CConstaterende datWijk bij Duurstede
Koppel je AI →
Document · PDF

Boekwerk jaarstukken 2021

Raadsvergadering 5 juli 2022, gemeente Wijk bij DuurstedeBij agendapunt: Jaarstukken 2021 Wijk bij Duurstede29.263 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

%

Bedrag

%

- 709 13 - 696

73,8% -1,4% 72,4%

- 894 12 - 882

76,8% -1,0% 75,8%

- 135 - 102 - 28 - 265

14,0% 10,6% 2,9% 27,6%

- 135 - 102 - 45 - 282

11,6% 8,8% 3,9% 24,2%

Totale kosten heffing

- 961

100,0%

- 1.164

100,0%

Totale opbrengsten heffing

609

Dekkingspercentage heffing

- 352

Kosten heffing Netto kosten Kosten, incl. (omslag)rente Inkomsten, excl. heffingen Netto kosten Toe te rekenen kosten Overhead, incl. (omslag)rente Overige taakvelden BTW *1) Toe te rekenen kosten taakveld

332 63,4%

- 832

28,5%

*1) De BTW zoals opgenomen in de tabel betreft (via BCF compensabele) BTW over gemaakte kosten in het kader van heffingen zoals riool- en afvalstoffenheffing.

Toeristenbelasting Het tarief voor toeristenbelasting bedraagt vanaf 2017 € 1,30. Ook in 2021 gold dit tarief. Overige tarieven en heffingen De overige tarieven en heffingen worden aangepast op grond van de nominale ontwikkelingen. Voor 2021 bedraagt de indexering 2,7 %.

94

2.3 Financiering In deze paragraaf beschrijven we de uitvoering van de gemeentelijke financieringsfunctie. De financieringsfunctie zorgt ervoor dat voldoende geld beschikbaar is zodat aan alle financiële verplichtingen kan worden voldaan. Hiervoor worden kortlopende en langlopende leningen aangetrokken. Onder de financieringsfunctie valt ook het verstrekken van leningen en garanties en het beheersen van financiële risico’s. Wet en regelgeving De kaders voor financiering staan vooral in de Wet financiering decentrale overheden (Wet fido), de Wet houdbare overheidsfinanciën (Wet hof) en de Gemeentewet. In de Wet financiering decentrale overheden staan de regels voor het financieringsbeleid voor decentrale overheden. Een belangrijk uitgangspunt van de wet is dat we bedachtzaam om moeten gaan met publieke middelen. Risicobeheersing is van groot belang. Het beheersen van renterisico’s gebeurt enerzijds door het toepassen van de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. Daarnaast zorgen wij er bij het uitzetten van liquide middelen voor dat we voldoen aan een aantal eisen op gebied van treasury. Het verstrekken van leningen evenals het verlenen van garanties en borgstellingen is alleen toegestaan voor de uitoefening van de publieke taak. Voor het overige dienen liquide middelen in ‘s Rijks schatkist (verplicht schatkistbankieren) aangehouden te worden.

In de Wet houdbare overheidsfinanciën zijn de Europese normen verankerd voor de hoogte van de overheidsschuld en de jaarlijkse groei van de overheidsschuld. Die normen raken ook gemeenten, omdat de gemeenteschulden en financieringstekorten van gemeenten meetellen in de overheidsschuld van Nederland. Alle gemeenten samen krijgen een plafond voor het totale EMUtekort van gemeenten in een jaar. Beleid Treasury heeft als doel om een optimaal resultaat te bereiken tussen rentelasten en rentebaten, rekening houdend met de risico’s. De uitvoering van treasury wordt wettelijk geregeld in de wet Financiering Decentrale Overheden (FIDO). Het beleid voor de treasuryfunctie van de gemeente Wijk bij Duurstede is vastgelegd in het treasurystatuut, dat in 2010 is herzien en door de raad is vastgesteld. De rente is conform de Notitie Rente 2017 verwerkt in deze begroting. De rente wordt toegerekend aan de taakvelden via het taakveld Treasury. Hiertoe worden alle rentelasten en rentebaten in eerste instantie op het taakveld Treasury geboekt. We berekenen geen rentevergoeding over het eigen vermogen en voorzieningen en belasten deze dus ook niet door aan de taakvelden. Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) In de notitie Rente 2017 van de commissie BBV wordt ingegaan op de verwerking van de rentelasten en –baten in de begroting en de jaarstukken.

Het doel van deze notitie is het bevorderen van een eenduidige en transparante wijze waarop gemeenten de (verwachte) rentelasten en –baten opnemen in de begroting en de jaarstukken. Hoe met de rente moet worden omgegaan bij de grondexploitatie, is beschreven in de vernieuwde notitie grondexploitatie die vanaf 2019 van toepassing is. Onderstaand schema geeft inzicht in de rentelasten, het renteresultaat en de wijze waarop de rente wordt toegerekend aan investeringen, grondexploitaties en projecten. De omslagrente voor 2022 is, afgerond, berekend op 0,5%. De toerekening van rente aan de taakvelden is gebaseerd op dit percentage.

95

Renteschema 2021 De omslagrente in 2021 is berekend op 0,5%. De toerekening van rente aan de taakvelden is gebaseerd op dit percentage. bedragen x € 1.000 Actuele Begroting

Rekening 2021

Verschil

- 847 99

- 708 23

139 V - 76 N

- 747

- 684

63 V

(+)

-

8

8V

(+)

655

646

-9N

(+)

- 103

-9

94 V

- 195

- 40

156 V

-

-

-

- 195

- 40

156 V

- 400

- 234

166 V

204

194

- 10 N

Renteschema a. Externe rentelasten over de korte en lange financiering b. Externe rentebaten (idem)

(+) (+)

Saldo rentelasten en rentebaten c1. Rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend c2. Rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend c3. De rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken (= projectfinanciering), die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend Aan taakvelden toe te rekenen externe rente d1. Rente over eigen vermogen d2. Rente over voorzieningen (contante waarde)

(+) (+)

Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente e. Aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag)

(-)

f. Renteresultaat op het taakveld treasury

Leningenportefeuille Het verloop van de leningenportefeuille in 2021 ziet er als volgt uit: bedragen x € 1.000 Leningenportefeuille

Stand opgenomen leningen per 1 januari Nieuwe leningen Aflossingen Stand opgenomen leningen per 31 december

Rekening 2020

Rekening 2021

19.082 - 637 18.445

18.445 550 - 540 18.455

Kortlopende financiering: kasgeldlimiet De kasgeldlimiet stelt een limiet aan het renterisico op korte termijn financiering. Vooral voor kortlopende financiering kan het renterisico groot zijn. Wijzigingen in de korte rente hebben direct invloed op de rentelasten. In 2021 hebben we nog te maken gehad met negatieve rentes waardoor het aantrekken van korte termijn financieringen een positief effect had op de financieringslasten. Wij mogen in totaal niet meer dan 8,5% van de begrotingsomvang (totale lasten) aan leningen van korter dan 1 jaar hebben. Hieronder vallen dus de rekening courant bij de BNG (rood staan) en de aangetrokken kasgeldleningen. Dit maximum is wettelijk vastgelegd in de Uitvoeringsregeling financiering decentrale overheden. In onderstaande tabel is de toegestane kasgeldlimiet berekend. 96

bedragen x € 1.000 Rekening 2021

Liquiditeitspositie t.o.v. kasgeldlimiet Netto vlottende schuld Omvang vlottende schulden Omvang vlottende middelen Netto vlottende schuld (+) of overschot middelen (-)

12.212 7.403 4.809

Toegestane kasgeldlimiet Omvang begroting 2021 (=grondslag) Kasgeldlimiet (in % van de grondslag) Minimum bedrag Toegestane kasgeldlimiet

60.146 8,5% 300 5.112

Toets kasgeldlimiet Ruimte onder kasgeldlimiet Overschrijding van de kasgeldlimiet

304

Langlopende financiering: renterisicoberekening De renterisiconorm stelt een limiet aan het renterisico voor de lange termijn financiering. Het renterisico op de vaste schuld moet minder zijn dan 20% van de omvang van de jaarbegroting. Dit wil zeggen dat het niet is toegestaan om in één jaar een groot deel (meer dan 20%) van de af te lossen leningen opnieuw te financieren. Het doel hiervan is om spreiding in de rente-typische looptijden in de leningenportefeuille te krijgen, waardoor veranderingen in de rente vertraagd doorwerken in de rentelasten. bedragen x € 1.000 Rekening 2020

Rekening 2021

Renterisico vaste schulden Renteherzieningen Herfinanciering Renterisico vaste schulden

6.000 6.000

6.000 6.000

Toegestane renterisiconorm Omvang Rekening boekjaar Renterisiconorm (in % van de grondslag) Minimum bedrag Toegestane renterisiconorm

61.024 20,0% 2.500 12.205

64.742 20,0% 2.500 12.948

6.205

6.948

Renterisico

Toets renterisiconorm Ruimte onder renterisiconorm Overschrijding renterisiconorm

Toelichting bij de tabel: In 2021 zijn we ruim onder de renterisiconorm gebleven.

97

EMU saldo Het EMU-saldo is in 1992 door de Economische en Monetaire Unie ingevoerd om vergelijkingen tussen de verschillende eurolanden mogelijk te maken. Het EMU-saldo (ook wel begrotingssaldo genoemd) is de optelsom van alle inkomsten en uitgaven van de Rijksoverheid en de decentrale overheden. Volgens de regels van de EMU, zoals vastgelegd in het Verdrag van Maastricht, mag het vorderingentekort (het EMU-saldo) van een land niet hoger zijn dan 3% van het bruto binnenlands product. Hiermee wil men de economische sterkte van de eurolanden behouden. Het EMU-saldo wordt dus vooral op landelijk niveau gebruikt. De gemeente is een decentrale overheid. In het Besluit Begroting en Verantwoording is de verplichting vastgesteld dat de gemeenten in hun begroting ramingen van het EMU-saldo dienen te verstrekken. Het EMU-saldo is voor de individuele gemeente echter geen sturingsvariabele. Dat komt omdat bij het EMU-saldo wordt gekeken naar het saldo van de begroting volgens het kasstelsel, naar welke geldstromen er in een jaar binnen komen en welke er uitgaan. De gemeente werkt echter met een baten-lasten stelsel, waarbij gestuurd wordt op een structureel sluitende (meerjaren)begroting. Door het verschil in gehanteerde stelsels kan het voorkomen dat een gemeente bij een sluitende begroting toch een negatief EMU-saldo heeft.

Investeringen en uitgaven die worden gedekt uit reserves tellen bijvoorbeeld niet mee in de uitkomst in het baten-lastenstelsel, maar tellen wel door in het EMU-saldo. Voor 2021 is het EMU-saldo voor Wijk bij Duurstede € 1.099.000 negatief maar blijft ruim onder de referentiewaarde blijft.

bedragen x € 1.000 Berekening EMU-saldo via exploitatie en balans (volgens EMU-enquête) 1. 2. 3. 4. 5.

Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit (+) reserves (zie BBV, artikel 17c). (-) Mutatie (im)materiële vaste activa (+) Mutatie voorzieningen (-) Mutatie voorraden (incl. bouwgronden in exploitatie) (-) Boekwinst bij verkoop effecten en (im)materiële vaste activa

Berekend EMU-saldo

EMU-SALDO referentiewaarde EMU-saldo volgens berekening EMU-SALDO referentiewaarde EMU-saldo blijft onder referentiewaarde EMU-saldo overschrijdt referentiewaarde

Rekening 2020

Rekening 2021

Actuele Begroting

3.467

- 1.462

- 3.340

- 311 - 1.354 - 897 -

1.383 2.386 641 -

1.524 5.826 895 -

3.321

- 1.099

68

Rekening 2020 3.321 - 1.380

Rekening 2021 - 1.099 - 1.964

bedragen x € 1.000 Actuele Begroting 68 - 1.964

4.701

865

2.032

98

2.4 Weerstandsvermogen en risicobeheersing Risicobeheer Deze paragraaf beschrijft de voor de gemeente Wijk bij Duurstede relevante financiële risico’s, uitgaande van de actuele situatie, zowel in- als extern. Risicomanagement is een integraal onderdeel van de bedrijfsvoering van de gemeente. Hierdoor is het mogelijk om bij besluitvorming eventuele risico’s op een juiste wijze te wegen. Deze paragraaf start met een toelichting op het doel van risicobeheer. Daarna wordt het risicoprofiel uiteengezet door de benodigde weerstandscapaciteit te relateren aan de beschikbare reserves. Vervolgens worden de belangrijkste risico’s weergegeven. Het kader is vastgelegd in nota Weerstandsvermogen 2006 en de Financiële verordening gemeente Wijk bij Duurstede 2020. Doel van risicobeheer Risicobeheer is gericht op het verschaffen van een redelijke mate van zekerheid ten aanzien van de realiseerbaarheid van de gemeentelijke doelstellingen, de beheersing van risico’s in bedrijfsprocessen en projecten, de betrouwbaarheid van de financiële verslaglegging en de naleving van relevante wet- en regelgeving. Bij het nemen van belangrijke beslissingen met een onzekere uitkomst worden de risico’s overwogen alvorens tot een besluit te komen.

Hierbij wordt dus expliciet de mate van risicoacceptatie bepaald en worden de financiële risico’s die van invloed zijn op de beleidsuitvoering inzichtelijk en beheersbaar gemaakt. Door het inzicht in de risico’s worden de raad, het college en de organisatie in staat gesteld om op een verantwoorde wijze besluiten te nemen. Op deze manier staan de risico’s nu en de risico’s gerelateerd aan toekomstige ontwikkelingen/ investeringen in verhouding tot de vermogenspositie van de organisatie. Niet alle risico’s laten zich financieel vertalen. Er zijn diverse risico’s die geen financiële gevolgen hebben, maar wel belangrijk zijn om in beeld te hebben. In deze paragraaf ligt de nadruk op de financiële risico’s omdat aan de hand daarvan het weerstandsvermogen wordt bepaald. Dit is een wettelijke verplichting die uit het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) komt. De bestuurlijke risico’s zijn bij de verschillende programma’s in beeld gebracht. Om inzicht in de risico’s van de gemeente te verkrijgen, is een risico-inventarisatie uitgevoerd die twee keer per jaar wordt geactualiseerd. Door een risicosimulatie wordt het benodigde weerstandsvermogen berekend. De weerstandsratio geeft de verhouding weer tussen de beschikbare en de benodigde weerstandscapaciteit.

De beschikbare weerstandscapaciteit is een optelling van de algemene reserve, de post onvoorzien en de berekening van de onbenutte belastingcapaciteit. Op basis van het risicobeleid is het gewenste weerstandsvermogen bepaald door de risico’s te kwantificeren naar hun maximale financiële impact maal de kans dat het risico zich voor kan doen. Hierbij zijn alleen risico’s meegenomen waarbij: ▪ de kans dat het risico zich in werkelijkheid voordoet groter is dan 10%; ▪ de kans maal de financiële impact minimaal € 50.000 bedraagt.

99

Voor de beoordeling is de onderstaande schaalindeling gehanteerd. Kans op risico zeer klein klein middel mogelijk groot

Geschatte kans 10% 30% 50% 65% 80%

Risico-inventarisatie In de volgende tabel zijn de gekwantificeerde risico’s samengevat per onderwerp en ingedeeld per type risico. De risico's worden aansluitend toegelicht.

Risico's

Financieel gevolg (maximaal)

bedragen x € 1.000 Benodigde Kans weerstands capaciteit

I/S

Bedrijfsrisico's 01. Gemeentefonds (te weinig middelen en herverdeling)

1.000

Groot

800

S

200 500 300 500

Klein Mogelijk Mogelijk Klein

60 325 195 150

I I I S

500 500

Middel Zeer klein

250 50

I I

1.000 300

Klein Middel

300 150

I S

10. Jeugdzorg, volume stijging door open einde regelingen

500

Middel

250

S

11. Participatie, ontschotting RDWI 12. WSW, Rijks bezuiniging in takenpakket 13. Indexatie onderhoudscontracten / projecten 14. Onderhoud gebouwen 15. Duurzaamheid

200 500 600 300

Zeer klein Zeer klein Groot Groot

20 50 480 240 176

S S S S S

3.000 1.000

Zeer klein Zeer klein

300 100

S I

02. Verontreinigings incident riolering 03. Kwetsbaarheid omvang gemeentelijke organisatie 04. Informatiebeheer 05. Weerstandsvermogen verbonden partijen Eigendomsrisico’s 06. Huisvesting onderwijs 07. Planschade claims Beleidsrisico’s 08. Rampen en Calamiteiten 09. Omgevingswet (implementatie en uitvoering)

Aansprakelijkheidsrisico’s 16. Garantiestellingen leningen 17. Garantstelling verzelfstandiging sportfaciliteiten Totaal benodigde weerstandscapaciteit

3.896

Weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit wordt gevormd door de niet-geoormerkte, en dus vrij besteedbare reserves. Voor de vaststelling van het weerstandsvermogen neemt de gemeente Wijk bij Duurstede de algemene reserve als uitgangspunt. De bestemmingsreserves worden niet meegenomen in de 100

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11583986/1