CConstaterende datWijk bij Duurstede
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Jaarstukken 2023 v0.3

Raadsvergadering 2 juli 2024, gemeente Wijk bij DuurstedeBij agendapunt: Zienswijze jaarrekening 2023 en begroting 2025 RDWI22.235 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

JAARSTUKKEN 2023 RDWI Versie 0.3

Inhoudsopgave

VOORWOORD

3

1. SAMENVATTING

4

1.1. 1.2. 1.3. 1.4. 1.5.

FINANCIEEL – UITVOERING KERNTAKEN DIENSTVERLENING FINANCIEEL – ORGANISATORISCH TOTAALOVERZICHT KERNTAKEN ONTWIKKELING VAN DE ORGANISATIE

4 5 7 8 9

2. FINANCIËLE PARAGRAFEN 2.1. 2.2. 2.3. 2.4. 2.5. 2.6.

11

WEERSTANDSVERMOGEN EN RISICOBEHEERSING ONDERHOUD KAPITAALGOEDEREN FINANCIERING BEDRIJFSVOERING VERBONDEN PARTIJEN WET OPEN OVERHEID

11 15 16 17 19 21

3. BALANS

22

4. OVERZICHT VAN BATEN EN LASTEN OVER HET BEGROTINGSJAAR

24

5. GRONDSLAGEN VOOR WAARDERING EN RESULTAATBEPALING

26

6. TOELICHTING OP DE BALANS

28

7. TOELICHTING OP OVERZICHT VAN BATEN EN LASTEN

36

7.1. 7.2. 7.3. 7.4. 7.5. 7.6. 7.7. 7.8. 7.9.

VOLUME BUIG BIJZONDERE BIJSTAND, IIT, CAZ EN MINIMABELEID EN INCIDENTELE ENERGIETOESLAG REGELING LEEFGELD OEKRAÏNE RE-INTEGRATIE VOORZIENINGEN WET INBURGERING EN INTENSIEVE AANPAK OUDE WET INBURGERING WET SOCIALE WERKVOORZIENING KINDEROPVANG TIJDELIJKE ONDERSTEUNING ZELFSTANDIG ONDERNEMERS APPARAATSKOSTEN

36 37 38 39 40 40 41 41 42

8. OVERIGE TOELICHTINGEN

45

9. NIET IN DE BALANS OPGENOMEN VERPLICHTINGEN

47

10. WET NORMERING TOPINKOMENS

48

11. EXPLOITATIE OP TAAKVELDEN

50

12. SISA

51

13. RESULTAAT 2023

54

14. RECHTMATIGHEIDSVERKLARING

55

15. CONTROLEVERKLARING VAN DE ONAFHANKELIJKE ACCOUNTANT

57

BIJLAGE 1 REKENING COURANT GEMEENTEN

58

Jaarstukken 2023 v0.3

2

J AARVERSLAG Voorwoord Voor u liggen de jaarstukken 2023 van de Regionale Dienst Werk en Inkomen Kromme Rijn Heuvelrug (GR RDWI). Met dit verslag informeren wij u graag over de resultaten van de RDWI van het afgelopen jaar. De jaarstukken bestaan uit het (financiële) jaarverslag, de jaarrekening en overige gegevens. We zagen een toename in het aantal inwoners dat ondersteuning nodig heeft In 2023 zien we op alle gebieden een (lichte) stijging van het aantal inwoners dat ondersteuning nodig heeft. Na jaren van daling van het uitkeringsbestand is er nu een lichte stijging van het aantal huishoudens dat een uitkering nodig heeft. Ook het aantal inburgeraars en het aantal inwoners in een traject schulddienstverlening is gestegen. In de cijfers van de inkomensondersteunende maatregelen zien we het effect van de inflatie van de afgelopen jaren. De stijgingen zijn nog redelijk beperkt. Naast de reguliere taken hebben we ook afgelopen jaar weer de (oude en nieuwe) incidentele energietoeslag uitgevoerd en hebben we leefgeld verstrekt aan gevluchte Oekraïners. Dit betreft incidentele regelingen waarover we afspraken hebben gemaakt met de gemeenten. De druk is voelbaar in de organisatie, zeker omdat we een verdere toename zien van complexe individuele situaties. Dit zien we ook bij de toeleiding naar werk of participatie; betaald werk staat voorop, maar is niet voor iedereen haalbaar.

We hebben het jaar met positieve financiële resultaten kunnen afsluiten Het jaar 2023 hebben we afgesloten met een positief resultaat op de kerntaken. De bijdragen van gemeenten op de kerntaken zijn ongeveer € 1,2 miljoen lager dan begroot na de 2e Nota. Dit heeft met name te maken met de uitvoering van de incidentele regelingen. Het financiële resultaat op de BUIG voor de vijf gemeenten tezamen bedraagt bijna € 300.000 positief. Daarbij wordt aangetekend dat gemeente Zeist het jaar afsluit met een overschot op de BUIG-middelen en de overige vier gemeenten met een tekort. Door de ontschottingsafspraken worden de tekorten met elkaar verrekend. Tot slot is het resultaat na mutaties van de reserves € 753.725 positief. We stellen de inwoner centraal, we hebben vertrouwen in de inwoner, met de juiste balans tussen rechtmatigheid en doelmatigheid en waar nodig passen we maatwerk toe Dit zijn onze vier ‘kernwaarden’ voor onze dienstverlening. Deze zijn in 2022 geformuleerd en daar zijn we in 2023 verder mee aan de slag gegaan. Deze waarden sluiten aan bij de Strategische kaders werk en inkomen 2024-2027, die in 2023 door gemeenteraden zijn vastgesteld. In het afgelopen jaar hebben we meegewerkt aan de totstandkoming en de verdere implementatie van de kaders, door het uitwerken van nieuwe financiële afspraken en het opstellen van een Meerjarig strategisch plan.

De nieuwe kaders vormen de basis om verder te werken aan de dienstverlening voor de inwoners van onze regio, zoals onze organisatie ook het afgelopen jaar met hart en ziel heeft gedaan. Zeist, 24 april 2024 Namens het bestuur van de Regionale Dienst Werk en Inkomen Kromme Rijn Heuvelrug, W.J. (Walter) van Dijk, voorzitter

B. (Bernice) Ruiter, directeur

Jaarstukken 2023 v0.3

3

1. Samenvatting In dit hoofdstuk wordt een samenvatting gegeven van de resultaten van de organisatie; in financieel opzicht (paragraaf 1.1 en 1.3), de resultaten van de dienstverlening (1.2 en 1.4) en tot slot organisatorisch (1.5).

1.1. Financieel – uitvoering kerntaken In totaal is de bijdrage van gemeenten op de kerntaken tezamen € 1,2 miljoen lager dan bij de 2e Nota Begrotingswijziging. Hieronder worden de financiële afwijkingen ten opzichte van 2e Nota samengevat: - Bijzondere bijstand, CAZ, minimabeleid, incidentele energietoeslag € 661.220 V De afwijking wordt vooral veroorzaakt door een onderschrijding op de energietoeslag 2023 ad € 548.200. De groep die in aanmerking is gekomen voor ambtshalve toekenning van de toeslag 2023 is kleiner dan verwacht. De afwijkingen op de overige inkomensregelingen zijn € 80.745 voor de drie regelingen tezamen. De afwijking op de overige baten is € 32.275 positief (zie paragraaf 7.2). - Regeling leefgeld Oekraïne € 404.975 V De onderschrijding op de regeling leefgeld Oekraïne wordt veroorzaakt door lagere kosten voor de uitkeringen zelf en lagere benodigde vergoeding voor de uitvoering van de regeling. Deze vergoeding maakt deel uit van het programmabudget. - Tozo € 179.360 V Het voordeel hangt samen met de terugbetaling op kredieten. Deze worden op realisatie basis verantwoord in de tussentijdse rapportages. - Voorzieningen nieuwe Wet inburgering € 127.610 V De onderschrijding heeft betrekking op de voorzieningen Wet inburgering en hangt samen met een daling van de instroom in de 2e helft van het jaar omdat het aantal woningen voor statushouders beperkt is.

- BUIG/BBZ -/- € 116.755 N De afwijking op het saldo BUIG/BBZ wordt aan de ene kant veroorzaakt door een overschrijding op de BUIG, die samenhangt met een toename van de loonkostensubsidies en een beperkte stijging van de gemiddelde uitkering in de tweede helft van het jaar. Daar staan aan de andere kant onderschrijdingen tegenover op de onderdelen kapitaalskredieten en onderzoekskosten levensvatbaarheid BBZ. - Kinderopvang -/- € 14.480 N Er is sprake van een afwijking op de kosten ten opzichte van de gewijzigde begroting. De kostenontwikkeling blijft moeilijk te voorspellen. De kosten worden sterk beïnvloed door sociaal medische indicaties. - Re-integratie, participatie en werkgeversdienstverlening -/- € 11.695 N Resultaat BUIG budgetten 2023 De afwijkingen die hiervoor zijn toegelicht, hebben betrekking op de realisatie van de lasten bij de RDWI. Daarnaast is het voor de deelnemende gemeenten relevant om een verbinding te leggen met de BUIG-budgetten die zij ontvangen van het Rijk. Daarvoor stellen wij bij de primaire begroting een berekening op, op basis van de op dat moment bekende macro BUIG-budgetten. In de primaire begroting 2023 werd ervan uitgegaan dat het resultaat op de BUIG voor gemeenten bijna een miljoen positief zou zijn. Het jaar wordt afgesloten met een resultaat van bijna € 300.000 positief.

De afwijking hangt samen met diverse factoren, waaronder een stijging van de gemiddelde uitkering en een toename van de loonkostensubsidies. Deze berekening is opgesteld aan de hand van de beschikkingen BUIG 2023 die de gemeenten van het Rijk hebben ontvangen en de werkelijke lasten die bij RDWI gerealiseerd zijn. Jaarstukken 2023 v0.3

4

1.2. Dienstverlening In de Begroting 2023 hebben we tien doelen afgesproken, waarover we gedurende het jaar periodiek gerapporteerd hebben. De cursieve gedeelten geven aan wat de doelstelling was volgens de Begroting 2023; de tekst eronder geeft aan in hoeverre we daarin geslaagd zijn. Ontwikkeling van bestand en BUIG-budget Doel 2023: “De ontwikkeling van het bestand BUIG houdt minimaal gelijke tred met de landelijke ontwikkeling” Het aantal huishoudens met een uitkering Participatiewet, IOAW, IOAZ en BBZ is gestegen. Eind 2022 was het aantal huishoudens met een uitkering lager dan vele jaren daarvoor, namelijk 2.699. Eind 2023 was het aantal gestegen naar 2.752. Over meerdere jaren gemeten is dat nog steeds laag. De stijging ten opzichte van eind 2022 was daarmee 1,96%. Over heel Nederland gemeten was er eveneens een stijging van het aantal huishoudens met een uitkering (bron: CBS); deze stijging was 1,01%, waarmee de stijging in onze regio hoger was dan landelijk gemiddeld. Doel 2023: “Het poortproces is erop gericht om de instroom te beperken en inwoners vroegtijdig naar werk te begeleiden” In totaal komt 58% van de meldingen bij de intake uiteindelijk niet tot een aanvraag. Bij de intake blijven we zien dat er veel inwoners zijn die niet direct naar werk kunnen. Als dat wel het geval is, worden deze aangemeld bij onze recruiter.

Van deze aanmeldingen zijn 76% niet ingestroomd in de uitkering. Re-integratie, participatie en dienstverlening aan werkgevers Doel 2023: “Zicht op de participatie- en uitstroommogelijkheden van alle inwoners met een uitkering” We zorgen voor een actuele diagnose en plan van aanpak voor alle inwoners met een uitkering. Zij hebben allen binnen drie maanden een plan van aanpak. Vervolgens is er een scala aan instrumenten dat ingezet kan worden om inwoners richting werk of participatie te begeleiden. In het afgelopen jaar is een start gemaakt met het project ‘Klant in beeld’, dat gezamenlijk met Biga Groep uitgevoerd wordt. Het doel van dit project is om 200 dossiers te screenen van inwoners die potentieel in aanmerking komen voor een indicatie banenafspraak. Ook bij inwoners die niet naar werk kunnen, houden we vinger aan de pols. Deze zijn bij onze regisseurs in beeld en de frequentie waarin wij hen spreken is afhankelijk van de persoonlijke situatie. We leggen contact met lokale partijen waar nodig, als er sprake is van andere problematiek dan alleen inkomen. Doel 2023: “Een plaatsingspercentage van minimaal 50% van de kandidaten met een indicatie banenafspraak” Het plaatsingspercentage was eind december 55%. In totaal waren er op dat moment 394 inwoners met een indicatie aan het werk.

Doel 2023: “Het plaatsen van alle kandidaten beschut werk die beschikbaar zijn voor werk, met als maximum het aantal waarvoor gemeenten de middelen ontvangen vanuit het ministerie” Eind december waren 65 inwoners aan het werk via dit instrument. Dat is nog binnen het maximale aantal. Een plaatsingspercentage van 100% is niet haalbaar, omdat sommige inwoners (nog) niet in staat zijn om te werken, maar wel de indicatie hebben/houden. We hebben al deze mensen goed in beeld. Iedereen die wel in staat is om te werken, wordt geplaatst op een werkplek, waarbij wordt gekeken naar de individuele mogelijkheden.

Jaarstukken 2023 v0.3

5

Maatwerk bij inkomensvoorzieningen Doel 2023: “Voor de doorlooptijden van aanvragen levensonderhoud, bijzondere bijstand, minimaregelingen en individuele inkomenstoeslag hanteren we de maximale wettelijke termijnen (deze zijn acht weken). Waar mogelijk, worden aanvragen sneller afgehandeld” De gemiddelde doorlooptijden waren binnen de wettelijke termijnen: - Levensonderhoud: 6 weken - Bijzondere bijstand: 5 weken - Minimaregelingen: 1 week - Individuele inkomenstoeslag: 2 weken Doel 2023: “Het vergroten van het bereik en de bekendheid van regelingen, in samenspraak met de gemeenten en onze lokale netwerkpartners” Op advies van onze Regionale Cliëntenraad en in afstemming met de gemeenten hebben we inwoners actief geïnformeerd die mogelijk recht hebben op de individuele inkomenstoeslag, maar deze nog niet hadden aangevraagd. Dit heeft geresulteerd in een toename van het aantal aanvragen. Het is niet goed aan te tonen wat het extra bereik is (omdat niet vast te stellen is of de aanvraag ook was gedaan zonder een brief), maar duidelijk is wel dát er een effect is. Daarnaast hebben wij actief deelgenomen aan diverse initiatieven in de regio die als doel hebben om de samenwerking binnen het sociaal domein te verbeteren en daarmee de toegang tot regelingen te verbeteren.

Dienstverlening aan inburgeraars Doel 2023: “Het bieden van een traject op weg naar duurzame inburgering en participatie in de samenleving aan alle inburgeraars” Eind december 2023 zijn er 774 inburgeraars, zowel onder de oude Wet inburgering als onder de nieuwe Wet inburgering. Alle 774 inburgeraars zijn in beeld en hebben een inburgeringsdossier bij één van onze regisseurs. De afbouw van de inburgeraars onder de oude wet verloopt langzamer dan verwacht. Aan de andere kant is de instroom van asielmigranten onder de nieuwe wet minder dan verwacht, omdat de huisvesting achter blijft. Al met al is (het verloop van) het aantal inburgeraars moeilijk stuurbaar en voorspelbaar. Drempel verlagen voor hulp bij schulden Doel 2023: “Vroegtijdig schulden opsporen door de verdere uitbreiding van vroegsignalering in samenwerking met de netwerkpartners” De samenwerking en de ontwikkeling met de sociale teams in het kader van de vroegsignalering is onverminderd voortgezet. Het aantal signalen is rond 700 per maand. Doel 2023: “Het ontwikkelen van concrete activiteiten samen met onze netwerkpartners, gericht op preventie van schulden” De nadruk komt steeds meer te liggen op preventie en nazorg. Zo heeft het Rijk bijvoorbeeld financiële middelen vrijgemaakt voor schuldenpreventie in het onderwijs. Op het gebied van preventie van schulden zijn we bezig met het ontwikkelen van budgetcursussen.

Afgelopen periode is een onderzoek uitgevoerd naar schuldpreventie in onze regio, op basis waarvan we in gesprek zijn met onze netwerkpartners.

Jaarstukken 2023 v0.3

6

1.3. Financieel – organisatorisch Het resultaat na mutaties reserves is € 753.725 positief ten opzichte van de primaire begroting. Ten opzichte van de bij de 2e Nota begrotingswijziging is er sprake van een afwijking van € 38.225 positief. In 2023 heeft de RDWI naast de reguliere bedrijfsvoering ook de regelingen energietoeslag en leefgeld Oekraïne uitgevoerd. Net als het vorige jaar is het hierdoor minder makkelijk om onderscheid te maken tussen structurele en incidentele oorzaken voor afwijkingen. Na eliminatie van de afwijkingen op de kosten personeel SW en bijdrage van Biga Groep die tezamen budgettair neutraal zijn, zijn de belangrijkste afwijkingen op de apparaatskosten ten opzichte van de 2e Nota bijgestelde begroting: Lasten € 240.450 V Afwijking lasten incidentele activiteiten € 238.900 V Het gaat om een onderschrijding op de uitvoering van de regelingen leefgeld Oekraïne (€272.500 V) en een overschrijding op de uitvoering van de regeling energietoeslag (€ 130.400 N), onderschrijdingen op de projecten bedrijfsvoering/hybride werken, de Ontwikkelagenda, Tozo en groot onderhoud die gedekt worden uit reserves (€ 89.000 V). Tot slot resteert een afwijking op de participatieverklaringen (€ 7.800 V). Afwijking lasten reguliere bedrijfsvoering € 1.550 V Het om onderschrijdingen op de kapitaallasten, rente, facilitaire kosten (€ 78.800 V).

Daar staan overschrijdingen tegenover bij automatisering (€ 78.300 N) en advies (€ 40.500 N). Op de personeelslasten zelf is sprake van een onderschrijding (€ 61.550 V). Tot slot is € 20.000 toegevoegd aan de voorziening spaarverlof. Afwijking baten overig – vergoedingen incidentele regelingen -/- € 113.220 N Het gaat om lagere vergoeding nodig voor de uitvoering van de regeling leefgeld Oekraïne (€ 272.500 N) en extra vergoeding ter dekking van de hogere uitvoeringskosten energietoeslag (€ 130.400 V). Er zijn minder bijdragen vanuit UWV voor arbeidsongeschiktheidsuitkeringen ontvangen (€ 109.320 N) dan geraamd. Op de vergoeding voor de participatieverklaringen is een nadeel van € 7.800. Verder was nog geen rekening gehouden met de volgende posten: RID resultaatbestemmingen voorgaande jaren ad € 103.000 (V) en de vrijval voorziening frictie € 43.000 (V). Afwijkingen op de mutaties reserves -/- € 89.000 N De afwijking op de onttrekkingen aan de overige reserves zijn: bedrijfsvoering € 59.200 N; programma ontwikkelagenda € 14.800 N, Tozo € 10.000 N en egalisatie groot onderhoud € 5.000 N.

Jaarstukken 2023 v0.3

7

1.4. Totaaloverzicht kerntaken Onderstaand een overzicht van de kengetallen waarover we rapporteren. Indicator

Realisatie 2022

Participatiewet Volume BUIG Omvang Participatiewet Instroom Uitstroom Aantal inwoners met indicatie banenafspraak % inwoners met een indicatie aan het werk Aantal inwoners met een advies beschut werk Aantal afgehandelde aanvragen Bbz starters en gevestigden Aantal aanvragen bijzondere bijstand - waarvan toekenningen Aantal aanvragen IIT - waarvan toekenningen

April 2023

Augustus 2023

Realisatie 2023

2.699 2.557 667 670 661

2.736 2.595 219 180 689

2.729 2.586 438 406 697

2.752 2.606 650 596 722

52% 68

53% 70

53% 74

55% 76

151

34

75

103

2.754 1.124 2.822 2.355

859 427 957 768

1.783 817 2.146 1.757

2.592 1.269 3.075 2.542

578 626 587 39

556 191 170 26

615 429 351 78

680 680 571 109

241 241 n.v.t.

331 105 1

450 239 9

532 328 13

Juridische zaken Aantal binnengekomen bezwaarzaken Aantal gegronde bezwaarzaken

247 23

94 n.n.b.

152 n.n.b.

207 12

Wet sociale werkvoorziening 1 % Wsw-ers met een IOP Mobiliteit Wsw-ers Aantal Wsw-ers totaal (in SE’s) Aantal Wsw-ers totaal (in personen) - waarvan individuele detachering - waarvan groepsdetachering - waarvan begeleid werken

84% 19 282 322 9% 0% 4%

69% 13 281 319 10% 0% 4%

70% 20 273 312 10% 0% 4%

80% 22 272 308 10% 0% 4%

Schulddienstverlening Aantal lopende zaken schulddienstverlening Aantal nieuwe instroom (cumulatief) - waarvan regulier - waarvan financieel ontzorgen WI Wet inburgering 2021 Aantal inburgeraars Instroom (cumulatief) Uitstroom (cumulatief)

Toelichting enkele afwijkingen: • Het aantal aanvragen en toekenningen Individuele inkomenstoeslag is hoger dan vorig jaar. Dit heeft onder andere maken met een eenmalige reminder aan inwoners die mogelijk recht hebben op de toeslag. Wat het effect daarvan precies was is moeilijk aan te tonen, omdat we niet weten hoeveel inwoners de toeslag ook zonder reminder hadden opgevraagd. • Het aantal lopende zaken schulddienstverlening en de instroom zijn toegenomen. Dat effect wordt gedeeltelijk veroorzaakt door de nieuwe Wet inburgering, waarbij inburgeraars in het eerste half jaar financieel ontzorgd worden. Daarom worden deze afzonderlijk zichtbaar gemaakt in de gegevens.

Een uitgebreidere rapportage over de Wsw is als bijlage bijgevoegd Jaarstukken 2023 v0.3 1

8

•

Het aantal Wsw-ers neemt af omdat er geen nieuwe instroom meer mogelijk is sinds 2015. Het aantal personen dat via Biga Groep werkt bij een externe werkgever, via detachering of begeleid werken, is stabiel gebleven.

Aanvullende informatie: energietoeslag In 2023 hebben we opnieuw de energietoeslag uitgevoerd in opdracht van de gemeenten. De energietoeslag 2022 kon worden aangevraagd tot medio 2023. In de eerste helft van afgelopen jaar hebben we nog 741 aanvragen voor de toeslag 2022 toegekend. In totaal hebben daarmee ruim 7.000 inwoners de eerste energietoeslag over 2022 ontvangen. In de tweede helft van 2023 hebben we ons voorbereid op de verlenging van de regeling. In het vierde kwartaal van 2023 werd het mogelijk om nogmaals een energietoeslag toe te kennen aan inwoners met een inkomen lager dan 120% van de bijstandsnorm. Inwoners die over 2022 een energietoeslag hebben ontvangen en nog steeds aan de voorwaarden voldeden, hebben de energietoeslag automatisch ontvangen, in totaal 6.204 huishoudens. Daarnaast zijn er 180 aanvragen toegekend aan inwoners die de toeslag niet automatisch hebben ontvangen. Dit is een tussenstand, want de aanvraagperiode loopt nog door in 2024. Aanvullende informatie: leefgeldregeling Oekraïners In opdracht van de vijf gemeenten voeren we de Leefgeldregeling Oekraïners uit. Op 31 december 2023 ontvingen 184 Oekraïners leefgeld. Dit is een momentopname; gedurende het jaar zijn er meer Oekraïners geweest die leefgeld hebben ontvangen. Afgelopen jaar zagen we dat het aantal Oekraïners met leefgeld redelijk stabiel is gebleven.

Als er sprake was van een toename, had dit vooral te maken met gezinshereniging of verhuizingen binnen Nederland.

1.5. Ontwikkeling van de organisatie Ontwikkelagenda ‘De RSD in beweging’ In 2022 is door het Algemeen bestuur de ontwikkelagenda ‘De RSD in beweging’ vastgesteld. Het doel daarvan is om gezamenlijk verder te bouwen aan de organisatie, ten behoeve van onze klanten (Participatiewet, inburgering en schulddienstverlening). De ontwikkelagenda is vertaald naar een organisatie-breed programma dat eind 2022 van start is gegaan. In 2023 hebben we onder andere gewerkt aan het uitwerken van de kernwaarden die in de ontwikkelagenda zijn geformuleerd. Deze kernwaarden zijn de basis voor een integrale regeling die we in 2024 verder vorm gaan geven, waarin we de diverse regelingen binnen werk en inkomen in samenhang bundelen. Ook is het proces voor ‘onboarding’ van nieuwe collega’s gestroomlijnd, zodat zij een goede start krijgen bij de RSD. We willen als werkgever interessant blijven voor nieuwe collega’s. Een andere belangrijke pijler van de ontwikkelagenda is de inwoner centraal stellen in zijn ondersteuningsvraag en (ook met het oog daarop) de samenwerking en kennisuitwisseling tussen verschillende teams bevorderen. Eén van de instrumenten die we daarvoor hebben ingezet, is ‘Serious game, een uur in de bijstand’. Dit is een landelijk ontwikkeld spel dat de professional helpt om zich te kunnen verplaatsen in de situatie van een inwoner die bijstand aanvraagt.

Het spel zelf geeft inzicht; minstens zo belangrijk is het gesprek dat we daarna voeren, zodat we ook intern kunnen aanscherpen waar we dingen kunnen verbeteren. Het spel is door iedereen, ongeacht de functie, gespeeld. Het heeft inzichten opgeleverd waar we in 2024 verder mee aan de slag gaan. Strategische kaders werk en inkomen 2024-2027 Nadat de gemeenteraden in 2023 de strategische kaders hadden vastgesteld, zijn we aan de slag gegaan met de uitwerking waarvoor we als RSD ‘aan de lat staan’. Conform de afspraken in onze GR zijn de ambities uit de strategische kaders (het ‘wat’) uitgewerkt in een plan voor de komende jaren (het ‘hoe’). Dit is in 2023 vertaald in een meerjarig strategisch plan dat na afstemming met gemeenten tot stand is gekomen. Jaarstukken 2023 v0.3

9

Daarnaast zijn in de strategische kaders nieuwe afspraken gemaakt over het verdeelmodel participatiemiddelen. Om deze te kunnen implementeren, is inzicht nodig in de opbouw van de bestedingen en zijn aanpassingen nodig in de systemen van de RSD. In de tweede helft van 2023 is gestart met dat project, dat heeft geleid tot de formele besluitvorming in het Algemeen bestuur over het verdeelmodel. De financiële vertaling vindt plaats vanaf de begrotingswijzigingen 2024 en de Kadernota 2025. Verbouwing van het pand In de tweede helft van 2023 is ons pand verbouwd en aangepast aan het hybride werken. Er is één verdieping afgestoten en de overige twee verdiepingen zijn gemoderniseerd. De begane grond heeft een gastvrije uitstraling gekregen met een prettige omgeving voor zowel professionals als voor inwoners die ons pand bezoeken. De verbouwing is voorspoedig verlopen, binnen het afgesproken budget en binnen de geplande tijd. Formatie, bezetting en ziekteverzuim De formatie 2023 is 153,1 fte. De werkelijke bezetting ultimo 2023 is 147 fte voor de reguliere bedrijfsvoering. Daarnaast is 10,4 fte aan inhuur op projecten werkzaam per eind december. De ingehuurde medewerkers worden ingezet op de uitvoering van de regelingen energietoeslag en leefgeld Oekraïne en bij het opvangen van werkzaamheden van vertrokken medewerkers. We sluiten 2023 af met een verzuimpercentage van 3,49%.

Dit is vergelijkbaar met het percentage van vorig jaar (3,52%). Hiermee zitten we onder het landelijk gemiddelde van 4,8% (CBS). Medewerkersonderzoek In 2023 is een medewerkersonderzoek uitgevoerd, dat heeft geleid tot positieve resultaten. Op nagenoeg alle onderdelen scoort de RSD beter dan gemiddeld. Het onderzoek is uitgevoerd door een onafhankelijk bureau. Er zijn wel enkele aandachtspunten, waaronder de werkdrukbeleving bij enkele teams en de veelheid aan administratie die wordt ervaren. We zijn in gesprek met de teams over de resultaten van het onderzoek en de verbeterpunten per unit. Rapportage klachtenbehandeling Belangrijk bij het voorkómen van klachten zijn duidelijke (begrijpelijke) en tegelijkertijd vriendelijke taal, een zakelijke en begripvolle houding bij persoonlijke contacten en reflectie op het eigen handelen en communiceren. In 2023 zijn er 37 klachten ingediend, waarbij 73% betrekking had op communicatie en bejegening. Al deze klachten zijn schriftelijk en/of per e-mail bij ons ingediend. Van deze 37 klachten zijn er acht op formele wijze afgehandeld. Dat houdt in dat een formeel oordeel over de klacht is gegeven waarbij ook is doorverwezen naar de Nationale Ombudsman. Van de formele klachten is één klacht gegrond verklaard. Op 1 januari 2024 zijn er nog 6 klachten uit 2023 in behandeling. De overige 23 klachten zijn op informele wijze afgehandeld.

We hebben blijvend aandacht voor de manier waarop we met onze bewoners communiceren, zowel schriftelijk als telefonisch. Zo heeft een aantal medewerkers een training gevolgd die gericht was op helder en duidelijk schrijven. Ook het spelen van ‘Serious game’ heeft hieraan bijgedragen.

Jaarstukken 2023 v0.3

10

2. Financiële paragrafen

2.1. Weerstandsvermogen en risicobeheersing De structurele monitoring en het managen van risicomanagement wordt geborgd via de Planning & Control cyclus. Dit proces ziet er in het kort als volgt uit: - Begroting: inventarisatie van de risico’s voor de komende drie jaar; - 1e en 2e Nota Begrotingswijziging: het actualiseren van bestaande risico’s en inventarisatie mogelijke nieuwe risico’s; - Jaarstukken en Begroting: verantwoording en borging risico’s komende drie jaar. Om de beheersing en verantwoording te vergemakkelijken is per risico een eigenaar aangewezen. Deze persoon is verantwoordelijk voor de beheersing van het risico en legt daarover verantwoording af. Een risico is gedefinieerd als een onzekerheid die het realiseren van de doelstellingen in zowel positief als negatief opzicht kan beïnvloeden. Risico’s kunnen zich op alle niveaus binnen de organisatie voordoen (strategisch, tactisch en operationeel niveau) en risico’s kunnen ook uiteenlopend van aard zijn (bijvoorbeeld imago, financieel of compliance). De geïnventariseerde risico’s die relevant zijn voor het weerstandsvermogen worden gekwantificeerd. Het kwantificeren van risico’s betreft een inschatting van de mogelijke financiële schade (de impact), gecombineerd met een inschatting van de kans dat een mogelijke schade zich daadwerkelijk voordoet.

De inschattingen worden zo nauwkeurig mogelijk gemaakt, bijvoorbeeld op basis van ervaringscijfers, maar zekerheden kunnen aan deze inschattingen niet worden ontleend. De kwantificering van de risico’s wordt met enige regelmaat geactualiseerd. Risico’s kunnen een incidenteel of een structureel karakter hebben. In de kwantificering zijn incidentele risico’s één keer meegewogen. Structurele risico’s zijn voor drie jaar meegewogen omdat deze periode past waarbinnen maatregelen kunnen worden genomen de risico’s te beheersen. Gezien de aard en de complexiteit van de risico’s hebben wij ervoor gekozen om gebruik te maken van de methode van ‘impact’ x ‘kans’. Op basis van de risico-inventarisatie eind 2023 is de schatting dat de benodigde weerstandscapaciteit ultimo 2023 € 499.000 moet zijn. Samenvatting risico’s en benodigde weerstandscapaciteit In de uitwerking van de risico’s is een splitsing gemaakt van risico’s niet relevant en relevant voor het weerstandsvermogen van de RDWI. Risico’s die niet relevant zijn voor het weerstandsvermogen van de RDWI Het onderstaande risico is van belang voor de bedrijfsvoering, maar (nog) niet kwantificeerbaar en daardoor niet relevant voor het weerstandsvermogen: • Voor de bekostiging van de uitvoering van de Wet inburgering heeft het Rijk op macro niveau budget toegevoegd aan het gemeentefonds.

De hoogte van deze vergoeding stijgt niet mee met de verhoging van de huisvestingstaakstelling van de gemeenten. De taakstelling is echter vanaf de start van de wet bijna verdrievoudigd. De verwachting is dat deze taakstelling voor de komende jaren hoog zal blijven, gezien het aantal vluchtelingen dat Nederland de afgelopen periode heeft bereikt, en de landelijke maatregelen die worden genomen om de vastgelopen asielopvang op te lossen. Desondanks heeft het Rijk alleen tijdelijk extra middelen beschikbaar gesteld voor de begeleiding van deze doelgroep (laatste tranche voor 2024). Het is tot op heden onbekend welke middelen beschikbaar zullen zijn in het gemeentefonds voor de begeleiding vanaf 2025. De stijging van het aantal inburgeraars, het gaat naast asielstatushouders ook om gezinsmigranten, zet de dienstverlening onder druk. De begeleiding is intensief en Jaarstukken 2023 v0.3

11

•

duurt in het kader van inburgering meerdere jaren. De omvang van het risico is nog niet te kwantificeren. Wel stijgt het aandeel van deze groep in de totale dienstverlening van de RDWI. Vanaf 2026 ontvangen gemeenten minder middelen vanuit het Rijk (het zogenaamde ravijnjaar) voor de uitvoering van gemeentelijke taken. Dit zal ook voor de bedrijfsvoering van de RSD consequenties hebben. Waar de RDWI rekening mee moet houden dat zal op korte termijn duidelijk worden.

Naast deze nog niet kwantificeerbare risico’s zijn er risico's die we wel kunnen kwantificeren. Voor de risico’s die niet relevant zijn voor het weerstandsvermogen van de RDWI, maar wel voor de KRH gemeenten, gaat het om de zogenaamde ‘open einde regelingen’-risico’s. Het betreft: • Een tekort op de BUIG-budgetten tot het maximum van 10%. Naar aanleiding van de overschotten van de afgelopen jaren is de kans dat dit zich voordoet op 50% gezet; • De mogelijkheid dat de vangnetregeling niet wordt toegekend. Dit risico wordt ingeschat als laag, omdat de vangnetregeling onderdeel uit maakt van de BUIGsystematiek. De regels voor toepassing van de regeling zijn strenger geworden, waardoor het moeilijker wordt om aanspraak te maken op de regeling. • De lasten bijzondere bijstand en IIT kunnen stijgen, onder andere een stijging van schuldhulpaanvragen en bewindvoering en door hogere taakstelling inburgering. Door een actievere schulddienstverlening en vroeg signalering wordt de kans dat dit zich voordoet ingeschat op 70%; • Het risico debiteurenvorderingen is gelijk gebleven. De Tozo kredietverstrekkingen hebben het debiteurensaldo doen oplopen, maar de periode van invordering is verlengd tot 6 jaar. Daarnaast heeft het kabinet, indien nodig, volledige compensatie toegezegd; • Kredietverstrekking BBZ.

Bij de wijziging van financieringssystematiek van het BBZ is het risico voor kredietverstrekking voor 75% bij gemeenten gelegd. Het is mogelijk dat de toenemende verschuldiging van ondernemers op de middellange termijn tot meer aanvragen zal leiden. Voor de bepaling van de hoogte van het risico is nu uitgegaan van stijging van de kapitaalsvertrekkingen van 100% tot 200% en is de kans op 30% gezet; • Kinderopvang. De lasten zijn in 2023 verder gestegen ten opzichte van voorgaande jaren. In de doorkijk naar de begroting van 2024 en volgende jaren is hiermee al deels rekening mee gehouden. Vandaar dat het risico nu wordt ingeschat op 50%. Bij de bepaling van het risico is geen rekening gehouden met toekomstige wet- en regelgeving. In de volgende tabel is de financiële impact van de ‘open einde regelingen’-risico’s opgenomen. Deze financiële risico’s worden opgenomen, zodat de KRH gemeenten deze risico’s kunnen opnemen in hun begrotingen of weerstandsvermogen. Benodigde weerstandscapaciteit

Risico’s open einde regelingen totaal

(impact X kans X 3 jaar) Tekorten op BUIG budgetten

6.611.000

Vangnetregeling

117.000

Lasten bijzondere bijstand en IIT

399.000

Debiteurenvorderingen

223.000

Bedrijfskredieten (BBZ)

525.000

Onderzoeken levensvatbaarheid

89.000

Kinderopvang

286.000

Jaarstukken 2023 v0.3

12

Kredieten TOZO

PM

Totaal

Risico’s open einde regelingen BUIG budgetten per gemeente

8.250.000

Maximaal risico op BUIG per gemeente 2023, obv definitieve budgetten

Benodigde weerstandscapaciteit (impact X kans X 3 jaar) kans 50%

212.000 991.000 1.016.000 110.000 2.078.000 4.407.000

318.000 1.487.000 1.524.000 165.000 3.117.000 6.611.000

Bunnik De Bilt Utrechtse Heuvelrug Wijk bij Duurstede Zeist Totaal

De totaal benodigde weerstandscapaciteit voor het risico op de BUIG is ten opzichte van de Jaarrekening 2022 gedaald met circa € 34.000 (€ 6.645.000 in 2022 en € 6.611.000 in 2023) Risico’s die relevant zijn voor het weerstandsvermogen RDWI In de onderstaande tabel staan de risico’s die relevant zijn voor de bedrijfsvoering en het weerstandsvermogen van de RDWI. Op basis van ‘kans’ x ‘impact’ is de benodigde weerstandscapaciteit bepaald.

Risico’s

Maximaal risico per onderwerp

Benodigde weerstandscapaciteit (impact X kans X Incid /Structureel

Informatiebeveiliging & privacy

€ 725.000

€ 217.500

ICT samenwerking RID

€ 136.000

€ 122.500

Inhuur door hoger ziekteverzuim

€ 106.000

€ 159.000

Totaal

€ 967.000

€ 499.000

Informatiebeveiliging & privacy Dit risico heeft betrekking op mogelijk onrechtmatig delen of gebruik van (privacygevoelige) informatie met ketenpartners en het hacken van systemen. De volgende beheersmaatregelen zijn getroffen om het risico te beperken: • afspraken voor het rechtmatig gebruik -in het kader van de AVG- inclusief de eisen die de Autoriteit Persoonsgegevens stelt; • uitrol van het I-bewustzijnsprogramma voor medewerkers in 2023 • afspraken gebruik Suwinet; • afspraken over de inrichting van de control rol binnen de RSD (binnen team financiën en de Functionaris Gegevensbescherming) en de CISO binnen het IV samenwerkingsverband. Onderstaande risico’s en aandachtspunten op het gebied van informatieveiligheid & privacy zijn onderhanden. Noodzakelijke beheersmaatregelen zullen worden geïmplementeerd. - Identiteitscontrole bij telefonisch contact; - Indien bij de RSD een BOA functionaris (Sociaal Rechercheur) in dienst wordt genomen dan moeten wij voldoen aan de Wet op de Politiegegevens; - In algemene zin de uitvoering van DPIA’s voor processen of applicaties Jaarstukken 2023 v0.3

13

-

De logging en controle op de GBA-V opvragingen; Terug meldplicht bij foutieve BRP registraties.

In verband met het toegenomen bewustzijn binnen de organisatie en de genomen beheersmaatregelen is de inschatting van de kans gelijk gebleven (10%). Het risico blijft aangemerkt als structureel. Omdat de wettelijk maximale boete die opgelegd kan worden verlaagd is tot maximaal € 725.000, komt de benodigde weerstandscapaciteit uit op € 217.000. ICT samenwerking RID Het risico heeft betrekking op mogelijke kwetsbaarheid in de stabiliteit en continuïteit van de ICT systemen. Daarvoor zijn de volgende beheersmaatregelen getroffen: • continue aandacht en afspraken over de dienstverlening van de RID; • ISAE 3402 verklaring RDWI (waarborg dat processen die uitbesteed zijn, aantoonbaar in control zijn); • afspraken over de kwaliteit van de dienstverlening. De inschatting van de kans is op beperkt gesteld (30%). De impact is gekoppeld aan de personeelslasten als het systeem uitvalt. Dan kan het werk niet voortgezet worden. Het risico is aangemerkt als structureel. De benodigde weerstandscapaciteit komt daarmee uit op € 122.500. Ziekteverzuim De belangrijkste beheersmaatregelen voor het ziekteverzuimbeleid zijn: • Maandelijks intervisie van de verzuimdossiers; • Ondersteuning bij ziekteverzuimdossiers door arbeidsdeskundigen en de bedrijfsarts; • Bewaken ziekteverzuimdossiers. De inschatting van de kans is ongewijzigd op gemiddeld (50%).

Door actief verzuimbeleid is sprake van een daling in het ziekteverzuim. Hierdoor daalt de benodigde weerstandscapaciteit naar € 159.000. Het risico is aangemerkt als structureel. Samenvatting beschikbare weerstandscapaciteit In de praktijk bieden de reserves de meeste houvast als het gaat om beschikbare weerstandscapaciteit. Dat is het vermogen dat beschikbaar moet zijn om calamiteiten financieel aan te kunnen. Het is gebruikelijk om alleen de vrij besteedbare reserves en de posten onvoorzien mee te nemen voor de weerstandscapaciteit. Op de vrij besteedbare reserves liggen geen claims tot besteding. In de volgende tabel wordt een analyse gemaakt van de beschikbare weerstandscapaciteit. Beschikbaar Balans 31-12Weerstands2023 capaciteit

Eigen vermogen

Algemene reserve

511.650

Gerealiseerd resultaat 2023

753.725

Bestemmingsreserve groot onderhoud

55.000

Bestemmingreserve frictie

511.650

0

Bestemmingsreserve Bedrijfsvoering

178.329

Bestemmingsreserve ICT

0

Bestemmingsreserve Verbeterplan

0

Bestemmingsreserve Ontwikkelagenda

175.500

Bestemmingsreserve Tozo

402.000

Bestemmingsreserve Implementatie Inburgering Totaal eigen vermogen

0 2.076.204

Jaarstukken 2023 v0.3

14

511.650

Ratio weerstandsvermogen De ratio van het weerstandsvermogen wordt bepaald door de beschikbare weerstandscapaciteit te delen door de benodigde weerstandscapaciteit. Het Algemeen Bestuur heeft in 2021 besloten om te streven naar een maximaal weerstandsratio van 1 (voldoende). Om de ratio van 1 te realiseren kan het weerstandsvermogen worden verlaagd naar € 499.000 (mutatie € 12.651). Dit zal worden verwerkt in het voorstel resultaatbestemming. Waardering

Ratio Weerstandsvermogen

Betekenis

A

➢

2,0

Uitstekend

B

1,4 < x < 2.0

Ruim voldoende

C

1,0 < x < 1,4

Voldoende

D

0,8 < x < 1,0

Matig

E

0,6 < x < 0,8

Onvoldoende

F

< 0,6

Ruim onvoldoende

Financiële kengetallen De BBV schrijft voor om een verplichte basis-set van de volgende vier financiële kengetallen op te nemen in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing: - Netto schuldquote; - Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen; - Solvabiliteitsratio; - Structurele exploitatieruimte. Kengetallen

Rekening 2023

Begroting 2023

Rekening 2022

Netto schuldquote

4.3%

3.6%

1.9%

Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen

4.3%

3.6%

1.9%

Solvabiliteitsratio

15.33%

9,5%

22.04%

Structurele exploitatieruimte

0.82%

0.0%

1.63%

De netto schuldquote is hoger dan in 2022 als gevolg van aangetrokken langlopende leningen ter financiering en dekking investeringen. Het solvabiliteitsratio is in 2023 lager dan in 2022 als gevolg van de daling van bestemmingsreserves (eigen vermogen). Deze reserves zijn gekoppeld aan incidentele bedrijfsvoerings-activiteiten die voor de toekomst in omvang zullen afnemen. De structurele exploitatieruimte is in 2023 lager dan in 2022 onder andere omdat de werkelijke personele bezetting stijgt richting de maximaal toegestane formatie.

2.2. Onderhoud kapitaalgoederen In de jaarrekening is deze paragraaf bedoeld om te verantwoorden hoe het onderhoud van kapitaalgoederen is georganiseerd. Bij het uitvoeringsorgaan RSD is sprake van een beperkt aantal kapitaalgoederen (met name aanschaffingen voor kantoorinrichting en aanschaffingen ICT). Verder beschikt de GR RDWI – sinds de overname van de GR SWZ per 1 januari 2013 – over de kapitaalgoederen gebouwen, installaties en terreinen aan de Thorbeckelaan te Zeist. Deze worden verhuurd aan Biga Groep BV. Het meest recente onderhoudsplan van de Thorbeckelaan stamt uit 2022. De hoogte van de bestemmingsreserve groot onderhoud Thorbeckelaan is afdoende om de onderhoudsverplichtingen tot en met 2036 te dekken. Jaarstukken 2023 v0.3

15

2.3. Financiering Op basis van de gemeenschappelijke regeling doen de deelnemende gemeenten bij voorschot betalingen voor de uitvoering van de taken door de RDWI. Verder heeft de RDWI de mogelijkheid om een egalisatie en innovatiereserve te vormen. De bovengenoemde regeling, tezamen met het treasury statuut en de financiële verordening en uitvoeringsregels, geven de mogelijkheid om verantwoord om te gaan met de liquiditeitspositie van de RDWI. Deze positie is in 2023 maandelijks beoordeeld. Tussentijdse financiering is niet nodig geweest, mede dankzij het systeem van periodieke bevoorschotting door gemeenten. Berekening kasgeldlimiet 2023 (Wet Fido) : Omschrijving

1e Q 2023

2e Q 2023

3e Q 2023

4e Q 2023

(bedragen x € 1.000) 1. Toegestane kasgeldlimiet Begrotingstotaal 1 januari (=grondslag)

93.315

93.315

93.315

93.315

Kasgeldlimiet in % v.d. grondslag

8.2%

8.2%

8.2%

8.2%

Kasgeldlimiet in een bedrag

7.652

7.652

7.652

7.652

0

0

0

0

2.927

2.071

2.628

7.383

0

0

0

0

7.968

9.113

8.537

9.085

883

572

510

490

2. Omvang vlottende schuld Schulden in rekening courant Opgenomen gelden korter dan 1 jaar Overige geldleningen, niet zijnde vaste schuld Totaal vlottende schuld

3. Vlottende middelen Tegoeden in rekening-courant Contanten in Kas

0

0

0

0

Overige uitstaande gelden korter dan 1 jaar

2.748

1.382

3.071

7.860

Totaal vlottende middelen

9.175

9.983

8.221

7.439

Totaal netto vlottende schuld

-705

117

-953

-966

Toegestane kasgeldlimiet

7.652

7.652

7.652

7.652

Ruimte (+) c.q. overschrijding (-)

8.356

7.535

8.605

8.618

4. Toets kasgeldlimiet

Er is geen sprake van een overschrijding van de kasgeldlimiet. Renterisiconorm Omschrijving

2023

(bedragen x € 1.000) 1. Renteherzieningen op leningen

0

2. Netto nieuw aangetrokken schuld

(3.000)

3. Betaalde aflossingen

96

4. Renterisico (1+2)

(3.000)

5. Begrotingstotaal

93.315

Jaarstukken 2023 v0.3

16

6. Het bij Min. Regeling vastgestelde %

20%

7. Renterisiconorm

18.663

Toets renterisiconorm 8. Ruimte (+) c.q. overschrijding (-)

21.663

2.4. Bedrijfsvoering Bedrijfsvoering bestaat uit de onderdelen personeel, huisvesting, automatisering, communicatie, organisatieontwikkeling, financieel beheer en facilitaire dienstverlening. Aan de RDWI worden hoge eisen gesteld als het gaat om de kwaliteit van de dienstverlening. Dat betreft primair de dienstverlening aan de directe klanten en daarnaast de dienstverlening aan de deelnemende gemeenten. Begrippen die in algemene zin en ook binnen de RDWI onder meer een rol spelen als het gaat om de bedrijfsvoering zijn: - Rechtmatigheid: de RDWI handelt rechtmatig als zij handelt volgens de geldende weten regelgeving; - Betrouwbaarheid: de RDWI heeft haar zaken voor elkaar en voert de (wettelijke) regels voorspelbaar uit en handhaaft de regels; - Transparantie: een transparant overheidsorgaan biedt inzicht in de uitvoering van de programma’s en ondersteunende processen; - Doelmatigheid: de gestelde doelen bereiken met zo weinig mogelijk inzet van middelen of met een bepaalde inzet van middelen een zo goed mogelijk effect; - Doeltreffendheid: de effecten bereiken die beoogd waren.

Voor de kaders van bedrijfsvoering zijn binnen de RDWI de volgende actuele verordeningen en/of regelingen van kracht: een financiële verordening; controleverordening en een controleprotocol ten behoeve van de controlewerkzaamheden van de accountant; mandaat-, volmacht- en machtigingenbesluit, waarin het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter voor de uitoefening van met name genoemde bevoegdheden mandaat en volmacht verlenen aan de directeur; budgethoudersregeling, waarin aanvullende regels omtrent het financiële mandaat binnen de organisatie geregeld worden; Er is een intern controleplan. Deze verordeningen en regelingen zijn in 2023 beoordeeld en waar nodig geactualiseerd. Het controleprotocol 2023 ten behoeve van de accountantscontrole is op verzoek van het Algemeen bestuur gewijzigd. Deze wijziging is in de vergadering van het Algemeen bestuur van 13 december 2023 vastgesteld. Op het gebied van planning en control is een praktisch toepasbaar Planning en controlinstrumentarium aanwezig en een planning en controle jaarkalender. Organisatie De totale bezetting inclusief inhuur per 31 december 2023 is 147 fte inclusief 13,1 fte inhuur die wordt ingezet als flexibele schil binnen de organisatie. Daarnaast is per ultimo 2023 nog 10,4 fte inhuur ingezet op projecten per 31 december 2023.

Begrote formatie en bezetting RDWI (in fte) 2023 Formatie en bezetting reguliere dienstverlening

begrote formatie *)

Bezetting ultimo 3112-2023

153,1

133,9

Inhuur op formatie/ziekteverzuim

13,1

Begrote formatie en bezetting reguliere formatie Inhuur op projecten

153,1

147,0 10,4

Jaarstukken 2023 v0.3

17

Totaal

153,1

157,4

* incl wijziging -/- 0,8 fte na beoordeling ontwikkeling formatie 2022-2025

Toelichting Bovenstaande tabel geeft inzicht in de begrote formatie zoals die ultimo 2023 geldt en de werkelijke bezetting van de reguliere formatie ultimo 2023. De werkelijke bezetting inclusief inhuur reguliere formatie is 6,9 fte lager dan de begrote formatie. Daarnaast is eind 2023 op tijdelijke basis 10,4 fte ingehuurd op projecten. Dit betreft onder andere externe ondersteuning bij de uitvoering energietoeslag en regeling leefgeld Oekraïne en de lokale initiatieven (10% participatiebudget voor lokale projecten). Ter vergelijking: formatie ultimo 2022 In vergelijking met 2022 is de bezetting en inhuur op reguliere dienstverlening 2,7 fte hoger. Begrote formatie en bezetting RDWI (in fte) 2022

Formatie en bezetting reguliere dienstverlening

begrote formatie

Bezetting ultimo 3112-2022

151,7

131,2

Inhuur op formatie/ziekteverzuim

9,1

Begrote formatie en bezetting reguliere formatie

151,7

140,3

Inhuur op projecten

12,8

Totaal

151,7

153,1

Naast de reguliere dienstverlening heeft de organisatie in 2023 de regelingen energietoeslag en leefgeld Oekraïne uitgevoerd. Daarnaast is gewerkt aan de verschillende projecten om de bedrijfsvoering verder te verbeteren. Het gaat om bijvoorbeeld het project hybride werken en informatievoorziening en -veiligheid. Verder zijn verschillende beleidsregels en verordeningen geactualiseerd. Rechtmatigheid Bij de controle door de accountant is getoetst of de in de jaarrekening opgenomen verklaring omtrent de financiële rechtmatigheid getrouw tot stand is gekomen. De verklaring die door de accountant op dit punt is afgegeven, is onder hoofdstuk 15 Controleverklaring opgenomen. De beheersing van de financiële rechtmatigheid is o.a. geborgd door: Administratieve organisatie • Geautomatiseerde klantreis • Via interne controles o.b.v. een risico inventarisatie • Inrichting financiële systeem • Eerste lijns-controle financiële administratie • Kwaliteitscontroles • ICT Audits • Inkoop en aanbestedingsbeleid en ondersteuning IBMN • Notitie M&O beleid • Strategisch personeelsbeleid • De kaders voor de verantwoording zijn door het Algemeen bestuur in 2023 vastgesteld (artikel 10 van de financiële verordening). Daarbij is de verantwoordingsgrens bepaald op 1% van de totale begrote lasten inclusief toevoegingen aan reserves.

Bij een overschrijding van deze grens dient het totaal aan geconstateerde afwijkingen in de verklaring vermeld te worden. In de paragraaf bedrijfsvoering geeft het DB toelichting op alle afzonderlijke afwijkingen groter dan de door het AB vastgestelde rapportagegrens van € 50.000.

Jaarstukken 2023 v0.3

18

Hieronder wordt per rechtmatigheidscriterium een nadere toelichting gegeven op de bevindingen in het kader van de rechtmatigheid. 1 Begrotingscriterium Er is geen sprake van begrotingsonrechtmatigheden. De realisatie per eind 2023 is volledig binnen de vastgestelde begroting gebleven. Rapportagegrens: Voor zover er op specifieke begrotingsonderdelen sprake is van afwijkingen boven de rapportagegrens van € 50.000 zijn deze toegelicht in Hoofdstuk 7 Toelichting op overzicht baten en lasten. 2 Voorwaardencriterium Voor zover afwijkingen van het voorwaardencriterium worden geconstateerd die niet tevens tot fouten in de getrouwheid hebben geleid, vermeldt het DB deze in de verklaring omtrent de rechtmatigheid. Wanneer zich bij de uitvoering van de inkomensregelingen fouten zouden voordoen met betrekking tot het voorwaardencriterium dan zal dat meestal tevens tot getrouwheidsfouten leiden. In die gevallen worden die door de accountant betrokken bij de beoordeling van de getrouwheid en niet bij de rechtmatigheidsverklaring. Uit de interne controle zijn in 2023 geen afwijkingen of onduidelijkheden gebleken ten aanzien van dit criterium. 3 M&O-criterium Het M&O-beleid voor de Participatiewet en TOZO zijn vastgesteld door het AB. Het M&Obeleid voor Inburgering wordt in juli 2024 aangeboden aan het AB ter besluitvorming. Er zijn in 2023 geen onrechtmatigheden op dit gebied geconstateerd.

Conclusies rechtmatigheid Uit de interne beheersing zijn geen onrechtmatigheden gebleken. Het DB is van mening dat de rechtmatigheidsbeheersing in 2023 goed heeft gefunctioneerd en dat het beheersingsinstrumentarium op orde is.

2.5. Verbonden partijen Verbonden partijen zijn rechtspersonen waarmee de GR RDWI een bestuurlijke en financiële band heeft. Onder bestuurlijk belang wordt verstaan een zetel in het bestuur van een participatie of het hebben van stemrecht. Financieel belang is wanneer de gemeenschappelijke regeling middelen ter beschikking heeft gesteld en die kwijt is in geval van faillissement van de verbonden partij en/of als financiële problemen bij de verbonden partij verhaald kunnen worden op de GR RDWI. Verbonden partijen GR RDWI

De regionale ICT-Dienst Utrecht (RID)

Doel

De GR RID wil een betrouwbare, innovatieve en doelmatige ICTdienstverlener zijn die een solide ICT infrastructuur beheert die blijvend is afgestemd op de veranderende behoefte van de klant. In het dagelijks gebruik van deze infrastructuur worden de gebruikers klantvriendelijk en adequaat ondersteund. De RID ondersteunt ruim 1.800 accounts, 1600 werkplekken en ruim 600 applicaties. In zijn rol als ICT dienstverlener levert de RID de producten en diensten die met de klantorganisaties zijn afgesproken in de Dienstverleningsovereenkomst.

Deelnemende partijen

Gemeenten Baarn, Bunnik, De Bilt, Soest, Utrechtse Heuvelrug, Wijk bij Duurstede en de GR RDWI

Bestuurder(s)

Algemeen Bestuur. Namens de GR RDWI W.J. van Dijk.

Financiële bijdrage

Structurele bijdrage 2023 ad € 833.000 en incidentele kosten t.b.v. plusdiensten ca € 185.000 (Ehrm, NFS en hardware)

Jaarstukken 2023 v0.3

19

Financieel Resultaat

Verwacht resultaat 2023 € 17.000 (n.a.v. concept jaarrekening 2023)

Eigen en vreemd vermogen

EV € 87.000, Bestemmingsreserve € 135.000, Resultaat € 17.000; VV € 3.700.000 per 31-12-2023

Belang

De GR RDWI heeft een belang van ongeveer 11% in de RID.

Financiële ontwikkeling

De financiële bijdragen voor 2023 zijn gestegen met loon- en prijscompensatie. Daarnaast heeft RID in 2023 diverse projecten uitgevoerd. Het RID Resultaat 2023 is onder voorbehoud.

Inhoudelijke ontwikkeling

De meerjarige vraag naar de ICT-diensten van de RID wordt bepaald door de strategische Informatiebeleidsplannen van de klantorganisaties. Hierop baseert de RID het automatiseringsbeleid en de ICT architectuur voor de komende jaren. Dit vraagt echter wel om afstemming van de diverse Informatiebeleidsplannen en prioriteitstelling bij de hieruit voortvloeiende projecten. Hiertoe wordt een proces van strategische informatieplanning opgezet. Informatiebeleidsplannen worden vaak ingehaald door de dagelijkse realiteit. Het proces van informatieplanning voorziet in de mogelijkheid om eerder gemaakte plannen bij te stellen. In 2022 is de collectieve aanbesteding voor een nieuw financieel pakket doorgepakt.

Verbonden partijen GR RDWI

Doel

Deelnemende partijen

Stichting Inkoopbureau Midden Nederland Stichting Inkoopbureau Midden Nederland heeft als motto “Alleen samen kunnen we het Beste uit inkoop halen”. IBMN wil voor de deelnemers op het gebied van inkoop (in brede zin) meerwaarde realiseren door het leveren van maatwerk dienstverlening, in nauwe samenwerking met de deelnemers. Dit wil het bereiken door het aanbieden van professionele en deskundige inkoopondersteuning. Doel is om naast besparingen ook maximale sociale en maatschappelijke meerwaarde te realiseren middels inkoopprojecten. Gemeenten: De Bilt, IJsselstein, Leusden, Molenlanden, Montfoort, Scherpenzeel, Vijfheerenlanden, Woudenberg, Gemeenschappelijke Regelingen: GR RDWI, AVRES en RMN

Bestuurder(s)

Algemeen Bestuur: namens RDWI directeur B. Ruiter

Financiële bijdrage

€ 85.000 voor 2023 (vaste bijdrage + garantie afname)

Financieel Resultaat

2023 € 13.010 (conceptjaarverslag 2023)

Eigen en vreemd vermogen Belang Financiële ontwikkeling

Inhoudelijke ontwikkeling

31-12-2023 EV € 213.000 31-12-2023 VV € 0 RDWI heeft een belang van circa 10% (basis vaste bijdrage + garantieafname De verwachting is dat de kosten in 2024 ten opzichten van 2023 zich zullen stabiliseren In het bedrijfsplan van IBMN voor de periode 2022 tot en met 2025 zijn de volgende doelstellingen uitgewerkt: • IBMN wil eerder en vaker betrokken raken bij inkoopprojecten van de deelnemers, om betere projectvoorbereiding te realiseren en de kwaliteit van aanbestedingen te vergroten. • IBMN wil voor de deelnemers de impact die zij met hun inkoop beogen vergroten. IBMN streeft naar meer betrokkenheid bij het voorbereiden van contracten leveranciersmanagement.

Jaarstukken 2023 v0.3

20

2.6. Wet Open Overheid De Woo die vanaf 1 mei 2022 in werking is getreden heeft tot doel een transparante overheid te bevorderen en de informatiehuishouding van de overheid op orde te brengen. Voor gemeenten en gemeenschappelijke regelingen gelden de volgende verplichtingen uit de Woo die direct in werking treden: 1. Een contactpersoon aan te wijzen om vragen van inwoners te beantwoorden. 2. De bepalingen omtrent openbaarmaking op verzoek: voortaan moeten onder meer ook documenten met persoonlijke beleidsopvattingen van ambtenaren in geanonimiseerde vorm betrokken worden. Ook moet een Wob-verzoek elektronisch kunnen worden ingediend. 3. Maatregelen treffen om de duurzame toegankelijkheid van digitale documenten te borgen als randvoorwaarde om uitvoering te geven aan openbaarheid. 4. De inspanningsverplichting om informatie over beleid actief openbaar te maken Bovenstaande vier verplichtingen zijn geïmplementeerd in 2022 en 2023.

Jaarstukken 2023 v0.3

21

J AARREKENING 3. Balans Balans (voor resultaatbestemming) per 31 december 2023 ACTIVA 31-12-2023

31-12-2022

Investeringen met een economisch nut

7.075.242

5.316.519

Totaal vaste activa

7.075.242

5.316.519

2.905.500

319.012

0

0

Uitzettingen in Rijks schatkist

2.723.374

6.975.952

Totaal uitzettingen

5.628.874

7.294.964

Vaste activa

Materiele activa

Vlottende activa

Uitzettingen met een rente-typische looptijd korter dan één jaar Vorderingen op openbare lichamen Overige vorderingen

Liquide middelen Kassaldi Banksaldi

169

216

498.818

519.375

0

0

342.844

420.936

6.470.705

8.235.491

13.545.946

13.552.010

Overlopende activa De van overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel Nog te ontvangen / vooruitbetaalde bedragen

Totaal vlottende activa

Totaal-generaal

Jaarstukken 2023 v0.3

22

PASSIVA 31-12-2023

31-12-2022

Gerealiseerd resultaat

753.725

1.625.663

Algemene reserve

511.650

515.400

Bestemmingsreserves

810.829

846.329

2.076.204

2.987.392

320.384

457.665

Vaste schulden met een rentetypische looptijd > 1 jr

3.867.855

964.283

Totaal vreemd vermogen

4.188.239

1.421.948

Totaal vaste passiva

6.264.443

4.409.340

2.410.422

3.991.486

1.152.895

894.456

Vaste passiva Eigen vermogen

Totaal Eigen Vermogen

Vreemd vermogen Voorzieningen

Vlottende passiva

Netto vlottende schulden met een rente-typische looptijd < 1 jr Overlopende passiva Vooruit ontvangen bedragen Nog te betalen bedragen

3.718.186

4.256.728

Totaal overlopende passiva

4.871.081

5.151.184

Totaal vlottende passiva

7.281.503

9.142.670

Garantstellingen

0

0

Totaal-generaal

13.545.946

13.552.010

Gewaarborgde geldleningen

Jaarstukken 2023 v0.3

23

4. Overzicht van baten en lasten over het begrotingsjaar

Toelichting overzicht baten en lasten

Overzicht van baten en lasten

Primaire Begroting na Begroting 2e Nota

Rekening

Afwijking (Begroting na 2e Nota -/- rekening)

Programma Werk en Inkomen Lasten

93.315.350

108.700.443

107.890.621

809.822

Baten

12.311.900

14.101.126

14.648.962

-547.836

Saldo

81.003.450

94.599.317

93.241.659

1.357.658

Bijdragen gemeenten

80.853.450

94.483.317

93.252.884

1.230.433

Subtotaal algemene dekkingsmiddelen

80.853.450

94.483.317

93.252.884

1.230.433

Saldo van baten en lasten voor reserves

-150.000

-116.000

11.225

-127.225

Toevoeging reserves

-110.000

-110.000

-110.000

0

Onttrekking reserves

260.000

941.500

852.500

89.000

0

715.500

753.725

-38.225

Resultaat

Afwijking ten opzichte van de gewijzigde begroting na de 2e Nota Begrotingswijziging Ten opzichte van de 2e Nota is op de lasten van het programma Werk en inkomen een onderschrijding gerealiseerd van € 810.000. Daarnaast zijn de overige baten € 548.000 hoger dan de begroting na 2e Nota. De onderschrijding op de bijdragen gemeenten is € 1.230.000 en hangt samen met het voordeel van € 1,2 miljoen dat in totaal op de kerntaken is gerealiseerd. Bij de mutatie reserves zijn enkele afwijkingen. De onttrekking aan de overige reserves is ca € 89.000 lager dan begroot, in verband met afwijkingen op de kosten voor de projecten die gedekt worden uit de reserves. Het resultaat na reserves is € 753.725. Dit is een afwijking van € 38.225 positief ten opzichte van de gewijzigde begroting. In hoofdstuk 7 worden de afwijkingen per programmaonderdeel inhoudelijk toegelicht.

Jaarstukken 2023 v0.3

24

Toelichting overzicht baten en lasten Primaire Begroting na Begroting 2e Nota

Rekening

Afwijking (Begroting na 2e Nota -/- rekening)

Gebundelde uitkeringen Participatiewet / BBZ

47.101.600

47.826.550

47.836.635

-10.085

Bijzondere bijstand, Individuele Inkomenstoeslagen, Collectieve ziektekostenverzekeringen, minimabeleid en energietoeslag

6.233.150

16.443.020

15.814.076

628.944

Lasten per onderdeel Programma Werk en Inkomen

Noodregeling Oekraïners en vergoeding uitvoering regeling

0

1.870.000

1.465.023

404.977

Re-integratie, Participatie en Werkgeversdienstverlening

3.877.000

4.037.000

4.103.596

-66.596

Wet sociale Werkvoorziening

8.475.800

9.360.273

9.360.273

0

Kinderopvang

304.000

480.000

494.482

-14.482

Nieuwkomers

1.603.999

1.212.500

1.087.527

124.973

0

0

-1.894

1.894

Apparaatskosten RSD

16.835.801

18.432.100

18.191.652

240.448

Loonkosten SW

8.884.000

9.039.000

9.539.250

-500.250

Totaal lasten

93.315.350

108.700.443

107.890.621

809.822

Primaire Begroting na Begroting 2e Nota

Rekening

Afwijking (Begroting na 2e Nota -/- rekening)

Gebundelde uitkeringen Participatiewet / BBZ

47.101.600

47.826.550

47.836.635

-10.085

Bijzondere bijstand, Individuele Inkomenstoeslagen, Collectieve ziektekostenverzekeringen, minimabeleid en energietoeslag

6.233.150

16.443.020

15.814.076

628.944

Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo)

Baten per onderdeel Programma Werk en Inkomen

Noodregeling Oekraïners

0

1.870.000

1.465.024

404.976

Re-integratie, Participatie en Werkgeverdienstverlening

3.877.000

4.037.000

4.103.596

-66.596

Wet Sociale Werkvoorziening

8.475.800

9.360.273

9.360.274

-1

Kinderopvang

304.000

480.000

494.482

-14.482

Nieuwkomers

1.603.999

1.212.500

1.087.526

124.974

0

0

-1.894

1.894

Apparaatskosten RSD

16.685.801

18.316.100

18.202.876

113.224

Apparaatskosten (bijdrage BIGA)

8.884.000

9.039.000

9.539.250

-500.250

93.165.350

108.584.443

107.901.845

682.598

Saldo van baten en lasten

-150.000

-116.000

11.225

-127.225

Toevoeging reserves

-110.000

-110.000

-110.000

0

Onttrekking reserves

260.000

941.500

852.500

89.000

0

715.500

753.725

-38.225

Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo)

Totaal baten

Resultaat

Het gerealiseerde resultaat na mutaties reserves bedraagt € 753.725 positief. Een inhoudelijke toelichting per onderdeel is in hoofdstuk 7 opgenomen. Jaarstukken 2023 v0.3

25

5. Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling Inleiding De jaarrekening is opgesteld met inachtneming van de voorschriften die het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten daarvoor geeft. Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vindt plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij het desbetreffende balanshoofd anders is vermeld, worden de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarden. De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten worden slechts opgenomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen als zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. Personeelslasten worden in principe toegekend aan het boekjaar waarop zij betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q. schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, worden sommige personele lasten echter toegekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt; daarbij moet onder andere gedacht worden gedacht aan componenten zoals ziektekostenpremie ten behoeve van gepensioneerden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14278871/1