CConstaterende datWijdemeren
Koppel je AI →
Document · PDF

Verslag gemeenteraad 15 april 2021

gemeenteraad 15 april 2021, gemeente WijdemerenBij agendapunt: Heropening29.385 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

TRANSCRIPT VAN DE RAADSVERGADERING VAN GEMEENTE WIJDEMEREN d.d. 15 april 2021

1.

Heropening De voorzitter: Goedenavond allemaal. Goed, we zijn natuurlijk formeel geschorst maar omdat we toch wel even willen checken of de verbinding goed is bij iedereen en dat iedereen is ingelogd bij Notubiz, loop ik wel de presentielijst even door. Dus het heeft meer een administratief karakter dan een formele karakter zoals we gewend zijn bij het begin van de vergadering. Dus met jullie het goedvinden dan start ik daarmee en dan kunnen we wellicht op tijd beginnen. De heer Van Balen, is die aanwezig? Die zou er moeten zijn … Oh, oké. Nou, dan ga ik even door. De heer Van Balen: Nee, ik ben er hoor. De voorzitter: O, wel? De heer Van Balen: Ja, ik was nog even een kop thee aan het halen. En hij stond op mute. Vanuit Breukeleveen. De voorzitter: Ja. En nog niet in Notubiz, hè? De heer Van Balen: O, dat moet ik ook nog doen, ja. Heel goed. De voorzitter: Oké. Doe dat maar even. Goed … De heer Van Balen: ‘…’ toch handig, die voorzitters. De voorzitter: Toch ergens goed voor. Goed. De heer Duikersloot. De heer Duikersloot: Aanwezig, voorzitter. Vanuit ‘…’. En ook nu aanwezig in Notubiz. Ja. De voorzitter: Ja. Zit in Notubiz, kijk eens. De heer Goetheer. De heer Goetheer: Zeker aanwezig, mevrouw de burgemeester, vanuit Oud-Loosdrecht, Olivier Goetheer, Lokale Partij. De voorzitter: Ja, dank. Mevrouw Hennis? Mevrouw Hennis-Steijn: Aanwezig, voorzitter.

De voorzitter: Ja, ik zie u. Mevrouw Hidding? Mevrouw Hidding: Goedenavond allemaal. Mevrouw Hidding aanwezig voor de VVD. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw IJsbrandij? Mevrouw IJsbrandij-van Kerkhof: Goedenavond. Aanwezig vanuit Oud-Loosdrecht. De voorzitter: Ja, ik had u eerder gezien. Ik ben u nu even kwijt op dat grote scherm. Ja, nu zie ik u. Ja. De heer Lachman?

De heer Lachman: Goedenavond, voorzitter, en de rest. Ram Lachman uit Nieuw-Loosdrecht aanwezig. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Nienhuis? De heer Nienhuis: Goedenavond, mevrouw de voorzitter. Jan Willem Nienhuis vanuit Oud Kortenhoef aanwezig, present en volledig in vorm. Dank u wel. De voorzitter: Kijk. Nou. De heer Poels is tijdelijk niet aanwezig bij deze vergadering. Die komt waarschijnlijk rond 9 uur weer de vergadering instappen. Zodra hij dat doet dan zal ik u daarvan berichten. Mevrouw Rooimans? Mevrouw Rooimans: Ja, goedenavond, voorzitter. Ik ben hier weer vanuit Oud-Loosdrecht en … Kunt u mij zien? De voorzitter: Ja ja, ik zie u. Ja. Mevrouw Rooimans: Ja? Oké, prima. De voorzitter: Dank u wel. De heer Roosenschoon? De heer Roosenschoon: Goedenavond, voorzitter. Nanne Roosenschoon, D66, vanuit Nieuw-Loosdrecht. De voorzitter: Dank u wel. De heer Torsing? De heer Torsing: Goedenavond. Eric Torsing, aanwezig, uit Ankeveen. De voorzitter: Ja, ik zie u. Ja. De heer Verbruggen? De heer Verbruggen: Ja, Jan Verbruggen ook vanuit 's-Graveland aanwezig en allen een goede vergadering gewenst. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Vermeulen? Mevrouw Vermeulen-Franssen: Voorzitter, Sieta Vermeulen, VVD fractie Wijdemeren uit Nederhorst den Berg. De voorzitter: Dank u wel. De heer Voigt? De heer Voigt: Ja, voorzitter, ik ben ook aanwezig.

René Voigt vanuit Kortenhoef. De voorzitter: Ja, ik zie u. Mevrouw Wijnen? Mevrouw Wijnen: Dag allemaal, goedenavond. Renée Wijnen, De Lokale Partij, uit Nederhorst den Berg. De voorzitter: Goedenavond. De heer Wouters? De heer Wouters: Een goedenavond vanuit Loosdrecht. Ik ben aanwezig. De voorzitter: Dank. De heer Zagt? Oh, sorry. Mijnheer Wouters, u zit nog niet in Notubiz volgens de griffie. De heer Wouters: Ik zit er wel in hoor. Ik ga nog even een keer kijken. De voorzitter: Check nog even. Ik ga even door. De heer Zagt?

De heer Zagt: Goedenavond, burgemeester. Gert Zagt vanuit Oud-Loosdrecht. De voorzitter: Dank u wel. En mevrouw Zandbergen? Mevrouw Zandbergen-Hanewald: Goedenavond, collega's. Alette Zandbergen van De Lokale Partij vanuit Nieuw-Loosdrecht. De voorzitter: Ja, mooi. Dank u wel. Oké, volgens de griffie is ook iedereen ingelogd in Notubiz, dus dat is mooi. Dan kunnen we verdergaan waar we zijn geëindigd. Ik wil de kijkers van harte welkom heten bij de voortzetting van onze raadsvergadering van vorige week donderdag 8 april. Bespreekpunten De heer Lachman: Voorzitter? De voorzitter: Wie hoor ik? De heer Lachman: Lachman. De voorzitter: O, de heer Lachman. Ja? De heer Lachman: Mag ik een ordevoorstel doen, voorzitter? Als u mij toestaat om de agendapunt 16 en 17 te verwisselen, juist omdat net u zei dat de heer Poels afwezig is en hij doet de agendapunt 16. Dus dat zou heel fijn zijn voor ons als die twee punten kunnen gewisseld worden. De voorzitter: Ja, op zich heb ik daar geen bezwaar tegen. Als ik geen bezwaar hoor van anderen, dan doen we dat. Ja? Oké. Dan beginnen we straks met agendapunt 17. Ja. Goed. We hoeven geen nummertjes te trekken meer. Ter herinnering, de hoofdelijke stemming zal beginnen bij mevrouw Zandbergen indien dat nodig is.

Verder is er een nieuw amendement aangekondigd bij agendapunt 16, maar die zullen we dan bij de behandeling van de formele agendapunt 16 die laten indienen bij de vergadering. 17. Kaders toekomstige huisvesting gemeentehuis Wijdemeren De voorzitter: En dan ga ik door met de formele agendapunt 17 dan. En dat betreft dus de kaders van de toekomstige huisvesting gemeentehuis Wijdemeren. Ik zal niet het voorgestelde besluit voorlezen want die is nogal lang. Dus voor de lieve inwoners en kijkers verwijs ik dan toch wel naar onze website en kunt u het daar nakijken. Er is een tweetal amendementen ingediend ten aanzien van dit agendapunt. Ik moet er wel bij zeggen, het is wel een beetje ingewikkeld. Amendement 17-2 is het meest verstrekkend van de twee en zal als eerste in stemming worden gebracht. En daarna zal amendement 17-1 in stemming worden gebracht. Wel wil ik aan u meegeven, ik heb hier uitgebreid met de griffie over gesproken. Mijns inziens, als amendement 17-2 wordt aangenomen, dan is eigenlijk, als je de lijn der logica volgt, amendement 17-1 eigenlijk niet meer mogelijk. Want als je 17-2 aanneemt, dan geeft u aan dat u een accommodatie wilt met meerdere functies, waaronder wonen. En als u amendement 17-1 aanneemt, dan geeft u aan dat u alleen wonen toe wil voegen als extra functie.

Het lijkt me niet dat als u dan een meerderheid kiest voor multifunctionaliteit in de breedste zin, dat u vervolgens dan weer een meerderheid een amendement kan aannemen met een eenvoudige uitbreiding van die functionaliteit. Als u mijn logica begrijpt. Maar als men zegt: ik wil hem toch heel graag in stemming brengen, dan zal ik dat toestaan. Maar ik geef hem nu even aan u mee dat in de lijn der logica lijkt me niet dat die verenigbaar is met de eerste. Althans, de eerste niet met de tweede, om het nog ingewikkelder te maken. Als iemand mij niet begrijpt, dan hoor ik het graag. Ja? En anders ga ik over tot de indieners van het amendement. Ik begin dan bij, om het wat duidelijker te maken, dan begin ik dus bij A-17-2. Ik denk dat dat het meest logische is om daar mee te beginnen. Voor de mensen thuis, die zijn op, die worden genummerd op basis van volgorde, op binnenkomst. Vandaar dat het soms onlogisch is in de behandeling

daarvan. Ik hoop dat het voor u duidelijk blijft. We beginnen met A-17-2, de toelichting. En dan geef ik het woord aan de heer Zagt. De heer Zagt: Dank u wel, voorzitter. Ja, dat verrast mij eigenlijk wel een beetje en ik vind het ook niet helemaal op zijn plaats. Daarmee bedoel ik niet dat ik u niet kan volgen, maar de heer Torsing van het CDA, die zat vooral aan het stuur om maar even in de commissietermen verder te gaan toen we een beetje in de beeldspraak zaten. En ik heb met hem gecontact vorige week donderdag uitgebreid hierover, en toen heb ik tegen de heer Torsing gezegd: is er een amendement? Ik heb ook een amendement. Nou zegt hij: ik ben bezig, stuur maar op. Maar, zeg ik tegen de heer Torsing, ik wil niet het stuur overnemen. Ik ben een beetje op de bagagedrager gaan zitten want hij daagde de collega's daartoe uit, en hij had ook een goed verhaal vond ik. Nou ja, ik had ook een amendement aangekondigd, want ja, dat is de enige manier om over een agendapunt te spreken in de gemeenteraad. En bovendien, het gaat niet om het spreken maar wij vonden een amendement ook nodig. Dus nou zit ik een beetje in dilemma: wat moet ik ermee? Want volgens mij zitten de heer Torsing en ik, en misschien ook wel onze beide fracties er zo in, dat we elkaar graag willen vinden op dit gebied.

Maar omdat u mij als eerste het woord gegeven heeft, zal ik toch even globaal het amendement toelichten en dan snel de beurt wat mij betreft naar de heer Torsing. Voorzitter, het amendement is denk ik vrij duidelijk. We hebben een aantal van die enorme uitgebreide lijst van beslispunten opgenomen met als voorstel om die te schrappen. En dat is dan onderdeel twee van het besluit C, L, M, V, Y te schrappen dan wel te wijzigen. De hoofdlijn daarvan is dat we zeggen: nou, we willen best naar een nieuwe omgeving en met een andere werkplekinrichting, maar de werkplekdeelfactor die in het voorstel gesteld wordt op 0,7 die zouden wij graag op 0,6 gesteld zien. We lichten dat ook toe in de toelichting, dan is er wel wat meer sturing nodig, maar gelet op de enorme ontwikkeling die in gang gezet is door de corona waarvan toch vele met meer kennis dan in ieder geval mijn persoontje, die een hele andere toekomst van kantoorgebouwen zien en bezetting, denken we dat dit een realistische optie is. Dan heb ik C gehad. Dan gaat het naar L. Dat gaat over de huisvestingslasten. Het voorstel van het college is om die maximaal op niveau van de huidige huisvestingslasten te laten, maximaal. Nou, met u eens, voorzitter, daar kun je alle kanten mee op. Het is een uitgangspunt, maar wij zeggen: neem nou eerst eens als uitgangspunt dat je maximaal op 80% van het huidige niveau gaat zitten.

Want je mag best een beetje ambitie hebben en bovendien, en daar zal de heer Torsing neem ik aan straks veel meer over vertellen. Er zijn volop kansen om die huisvestingskosten echt structureel fors te verlagen voor onze gemeente. Dan onderdeel M, dat is een uitgangspunt, het gemeentehuis is eigendom tenzij. Nou, wij stellen voor om dat volledig te schrappen. En wij vinden: je moet je niet teveel beperken in keuzes want wellicht zijn er ontwikkelmogelijkheden, ik noem maar wat, samen met een woningbouwvereniging. Dat past ook goed bij het volgende onderdeel V, waar ik zo op kom. Maar dan kan het zomaar zijn dat je toch in een hele andere eigendomssfeer terechtkomt. Dus ga daar nou niet teveel op hameren, laat dat vrij. Schrap dat. Dan onderdeel V. Daar zei u zonet al iets van, voorzitter. Dat gaat inderdaad over sec een gemeentehuis of wil je dan ook wat anders mee? Nou, wij hebben daarin opgenomen in het te vervangen besluit dat voor ons echt een randvoorwaarde, dus niet een uitgangspunt, nee, een randvoorwaarde is een combinatie met woningbouw. En waarbij combinaties met andere functies, zoals bedrijfsmatig en sociaal maatschappelijk, niet zijn uitgesloten. Dus die andere functies, dat is open. Maar randvoorwaarde is wel degelijk woningbouw en wat ons betreft niet zo'n klein beetje ook. En dan bedoel ik niet een klein beetje randvoorwaarde. Nee, veel woningen.

Waarom? Het staat in de toelichting, het is een unieke kans om binnenstedelijk, nou ja, als je dat woord mag gebruiken in onze dorpen, extra woningen te realiseren. En bovendien in een segment waar heel veel vraag naar is. En daarnaast, ik heb dat nog even opgenomen om ook de heer Torsing zijn verhaal te versterken, doet die randvoorwaarde enorm recht aan de motie van zijn hand van destijds, alweer 14 maanden nu geleden zelfs. 6 februari 2020. En met een ruime meerderheid aangenomen. En wij vinden dat er in het huidige voorstel eigenlijk, nou, ik zou wel durven zeggen volledig aan die motie voorbijgegaan wordt. Dan als laatste, voorzitter, de randvoorwaarde nu in het voorstel is het gemeentehuis op grond of in een gebouw dat al eigendom van de gemeente is. Nou, wij zeggen: schrap die randvoorwaarde Y. U ziet hem ook niet terug in ons overzichtje van te vervangen onderdelen van het besluit. Schrap die, want hoe meer eisen je aan de voorkant stelt, hoe kleiner het zoekgebied wordt. Die vijver is al niet zo groot waarin eventuele vissen zitten die we kunnen vangen voor deze ontwikkeling. Dus hoe meer je je beperkt, hoe kleiner de kans is dat je wat boven water haalt. Nou, nog nogmaals, voorzitter, daar wil ik het bij laten. Ik hoop dat de heer Torsing er een flinke schep bovenop doet of

daar fors overheen gaat. En, nou ja, als het op stemming aankomt: wat mij betreft gaan we kijken of we dan elkaar kunnen vinden, want ik vind het minder gepast om zeg maar, stel dat ons amendement het zou halen, ja, dat vind ik niet de manier van, de gang van zaken. Want ik snap dan inderdaad wel, lijkt me ook logisch dat zoals u het uitlegt het amendement van de heer Torsing niet meer in stemming komt. Maar ik denk dat dat geen recht doet aan de inspanning aan de voorkant. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Zagt. Nou, dan ga ik naar de heer Torsing. De heer Torsing, ik hoop niet dat u het idee hebt dat ik u achter het stuur vandaan heb gepikt. Dat is niet mijn intentie geweest. Dus ik zou zeggen: pak uw podium en kom met uw verhaal. Een toelichting op uw amendement. De heer Torsing: Dank u wel, voorzitter. Nee hoor, ik heb er helemaal geen problemen mee. Ik ben alleen maar blij met dingen die ik hoor. En ik heb ook gezegd tegen mijnheer Zagt: ik dien toch mijn eigen amendement in. En dat heeft ook te maken met het feit dat ik wil dat hij korter is. Ik vind het hele raadsvoorstel, ja, alle randvoorwaarden uitgangspunten vind ik vaak erg logisch en daar kunnen we over praten, dat kost heel veel tijd.

Maar ik wil eigenlijk eerst voor ons eigen amendement zeggen dat het ons eigenlijk alleen maar gaat om het financiële gedeelte voor de gemeente en om woningen. En daarom is mijn amendement ook eigenlijk heel, of ons amendement heel simpel. En dat is enige randvoorwaarde maar ik moet hem er even bij pakken als u het niet erg vindt, is punt 3 opdracht primair gericht op het toekomstige gemeentehuis, daarbij nadrukkelijk de woningbouw mee te nemen omdat het in mijn ogen niet anders kan. Ik weet niet, moet ik ook nu reageren op mijnheer Zagt zijn amendement? Dat alle overige leden ook weten hoe ik daarin sta omdat het toch een beetje een gezamenlijk verhaal kan worden? De voorzitter: Als het een gezamenlijk verhaal wordt, dan ga ik ervan uit dat het ook een gezamenlijk amendement wordt en dan kunt u dat toelichten. Als u zegt: ik wil alleen reageren op zijn amendement, daar is de tweede termijn voor. En als u zegt: ik wil eigenlijk wat meer inkleuring geven aan mijn eigen amendement, dan krijgt u van mij alle ruimte daartoe. De heer Torsing: Nou ja, u begon erover dat het ene overbodig is, dus dan denk ik: de mijne is inderdaad korter, alleen mijnheer Zagt heeft terecht heel veel punten waar ik bijna overal op kan leven. Het enige wat ik opgeschreven heb, en dat weet hij ook, dat is dat ik punt 2-A-Y niet helemaal mee eens ben.

Alleen, ik heb zijn amendement nu even in de gauwigheid niet gelijk voor me. Maar daar heb ik toen achter gezet: ik ben het er niet mee eens. Ik zie gemeentewerf Kortenhoef en gemeentewerf Loosdrecht als ideale bouwlocaties. En uiteindelijk zijn we natuurlijk heel erg benieuwd naar wat er in mei ons voorgeschoteld wordt. En ik vraag me eigenlijk ook werkelijk waar eventjes af, maar dat zullen we straks in de andere termijn ook om: wat die overige drie locaties zijn? Want ik heb ze niet op de commissie zien staan en het zou in mei behandeld worden, maar dat komt zo wel. Het enige wat ik zeg: ik kan niet … Ik zou met Gert, maar ik moet heel eventjes voorbereiden dan, 2-Y vind ik eigenlijk, ben ik het niet mee eens. En de overige punten die hij aangegeven heeft, vind ik prima maar uiteindelijk overbodig omdat, je kan er alle kanten mee op. Dus ik vind het ook allemaal goed. Ik wou er niet teveel woorden over ‘…’. De voorzitter: Oké. Nou, dan stel ik voor dat we naar de wethouder gaan. Dan kan hij een reactie vanuit het college geven en dan kunnen we kijken wat u wilt gaan doen eventueel met de heer Zagt. Is dat akkoord? De heer Torsing: Prima. De voorzitter: Ja? Oké. Dan geef ik het woord aan wethouder Kea. De heer Kea: Voorzitter, dank u wel. Ik wilde eigenlijk eerst ingaan dan op A-17-2. Daar worden een aantal vragen gesteld. Ten eerste is een werkplekfactor van 0,6.

Op dit moment zitten we op een factor van bijna 1 en dat betekent dat als we nu aannemen 0,7 dat we al 30% krimpen. 0,6 zou bijna 40% krimp betekenen. Mijnheer Zagt heeft gelijk dat in het ambitiedocument inderdaad zegt als je heel hard gaat schuren, dan zou je misschien 0,6 kunnen halen. Maar de mening van het team is dat als we zo hard gaan sturen dat we dan de kans lopen dat we ook het serviceniveau naar onze burgers en bedrijven in gevaar zouden kunnen brengen

omdat we dan heel hard moeten sturen wie wanneer wel aanwezig is en daarmee ook contactpunten verminderen. Dat even op dat punt. Huisvesting verlagen met 80% van het huidige niveau. Ja, mijnheer Zagt weet ook, we zitten op dit moment in een oud gebouw waar heel weinig onderhoud aan gebeurd en dat betekent dat we eigenlijk qua woonlasten al op een behoorlijk laag niveau zitten. En daar nog 20% onder is wel heel taakstellend. En het is natuurlijk zo dat we er niet naar streven om meer dan het huidige niveau te gaan zitten. Het streven blijft natuurlijk om daar onder te gaan zitten. Maar een target van 20% is denk ik niet, denken wij dat niet realistisch is. De punten M en Y, dus de eigendom van het gebouw is niet zozeer een randvoorwaarde als wel een uitgangspunt. Dus als dat anders kan, dan zit het al in de gedachtegang. En het idee om de zoekkring te beperken naar grond die de gemeente al in bezit heeft, in de hele zoektocht hebben we sowieso al naar buiten gekeken maar die staat er in om te zorgen dat we snel kunnen acteren. Als we eerst nog grond moeten gaan verwerven of gebouwen, dan gaat het langer duren dan gewenst. Dus het college zou deze motie om die reden willen ontraden. Dan even naar het amendement A-17-1. De wens van het CDA is heel duidelijk, voorzitter.

Natuurlijk nemen we in, is op dit moment meegenomen in de hele studie en vergelijk wordt meegenomen dat als de huidige locatie aan de Rading vrijkomt, dat natuurlijk de gronden gebruikt gaan worden voor woningbouw en dat de opbrengsten daarvan natuurlijk meegenomen worden in het totale financiële plaatje. Op dit moment zit een bouw van woningen op of om maar in ieder geval vast aan het gemeentehuis niet in de studie. Dat betekent als we dit gaan doen, dan zouden we een extra slag moeten maken en daarmee tijd verliezen waar we eigenlijk inderdaad nog steeds naar streven om 10 juni te kijken naar de locaties en voor juli naar het vervolgtraject te kijken. En dat is ook een reden waarom het college deze motie zou willen ontraden. De voorzitter: Goed, dank u wel. Dan kijk ik naar u voor een tweede termijn, maar ik kijk ook met name naar de heer Torsing en de heer Zagt: is het zinnig dat ik verder ga met een tweede termijn op basis van de twee amendementen die nu voorliggen? De heer Torsing. De heer Torsing: Ja, ik wil even een hele duidelijke, ik hoor een paar dingen wat in mijn ogen niet klopt. Ten eerste hoor ik zeggen dat we in juni iets krijgen terwijl in het raadsvoorstel staat dat we in mei de vier locaties krijgen. Dus dat wil ik even duidelijk gesteld hebben.

En ten tweede hoor ik dat u zegt dat er nu een studie is gedaan nadat er een motie is geweest waar woningbouw niet mee is genomen. Of heb ik het helemaal verkeerd begrepen? Zit ik nou weer op de verkeerde koers? De voorzitter: Wethouder Kea? De heer Kea: Er wordt woningbouw meegenomen op locaties die vrijkomen, heel zeker, in de berekeningen. Er is op dit moment in de studie niet meegenomen om woningbouw te combineren met het gebouw, met een nieuw gemeentehuis. De heer Torsing: Voorzitter, mag ik nog een vraag stellen? De voorzitter: Ja hoor. De heer Torsing: Wat is de functie van een motie? De voorzitter: De functie van de motie? U vraagt dat aan mij als voorzitter? De heer Torsing: Als we, ja. U moet het maar uitleggen want ik heb al een keer een hele tekst gehad dat ik niet begrijp. Maar ik heb iets ingediend, een heel plan. En dat werd meegenomen en nu hoor ik in een keer dat er een nieuw gemeentehuis komt maar zonder woningbouw, dat die studie plaatsvindt. De voorzitter: Nou, volgens mij heeft de wethouder dat niet gezegd. Maar goed, ik laat hem zo direct weer aan het woord komen om dat te verhelderen. Een motie is een verzoek vanuit de raad aan het college en daar dient ook het college dan ook verantwoording over af te leggen wat ze ermee hebben gedaan met dat verzoek. Maar het blijft een verzoek. Een amendement is een wijziging van een raadsvoorstel, dat is in die zin

dwingend en daar moet het college uitvoering aan geven. De intentie is natuurlijk wel van een college om uitvoering te geven aan een motie, maar daar zijn ze niet toe verplicht. Daar zit een essentieel verschil in. De heer Torsing: Nou, ik vind … Mag ik nog, voorzitter, even antwoorden? De voorzitter: Ja. De heer Torsing: Nou ik vind het inderdaad op zich jammer omdat ik, toentertijd een amendement was en dat is toen, ik heb dat aan u nog gevraagd want ik was even de kluts kwijt. Ik kon alle antwoorden geven die avond op elke technische vraag die er maar mogelijk was. Ik was goed voorbereid alleen ik snap deze techniek nooit zo goed. En toen is het omgezet in een motie. En daar heb ik nu eigenlijk heel veel spijt van als ik het zo hoor. Maar laat de anderen eerst maar even gaan. Ik ben benieuwd of ik het goed of niet goed gehoord heb, maar ik wacht het af. En ik heb nog geen antwoord gehad op waarom het in één keer juni is en niet mei. De voorzitter: Ja, daar komt antwoord op. Ik kan u niet van een antwoord voorzien in deze omdat ik dat niet kan reproduceren waar u naar verwijst. Dus dan moeten we daar op een nader moment naar kijken. Maar het spijt me, dat kan ik nu niet, dat kan ik gewoon nu niet reproduceren.

Wethouder Kea, kunt u de heer Torsing nog even van antwoord voorzien? De heer Kea: Wethouder, mijn excuses, ik heb hier in mijn aantekeningen staan 10 juni maar ik moet nog even in het raadsvoorstel terugkijken wat het werkelijk is. Dat heb ik nu even niet paraat. Dus ik moet even daar wat mee. De voorzitter: En wellicht kunt u wat verheldering verschaffen als het gaat om woningbouw. Want er is een motie aangenomen met de combinatie woningbouw. Wellicht kunt u daar wat meer duiding aan geven hoe het college dat heeft opgepakt? De heer Kea: Nou, het college heeft in de studie het opgepakt als het, met de motie 10-1 van 6 februari waarin gevraagd wordt of toekomstige huisvesting van het gemeentehuis kan plaatsvinden op de gemeentewerf. Dat is meegenomen. En om te onderzoeken of dit budgetneutraal zou kunnen worden uitgevoerd rekening houdend met eventuele ontwikkeling van de huidige locatie van het gemeentehuis tot woongebied. Die twee punten zijn meegenomen. Wat niet is meegenomen, dat is, boven de motie staat constaterende dat en daar wordt aangegeven dat er op de bovenste derde en vierde verdieping van het nieuw te bouwen gemeentehuis, daar staat hier dan 80 appartementen gebouwd zouden kunnen worden. Dat punt, wat staat onder constaterende dat en niet onder het verzoek, is niet meegenomen in het onderzoek.

De voorzitter: Is dat helder voor u, mijnheer Torsing? De heer Torsing: Helder en teleurstellend. De voorzitter: Oké. Terugkomend op mijn vraag, is het zinnig om het … De heer Zagt, hebt u nog een vraag aan de wethouder ter verduidelijking? De heer Zagt: Voorzitter, vooral omdat u net zei of we zo naar de tweede termijn gaan. Kijk, ik snap heel erg de teleurstelling van de heer Torsing want we komen nu een soort op een discussie: hoe is het verwoord in een motie? En ik ken de heer Torsing als een man die zijn gevoelens uit in woord, maar de kunst om het zodanig in een motie te zetten dat daar ook uitvoering gegeven wordt aan die gevoelens, is iets heel anders. En de uitleg die nu aan de motie gegeven wordt, die is denk ik wel terecht. Maar de intentie van de motie, en de heer Kea zegt het ook al gelet op de constateringen, die is natuurlijk heel anders. En voordat we nou in discussie gaan in de tweede termijn over de amendementen die er nog liggen, zou het misschien verstandig zijn, voorzitter, om te schorsen dat we toch kijken even de heer Torsing en ik of onze fracties of we eventueel bij elkaar kunnen komen in één amendement. Dan vereenvoudigen we denk ik het beeld wat en dan op zodanige wijze dat we gaan kijken of we toch recht kunnen doen aan de motie die destijds is aangenomen.

De voorzitter: Goed, dus u verzoekt om een schorsing begrijp ik? De heer Zagt: Ja. Maar ik zou het wel fijn vinden als de heer Torsing het daarmee eens is, want ik kan wel met mezelf gaan praten, maar dat schiet niet op. De voorzitter: Nou, mijnheer Torsing? De heer Torsing: Nou, ook dit vind ik lastig want, want kijk … Nou, laat het maar 5 minuten dan dat ik met mijnheer Zagt even kan bellen als het kan. De voorzitter: Oké. Nou, voordat ik ga schorsen wil mijnheer Voigt denk ik nog even iets … De heer Voigt: Daar gaan we weer. We hebben allemaal vorige week geconstateerd dat de manier waarop we toen vergaderd hebben dat dat niet zo door zou moeten gaan. Beide fracties van mijnheer Zagt en Torsing hebben een week de tijd gehad om naast elkaar te gaan zitten om met een gezamenlijk amendement te komen. En nu is de raadsvergadering en dan gaan we weer schorsen. Ik vind dat echt niet kunnen, voorzitter. Laten we het gewoon in stemming brengen en dan zien we wel wat er uit komt. De voorzitter: Mijnheer Voigt, ik ben het hartgrondig met u eens. In die week tijd had er veel gedaan kunnen worden. Dat ben ik zeer met u eens. En tegelijk weet u net zo goed als ik dat als een fractie om een schorsing vraagt dan hebben ze alle recht daartoe en dan moet ik dat ook wel inwilligen. Als uw fractie daarom vraagt, moet ik dat ook doen. Dus bij deze schors ik de vergadering.

Voorlopig voor 5 minuten en dan hoor ik of dat voldoende is. Ja? Dan schors ik de vergadering tot 5 over half 9. schorsing De voorzitter: Goed, ik heropen de vergadering. Ten eerste wil ik de heer Poels weer welkom heten. U heeft het ruim voor negenen gered. Hartstikke goed. Fijn dat u er bent, we zijn weer compleet dus. Als u Notubiz ververst, dan ziet u zo meteen wat er aangekondigd gaat worden door de heer Zagt neem ik aan of de heer Torsing, een der tweeën. Ik geef nu het woord aan de heer Zagt want de heer Zagt heeft de schorsing aangevraagd. Mijnheer Zagt. De heer Zagt: Voorzitter, dank u wel. We hebben even intensief overlegd. U heeft dat eventueel kunnen zien aan de telefoons op de camera's of op het scherm. We zijn gekomen tot een gezamenlijk amendement, dat heet nu A-17-3. Daarin is iets geschrapt wat de heer Torsing daar niet in wilde hebben. Dat was dat punt waarvan wij zeiden dat de eigendom van het gebouw of grond nu, dat dat geen must is. Nou, hij vindt dat wel belangrijk en daar hebben we elkaar in gevonden. En wat er ook gewijzigd is, is dat onder onderdeel V, de randvoorwaarde, dus geen uitgangspunt.

Dat is een randvoorwaarde gebleven want dat stond ook al in het oorspronkelijke amendement, alleen de tekst is daar wat gewijzigd dat de opdracht primair gericht op het toekomstige gemeentehuis in combinatie met woningbouw als ook op de eventueel achterblijvende locatieontwikkeling van woningbouw. Nou, de heer Torsing zal dat zo nog even in concreto met zeg maar locaties met naam en toenaam benoemen. Nou, overeenkomstig, voorzitter, is ook in de toelichting geschrapt wat niet meer ter zake was. En de namen staan eronder, de logo’s staan erboven. Ik heb tegen de griffie gezegd: het logo van het CDA mag van mij linksboven staan. Zij hebben dit aangetrokken, maar met elkaar zijn we tot dit resultaat gekomen. En ik hoop dat we tot een breder resultaat komen met de gemeenteraad. Dank u wel. De voorzitter: Oké. En mag ik u vragen, wat betekent dat voor u reeds ingediende amendement, A-17-1? De heer Zagt: A-17-2, voorzitter. Dat is een goede vraag. Die trek ik dan in. De voorzitter: Oké. Dank u wel. Dan ga ik eerst naar de heer Torsing voor nadere toelichting eventueel.

De heer Torsing: Dank u wel, voorzitter. Ja, ik wil heel even nog snel even reageren. In ieder geval ook bedankt, Tony Zagt, voor de samenwerking net even. Maar mijnheer Voigt, dat u zegt: daar gaan we weer na de vorige vergadering. Ik denk dat het even essentieel was want ik had wel degelijk overleg gehad met mijnheer Zagt over de punten en we waren er eigenlijk op Y waren we eruit om één amendement in te dienen en dat is toen niet gelukt. En ik zeg, ik heb ook eerlijk geantwoord: ik vind het helemaal niet erg om in het openbaar toch dat kleine puntje even aan te scherpen. Dus er is wel degelijk overleg geweest. Alleen ik vind het ook belangrijk dat iedereen dat ook weet hoe we erin zitten. En voor ons, ik kan hiermee leven. Ik bedoel, ik kan er goed mee leven. De toelichting vind ik een beetje politiek, maar dat maakt me ook helemaal niet uit. Het gaat mij altijd om het doel. Het gaat om woningen, het gaat me om een gemeentehuis en het gaat me over gezonde financiën voor de gemeente. Dus wij trekken ook ons amendement in en ik hoop dat we een meerderheid krijgen voor dit verhaal en dan ben ik erg benieuwd wanneer er in mei die andere drie locaties bijkomen, wat die zijn. En daar kijk ik naar uit. De voorzitter: Oké. Dank u wel. Ik wil zo direct toch weer naar de wethouder voor een advies omtrent amendement 17-3. Ik zie dat de heer Voigt zijn hand heeft opgestoken.

Heeft u een verduidelijkende vraag aan de indieners? De heer Voigt: Nou, ik zou willen voor.., u wilt eerst de wethouder het woord geven. Dat vind ik prima. Daarna zou ik graag 10 minuten schorsing willen om met mijn fractie te overleggen. Want er is nu een compleet nieuwe situatie ontstaan. Dus. De voorzitter: Goed. Met uw goedvinden … De heer Voigt: Ik heb hem niet veroorzaakt, voorzitter, dus. Maar wij willen wel even overleggen. De voorzitter: Nee, dat is prima. Maar met uw goedvinden doe ik dat na het advies vanuit het college. Dan kunt u dat meenemen. De heer Van Balen? De heer Van Balen: Voorzitter, ik had gedacht: laten we nou eerst gewoon even die tweede ronde doen, dan kunnen we altijd nog even schorsen. Het is nou zo'n, er staan nu drie amendementen. Eentje wordt er alweer ingetrokken. De voorzitter: Twee zijn er ingetrokken. De heer Van Balen: Misschien zijn er ook mensen die helemaal niet voor die amendementen zijn, laten we het daar ook eens even over hebben, die zijn ook nog niet aan het woord geweest. Anders gaat het alleen maar over die amendementen. Volgens mij gaat het over het raadsvoorstel. De voorzitter: Ja, goed, maar Dorpsbelang heeft aangegeven te willen schorsen na de reactie van het college. Als hij dat anders wil, dan hoor ik dat graag. Als zij het zo in stand willen laten, dan gaan we zo, dan gaan we het zo doen.

De heer Voigt: Het mag ook naar de tweede ronde. Maar dan zal u van ons nog niet echt een standpunt horen in die tweede ronde. Maar ik ben wel benieuwd wat de anderen ervan vinden. De voorzitter: Ja, het is uw verzoek. Dus zeg maar. De heer Voigt: Doe maar na de tweede ronde. De voorzitter: Oké, goed. Dan ga ik eerst naar wethouder Kea. Wethouder? De heer Kea: Voorzitter, dank u wel. Ik zie amendement nummer 3 voor me. En ja, er zit opnieuw toch eigenlijk dezelfde inhoud in als in ieder geval amendement 2. Opnieuw de vraag om een werkplekdeelfactor

van 0,6. Zoals gezegd, we zitten nu op bijna 1. Naar 0,7 gaan, ik herhaal maar, dat betekent wel een beperking van 30%. En doorgaan naar 0,6 betekent een hele harde sturing op aanwezigheid. En dat is een sturing die wij op dit moment niet reëel achten en die je ook op dit moment niet zou kunnen toezeggen omdat je dit soort dingen ook gewoon met medewerkers, met OR, et cetera, moet bespreken en daar ook goedkeuring voor moet krijgen. De gedachte dat de verwachting in brede zin is dat de trend naar een lagere bezetting van kantoorgebouwen, dat die zou doorzetten en een blijvertje is, vind ik persoonlijk ook wel erg vroeg in dit stadium van waar we zitten met corona. In feite, voorzitter, we het weet mag het zeggen, maar dan kun je op dit moment beter proberen om niet al te strak op de wind te varen en iets ruimte te laten voor eventueel dingen die toch wat anders lopen. De huisvestingslasten verlagen. Ja, op dit moment zitten we, even uit m’n hoofd, in het oude gebouw op een jaarlasten van ongeveer 6 ton. En dat kenmerkt zich dan door lage kapitaalslasten en vrij hoge lasten qua verwarming, schoonmaak, et cetera. Maar hele lage lasten als je kijkt naar onderhoud want we hebben natuurlijk de afgelopen jaren in het onderhoud heel weinig gedaan. Als je daar naar 80% moet, dan moet je naar, als je beneden de 80% wil blijven, dan moet je naar beneden de € 480.000 per jaar.

Voorzitter, dat is voor een gebouw als dit met een bezetting als dit, niet reëel. Dat kun je niet als eis in een dergelijk pakket meenemen, want daarmee gaat het niet door. De tweede eigendom is geen doel op zich. Nee, maar ‘…’ snel uit. De combinatie met woningbouw hebben we het over gehad. Als we dat element willen meenemen, dan moeten we een extra slag maken en lopen we vertraging op in het project. Maar met name om de elementen C tot en met M, denk ik dat we als college dit voorstel moeten ontraden. De voorzitter: En is al wat meer helderheid te geven over wanneer … De heer Kea: Ja, daar was ik verkeerd, voorzitter. Het is inderdaad mei. De voorzitter: Oké. Goed. En begrijp ik ook uit uw woorden dat … Nou ja, goed, mocht uw amendement worden aangenomen, dat mei dan niet haalbaar is. Zegt u dat ook? De heer Kea: Als dit amendement haalbaar is, dan moeten we een paar stappen of in ieder geval minimaal één stap terug in het proces en dan is mei niet haalbaar, nee. De voorzitter: Oké. Dat is voor iedereen helder in het kader van verwachtingsmanagement. Goed, dan ga ik naar de tweede termijn. Wie wil het woord voeren? Mijnheer Van Balen. De heer Van Balen: Dank u, voorzitter. Kijk, we hebben al eerder laten blijken dat wij dit op zich een uitstekend raadsvoorstel vinden. Er is nu wat onduidelijkheid over of de woningbouw wel of niet wordt meegenomen.

Kijk, wij zijn natuurlijk er ook grote voorstander van dat er zoveel mogelijk huizen worden gebouwd. En als er een locatie komt voor het gemeentehuis die zich leent voor het, of leent voor een combinatiefunctie met woningbouw of andere voorzieningen, dan moeten we daar zeker naar kijken. Maar wij willen eigenlijk nu geen nadere voorwaarden meer toevoegen en uitgangspunten of randvoorwaarden, hoe je het ook noemt. We willen graag nou eigenlijk eens even de vervolgrapportage op tafel en dat kan eind mei al. Als we nu dingen gaan veranderen, dan vertraagt het weer en laten we nou eerst maar eens even kijken wat er op tafel komt. Dan hebben we misschien wel keuze uit vier mogelijkheden en dan kunnen we altijd nog kijken, de raad heeft altijd het laatste woord namelijk, of wij daar nog nadere voorwaarden aan gaan stellen. Dus wij kunnen geen van de amendementen, ook niet het samengestelde amendement steunen. Tot zover. Wij zullen alleen het raadsvoorstel steunen. De voorzitter: En voor de helderheid, er ligt nog maar één amendement voor. Eén en twee zijn ingetrokken, er is alleen nog maar drie. De heer Van Balen: Ja, die steunen wij absoluut niet. De voorzitter: Oké. De heer Lachman.

De heer Lachman: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, wij, de fractie Partij van de Arbeid-GroenLinks, zit totaal anders in dit voorstel. Voorzitter, wij snappen het ook ten eerste dat onze ambtenaren een functionele werkomgeving verdienen die aan de huidige eisen en ontwikkeling voldoen. Ten tweede, eventuele omgeving waar onze inwoners in alle rust in vertrouwde omgeving hun gemeentelijke zaken kunnen doen. En ten derde, niet onbelangrijk, een plek waar de lokale democratie van de gemeente gehuisvest is, namelijk de raad. Voorzitter, de fractie van Partij van de Arbeid-GroenLinks heeft uitvoerig in de fractie over dit voorstel gesproken waarbij de volgende punten werden in acht genomen, voorzitter. Eén, de financiële positie van de gemeente. Gelet op de gemeentelijke financiële positie op korte en middellange termijn, achten wij het niet verstandig die ook heel kwetsbaar is om met zo'n groot project te starten terwijl de lokale lasten voor de burgers flink stijgen. Een nieuw gemeentehuis brengt hogere kosten met zich mee. Denk aan de verhuizing, inrichting, hoge kapitaallasten, beveiligingskosten, hogere verzekeringspremie. Twee, wat betreft de realisatietermijn van 3 tot 5 jaar. Dit zou betekenen dat het huidige gemeentehuis 3 tot 5 jaar in het huidige gebouw en locatie blijft gehuisvest. In deze periode kunnen de ontwikkelingen weer achterhaald worden.

Namelijk door de volgende lokale verkiezing volgend jaar, door een nieuwe regering die in de informatie zit en door het toezicht van de provincie op onze kwetsbare financiële positie. En het laatste punt, voorzitter, de vraag over de gemeentelijke herindeling. Ja, we hebben het er weer over. Wij denken dat er in de komende verkiezingen de discussie over de gemeentelijke herindeling weer aan de orde zullen komen. De provincie kijkt ook mee naar de financiële ontwikkeling van de gemeente. En daar zullen ze ook iets van vinden. En op gegeven moment zal de rijksoverheid ook weer gaan roeren ten aanzien van de efficiëntie en de kwaliteit van de bestuurskrachten van de gemeenten. En niet te vergeten, in het bestuursakkoord van het college staat dat het streven is in 2028 één gemeente te formeren binnen de regio Gooi en Vechtstreek. Tot slot, voorzitter, wij zullen, de fractie Partij van de Arbeid- GroenLinks al deze punten in overweging genomen te hebben, zullen wij geen één amendement en het voorstel niet steunen, voorzitter. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel. Nou zag ik eerst een handje van de heer Voigt en hij is bij mij weggevallen. Ik weet niet of u hem hebt ingetrokken of dat hij gewoon is weggevallen, mijnheer Voigt? De heer Voigt: Ik heb hem weg gehaald, voorzitter. De voorzitter: Oké, helder. De heer Zagt. De heer Zagt: Dank u wel, voorzitter.

Ervan uitgaande dat dit de tweede termijn is, die kort zal zijn hoor. Ik snap heel goed de overwegingen van de Partij van de Arbeid-GroenLinks-fractie. Zo zaten wij er ook wel een beetje in. Maar aan de andere kant denkt De Lokale Partij dat er toch een besluit genomen gaat worden in deze richting. Dan denken wij dat het meest haalbare is om je in te zetten om dat besluit zodanig gewijzigd te krijgen dat we daar wat vinden van wat we graag zouden willen. Om dan maar met één punt te beginnen. Wij denken… Nou, wij denken. De heer Torsing denkt dat vooral, maar ik ben het hartgrondig met hem eens dat hier echt wat te verdienen is voor de gemeente aan een herontwikkeling waar dan het gemeentehuis ook komt. Bij een volledige verplaatsing kan er heel veel verdiend worden. Als het op de huidige plek blijft misschien wat minder. Maar er is wel wat te verdienen om vlees op de botten te krijgen om bijvoorbeeld die algemene reserve eens flink op te bouwen wat zo vreselijk hard nodig is voor het weerstandsvermogen. En ook door wat te verdienen met deze ontwikkeling kun je heel goed in staat zijn om daar ook structureel wat van ten goede laten komen aan jouw jaarlijkse huisvestingslasten. En dan ontstaat er een heel ander rekensommetje dan hoe de heer Kea het momenteel benaderd.

Want dat is puur ingegeven door sec een gemeentehuis realiseren met in het achterhoofd het boekhoudkundige plaatje van de huidige situatie. De voorzitter: Mijnheer Zagt, ik denk dat er een interruptie is van de heer Voigt. De heer Voigt: Ja, voorzitter. De heer Zagt is eigenlijk gewoon zijn eerste termijn aan het herhalen. Of hij zegt dat in iets andere woorden, maar het komt gewoon op hetzelfde neer. Want hij is gewoon zijn amendement aan het toelichten. Dat heeft hij in de eerste termijn al gedaan.

De voorzitter: Nou, hij reageert ook op de opmerkingen van anderen hoor. Maar goed. Mijnheer Zagt, gaat u verder. De heer Zagt: Ja, ik reageer vooral op de opmerkingen van anderen, voorzitter. Vooral namelijk op de opmerkingen van de heer Kea, want daar is deze termijn voor. Dus dat financiële plaatje, dat ziet er echt heel anders uit. Dan de … Dan moet ik even kijken waar dat staat. Ja, die werkplekdeelfactoren, als ik de goede term gebruik. Ja, ik heb hier dat complete onderzoek. Nou, daar staat dan in: joh, het is wel haalbaar maar het eist veel sturing. Als dat een heikel punt is, voorzitter, dan willen wij daar best wel wat in tegemoet komen als dat helpt. Want dat is niet de essentie waar het om gaat. De essentie waar het om gaat, die hebben we zonet geschetst, namelijk die sterke binding met woningbouw. Dat zit er nu totaal niet in. Het is ook bevestigd door de wethouder. Wij vinden dat die combinatie met woningbouw echt een must moet zijn. En ook al levert dat één of twee of desnoods drie maanden vertraging op, het zal wel moeten, want anders moeten we inderdaad, zijn we hartgrondig eens met de heer Lachman, moeten we helemaal niet aan deze exercitie beginnen als er niet een meeropbrengst, een meerwaarde in dit geheel zit. Zowel voor de gemeenschap maar ook voor de gemeente in financiële zin. En als we dan wat vertraging oplopen, het zij zo.

En dan kom ik toch terug op die motie van toen van destijds, 6 februari 2020. Nou ja, misschien stond het daar niet handig genoeg in, maar de geest van de motie was wel duidelijk. En om daar nu heel makkelijk overheen te stappen, om die woningbouw op de nieuwe locatie of de achterblijvende locatie, maar vooral op de nieuwe locatie dan maar te schrappen, ja, dat gaat ons echt veel te ver. Vandaar de binding in het nieuwe amendement daarin. De voorzitter: De heer Zagt, ik hoor u zeggen in uw betoog, dat u … In zinsneden dat u zegt: ik wil de wethouder tegemoet komen. Betekent dat dat u wilt, dat u weer uw amendement wilt gaan aanpassen? Want dat … De heer Zagt: Nou, dat zou kunnen. Ik zeg het ook vooral, we zitten nu in de tweede termijn. Een aantal fracties spreken zich uit. We kijken nu hoe we ergens kunnen komen. Kijk, als stemmen staken of er is gewoon niet steun of er is voor delen steun, ja, we moeten zien dat wij met z’n allen tot een besluit komen wat zo breed mogelijk gedragen wordt. Het is belangrijk genoeg deze stap voor de toekomst. Het is geen kleine stap. Dus daar zoek ik naar. En dan kan je wel zeg maar je … Hoe noem je dat? Je eieren verborgen houden. Het is niet helemaal de goede uitdrukking, maar je kunt ze ook laten zien ‘…’ … De heer Torsing: Voorzitter, mag ik heel even? Even helpen? De voorzitter: Ja, ik zoek naar een pauze moment, de heer Torsing.

De heer Torsing: Ja. Nou, ik denk dat, soms denk ik wel eens, mijnheer Zagt: ik wou dat de spreektijd weer terug was. Weet u, u probeert te helpen maar we hebben D66 nog niet gehoord en we hebben DorpsBelangen nog niet gehoord en ik denk dat het veel belangrijker is of we het aan moeten passen hoe deze fracties erin staan. De voorzitter: Oké. Dus ik hoor u ook zeggen: wellicht een aanpassing. Goed, dan ga ik toch even naar … De heer Zagt, was u al klaar? Of had u nog veel meer wat u wilde vertellen? De heer Zagt: Nee, ik zou niet meer durven. Ik heb genoeg gezegd. De voorzitter: Goed. Nou, dankzij de interventie van de heer Torsing. Ik zag wel de heer Roosenschoon het handje steeds aan en uit gaan. Ik geloof, hij heeft wel eens vaker last van het digitaal handje. Dus ik … De heer …: Voorzitter, dat klopt. Mijnheer Roosenschoon heeft wat problemen met Teams. Dus hij probeert het nog even op te lossen. Dus het antwoord blijft hij nog even verschuldigd. En anders laat ik hem even op mijn stoel zitten. ‘…’ mijnheer Voigt nog wat te zeggen heeft.

De voorzitter: Ja, ik denk, mijnheer Voigt, wilt u een interruptie plegen? Of wilt u gewoon gebruik maken van de tweede termijn? Want anders geef ik het woord eerst aan de heer Roosenschoon. De heer Voigt: Laten we een tweede termijn doen, voorzitter. Want aanvankelijk had ik 10 minuten schorsing gewild, maar ik denk wel dat ik toestemming heb van mijn fractie om het volgende te zeggen. Voorzitter, voor wij aan deze vergadering begonnen, hadden wij afgesproken in de fractie dat wij voor het amendement van het CDA zouden stemmen en tegen het amendement van De Lokale Partij. Nou, die beide bestaan niet meer. Het amendement van het CDA is in het amendement van De Lokale Partij gekomen. Maar ja, dan is het voor ons een zodanig probleem dat wij niet voor dit amendement kunnen stemmen. Dus dat gaan wij dan ook niet doen. Wij gaan tegen dit amendement stemmen en voor het raadsvoorstel. We kunnen niet anders. ‘…’ dat de heer Torsing tegemoet gekomen is aan de heer Zagt. Dat had hij beter niet kunnen doen, dan had zijn amendement het waarschijnlijk gehaald. Dus dat is ons standpunt, voorzitter. De voorzitter: Goed. Mevrouw Vermeulen, als dit geen interruptie is dan ga ik eerst heel graag naar de heer Roosenschoon. Is het een interruptie? Mevrouw Vermeulen-Franssen: Het is een interruptie op mijnheer Voigt.

Mijnheer Voigt, maar wij kunnen toch zelf een amendement indienen, dat van mijnheer Torsing? Wij waren ook van plan om voor dat amendement te stemmen. En ik zie de burgemeester wel maar het is echt een belangrijke zaak waar we het over hebben. Dus als wij het amendement nummer 1 overnemen, dan stemmen wij voor. Althans zoals ik het nu zie, ik heb niet echt uitgebreid met mijn fractie overlegd, maar een deel van de fractie zal in ieder geval voorstemmen. De voorzitter: Ja, nou, mevrouw Vermeulen. U hoort mij niet zeggen dat het geen belangrijk onderwerp is. Maar u kunt u wel voorstellen denk ik dat zowel de griffie als ik met iets van tranen in onze ogen hiernaar kijken. De heer Roosenschoon. De heer Roosenschoon: Dank u wel, voorzitter. Ja, ik had wat problemen met Teams, maar dat is inmiddels weer eventjes opgelost. De voorzitter: Kijk. De heer Roosenschoon: Ja, het punt wat wij hadden, zowel voor de eerste als de tweede als de derde motie, dat is dat de woningbouw nu een randvoorwaarde is. Want wij zijn toch van mening dat afhankelijk van de locaties die we nog niet kennen, het moeilijk is om je nu al vast te leggen op een randvoorwaarde. Dat is eigenlijk ons grootste probleem. Het onderhoud, de huisvestingslasten, daar deel ik de mening van de wethouder niet zozeer.

Want als we het hebben over nieuwbouw, dat betekent automatisch dat de onderhoudskosten vele malen lager zullen zijn. En zeker niet zullen stijgen. Dus wat dat betreft, dat argument, dat lijkt mij niet 100% van waarde. En de werkplek. Ja, die werkplekdeelfactor, dat vind ik wel weer een heel belangrijk punt. Dus over het algemeen zijn er toch meer redenen om dit amendement niet te steunen dan wel te steunen, voorzitter. Hoe jammer ik dat ook vind. Dus ja, we zullen op dit ogenblik, tenzij er nog andere informatie komt, het amendement niet steunen, voorzitter. De voorzitter: Goed, dank u wel. Nou, nu is de hamvraag: wie wil er een schorsing? De heer Voigt: Wij niet, voorzitter. Breng het maar gewoon in stemming. De heer …: Laten we maar gaan stemmen. De heer Torsing: Nou, voorzitter, mag ik ook wat zeggen? De voorzitter: Ja, natuurlijk mag u wat zeggen.

De heer Torsing: Ja, ik vind … Ik denk dat ik gruwelijk op moet letten nu op dit moment, want ik hoorde een meerderheid van mijn … Dus ik vraag gewoon aan de heer Zagt in het openbaar. Als we toch die woningbouw belangrijk vinden, schrap die andere punten alsjeblieft. Want dan hebben we een meerderheid en dan kunnen we verder. De voorzitter: Nou, dit vind ik eigenlijk niet thuishoren in de raadsvergadering. Dus als u met mijnheer Zagt in gesprek weer wil gaan over een aanpassing van het amendement, dan stel ik voor dat u om een schorsing vraagt. Want ik snap dat u dat in het openbaar wilt doen, maar ik denk niet dat het de vergadering ten goede komt om dit soort, nou ja, dit soort gesprekken met elkaar te voeren. De heer Torsing: Oké. Dan vraag ik een schorsing aan, voorzitter. De voorzitter: Oké. En hoeveel tijd heeft u nodig? De heer Torsing: 5 minuten. De voorzitter: 5 minuten. Goed, dan schors ik de vergadering tot kwart over 9. schorsing De voorzitter: Goed, ik heropen de vergadering. Ik geef de heer Torsing het woord want hij heeft verzocht om de schorsing. De heer Torsing, aan u. De heer Torsing: Dank u wel, voorzitter.

Alles horende van de wethouder, van de heer Lachman, ook de antwoorden die mijnheer Zagt heeft gegeven, hebben we denk ik een aanpassing gemaakt waardoor we hopen een meerderheid te halen zodat het voor ons belangrijke punt van de woningbouw erin komt te staan. Dus we trekken de A-17-3 in en dat wordt A-17-4. Die willen we in stemming brengen en dan gaat de werkplekdeelfactor, die gaat eruit. En de woningbouwcombinatie wordt een uitgangspunt. Dat zijn de twee veranderingen die plaatsvinden en dan hopen we een meerderheid te vinden voor dit raadsvoorstel. En dan heeft het lang genoeg geduurd denk ik, voorzitter. De voorzitter: Ja. Als iedereen Notubiz ververst, als het goed is dan ziet u ook amendement A-17-4. Omdat dit een nieuw amendement is, vraag ik voor de vorm kort een reactie van wethouder Kea. De heer Kea: Voorzitter, ik zit heel even nog te verversen en te lezen. Ja, oké. Ik zie dat de target van in feite de wens om maximaal 80% op het niveau van de huidige huisvestinglast te zitten er nog in zit. Ik heb een paar leden van de raad horen zeggen dat dat reëel zou moeten zijn, gegeven de kosten op de huidige locatie. Op de huidige locatie zijn de kapitaalslasten extreem laag en de onderhoudslasten, of in ieder geval de verwarming en schoonmaken en dat soort lasten, niet de onderhoudslasten want er wordt bijna geen onderhoud gedaan, zijn hoog.

In de nieuwe situatie zullen met name de kapitaalslasten stijgen. Hoe we het ook financieren, maar die kapitaalslasten blijven. En de inschatting nu is dat 80% gewoon niet haalbaar is. En het uitgangspunt voor woningbouw, ja, daar hebben we het over gehad. Ik heb bij de vorige al gezegd dat we woningbouw absoluut mee kunnen nemen. Als we het dwingend meenemen zal dat één extra slag vergen, dus iets vertraging. En ja, dan zullen we waarschijnlijk dat bureau iets langer in stand moeten houden dus ik weet niet of ik dan met het budget uitkom, maar dat zien we dan wel weer. Maar dat is op dit moment de positie van het college, voorzitter. De voorzitter: Oké. Dank u wel. Goed, u hebt als fracties ook wel uitgebreid kunnen reageren op de drie amendementen die hier voorlagen waar in dezelfde elementen voorkwamen als in nu amendement A-17-4. Ik kijk naar u, is er dan echt behoefte aan een verdere inbreng ten aanzien van amendement A-17-4? Want zo niet, dan wil ik wel heel graag overgaan tot stemming, met uw goedvinden. Ja? Oké. O, de heer Van Balen.

De heer Van Balen: Oh, u wilt stemmen? Nou, voorzitter, kijk, het is jammer dat die 80% er nog in staat, anders hadden we daar voor kunnen stemmen. Want eerst was het een randvoorwaarde, daar wilden we niet voorstemmen. Een uitgangspunt, dus kijken naar een combinatie met een andere functie vinden we prima. Dan realiseer je dat niet iedere locatie zich daarvoor leent. Het leidt wel weer tot vertraging, daar zijn we niet zo'n voorstander van. Maar goed, daar willen we genoegen mee nemen. Maar die 80%, dat vinden we onnodig om ons daarop vast te leggen. Laten we nou eerst maar eens even kijken waar het college mee komt. Dus wij steunen alleen het raadsvoorstel. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Goed, ik zie de heer Zagt en de heer Torsing. Heel kort, heren. Alstublieft, heel kort. Mijnheer Zagt. De heer Zagt: Een korte interruptie, voorzitter, via u aan de heer Van Balen. Huisvestingslasten 80% is ook een uitgangspunt. Dus geen randvoorwaarde maar een uitgangspunt. Dus in die zin net zo flexibel als dat met woningbouw het geval is. De voorzitter: Goed. En de heer Torsing? Oh, was dat ook een interruptie op de heer Van Balen? De heer Torsing: Ja, dezelfde strekking. Maar gaat u maar door, want ik vind alleen die vertraging irriteert mij weer. Want laten we maar gewoon die … We hadden al een locatie en er komen er drie bij.

Gewoon doorgaan en niks geen vertraging meer, en niks geen kosten. Huppakee. De heer Van Balen: Ja, precies. Voorzitter? De voorzitter: Ja, de heer Van Balen. De heer Van Balen: Kijk, het kan wel wezen dat die 80% een uitgangspunt is. Maar wat voor ons ook heel zwaar weegt, is die vertraging, misschien meerkosten. Laten we nou gewoon eerst eens afwachten waar het college mee komt. We kunnen altijd nog, want uiteindelijk gaan we er zelf over, we kunnen altijd nog eraan gaan sleutelen. Laten we nou, het duurt al zo lang om die vier locaties te noemen. Kom, laten we dat raadsvoorstel een klap geven, dan krijgen we het binnenkort te horen. De voorzitter: Goed. Ik zie geen behoefte meer aan inbreng. Ik ga nu het amendement in stemming brengen. Het betreft amendement A-17-4. Is er behoefte aan een stemverklaring? Zo niet, dan breng ik amendement A17-4 nu in stemming. … En met 10 voor en 9 tegen is het amendement aangenomen. De voorzitter: Dan breng ik nu het geamendeerde raadsvoorstel in stemming. Is er behoefte aan een stemverklaring? Nee? Dan breng ik nu het geamendeerde raadsvoorstel in stemming. … En met 15 voor en 4 tegen is het raadsvoorstel aangenomen. 16. Verkoop percelen Dennenlaan De voorzitter: Goed, dan gaan wij door naar agenda.. Eigenlijk een beetje terug, maar dan gaan we naar agendapunt 16. Dat betreft de Dennenlaan.

Ik ga even terug in mijn papieren met uw goedvinden. Verkoop percelen Dennenlaan. Ik had begrepen, maar ik zie niet iemand die het woord wil voeren. Wel? Ik weet dat … Mevrouw Vermeulen-Franssen: Voorzitter, ik heb geen handje dus laat ik het zo even doen. De voorzitter: Ja, mevrouw Wijnen … Mevrouw Wijnen: Voorzitter, ik wilde graag het woord voeren over het amendement. Mag dat? De voorzitter: Ja, maar misschien kan mevrouw Vermeulen … Nou ja goed. Mevrouw Vermeulen die wilde iets zeggen en haar handje was niet omhoog gegaan. Zegt u het maar, mevrouw Vermeulen.

Mevrouw Vermeulen: Voorzitter, de Dennenlaan ligt nu voor en wij hebben het er binnen onze fractie nog eens uitgebreid over gehad, rekening houdend met het raadsvoorstel dat er ligt en ook de twee amendementen die er liggen. Als je kijkt naar het raadsvoorstel en die twee amendementen voor de verkoop van de Dennenlaan, dan liggen daar amendementen met hun eigen invulling op basis van politieke inzichten van de verschillende partijen. Dat is prima natuurlijk. Door de CDA-fractie is in aanloop naar de commissiebehandeling een technische vraag gesteld om een paar rekenvoorbeelden te geven over de opbrengst van het perceel waarbij voorwaarden worden gesteld zoals bijvoorbeeld sociale koop, seniorenwoningen of rijwoningen om een goede afweging te maken. En het antwoord op die technische vraag van het CDA was dat het in deze fase lastig was om betrouwbare rekenvoorbeelden te geven en dat het niet meer dan grove schattingen konden zijn. En voorzitter, dat betekent dus dat de raad vanavond dus zonder enig idee van de potentiële opbrengst van het perceel een keus moet maken. En wij als VVD vinden dat bijzonder lastig.

En de VVD-fractie wil daarom van de wethouder horen of hij bereid is om van de scenario's die nu voorliggen, dat betekent dus het raadsvoorstel en de twee amendementen, een indicatie te geven van de verschillen zodat de raad op basis van deze doorrekeningen een besluit kan nemen. En wij realiseren ons dat de wethouder dan het raadsvoorstel moet terugnemen. Dat horen wij graag van hem. Maar wij horen ook graag van anderen, van de collega's, of zij het met dit voorstel eens zijn. Want uiteindelijk willen wij toch een indeling van woningtypes die recht doen aan het perceel. Maar wij willen ook rekening houden met de opbrengst neem ik aan. Dus ik hoor graag van de collega's en van de wethouder. De voorzitter: Nee, mevrouw Vermeulen, nee, kijk. U had aangekondigd dat u een ordevoorstel wilde doen ten aanzien van dit agendapunt. En daarom heb ik u het woord gegeven. Maar dan moet u dat direct doen. Want als u eerst vragen wil stellen aan de wethouder, dan moet u gewoon netjes wachten tot u er kans voor krijgt. En het indienen van de amendementen of in een tweede termijn of naar aanleiding van de beantwoording van de wethouder. Het kan niet allebei zijn. Dus als u zegt: ik wil een ordevoorstel doen, dan doet u die nu. Als u zegt: ik wil hem straks doen, vind ik dat ook goed, maar dan had u niet nu het woord gekregen. Mevrouw Vermeulen-Franssen: Oké.

Dan doe ik nu een ordevoorstel, voorzitter. De voorzitter: Oké, en wat is uw ordevoorstel? Mevrouw Vermeulen-Franssen: Het ordevoorstel is om het raadsvoorstel terug te nemen. De voorzitter: Niet te behandelen? Want de raad besluit … Mevrouw Vermeulen-Franssen: Niet te behandelen, ja, om reden die ik net gegeven heb. Is dat voldoende zo, voorzitter? De voorzitter: Ja. Want dan wordt er gestemd op uw ordevoorstel. Mevrouw Vermeulen-Franssen: Oké. De voorzitter: Mevrouw Wijnen? Mevrouw Wijnen: Ik heb netjes mijn microfoon uitgezet. Mevrouw de voorzitter, ik vind het helemaal raar. We hebben amendementen voorbereid en ik vind het een hele wanordelijke situatie als we nu afwijken van een procedure van vergaderen. Dat wil ik even inbrengen. De voorzitter: Het is geen afwijking van een procedure. Elke fractie heeft het recht, of elk raadslid heeft het recht om een ordevoorstel te doen ten tijde van de vergadering. Dat doet mevrouw Vermeulen nu namens de VVD. En als u het daar niet mee eens bent, dan kunt u tegenstemmen. De heer Poels. Uw microfoon staat niet aan, mijnheer Poels. En die van, ja.

De heer Poels: Voorzitter, ik moet weer even wennen hè? Dank u wel. Wij zullen het ordevoorstel niet ondersteunen, voorzitter. Ten eerste omdat de eerste amendement van de prijsvraag gaat hier helemaal niet over. Er zitten nog helemaal geen scenario's in. En ten tweede, ik kan u nu al aangeven wat de uitkomsten van die scenario's zouden zijn als ze die nu gaan uitrekenen op basis wat er ligt. Daar gaat het niet om. Het gaat er nu om dat we een politieke keuze maken. Dus wij zullen het ordevoorstel van de VVD niet ondersteunen en we willen het stuk graag in behandeling nemen. De voorzitter: Oké. Goed, dan breng ik nu het ordevoorstel, want ik kijk wel … De heer Duikersloot? U had uw handje … De heer Duikersloot, ik wil niet een … U hoeft niet allemaal toe te lichten wat u gaat stemmen hè? Maar goed. Mijnheer Duikersloot, wilt u nog iets aanvullen? Uw microfoon staat uit. De heer Duikersloot: Dank u, voorzitter. Wij zullen het ordevoorstel van de VVD steunen. Dank u wel. De voorzitter: Oké. Maar goed, ik denk dat het ‘…’ is als we gewoon gaan stemmen. U hoeft niet allemaal te vertellen wat u gaat stemmen, we gaan gewoon stemmen erover. Ik kijk naar de griffie. Is het klaar?… Oké. U dient Notubiz te verversen, dan ziet u het ordevoorstel. Het voorstel is om het voorliggende … Mevrouw Wijnen: Voorzitter, ik wil een vraag stellen nog.

Mag ik het woord even alstublieft? De voorzitter: Ja, wat wilt u vragen, mevrouw … Mevrouw Wijnen: Er is vanmiddag om half 5 een amendement ingediend door de VVD en we hebben dat nauwelijks kunnen zien. We hebben dat ook niet in de fractie kunnen bespreken. Dus ik vind het helemaal niet gepast om dit nu zo te gaan doen. Ik vind het niet een goede voorbereiding en ik vind het ook niet een goede vergaderprocedure. Ik ben het helemaal ‘…’. De voorzitter: Mevrouw Wijnen, ik ga niet de discussie met u voeren hierover. Mevrouw Wijnen: ‘…’. De voorzitter: Nee, maar goed, het doet niet ter zake. Het amendement wat al dan niet vanmiddag is ingediend, doet nu niet ter zake. Het gaat om het ordevoorstel, daar gaan we nu over stemmen. Het ordevoorstel is om verkoop percelen Dennenlaan van de agenda af te halen of niet te behandelen. Als u daar voor bent, wordt het niet behandeld vanavond, gaat het van de agenda af. Als u daar tegen bent, wordt het wel behandeld vanavond. Is dat voor iedereen helder? Zo niet, dan hoor ik het nu graag. Oké. Dan is de stemming nu geopend over het ordevoorstel. … Mijnheer Duikersloot, lukt het om te stemmen? … Met 8 voor en 11 tegen is het verworpen en wordt het voorstel behandeld vanavond. De voorzitter: Goed, dan gaan wij door met behandeling van het agendapunt. Er zijn, als ik het goed heb, 3 amendementen nu ingediend: A-16-1, A-16-2 en A-16-3.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10079893/2