bijlage 1. Strategische kaders Werk en Inkomen 2024-2027
Tekst van het document
minimaregelingen en toeslagen); - het versimpelen van de aanvraagprocedures; - het - daar waar dit juridisch toegestaan is - ambtshalve toekennen van regelingen, waardoor inwoners geen aanvraag meer hoeven in te dienen; - actief samenwerken met de (informele) lokale maatschappelijke organisaties (onder andere Humanitas, Schuldhulpmaatje) en de sociale teams om eerder in contact te komen met inwoners met dreigende schulden en gezinnen met ondersteuning op meerdere leefgebieden; - te streven naar schulddienstverleningstrajecten die korter zijn dan de normen van de brancheorganisatie voor schuldhulpverlening en sociaal bankieren (NVVK); - het bieden van (lokale) begeleiding, bijvoorbeeld bij het aanvragen en aanpassen van toeslagen en het aanvragen van minimaregelingen; - bieden van maatwerkoplossingen in die gevallen dat het huidige instrumentarium onvoldoende soelaas biedt; - in onze communicatie rekening houden met de mogelijkheid van stress op het moment dat in een brief gerefereerd wordt naar een mogelijke wijziging in het inkomen (stress sensitief werken). We vinden het belangrijk dat professionals stress sensitief werken en van daaruit oog hebben voor de invloed van chronische stress op mensen. Schaarste beïnvloed je denkvermogen. Zo is er sprake van minder mentale bandbreedte. Mensen leven bij de dag en ontwikkelen een soort tunnelvisie”.
Het ”doen-vermogen” van mensen kan om allerlei redenen beperkt zijn. Hierin speelt (chronische) stress een belangrijke rol. De bouwstenen van stress-sensitief werken zijn: geldrust creëren, geen stress toevoegen in de dienstverlening en steunende interactie.
6
https://www.stimulansz.nl/advies/armoedeval-werkloont/
Strategische Kaders Werk en Inkomen 2024-2027
Pagina 27 van 39
Voorbeelden: - we verstrekken waar dit mogelijk is, automatisch kwijtschelding van de gemeentelijke belastingen - de RDWI onderzoekt samen met de Regionale Cliëntenraad KRH of de brieven die zij versturen in begrijpelijk Nederlands zijn opgesteld en niet tot onnodige stress leiden.
Meer ruimte voor lokale inkleuring Werk en inkomen als onderdeel van het brede sociale domein Als gemeenten nemen we de regie wat betreft het organiseren en borgen van een verdere integratie van inkomen, werk, schuldhulpverlening en inburgering binnen het (lokale) dienstverleningspalet. We kijken daarbij naar de aansluiting op de ondersteuning vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning, Jeugdwet en Welzijn, maar ook naar de samenwerking met het lokale ondersteuningsaanbod en de maatschappelijke organisaties. Dit alles met het doel dat, op het moment dat een inwoner aangewezen is op meerdere vormen van ondersteuning, de ondersteuning afgestemd en in samenhang wordt aangeboden. Lokaal aanbod bij activering en participatie We nemen als gemeenten de regie en komen – samen met de RDWI, Biga en de lokale organisaties - tot een lokale aanpak ten aanzien van: - de maatschappelijke participatie van groep 3 (geen doorstroom naar betaalde arbeid); - preventie in het kader van schuldhulpverlening; - de maatschappelijke participatie van inburgeraars binnen de Z-route; - het ondersteunen van de taalvaardigheden en digitale vaardigheden. Deze lokale aanpak komt in eerste instantie ten goede aan de eigen inwoners. Daar waar mogelijk kunnen ook inwoners vanuit andere ZOU-gemeenten deelnemen.
Voorbeelden: - Bunnik: de RDWI en het Centrum voor Elkaar koppelen inwoners waarvoor maatschappelijke participatie het hoogst haalbare is, aan het lokale ondersteuningsaanbod zoals lokale activiteiten, maatjesprojecten, dagbesteding, etc. - De Bilt: BasisMaatwerk ,waarbij inwoners met een grote afstand tot de arbeidsmarkt via de RDWI en lokale maatschappelijke organisaties zoals MENS De Bilt, Kansrijk Vrijwilligerswerk, Samen voor De Bilt en Biga, werkervaring opdoen door het verrichten van maatschappelijk nuttige activiteiten. - Utrechtse Heuvelrug: De Verleiding, waarbij de RSD in samenwerking met lokale organisaties, het sociaal dorpsteam en lokale werkgevers, kwetsbare inwoners intensief begeleidt naar en tijdens hun maatschappelijke participatie. - Wijk bij Duurstede: Startpunt Werk, waarbij inwoners via een samenwerking van drie lokale organisaties (Stichting Binding, WijkinContact en De Wijkse Dienst) samen met de RDWI en UWV geholpen worden bij het verkrijgen van (on)betaald werk. - Zeist: Wijkleerbedrijf, waar jonge mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt in samenwerking met de RDWI, lokale welzijnsorganisatie MeanderOmnium en Calibris worden opgeleid voor een baan in de zorg en facilitaire beroepen.
Strategische Kaders Werk en Inkomen 2024-2027
Pagina 28 van 39
Leren en innoveren Het terrein van Werk en Inkomen is volop in ontwikkeling. Met de genoemde uitgangspunten en strategische kaders geven we richting aan het beleid en de uitvoering. De komende periode willen we samen met de inwoners, werkgevers, ketenpartners en samenwerkingspartners meer inzoomen op de kwaliteit, effectiviteit en efficiëntie van onze dienstverlening. In dit kader ligt de verantwoordelijkheid bij de uitvoerende organisaties (RDWI en Biga). Als gemeenten zien we voor onszelf een verantwoordelijkheid met betrekking tot de aansluiting van de Participatiewet, schuldhulpverlening en inburgering met het brede sociale domein, het traploos ondersteuningsaanbod, de toekomstvisie Biga en de invulling van de couleur locale. Samen met onze keten- en samenwerkingspartners gaan we de strategische kaders vertalen naar concrete SMART-geformuleerde jaarlijkse doelstellingen. Op die manier willen we gezamenlijk beter de ontwikkelingen kunnen volgen, leren van onze fouten, keuzes kunnen maken en tijdig bij kunnen sturen. Daarbij is het ook belangrijk om resultaten af te zetten tegen de resultaten van andere vergelijkbare organisaties (benchmarks). Daarnaast gaan we op zoek naar nieuwe manieren van werken en experimenten die mogelijk in eerste instantie buiten onze directe comfortzone liggen. Doen wat nodig is voor onze inwoners is het uitgangspunt van handelen.
Daarom betrekken we onze inwoners actief bij de beleidsvorming en kwaliteitsbewaking van onze dienstverlening. Voorbeelden: - Dit jaar wordt de effectiviteit van de uitstroompremie die vorig jaar door de RDWI is geïntroduceerd, geëvalueerd. - In 2024 organiseert de RDWI een klantbelevingsonderzoek Werk en Inkomen en een klantbelevingsonderzoek Schuldhulpverlening aan de hand waarvan gemeten wordt in hoeverre de inwoner tevreden is over de dienstverlening.
Strategische Kaders Werk en Inkomen 2024-2027
Pagina 29 van 39
5 Vervolg RDWI: Meerjarig strategisch plan 2024-2007 Conform de bepalingen in de gemeenschappelijke regeling, vertaalt de RDWI de strategische kaders naar een meerjarig strategisch (uitvoerings)plan met concrete vervolgacties. Dit plan wordt voor 01-01-2024 vastgesteld door het Algemeen Bestuur van de RDWI. De gemeenteraden worden, in aanloop naar besluitvorming door het Algemeen bestuur, gevraagd hun wensen en bedenkingen kenbaar te maken. Gemeenten: Innovatieagenda Werk en Inkomen 2024-2027 De gemeenten vertalen de strategische kaders naar de Innovatieagenda Werk en Inkomen 2024-2027. In de innovatieagenda worden onderwerpen opgenomen die benoemd zijn in de strategische agenda, maar die meer uitwerking, voorbereiding en daarmee tijd vragen. Deze onderwerpen worden vervolgens ook uitgewerkt in concrete activiteiten. Hoewel deze lijst niet uitputtend is en mogelijk nog kan wijzigen worden de volgende onderwerpen opgenomen in de innovatieagenda: o o o o o o o o
versterken gemeentelijke regie- en opdrachtgeversrol; komen tot een methode gericht op gezamenlijk leren en innoveren; vormgeven en implementeren van het “geen-verkeerd-loket-principe”; vormgeven en implementeren van het traploos ondersteuningsaanbod; opstellen en implementeren van de toekomstvisie Biga en de samenhang met RDWI; vormgeven en implementeren van de couleur locale; ontwikkelen pilots en experimenten; ontwikkelen van sturingsinformatie en monitoring in samenspraak met Biga en RDWI.
De innovatieagenda wordt voor 01-01-2024 binnen de ZOU-samenwerking opgesteld en vervolgens vastgesteld door de individuele colleges van burgemeester en wethouders. De innovatieagenda wordt ter informatie aan de gemeenteraden toegestuurd. In de innovatieagenda wordt de rol en betrokkenheid van de gemeenteraden met betrekking tot de verschillende onderdelen van de innovatieagenda beschreven, evenals de wijze waarop de gemeenteraden geïnformeerd worden over de voortgang.
Strategische Kaders Werk en Inkomen 2024-2027
Pagina 30 van 39
Bijlagen
Strategische Kaders Werk en Inkomen 2024-2027
Pagina 31 van 39
Bijlage 1. Cijfers7
A. Participatiewet Figuur 2. ontwikkeling volume BUIG
Figuur 3. leeftijdsopbouw inwoners met uitkering
Figuur 4. ontwikkeling inwoners doelgroepregister
7 Cijfermatige overzichten zijn overgenomen van de Kadernota RDWI 2024
Strategische Kaders Werk en Inkomen 2024-2027
Pagina 32 van 39
Figuur 5. aantal geïndiceerde arbeidsbeperkten per gemeente aantal per Gemeente (TOTAAL)
2022
2021
2020
2019
Bunnik
37
31
30
25
De Bilt
121
107
93
80
Utrechtse Heuvelrug
191
177
173
141
Wijk bij Duurstede
88
71
73
58
Zeist
297
279
258
222
Buitengemeenten
8
12
6
4
742
677
633
530
Eindtotaal
B. Schuldhulpverlening Figuur 6. ontwikkeling volume schuldhulpverlening
Figuur 7. ontwikkeling ondernemers met schuldhulpverlening
C. Inburgering Strategische Kaders Werk en Inkomen 2024-2027
Pagina 33 van 39
Figuur 8. ontwikkeling instroom Wi2021 per gemeente
Strategische Kaders Werk en Inkomen 2024-2027
Pagina 34 van 39
Bijlage 2. Financiële afspraken Participatiebudget
Inleiding De gemeenten hebben behoefte aan nieuwe afspraken rondom de inbreng en inzet van reintegratiemiddelen. Randvoorwaarden zijn: -
-
Ze sluiten aan bij de inhoudelijke strategische kaders; De wijze van financiering draagt bij aan het behalen van ambities en resultaten voor de inwoners; Ze gaan in op financiële solidariteit tussen gemeenten; Ze houden rekening met de veranderde rijksfinanciering waarbij de participatiemiddelen niet meer geoormerkt zijn maar toegevoegd worden aan het gemeentefonds en het gemeenten vrij staat om op basis van eigen inzicht keuzes te maken met betrekking tot de inzet van middelen; Ze zijn helder, goed uitlegbaar en voor langere tijd houdbaar; Ze sluiten aan op de nieuwe en gewijzigde wetgeving (“Breed offensief”, “Participatiewet in balans” en “Suwi-wetgeving”); De bureaucratische en administratieve effecten voor de RDWI blijven beperkt; De bestaanszekerheid van de RDWI wordt behouden; Het voorstel wordt voorzien van een impactanalyse en uitvoeringscheck door de RDWI.
De bestaande financiële afspraken rondom de uitkeringskosten, de sociale werkvoorziening, schuldhulpverlening en de apparaatskosten RDWI blijven van kracht. Aansluiting strategische kaders De nieuwe afspraken sluiten inhoudelijk aan bij de strategische kaders. Niet het geld maar de ondersteuningsbehoefte van de inwoner is leidend. Minder budget gedreven en meer gericht op de gemeentelijke ambities en de daaraan gekoppelde inhoudelijke doelen met een duidelijkere relatie tussen de gemeentelijke inbreng van middelen en de (effectiviteit van de) inzet van die middelen voor onze inwoners. Die relatie is in de huidige opzet onvoldoende herleidbaar. Op die manier bieden de nieuwe financiële afspraken de gemeenten meer handvatten om regie te kunnen voeren in relatie tot het bredere sociale domein en meer te kunnen sturen op (lokaal) maatwerk afhankelijk van de nog te maken lokale keuzes. Huidige financiële afspraken De re-integratiemiddelen die de gemeenten ontvangen van het Rijk worden tot nu toe volledig overgemaakt aan de RDWI. De RDWI maakt vervolgens 10% van het budget terug over aan de gemeenten voor lokale projecten. Het resterend bedrag vormt de basis voor de dienstverlening van de RDWI. Afrekening, indien aan de orde, vindt achteraf plaats naar rato van de inbreng van middelen door de gemeenten.
Strategische Kaders Werk en Inkomen 2024-2027
Pagina 35 van 39
Nieuwe financiële afspraken. De nieuwe financiële afspraken sluiten aan bij de strategische kaders. Aan de ene kant gezamenlijke (boven)regionale dienstverlening door de RDWI (basisdienstverlening) en aan de andere kant aanvullende lokale dienstverlening afhankelijk van de gemeentelijk ambities en wensen (lokaal maatwerk en aanvullende dienstverlening). 1. Basisdienstverlening Binnen de basisdienstverlening onderscheiden we twee kostensoorten: a. Organisatiekosten Onder organisatiekosten verstaan we de kosten voor de organisatie en personeel (o.a. klantregisseurs, accountmanagers, administratie, overhead, etc.) en de kosten voor de uitvoering van gezamenlijke projecten (o.a. Jongerenaanpak). De kosten worden jaarlijks onder de gemeenten verdeeld op basis van een verdeelsleutel met een viertal maatstaven: - het aantal inwoners met een bijstandsuitkering; - het aantal loonkostensubsidies; - het aantal huishoudens met een laag inkomen; - het aantal inschrijvingen in het doelgroepregister.
Deze verdeelsleutel sluit – in vergelijking met andere verdeelsleutels zoals bijvoorbeeld het aantal bijstandsgerechtigden of het aantal inwoners per gemeente - beter aan bij de veranderde rijksfinanciering (zelfde maatstaven als cluster inkomen en participatie van de algemene uitkering in het Gemeentefond), de door de RDWI te leveren inzet voor reintegratie aan verschillende doelgroepen en de stijging van het aantal inwoners met een arbeidsbeperking. Zoals blijkt uit tabel 1 (zie financiële gevolgen blz. 38) houdt de verdeelsleutel – in vergelijking met een verdeelsleutel op basis van inwoners – rekening met de verschillen in de bestandskenmerken tussen de vijf gemeenten. b. Inzet van instrumenten voor individuele inwoners Dit zijn instrumenten die in het kader van de basisdienstverlening voor individuele inwoners worden ingezet (o.a. jobcoaching, taalonderwijs, etc.). Deze kosten zijn herleidbaar naar een individu en daarmee ook naar een woongemeente. De kosten die de RDWI voor een individuele inwoner maakt, worden op basis van realisatie door de woongemeente vergoed. 2. Lokaal maatwerk en aanvullende dienstverlening Aanvullend op de basisdienstverlening kunnen gemeenten op individuele basis met de RDWI en/of andere (lokale) organisaties, afspraken maken over aanvullende dienstverlening aan de eigen inwoners.
Deze dienstverlening wordt tegen integrale kostprijs afgerekend met de uitvoerende organisatie. Gemeenten bepalen individueel zelf welke dienstverlening zij in dit kader in willen zetten en of zij deze dienstverlening ook beschikbaar willen stellen voor inwoners van andere gemeenten.
Strategische Kaders Werk en Inkomen 2024-2027
Pagina 36 van 39
Strategische kaders en nieuwe financiële afspraken vergroten gemeentelijke invloed De strategische kaders en de nieuwe financiële afspraken vergroten de gemeentelijke invloed op de re-integratie- en participatieactiviteiten en daarmee indirect ook de hoogte van de gemeentelijke kosten. Strategische kaders De (gezamenlijke) gemeentelijke ambities en doelen zijn – naast wettelijke en bovenregionale verplichtingen - bepalend bij het vormgeven van de re-integratie- en participatieaanpak. De ambities en doelen zijn namelijk het uitgangspunt voor de SMART-doelstellingen die met de RDWI en (lokale) aanbieders worden afgesproken (zie Leren en innoveren blz. 29.). Gemeenten kunnen zelf bepalen hoe zij de aanvullende dienstverlening en het lokaal maatwerk vorm willen geven (zie “Innovatieagenda Werk en Inkomen 2024-2027” blz. 30). Dat betekent dat gemeenten deels gezamenlijk en deel zelfstandig kunnen sturen op de kosten. In lijn met de strategische kaders (zie “bovenregionaal” blz. 25) gaan we actief gebruik maken van de kansen en mogelijkheden binnen de arbeidsmarktregio. Dat betekent dat we ook gebruik maken van de rijksmiddelen die binnen de arbeidsmarktregio beschikbaar zijn of via de arbeidsmarktregio beschikbaar komen (bijv. Europese gelden). Financiële afspraken De nieuwe financiële afspraken vergroten de sturingsmogelijkheden van de gemeenten (zie figuur 1).
Gemeenten krijgen door de nieuwe financiële afspraken meer invloed op: a) de omvang en invulling van de basisdienstverlening; b) de omvang en invulling van het lokale maatwerk en de aanvullende dienstverlening; c) de organisaties die in dit kader ingezet worden. Figuur 9. financiële sturingsmogelijkheden
Volledigheidshalve dient hierbij te worden opgemerkt dat een deel van de participatie- en reintegratieactiviteiten wettelijk of bovenregionaal bepaald worden of in de gemeenschappelijke regeling RDWI zijn verankerd. Daarnaast zijn behoud van solidariteit en
Strategische Kaders Werk en Inkomen 2024-2027
Pagina 37 van 39
gezamenlijkheid binnen de regio ZOU belangrijke uitgangspunten bij de nadere uitwerking van de financiële afspraken. Ingroeimodel Voor een optimale werking van de nieuwe financiële afspraken is het belangrijk dat gemeenten keuzes (kunnen) maken. Zo moeten bijvoorbeeld de gezamenlijke en individuele gemeentelijke ambities nog worden bepaald en moeten er nog afspraken worden gemaakt over de invulling van de basisdienstverlening, het lokaal maatwerk en de aanvullende dienstverlening. Daarnaast sluit de huidige wijze van registratie door de RDWI niet aan bij de nieuwe afspraken waardoor de benodigde cijfers nog niet (volledig) beschikbaar zijn. Er is gekozen voor een ingroeimodel met een geleidelijke toename van de effecten van de nieuwe afspraken met factor 0,25. Op die manier kunnen de nieuwe afspraken per 2024 worden ingevoerd, ontstaat er een incentive om gezamenlijk stappen te blijven maken en ontstaat er tijd om de nieuwe afspraken verder uit te werken en te implementeren. Financiële gevolgen Het is niet mogelijk om, zonder dat de gemeenten keuzes gemaakt hebben en de registratie door de RDWI is aangepast, de gevolgen van de nieuwe financiële afspraken meerjarig in beeld te brengen. Wel is duidelijk dat de nieuwe afspraken leiden tot een herverdeling van kosten (zie tabel 1).
De nieuwe financiële afspraken bieden kansen aan gemeenten om eigen keuzes te maken voor wat betreft de omvang en inzet van het participatiebudget. Dat betekent ook dat het totale participatiebudget dat nu bij de RDWI belegd is mogelijk lager kan worden. Zoals reeds eerder beschreven zal dit in het kader van de innovatieagenda Werk en Inkomen in nauwe samenwerking met de RDWI nader uitgewerkt worden. In 2024 is de gemeentelijke inbreng van middelen, conform de nieuwe afspraken en onder toepassing van het ingroeimodel zoals in onderstaand tabel. Tabel 1. financiële afspraken 2024 inwoners
huidige afspraken bijdrage
nieuwe afspraken
aandeel
aandeel
Bunnik
8%
2,20%
81.000
4,60%
103.000
De Bilt
22%
16,30%
595.000
19,80%
626.000
Utrechtse Heuvelrug
25%
15,40%
561.000
23,10%
631.000
Wijk bij Duurstede
12%
5,70%
207.000
9,80%
245.000
Zeist
33%
60,30%
2.198.000
42,60%
2.037.000
totaal
100%
100%
3.642.000
100%
3.642.000
Strategische Kaders Werk en Inkomen 2024-2027
aandeel bijdrage 2024
Pagina 38 van 39
Aandachtspunten voor het vervolg en impact door RDWI Bij de verdere uitwerking zijn er de volgende aandachtspunten: - Het perspectief vanuit de inwoner moet leidend zijn. Er kunnen bijvoorbeeld nadelige effecten ontstaan voor een inwoner wanneer een bepaald budget in een gemeente uitgeput is, terwijl er nog wel inwoners zijn die ondersteuning nodig hebben - De omvang van het totale re-integratiebudget moet in een vroeg stadium al bekend zijn vanwege de begrotingscyclus van de RDWI. Welke inzet het beste passend is, is niet altijd vooraf te bepalen. Kant-en-klare projecten/trajecten zijn lang niet altijd passend (meer) voor de doelgroep. Ruimte voor de professional om in te zetten wat nodig is, is daarbij van belang. - De ruimte in het re-integratiebudget wordt voor een groot deel bepaald door wettelijke taken en bovenregionale afspraken. De werkgeversinstrumenten worden op niveau van de arbeidsmarktregio geharmoniseerd. Het gaat om voorzieningen zoals beschut werk, jobcoaching, participatieplaats, werkervaringsplaatsen, proefplaatsen, uitstroompremie, tegemoetkoming reiskosten, etc. De nieuwe systematiek zal gevolgen hebben voor de bedrijfsvoering en dienstverlening door de RDWI. De mate waarin, hangt af van de uitwerking.
In grote lijnen moet gedacht worden aan: Incidenteel: - Aanpassingen in systemen en werkprocessen (met inzet van een dedicated applicatiebeheerder, projectleider en overige ondersteunende functies) voor klantregisseurs en ondersteunende teams Structureel: - Klantregisseurs moeten in de praktijk rekening gaan houden met verschillen tussen gemeenten. Als de instrumenten per gemeente niet veel van elkaar afwijken, dan vraagt dat minder aanpassingsvermogen dan wanneer er wel grote verschillen zijn. - Afspraken per gemeente vergt jaarlijks intensieve afstemming en overleg (vooraf, lopende het jaar en achteraf), met extra ondersteuning in de vorm van bijvoorbeeld contractbeheer, accountmanagement, administratieve ondersteuning, financiën, beleid.
Strategische Kaders Werk en Inkomen 2024-2027
Pagina 39 van 39