Bijlage 3 Jaarstukken 2022 v0.3
Tekst van het document
Voor arbeidskostengerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume wordt geen voorziening getroffen of op andere wijze een verplichting opgenomen. De referentieperiode is dezelfde als die van de meerjarenraming, te weten vier jaar. Indien sprake is van (eenmalige) schokeffecten (bijvoorbeeld door reorganisaties) dient wel een verplichting opgenomen te worden. Balans Materiële vaste activa De materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Voorts zijn voor de waardering de bepalingen in de financiële verordening van de RDWI van belang. Overeenkomstig deze verordening gelden voor materiële vaste activa met economisch nut de volgende regels: Afschrijving geschiedt lineair. De eerste afschrijving vindt plaats in het jaar volgend op het jaar van investeren.
De termijnen voor afschrijving zijn bepaald op: - maximaal 25 jaar voor renovatie, restauratie en aankoop bedrijfsgebouwen; - maximaal 20 jaar voor technische installaties in bedrijfsgebouwen; - maximaal 10 jaar voor veiligheidsvoorzieningen bedrijfsgebouwen, telefooninstallaties, kantoormeubilair, nieuwbouw tijdelijke bedrijfsgebouwen, groot onderhoud bedrijfsgebouwen en overige materiele vaste activa; - maximaal 3 jaar voor automatiseringsapparatuur (onder andere laptops, licenties, software) en kleine gebruiksgoederen Voorts is bepaald, dat op gronden en terreinen niet wordt afgeschreven en dat activa met een verkrijgingsprijs van minder dan € 5.000 niet worden geactiveerd, uitgezonderd gronden en terreinen. Deze laatst genoemden worden altijd geactiveerd. Vorderingen en overlopende activa De vorderingen worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Jaarstukken 2022 v0.3
26
Liquide middelen en overlopende posten Deze activa worden tegen nominale waarde opgenomen. Eigen vermogen Het totaal eigen vermogen is gelijk aan het eigen vermogen van voorafgaand jaar, vermeerderd of verminderd met het gerealiseerd resultaat. Voor zover het Algemeen bestuur gedurende het jaar besluiten over bestemmingsreserves heeft genomen, zijn de effecten van deze besluiten in de stand van de reserves per jaareinde verwerkt. Uit het gerealiseerd totaal saldo van baten en lasten en de effecten van de besluiten van het Algemeen bestuur volgt een gerealiseerd resultaat. Dit resultaat wordt als een separate post van het eigen vermogen gepresenteerd. Voorzieningen Voorzieningen worden gewaardeerd op het nominale bedrag van de betrokken verplichting c.q. het voorzienbare verlies. Voorziening frictie (voorheen voorziening reorganisatie ‘van bolwerk naar netwerk’) De voorziening reorganisatie ‘van bolwerk naar netwerk’ is hernoemd tot voorziening frictie. De kosten hebben betrekking op kosten voor (oud-)medewerkers in verband met ontslagvergoedingen, verplichtingen in het kader ww en van werk naar werk begeleiding. De voorziening is gewaardeerd tegen nominale waarde. Vaste schulden Vaste schulden worden gewaardeerd tegen de nominale waarde, verminderd met gedane aflossingen. De vaste schulden hebben een rente-typische looptijd van één jaar of langer.
Vlottende passiva De vlottende passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde. Overzicht van baten en lasten in de jaarrekening Per programmaonderdeel zijn de baten en lasten opgenomen in de jaarrekening.
Jaarstukken 2022 v0.3
27
6. Toelichting op de balans Toelichting Activa Vaste activa Materiële vaste activa met economisch nut De materiële vaste activa bestaan uit investeringen met een economisch nut. De investeringen met een economisch nut kunnen als volgt worden onderverdeeld:
Boekwaarde 3112-2022
Boekwaarde 3112-2021
Gronden en terreinen
2.185.163
2.185.163
Bedrijfsgebouwen
1.558.363
1.422.124
Machines, apparaten en installaties
1.203.268
39.424
Overige materiële vaste activa Totaal materiële vaste activa
369.725
230.647
5.316.519
3.877.357
Het hierna opgenomen overzicht geeft het verloop van de boekwaarde van de investeringen met een economisch nut weer: Boekwaarde 1-1-2022
Investering 2022
Afschrijving 2022
Boekwaarde 31-12-2022
Gronden en terreinen
2.185.163
0
0
2.185.163
Bedrijfsgebouwen
1.422.124
328.790
192.551
1.558.363
Machines, apparaten en installaties
39.424
1.167.429
3.584
1.203.268
Overige materiële vaste activa
230.647
201.670
62.592
369.725
3.877.357
1.697.889
258.727
5.316.519
Totaal materiële vaste activa
Toelichting De investering op bedrijfsgebouwen, machines, apparaten en installaties heeft betrekking op Thorbeckelaan 3. De luchtbehandelingsinstallatie was volledig economisch afgeschreven en daarom is er een nieuwe installatie aangeschaft. Verder is in 2022 geïnvesteerd in zonnepanelen en een airconditioning (elektrische verwarming en koeling). Vlottende Activa Uitzettingen met een rente-typische looptijd korter dan één jaar Vorderingen op openbare lichamen
2022
2021
Gemeente Bunnik
16.086
0
Gemeente De Bilt
65.753
0
Gemeente Utrechtse Heuvelrug
70.673
97.421
Gemeente Wijk bij Duurstede
30.734
0
Gemeente Zeist
135.766
0
Totaal vorderingen op openbare lichamen
319.012
97.421
Jaarstukken 2022 v0.3
28
Toelichting vorderingen op openbare lichamen De openstaande vorderingen gaan over de nog te vorderen compensabele BTW per gemeente. Overige vorderingen
2022
2021
Overige vorderingen
0
74.202
Totaal
0
74.202
31-12-2022
31-12-2021
Uitzettingen in Rijks schatkist
6.975.952
7.252.925
Totaal
6.975.952
7.252.925
Toelichting overige vorderingen Geen openstaande overige vorderingen. Uitzettingen in ’s Rijks schatkist
Toelichting Schatkist Het wetsvoorstel verplicht schatkistbankieren is op 13 december 2013 in het Staatsblad gepubliceerd. De wet is op 15 december 2013 van kracht geworden. Het wetsvoorstel verplicht alle decentrale overheden om hun overtollige (liquide) middelen aan te houden in de schatkist. Het woord ‘overtollig’ verwijst naar alle middelen die decentrale overheden niet onmiddellijk nodig hebben voor de publieke taak. Het maximale bedrag (drempel) dat dagelijks aan liquide middelen mag worden aangehouden is 2% van het begrotingstotaal van de primitieve begroting van € 97.295.883. Omschrijving
1e Q 2022
2e Q 2022
3e Q 2022
4e Q 2022
(bedragen x € 1.000) Op dag-basis buiten ’s Rijks schatkist gehouden middelen
393
388
583
456
Drempelbedrag
1.946
1.946
1.946
1.946
Ruimte onder drempelbedrag
1.552
1.558
1.363
1.490
0
0
0
0
31-12-2022
31-12-2021
216
249
Banksaldi
519.375
369.671
Totaal
519.591
369.920
Overschrijding van het drempelbedrag Liquide middelen Kassaldi
Toelichting liquide middelen De stand van de liquide middelen op 31-12-2022 is hoger dan eind vorig jaar. Het saldo is lager dan het toegestane drempelbedrag van € 1.945.918 dan dat gehanteerd mag worden volgens de wet schatkistbankieren. Dagelijks wordt het saldo van de BNG rekening afgeroomd naar de schatkistrekening. Overlopende activa Overlopende vlottende activa
31-12-2022
31-12-2021
Nog te ontvangen / vooruitbetaalde bedragen
420.936
330.246
Totaal
420.936
330.246
Jaarstukken 2022 v0.3
29
Specificatie van overlopende activa: Omschrijving
31-12-2022
Vooruitbetaalde bedragen voor 2023
325.896
Nog te ontvangen bijdragen PVT
49.345
Overloopposten WWB-uitkeringen
32.454
Overloopposten salarissen
132
Btw fiscaal
13.110
Totaal
420.937
Toelichting Passiva Vaste Passiva Resultaat boekjaar
31-12-2022
31-12-2021
Gerealiseerd resultaat
1.625.663
1.192.640
Totaal
1.625.663
1.192.640
2022
2021
Beginstand 1/1
419.500
309.750
Resultaat 2021, weerstemming vermogen bestemming reserves
95.900
0
0
109.750
515.400
419.500
Eigen vermogen Algemene Reserve
Resultaat 2020 Eindstand 31/12
Toelichting resultaat boekjaar en algemene reserve Het gerealiseerde resultaat 2021 was € 1.192.640. Hiervan is € 95.900 in 2022 toegevoegd aan de algemene reserve. Er is een bedrag van € 281.802 aan de bestemmingsreserve bedrijfsvoering toegevoegd. Het restant ad € 814.939 is teruggestort naar gemeenten. Het resultaat boekjaar na mutaties reserves 2022 is € 1.625.663. Hiervoor wordt een voorstel resultaatbestemming gedaan. Bestemmingsreserve Bedrijfsvoering
2022
2021
0
0
Toevoeging
281.802
0
Onttrekking
-234.473
0
47.329
0
Beginstand 1/1
Eindstand 31/12
Toelichting bestemmingsreserve Bedrijfsvoering In 2022 is een bestemmingsreserve Bedrijfsvoering gevormd. Doel van deze bestemmingsreserve is om over de periode 2022-2023 ten gunste van de exploitatie te onttrekken voor uitvoering van projecten Bedrijfsvoering. In 2023 is de bestemmingsreserve Bedrijfsvoering volledig afgewikkeld. Egalisatiereserve Groot Onderhoud
2022
2021
Beginstand 1/1
77.875
100.287
Toevoeging
110.000
110.000
Onttrekking
-137.875
-132.412
50.000
77.875
Eindstand 31/12 Jaarstukken 2022 v0.3
30
Toelichting egalisatiereserve groot onderhoud De bestemmingsreserve heeft een egaliserend karakter. Jaarlijks wordt een bedrag opgenomen in de Begroting, dat toegevoegd wordt aan de reserve. De dotatie bedraagt jaarlijks € 110.000. In 2022 is de onttrekking € 137.875 als gevolg van extra uitgevoerde onderhoudswerkzaamheden. Op basis van het in 2022 geactualiseerde onderhoudsplan is een weerstandsreserve van € 50.000 voldoende om eventuele (meer)uitgaven over de periode 2023-2036 te financieren. Bestemmingsreserve frictie
2022
2021
Beginstand 1/1
48.661
53.932
Toevoeging
0
0
Onttrekking
-48.661
-5.271
0
48.661
Bestemmingsreserve Kwaliteitsimpuls
2022
2021
Beginstand 1/1
43.500
87.000
Toevoeging
0
0
Onttrekking
-43.500
-43.500
0
43.500
2022
2021
762.000
500.000
Toevoeging
0
400.000
Onttrekking
-35.000
-138.000
Eindstand 31/12
727.000
762.000
Eindstand 31/12
Toelichting bestemmingsreserve frictie De bestemmingsreserve frictie is in 2022 volledig afgewikkeld.
Eindstand 31/12
Toelichting bestemmingsreserve Kwaliteitsimpuls De bestemmingsreserve Kwaliteitsimpuls is in 2022 volledig afgewikkeld. Bestemmingsreserve TOZO Beginstand 1/1
Toelichting bestemmingsreserve afwikkeling Tozo De bestemmingsreserve afwikkeling Tozo is voor de komende jaren nog nodig om de kosten voor de afwikkeling van de Tozo-regelingen te dekken. Het gaat onder meer om de afwikkeling van vorderingen in verband met verstrekt bedrijfskapitaal en/of terugvordering van verstrekte uitkeringen die te hoog zijn gebleken en kosten bezwaar en beroep. Dit jaar is € 35.000 onttrokken voor de controlewerkzaamheden van de accountant voor Tozo-onderdelen. Bestemmingsreserve Implementatie Inburgering
2022
2021
125.000
0
Toevoeging
0
125.000
Onttrekking
-103.000
0
22.000
125.000
Beginstand 1/1
Eindstand 31/12
Toelichting bestemmingsreserve Implementatie Inburgering De bestemmingsreserve Implementatie Inburgering is gevormd om de resterende middelen die gemeenten in 2021 beschikbaar gesteld hebben ter dekking van de Jaarstukken 2022 v0.3
31
incidentele kosten voor de implementatie van de Wet inburgering beschikbaar te houden voor 2022 en 2023. In 2022 is een bedrag van € 103.000 onttrokken voor deskundigheids-trainingen voor medewerkers, de ontwikkeling van communicatiemiddelen (onder andere vormgeving folders en aanpassing website), verlenging project- en kwaliteitsmedewerker ten behoeve van de uitwerking van werkinstructies en voorlichting netwerkpartners en tot slot de inzet van contractmanagement taalinkoop. Het resterende bedrag van € 22.000 wordt ingezet in 2023. Samenvatting Eigen Vermogen Totaal ultimo jaar
31-12-2022
31-12-2021
2.987.392
2.669.177
2022
2021
2.669.176
2.970.482
Toevoegingen
281.802
635.000
Onttrekkingen
-1.589.249
-2.128.946
Gerealiseerd resultaat
1.625.663
1.192.640
Totaal eigen vermogen
2.987.392
2.669.176
Totaal eigen vermogen
Recapitulatie eigen vermogen Beginstand algemene reserve + bestemmingsreserves
Vreemd vermogen - Voorzieningen Omschrijving
saldo 1Toevoeging Onttrekkingen 1-2022
saldo 3112-2022
Reorganisatie voorziening
365.439
417.664
Voorziening Spaarverlof Totaal
176.000
-123.775
0
40.000
0
40.000
365.439
216.000
-123.775
457.664
Toelichting voorzieningen Voorziening reorganisatie In deze voorziening zijn toekomstige verplichtingen opgenomen. De verplichting loopt door tot medio 2026. De onttrekking van € 123.775 heeft betrekking op drie medewerkers. In 2021 en 2022 zijn met twee medewerkers overeenkomsten gesloten waaruit mogelijk tot en met 2025 nog lasten voortvloeien. Het gaat hier om loonkosten en WW-verplichtingen. Op basis van een inschatting is een bedrag van € 176.000 toegevoegd voor mogelijke toekomstige verplichtingen. Voorziening spaarverlof In deze voorziening zijn toekomstige verplichtingen opgenomen voor het opnemen van spaarverlof (onderdeel CAO SGO in 2022 vanaf 2023 kunnen opnames plaats vinden). Het betreft een egalisatievoorziening, omdat er sprake is van een spaarsaldo dat naar verwachting, wat betreft toevoegingen en opnamen van spaarverlof, niet van gelijke omvang zal zijn. In de opbouwjaren zal naar verwachting vooral sprake zijn van toevoegingen en groei van het saldo. De toevoeging aan de voorziening is berekend op basis van het aantal spaaruren per ultimo 2022, op basis van het gemiddeld uurtarief dat de organisatie ook hanteert bij interne kostenberekeningen. De kans is geschat op 100%. Op basis van de BBV uitspraken zijn de overige saldo’s van bovenwettelijke verlofuren buiten beschouwing gebleven. De komende jaren zal de ontwikkeling van deze uren ook beoordeeld worden.
Jaarstukken 2022 v0.3
32
Vaste schulden met een looptijd langer dan één jaar Omschrijving
31-12-2022
31-12-2021
Vaste schulden met een looptijd > 1 jr
964.283
1.127.378
Totaal
964.283
1.127.378
31-12-2022
Aflossingen 2022
31-12-2021
Leningnummer 40.101442
0
66.666
66.666
Leningnummer 40.0088666
964.284
96.428
1.060.712
Saldo per 31/12
964.284
163.094
1.127.378
Specificatie schulden met een looptijd langer dan één jaar Bank Nederlandse Gemeenten
Toelichting vaste schulden met een looptijd langer dan 1 jaar De rentelasten van de langlopende leningen in 2022 waren € 36.575. De aflossing op deze leningen waren in 2022 € 163.094. In 2022 zijn geen nieuwe leningen afgesloten. Vlottende Passiva Omschrijving
31-12-2022
31-12-2021
Netto vlottende schulden met een rente-typische looptijd < 1 jr
3.991.486
3.487.160
Totaal
3.991.486
3.487.160
Specificatie netto-vlottende schulden met een rente-typische looptijd korter dan één jaar Omschrijving
31-12-2022
31-12-2021
Crediteuren
1.060.038
577.419
Gemeente Bunnik
34.784
162.934
Gemeente De Bilt
396.107
400.287
Gemeente Utrechtse Heuvelrug
598.804
0
Gemeente Wijk bij Duurstede
154.994
176.494
Gemeente Zeist
406.540
300.981
0
226.453
Nog te betalen bedragen
511.718
853.188
Afdrachten loonheffing, pensioenen, sociale premies personeel RDWI
828.500
789.404
3.991.486
3.487.160
Afrekening compensabele BTW 2021
Totaal
Toelichting netto vlottende schulden met een looptijd korter dan 1 jaar Crediteuren Dit betreft het saldo op 31 december 2022 van geboekte maar nog niet betaalde facturen. Crediteuren gemeenten In verband met de afwikkeling van 2022 heeft RDWI een schuld aan 5 gemeenten. Dit komt doordat eind 2022 al een voorafrekening over 2022 heeft plaatsgevonden. De werkelijke uitgaven waren lager dan verwacht.
Jaarstukken 2022 v0.3
33
Afrekening compensabele BTW gemeenten De financiële afwikkeling van de compensabele BTW 2022 is opgenomen onder vorderingen op openbare lichamen. Nog te betalen bedragen De overige schulden zijn lager dan in 2021. De hoogte van het saldo hangt samen met het saldo crediteuren dat hoger is dan het saldo in 2021. Afdrachten loonheffing, pensioenen, sociale premies personeel RDWI Dit betreft de lasten voor december 2022. Overlopende passiva Onder overlopende passiva worden verplichtingen opgenomen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen. saldo 1-1- Ontvangen Vrijval of saldo 312022 bedragen (terug)betaling 12-2022
Vooruit ontvangen bedragen Klantkosten nieuwkomers
160.430
9.118
6.112
Overige vooruit ontvangen bijdragen
88.728
0
0
88.728
0
399.610
0
399.610
Lokini's WbD, DB, UHR en Zeist
206.657
53.410
17.385
242.682
Totaal
455.815
462.138
23.497
894.456
Projectsubsidie ESF
163.436
Vooruit ontvangen bedragen Dit betreft posten waarvan de bedragen in 2022 of eerder zijn ontvangen terwijl de prestatie in 2023 of later zal plaatsvinden. Hieronder is een toelichting van de verschillende onderdelen van vooruit ontvangen bedragen opgenomen. Klantkosten nieuwkomers Zoals bestuurlijk is afgesproken wordt het saldo van € 163.436 aangewend voor begeleiding van de doelgroep. Het gaat onder meer om vergoedingen in het kader van ELIP (einde lening inburgeringsplichtigen). Projectsubsidie ESF Dit zijn de subsidiegelden van het Europees Sociaal Fonds. De subsidie is beschikbaar gesteld voor het ondersteunen van werkgelegenheid. Met name mensen aan werk te helpen en te zorgen voor eerlijke arbeidskansen. Lokini’s diverse gemeenten De lokale re-integratieprojecten zijn in 2022 voor een beperkt deel uitgevoerd. Op verzoek van de gemeenten De Bilt en Zeist wordt het restant budget in 2023 gebruikt als dekking voor (extra) projecten in 2023. Overige Overlopende passiva Omschrijving
31-12-2022
31-12-2021
Nog te betalen bedragen
4.256.728
3.897.104
Totaal
4.256.728
3.897.104
Jaarstukken 2022 v0.3
34
Specificatie van de nog te betalen bedragen: Omschrijving
31-12-2022
31-12-2021
4.002.805
3.665.078
Af te dragen btw 4e kwartaal
19.177
15.833
Afdracht loonheffing, pensioenen en sociale premies personeel SW
232.249
220.692
Overloopposten uitkeringen WWB (netto uitkeringen, loonheffingen, sociale premies etc.)
Overige
2.497
-4.499
Totaal
4.256.728
3.897.104
Toelichting nog te betalen bedragen Het gaat hier om bedragen waarvan de betalingen hebben plaatsgevonden in januari 2023.
Jaarstukken 2022 v0.3
35
7. Toelichting op overzicht van baten en lasten
7.1. Volume BUIG Gerealiseerde baten en lasten onderdeel BUIG Lasten BUIG gebundelde uitkeringen / BBZ uitkering levensonderhoud starters en gevestigden
Primaire Begroting
Begroting na NJN
Rekening
Verschil (Begroting -/Rekening)
50.940.000
40.309.528
40.419.315
-109.787
0
2.098.903
2.305.183
-206.280
239.000
265.000
98.950
166.050
BUIG - Loonkostensubsidie Kredietverlening BBZ Onderzoekskosten levensvatbaarheid
200.000
100.000
85.073
14.927
51.379.000
42.773.431
42.908.521
-135.090
BUIG gebundelde uitkeringen / BBZ
851.000
875.750
866.824
8.925
BBZ - terug betaalde kredieten
100.000
107.787
206.811
-99.025
Totaal lasten
Baten
Bijdragen gemeenten
50.428.000
41.789.894
41.834.885
-44.991
Totaal baten
51.379.000
42.773.431
42.908.521
-135.090
0
0
0
0
Gerealiseerd saldo van baten en lasten
Toelichting op het financiële resultaat BUIG De afwijking ten opzichte van de primaire begroting wordt voor een belangrijk deel verklaard door een lager aantal huishoudens met een uitkering dan waar rekening werd gehouden in de primaire begroting. Hieronder worden de afwijkingen ten opzichte van de Najaarsnota toegelicht. Ten opzichte van de gewijzigde begroting bij de Najaarsnota zijn de uitkeringslasten BUIG gebundelde uitkeringen, inclusief de uitkeringen levensonderhoud starters en gevestigden, € 110.000 hoger dan geraamd. De overschrijding hangt vooral samen met een stijging van de gemiddelde uitkering in de tweede helft van het jaar. De loonkostensubsidie is € 206.000 hoger dan begroot. Dit hangt samen met subsidies die met terugwerkende kracht zijn verstrekt. De component loonkostensubsidie maakt deel uit van de BUIG. Deze component wordt steeds groter. Ten behoeve van het inzicht is besloten deze apart te presenteren. De posten kredietverlening (€ 166.000) en onderzoeken levensvatbaarheid voor (€ 15.000) zijn lager dan begroot. Bij de Najaarsnota is de begroting ongewijzigd gelaten omdat deze post niet goed te ramen is. Het gaat om een beperkt aantal aanvragen die heel verschillend in hoogte kunnen zijn. Daarnaast vragen kredietaanvragen tijd omdat met alle schuldeisers overeenstemming moet worden bereikt. Er zijn in het najaar nog wel enkele kredieten toegewezen.
Eind 2022 zijn geen kredietaanvragen in behandeling. De baten uit terugvordering & verhaal van (ten onrechte verstrekte) uitkeringen zijn iets lager dan verwacht (€ 9.000), terwijl de aflossing op kredieten hoger is (€ 99.000). Deze terugbetalingen hebben vooral betrekking op kredieten die verstrekt zijn vóór 2021. Voor deze ontvangsten geldt dat gemeenten 75% van de inkomsten moeten afrekenen met Jaarstukken 2022 v0.3
36
het Rijk, voor zover de kredietverstrekking heeft plaatsgevonden voor 2020. De Rijksbijdrage voor deze kredieten was 75%. Per saldo hebben deze afwijkingen geleid tot een stijging van de bijdragen van gemeenten met circa € 45.000. In de tabel hieronder is het effect van de ontschotting conform de afspraak tussen de gemeenten verwerkt. De tekorten van één of meerdere gemeenten worden verdeeld over alle vijf gemeenten. De verdeling vindt plaats op basis van het aandeel BUIG van de rijksuitkering. Het tekort van Bunnik is verdeeld over alle vijf gemeenten. De gemeente Bunnik ontvangt voor de BUIG financiering op basis van het historisch model. Dat wil zeggen dat de financiering gebaseerd is op het aandeel van de gemeente in het macrobudget van twee jaar daarvoor. Hierdoor is het resultaat voor deze gemeente vrijwel niet beïnvloedbaar.
Gemeente
A. Resultaat B gebundelde aanvullende uitkering uitkering BUIG en Rijk BBZ LO
C. Resultaat op gebundelde uitkering BUIG en BBZ LO
D. Resultaat na ontschotting
E. Nog te ontvangen D-C 202.550
F. Nog te betalen CD
Bunnik
-211.816
0
-211.816
-9.266
De Bilt
201.366
0
201.366
156.748
44.618
Utrechtse Heuvelrug
79.158
0
79.158
33.137
46.020
Wijk bij Duurstede
259.326
0
259.326
239.937
19.389
Zeist
1.183.832
0
1.183.832
1.091.309
92.523
Totaal
1.511.865
0
1.511.865
1.511.865
202.550
202.550
Toelichting op de ontschotting BUIG Op basis van de definitieve BUIG budgetten 2022 is het resultaat € 1.511.865 (kolom A en C hierboven). Het resultaat wordt veroorzaakt door een daling van het aantal huishoudens met een uitkering in 2022 en de verhoging van het BUIG-budget voor de uitvoering van ‘BBZ-light’ in de eerste maanden van 2022. Geen van de gemeenten hoeft aanspraak te maken op de aanvullende uitkering van het Rijk. In kolom D is het resultaat na ontschotting opgenomen. De ontschotting leidt tot de mutaties in de kolommen E en F. Deze financiële mutaties zijn in de rekening courant per gemeente (bijlage 1) verwerkt. Toelichting beleidsrealisatie De ontwikkeling van het volume BUIG gedurende het jaar ziet er als volgt uit:
Jaarstukken 2022 v0.3
37
Ten opzichte van het begin van het jaar is er per saldo sprake van een daling. De piek aan het begin van het jaar en de daling daarna heeft voor een groot deel te maken met de ‘BBZ-light’. Dat was de regeling die volgde na de Tozo-regeling voor ondernemers. De ‘BBZ-light’ regeling is op 31 maart beëindigd en er is met alle (ex-)ondernemers contact gezocht of er behoefte was aan ondersteuning. Een tweede component van BUIG betreft de verstrekking van loonkostensubsidie aan werkgevers. Omdat het aantal inwoners met een indicatie banenafspraak of beschut werk stijgt (zie ook de toelichting in paragraaf 1.4), neemt ook het aantal verstrekkingen van loonkostensubsidie aan werkgevers toe. Eind 2022 waren er in totaal 256 werkplekken waarvoor loonkostensubsidie verstrekt werd, ten opzichte van 221 eind 2021.
7.2. Bijzondere bijstand, IIT, CAZ en minimabeleid en incidentele Energietoeslag Gerealiseerde baten en lasten onderdeel Bijzondere bijstand, IIT, CAZ en minimabeleid en incidentele energietoeslag Primaire Begroting
Begroting na NJN
Rekening
Lasten
Verschil (Begroting -/- Rekening)
Bijzondere bijstand
3.228.000
3.207.700
3.227.206
-19.506
Collectieve ziektekostenverzekeringen
1.346.100
1.371.300
1.363.617
7.683
Individuele Inkomenstoeslagen
1.123.000
1.123.000
1.141.265
-18.265
675.000
675.000
638.584
36.416
0
10.233.000
9.363.934
869.066
6.372.100
16.610.000
15.734.606
875.394
125.000
125.000
239.632
-114.632
0
0
0
0
Bijdragen gemeenten
6.247.100
16.485.000
15.494.974
990.026
Totaal baten
6.372.100
16.610.000
15.734.606
875.394
0
0
0
0
Minimabeleid Energietoeslag en uitvoering regeling Totaal lasten Baten Bijzondere bijstand, Individuele Inkomenstoeslagen, Collectieve ziektekostenverzekeringen en minimabeleid Energietoeslag
Gerealiseerd saldo van baten en lasten
Toelichting op het financiële resultaat bijzondere bijstand, IIT, CAZ en minimabeleid en incidentele energietoeslag Ten opzichte van de gewijzigde begroting bij de Najaarsnota zijn de lasten voor de incidentele energietoeslag en uitvoering van de regeling € 869.070 lager dan bij de Najaarsnota werd geraamd. De gemeenten hebben de tijdelijke regeling om de effecten van de stijging van de energiekosten voor de minima te beperken bij de RDWI belegd. Gemeenten ontvangen compensatie van het kabinet voor de uitvoering van deze regeling. De onderschrijding hangt vooral samen met een daling van de aanvragen in de tweede helft van het jaar. Een toenemend deel van de aanvragen was niet compleet of voldeed niet aan de voorwaarden van de regeling. Mede daardoor is de uitvoering van de regeling arbeidsintensief gebleken. Het ging om de beoordeling van grote hoeveelheden aanvragen en om bezwaarschriften op afwijzingen. Door deze ontwikkeling is de benodigde gemeentelijke vergoeding voor de uitvoering van de regeling gestegen. De post maakt onderdeel uit van de programmakosten en is hier Jaarstukken 2022 v0.3
38
verantwoord. Bij de apparaatskosten worden de werkelijk gemaakte kosten verantwoord en toegelicht. Daar wordt ook de ontvangen vergoeding verantwoord als overige baat. De onderverdeling van bovenstaande post programmakosten energietoeslag is als volgt: - Uitkeringen energietoeslag € 8.610.600 - Uitvoering regeling € 753.330 Totaal kosten post energietoeslag € 9.363.930 De regelingen bijzondere bijstand ( -/- € 19.500) en Individuele inkomenstoeslagen (-/€ 18.265) zijn hoger dan geraamd. De stijging van de kosten bijzondere bijstand hangt vooral samen met de studietoeslagen. De kosten collectieve ziektekostenverzekeringen (€ 7.680) en minimabeleid (€ 36.420) zijn lager dan geraamd. Voor alle regelingen geldt dat de afwijkingen per gemeente uiteenlopen. Er is geen eenduidige oorzaak voor de stijging of daling aan te wijzen. De baten uit terugvordering zijn circa € 114.630 hoger dan geraamd. De stijging hangt samen met enkele grotere terugbetalingen in de tweede helft van 2022. Per saldo zijn de bijdragen van gemeenten € 990.000 lager.
7.3. Regeling Leefgeld Oekraïne Gerealiseerde baten en lasten regeling leefgeld Oekraïne Primaire Begroting
Begroting na NJN
Rekening
Verschil (Begroting -/Rekening)
Regeling Oekraïners en uitvoering regeling
0
1.972.500
1.927.829
44.671
Totaal lasten
0
1.972.500
1.927.829
44.671
Bijdragen gemeenten
0
1.972.500
1.927.829
44.671
Totaal baten
0
1.972.500
1.927.829
44.671
Gerealiseerd saldo van baten en lasten
0
0
0
0
Lasten
Baten
Toelichting op het financiële resultaat regeling leefgeld Oekraïne Nadat als gevolg van de oorlog in Oekraïne de vluchtelingenstroom naar Europa en Nederland op gang kwam, hebben de gemeenten de (nood)opvang opengesteld. Op verzoek van gemeenten heeft RDWI de uitvoering van de regeling leefgeld Oekraïne opgepakt. De kosten voor deze regeling zijn € 44.670 lager dan bij de Najaarsnota werd verwacht. De onderschrijding wordt vooral veroorzaakt door een lagere vergoeding voor de uitvoering van de regeling. Na de eerste intensieve periode waarin de regeling opgestart moest worden, kon de regeling met minder mensen worden uitgevoerd. De gemeentelijke vergoeding voor de uitvoering van de regeling maken onderdeel uit van de programmakosten en zijn hier verantwoord als last. Bij de apparaatskosten worden de werkelijk gemaakte kosten verantwoord en toegelicht. Daar wordt ook de ontvangen vergoeding verantwoord als overige baat. De onderverdeling van bovenstaande post programmakosten energietoeslag is als volgt: - Uitkeringen leefgeld Oekraïne € 1.551.160 - Uitvoering regeling leefgeld € 376.660 Totaal kosten post leefgeld € 1.927.820 Per saldo is de bijdrage van gemeenten € 44.670 lager dan begroot. Jaarstukken 2022 v0.3
39
7.4. Re-integratie Gerealiseerde baten en lasten Re-integratie, Participatie en Werkgeversdienstverlening Primaire Begroting
Begroting na NJN
Rekening
Verschil (Begroting -/- Rekening)
3.772.640
3.572.640
3.556.921
15.719
-
0
100
-100
Bijdragen gemeenten
3.772.640
3.572.640
3.556.821
15.819
Totaal baten
3.772.640
3.572.640
3.556.921
15.719
-
0
0
0
Lasten Re-integratie, Participatie en Werkgeversdienstverlening
Baten Overige baten
Gerealiseerd saldo van baten en lasten
Toelichting op het financiële resultaat re-integratie, participatie en werkgeversdienstverlening Er is een onderschrijding ten opzichte van de Najaarsnota van € 15.720. De onderschrijding op de 10% participatiebudget die per gemeente ingezet wordt voor lokale initiatieven bedraagt € 46.630 en deze wordt apart met gemeenten verrekend. Van het re-integratiebudget is € 1.615.000 toegerekend aan de apparaatskosten ter dekking van de functies die gericht zijn op begeleiding naar werk en het activeren van klanten. Het betreft een structurele afspraak. Toelichting beleidsrealisatie Via het re-integratiebudget wordt een scala van instrumenten ingezet. Naast de lokale projecten (de 10% van gemeenten) zijn dat instrumenten zoals intensieve klantbegeleiding en het maatwerkbudget. Gezien de huidige samenstelling van het klantenbestand zijn dit passende instrumenten die ertoe leiden dat klanten stappen kunnen maken, klein en groot. Naast het re-integreren vanuit een uitkeringssituatie is er veel aandacht voor preventie. De jobhunter, recruiter en accountmanager zetten zich in om niet alleen inwoners die een uitkering ontvangen, maar ook inwoners die potentieel dreigen in de uitkering te komen te begeleiden naar werk en/of scholing. We doen dat onder andere in samenwerking met het RMC, bijvoorbeeld via het Schoolwerkcafé.
Door de aanpak van het Schoolwerkcafé worden jongeren op locatie gesproken en weer op weg geholpen naar werk en/of scholing. De werkgeversdienstverlening wordt voor een deel op bovenregionaal niveau georganiseerd. Een relatief groot onderdeel van het participatiebudget betreft de begeleidingskosten beschut werk en jobcoaching. Deze zullen de komende jaren verder toenemen en hangen samen met de groei van het aantal inwoners met een arbeidsbeperking. In paragraaf 7.1 is aangegeven dat loonkostensubsidie aan de werkgever verstrekt wordt vanuit het BUIG-budget. Daarnaast is er vaak ook sprake van begeleiding op de werkvloer; dat wordt gefinancierd vanuit het budget voor re-integratie. De uitvoering daarvan doen we samen met Biga Groep via het netwerkteam Werkroute. Daarnaast hebben we in 2022 met Biga Groep afspraken gemaakt over diagnosetrajecten en over de begeleiding van de ‘en ondertussengroep’ (inburgeraars).
Jaarstukken 2022 v0.3
40
7.5. Voorzieningen Wet inburgering en intensieve aanpak oude wet inburgering Gerealiseerde baten en lasten voorzieningen wet inburgering en intensieve aanpak oude wet inburgering Primaire Begroting
Begroting na NJN
Rekening
Verschil (Begroting -/Rekening)
Voorzieningen Wet Inburgering
664.300
713.700
192.353
521.347
Intensieve aanpak oude wet inburgering
125.000
93.750
90.744
3.006
789.300
807.450
283.097
524.353
Naar Balans - vooruit ontvangen bedragen
0
0
-9.118
9.118
Van Balans - vooruit ontvangen bedragen voorgaande jaren Elip
0
0
6.112
-6.112
Bijdragen gemeenten intensieve aanpak
125.000
93.750
93.750
0
Bijdragen gemeenten voorzieningen wet inburgering
664.300
713.700
192.353
521.347
Totaal baten
789.300
807.450
283.097
524.353
0
0
0
0
Lasten
Totaal Lasten
Baten
Gerealiseerd saldo van baten en lasten
Toelichting op het financiële resultaat voorzieningen wet inburgering en intensieve aanpak oude wet inburgering De lasten op de post voorzieningen Wet inburgering tonen een onderschrijding van € 521.345 ten opzichte van raming bij de Najaarsnota. De belangrijkste oorzaak is dat de statushouders die in 2022 binnen de regio zijn gehuisvest voor een groot deel nog onder de oude wet vallen. Deze groep wordt op dezelfde manier begeleid als de inburgeraars, maar moet de kosten voor de inburgeringsvoorzieningen zelf financieren. De werkelijke kosten hangen samen met de instroom onder de nieuwe wet en deze is pas in de tweede helft van 2022 op gang gekomen. Uit deze groep zijn 52 inburgeraars na afronding van de intake en het opstellen van een plan van aanpak zijn gestart met een verplichte (taal)opleiding. De post intensieve aanpak oude Wet inburgering is onderschreden met € 3.006. Het gaat aan de ene kant om een onderschrijding van € 9.118 op reguliere activiteiten voor de doelgroep. Over dit budget is afgesproken dat resterende bedragen beschikbaar mogen blijven voor komende jaren. Daarom is dit bedrag als vooruit ontvangen bedrag overgeheveld naar de balans. Daarnaast is een deel van de kosten ad € 6.112 gemaakt voor de zogenaamde Elipgroep, “einde lening – nog inburgeringsplichtig”. Volgens de afspraak uit 2021 worden deze kosten gedekt uit resterend budget van voorgaande jaren.
De bijdrage voorgaande jaren hangt hier direct mee samen. Toelichting beleidsrealisatie In het specialistische team nieuwe inwoners worden klanten begeleid die vanaf 1 januari 2013 in Nederland zijn en een asielstatus hebben. Het gaat hierbij ook om mensen die (nog) geen uitkering hebben van de RDWI. Het team werkt voor alle klanten aan een individueel plan van aanpak waarin arbeidstoeleiding en inburgering gecombineerd worden. De inzet voor deze klantgroep neemt af, omdat er geen nieuwe instroom meer is onder de oude wet.
Jaarstukken 2022 v0.3
41
7.6. Wet sociale werkvoorziening Gerealiseerde baten en lasten Wet sociale Werkvoorziening Primaire Begroting
Begroting na NJN
Rekening
Lasten
Verschil (Begroting -/- Rekening)
Wet Sociale Werkvoorziening
8.653.200
8.880.547
8.930.500
-49.953
Baten Wet Sociale Werkvoorziening
0
Bijdragen gemeenten
8.653.200
8.880.547
8.930.500
-49.953
Totaal baten
8.653.200
8.880.547
8.930.500
-49.953
0
0
0
0
Gerealiseerd saldo van baten en lasten
Toelichting op het financiële resultaat Wsw De budgetten Wsw van het Rijk worden via de RDWI beschikbaar gesteld aan Biga Groep BV. Het saldo van baten en lasten Wsw is voor de GR RDWI budgettair neutraal. Het financiële risico voor de uitvoering Wsw ligt bij Biga Groep BV. Ten opzichte van de gewijzigde begroting bij de Najaarsnota is de overschrijding ca € 49.950. Deze overschrijding wordt veroorzaakt doordat de uitstroom uit SW-bedrijven lager is dan bij het beëindiging van de regeling werd verwacht. Het Rijk compenseert gemeenten voor dit nadeel. Toelichting beleidsrealisatie Het aantal Wsw-ers neemt af omdat er geen nieuwe instroom meer mogelijk is sinds 2015. Het aantal SE’s was in 2022 gedaald naar 282. Het aantal werkzame personen met een Wsw-indicatie was aan het einde van het jaar in totaal 322. Het aantal personen dat via Biga Groep werkt bij een externe werkgever, via detachering of begeleid werken, loopt iets terug. Dit is te verklaren door het feit dat er geen nieuwe instroom van Wswers is. De rapportage in deze jaarrekening betreft alleen de zittende doelgroep Wsw.
7.7. Kinderopvang Totaal gerealiseerde baten en lasten kinderopvang Lasten Kinderopvang
Primaire Begroting
Begroting na NJN
Rekening
Verschil (Begroting -/- Rekening)
316.000
397.000
422.629
-25.629
Baten Kinderopvang
0
Bijdragen gemeenten
316.000
397.000
422.629
-25.629
Totaal baten
316.000
397.000
422.629
-25.629
0
0
0
0
Gerealiseerd saldo van baten en lasten
Toelichting op het financiële resultaat kinderopvang De lasten kinderopvang zijn € 25.630 hoger dan de gewijzigde begroting bij de Najaarsnota. De ontwikkeling van de kosten kinderopvang blijft moeilijk te voorspellen. De ontwikkeling wordt sterk beïnvloed door het aantal toegekende sociaal medische Jaarstukken 2022 v0.3
42
indicaties (smi). De sociale wijkteams beoordelen en verstrekken deze indicaties vaak voor langere periodes. Indicaties worden verlengd als blijkt dat geen andere oplossingen mogelijk zijn.
7.8. Tijdelijke Ondersteuning Zelfstandig Ondernemers Gerealiseerde baten en lasten onderdeel Tozo Lasten
Primaire Begroting
Begroting na NJN
Rekening
Verschil (Begroting -/- Rekening)
TOZO
0
10.760
7.845
2.916
Totaal lasten
0
10.760
7.845
2.916
TOZO - terugvordering
0
212.720
479.399
-266.679
Bijdragen gemeenten
0
-201.960
-471.555
269.594
Totaal baten
0
10.760
7.845
2.915
Gerealiseerd saldo van baten en lasten
0
0
0
0
Baten
Toelichting op het financiële resultaat Tozo Na de beëindiging van de regeling Tozo in 2021 hebben in 2022 nog enkele correcties plaatsgevonden. De terugbetalingen op verstrekte kredieten en teruggevoerde uitkeringen zijn het afgelopen jaar gestart. Per saldo ontvangen gemeenten over 2022 € 269.595 meer terug dan bij de Najaarsnota geraamd werd. De Tozo-middelen rekenen gemeenten af met het Rijk.
7.9. Apparaatskosten Gerealiseerde baten en lasten Apparaatskosten Primaire Begroting
Begroting na NJN
Rekening
Verschil (Begroting -/- Rekening)
Apparaatskosten programma Werk & Inkomen (RSD)
16.590.643
17.041.508
16.639.382
402.126
Apparaatskosten SW
9.423.000
9.423.000
9.395.405
27.595
26.013.643
26.464.508
26.034.786
429.722
Overige baten apparaatskosten
2.209.500
3.423.176
3.538.584
-115.408
Bijdragen gemeenten
13.720.744
13.604.494
13.667.006
-62.512
510.400
566.950
566.950
0
Baten BIGA
9.423.000
9.423.000
9.395.405
27.595
Totaal baten
Lasten
Totaal lasten
Baten
Bijdragen gemeenten implementatie WI*
25.863.644
27.017.620
27.167.944
-150.324
Gerealiseerd saldo van baten en lasten voor reserves
-150.000
553.112
1.133.154
-580.042
Toevoeging reserve
-110.000
-447.000
-110.000
-337.000
Onttrekking reserve
260.000
598.960
602.508
-3.548
0
553.112
1.625.662
-920.590
Gerealiseerd resultaat
*In de gewijzigde begroting is de bijdrage gemeenten ad € 56.550 in verband met de kosten leerbaarheidstoets opgenomen in de post Bijdragen wet inburgering. Bij de Najaarsnota was deze bijdrage nog opgenomen op de post Bijdrage gemeenten.
Jaarstukken 2022 v0.3
43
Toelichting op het financiële resultaat apparaatskosten Ten opzichte van de gewijzigde begroting bij de Najaarsnota zijn de lasten RSD circa € 430.000 lager. Het gaat om een onderschrijding op de reguliere bedrijfsvoering van € 552.000 en een nadeel van € 122.000 op incidentele activiteiten. Het voordeel op de overige baten is ongeveer € 115.000. Er is sprake van een verschuiving van inzet van de reguliere bedrijfsvoering naar projecten. Net als in 2021 hebben gemeenten RDWI gevraagd om incidentele regelingen uit te voeren. Het betreft de uitvoering van de incidentele energietoeslag en de regeling leefgeld Oekraïne. De inzet op deze regelingen is deels mogelijk gemaakt door aanpassingen in de reguliere dienstverlening. Dit was nodig omdat het in beperkte mate lukte om inhuurkrachten te werven voor extra ondersteuning. Ook zijn er afwijkingen op de overige projecten. Hier staan extra baten tegenover. We hebben ook bij de reguliere bedrijfsvoering last van de krappe arbeidsmarkt. Binnen de organisatie is bij verschillende teams sprake van onderbezetting, omdat vacatures niet direct na ontstaan vervuld konden worden. Hierdoor bevatten afwijkingen op bedrijfsvoering net als vorig jaar zowel structurele als incidentele elementen. De onderschrijding op de reserves hangt vooral samen met de besluitvorming in het Algemeen Bestuur over de ontwikkelagenda (21 september 2022).
Zie ook paragraaf 1.2 Financieel – organisatorisch. Specificatie baten en lasten apparaatskosten Primaire Begroting
Begroting na NJN
Rekening
Verschil (Begroting -/- Rekening)
13.720.744
13.604.494
13.667.005
-62.511
510.400
566.950
566.950
0
9.423.000
9.423.000
9.395.405
27.595
Sub Totaal
23.654.144
23.594.444
23.629.360
-34.916
Overige baten
2.209.500
3.423.176
3.538.584
-115.408
Totaal baten
25.863.644
27.017.620
27.167.944
-150.324
Kapitaallasten
408.000
258.727
258.727
0
Rente
51.500
38.204
38.881
-677
Huisvesting
883.000
972.417
994.198
-21.781
Personeel RSD
12.352.843
12.530.642
12.225.013
305.629
Personeel SW
9.423.000
9.423.000
9.395.405
27.595
Automatisering
1.735.000
1.881.263
1.776.319
104.944
Facilitair
417.300
392.012
407.827
-15.815
Advieskosten
143.000
203.243
195.416
7.827
0
165.000
143.000
22.000
600.000
600.000
600.000
0
26.013.643
26.464.508
26.034.786
429.722
Gerealiseerd saldo baten en lasten voor reserves
-150.000
553.112
1.133.154
-580.042
Toevoeging reserve
-110.000
-447.000
-110.000
-337.000
Onttrekking reserve
260.000
598.960
602.508
-3.548
0
705.072
1.625.662
-920.590
Apparaatskosten Baten Bijdragen gemeenten Bijdragen gemeenten uitvoering Wet inburgering Bijdragen BIGA
Lasten
Implementatiekosten Wet Inburgering Bijdrage Exploitatie BIGA Totaal lasten
Gerealiseerd resultaat
*In de gewijzigde begroting is de bijdrage gemeenten ad € 56.550 in verband met de kosten leerbaarheidstoets opgenomen in de post Bijdragen wet inburgering. Bij de Najaarsnota was deze bijdrage nog opgenomen op de post Bijdrage gemeenten.
Jaarstukken 2022 v0.3
44
De afwijking van het gerealiseerd resultaat na mutaties reserves is € 920.590 positief ten opzichte van de gewijzigde begroting na de Najaarsnota. Het gerealiseerd resultaat na mutaties over het gehele boekjaar 2022 is € 1.625.662 positief. Hieronder zijn de afwijkingen gespecificeerd. Afwijking lasten apparaatskosten RSD € 429.700 V 1. Afwijking lasten personeel SW (Biga Groep) € 27.595 V De onderschrijding op de lasten personeel SW Biga heeft betrekking op salariskosten. Hier staat een lagere bijdrage van Biga Groep tegenover. De afwijking is per saldo 0. 2. Afwijkingen incidentele projecten/regelingen -/- € 92.950 N Het gaat om de volgende projecten/regelingen: o Uitvoering regeling energietoeslag -/- € 127.330 N Het nadeel ten opzichte van de prognose bij de Najaarsnota hangt vooral samen met de hoeveelheid aanvragen. Het aantal aanvragen is de tweede helft van het jaar minder gedaald dan verwacht. Daarnaast waren aanvragen vaker incompleet of voldeden niet aan de voorwaarden. o Uitvoering regeling leefgeld Oekraïne 71.830 V De uitvoering van de regeling leefgeld kon in de tweede helft van het jaar met minder inzet gepaard gaan. Er waren minder mutaties nodig. o PVT-kosten 2022 -/- - 33.900 N In 2022 heeft RDWI participatietrajecten ingekocht voor inburgeraars die in 2022 nog zijn ingestroomd onder de oude Wet inburgering.
Vanaf 2021 voert de RSD deze activiteit uit op verzoek van gemeenten. o Projecten/activiteiten waarvoor reserves zijn gevormd: i. Groot onderhoud -/- € 27.875 N ii. Implementatie wet Inburgering 22.000 V iii. Hybride werken 2.325 V Projecten met dekking uit bestemmingsreserves -/- 3.550 N De afwijking op groot onderhoud hangt samen met het inlopen van een achterstand op het meerjarig onderhoud. De projecten Implementatie wet Inburgering en Hybride werken lopen op onderdelen langer door in 2023. Na de eliminatie van deze posten resteert: 3. Afwijking lasten reguliere bedrijfsvoering € 495.055 V Deze post bestaat uit de afwijkingen op: o Personele lasten € 392.680 V ▪ Reguliere bedrijfsvoering € 608.680 V De afwijking hangt vooral samen met een verschuiving van inzet van de reguliere bedrijfsvoering naar incidentele regelingen en projecten, vooral voor de uitvoering van de incidentele energietoeslag en de regeling leefgeld Oekraïne. Die verschuiving was mogelijk als gevolg van herprioritering van werkzaamheden. De uitvoering van de incidentele regelingen zijn deels met eigen medewerkers uitgevoerd. De druk op de interne bedrijfsvoering is daardoor wel toegenomen. De RSD had, net als andere organisaties, bij het werven van personeel en inhuur last van de krapte op de arbeidsmarkt. Hierdoor konden vaker functies langere tijd niet vervuld worden, zelfs niet met inhuurkrachten.
▪ Toevoeging voorziening frictie -/- € 176.000 N De overschrijding is ontstaan omdat eind van het jaar bij de beoordeling van de voorziening is gebleken dat een extra toevoeging moest plaats vinden als gevolg van nieuwe aanspraken ontstaan in 2022 voor de komende jaren. ▪ Toevoeging voorziening spaarverlof -/- € 40.000 N In de CAO gemeenten en SGO 2022 zijn afspraken gemaakt over spaarverlof. Het betreft de mogelijkheid om bovenwettelijke verlofuren op te sparen zonder einddatum. Naar aanleiding hiervan heeft de commissie BBV aangegeven dat voor dit type verlof vanaf dit jaar een voorziening gevormd moest worden. Jaarstukken 2022 v0.3
45
o
Materiële lasten: € 102.375 V ▪ Automatisering € 105.000 V De onderschrijding wordt vooral veroorzaakt door vertraging op enkele onderdelen van het project informatievoorziening en -veiligheid. De werkzaamheden lopen gedeeltelijk via de samenwerking in RID-verband en lopen door in 2023. ▪ Facilitair -/- € 15.800 N De overschrijding op facilitaire kosten hangt samen met de inflatie en extra archiefkosten in verband met de vernietiging van dossiers. (structureel effect) ▪ Adviezen € 7.825 V De onderschrijding op advieskosten bestaat uit meerdere kleine afwijkingen op advisering. ▪ Huisvesting € 6.090 V De onderschrijding op de huisvestingslasten hangt samen met een voordeel op de afrekening servicekosten van het gebouw. De afwijking op de onderhoudskosten is gepresenteerd bij de projecten uit reserves. ▪ Overig -/- € 740 N
Afwijking baten - bijdragen gemeenten – Biga Groep € 150.305 V 1. Afwijking bijdrage Biga -/- € 27.595 N De bijdrage van Biga Groep is lager omdat de personeelskosten Biga Groep in 2022 met het zelfde bedrag onderschreden zijn. Per saldo is de afwijking € 0. 2. Afwijking overige baten € 115.400 V o Bijdrage uitvoering energieopslag € 127.330 V De hogere bijdrage dient ter dekking van de kosten van de uitvoering van deze regeling. o Bijdrage uitvoering regeling leefgeld Oekraïne -/- 71.830 N De lagere bijdrage hangt samen met lagere kosten voor de uitvoering van deze regeling. o Uitkeringen UWV €59.900 V Het gaat om uitkeringen in verband met zwangerschaps- en bevallingsverlof en arbeidsongeschiktheid. 3. Afwijking bijdragen gemeenten € 62.500 V o PVT inburgering € 33.900 V Dit betreft de vergoeding voor de op verzoek van gemeenten ingekochte Participatieverklaringstrajecten voor inburgeraars en gezinsmigranten in 2022. o Bijdrage gemeente De Bilt € 28.600 V Dit betreft de vergoeding voor kosten gemaakt in het kader van de samenwerking met Mens De Bilt Mutaties reserves € 340.550 V 1. Afwijking toevoeging aan reserves € 337.000 V De afwijking hangt samen met de besluitvorming rond het programma voor de uitvoering van de ontwikkelagenda. Bij de Najaarsnota is het voorstel voor het programma onder voorbehoud goedgekeurd.
Er is afgesproken dat het definitieve besluit over de dekking van de kosten bij de vaststelling van de jaarrekening genomen zou worden. Daarom is nog geen bestemmingsreserve gevormd. Hierop was bij de Najaarsnota geanticipeerd. 2. Afwijking onttrekkingen aan reserves € 3.550 V De afwijking van de onttrekking aan reserves is als volgt: i. Groot onderhoud € 27.875 V ii. Implementatie W Inburgering -/- - 22.000 N iii. Hybride werken -/- - 2.325 N Onttrekkingen reserves € 3.550 V
Jaarstukken 2022 v0.3
46
8. Overige Toelichtingen
Overzicht toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves in 2022 Raming begrotingsjaar ná wijziging
Waarvan structureel
Realisatie begrotingsjaar
Waarvan structureel
0
0
95.900
0
Egalisatiereserve groot onderhoud
110.000
110.000
0
110.000
Bestemmingsreserve Bedrijfsvoering
337.000
0
281.802
0
Bestemmingsreserve Implementatie Inburgering
0
0
0
0
447.000
110.000
377.702
110.000
Toevoeging aan de reserves Algemene Reserve
Totaal toevoegingen
Onttrekking aan de reserves
Raming begrotingsjaar ná wijziging
Waarvan Realisatie structureel begrotingsjaar
Waarvan structureel
Egalisatiereserve groot onderhoud
110.000
110.000
137.875
110.000
Bestemmingsreserve frictie
48.661
0
48.661
0
Bestemmingsreserve Inburgering
125.000
0
103.000
0
Bestemmingsreserve Kwaliteitsimpuls
43.500
0
43.500
0
Bestemmingsreserve Bedrijfsvoering
221.799
0
234.473
0
Bestemmingsreserve Tozo
50.000
0
35.000
0
598.960
110.000
602.509
110.000
Totaal onttrekkingen
Toelichting toevoegingen en onttrekkingen Bij de afwikkeling van het resultaat 2021 is € 95.900 toegevoegd aan de Algemene Reserve. Aan de egalisatiereserve groot onderhoud is conform het onderhoudsplan € 110.000 toegevoegd. Tot slot is aan de bestemmingsreserve bedrijfsvoering een bedrag van € 281.802 toegevoegd. Aan de reserves is in totaliteit € 602.509 onttrokken. Het bedrag van € 137.875 betreft de onttrekking ten behoeve van het jaarlijkse onderhoud aan het pand van de Thorbeckelaan. De onttrekking aan de bestemmingsreserve frictie van € 48.661 ter dekking van incidentele personeelskosten. De onttrekkingen aan reserve bedrijfsvoering van € 234.473 en kwaliteitsimpuls van € 43.500 zijn ter dekking van kosten voor projecten in 2022. De onttrekking aan de bestemmingsreserve TOZO van € 35.000 is ter dekking van accountantskosten. Bij de afwikkeling van het resultaat 2021 is een bedrag van € 814.938 gestort naar gemeenten. Aan deze mutaties liggen eerdere besluiten van het Algemeen Bestuur ten grondslag.
Overzicht incidentele baten en lasten 2022 Incidentele Baten
Omschrijving Jaarstukken 2022 v0.3
47
Incidentele Lasten
Mutatie reserves
Programma - Regeling energietoeslag
9.363.934
9.363.934
0
Programma - Regeling Oekraïne
1.927.829
1.927.829
0
7.845
7.845
0
Afwikkeling Tozo Toevoeging voorzieningen
0
216.000
0
199.000
0
199.000
1.130.000
1.130.000
0
Implementatie Inburgering - ICT
40.000
40.000
0
PVT
33.900
39.650
-5.750
project Mens De Bilt
28.600
28.600
0
602.508
-602.508
12.731.107
13.356.365
-409.258
Overige baten apparaatskosten Uitvoering regeling energietoeslag/regeling leefgeld Oekraïne
Apparaatskosten incidentele projecten, deels tlv reserves Totaal incidentele baten en lasten
Toelichting incidentele baten en lasten Programma regelingen energietoeslag en leefgeld Oekraïne betreffen de programmalasten en -baten van deze noodregelingen. De afwikkeling Tozo komt voort uit de in oktober 2021 gestopte noodregeling Tozo. De overige posten hebben betrekking op apparaatskosten. Zie voor de inhoudelijke toelichting hoofdstuk 7. Overzicht begrotingsrechtmatigheid 2022 Begrotingsrechtmatigheid
Bedrag
Begrote lasten na wijziging
€ 101.488.834
Gerealiseerde lasten
€ 99.806.733
Onderschrijding van de kosten
€ 1.682.101
Begrote baten na wijziging
€ 102.041.946
Gerealiseerde baten
€ 100.939.887
Lagere baten dan begroot
€ 1.102.059
Toelichting begrotingsrechtmatigheid Deze tabel heeft betrekking op de rechtmatigheid van de jaarrekening. De begroting is taakstellend en het Algemeen bestuur dient uiterlijk eind van het boekjaar alle kosten goed te keuren. Uit bovenstaande tabel blijkt dat in 2022 sprake is van een onderschrijding van de kosten.
Jaarstukken 2022 v0.3
48
9. Niet in de Balans opgenomen verplichtingen Huur De aangegane huurverplichting van onroerende zaken is € 584.400 voor 2022. De resterende looptijd van het huurcontract is 1 jaar (tot 1 januari 2024). De nieuwe huurovereenkomst is voor 7 jaar en gaat in per 1 januari 2024 en loopt tot en met 31 december 2030. Vanaf 1 januari 2024 wordt één verdieping aan het Rond 6E afgestoten en worden de begane grond en eerste verdieping gehuurd. De toekomstige huurverplichtingen zijn niet in de balans opgenomen omdat het structurele kosten betreft die in de begroting opgenomen zijn.
Looptijd contracten < 1 jaar
Contracten
Looptijd Looptijd contracten > 1 contracten jaar < 5 jaar > 5 jaar
€ 670.000 (1 jaar) € 1.874.050 (5 jaar)
Huurovereenkomst 't Rond 6
€ 750.000 (2 jaar)
Europese aanbestedingen In 2022 zijn er geen afwijkingen geconstateerd van de E.U. aanbestedingsregels. Er is rechtmatig gehandeld door de RDWI.
Jaarstukken 2022 v0.3
49
10. Wet Normering Topinkomens WNT-verantwoording 2022 RSD Kromme Rijn Heuvelrug Per 1 januari 2013 is de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT) ingegaan. Deze verantwoording is opgesteld op basis van de volgende op de GR RDWI (RSD Kromme Rijn Heuvelrug) van toepassing zijnde regelgeving. Het bezoldigingsmaximum in 2022 voor RSD Kromme Rijn Heuvelrug is €216.000. Het weergegeven individuele WNT-maximum is berekend naar rato van de omvang (en voor topfunctionarissen tevens de duur) van het dienstverband, waarbij voor de berekening de omvang van het dienstverband nooit groter kan zijn dan 1,0 fte. Het individuele WNTmaximum voor de leden van het Algemeen en Dagelijks Bestuur bedraagt voor de voorzitter 15% en voor de overige leden 10% van het bezoldigingsmaximum, berekend naar rato van de duur van het dienstverband. De functies van het Dagelijks bestuur en het Algemeen bestuur zijn onbezoldigd. Bezoldiging topfunctionarissen 1a Leidinggevende topfunctionarissen Gegevens 2022
Gegevens 2021
Gegevens 2021
bedragen x € 1
R.B. Ruiter
R.B. Ruiter
R. Geerling
Functiegegevens
Directeur
Directeur
Directeur
Aanvang en einde functievervulling in 2022
01-01-2022 t/m 31-12-2022
01-02-2021 t/m 31-12-2021
01-01-2021 t/m 28-02-2021
Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte)
1,0
1,0
1,0
Dienstbetrekking?
ja
ja
nee
Bezoldiging Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen
€
115.863
€
99.604
€
32.334
Beloningen betaalbaar op termijn
€
20.386
€
18.795
€
-
Subtotaal
€
136.249
€
118.399
€
32.334
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum
€
216.000
€
191.249
€
33.784
-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag
€
-
€
-
€
-
Bezoldiging
€
136.249
€
118.399
€
32.334
Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
Jaarstukken 2022 v0.3
50
1c Toezichthoudende topfunctionarissen
Naam top functionaris
Functie (onbezoldigd bestuurders) Voorzitter Algemeen Bestuur en Dagelijks Bestuur Lid Dagelijks Bestuur en Algemeen Bestuur Lid Dagelijks Bestuur en Algemeen Bestuur Lid Algemeen Bestuur Lid Algemeen Bestuur Lid Algemeen Bestuur Lid Algemeen Bestuur Lid Algemeen Bestuur Lid Algemeen Bestuur Lid Algemeen Bestuur
W.J. van Dijk J. d’Hondt W. Kosterman A. Dekker K. Hagedoorn P. van de Veerdonk G. Boonzaaijer K. Oyevaar J. Brouwer L. Hoogstraten Ex-bestuursleden (tot 7 juli 2022) S. Jansen
Voorzitter Algemeen Bestuur en Dagelijks Bestuur Lid Dagelijks Bestuur en Algemeen Bestuur Lid Algemeen Bestuur Lid Algemeen Bestuur Lid Algemeen Bestuur Lid Algemeen Bestuur Lid Algemeen Bestuur Lid Algemeen Bestuur
D. Smolenaers M.C.M. Fluitman H. Waaldijk C. Broekhuis A. Brommersma J. Rensen H. Buijtelaar
Jaarstukken 2022 v0.3
51
11. Exploitatie op taakvelden
Taakvelden overzicht Volgens BBV moeten Gemeenschappelijke Regelingen inzicht geven in de exploitatie op taakveld. Hieronder is de tabel opgenomen van de totale baten en lasten op taakveld niveau. Omschrijving taakveld Overhead 0.4
Begr. Lasten
Begr. Baten
Gew. begr. Lasten
Gew. begr. Baten
Rekening Lasten
Rekening Baten
4.621.610
2.209.500
5.876.122
3.423.176
5.763.894
3.662.359
Treasury 0.5 Samenkracht en burgerparticipatie 6.1
51.500
-
296.931
-
297.608
-
2.233.463
2.233.463
2.534.500
2.534.500
2.493.458
2.493.458
Inkomensregelingen 6.3
63.680.047
66.143.657
66.129.828
68.879.705
65.207.560
67.924.918
Begeleide participatie 6.4
18.425.983
18.425.983
18.903.546
18.903.546
18.925.905
18.925.905
Arbeidsparticipatie 6.5 Maatwerkdienstverlening 6.71 Eigen vermogen: mutatie reserves
6.297.434
6.297.434
6.063.998
6.063.998
5.479.165
5.479.165
1.985.845
1.985.845
1.683.909
1.683.909
1.639.147
1.639.147
-
-
110.000
602.508
391.802
1.699.248
97.295.882
97.295.882
101.598.834
102.091.342
100.198.538
101.824.199
Eindtotaal
Toelichting Het saldo van de som van het bedrag debet (€ 100.198.538) en de som van het bedrag credit (€ 101.824.199) is het gerealiseerd resultaat van € 1.625.662.
Jaarstukken 2022 v0.3
52
12. Sisa
Ontvanger
G2B
Juridische grondslag
Uitkeringscode
SZW
Specifieke uitkering
Verstrekker
SiSa bijlage verantwoordingsinformatie 2022 op grond van artikel 3 van de Regeling informatieverstrekking sisa - d.d. 20-1-2023
Gebundelde uitkering op grond van artikel 69 Participatiewet_deel openbaar lichaam 2022
Indicator Hieronder per regel één gemeente(code) selecteren en in de kolommen ernaast de verantwoordingsinformatie voor die gemeente invullen
Openbaar lichaam o.g.v. Wgr (SiSa tussen medeoverheden)
Het openbaar lichaam verantwoordt hier per gemeente over het deel van de regeling dat in (jaar T) door het openbaar lichaam is uitgevoerd
Indicator Besteding (jaar T) algemene bijstand
Indicator Indicator Baten (jaar T) algemene bijstand Besteding (jaar T) IOAW (exclusief Rijk)
Indicator Baten (jaar T) IOAW (exclusief Rijk)
Indicator Besteding (jaar T) IOAZ
Deel openbaar lichaam I.1 Participatiewet (PW)
Deel openbaar lichaam I.1 Participatiewet (PW)
Deel openbaar lichaam I.2 Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW)
Deel openbaar lichaam I.3 Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ)
Deel openbaar lichaam I.2 Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW)
Aard controle n.v.t. Aard controle R Aard controle R Aard controle R Aard controle R Indicator: G2B/01 Indicator: G2B/02 Indicator: G2B/03 Indicator: G2B/04 Indicator: G2B/05 1 060310 Gemeente De Bilt € 7.957.555 € 181.695 € 389.453 € 868 € 17.380 2 060312 Gemeente Bunnik € 1.851.202 € 13.661 € 77.067 €0 €0 3 060352 Gemeente Wijk Bij € 3.262.698 € 38.006 € 186.984 € 59 €0 Duurstede 4 060355 Gemeente Zeist € 15.933.195 € 316.345 € 690.423 € 3.700 € 58.628 5 061581 Gemeente Utrechtse € 8.254.780 € 240.448 € 386.416 € 16.570 € 46.042 Heuvelrug Hieronder verschijnt de Baten (jaar T) IOAZ (exclusief Besteding (jaar T) Bbz 2004 Baten (jaar T) Bbz 2004 Baten (jaar T) WWIK (exclusief gemeente(code) conform de Rijk) levensonderhoud levensonderhoud Rijk) keuzes gemaakt bij G2B/01 In de kolommen hiernaast de verantwoordingsinformatie voor die gemeente invullen
Deel openbaar lichaam
Deel openbaar lichaam
Deel openbaar lichaam
Aard controle R Indicator: G2B/06
Deel openbaar lichaam
I.3 Wet inkomensvoorziening I.4 Besluit bijstandverlening I.4 Besluit bijstandverlening I.6 Wet werk en inkomen oudere en gedeeltelijk zelfstandigen 2004 zelfstandigen 2004 kunstenaars (WWIK) arbeidsongeschikte gewezen (levensonderhoud) (Bbz 2004) (levensonderhoud) (Bbz 2004) zelfstandigen (IOAZ) Aard controle n.v.t. Aard controle R Aard controle R Aard controle R Aard controle R Indicator: G2B/07 Indicator: G2B/08 Indicator: G2B/09 Indicator: G2B/10 Indicator: G2B/11 1 060310 Gemeente De Bilt €0 € 323.929 € 11.809 €0 2 060312 Gemeente Bunnik €0 € 80.038 € 2.527 €0 3 060352 Gemeente Wijk Bij €0 € 60.247 € 9.351 €0 Duurstede 4 060355 Gemeente Zeist €0 € 531.376 € 18.088 €0 5 061581 Gemeente Utrechtse €0 € 311.901 € 13.698 €0 Heuvelrug Hieronder verschijnt de Besteding (jaar T) Baten (jaar T) Gederfde baten die voortvloeien Mutaties (dotaties en vrijval) gemeente(code) conform de Loonkostensubsidie o.g.v. art. Loonkostensubsidie o.g.v. art. uit kwijtschelden schulden voorziening dubieuze debiteuren keuzes gemaakt bij G2B/01 10d Participatiewet 10d Participatiewet (excl. Rijk) gebundelde uitkering als gevolg van kwijt te schelden Participatiewet (in jaar T) i.v.m. schulden gebundelde uitkering kinderopvangtoeslagaffaire Participatiewet (jaar T) i.v.m. kinderopvangtoeslagaffaire In de kolommen hiernaast de verantwoordingsinformatie voor die gemeente invullen
SZW
G3B
Deel openbaar lichaam
Deel openbaar lichaam
Deel openbaar lichaam
Deel openbaar lichaam
I.7 Participatiewet (PW) I.7 Participatiewet (PW) Participatiewet (PW) Participatiewet (PW) Aard controle n.v.t. Aard controle R Aard controle R Aard controle R Aard controle D2 Indicator: G2B/12 Indicator: G2B/13 Indicator: G2B/14 Indicator: G2B/15 Indicator: G2B/16 1 060310 Gemeente De Bilt € 438.046 €0 € 1.698 €0 2 060312 Gemeente Bunnik € 118.034 €0 € 3.048 €0 3 060352 Gemeente Wijk Bij € 249.365 €0 €0 €0 Duurstede 4 060355 Gemeente Zeist € 879.137 €0 € 152 €0 5 061581 Gemeente Utrechtse € 620.600 €0 € 13.984 €0 Heuvelrug Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 Hieronder per regel één Besteding (jaar T) Baten (jaar T) vanwege vanaf 1 Baten vanwege vóór 1 januari Besteding (jaar T) Bob Baten (jaar T) Bob (exclusief (uitsluitend kapitaalverstrekking)_deel openbaar gemeente(code) selecteren en kapitaalverstrekking januari 2020 verstrekt kapitaal 2020 verstrekt kapitaal Rijk) lichaam 2022 in de kolommen ernaast de (exclusief Rijk) (exclusief Rijk) verantwoordingsinformatie voor die gemeente invullen Besluit bijstandverlening zelfstandigen (Bbz) 2004 Openbaar lichaam o.g.v. Wgr (SiSa tussen medeoverheden) Het openbaar lichaam verantwoordt hier per gemeente over het deel van de regeling dat in (jaar T) door het openbaar lichaam is uitgevoerd.
Deel openbaar lichaam
Deel openbaar lichaam
Deel openbaar lichaam
Deel openbaar lichaam
Deel openbaar lichaam
Aard controle n.v.t. Aard controle R Aard controle R Aard controle R Aard controle R Aard controle R Indicator: G3B/01 Indicator: G3B/02 Indicator: G3B/03 Indicator: G3B/04 Indicator: G3B/05 Indicator: G3B/06 1 060310 Gemeente De Bilt € 81.750 € 11.775 € 28.376 €0 €0 2 060312 Gemeente Bunnik €0 €0 € 1.350 €0 €0 3 060352 Gemeente Wijk Bij €0 € 2.045 € 7.312 €0 €0 Duurstede 4 060355 Gemeente Zeist €0 € 3.446 € 87.343 €0 €0 5 061581 Gemeente Utrechtse € 17.200 € 18.852 € 46.208 €0 €0 Heuvelrug Hieronder verschijnt de Besteding (jaar T) BBZ vóór 2020 – BBZ vóór 2020 – BBZ vóór 2020 – BBZ vanaf 2020 – gemeente(code) conform de onderzoekskosten levensonderhoud (exclusief BOB) kapitaalverstrekking (exclusief levensonderhoud en kapitaalverstrekking keuzes gemaakt bij G3B/01 artikel 52, eerste lid, onderdeel BOB) kapitaalverstrekkingen (BOB) b, Bbz 2004 (Bob) In de kolommen hiernaast de Deel openbaar lichaam Gederfde baten die voortvloeien Gederfde baten die voortvloeien Gederfde baten die voortvloeien Gederfde baten die voortvloeien verantwoordingsinformatie voor uit kwijtschelden schulden uit kwijtschelden van uit kwijtschelden schulden uit kwijtschelden van die gemeente invullen levensonderhoud BBZ in (jaar T) achterstallige betalingen levensonderhoud BBZ en achterstallige betalingen (exclusief BOB) i.v.m.