CConstaterende datWijk bij Duurstede
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlagen bij toelichting - Verzamelplan Wijk bij Duurstede 2023

Raadsvergadering 23 april 2024, gemeente Wijk bij DuurstedeBij agendapunt: Bestemmingsplan Verzamelplan 202331.670 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

initiatief.

plannen of projecten, mogelijkerwijs significante effecten optreden, dienen Figuur 7 Uitsnede Atlasleefomgeving, plangebied aangegeven met blauw icoon

Buisleidingen

deze bij de voorbereiding van een bestemmingsplan in kaart te worden gebracht en beoordeeld.

In de omgeving van het besluitgebied zijn geen buisleidingen gelegen. Dit

4.5.3

Conclusie

aspect vormt derhalve geen belemmering voor onderhavig ruimtelijk Vanuit het aspect ‘Externe Veiligheid’ bestaan er geen belemmeringen

initiatief. Risicovolle inrichtingen In de omgeving van het besluitgebied zijn geen risicovolle inrichtingen gelegen. Dit aspect vormt derhalve geen belemmering voor onderhavig

Natura 2000-gebieden hebben een externe werking, zodat ook ingrepen die buiten deze gebieden plaatsvinden en verstoring kunnen veroorzaken,

voor onderhavig planinitiatief.

moeten worden getoetst op het effect van de ingreep op soorten en

4.6

Ecologie

habitats. Een ruimtelijk plan dat significante gevolgen kan hebben voor

4.6.1

Toetsingskader

passende beoordeling de zekerheid is verkregen dat het plan de

ruimtelijk initiatief.

een Natura 2000-gebied kan alleen worden vastgesteld indien uit een natuurlijke kenmerken van het gebied niet zal aantasten. Indien deze

De bescherming van de natuur is vastgelegd in de Wet

zekerheid niet is verkregen, kan het plan worden vastgesteld, indien wordt

natuurbescherming (Wnb). De Wnb geeft het wettelijke kader voor de

voldaan aan de volgende drie voorwaarden:

bescherming van natuurgebieden en voor soortenbescherming. Bij de voorbereiding van een ruimtelijk plan dient onderzocht te worden of de Wnb ten aanzien van de bescherming van dier- en plantensoorten en gebieden de uitvoering van het plan niet in de weg staan. De provincie is

alternatieve oplossingen zijn niet voorhanden;

het plan is nodig om dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard; en

de noodzakelijke compenserende maatregelen worden getroffen om

bevoegd gezag voor de toetsing van handelingen met mogelijke gevolgen

te waarborgen dat de algehele samenhang van het Natura 2000-

voor beschermde dier- en plantensoorten (de

netwerk bewaard blijft.

Ruimtelijke onderbouwing Landgoed Sandenburg, Langbroek

16

Projecten, plannen en activiteiten die mogelijk een negatief effect hebben

Per beschermingsregime is aangegeven welke verboden er gelden en

Het plangebied is niet gelegen binnen het NNN. Het dichtstbijzijnde

op de beschermde natuur in een Natura 2000-gebied zijn

onder welke voorwaarden ontheffing of vrijstelling kan worden verleend

onderdeel van het NNN ligt ongeveer 1,4 kilometer ten zuidoosten van het

vergunningsplichtig.

door het bevoegd gezag. Volgens artikel 3.31 zijn de verboden, bedoeld in

plangebied. Gezien de aard van de voorgenomen plannen zullen de

de artikelen 3.1, 3.5 en 3.10 niet van toepassing op handelingen die zijn

omgevingscondities redelijkerwijs gelijk blijven, waardoor de wezenlijke

Gebiedsbescherming vanuit provinciaal beleid

beschreven in en aantoonbaar worden uitgevoerd overeenkomstig een

kenmerken en waarden van het NNN niet worden aangetast.

Het Natuurnetwerk Nederland is een samenhangend netwerk van

door het Ministerie van Economische Zaken goedgekeurde gedragscode

Vervolgonderzoek in het kader van het NNN wordt dan ook niet

bestaande en te ontwikkelen natuurgebieden. Het netwerk wordt gevormd

en die plaatsvinden in het kader van bestendig beheer, bestendig gebruik,

noodzakelijk geacht.

door kerngebieden, natuurontwikkelingsgebieden en ecologische

of ruimtelijke ontwikkeling of inrichting. Soortenbescherming

verbindingszones met als doel natuurgebieden beter met elkaar en met het omringende agrarisch gebied te verbinden.

4.6.2

Onderzoek

Uit het onderzoek is gebleken dat binnen het plangebied geen beschermde soorten worden verstoord door de beoogde ontwikkeling.

Conform artikel 1.12 van de Wnb dragen gedeputeerde staten in hun

Om een beeld te krijgen van de natuurwaarden is op 13 juni 2023 tussen

Ten aanzien van broedvogels dient, om overtreding op voorhand

provincie zorg voor de totstandkoming en instandhouding van een

12.00 – 14.00 uur door een ecoloog van BRO een quickscan flora en

redelijkerwijs te voorkomen, het verwijderen van nestgelegenheid buiten

samenhangend landelijk ecologisch netwerk, genaamd ‘Natuurnetwerk

fauna uitgevoerd. De rapportage hiervan is opgenomen in de bijlagen.

het broedseizoen te worden uitgevoerd, of een controle moet de

Nederland’. Zij wijzen daartoe in hun provincie gebieden aan die tot dit

Onderstaand wordt ingegaan op de belangrijkste conclusies.

aanwezigheid van een broedgeval kunnen uitsluiten. In het kader van de

netwerk behoren. De planologische begrenzing en beschermingsregimes

algemene zorgplicht is het noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor

van het Natuurnetwerk Nederland loopt via het traject van de provinciale

Gebiedsbescherming vanuit de Wet natuurbescherming

aanwezige individuen. Dit houdt in dat al het redelijkerwijs mogelijke

ruimtelijke structuurvisies en verordeningen. Voor deze gebieden geldt

Het plangebied is niet gelegen binnen de grenzen van een gebied dat

gedaan dient te worden om het doden van individuen te voorkomen.

een planologisch beschermingsregime. Activiteiten in deze gebieden zijn

aangewezen is als Natura 2000-gebied. Het meest nabijgelegen Natura

Vervolgonderzoek in het kader van soortenbescherming wordt niet

alleen toegestaan als ze geen negatieve effecten hebben op de wezenlijke

2000-gebied, “Kolland & Overlangbroek”, bevindt zich op circa 1,5

noodzakelijk geacht.

kenmerken of waarden of als deze kunnen worden tegengegaan met

kilometer afstand ten zuidoosten van het projectgebied. Indien er sprake

mitigerende maatregelen.

zou zijn van een effect, betreft dit een extern effect als gevolg van

4.6.3

Conclusie

storingsfactoren als toename van geluid, licht of depositie van stikstof. Soortenbescherming

Mede gezien de afstand tot het plangebied zijn externe effecten als gevolg

Vanuit het aspect ‘Ecologie’ bestaan er geen belemmeringen voor

De Wnb onderscheidt beschermingsregimes voor soorten op grond van

van aspecten als licht, geluid en trillingen uitgesloten.

onderhavig planinitiatief.

oogpunt beschermd worden. Hierdoor zijn er in de Wnb drie verschillende

Met het nieuwe bestemmingsplan wordt de agrarische bestemming van

4.7

Bodem

verbodsartikelen per categorie soorten;

het plangebied vervangen door deels een natuurbestemming (ter plaatse

soorten van de Vogelrichtlijn (artikel 3.1);

van de poel en het moeras) en deels een bosbestemming (ter plaatse van

4.7.1

Toetsingskader

soorten van de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn

de bosaanplant). Gezien de aard van het planvoornemen wordt een

(artikel 3.5);

daadwerkelijk stikstofdepostieonderzoek niet noodzakelijk geacht.

internationale verdragen, aangevuld met soorten die vanuit een nationaal

In het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 lid 1 onder d) is bepaald dat voor de uitvoerbaarheid van een plan rekening gehouden moet

andere soorten (artikel 3.10). Gebiedsbescherming vanuit provinciaal beleid

worden met de bodemgesteldheid in het plangebied. Bij functiewijzigingen dient te worden bepaald of de bodemkwaliteit voldoende is voor de

Ruimtelijke onderbouwing Landgoed Sandenburg, Langbroek

17

beoogde functie en moet worden bepaald of nader onderzoek en

4.8

Water

4.8.1

Toetsingskader

eventueel saneringen noodzakelijk zijn. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de

de keringen. Deze zijn niet meer gebaseerd op dijkringen, maar op dijktrajecten.

norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden

Elk dijktraject krijgt een norm-specificatie die past bij de gevolgen in dat specifieke gebied. De normspecificaties zijn ingedeeld in zes klassen,

gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie

Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) stelt een watertoets in ruimtelijke

waarbij de overstromingskans varieert van 1/300 per jaar tot 1/100.000 per

(functiegericht saneren). Nieuwe bestemmingen dienen bij voorkeur op

plannen verplicht. In deze waterparagraaf worden de effecten van de

jaar.

schone grond te worden gerealiseerd. Een bodemonderzoek conform de

ruimtelijke ontwikkeling afgewogen.

NEN 5740 richtlijnen is dan noodzakelijk.

Het Rijk onderkent het belang van verbinden van ruimte en water. Bij het Rijksbeleid – Het Nationaal Waterplan 2016-2021

aanpakken van wateropgaven en de uitvoering van watermaatregelen

Het Nationaal Waterplan 2016-2021 is op 10 december 2015 vastgesteld.

vindt daarom afstemming plaats met andere relevante ruimtelijke opgaven

Het Nationaal Waterplan geeft de hoofdlijnen, principes en richting van het

en maatregelen in het gebied, zodat scope, programmering en financiering

Met het nieuwe bestemmingsplan wordt de agrarische bestemming van

nationale waterbeleid in de planperiode 2016-2021, met een vooruitblik

zo veel mogelijk op elkaar aansluiten of, beter nog, elkaar versterken. Het

het plangebied vervangen door deels een natuurbestemming (ter plaatse

richting 2050. Het kabinet speelt proactief in op de verwachte

kabinet streeft daarbij ook naar integrale combinaties, waarbij ruimtelijke

van de poel en het moeras) en deels een bosbestemming (ter plaatse van

klimaatveranderingen op lange termijn, om overstromingen te voorkomen.

inrichting een belangrijke rol speelt bij het oplossen van wateropgaven.

de bosaanplant).

In het Nationaal Waterplan 2016-2021 staan de volgende ambities

Omgekeerd is het van belang om bij ruimtelijke opgaven vroegtijdig

centraal:

rekening te houden met wateropgaven en de veerkracht van

4.7.2

Onderzoek

Doelstelling van de bosaanplant op voorgenomen locatie is het versterken

Nederland blijft de veiligste delta in de wereld;

watersystemen. De gewenste betere verbinding tussen water en ruimte

van het landschap en de biodiversiteit en het creëren en versterken van

Nederlandse wateren zijn schoon en gezond en er is genoeg

geldt voor alle opgaven op het gebied van waterveiligheid, zoetwater en

zoetwater;

waterkwaliteit.

een natuurlijke- en landschappelijke verbinding tussen losliggende landschapselementen. Met de aanleg van de onder meer de bosaaplant

Nederland is klimaatbestendig en waterrobuust ingericht;

en het moeras inclusief poel gaan bodemingrepen gepaard. Echter,

Nederland is en blijft een gidsland voor watermanagement;

Provinciaal beleid - Bodem-, en Waterprogramma

gezien de aard van een planvoornemen wordt een daadwerkelijk

Nederlanders leven waterbewust.

Op 9 februari 2022 heeft de provincie het Bodem- en Waterprogramma

bodemonderzoek niet noodzakelijk geacht in het kader van de planologische procedure. 4.7.3

Conclusie

vastgesteld. Het Bodem- en waterprogramma provincie Utrecht 2022-2027 Het kabinet zet de veranderingen in het waterveiligheidsbeleid voort en zal

(BWP) bundelt het provinciaal bodem- en waterbeleid in één programma.

hiertoe een wetsvoorstel met nieuwe normen voor de primaire keringen

Het vervangt de bodem- en wateronderdelen uit het Bodem-, Water- en

voorbereiden.

Milieuplan 2016-2021. In het programma wordt invulling gegeven aan het wettelijk verplichte Regionaal Waterprogramma en worden ambities en

Vanuit het aspect ‘Bodem’ bestaan er geen belemmeringen voor

Nieuwe normen zijn nodig, omdat de huidige eisen aan primaire keringen

onderhavig planinitiatief.

grotendeels uit de jaren zestig van de vorige eeuw dateren. Sindsdien zijn

beleid uit de Omgevingsvisie van de provincie Utrecht uitgewerkt.

het aantal mensen en de economische waarde achter de dijken

De provincie heeft in het plan de volgende thema’s uitgewerkt:

toegenomen. Ook is nieuwe kennis beschikbaar gekomen over de werking

van de keringen en de gevolgen van overstromingen. De doelen op het gebied van waterveiligheid zijn omgerekend naar normspecificaties voor

Ruimtelijke onderbouwing Landgoed Sandenburg, Langbroek

Overkoepelende thema’s: duurzaam gebruik ondergrond en circulair bodem- en waterbeheer;

Schoon oppervlaktewater;

Schone bodem en grondwater;

18

Bodem: kwaliteit, vruchtbaarheid, aardkundige waarden en

daarbij een belangrijke rol. De vraag verschuift daarmee van ‘wat moet?’

Verhard oppervlak

ontgrondingen;

naar ‘wat heeft de samenleving nodig’ om het werk goed te doen.

Met het planvoornemen wordt geen extra verhard oppervlak aangebracht.

Voldoende water;

Waterveiligheid;

Gemeente Wijk bij Duurstede

Energie uit bodem en water;

De gemeente heeft het Gemeentelijk Rioleringsplan Wijk bij Duurstede

Gezien er geen sprake is van een toename aan verhard oppervlakte zijn mitigerende maatregelen niet noodzakelijk.

2014-2018 vastgesteld in november 2013. In december 2019 is er een

Aanleg moeras met poel

De provincie Utrecht kent een divers bodem- en watersysteem

positief besluit van het college van burgemeester en wethouders van de

De poel is gepland op perceel kadastraal bekend als gemeente

waarbinnen rivieren, kanalen, sloten en beken voor de wateraanvoer en -

gemeente Wijk bij Duurstede houdende regels omtrent Water- en

Langbroek, sectie A, nummer 443. Dit perceel wordt aan de zijkanten

afvoer een belangrijke functie hebben. De zojuist genoemde thema’s zijn

rioleringsplan 2020-2024, deze is echter op dit moment nog niet in werking

omsloten door sloten. Op het perceel bevinden zich greppels die een groot

uitgewerkt voor de volgende fysieke gebieden: het Veenweidegebied,

getreden. In deze paragraaf wordt toch aan dit beleidsstuk getoetst

deel van het jaar vol water staan.

Rivierengebied, Stad, Utrechtse Heuvelrug en Gelderse Vallei en

aangezien het besluit positief was.In het Water- en rioleringsplan 2020-

Randmeren. Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden - Waterkoers 2016-2021

2024 staat opgenomen dat perceeleigenaren in principe op eigen terrein

Het perceel waar de poel gerealiseerd wordt, is één hectare groot. Dit

het hemelwater bergen of verwerken. Hierin wordt de volgorde

perceel zal worden ontgraven tot 0,2 m. Nadat de toplaag is verwijderd

Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden heeft zijn digitale

‘vasthouden-bergen-afvoeren’ gevolgd.

wordt de poel van ongeveer 3.000 m² gegraven. De poel zal in het midden

waterbeheerplan, getiteld 'Waterkoers 2016 - 2021', vastgesteld. Hierin legt het Hoogheemraadschap zijn koers voor de periode 2016 - 2021 op

een diepte krijgen van 1.30 m. De taluds hebben een natuurlijk verloop 4.8.2

Onderzoek

hoofdlijnen vast. De Waterkoers 2016 - 2021 is een omslag in denken. Het

waardoor er een prettig leefklimaat ontstaat voor reptielen en amfibieën. Het moeras wordt ontsloten van de bestaande watergangen middels

is niet meer vanzelfsprekend dat het Hoogheemraadschap alles wat met

In artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is bepaald dat het

dammen, zodat er geen vreemd water meer de poel kan binnenkomen. De

water te maken heeft, zelf oppakt, bepaalt of betaalt. Het motto is van

bestuursorgaan dat belast is met de voorbereiding van een plan daarbij

bestaande sloot wordt doorgegraven langs het perceel op, zodat de

'zorgen voor' naar 'samen doen'.

overleg pleegt met onder andere de waterschappen. In artikel 3.1.6 (Bro)

huidige watergangen gekoppeld worden. Deze verlagingen zullen door

is aangegeven dat in de toelichting van een plan is beschreven op welke

wisselende waterstanden periodiek droog kunnen vallen. Door de vochtige

De Waterkoers is een middel om het gesprek aan te gaan met partners in

wijze in het plan rekening is gehouden met de gevolgen voor de

omstandigheden is de ontwikkeling van riet en moerasplanten hierdoor

het gebied. Het Hoogheemraadschap werkt samen met medeoverheden,

waterhuishouding.

mogelijk gemaakt.

belangen- en maatschappelijke organisaties, bedrijven en bewoners aan een veilige, gezonde en prettige leefomgeving. Maatschappelijke

Oppervlaktewater

ontwikkelingen bepalen de prioriteiten in het werk. De Waterkoers is

In figuur 8 is een uitsnede van de legger van het waterschap

opgesteld aan de hand van een zogenaamde piramide. Daarin wordt de

weergegeven. Rondom en in het plangebied is oppervlaktewater in de

relatie gelegd tussen de maatschappelijke behoeften en het

categorie ‘tertiair’ aanwezig. Dit zijn kleine watergangen die niet primair of

waterschapwerk. De Piramide geeft symbolisch de prioriteiten van het

secundair zijn. Voor het aanleggen van de poel, zal een bestaande

waterschapwerk weer.

watergang verdwijnen (zie geel aangegeven in figuur 8). Het moeras wordt ontsloten van de bestaande watergangen middels dammen, zodat er geen

De behoeften van de samenleving veranderen. Ook verandert het klimaat.

vreemd water de poel kan binnenkomen. De beoogde ontwikkeling heeft

Daardoor is het waterbeheer continu in beweging. Thema’s als ruimtelijke

hiermee geen negatief effect op de watergangen (zie hiervoor verder het

ordening, beheer openbare ruimte, landbouw, natuur en milieu spelen

kopje ‘Aanleg moeras met poel’.

Ruimtelijke onderbouwing Landgoed Sandenburg, Langbroek

19

de Monumentenwet die van toepassing waren op de fysieke leefomgeving

Ingeval archeologische resten worden aangetroffen dient dit op grond van

gaan naar de Omgevingswet die in 2024 van kracht wordt. Voor deze

artikel 53 van de Monumentenwet onmiddellijk te worden gemeld aan de

onderdelen is daartoe in de Erfgoedwet voor de periode tot

Minister van OC&W, door tussenkomst van gemeente.

inwerkingtreding van de Omgevingswet een overgangsregeling opgenomen.

De vondst dient gedurende 6 maanden, te rekenen vanaf de datum van de melding, ter beschikking te worden gesteld of gehouden voor

De basis van de bescherming van archeologisch erfgoed in de Erfgoedwet

wetenschappelijk onderzoek.

is het verdrag van Valletta (ook wel het verdrag van Malta). De bescherming heeft als doel om archeologisch erfgoed zoveel mogelijk in

Cultuurhistorie

situ, dus in de grond, te behouden. Dankzij het principe van “de

Voor de toetsing is de cultuurhistorische waardenkaart van de provincie

verstoorder betaalt” uit het verdrag van Valletta worden meer

Utrecht geraadpleegd. De locatie ligt binnen “CHS – historische

archeologische resten in situ behouden.

buitenplaatszone”.

Indien ruimtelijke ontwikkelingen plaatsvinden dient te worden beoordeeld

Analyse waarde landschap

of archeologische en cultuurhistorische waarden in het geding raken.

De bosaanplant past in het landschap en versterkt het afwisselende beeld wat past in het coulissenlandschap. Daarnaast draagt de aanleg van een

4.9.2

Onderzoek

poel bij aan de ecologische waarden. Poelen zijn echter geen historisch element in dit gebied en tast het ontginningspatroon in basis aan. Echter,

Figuur 8 Uitsnede legger, plangebied globaal rood omlijnd. De watergang die verdwijnt is geel gearceerd.

4.8.3

Conclusie

Archeologie

het moerasgedeelte kan geïnterpreteerd worden als een verwijzing naar

Voor het grondgebied van de gemeente Wijk bij Duurstede is een

de tijd voor de ontginning. De beoogde bosaanplant is voor een klein

gemeentelijke archeologische en cultuurhistorische inventarisatiekaart

gedeelte gelegen in de aardkundige waarde “dekzandrug Darthuizen”. In

opgesteld. Deze gebieden zijn ook opgenomen in het vigerende

het ontwerp dient hier rekening mee te worden gehouden door in lijn met

bestemmingsplan.

de rand van het dekzand de aanplant te realiseren en deze hierdoor te accentueren.

Het aspect ‘water’ vormt geen belemmering voor onderhavig initiatief.

Het plangebied ligt op de gemeentelijke archeologische maatregelenkaart in een Archeologisch waardevol gebied 5: Verwachtingswaarde

Conclusie en advies vanuit de analyse landschap

4.9

archeologie - laag. In deze zone zijn alle bodemingrepen vrijgesteld van

De bosaanplant en de aanleg van de poel tast de waarde ‘Landschap’ niet

archeologisch onderzoek.

aan. Het plangebied is aan de noordkant voor een klein deel gelegen in de

4.9.1

Archeologie en cultuurhistorie

waarde ‘aardkunde’. Derhalve dient de bosaanplant afgestemd te worden

Toetsingskader

De bescherming van archeologisch erfgoed in Nederland is vastgelegd in

Het aspect ‘archeologie’ vormt geen belemmering voor de voorgenomen

op de rand van de dekzandrug zoals ook bij het naastgelegen bos is

ontwikkeling aangezien er geen bodemingrepen worden uitgevoerd.

gedaan zodat deze de “rug” accentueert. De lijn hoeft daarbij niet

de Erfgoedwet, die op 1 juli 2016 in werking is getreden. De Erfgoedwet is

kaarsrecht te zijn maar mag ook wat grillig zijn zolang de richting de rand

in de plaats gekomen van zes wetten en regelingen op het gebied van

volgt.

cultureel erfgoed, waaronder de Monumentenwet 1988. Onderdelen van

Ruimtelijke onderbouwing Landgoed Sandenburg, Langbroek

20

4.9.3

Conclusie

De aspecten ‘Archeologie’ en ‘Cultuurhistorie’ zorgen niet voor

4.11

Toetsing besluit m.e.r.

4.11.1

Toetsingskader

belemmeringen voor onderhavige omgevingsvergunning mits het advies vanuit de ‘Analyse waarde landschap’ wordt opgevolgd.

4.10

Stikstof

4.10.1

Toetsingskader

Op 29 mei 2019 heeft de Raad van State bepaald dat het Programma Aanpak Stikstof (PAS) niet als basis voor toestemming mag worden gebruikt voor het onderdeel Natura 2000 (gebiedsbescherming) van de Wet natuurbescherming. Per plan dient aangetoond te worden dat er geen toename is van de stikstofdepositie. Op 2 november 2022 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak geoordeeld dat de bouwvrijstelling stikstof niet voldoet aan het Europese natuurbeschermingsrecht. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft daardoor geconstateerd dat de bouwvrijstelling niet meer gebruikt mag worden bij bouwprojecten. Hierdoor dient naast de gebruiksfase ook de aanlegfase berekend te worden. 4.10.2

Met het nieuwe bestemmingsplan wordt de agrarische bestemming van het plangebied vervangen door deels een natuurbestemming (ter plaatse van de poel en het moeras) en deels een bosbestemming (ter plaatse van de bosaanplant). Gezien de aard van het planvoornemen wordt een daadwerkelijk stikstofdepostieonderzoek niet noodzakelijk geacht. 4.10.3

Bij onderhavig planvoornemen gaat het in totaal om een oppervlakte van circa 5,64 ha waarvan circa 4,91 ha wordt ingezet voor de ontwikkeling.

Een milieueffectrapportage-beoordeling (m.e.r.-beoordeling) is een toets

Het plan valt hiermee ruim onder de drempelwaarde van 125 hectare of

van het bevoegd gezag om te beoordelen of bij een project belangrijke

meer. Hierdoor is er is geen m.e.r.(beoordelings)-procedure noodzakelijk.

nadelige milieugevolgen kunnen optreden. Wanneer uit de toets blijkt dat

Er hoeft geen vormvrij m.e.r.-beoordelingsbesluit genomen te worden.

er belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden, moet er een

Daarbij zijn in voorgaande paragrafen van dit hoofdstuk zijn de

m.e.r.-procedure worden doorlopen.

verschillende milieueffecten beschouwd, zoals geluid en luchtkwaliteit. Hieruit blijkt dat er door de ontwikkeling inderdaad geen sprake zal zijn

In het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) is omschreven in

van nadelige milieugevolgen.

welke gevallen een m.e.r. (beoordelings)procedure gevolgd moet worden. In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. zijn activiteiten

4.11.3

Conclusie

opgenomen waarvoor respectievelijk een m.e.r.-procedure of m.e.r.beoordelingsprocedure doorlopen moet worden. Met betrekking tot

Er is geen m.e.r.(beoordelings)-procedure noodzakelijk.

stedelijke ontwikkelingsprojecten moet op grond van D11.2 bij het ruimtelijk plan een plan-MER opgesteld worden bij de stedelijke ontwikkelingsprojecten als de activiteit betrekking heeft op: 

een oppervlakte van 100 hectare of meer;

een aaneengesloten gebied en 2000 woningen of meer;

een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer.

4.11.2

Onderzoek

van 50 hectare of meer.

Onderzoek

Bij onderhavig planvoornemen is geen sprake van een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’, gezien natuuroppervlakte (onder meer door middel van bosaanplant) wordt toegevoegd. Het initiatief is daarentegen wel aan te merken als ‘een landinrichtingsproject dan wel een wijziging of uitbreiding daarvan’, zoals bedoeld in categorie D 9 in de bijlage van het Besluit m.e.r. Een m.e.r.(beoordelings)-procedure is conform kolom 2 noodzakelijk in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op:

Conclusie

Het aspect ‘Stikstof’ vormt geen belemmering voor uitvoering van het plan.

1°. een functiewijziging met een oppervlakte van 125 hectare of meer van water, natuur, recreatie of landbouw of

2°. vestiging van een glastuinbouwgebied of bloembollenteeltgebied

Ruimtelijke onderbouwing Landgoed Sandenburg, Langbroek

21

5

Uitvoerbaarheid

5.1

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

5.1.1

Omgevingsdialoog

In de directe omgeving van het plangebied zijn geen potentiële belanghebbenden die door het plan negatieve effecten zouden kunnen ondervinden. Gezien de aard van de ontwikkeling (natuurontwikkeling) zal de ontwikkeling een positief effect hebben op de omgeving. Er is daarom geen omgevingsdialoog gevoerd.

Ruimtelijke onderbouwing Landgoed Sandenburg, Langbroek

22

6

Conclusie

Het initiatief beoogd de agrarische bestemming van het plangebied te vervangen door deels een natuurbestemming (ter plaatse van de poel en het moeras) en deels een bosbestemming (ter plaatse van de bosaanplant). Daarnaast wordt ter plaatse van de bestemming ‘Bos’ de dubbelbestemming ‘Waarde – Natuur en Landschap’ opgenomen en ter plaatse van de bestemming ‘Natuur’ de dubbelbestemming ‘Waarde – Landschap’. Ter plaatse van alle percelen zal tevens de gebiedsaanduiding ‘milieuzone – stiltegebied’ opgenomen worden. Doelstelling van de bosaanplant op voorgenomen locatie is het versterken van het landschap en de biodiversiteit en het creëren en versterken van een natuurlijke- en landschappelijke verbinding tussen losliggende landschapselementen. Het initiatief zal juridisch planologisch mogelijk worden gemaakt in het Verzamelplan 2023. Er is beoordeeld of de ontwikkelingen passen in het beleid van het rijk, de provincie en gemeente. Voorts is gekeken of de ontwikkeling op de locatie passend is en of er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van waarden, functies en belangen in de omgeving. Uit deze afwegingen blijkt dat er geen belemmeringen zijn om het initiatief te realiseren.

Ruimtelijke onderbouwing Landgoed Sandenburg, Langbroek

23

Bijlage 1 - Quickscan flora en fauna

Ruimtelijke onderbouwing Landgoed Sandenburg, Langbroek

24

Quickscan Flora en Fauna Landgoed Sandenburg Langbroek Toetsing aan natuurwetgeving en -beleid Definitief

Quickscan Flora en Fauna Landgoed Sandenburg Langbroek

1

colofon

projectnaam Quickscan Flora en Fauna Landgoed Sandenburg Langbroek datum 22 juni 2023 projectnummer P06422 opdrachtgever Gemeente Wijk bij Duurstede BRO projectleider RFe opgesteld door RBo interne controle RdM bron kaft BRO

Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel +31 (0)411 850 400 info@bro.nl www.bro.nl

Quickscan Flora en Fauna Landgoed Sandenburg Langbroek

2

Inhoudsopgave 1

2

3

Inleiding

4

1.1

4

Werkwijze quickscan flora en fauna

Planbeschrijving

5

2.1 2.2

5 5

Huidige situatie Toekomstige situatie

Toetsing gebiedsbescherming

7

3.1 3.2

7 7

Wettelijke gebiedsbescherming Gebiedsbescherming vanuit provinciaal beleid

4

Toetsing beschermde houtopstanden

5

Toetsing soortenbescherming

9

5.1

10

Vogels 5.1.1

5.2

5.2.1

5.3

6

13

8

Geraadpleegde bronnen

14

8

10

10 10

10 11

11 11

11 11

Toetsing Toetsing

11

11 11

Vaatplanten

11

5.8.1

11

Conclusie

Samenvatting

11

Ongewervelde diersoorten 5.7.1

5.8

Toetsing

Vissen 5.6.1

5.7

Toetsing

Amfibieën 5.5.1

5.6

Toetsing

Reptielen 5.4.1

5.5

Toetsing

Grondgebonden zoogdieren 5.3.1

5.4

Toetsing

Vleermuizen

7

Toetsing

12

Quickscan Flora en Fauna Landgoed Sandenburg Langbroek

3

1

Inleiding

Voor alle ruimtelijke ontwikkelingen geldt dat deze in overeenstemming met de nationale natuurwetgeving en het provinciale natuurbeleid moeten worden uitgevoerd. In het kader van een bestemmingsplanwijziging ten behoeve van de realisatie van nieuwe natuur, is door middel van een verkennend flora- en faunaonderzoek (quickscan) een beoordeling gemaakt van de mogelijke effecten die het plan kan hebben op beschermde natuurwaarden. Hierdoor wordt duidelijk of het plan in overeenstemming is met de natuurwetgeving.

1.1

Werkwijze quickscan flora en fauna

In de quickscan zijn de gevolgen van de ruimtelijke ingreep afgezet tegen potentieel aanwezige natuurwaarden die vanuit de Wet natuurbescherming en provinciaal beleid zijn beschermd. Deze werkwijze vloeit voort uit de brochure ‘Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen’ van het Ministerie van Economische Zaken van december 2016. Om een beeld te krijgen van de natuurwaarden is op 13 juni 2023 tussen 12.00 – 14.00 uur door een ecoloog van BRO1 een verkennend veldbezoek gebracht aan het plangebied en de directe omgeving hiervan. Het was circa 27°C, licht bewolkt, zonder neerslag, met een oost-noordooster-

De bescherming van de natuur is per 1 januari 2017 in Nederland vastgelegd in de Wet natuurbescherming (Wnb). Deze wet vormt voor wat betreft soortenbescherming en gebiedsbescherming een uitwerking van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. Omtrent houtopstanden is de voormalige nationale Boswet eveneens in de Wet natuurbescherming opgenomen. Daarnaast vindt beleidsmatige gebiedsbescherming plaats door middel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), de voormalige Ecologische Hoofdstructuur (EHS).

wind van 3 Bft. Tijdens het veldbezoek is gelet op de potentiële aanwezigheid van beschermde soorten op basis van het aanwezige habitat en nest/verblijfsmogelijkheden. Daarnaast is aan de hand van verspreidingsatlassen, soortgerichte literatuur, NDFF-gegevens en op basis van ‘expert judgement’ nagegaan welke beschermde planten- en diersoorten er voor kunnen komen binnen en nabij het plangebied en zijn omtrent gebiedsbescherming gegevens van de provincie Gelderland geraadpleegd. Aan de hand van het verkennende onderzoek is vervolgens beoordeeld welke beschermde soorten daadwerkelijk voor (kunnen) komen binnen het plangebied en is er vervolgens een inschatting gemaakt van de effecten van de ruimtelijke ontwikkeling op beschermde natuurwaarden.

1

BRO is lid van het Netwerk Groene Bureaus (NGB). Het NGB is de brancheorganisatie voor groene adviesbureaus en heeft als doel kwaliteitsbevordering en belangenbehartiging. Onze werkzaamheden voeren wij dan ook uit volgens de door het NGB vastgestelde gedragscode (versie juni 2008, laatst aangevuld 11 februari 2021). De medewerkers binnen de discipline ecologie voldoen aan de door het Ministerie van EZ genoemde voorwaarden voor ter zake deskundigen op het gebied van ecologisch onderzoek.

Quickscan Flora en Fauna Landgoed Sandenburg Langbroek

4

2

Planbeschrijving

Het plangebied bestaat uit twee percelen, gelegen ten noorden en ten zuiden van de Gooyerdijk. Dit gebied ligt in het overgangsgebied van de heuvelrug naar de kleigronden van de rivier de Kromme Rijn. Beide percelen zijn omringd door andere landbouwgronden en gedeeltelijk door bomen. In figuur 1 is de topografische ligging van het plangebied weergegeven.

2.1

Huidige situatie

Het perceel ten noorden van de Gooyerdijk, bestaat momenteel uit landbouwgrond waarop actief verbouwt wordt. In het zuidoosten is een boomgroep aanwezig. In het oosten en het zuiden van het plangebied zijn sloten aanwezig die op het moment van het veldbezoek droogstonden en begroeid waren met bramen, brandnetel en distels. Het plangebied ten zuiden van de Gooyerdijk bestaat uit landbouwgrond waar een tarwesoort op wordt verbouwd. In het oosten en het zuiden van het plangebied zijn sloten aanwezig net als op drie locaties op de akker. In figuur 2 is een luchtfoto van het plangebied en de directe omgeving weergegeven. De figuren 4 t/m 9 geven een impressie van het plangebied, middels foto’s die zijn genomen tijdens het verkennende veldbezoek.

2.2

Toekomstige situatie

Figuur 1: Topografische kaart ligging plangebied (1:25.000)

Figuur 2: Luchtfoto plangebied en directe omgeving

m. De taluds hebben een natuurlijk verloop waardoor er een prettig leefklimaat ontstaat voor reptielen en amfibieën. Het moeras wordt ontsloten van de bestaande watergangen middels dammen, zodat er geen vreemd water meer de poel kan binnenkomen. De bestaande sloot wordt doorgegraven langs het perceel op, zodat de huidige watergangen gekoppeld worden. Deze verlagingen zullen door

In de toekomstige situatie worden beide percelen omgevormd tot natuur.

wisselende waterstanden periodiek droog kunnen vallen. Door de vochtige

Hierbij wordt het perceel ten noorden van de Gooyerdijk beplant met ver-

omstandigheden is de ontwikkeling van riet en moerasplanten hierdoor

schillende bodemsoorten zoals; Eik, Beuk, Acacia en Douglas.

mogelijk gemaakt.

Het perceel ten zuiden van de Gooyerdijk wordt beplant met zoals; Eik, Prunus Avium, Linde, Acacia, Meidoorn, Lijsterbes en Prunus Padus. In het zuiden wordt een stuk van de landbouwgrond omgevormd tot moeras met een poel. Hierbij wordt de toplaag verwijderd en poel van ongeveer 3.000 m2 gegraven. De poel zal in het midden een diepte krijgen van 1.30

Quickscan Flora en Fauna Landgoed Sandenburg Langbroek

5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14040408/1