Bijlage 7 Begroting 2025 Meerjarenraming 2026-2028 v0.4
Tekst van het document
ONTWERP BEGROTING 2025 EN MEERJARENRAMING 2026-2028 RDWI Versie 0.4
Versie 0.4
Begroting 2025 v0.4
pag. 1
Voorwoord Hierbij bieden wij u de Begroting 2025 en Meerjarenraming 2026-2028 van de Regionale Dienst Werk en Inkomen Kromme Rijn Heuvelrug (RDWI) aan. De Begroting is gebaseerd op de Kadernota 2025 en de door uw gemeenteraden ingediende zienswijzen daarop. Onze kerntaak is het ondersteunen van inwoners die vanwege uiteenlopende redenen geen inkomen of werk hebben, die hulp nodig hebben bij schulden of die een inburgeringstraject doorlopen. We werken aan een inclusieve samenleving waarin voor iedereen plek is. Daarom is uitgangspunt om de inwoner centraal te stellen in zijn/haar ondersteuningsvraag. We werken vanuit vertrouwen in de inwoner, met een juiste balans tussen ‘rechtmatigheid’ en ‘doelmatigheid’ en passen waar nodig maatwerk toe. Dat doen we door onze professionals zoveel mogelijk te faciliteren om eigenaarschap te tonen, integraal samen te werken en de professionele ruimte te benutten die zij hebben. We werken nauw samen met onze lokale en regionale netwerkpartners, zodat we de inwoners van onze regio zo goed mogelijke dienstverlening kunnen bieden. Vanuit onze rol denken we pro-actief mee met en spelen we in op de uitdagingen waar gemeenten voor staan in het sociaal domein. De Begroting gaat in op de doelen die we het komende jaar willen bereiken voor de inwoners van onze regio.
We doen dat (mede) op basis van de Strategische kaders werk en inkomen 2024-2027, die door de gemeenraden zijn vastgesteld en op de uitwerking daarvan in het Meerjarig strategisch plan. In dat plan, dat na de zienswijzen van gemeenteraden is vastgesteld door het Algemeen bestuur van de RDWI, geven we aan hoe we de komende jaren invulling willen geven aan ons beleid en onze organisatie. In navolging van de strategische kaders en ons Meerjarig strategisch plan willen we in 2025 de samenwerking met en aansluiting op het sociaal domein binnen de regio verder versterken, juist voor inwoners met multiproblematiek of een bredere ondersteuningsbehoefte. Dat doen we in nauw overleg met onze vijf gemeenten en in samenwerking met onze netwerkpartners.
Zeist, 24 april 2024 W.J. (Walter) van Dijk, Voorzitter bestuur RDWI
Begroting 2025 v0.4
R.B. (Bernice) Ruiter Directeur RDWI
pag. 2
Inhoudsopgave 1 SAMENVATTING ......................................................................................................... 4 1.1. DOELSTELLINGEN 2025 .............................................................................................. 4 1.2. TOTAALOVERZICHT VAN BATEN EN LASTEN ................................................................ 5 1.3. TOTAALOVERZICHT VAN BATEN EN LASTEN PER ONDERDEEL ..................................... 5 2 UITVOERING KERNTAKEN RSD .................................................................................... 8 2.1. ONTWIKKELING VAN HET BESTAND EN BUIG-BUDGET ................................................ 8 2.2. RE-INTEGRATIE, PARTICIPATIE EN DIENSTVERLENING AAN WERKGEVERS ................. 11 2.3. INKOMENSVOORZIENINGEN ..................................................................................... 14 2.4. DIENSTVERLENING AAN INBURGERAARS .................................................................. 15 2.5. HULP BIJ SCHULDEN ................................................................................................. 17 3 WET SOCIALE WERKVOORZIENING ........................................................................... 18 4 BEDRIJFSVOERING .................................................................................................... 19 4.1.
ORGANISATIE EN APPARAATSKOSTEN ...................................................................... 19 4.2 OVERZICHT LASTEN PER TAAKVELD EN FORMATIE OVERHEAD .................................. 21 4.3 OVERZICHTEN PER GEMEENTE .................................................................................. 22 5 FINANCIËLE PARAGRAFEN............................................................................................ 24 5.1 WEERSTANDSVERMOGEN EN RISICOBEHEERSING .................................................... 24 5.2. STAAT VAN RESERVES EN VOORZIENINGEN .............................................................. 29 5.3. INCIDENTELE BATEN EN LASTEN .............................................................................. 30 5.4. ONDERHOUD KAPITAALGOEDEREN .......................................................................... 31 5.5. FINANCIERING .......................................................................................................... 31 5.6. BEDRIJFSVOERING .................................................................................................... 34 5.7. WET OPEN OVERHEID ............................................................................................... 36 5.8. VERBONDEN PARTIJEN .............................................................................................
36 6 DOELSTELLINGEN EN KENGETALLEN ........................................................................... 39 BIJLAGE BIJDRAGEN GEMEENTEN ’26-’28 ....................................................................... 41
Begroting 2025 v0.4
pag. 3
1 Samenvatting In de Begroting 2025 schetsen we wat we komend jaar aan dienstverlening bieden voor de inwoners van onze regio, wat we samen met de gemeenten en onze andere partners willen bereiken en wat de financiële vertaling daarvan is.
1.1. Doelstellingen 2025 De Strategische kaders werk en inkomen 2024-2027, die door de gemeenteraden zijn vastgesteld, zijn leidend voor het beleid en de uitvoering in de komende jaren. De kaders sluiten aan bij de koers die in de afgelopen jaren is ingezet: “we werken aan een inclusieve samenleving waarin voor iedereen plek is. Daarom is uitgangspunt om de inwoner centraal te stellen in zijn/haar ondersteuningsvraag. We werken vanuit vertrouwen in de inwoner, met een juiste balans tussen ‘rechtmatigheid’ en ‘doelmatigheid’ en passen waar nodig maatwerk toe”. Vanuit deze kernwaarden werken wij aan de dienstverlening aan de inwoners van onze regio. In deze Begroting geven we aan wat we ten behoeve van de inwoners van onze regio willen bereiken. We doen dat op basis van de volgende bouwstenen: - De Strategische kaders werk en inkomen 2024-2027 - Het Meerjarig strategisch plan dat op basis van de strategische kaders is opgesteld en vervolgens is vastgesteld door het Algemeen bestuur RDWI op 17 april 2024 - De ontwikkelingen die we op ons af zien komen, zoals geschetst in de Kadernota 2025, inclusief de zienswijzen die door de gemeenteraden zijn meegegeven Bovenstaande bouwstenen sluiten op elkaar aan. De gemeenschappelijke noemer is dat we doen wat nodig is om de inwoner te ondersteunen.
We zijn daarbij wendbaar om nieuwe taken op te pakken als de situatie daar om vraagt, zoals we ook de afgelopen jaren hebben gedaan. Voor 2025 streven we specifiek de volgende doelen na: • De ontwikkeling van het bestand BUIG houdt gelijke tred met de landelijke ontwikkeling • Inwoners hebben een zinvolle (on)betaalde daginvulling die aansluit bij hun mogelijkheden en waarbinnen zij zich verder kunnen ontwikkelen • Inwoners die in staat zijn om betaald werk te verrichten, worden hierin voldoende ondersteund • De doorlooptijden van de inkomensondersteunende regelingen zijn zo kort mogelijk • Een duurzame participatie aan de samenleving van inburgeraars • Het voorkómen van schulden, voor zover we er zelf invloed op hebben • Verminderen van aantal personen met schulden en verlaging gemiddeld schuldenbedrag • Professionals van de RSD nemen de inwoner als vertrekpunt. De inwoner wordt versterkt en gefaciliteerd De doelstellingen zijn gedeeltelijk gebaseerd op het vastgestelde Meerjarig strategisch plan (MSP). In hoeverre we de doelstellingen halen, meten en volgen we via een aantal indicatoren. Deze indicatoren zijn tot stand gekomen in samenspraak met de gemeenten. In de Strategische kaders is aangegeven dat we met gemeenten samen toewerken naar SMART-doelstellingen. Dit is een groeiproces dat start met een nulmeting in 2024 van de in deze begroting genoemde indicatoren.
Dit alles is verder uitgewerkt en toegelicht in hoofdstuk 6. De manier waarop we de doelstellingen willen bereiken, is uitgewerkt in hoofdstuk 2. We rapporteren via de going concern rapportages over de voortgang en we verantwoorden via de Jaarrekening.
Begroting 2025 v0.4
pag. 4
1.2. Totaaloverzicht van baten en lasten In onderstaande tabellen zijn de overzichten van baten en lasten (conform BBV art. 17 t/m 19) uitgewerkt.
Overzicht van baten en lasten Programma Werk en Inkomen
Realisatie 2023
Begroting 2024
2025
2026
2027
2028
Lasten
107.890.620
98.791.640 100.925.400 100.997.800 101.716.200 101.064.000
Baten
14.648.961
12.432.000
10.321.400
9.865.100
9.865.100
9.865.100
Saldo Subtotaal programma’s
93.241.659
86.359.640
90.604.000
91.132.700
91.851.100
91.198.900
Bijdragen gemeenten Subtotaal algemene dekkingsmiddelen
93.241.659 86.359.640 90.604.000 91.132.700 91.851.100 91.198.900
93.252.884
86.209.640
90.454.000
91.080.700
91.801.100
91.198.900
93.252.884 86.209.640 90.454.000 91.080.700 91.801.100 91.198.900
Totaal saldo van baten en lasten
11.225
-150.000
-150.000
-52.000
-50.000
0
Toevoeging reserves
-110.000
-110.000
-110.000
-110.000
-110.000
-110.000
Onttrekking reserves Gerealiseerd / begroot resultaat
852.500
260.000
260.000
162.000
160.000
110.000
753.725
0
0
0
0
0
Toelichting In de begroting 2025 zijn de mutaties uit de kadernota 2025 verwerkt. Daarnaast is het benodigd budget voor de uitkeringen participatiewet voor de begroting 2025 en verder geactualiseerd op basis van de uiteindelijke realisatie eind 2023. Daarbij is het kostenverhogend effect van de verhoging van het minimumuurloon per 1 januari 2024 verwerkt. Het Rijk compenseert gemeenten voor deze verhoging via de aanpassing van het macrobudget. Hierdoor is het effect voor het resultaat van de gemeenten per saldo budgettair neutraal. Na beoordeling van de overige programma onderdelen is de conclusie dat de ramingen uit de kadernota 2025 actueel genoeg zijn voor verwerking in deze meerjarenraming.
1.3. Totaaloverzicht van baten en lasten per onderdeel Lasten per onderdeel Programma Werk en Inkomen Gebundelde uitkeringen / BBZ BUIG deel loonkostensubsidie Tijdelijke overbruggingsregeling (Tozo) Bijzondere Bijstand Individuele inkomenstoeslagen
Begroting 2025 v0.4
Realisatie 2023
Begroting 2024
2025
2026
2027
2028
44.672.575
47.134.700
48.961.400
49.611.800
50.253.100
50.253.100
3.164.060
3.052.600
4.310.100
4.595.900
4.881.200
4.881.200
-1.894
0
0
0
0
0
3.233.059
3.218.900
3.294.000
3.294.000
3.294.000
3.294.000
1.338.996
1.142.000
1.343.000
1.343.000
1.343.000
1.343.000
pag. 5
Collectieve ziektekostenverzekeringen
1.249.721
1.441.800
1.385.000
1.385.000
1.385.000
1.385.000
737.000
725.000
775.000
775.000
775.000
775.000
9.255.299
0
0
0
0
0
Re-integratie programma Voorzieningen Wet Inburgering (WNI) en intensieve aanpak oude wet inburgering Wet sociale Werkvoorziening
4.103.596
4.047.900
1.598.100
1.598.100
1.598.100
1.598.100
1.087.527
1.726.750
1.981.000
1.981.000
1.981.000
1.981.000
9.360.273
8.457.900
8.625.400
8.315.900
8.109.700
7.507.500
Kinderopvang Noodregeling Oekraïners en vergoeding uitvoering regeling
494.482
439.000
480.000
480.000
480.000
480.000
1.465.023
0
0
0
0
0
16.844.062
16.816.450
17.975.100
17.877.100
17.875.100
17.825.100
665.200
984.540
1.033.000
1.033.000
1.033.000
1.033.000
Minimabeleid gemeenten Energietoeslag en uitvoering regeling
Apparaatskosten RSD Uitvoering Wet Inburgering Intensieve aanpak
82.390
0
0
0
0
0
Bijdrage aan BIGA
600.000
600.000
600.000
600.000
600.000
600.000
9.539.250
9.004.100
8.564.300
8.108.000
8.108.000
8.108.000
Loonkosten SW Totaal lasten
107.890.620 98.791.640 100.925.400 100.997.800 101.716.200 101.064.000
Realisatie 2023
Begroting 2024
2025
2026
2027
2028
44.672.575
47.134.700
48.961.400
49.611.800
50.253.100
50.253.100
3.164.060
3.052.600
4.310.100
4.595.900
4.881.200
4.881.200
-1.894
0
0
0
0
0
Bijzonder bijstand Individuele inkomenstoeslagen Collectieve Ziektekostenverzekering Minimabeleid gemeenten Energietoeslag en uitvoering regeling Re-integratie programma Voorzieningen Wet Inburgering (WNI) en intensieve aanpak oude wet inburgering Wet Sociale Werkvoorziening
3.233.059
3.218.900
3.294.000
3.294.000
3.294.000
3.294.000
1.338.996
1.142.000
1.343.000
1.343.000
1.343.000
1.343.000
1.249.721
1.441.800
1.385.000
1.385.000
1.385.000
1.385.000
737.000
725.000
775.000
775.000
775.000
775.000
9.255.299
0
0
0
0
0
4.103.596
4.047.900
1.598.100
1.598.100
1.598.100
1.598.100
1.087.527
1.726.750
1.981.000
1.981.000
1.981.000
1.981.000
9.360.273
8.457.900
8.625.400
8.315.900
8.109.700
7.507.500
Kinderopvang Noodregeling Oekraïners en vergoeding uitvoering regeling
494.482
439.000
480.000
480.000
480.000
480.000
1.465.023
0
0
0
0
0
Baten per onderdeel Programma Werk en Inkomen Gebundelde uitkeringen / BBZ BUIG deel loonkostensubsidie Tijdelijke overbruggingsregeling (Tozo)
Begroting 2025 v0.4
pag. 6
Apparaatskosten RSD Re-integratie Uitvoering Uitvoering Wet Inburgering Intensieve aanpak nieuwkomers Bijdrage gemeenten aan BIGA Loonkosten SW Totaal baten Gerealiseerd / begroot totaal saldo van baten en lasten
16.855.287
16.666.450
15.374.100
15.374.100
15.374.100
15.374.100
0
0
2.451.000
2.451.000
2.451.000
2.451.000
665.200
984.540
1.033.000
1.033.000
1.033.000
1.033.000
82.390
0
0
0
0
0
600.000
600.000
600.000
600.000
600.000
600.000
9.539.250
9.004.100
8.564.300
8.108.000
8.108.000
8.108.000
107.901.845 98.641.640 100.775.400 100.945.800 101.666.200 101.064.000 11.225
-150.000
-150.000
-52.000
-50.000
0
Toevoeging reserves
-110.000
-110.000
-110.000
-110.000
-110.000
-110.000
Onttrekking reserves Gerealiseerd/ begroot resultaat
852.500
260.000
260.000
162.000
160.000
110.000
753.725
0
0
0
0
0
Toelichting programmakosten Het totaal van baten en lasten in 2025 bedraagt € 100.925.400. Dit is ruim € 2,1 miljoen hoger dan verwacht werd in de Begroting 2024. De stijging hangt vooral samen met de verhoging van het wettelijk minimumuurloon, waardoor de gemiddelde uitkering stijgt. Ook wordt het instrument loonkostensubsidie vaker ingezet. Daarnaast leiden de loon- en prijsindexaties tot hogere kosten, al is de inflatie in 2023 afgenomen. Ook verwachten we een toename van het aantal inburgeraars. Op basis van de meerjarige raming van het CPB verwachten we een stijging van de baten en lasten tot 2028 tot € 101.064.000. De ontwikkeling van de lasten gebundelde uitkeringen en loonkostensubsidie en de lasten Wsw volgen de meerjarige trends die het CPB en het Rijk voorzien. Voor de overige programmalasten wordt het begrotingsjaar geactualiseerd op historische ontwikkeling. De prognose van het programmabudget re-integratie is gelijk gehouden aan het budget in de kadernota 2025. In de kadernota zijn de afspraken verwerkt naar aanleiding van Strategische kaders werk en inkomen 2024-20271. Voor de meerjarenraming is het budget gelijk gehouden omdat er nog onvoldoende inzicht is in de ontwikkeling van de verschillende kostencomponenten voor de gemeenten.
Toelichting apparaatskosten Voor de apparaatskosten geldt dat het budget wordt aangepast voor de loon- en prijscompensatie zoals verwacht voor het begrotingsjaar en dat het structureel effect van eerder genomen besluiten van het Algemeen bestuur worden verwerkt (vanaf 2026 vervalt een aantal incidentele apparaatskosten, daarom dalen de apparaatskosten). Daarnaast is het effect verwerkt van de Strategische kaders, waarin is afgesproken dat de organisatiekosten voor re-integratieactiviteiten voortaan direct als gemeentelijke bijdrage voor de uitvoering van re-integratie gepresenteerd wordt in de apparaatskostenbegroting.
1
AB besluit 15 februari 2024 Uitwerking financiële afspraken strategische kaders werk en inkomen 2024-2027
Begroting 2025 v0.4
pag. 7
2 Uitvoering kerntaken RSD De doelstellingen voor 2025 (zie hoofdstuk 1) zijn vertaald naar concrete activiteiten. In dit hoofdstuk wordt aangegeven wat we doen om deze na te streven en wat dit financieel betekent.
2.1. Ontwikkeling van het bestand en BUIG-budget Voor de ontwikkeling van het bestand en het BUIG-budget baseren we ons op de ramingen van het CPB; daarbij kijken we ook naar de ontwikkeling van de aantallen uitkeringsgerechtigden in onze eigen regio. We houden rekening met een stijging van het aantal huishoudens dat in 2025 een uitkering Participatiewet ontvangt. De ramingen blijven onzeker, want deze zijn afhankelijk van de ontwikkeling van de economie en de arbeidsmarkt. Daarnaast zal de component loonkostensubsidie in het BUIG-budget verder toenemen. Wat willen we bereiken De ontwikkeling van het bestand BUIG houdt gelijke tred met de landelijke ontwikkeling Dat meten we aan de hand van de procentuele stijging of daling, afgezet tegen de landelijke ontwikkeling zoals deze gepubliceerd wordt door het CBS. Wat gaan we doen Een effectief proces vanaf de intake, gericht op een vroegtijdige begeleiding naar werk en het voorkomen van onnodige instroom in de uitkering Direct bij een aanvraag levensonderhoud worden de mogelijkheden voor werk beoordeeld. Inwoners die direct aan de slag kunnen, verwijzen we naar onze recruiter of jobhunter. Soms vindt iemand een baan voordat het aanvraagproces voor de uitkering is afgerond. Dit proces willen we verder stroomlijnen.
Om uitstroom te stimuleren wanneer iemand al een uitkering heeft, zijn re-integratieactiviteiten (in brede zin) de belangrijkste instrumenten. In paragraaf 2.2 wordt hier uitgebreider op ingegaan. Loonkostensubsidies vergroten de mogelijkheden voor werk Binnen het BUIG-budget zijn er middelen om loonkostensubsidies te verstrekken aan werkgevers voor inwoners die vanwege een beperking een verminderde productiviteit hebben. De loonkostensubsidie zetten we steeds vaker in voor werkplekken voor inwoners met een arbeidsbeperking. Daarmee stromen inwoners direct geheel of gedeeltelijk uit de uitkering. Deze subsidies worden door het Rijk vergoed op basis van werkelijk verstrekte subsidies. De inzet van loonkostensubsidies kan gevolgen hebben voor de programmakosten re-integratie (zie paragraaf 2.2), omdat deze inwoners vaak begeleid worden op de werkplek. Wat betekent dit financieel Tabel gebundelde uitkeringen BUIG, BBZ starters en BBZ 2004 Lasten BUIG gebundelde uitkeringen / BBZ starters en gevestigden
Begroting 2025 v0.4
Realisatie 2023
Begroting 2024
2025
2026
2027
2028
44.532.750
46.745.700
48.715.400
49.365.800
50.007.100
50.007.100
pag. 8
BUIG deel loonkostensubsidie Overige posten BBZ 2004: Kredietverlening BBZ Onderzoekskosten levensvatbaarheid Subtotaal BBZ 2004 bedrijfskredieten en onderzoekskosten Totaal lasten BUIG /BBZ Baten BUIG gebundelde uitkeringen / BBZ starters en gevestigden
3.164.060
3.052.600
4.310.100
4.595.900
4.881.200
4.881.200
62.700
239.000
146.000
146.000
146.000
146.000
77.125
150.000
100.000
100.000
100.000
100.000
139.825
389.000
246.000
246.000
246.000
246.000
0
47.836.635 50.187.300 53.271.500 54.207.700 55.134.300 55.134.300
872.720
950.000
950.000
950.000
950.000
950.000
114.010
143.400
87.600
87.600
87.600
87.600
986.730
1.093.400
1.037.600
1.037.600
1.037.600
1.037.600
Bijdragen gemeenten
46.849.905
49.093.900
52.233.900
53.170.100
54.096.700
54.096.700
Totaal baten
47.836.635 50.187.300 53.271.500 54.207.700 55.134.300 55.134.300
BBZ 2004 Subtotaal overig baten BUIG / BBZ
Gerealiseerd / begroot totaal saldo van baten en lasten
0
0
0
0
0
0
Toelichting Bij de kadernota 2025 is de raming voor de BUIG / BBZ uitkering levensonderhoud starters en gevestigden gebaseerd op de prognose van het CPB in september 2023. Voor deze begroting en meerjarenraming is het benodigd budget geactualiseerd op basis van het werkelijk aantal uitkeringsgerechtigden per eind 2023, namelijk 2.752. Daarnaast is het financieel effect verwerkt de verhoging van het wettelijk minimumloon per 1 januari 2024. Dit is nodig omdat de normen van de Participatiewet hieraan gekoppeld zijn en de gemiddelde uitkering stijgt. Omdat het Rijk gemeenten compenseert via het macrobudget is de raming van de Rijksbijdrage aan gemeenten met hetzelfde percentage verhoogd. Daardoor heeft de verhoging ten opzichte van de kadernota voor gemeenten budgettair geen gevolgen. Loonkostensubsidie Naarmate we meer mensen met een indicatie plaatsen waarvoor loonkostensubsidie verstrekt wordt, neemt die component een steeds belangrijkere plaats in bij de ontwikkeling van de lasten BUIG. De gemiddelde loonkostensubsidie is 55% van het wettelijk minimumloon, bij een beschut werk plaats kan dit oplopen tot 70%. Het effect van de inzet van loonkostensubsidies is meegenomen in de berekening van de BUIG. Voor de raming bij de kadernota 2025 is uitgegaan van een stijging van ruim 25%.
Hoewel de realisatie eind 2023 een stijging vertoonde, is het beeld dat deze stijging nog steeds voldoende is. BBZ 2004 overige posten De kredietverlening BBZ betreft het verstrekken van bedrijfskredieten. De hoogte van de kredietverstrekking is lastig in te schatten. Het gaat om een beperkt aantal aanvragen en zeer wisselende bedragen. Het budget voor kredietverstrekking is bij de kadernota aangepast aan de realisatie van de afgelopen jaren, die beperkt was. De daling van de
Begroting 2025 v0.4
pag. 9
raming van de terugbetalingen op de kredieten hangt samen met de beperkte kredietverstrekking van de afgelopen jaren. Resultaat BUIG/gebundelde uitkering voor gemeenten Voor de gemeenten is het resultaat op de BUIG / gebundelde uitkering relevant. Dit betreft het resultaat op de afrekening met het Rijk. Het gaat om het resultaat op de Rijksbijdrage via de verdeling van het BUIG macrobudget. In deze begroting is er vanuit gegaan dat voor alle gemeenten het resultaat op de BUIG € 815.000 positief is. De verwachting is dat geen van de gemeenten een aanvraag hoeft te doen voor de Vangnetregeling. Wel verwachten we dat Wijk bij Duurstede een nadeel heeft. Dit nadeel wordt via de ontschottingsafspraak verdeeld over de vijf gemeenten op basis van aandeel in het geraamde BUIG budget. Het resultaat en effect van de ontschotting wordt gepresenteerd in onderstaande tabel. Het verwachte Rijksbudget BUIG per gemeente is opgenomen in kolom A. Op dit budget worden de geraamde Lasten BUIG/BBZ levensonderhoud (kolom B1) en Lasten loonkostensubsidie (kolom B2) en de baten uit terugvordering en verhaal (kolom C) op in mindering gebracht. Per saldo ontstaat het Resultaat op de BUIG/ BBZ per gemeente (kolom D). Deze is voor alle gemeenten budget neutraal.
Raming resultaat BUIG 2025
A. Raming rijksbudgetten BUIG
B. Raming lasten BUIG/LKS
C. Raming baten T&V
D. Resultaat voor ontschotting A-(B-C) = D
E. Raming resultaat na ontschotting
Bunnik
2.694.000
2.685.000
-21.000
30.000
25.000
De Bilt
11.168.000
11.278.000
-163.000
53.000
29.000
Utrechtse Heuvelrug
11.325.000
11.474.000
-189.000
40.000
17.000
Wijk bij Duurstede
4.541.000
4.823.000
-175.000
-107.000
-9.000
Zeist
23.162.000
22.765.000
-402.000
799.000
753.000
Totaal budget
52.890.000 53.025.000
-950.000
815.000
815.000
Afwikkeling Tozo regeling Sinds het stopzetten van de regeling Tijdelijke ondersteuning zelfstandig ondernemers (Tozo) eind 2021, vindt er afwikkeling plaats op de regeling. Het gaat om de invordering van verstrekte kredieten en ten onrechte verstrekte uitkeringen. In principe moeten deze bedragen uiterlijk medio 2028 zijn jaar terugbetaald. De ontvangen inkomsten worden afgerekend met het Rijk. Omdat het terugbetalingsritme mede afhankelijk is individuele afspraken met ondernemers, is een PM post opgenomen voor de te ontvangen overige baten. Tabel Tozo regeling Lasten Tijdelijke overbruggingsregeling (Tozo) Totaal lasten
Realisatie Begroting 2023 2024
2025
2026
2027
2028
-1.894
0
0
0
0
PM
-1.894
0
0
0
0
0
452.466
PM
PM
PM
PM
PM
-454.361
0
0
0
0
0
-1.894
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Baten Overige baten Bijdragen gemeenten Totaal baten Gerealiseerd / begroot totaal saldo van baten en lasten
Begroting 2025 v0.4
pag. 10
2.2. Re-integratie, participatie en dienstverlening aan werkgevers Onze inspanningen zijn gericht op een brede doelgroep: inwoners met een uitkering Participatiewet, inburgeraars en inwoners met een verminderde loonwaarde (met of zonder uitkering). In eerste instantie stimuleren en begeleiden we inwoners en faciliteren we waar mogelijk een plek op de reguliere arbeidsmarkt. Voor sommige inwoners is de stap naar (betaald of onbetaald) werk groot. Om deze inwoners op maat te kunnen ondersteunen, bieden we begeleiding, in samen met onze netwerkpartners, bij het vinden van bijvoorbeeld een vorm van daginvulling of vrijwilligerswerk. Het budget voor re-integratie en participatie wordt voor een groot deel benut voor inzet van jobcoaching, begeleiding beschut werk en diverse (maatwerk)trajecten. We maken daarover verdere afspraken met gemeenten, omdat we de programmakosten (instrumenten) per gemeente verrekenen, conform de afspraken in de strategische kaders.
Wat willen we bereiken Inwoners hebben een zinvolle (on)betaalde daginvulling die aansluit bij hun mogelijkheden en waarbinnen zij zich verder kunnen ontwikkelen De volgende indicatoren geven aan in hoeverre we daarin slagen: - De ontwikkeling van het aantal inwoners dat naar werk kan, het aantal inwoners dat daarin nog een ontwikkeling kan doormaken en het aantal inwoners dat zorg of andere vormen van ondersteuning nodig heeft - De mate waarin we iedereen in beeld hebben, met een plan van aanpak waarin het doel omschreven staat en waarin aangegeven wordt hoe we het doel willen bereiken - Het aantal ingezette re-integratietrajecten; als dat toeneemt ten opzichte van een jaar eerder, zegt dat iets over onze inspanningen Inwoners die in staat zijn om betaald werk te verrichten, worden hierin voldoende ondersteund Dat meten we aan de hand van de volgende indicatoren: - Het aantal inwoners dat met een beschut werk beschikking of een indicatie banenafspraak aan het werk is, is minimaal 50% - Uitstroom van inwoners met een uitkering naar werk of scholing - Het aantal inwoners met een uitkering dat part time werkt en de inkomsten uit part time werken Als bovenstaande indicatoren toenemen, zegt dat iets over het succes van onze reintegratie inspanningen.
Wat gaan we doen We leggen de focus op jongeren, inburgeraars, inwoners met een arbeidsbeperking en inwoners die mét ondersteuning naar werk kunnen Alle inwoners met een uitkering Participatiewet begeleiden we naar werk of participatie, voor zover dat voor hen mogelijk is. Afgelopen jaren zien we het aantal jongeren in een uitkering groeien en met name zien we de problematiek toenemen. Deze hebben dan ook ons bijzondere aandacht via inzet van jongerenregisseurs en via het Regionale actieplan jeugdwerkloosheid. Daarnaast hebben we te maken met een groeiende groep inburgeraars (ook nadat het inburgeringstraject is afgerond, zie paragraaf 2.4) en inwoners met een verminderde loonwaarde (zie volgend kopje). Voor deze groepen zetten we intensieve klantbegeleiding in en specialistische begeleiding en/of loonkostensubsidie wanneer van toepassing. Biga Groep is daarin een vanzelfsprekende partner.
Begroting 2025 v0.4
pag. 11
We zetten beschut werk en jobcoaching in op basis van behoefte, in overleg met gemeenten Al eerder is aangegeven dat het aantal inwoners met een arbeidsbeperking stijgt. Dit is gedeeltelijk een autonome stijging vanwege die wetswijzigingen in 2015 die nog steeds doorwerken. Daarnaast kunnen we loonkostensubsidie inzetten voor een bredere groep inwoners. Dat vraagt om keuzes, omdat hier vaak ook begeleiding aan verbonden is. We maken die keuzes in overleg met de gemeenten; sinds 2024 worden de begeleidingskosten hiervoor verrekend per gemeente. We verwerken de uitkomsten van de beleidsevaluatie 2024 Conform het Meerjarig strategisch plan (vastgesteld april 2024) voeren we in 2024 een beleidsevaluatie re-integratie uit. De uitkomsten hiervan verwerken we en borgen we in onze dienstverlening vanaf 2024/2025. We ontwikkelen de werkgeversdienstverlening steeds meer (boven)regionaal en we blijven lokaal verankerd We werken steeds meer bovenregionaal samen, met name op het vlak van dienstverlening aan werkgevers, met als doel om adequaat te kunnen inspringen op een snel veranderende arbeidsmarktomgeving. We benutten de kansen die de bovenregionale samenwerking biedt. Bijvoorbeeld, door in te zetten op projectmatige activiteiten die bovenregionaal worden gedaan, kunnen we op lokaal en regionaal niveau meer resultaat behalen.
We doen dat in toenemende mate in overleg met de deelnemende gemeenten Wat betekent dit financieel In de Strategische kaders werk en inkomen 2024-2027 is een nieuw verdeelmodel afgesproken. Deze nieuwe afspraken zijn voor 2025 al verwerkt in de Kadernota 2025. Dat betekent dat in deze paragraaf alleen ingegaan wordt op de programmakosten reintegratie. De uitvoeringskosten zijn opgenomen in hoofdstuk 4. De programmakosten worden hieronder inzichtelijk gemaakt aan de hand van de categorieën zoals afgesproken in de uitwerking strategische kaders: begeleiding beschut werk, jobcoaching, verstrekkingen aan inwoners en overige re-integratie instrumenten. Daarbij geldt dat de onderverdeling nog indicatief is; het model wordt nog geïmplementeerd en daarmee worden de bestedingen in de loop van de tijd steeds voorspelbaarder, in overleg met de gemeenten. Tabel programmabudget re-integratie Realisatie 2023
Begroting 2024
Re-integratie
3.891.448
4.047.900
REACT-EU Component:
212.149
Lasten
2025
2026
2027
2028
Begeleiding beschut werk
422.000
422.000
422.000
422.000
Jobcoaching
160.000
160.000
160.000
160.000
Verstrekkingen aan inwoners Overige re-integratie instrumenten
92.500
92.500
92.500
92.500
923.600
923.600
923.600
923.600
Programma re-integratie:
Totaal lasten
4.103.596 4.047.900 1.598.100 1.598.100 1.598.100 1.598.100
Baten Overige baten / vrijval voorgaande jaren
Begroting 2025 v0.4
91.478
pag. 12
Overige baten / vooruit ontvangen subsidies React-EU
212.149
Bijdragen gemeenten
3.799.970
4.047.900
Totaal baten Gerealiseerd / begroot totaal saldo van baten en lasten
4.103.596 4.047.900 1.598.100 1.598.100 1.598.100 1.598.100 0
1.598.100
0
1.598.100
0
1.598.100
0
0
1.598.100
0
Toelichting In de Begroting 2025 zijn de mutaties die voortvloeien uit de strategische kaders verwerkt. De besteding van het programmabudget re-integratie wordt vanaf 2024 verdeeld over enkele componenten, waarbij voor iedere component specifieke afspraken voor inzet en verantwoording gelden. De verantwoording aan en afrekening met gemeenten vindt plaats op basis van de werkelijke bestedingen. De gemeenten worden betrokken bij keuzes van de verschillende activiteiten/ instrumenten. Omdat we hiermee nog ervaring op moeten doen is voor deze begroting de verdeling over de componenten in het AB-besluit van januari 2024 als uitgangspunt genomen. We maken nadere afspraken met de gemeenten over de wijze waarop we met afwijkingen omgaan. Daarom is het effect van de onderstaande ontwikkeling nog niet verwerkt in deze begroting. Hierbij wordt de kanttekening gemaakt dat gemeenten en RDWI de aanwending van de componenten begeleiding beschut werk en jobcoaching zeer beperkt kan beïnvloeden. Hieronder valt bijvoorbeeld ook het budget voor de begeleiding van beschut werkplekken. Voor deze post hebben we de afspraak met Biga Groep dat de begeleidingsvergoeding overeenkomt met het bedrag dat het Rijk beschikbaar stelt via het gemeentefonds. Het Rijk verhoogt de vergoeding beschut werk vanaf 2024 met € 2.157 per plek.
Het tarief voor jobcoaching wordt binnen de arbeidsmarktregio met elkaar afgestemd en er is afgesproken dat het UWV-tarief daarbij als maximum geldt. Tabel budgetten kinderopvang Lasten
Realisatie Begroting 2023 2024
2025
2026
2027
2028
Lasten Kinderopvang
494.482
439.000
480.000
480.000
480.000
480.000
Totaal lasten
494.482
439.000
480.000
480.000
480.000
480.000
Baten
0
0
0
0
0
0
Overige baten
0
0
0
0
0
0
Bijdragen gemeenten
494.482
439.000
480.000
480.000
480.000
480.000
Totaal baten
494.482
439.000
480.000
480.000
480.000
480.000
0
0
0
0
0
0
Gerealiseerd / begroot totaal saldo van baten en lasten
Toelichting Het budget is gelijk gehouden aan de raming bij de kadernota, aangezien de realisatie bij de jaarrekening 2023 slechts in beperkte mate afwijkt. Het budget kinderopvang is moeilijk te voorspellen. Dit hangt samen met de toekenning van sociaal medische indicaties vanuit de gemeentelijke partners. We zijn in gesprek met deze partners in verband met de voorspelbaarheid.
Begroting 2025 v0.4
pag. 13
2.3. Inkomensvoorzieningen Bestaanszekerheid is een basisvoorwaarde voor maatschappelijke participatie. Voldoende inkomen en een stabiele financiële situatie moeten inwoners in staat stellen om het leven naar eigen inzicht en behoefte in te richten. Dat zijn uitgangspunten die geformuleerd zijn in de Strategische kaders werk en inkomen 2024-2027 en in ons meerjarig strategisch plan. Via het verstrekken van inkomens(aanvullende) maatregelen dragen we hieraan bij. In de praktijk zien we dat de inkomensvraag vaak de aanleiding is om zich bij ons te melden, maar dat er in sommige situaties sprake is van multiproblematiek en er meer ondersteuning gewenst is. In deze situaties zoeken wij aansluiting bij de (lokale) sociale teams van de gemeenten of andere maatschappelijke organisaties. Een nieuwe ontwikkeling (nadat de kadernota voor zienswijzen was aangeboden) is het wetsvoorstel Proactieve dienstverlening SZW. Daarbij krijgen we de mogelijkheden om te onderzoeken wie waarschijnlijk recht heeft op een inkomensvoorziening, maar deze niet gebruikt. Het doel van dit wetsvoorstel is om het niet-gebruik van voorzieningen te verminderen. Afhankelijk van wanneer deze wetswijziging wordt ingevoerd, bereiden we ons voor. Wat willen we bereiken De doorlooptijden v an de inkomensondersteunende regelingen zijn zo kort mogelijk Dat meten we aan de hand van de gemiddelde doorlooptijd.
Wanneer 85% van de aanvragen binnen vier weken wordt afgehandeld, zijn onze doorlooptijden kort. De wettelijke doorlooptijd is acht weken. Wat gaan we doen Waar mogelijk, lopen we vooruit op ‘Participatiewet in balans’ Naar verwachting, afhankelijk van het verloop van de behandeling door het parlement, treedt in 2025 ‘Participatiewet in balans’ in werking. Vanzelfsprekend bereiden we ons hierop voor en zullen waar nodig beleidswijzigingen doorvoeren. De richting van de aangekondigde wetswijzigingen sluit aan bij de beweging die in onze regio al is ingezet door meer rekening te houden met de individuele situatie van de inwoner. Als de inwerkingtreding niet in 2025 is, zullen we zoveel mogelijk al vooruitlopen op de wijzigingen. We verkennen het (meer) automatisch toekennen van regeli ngen en minder druk voor de inwoner voor het aanleveren van gegevens Inwoners die aanvragen indienen voor inkomensondersteunende maatregelen, krijgen vaak te maken met de vraag om veel gegevens. Waar mogelijk, willen we die uitvraag zoveel mogelijk beperken. Ook willen we waar mogelijk verder digitaliseren, mét oog voor diegenen die niet digivaardig zijn. Daarmee willen we de drempel verlagen om van voorzieningen gebruik te maken, als daar wel recht op is.
We voeren een beleidsevaluatie uit Conform het Meerjarig strategisch plan (vastgesteld april 2024) voeren we in 2025 een beleidsevaluatie inkomensvoorzieningen uit.
Begroting 2025 v0.4
pag. 14
Wat betekent dit financieel Tabel budgetten bijzondere bijstand, individuele inkomenstoeslagen, collectieve ziektekostenverzekering en minimabeleid Realisatie 2023
Begroting 2024
2025
2026
2027
2028
Bijzondere bijstand
3.233.059
3.218.900
3.294.000
3.294.000
3.294.000
3.294.000
Individuele inkomenstoeslagen Collectieve Ziektekostenverzekering
1.338.996
1.142.000
1.343.000
1.343.000
1.343.000
1.343.000
1.249.721
1.441.800
1.385.000
1.385.000
1.385.000
1.385.000
Minimabeleid gemeenten Energietoeslag en uitvoering regeling
737.000
725.000
775.000
775.000
775.000
775.000
9.255.299
0
0
0
0
0
Lasten Lasten
Totaal lasten
15.814.076 6.527.700 6.797.000 6.797.000 6.797.000 6.797.000
Baten Bijzondere bijstand
197.275
125.000
125.000
125.000
125.000
125.000
Bijdragen gemeenten
15.616.801
6.402.700
6.672.000
6.672.000
6.672.000
6.672.000
Totaal baten
15.814.076 6.527.700 6.797.000 6.797.000 6.797.000 6.797.000
Gerealiseerd / begroot totaal saldo van baten en lasten
0
0
0
0
0
0
Toelichting De stijging van de inkomensvoorzieningen ten opzichte van de Begroting 2024 is gebaseerd op de kostenontwikkeling per gemeente. De oorzaken variëren per component per gemeente, waardoor er geen algemene verklaring is te geven, behalve een effect van de inflatie. Wel verwachten we een verdere stijging van de Individuele Inkomenstoeslag (IIT). De daling bij de Collectieve Algemene Ziektekostenverzekering (CAZ) hangt samen met de verstrekte vergoedingen bij de aanvullende verzekering. Dit deel van de CAZ heeft de afgelopen jaren gefluctueerd.
2.4. Dienstverlening aan inburgeraars Duurzaam inburgeren is het uitgangspunt. Dit betekent dat participatie en werk in eerste instantie een instrument voor inburgering zijn en in tweede instantie een vehikel voor economische zelfredzaamheid. Het primaire doel van de inzet van participatie-activiteiten of werk is de bevordering van taal- en cultuurontwikkeling, netwerkvorming, aanleren van werknemersvaardigheden en dagritme. De basis van de dienstverlening is op orde en in 2025 richten we ons de verdere verfijning en uitbouw van onze dienstverlening. De instroom van inburgeraars onder de oude wet inburgering 2013 faseert het komende jaar naar verwachting uit. De instroom van inburgeraars onder de nieuwe wet neemt naar verwachting toe, al zijn we hierbij afhankelijk van de doorstroming bij huisvesting door gemeenten en de regionale koppelingen door COA. We verwachten dat eind 2025 de eerste inburgeraars onder de nieuwe Wet inburgering 2021 uitstromen met hun diploma.
Begroting 2025 v0.4
pag. 15
Wat willen we bereiken Een duurzame participatie aan de samenleving van inbur geraars Een indicator in hoeverre we deze doelstelling bereiken, is wanneer alle inburgeraars hebben een traject aangeboden hebben, op weg naar duurzame inburgering en participatie in de samenleving. Wat gaan we doen Continuering van de dienstverlening met aandacht voor vroege start en participatie We bouwen voort op de ingeslagen weg in 2023. Hierbij heeft het verder uitbouwen en verfijnen van onze aanpak prioriteit. We werken onder andere aan de verdere ontwikkeling van de participatiecomponent en dualiteit in de leerroutes, in samenwerking met de lokale partners. Wat betreft de vroege start streven we ernaar dat we met alle inburgeraars in contact zijn als zij nog in het AZC verblijven. Daarin zijn we afhankelijk van de toestroom van inburgeraars. Welke rol de nieuwe spreidingswet hierin gaat spelen, is vooralsnog moeilijk in te schatten. Dit is afhankelijk van de regionale aanpak rondom de spreidingswet en de ambities van gemeenten. Wat betekent dit financieel Tabel Voorzieningen Nieuwe Wet Inburgering Lasten Lasten Voorzieningen Wet Inburgering (Wi) Intensieve aanpak Oude Wet Inburgering Totaal lasten
Baten Bijdragen gemeenten voorzieningen wet inburgering Bijdragen gemeenten intensieve aanpak/ balans - voorgaande jaren Totaal baten Gerealiseerd / begroot totaal saldo van baten en lasten
Realisatie 2023
Begroting 2024
2025
2026
2027
2028
972.390
1.695.500
1.981.000
1.981.000
1.981.000
1.981.000
115.137
31.250
0
0
0
0
1.087.527 1.726.750 1.981.000 1.981.000 1.981.000 1.981.000
1.034.890
1.695.500
1.981.000
1.981.000
1.981.000
1.981.000
52.637
31.250
0
0
0
0
1.087.527 1.726.750 1.981.000 1.981.000 1.981.000 1.981.000
0
0
0
0
0
0
Toelichting De stijging in het benodigde budget voor de voorzieningen Wet inburgering in 2025 is gebaseerd op een raming van de instroom van asielstatushouders, die gebaseerd is op de huisvestingstaakstelling in deze regio in 2024. De voorzieningen worden beschikbaar gesteld voor deze groep. De inburgeraars die onder de oude Wet inburgering zijn ingestroomd, dienen de kosten voor deze voorzieningen zelf te dekken. Het benodigde budget is voor de meerjarenraming constant gehouden, omdat we nog ervaring moeten op doen met de uitstroom. Een inburgeringstraject kan tot drie jaar duren. Gedurende die periode is sprake van aflopende kosten.
Begroting 2025 v0.4
pag. 16
2.5. Hulp bij schulden en het voorkómen van schulden We werken samen met de inwoner naar een stabiele financiële situatie waarin geldzorgen of schulden worden aangepakt, verminderd of voorkomen. Wij adviseren, begeleiden en ondersteunen inwoners bij hun financiële situatie en financiële zelfredzaamheid. Het aantal inwoners dat we begeleiden en ondersteunen bij het oplossen van hun schulden, is de afgelopen jaren gestegen. Dit komt onder andere door vroegsignalering. Wat willen we bereiken Het voorkómen van schulden, voor zover we er zelf invloed op hebben Een indicator in hoeverre we daarin slagen, is onder andere dat we bij beslaglegging uit de uitkering het zogeheten ‘sociaal incasseren’ toepassen. Wanneer wijzelf als RSD één van de schuldeisers zijn, houden wij rekening met de individuele situatie van de inwoner. Verminderen van aantal personen met schulden en verlaging gemiddeld schuldenbedrag We zetten onze eigen cijfers af tegen de landelijke CBS-gegevens en we meten in hoeverre de verhouding tussen het aantal inwoners in een schuldentraject gelijk oploopt met het aantal inwoners met problematische schulden volgens de CBS-statistieken. We kijken daarbij niet alleen naar het aantal personen met schulden, want een laag aantal kan ook betekenen dat we inwoners niet bereiken. We kijken daarom ook naar het gemiddelde schuldenbedrag bij particulieren.
Wat gaan we doen We houden onze dienstverlening op peil volgens de NvvK -normen We hechten aan een kwalitatief goede dienstverlening en daarom doen we mee aan de NvvK-audits om te toetsen waar verbeterpunten zijn. We zorgen ervoor dat we de verbeterpunten uit de laatste audit actief oppakken. We werken steeds meer ‘integraal’ Om ervoor te zorgen dat we schulden vroegtijdig opsporen, verbeteren we onze interne processen. Professionals die inwoners spreken die voor een uitkering of inkomensondersteunende maatregel bij ons aankloppen, hebben een belangrijke signalerende functie als het gaat om het opsporen van schulden. Zij verwijzen actief en ‘warm’ door naar professionals die zich bezig houden met schulddienstverlening. Daarnaast blijven we inzetten op vroegsignalering, waarbij we na signalen van betalingsachterstanden een aanbod aan inwoners doen voor ondersteuning, samen met onze lokale partners. Wat betekent dit financieel Voor dit onderdeel zijn geen afzonderlijke programmakosten opgenomen. De uitvoering hiervan past binnen het brede takenpakket van de RSD.
Begroting 2025 v0.4
pag. 17
3 Wet sociale werkvoorziening In dit hoofdstuk is het budget voor het onderdeel Wet sociale werkvoorziening (Wsw) opgenomen. Deze lasten dalen, omdat er alleen uitstroom is uit de Wsw. De Rijksbijdragen dalen met hetzelfde bedrag. De uitvoering van de Wet sociale werkvoorziening wordt onder verantwoordelijkheid van de GR RDWI gedaan door Biga Groep BV. De lasten en baten die hiermee gemoeid zijn, zijn opgenomen in hoofdstuk 4 Bedrijfsvoering in de apparaatskostenbegroting RWDI.
Wat betekent dit financieel Realisatie 2023
Begroting 2024
2025
2026
2027
2028
Wet Sociale Werkvoorziening
9.360.273
8.457.900
8.625.400
8.315.900
8.109.700
7.507.500
Totaal lasten
9.360.273 8.457.900 8.625.400 8.315.900 8.109.700 7.507.500
Lasten Lasten
Baten
0
0
0
Bijdragen gemeenten
9.360.273
8.457.900
8.625.400
Totaal baten
9.360.273 8.457.900 8.625.400 8.315.900 8.109.700 7.507.500
Gerealiseerd / begroot totaal saldo van baten en lasten
0
0
0
0
0
0
8.315.900 8.109.700 7.507.500
0
0
0
Toelichting De lasten dalen omdat er sinds 2015 geen instroom meer in de Wsw is en wel uitstroom. Het benodigd budget wordt jaarlijks herzien op basis van de informatie van Biga Groep. Biga Groep vergoedt de loonkosten Wsw aan de RDWI. Gemeenten worden via de integratie uitkering gecompenseerd voor de stijging van de lasten.
Begroting 2025 v0.4
pag. 18
4 Bedrijfsvoering In dit hoofdstuk wordt aangegeven hoe onze organisatie opgebouwd is en hoe zich dat financieel vertaald naar de bijdragen van de vijf gemeenten.
4.1. Organisatie en apparaatskosten Op basis van de ramingen van de bijstandspopulatie en aantallen klanten bij schulddienstverlening wordt jaarlijks de formatie vast gesteld voor de uitvoering van de huidige taken van de RDWI. In deze begroting is ook het AB-besluit van januari 2024 verwerkt, waarin is vastgelegd dat de organisatiekosten voor re-integratie vanaf 2024 onderdeel uitmaken van de apparaatskostenbegroting. Voor deze bijdrage hebben de gemeenten een aparte verdeelsleutel ontwikkeld. Tabel apparaatskosten RSD en loonkosten Wsw samengevat Lasten Lasten Apparaatskosten programma Werk & Inkomen (RSD) Apparaatskosten uitvoering Wet Inburgering (WI) Inzet Wet Inburgering i.v.m. hogere instroom personeel SW Bijdrage gemeenten aan BIGA Totaal lasten
Baten Overige baten apparaatskosten Baten BIGA Bijdragen gemeenten bedrijfsvoering algemeen Bijdrage gemeenten uitvoering re-integratie Bijdragen gemeenten uitvoering Wet Inburgering Bijdragen gemeenten uitvoering Wet Inburgering i.v.m. hogere instroom Totaal baten
Realisatie 2023
Begroting 2024
2025
2026
2027
2028
16.926.452
16.816.450
17.975.100
17.877.100
17.875.100
17.825.100
665.200
984.540
1.033.000
1.033.000
1.033.000
1.033.000
PM
PM
PM
PM
9.539.250
9.004.100
8.564.300
8.108.000
8.108.000
8.108.000
600.000
600.000
600.000
600.000
600.000
600.000
27.730.902 27.405.090 28.172.400 27.618.100 27.616.100 27.566.100
3.116.777
2.209.500
594.500
594.500
594.500
594.500
9.539.250
9.004.100
8.564.300
8.108.000
8.108.000
8.108.000
14.420.900
15.056.950
15.379.600
15.379.600
15.379.600
15.379.600
2.451.000
2.451.000
2.451.000
2.451.000
1.033.000
1.033.000
1.033.000
1.033.000
PM
PM
PM
PM
665.200
984.540
27.742.127 27.255.090 28.022.400 27.566.100 27.566.100 27.566.100
Gerealiseerd / begroot totaal saldo van baten en lasten
11.225
-150.000
-150.000
-52.000
-50.000
0
Toevoeging reserves
-110.000
-110.000
-110.000
-110.000
-110.000
-110.000
Onttrekking reserves Gerealiseerd/ begroot saldo
852.500
260.000
260.000
162.000
160.000
110.000
753.725
0
0
0
0
0
Begroting 2025 v0.4
pag. 19
Tabel apparaatskosten (RSD + Wsw loonkosten) baten en lasten uitgebreid
Apparaatskosten Baten Bijdragen gemeenten (inclusief bijdrage BIGA en intensieve aanpak) Bijdragen gemeenten Uitvoering Reintegratie Bijdragen gemeenten uitvoering Wet inburgering Bijdragen gemeenten uitvoering Wet Inburgering i.v.m. hogere instroom Bijdragen BIGA loonkosten SW Subtotaal bijdragen Overige baten Totaal baten
Realisatie 2023
Begroting 2024
2025
2026
2027
2028
14.420.900
15.056.950
15.379.600
15.379.600
15.379.600
15.379.600
2.451.000
2.451.000
2.451.000
2.451.000
1.033.000
1.033.000
1.033.000
1.033.000
PM
PM
PM
PM
8.564.300
8.108.000
8.108.000
8.108.000
665.200
9.539.250
984.540
9.004.100
24.625.350 25.045.590 27.427.900 26.971.600 26.971.600 26.971.600 3.116.777
2.209.500
594.500
594.500
594.500
594.500
27.742.127 27.255.090 28.022.400 27.566.100 27.566.100 27.566.100
Lasten Kapitaallasten
479.391
637.400
637.400
637.400
637.400
637.400
Rente
76.863
100.000
100.000
100.000
100.000
100.000
Huisvesting
1.088.155
605.100
605.100
605.100
605.100
605.100
Personeel RSD Uitvoering Wet Inburgering Inzet Wet Inburgering i.v.m. hogere instroom Mutatie intensieve aanpak Afwikkeling Tozo regeling
13.281.715
13.331.600
14.646.500
14.646.500
14.646.500
14.646.500
0
984.540
1.033.000
1.033.000
1.033.000
1.033.000
PM
PM
PM
PM
0
-468.750
-625.000
-625.000
-625.000
-625.000
0
150.000
150.000
52.000
50.000
0
personeel SW
9.539.250
9.004.100
8.564.300
8.108.000
8.108.000
8.108.000
Automatisering
1.958.283
1.900.800
1.900.800
1.900.800
1.900.800
1.900.800
Facilitair
374.342
417.300
417.300
417.300
417.300
417.300
Advieskosten Implementatiekosten Wet Inburgering Bijdrage gemeenten aan BIGA
250.512
143.000
143.000
143.000
143.000
143.000
600.000
600.000
600.000
600.000
600.000
82.390 600.000
Overige lasten Totaal lasten Totaal saldo voor reserves Dotatie aan reserves Onttrekking aan reserves
Begroting 2025 v0.4
27.730.901 27.405.090 28.172.400 27.618.100 27.616.100 27.566.100
11.226
-150.000
-150.000
-52.000
-50.000
0
-110.000
-110.000
-110.000
-110.000
-110.000
-110.000
852.500
260.000
260.000
162.000
160.000
110.000
pag. 20
Totaal saldo na reserves
753.726
0
0
0
0
0
Toelichting mutaties apparaatsbegroting zoals verwerkt in de Kadernota 2025 In de kadernota 2025 zijn mutaties opgenomen voor loon- en prijsverhogingen op basis van de CPB ramingen, zoals opgenomen in de septembercirculaire 2023 voor de komende jaren. Verder zijn mutaties doorgevoerd in verband met de CAO 2023 en CAO 2024. Daarnaast is het AB besluit over de verdeling participatiemiddelen (naar aanleiding van de strategische kaders) verwerkt. Dit komt er concreet op neer dat vanaf 2024 het reintegratiebudget gesplitst is in een deel programmabudget re-integratie en een deel uitvoeringsbudget re-integratie. Daarom is de gemeentelijke bijdrage voor de uitvoeringskosten re-integratie als aparte post in de apparaatsbegroting opgenomen. Tot nu toe werd vanuit het participatiebudget indirect een bijdrage toegerekend aan de apparaatskosten als onderdeel van de overige baten. De daling van deze post hangt hiermee samen. Bij voorbereiding voor de kadernota 2025 zijn de instroomcijfers voor inburgering tegen het licht gehouden. Dit bevestigde de conclusie uit de evaluatie en impactanalyse die op 12 april 2023 is vastgesteld in het AB dat in 2025 een uitbreiding van de formatie nodig is om de afgesproken dienstverlening uit te kunnen blijven voeren.
Echter, omdat het Rijk tot nu toe voor 2025 en verder nog geen extra budget beschikbaar heeft gesteld voor de uitvoering, is in de kadernota een PM post opgenomen. Deze PM post wordt ook in de begroting gehandhaafd. Bij de 1e Nota begrotingswijziging wordt het incidenteel effect van de instroom vastgesteld en verwerkt. Indien mogelijk wordt het structureel effect bij de Kadernota 2026 verwerkt.
4.2 Overzicht lasten per taakveld en formatie overhead In onderstaande tabel zijn de totale lasten per taakveld opgenomen en de toegestane formatie ten opzichte van de formatie overhead weergegeven. Lasten per taakveld, begrote formatie en formatie overhead lasten overhead (0.4) lasten treasury (0.5)
2025
5.925.700 100.000
lasten samenkracht en burgerparticipatie (6.1)
4.019.400
lasten inkomensregelingen (6.3)
67.441.300
lasten begeleide participatie (6.4)
18.339.500
lasten arbeidsparticipatie (6.5) Totaal
5.099.500 100.925.400
Begrote formatie overhead Totale begrote formatie inclusief wet inburgering
155,10
Mutatie formatie i.v.m. hogere instroom WI Totale begrote formatie overhead
PM 35,4
In 2023 is de indeling van de taakvelden volgens het Iv3-informatievoorschift iets gewijzigd. Werkzaamheden schulddienstverlening vallen niet langer onder 6.71 lasten maatwerkdienstverlening maar onder 6.3 lasten inkomensregelingen.
Begroting 2025 v0.4
pag. 21
4.3 Overzichten per gemeente De verdeelsleutel en bijdragen van de apparaatskosten en compensabele BTW per gemeente in 2025.
Verdeelsleutel bijdragen per gemeente in apparaatskosten
Budget BUIG en inwoner- aantallen
Verdeelsleutel Verdeelsleutel Wsw 2025 uitvoeringsbudget (bijdrage re-integratie gemeenten aan BIGA)
Verdeelsleutel uitvoeringkosten wet inburgering
Bunnik
5,3%
3,5%
5,5%
7,2%
De Bilt
21,1%
18,3%
10,3%
21,6%
Utrechtse Heuvelrug
21,7%
19,1%
14,8%
24,2%
Wijk bij Duurstede
8,9%
7,7%
11,3%
11,2%
Zeist
42,9%
51,4%
58,1%
35,8%
Totaal
100,0%
100,0%
100,0%
100,0%
Bijdragen Bijdragen gemeenten in uitvoeringsbudget de re-integratie apparaatskosten
789.500 3.119.700 3.209.300 1.315.100 6.346.000 14.779.600
86.300 448.900 467.100 188.500 1.260.200 2.451.000
Bijdragen Bijdragen gemeenten in gemeenten uitvoeringskosten aan de BIGA Wet inburgering
74.000 223.000 249.900 116.100 370.000 1.033.000
33.188 61.831 88.635 67.872 348.474 600.000
Bijdragen gemeenten in subsidie BIGA 2025
477.100 888.900 1.274.200 975.700 5.009.500 8.625.400
Bijdrage gemeente compensabele BTW 2025
85.466 337.729 347.429 142.372 687.003 1.600.000
De verdeelsleutels zijn gebaseerd op de volgende afspraken: • De verdeelsleutel BUIG is gebaseerd op het Rijksbudget dat gemeenten ontvangen voor uitkeringen Participatiewet (telt mee voor 90%), inclusief het programmabudget re-integratie en het aantal inwoners per gemeente (telt mee voor 10%). Deze verdeelsleutel wordt toegepast op de bijdrage van de gemeenten voor de apparaatskosten en de compensabele BTW; • De verdeelsleutel voor de bijdrage uitvoeringkosten re-integratie is nieuw. De uitvoeringskosten re-integratie worden voor 70% volgens een nieuwe sleutel verrekend en voor 30% volgens de verdeelsleutel van de reguliere apparaatskosten. Daarbij is een ingroeimodel afgesproken om de herverdeling tussen gemeenten geleidelijk te laten verlopen; • De verdeelsleutel voor de uitvoering van de Wet inburgering is gekoppeld aan de oorspronkelijk verdeling van deze middelen naar het gemeentefonds (2020). Deze wijkt af van de algemene verdeelsleutel apparaatskosten. De ontwikkeling van dit budget in het gemeentefonds wordt regelmatig beoordeeld. Indien nodig zal de verdeelsleutel aangepast worden; • De verdeelsleutel Wsw is gebaseerd op het budget dat de gemeenten van het Rijk ontvangen ter compensatie van de kosten Sociale Werkvoorziening. Deze verdeelsleutel wordt toegepast op de bijdragen van de gemeenten voor de Wsw en de extra bijdrage voor de Biga.
Begroting 2025 v0.4
pag. 22
In de volgende tabel is de gemeentelijke bijdrage per onderdeel en per gemeente weergegeven. Specificatie gemeenten 2025 Gebundelde uitkeringen / BBZ BUIG deel LKS Baten BUIG / BBZ Ontschotting BBZ kredietverstrekking BBZ onderzoekskosten levensvatbaarheid BBZ baten/terugontvangen op kredietverstrekking Bijzondere bijstand Bijzondere bijstand Collectieve Ziektekostenverzekering Individuele inkomenstoeslagen Minimabeleid gemeenten Re-integratie & Participatie & actieplan jeugdwerkloosheid Nieuwkomers (klantkosten) Voorzieningen Wet Inburgering Uitkering Wet Sociale Werkvoorziening (sociaal domein) Kinderopvang Apparaatskosten Bijdrage uitvoeringskosten reintegratie Uitvoeringskosten Wet Inburgering BIGA bijdragen Totaal
Wijk bij Duursted e
Zeist
Totaal
Bunnik
De Bilt
Utrechtse Heuvelrug
2.464.300 220.700 -21.000 5.000
10.459.400 819.000 -163.000 23.000
10.313.500 1.160.300 -189.000 23.000
4.357.000 466.200 -175.000 -98.000
21.121.200 1.643.900 -402.000 47.000
48.715.400 4.310.100 -950.000 0
0
46.000
40.000
0
60.000
146.000
5.000
20.000
25.000
10.000
40.000
100.000
0 126.000 -3.000
-27.600 635.000 -14.000
-24.000 705.000 -29.000
0 288.000 -13.000
-36.000 1.540.000 -66.000
-87.600 3.294.000 -125.000
115.000
217.000
272.000
121.000
660.000
1.385.000
55.000
250.000
310.000
121.000
607.000
1.343.000
0
0
250.000
0
525.000
775.000
56.100
292.700
304.600
122.900
821.800
1.598.100
0
0
0
0
0
0
262.000
333.000
387.000
118.000
881.000
1.981.000
477.100 25.000 789.500
888.900 130.000 3.119.700
1.274.200 111.000 3.209.300
975.700 3.000 1.315.100
5.009.500 211.000 6.346.000
8.625.400 480.000 14.779.600
86.300
448.900
467.100
188.500
1.260.200
2.451.000
74.000 33.188 4.770.188
223.000 61.831 17.762.831
249.900 88.635 18.948.535
116.100 67.872 7.984.372
370.000 1.033.000 348.474 600.000 40.988.074 90.454.000
Toelichting De verdeling van het totaalbedrag naar gemeenten vindt plaats op basis van verdeelsleutels, op basis van de actualisatie van budgetten zoals vermeld in de septembercirculaire van het Rijk of daaraan gebonden documenten en op basis van verwachte uitgaven op gemeenteniveau. Hierin is ook de nieuwe verdeelsleutel voor de uitvoeringskosten re-integratie verwerkt. Daarover is afgesproken dat 70% van de uitvoeringskosten re-integratie volgens de nieuwe verdeelsleutel worden verrekend (met een ingroeimodel) en 30% van de uitvoeringskosten re-integratie via de reguliere bestaande afspraken van de apparaatskosten. Als de uitvoeringskosten re-integratie wijzigen, blijft deze verhouding van toepassing.
Begroting 2025 v0.4
pag. 23
5 Financiële paragrafen 5.1
Weerstandsvermogen en risicobeheersing
De structurele monitoring en het managen van risicomanagement wordt geborgd via de Planning & Control cyclus. Dit proces ziet er in het kort als volgt uit: - Begroting: inventarisatie van de risico’s voor de komende drie jaar; - 1e en 2e Nota Begrotingswijziging: het actualiseren van bestaande risico’s en inventarisatie mogelijke nieuwe risico’s; - Jaarstukken en Begroting: verantwoording en borging risico’s komende drie jaar. Om de beheersing en verantwoording te vergemakkelijken is per risico een eigenaar aangewezen. Deze persoon is verantwoordelijk voor de beheersing van het risico en legt daarover verantwoording af. Een risico is gedefinieerd als een onzekerheid die het realiseren van de doelstellingen in zowel positief als negatief opzicht kan beïnvloeden. Risico’s kunnen zich op alle niveaus binnen de organisatie voordoen (strategisch, tactisch en operationeel niveau) en risico’s kunnen ook uiteenlopend van aard zijn (bijvoorbeeld imago, financieel of compliance). De geïnventariseerde risico’s die relevant zijn voor het weerstandsvermogen worden gekwantificeerd. Het kwantificeren van risico’s betreft een inschatting van de mogelijke financiële schade (de impact), gecombineerd met een inschatting van de kans dat een mogelijke schade zich daadwerkelijk voordoet.
De inschattingen worden zo nauwkeurig mogelijk gemaakt, bijvoorbeeld op basis van ervaringscijfers, maar zekerheden kunnen aan deze inschattingen niet worden ontleend. De kwantificering van de risico’s wordt met enige regelmaat geactualiseerd. Risico’s kunnen een incidenteel of een structureel karakter hebben. In de kwantificering zijn incidentele risico’s één keer meegewogen. Structurele risico’s zijn voor drie jaar meegewogen omdat deze periode past waarbinnen maatregelen kunnen worden genomen de risico’s te beheersen. Gezien de aard en de complexiteit van de risico’s hebben wij ervoor gekozen om gebruik te maken van de methode van ‘impact’ x ‘kans’. Op basis van de risico-inventarisatie eind 2023 is de schatting dat de benodigde weerstandscapaciteit ultimo 2023 € 499.000 moet zijn. Samenvatting risico’s en benodigde weerstandscapaciteit In de uitwerking van de risico’s is een splitsing gemaakt van risico’s niet relevant en relevant voor het weerstandsvermogen van de RDWI. Risico’s die niet relevant zijn voor het weerstandsvermogen van de RDWI Het onderstaande risico is van belang voor de bedrijfsvoering, maar (nog) niet kwantificeerbaar en daardoor niet relevant voor het weerstandsvermogen: • Voor de bekostiging van de uitvoering van de Wet inburgering heeft het Rijk op macro niveau budget toegevoegd aan het gemeentefonds.
De hoogte van deze vergoeding stijgt niet mee met de verhoging van de huisvestingstaakstelling van de gemeenten. De taakstelling is echter vanaf de start van de wet bijna verdrievoudigd. De verwachting is dat deze taakstelling voor de komende jaren hoog zal blijven, gezien het aantal vluchtelingen dat Nederland de afgelopen periode heeft bereikt, en de landelijke maatregelen die worden genomen om de vastgelopen asielopvang op te lossen. Desondanks heeft het Rijk alleen tijdelijk extra middelen beschikbaar gesteld voor de begeleiding van deze doelgroep (laatste tranche voor 2024). Het is tot op heden onbekend welke middelen beschikbaar zullen zijn in het gemeentefonds voor de begeleiding vanaf 2025. De stijging van het aantal inburgeraars, het gaat naast asielstatushouders ook om gezinsmigranten, zet de dienstverlening onder druk. De
Begroting 2025 v0.4
pag. 24
begeleiding is intensief en duurt in het kader van inburgering meerdere jaren. De omvang van het risico is nog niet te kwantificeren. Wel stijgt het aandeel van deze groep in de totale dienstverlening van de RDWI. • Vanaf 2026 ontvangen gemeenten minder middelen vanuit het Rijk (het zogenaamde ravijnjaar) voor de uitvoering van gemeentelijke taken. Over de eventuele consequenties voor de bedrijfsvoering van de RDWI volgt een separaat voorstel. Naast deze nog niet kwantificeerbare risico’s zijn er risico's die we wel kunnen kwantificeren. Voor de risico’s die niet relevant zijn voor het weerstandsvermogen van de RDWI, maar wel voor de KRH gemeenten, gaat het om de zogenaamde ‘open einde regelingen’-risico’s. Het betreft: • Een tekort op de BUIG-budgetten tot het maximum van 10%. Naar aanleiding van de overschotten van de afgelopen jaren is de kans dat dit zich voordoet op 50% gezet; • De mogelijkheid dat de vangnetregeling niet wordt toegekend. Dit risico wordt ingeschat als laag, omdat de vangnetregeling onderdeel uit maakt van de BUIGsystematiek. De regels voor toepassing van de regeling zijn strenger geworden, waardoor het moeilijker wordt om aanspraak te maken op de regeling. • De lasten bijzondere bijstand en IIT kunnen stijgen, onder andere een stijging van schuldhulpaanvragen en bewindvoering en door hogere taakstelling inburgering.