CConstaterende datWijk bij Duurstede
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 7 Begroting 2025 Meerjarenraming 2026-2028 v0.4

Raadsvergadering 2 juli 2024, gemeente Wijk bij DuurstedeBij agendapunt: Zienswijze jaarrekening 2023 en begroting 2025 RDWI16.387 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Door een actievere schulddienstverlening en vroegsignalering wordt de kans dat dit zich voordoet ingeschat op 70%; • Het risico debiteurenvorderingen is gelijk gebleven. De Tozo kredietverstrekkingen hebben het debiteurensaldo doen oplopen, maar de periode van invordering is verlengd tot 6 jaar. Daarnaast heeft het kabinet, indien nodig, volledige compensatie toegezegd; • Kredietverstrekking BBZ. Bij de wijziging van financieringssystematiek van het BBZ is het risico voor kredietverstrekking voor 75% bij gemeenten gelegd. Het is mogelijk dat de toenemende verschuldiging van ondernemers op de middellange termijn tot meer aanvragen zal leiden. Voor de bepaling van de hoogte van het risico is nu uitgegaan van stijging van de kapitaalsvertrekkingen van 100% tot 200% en is de kans op 30% gezet; • Kinderopvang. De lasten zijn in 2023 verder gestegen ten opzichte van voorgaande jaren. In de doorkijk naar de begroting van 2024 en volgende jaren is hiermee al deels rekening mee gehouden. Vandaar dat het risico nu wordt ingeschat op 50%. Bij de bepaling van het risico is geen rekening gehouden met toekomstige wet- en regelgeving. In de volgende tabel is de financiële impact van de ‘open einde regelingen’-risico’s opgenomen. Deze financiële risico’s worden opgenomen, zodat de KRH gemeenten deze risico’s kunnen opnemen in hun begrotingen of weerstandsvermogen.

Risico’s open einde regelingen totaal

Benodigde weerstandscapaciteit (impact X kans X 3 jaar)

Tekorten op BUIG budgetten Vangnetregeling Lasten bijzondere bijstand en IIT Debiteurenvorderingen Bedrijfskredieten (BBZ) Onderzoeken levensvatbaarheid Kinderopvang Kredieten TOZO Totaal

Begroting 2025 v0.4

7.062.000 118.000 400.000 223.000 525.000 90.000 286.000 PM 8.704.000

pag. 25

Risico’s open einde regelingen BUIG budgetten per gemeente

Maximaal risico op BUIG per gemeente 2025, obv voorlopige budgetten

Benodigde weerstandscapaciteit (impact X kans X 3 jaar) kans 50%

270.000 1.117.000 1.133.000 110.000 2.078.000 4.708.000

405.000 1.676.000 1.699.000 165.000 3.117.000 7.062.000

Bunnik De Bilt Utrechtse Heuvelrug Wijk bij Duurstede Zeist Totaal

De totaal benodigde weerstandscapaciteit voor het risico op de BUIG is ten opzichte van de Jaarrekening 2023 gestegen met circa € 450.000. Risico’s die relevant zijn voor het weerstandsvermogen RDWI In de onderstaande tabel staan de risico’s die relevant zijn voor de bedrijfsvoering en het weerstandsvermogen van de RDWI. Op basis van ‘kans’ x ‘impact’ is de benodigde weerstandscapaciteit bepaald.

Risico’s

Maximaal risico per onderwerp

Benodigde weerstandscapaciteit (impact X kans X Incid /Structureel

Informatiebeveiliging & privacy

€ 725.000

€ 217.500

ICT samenwerking RID

€ 136.000

€ 122.500

Inhuur door hoger ziekteverzuim

€ 106.000

€ 159.000

Totaal

€ 967.000

€ 499.000

Informatiebeveiliging & privacy Dit risico heeft betrekking op mogelijk onrechtmatig delen of gebruik van (privacygevoelige) informatie met ketenpartners en het hacken van systemen. De volgende beheersmaatregelen zijn getroffen om het risico te beperken: • afspraken voor het rechtmatig gebruik -in het kader van de AVG- inclusief de eisen die de Autoriteit Persoonsgegevens stelt; • uitrol van het I-bewustzijnsprogramma voor medewerkers in 2023 • afspraken gebruik Suwinet; • afspraken over de inrichting van de control rol binnen de RSD (binnen team financiën en de Functionaris Gegevensbescherming) en de CISO binnen het IV samenwerkingsverband. Onderstaande risico’s en aandachtspunten op het gebied van informatieveiligheid & privacy zijn onderhanden. Beheersmaatregelen worden indien noodzakelijk, geïmplementeerd. - Identiteitscontrole bij telefonisch contact; - Indien bij de RSD een BOA functionaris (Sociaal Rechercheur) in dienst wordt genomen dan moeten wij voldoen aan de Wet op de Politiegegevens; - In algemene zin de uitvoering van DPIA’s voor processen of applicaties - De logging en controle op de GBA-V opvragingen;

Begroting 2025 v0.4

pag. 26

- Terug meldplicht bij foutieve BRP registraties. In verband met het toegenomen bewustzijn binnen de organisatie en de genomen beheersmaatregelen is de inschatting van de kans gelijk gebleven (10%). Het risico blijft aangemerkt als structureel. Omdat de wettelijk maximale boete die opgelegd kan worden verlaagd is tot maximaal € 725.000, komt de benodigde weerstandscapaciteit uit op € 217.000. ICT samenwerking RID Het risico heeft betrekking op mogelijke kwetsbaarheid in de stabiliteit en continuïteit van de ICT systemen. Daarvoor zijn de volgende beheersmaatregelen getroffen: • continue aandacht en afspraken over de dienstverlening van de RID; • ISAE 3402 verklaring RDWI (waarborg dat processen die uitbesteed zijn, aantoonbaar in control zijn); • afspraken over de kwaliteit van de dienstverlening. De inschatting van de kans is op beperkt gesteld (30%). De impact is gekoppeld aan de personeelslasten als het systeem uitvalt. Dan kan het werk niet voortgezet worden. Het risico is aangemerkt als structureel. De benodigde weerstandscapaciteit komt daarmee uit op € 122.500. Ziekteverzuim De belangrijkste beheersmaatregelen voor het ziekteverzuimbeleid zijn: • Maandelijks intervisie van de verzuimdossiers; • Ondersteuning bij ziekteverzuimdossiers door arbeidsdeskundigen en de bedrijfsarts; • Bewaken ziekteverzuimdossiers. De inschatting van de kans is ongewijzigd op gemiddeld (50%).

Door actief verzuimbeleid is sprake van een daling in het ziekteverzuim. Hierdoor daalt de benodigde weerstandscapaciteit naar € 159.000. Het risico is aangemerkt als structureel. Tot slot zien we voor de bedrijfsvoering nog twee niet kwantificeerbare risico’s. Daarmee zijn deze risico’s (nog) niet relevant voor het weerstandsvermogen: • Voor de uitvoering van de nieuwe Wet inburgering stelt het Rijk op macro niveau voldoende budget beschikbaar voor uitvoering van deze wet. De uitvoering van de wet is complex en vraagt intensieve samenwerking met verschillende partners, wat efficiency kan verminderen. Verder heeft het kabinet nog niet aangegeven hoe het om zal gaan met fluctuaties in de instroom in de regeling. • Voor de uitvoering van de Wet Kinderopvang en dan specifiek inzake de aanvragen op grond van ‘Sociaal Medische Indicatie’ (SMI) is het niet toegestaan Suwinet Inkijk te gebruiken. Dat betekent dat de afhandeling van deze aanvragen extra capaciteit vraagt. Samenvatting beschikbare weerstandscapaciteit In de praktijk bieden de reserves de meeste houvast als het gaat om beschikbare weerstandscapaciteit. Dat is het vermogen dat beschikbaar moet zijn om calamiteiten financieel aan te kunnen. Het is gebruikelijk om alleen de vrij besteedbare reserves en de posten onvoorzien mee te nemen voor de weerstandscapaciteit.

Op de vrij besteedbare reserves liggen geen claims tot besteding. In de volgende tabel wordt een analyse gemaakt van de beschikbare weerstandscapaciteit.

Begroting 2025 v0.4

pag. 27

Beschikbaar Balans 31-12Weerstands2023 capaciteit

Eigen vermogen

Algemene reserve

511.650

Gerealiseerd resultaat 2023

753.725

Bestemmingsreserve groot onderhoud

55.000

Bestemmingreserve frictie

511.650

0

Bestemmingsreserve Bedrijfsvoering

178.329

Bestemmingsreserve ICT

0

Bestemmingsreserve Verbeterplan

0

Bestemmingsreserve Ontwikkelagenda

175.500

Bestemmingsreserve Tozo

402.000

Bestemmingsreserve Implementatie Inburgering

0

Totaal eigen vermogen

2.076.204

511.650

Ratio weerstandsvermogen De ratio van het weerstandsvermogen wordt bepaald door de beschikbare weerstandscapaciteit te delen door de benodigde weerstandscapaciteit. Het Algemeen Bestuur heeft in 2021 besloten om te streven naar een maximaal weerstandsratio van 1 (voldoende). Waardering

Ratio Weerstandsvermogen

Betekenis

A

➢

2,0

Uitstekend

B

1,4 < x < 2.0

Ruim voldoende

C

1,0 < x < 1,4

Voldoende

D

0,8 < x < 1,0

Matig

E

0,6 < x < 0,8

Onvoldoende

F

< 0,6

Ruim onvoldoende

Financiële kengetallen De BBV schrijft voor om een verplichte basis-set van de volgende vier financiële kengetallen op te nemen in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing: - Netto schuldquote; - Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen; - Solvabiliteitsratio; - Structurele exploitatieruimte. Rekening 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Netto schuldquote

4.4%

3.8%

6.5%

Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen

4.4%

3.8%

6.5%

Solvabiliteitsratio

14.57%

14.10%

13.58%

Structurele exploitatieruimte

0.82%

-0,15%

-0.15%

Kengetallen

Begroting 2025 v0.4

pag. 28

De solvabiliteitsratio is gedaald ten opzicht van de rekening 2023. Het solvabiliteitsratio neemt af als gevolg van de daling van het eigen vermogen in 2023. De netto schuldquote stijgt doordat het saldo van de openstaande leningen is toegenomen.

5.2. Staat van reserves en voorzieningen Hieronder is de staat van reserves en voorzieningen in beeld gebracht op basis van de realisatiecijfers 2023 en de verwachte toevoegingen en onttrekkingen in 2024 en verder.

Staat van reserves

Stand per 1 januari 2025

toevoeging

Onttrekking

Stand per 31 december 2025

Algemene Reserve

511.650

-

-

511.650

Egalisatiereserve groot onderhoud Bestemmingsreserve programma Ontwikkelagenda

55.000

110.000

110.000

55.000

175.500

-

-

175.500

Bestemmingsreserve Tozo

252.000

-

150.000

102.000

Bestemmingsreserve Bedrijfsvoering

178.329

-

-

178.329

1.172.479

110.000

260.000

1.022.479

Onttrekking

Stand per 31 december 2025

66.000

129.384

Totaal reserves

Staat van voorzieningen Reorganisatie voorziening Voorziening Spaarverlof Totaal voorzieningen

Stand per 1 januari 2025

toevoeging

195.384 60.000 255.384

60.000 -

66.000

189.384

Algemene Reserve De Algemene Reserve bedraagt per 1 januari 2024 € 511.650, waarmee de weerstandsratio 1 is. Bestemmingsreserve groot onderhoud De bestemmingsreserve onderhoud heeft betrekking op het planmatig onderhoud van het pand in eigendom aan de Thorbeckelaan. Onttrekkingen kunnen plaatsvinden in verband met gemaakte kosten voor (gepland) groot onderhoud en renovatie. Hiervoor is een meerjarig onderhoudsbeleidsplan beschikbaar. Bestemmingsreserve Tozo De reserve is bij de Najaarsnota 2020 ingesteld voor de afwikkeling van de regelingen Tozo. Het betreft verwachte werkzaamheden in verband met terugvordering en verhaal van de verstrekte kredieten en voorschotten, de verantwoording hiervan en de kosten bezwaar en beroep. De verwachting dat de werkzaamheden tot eind 2027 zullen lopen. De onttrekking tot eind 2025 is jaarlijks circa € 150.000. In 2026 en 2027 is dit circa €50.000 per jaar.

Begroting 2025 v0.4

pag. 29

Bestemmingsreserve Bedrijfsvoering De bestemmingsreserve bedrijfsvoering is ingesteld om projecten die nodig zijn om de bedrijfsvoering van ondersteunings- of business projecten te financieren. De verwachting is dat na bestemming van het jaarrekeningresultaat 2022 uitvoering zal worden gegeven aan verschillende projecten die nog doorlopen tot begin 2025. Voorziening Frictie De voorziening Frictie heeft betrekking op de personele lasten voor (oud) medewerkers in verband met ontslagvergoedingen, verplichtingen in het kader van ww en van werk naar werk begeleiding. De hoogte van de voorziening is voldoende om aan WW verplichtingen tot medio 2026 te voldoen. Bij de beoordeling van de jaarrekening 2023 zijn de verplichtingen meerjarig in kaart gebracht. Deze bedragen per ultimo 2023 € 260.400. Naar verwachting zal in 2024 € 65.000 besteed worden en in 2025 € 66.000. Het restant zal in de periode daarna tot besteding komen. Voorziening spaarverlof De Voorziening spaarverlof dient volgens de financiële regelgeving aangehouden te worden omdat er bij verlofsparen sprake is van arbeidskosten gerelateerde verplichtingen die een niet voorspelbare opbouw en daarmee ook onvoorspelbare afbouw kennen. Bij de jaarrekening 2023 is de voorziening toegenomen tot € 60.000. De hoogte van deze voorziening zal jaarlijks worden aangepast aan de mutatie van het gespaarde verlofsaldo.

5.3. Incidentele baten en lasten Incidentele baten

2024

2025

2026

2027

2028

Onttrekking bestemmingsreserve Tozo

150.000

150.000

52.000

50.000

0

Totaal incidentele baten

150.000

150.000

52.000

50.000

0

Inzet afwikkeling Tozo

150.000

150.000

52.000

50.000

0

Totaal incidentele lasten

150.000

150.000

52.000

50.000

0

Incidentele lasten

Voor 2024 en verder verwachten we incidenteel werkzaamheden te verrichten voor de afwikkeling van de Tozo regelingen. Het gaat om circa € 150.000 aan kosten tot en met 2025. In 2026 en 2027 is circa €50.000 nodig. Daar staat een zelfde bedrag tegenover dat onttrokken wordt aan de bestemmingsreserve Tozo. Deze reserve is gevormd ter dekking van deze kosten.

Begroting 2025 v0.4

pag. 30

5.4. Onderhoud kapitaalgoederen In de begroting is deze paragraaf bedoeld om aan te geven hoe het onderhoud van kapitaalgoederen is georganiseerd.

Staat van Materiele vaste activa

Boekwaarde Boekwaarde Investeringen Afschrijvingen 1-1-2025 31-12-2025

Het Rond 6 Bedrijfsgebouwen en Inventaris

1.847.445

0

104.584

1.742.861

Overige materiele vaste activa

315.646

150.000

167.667

297.979

subtotaal Materiele vaste activa

2.163.091

150.000

272.251

2.040.840

Thorbeckelaan 3

0

0

Grond en terreinen

2.185.163

0

0

2.185.163

Bedrijfsgebouwen en inventaris Machines, apparaten en Installaties subtotaal Materiele vaste activa

1.510.415

0

128.200

1.382.215

1.104.915

0

65.000

1.039.915

4.800.494

0

193.200

4.607.294

TOTAAL

6.963.585

150.000

465.451

6.648.134

Het Rond 6E Zeist In 2023 zijn er investeringen aan het pand Het Rond 6E uitgevoerd. Deze investeringen zijn noodzakelijk ter ondersteuning van onze dienstverlening en hybride werken. Vanaf 1 januari 2024 is er één verdieping afgestoten vanwege het hybride werken. De rente en afschrijvingslasten die hiermee gepaard gaan passen binnen de huidige financiële kaders. Het investeringsbudget is maximaal € 1.700.000. Vanwege uitloop in het verbouwen in 2023 is het resterende projectbudget van € 202.843 doorgeschoven naar 2024. In 2025 vinden naar verwachting geen extra investeringen plaats. Overige materiele vaste activa Dit betreft jaarlijkse vervangingsinvesteringen automatisering ter hoogte van € 150.000 (laptops, mobiele telefoons en ICT apparatuur). Thorbeckelaan Zeist In 2011 is door Bouwraadgever een meerjarig onderhoudsplan ontwikkeld voor het pand aan de Thorbeckelaan Zeist. In 2023 is er een investering geweest om de voorgevel te renoveren. In het meerjarig onderhoudsplan van het pand aan de Thorbeckelaan voor het laatst geactualiseerd. Op basis van dat onderhoudsplan is € 110.000 investeringsbudget beschikbaar. In 2025 vinden er geen investeringen plaats. Het pand aan de Thorbeckelaan wordt verhuurd aan Biga Groep.

5.5. Financiering Het doel van deze paragraaf is het beleid ten aanzien van de financiering (of treasuryfunctie) van de GR RDWI te verklaren. De treasuryfunctie ondersteunt de uitvoering van het programma Sociaal Domein. De treasuryfunctie omvat de financiering van beleid en het beleggen van geldmiddelen die niet direct nodig zijn.

Begroting 2025 v0.4

pag. 31

De RDWI is gebonden aan de wet Fido. Het middelen beheer loopt via de schatkist. Dit betekent dat in de praktijk overtollige middelen alleen uitgezet worden in de Rijks schatkist. Liquiditeitspositie Met de liquiditeitspositie wordt bepaald of de organisatie in staat is om aan de korte termijn verplichtingen te voldoen. Bij korte termijn financiering horen fluctuerende, maar relatief lagere Euribor rentetarieven. Omdat kort geld goedkoper is dan langlopende leningen, wordt in het huidige renteklimaat pas een lange lening aangetrokken als de kasgeldlimiet overschreden dreigt te worden of voor bijvoorbeeld de financiering van materiële vaste activa. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet bepaalt het maximale bedrag aan kortlopende geldleningen dat mag worden aangetrokken. Het uitgangspunt voor de kasgeldlimiet is het vermijden van grote fluctuaties in de rentelasten door een grens te stellen aan korte financiering (< 1 jaar). Juist voor korte financiering kan het renterisico aanzienlijk zijn. Op grond van de wet Fido (Financiering decentrale overheden) wordt de informatie over de kasgeldlimiet opgenomen in de financieringsparagraaf bij de begroting en het jaarverslag. In het jaarverslag betreft deze informatie ten minste de kasgeldlimiet bij aanvang van het verslagjaar en de gemiddelde netto vlottende schuld in elk van de kalenderkwartalen van dat jaar.

De kasgeldlimiet wordt berekend als een percentage van de jaarbegroting en geldt voor het hele jaar. De kortlopende schuld mag niet verder oplopen dan 8,2% van het begrotingstotaal aan lasten voor bestemming. Dit houdt in dat de kasgeldlimiet voor het begrotingsjaar 2025 € 8.275.883 is (8,2% van €100.925.400). De gemeenschappelijke regeling mag dus korte termijn financiering aantrekken tot aan deze bedragen. Financieringstekort In 2025 is geen sprake van een financieringstekort. Staat van Leningen 2023 BNG: Lening d.d. 01-042002 400088666 BNG: Lening d.d 15-082023 40116629 Totaal

Hoofdsom

Afloop Rente datum %

Leningen 1-1-2025

Aflossingen 2025

Leningen 31-122025

2.893.000

1-4-2032

3,7

771.357

96.428

674.929

3.000.000

15-8-2033

3.5

2.700.000

270.000

2.430.000

0

3.471.357

366.428

3.104.929

5.893.000

In 2025 zal er geen langlopende lening worden aangetrokken ter financiering van langlopende verplichtingen. Aan de kapitaallasten worden de werkelijke rentelasten (langlopende leningen). toegevoegd. De begrote rentelasten voor langlopende leningen in 2025 zijn € 100.000. Rente risiconorm Via de rente risiconorm wordt bepaald welk renterisico de RDWI loopt op zijn vaste schuld (leningen met een looptijd van langer dan 1 jaar). Voor het begrotingsjaar 2025 is de rente risiconorm bepaald op 20% van het begrotingstotaal. Dit houdt in dat de jaarlijks verplichte aflossingen en de renteherzieningen niet meer mogen bedragen dan 20% van het totaal van de lasten op de begroting. Hiermee wordt voorkomen dat een groot deel van de leningen tegelijk opnieuw moeten worden afgesloten, met het risico van snel oplopende rentelasten. De verwachte rente voor nieuw op te nemen

Begroting 2025 v0.4

pag. 32

geldleningen is gesteld op 4,0%. Er bestaat een risico dat het werkelijke percentage waarvoor leningen worden afgesloten hoger is. Gelet op de rentestand en verwachte ontwikkelding op de geldmarkt wordt rekening gehouden met een beperkte rentestijging. De begrote rentelasten in 2025 zijn € 100.000. EMU Saldo

EMU Saldo (X € 1.000)

2024

2025

2026

2027

2028

Exploitatiesaldo voor mutatie reserve

-150

-150

-52

-50

0

637

1.040

1.040

1.040

1.040

0

0

0

0

0

Af: Investeringen in (im)materiele vaste activa die worden geactiveerd

125

65

65

65

65

Bij: baten uit bijdragen van andere overheden

0

0

0

0

0

Overige baten / lasten

0

0

0

0

0

362

825

923

925

975

Bij: Afschrijvingen ten laste van exploitatie Bij: Dotatie aan de post voorzieningen

Totaal

Het tekort wordt veroorzaakt door tijdelijke werkzaamheden voor de afwikkeling van de Tozo regelingen uit 2020 en 2021. Het tekort wordt gedekt uit een onttrekking aan de reserve Tozo. Geprognotiseerde balans Geprognotiseerde balans (X € 1.000)

2023

2024

2025

2026

2027

2028

7.115

6.602

6.648

6.648

6.648

6.648

319

319

319

319

319

319

6.976

6.976

2.723

2.723

2.723

2.723

520

520

499

499

499

499

Activa Materiele vaste activa Vorderingen op openbare lichamen Overige vorderingen Liquide middelen Overlopende activa

421

421

343

343

343

343

15.350

14.838

10.532

10.532

10.532

10.532

Algemene Reserve

512

512

1.162

1.162

1.162

1.162

Bestemmingsreserve

2.573

2.467

511

511

511

511

Voorzieningen

255

195

189

189

189

189

Vaste schulden

2.868

2.521

3.075

3.075

3.075

3.075

Netto vlottende schulden

3.991

3.991

3.991

3.991

3.991

3.991

Totaal activa Passiva

Overlopende passiva Totaal passiva

Begroting 2025 v0.4

5.151

5.151

5.151

5.151

5.151

5.151

15.350

14.838

14.080

14.080

14.080

14.080

pag. 33

5.6. Bedrijfsvoering Bedrijfsvoering bestaat uit de onderdelen personeel, huisvesting, automatisering, communicatie, organisatieontwikkeling, financieel beheer en facilitaire dienstverlening. Aan de RDWI worden hoge eisen gesteld als het gaat om de kwaliteit van de dienstverlening. Dat betreft primair de dienstverlening aan de directe klanten en daarnaast de dienstverlening aan de deelnemende gemeenten. Begrippen die in algemene zin en ook binnen de RDWI onder meer een rol spelen als het gaat om de bedrijfsvoering zijn: - Rechtmatigheid: de RDWI handelt rechtmatig als zij handelt volgens de geldende wet- en regelgeving; - Betrouwbaarheid: de RDWI heeft haar zaken voor elkaar en voert de (wettelijke) regels voorspelbaar uit en handhaaft de regels; - Transparantie: een transparant overheidsorgaan biedt inzicht in de uitvoering van de programma’s en ondersteunende processen; - Doelmatigheid: de gestelde doelen bereiken met zo weinig mogelijk inzet van middelen of met een bepaalde inzet van middelen een zo goed mogelijk effect; - Doeltreffendheid: de effecten bereiken die beoogd waren.

Voor de kaders van bedrijfsvoering zijn binnen de RDWI de volgende actuele verordeningen en/of regelingen van kracht: een financiële verordening; controleverordening en een controleprotocol ten behoeve van de controlewerkzaamheden van de accountant; mandaat-, volmacht- en machtigingenbesluit, waarin het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter voor de uitoefening van met name genoemde bevoegdheden mandaat en volmacht verlenen aan de directeur; budgethoudersregeling, waarin aanvullende regels omtrent het financiële mandaat binnen de organisatie geregeld worden; er is een intern controleplan; de externe controller adviseert het Dagelijks bestuur over de P&C-documenten. Deze verordeningen en regelingen zijn in 2022 beoordeeld en waar nodig geactualiseerd. Het controleprotocol 2022 ten behoeve van de accountantscontrole is op verzoek van het Algemeen bestuur nog gewijzigd. Deze wijziging is in de vergadering van het Algemeen bestuur van 8 december 2022 vastgesteld. Op het gebied van planning en control is een praktisch toepasbaar Planning en controlinstrumentarium aanwezig en een planning en controle jaarkalender.

Rechtmatigheid Het Dagelijks bestuur van de GR RDWI is verplicht (conform de artikelen 212, 213 en 213A van de gemeentewet) zorg te dragen voor de interne toetsing van de getrouwheid van de informatieverstrekking en de rechtmatigheid van beheershandelingen. Vanaf 2023 legt het Dagelijks bestuur van RDWI hierover zelf verantwoording af door middel van een rechtmatigheidsverklaring. De accountant verstrekt een verklaring van getrouwheid die tezamen met de rechtmatigheidsverantwoording van het Dagelijks bestuur wordt opgenomen in de jaarrekening. In 2023 worden voor zover nodig de bovenstaande kaders en verordeningen aangepast en wordt beleid geformuleerd en geïmplementeerd zodat het dagelijks bestuur deze taak kan uitvoeren.

Begroting 2025 v0.4

pag. 34

Organisatie Vanaf 2020 gelden de volgende spelregels voor de bedrijfsvoering2: 1. Bandbreedte van het aantal uitkeringen is 10% ten opzichte van het uitgangspunt bij de reorganisatie ‘van bolwerk naar netwerk’ van 3.000 uitkeringspartijen. Bij meer dan 10% daling of stijging gaan we uit van een mutatie van 5% formatie inclusief overhead (op basis van maximum schaal 9 + 30% overhead); 2. Bandbreedte aantal aanvragen schulddienstverlening is 10% ten opzichte van 550 aanvragen (‘van bolwerk naar netwerk’). Bij meer dan 10% daling of stijging gaan we uit van een mutatie van 5% formatie inclusief overhead (op basis van maximum schaal 9 + 30% overhead); 3. Bij de Nota 2e begrotingswijziging wordt de formatie en de definitieve bijdrage bepaald op basis van de bandbreedtes klantenbestand uitkering (volume BUIG) en aanvragen schulddienstverlening; 4. Bijstellingen van de apparaatskosten als gevolg van stijgingen of dalingen buiten de bandbreedte worden altijd door het Algemeen bestuur vastgesteld. In deze begroting is de formatie en de definitieve bijdrage bepaald op basis van de bandbreedtes klantenbestand uitkering (volume BUIG), de aanvragen schulddienstverlening en de dienstverlening aan inburgeraars. Daarnaast is voor de vastgestelde formatie nog een mutatie verwerkt op de formatie voor de dienstverlening inburgering.

Gebleken is dat in eerdere P&C-documenten de genomen bestuurlijke besluiten in 2021 over de intensieve aanpak inburgering en de nieuwe Wet inburgering niet volledig waren verwerkt in de berekening van de toegestane formatie. Daarom zijn deze opnieuw tegen het licht gehouden. Dit heeft geen gevolgen voor de bijdragen van de gemeenten; het financieel effect van deze besluiten is juist en volledig verwerkt in de P&C-documenten. Naar aanleiding van deze bevinding is de formatie aangepast aan de hand van de oorspronkelijke AB-besluiten. Daarmee zijn de ontvangen bijdragen van de gemeenten en formatie weer met elkaar in evenwicht. De totstandkoming van de formatie is als volgt: Toelichting

Formatie

Datum AB

formatie Participatiewet (bandbreedte systematiek)

130,7

28-10-2020

formatie SDV (bandbreedte systematiek)

18,7

28-10-2020

implementatie nieuwe Wet inburgering

6,6

25-3-2021

afbouw intensieve dienstverlening oude wet inburgering

-7,4

30-6-2021

SDV vroegsignalering, nieuwe taak

0,8

8-12-2021

IV&P, uitbreiding taken

1,4

12-4-2023

Woo, nieuwe taak

0,2

12-4-2023

4,1

12-4-2023

impact nieuwe Wet inburgering, uitbreiding Totaal

2

155,1

Besluit Algemeen bestuur 28 oktober 2020

Begroting 2025 v0.4

pag. 35

Voor de begroting 2025 wordt uitgegaan van de verdeling van de formatie over de units. Vastgestelde formatie RDWI (in fte)

2025

Directie en Advies & Support

18,2

Intake, Werk en Participatie (IWP)

55,25

Inkomen en schulddienstverlening

54,5

Financiën, Informatiemanagement, Facilitair

23,9

Overige formatie

3,2

Totaal toegestane formatie

155,1

Duurzaamheid Wij werken hard om een duurzame organisatie en de daarbij horende duurzame bedrijfsvoering op te bouwen. Zo is niet alleen milieuzorg (schoonmaak, kantine, samenwerking met BIGA Groep) onder de aandacht, maar ook zaken zoals de werkomstandigheden van de medewerkers (daglicht, vitaliteit, rookbeleid) of de manier waarop we met energie om gaan (zonnepanelen). Zo verweven wij een duurzaamheidsparagraaf in onze inkoopvoorwaarden zodat wij ook van onze leveranciers mogen verwachten dat zij zich houden aan de balans tussen “people, planet en profit”. Risicomanagement De rollen in de organisatie weerspiegelen onze aandacht voor informatiebeveiliging. Wij maken gebruik van een Functionaris Gegevensbescherming, een CISO, een Security Officer en een Privacy Officer, waardoor we niet alleen de technische informatieveiligheid maar ook de persoonlijke informatieveiligheid willen borgen. Zo hebben we jaarlijks terugkerende audits en beschikken we over een door het DB vastgesteld privacy-beleid en informatieveiligheidsbeleid.

5.7. Wet Open Overheid De Woo die vanaf 1 mei 2022 in werking is getreden heeft tot doel een transparante overheid te bevorderen en de informatiehuishouding van de overheid op orde te brengen. Voor gemeenten en gemeenschappelijke regelingen gelden de volgende verplichtingen uit de Woo die direct in werking treden: 1. Een contactpersoon aan te wijzen om vragen van inwoners te beantwoorden. 2. De bepalingen omtrent openbaarmaking op verzoek: voortaan moeten onder meer ook documenten met persoonlijke beleidsopvattingen van ambtenaren in geanonimiseerde vorm betrokken worden. Ook moet een Wob-verzoek elektronisch kunnen worden ingediend. 3. Maatregelen treffen om de duurzame toegankelijkheid van digitale documenten te borgen als randvoorwaarde om uitvoering te geven aan openbaarheid. 4. De inspanningsverplichting om informatie over beleid actief openbaar te maken Bovenstaande vier verplichtingen zijn geïmplementeerd.

5.8. Verbonden partijen Verbonden partijen zijn rechtspersonen waarmee de GR RDWI een bestuurlijke en financiële band heeft. Onder bestuurlijk belang wordt verstaan een zetel in het bestuur van een participatie of het hebben van stemrecht. Financieel belang is wanneer de gemeenschappelijke regeling middelen ter beschikking heeft gesteld en die kwijt is in

Begroting 2025 v0.4

pag. 36

geval van faillissement van de verbonden partij en/of als financiële problemen bij de verbonden partij verhaald kunnen worden op de GR RDWI.

Verbonden partijen GR RDWI

De regionale ICT-Dienst Utrecht (RID)

Doel

De GR RID wil een betrouwbare, innovatieve en doelmatige ICTdienstverlener zijn die een solide ICT infrastructuur beheert die blijvend is afgestemd op de veranderende behoefte van de klant. In het dagelijks gebruik van deze infrastructuur worden de gebruikers klantvriendelijk en adequaat ondersteund. De RID ondersteunt ruim 1.800 accounts, 1600 werkplekken en ruim 600 applicaties. In zijn rol als ICT dienstverlener levert de RID de producten en diensten die met de klantorganisaties zijn afgesproken in de Dienstverleningsovereenkomst.

Deelnemende partijen

Gemeenten Baarn, Bunnik, De Bilt, Soest, Utrechtse Heuvelrug, Wijk bij Duurstede en de GR RDWI

Bestuurder(s)

Algemeen Bestuur. Namens de GR RDWI W.J. van Dijk.

Financiële bijdrage

Structurele bijdrage 2023 ad € 833.000 en incidentele kosten t.b.v. plusdiensten ca € 185.000 (Ehrm, NFS en hardware)

Financieel Resultaat

Verwacht resultaat 2023 € 17.000 (n.a.v. concept jaarrekening 2023)

Eigen en vreemd vermogen

EV € 87.000, Bestemmingsreserve € 135.000, Resultaat € 17.000; VV € 3.700.000 per 31-12-2023

Belang

De GR RDWI heeft een belang van ongeveer 11% in de RID.

Financiële ontwikkeling

De financiële bijdragen voor 2023 zijn gestegen met loon- en prijscompensatie. Daarnaast heeft RID in 2023 diverse projecten uitgevoerd. Het RID Resultaat 2023 is onder voorbehoud.

Inhoudelijke ontwikkeling

De meerjarige vraag naar de ICT-diensten van de RID wordt bepaald door de strategische Informatiebeleidsplannen van de klantorganisaties. Hierop baseert de RID het automatiseringsbeleid en de ICT architectuur voor de komende jaren. Dit vraagt echter wel om afstemming van de diverse Informatiebeleidsplannen en prioriteitstelling bij de hieruit voortvloeiende projecten. Hiertoe wordt een proces van strategische informatieplanning opgezet. Informatiebeleidsplannen worden vaak ingehaald door de dagelijkse realiteit. Het proces van informatieplanning voorziet in de mogelijkheid om eerder gemaakte plannen bij te stellen. In 2022 is de collectieve aanbesteding voor een nieuw financieel pakket doorgepakt.

Verbonden partijen GR RDWI

Doel

Begroting 2025 v0.4

Stichting Inkoopbureau Midden Nederland Stichting Inkoopbureau Midden Nederland heeft als motto “Alleen samen kunnen we het Beste uit inkoop halen”. IBMN wil voor de deelnemers op het gebied van inkoop (in brede zin) meerwaarde realiseren door het leveren van maatwerk dienstverlening, in nauwe samenwerking met de deelnemers. Dit wil het bereiken door het aanbieden van professionele en deskundige inkoopondersteuning. Doel is om naast besparingen ook maximale sociale en maatschappelijke meerwaarde te realiseren middels inkoopprojecten.

pag. 37

Deelnemende partijen

Gemeenten: De Bilt, IJsselstein, Leusden, Molenlanden, Montfoort, Scherpenzeel, Vijfheerenlanden, Woudenberg, Gemeenschappelijke Regelingen: GR RDWI, AVRES en RMN

Bestuurder(s)

Algemeen Bestuur: namens RDWI directeur B. Ruiter

Financiële bijdrage

€ 85.000 voor 2023 (vaste bijdrage + garantie afname)

Financieel Resultaat

2023 € 13.010 (conceptjaarverslag 2023)

Eigen en vreemd vermogen Belang Financiële ontwikkeling

31-12-2023 EV € 213.000 31-12-2023 VV € 0 RDWI heeft een belang van circa 10% (basis vaste bijdrage + garantieafname De verwachting is dat de kosten in 2024 ten opzichten van 2023 zich zullen stabiliseren In het bedrijfsplan van IBMN voor de periode 2022 tot en met 2025 zijn de volgende doelstellingen uitgewerkt:

• Inhoudelijke ontwikkeling

Begroting 2025 v0.4

IBMN wil eerder en vaker betrokken raken bij inkoopprojecten van de deelnemers, om betere projectvoorbereiding te realiseren en de kwaliteit van aanbestedingen te vergroten. • IBMN wil voor de deelnemers de impact die zij met hun inkoop beogen vergroten. IBMN streeft naar meer betrokkenheid bij het voorbereiden van contracten leveranciersmanagement.

pag. 38

6 Doelstellingen en kengetallen We rapporteren periodiek aan de gemeenten over de resultaten. We doen dat aan de hand van een voortgang op de doelstellingen (zie paragraaf 1.1) en een vaste set aan kengetallen. De rapportage over de voortgang gebeurt via de 1e en 2e going concernrapportages (peildata 30 april en 31 augustus) en de Jaarstukken. In de Strategische kaders werk en inkomen 2024-2027 hebben gemeenten aangegeven dat zij samen met de RDWI concrete SMART-geformuleerde doelstellingen willen formuleren om “beter ontwikkelingen te kunnen volgen, leren van fouten, keuzes kunnen maken en tijdig bij kunnen sturen”. We starten hiermee via deze begroting. In dit hoofdstuk een compleet overzicht van de kengetallen (voor een groot deel betreft dit kengetallen waarover we voorheen ook rapporteerden), de doelstellingen voor 2025 en de indicatoren die aangeven in hoeverre de doelstellingen bereikt worden. Mochten gemeenten andere informatie nodig hebben, is deze altijd na te vragen. BUIG en bestandsontwikkeling Kengetallen Volume BUIG Volume Participatiewet Aantal instroom Aantal uitstroom Aantal BBZ

Doelstelling

Indicator

Ontwikkeling bestand houdt gelijke tred met de landelijke ontwikkeling

Procentuele stijging of daling, afgezet tegen landelijke cijfers

Re-integratie, participatie en werkgeversdienstverlening Kengetallen Aantal ingezette LKS Het aantal inwoners met een indicatie banenafspraak Het aantal inwoners met een beschikking beschut werk Aantal Wsw-ers totaal, waarvan: Aantal in individuele detachering Aantal in groepsdetachering Aantal in begeleid werken Aantal Wsw-ers met een Individueel ontwikkelingsplan Mobiliteit Wsw-ers Indicator Doelstelling Inwoners hebben een zinvolle (on)betaalde Verdeling van re-integratie gericht op werk, gericht daginvulling die aansluit bij hun ontwikkeling en gericht op zorg en ondersteuning mogelijkheden en waarbinnen zij zich Alle klanten in beeld en waar nodig hebben met een plan verder kunnen ontwikkelen van aanpak waarin het doel omschreven staat, hoe deze te bereiken, hoe vaak en hoe er contact is met de klant Toename aantal lopende re-integratietrajecten Inwoners die in staat zijn om betaald werk Totale stijging beschut werk en banenafspraak te verrichten, worden hierin voldoende Minimaal 50% van inwoners met beschikking beschut is ondersteund aan het werk Minimaal 50% van inwoners met indicatie banenafspraak is aan het werk Het verhogen van de uitstroom van bijstandsgerechtigden door werk en scholing Toename van inkomsten uit part time werken Toename van aantal part time werkenden

Begroting 2025 v0.4

pag. 39

Inkomensvoorzieningen Kengetallen Aantal aanvragen bijzondere bijstand Waarvan toekenningen Aantal aanvragen Individuele inkomenstoeslag Waarvan toekenningen

Doelstelling

Indicator

De doorlooptijden zijn zo kort mogelijk

85% van de aanvragen levensonderhoud en andere inkomensondersteunende maatregelen wordt binnen 4 weken afgehandeld

Inburgering Kengetallen Aantal inburgeraars nieuwe Wet inburgering Aantal instroom Aantal uitstroom

Doelstelling

Indicator

Duurzame participatie aan de samenleving van inburgeraars

Alle inburgeraars hebben een traject aangeboden gekregen, op weg naar duurzame inburgering en participatie in de samenleving

Schulddienstverlening Kengetallen Aantal trajecten schulddienstverlening Aantal nieuwe instroom

Doelstelling

Indicator

Het voorkómen van schulden, We passen bij beslaglegging op de uitkering sociaal incasseren toe: voor zover we er zelf invloed op we houden in alle situaties rekening met de individuele situatie hebben Verminderen van aantal personen De verhouding tussen aantal inwoners in een traject loopt gelijk op met schulden en verlaging met het aantal inwoners met problematische schulden volgens CBSgemiddeld schuldenbedrag gegevens Het gemiddelde schuldenbedrag van particulieren ligt onder het landelijke gemiddelde

Dienstverlening algemeen Kengetallen Aantal bezwaar- en beroepszaken

Doelstelling

Indicator

Professionals van de RSD nemen de inwoner als vertrekpunt. De inwoner wordt versterkt en gefaciliteerd

Verlaging van het aantal (gegronde) bezwaarschriften vergeleken met het voorgaande jaar

Begroting 2025 v0.4

pag. 40

BIJLAGE Bijdragen gemeenten ’26-’28 Specificatie gemeenten 2026 Gebundelde uitkeringen / BBZ BUIG deel LKS Baten BUIG / BBZ Ontschotting BBZ kredietverstrekking BBZ onderzoekskosten levensvatbaarheid BBZ baten/terugontvangen op kredietverstrekking Bijzondere bijstand Bijzondere bijstand Collectieve Ziektekostenverzekering Individuele inkomenstoeslagen Minimabeleid gemeenten Reintegratie Voorzieningen Wet Inburgering Uitkering Wet Sociale Werkvoorziening (sociaal domein) Kinderopvang Apparaatskosten Bijdrage uitvoeringskosten reintegratie Uitvoeringskosten Wet Inburgering BIGA bijdragen Totaal

Specificatie gemeenten 2027 Gebundelde uitkeringen / BBZ BUIG deel LKS Baten BUIG / BBZ Ontschotting BBZ kredietverstrekking BBZ onderzoekskosten levensvatbaarheid BBZ baten/terugontvangen op kredietverstrekking Bijzondere bijstand Bijzondere bijstand Collectieve Ziektekostenverzekering Individuele inkomenstoeslagen Minimabeleid gemeenten

Begroting 2025 v0.4

Utrechtse Wijk bij Heuvelrug Duurstede

Bunnik

De Bilt

Zeist

Totaal

2.483.800 235.300 -21.000 3.400

10.540.100 873.300 -163.000 14.100

10.393.800 1.237.300 -189.000 14.400

4.390.500 497.200 -175.000 -61.200

21.557.600 1.752.800 -402.000 29.300

49.365.800 4.595.900 -950.000 0

0

46.000

40.000

0

60.000

146.000

5.000

20.000

25.000

10.000

40.000

100.000

0 126.000 -3.000

-27.600 635.000 -14.000

-24.000 705.000 -29.000

0 288.000 -13.000

-36.000 1.540.000 -66.000

-87.600 3.294.000 -125.000

115.000

217.000

272.000

121.000

660.000

1.385.000

55.000

250.000

310.000

121.000

607.000

1.343.000

0 56.100

0 292.700

250.000 304.600

0 122.900

525.000 821.800

775.000 1.598.100

262.000

333.000

387.000

118.000

881.000

1.981.000

461.680 25.000 789.500

874.710 130.000 3.119.700

1.248.710 111.000 3.209.300

944.670 3.000 1.315.100

4.786.130 211.000 6.346.000

8.315.900 480.000 14.779.600

86.300

448.900

467.100

188.500

1.260.200

2.451.000

249.900 116.100 370.000 88.635 67.872 348.474 19.071.745 8.054.642 41.292.304

1.033.000 600.000 91.080.700

74.000 223.000 33.188 61.831 4.787.268 17.874.741

Utrechtse Wijk bij Heuvelrug Duurstede

Bunnik

De Bilt

Zeist

Totaal

2.535.000 249.900 -21.000 0 0

10.690.400 927.600 -163.000 0 46.000

10.527.500 1.314.100 -189.000 0 40.000

4.394.900 528.000 -175.000 0 0

21.859.300 1.861.600 -402.000 0 60.000

50.007.100 4.881.200 -950.000 0 146.000

5.000

20.000

25.000

10.000

40.000

100.000

0 126.000 -3.000

-27.600 635.000 -14.000

-24.000 705.000 -29.000

0 288.000 -13.000

-36.000 1.540.000 -66.000

-87.600 3.294.000 -125.000

115.000

217.000

272.000

121.000

660.000

1.385.000

55.000

250.000

310.000

121.000

607.000

1.343.000

0

0

250.000

0

525.000

775.000

pag. 41

Reintegratie Nieuwkomers (klantkosten) Voorzieningen Wet Inburgering Uitkering Wet Sociale Werkvoorziening (sociaal domein) Kinderopvang Apparaatskosten Bijdrage uitvoeringskosten reintegratie Uitvoeringskosten Wet Inburgering BIGA bijdragen Totaal

56.100

292.700

304.600

122.900

821.800

1.598.100

0

0

0

0

0

0

262.000

333.000

387.000

118.000

881.000

1.981.000

464.430 25.000 789.500

878.720 130.000 3.119.700

1.239.540 111.000 3.209.300

854.640 3.000 1.315.100

4.672.370 211.000 6.346.000

8.109.700 480.000 14.779.600

86.300

448.900

467.100

188.500

1.260.200

2.451.000

223.000 249.900 116.100 370.000 61.831 88.635 67.872 348.474 18.069.251 19.258.675 8.061.012 41.559.744

1.033.000 600.000 91.801.100

74.000 33.188 4.852.419

Utrechtse Wijk bij Specificatie gemeenten 2028 Bunnik De Bilt Heuvelrug Duurstede Zeist Totaal Gebundelde uitkeringen / BBZ 2.535.000 10.690.400 10.527.500 4.394.900 21.859.300 50.007.100 BUIG deel LKS 249.900 927.600 1.314.100 528.000 1.861.600 4.881.200 Baten BUIG / BBZ -21.000 -163.000 -189.000 -175.000 -402.000 -950.000 Ontschotting 0 0 0 0 0 0 BBZ kredietverstrekking 0 46.000 40.000 0 60.000 146.000 BBZ onderzoekskosten levensvatbaarheid 5.000 20.000 25.000 10.000 40.000 100.000 BBZ baten/terugontvangen op kredietverstrekking 0 -27.600 -24.000 0 -36.000 -87.600 Bijzondere bijstand 126.000 635.000 705.000 288.000 1.540.000 3.294.000 Bijzondere bijstand -3.000 -14.000 -29.000 -13.000 -66.000 -125.000 Collectieve Ziektekostenverzekering 115.000 217.000 272.000 121.000 660.000 1.385.000 Individuele inkomenstoeslagen 55.000 250.000 310.000 121.000 607.000 1.343.000 Minimabeleid gemeenten 0 0 250.000 0 525.000 775.000 Reintegratie 56.100 292.700 304.600 122.900 821.800 1.598.100 Nieuwkomers (klantkosten) 0 0 0 0 0 0 Voorzieningen Wet Inburgering 262.000 333.000 387.000 118.000 881.000 1.981.000 Uitkering Wet Sociale Werkvoorziening (sociaal domein) 403.470 818.560 1.195.640 712.400 4.377.430 7.507.500 Kinderopvang 25.000 130.000 111.000 3.000 211.000 480.000 Apparaatskosten 789.500 3.119.700 3.209.300 1.315.100 6.346.000 14.779.600 Bijdrage uitvoeringskosten re-integratie

86.300 448.900 467.100 188.500 1.260.200 2.451.000 Uitvoeringskosten Wet Inburgering 74.000 223.000 249.900 116.100 370.000 1.033.000 BIGA bijdragen 33.188 61.831 88.635 67.872 348.474 600.000 Totaal 4.791.458 18.009.091 19.214.775 7.918.773 41.264.803 91.198.900

Begroting 2025 v0.4

pag. 42

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14278870/1