Bijlage 3 Jaarstukken 2022 v0.3
Tekst van het document
Jaarstukken RDWI 2022 V 0.3
Inhoudsopgave
VOORWOORD
3
1. SAMENVATTING
5
1.1. 1.2. 1.3. 1.4. 1.5.
FINANCIEEL – UITVOERING KERNTAKEN FINANCIEEL – ORGANISATORISCH DIENSTVERLENING TOTAALOVERZICHT KERNTAKEN ONTWIKKELING VAN DE ORGANISATIE
5 6 7 9 10
2. FINANCIËLE PARAGRAFEN 2.1. 2.2. 2.3. 2.4. 2.5.
12
WEERSTANDSVERMOGEN EN RISICOBEHEERSING ONDERHOUD KAPITAALGOEDEREN FINANCIERING BEDRIJFSVOERING VERBONDEN PARTIJEN
12 16 16 17 20
3. BALANS
22
4. OVERZICHT VAN BATEN EN LASTEN OVER HET BEGROTINGSJAAR
24
5. GRONDSLAGEN VOOR WAARDERING EN RESULTAATBEPALING
26
6. TOELICHTING OP DE BALANS
28
7. TOELICHTING OP OVERZICHT VAN BATEN EN LASTEN
36
7.1. 7.2. 7.3. 7.4. 7.5. 7.6. 7.7. 7.8. 7.9.
VOLUME BUIG BIJZONDERE BIJSTAND, IIT, CAZ EN MINIMABELEID EN INCIDENTELE ENERGIETOESLAG REGELING LEEFGELD OEKRAÏNE RE-INTEGRATIE VOORZIENINGEN WET INBURGERING EN INTENSIEVE AANPAK OUDE WET INBURGERING WET SOCIALE WERKVOORZIENING KINDEROPVANG TIJDELIJKE ONDERSTEUNING ZELFSTANDIG ONDERNEMERS APPARAATSKOSTEN
36 38 39 40 41 42 42 43 43
8. OVERIGE TOELICHTINGEN
47
9. NIET IN DE BALANS OPGENOMEN VERPLICHTINGEN
49
10. WET NORMERING TOPINKOMENS
50
11. EXPLOITATIE OP TAAKVELDEN
52
12. SISA
53
13. RESULTAAT 2022
56
14. CONTROLEVERKLARING VAN DE ONAFHANKELIJKE ACCOUNTANT
57
BIJLAGE 1 REKENING COURANT GEMEENTEN
58
Jaarstukken 2022 v0.3
2
J AARVERSLAG Voorwoord Voor u liggen de jaarstukken 2022 van de Regionale Dienst Werk en Inkomen Kromme Rijn Heuvelrug (GR RDWI). Met dit verslag informeren wij u graag over de resultaten van de RDWI van het afgelopen jaar. De jaarstukken bestaan uit het (financiële) jaarverslag, de jaarrekening en overige gegevens. Met aandacht voor individuele situaties hebben we langdurige of eenmalige ondersteuning kunnen bieden aan een grote groep inwoners Opnieuw hebben we aan veel inwoners van deze regio dienstverlening geboden die zij nodig hadden. Het aantal huishoudens dat gebruik maakte van een uitkering is gedaald. Aan de andere kant merken we de effecten van de inflatie steeds meer in ons dagelijkse werk. Vooral de verhalen achter de aanvragen maken indruk. We hebben soms te maken met schrijnende situaties waar we in staat zijn om maatwerk te bieden. We zien een toename van inwoners met schulden. Dat komt onder andere doordat we met vroegsignalering, in nauwe samenwerking met de lokale teams, de schulden eerder op het spoor zijn. Op het gebied van re-integratie hebben we de lijn doorgezet van de afgelopen jaren, met aandacht voor kwetsbare inwoners die soms veel ondersteuning nodig hebben. De dienstverlening aan werkgevers wordt steeds meer bovenregionaal opgepakt, via de arbeidsmarktregio.
De samenwerking op dat vlak krijgt steeds meer vorm, waarbij we vooral op zoek gaan naar de kansen die de bovenregionale samenwerking biedt. Het jaar stond verder in het teken van de invoering van de nieuwe Wet inburgering, in afstemming met de gemeenten en onze netwerkpartners. Doordat we al gewerkt hebben met een intensieve aanpak onder de oude wet, is de implementatie goed verlopen. De instroom in de nieuwe wet is inmiddels op gang gekomen. Wij ondersteunen deze nieuwe inwoners bij hun inkomensvoorziening, participatie en inburgering. Een nieuwe (incidentele) taak was de energietoeslag. Deze hebben we afgelopen jaar verstrekt aan meer dan zesduizend huishoudens met een laag inkomen. In samenwerking met onze vijf gemeenten is daarnaast hard gewerkt om de leefgeldregeling voor Oekraïners op te zetten en uit te voeren. Met een organisatie-breed ontwikkelprogramma worden professionals gefaciliteerd om hun vakmanschap verder te ontwikkelen Vanwege de verschillende nieuwe tijdelijke en structurele taken is er in 2022 veel werk verzet door de organisatie om de dienstverlening aan de inwoners te waarborgen. Dat doen we aan de hand van de ambities die we daarover hebben afgesproken met ons Algemeen bestuur.
Het individueel beoordelen van de situatie, of met andere woorden de inwoner centraal stellen in de ondersteuningsvraag, is één van de belangrijkste uitgangspunten van de ontwikkelagenda die afgelopen kwartaal in het Algemeen bestuur is vastgesteld. Aan de hand van die agenda zijn we gestart met een organisatie-breed programma dat zich onder andere richt op vakmanschap en onderlinge kennisuitwisseling. De ontwikkelagenda is tot stand gekomen na overleg met onze bestuurders, overige gemeentelijke vertegenwoordigers, onze Regionale Cliëntenraad en onze eigen professionals. We hebben het jaar met positieve financiële resultaten kunnen afsluiten Het jaar 2022 hebben we afgesloten met positieve financiële resultaten. Het gerealiseerd resultaat op de bedrijfsvoering is € 1,6 miljoen positief. Ook het resultaat op de kerntaken tezamen is positief. De bijdragen van gemeenten op de kerntaken zijn ongeveer € 1,7 miljoen lager dan begroot. Jaarstukken 2022 v0.3
3
Tot slot is het financiële resultaat op de BUIG voor de vijf gemeenten tezamen € 1,5 miljoen positief. Na toepassing van de ontschottingsafspraken heeft gemeente Bunnik een tekort op BUIG in 2022; de overige gemeenten hebben een overschot op de BUIG. Met een nieuw Algemeen bestuur gaan we verder op de ingeslagen weg, in het belang van de inwoners van deze regio In 2022 heeft een bestuurlijke wisseling van de wacht plaatsgevonden na de gemeenteraadsverkiezingen. Het nieuwe Algemeen bestuur van de RDWI kan verder bouwen op de basis die door het vorige bestuur gelegd is. Met de ambities uit de ontwikkelagenda als vertrekpunt ontwikkelen we gezamenlijk deze organisatie verder, ten behoeve van onze inwoners die op ondersteuning zijn aangewezen.
Zeist, 17 april 2023 Namens het bestuur van de Regionale Dienst Werk en Inkomen Kromme Rijn Heuvelrug, W.J. (Walter) van Dijk, voorzitter
B. (Bernice) Ruiter, directeur
Jaarstukken 2022 v0.3
4
1. Samenvatting In dit hoofdstuk wordt een samenvatting gegeven van de resultaten van de organisatie; allereerst in financieel opzicht (paragraaf 1.1 en 1.2), daarna inhoudelijk (1.3 en 1.4) en tot slot organisatorisch (1.5).
1.1. Financieel – uitvoering kerntaken In totaal is de bijdrage van gemeenten op de kerntaken tezamen € 1,7 miljoen lager dan bij de Najaarsnota. Hieronder een toelichting op de grootste financiële afwijkingen ten opzichte van de Najaarsnota: - Bijzondere bijstand, CAZ, minimabeleid, incidentele energietoeslag € 990.025 V De afwijking wordt vooral veroorzaakt door een onderschrijding op de energietoeslag ad € 869.070. Het aantal toegekende aanvragen was uiteindelijk lager dan het maximaal begrote aantal. Bij de baten bijzondere bijstand is sprake van een positief resultaat van € 114.630. Overige afwijkingen zijn beperkt (zie paragraaf 7.2). - Voorzieningen nieuwe Wet inburgering € 521.345 V De onderschrijding heeft betrekking op de voorzieningen Wet inburgering en hangt samen met de beperkte instroom in 2022 onder de nieuwe wet. - Tozo € 269.595 V Per saldo is de bijdrage gemeenten ruim € 269.595 lager dan bij de Najaarsnota werd verwacht. De regeling is in 2021 beëindigd en vanaf de zomer 2022 is de terugbetaling op de kredieten en ten onrechte ontvangen uitkeringen gestart. In de tweede helft van 2022 zijn deze terugbetalingen sneller dan verwacht op gang gekomen. - Wet sociale werkvoorziening -/- € 49.955 N Bij Wsw is de bijdrage gemeenten hoger. Dit hangt samen met een lagere uitstroom dan werd verwacht bij het beëindigen van de regeling.
De gemeenten worden hiervoor zoals gebruikelijk volledig gecompenseerd door het Rijk. - BUIG/BBZ -/- € 44.990 N De afwijking op het saldo BUIG/BBZ wordt aan de ene kant veroorzaakt door een overschrijding op de BUIG die samenhangt met een stijging van de gemiddelde uitkering in de tweede helft van het jaar. Daar staan aan de andere kant onderschrijdingen tegenover op de onderdelen kapitaalskredieten en onderzoekskosten levensvatbaarheid BBZ. - Regeling leefgeld Oekraïne € 44.670 V De onderschrijding op de regeling leefgeld Oekraïne hangt vooral samen met een lagere benodigde vergoeding voor de uitvoering van de regeling. Deze vergoeding maakt deel uit van het programmabudget. - Kinderopvang -/- € 25.630 N Er is sprake van een afwijking op de kosten ten opzichte van de gewijzigde begroting. De kostenontwikkeling blijft moeilijk te voorspellen. De kosten worden sterk beïnvloed door sociaal medische indicaties. - Re-integratie, participatie en werkgeversdienstverlening € 15.820 V Resultaat BUIG budgetten 2022 De afwijkingen die hiervoor zijn toegelicht, hebben betrekking op de realisatie van de lasten bij de RDWI. Daarnaast is het voor de deelnemende gemeenten relevant om een verbinding te leggen met de BUIG-budgetten die zij ontvangen van het Rijk. Daarvoor stellen wij bij de primaire begroting een berekening op, op basis van de op dat moment bekende macro BUIG-budgetten.
In de primaire begroting 2022 werd ervan uitgegaan dat gemeenten het BUIG budgetneutraal zouden uitvoeren. Het jaar wordt afgesloten met een resultaat van bijna € 1,5 miljoen positief. Dit resultaat is vooral mogelijk door de Jaarstukken 2022 v0.3
5
positieve uitgangspositie die de afgelopen jaren is bereikt. In 2022 is het klantenbestand gedaald van 2.765 naar 2.699 per 31 december 2022. Deze berekening is opgesteld aan de hand van de beschikkingen BUIG 2022 die de gemeenten van het Rijk hebben ontvangen en de werkelijke lasten die bij RDWI gerealiseerd zijn.
1.2. Financieel – organisatorisch Het resultaat na mutaties reserves is € 1,6 miljoen positief ten opzichte van de primaire begroting. Ten opzichte van de begroting na de Najaarsnota bedraagt het voordeel € 920.590. Door de uitvoering van twee nieuwe incidentele regelingen is 2022 een bijzonder jaar. Net als het vorige jaar is het niet gemakkelijk om scherp onderscheid te maken tussen structurele en incidentele oorzaken voor afwijkingen. Samengevat zijn de belangrijkste afwijkingen op de apparaatskosten ten opzichte van de begroting na de Najaarsnota: Lasten
€ 429.700 V
Afwijking lasten reguliere bedrijfsvoering € 495.055 V Er is sprake van een voordeel op de personele lasten van (€ 608.680 V) door een verschuiving van de inzet op de reguliere activiteiten naar de incidentele regelingen en projecten. Daar staan extra kosten voor de voorziening frictie (€ 176.000 N) en een nieuw gevormde voorziening spaarverlof (€ 40.000 N) tegenover. Daarnaast zijn er lagere materiële kosten (€ 102.375 V), onder andere de facilitaire kosten, een onderschrijding op automatisering en nadelen op advieskosten. Afwijking lasten incidentele activiteiten -/- € 92.950 N Het gaat om extra inzet op de uitvoering van de regelingen energietoeslag (€127.330 N) en een onderschrijding op de uitvoering van de regeling leefgeld Oekraïne (€ 71.830 V), extra inzet op de projecten ten laste van reserves, zoals een overschrijding op groot onderhoud (€ 27.875 N) dat ten laste van de egalisatiereserve komt, het project hybride werken (€ 2.325 V), de kosten voor participatieverklaringstrajecten voor inburgeraars (€ 33.900 N). Het project implementatie inburgering is onderschreden omdat een deel van de werkzaamheden in 2023 doorloopt (€ 22.000 V). Baten overig € 115.400 V Het gaat om extra baten voor de uitvoering van de regelingen energietoeslag en leefgeld Oekraïne (€ 55.500 V) en hogere bijdragen UWV voor arbeidsongeschiktheidsuitkeringen (€ 59.900 V).
Bijdragen gemeenten PVT en project Mens De Bilt € 62.510 V Het betreft de extra bijdrage van gemeenten voor de participatieverklaringstrajecten (PVT) voor inburgering die RDWI op verzoek van gemeenten heeft ingekocht en een bijdrage in het kader van een samenwerking met Mens De Bilt. Overige mutaties reserves € 340.550 V De onderschrijding op de reserves hangt samen met de besluitvorming in het Algemeen Bestuur over de ontwikkelagenda (21 september 2022). Daarbij is afgesproken om bij de vaststelling van de jaarrekening een definitief besluit te nemen over de vorming van een bestemmingsreserve ter dekking van de kosten voor de uitvoering van de agenda (zie ook paragraaf 1.5). De bij de Najaarsnota verwerkte toevoeging van € 337.000 is daarmee komen te vervallen. Bij de vaststelling van deze jaarrekening 2022 zal hiervoor een nieuw besluit gevraagd worden. Verder is minder onttrokken aan de gevormde bestemmingsreserve implementatie inburgering € 22.000 (N). Het resterende budget moet beschikbaar blijven voor de Jaarstukken 2022 v0.3
6
afronding van het project in 2023. In verband met hogere kosten voor onderhoud van het gebouw aan de Thorbeckelaan in 2022 is de onttrekking aan de egalisatiereserve groot onderhoud hoger dan geraamd (€ 27.875 V). De onttrekking aan de bedrijfsvoeringsreserve voor het project Hybride werken is lager dan geraamd (€ 2.325 N).
1.3. Dienstverlening In de Begroting 2022 hebben we acht doelen afgesproken, waarover we gedurende het jaar periodiek gerapporteerd hebben. De cursieve gedeelten geven aan wat de doelstelling was volgens de Begroting 2022; de tekst eronder geeft aan in hoeverre we daarin geslaagd zijn. Ontwikkeling van bestand en BUIG-budget “De ontwikkeling van het volume BUIG is 1% gunstiger dan landelijk gemiddeld” Het klantenbestand van de RSD is opnieuw gedaald. Het aantal huishoudens dat een beroep moest doen op de Participatiewet, IOAW, IOAZ en BBZ is gedaald van 2.765 eind 2021 naar 2.699 eind 2022, dat is een daling van 2,4%. De doelstelling was om daarmee een sterkere daling te realiseren dan landelijk gemiddeld. Het CBS heeft een daling van 3,4% berekend op landelijk niveau. Als we de resultaten verder analyseren aan de hand van benchmarkcijfers, lijkt het verschil vooral te zitten in een lagere uitstroom dan landelijk. Dat bevestigt het eerdere beeld dat het klantenbestand steeds verder verzwaart, waardoor de hoge uitstroom in eerdere jaren steeds lastiger haalbaar is. Veel inwoners die (soms langdurig) een uitkering ontvangen, hebben dermate veel problemen dat uitstroom uit de uitkering niet direct voor de hand ligt.
“Een rechtmatige verstrekking van uitkeringen van minimaal 99%; we blijven daarmee binnen de goedkeuringsratio van 1%” Op basis van de interne controle en steekproeven blijkt dat we binnen de norm blijven. Passende ondersteuning voor alle klanten “Het plaatsen van alle kandidaten beschut werk, met als maximum de taakstelling van het ministerie” Op 31 december 2022 hebben 52 inwoners een beschutte werkplek. De norm van het ministerie is 68, mits er voldoende personen zijn met een advies beschut werken. De financiering van de begeleiding is gebaseerd op die norm. Er waren eind 2022 in totaal 68 personen met een advies beschut werk; dat houdt in dat er 16 kandidaten waren die op dat moment nog geen passende werkplek hadden. In de regel duurt het enkele maanden om een passende plek te realiseren. De realisatie loopt daarom altijd achter op het aantal kandidaten. Inwoners met een advies beschut werk die nog niet aan het werk zijn, worden allemaal in beeld gebracht. Er wordt bekeken of er nog extra acties ondernomen moeten worden om hen een werkplek te bieden. Het kan ook zo zijn dat een beschutte werkplek niet meer haalbaar is. We bekijken dan per klant wat de juiste route is. Het uitgangspunt is dat voor iedereen een passende werkplek wordt gerealiseerd.
“Een plaatsingspercentage van 50% van de kandidaten met een indicatie banenafspraak” Op 31 december is de participatiegraad banenafspraak boven de doelstelling, namelijk 52%. Dat houdt in dat het aantal banen dat meetelt (volgens de definitie van de Wet banenafspraak en quotum arbeidsbeperkten) 52% is van het aantal personen met een indicatie. Dat is een toename ten opzichte van vorig jaar. Inwoners met een indicatie banenafspraak die nog niet aan het werk zijn, zijn om verschillende redenen (nog) niet in staat om aan het werk te gaan.
Jaarstukken 2022 v0.3
7
“Eind 2022 hebben we met alle gemeenten sluitende afspraken over de samenwerking in het sociaal domein; aansluitend aan, c.q. volgend op de bestuursopdracht uit de Strategische Kaders Participatiewet 2020-2023” De bestuursopdracht activering is afgelopen jaar afgerond met een eindrapportage aan gemeenten. De klantregisseurs hebben een nauwe samenwerking opgebouwd met de sociale wijkteams, met name op casusniveau. Daarnaast zijn er samenwerkingen op het gebied van inkomensondersteuning en schulddienstverlening. We zijn blijvend met de lokale teams in gesprek over structurele samenwerking, omdat we steeds meer te maken hebben met inwoners die ook vanuit de wijkteams worden ondersteund. Activerend stelsel van inburgering “De nieuwe Wet inburgering is eind 2022 geïmplementeerd; de overlegstructuur met netwerkpartners is verder ontwikkeld en de rolverdeling onderling is vormgegeven” De basis van de uitvoering van de nieuwe Wet inburgering is op orde. We hebben baat bij de intensieve aanpak die we al hadden ontwikkeld voor de oude inburgeraars. Veel zaken konden daardoor omgezet worden naar een werkwijze onder de nieuwe wet. Op regionaal niveau is de samenwerking met lokale partners (zoals de vluchtelingenwerkorganisaties en de regionale partners op U16-niveau verder uitgediept.
Vroegtijdig opsporen van schulden “De keten van budgetbeheer is eind 2022 verbeterd; doel is: iedereen waarvan het budgetbeheer succesvol wordt beëindigd, wordt actief doorverwezen naar en opgepakt door lokale netwerkpartners voor coaching” De samenwerking met de netwerkpartners is voortgezet. Na een traject en/of bij het beëindigen van budgetbeheer bieden wij de inwoner de mogelijkheid van verdere ondersteuning door de lokale vrijwilligersorganisaties. Deze spelen een belangrijke rol bij het aanmelden van inwoners als de schulden problematisch zijn. Ook tijdens een traject is de hulp van de vrijwilligers van toegevoegde waarde door met de inwoner op te lopen en hen praktisch te helpen. Inkomensvoorzieningen voor wie ondersteuning nodig heeft “Doorlooptijden van aanvragen levensonderhoud, bijzondere bijstand, minimaregelingen in IIT zijn korter dan de wettelijke termijnen (deze zijn acht weken). Aanvragen levensonderhoud en aanvragen bijzondere bijstand worden gemiddeld binnen vier weken afgehandeld. Aanvragen minimaregelingen en IIT worden gemiddeld binnen twee weken afgehandeld” Deze doelstelling is behaald. De doorlooptijden waren in 2022 gemiddeld: - Aanvragen LO gemiddeld binnen 4 weken - Aanvragen BB gemiddeld binnen 4 weken - Aanvragen minimaregelingen binnen 1 week - Aanvragen IIT binnen 1 week
Jaarstukken 2022 v0.3
8
1.4. Totaaloverzicht kerntaken Onderstaand een overzicht van de kengetallen waarover we rapporteren. Indicator
Realisatie 2021
Participatiewet Volume BUIG Omvang Participatiewet Instroom Uitstroom Aantal inwoners met indicatie banenafspraak % inwoners met een indicatie aan het werk Aantal inwoners met een advies beschut werk Aantal afgehandelde aanvragen Bbz starters en gevestigden Aantal aanvragen bijzondere bijstand - waarvan toekenningen Aantal aanvragen IIT - waarvan toekenningen Schulddienstverlening Aantal lopende zaken schulddienstverlening Aantal nieuwe instroom (cumulatief) Wet inburgering 2021 Aantal inburgeraars Instroom (cumulatief) Uitstroom (cumulatief) Juridische zaken Aantal binnengekomen bezwaarzaken Aantal gegronde bezwaarzaken Wet sociale werkvoorziening 1 % Wsw-ers met een IOP Mobiliteit Wsw-ers Aantal Wsw-ers totaal (in SE’s) - waarvan individuele detachering - waarvan groepsdetachering - waarvan begeleid werken
Maart 2022
Juli 2022
Realisatie 2022
2.765 2.564 695 765 608
2.719 2.574 195 187 615
2.716 2.579 389 376 650
2.699 2.557 667 670 661
48% 52
50% 57
50% 65
52% 68
72
19
74
151
2.224 1.281 3.106 2.725
325 273 654 558
1.741 658 1.542 1.307
2.754 1.124 2.822 2.355
540 475
526 145
537 349
578 626
n.v.t. n.v.t. n.v.t.
n.v.t. n.v.t. n.v.t.
112 112 n.v.t.
241 241 n.v.t.
154 22
42 n.n.b.
111 n.n.b.
247 23
82% 16 306 10,3% 0% 3,8%
84% 4 294 10,7% 0% 3,6%
84% 12 291 10,3% 0% 3,4%
84% 19 282 9% 0% 4%
Toelichting nieuwe kengetallen: • Het aantal inwoners met een indicatie banenafspraak of een advies beschut werk groeit. Dat is gedeeltelijk een autonome ontwikkeling vanwege de wijziging van de Participatiewet in 2015. De cijfers over het aantal geïndiceerden zijn in de tabel toegevoegd. Dit betreft inwoners met of zonder uitkering; ook de inwoners zonder uitkering en met een indicatie kunnen aanspraak maken op begeleiding op basis van de Participatiewet. • Vanaf nu worden in de tabel standaard de gegevens over de nieuwe Wet inburgering opgenomen. Sinds medio 2022 is de informatie daarover compleet. In 2022 was de instroom gelijk aan het totale aantal, omdat instroom vanaf 1 januari 2022 mogelijk was. Uitstroom is nog niet aan de orde; naar verwachting zal dat niet eerder dan in 2024 zijn. Onder uitstroom wordt hier verstaan: het voldaan aan de inburgeringsplicht. Dat staat los van het recht op een uitkering.
Een uitgebreidere rapportage over de Wsw is als bijlage bijgevoegd Jaarstukken 2022 v0.3 1
9
Toelichting enkele afwijkingen: • Het aantal BBZ-klanten is ten opzichte van vorige jaren toegenomen. Tijdens de coronacrisis was de instroom lager, omdat er noodmaatregelen waren (Tozoregeling). Ondernemers die tijdens de coronacrisis ondersteuning hebben gekregen via de Tozo-regeling of de ‘BBZ-light’-regeling zijn actief benaderd of zij daarna nog ondersteuning nodig hadden. Dat heeft geleid tot nieuwe instroom. • Het aantal aanvragen bijzondere bijstand geeft een iets vertekend beeld en heeft te maken met de eenmalige energietoeslag. Er waren veel aanvragen digitaal ingediend via de reguliere bijzondere bijstand terwijl de regeling energietoeslag nog niet open stond. Over de energietoeslag wordt afzonderlijk gerapporteerd. • Er is een toename van het aantal inwoners met schulden. Daar zijn meerdere oorzaken voor. Meer ondernemers kwamen in de financiële problemen, mede veroorzaakt door de coronacrisis en de energiecrisis. Ten tweede zorgde de vroegsignalering voor meer aanmeldingen. Inwoners die voorheen nog niet de stap zetten naar schulddienstverlening deden het nu wel doordat zij de hulp aangeboden kregen. Ook particulieren meldden zich vaker uit eigen beweging. We hebben een publiekscampagne gevoerd die mogelijk van invloed is geweest. En tenslotte hebben we de wettelijke verplichting om statushouders vanaf 1 januari 2022 financieel te ontzorgen.
• Het aantal bezwaarzaken is relatief hoog; dit heeft te maken met de eenmalige energietoeslag. Ongeveer een derde van de bezwaren had betrekking op deze regeling. Aanvullende informatie: energietoeslag In 2022 hebben we de eenmalige energietoeslag uitgevoerd in opdracht van de gemeenten. In totaal kregen 2.461 huishoudens met een uitkering Participatiewet en huishoudens met een AOW-uitkering en een aanvullende inkomensvoorziening (AIO) een ambtshalve toekenning. Op 31 december 2022 waren daarnaast 3.876 aanvragen toegekend. Dit is een tussenstand; aanvragen voor 2022 kunnen ook nog in de eerste maanden van 2023 ingediend worden. In het 1e kwartaal 2023 zijn 490 aanvragen energietoeslag ingediend (dit betreft een tussenstand). De uitvoering van de regeling vergde meer inspanningen dan vooraf verwacht. We ontvangen veel aanvragen van inwoners die soms ver boven de norm inkomsten hebben en toch een aanvraag indienen. Dat is meer dan bij de reguliere bijzondere bijstand. Aanvullende informatie: leefgeldregeling Oekraïners In opdracht van de vijf gemeenten voeren we de Leefgeldregeling Oekraïners uit. Na het bestuurlijk akkoord om deze regeling uit te voeren, is direct gestart met het operationaliseren van het aanvraagproces. Inmiddels zijn meerdere Oekraïners ook alweer vertrokken uit de regio of hebben werk gevonden. Op 31 december 2022 ontvingen 365 Oekraïners leefgeld.
Dit is een momentopname; gedurende het jaar zijn er meer Oekraïners geweest die leefgeld hebben ontvangen. Het aantal mutaties is groot, bijvoorbeeld vanwege tussentijdse verhuizingen of wisselende inkomsten.
1.5. Ontwikkeling van de organisatie Ontwikkelagenda ‘De RSD in beweging’ Afgelopen jaar is gewerkt aan een strategische ontwikkelagenda die als doel heeft om gezamenlijk verder te bouwen aan een robuuste organisatie, die de dienstverlening aan de inwoner centraal stelt en die wordt gezien als een betrouwbare en strategisch partner binnen het brede sociaal domein. Verschillende professionals hebben in de eerste helft van dit jaar meegedacht over hoe dat in de komende periode vorm kan krijgen. Dat heeft geresulteerd in een organisatie-breed programma dat vanaf dit jaar tot in 2024 uitgevoerd gaat worden. Met de waardevolle input die aan de voorkant is geleverd door het Algemeen bestuur, de medewerkers van de organisatie en de Regionale Cliëntenraad gaan we aan de slag om de organisatie weer een stap verder te brengen. Binnen het Jaarstukken 2022 v0.3
10
programma zal het onder andere gaan om vakmanschap en de manier waarop professionals omgaan met individuele beoordeling, maatwerk en integrale samenwerking. De beweging die we daarmee willen maken, sluit naadloos aan bij de wijzigingen die het kabinet voor ogen heeft in de Participatiewet. Binnen het programma worden de professionals daarin zo goed mogelijk gefaciliteerd via diverse (lopende) projecten en training/coaching. Het programma zal naar verwachting tot medio 2024 doorlopen, waarbij ook de nieuwe strategische kaders worden meegenomen. Voor de uitvoering van het programma in 2023 en 2024 wordt elders in deze jaarstukken voorgesteld om ter dekking van deze kosten een bestemmingsreserve te vormen. Nieuwe tijdelijke taken In de vorige paragraaf is gerapporteerd over de belangrijkste kengetallen van de nieuwe (tijdelijke) taken die we in 2022 uitgevoerd hebben. De energietoeslag voor huishoudens met lage inkomens en de leefgeldregeling voor Oekraïners zijn nieuwe regelingen die we snel en adequaat hebben opgepakt in afstemming met onze vijf gemeenten.
Er zijn de nodige bestuurlijke besluiten genomen om beide regelingen uit te kunnen voeren en binnen de organisatie is hard gewerkt om de processen voor de uitvoering op orde te brengen, de technische kant in te richten, de communicatie te stroomlijnen en (gedeeltelijk externe) medewerkers voor te bereiden om de beide nieuwe regelingen uit te voeren. De effecten waren in de hele organisatie merkbaar, zowel in de uitvoerende units als in de ondersteunende units. Al met al heeft de organisatie zich opnieuw wendbaar getoond en zijn we in staat om al deze taken uit te kunnen voeren. Nieuwe structurele taken Er zijn in 2022 diverse andere ontwikkelingen geweest die met name een druk hebben gelegd op de ondersteunende afdelingen. Dit zijn ontwikkelingen die niet afhankelijk zijn van de omvang van het klantenbestand, maar die iedere vergelijkbare organisatie moet oppakken. Het gaat dan onder andere om onderwerpen die te maken hebben met informatieveiligheid en privacy. Dat is voor ons als organisatie zeker van belang gezien de persoonlijke gegevens waar wij mee werken. Een tweede voorbeeld is dat wij aan een aantal maatregelen moeten voldoen in het kader van de Wet politiegegevens (Wpg), omdat onze sociaal rechercheur samenwerkt met politie en OM. Ook zijn de nodige voorbereidingen getroffen om te voldoen aan de nieuwe Wet Open Overheid (WOO).
Formatie, bezetting en ziekteverzuim De formatie 2022 is 151,7 fte. De werkelijke bezetting ultimo 2022 is 131,2 fte. Daarnaast is 21,8 fte aan inhuur werkzaam per eind december. Het aantal ingehuurde medewerkers heeft met name te maken met de uitvoering van de tijdelijke noodmaatregelingen. We sluiten 2022 af met een verzuimpercentage van 3,52%. Dit is lager dan het percentage van vorig jaar (6,1%). De meldingsfrequentie ligt wel hoger dan verwacht, namelijk 0,04. Dit is een landelijk beeld, waarbij het loslaten van de landelijke coronamaatregelen vermoedelijk een rol speelt. Rapportage klachtenbehandeling In 2022 zijn er 30 (schriftelijke) klachten ingediend, waarvan 5 klachten op de formele wijze zijn afgehandeld. Dat houdt in dat er een formeel oordeel over de klacht gegeven is met daarop volgend een verwijzing naar de Nationale Ombudsman. Deze 5 klachten zijn (gedeeltelijk) gegrond verklaard. Deze klachten gingen over complexe zaken met betrekking tot re-integratie en/of schuldhulpverlening, communicatie, bereikbaarheid en het niet nakomen van de afspraken. De resterende 25 klachten zijn ingetrokken of op informele wijze afgehandeld en opgelost. Een aantal klachten ging over bejegening. Inwoners ervaren soms een gevoel van ‘ondergeschiktheid’ in relatie tot (de medewerker van) de RSD.
Hoewel objectief gezien medewerkers niks ‘verkeerd’ hebben gedaan, komt het soms bij de inwoner niet goed over vanwege een oorspronkelijke disbalans van (macht)posities. Aan dit aspect van de dienstverlening is onder andere uitgebreid aandacht besteed tijdens een Workshop professionele klachtbehandeling van de Nationale Ombudsman. Jaarstukken 2022 v0.3
11
2. Financiële paragrafen 2.1. Weerstandsvermogen en risicobeheersing De structurele monitoring en het managen van risicomanagement wordt geborgd via de Planning & Control cyclus. Dit proces ziet er in het kort als volgt uit: - Begroting: inventarisatie van de risico’s voor de komende drie jaar; - 1e en 2e Nota Begrotingswijziging: het actualiseren van bestaande risico’s en inventarisatie mogelijke nieuwe risico’s; - Jaarstukken en Begroting: verantwoording en borging risico’s komende drie jaar. Om de beheersing en verantwoording te vergemakkelijken is per risico een eigenaar aangewezen. Deze persoon is verantwoordelijk voor de beheersing van het risico en legt daarover verantwoording af. Een risico is gedefinieerd als een onzekerheid die het realiseren van de doelstellingen in zowel positief als negatief opzicht kan beïnvloeden. Risico’s kunnen zich op alle niveaus binnen de organisatie voordoen (strategisch, tactisch en operationeel niveau) en risico’s kunnen ook uiteenlopend van aard zijn (bijvoorbeeld imago, financieel of compliance). De geïnventariseerde risico’s die relevant zijn voor het weerstandsvermogen worden gekwantificeerd. Het kwantificeren van risico’s betreft een inschatting van de mogelijke financiële schade (de impact), gecombineerd met een inschatting van de kans dat een mogelijke schade zich daadwerkelijk voordoet.
De inschattingen worden zo nauwkeurig mogelijk gemaakt, bijvoorbeeld op basis van ervaringscijfers, maar zekerheden kunnen aan deze inschattingen niet worden ontleend. De kwantificering van de risico’s wordt met enige regelmaat geactualiseerd. Risico’s kunnen een incidenteel of een structureel karakter hebben. In de kwantificering zijn incidentele risico’s één keer meegewogen. Structurele risico’s zijn voor drie jaar meegewogen omdat deze periode past waarbinnen maatregelen kunnen worden genomen de risico’s te beheersen. Gezien de aard en de complexiteit van de risico’s hebben wij ervoor gekozen om gebruik te maken van de methode van ‘impact’ x ‘kans’. Op basis van de risico-inventarisatie eind 2022 is de schatting dat de benodigde weerstandscapaciteit ultimo 2022 € 511.650 moet zijn. Samenvatting risico’s en benodigde weerstandscapaciteit In de uitwerking van de risico’s is een splitsing gemaakt van risico’s niet relevant en relevant voor het weerstandsvermogen van de RDWI. Risico’s die niet relevant zijn voor het weerstandsvermogen van de RDWI Het onderstaande risico is van belang voor de bedrijfsvoering, maar niet kwantificeerbaar en daardoor niet relevant voor het weerstandsvermogen: • Voor de uitvoering van de nieuwe Wet inburgering stelt het Rijk op macro niveau voldoende budget beschikbaar voor uitvoering van deze wet.
De uitvoering van de wet is complex en vraagt intensieve samenwerking met verschillende partners, wat efficiency kan verminderen. Verder heeft het kabinet nog niet aangegeven hoe het om zal gaan met fluctuaties in de instroom in de regeling. Naast dit niet kwantificeerbare risico zijn er risico's die we wel kunnen kwantificeren. Voor de risico’s die niet relevant zijn voor het weerstandsvermogen van RDWI, maar wel voor de KRH gemeenten, gaat het om de zogenaamde ‘open einde regelingen’-risico’s. Het betreft: • Een tekort op de BUIG-budgetten tot het maximum van 10%. Naar aanleiding van de overschotten van de afgelopen jaren is de kans dat dit zich voordoet op 50% gezet; Jaarstukken 2022 v0.3
12
•
•
•
•
•
De mogelijkheid dat de vangnetregeling niet wordt toegekend. Dit risico wordt ingeschat als laag, omdat de vangnetregeling onderdeel uit maakt van de BUIGsystematiek. De regels voor toepassing van de regeling zijn strenger geworden, waardoor het moeilijker wordt om aanspraak te maken op de regeling. De lasten bijzondere bijstand en IIT kunnen stijgen, onder andere een stijging van schuldhulpaanvragen en bewindvoering en door hogere taakstelling inburgering. Door een actievere schulddienstverlening en vroeg signalering is de kans dat dit zich voordoet verhoogd (90%); Het risico debiteurenvorderingen is gelijk gebleven. De Tozo kredietverstrekkingen hebben het debiteurensaldo doen oplopen, maar de periode van invordering is verlengd tot 6 jaar. Daarnaast heeft het kabinet, indien nodig, volledige compensatie toegezegd; Kredietverstrekking BBZ. Bij de wijziging van financieringssystematiek van het BBZ is het risico voor kredietverstrekking voor 75% bij gemeenten gelegd. Het is mogelijk dat de toenemende verschuldiging van ondernemers op de middellange termijn tot meer aanvragen zal leiden. Voor de bepaling van de hoogte van het risico is nu uitgegaan van stijging van de kapitaalsvertrekkingen van 100% tot 200% en is de kans op 30% gezet; Kinderopvang. De lasten zijn in 2022 gestegen ten opzichte van voorgaande jaren.
In de doorkijk naar de begroting van 2023 en volgende jaren wordt een tekort op de begroting verwacht. Het risico is verhoogd (90%). Bij de bepaling van het risico is geen rekening gehouden met toekomstige wet- en regelgeving.
In de volgende tabel is de financiële impact van de ‘open einde regelingen’-risico’s opgenomen. Deze financiële risico’s worden opgenomen, zodat de KRH gemeenten deze risico’s kunnen opnemen in hun begrotingen of weerstandsvermogen. Benodigde weerstandscapaciteit
Risico’s open einde regelingen totaal
(impact X kans X 3 jaar) Tekorten op BUIG budgetten
6.645.000
Vangnetregeling
527.000
Lasten bijzondere bijstand en IIT
405.000
Debiteurenvorderingen
265.000
Bedrijfskredieten (BBZ)
225.000 – 450.000
Kinderopvang Totaal
Risico’s open einde regelingen BUIG budgetten per gemeente
310.000 8.377.000 – 8.602.000
Maximaal risico op BUIG per gemeente 2022, obv definitief budget
Benodigde weerstandscapaciteit (impact X kans X 3 jaar) kans 50%
192.000 932.000 953.000 404.000 1.949.000 4.430.000
287.000 1.398.000 1.430.000 606.000 2.924.000 6.645.000
Bunnik De Bilt Utrechtse Heuvelrug Wijk bij Duurstede Zeist Totaal
De totaal benodigde weerstandscapaciteit voor het risico op de BUIG is ten opzichte van de Jaarrekening 2021 gedaald met circa € 400.000. Jaarstukken 2022 v0.3
13
Risico’s die relevant zijn voor het weerstandsvermogen RDWI In de onderstaande tabel staan de risico’s die relevant zijn voor de bedrijfsvoering en het weerstandsvermogen van de RDWI. Op basis van ‘kans’ x ‘impact’ is de benodigde weerstandscapaciteit bepaald.
Maximaal risico per onderwerp
Benodigde weerstandscapaciteit (impact X kans X Incid /Structureel
Gebreken in de informatiebeveiliging
€ 725.000
€ 217.500
ICT samenwerking RID
€ 136.000
€ 122.400
Inhuur door hoger ziekteverzuim
€ 114.500
€ 171.750
Totaal
€ 975.500
€ 511.650
Risico’s
Informatiebeveiliging Dit risico heeft betrekking op mogelijk onrechtmatig delen of gebruik van (privacygevoelige) informatie met ketenpartners en het hacken van systemen. De volgende beheersmaatregelen zijn getroffen om het risico te beperken: • afspraken voor het rechtmatig gebruik -in het kader van de AVG- inclusief de eisen die de Autoriteit Persoonsgegevens stelt; • alle medewerkers hebben een cursus gevolgd over informatieveiligheid en bewustzijn (iBewustzijn Overheid 2022) van de VNG; • afspraken gebruik Suwinet; • afspraken over de inrichting van de control rol binnen de RSD. In verband met het toegenomen bewustzijn binnen de organisatie en de beheersmaatregelen is de inschatting van de kans gelijk gebleven (10%). Het risico blijft aangemerkt als structureel. Omdat de wettelijk maximale boete die opgelegd kan worden verlaagd is tot maximaal € 725.000, komt de benodigde weerstandscapaciteit uit op € 217.000. ICT samenwerking Het risico heeft betrekking op mogelijke kwetsbaarheid in de stabiliteit en continuïteit van de ICT systemen. Daarvoor zijn de volgende beheersmaatregelen getroffen: • continue aandacht en afspraken over de dienstverlening van de RID; • ISAE 3402 verklaring RDWI (waarborg dat processen die uitbesteed zijn, aantoonbaar in control zijn); • afspraken over de kwaliteit van de dienstverlening. De inschatting van de kans is op beperkt gesteld (30%).
De impact is gekoppeld aan de personeelslasten als het systeem uitvalt. Dan kan het werk niet voortgezet worden. Het risico is aangemerkt als structureel. De benodigde weerstandscapaciteit komt daarmee uit op € 122.400. Ziekteverzuim De belangrijkste beheersmaatregelen voor het ziekteverzuimbeleid zijn: • Maandelijks intervisie van de verzuimdossiers; • Ondersteuning bij ziekteverzuimdossiers door arbeidsdeskundigen en de bedrijfsarts; • Bewaken ziekteverzuimdossiers. De inschatting van de kans is ongewijzigd op gemiddeld (50%). Door actief verzuimbeleid is sprake van een daling in het ziekteverzuim. Hierdoor daalt de benodigde weerstandscapaciteit tot € 171.750. Het risico is aangemerkt als structureel.
Jaarstukken 2022 v0.3
14
Samenvatting beschikbare weerstandscapaciteit In de praktijk bieden de reserves de meeste houvast als het gaat om beschikbare weerstandscapaciteit. Dat is het vermogen dat beschikbaar moet zijn om calamiteiten financieel aan te kunnen. Het is gebruikelijk om alleen de vrij besteedbare reserves en de posten onvoorzien mee te nemen voor de weerstandscapaciteit. Op de vrij besteedbare reserves liggen geen claims tot besteding. In de volgende tabel wordt een analyse gemaakt van de beschikbare weerstandscapaciteit. Balans 31- Weerstands12-2022 capaciteit
Eigen vermogen
Algemene reserve
515.400
Gerealiseerd resultaat 2022
511.650
1.625.663
Bestemmingsreserve groot onderhoud
50.000
Bestemmingreserve frictie
0
Bestemmingsreserve Bedrijfsvoering
47.329
Bestemmingsreserve ICT
0
Bestemmingsreserve Verbeterplan
0
Bestemmingsreserve Kwaliteitsimpuls
0
Bestemmingsreserve Tozo
727.000
Bestemmingsreserve Implementatie Inburgering
22.000
Totaal eigen vermogen
2.987.392
511.650
Ratio weerstandsvermogen De ratio van het weerstandsvermogen wordt bepaald door de beschikbare weerstandscapaciteit te delen door de benodigde weerstandscapaciteit. Bij vaststelling van de Begroting 2021 in juli 2020 heeft het Algemeen bestuur besloten om te streven naar een weerstandsratio van 1 (voldoende). Om de ratio van maximaal 1 te realiseren kan het weerstandsvermogen worden verlaagd naar € 511.560 (mutatie € 3.750). Dit zal worden verwerkt in het voorstel resultaatbestemming.
Waardering
Ratio Weerstandsvermogen
Betekenis
A
➢
2,0
Uitstekend
B
1,4 < x < 2.0
Ruim voldoende
C
1,0 < x < 1,4
Voldoende
D
0,8 < x < 1,0
Matig
E
0,6 < x < 0,8
Onvoldoende
F
< 0,6
Ruim onvoldoende
Financiële kengetallen De BBV schrijft voor om een verplichte basis-set van de volgende vier financiële kengetallen op te nemen in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing: - Netto schuldquote; - Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen; - Solvabiliteitsratio; - Structurele exploitatieruimte. Jaarstukken 2022 v0.3
15
Kengetallen
Rekening 2022
Begroting 2022
Rekening 2021
Netto schuldquote
1,9%
3,5%
0,9%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen
1,9%
3,5%
0,9%
Solvabiliteitsratio
22,04%
7,3%
22,2%
Structurele exploitatieruimte
1,63%
0,0%
0,8%
De solvabiliteitsratio is in 2022 licht gedaald ten opzichte van 2021 door de stijging van het eigen vermogen en balanssaldo. De netto schuldquote is in 2022 hoger ten opzichte van 2021. De structurele exploitatieruimte is gestegen ten opzichte van 2021.
2.2. Onderhoud kapitaalgoederen In de jaarrekening is deze paragraaf bedoeld om te verantwoorden hoe het onderhoud van kapitaalgoederen is georganiseerd. Bij het uitvoeringsorgaan RSD is sprake van een beperkt aantal kapitaalgoederen (met name aanschaffingen voor kantoorinrichting en aanschaffingen ICT). Verder beschikt de GR RDWI – sinds de overname van de GR SWZ per 1 januari 2013 – over de kapitaalgoederen gebouwen, installaties en terreinen aan de Thorbeckelaan te Zeist. Deze worden verhuurd aan Biga Groep BV. In 2022 is het onderhoudsplan van de Thorbeckelaan geactualiseerd. De hoogte van de bestemmingsreserve groot onderhoud Thorbeckelaan is afdoende om de onderhoudsverplichtingen tot en met 2036 te dekken.
2.3. Financiering Op basis van de gemeenschappelijke regeling doen de deelnemende gemeenten bij voorschot betalingen voor de uitvoering van de taken door de RDWI. Verder heeft de RDWI de mogelijkheid om een egalisatie en innovatiereserve te vormen. De bovengenoemde regeling, tezamen met het treasury statuut en de financiële verordening en uitvoeringsregels, geven de mogelijkheid om verantwoord om te gaan met de liquiditeitspositie van de RDWI. Deze positie is in 2022 maandelijks beoordeeld. Tussentijdse financiering is niet nodig geweest, mede dankzij het systeem van periodieke bevoorschotting door gemeenten. Berekening kasgeldlimiet 2022 (Wet Fido) : Omschrijving
1e Q 2022
2e Q 2022
3e Q 2022
4e Q 2022
(bedragen x € 1.000) 1. Toegestane kasgeldlimiet Begrotingstotaal 1 januari (=grondslag)
97.296
97.296
97.296
97.296
Kasgeldlimiet in % v.d. grondslag
8.2%
8.2%
8.2%
8.2%
Kasgeldlimiet in een bedrag
7.978
7.978
7.978
7.978
0
0
0
0
7.968
9.113
8.537
9.085
0
0
0
0
7.968
9.113
8.537
9.085
2. Omvang vlottende schuld Schulden in rekening courant Opgenomen gelden korter dan 1 jaar Overige geldleningen, niet zijnde vaste schuld Totaal vlottende schuld Jaarstukken 2022 v0.3
16
3. Vlottende middelen Tegoeden in rekening-courant Contanten in Kas
496
493
550
546
0
0
0
0
Overige uitstaande gelden korter dan 1 jaar
8.679
9.490
7.671
6.893
Totaal vlottende middelen
9.175
9.983
8.221
7.439
Totaal netto vlottende schuld
-1.207
-870
317
1.646
Toegestane kasgeldlimiet
7.978
7.978
7.978
7.978
Ruimte (+) c.q. overschrijding (-)
9.185
8.849
7.662
6.332
4. Toets kasgeldlimiet
Er is geen sprake van een overschrijding van de kasgeldlimiet.
Omschrijving
2022
(bedragen x € 1.000) 1. Renteherzieningen op leningen
0
2. Betaalde aflossingen
163
3. Renterisico (1+2)
163
4. Begrotingstotaal
99.931
5. Het bij Min. Regeling vastgestelde %
20%
6. Renterisiconorm
19.986
Toets renterisiconorm 7. Ruimte (+) c.q. overschrijding (-)
19.823
2.4. Bedrijfsvoering Bedrijfsvoering bestaat uit de onderdelen personeel, huisvesting, automatisering, communicatie, organisatieontwikkeling, financieel beheer en facilitaire dienstverlening. Aan de RDWI worden hoge eisen gesteld als het gaat om de kwaliteit van de dienstverlening. Dat betreft primair de dienstverlening aan de directe klanten en daarnaast de dienstverlening aan de deelnemende gemeenten. Begrippen die in algemene zin en ook binnen de RDWI onder meer een rol spelen als het gaat om de bedrijfsvoering zijn: - Rechtmatigheid: de RDWI handelt rechtmatig als zij handelt volgens de geldende wet- en regelgeving; - Betrouwbaarheid: de RDWI heeft haar zaken voor elkaar en voert de (wettelijke) regels voorspelbaar uit en handhaaft de regels; - Transparantie: een transparant overheidsorgaan biedt inzicht in de uitvoering van de programma’s en ondersteunende processen; - Doelmatigheid: de gestelde doelen bereiken met zo weinig mogelijk inzet van middelen of met een bepaalde inzet van middelen een zo goed mogelijk effect; - Doeltreffendheid: de effecten bereiken die beoogd waren. Voor de kaders van bedrijfsvoering zijn binnen de RDWI de volgende actuele verordeningen en/of regelingen van kracht: Jaarstukken 2022 v0.3
17
-
een financiële verordening; controleverordening en een controleprotocol ten behoeve van de controlewerkzaamheden van de accountant; mandaat-, volmacht- en machtigingenbesluit, waarin het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter voor de uitoefening van met name genoemde bevoegdheden mandaat en volmacht verlenen aan de directeur; budgethoudersregeling, waarin aanvullende regels omtrent het financiële mandaat binnen de organisatie geregeld worden; er is een intern controleplan; de externe controller adviseert het dagelijks bestuur over de P&C-documenten.
Deze verordeningen en regelingen zijn in 2022 beoordeeld en waar nodig geactualiseerd. Het controleprotocol 2022 ten behoeve van de accountantscontrole is op verzoek van het Algemeen bestuur nog gewijzigd. Deze wijziging is in de vergadering van het Algemeen bestuur van 8 december 2022 vastgesteld. Op het gebied van planning en control is een praktisch toepasbaar Planning en controlinstrumentarium aanwezig en een planning en controle jaarkalender. Organisatie De totale bezetting inclusief inhuur per 31 december 2022 is 131,2 fte inclusief 9,1 fte inhuur die wordt ingezet als flexibele schil binnen de organisatie. Daarnaast is per ultimo 2022 nog 12,8 fte inhuur ingezet op projecten per 31 december 2022. Bezetting
Inhuur / vacature ruimte
Tnhuur projecten incl energietoeslag en leefgeldregeling
Totaal
17,7
15,6
0,5
0,0
16,1
54,2
44,0
2,0
9,9
55,9
53,7
49,0
2,9
2,0
53,9
22,8
20,6
3,7
0,9
25,1
7,0
2,0
0,0
0,0
2,0
151,7 0,0
131,2 9,1
9,1
12,8
153,0
151,7
140,2
Formatie 2022 in begroting
Directie en Advies & Support Intake, Werk en Participatie (IW &P) * Inkomen & Schulddienstverlening (I&S)) Financien, Informatiemanagement, Facilitair Overige formatie Correctie formatie * Totaal begrote formatie en bezetting Inhuur reguliere formatie
-3,8
Vastgestelde formatie en bezetting RDWI (in fte)
Formatie / bezetting reguliere bedrijfsvoering
Inhuur op projecten (incl uitvoering energietoeslag en 0,0 12,8 leefgeld) Totaal 151,7 153,0 * de formatie is verlaagd met 3,8 fte ten opzichte van de begroting 2022. Bij nadere beoordeling van de formatie is gebleken dat de afbouw van de intensieve aanpak nieuwkomers en de mutatie van de formatie voor de overheadfuncties voor de uitvoering van de nieuwe wet inburgering onjuist verwerkt is in de begroting 2022. De overhead is niet één op één te vertalen in formatie, het betreft naast personele ook materiële kosten. Bij de mutatie van de formatie in de begroting 2022 is met deze elementen geen rekening gehouden.
Toelichting Bovenstaande tabel geeft inzicht in de begrote formatie (inclusief team nieuwe inwoners) zoals die ultimo 2022 geldt en de werkelijke bezetting van de reguliere formatie ultimo 2022. De werkelijke bezetting inclusief inhuur reguliere formatie is 11,5 fte lager dan de begrote formatie. Daarnaast is eind 2022 op tijdelijke basis 12,8 fte ingehuurd op projecten. Dit betreft onder andere externe ondersteuning bij de uitvoering energietoeslag en regeling leefgeld Oekraïne, de lokale initiatieven (10% Jaarstukken 2022 v0.3
18
participatiebudget voor lokale projecten) en de ondersteuning bij de nieuwe Wet inburgering. Ter vergelijking: formatie ultimo 2021 In vergelijking met 2021 is de bezetting en inhuur op reguliere dienstverlening 2,6 fte hoger. Begrote formatie en bezetting RDWI (in fte) Formatie en bezetting reguliere dienstverlening
begrote formatie
Bezetting ultimo 3112-2021
149,4
131,9
Inhuur op formatie/ziekteverzuim
11,8
Begrote formatie en bezetting reguliere formatie
149,4
143,7
Inhuur op projecten Totaal
149,4
6,7 150,4
Naast de reguliere dienstverlening heeft de organisatie in 2022 de regelingen energietoeslag en leefgeld Oekraïne uitgevoerd. Daarnaast is gewerkt aan de verschillende projecten om de bedrijfsvoering verder te verbeteren. Het gaat om bijvoorbeeld het project hybride werken en informatievoorziening en -veiligheid. Verder zijn verschillende beleidsregels en verordeningen geactualiseerd. Rechtmatigheid Bij de controle door de accountant is getoetst of de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties rechtmatig tot stand zijn gekomen. De verklaring die door de accountant op dit punt is afgegeven, is onder hoofdstuk controleverklaring opgenomen. Wet Open Overheid De Woo die vanaf 1 mei 2022 in werking is getreden heeft tot doel een transparante overheid te bevorderen en de informatiehuishouding van de overheid op orde te brengen. Voor gemeenten en gemeenschappelijke regelingen gelden de volgende verplichtingen uit de Woo die direct in werking treden: 1. Een contactpersoon aan te wijzen om vragen van inwoners te beantwoorden. 2. De bepalingen omtrent openbaarmaking op verzoek: voortaan moeten onder meer ook documenten met persoonlijke beleidsopvattingen van ambtenaren in geanonimiseerde vorm betrokken worden. Ook moet een Wob-verzoek elektronisch kunnen worden ingediend. 3.
Maatregelen treffen om de duurzame toegankelijkheid van digitale documenten te borgen als randvoorwaarde om uitvoering te geven aan openbaarheid. 4. De inspanningsverplichting om informatie over beleid actief openbaar te maken Bovenstaande vier verplichtingen zijn geïmplementeerd in 2022.
Jaarstukken 2022 v0.3
19
2.5. Verbonden partijen Verbonden partijen zijn rechtspersonen waarmee de GR RDWI een bestuurlijke en financiële band heeft. Onder bestuurlijk belang wordt verstaan een zetel in het bestuur van een participatie of het hebben van stemrecht. Financieel belang is wanneer de gemeenschappelijke regeling middelen ter beschikking heeft gesteld en die kwijt is in geval van faillissement van de verbonden partij en/of als financiële problemen bij de verbonden partij verhaald kunnen worden op de GR RDWI.
Verbonden partijen GR RDWI
De regionale ICT-Dienst Utrecht (RID)
Doel
De GR RID wil een betrouwbare, innovatieve en doelmatige ICTdienstverlener zijn die een solide ICT infrastructuur beheert die blijvend is afgestemd op de veranderende behoefte van de klant. In het dagelijks gebruik van deze infrastructuur worden de gebruikers klantvriendelijk en adequaat ondersteund. De RID ondersteunt ruim 1.800 accounts, 1600 werkplekken en ruim 600 applicaties. In zijn rol als ICT dienstverlener levert de RID de producten en diensten die met de klantorganisaties zijn afgesproken in de Dienstverleningsovereenkomst.
Deelnemende partijen
Gemeenten Baarn, Bunnik, De Bilt, Soest, Utrechtse Heuvelrug, Wijk bij Duurstede en de GR RDWI
Bestuurder(s)
Algemeen Bestuur. Namens de GR RDWI D. Smolenaers tot 1 juli 2022 en vanaf 1 juli 2022 W.J. van Dijk.
Financiële bijdrage
Structurele bijdrage 2022 ad € 847.000 en incidentele kosten t.b.v. plusdiensten ca € 80.000
Financieel Resultaat
Verwacht resultaat 2022 nog niet bekend
Eigen en vreemd vermogen
Deze gegevens komen uit de begroting 2022. Het gerealiseerd resultaat over 2022 is nog niet bekend. EV € 87.000, Bestemmingsreserve € 0, Resultaat € 0; VV 7.772.000 (inclusief vlottende passiva).
Belang
De GR RDWI heeft een belang van ongeveer 11% in de RID.
Financiële ontwikkeling
De financiële bijdragen voor 2022 zijn gestegen met loon- en prijscompensatie. Daarnaast heeft RID in 2022 diverse projecten uitgevoerd, waaronder het faciliteren van het thuiswerken. Het definitieve RID Resultaat nog niet bekend.
Inhoudelijke ontwikkeling
De meerjarige vraag naar de ICT-diensten van de RID wordt bepaald door de strategische Informatiebeleidsplannen van de klantorganisaties. Hierop baseert de RID het automatiseringsbeleid en de ICT architectuur voor de komende jaren. Dit vraagt echter wel om afstemming van de diverse Informatiebeleidsplannen en prioriteitstelling bij de hieruit voortvloeiende projecten. Hiertoe wordt een proces van strategische informatieplanning opgezet. Informatiebeleidsplannen worden vaak ingehaald door de dagelijkse realiteit. Het proces van informatieplanning voorziet in de mogelijkheid om eerder gemaakte plannen bij te stellen. In 2022 is de collectieve aanbesteding voor een nieuw financieel pakket doorgepakt.
Jaarstukken 2022 v0.3
20
Verbonden partijen GR RDWI – vanaf 2022
Doel
Deelnemende partijen
Stichting Inkoopbureau Midden Nederland Stichting Inkoopbureau Midden Nederland heeft als motto “Alleen samen kunnen we het Beste uit inkoop halen”. IBMN wil voor de deelnemers op het gebied van inkoop (in brede zin) meerwaarde realiseren door het leveren van maatwerk dienstverlening, in nauwe samenwerking met de deelnemers. Dit wil het bereiken door het aanbieden van professionele en deskundige inkoopondersteuning. Doel is om naast besparingen ook maximale sociale en maatschappelijke meerwaarde te realiseren middels inkoopprojecten. Gemeenten: IJsselstein, Leusden, Molenlanden, Montfoort, Scherpenzeel, Vijfheerenlanden, Woudenberg, Gemeenschappelijke Regelingen: AVRES en RMN
Bestuurder(s)
Algemeen Bestuur: namens RDWI directeur B. Ruiter
Financiële bijdrage
Ca € 32.000 voor 2022 (vaste bijdrage + garantie afname)
Financieel Resultaat
2021 -/ €3.673 (nadeel, opgave conceptjaarverslag 2021) 31-12-2021 EV € 202.354
Eigen en vreemd vermogen Belang Financiële ontwikkeling
Inhoudelijke ontwikkeling
31-12-2021 VV € 136.041 (opgave conceptjaarverslag 2021) RDWI heeft een belang van circa 10% (basis vaste bijdrage + garantieafname De verwachting is dat de kosten in 2023 zullen stijgen als gevolg van inflatie en indexatie In het bedrijfsplan van IBMN voor de periode 2022 tot en met 2025 zijn de volgende doelstellingen uitgewerkt: • IBMN wil eerder en vaker betrokken raken bij inkoopprojecten van de deelnemers, om betere projectvoorbereiding te realiseren en de kwaliteit van aanbestedingen te vergroten. • IBMN wil voor de deelnemers de impact die zij met hun inkoop beogen vergroten. IBMN streeft naar meer betrokkenheid bij het voorbereiden van contracten leveranciersmanagement.
Jaarstukken 2022 v0.3
21
J AARREKENING 3. Balans Balans (voor resultaatbestemming) per 31 december 2022 ACTIVA 31-12-2022
31-12-2021
Investeringen met een economisch nut
5.316.519
3.877.357
Totaal vaste activa
5.316.519
3.877.357
0
0
319.012
97.421
0
74.202
Uitzettingen in Rijks schatkist
6.975.952
7.252.925
Totaal uitzettingen
7.294.964
7.424.549
Vaste activa
Materiele vaste Activa
Vlottende activa
Uitzettingen met een rente-typische looptijd korter dan één jaar Vorderingen op openbare lichamen Overige vorderingen
Liquide middelen Kassaldi Banksaldi
216
249
519.375
369.671
0
0
420.936
330.246
8.235.491
8.124.715
13.552.010
12.002.072
Overlopende activa De van overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel Nog te ontvangen / vooruitbetaalde bedragen
Totaal vlottende activa
Totaal-generaal
Jaarstukken 2022 v0.3
22
PASSIVA 31-12-2022
31-12-2021
Vaste passiva Eigen vermogen Gerealiseerd resultaat
1.625.663
1.192.640
Algemene reserve
515.400
419.500
Bestemmingsreserves
846.329
1.057.036
2.987.392
2.669.177
Totaal Eigen Vermogen
Vreemd vermogen Voorzieningen
457.665
365.439
Vaste schulden met een rentetypische looptijd > 1 jr
964.283
1.127.378
Totaal vreemd vermogen
1.421.948
1.492.817
Totaal vaste passiva
4.409.340
4.161.994
3.991.486
3.487.159
894.456
455.816
Nog te betalen bedragen
4.256.728
3.897.104
Totaal overlopende passiva
5.151.184
4.352.920
Totaal vlottende passiva
9.142.670
7.840.078
Garantstellingen
0
0
Totaal-generaal
13.552.010
12.002.072
Vlottende passiva
Netto vlottende schulden met een rente-typische looptijd < 1 jr Overlopende passiva Vooruit ontvangen bedragen
Gewaarborgde geldleningen
Jaarstukken 2022 v0.3
23
4. Overzicht van baten en lasten over het begrotingsjaar
Toelichting overzicht baten en lasten
Primaire Begroting
Begroting na NJN
Rekening
Verschil (Begroting -/- Rekening)
Lasten
97.295.883
101.488.834
99.806.733
1.682.101
Baten
12.708.500
14.167.432
14.723.750
-556.318
Saldo
84.587.383
87.321.402
85.082.984
2.238.418
Bijdragen gemeenten
84.437.384
87.874.514
86.216.138
1.658.376
Subtotaal algemene dekkingsmiddelen
84.437.384
87.874.514
86.216.138
1.658.376
Verwacht saldo van baten en lasten voor reserves
-150.000
553.112
1.133.154
-580.042
Toevoeging reserves
-110.000
-447.000
-110.000
-337.000
Onttrekking reserves
260.000
598.960
602.508
-3.548
0
705.072
1.625.662
-920.590
Overzicht van baten en lasten Programma Werk en Inkomen
Gerealiseerd resultaat
Afwijking ten opzichte van de gewijzigde begroting na de Najaarsnota 2022 Ten opzichte van de Najaarsnota is op de lasten van het programma Werk en inkomen een onderschrijding gerealiseerd van € 1,7 miljoen. Daarnaast zijn de overige baten ruim € 556.000 hoger dan de begroting na de Najaarsnota. De onderschrijding op de bijdragen gemeenten is € 1.658.000 en hangt samen met het voordeel van € 1,7 miljoen dat op de kerntaken is gerealiseerd. Bij de mutatie reserves zijn enkele afwijkingen. De onttrekking aan de overige reserves is ca € 3.550 hoger dan begroot, in verband met afwijkingen op de kosten voor de projecten die gedekt worden uit de reserves. Naar aanleiding van besluitvorming in het Algemeen bestuur is nog geen bestemmingsreserve gevormd voor de strategische ontwikkelagenda. De besluitvorming hierover vindt plaats bij de vaststelling van de jaarrekening. De afwijking op de toevoeging reserves hangt hiermee samen. Het resultaat na reserves is € 920.500 positief ten opzichte van de gewijzigde begroting. In hoofdstuk 7 worden de afwijkingen per programmaonderdeel inhoudelijk toegelicht.
Jaarstukken 2022 v0.3
24
Toelichting overzicht baten en lasten Primaire Begroting
Begroting na NJN
Rekening
Verschil (Begroting -/- Rekening)
Gebundelde uitkeringen / BBZ
51.379.000
42.773.431
42.908.521
-135.090
Bijzondere bijstand en TONK, Individuele Inkomenstoeslagen, Collectieve ziektekostenverzekeringen en minimabeleid
6.372.100
16.610.000
15.734.606
875.394
0
1.972.500
1.927.829
44.671
3.772.640
3.572.640
3.556.921
15.719
8.653.200
8.880.547
8.930.500
-49.953
316.000
397.000
422.629
-25.629
789.300
807.450
283.097
524.353
0
10.760
7.845
2.916
Apparaatskosten RSD
16.590.643
17.041.508
16.639.382
402.126
loonkosten SW
9.423.000
9.423.000
9.395.405
27.595
Totaal lasten
97.295.883
101.488.836
99.806.733
1.682.103
Primaire Begroting
Begroting na NJN
Rekening
Verschil (Begroting -/- Rekening)
Gebundelde uitkeringen / BBZ
51.379.000
42.773.431
42.908.521
-135.090
Bijzondere bijstand en TONK, Individuele Inkomenstoeslagen, Collectieve ziektekostenverzekeringen en minimabeleid
6.372.100
16.610.000
15.734.606
875.394
Lasten per onderdeel Programma Werk en Inkomen
Noodregeling Oekraïners en vergoeding uitvoering regeling Re-integratie, Participatie en Werkgeversdienstverlening Wet sociale Werkvoorziening Kinderopvang Voorzieningen Wet inburgering en intensieve aanpak oude wet inburgering Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo)
Baten per onderdeel Programma Werk en Inkomen
Noodregeling Oekraïners
0
1.972.500
1.927.829
44.671
Re-integratie, Participatie en Werkgeverdienstverlening
3.772.640
3.572.640
3.556.921
15.719
Wet Sociale Werkvoorziening
8.653.200
8.880.547
8.930.500
-49.953
316.000
397.000
422.629
-25.629
789.300
807.450
283.097
524.353
0
10.760
7.845
2.915
16.440.644
17.594.620
17.772.539
-177.919
9.423.000
9.395.405
27.595
102.041.948 100.939.891
1.102.057
Kinderopvang Voorzieningen Wet inburgering en intensieve aanpak oude wet inburgering Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo) Apparaatskosten RSD Apparaatskosten (bijdrage BIGA) Totaal baten
9.423.000 97.145.884
Gerealiseerd saldo van baten en lasten
-150.000
553.112
1.133.154
-580.042
Toevoeging reserves
-110.000
-447.000
-110.000
-337.000
Onttrekking reserves
260.000
598.960
602.508
-3.548
0
705.072
1.625.662
-920.590
Gerealiseerd resultaat
Het gerealiseerde resultaat na mutaties reserves bedraagt € 1,6 miljoen positief. Een inhoudelijke toelichting per onderdeel is in hoofdstuk 7 opgenomen. Jaarstukken 2022 v0.3
25
5. Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling Inleiding De jaarrekening is opgesteld met inachtneming van de voorschriften die het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten daarvoor geeft. Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vindt plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij het desbetreffende balanshoofd anders is vermeld, worden de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarden. De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten worden slechts opgenomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen als zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. Personeelslasten worden in principe toegekend aan het boekjaar waarop zij betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q. schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, worden sommige personele lasten echter toegekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt; daarbij moet onder andere gedacht worden gedacht aan componenten zoals ziektekostenpremie ten behoeve van gepensioneerden.