bijlage 1. Strategische kaders Werk en Inkomen 2024-2027
Tekst van het document
Strategische Kaders Werk en Inkomen 2024-2027 Regio Zuidoost Utrecht
“Door op het gekozen spoor. Niet anders, maar beter !”
Strategische Kaders Werk en Inkomen 2024-2027
Pagina 2 van 39
Voorwoord Wij geloven in een samenleving waar voor iedereen plaats is, waar je je dromen na kunt streven en je je leven naar eigen inzicht en onafhankelijk van anderen in kunt richten. Werk, voldoende inkomen, beheersing van de Nederlandse taal en kennis van de gebruiken, normen en waarden binnen onze maatschappij zijn daarbij belangrijke randvoorwaarden. Door het opstellen van de Strategische Kaders Werk en Inkomen 2024-2027, geven de gemeenten in de regio Zuidoost Utrecht (Bunnik, De Bilt, Utrechtse Heuvelrug, Wijk bij Duurstede en Zeist) richting aan de wijze waarop de inwoners ondersteund worden bij vraagstukken rondom werk, inkomen, schulden en inburgering. De strategische kaders zijn opgesteld binnen de bestuurlijke samenwerking van de regio Zuidoost Utrecht (ZOU-regio) en in goed overleg met de Regionale Dienst Werk en Inkomen (RDWI) en de Biga Groep BV (Biga). Daarnaast is gebruik gemaakt van de input vanuit de Regionale Cliëntenraad Kromme Rijn Heuvelrug, de gemeentelijke Sociale Adviesraden en de medewerkers binnen het brede sociale domein (Wmo en Jeugd). De nieuwe strategische kaders leiden niet tot een wijziging van de huidige koers. Wel wordt een belangrijke stap gezet in het verder uitwerken en concretiseren van wat we met die koers willen bereiken, hoe we dat willen bereiken en wat de inwoner van ons mag verwachten.
Belangrijke aspecten zijn het versterken van de samenhang met het brede sociale domein, werk voor iedereen door regionale krachtenbundeling en ondersteuning in de nabijheid van de inwoner. De periode 2024-2027 staat in het teken van leren en innoveren. Samen met onze inwoners, de RDWI, Biga en onze samenwerkingspartners werken we aan het verbeteren van onze dienstverlening. Doen wat nodig is in het belang van onze inwoners.
Strategische Kaders Werk en Inkomen 2024-2027
Pagina 3 van 39
Strategische Kaders Werk en Inkomen 2024-2027
Pagina 4 van 39
Inhoudsopgave Samenvatting ................................................................................................................... 6 1
Inleiding................................................................................................................... 10 Aanleiding ............................................................................................................................. 10
2
Terugblik Strategische kaders 2020 - 2023 ................................................................ 13 Algemeen .............................................................................................................................. 13 Wat waren we van plan ? ..................................................................................................... 13 Wat hebben we gerealiseerd ? ............................................................................................. 14 Wat hebben we geleerd en wat komt er op ons af? ............................................................ 15
3
Visie, missie en ambitie ............................................................................................ 19 Missie .................................................................................................................................... 19 Visie en uitgangspunten........................................................................................................ 19 Ambitie .................................................................................................................................. 21
4
Strategische Kaders 2024 - 2027 ............................................................................... 23 Inwoner centraal” ................................................................................................................. 23 Ondersteuning vanuit passende nabijheid ........................................................................... 24 Werk voor iedereen .............................................................................................................. 25 Bestaanszekerheid ................................................................................................................ 27 Meer ruimte voor lokale inkleuring ...................................................................................... 28 Leren en innoveren ............................................................................................................... 29
5
Vervolg .................................................................................................................... 30 RDWI: Meerjarig strategisch plan 2024-2007 ....................................................................... 30 Gemeenten: Innovatieagenda Werk en Inkomen 2024-2027 .............................................. 30
Bijlagen .......................................................................................................................... 31 Bijlage 1. Cijfers ..................................................................................................................... 32 Bijlage 2. Financiële afspraken Participatiebudget ............................................................... 35
Strategische Kaders Werk en Inkomen 2024-2027
Pagina 5 van 39
Samenvatting Waarom strategische kaders ? Door het vaststellen van de Strategische Kaders Werk en Inkomen 2024-2027 geven de gemeenteraden richting aan het beleid en de uitvoering door de RDWI. In de gemeenschappelijke regeling RDWI is bepaald dat de gemeenten deze kaders eens in de vier jaar vaststellen. Werk en Inkomen is onlosmakelijk verbonden met andere vormen van dienstverlening binnen het bredere sociale domein (Wmo, Jeugd en Welzijn). Vanwege haar eindverantwoordelijkheid voor de uitvoering van de genoemde wetgeving, haar regierol en de uitvoerende taken in het kader van de Wmo en Jeugdzorg zijn de strategische kaders ook richting gevend voor de gemeenten in het bredere verband van het sociaal domein. De nieuwe strategische kaders leiden niet tot een wijziging van de huidige koers. Wel wordt een belangrijke stap gezet in het verder uitwerken en concretiseren van wat we met de koers willen bereiken, hoe we dat willen bereiken en wat de inwoner van ons mag verwachten. Belangrijke aspecten zijn het versterken van de samenhang met het brede sociale domein, werk voor iedereen door regionale krachtenbundeling en ondersteuning in de nabijheid van de inwoner. Als onderdeel van de strategische kaders maken de gemeenten ook nieuwe afspraken over inzet en inbreng van participatiemiddelen bij de RDWI. Afspraken die aansluiten bij de inhoud van de strategische kaders.
De nieuwe afspraken worden beschreven in bijlage 2. Wat willen we bereiken ? We geloven in een inclusieve maatschappij en een arbeidsmarkt waar voor iedereen plaats is en waarin iedereen op zijn of haar manier meedoet. Waar inwoners in staat zijn om hun dromen na te streven en tegenslagen op te lossen. Werk (betaald of onbetaald), voldoende inkomen, beheersing van de Nederlandse taal en kennis van de gebruiken, normen en waarden binnen onze maatschappij zijn daarbij belangrijke randvoorwaarden. Het is dan ook onze ambitie dat: a) inwoners een zinvolle (on)betaalde daginvulling hebben die aansluit bij hun mogelijkheden en waarbinnen zij zich verder kunnen ontwikkelen; b) inwoners over voldoende middelen beschikken om de minimale lasten te kunnen betalen; c) ondersteuning zoveel mogelijk in de nabijheid van de inwoner wordt georganiseerd; d) door de effectiviteit en efficiëntie van de ondersteuning te monitoren en te experimenteren met nieuwe manieren van werken, we steeds beter in staat zijn om te doen wat voor de inwoners nodig is. Wat betekent dit voor de strategische kaders ? Inwoner centraal De inwoner staat centraal en niet de regels en de uitvoeringsstructuur. We hanteren daarbij vier basisprincipes: Strategische Kaders Werk en Inkomen 2024-2027
Pagina 6 van 39
1. vertrouwen: we werken vanuit vertrouwen, zowel in de inwoner als ook in de medewerker die onze inwoners ondersteunt; 2. doen wat nodig is: de vraag en de prioritering van de inwoner zijn het uitgangspunt van ons handelen. We bieden medewerkers voldoende handelingsruimte om te kunnen doen wat nodig is; 3. Geen verkeerd loket: bij ieder gemeentelijk loket vindt eenzelfde brede uitvraag plaats. Inwoners worden indien nodig warm overgedragen of gezamenlijk en in afstemming ondersteund; 4. Traploos ondersteuningsaanbod: de wijze waarop we de dienstverlening organiseren mag geen drempels opwerpen voor de inwoner. Ondersteuning vanuit passende nabijheid We organiseren de ondersteuning aan inwoners op een niveau dat past bij de ondersteuningsbehoefte van de betreffende inwoner: 1. Gemeentelijk niveau: inwoners met meerdere ondersteuningsbehoeften binnen het sociale domein, ondersteuning aan inwoners gericht op maatschappelijke participatie en ondersteuning van inburgeraars (Z-route); 2. Regio ZOU: inwoners met een behoefte aan ondersteuning bij het verkrijgen en behouden van werk (RDWI en Biga); 3. Arbeidsmarktregio: inwoners die direct kunnen werken en inwoners waarvoor de dienstverlening door de Arbeidsmarktregio Midden Utrecht (o.a. werkgeversbenadering) aansluit bij hun behoeften. Werk voor iedereen en werken moet lonen We stimuleren en faciliteren (o.a.
via Biga) dat alle inwoners – ook degene waarvoor de arbeidsmarkt niet meer passend is - aan de slag kunnen op een werkplek die aansluit bij hun mogelijkheden. We zorgen er vervolgens voor dat werken loont en dat inwoners vooraf inzicht hebben in de financiële consequenties bijvoorbeeld bij de overgang van uitkering naar werk. Bestaanszekerheid Hoewel inkomenspolitiek een taak is van de landelijke overheid proberen we inwoners - via minimaregelingen, bijzondere bijstand, ondersteuning bij het aanvragen van financiële regelingen en maatwerkoplossingen – proactief te ondersteunen. Meer ruimte voor lokale inkleuring We stimuleren een verdere afstemming en samenhang van de dienstverlening in het kader van Werk en Inkomen met het lokale dienstverleningspalet binnen het bredere sociale domein. Daarnaast komen we tot een lokale aanpak, gericht op activering en maatschappelijke participatie. Leren en innoveren Samen met de keten- en samenwerkingspartners gaan we de strategische kaders vertalen naar SMART-geformuleerde jaarlijkse doelstellingen. Doel is om op die manier beter in staat te zijn de voortgang te volgen, te leren van wat goed en minder goed gaat en tijdig bij te kunnen sturen. Daarnaast wordt ervaring opgedaan met nieuwe manieren van werken en worden resultaten vergeleken met vergelijkbare gemeenten. Strategische Kaders Werk en Inkomen 2024-2027
Pagina 7 van 39
Samenwerking RDWI en Biga RDWI en Biga werken op onderdelen succesvol samen (o.a. Werkroute). We gaan onderzoeken hoe de dienstverlening van beide organisaties meer vanuit samenhang en samenwerking vormgegeven kan worden. Innovatieagenda Werk en Inkomen 2024-2027 De strategische kaders leiden zowel voor de RDWI als voor de gemeenten tot vervolgacties. De wijze waarop de gemeenten deze vervolgacties de komende jaren handen en voeten gaan geven wordt beschreven in de Innovatieagenda Werk en Inkomen 2024-2027. De innovatieagenda wordt voor 1 januari 2024 vastgesteld door de colleges van burgemeester en wethouders en bevat naar verwachting in ieder geval de volgende onderwerpen: -
versterken gemeentelijke regie- en opdrachtgeversrol; komen tot een methode gericht op gezamenlijk leren en innoveren; vormgeven en implementeren van het “geen-verkeerd-loket-principe”; vormgeven en implementeren van het traploos ondersteuningsaanbod; opstellen en implementeren van de toekomstvisie Biga en de samenhang met RDWI; vormgeven en implementeren van de couleur locale; ontwikkelen pilots en experimenten; ontwikkelen van sturingsinformatie en monitoring in samenspraak met Biga en RDWI.
Hoe gaan we dit financieren ? Met deze strategische kaders maken de gemeenten nieuwe afspraken over de inzet en inbreng van participatiemiddelen. We continueren vooralsnog de bestaande financiële afspraken rondom de uitkeringskosten (BUIG), de Wet schuldhulpverlening, de Wet inburgering en de apparaatskosten. Voor de kosten van de re-integratie en de participatie worden, in lijn met de gewijzigde rijksfinanciering, nieuwe afspraken gemaakt. Deze sluiten aan bij de strategische kaders. Voortaan zijn gemeentelijke ambities en doelen leidend voor de inzet en inbreng van middelen. De inbreng van middelen door gemeenten is meer gerelateerd aan de inzet voor de gemeente. De kosten die de RDWI in dit kader maakt voor individuele inwoners worden voortaan vergoed door de betreffende woongemeente. De organisatorische kosten met betrekking tot reintegratie en de kosten voor gezamenlijke projecten, samen genoemd de basisdienstverlening worden onder de gemeenten verdeeld op basis van een nieuwe verdeelsleutel. Deze verdeelsleutel is beter gerelateerd aan de inzet voor gemeenten dan de huidige sleutel (Rijksbudget). Aanvullend op de basisdienstverlening kunnen gemeenten zelf afspraken maken met de RDWI of een andere (lokale) organisatie. Deze kosten worden door de betreffende gemeenten gedragen.
Voor de nieuwe financiële afspraken wordt een ingroeimodel gehanteerd met een looptijd gelijk aan die van de strategische kaders. Op die manier lopen de effecten van de nieuwe afspraken gelijk op met de mogelijkheden van gemeenten om te sturen op effecten van de nieuwe afspraken. Strategische Kaders Werk en Inkomen 2024-2027
Pagina 8 van 39
Hoe verder ? Na vaststelling van de strategische kaders door de gemeenteraden (juni 2023) zullen de RDWI en de gemeenten in nauwe afstemming, vóór 1-1-2024, de strategische kaders vertalen naar respectievelijk een Meerjarig strategische plan en een Innovatieagenda 2024-2027. Vervolgens wordt gedurende de looptijd van de strategische kaders uitvoering gegeven aan beide plannen. Leeswijzer Na de inleiding (hoofdstuk 1) wordt teruggekeken naar de resultaten en leerpunten vanuit de huidige strategische kaders (hoofdstuk 2). Vervolgens wordt ingegaan op de visie, missie en ambities (hoofdstuk 3), waarna ingegaan wordt op de nieuwe strategische kaders (hoofdstuk 4) en de afspraken met betrekking tot de verdere implementatie en uitwerking van de nieuwe strategische kaders (hoofdstuk 5). Bijlage 1 bevat relevante cijfers die een beeld geven van de omvang en de kenmerken van de doelgroep. Bijlage 2 bevat een beschrijving van de nieuwe financiële afspraken. Voor de volledigheid wijzen we er op dat waar in het document gesproken wordt over “we”, dit betrekking heeft op de gehele ketensamenwerking, tenzij anders aangegeven. Daarnaast wijzen we er op dat de cijfers die in dit document worden genoemd, betrekking hebben op de totalen van de vijf gemeenten, tenzij anders vermeld.
Strategische Kaders Werk en Inkomen 2024-2027
Pagina 9 van 39
1 Inleiding Aanleiding De Regionale Dienst Werk en Inkomen Kromme Rijn Heuvelrug (RDWI) voert namens de gemeenten Bunnik, De Bilt, Utrechtse Heuvelrug, Wijk bij Duurstede en Zeist de Participatiewet (Pw), de Wet Sociale Werkvoorziening (Wsw), de Wet Inburgering 2021 (Wi2021) en de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) uit. Eens in de vier jaar stellen de raden van de vijf gemeenten de strategische kaders Werk en Inkomen vast. De strategische kaders zijn richtinggevend voor het beleid, en daarmee ook voor de uitvoering door de RDWI. In 2023 moeten de nieuwe strategische kaders voor de periode 2024-2027 worden vastgesteld. Er was bij de gemeenten ook behoefte om te komen tot nieuwe afspraken over inzet en inbreng van participatiemiddelen bij de RDWI. Deze nieuwe afspraken sluiten aan op de strategische kaders (“geld volgt inhoud”). Vandaar dat deze nieuwe afspraken onderdeel uitmaken van deze strategische kaders (zie bijlage 2). De in 2015 ingezette transitie van de taken in het sociale domein naar de gemeenten leidt tot een steeds verdergaande transformatie binnen het sociale domein, waarbij niet de regelingen maar de ondersteuningsbehoefte van de inwoner centraal staat. Werk en Inkomen maakt zodoende integraal onderdeel uit van de dienstverlening binnen het brede sociale domein.
Daar waar inwoners ondersteuning nodig hebben op meerdere leefgebieden, willen we die ondersteuning integraal bezien en aanbieden. De strategische kaders zijn zodoende onlosmakelijk verbonden met het beleid inzake Wmo, Jeugd en Welzijn. De strategische kaders zijn dan ook niet alleen richting gevend voor de RDWI, maar ook voor de gemeenten en de samenwerking met andere keten- en samenwerkingspartners zoals bijvoorbeeld de Biga Groep BV (Biga), de sociale (dorps)teams en betrokken lokale maatschappelijke organisaties. Keten Werk en Inkomen De uitvoering van de strategische kaders vindt plaats binnen een eigen organisatorische context. Bij de beschrijving van deze context beperken we ons tot de relevante gemeentelijke organisaties en samenwerkingsverbanden binnen de keten Werk en Inkomen. Gemeenten Gemeenten zijn eindverantwoordelijke voor de uitvoering van de Participatiewet (Pw), de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs), de Wet sociale werkvoorziening (Wsw) en de Wet inburgering 2021 (Wi2021). De gemeenten hebben dan ook een belangrijke verantwoordelijkheid ten aanzien van de samenhang, afstemming en verbinding binnen het brede sociale domein (Pw, Wmo, Jeugdwet en Welzijn), zowel op beleids- als organisatieniveau. De gemeenten zijn tevens “eigenaar” en “opdrachtgever” van de RDWI en de Biga. Strategische Kaders Werk en Inkomen 2024-2027
Pagina 10 van 39
Gemeentelijke sociale teams Binnen de gemeentelijke sociale teams werken verschillende deskundigen samen op het gebied van onder andere Wmo, Jeugdzorg en Welzijn. Inwoners kunnen bij de sociale teams terecht met vragen over welzijn, zorg, wonen, werk, financiën, dagbesteding, (geestelijke) gezondheid en relaties. RDWI De RDWI is een gemeenschappelijke regeling die namens de gemeenten zorgdraagt voor de uitvoering van de eerder genoemde wet- en regelgeving, inclusief de vaststelling van het uitvoeringsbeleid en de verordeningen. De RDWI is ook formeel werkgever voor de medewerkers met een dienstverband in het kader van de Wsw en opdrachtgever in de richting van de Biga voor wat betreft een aantal re-integratieactiviteiten. Biga Groep BV De Biga Groep BV (Biga) is een social enterprise met de gemeenten als enig aandeelhouder. De Biga verzorgt, in opdracht van de RDWI, het uitvoerend werkgeverschap in het kader van de Wsw (bieden van werk, ondersteuning en dagelijkse aansturing op de werkplek). Biga en de RDWI verzorgen samen het project “Werkroute”. Werkroute is een aanpak waarbij de inwoner via een samenwerking van RDWI en Biga intensief begeleid wordt en waarbij werkgevers worden benaderd via het netwerk van de RDWI, de Biga en het Werkgeverservicepunt Midden-Utrecht.
Werkroute richt zich met name op inwoners met een indicatie Beschut Werk1 of een indicatie Doelgroepregister (garantiebanen2). Daarnaast is Biga ook werkgever in het kader van de garantiebanen en verzorgt - in opdracht van de RDWI of derden zoals het UWV – re-integratietrajecten. Arbeidsmarktregio Midden Utrecht Nederland is onderverdeeld in 35 arbeidsmarktregio’s. De arbeidsmarktregio is het platform waar gemeenten, UWV en vertegenwoordigers van werkgeversen werknemersorganisaties gezamenlijk werken aan het versterken en verbeteren van de dienstverlening aan zowel (potentiële) werkzoekenden als werkgevers. De samenwerking binnen de arbeidsmarkt is wettelijk voorgeschreven. Het Rijk stelt onder andere middelen aan de arbeidsmarktregio beschikbaar voor re-integratiegerichte projecten. De regio ZOU is onderdeel van de Arbeidsmarktregio Midden Utrecht. Een van de portefeuillehouders W&I vertegenwoordigt – in afstemming met de
Figuur 1. Arbeidsmarktregio Midden Utrecht
1
Beschut werk: een dienstverband voor inwoners die alleen in een 'beschutte' omgeving onder aangepaste omstandigheden kunnen werken. 2 Garantiebaan: een dienstverband met loonkostensubsidie voor inwoners die vanwege een (arbeids)beperking niet in staat zijn zelfstandig het minimumloon te verdienen.
Strategische Kaders Werk en Inkomen 2024-2027
Pagina 11 van 39
bestuurstafel ZOU – samen met RDWI de gemeenten binnen de diverse samenwerkings- en overlegvormen. Regio Zuid Oost Utrecht (ZOU-regio) De vijf gemeenten vormen samen de ZOU-regio. De ZOU-regio is een netwerksamenwerking waarbinnen afstemming en samenwerking plaatsvindt op beleids-, management- en bestuurlijk niveau, met betrekking tot gezamenlijke vraagstukken binnen het brede sociale domein (Wmo, Jeugd, Werk en Inkomen). Ketensamenwerking Bovenstaande opsomming maakt duidelijk dat de dienstverlening Werk en Inkomen belegd is bij verschillende “gemeentelijke organisaties” die zich op een bepaalde manier tot elkaar verhouden: - De re-integratieactiviteiten van de RDWI worden afgestemd en deels voorgeschreven vanuit het Rijk en via de afspraken binnen de Arbeidsmarktregio Midden Utrecht. - De GR RDWI, Biga- Groep BV en de sociale teams zijn uitvoerende organisaties, ieder met hun eigen taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden. - De gemeenten zijn eindverantwoordelijk, kaderstellend, “eigenaar” en “opdrachtgever” in de richting van de drie uitvoerende organisaties. - De ZOU-regio is de netwerkorganisatie waarbinnen de gemeenten de verbinding binnen het Sociale Domein stimuleren en waar de afstemming plaatsvindt rondom de kaderstellende activiteiten en de opdrachtgevende rol in de richting van de uitvoerende organisaties.
Strategische Kaders Werk en Inkomen 2024-2027
Pagina 12 van 39
2 Terugblik Strategische kaders 2020 - 2023
Algemeen We starten de terugblik met een samenvatting van de huidige strategische kaders. Vervolgens beschrijven we wat gerealiseerd is, wat mogelijk beter had gekund en wat we als aandachtspunt meenemen naar de nieuwe strategische kaders. We beperken ons daarbij tot een globale beschrijving van de resultaten. Wat waren we van plan ? Het centrale doel van de Strategische Kaders 2020-2023 was: deelname aan de samenleving mogelijk maken door inwoners, wanneer nodig, financieel te ondersteunen, te activeren of te begeleiden naar werk. Dit is vervolgens vertaald in een vijftal doelen: 1.
2.
3.
4. 5.
Het voorkomen van inkomensproblematieken door, daar waar mogelijk, voldoende informatie te bieden, beter te signaleren en preventief, in een vroeg stadium, mee te helpen denken aan oplossingen. Dat betekent jongeren die dreigen uit te vallen uit het onderwijs begeleiden naar een passende opleiding, leer-/werktrajecten of stages en het verbeteren van de vroegsignalering, waardoor inwoners met geldproblemen sneller in beeld komen en geholpen kunnen worden. Inwoners die niet in staat zijn om zelfstandig voldoende inkomen te verwerven, ondersteuning bieden in de vorm van (waar mogelijk tijdelijk) inkomensondersteuning via een bijstandsuitkering of incidenteel financiële ondersteuning op maat te bieden via bijzondere bijstand of minimaregelingen. Stimuleren van deelname aan de samenleving door inwoners te activeren en waar mogelijk op basis van talent te begeleiden naar werk. Daarbij lag de focus, voor wat betreft de inzet van tijd en geld, bij de inwoners die niet in staat zijn om zonder hulp werk te vinden (groep 2). Inwoners die (nog) geen kans hebben op werk worden lokaal geactiveerd (groep 3). Daarbij wordt nauw samengewerkt met de lokale teams voor zorg, welzijn en jeugdhulp, de RDWI en Biga.
Inwoners die - mede vanwege de gunstige arbeidsmarkt - zelf in staat zijn om werk te vinden (groep 1) worden ondersteund bij het vinden van werk via de werkgeversbenadering vanuit de arbeidsmarktregio. Het maken van nieuwe financiële afspraken gericht op de financiering van de risico’s met betrekking tot de uitkerings- en re-integratiekosten. Het ontwikkelen van een aanpak waarbij inwoners behorende tot groep 3 (geen focus op werk) begeleid worden naar een vorm van activering naar vermogen vanuit een samenhangende aanpak van regionale en lokale dienstverlening (opdracht RDWI via Raadsbesluit maart 2021).
Strategische Kaders Werk en Inkomen 2024-2027
Pagina 13 van 39
Wat hebben we gerealiseerd ? We beperken ons tot de realisatie gekoppeld aan de doelen, zoals beschreven in de strategische kaders. Daarmee doen we onvoldoende recht aan hetgeen op het terrein van Werk en Inkomen in de afgelopen jaren door de RDWI is gerealiseerd. De effecten van de Covid-19-pandemie, de oorlog in Oekraïne en de gestegen energieprijzen zijn enkele voorbeelden die geleid hebben tot nieuwe taken en een toename van het aantal inwoners dat ondersteuning is geboden. In bijlage 1. vindt u cijfermatige overzichten die een beeld geven van de ontwikkelingen op het gebied van de Participatiewet, de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening en de Wet inburgering 2021. Realisatie en ontwikkelingen 2020-2023 1. Verhuurders, energiemaatschappijen, watermaatschappijen en ziektekostenverzekeraars zijn vanaf 2021 verplicht om betalingsachterstanden te melden. Hierdoor komen we eerder met inwoners in contact en kan de ontwikkeling naar problematische schuldensituaties zoveel mogelijk worden voorkomen. Maandelijks worden rond de 400 signalen van betalingsachterstanden ontvangen. Alle inwoners worden vervolgens telefonisch of per brief benaderd. Op het moment dat er ten aanzien van een bepaald adres meerdere signalen worden ontvangen, wordt in samenwerking met de lokale sociale teams een huisbezoek afgelegd.
In 2022 zijn de inwoners aan de hand van een marketingcampagne gewezen op de mogelijkheden van schuldhulpverlening. Daarnaast is er een folder beschikbaar die onder andere via de samenwerkingspartners wordt verspreid. Al deze acties hebben – samen met de effecten van de huidige inflatie en energiecrisis - geleid tot een toename van het aantal inwoners met enige vorm van schuldhulpverlening (zie fig. 6. bijlage 1). Jongeren met vragen over werk, inkomen, schulden en opleidingen kunnen rechtstreeks contact opnemen met de Jongerenregisseurs van de RDWI. Op het moment dat de Jongerenregisseurs signalen ontvangen – bijvoorbeeld van begeleiders in het onderwijs of het Regionale Meld- en coördinatiefunctie (RMC) – nemen zij zelf contact op met de jongeren. Jongeren kunnen daarnaast ook zelf binnenlopen bij een van de twee Schoolwerkcafe’s (locatie Zeist of Wijk bij Duurstede). Jongeren in het laatste jaar van het voortgezet speciaal onderwijs (Vso) en het praktijkonderwijs (Pro) worden door de Jongerenregisseurs – in samenwerking met de school – geholpen bij het bepalen van een visie op hun toekomst en ondersteunend bij de overgang naar een vervolgopleiding of bij het verkrijgen en behouden van werk. 2.
Inwoners kunnen via de RDWI een beroep doen op een uitkering en bijzondere bijstand. Tijdens het opstellen van de vorige strategische kaders werd - vanwege de te verwachten effecten van de Covid-19-pandemie op de economie – uitgegaan van een stijging van het aantal inwoners dat een beroep moest doen op de uitkering. We zien echter dat vanaf 2020 – mede door de toegenomen vraag op de arbeidsmarkt - het aantal te verstrekken uitkeringen daalt (zie figuur 4 bijlage 1).
Strategische Kaders Werk en Inkomen 2024-2027
Pagina 14 van 39
De dienstverlening door de RDWI wordt door de inwoners positief beoordeeld. Uit een in 2021 door BMC gehouden klantbelevingsonderzoek blijkt dat de inwoners de dienstverlening door de RDWI gemiddeld beoordelen met een 7,7. Ook op het gebied van schulddienstverlening scoort de RDWI tijdens een klantbelevingsonderzoek in 2022 een hoge gemiddelde waardering (7,9). In 2024 zullen deze onderzoeken worden herhaald. We streven er naar dat de klanttevredenheid ten opzichte van 2022 ten minste op hetzelfde peil blijft. 3.
Inwoners die zelf werk kunnen vinden (groep 1) worden, vanaf het moment dat zij zich melden voor een uitkering, door een recruiter in contact gebracht met werkgevers. De inwoners die kunnen werken maar (nog) niet zelfstandig werk kunnen vinden en (mogelijk) in aanmerking komen voor een indicatie banenafspraak of nieuw beschut (groep 2) worden actief begeleid via Werkroute. Op het moment dat een reguliere baan (nog) niet tot de mogelijkheden behoort, biedt Biga – afhankelijk van de mogelijkheden van de inwoner - een dienstverband, een werkervaringsplek of (tijdelijk) een garantiebaan aan, al dan niet met loonkostensubsidie en jobcoaching.
4.
De gemeenten hebben in februari 2021 nieuwe afspraken gemaakt rondom de uitkeringskosten (BUIG). Nadeelgemeenten (uitkeringskosten hoger dan rijksmiddelen) worden door de voordeelgemeenten gecompenseerd tot maximaal het gemeentelijke tekort.
5.
Conform de bestuursopdracht heeft de RDWI een aanpak ontwikkeld gericht op maatschappelijke participatie (groep 3). De ervaring leert dat inwoners in de meeste gevallen zelf in staat zijn om een zinvolle dagbesteding te vinden. Op het moment dat de inwoner hier ondersteuning bij nodig heeft is maatwerk geboden. Samen met de inwoner wordt dan bepaald wat een passende en zinvolle vorm van dagbesteding zou kunnen zijn, welke ondersteuning daarbij nodig is en wie deze ondersteuning het beste kan bieden. Meer informatie over de aanpak en de resultaten is te vinden op de website van de RDWI3.
Aanvullend op de afspraken binnen de strategische kaders heeft de RDWI de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (TOZO) en de Tijdelijke ondersteuning noodzakelijke kosten (TONK) uitgevoerd. De RDWI verstrekt verder sinds iets meer dan een jaar leefgeld aan opgevangen gevluchte inwoners uit Oekraïne (+/- 365 verstrekkingen per maand4) en de RDWI heeft aan 6.337 inwoners (stand 31-12-2022) de energietoeslag toegekend. Sinds 2022 voert de RDWI ook de Wet inburgering 2021 uit. Wat hebben we geleerd en wat komt er op ons af? Algemeen We hebben momenteel te maken met onvoorziene economische, geopolitieke en landelijk ontwikkelingen. Deze ontwikkelingen hebben een directe invloed op de dagelijkse uitvoeringspraktijk. Denk bijvoorbeeld aan de effecten van Covid-19, de oorlog in Oekraïne, 3
Meedoen is maatwerk | RSDKRH 4 Stand eind 2022
Strategische Kaders Werk en Inkomen 2024-2027
Pagina 15 van 39
de energiecrisis en de maatschappelijke discussie rondom de Toeslagen- en de boodschappenaffaire. Deze onvoorspelbaarheid op de langere termijn leidt er toe dat er voor gekozen is om geen SMART-geformuleerde meerjarige doelstellingen in de strategische kaders op te nemen. Wel hebben we ambities geformuleerd. Daarnaast gaan we samen met de RDWI, Biga en andere lokale samenwerkingspartners proactief en op basis van heldere sturingscijfers jaarlijks doelstellingen opstellen. Het doel is om de ontwikkelingen beter te kunnen monitoren, hiervan te leren, tijdig bij te sturen en innovatie mogelijk te maken (zie verder “leren en innoveren” blz. 29). Toename aantal inwoners met arbeidsbeperking De wijzigingen in de Wet sociale werkvoorziening (Wsw) en de Wajong zorgen vanaf 2015 voor een geleidelijke wijziging van de kenmerken van de groep inwoners die door de RDWI begeleid wordt. Jaarlijks doen ongeveer 80 nieuwe inwoners met een vorm van arbeidsbeperking - met name jongeren vanuit het Vso- en het Pro-onderwijs - een beroep op ondersteuning (zie figuur 5 bijlage 1). In figuur 6 (bijlage 1) is een overzicht opgenomen van het aantal inwoners per gemeente met een indicatie doelgroepregister.
Deze inwoners blijven – vanwege het vaak structurele karakter van hun arbeidsbeperking – langdurig en voor een deel zelfs hun gehele werkzame leven afhankelijk van enige vorm van begeleiding (loonkostensubsidie, jobcoaching, voor hen georganiseerd werk of dagbesteding). Momenteel hebben zo’n 250 inwoners met een arbeidshandicap bij Biga een dienstverband met loonkostensubsidie (garantiebaan of beschut werk). De verwachting is dat eind 2027 een derde van de bij de RDWI in begeleiding zijnde inwoners tot deze doelgroep behoort. Dit betekent: - een structurele toename van het aantal te verstrekken loonkostensubsidies, detacheringen en beschut werkplekken en in te zetten jobcoaching. - dat niet alleen een toenemend aantal inwoners begeleiding nodig hebben, maar ook een toenemend aantal werkgever. Onder andere wat betreft het omgaan met een medewerker met een arbeidsbeperking. - dat de focus qua benaderwijze verschuift van uitstroom naar blijvende aandacht voor empowerment en ontwikkeling. - andere kennis en vaardigheden voor de medewerkers van de RDWI. Zo moeten zij naast kennis van de Participatiewet ook kennis hebben van het arbeidsrecht (o.a. CAO, ontslagbescherming en werkgevers- en werknemersrechten).
Voorgaande heeft gevolgen voor de scholing en training van de medewerkers van de RDWI maar ook voor de faciliteiten die nodig zijn om werk voor meer inwoners mogelijk te maken (zie “werk voor iedereen” blz 24). Lokaal versus (boven)regionaal Met betrekking tot de re-integratieactiviteiten zien we twee op het eerste oog tegengestelde ontwikkelingen. Enerzijds willen we de dienstverlening organiseren in de nabijheid van de inwoner en vanuit lokaal maatwerk. Anderzijds wordt door het Rijk aangestuurd op Strategische Kaders Werk en Inkomen 2024-2027
Pagina 16 van 39
uniformiteit van regelgeving, harmonisering van processen en centralisering van middelen op het niveau van de Arbeidsmarktregio Midden-Utrecht. Dit betekent dat we de komende periode gebruiken om de ondersteuning aan onze inwoners vorm te geven vanuit verschillende niveaus van “passende nabijheid” (zie “ondersteuning vanuit passende nabijheid” blz. 25). Schulden De economische situatie en de stijging van de energiekosten hebben tot gevolg dat het aantal inwoners met schulden de afgelopen tijd is gestegen (zie fig. 7 bijlage 1). Doordat betalingsachterstanden eerder worden gemeld kunnen problematische schulden steeds vaker worden voorkomen. Door voorlichting en samenwerking met lokale maatschappelijke organisaties hopen we ook in contact te komen met inwoners die we op dit moment nog niet bereiken (zie “bestaanszekerheid” blz. 27). De huidige inflatie en de hoge energiekosten leiden er toe dat ook gezinnen die voorheen zelf in staat waren om een gezonde financiële huishouding te runnen, financieel in de problemen komen. Het Rijk heeft inkomensondersteunende maatregelen genomen zoals de energietoeslag, invoering van een energieplafond, lancering van een tijdelijk landelijk noodfonds energie, ophoging van het minimumloon en de hieraan gekoppelde uitkeringen per januari 2023 (10,15%) en een verruiming van de premie van de zorgtoeslag (34 euro per maand).
We houden de ontwikkelingen in de gaten en kiezen indien nodig voor maatwerkoplossingen. Ook het aantal ondernemers dat financieel in de problemen kwam en een beroep moest doen op schuldhulpverlening is de afgelopen periode gestegen (zie fig. 8 bijlage 1). Dit heeft er toe geleid dat het aantal ondernemers dat in 2022 een beroep heeft gedaan op het Bijstandsbesluit Zelfstandigen (Bbz) voor een (tijdelijke) inkomensondersteuning of bedrijfskrediet, is gestegen. In de afgelopen jaren (m.u.v. de corona-periode) deden jaarlijks 70 ondernemers een beroep op de Bbz. In 2022 is dat aantal gestegen naar 150 ondernemers. Voor alle ondernemers met een ondersteuningsvraag geldt dat zij actief worden benaderd en dat samen met hen gekeken wordt naar wat er nodig is om het bedrijf ook voor de lange termijn levensvatbaar te maken. Als blijkt dat een onderneming niet meer levensvatbaar is, wordt de ondernemer geholpen bij het beëindigen van zijn bedrijfsactiviteiten en het verkrijgen van werk. Inburgering Voor een overzicht van het aantal inburgeraars per gemeente wordt verwezen naar figuur 9 bijlage 1. De aantallen Oekraïners zijn in dit overzicht niet meegenomen omdat zij een aparte status hebben (noodwetgeving) en niet inburgeringsplichtig zijn.
Het aantal inwoners dat de komende jaren gaat inburgeren is moeilijk te voorspellen omdat dit afhankelijk is van de geopolitieke ontwikkelingen en de daaraan gekoppelde huisvestingstaak. De nieuwe wet inburgering is pas een jaar in werking. Het is nog te vroeg om conclusies te kunnen trekken ten aanzien van de effectiviteit van de nieuwe wet en onze aanpak. Voorzichtig kan geconcludeerd worden dat het aantal inburgeraars in de leerroute gericht op maatschappelijke zelfredzaamheid (Z-route) groter zal zijn dan door het Rijk is ingeschat. Dit Strategische Kaders Werk en Inkomen 2024-2027
Pagina 17 van 39
heeft als effect dat meer inburgeraars begeleid moeten worden naar een vorm van lokale maatschappelijke participatie, waaronder vrijwilligerswerk. Ook hierbij geldt dat het belangrijk is om de voortgang te monitoren, zodat tijdig bijgestuurd kan worden. Wet sociale werkvoorziening De werkgeverstaken in het kader van de Wsw zijn belegd bij Biga. Biga biedt aan ongeveer 300 SW-medewerkers werk, zowel binnen de eigen productieomgeving (in- en ompakwerk en recycling) als binnen de dienstverlening aan gemeenten (o.a. groen en schoonmaak), als ook via detachering bij reguliere werkgevers. Het aantal SW-medewerkers neemt jaarlijks af met gemiddeld 5%. Dit is in lijn met de landelijke ontwikkelingen. Biga heeft momenteel een positief financieel resultaat waarvan een deel terugstroomt naar de gemeente in de vorm van dividend en een deel wordt ingezet om trajecten aan inwoners te financieren (o.a. Werkroute). Bij ongewijzigd beleid verwacht Biga binnen 2 à 3 jaar een negatief financieel resultaat als gevolg van verlies aan productiecapaciteit en een wijziging van de personeelssamenstelling (verschillende regelingen en bijbehorende lagere financiering). Dit betekent dat fundamentele keuzes gemaakt moeten worden met betrekking tot de (financiële) toekomst van Biga (zie gemeente: innovatieagenda Werk en Inkomen 2024-2027 blz. 30) .
In afstemming en samenhang werken in het sociaal domein Afstemming en samenhang binnen het brede sociale domein staat hoog op ieders prioriteitenlijst. Desondanks is dit in veel gevallen afhankelijk van de vraag of medewerkers elkaar kennen en opzoeken. Borging van integraal werken en samenwerking op organisatieen medewerkersniveau zijn belangrijke aandachtspunten voor de komende periode (zie ondersteuning vanuit passende nabijheid blz. 24). Samenspel BIGA en RDWI De dienstverlening en faciliteiten van de RDWI en Biga vormen samen één totaalpalet aan instrumenten. Hoewel de organisaties op onderdelen succesvol samenwerken (o.a. Werkroute) kan deze samenwerking mogelijk verder worden uitgebreid. Beide organisaties zijn hierover ook met elkaar in gesprek. Voorwaarde voor een nadere samenwerking is dat op korte termijn helderheid komt over de visie van de gemeenten met betrekking tot de rol van de Biga op de langere termijn en de samenhang en samenwerking met de RDWI (zie gemeente: innovatieagenda Werk en Inkomen 2024-2027 blz. 30) .
Strategische Kaders Werk en Inkomen 2024-2027
Pagina 18 van 39
3 Visie, missie en ambitie Missie Wij geloven in een inclusieve samenleving en een arbeidsmarkt waar voor iedereen plaats is, waar iedereen waardevol gevonden wordt, zijn of haar bijdrage levert en waarin inwoners in staat zijn hun dromen na te streven en tegenslagen op te lossen. Werk (betaald of onbetaald), voldoende inkomen, beheersing van de Nederlandse taal en kennis van de normen en waarden binnen de maatschappij zijn daarbij belangrijke randvoorwaarden. Op momenten dat een inwoner (of ondernemer) te maken krijgt met vraagstukken rondom inkomen, werk, schulden en inburgering, die hij of zij zelf of samen met zijn of haar sociale omgeving niet op kan lossen, gaan we bij de ondersteuning uitgegaan uit van wat in dat specifieke geval nodig is. We sluiten aan bij de vraag en de leefwereld van de inwoner vanuit vertrouwen in onze inwoner, alsook in degene die op enigerlei wijze (betaald of onbetaald) onze inwoner ondersteunt. We geloven dat leren en innoveren belangrijk zijn om te blijven doen wat nodig is, in een mate van nabijheid en op een manier die ook voor de inwoner logisch is. We doen dat vanuit een open, constructieve en nieuwsgierige houding, samen met de inwoner en onze keten- en samenwerkingspartners op verschillende niveaus (bovenregionaal, regionaal of lokaal).
Visie en uitgangspunten Inwoners maken in vrijheid passende keuzes Als kind dromen we over hoe ons leven er later uit gaat zien. Bijvoorbeeld over wat we later worden, wat we nog willen bereiken en waar we zullen wonen. We vinden het belangrijk dat onze inwoners de vrijheid hebben om die dromen na te streven, zelf keuzes te kunnen maken en hun leven in te kunnen vullen zoals zij dat willen, zonder afhankelijk te zijn van anderen. Voorkomen is beter dan genezen We werken preventief en proactief zodat werkloosheid, uitkeringsafhankelijkheid en schulden zoveel mogelijk voorkomen kunnen worden. We werken daarbij nauw samen met onze ketenpartners en de (lokale) samenwerkingspartners (o.a. kerken, welzijnsorganisaties, maatschappelijke organisaties, scholen en huisartsen). Samen proberen we in een zo vroeg mogelijk stadium, bijvoorbeeld gekoppeld aan life-events, signalen op te vangen en inwoners te informeren en te voorzien van advies en ondersteuning. Werk voor iedereen Werk bepaalt voor een belangrijk deel hoe wij en anderen naar onszelf kijken. Werk biedt zingeving, structuur en een sociale omgeving waarbinnen we ons kunnen ontwikkelen en waardering krijgen voor de inspanningen die we leveren. Werk is dan ook meer dan een manier om inkomen te verkrijgen. Werk is een van de instrumenten die we hebben om inwoners naar vermogen mee te laten doen in onze maatschappij.
In eerste instantie via een reguliere baan op de arbeidsmarkt, maar als de arbeidsmarkt (nog) niet passend is via Strategische Kaders Werk en Inkomen 2024-2027
Pagina 19 van 39
dagbesteding, activering, beschut werk, garantiebanen, participatieplaats, vrijwilligers werk of een andere zinvolle daginvulling. Daar waar nodig zetten we instrumenten in zoals jobcoaching en loonkostensubsidie om de stap naar regulier werk alsnog voor een zo groot mogelijke groep mogelijk te maken. Bestaanszekerheid is een basisvoorwaarde voor mee doen Ons inkomen moet ons in staat stellen om ons leven naar eigen inzicht en behoefte in te richten. Daarnaast is voldoende inkomen een basisvoorwaarde om andere vormen van ondersteuning te laten doen slagen. Op het moment dat iemand niet meer in staat is zijn rekeningen te betalen of de financiële consequenties van een wijziging in zijn leven niet kan overzien, vergroot dit het risico op stress, lichamelijke en psychische klachten en neemt het doen-vermogen5 af. Vandaar dat we de inwoner vooraf zoveel mogelijk helderheid verschaffen met betrekking tot de financiële effecten van bepaalde veranderingen, bijvoorbeeld op het moment dat iemand gaat werken of er een wijziging in de gezinssituatie ontstaat. Ook als we een inwoner een brief sturen bewaken we dat de inhoud niet leidt tot onnodige vragen (en stress) met betrekking tot bestaanszekerheid. Op die manier trachten we overzicht en rust te creëren en extra stress te voorkomen.
Integreren doe je door (mee)doen De inwoner die zijn of haar geboorteland ontvlucht is, staat voor de uitdaging om zijn of haar weg te vinden in een omgeving met een andere taal, gebruiken en normen en waarden. Dat betekent enerzijds het leren van een nieuwe taal en het vinden van werk. Anderzijds betekent dat ook het integreren van de cultuur van het vaderland in de Nederlandse cultuur. Wat betreft de ondersteuning bouwen we voort op de uitgangspunten zoals die zijn vastgesteld in het hoofdlijnenplan Wet inburgering (Algemeen Bestuur RDWI 19 februari 2020). Aansluiten bij de vraag en de leefwereld van de inwoner (inwoner centraal) Het moment dat een inwoner contact met ons opneemt is voor ons de start van een nieuw proces. Voor de inwoner is het veelal een volgende stap in een soms al langlopend proces. We starten zodoende bij de vraag en de leefwereld van de inwoner. Daar waar de inwoner niet vaardig genoeg is om zijn vraag te verwoorden of om op te komen voor zijn of haar belangen, staat het de inwoner vrij om iemand mee te nemen die ondersteuning kan bieden. Bijvoorbeeld een onafhankelijk clientondersteuner van MEE. We nemen de problemen niet uit handen, maar gaan aan iemands zijde staan. We organiseren de ondersteuning op een manier die logisch is vanuit het oogpunt van de inwoner en qua nabijheid passend is.
Niet de wijze waarop we de ondersteuning georganiseerd hebben, maar de behoefte van de inwoner staat centraal. Werken volgens de bedoeling Regels en procedures horen een oplossing te bieden voor de vraagstukken waar onze inwoners mee te maken hebben. Daarnaast moeten ze ruimte bieden in die gevallen waar een standaardoplossing niet passend is. Vandaar dat we in de regels en procedures ruimte
55
https://www.wrr.nl/publicaties/rapporten/2017/04/24/weten-is-nog-geen-doen
Strategische Kaders Werk en Inkomen 2024-2027
Pagina 20 van 39
inbouwen om, in het belang van de inwoner, te kunnen doen wat nodig is. Dit vraagt dat we continue samen leren en onze dienstverlening daar waar nodig aanpassen. In afstemming en samenhang werken, organiseren en borgen We weten elkaar steeds beter te vinden en werken ook steeds meer samen. De volgende stap is dat we de samenwerking borgen en we, daar waar de samenwerking ontbreekt, dit gaan organiseren. Dat betekent dat we soms de eigen belangen moeten durven loslaten om te kunnen komen tot nieuwe vormen van samenwerking. Dat betekent tevens dat we de tijd nemen om elkaar te leren kennen, te leren van onze fouten en elkaar blijven opzoeken en ondersteunen. Commitment op alle niveaus (bestuurlijk, tactisch en uitvoerend) is daarbij cruciaal. Gebruik maken van digitale mogelijkheden Door de digitalisering van onze maatschappij kunnen we onze inwoners beter van dienst zijn en mogelijk verder ontzorgen. Bijvoorbeeld via een app waarmee we gericht met onze inwoners kunnen communiceren over betalingsmomenten, vacatures en gewijzigde openingstijden. We gaan onderzoeken op welke manier digitalisering, op een veilige en verantwoorde manier, bij kan dragen aan het verbeteren van onze dienstverlening.
We zorgen tegelijkertijd voor passende alternatieven voor die inwoners die onvoldoende digitaal vaardig zijn, de Nederlandse taal onvoldoende beheersen of vanwege het ontbreken van voldoende middelen niet over de benodigde digitale tools beschikken. Benutten van mogelijkheden nieuwe Participatiewet We ondersteunen de uitgangspunten van de voorgenomen wijzigingen in de Participatiewet zoals beschreven in “Participatiewet in balans”: vereenvoudiging van regels, verbeteren van uitvoerbaarheid, uitgaan van vertrouwen en menselijke maat. We lopen waar mogelijk al vooruit op de wetswijzigingen en benutten de kansen die de aangepaste wetgeving ons bieden. Ambitie Onze inwoners hebben een zinvolle betaalde of onbetaalde daginvulling die aansluit bij hun mogelijkheden en waarbinnen zij zich verder kunnen ontwikkelen. We zien het als onze verantwoordelijkheid om te doen wat nodig is en daar waar nodig de randen van de wet op te zoeken. Beheersing van de Nederlandse taal is een basisvoorwaarde voor optimale deelname aan de samenleving. Zodoende bevorderen we de taalbeheersing en gaan laaggeletterdheid tegen. Onze inwoners beschikken over voldoende middelen en zijn in staat in ieder geval de minimale maandelijkse lasten te betalen. We stimuleren inwoners om gebruik te maken van de beschikbare landelijke en lokale financiële steunmaatregelen en ondersteunen hen bij het aanvraagproces.
Indien nodig zorgen we voor aanvullende maatregelen via bijzondere bijstand, de gemeentelijke minimaregelingen en/of maatwerkoplossingen. Onze inwoners mogen zo min mogelijk last hebben van de wijze waarop wij de ondersteuning georganiseerd hebben. Dat betekent dat we drempels binnen onze ondersteuning in kaart Strategische Kaders Werk en Inkomen 2024-2027
Pagina 21 van 39
brengen, die zoveel mogelijk wegnemen en de ondersteuning zoveel mogelijk in de nabijheid van de inwoner aanbieden. We gaan nieuwe keuzes maken met betrekking tot welke ondersteuning we lokaal, regionaal en bovenregionaal aan gaan bieden. Vanuit een positieve, constructieve, open en leergierige houding monitoren we de effectiviteit en efficiëntie van de dienstverlening in het kader van Werk en Inkomen. We proberen nieuwe manieren van werken uit en blijven innoveren. Leren door te doen met vallen en opstaan hoort daar bij. In dit kader gaan we onder andere ook een besluit nemen met betrekking tot de toekomt van Biga. Onder regie van de gemeenten en met respect voor ieders taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden, werken we samen met onze inwoners en onze keten- en samenwerkingspartners aan het bereiken van deze ambitie.
Strategische Kaders Werk en Inkomen 2024-2027
Pagina 22 van 39
4 Strategische Kaders 2024 - 2027 Inwoner centraal” In onze manier van werken staat de inwoner centraal en niet de regels en de uitvoeringsstructuur. We hanteren daarbij vier basisprincipes: “vertrouwen, “doen wat nodig is”, “geen verkeerd loket” en “het traploos ondersteuningsaanbod”. “vertrouwen” start met het feit dat de inwoner vertrouwen moet kunnen hebben in ons handelen. Dat betekent dat vooraf helder moet zijn wat de inwoner van ons kan verwachten en wat wij andersom van de inwoner verwachten. We vragen niet onnodig veel bewijsstukken op het moment dat de inwoner een aanvraag indient. Een afspraak is een afspraak en bij de afwegingen die we maken hebben we aandacht en begrip voor de persoonlijke situatie van de inwoner. We bieden de inwoner – binnen de ruimte die we hebben - zoveel mogelijk vrijheid om zelf keuzes te maken teneinde zijn of haar leven naar eigen inzicht in te kunnen richten. Ook op het moment dat een inwoner – ondanks al onze inspanningen - willens en wetens niet meewerkt, bewust onjuiste informatie verstrekt of fraudeert blijven we de inwoner benaderen vanuit een open en respectvolle houding. We houden oog voor de effecten van ons handelen en zijn we daarop ook aanspreekbaar. Voorbeelden: - We gaan bij de aanvraag uit van hetgeen de inwoner verklaart en controleren achteraf steekproefsgewijs.
- Inwoners krijgen de ruimte om zelf hun traject naar (on)betaald werk vorm te geven.
“doen wat nodig is” betekent dat we starten vanuit de vraag en de situatie van de inwoner en vervolgens samen met de inwoner bepalen wat er in zijn of haar specifieke situatie nodig is. We sluiten daarbij zoveel mogelijk aan bij de prioritering van de inwoner. Pas daarna kijken we naar de wet- en regelgeving en zoeken - indien nodig - de juridische grenzen op. We hebben vertrouwen in onze keten- en samenwerkingspartners en bieden hen die ruimte die nodig is om ook daadwerkelijk te kunnen doen wat nodig is. Voorbeelden: - Naast de ingekochte trajecten stellen we een vrij te besteden budget beschikbaar dat besteed kan worden aan specifieke maatwerkinstrumenten zoals bijvoorbeeld het behalen van een vrachtwagenrijbewijs. - Vrijstelling van de re-integratieverplichting voor een alleenstaande ouder met een kind met beperkingen.
“geen verkeerd loket” betekent dat het niet uitmaakt bij welk “loket” de inwoner zich meldt. Startpunt is de vraag van inwoner. Vervolgens vindt er een bredere uitvraag plaats om de inwoner de mogelijkheid te bieden ook een ondersteuningsvraag te formuleren op andere leefgebieden. Op het moment dat een inwoner een (aanvullende) ondersteuningsvraag heeft waarvoor hij of zij bij een andere “loket” moet zijn, zorgen we voor een warme overdracht of wordt gezamenlijk en in afstemming ondersteuning geboden. Dit geldt niet alleen voor de Strategische Kaders Werk en Inkomen 2024-2027
Pagina 23 van 39
samenwerking tussen verschillende organisaties, maar ook tussen de verschillende “loketten” binnen één en dezelfde organisatie. Afhankelijk van wat er nodig is schalen we de intensiteit van de ondersteuning op en af, stemmen deze onderling af en maken afspraken over de regievoering op de geboden ondersteuning. Voorbeelden: - De intake in het kader van de inburgering wordt door medewerkers van RDWI en -
Vluchtelingenwerk samen gedaan waardoor de inwoner maar één keer zijn verhaal hoeft te doen en alle ondersteuningsvragen tegelijk in beeld kunnen worden gebracht. De coach van de RDWI en de begeleider van VoorLkaar ondersteunen samen de inwoners van de Vollenhoven L-flat in Zeist.
“Traploos ondersteuningsaanbod” betekent dat de ondersteuningsbehoefte van de inwoner centraal staat (doen wat nodig is) en de inwoner zo min mogelijk last heeft van de wijze waarop deze ondersteuning op de achtergrond formeel is geregeld. We lokaliseren de drempels binnen het ondersteuningsaanbod en nemen die weg. Hierdoor kan de inwoner zich blijven ontwikkelen vanuit de veiligheid dat het mogelijk is om ook een stapje terug te kunnen zetten als dat nodig is. Voorbeelden: - De vertrouwde begeleider bij de arbeidsmatige dagbesteding begeleidt de inwoner ook op het moment dat hij stage gaat lopen bij een regulier bedrijf. - Met de inwoner worden afspraken gemaakt over de periode dat het recht op uitkering aangehouden wordt. Daarmee wordt voorkomen dat de inwoner opnieuw een nieuwe aanvraag in moet dienen als hij of zij binnen de proeftijd de baan verliest.
Ondersteuning vanuit passende nabijheid De dienstverlening in het kader van Werk en Inkomen is georganiseerd op drie niveaus van nabijheid: lokaal (gemeente), regionaal (RDWI en Biga) en bovenregionaal (Arbeidsmarktregio Midden Utrecht). De opgave is om de dienstverlening aan inwoners in passende nabijheid te organiseren, gebruik makend van het best passende schaalniveau. Lokaal niveau Inwoners waarvoor betaalde arbeid (nog) geen reëel perspectief is en gezinnen die een beroep moeten doen op meerdere vormen van dienstverlening zijn gebaat bij ondersteuning in de directe nabijheid. Binnen de gemeentegrenzen is er namelijk een veelheid aan maatschappelijke en vrijwilligersorganisaties die van belangrijke toegevoegde waarde kunnen zijn voor de vraagstukken van onze inwoners. Zo kunnen zij een belangrijke signalerende, informerende en verwijzende functie vertolken, waardoor erger voorkomen kan worden. De gemeenten gaan – samen met de betrokken organisaties - deze lokale ondersteuning verder vorm geven. We focussen daarbij in eerste instantie op: a) de maatschappelijke participatie van de mensen waarbij er (nog) geen zicht is op (on)betaalde arbeid (groep 3); b) de inburgeraars die binnen de Z-route (Wet inburgering) verplicht maatschappelijk moeten participeren; Strategische Kaders Werk en Inkomen 2024-2027
Pagina 24 van 39
c) de gezinnen waarbij, naast ondersteuning in het kader van Werk en Inkomen, ook ondersteuning vanuit de Wmo en de Jeugdwet wordt geboden. Voorbeelden: - De RDWI organiseert spreekuren voor schuldhulpverlening bij de inloophuizen. - De gemeenten organiseren maandelijks lokaal een overleg waar organisaties anonieme casussen kunnen aanmelden en waarbij door de betrokken organisaties een gezamenlijk ondersteuningsaanbod wordt afgesproken.
Regionaal niveau Inwoners die ondersteuning nodig hebben bij het verkrijgen en behouden van werk (groep 2) en inwoners die moeten inburgeren kunnen gebruik maken van de specifieke kennis en ondersteuning van de RDWI, Biga en regionale opleidingsinstituten. Bijvoorbeeld voor trainingen, leerwerkplekken, jobcoaching of Nederlandse taallessen. Voorbeelden: - RSD en Biga bieden de inwoner een werkplek en begeleiding aan met als doel werknemersvaardigheden aan te leren. - We zetten loonkostensubsidie ook in voor inwoners zonder een doelgroepindicatie.
Bovenregionaal Inwoners die kunnen werken (groep 1) kunnen gebruik maken van de dienstverlening die op het niveau van de Arbeidsmarktregio Midden Utrecht wordt georganiseerd. In dit kader is het belangrijk dat we als ZOU-regio een sterke positie innemen binnen de arbeidsmarktregio. Door eenduidigheid en een actieve opstelling kunnen onze inwoners optimaal gebruik maken van hetgeen aan dienstverlening en middelen binnen de Arbeidsmarktregio beschikbaar is. Voorbeelden: - We stimuleren dat we vanuit de arbeidsmarktregio gebruik maken van de mogelijkheden van Europese subsidies - We maken vanuit de arbeidsmarktregio afspraken met bovenregionale werkgevers over de invulling van werkplekken
De hiervoor genoemde driedeling is een grove beschrijving die nog een nadere uitwerking vraagt. Samen met de inwoner en de betrokken organisaties gaan we werken aan een verdere optimalisatie van de dienstverlening in de juiste nabijheid van de inwoner. Dat kan betekenen dat we (tijdelijk) verantwoordelijkheden of regie over moeten durven dragen aan andere keten-/samenwerkings-partijen, als dat in het belang van onze inwoners is. Werk voor iedereen Werk (betaald of onbetaald) is cruciaal. We spannen ons maximaal in om er voor te zorgen dat uiteindelijk iedereen die kan werken, ook aan het werk kan. Uitgangspunt van handelen zijn de mogelijkheden van de inwoner. In dat kader waarderen we ook andere vormen van daginvulling indien dit – op dat moment - het hoogst haalbare is. Dat kan betekenen dat we meer maatwerk moeten gaan bieden. Bijvoorbeeld voor groepen met specifieke ondersteuningsbehoeften, zoals hoger opgeleiden en inwoners met een lagere intrinsieke
Strategische Kaders Werk en Inkomen 2024-2027
Pagina 25 van 39
motivatie. We hopen op die manier te realiseren dat meer inwoners werk vinden dan bij vergelijkbare gemeenten en de arbeidsparticipatie van arbeidsbeperkten te vergroten. De werkzoekende gaat op zoek naar werk en de werkgever geeft werk. We stimuleren en faciliteren dat de werkzoekende en de werkgevers elkaar ontmoeten. Daar waar nodig ondersteunen we dit proces door de inzet van instrumenten zoals bijvoorbeeld loonkostensubsidie, jobcoaching en om- en bijscholing. Via Biga bieden we passende werkgelegenheid en tijdelijke detacheringsmogelijkheid aan indien dit de kans op betaalde arbeid vergroot. Inwoners waarvoor de reguliere arbeidsmarkt niet (meer) passend is bieden we beschut werk, aangepast werk, vrijwilligerswerk of (arbeidsmatige) dagbesteding aan. Met de inwoners die een inburgeringstraject volgen proberen we al in een vroeg stadium de combinatie van werken, participeren en re-integreren met het leren van de Nederlandse taal mogelijk te maken (duale trajecten). Zo onderzoeken we de mogelijkheden om de periode die iemand in een asielzoekerscentrum verblijft te gebruiken om alvast een start te maken met het aanleren van de Nederlandse taal en het vinden van werk. Maatwerk is daarbij belangrijk. Voorbeelden: - Inzet van instrumenten als loonkostensubsidie, jobcoaching en om- en bijscholing.
- Een app die realtime het gesprek tussen de inburgeraar en zijn leidinggevende kan vertalen.
Werken moet lonen De inwoner moet ervaren dat werken loont. Bijvoorbeeld doordat het inkomen hoger is dan zijn uitkering. Parttime werken kan een goede opstap zijn naar een fulltime baan. Ook dan moet werken lonen. Vandaar dat we maximaal gebruik maken van de mogelijkheden van de inkomensvrijlatingsbepalingen in het kader van de Participatiewet. Naast het feit dat werken financieel moet lonen is het ook belangrijk dat de inwoner ervaart dat zijn of haar inspanningen worden gezien en gewaardeerd. We bieden de professionals ruimte om hier op een passende manier invulling aan te geven. Bijvoorbeeld door een geïnteresseerd telefoontje na een sollicitatiegesprek of een bosje bloemen bij het behalen van een diploma. Onzekerheid met betrekking tot de vraag of werken inderdaad gaat lonen en wat er gebeurt als je na een korte tijd je baan verliest, kunnen de drempel naar werk vergroten. Vandaar dat we vooraf de financiële consequenties in beeld brengen. Hierdoor voorkomen we onzekerheid en kan de inwoner zien dat werken ook daadwerkelijk loont. Daarnaast bieden we (daar waar nodig) ondersteuning bij het aanvragen of aanpassen van toeslagen.
Strategische Kaders Werk en Inkomen 2024-2027
Pagina 26 van 39
Voorbeelden: - Maximaal toepassen van de vrijlatingsbepalingen. - Via de app WerkenloonT6 kan de inwoner zien wat per maand de netto financiële effecten zijn als hij of zij gaat werken.
Bestaanszekerheid Het kunnen voorzien in de dagelijkse kosten van bestaan is een belangrijke voorwaarde voor mensen om mee te kunnen doen. Onvoldoende inkomen en financiële zorgen leiden tot stress-gevoelens, hetgeen invloed heeft op het dagelijks functioneren. We streven dan ook naar korte doorlooptijden bij het toekennen van bijstandsuitkeringen en andere inkomensondersteunende voorzieningen, in ieder geval korter dan de wettelijke termijnen. Gemeenten hebben geen bevoegdheden in het kader van inkomenspolitiek. Toch willen we onze inwoners helpen om hun bestaanszekerheid te vergroten door: - het snel, tijdig en juist verstrekking van een uitkering; - het proactief informeren van inwoners over aanvullende lokale en landelijke vormen van inkomensondersteuning (o.a.