308139 Raadsvoorstel- en besluit - WMO en jeugdverordening aangepast 20 jan
Tekst van het document
Raadsvergadering, 25 januari 2022
Voorstel aan de Raad
behandeld door: Cathy Venselaar toestelnummer: 0343-595650 zaaknummer : 305058 e-mailadres : C.Venselaar@wijkbijduurstede.nl
Onderwerp: Vaststelling verordening Maatschappelijke ondersteuning en Jeugdhulp Wijk bij Duurstede 2022 Onderdeel programmabegroting Sociaal domein Portefeuillehouder: Wil Kosterman, wethouder Concept beslispunten 1. De verordening Maatschappelijke ondersteuning en Jeugdhulp Wijk bij Duurstede 2022 vast te stellen met terugwerkende kracht per 1 januari 2022. 2. De verordening Maatschappelijke ondersteuning en Jeugdhulp Wijk bij Duurstede 2020 in te trekken per 1 januari 2022. Samenvatting Als gevolg van nieuwe inkoop van Wmo-begeleiding en Jeugdhulp, ontwikkelingen rond toezicht en fraudepreventie en nieuwe jurisprudentie is de verordening Maatschappelijke ondersteuning en Jeugdhulp 2020 aan herziening toe. Beoogd effect/doel Vaststelling verordening Maatschappelijke ondersteuning en Jeugdhulp Wijk bij Duurstede 2022. Voortraject en achtergronden De verordening Maatschappelijke ondersteuning en Jeugdhulp heeft een regelmatige update nodig. Het werkterrein is immers voortdurend in ontwikkeling, nieuwe jurisprudentie is aan de orde van de dag en eigen ervaringen met de uitvoering van onze regels door stichting Binding leidt eveneens tot nieuwe inzichten.
De uitgangspunten van ons beleid ten aanzien van Jeugdwet en Wmo zijn in deze verordening verwerkt: maatwerk, zoveel mogelijk inzetten op de eigen mogelijkheden van de client en op gebruikelijke zorg door personen uit het netwerk van kwetsbare inwoners, beperken tot het toekennen van voorzieningen vanuit de wettelijke taken maar ook gerichte ondersteuning waar
nodig. De korte lijnen met de uitvoeringsorganisatie van stichting Binding leidt ertoe dat we goed zicht hebben op ontwikkelingen en bijzondere casussen. Ook recent bleek weer dat de clienttevredenheid hoog is; het percentage cliënten dat aangeeft dat de toegekende voorzieningen een goede bijdrage leveren aan hun zelfredzaamheid en leiden tot een beter leven, is hoog. Uit landelijke vergelijkingscijfers blijkt steeds dat Wijk bij Duurstede goed functioneert als het gaat om Wmo en Jeugdhulp: 75-plussers wonen gemiddeld vaker zelfstandig thuis, het aantal verstrekte voorzieningen is lager of vergelijkbaar met cijfers uit andere gemeenten. De voornaamste aanpassingen in de verordening zijn in de toelichting weergegeven. Het gaat o.a. om: - Verwijzing naar de nieuwe -scherpere- productomschrijvingen Jeugdhulp en Wmo-begeleiding zoals gehanteerd bij de inkoop in 2021. - Opnemen van alle Wmo-Pgb-tarieven met toelichting in de verordening zelf als gevolg van jurisprudentie. - Aangevulde weigeringsgronden voor Pgb-aanvragen Wmo en Jeugdhulp met als doel betere toetsing op kwaliteit en betere inzet op het voorkomen van fraude. - Criteria voor toekenning van Wmo-maatwerkvoorzieningen: bij een recente rechtszaak heeft de rechtbank aangedrongen op het opnemen van basiscriteria per voorziening.
Hierdoor ontstaat voor inwoners beter inzicht in de opties die vanuit de Wmo op hun situatie van toepassing kunnen zijn. - Herziening van een aantal financiële tegemoetkomingen bij de Wmo. - Aanpassing mantelzorgwaardering: voorheen ontvingen mantelzorgers jaarlijks en een cadeaubon én een verwendag. Met de bezuinigingen op het werk van Binding per 2022 is het budget teruggebracht waardoor allebei niet meer mogelijk is. Daarnaast zijn enkele Wmo-voorzieningen toegevoegd waarvoor geen eigen bijdrage door gebruikers betaald hoeft te worden: bemoeizorg, waakvlamzorg (een soort ‘strippenkaart’ voor extra uren ondersteuning na afloop van de indicatie) en voorzieningen voor inwoners onder de 18 jaar. Voor Jeugdhulp-voorzieningen is het wettelijk niet toegestaan om een eigen bijdrage van gebruikers te vragen. De regels in de verordening leggen op onderdelen beperkingen op aan aard en omvang van aanvragen. Daartegenover staat dat zowel Jeugdhulp als Wmo wettelijk ‘open-einde-regelingen’ zijn: afwijzen op grond van budgettaire beperkingen is daarom niet aan de orde. De Adviesraad sociaal domein heeft ingestemd met deze concept-verordening. Vanwege het juridische karakter van de teksten is met de Adviesraad afgesproken om een publieksfolder op te stellen waarin de belangrijkste regels voor het aanvragen van voorzieningen in B1-taal staan opgenomen. Vervolgprocedure Niet van toepassing.
Communicatieparagraaf Publicatie nieuwe verordening op Rijksoverheid.nl en mededeling inzake de nieuwe verordening via de gebruikelijke gemeentelijke kanalen (gemeentepagina Wijks Nieuws en social media). Financiën Niet van toepassing; de budgetten voor uitvoering van de verordening zijn in de begroting 2022 opgenomen.
Burgemeester en wethouders van Wijk bij Duurstede,
Judith de Jonge Gemeentesecretaris
Iris Meerts Burgemeester
Raadsbesluit
De raad van de gemeente Wijk bij Duurstede; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 21 december, nr. 305058, gelet op: Gemeentewet Wet Maatschappelijke Ondersteuning 2015 Jeugdwet besluit: 1. De verordening Maatschappelijke ondersteuning en Jeugdhulp Wijk bij Duurstede 2020 in te trekken per 1 januari 2022. 2. De verordening Maatschappelijke ondersteuning en Jeugdhulp Wijk bij Duurstede 2022 vast te stellen met terugwerkende kracht per 1 januari 2022: Inhoud Verordening Hoofdstuk 1 Begripsomschrijvingen Hoofdstuk 2 Toegang, Melding, Onderzoek Hoofdstuk 3 voorzieningen in natura en via een Persoonsgebonden budget Hoofdstuk 4 Maatschappelijke Ondersteuning Hoofdstuk 5 Jeugdhulp Hoofdstuk 6 Kwaliteit, klachten, medezeggenschap en inspraak Hoofdstuk 7 Toezicht, handhaving, voorkomen en bestrijden ten onrechte ontvangen voorzieningen Hoofdstuk 8 Bijzondere bepalingen en tegemoetkomingen Hoofdstuk 9 Slotbepalingen en overgangsbepalingen
Toelichting verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp 2018 gemeente Wijk bij Duurstede
2 7 10 18 28 29 30 33 33
35
Hoofdstuk 1
Begripsomschrijvingen
Artikel 1. In deze Verordening wordt verstaan onder: 1.1. Aanbieder Bedrijf of organisatie die Wmo-ondersteuning en/of Jeugdhulp levert naar aanleiding van een door het College verstrekte Beschikking. 1.2. Aanvraag Het verzoek van Inwoner/Cliënt om in aanmerking te komen voor één of meerdere Maatwerkvoorzieningen of Individuele voorzieningen teneinde een resultaat van Jeugdhulp en/of Maatschappelijke ondersteuning te bereiken. 1.3. Afwegingskader (Jeugdhulp) Het afwegingskader dat als hulpmiddel fungeert bij het bepalen of de hulpvraag van de jeugdige en/of de ouder(s) onder de jeugdhulp valt of niet. 1.4. Begeleiding (Wmo) Activiteiten gericht op het bevorderen van de zelfredzaamheid en participatie van een Inwoner opdat hij zo lang mogelijk in zijn eigen leefomgeving kan blijven. 1.5. Beleidsregels Wmo Beleidsregels Maatschappelijke ondersteuning 2022 gemeente Wijk bij Duurstede of de sindsdien geldende versie zoals door het College vastgesteld. 1.6. Beschikking Een Beschikking in de zin van de Algemene wet bestuursrecht afgegeven door het College aan een Inwoner, waarmee die Inwoner in aanmerking komt voor een Maatwerkvoorziening op grond van de Wmo 2015 of een Individuele voorziening op grond van de Jeugdwet. 1.7.
Beschermd Wonen Wonen in een accommodatie van een instelling met daarbij behorend toezicht en begeleiding, gericht op het bevorderen van zelfredzaamheid en participatie, het psychisch en psychosociaal functioneren, stabilisatie van een psychiatrisch ziektebeeld, het voorkomen van verwaarlozing of maatschappelijke overlast of het afwenden van gevaar voor de cliënt of anderen, bestemd voor personen met psychische of psychosociale problemen, die niet in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving. 1.8. Bijdrage (Wmo): bijdrage in de kosten van de te bereiken hulp- en ondersteuning als bedoeld in artikel 2.1.4., eerste lid van de Wmo, te betalen door de Cliënt. 1.9. Cliënt Een Inwoner van Wijk bij Duurstede aan wie een Maatwerkvoorziening in het kader van de Wmo is verstrekt, of een Individuele voorziening in het kader van de Jeugdwet of door/namens wie een Melding is gedaan. 1.10. College College van burgemeester en wethouders van de gemeente Wijk bij Duurstede. 1.11. Domotica (Technische) hulpmiddelen die Inwoners en hun Mantelzorgers ondersteunen bij het langer zelfstandig thuis wonen.
1.12. Formele zorg Zorg die geleverd wordt door een person die werkzaam is bij een formele organisatie of die: - zelf is ingeschreven bij de Kamer van Koophandel als zzp-er; - beschikt over een AGB-code; - als professional beschikt over een bij de zorgverlening behorende registratie (bij voorbeeld SKJ /BIG bij Jeugdhulp). 1.13. Gebruikelijke hulp of zorg Gebruikelijke hulp of zorg: hulp die naar algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht van de partner, echtgenoot, ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten (Wmo). In de Jeugdwet is dit omschreven als ‘redelijkheid jeugd’, rekening houdend met het normale ontwikkelingsprofiel van een kind. 1.14. Gemeente Gemeente Wijk bij Duurstede. 1.15. Gesprek Het contact door of namens het College na een Melding en onderdeel van het Onderzoek, waarin met degene die Maatschappelijke ondersteuning en/of Jeugdhulp zoekt zijn/haar gehele situatie wordt geïnventariseerd en vraagverheldering plaatsvindt om duidelijk te krijgen wat een Inwoner nodig heeft om het gewenste resultaat van de ondersteuning te bereiken, overeenkomstig de vereisten van het Onderzoek in de Wmo en/of de Jeugdwet. 1.16.
Hulp- of ondersteuningsvraag Behoefte aan Maatschappelijke ondersteuning als bedoeld in artikel 2.3.2 eerste lid, van de Wet dan wel behoefte van een jeugdige of zijn ouders aan Jeugdhulp in verband met opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen, als bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, van de Jeugdwet. 1.17. Informele zorg Zorg en/of ondersteuning die wordt geleverd door iemand uit het sociale netwerk van de Client/inwoner of geleverd wordt vanuit vrijwillige inzet ten behoeve van de Client/Inwoner. Hieronder valt ook een zorgverlener die niet werkt bij een formele organisatie, niet is ingeschreven bij de Kamer van Koophandel, niet beschikt over een AGB-code, niet beschikt over de bij de zorgverlening behorende registratie ((bij voorbeeld SKJ /BIG bij Jeugdhulp). 1.18. Inwoner Persoon die zijn hoofdverblijf heeft in de gemeente Wijk bij Duurstede en als ingezetene van deze gemeente beschouwd wordt. 1.19. Jeugdhulp Ondersteuning, hulp en zorg aan jeugdigen en hun ouders zoals omschreven in artikel 1.1. van de Jeugdwet. 1.20. Jeugdwet Wet van 1 maart 2014 of zoals nadien gewijzigd inzake regels over de gemeentelijke verantwoordelijkheid voor preventie, ondersteuning, hulp en zorg aan jeugdigen en ouders bij opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen. 1.21.
Kortdurend verblijf Tijdelijk verblijf in een instelling ter ontlasting van de Mantelzorger (niet zijnde kortdurend eerstelijnsverblijf dat medisch noodzakelijk is zoals bedoeld in de Zorgverzekeringswet) en wel maximaal 21 etmalen per jaar per client. 1.22. Leefeenheid
Een leefeenheid voldoet aan de onderstaande voorwaarden: - bestaat uit twee of meer personen; - personen binnen een leefeenheid verblijven het grootste deel van de tijd samen in de woning; - personen binnen de leefeenheid zorgen voor elkaar, financieel en/of medisch: personen hebben bijvoorbeeld een gezamenlijke bankrekening of zijn fiscale partners of hebben een samenlevingscontract. 1.23. Loket Centrale plek waar mensen terecht kunnen voor informatie over voorzieningen op het terrein van wonen, welzijn en zorg en voor ondersteuning op grond van de Wmo en de Jeugdwet, en waar ook de toegang tot Maatwerkvoorzieningen (Wmo) of Individuele voorzieningen (Jeugdwet) geregeld is vanuit het Mandaat. In Wijk bij Duurstede: stichting Binding. 1.24. Maatschappelijke opvang Onderdak en begeleiding voor personen die de thuissituatie hebben verlaten, al dan niet in verband met risico’s voor hun veiligheid, en niet in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving. 1.25. Mandaat Besluit van het College van per 1 januari 2015 of zoals nadien gewijzigd, om alle publiekrechtelijke bevoegdheden aangaande aanvragen voor Voorzieningen in het kader van de Wmo 2015 en de Jeugdwet over te dragen aan stichting Binding alsmede aan de bij deze stichting in dienst zijnde coördinatoren en medewerkers. 1.26.
Mantelzorg Hulp die rechtstreeks voortvloeit uit een tussen personen bestaande sociale relatie en die niet wordt verleend in het kader van professionele ondersteuning of zorg en die gegeven wordt ten behoeve van zelfredzaamheid, participatie en/of het opvoeden en opgroeien van jeugdigen. 1.27. Melding Melding die door de Inwoner/Cliënt gedaan wordt van een behoefte aan Maatschappelijke ondersteuning of Jeugdhulp bij stichting Binding. 1.28. Ondersteuningsplan Plan waarin de gewenste doelen en resultaten van de ondersteuning staan en de wijze waarop deze behaald kunnen worden. 1.29. Onderzoek De periode van 6 weken waarin onderzocht wordt hoe de Inwoner/Cliënt bij zijn vraag en behoefte aan Maatschappelijke ondersteuning of Jeugdhulp zo goed mogelijk kan worden geholpen en wel overeenkomstig de vereisten van de Wmo en de Jeugdwet. Bij de Jeugdwet: de periode van 6 weken waarbinnen samen met de Inwoner Vraagverheldering plaatsvindt en een Ondersteuningsplan wordt opgesteld. 1.30. Ouder Gezaghebbende ouder, adoptiefouder, stiefouder of een ander die een jeugdige als behorend tot zijn gezin verzorgt en opvoedt, niet zijnde een pleegouder. 1.31. Persoonlijk plan (Wmo) of Familiegroepsplan (Jeugd) Plan waarin een Cliënt en/of ouders, samen met bloedverwanten, aanverwanten of anderen die tot de sociale omgeving van de Cliënt behoren, de omstandigheden, bedoeld in artikel 2.3.
beschreven is en waarin aangegeven wordt welke Maatschappelijke ondersteuning of Jeugdhulp naar de eigen mening het meest is aangewezen. 1.32. Persoonsgebonden budget (pgb) Bedrag waaruit namens het College betalingen plaatsvinden voor Maatwerkvoorzieningen die in het kader
van de Wmo toegekend zijn, of voor Individuele voorzieningen die in het kader van de Jeugdwet toegekend zijn. Het betreft voorzieningen die een Cliënt van derden betrekt. 1.33. Pgb-beleid Sociaal Domein Het pgb-beleid Sociaal Domein 2022 van de gemeente Wijk bij Duurstede of de sindsdien geldende versie door het College vastgesteld. 1.34. Primaat van verhuizen (Wmo) Beoordeling op een Aanvraag van een Cliënt voor een Woonvoorziening in het kader van de Wmo, waarbij het College bepaalt dat de Cliënt kan verhuizen naar een geschikte woning of een op een eenvoudige wijze of tegen lagere kosten geschikt te maken woning, welke verhuizing kan leiden tot het verminderen of verhelpen van de ervaren belemmeringen in de zelfredzaamheid of participatie. 1.35. Respijtzorg Zorg om de Mantelzorger tijdelijk te ontlasten die thuis of buitenshuis gegeven kan worden en waarbij voorzieningen vanuit andere wetten (Zorgverzekeringswet of Wet langdurige zorg) voorliggend zijn. 1.36. Vaktherapie (Voorheen creatieve therapie) is de overkoepelende naam voor dramatherapie, beeldende therapie, muziektherapie, danstherapie, speltherapie en psychomotorische therapie. 1.37. Verordening Deze ‘Verordening Maatschappelijke ondersteuning en Jeugdhulp Wijk bij Duurstede 2022’. 1.38.
Verslag Schriftelijke weergave van het Gesprek, waarin de gemaakte afspraken en bevindingen naar aanleiding van het Onderzoek zijn vastgelegd door stichting Binding. 1.39. Voorziening Een aanbod van diensten of activiteiten waarvan de Inwoner gebruik kan maken. De volgende soorten Voorzieningen zijn beschikbaar: 1.39.1 Algemene voorziening Aanbod van diensten of activiteiten dat, zonder voorafgaand Onderzoek naar de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van de gebruikers, vrij toegankelijk is en dat gericht is op lichte ondersteuning in het kader van Maatschappelijke ondersteuning of Jeugdhulp. 1.39.2 Algemeen gebruikelijke voorziening (Wmo) Een dienst, hulpmiddel woningaanpassing of andere maatregel die niet specifiek bedoeld is voor personen met een beperking, daadwerkelijk beschikbaar is, een passende bijdrage levert aan de zelfredzaamheid of participatie van een Client en financieel gedragen kan worden met een inkomen op minimumniveau. Dit laatste is het geval als voldaan wordt aan de criteria voor verlening van bijzondere bijstand bij aanvragen voor duurzame gebruiksgoederen: als binnen een termijn van 36 maanden kan worden terugbetaald bij een aflossing van 5% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm kan de voorziening gedragen worden met een inkomen op minimum niveau.
1.39.3 Andere Voorziening Voorziening anders dan in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 of de Jeugdwet. 1.39.4 Collectieve voorziening Een Algemene voorziening die specifiek gericht is op een bepaalde doelgroep en gedefinieerd is als dienst of activiteit, gericht op het versterken van zelfredzaamheid, participatie of opvang, en die zonder voorafgaand Onderzoek toegankelijk is en waarvoor geen Beschikking nodig is.
1.39.5 Individuele voorziening (Jeugdwet) Een op de jeugdige en/of zijn ouders toegesneden niet vrij-toegankelijke voorziening die alleen na zorgvuldig onderzoek toegankelijk is voor jeugdigen en ouders zoals bedoeld in de Jeugdwet, en waarvoor een Beschikking nodig is. 1.39.6 Maatwerkvoorziening (Wmo) Een op de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van een persoon afgestemd geheel van diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere mogelijkheden zoals bedoeld in artikel 1.1.1. van de Wmo en waarvoor een Beschikking nodig is. 1.39.7 Wettelijk voorliggende voorziening Een voorziening op grond van een wettelijke bepaling, anders dan ingevolge de Wmo of Jeugdwet, waarmee de benodigde ondersteuning geheel of gedeeltelijk bereikt kan worden. Deze wordt eerst ingezet voordat een Maatwerkvoorziening (Wmo) of Individuele voorziening (Jeugdwet) toegekend wordt. 1.40. Waakvlamzorg (Wmo) Zorg of ondersteuning die na afloop van de hulp- of ondersteuningsperiode op indicatie extra verstrekt kan worden op verzoek van de Client. 1.41. Wmo Wet Maatschappelijke ondersteuning 2015. 1.42. Woonplaatsbeginsel De bepalingen in Jeugdwet waaruit blijkt welke gemeente verantwoordelijk is voor het inzetten en financieren van jeugdhulp of het uitvoeren van een jeugdreclasserings- of jeugdbeschermings-maatregel. 1.43.
Woonvoorziening (Wmo) - Niet-bouwkundige of niet-woon-technische ingreep in of aan een woonruimte. Dit zijn losse of roerende Woonvoorzieningen; of: - Woningaanpassingen: bouwkundige of woon-technische ingreep in of aan een woonruimte. Dit zijn de vaste of onroerende woningaanpassingen. 1.44. Zorg in natura Zorg of ondersteuning die in persoon geleverd wordt door een zorgaanbieder die een contract heeft met de Gemeente.
Hoofdstuk 2
Toegang, Melding, Onderzoek
1. Artikel 2.1. Melding 1. Een Melding kan worden gedaan door of namens een Inwoner (Wmo) of door een jeugdige of zijn ouders/verzorgers. 2. Een Melding aan het College wordt gedaan bij stichting Binding. 3. Stichting Binding bevestigt en registreert de ontvangst van de Melding en maakt zo spoedig mogelijk een afspraak voor een Gesprek. 4. In spoedeisende gevallen treft het College zo spoedig mogelijk een passende tijdelijke maatregel. Artikel 2.2. Cliëntondersteuning 1. Het College draagt zorg voor de beschikbaarheid van kosteloze onafhankelijke Cliëntondersteuning, waarbij het belang van de Cliënt uitgangspunt is. 2. Het College wijst de Inwoner/Cliënt en zijn Mantelzorger/ouder voor het Onderzoek op de mogelijkheid om gebruik te maken van gratis Cliëntondersteuning. Artikel 2.3. Persoonlijk plan en Familiegroepsplan 1. Het College informeert de Cliënt over de mogelijkheid tot het indienen van een Persoonlijk plan als bedoeld in artikel 2.3.2., tweede lid Wmo en wat dit inhoudt en stelt hem gedurende zeven dagen na de Melding in de gelegenheid het plan te overhandigen. 2. Het College informeert de Cliënt en zijn ouders over de mogelijkheid tot het indienen van een Familiegroepsplan als bedoeld in artikel 1.1. Jeugdwet en stelt hem gedurende zeven werkdagen na de Melding in de gelegenheid dit plan te overhandigen.
Als de jeugdige of zijn ouders daarom verzoeken, draagt het College zorg voor ondersteuning bij het opstellen van het Familiegroepsplan. 3. Het College betrekt het Persoonlijk plan of het Familiegroepsplan bij het Onderzoek als bedoeld in artikel 2.4. Artikel 2.4. Onderzoek 1. Het College verzamelt alle voor het Onderzoek, van belang zijnde en toegankelijke gegevens over de Inwoner en zijn situatie, en de basis vormen voor het Gesprek als bedoeld in artikel 2.5. 2. Het College maakt zo spoedig mogelijk een afspraak voor een Gesprek zoals bedoeld in artikel 2.5. 3. Het College wijst de Inwoner, dan wel zijn vertegenwoordiger, op de mogelijkheid om een Aanvraag als bedoeld in artikel 2.7. van deze Verordening in te dienen. 4. Het College wijst de Inwoner, dan wel diens vertegenwoordiger, op de mogelijkheid om te kiezen voor een Maatwerkvoorziening (Wmo) dan wel Individuele voorziening (Jeugdwet) in de vorm van Zorg in natura of via een Persoonsgebonden budget en wijst op de gevolgen van die keuze. 5. Voor of tijdens het Gesprek verschaft de Cliënt dan wel diens vertegenwoordiger het College alle gegevens en bescheiden die naar het oordeel van het College nodig zijn en waarover de Cliënt redelijkerwijs de beschikking kan krijgen. De Cliënt verschaft in ieder geval een identificatiedocument ter inzage, als bedoeld in de Wet op de identificatieplicht. 6.
Het College wijst de Inwoner/Cliënt en zijn Mantelzorger bij de start van het Onderzoek op de mogelijkheid om de Mantelzorger(s) te betrekken bij het Onderzoek. 7. Als de Cliënt voldoende bekend is bij de Gemeente, kan het College in overeenstemming met de Cliënt afzien van een Onderzoek als bedoeld in het eerste en tweede lid. 8. Bij een Jeugdhulpcliënt kan het College in overleg met de jeugdige of de ouders afzien van Onderzoek indien een dossier beschikbaar is en toestemming door ouders verleend is om daarvan gebruik te maken.
Artikel 2.5. Gesprek en Vraagverheldering
1. Een Gesprek maakt deel uit van het Onderzoek. Bij Mandaat door het College aan stichting Binding verstrekt, wordt het Gesprek gevoerd door stichting Binding met de Cliënt/Inwoner, desgewenst in het bijzijn van haar/zijn vertegenwoordiger/cliëntondersteuner, en zoveel mogelijk in het bijzijn van zijn/haar Mantelzorger en/of desgewenst zijn/haar familie/ouder. 2. Het College onderzoekt in het Gesprek de mogelijkheid om een Maatwerkvoorziening (Wmo) of een Individuele voorziening (Jeugdwet) te verstrekken, dan wel de mogelijkheid om de ondersteuningsvraag op een andere wijze op te lossen, een en ander in het belang van behoud en versterking van de draagkracht van de Cliënt. 3. Het College onderzoekt in het Gesprek hoe rekening zal worden gehouden met de godsdienstige gezindheid, de levensovertuiging en de culturele achtergrond van de Cliënt en/of zijn ouders. 4. Het College Onderzoekt in het gesprek hoe de gewenste samenhang in de versterking van de draagkracht en beperking van de draaglast tot stand kan komen door mede te kijken naar mogelijkheden die lokale Voorzieningen bieden op het terrein van welzijn, sport en bewegen, cultuur, onderwijs, vrijwilligerswerk etc. 5. Ingeval het Gesprek betrekking heeft op de uitvoering van de Wmo zijn de bepalingen als volgt: Het College onderzoekt in het Gesprek overeenkomstig artikel 2.3.2, 4e lid van de Wmo: a.
de behoeften op alle levensgebieden (gezondheid, wonen, werk, inkomen, relatie, gezin, etc. persoonskenmerken en voorkeuren van de Cliënt; b. het gewenste resultaat van het verzoek om ondersteuning; c. de mogelijkheden om op eigen kracht of met Gebruikelijke hulp of met een Algemeen gebruikelijke voorziening of met een Algemene voorziening zijn zelfredzaamheid of participatie te verbeteren of te voorzien in zijn behoefte aan beschermd wonen of maatschappelijke opvang; d. de mogelijkheid om met Mantelzorg of hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk te komen tot verbeteren van zijn zelfredzaamheid of participatie of te voorzien in zijn behoefte aan beschermd wonen of maatschappelijke opvang; e. de behoefte aan maatregelen ter ondersteuning van de mantelzorger van de Cliënt; f. de mogelijkheden om met gebruikmaking van een Algemene voorziening of door het verrichten van maatschappelijk nuttige activiteiten te komen tot verbetering van zijn zelfredzaamheid of participatie, of de mogelijkheden om met gebruikmaking van een Algemene voorziening te voorzien in zijn behoefte aan beschermd wonen of opvang; g.
de mogelijkheden om door middel van samenwerking met zorgverzekeraars en zorgaanbieders als bedoeld in de Zorgverzekeringswet en partijen op het gebied van publieke gezondheid, jeugdhulp, onderwijs, welzijn, wonen, werk en inkomen, te komen tot een zo goed mogelijk afgestemd Ondersteuningsplan om te voorzien in een oplossing voor de ondersteuningsvraag die bijdraagt aan versterking van de draagkracht of beperking van de draaglast van de Cliënt. h. de mate waarin Cliënt of iemand uit zijn sociale netwerk in staat is om eventueel een Maatwerkvoorziening in de vorm van een Persoonsgebonden budget te beheren en de benodigde ondersteuning of zorg zelf in te kopen waarbij in begrijpelijke woorden wordt toegelicht wat de voorwaarden daarvoor zijn en wat de gevolgen zijn. i. Het College verstrekt aan de Cliënt/Inwoner informatie over de Bijdrage die Cliënt naar verwachting op grond van artikel 2.1.4. van de Wmo zal moeten betalen ingeval een Wmo-maatwerkvoorziening wordt toegekend. 6. Ingeval het Gesprek betrekking heeft op uitvoering van de Jeugdwet zijn de bepalingen als volgt: a. het College stelt naar aanleiding van het gesprek vast wat de jeugdhulpvraag inhoudt; b.
het College laat door een ter zake deskundige vaststellen of sprake is van opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen alsmede de veiligheid en de ontwikkeling en gezinssituatie van de jeugdige; c. het College laat door een ter zake deskundige vaststellen welke hulp naar aard en omvang nodig is. Pas als het voorafgaande is vastgesteld, kan worden vastgesteld of de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen ontoereikend zijn; d. het College informeert de Cliënt/Inwoner of zijn ouders over de gang van zaken bij de vraagverheldering, hun rechten en plichten en de vervolgprocedure. Artikel 2.6. Gespreksverslag en/of Ondersteuningsplan (Jeugdwet)
1. Het College verstrekt de Inwoner/Cliënt, dan wel diens vertegenwoordiger, een schriftelijke weergave van de uitkomsten van het Onderzoek, waaronder in ieder geval een Verslag (voorzien van naam, geboortedatum en ondertekening door de aanvrager) of een Ondersteuningsplan. 2. Cliënt of zijn ouders tekent/tekenen het Verslag of Ondersteuningsplan voor gezien of akkoord. 3. Opmerkingen of latere aanvullingen van Cliënt of zijn ouders (Jeugdwet) worden aan het Verslag toegevoegd. Artikel 2.7. Aanvraag 1. Een Inwoner/Cliënt of zijn gemachtigde of (wettelijk) vertegenwoordiger kan een Aanvraag om een Maatwerkvoorziening of een Individuele voorziening schriftelijk indienen bij het College. 2. Een Aanvraag kan pas worden gedaan nadat het Onderzoek of de vraagverheldering is uitgevoerd. Indien het Onderzoek niet is uitgevoerd binnen zes weken na de ontvangst van de Melding, gelden de gebruikelijke wettelijke termijnen. 3. De Aanvraag afkomstig van een Cliënt die al eerder een Gesprek heeft gevoerd maar waarbij sprake is van beperkte gewijzigde omstandigheden of beperkte wijzigingen in het te bereiken ondersteuning, kan administratief worden afgehandeld. 4. Bij de Aanvraag kan het door de Cliënt ondertekende Verslag van het Gesprek, dan wel Ondersteuningsplan/Familiegroepsplan, eventueel voorzien van aanvullingen en/of opmerkingen van de Inwoner/Cliënt als Aanvraag worden beschouwd.
Artikel 2.8. Advisering 1. Het College is bevoegd om, voor zover dit van belang kan zijn voor het Onderzoek, degene door of namens wie een Aanvraag is ingediend of bij Gebruikelijke hulp (Wmo)/Hulp in redelijkheid (Jeugd) diens relevante huisgenoten te betrekken bij het Onderzoek. De Cliënt wordt hierover geïnformeerd. 2. Het College kan een door het College daartoe aangewezen deskundige adviesinstantie om advies vragen indien: a. het een Melding of Aanvraag betreft van een persoon die niet eerder een voorziening heeft gehad c.q. met wie niet eerder een Gesprek als bedoeld in artikel 2.5 is gevoerd. b. het een Melding of Aanvraag betreft van een persoon aan wie eerder een Maatwerkvoorziening of Individuele Voorziening is verstrekt of met wie eerder een Gesprek zoals bedoeld in artikel 2.5 is gevoerd, maar waarvan de medische of psychosociale omstandigheden zodanig zijn veranderd dat die gewijzigde omstandigheden aard of omvang van een Maatwerkvoorziening of Individuele voorziening kunnen beïnvloeden. 3. Het College informeert de Cliënt over de adviesaanvraag en meldt daarbij op welk aspect van de Aanvraag de adviesaanvraag betrekking heeft. 4. Het College brengt de Cliënt op de hoogte van het door de externe adviesinstantie uitgebrachte advies. 5.
Indien het aanvragen van het advies leidt tot een langere looptijd van het Onderzoek dan zes weken, kan de looptijd van het Onderzoek verlengd worden overeenkomstig de gebruikelijke wettelijke termijnen. Artikel 2.9. Beschikking 1. In de Beschikking tot verstrekking van een Maatwerkvoorziening of Individuele voorziening wordt aangegeven of deze in natura of als Persoonsgebonden budget of als financiële tegemoetkoming wordt verstrekt en wordt tevens aangegeven hoe bezwaar tegen de Beschikking kan worden gemaakt. 2. Bij het verstrekken van een Maatwerkvoorziening (Wmo) of Individuele voorziening (Jeugdwet) in natura vermeldt de Beschikking in ieder geval:
a. welke Voorziening verstrekt wordt en wat het beoogde resultaat daarvan is; b. de ingangsdatum en duur van de verstrekking; c. of een Bijdrage verschuldigd is en de daarbij gehanteerde uitgangspunten, zoals de kostprijs en onderhoudsprijs en afschrijvingstermijn van de voorziening (Wmo); d. welke andere Voorzieningen relevant kunnen zijn; e. waarop de in de Beschikking opgenomen toekenning van een Maatwerkvoorziening of Individuele voorziening gebaseerd is. 3. Bij het verstrekken van een Maatwerkvoorziening of Individuele voorziening in de vorm van een Persoonsgebonden budget vermeldt de Beschikking in ieder geval: a. aan welk resultaat het Persoonsgebonden budget moet worden besteed; b. welke kwaliteitseisen gelden voor de besteding van het Persoonsgebonden budget; c. wat de hoogte van het Persoonsgebonden budget is en hoe dit tot stand is gekomen; d. wat de duur is van de verstrekking waarvoor het Persoonsgebonden budget is bedoeld; e. de wijze van verantwoording van de besteding van het Persoonsgebonden budget; f. of een Bijdrage in het kader van de uitvoering van de Wmo verschuldigd is en de daarbij gehanteerde uitgangspunten. 4. Bij het verstrekken van een Maatwerkvoorziening of Individuele voorziening in de vorm van een financiële tegemoetkoming vermeldt de Beschikking zo nodig: a. aan welk resultaat de financiële tegemoetkoming moet worden besteed; b.
welke kwaliteitseisen gelden voor de besteding van de financiële tegemoetkoming; c. wat de hoogte van de financiële tegemoetkoming is en hoe dit tot stand is gekomen; d. wat de duur is van de verstrekking waarvoor het Persoonsgebonden budget is bedoeld; e. de wijze van verantwoording van de besteding van de financiële tegemoetkoming; f. of een Bijdrage in het kader van de uitvoering van de Wmo verschuldigd is en de daarbij gehanteerde uitgangspunten. 5. Bij het verstrekken van zowel een Maatwerkvoorziening of Individuele voorziening in combinatie aan één Cliënt of gezin wordt de Beschikking hierop afgestemd. 6. De ingangsdatum van de Beschikking is het aanvangsmoment voor zorgaanbieders om de beschikte zorg of ondersteuning te starten. Het eerder starten van de zorg is alleen mogelijk in bijzondere, spoedeisende gevallen, een en ander in overleg met stichting Binding. 7. Het College kan besluiten in een Beschikking op te nemen dat de toegekende hulp of ondersteuning na een bepaalde termijn wordt afgeschaald: naar minder uren, van specialistische- naar basis zorg of op andere wijze. Artikel 2.10. Privacy Het College neemt bij de uitvoering van de Wmo, de Jeugdwet en deze Verordening de regels vanuit de landelijke privacy-wetgeving in acht.
Hoofdstuk 3
Voorzieningen in natura en via een Persoonsgebonden budget
Artikel 3.1. Maatwerkvoorziening of Individuele voorziening in natura 1. De omvang van de Voorziening in natura wordt bepaald aan de hand van de uitkomsten van het Onderzoek en de daaruit voortvloeiende toekenning van de in de situatie van de Cliënt goedkoopst, adequaat, kwalitatief passende Voorziening. 2. De Cliënt heeft een keuzemogelijkheid uit de aanbieders van de toegekende Voorziening in natura, waarmee de Gemeente een contract heeft afgesloten. 3. De keuze van de Cliënt kan beperkt worden indien de Cliënt de voorkeur geeft aan een ver weg gelegen Aanbieder, dit inzet van vervoer vanuit de Wmo of Jeugdwet voor Client noodzakelijk maakt en naar het oordeel van het College een gelijkwaardige aanbieder in de regio beschikbaar is. 4. Het College draagt zorg voor het verstrekken van informatie aan de Cliënt over de keuzemogelijkheden zoals in het tweede en derde lid genoemd. 5. Het College kan nadere regels stellen met betrekking tot de verstrekking van Maatwerkvoorzieningen zoals de ‘Richtlijn indicering voor de Hulp bij het Huishouden gemeente Wijk bij Duurstede 2015’, de ‘Beleidsregels Wmo 2022’ of sindsdien door het College vastgestelde nadere regels of richtlijnen. Artikel 3.2. Maatwerkvoorziening of Individuele voorziening in de vorm van een Persoonsgebonden budget (pgb) 1.
Iedere persoon die een Maatwerkvoorziening of Individuele voorziening krijgt toegekend, heeft volgens de Wmo en de Jeugdwet de keuze tussen Zorg in natura en een pgb, mits de Client of verantwoordelijke de bijbehorende taken uit kan voeren, de Client kan aantonen waarom de zorg vanuit een pgb voldoet en hoe de kwaliteit gewaarborgd is. Bij Jeugdhulp dient men bij een nietgecontracteerde aanbieder aan te tonen waarom het aanbod vanuit de gecontracteerde aanbieders Zorg in natura niet toereikend is. 2. De hoogte van het Persoonsgebonden budget: a. wordt vastgesteld aan de hand van een door de Cliënt opgesteld plan waarin in ieder geval is opgenomen: 1°. welke diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen, hulp en ondersteuning en andere maatregelen die tot de Maatwerkvoorziening of Individuele voorziening behoren, de Cliënt van het budget wil betrekken, en 2°. indien van toepassing, welke hiervan de Cliënt wil betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk; b. wordt berekend op basis van een prijs of tarief: 1°. waarmee redelijkerwijs is verzekerd dat het pgb toereikend is om tijdig veilige, doeltreffende en kwalitatief goede diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot de Maatwerkvoorziening of Individuele Voorziening behoren, van derden te betrekken; 2°.
waarbij rekening is gehouden met redelijke overheadkosten van derden van wie de cliënt diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen, hulp en ondersteuning en andere maatregelen die tot de Maatwerkvoorziening of Individuele voorziening behoren, wil betrekken; 3°. wordt indien nodig aangevuld met een vergoeding voor onderhoud en verzekering; c. bedraagt niet meer dan de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopste adequate in de gemeente beschikbare Maatwerkvoorziening of Individuele voorziening in natura. 3. Het Persoonsgebonden budget dient door de Cliënt bij voorkeur binnen 3 maanden maar in ieder geval binnen 6 maanden na toekenning te worden aangewend ten behoeve van het resultaat waarvoor het is verstrekt. Indien dat niet gebeurt, vervalt de beschikking op de toegekende Maatwerkvoorziening of Individuele Voorziening. 4. Alle in deze Verordening genoemde pgb’s zijn gebaseerd op prijspeil 2022. Het College kan besluiten de pgb-bedragen voor Wmo-maatwerkvoorzieningen (Wmo) en Individuele voorzieningen (Jeugdwet) te indexeren. Basis daarvoor is de wijze van indexering die is opgekomen in de contracten met Aanbieders die in de regio Zuidoost Utrecht Zorg in natura voor de desbetreffende Maatwerkvoorziening of Individuele voorziening leveren. 5. De hoogte van een pgb voor Wmo-Maatwerkvoorzieningen wordt vastgesteld voor:
a. Een zaak of hulpmiddel: op basis van de kostprijs van de zaak die de Cliënt zou hebben ontvangen als de zaak of hulpmiddel in natura zou zijn verstrekt en rekening houdende met een reële termijn voor de technische afschrijving en de onderhouds- en verzekeringskosten. De kostprijs wordt aangepast bij verstrekking van een tweedehands voorziening. b. Voor de volgende Wmo-Maatwerkvoorzieningen wordt geen pgb verstrekt indien de ondersteuning verzorgd wordt door een niet daartoe opgeleid persoon die niet in dienst is bij een zorginstelling of die afkomstig uit het sociale netwerk van de Client (Informele zorg): huishoudelijke ondersteuning 3, begeleiding individueel specialistisch, begeleiding groep en bemoeizorg. 6. De pgb’s voor de Wmo-Maatwerkvoorziening Huishoudelijke ondersteuning zijn als volgt: 1° Voor een niet daartoe opgeleid persoon die niet werkzaam is voor een instelling (bijvoorbeeld familie/kennissen van de aanvrager) (Informele zorg): € 15,54 per uur. Oude verordening 2020 € 15 / uur
Nieuwe verordening 2022 € 15,54 / uur
Toelichting
Gebaseerd op het uurloon dat een hulp verdient bij een zorgorganisatie en de daarbij behorende cao. Marktconform tarief.
2° Voor een zelfstandige zonder personeel (zzp-er) of gelijkwaardige functie die de juiste opleiding heeft voltooid en die valt onder de definitie van Formele zorg: 60% van het tarief dat geldt voor Ho1 of Ho2 in natura of voor een eventueel combinatie-tarief Ho in natura op basis van de door de gemeente afgesloten contracten. Voor het onderscheid tussen Ho1 en Ho2 wordt verwezen naar de definities in de contracten met de desbetreffende zorgaanbieders. Basis: uurtarief. Oude verordening 2020 75% zin-tarief
Nieuwe verordening 2022 60% zin-tarief Ho1 € 18 HO2 € 19,44
Toelichting
Rekening houdend met het feit dat een zzp-er zelf werkgeverslasten moet bekostigen. Een zzp-er heeft minder- of geen overheadkosten. 60% leidt tot een reëel tarief. NB: dit is het enige pgb-tarief voor zzp-ers dat gebaseerd is op 60% van het zin-tarief. Alle andere zzp-tarieven zijn gebaseerd op 75% van het zin-tarief. Dat zou in dit geval leiden tot een te hoog tarief dat niet markt-conform is. Het zin-tarief is gebaseerd op een tarievenonderzoek in 2021, vermeerderd met indexering voor 2022.
3° Voor een daartoe opgeleid persoon werkzaam in dienst van een zorgaanbieder die niet gecontracteerd is (Formele zorg): 90% van het tarief dat geldt voor Ho1 of Ho2 in natura of voor een eventueel combinatie-tarief op basis van de door de gemeente afgesloten contracten. Basis: uurtarief. Oude verordening 2020 90% zin-tarief
Nieuwe verordening 2022 90% zin-tarief Ho1 € 27 Ho2 € 29,16
Toelichting
90% voor deze categorie is algemeen toegepast door gemeenten. Het is niet reëel om 100% te betalen aan iemand die bij een niettoegelaten aanbieder werkt. Het zin-tarief is gebaseerd op een tarievenonderzoek in 2019, vermeerderd met indexering voor 2022.
7. De pgb’s voor de Wmo-Maatwerkvoorziening Kortdurend verblijf zijn als volgt: 1° Voor een niet daartoe opgeleid persoon die niet werkzaam is voor een instelling (bijvoorbeeld familie/kennissen van de aanvrager) (Informele zorg):
Oude verordening 2020 € 30,61
Nieuwe verordening 2022 € 54,96
Toelichting
Dit is gebaseerd op het tarief dat door een organisatie als ‘Handen in huis’ betaald wordt aan vrijwilligers die voor respijtzorg bij inwoners thuis worden ingezet. Het tarief in de vorige verordening was erg laag. Verhoging kan leiden tot meer vrijwillige inzet op kortdurend verblijf.
2° Voor een zelfstandige zonder personeel (zzp-er) of gelijkwaardige functie die de juiste opleiding heeft voltooid: 75% van het tarief dat geldt voor zorg in natura (Formele zorg): per etmaal: Oude verordening 2020 75%
Nieuwe verordening 2022 75% € 130,78
Toelichting
Een zzp-er heeft minder- of geen overheadkosten maar moet wel zelf werkgeverslasten bekostigen. Dit percentage is algemeen aanvaard en wordt door veel gemeenten toegepast. Het zin-tarief is gebaseerd op een onafhankelijk tarievenonderzoek dat vooraf is gegaan aan de aanbesteding Wmo-begeleiding in 2021, vermeerderd met het regionale indexeringspercentage.
3° Voor een daartoe opgeleid persoon werkzaam in dienst van een zorgaanbieder die niet gecontracteerd is (Formele zorg): 90% van het tarief dat geldt voor zorg in natura: per etmaal: Oude verordening 2020 90% zin-tarief
Nieuwe verordening 2022 90% zin-tarief € 156,93
Toelichting
90% voor deze categorie is algemeen toegepast door gemeenten. Het is niet reëel om 100% te betalen aan iemand die bij een niet-toegelaten aanbieder werkt. Het zin-tarief is gebaseerd op een onafhankelijk tarievenonderzoek dat vooraf is gegaan aan de aanbesteding Wmobegeleiding in 2021, vermeerderd met het regionale indexeringspercentage.
4º. Indien de omvang van de zorg niet in hele etmalen verstrekt wordt, bedraagt het tarief per uur 1/24e van het desbetreffende tarief per etmaal. 8. De pgb’s voor de Wmo-Maatwerkvoorziening Vervoer (basis of rolstoelvervoer) naar- en van een geïndiceerde dagbestedingslocatie zijn als volgt: 1° Via inzet van een persoon die niet werkzaam is voor een instelling (bijvoorbeeld familie/kennissen van de aanvrager): Oude Nieuwe Toelichting verordening verordening 2020 2022 Niet Maximaal Volgens het Nibud zijn dit reële kosten per kilometer voor vergoeding van opgenomen € 0,37 per vaste- en variabele lasten van een auto. kilometer Het werkelijk toe te kennen bedrag is maatwerk en zal bij voorbeeld bij vervoer door de partner van de client (gebruikelijke zorg) lager kunnen zijn dan bij vervoer door iemand uit het netwerk.
2° Via inzet van de Wijkse Dienst: € 8,50 per retourrit (prijspeil 2022).
Oude verordening 2020 Niet opgenomen
Nieuwe verordening 2022 € 8,50 per retourrit
Toelichting
Gebaseerd op het contract dat de gemeente met de Wijkse Dienst heeft afgesproken voor lokaal vervoer naar- en van dagbestedingslocaties.
3° Voor een daartoe opgeleid persoon werkzaam in dienst van een zorgaanbieder die niet gecontracteerd is: 90% van het tarief dat geldt voor zorg in natura: per retourrit naar de dagbestedingslocatie, zowel regulier- als rolstoelvervoer. Oude verordening 2020 Niet opgenomen
Nieuwe verordening 2022 90% tarief zin € 21,61
Toelichting
90% voor deze categorie is algemeen toegepast door gemeenten. Het is niet reëel om 100% te betalen aan iemand die bij een niet-toegelaten aanbieder werkt. Het zin-tarief is gebaseerd op een onafhankelijk tarievenonderzoek dat vooraf is gegaan aan de aanbesteding Wmobegeleiding in 2021, vermeerderd met het regionale indexeringspercentage.
9. De pgb’s voor de Wmo-Maatwerkvoorziening Individuele begeleiding zijn als volgt: 1° Door een niet daartoe opgeleid persoon die niet werkzaam is voor een instelling (bijvoorbeeld familie/kennissen van de aanvrager) (Informele zorg): per uur (alleen begeleiding basis): Oude verordening 2020 € 20,41
Nieuwe verordening 2022 € 21,74
Toelichting
Bij de Wlz is er een maximum voor inhuur van informele zorg met een pgb. In 2021 was dat € 21,14 per uur. Andere gemeenten (bij voorbeeld Amsterdam) hanteren dit ook. Hierop is de regionale index toegepast.
2° Door een zelfstandige zonder personeel of gelijkwaardige functie die daartoe de juiste opleiding heeft voltooid (Formele zorg): 75% van het tarief in natura zoals opgenomen in het desbetreffende contract tussen de Gemeente en zorgaanbieders die Begeleiding bieden: per uur begeleiding: Oude verordening 2020 75% zin-tarief
Nieuwe verordening 2022 75% zin-tarief Basis: € 43,20 Special.: € 51,30
Toelichting
Een zzp-er heeft minder- of geen overheadkosten maar moet wel zelf werkgeverslasten bekostigen. Dit percentage is algemeen aanvaard en wordt door veel gemeenten toegepast. Het zintarief is gebaseerd op een onafhankelijk tarievenonderzoek dat vooraf is gegaan aan de aanbesteding Wmo-begeleiding in 2021, vermeerderd met het regionale indexeringspercentage.
3° Door een daartoe opgeleid persoon, werkzaam bij een door de gemeente niet gecontracteerde instelling (Formele zorg): 90% van het tarief in natura zoals opgenomen in het contract tussen de Gemeente en aanbieders van de Maatwerkvoorziening Begeleiding: per uur begeleiding:
Oude verordening 2020 90% zin-tarief
Nieuwe verordening 2022 90% zin-tarief Basis: € 51,84 Spec.: € 61,56
Toelichting
90% voor deze categorie is algemeen toegepast door gemeenten. Het is niet reëel om 100% te betalen aan iemand die bij een niettoegelaten aanbieder werkt. Het zin-tarief is gebaseerd op een onafhankelijk tarievenonderzoek dat vooraf is gegaan aan de aanbesteding Wmo-begeleiding in 2021, vermeerderd met het regionale indexeringspercentage.
10. De pgb’s voor de Wmo-Maatwerkvoorziening Begeleiding groep of dagbesteding zijn als volgt: 1° Door een zelfstandige zonder personeel of gelijkwaardige functie die de juiste opleiding heeft voltooid (Formele zorg): 75% van het tarief in natura zoals opgenomen in het contract tussen de Gemeente en aanbieders van de Maatwerkvoorziening Begeleiding: per dagdeel van 4 uur: Oude verordening 2020 75% zin-tarief
Nieuwe verordening 2022 75% zin-tarief € 33,09
Toelichting
Een zzp-er heeft minder- of geen overheadkosten maar moet wel zelf werkgeverslasten bekostigen. Dit percentage is algemeen aanvaard en wordt door veel gemeenten toegepast. Het zin-tarief is gebaseerd op een onafhankelijk tarievenonderzoek dat vooraf is gegaan aan de aanbesteding Wmo-begeleiding in 2021, vermeerderd met het regionale indexeringspercentage.
2° Door een daartoe opgeleid persoon, werkzaam bij een door de gemeente niet gecontracteerde instelling (Formele zorg): 90% van het tarief in natura zoals opgenomen in het contract tussen de Gemeente en aanbieders van de Maatwerkvoorziening Begeleiding: per dagdeel van 4 uur: Oude verordening 2020 90% zin-tarief
Nieuwe verordening 2022 90% zin-tarief € 39,71
Toelichting
90% voor deze categorie is algemeen toegepast door gemeenten. Het is niet reëel om 100% te betalen aan iemand die bij een niet-toegelaten aanbieder werkt. Het zin-tarief is gebaseerd op een onafhankelijk tarievenonderzoek dat vooraf is gegaan aan de aanbesteding Wmobegeleiding in 2021, vermeerderd met het regionale indexeringspercentage.
11. De pgb’s voor de Wmo-Maatwerkvoorziening bemoeizorg zijn als volgt: 1° Door een zelfstandige zonder personeel of gelijkwaardige functie die daartoe de juiste opleiding heeft voltooid (Formele zorg): 75% van het tarief in natura zoals opgenomen in het desbetreffende contract tussen de Gemeente en zorgaanbieders die Begeleiding bieden: per uur: Oude verordening 2020 75% zin-tarief
Nieuwe verordening 2022 75% zin-tarief € 51,30
Toelichting
Een zzp-er heeft minder- of geen overheadkosten maar moet wel zelf werkgeverslasten bekostigen. Dit percentage is algemeen aanvaard en wordt door veel gemeenten toegepast. Het zin-tarief is gebaseerd op een onafhankelijk tarievenonderzoek dat vooraf is gegaan aan de aanbesteding Wmo-begeleiding in 2021, vermeerderd met het regionale indexeringspercentage.
2° Door een daartoe opgeleid persoon, werkzaam bij een door de gemeente niet gecontracteerde instelling (Formele zorg): 90% van het tarief in natura zoals opgenomen in het contract tussen de Gemeente en aanbieders van de Maatwerkvoorziening Begeleiding: per uur: Oude verordening 2020 90% zin-tarief
Nieuwe verordening 2022 90% zin-tarief € 61,56
Toelichting
90% voor deze categorie is algemeen toegepast door gemeenten. Het is niet reëel om 100% te betalen aan iemand die bij een niet-toegelaten aanbieder werkt. Het zin-tarief is gebaseerd op een onafhankelijk tarievenonderzoek dat vooraf is gegaan aan de aanbesteding Wmobegeleiding in 2021, vermeerderd met het regionale indexeringspercentage.
12. Persoonlijke verzorging: Hiervoor gelden dezelfde tarieven als opgenomen in lid 9 (Individuele begeleiding). 13. De hoogte van een pgb voor Jeugdhulp wordt vastgesteld voor: a. Informele zorg door een persoon uit het eigen netwerk, een mantelzorger of door een nietprofessionele en niet daartoe opgeleide aanbieder: maximaal € 21,82 per uur en € 32,72 per etmaal. b. Zelfstandige zonder personeel: jeugdhulp door een zelfstandige zonder personeel met een passende AGB-code en erkenning (in het Algemeen Gegevens Beheer-register van zorgverleners): maximaal tarief 75% van het tarief in natura zoals opgenomen in de contracten met Aanbieders die zorg in natura voor de desbetreffende Individuele voorziening leveren. c. Zorgverlener verbonden aan een organisatie met een passende AGB-code en erkenning: maximaal 90% van het tarief in natura zoals opgenomen in de contracten met Aanbieders die zorg in natura voor de desbetreffende Individuele voorziening leveren. 14. Wanneer de budgethouder overlijdt, wordt de zorgovereenkomst per direct opgezegd en vervalt het recht op besteding van het Pgb. Reeds geleverde zorg wordt betaald. Het College kan hierover nadere regels stellen. 15.
Wanneer de budgethouder overlijdt en tot aan de datum van overlijden een onevenredig deel van het budget is uitgegeven zonder gegronde reden, kan het College besluiten het teveel uitgegeven budget terug te vorderen. 16. Het College kan nadere regels stellen omtrent toekenning, besteding, kwaliteitsvereisten en verdere spelregels rond besteding van pgb’s en wel in de vorm van de beleidsregels ‘PGB-beleid Jeugd en Wmo 2021’ of de sindsdien door het College herziene- of vastgestelde regels of richtlijnen ten aanzien van pgb’s. Artikel 3.3. Weigeringsgronden voor toekenning van een Maatwerkvoorziening of Individuele voorziening in de vorm van een Persoonsgebonden budget (pgb) 1. Los van de voorwaarden opgenomen in de Wmo, artikel 2.3.6. en in de Jeugdwet, artikel 8.1.1. kan het College besluiten om geen pgb te vertrekken indien sprake is van de volgende omstandigheden: a. als de inwoner handelingsonbekwaam is, niet pgb-vaardig is, onvoldoende inzicht heeft in de eigen situatie, of geen bewindvoerder/belangenbehartiger/wettelijk vertegenwoordiger/ouder heeft die zijn belangen kan behartigen en/of; b. als er een ernstig vermoeden is dat de budgethouder of zijn vertegenwoordiger problemen zal hebben met het omgaan met een pgb en/of; c.
er een gerechtvaardigde verwachting is dat het aansturen van de met het pgb ingekochte zorg of ondersteuning en/of het vervullen van goed werkgeverschap problemen zal opleveren en/of; d. als er sprake is van verslavingsproblematiek en/of schuldenproblematiek en/of; e. als er eerder sprake is geweest van fraude of misbruik met een pgb en/of; f. als de inwoner een zwervend bestaan leidt of een maatwerkvoorziening beschermd wonen of maatschappelijke opvang uit de Wmo toegekend heeft gekregen en niet onder toezicht staat van een bekwaam persoon en/of;
g. sprake is van analfabetisme of onvoldoende taal- of rekenvaardigheid zonder dat Client personen in zijn omgeving heeft die hem kunnen bijstaan en/of; h. als sprake is van spoed- of crisiszorg waardoor er vanwege het spoedeisende karakter geen onderzoek naar bekwaamheid van de budgethouder en/of de kwaliteit van de geboden ondersteuning gedaan kan worden en/of; i. als er gegronde redenen bestaan om te verwachten dat het budget besteed zal worden in het buitenland zonder dat daar een gegronde reden voor is, naar oordeel van het College, en/of; j. als de kwaliteit van de Wmo-ondersteuning of de Jeugdhulp onvoldoende is geborgd/de beoogde zorgverlener niet de gewenste kwaliteit biedt, bij voorbeeld als een onhoudbare situatie dreigt waarin de veiligheid van de Client in het geding komt. Het College kan hiervoor aanvullende regels bepalen. k. als sprake is van andere belemmerende omstandigheden naar het oordeel van het College. 2. Het College kan weigeren dat een bepaalde zorgaanbieder voor het leveren van pgb-zorg- of ondersteuning wordt ingezet, als gebleken is dat de kwaliteit niet gegarandeerd is. Dit kan bij voorbeeld blijken uit het feit dat een aanbieder bij een inkooptraject geweigerd is omdat deze niet voldoet aan de gestelde kwaliteitsvereisten. Het College kan hierover nadere regels stellen. 3.
Het College staat niet toe dat zorgaanbieders of tussenpersonen een pgb aanvragen of beheren voor de Client. Artikel 3.4. Beëindiging of terugvordering pgb’s Het College kan het eerder toegekende pgb stopzetten en/of terugvorderen als blijkt dat: a. de geleverde jeugdhulp/Wmo-ondersteuning onvoldoende cliëntgericht en/of doeltreffend is; b. de Cliënt onvoldoende heeft geprobeerd om de zorg/ondersteuning bij te sturen; c. sprake is van een omstandigheid zoals genoemd in artikel 3.3. of zoals genoemd in artikel 7.5; d. (een deel van) het budget zonder gegronde redenen of zonder toestemming is uitgegeven in het buitenland. Artikel 3.5. Opschorting betaling uit het pgb Het College kan de Sociale Verzekeringsbank gemotiveerd verzoeken te beslissen tot gehele of gedeeltelijke opschorting voor ten hoogste dertien weken van betalingen uit het Persoonsgebonden budget als er ten aanzien van een Cliënt een ernstig vermoeden is gerezen dat er sprake is van een omstandigheid als bedoeld in artikel 2.3.10, eerste lid, onder a, d of e, van de Wmo of artikel 8.1.4.van de Jeugdwet. Artikel 3.6. Niet uit het pgb te betalen 1. Het pgb mag niet worden besteed aan kosten die niet zorg- of ondersteuning gerelateerd zijn. Het College kan hierover nadere regels stellen in de Beleidsregels Pgb. 2. Het besteden van een Pgb via een zogenaamd verantwoordingsvrij bedrag is niet toegestaan.
Hoofdstuk 4
Maatschappelijke Ondersteuning
Artikel 4.1. Criteria voor toekenning Maatwerkvoorzieningen vanuit de Wmo algemeen 1. Het College beslist tot verstrekking van een Maatwerkvoorziening ter compensatie van de beperkingen in de zelfredzaamheid en de participatie overeenkomstig artikel 2.3.5. van de Wmo. 2. De Maatwerkvoorziening levert, rekening houdend met de uitkomsten van het in het hoofdstuk 2 bedoelde Onderzoek, een passende bijdrage aan het realiseren van een situatie waarin de Cliënt in staat wordt gesteld tot zelfredzaamheid en participatie, tot versterking van zijn draagkracht en beperking van zijn draaglast en tot het zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving blijven, en sluit aan op de beperkingen en de mogelijkheden van de Cliënt. 3. De Maatwerkvoorziening levert, rekening houdend met de uitkomsten van het in het hoofdstuk 2 bedoelde Onderzoek, een passende bijdrage aan het voorzien in de behoefte van de Cliënt aan begeleiding, beschermd wonen of opvang en aan het realiseren van een situatie waarin de Cliënt in staat wordt gesteld zich zo snel mogelijk weer op eigen kracht te handhaven in de samenleving. Het in dit lid bepaalde heeft betrekking op een Cliënt met chronische en ernstige psychische- of psychosociale problemen en/of een Cliënt die de thuissituatie heeft verlaten, al dan niet in verband met risico’s voor zijn veiligheid als gevolg van huiselijk geweld. 4.
Als een Maatwerkvoorziening noodzakelijk is ter vervanging van een eerder door het College verstrekte Voorziening, wordt deze slechts verstrekt als de eerder verstrekte voorziening technisch is afgeschreven: a. tenzij de eerder verstrekte Voorziening verloren is gegaan als gevolg van omstandigheden die niet aan de Cliënt zijn toe te rekenen; b. tenzij de Cliënt geheel of gedeeltelijk tegemoet komt in de veroorzaakte kosten, of c. als de eerder verstrekte Voorziening niet langer een oplossing biedt in de individuele situatie van de Cliënt. 5. Als een Maatwerkvoorziening noodzakelijk is, verstrekt het College de goedkoopst adequate en kwalitatief passende Voorziening. 6. Het College kan nadere regels stellen met betrekking tot de bepalingen in de artikelen 4.1. tot en met 4.18. Artikel 4.2. Criteria voor diverse Maatwerkvoorzieningen vanuit de Wmo 1. Behoudens het bepaalde in hoofdstuk 3 en in artikel 4.3. kan het College een Maatwerkvoorziening verstrekken gericht op: a. het (deels) overnemen van huishoudelijke activiteiten en/of het aanleren daarvan, gericht op een schone en leefbare woning (huishoudelijke ondersteuning); b. het vinden van een effectieve manier van omgang met de beperking en het optimaliseren of optimaal leren benutten van de eigen mogelijkheden waardoor de zelfredzaamheid en/of participatie van de Cliënt verbetert of in stand blijft (begeleiding); c.
versterken, activeren of stabiliseren van de zelfredzaamheid en participatie van de Cliënt en/of ontlasten van de mantelzorger(s) (begeleiding groep/dagbesteding); d. vervoer naar- of vanuit dagbesteding (vervoer); e. kortdurend verblijf elders van de client ter ontlasting van de mantelzorger (kortdurend verblijf); f. het inzetten van in beginsel ongevraagde zorg aan multi-problem gezinnen of inwoners met ernstige meervoudige problematiek (bemoeizorg); g. het doorvoeren van aanpassingen aan de woning opdat de Cliënt zo lang mogelijk zelfstandig kan blijven wonen (Woonvoorzieningen); h. het mogelijk maken dat de client zich in- en om de woning zelfstandig kan verplaatsen (hulpmiddelen); i. het bezoekbaar maken van de woning (woonvoorziening); j. deelname aan het maatschappelijk verkeer (vervoersvoorzieningen en/of hulpmiddelen); k. een financiële tegemoetkoming in de meerkosten a.g.v. een beperking; l. een bijzondere, eenmalige voorziening (regelvrije voorziening).
4.3. Criteria huishoudelijke ondersteuning 1. De Maatwerkvoorziening Huishoudelijke Ondersteuning is gericht op het bereiken van de volgende resultaten: a. een leefbaar huis; b. maaltijdverzorging (klaarzetten of bereiden en zo nodig aanreiken van maaltijden); c. ondersteunen bij het verzorgen voor minderjarige kinderen die tot het gezin behoren of van andere aanwezige hulpbehoevende personen; d. organisatie van- en regie over het huishouden; 2. Het College kan tijdelijk Huishoudelijke Ondersteuning verstrekken gericht op het aanleren van de noodzakelijke vaardigheden om het huishouden te runnen. 3. Deze Maatwerkvoorziening wordt slechts verstrekt voor zover dit betrekking heeft op de ruimtes die nodig zijn voor normaal gebruik van de woning. Daarbij houdt het College in beperkte mate rekening met de omvang van de woning (2- of 3-kamer appartement of eengezinswoning). 4. De behoefte aan Huishoudelijke Ondersteuning als bedoeld in het vorige lid wordt bepaald door de mate waarin beperkingen zich voordoen. Dit is in ieder geval afhankelijk van: a. de omvang van de beperking; b. de omvang van het huishouden en de mate waarin minderjarige kinderen daarvan deel uitmaken; c. de leeftijd van de cliënten en de mate waarin cliënten ouder dan 75 jaar nog in staat zijn nieuwe vaardigheden aan te leren; d.
bijzondere omstandigheden zoals een hoge bezettingsgraad van de woning of bijzondere ziektebeelden (COPD bij voorbeeld); e. de mate waarin Voorliggende- of Algemene Voorzieningen de ondersteuningsvraag kunnen oplossen: maaltijdvoorzieningen, een wasservice of strijkservice, glazenwasser etc. 5. Het College verstrekt geen Huishoudelijke Ondersteuning als: a. de resultaten bereikt kunnen worden met Gebruikelijke hulp of zorg van aanwezige huisgenoten; b. de Aanvraag betrekking heeft op opvoeding- of opvoedingsondersteuning; c. de Aanvraag betrekking heeft op een korte periode (korter dan zes maanden) tenzij er redenen zijn voor toekenning voor een kortere periode (bij voorbeeld na ontslag uit het ziekenhuis). 4.4. Criteria Maatwerkvoorziening Begeleiding 1. De Maatwerkvoorziening Begeleiding is gericht op het bereiken van de volgende resultaten: a. Versterken, activeren of stabiliseren van de eigen kracht, sociale vaardigheden en de mogelijkheden om te participeren; b. Versterken, activeren of stabiliseren van de zelfredzaamheid waaronder vaardigheden die nodig zijn voor het voeren van een gestructureerd huishouden en het verrichten van de algemene dagelijkse levensverrichtingen (ADL); c.