.nl – gebieden BIJ12, Landelijke monitoringsrapportage Natura 2000 en Stikstof 2020 NRC, Van hexagoon tot piekbelaster, zo rekent de overheid aan stikstof, 23 maart 2023 Wet natuurbescherming en de Omgevingswet, artikel 1.12a - link Coalitieakkoord 2021-2025 Omzien naar elkaar, vooruitkijken naar de toekomst, p. 15
|
13
De langste adem hebben (en houden) 1.4.2. Stoffen in het water: de nitraatproblematiek In Europees verband is de Kaderrichtlijn Water opgesteld. Deze is in 2000 van kracht geworden en heeft tot doel de kwaliteit van oppervlakte- en grondwater in Europa te waarborgen. In Nederland gaat het om meer dan zevenhonderd aangewezen ‘waterlichamen’, variërend van een beekje van twee tot een rivier van tweehonderd kilometer. De ecologische toestand wordt beoordeeld op basis van de kwaliteit van het waterleven. Van alle 27 lidstaten staat Nederland op de laatste plaats. Vooral de ecologische toestand voldoet in Nederland niet, is matig of ontoereikend. Slechts 17 procent van het water is ecologisch gezien goed; voor 83 procent van de wateren zijn dringend maatregelen nodig28. De vervuiling heeft verschillende oorzaken. Een groot deel wordt veroorzaakt door de zogenoemde nutriëntenbelasting. Het gaat hierbij om het gebruik van mest in de landbouw, waarin stikstof in de vorm van nitraat (NO 3), ammonium (NH 4 +) of amide (ureum) aanwezig zijn. Voor gewassen is nitraat een belangrijke voedingsstof om te kunnen groeien, door de negatieve lading hecht de stof zich echter niet aan de bodem. Nitraat dat niet door planten wordt opgenomen, wordt door bacteriën in de bodem afgebroken, spoelt uit naar het grondwater eof belandt in het oppervlaktewater.
Het bedreigt de kwaliteit van het drinkwater: teveel nitraat maakt grondwater onbruikbaar als drinkwaterbron en nitraat is niet eenvoudig te verwijderen. Als er teveel voedingsstoffen in het oppervlaktewater komen kan er algenbloei optreden, de natuurwaarde neemt hierdoor af en oppervlaktewaternormen worden overschreden. Ook blauwalgen die de zwemwaterkwaliteit bedreigen zijn een gevolg van te veel voedingstoffen in het water29. Nitraat zelf is niet gevaarlijk voor de gezondheid, maar nitraat kan in het lichaam omgezet worden in nitriet. Nitriet kan schadelijk zijn voor de gezondheid doordat het zuurstofgehalte in bloed verminderd kan worden30. Naast de mest is er ook nutriëntenbelasting door rechtstreekse depositie vanuit de lucht, echter in mindere mate31. Daarnaast is er het gebruik van bestrijdingsmiddelen in land- en tuinbouw. Bij afspoeling van de gewassen en uitspoeling via de bodem leidt dit tot vervuiling in het water van de sloten, kanalen en plassen. Daarnaast komt vies rioolwater door harde regenbuien met regelmaat terecht in het oppervlaktewater. Een laatste belangrijke oorzaak van de vervuiling zijn medicijnresten (190 ton per jaar 32). Hiervan is 90% afkomstig vanuit huishoudens (via toiletgebruik en/of lozing van ongebruikte medicijnen)33.
28 29 30 31 32 33
WUR, Een dikke onvoldoende voor waterkwaliteit, 2 januari 2023 Compendium voor de Leefomgeving, Nitraat in grondwater onder landbouwgrond, 1984-2019 RIVM, Berekening inname nitraat en nitriet combineren om gezondheidsrisico beter te kunnen schatten Schoumans et al, Nutriëntenbelasting van het oppervlaktewater Rijksoverheid, Medicijnresten in water Natuur & Milieu, Oorzaken van watervervuiling
|
14
De langste adem hebben (en houden)
2.
Kaders en ambities
In hoofdstuk 1 is beschreven welke stoffen van invloed zijn op de luchtkwaliteit, wat de bronnen van deze stoffen zijn en wat de omvang is van de luchtverontreiniging. In dit hoofdstuk wordt aangegeven welke normen er voor de verschillende verontreinigende stoffen gelden en wordt de momenteel aanwezige wet- en regelgeving belicht.
2.1. Grenswaarden en richtlijnen Op het gebied van luchtkwaliteit bestaan er verschillende internationale normen en advieswaarden voor luchtverontreinigende stoffen. De luchtkwaliteitsnormen van de Europese Unie (EU) zijn verankerd in de Nederlandse wetgeving. Daarnaast hanteert de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) advieswaarden voor stikstofdioxide en fijnstof, deze zijn strenger dan de EU-normen. Voor ultrafijn stof (PM0,1) en roet (EC) bestaan (nog) geen normeringen of advieswaarden. Wel geeft de WHO aan dat voor roet geen veilige ondergrens bestaat. De WHO heeft in 2005 advieswaarden afgegeven. Nadien zijn veel wetenschappelijke studies uitgevoerd waarin sterke verbanden zijn aangetoond tussen de concentratie NO2, fijnstof PM10 en PM2,5 en gezondheidseffecten. Op grond hiervan heeft de WHO de advieswaarden voor jaargemiddelden (Air Quality Guidelines of AQG) in september 2021 aangescherpt34. Naast de jaargemiddelden, kennen de AQG’s ook 24 uur en 8 uur gemiddelden, bijvoorbeeld voor ozon (O3), zwaveldioxide (SO2) en koolmonoxide (CO). De EU-grenswaarden zijn jaargemiddelden maar kennen ook een uurgemiddelde (voor NO2) en 24-uur gemiddelde (voor PM10)35 – zie ook bijlage D. Hoewel er voor roet geen grenswaarde of richtlijn is geformuleerd, betekent een daling in roetconcentraties sowieso gezondheidswinst. Stof
EU grenswaarde
Advies WHO 2005
Advies WHO 2021
Concentratie NL - 2021
Concentratie WbD – 2021*
40 25 40 geen 5
20 10 40 geen geen
15 5 10 geen geen
14,8 8,0 10,6 0,2 0,3 – 1,1
16,56 9,52 13,14 0,27 n.b.
in µg/m3 Fijnstof - PM10 Fijnstof - PM2,5 Stikstofdioxide – NO2 Roet - EC Benzeen (VOS)
Tabel D: Grens- en advieswaarden voor concentratie jaargemiddelden en berekende concentratie 2021 (*) gemiddelde waarde op basis van locaties uit tabel C.
In de Europa heeft de EU-commissie het Zero Pollution Action Plan (ZPAP) gelanceerd waarin wordt gesteld dat de huidige normstelling in lijn moet worden gebracht met die van de WHO. Bij motie heeft de Tweede Kamer de regering verzocht om aanvullende maatregelen in kaart te brengen die nodig zijn om in 2030 aan de nieuwe WHO advieswaarde te voldoen.
2.2. Huidig beleid In de afgelopen jaren heeft Wijk bij Duurstede op verschillende manieren invulling gegeven aan de klimaatdoelstellingen. Dit biedt ook kansen om de lucht schoner en gezonder te maken. In dit hoofdstuk wordt toegelicht welke beleidskaders er zijn bij de gemeente zelf en bij andere overheden. Vervolgens wordt beschreven wat de ambitie van de gemeente richting de toekomst kan zijn.
34 35
WHO global air quality guidelines European Environment Agency, air quality standards
|
15
De langste adem hebben (en houden) 2.2.1. Wijk bij Duurstede Raadsakkoord 2022-2026 In het raadsakkoord ‘Samenwerking, Creativiteit, Verantwoordelijkheid’ die voor deze raadsperiode is opgesteld, is ruime aandacht voor duurzaamheid. Aangegeven wordt dat het gemeentelijk uitvoeringsbeleid ten aanzien van wonen en mobiliteit in het teken staat van de (wettelijke) kaders en regelgeving ten aanzien van duurzaamheid, klimaatadaptiviteit en energiezuinigheid. Op het gebied van (duurzame) mobiliteit wordt ingezet op de fiets en meer laadpalen. De aandachtspunten die binnen duurzaamheid zijn benoemd betreffen onder meer een schoon milieu, biodiversiteit en een mentaal en fysiek gezonde bevolking. Hierbij is het de ambitie van de gemeente om in 2030 energieneutraal en uiterlijk in 2050 klimaatneutraal te zijn. Het belang van duurzaamheid is onderstreept tijdens het duurzaamheidssymposium van 16 september 2022. Met de vaststelling van de begroting 2023-2026 heeft de raad ingestemd met de nieuwe programma-indeling waarin ook een apart programma Duurzaamheid is opgenomen (programma 7). Hiermee is in de begroting uiting gegeven aan de toenemende aandacht voor duurzaamheid met daarin onder 7.4 het onderdeel ‘Duurzame mobiliteit en schone lucht’.
Regionale Energie Strategie Met de energietransitie wordt de overgang gemaakt van een energiesysteem gebaseerd op fossiele energiebronnen naar een energiesysteem gebaseerd op duurzame en CO 2-neutrale energiebronnen. Dit betekent allereerst de opwekking van schone energie. Wijk bij Duurstede levert binnen de Regionale Energie Strategie (RES 1.0) een inbreng die gericht is op zoveel mogelijk zon op dak en 60 ha. aan zonnevelden binnen de gemeente. Warmtetransitie Op 6 juli 2021 heeft de raad het besluit genomen over de warmtevisie. Voor de nadere uitwerking hiervan is bij de begroting van 2023-2026 budget gevraagd. Bij motie heeft de raad gevraagd om met een voorstel te komen waarin inzet, doel en communicatie rondom warmtetransitie aan bod moeten komen. Na toezegging van het college is de motie ingetrokken. Duurzame Woningbouw Met de ondertekening van het Convenant Duurzame Woningbouw onderschrijft Wijk bij Duurstede de overeengekomen overwegingen en duurzaamheidsambities binnen de woningbouwopgave. Klimaatadaptatie Een op te stellen Klimaatadaptatieplan moet Wijk bij Duurstede helpen de gemeente klimaatadaptief in te richten bij herinrichting en nieuwe initiatieven. Het plan richt zich op het beheersen van wateroverlast, hittestress, droogte en overstromingsgevaar.
Met het plan geeft Wijk bij Duurstede invulling aan de landelijke, provinciale en regionale doelen om in 2050 klimaatbestendig te zijn. Een en ander is beschreven in de Voorjaarsnota 2022. Circulaire Economie Met het vaststellen van de Visie Circulaire Economie heeft de raad gekozen voor hergebruik en het sluiten van ketens, waarmee grondstoffengebruik daalt en reductie van uitstoot bij winning, productie en goederentransport gerealiseerd kan worden. Binnen het uitvoeringsprogramma circulaire economie worden de nadere maatregelen benoemd en geprioriteerd. Duurzame mobiliteit Duurzame mobiliteit kan worden samengevat als het verminderen, veranderen en verschonen van mobiliteit, ook wel de ‘trias mobilica’ genoemd. Verminderen door minder en korter te reizen, veranderen door bijvoorbeeld van de auto over te stappen op de fiets, of schoner te reizen in bijvoorbeeld een elektrisch voertuig in plaats van een benzinevariant. Elektrisch rijden valt daarmee onder het verschonen van mobiliteit. Vanaf 2030 zijn alle nieuw te verkopen auto’s in Nederland emissievrij (EV). Hiervoor is een goed dekkend netwerk (grid) van laadpalen nodig. Om dit te bewerkstelligen is een laadvisie opgesteld die de uitrol over de gemeente vormgeeft.
Binnen het begin 2023 vastgestelde Uitvoeringsprogramma 2023-2026 van het Gemeentelijk Verkeer- en Vervoersplan (GVVP) zijn verschillende projecten opgenomen voor vergroting van fietsveiligheid en verbetering van fietsverbindingen in het buitengebied. Met het verder faciliteren van de fiets wordt invulling gegeven aan het veranderen en verschonen van mobiliteit.
|
16
De langste adem hebben (en houden) Schone Lucht Op meerdere momenten heeft de raad aandacht gevraagd voor beleid op het gebied van schone lucht. In de beantwoording van de schriftelijke vragen 2018-08 heeft het college de ambitie uit de samenwerkingsagenda gezonde lucht van de Provincie Utrecht onderschreven. Tijdens de behandeling van de begroting 2022-2025 is motie 2111-04 besproken waarin het college is opgeroepen om namens de gemeente het Schone Lucht Akkoord te ondertekenen. In reactie heeft het college aangegeven dat ondertekening leidt tot inzet van mensen en middelen en dat dit in overeenstemming te brengen is bij de eerdere bezuinigingen op duurzaamheid. De raad heeft gevraagd om inzichtelijk te maken welke maatregelen er mogelijkerwijs genomen kunnen worden, eventueel zonder ondertekening van het schone lucht akkoord. Op grond van de gevoerde discussie is de motie aangehouden. Vuurwerkvrije zones Op 9 november 2021 heeft de raad per motie gevraagd een alternatieve jaarwisseling te onderzoeken, inclusief het uitbreiden van het aantal vrijwillige vuurwerkvrije zones. Het onderzoek onder de inwoners heeft aangetoond dat er grote verdeeldheid is over een lokaal vuurwerkverbod. Mocht dit verbod er toch komen, is een centraal te houden vuurwerkshow een veel genoemd alternatief.
Een motie van 18 april 2023 vroeg om een alternatieve jaarwisseling, met name vanuit de insteek van ‘vernieling of ander nieuwjaarsleed’, in het debat werd schone lucht als argument niet genoemd. De motie is niet aangenomen. Algemene Plaatselijke Verordening (APV) Op grond van de Wet aanpak woonoverlast is het mogelijk dat de raad de burgemeester de bevoegdheid toekent om bij ernstige en herhaaldelijke woonoverlast gedragsaanwijzingen op te leggen aan de overlastgever. Van deze mogelijkheid is gebruik gemaakt door in de Algemene plaatselijke verordening (APV) een specifiek artikel (2:79) over woonoverlast op te nemen. Op grond hiervan kan de burgemeester een last onder bestuursdwang opleggen indien ernstige en herhaaldelijke hinder voor omwonenden wordt veroorzaakt. Op grond van artikel 2:79 lid 2 kan dit onder meer bij geluid- of geurhinder (zie ook raadsmemo), die hinder moet wel aangetoond kunnen worden.
2.2.2. Samenwerkende overheden Europese Unie Grenswaarden De Europese Unie (EU) heeft voor verschillende stoffen in de lucht grenswaarden en streefwaarden vastgesteld. Zie hiervoor paragraaf 2.1 en bijlage D. Deze EU-normen zijn geïmplementeerd in de Nederlandse wetgeving via de wet Milieubeheer. De EU stelt ook emissie-eisen aan voertuigen en installaties door middel van Euro-normen, en aan de industrie en landbouwbedrijven middels de Industriële Emissie Richtlijn. De Europese Unie verplicht de lidstaten tot het opstellen van een jaarlijkse rapportage van de nationale emissies en de luchtkwaliteit. Dit wordt gedaan door het ministerie van Infrastructuur en Milieu met data van het RIVM. Op 26 oktober 2022 stelde de Europese Commissie voor om de Europese luchtkwaliteitsrichtlijn 2008/50/EC uit 2008 aan te passen. Doel was om de luchtkwaliteitsrichtlijn meer te laten aansluiten op de nieuwe, strengere advieswaarden voor de luchtkwaliteit van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) uit 2021. De voorgestelde luchtkwaliteitseisen gaan echter minder ver dan de WHO-advieswaarden. Het RIVM heeft voor het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat berekend of de nieuwe grenswaarden haalbaar zijn. Uit deze berekeningen blijkt dat in 98 procent van Nederland de nieuwe normen voor de luchtkwaliteit in 2030 met bestaande beleidsmaatregelen kunnen worden gehaald.
Op enkele plaatsen (de IJmond, Schiphol en de Maasvlakte) zouden extra maatregelen nodig zijn36.
36
RIVM, Gevolgen van de voorgestelde Europese luchtkwaliteitsrichtlijn voor Nederland
|
17
De langste adem hebben (en houden) Stof
Huidige EU grenswaarde
Advies WHO 2021
Voorstel EU cie. - 2022
40 25 40
15 5 10
20 10 20
in µg/m3 Fijnstof - PM10 Fijnstof - PM2,5 Stikstofdioxide – NO2
Tabel E: Maximale jaargemiddelden: huidige grenswaarden, WHO advieswaarden en voorstel Europese Commissie
Rijk Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit Het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) is van kracht sinds 1 augustus 2009. Het NSL heeft als doel ervoor te zorgen dat Nederland op tijd voldoet aan de Europese grenswaarden voor luchtkwaliteit. De looptijd van het NSL is inmiddels verlengd tot de inwerkingtreding van de Omgevingswet 37. Klimaatakkoord Op 28 juni 2019 werd het Klimaatakkoord gepresenteerd. Het centrale doel van dit akkoord is de opgave om de nationale CO2-uitstoot in 2030 met 49% terug te dringen ten opzichte van 1990. Invulling van deze opgave verloopt via vijf pijlers: de gebouwde omgeving, mobiliteit, industrie, landbouw en landgebruik en elektriciteit. Schone Lucht Akkoord Op 13 januari 2020 heeft het Rijk samen met 36 gemeenten en 9 provincies het Schone Lucht Akkoord (SLA) ondertekend. Inmiddels kent het SLA 107 deelnemers 38. Het SLA is een bestuurlijke overeenkomst tussen partijen en kent een pakket van maatregelen dat de lucht in Nederland schoner maakt waarmee gezondheidswinst voor iedereen kan worden gerealiseerd. De ambitie binnen het SLA is om in alle relevante sectoren de uitstoot van vervuilende stoffen te beperken, om zo in 2030 minimaal 50 procent gezondheidswinst ten opzichte van 2016 te behalen. Het gaat hierbij om gezondheidseffecten ten gevolge van blootstelling aan de uitstoot van Nederlandse bronnen.
Een gecombineerde inzet van maatregelen en inzet op ambitieus internationaal luchtbeleid moet ertoe leiden dat in 2030 gemiddeld ruim vier maanden gezondheidswinst is gerealiseerd en dat er jaarlijks 4.000 tot 5.000 minder sterfgevallen als gevolg van blootstelling aan luchtvervuiling zijn. Deze gezondheidswinst heeft ook een directe economische winst tot gevolg. In 2030 wordt hiermee zo’n 3 tot 6 miljard per jaar bespaard ten opzichte van 201639. Doelen en ambities SLA40 1. Partijen streven naar een permanente verbetering van de luchtkwaliteit om gezondheidswinst voor iedereen in Nederland te realiseren waarbij wordt toegewerkt naar de WHO-advieswaarden voor stikstofdioxide en fijn stof in 2030. 2. Partijen stellen als doel om landelijk in 2030 gemiddeld minimaal 50% gezondheidswinst ten opzichte van 2016 te behalen voor de negatieve gezondheidseffecten afkomstig van binnenlandse bronnen. 3. Partijen onderschrijven de ambitie om in de sectoren (weg)verkeer, inclusief mobiele werktuigen, landbouw, scheepvaart, industrie en huishoudens een dalende trend in te zetten van emissies van stikstofdioxide en fijn stof naar de lucht. 4. Partijen erkennen dat éénieder verantwoordelijk is voor de eigen bijdrage aan de doelstelling en dat partijen gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor het uitvoeren van het akkoord.
Het SLA is nauw verweven met andere beleidsdoelen. Zo kunnen de Stikstofaanpak, het Klimaatakkoord, de Agenda Fiets, Regionale Energie Strategieën, Regionale Mobiliteitsstrategieën, de Green Deal Binnenvaart en Havens, de Luchtvaartnota en de verduurzaming van de landbouw ook voor gezondheidswinst door schonere lucht zorgen. In het SLA is daarom opgenomen: “Het Schone Lucht Akkoord maakt die gezondheidswinst zichtbaar en voegt alleen waar nodig en effectief maatregelen en activiteiten toe.” 41
37 38
39 40 41
Kenniscentrum InfoMil, Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) Aantal deelnemers op peildatum 10 februari 2023 (link) Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, Toelichting op het Schone Lucht Akkoord, p. 7-9 Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, Schone Lucht Akkoord, art. 1 Doelen en ambities Geactualiseerde uitvoeringsagenda SLA, maart 2023
|
18
De langste adem hebben (en houden) Besluit gevoelige bestemmingen Sinds 2009 beperkt het Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen) de vestiging van ‘gevoelige bestemmingen' in de nabijheid van provinciale en rijkswegen. Dit heeft consequenties voor de ruimtelijke ordening. Het gaat hierbij om plannen over een ‘gevoelige bestemming’ op een locatie binnen 300 meter vanaf de rand van rijkswegen (snelwegen en autowegen in beheer bij het rijk) of binnen 50 meter vanaf de rand van provinciale wegen (autowegen en overige wegen in beheer bij de provincie). Daarbij moet er onderzocht worden of op die locatie sprake is van een daadwerkelijke of een dreigende overschrijding van de grenswaarden voor zwevende deeltjes (fijn stof; PM10) en/of voor stikstofdioxide (NO2)42. Tot de gevoelige bestemmingen behoren sowieso scholen (voor onderwijs aan minderjarigen), kinderopvang, bejaarden-, verzorgings- en verpleegtehuizen. Maar ook alle vergelijkbare functies. Hierbij is niet de exacte aanduiding ervan in bestemmingsplannen (en andere besluiten) van belang maar de (voorziene) functie van het gebouw en het bijbehorende terrein 43. In de context van dit besluit worden ziekenhuizen, woningen en sportaccommodaties dus niet als gevoelige bestemming gezien. In de meeste ziekenhuizen is sprake van luchtbehandeling die binnen een goede luchtkwaliteit handhaaft.
Ook hebben ziekenhuizen een flinke verkeersaantrekkende werking. Dit heeft negatieve gevolgen voor de luchtkwaliteit in de directe omgeving. Terwijl een goede bereikbaarheid nodig is. Het Besluit gevoelige bestemmingen komt niet terug onder de Omgevingswet. Door middel van het opnemen van omgevingswaarden in omgevingsvisie of omgevingsplan, kan er gestuurd worden op het toelaten van nieuwe functies, zoals gevoelige gebouwen of uitbreidingen van gevoelige bestemmingen op bepaalde locaties met het oog op de volksgezondheid. GGD-richtlijn ‘Luchtkwaliteit en Gezondheid Sinds 2008 hebben de Gemeentelijke Gezondheidsdiensten van Nederland een GGD-richtlijn 'Luchtkwaliteit en Gezondheid' die op 9 maart 2023 is herzien. Hierbij ligt de nadruk op wegverkeer-gerelateerde luchtverontreiniging, maar wordt ook gekeken naar de invloed van scheepvaart, brommers, bedrijfsmatige uitstoot door industrie en landbouw, en de uitstoot door consumenten bij houtverbranding en vuurwerk. De richtlijn is een hulpmiddel voor de GGD'en om gemeenten en provincies te adviseren en burgers te informeren over de lokale luchtkwaliteit. Het geeft een advies over de afstand van een school, kinderopvang en verpleeghuis van een drukke weg moet liggen. Ook sportvelden zijn genoemd omdat sporters extra kwetsbaar zijn voor luchtvervuiling.
GGD'en kunnen voorstellen doen om de luchtkwaliteit te verbeteren en advies geven over de ruimtelijke inrichting nabij drukke verkeerswegen. Op basis van advies van de GGD kunnen gemeenten aanvullend lokaal beleid formuleren om de bevolking, en hooggevoelige groepen in het bijzonder, te beschermen44.
Afb.7+8: Locaties dichtbij vervuilende wegen in Wijk bij Duurstede
42 43 44
Ministerie van VROM, Besluit “gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen)” Kenniscentrum Infomil, Besluit Gevoelige Bestemmingen RIVM, GGD-richtlijn medische milieukunde: Luchtkwaliteit en gezondheid
|
19
De langste adem hebben (en houden) De GGD-richtlijn is geen wet. Op basis van onderzoek door Investico blijkt dat in Nederland 273 basis- en middelbare scholen, 607 kinderdagverblijven en bso’s, 257 verpleeghuizen en 902 sportlocaties in de buitenlucht, te dicht bij een drukke weg staan45. In onze gemeente is er sprake van één situatie waarin een BSO te dicht langs een drukke weg (Zandweg) staat (18 meter in plaats van – conform richtlijn - 25 meter). De reconstructie van de Zandweg kan een gunstig effect hebben op deze situatie.
Provincie Utrecht Samenwerkingsagenda Gezonde Lucht Vanuit de provincie wordt het belang van de gezonde leefomgeving onderschreven. De Provincie Utrecht wil hier graag een actieve rol in spelen, daarom hebben de Gedeputeerde Staten in juli 2018 de Samenwerkingsagenda Gezonde Lucht vastgesteld. Voorts is een Uitvoeringsagenda Gezonde Lucht regio Utrecht opgesteld die in maart 2022 is herijkt. De provincie Utrecht levert de bestuurlijke invulling die namens alle provincies in de stuurgroep SLA zitting heeft. Voorts kent de provincie het netwerk van de Uitvoeringsagenda Gezonde Lucht regio Utrecht, waar iedere Utrechtse gemeente zich bij aan kan sluiten. Het vormt een kennis- en samenwerkingsplatform waarin de aanpak per thema nader ontwikkeld wordt. In het SLA kunnen partijen van elkaar leren via pilots en het delen van voorbeeldprojecten, zoals de pilot stookverbod bij stookalert en de pilot houtrookarme wijken. RMP - Regionaal Mobiliteitsprogramma Midden-Nederland In het door het kabinet vastgestelde Klimaatakkoord is vastgelegd dat Nederland in 2030 bijna de helft (49%) minder broeikasgassen uitstoot dan in 1990. In dit akkoord is een op te stellen Regionaal Mobiliteitsprogramma (RMP) als één van de maatregelen is genoemd binnen de pijler Mobiliteit46.
In de Regio Midden-Nederland wordt samen met bedrijfsleven, maatschappelijke organisaties en overheden actief samengewerkt aan concrete verduurzamingsmaatregelen voor een schoon, slim en energiezuinig mobiliteitssysteem. Het Regionaal Mobiliteitsprogramma van de regio Midden-Nederland wordt ook RMP 1.0 genoemd, naar analogie van de RES 1.0 (de Regionale Energie Strategie). De maatregelen uit het RMP 1.0 moeten leiden tot een reductie van CO2-uitstoot met 1,47 Megaton. Ter indicatie van de opgave: indien alle autoritten emissievrij zouden zijn, levert dit een reductie van 1,17 Megaton op47.
2.3. Ambitie Wijk bij Duurstede Vanuit het raadsakkoord is aangegeven dat het eigen beleid moet aansluiten bij de wettelijke kaders en regelgeving voor duurzaamheid. Een belangrijke kapstok van die wet- en regelgeving met betrekking tot de CO2-uitstoot is het Klimaatakkoord. Een ander onderdeel van de wettelijke kaders wordt gevormd door emissienormen en de grenswaarden en richtlijnen zoals deze door de EU en de WHO zijn gesteld voor concentratie van vervuilende stoffen. Gelet op de landelijke jaargemiddelden, ligt er in relatie tot de WHO advieswaarden een taak voor de concentratie PM2,5, deze ligt met 8,0 µg/m3 hoger dan de WHO advieswaarde van 5. Er ligt daarmee een opgave om deze concentraties te laten dalen. Het gegeven dat de concentraties van de andere deeltjes- en gasvormige stoffen onder de wettelijke normen liggen, betekent niet dat de lucht ook 100% gezond is. Er is dus extra gezondheidswinst te behalen als deze concentraties verder dalen of eerder dalen dan nu wordt verwacht. Met de ambitie om in Wijk bij Duurstede uiterlijk 2050 klimaatneutraal te zijn, wordt beoogd om niet meer bij te dragen aan de opwarming van de aarde. Dat betekent dat de broeigassen die uitgestoten worden, ook weer uit de lucht worden gehaald.