Bijlage 2 Begroting 2024 Meerjarenraming 2025-2027 v0.3
Tekst van het document
BEGROTING 2024 EN MEERJARENRAMING 20252027 RDWI Versie 0.3
Begroting 2024- v0.3
pag. 1
Voorwoord Hierbij bieden wij u de Begroting 2024 en Meerjarenraming 2025-2027 van de Regionale Dienst Werk en Inkomen Kromme Rijn Heuvelrug (RDWI) aan. De Begroting is gebaseerd op de Kadernota 2024 en de door uw gemeenteraden ingediende zienswijzen daarop. Onze kerntaak is het ondersteunen van inwoners die vanwege uiteenlopende redenen afhankelijk zijn van een uitkering Participatiewet, die hulp nodig hebben bij schulden of die een inburgeringstraject doorlopen. We werken aan een inclusieve samenleving waarin voor iedereen plek is. Daarom is uitgangspunt om de inwoner centraal te stellen in zijn/haar ondersteuningsvraag. We werken vanuit vertrouwen in de inwoner, met een juiste balans tussen ‘rechtmatigheid’ en ‘doelmatigheid’ en passen waar nodig maatwerk toe. Dat doen we door onze professionals zoveel mogelijk te faciliteren om eigenaarschap te tonen, integraal samen te werken en de professionele ruimte te benutten die zij hebben. We werken nauw samen met onze lokale en regionale netwerkpartners, zodat we de inwoners van onze regio zo goed mogelijke dienstverlening kunnen bieden. Vanuit onze rol denken we pro-actief mee met en spelen we in op de uitdagingen waar gemeenten voor staan in het sociaal domein.
De ontwikkelingen zoals geschetst in de Kadernota 2024 zijn het uitgangspunt voor deze Begroting, waarbij we waar mogelijk al rekening hebben gehouden met de nieuwe Strategische Kaders Werk en Inkomen 2024-2027, waarvan de contouren eind maart 2023 aan de gemeenteraden geschetst zijn. Op het moment van schrijven moet hierover nog besluitvorming plaatsvinden in de diverse gemeenteraden. De inhoudelijke lijn komt grotendeels overeen met de koers die door de RDWI al is ingezet. De definitieve vaststelling van de kaders en de uitwerking van de kaders zullen mogelijk nog leiden tot aanpassingen of bijstellingen. Als het nodig is, zullen we daarvoor in een later stadium begrotingswijzigingen aan u voorleggen. Ook in 2024 is het uitgangspunt van de RDWI dat we binnen het brede sociaal domein de best mogelijke ondersteuning voor de inwoner willen organiseren, samen met onze netwerkpartners. Er staat een stevig fundament waarmee we dienstverlening bieden aan werkgevers in de regio en inwoners die onze ondersteuning nodig hebben.
Zeist, 17 mei 2023 W.J. (Walter) van Dijk, Voorzitter bestuur RDWI
Begroting 2024- v0.3
R.B. (Bernice) Ruiter Directeur RDWI
pag. 2
Inhoudsopgave 1 SAMENVATTING ......................................................................................................... 4 1.1. AMBITIES 2024 ........................................................................................................... 4 1.2. TOTAALOVERZICHT VAN BATEN EN LASTEN ................................................................ 5 1.3. TOTAALOVERZICHT VAN BATEN EN LASTEN PER ONDERDEEL ..................................... 6 2 UITVOERING KERNTAKEN RSD .................................................................................... 9 2.1. ONTWIKKELING VAN HET BESTAND EN BUIG-BUDGET ................................................ 9 2.2. RE-INTEGRATIE, PARTICIPATIE EN DIENSTVERLENING AAN WERKGEVERS ................. 12 2.3. INKOMENSVOORZIENINGEN ..................................................................................... 14 2.4. DIENSTVERLENING AAN INBURGERAARS .................................................................. 16 2.5. HULP BIJ SCHULDEN ................................................................................................. 17 3 WET SOCIALE WERKVOORZIENING ........................................................................... 18 4 BEDRIJFSVOERING .................................................................................................... 19 4.1.
ORGANISATIE EN APPARAATSKOSTEN ...................................................................... 19 4.2 OVERZICHT LASTEN PER TAAKVELD EN FORMATIE OVERHEAD .................................. 22 4.3 OVERZICHTEN PER GEMEENTE .................................................................................. 22 5 FINANCIËLE PARAGRAFEN............................................................................................ 24 5.1 WEERSTANDSVERMOGEN EN RISICOBEHEERSING .................................................... 24 5.2. STAAT VAN RESERVES EN VOORZIENINGEN .............................................................. 29 5.3. INCIDENTELE BATEN EN LASTEN .............................................................................. 30 5.4. ONDERHOUD KAPITAALGOEDEREN .......................................................................... 31 5.5. FINANCIERING .......................................................................................................... 32 5.6. BEDRIJFSVOERING .................................................................................................... 34 5.7. WET OPEN OVERHEID ............................................................................................... 36 5.8. VERBONDEN PARTIJEN .............................................................................................
37 6 KENGETALLEN ............................................................................................................. 39 BIJLAGE BIJDRAGEN GEMEENTEN ’25-’27 ....................................................................... 40
Begroting 2024- v0.3
pag. 3
1 Samenvatting In de Begroting 2024 schetsen we wat we komend jaar aan dienstverlening bieden voor de inwoners van de KRH-regio, wat we samen met de gemeenten en onze andere partners willen bereiken en wat de financiële vertaling daarvan is.
1.1. Ambities 2024 In deze Begroting geven we aan wat we ten behoeve van de inwoners van onze regio willen bereiken. We doen dat op basis van de volgende bouwstenen: - De (concept) Strategische kaders 2024-2027. Op het moment van schrijven zijn deze formeel nog niet vastgesteld, maar de kaders zoals ze nu bekend zijn bieden voldoende houvast voor een vertaling naar de ambities voor 2024 - De ambities zoals geformuleerd in de ontwikkelagenda die in augustus 2022 is vastgesteld in het Algemeen bestuur - De ontwikkelingen die we op ons af zien komen, zoals geschetst in de Kadernota 2024 Bovenstaande bouwstenen sluiten op elkaar aan. De gemeenschappelijke noemer is dat we doen wat nodig is om de inwoner te ondersteunen, vanuit vertrouwen in de inwoner, met een juiste balans tussen ‘rechtmatigheid’ en ‘doelmatigheid’. Waar nodig, passen we maatwerk toe. We zijn daarbij wendbaar om nieuwe taken op te pakken als de situatie daar om vraagt, zoals we ook de afgelopen jaren hebben gedaan. Dat is een continu proces dat niet in 2024 ‘af’ is, maar het vergt regelmatige afstemming en aanpassing van de dienstverlening en voortdurende aandacht voor het vakmanschap van de professional.
De ambities voor 2024 zijn: Ontwikkeling van het bestand en BUIG-budget1 • De ontwikkeling van het bestand BUIG houdt gelijke tred met de landelijke ontwikkeling • Een effectief proces bij de intake, gericht op een vroegtijdige begeleiding naar werk en het voorkomen van onnodige instroom in de uitkering Re-integratie, participatie en dienstverlening aan werkgevers • Zicht op de participatie- en uitstroommogelijkheden van alle inwoners met een uitkering • Een effectieve inzet van het instrument loonkostensubsidie, gericht op inwoners met een arbeidsbeperking, waarbij we streven naar duurzame plaatsing bij werkgevers • Maximale plaatsing van kandidaten beschut werk die beschikbaar zijn voor werk, met als maximum het aantal waarvoor gemeenten de middelen ontvangen vanuit het ministerie • Optimaal gebruik van de kansen die er zijn in de bovenregionale samenwerking, ten behoeve van onze lokale aanpak Inkomensvoorzieningen • Het vergroten van het bereik en de bekendheid van regelingen, in samenspraak met de gemeenten en onze lokale netwerkpartners • Waar mogelijk en wenselijk, in afstemming met onze gemeenten vooruitlopen op wetgeving (voor zover het verbeteringen voor de inwoner betreft) 1
‘BUIG’ is de gebruikelijke term voor de gebundelde uitkeringen Participatiewet
Begroting 2024- v0.3
pag. 4
Dienstverlening aan inburgeraars • Alle inburgeraars hebben een traject aangeboden gekregen, op weg naar duurzame inburgering en participatie in de samenleving • Zoveel mogelijk inburgeraars kunnen duurzaam aan het werk, tijdens of na de afronding van hun inburgering Hulp bij schulden • Het ontwikkelen van concrete activiteiten samen met onze netwerkpartners, gericht op preventie van schulden • Verdere ontwikkeling van begeleiding en nazorg gericht op het voorkómen van recidive De manier waarop we bovenstaande willen bereiken, is uitgewerkt in hoofdstuk 2. We rapporteren via de going concern bestuursrapportages over de voortgang en we verantwoorden via de Jaarrekening. Daarnaast rapporteren we over een aantal kengetallen. Deze zijn samengevat in hoofdstuk 6.
1.2. Totaaloverzicht van baten en lasten In onderstaande tabellen zijn de overzichten van baten en lasten (conform BBV art. 17 t/m 19) uitgewerkt. Overzicht van baten en lasten
Realisatie 2022
Begroting 2023
2024
2025
2026
2027
Programma Werk en Inkomen Lasten
99.806.735
93.315.350
98.791.640
98.800.040
99.385.440
99.410.740
Baten
14.723.751
12.311.900
12.432.000
11.958.100
11.535.900
11.535.900
Saldo
85.082.984
81.003.450
86.359.640
86.841.940
87.849.540
87.874.840
Subtotaal programma’s
85.082.984 81.003.450 86.359.640 86.841.940 87.849.540 87.874.840
Bijdragen gemeenten
86.216.138
Subtotaal algemene dekkingsmiddelen
86.216.138 80.853.450 86.209.640 86.691.940 87.699.540 87.747.840
Totaal saldo van baten en lasten Toevoeging reserves Onttrekking reserves Gerealiseerd / begroot resultaat
80.853.450
86.209.640
86.691.940
87.699.540
87.747.840
1.133.154
-150.000
-150.000
-150.000
-150.000
-127.000
-110.000
-110.000
-110.000
-110.000
-110.000
-110.000
602.508
260.000
260.000
260.000
260.000
237.000
1.625.662
0
0
0
0
0
Toelichting In de Begroting 2024 zijn de mutaties uit de Kadernota 2024 verwerkt. Naar aanleiding van de zienswijzen van de gemeenten zijn de volgende wijzigingen doorgevoerd ten opzichte van de Kadernota 2024: • Gebundeld budget BUIG: in dit budget is het structureel effect verwerkt van de verhoging van het wettelijk minimumloon in 2023. Dit effect is ook verwerkt in de raming van het budget dat de gemeenten ontvangen van het Rijk. Hierdoor is het effect voor het resultaat van de gemeenten per saldo budgettair neutraal;
Begroting 2024- v0.3
pag. 5
• • •
De raming van het budget kinderopvang is aangepast op basis van de ontwikkeling van de kosten in 2022; Het structureel effect van de CAO 2023 is verwerkt in de apparaatsbegroting 2024; Het gevolg van de verhoogde taakstelling voor asielstatushouders voor de uitvoering van de Wet inburgering is ook verwerkt in de apparaatsbegroting.
1.3. Totaaloverzicht van baten en lasten per onderdeel Lasten per onderdeel Programma Werk en Inkomen Gebundelde uitkeringen / BBZ BUIG deel loonkostensubsidie Tijdelijke overbruggingsregeling (Tozo) Bijzondere Bijstand Individuele inkomenstoeslagen Collectieve ziektekostenverzekeringen Minimabeleid gemeenten Energietoeslag en uitvoering regeling Re-integratie, Participatie, inclusief jeugdwerkloosheid Voorzieningen Wet Inburgering (WNI) en intensieve aanpak oude wet inburgering Wet sociale Werkvoorziening Kinderopvang Noodregeling Oekraïners en vergoeding uitvoering regeling Apparaatskosten RSD Apparaatskosten Uitvoering Wet Inburgering Bijdrage aan BIGA loonkosten SW Totaal lasten Baten per onderdeel Programma Werk en Inkomen Gebundelde uitkeringen / BBZ BUIG deel loonkostensubsidie Tijdelijke overbruggingsregeling (Tozo)
Begroting 2024- v0.3
Realisatie 2022
Begroting 2023
2024
2025
2026
2027
40.603.338
44.223.600
47.134.700
47.850.300
48.723.500
48.953.500
2.305.183
2.878.000
3.052.600
3.357.700
3.693.500
3.693.500
7.845
0
0
0
0
0
3.227.206
3.074.000
3.218.900
3.218.900
3.218.900
3.218.900
1.141.265
1.142.000
1.142.000
1.142.000
1.142.000
1.142.000
1.363.617
1.317.150
1.441.800
1.441.800
1.441.800
1.441.800
638.584
700.000
725.000
725.000
725.000
725.000
9.363.934
0
0
0
0
0
3.556.921
3.877.000
4.047.900
4.141.700
4.235.000
4.235.000
283.097
1.604.000
1.726.750
1.695.500
1.695.500
1.695.500
8.930.500
8.475.800
8.457.900
8.013.200
7.718.500
7.536.800
422.629
304.000
439.000
439.000
439.000
439.000
1.927.829
0
0
0
0
0
15.528.982
15.587.700
16.816.450
16.660.200
16.660.200
16.637.200
510.400
648.100
984.540
984.540
984.540
984.540
600.000
600.000
600.000
600.000
600.000
600.000
9.395.405
8.884.000
9.004.100
8.530.200
8.108.000
8.108.000
99.806.735 93.315.350 98.791.640 98.800.040 99.385.440 99.410.740 Realisatie 2022
Begroting 2023
2024
2025
2026
2027
40.603.338
43.884.600
47.134.700
47.850.300
48.723.500
48.953.500
2.305.183
2.878.000
3.052.600
3.357.700
3.693.500
3.693.500
7.845
0
0
0
0
0
pag. 6
Bijzondere bijstand Individuele inkomenstoeslagen Collectieve Ziektekostenverzekering Minimabeleid gemeenten Energietoeslag en uitvoering regeling Re-integratie, Participatie, inclusief jeugdwerkloosheid Voorzieningen Wet Inburgering (WNI) en intensieve aanpak oude wet inburgering Wet Sociale Werkvoorziening Kinderopvang Noodregeling Oekraïners en vergoeding uitvoering regeling Apparaatskosten RSD Apparaatskosten Uitvoering Wet Inburgering Bijdrage gemeenten aan BIGA Loonkosten SW Totaal baten Gerealiseerd / begroot totaal saldo van baten en lasten Toevoeging reserves
3.227.206
3.074.000
3.218.900
3.218.900
3.218.900
3.218.900
1.141.265
1.142.000
1.142.000
1.142.000
1.142.000
1.142.000
1.363.617
1.317.150
1.441.800
1.441.800
1.441.800
1.441.800
638.584
700.000
725.000
725.000
725.000
725.000
9.363.934
0
0
0
0
0
3.556.921
3.877.000
4.047.900
4.141.700
4.235.000
4.235.000
189.347
1.604.000
1.726.750
1.695.500
1.695.500
1.695.500
8.930.500
8.475.800
8.457.900
8.013.200
7.718.500
7.536.800
422.629
304.000
439.000
439.000
439.000
439.000
1.927.829
0
0
0
0
0
16.605.589
15.437.700
16.666.450
16.510.200
16.510.200
16.510.200
566.950
648.100
984.540
984.540
984.540
984.540
600.000
600.000
600.000
600.000
600.000
600.000
9.395.405
8.884.000
9.004.100
8.530.200
8.108.000
8.108.000
100.846.142
93.165.350
98.641.640
98.650.040
99.235.440
99.283.740
1.039.404
-150.000
-150.000
-150.000
-150.000
-127.000
-110.000
-110.000
-110.000
-110.000
-110.000
-110.000
Onttrekking reserves
602.508
260.000
260.000
260.000
260.000
237.000
Gerealiseerd/ begroot resultaat
1.531.912
0
0
0
0
0
Toelichting programmakosten Het totaal van baten en lasten in 2024 bedraagt € 98.791.640. Dit is bijna € 4,6 miljoen hoger dan verwacht werd in de Begroting 2023. De stijging hangt vooral samen met de inflatie in 2022 en 2023, de stijging van het wettelijk minimumloon, de CAO SGO 2023 en de verwachte toename van het aantal inburgeraars. Op basis van de meerjarige raming van het CPB verwacht de RDWI een stijging van de baten en lasten van 2024 tot 2027 tot € 99.410.470. De ontwikkeling van de lasten gebundelde uitkeringen en loonkostensubsidie, de lasten Wsw en het participatiebudget volgen de meerjarige trends die het CPB en het Rijk voorzien. Voor de overige programmalasten wordt het begrotingsjaar geactualiseerd op historische ontwikkeling. De voorzieningen inburgering zijn ongewijzigd gelaten ten opzichte van de begroting 2023, omdat er nog geen duidelijke trend zichtbaar is. Bij de prognose van het re-integratiebudget is uitgegaan van de huidige afspraken met gemeenten. Naar aanleiding van de Strategische kaders werk en inkomen 2024-2027 worden deze mogelijk herzien.
Begroting 2024- v0.3
pag. 7
Toelichting apparaatskosten Voor de apparaatskosten geldt dat het budget wordt aangepast voor de loon- en prijscompensatie zoals verwacht voor het begrotingsjaar en dat het structureel effect van eerder genomen besluiten van het Algemeen bestuur worden verwerkt. In de Kadernota 2024 waren de besluiten van het Algemeen bestuur verwerkt over het project informatievoorziening en informatieveiligheid, de uitbreiding van de formatie voor de functionaris gegevensbescherming, de Privacy Officer en extra inzet in verband met de Wet openbare overheid. Het apparaatskostenbudget is, ten opzichte van de Kadernota 2024, verhoogd met extra looncompensatie. Het gaat hierbij om het effect van de CAO afspraken 2023. Conform het besluit van het Algemeen bestuur (d.d. 12 april 2023) is ook de uitbreiding van de formatie voor de dienstverlening in het kader van de Wet inburgering opgenomen. De daling van de apparaatskosten in 2025 hangen samen met de afbouw van de intensieve aanpak.
Begroting 2024- v0.3
pag. 8
2 Uitvoering kerntaken RSD De ambities voor 2024 (zie hoofdstuk 1) zijn vertaald naar concrete activiteiten. In dit hoofdstuk wordt aangegeven wat we doen om deze na te streven en wat dit financieel betekent.
2.1. Ontwikkeling van het bestand en BUIG-budget Voor de ontwikkeling van het bestand en het BUIG-budget baseren we ons op de ramingen van het CPB. Zoals geschetst in de Kadernota, houden we rekening met een stijging van het uitkeringsbestand in 2024. De ramingen blijven onzeker. De ontwikkeling van het bestand is afhankelijk van de ontwikkeling van de economie en de arbeidsmarkt. Daarnaast zal de component loonkostensubsidie in het BUIG-budget verder toenemen. Wat willen we bereiken • De ontwikkeling van het bestand BUIG houdt gelijke tred met de landelijke ontwikkeling • Een effectief proces bij de intake, gericht op een vroegtijdige begeleiding naar werk en het voorkomen van onnodige instroom in de uitkering Wat gaan we doen Als bij een aanvraag blijkt dat betaald werk mogelijk is, streven we naar directe bemiddeling naar werk Direct bij een aanvraag levensonderhoud worden de mogelijkheden voor werk beoordeeld. Inwoners die snel aan de slag kunnen, verwijzen we naar onze recruiter of jobhunter. Soms vindt iemand een baan voordat het aanvraagproces voor de uitkering is afgerond. Om uitstroom te stimuleren wanneer iemand al een uitkering heeft, zijn reintegratieactiviteiten (in brede zin) de belangrijkste instrumenten. In paragraaf 2.2 wordt hier uitgebreider op ingegaan.
Loonkostensubsidies vergroten de mogelijkheden voor werk Binnen het BUIG-budget zijn er ook middelen om loonkostensubsidies te verstrekken aan werkgevers voor inwoners die vanwege een beperking een verminderde productiviteit hebben. De loonkostensubsidie zetten we steeds vaker in voor werkplekken voor inwoners met een arbeidsbeperking. Daarmee stromen inwoners direct geheel of gedeeltelijk (afhankelijk van de omvang van het dienstverband) uit de uitkering. Deze subsidies worden door het Rijk vergoed op basis van werkelijk verstrekte subsidies. De inzet van loonkostensubsidies heeft ook gevolgen voor het participatiebudget (zie paragraaf 2.2), omdat deze inwoners vaak begeleid worden op de werkplek.
Begroting 2024- v0.3
pag. 9
Wat betekent dit financieel Tabel gebundelde uitkeringen BUIG, BBZ starters en BBZ 2004 Lasten BUIG gebundelde uitkeringen / BBZ starters en gevestigden BUIG deel loonkostensubsidie
Overige posten BBZ 2004: Kredietverlening BBZ Onderzoekskosten levensvatbaarheid Subtotaal BBZ 2004 bedrijfskredieten en onderzoekskosten Totaal lasten BUIG /BBZ Baten BUIG gebundelde uitkeringen / BBZ starters en gevestigden BBZ 2004
Realisatie 2022
Begroting 2023
2024
2025
2026
2027
40.419.315
43.884.600
46.745.700
47.461.300
48.334.500
48.564.500
2.305.183
2.878.000
3.052.600
3.357.700
3.693.500
3.693.500
98.950
239.000
239.000
239.000
239.000
239.000
85.073
100.000
150.000
150.000
150.000
150.000
184.023
339.000
389.000
389.000
389.000
389.000
42.908.521 47.101.600 50.187.300 51.208.000 52.417.000 52.647.000
866.824
950.000
950.000
950.000
950.000
950.000
206.811
143.400
143.400
143.400
143.400
143.400
Totaal Baten BUIG / BBZ Bijdragen gemeenten
1.073.635
1.093.400
1.093.400
1.093.400
1.093.400
1.093.400
41.834.886
46.008.200
49.093.900
50.114.600
51.323.600
51.553.600
Totaal baten
42.908.521 47.101.600 50.187.300 51.208.000 52.417.000 52.647.000
Gerealiseerd / begroot totaal saldo van baten en lasten
0
0
0
0
0
0
Toelichting Voor de raming van de lasten 2024 BUIG / BBZ uitkering levensonderhoud starters en gevestigden is de prognose van het CPB in september 2022 als uitgangspunt genomen. Daarnaast is de raming na de Kadernota 2024 nog verhoogd als gevolg van de verhoging van het wettelijk minimumloon (WML) in 2023. De normen van de Participatiewet zijn hieraan gekoppeld. Tevens is de raming van de Rijksbijdrage aan gemeenten met hetzelfde percentage verhoogd. Daardoor heeft de verhoging voor gemeenten budgettair geen gevolgen. Het stijgen van het benodigde budget in 2024 en verder ten opzichte van de realisatie in 2022 heeft nog andere oorzaken. Bij de raming 2024 is uitgegaan van: - Een stijging van de loonkostensubsidie in 2024 met ruim 32% ten opzichte van de realisatie in 2022. - Een stijging van het aantal bijstandsgerechtigden tot 2.850 gemiddeld in 2024 (ter vergelijking: eind 2022 waren er 2.699 bijstandsgerechtigden); - Het aantal zelfstandigen dat een beroep moet doen op de BBZ uitkering levensonderhoud is constant gehouden. Na het stopzetten van de coronamaatregelen
Begroting 2024- v0.3
pag. 10
in 2022 is gebleken dat de meeste ondernemers hun activiteiten kunnen voortzetten zonder (aanvullende) uitkering levensonderhoud. Loonkostensubsidie Sinds de invoering van de Participatiewet worden loonkostensubsidies voor de banenafspraak en beschut werk uit de BUIG-middelen gefinancierd. Naarmate we meer mensen met een indicatie plaatsen waarvoor loonkostensubsidie verstrekt wordt, neemt die component een steeds belangrijkere plaats in bij de ontwikkeling van de lasten BUIG. De gemiddelde loonkostensubsidie is 55% van het wettelijk minimumloon, bij een beschut werk plaats kan dit oplopen tot 70% of meer. Het effect van de inzet van loonkostensubsidies is meegenomen in de berekening van de BUIG. BBZ 2004 overige posten De kredietverlening BBZ betreft het verstrekken van bedrijfskredieten. Het budget voor kredietverstrekking is in 2024 gelijk gehouden aan de afgelopen jaren. De ontwikkeling van de kredietverlening in 2022 geeft geen aanleiding om dit budget aan te passen. Het is moeilijk om een inschatting te maken van eventuele stijging of daling van de kredieten. Het gaat om een beperkt aantal aanvragen en zeer wisselende bedragen. Resultaat BUIG/gebundelde uitkering voor gemeenten Ter dekking van kosten BUIG/gebundelde uitkering ontvangen gemeenten van het Rijk een bijdrage via de verdeling van het BUIG macrobudget.
In deze begroting is er vanuit gegaan dat voor alle gemeenten het resultaat op de BUIG € 0 is. Dat betekent ook dat de verwachting is dat geen van de gemeenten een aanvraag hoeft te doen voor de Vangnetregeling en dat er geen effect van ontschotting is. Dit wordt ook gepresenteerd in onderstaande tabel. Het verwachte Rijksbudget BUIG per gemeente is opgenomen in kolom A. Op dit budget worden de geraamde Lasten BUIG/BBZ levensonderhoud (kolom B1) en Lasten loonkostensubsidie (kolom B2) en de baten uit terugvordering en verhaal (kolom C) op in mindering gebracht. Per saldo ontstaat het Resultaat op de BUIG/ BBZ per gemeente (kolom D). Deze is voor alle gemeenten budget neutraal.
Resultaat BUIG 2024
A. B1. LASTEN B2. LASTEN Rijksbudgetten BUIG/BBZ Loonkostensubsidie BUIG levensonderhoud
C. Totaal baten T&V
D. Resultaat (voor/na na ontschotting) A -/-B1-/-B2 -/-C
Bunnik
2.114.000
-1.996.400
-138.000
20.400
0
De Bilt
10.362.000
-9.957.300
-567.000
162.300
0
Utrechtse Heuvelrug
10.695.000
-10.043.900
-840.100
189.000
0
Wijk bij Duurstede
4.191.000
-4.032.600
-334.000
175.600
0
Zeist
21.486.000
-20.715.500
-1.173.500
403.000
0
Totaal budget
48.848.000
-46.745.700
-3.052.600 950.300
0
Afwikkeling Tozo regeling Tot oktober 2021 liep de regeling Tijdelijke ondersteuning zelfstandig ondernemers (Tozo). Deze noodregeling was bedoeld ter ondersteuning van zelfstandigen tijdens de coronacrisis. Naast een uitkering levensonderhoud kon een beperkt bedrijfskrediet verstrekt worden in geval van liquiditeitsproblemen. Tot eind 2021 is voor € 2,9 miljoen aan kredieten verstrekt. Vanaf juli 2022 worden deze kredieten in principe in zes jaar terugbetaald. De ontvangen baten moeten worden terugbetaald aan het Rijk. Omdat het
Begroting 2024- v0.3
pag. 11
terugbetalingsritme mede afhankelijk is van het economisch herstel, is een PM post opgenomen voor zowel de te ontvangen overige baten als voor de bijdragen gemeenten. Tabel Tozo regeling Lasten Tijdelijke overbruggingsregeling (Tozo) Totaal lasten
Realisatie Begroting 2022 2023
2024
2025
2026
2027
7.845
PM
PM
PM
PM
PM
7.845
0
0
0
0
0
Overige baten
479.399
PM
PM
PM
PM
PM
Bijdragen gemeenten
-471.554
0
0
0
0
0
7.845
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Baten
Totaal baten
Gerealiseerd / begroot totaal saldo van baten en lasten
2.2. Re-integratie, participatie en dienstverlening aan werkgevers Onze inspanningen zijn gericht op een brede doelgroep: inwoners met een uitkering Participatiewet, inburgeraars en inwoners met een verminderde loonwaarde (met of zonder uitkering). Het gaat daarbij niet alleen om uitstroom naar werk, maar ook om participatie. Het budget voor re-integratie en participatie wordt voor een groot deel benut voor intensieve klantbegeleiding, inzet van jobcoaching, begeleiding beschut werk en diverse (maatwerk)trajecten. Wat willen we bereiken • Zicht op de participatie- en uitstroommogelijkheden van alle inwoners met een uitkering • Een effectieve inzet van het instrument loonkostensubsidie, gericht op inwoners met een arbeidsbeperking, waarbij we streven naar duurzame plaatsing bij werkgevers • Maximale plaatsing van kandidaten beschut werk die beschikbaar zijn voor werk, met als maximum het aantal waarvoor gemeenten de middelen ontvangen vanuit het ministerie • Optimaal gebruik van de kansen die er zijn in de bovenregionale samenwerking, ten behoeve van onze lokale aanpak Wat gaan we doen We leggen de focus op de middengroep, inburgeraars en inwoners met een verminderde loonwaarde Ongeveer de helft van de inwoners met een uitkering zit vaak langdurig in de bijstand, heeft vooralsnog geen zicht op werk en heeft te maken met meerdere belemmeringen.
Daarnaast hebben we te maken met een groeiende groep inburgeraars (ook nadat het inburgeringstraject is afgerond, zie paragraaf 2.4) en inwoners met een verminderde loonwaarde. Voor deze groepen zetten we intensieve klantbegeleiding in en specialistische begeleiding en/of loonkostensubsidie wanneer van toepassing. We
Begroting 2024- v0.3
pag. 12
benutten daarvoor ook instrumenten en middelen die via de arbeidsmarktregio beschikbaar zijn. Biga Groep is daarin een vanzelfsprekende partner. We bieden maatwerk en passende dienstverlening Een voorwaarde voor een effectieve inzet van instrumenten is dat we alle inwoners met een uitkering in beeld houden. Iedereen blijft in beeld en bieden we de ondersteuning die nodig is. Omdat uitstroom nog maar voor een kleine groep op (korte) termijn mogelijk is leggen we de nadruk van onze ondersteuning toenemend op participatie. Dat sluit aan bij de beweging die het kabinet voornemens is in ‘Participatiewet in balans’, waarbij het niet alleen meer gaat om betaalde arbeid, maar om maatschappelijke participatie. We werken integraal meer samen ten behoeve van inwoners We zoeken actief de samenwerking op met de lokale partners. We verwijzen inwoners waar nodig naar (lokale) ketenpartners zoals de sociale teams en vluchtelingenwerkorganisaties. We ondersteunen gezamenlijk inwoners bij belemmeringen en problemen die de weg naar participatie of re-integratie in de weg staan, bijvoorbeeld een verminderde taalbeheersing. We zoeken kansen voor inwoners bij bestaande en nieuwe lokale initiatieven of projecten.
We ontwikkelen de werkgeversdienstverlening steeds meer (boven)regionaal en we blijven lokaal verankerd We werken steeds meer bovenregionaal samen, met name op het vlak van dienstverlening aan werkgevers, met als doel om adequaat te kunnen inspringen op een snel veranderende arbeidsmarktomgeving. We geven uitvoering aan de bovenregionale ambities, zoals verwoord in een uitvoeringsplan. Er ontstaat daarmee een eenduidiger en duidelijker beeld voor werkgevers. We benutten de kansen die de bovenregionale samenwerking biedt. Bijvoorbeeld, door in te zetten op projectmatige activiteiten die bovenregionaal worden gedaan, kunnen we op lokaal en regionaal niveau meer resultaat behalen. Wat betekent dit financieel Tabel budgetten re-integratie Lasten Re-integratie, Participatie, jeugdwerkloosheid
Totaal lasten Baten Overige baten
Realisatie 2022
Begroting 2023
2024
2025
2026
2027
3.556.921
3.877.000
4.047.900
4.141.700
4.235.000
4.235.000
3.556.921 3.877.000 4.047.900 4.141.700 4.235.000 4.235.000 100
Bijdragen gemeenten
3.556.821 3.877.000 4.047.900 4.141.700 4.235.000 4.235.000
Totaal baten
3.556.921 3.877.000 4.047.900 4.141.700 4.235.000 4.235.000
Gerealiseerd / begroot totaal saldo van baten en lasten
0
0
0
0
0
0
Toelichting In de Begroting 2024 zijn de mutaties uit de integratie uitkering sociaal domein verwerkt.
Begroting 2024- v0.3
pag. 13
Er is nog geen rekening gehouden met de Strategische kaders 2024-2027, omdat deze nog niet vastgesteld zijn. Wel is het budget geïndexeerd. Verder hangt een deel van de stijging samen met de stijging van het aantal beschut werkplekken en banen in het kader van de banenafspraak. De begeleiding en (job)coaching voor deze mensen is intensief. De vergoedingen voor deze begeleiding maken onderdeel uit van het re-integratiebudget. Met de beschikbare middelen zoals in bovenstaande tabel opgenomen, zijn we in staat om klanten te begeleiden naar werk of participatie. De middelen die hierboven genoemd zijn, betreffen de taken die de RSD namens de gemeenten uitvoert. Hiervan wordt 10% ingezet voor de zogeheten ‘lokale initiatieven’ per gemeente. Over de begeleiding van de groep klanten die niet zelfredzaam is, maken we afspraken met de lokale partijen. Tabel budgetten kinderopvang Lasten
Realisatie Begroting 2022 2023
2024
2025
2026
2027
Kinderopvang
422.629
304.000
439.000
439.000
439.000
439.000
Totaal lasten Baten
422.629
304.000
439.000
439.000
439.000
439.000
Overige baten
0
0
0
0
0
0
Bijdragen gemeenten
422.629
304.000
439.000
439.000
439.000
439.000
Totaal baten
422.629
304.000
439.000
439.000
439.000
439.000
0
0
0
0
0
0
Gerealiseerd / begroot totaal saldo van baten en lasten
Toelichting Naar aanleiding van de realisatie in 2022 is het budget voor de kinderopvang ten opzichte van de kadernota verder verhoogd met € 60.000 tot € 439.000. Het budget blijft moeilijk te voorspellen.
2.3. Inkomensvoorzieningen De wijzigingen die zijn aangekondigd door het kabinet (‘Participatiewet in balans’) zullen leiden tot een aantal wijzigingen in onze regelingen. Op het moment van schrijven is de omvang en de impact nog niet helemaal te overzien, omdat de details nog uitgewerkt worden en het wetgevingstraject nog moet worden doorlopen. Hoe dat ook uitpakt, we verwachten dat de lijn die daarin beschreven wordt, bijvoorbeeld rondom maatwerk en vertrouwen, doorgezet wordt, zoals die ook is opgenomen in onze ontwikkelagenda ‘De RSD in beweging’. Een nieuwe ontwikkeling is de aanstaande Wet Handhaving Sociale Zekerheid. Deze heeft onder andere als doel om het voor een uitkerende instantie mogelijk te maken om onderscheid te kunnen maken tussen gevallen waar iemand een fout heeft gemaakt en gevallen waar misbruik wordt gemaakt van het stelsel van sociale zekerheid. Zo wordt een toelichtingsgesprek geïntroduceerd, waarin hoor en wederhoor kan worden toegepast. In de dagelijkse praktijk pas we dit al toe, vooruitlopend op de wetswijziging. Wat willen we bereiken • Het vergroten van het bereik en de bekendheid van regelingen, in samenspraak met de gemeenten en onze lokale netwerkpartners • Waar mogelijk en wenselijk, in afstemming met onze gemeenten vooruitlopen op wetgeving (voor zover het verbeteringen voor de inwoner betreft)
Begroting 2024- v0.3
pag. 14
Wat gaan we doen Maatwerk leidt soms tot intensievere dienstverlening Meer mogelijkheden in de wet voor een individuele beoordeling kunnen leiden tot meer maatwerk. Waar we nu ook al maatwerk bieden, waar dat nodig en mogelijk is, zal dit na wetswijzigingen wellicht nog meer aan de orde zijn. Dat zal ook meer van ons vragen in de uitvoering. Wat de eventuele impact daarvan is, is nu nog niet te voorzien. Wanneer van toepassing, zullen we daar voorstellen voor doen. Samenwerking met de gemeenten en lokale teams voor een (nog betere) toegankelijkheid van regelingen Inwoners weten de weg naar voor hen toepasselijke regelingen niet altijd te vinden. We blijven investeren in goede informatievoorziening, samenwerking met lokale teams en met de sociaal raadslieden en in een vlotte afhandeling van aanvragen. We lopen vooruit op regelgeving als dat mogelijk en wenselijk is De richting van de aangekondigde wetswijzigingen sluit aan bij de beweging die in onze regio al is ingezet door meer rekening te houden met de individuele situatie van de inwoner. Wat betekent dit financieel Tabel budgetten bijzondere bijstand, individuele inkomenstoeslagen, collectieve ziektekostenverzekering en minimabeleid Lasten
Realisatie 2022
Begroting 2023
2024
2025
2026
2027
Bijzondere bijstand
3.227.206
3.074.000
3.218.900
3.218.900
3.218.900
3.218.900
Individuele inkomenstoeslagen
1.141.265
1.142.000
1.142.000
1.142.000
1.142.000
1.142.000
1.363.617
1.317.150
1.441.800
1.441.800
1.441.800
1.441.800
638.584
700.000
725.000
725.000
725.000
725.000
9.363.934
0
0
0
0
0
Collectieve Ziektekostenverzekering Minimabeleid gemeenten Energietoeslag en uitvoering regeling Totaal lasten
15.734.606 6.233.150 6.527.700 6.527.700 6.527.700 6.527.700
Baten Bijzondere bijstand Energietoeslag en uitvoering regeling Bijdragen gemeenten Totaal baten
Gerealiseerd / begroot totaal saldo van baten en lasten
239.632
125.000
125.000
125.000
125.000
125.000
9.363.934
0
0
0
0
0
6.131.040
6.108.150
6.402.700
6.402.700
6.402.700
6.402.700
15.734.606 6.233.150 6.527.700 6.527.700 6.527.700 6.527.700
0
0
0
0
0
0
Toelichting De inkomensvoorzieningen stijgen in 2024 ten opzichte van de Begroting 2023. Voor de raming is de realisatie in 2022 beoordeeld en vergeleken met de gemiddelde kosten over de afgelopen drie jaar. De ontwikkeling van deze kosten vertoont behoorlijke verschillen per gemeente, waardoor een duidelijke trend ontbreekt. Voor de bijzondere bijstand is
Begroting 2024- v0.3
pag. 15
gekozen om het budget per gemeente minimaal gelijk te houden vanwege de inflatie in 2022 en 2023. De verwachting is dat het kabinet de ondersteuningsmaatregelen na 2023 zal beperken. Voor de collectieve ziektekostenverzekering is rekening gehouden met een stijging van de lasten van circa 10%.
2.4. Dienstverlening aan inburgeraars In 2023 is de uitvoering van het eerste jaar van de nieuwe Wet inburgering geëvalueerd. De evaluatie biedt een goede basis om bovenstaande ambities te realiseren. De basis van de dienstverlening is op orde en er zijn aandachtpunten waar we ook in 2024 verder mee aan de slag gaan. De grootste onzekerheid in de uitvoering van de Wet inburgering is de instroom; deze is afhankelijk van de huisvesting van inburgeraars door gemeenten en de wereldwijde ontwikkelingen. Wat willen we bereiken • Alle inburgeraars hebben een traject aangeboden gekregen, op weg naar duurzame inburgering en participatie in de samenleving • Zoveel mogelijk inburgeraars kunnen duurzaam aan het werk, tijdens of na de afronding van hun inburgering Wat gaan we doen Continuering van de dienstv erlening met aandacht voor vroege start en participatie We bouwen voort op de eerste ervaringen in 2023. We werken onder andere aan een verdere uitwerking van de vroege start in het AZC en de ontwikkeling van de participatiecomponent in de Z-route, in samenwerking met de lokale partners. Wat betreft de vroege start streven we ernaar dat we met alle inburgeraars in contact zijn als zij nog in het AZC verblijven. Daarin zijn we afhankelijk van de toestroom van inburgeraars.
Wat betekent dit financieel Tabel Voorzieningen Nieuwe Wet Inburgering Lasten Voorzieningen Wet Inburgering (Wi) Intensieve aanpak Oude Wet Inburgering Totaal lasten Baten Vooruit ontvangen bedragen Overige baten Bijdragen gemeenten voorzieningen wet inburgering Bijdragen gemeenten intensieve aanpak Totaal baten Gerealiseerd / begroot totaal saldo van baten en lasten
Begroting 2024- v0.3
Realisatie 2022
Begroting 2023
2024
2025
2026
2027
192.353
1.541.500
1.695.500
1.695.500
1.695.500
1.695.500
90.744
62.500
31.250
0
0
0
283.097 1.604.000 1.726.750 1.695.500 1.695.500 1.695.500 -9.118 6.112 192.353
1.541.500
1.695.500
1.695.500
1.695.500
1.695.500
93.750
62.500
31.250
0
0
0
189.347 1.604.000 1.726.750 1.695.500 1.695.500 1.695.500 -93.750
0
0
0
0
0
pag. 16
Toelichting Het budget voor de voorzieningen Wet inburgering is gelijk gehouden aan de begroting 2023. De instroom van statushouders in de regio zal naar verwachting stijgen, omdat het Rijk de huisvestingstaakstelling voor statushouders in 2022 en 2023 heeft verhoogd. Voor 2024 is de taakstelling nog niet vastgesteld, maar het lijkt erop dat de taakstelling gelijk zal blijven of beperkt zal dalen. In het eerste jaar dat de nieuwe wet van toepassing was (2022) is de kostenontwikkeling relatief laag gebleven, omdat de instroom onder de nieuwe wet pas in de tweede helft van 2022 op gang gekomen is. Omdat het inburgeringstraject in principe tot drie jaar kan duren en er sprake is van geleidelijke instroom onder nieuwe wet, wordt er in deze begroting vanuit gegaan dat het budget voor 2024 voldoende zal zijn.
2.5. Hulp bij schulden De afgelopen jaren was er een stijging in het aantal inwoners met schulden dat zich bij ons meldde voor ondersteuning. Dat is onder andere een effect van vroegsignalering. Daarnaast is er sinds enkele jaren extra aandacht voor ondernemers met schulden, via een gespecialiseerde aanpak. In hoeverre de toegenomen inflatie een rol gaat spelen in (toekomstige) schuldenproblematiek, is nog niet goed te voorspellen. Van belang is dan ook om de drempel laag te houden. Wat een bijkomende factor is, is de aangekondigde wetswijzigingen voor verkorting van de looptijd van de wettelijke termijn voor saneringskredieten. Wat willen we bereiken • Het ontwikkelen van concrete activiteiten samen met onze netwerkpartners, gericht op preventie van schulden • Verdere ontwikkeling van begeleiding en nazorg gericht op het voorkómen van recidive Wat gaan we doen We anticiperen waar mogelijk op de wetswijziging en monitoren de effecten op de instroom nauwgezet Het kabinet heeft het voornemen om de looptijd van een wettelijke schuldregeling te verkorten naar 18 maanden. Onze werkwijze wordt aangepast naar aanleiding van deze verkorte termijn. Dit zal mogelijk leiden tot meer instroom, omdat de drempel voor aanmelding ook lager wordt. Het perspectief is immers dat iemand na 18 maanden schuldenvrij is. We zetten in op begeleiding en nazorg Na 18 maanden gaat de begeleiding door.
Met de verkorting van de looptijd wordt ook extra begeleiding en nazorg geregeld. Daarmee wil het Rijk de kans op recidive (verder) verkleinen, al is die recidive in onze regio niet groot. Wat betekent dit financieel Voor dit onderdeel zijn geen afzonderlijke programmakosten opgenomen. De uitvoering hiervan past binnen het brede takenpakket van de RSD.
Begroting 2024- v0.3
pag. 17
3 Wet sociale werkvoorziening In dit hoofdstuk is het budget voor het onderdeel Wet sociale werkvoorziening (Wsw) opgenomen. Deze lasten dalen, omdat er alleen uitstroom is uit de Wsw. De Rijksbijdragen dalen met hetzelfde bedrag. De uitvoering van de Wet sociale werkvoorziening wordt onder verantwoordelijkheid van de GR RDWI gedaan door Biga Groep BV. De lasten en baten die hiermee gemoeid zijn, zijn opgenomen in hoofdstuk 4 Bedrijfsvoering in de apparaatskostenbegroting RWDI.
Wat betekent dit financieel Lasten
Realisatie 2022
Begroting 2023
2024
2025
2026
2027
Wet Sociale Werkvoorziening
8.930.500
8.475.800
8.457.900
8.013.200
7.718.500
7.536.800
Totaal lasten
8.930.500 8.475.800 8.457.900 8.013.200 7.718.500 7.536.800
Baten
0
0
0
0
Bijdragen gemeenten
8.930.500
8.475.800
8.457.900
8.013.200
Totaal baten
8.930.500 8.475.800 8.457.900 8.013.200 7.718.500 7.536.800
Gerealiseerd / begroot totaal saldo van baten en lasten
0
0
0
0
0
0
7.718.500 7.536.800
0
0
Toelichting Vanaf 2015 dalen de lasten omdat er geen instroom meer in de Wsw is en wel uitstroom. Doordat in de periode voor 2015 relatief veel jonge mensen zijn ingestroomd bij Biga Groep is de daling beperkt. Het budget wordt jaarlijks herzien op basis van de informatie van Biga Groep. Biga Groep vergoedt de loonkosten Wsw aan de RDWI. Gemeenten worden via de integratie uitkering gecompenseerd voor de stijging van de lasten.
Begroting 2024- v0.3
pag. 18
4 Bedrijfsvoering De organisatie streeft ernaar de dienstverlening voor onze inwoners efficiënt en effectief uit te voeren. De RSD wil graag een voortdurend lerende organisatie zijn. In 2024 werken we verder aan de doelstellingen die in 2022 in de ontwikkelagenda geformuleerd zijn. Daarbij blijft ook het doel om samen met de gemeenten verder te bouwen aan een solide organisatie, die wordt gezien als een betrouwbare en strategische partner binnen het brede sociaal domein, ten behoeve van de inwoners die van ons afhankelijk zijn. De uitkomsten van de Strategische kaders werk en inkomen 2024-2027 worden verwerkt in het ontwikkelprogramma, zodat de organisatie mee blijft bewegen met wat er nodig is om de dienstverlening aan inwoners te organiseren.
4.1. Organisatie en apparaatskosten Op basis van de ramingen van de bijstandspopulatie en aantallen klanten bij schulddienstverlening is bij de Kadernota 2024 uitgegaan van 152,4 fte voor de uitvoering van de huidige taken van de RDWI. Daarnaast is conform het besluit van het Algemeen bestuur van 12 april 2023 rekening gehouden met de extra formatie nodig voor de uitvoering van de Wet inburgering als gevolg van de toegenomen instroom. Ten slotte is in de berekening rekening gehouden met de afbouw van de intensieve aanpak voor nieuwkomers die onder het oude stelsel van inburgering vallen. Tabel apparaatskosten RSD en loonkosten Wsw samengevat Lasten Apparaatskosten programma Werk & Inkomen (RSD) Apparaatskosten Implementatie (2021)uitvoering Wet Inburgering personeel SW Bijdrage gemeenten aan BIGA
Realisatie 2022
Begroting 2023
2024
2025
2026
2027
15.528.982 15.587.700 16.816.450 16.660.200 16.660.200 16.637.200 510.400
648.100
984.540
984.540
984.540
984.540
9.395.405
8.884.000
9.004.100
8.530.200
8.108.000
8.108.000
600.000
600.000
600.000
600.000
600.000
600.000
Totaal lasten
26.034.787 25.719.800 27.405.090 26.774.940 26.352.740 26.329.740
Baten Overige baten apparaatskosten
3.538.584
2.209.500
2.209.500
2.209.500
2.209.500
2.209.500
Baten BIGA
9.395.405
8.884.000
9.004.100
8.530.200
8.108.000
8.108.000
Bijdragen gemeenten Bijdragen gemeenten implementatie WI (2021) - & uitvoeringskosten WI
13.667.005 13.828.200 15.056.950 14.900.700 14.900.700 14.900.700
Totaal baten
27.167.944 25.569.800 27.255.090 26.624.940 26.202.740 26.202.740
Gerealiseerd / begroot totaal saldo van baten en lasten
1.133.157
-150.000
-150.000
-150.000
-150.000
-127.000
-110.000
-110.000
-110.000
-110.000
-110.000
-110.000
602.508
260.000
260.000
260.000
260.000
237.000
1.625.665
0
0
0
0
0
Toevoeging reserves Onttrekking reserves Gerealiseerd/ begroot saldo
Begroting 2024- v0.3
566.950
648.100
984.540
984.540
984.540
984.540
pag. 19
Tabel apparaatskosten (RSD + Wsw loonkosten) baten en lasten uitgebreid Apparaatskosten
Baten Bijdragen gemeenten (inclusief bijdrage BIGA en intensieve aanpak) Bijdragen gemeenten Implementatie Wet Inburgering / uitvoering Wet inburgering Bijdragen BIGA loonkosten SW Sub Totaal
Realisatie 2022
Begroting 2023
2024
2025
2026
2027
13.667.005
13.828.200
15.056.950
14.900.700
14.900.700
14.900.700
566.950
648.100
984.540
984.540
984.540
984.540
9.395.405
8.884.000
9.004.100
8.530.200
8.108.000
8.108.000
23.629.360 23.360.300 25.045.590 24.415.440 23.993.240 23.993.240
Overige baten
3.538.584
2.209.500
2.209.500
2.209.500
2.209.500
2.209.500
Totaal baten
27.167.944
25.569.800
27.255.090
26.624.940
26.202.740
26.202.740
0
0
0
0
0
0
Kapitaallasten
258.727
408.000
637.400
637.400
637.400
637.400
Rente
38.881
51.500
100.000
100.000
100.000
100.000
Huisvesting
994.198
883.000
605.100
605.100
605.100
605.100
Personeel RSD Uitvoering Wet Inburgering Mutatie intensieve aanpak Afwikkeling Tozo regeling
12.225.013
12.039.400
13.331.600
13.331.600
13.331.600
13.331.600
pm
648.100
984.540
984.540
984.540
984.540
PM
-312.500
-468.750
-625.000
-625.000
-625.000
150.000
150.000
150.000
150.000
127.000
Personeel SW
9.395.405
8.884.000
9.004.100
8.530.200
8.108.000
8.108.000
Automatisering
1.776.319
1.808.000
1.900.800
1.900.800
1.900.800
1.900.800
Facilitair
407.827
417.300
417.300
417.300
417.300
417.300
Advieskosten Implementatiekosten Wet Inburgering Bijdrage gemeenten aan BIGA
195.416
143.000
143.000
143.000
143.000
143.000
600.000
600.000
600.000
600.000
600.000
600.000
Totaal lasten
26.034.786
25.719.800
27.405.090
26.774.940
26.352.740
26.329.740
Totaal saldo voor reserves
1.133.154
-150.000
-150.000
-150.000
-150.000
-127.000
-110.000
-110.000
-110.000
-110.000
-110.000
-110.000
602.508
260.000
260.000
260.000
260.000
237.000
1.625.662
0
0
0
0
0
Lasten
143.000
Overige lasten
Dotatie aan reserves Onttrekking aan reserves Totaal saldo na reserves
Begroting 2024- v0.3
pag. 20
Toelichting Mutaties apparaatsbudget – kadernota 2024 In de Kadernota 2024 zijn mutaties opgenomen voor loon- en prijsverhogingen op basis van de CPB ramingen, zoals opgenomen in de septembercirculaire 2022 voor de komende jaren. Daarnaast is het effect verwerkt van het besluit van het Algemeen bestuur in verband met het project informatievoorziening & informatieveiligheid. Mutaties apparaatsbudget – conceptbegroting 2024 In deze Begroting 2024 zijn nog extra mutaties verwerkt in het apparaatsbudget. Deze hangen samen met het effect van de vastgestelde CAO 2023 en de extra inzet voor Wet inburgering in 2024. Na verspreiding van de Kadernota 2024 is in april 2023 de CAO Gemeenten en SGO voor 2023 vastgesteld. Naar aanleiding van de zienswijzen gemeenten op de kadernota is de structurele impact van deze CAO verwerkt in de Begroting 2024 en verder. Door de sterke stijging van de inflatie in 2022 en de verwachte inflatie in 2023 is voor deze begroting het stijgingspercentage voor de looncompensatie ca 8,4% en de prijscompensatie ca 9%. Verder verwachten we net als in 2022 en 2023 een stijging van het aantal inburgeraars. Op het moment dat asielstatushouders in onze regio gehuisvest worden, start de inburgering.
Conform het besluit van het Algemeen bestuur van 12 april 2023 is het extra budget dat nodig is om de dienstverlening voor deze grotere groep opgenomen in deze begroting voor 2024 en verder. Er is afgesproken om bij de Kadernota en Begroting 2025 de structurele inzet nader te beoordelen en actualiseren. De gemeenten hebben in 2022 via het gemeentefonds tot en met 2024 extra middelen ontvangen ter dekking van de extra werkzaamheden. De aanname is dat het Rijk in de loop van 2024 of anders uiterlijk 2025 een besluit zal nemen over de compensatie voor de jaren erna. De totale mutatie op het apparaatsbudget in deze begroting is als volgt opgebouwd. Mutatie kadernota 2024 i.v.m. apparaatsbudget Regulier apparaatsbudget ✓ Prijscompensatie € 322.200 ✓ Looncompensatie - 356.800 ✓ Uitbreiding formatie Iv&p (besluit AB: functie FG, PO, WOO) - 158.000 ✓ Automatisering (besluit AB) - 124.700 Subtotaal mutatie kadernota 2024 € 961.700 Mutatie begroting 2024i.v.m. apparaatsbudget: ✓ Extra looncompensatie i.v.m. CAO 2023 ✓ Uitbreiding formatie inzet WI Subtotaal mutatie begroting 2024 Totaal mutatie apparaatsbegroting 2024
Begroting 2024- v0.3
inzet WI € 11.700 - 21.700
€ 33.400
€ 423.300 0 € 423.300
€ 28.030 - 213.310 € 241.340
€ 1.385.000
€ 274.740
pag. 21
4.2 Overzicht lasten per taakveld en formatie overhead In onderstaande tabel zijn de totale lasten per taakveld opgenomen en de toegestane formatie ten opzichte van de formatie overhead weergegeven. Lasten per taakveld, begrote formatie en formatie overhead
2024
lasten overhead (0.4)
5.721.553
lasten treasury (0.5)
100.000
lasten samenkracht en burgerparticipatie (6.1)
3.269.720
lasten inkomensregelingen (6.3)
65.263.746
lasten begeleide participatie (6.4)
18.435.528
lasten arbeidsparticipatie (6.5)
6.001.092
lasten maatwerkdienstverlening (6.71)
0
Totaal
98.791.640
Begrote formatie overhead Totale begrote formatie inclusief wet inburgering en intensieve aanpak nieuwkomers Mutatie intensieve aanpak nieuwkomers Totale begrote formatie overhead
152,4 PM 35
In 2023 is de indeling van de taakvelden volgens het Iv3-informatievoorschift iets gewijzigd. Werkzaamheden schulddienstverlening vallen niet langer onder 6.71 lasten maatwerkdienstverlening maar onder 6.3 lasten inkomensregelingen.
4.3 Overzichten per gemeente De verdeelsleutel en bijdragen van de apparaatskosten en compensabele BTW per gemeente in 2024. Verdeelsleut el bijdragen per gemeente in apparaatsko sten
Bunnik De Bilt Utrechtse Heuvelrug Wijk bij Duurstede Zeist Totaal
Budget BUIG en inwoneraantallen
Verdeelsleutel Wsw 2024 Verdeelsleutel (toegepast op uitvoeringkosten bijdrage wet inburgering gemeenten aan BIGA)
Bijdragen gemeenten in de apparaatskost en
Bijdragen gemeenten in uitvoeringsk osten Wet inburgering
Bijdragen gemeenten aan de BIGA
Bijdragen gemeenten in subsidie BIGA 2024
Bijdrage gemeente compensabel e BTW 2024
4,53%
4,62%
7,16%
655.334
70.534
27.737
391.000
72.528
20,94%
10,06%
21,58%
3.027.580
212.488
60.369
851.000
335.073
21,77%
14,68%
24,19%
3.147.225
238.179
88.106
1.242.000
348.314
8,73%
13,62%
11,24%
1.261.575
110.694
81.721
1.152.000
139.623
44,03%
57,01%
35,82%
6.365.236
352.615
342.067
4.822.000
704.462
100,00%
100,00%
100,00%
14.456.950
984.510
600.000
8.458.000
1.600.000
De verdeelsleutels zijn gebaseerd op de volgende afspraken: • Verdeelsleutel BUIG is gebaseerd op het Rijksbudget dat gemeenten ontvangen voor uitkeringen Participatiewet (telt mee voor 90%) en het aantal inwoners per gemeente (telt mee voor 10%). Deze verdeelsleutel wordt toegepast op de bijdrage van de gemeenten voor de apparaatskosten en de compensabele BTW; • Verdeelsleutel Wsw is gebaseerd op het budget dat iedere gemeenten van het Rijk ontvangen ter compensatie van de kosten Sociale Werkvoorziening. Deze
Begroting 2024- v0.3
pag. 22
•
verdeelsleutel wordt toegepast op de bijdragen van de gemeenten voor de Wsw en de extra bijdrage voor de Biga; De verdeelsleutel voor de uitvoering van de Wet inburgering is gekoppeld aan de oorspronkelijk verdeling van deze middelen naar het gemeentefonds (2020). Deze wijkt af van de algemene verdeelsleutel apparaatskosten. De ontwikkeling van dit budget in het gemeentefonds wordt regelmatig beoordeeld. Indien nodig zal de verdeelsleutel aangepast worden;
In de volgende tabel is de gemeentelijke bijdrage per onderdeel en per gemeente weergegeven. Specificatie gemeenten 2024 Gebundelde uitkeringen / BBZ Loonkostensubsidie
Bunnik
De Bilt
Utrechtse Heuvelrug
Wijk bij Duurstede
Zeist
Totaal
1.996.400
9.957.300
10.043.900
4.032.600
20.715.631
46.745.831
137.951
566.968
840.085
334.033
1.173.472
3.052.509
-20.800
-162.500
-188.500
-175.400
-402.800
-950.000
0
0
0
0
0
0
BBZ kredietverstrekking
7.000
46.000
58.000
50.000
78.000
239.000
BBZ onderzoekskosten levensvatbaarheid
9.000
46.500
25.500
10.500
58.500
150.000
BBZ baten/terugontvangen op kredietverstrekking
-4.200
-27.600
-34.800
-30.000
-46.800
-143.400
Bijzondere bijstand
126.000
606.900
683.000
282.000
1.521.000
3.218.900
Bijzondere bijstand
-3.000
-14.000
-29.000
-13.000
-66.000
-125.000
128.700
235.400
277.200
100.500
700.000
1.441.800
40.000
213.000
255.000
102.000
532.000
1.142.000
0
0
250.000
0
475.000
725.000
90.300
661.670
623.200
230.400
2.442.320
4.047.890
1.417
6.544
6.803
2.727
13.759
31.250
121.473
365.941
410.187
190.634
607.265
1.695.500
390.995
850.990
1.241.985
1.151.986
4.821.943
8.457.900
Baten BUIG / BBZ Ontschotting
Collectieve Ziektekostenverzekering Individuele inkomenstoeslagen Minimabeleid gemeenten Reintegratie & Participatie & jeugdwerkloosheid Nieuwkomers (klantkosten) Voorzieningen Wet Inburgering Uitkering Wet Sociale Werkvoorziening (sociaal domein) Kinderopvang Apparaatskosten Uitvoeringskosten Wet Inburgering BIGA bijdragen Totaal
10.000
132.000
94.000
3.000
200.000
439.000
655.334
3.027.580
3.147.225
1.261.575
6.365.236
14.456.950
70.534
212.488
238.179
110.694
352.615
984.510
27.737
60.369
88.106
81.721
342.067
600.000
3.784.841 16.785.550
18.030.071
7.725.971 39.883.209 86.209.640
Toelichting De verdeling van het totaalbedrag naar gemeenten vindt plaats op basis van verdeelsleutels, op basis van de actualisatie van budgetten zoals vermeld in de septembercirculaire van het Rijk of daaraan gebonden documenten en op basis van verwachte uitgaven op gemeenteniveau.
Begroting 2024- v0.3
pag. 23
5 Financiële paragrafen 5.1
Weerstandsvermogen en risicobeheersing
De structurele monitoring en het managen van risicomanagement wordt geborgd via de Planning & Control cyclus. Dit proces ziet er in het kort als volgt uit: - Begroting: inventarisatie van de risico’s voor de komende drie jaar; - 1e en 2e Nota Begrotingswijziging: het actualiseren van bestaande risico’s en inventarisatie mogelijke nieuwe risico’s; - Jaarstukken en Begroting: verantwoording en borging risico’s komende drie jaar. Om de beheersing en verantwoording te vergemakkelijken is per risico een eigenaar aangewezen. Deze persoon is verantwoordelijk voor de beheersing van het risico en legt daarover verantwoording af. Een risico is gedefinieerd als een onzekerheid die het realiseren van de doelstellingen in zowel positief als negatief opzicht kan beïnvloeden. Risico’s kunnen zich op alle niveaus binnen de organisatie voordoen (strategisch, tactisch en operationeel niveau) en risico’s kunnen ook uiteenlopend van aard zijn (bijvoorbeeld imago, financieel of compliance). De geïnventariseerde risico’s die relevant zijn voor het weerstandsvermogen worden gekwantificeerd. Het kwantificeren van risico’s betreft een inschatting van de mogelijke financiële schade (de impact), gecombineerd met een inschatting van de kans dat een mogelijke schade zich daadwerkelijk voordoet.
De inschattingen worden zo nauwkeurig mogelijk gemaakt, bijvoorbeeld op basis van ervaringscijfers, maar zekerheden kunnen aan deze inschattingen niet worden ontleend. De kwantificering van de risico’s wordt met enige regelmaat geactualiseerd. Risico’s kunnen een incidenteel of een structureel karakter hebben. In de kwantificering zijn incidentele risico’s één keer meegewogen. Structurele risico’s zijn voor drie jaar meegewogen omdat deze periode past waarbinnen maatregelen kunnen worden genomen de risico’s te beheersen. Gezien de aard en de complexiteit van de risico’s hebben wij ervoor gekozen om gebruik te maken van de methode van ‘impact’ x ‘kans’. Op basis van de risico-inventarisatie eind 2022 is de schatting dat de benodigde weerstandscapaciteit ultimo 2022 € 511.650 moet zijn. Ontwikkelingen voorjaar 2023 Bij het schrijven van de Begroting 2024 is er nog veel onzeker. De inflatie is over het recordniveau heen, maar blijft hoog. De energieprijzen zijn nog hoog, waarbij de Rijksoverheid het prijsplafond heeft ingevoerd tot een bepaald verbruik. Samenvatting risico’s en benodigde weerstandscapaciteit In de uitwerking van de risico’s is een splitsing gemaakt van risico’s niet relevant en relevant voor het weerstandsvermogen van de RDWI.
Risico’s die niet relevant zijn voor het weerstandsvermogen van de RDWI Risico’s zijn relevant voor het weerstandsvermogen zodra ze kwantificeerbaar zijn. Er zijn echter ook ontwikkelingen waarvan de effecten nog niet kwantificeerbaar zijn. Op het moment van schrijven zien we op het werkterrein van RDWI twee niet kwantificeerbare risico’s:
Begroting 2024- v0.3
pag. 24
•
•
De oorlog in de Oekraïne. De inval in Oekraïne heeft impact op verschillende facetten van de samenleving. De oorlog heeft impact op de (wereld)economie. Onder andere door de vluchtelingenstroom die op gang gekomen is. Een deel van deze vluchtelingen wordt in onze regio opgevangen; Inflatie. In 2023 is de inflatie nog steeds merkbaar en nog niet afgevlakt. Zoals gebruikelijk is in de raming voor de Begroting 2024 alleen gerekend met de loon- en prijsindexaties opgenomen in de septembercirculaire. Het is nog te vroeg om te bepalen wat het (financieel) effect hiervan precies zal zijn op de verschillende kerntaken van RDWI. Het kabinet heeft toegezegd om de gestegen kosten voor de lagere inkomens te dempen.
De gevolgen van deze gebeurtenissen op de langere termijn zijn nog niet in te schatten. Deze ontwikkelingen kunnen mogelijk later dit jaar of volgend jaar leiden tot een bijstelling van de Begroting 2024. Naast dit niet kwantificeerbare risico zijn er risico's die we wel kunnen kwantificeren. Voor de risico’s die niet relevant zijn voor het weerstandsvermogen van RDWI, maar wel voor de KRH gemeenten, gaat het om de zogenaamde ‘open einde regelingen’-risico’s. Het betreft: • Een tekort op de BUIG-budgetten tot het maximum van 10%. Naar aanleiding van de overschotten van de afgelopen jaren is de kans dat dit zich voordoet op 50% gezet; • De mogelijkheid dat de vangnetregeling niet wordt toegekend. Dit risico wordt ingeschat als laag, omdat de vangnetregeling onderdeel uit maakt van de BUIGsystematiek. De regels voor toepassing van de regeling zijn strenger geworden, waardoor het moeilijker wordt om aanspraak te maken op de regeling. • De lasten bijzondere bijstand en IIT kunnen stijgen, onder andere een stijging van schuldhulpaanvragen en bewindvoering en door hogere taakstelling inburgering. Door een actievere schulddienstverlening en vroegsignalering is de kans dat dit zich voordoet verhoogd (90%); • Het risico debiteurenvorderingen is gelijk gebleven. De Tozo kredietverstrekkingen hebben het debiteurensaldo doen oplopen, maar de periode van invordering is verlengd tot 6 jaar.
Daarnaast heeft het kabinet, indien nodig, volledige compensatie toegezegd; • Kredietverstrekking BBZ. Bij de wijziging van financieringssystematiek van het BBZ is het risico voor kredietverstrekking voor 75% bij gemeenten gelegd. Het is mogelijk dat de toenemende verschuldiging van ondernemers op de middellange termijn tot meer aanvragen zal leiden. Voor de bepaling van de hoogte van het risico is nu uitgegaan van stijging van de kapitaalsvertrekkingen van 100% tot 200% en is de kans op 30% gezet; • Kinderopvang. De lasten zijn in 2022 gestegen ten opzichte van voorgaande jaren. In de doorkijk naar de begroting van 2024 en volgende jaren wordt een tekort op de begroting verwacht. Het risico is verhoogd (90%). Bij de bepaling van het risico is geen rekening gehouden met toekomstige wet- en regelgeving. In de volgende tabel is de financiële impact van de ‘open einde regelingen’-risico’s opgenomen. Deze financiële risico’s worden opgenomen, zodat de KRH gemeenten deze risico’s kunnen opnemen in hun begrotingen of weerstandsvermogen.
Begroting 2024- v0.3
pag. 25
Benodigde weerstandscapaciteit
Risico’s open einde regelingen totaal
(impact X kans X 3 jaar)
Tekorten op BUIG budgetten Vangnetregeling Lasten bijzondere bijstand en IIT Debiteurenvorderingen Bedrijfskredieten (BBZ) Kinderopvang Totaal
Risico’s open einde regelingen BUIG budgetten per gemeente Bunnik De Bilt Utrechtse Heuvelrug Wijk bij Duurstede Zeist Totaal
7.330.000 527.000 405.000 265.000 226.000 – 450.000 310.000 9.063.000 – 9.287.000
Maximaal risico op BUIG per Benodigde gemeente 2024, obv voorlopig weerstandscapaciteit (impact budget X kans X 3 jaar) kans 50% 212.000 1.037.000 1.070.000 420.000 2.149.000 4.888.000
318.000 1.555.000 1.605.000 629.000 3.223.000 7.330.000
De totaal benodigde weerstandscapaciteit voor het risico op de BUIG is ten opzichte van de Jaarrekening 2022 gestegen met circa € 700.000. Risico’s die relevant zijn voor het weerstandsvermogen RDWI In de onderstaande tabel staan de risico’s die relevant zijn voor de bedrijfsvoering en het weerstandsvermogen van de RDWI. Op basis van ‘kans’ x ‘impact’ is de benodigde weerstandscapaciteit bepaald.
Risico’s
Maximaal risico per onderwerp
Benodigde weerstandscapaciteit (impact X kans X Incid /Structureel
Gebreken in de informatiebeveiliging
€ 725.000
€ 217.500
ICT samenwerking RID
€ 136.000
€ 122.400
Inhuur door hoger ziekteverzuim
€ 114.500
€ 171.750
Totaal
€ 975.500
€ 511.650
Informatiebeveiliging Dit risico heeft betrekking op mogelijk onrechtmatig delen of gebruik van (privacygevoelige) informatie met ketenpartners en het hacken van systemen. De volgende beheersmaatregelen zijn getroffen om het risico te beperken: • afspraken voor het rechtmatig gebruik -in het kader van de AVG- inclusief de eisen die de Autoriteit Persoonsgegevens stelt; • alle medewerkers hebben een cursus gehad over informatieveiligheid en bewustzijn (iBewustzijn Overheid 2022) van de VNG; • afspraken gebruik Suwinet; • afspraken over de inrichting van de control rol binnen de RSD.
Begroting 2024- v0.3
pag. 26
In verband met het toegenomen bewustzijn binnen de organisatie en de beheersmaatregelen is inschatting van de kans verlaagd tot laag (10%). Het risico blijft aangemerkt als structureel. Omdat de wettelijk maximale boete die opgelegd kan worden verlaagd is tot maximaal € 725.000, komt de benodigde weerstandscapaciteit uit op € 217.500. ICT samenwerking Het risico heeft betrekking op mogelijke kwetsbaarheid in de stabiliteit en continuïteit van de ICT systemen. Daarvoor zijn de volgende beheersmaatregelen getroffen: • ISAE 3402 verklaring RDWI (waarborg dat processen die uitbesteed zijn, aantoonbaar in control zijn); • afspraken over de kwaliteit van de dienstverlening. De inschatting van de kans is op beperkt gesteld (30%). De impact is gekoppeld aan de personeelslasten als het systeem uitvalt. Dan kan het werk niet voort gezet worden. Het risico is aangemerkt als structureel. De benodigde weerstandscapaciteit komt daarmee uit op € 122.400. Ziekteverzuim De belangrijkste beheersmaatregelen voor het ziekteverzuimbeleid zijn: • Maandelijks intervisie van de verzuimdossiers; • Ondersteuning bij ziekteverzuimdossiers door arbeidsdeskundigen en de bedrijfsarts; • Bewaken ziekteverzuimdossiers. De inschatting van de kans is ongewijzigd op gemiddeld (50%). Door actief verzuimbeleid is een sprake van een daling in het ziekteverzuim.