Transcript raadsvergadering 9 februari 2022
Tekst van het document
De voorzitter: Dat zou wel moeten, maar … Mevrouw Wijnen, bent u nog … Kunt u aangeven of u moeite hebt met stemmen? Een moment alstublieft, de griffie gaat proberen telefonisch contact te krijgen met mevrouw Wijnen. Mevrouw Wijnen, daar bent u weer. Tenminste, daar was u weer. Bent u er nog? O jee. Ja. Ja. Lukt het met stemmen, mevrouw Wijnen? Het gaat om A-18-1. Amendement bij raadsvoorstel Ter Sype. Goed, met elf voor en acht tegen is het amendement aangenomen. Wij zullen nu gaan stemmen over het geamendeerde raadsvoorstel. Is er behoefte aan een stemverklaring? Nee. Dan zullen wij stemmen over het geamendeerde raadsvoorstel, de stemming is nu geopend. En, lukt het om te stemmen? Mevrouw Wijnen? Ja. Met zeventien voor en twee tegen is het geamendeerde raadsvoorstel aangenomen. 19. Vergrijzingsbeleid (19V/0T Aangenomen) De voorzitter: Wij gaan nu snel door naar agendapunt 19, dat is vergrijzingsbeleid. Voorgesteld wordt één, in te stemmen met het beleidsplan Vergrijzing in Wijdemeren, twee, in te stemmen met de voorgestelde speerpunten en actielijnen, drie, het college te verzoeken uitwerking te geven aan de actielijnen door een uitvoeringplan op te stellen. Er is één amendement ingediend, A-19-1. Die is raadsbreed ingediend. Zo direct dan kunnen we het ook met elkaar delen. Zo direct gaat u stemmen over het amendement.
Mocht het amendement aangenomen worden, want die vervangt wel het raadsvoorstel, gaan we toch alsnog stemmen
over het geamendeerde raadsvoorstel, dat is van tevoren besproken met de griffie. Zo gaan we het doen en als u nog uitleg daarover wil hebben dan kunnen we het op een later moment doen, maar dan weten we allemaal waar we aan toe zijn. Goed, het is een raadsbreed amendement ingediend. Mijnheer Zagt, bent u … Mijnheer Voigt? De heer Voigt: Voorzitter, zouden we misschien omdat het raadsbreed is ingediend, raadsbreed zijn alle fracties, gezien de tijd niet gewoon kunnen gaan stemmen? Want we zijn het allemaal eens, dan hoeven we allemaal nog niet een keer ons verhaal te houden. De voorzitter: Ik vind het een zeer efficiënt voorstel dus als iedereen daarmee eens is dan vind ik het goed. Mijnheer Zagt. Ik zie allemaal duimpjes dus mijnheer Zagt, u ook, of niet? De heer Zagt: Ja, ik zie wel een duimpje maar vergunt u mij twee zinnen. De voorzitter: Is goed. De heer Zagt: Voorzitter, ik wilde enorme dank uitspreken aan de nieuwe generatie die staat te trappelen om gekozen te worden 16 maart. Zonder iemand tekort te doen, mevrouw Rademaker, Myriam Kooij en Wilna Wind weet ik dat ze hier enorm aan gesleurd hebben. Natuurlijk doe ik dan anderen tekort maar dat zijn wel drie namen die ik paraat heb die in de spring, hoe noem je dat, in de startblokken staan.
En ik vind het geweldig dat zo’n saamhorigheid is ontstaan op dit onderwerp maar ook op andere onderwerpen in deze laatste vergadering van deze periode, dank u wel. De voorzitter: Nou, dat is mooi dat u dat doet. Dank u wel daarvoor. Goed, wij gaan direct over tot stemming dan. Eerst amendement. Er moet wel eerst ververst worden begrijp ik van de griffie, dus doet u dat eerst. Is er behoefte aan een stemverklaring wat betreft het amendement? Nee. Dan is de stemming geopend. U kunt stemmen over het amendement. Mijnheer Zagt, mijnheer Van Balen, en mijnheer Verbruggen. Lukt het? De heer Van Balen: Voorzitter, ik zie nog geen stemming voor mijn neus. De voorzitter: En als u ververst? De heer Van Balen: Ja, dat heb ik allang gedaan. Ik ga het nog een keer doen. De voorzitter: Ja. De heer Van Balen: Ja. De voorzitter: Mijnheer Verbruggen, lukt het om te stemmen? Mijnheer Verbruggen, bent u er nog? De heer Verbruggen: Ja, ik ben er nog maar ik heb al een paar keer ververst maar ik zie helemaal niks. Maar volgens mij heb ik nu gestemd. De heer …: Klopt. De voorzitter: Ik zie nu van wel. Ja. De heer Verbruggen: O, mooi zo.
De voorzitter: Goed. Met negentien voor is het amendement aangenomen, zoals aangekondigd gaan we toch stemmen over het gewijzigde raadsvoorstel. Is er behoefte aan een stemverklaring? Nee. Dan breng ik het geamendeerde raadsbesluit in stemming. Met negentien stemmen voor is het geamendeerde raadsvoorstel aangenomen. 20. Weigering Ontwerp-verklaring van geen Bedenkingen achter Oud-Loosdrechtsedijk 63 te Loosdrecht (19V/0T Aangenomen) De voorzitter: Goed, dan wil ik met uw goedvinden snel door naar agendapunt 20, weigering ontwerpverklaring van geen bedenkingen achter Oud-Loosdrechtsedijk 63 te Loosdrecht. Voorgestel wordt: één, de verklaring van geen bedenkingen voor de bouw van een woning ter plaatse van de hooiberg achter OudLoosdrechtsedijk 63 te weigeren. Twee, dit ontwerp besluit ter inzage te leggen conform het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht. Er is een amendement ingediend, A-20-1, door Dorpsbelangen, De Lokale Partij, VVD, PvdA-GroenLinks en D66. Ik geef eerst het woord aan mevrouw Hennis om hier een toelichting op te geven en dan kijken we of het nodig is dat de andere indieners ook een toelichting geven. Mevrouw Hennis, aan u het woord. Mevrouw Hennis-Steijn: Dank u wel, voorzitter. Nou, dit is een heel erg prettig, leuk amendement, waar we eigenlijk allemaal achter staan. En ik weet zeker het CDA ook, maar die zijn vergeten te bellen.
Dus anders hadden ze er ook op gestaan. Dus net als met het vorige voorstel wil ik eigenlijk vragen om dit maar meteen in stemming te brengen, want we zijn er … Wil wel in het kort voor de luisteraars even uitleggen waar het over gaat. Het raadsvoorstel stelt voor om de verklaring van geen bezwaar of geen bedenkingen te weigeren, en wij stellen voor om de verklaring van geen bedenkingen af te geven. En waarom? Er is sprake van een grote behoefte aan woningen in de gemeente Wijdemeren. En ik zeg niet dat wij de enige zijn, Dorpsbelangen, die er zo over denkt. Gelukkig, we zien er meer van ‘…’. Maar soms blijken de daden wel een beetje anders. De ruimtelijke situatie ter plaatse door de transferatie van een herberg naar een nieuwe woning verbetert alles. Dit ontwerp-verklaring van geen bedenk… Het concept-raadsbesluit willen wij als volgt wijzigen: de ontwerpverklaring van geen bedenkingen voor de bouw van een woning ter plaatse van de hooiberg achter OudLoosdrechtsedijk 63 te verlenen, dit ontwerpbesluit ter inzage te leggen conform het bepaalde in de Algemene wet bestuursrechten, en het college op te dragen tijdens de periode van ter inzagelegging met de provincie in gesprek te treden met als doel het mogelijk maken van dit initiatief. Die laatste bullet verdient enige uitleg.
Want in een amendement kan je het college helemaal niks opdragen, daar moet je een motie voor indienen. Dus eigenlijk zou ik voorstellen dat we dit een beetje vragen aan het college, aan de wethouder. Maar goed, aangezien hij om de haverklap in contact treedt met de provincie, dan is dit geen probleem. Dan hoop ik alleen dat de provincie dan een keertje met hem wil praten. Oké, dit is ons voorstel en ik stel voor dat we daar nu over gaan, of ik wil u vragen om daar nu over te gaan stemmen. Dank u wel. De voorzitter: Nou, het is nog niet raadsbreed dus nu nog niet, maar … Goh, wat ga ik u missen, mevrouw Hennis. Ik zag dat de heer Verhoeven … Verbruggen, goh, ga ik weer. Mijnheer Verbruggen, u wilde nog iets zeggen. De heer Verbruggen: Ja voorzitter, volgens mij heb ik een mail naar de griffie gestuurd dat wij mede-indiener zijn. De voorzitter: Nou, dan gaan we dat, dan gaan we dit direct aanpassen. Mevrouw Hennis-Steijn: Geweldig, dank u wel.
De voorzitter: Mijnheer Poels. De heer Poels: Voorzitter, hulde aan mevrouw Hennis voor haar stimulerende rol in dezen. Toch vind ik het interessant om de opvatting van de portefeuillehouder te weten hè. Ik zou heel even willen weten: wat vindt de wethouder van dit amendement? Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dat is prima. Wethouder De Kloet, wat vindt u ervan? De heer De Kloet: Ik vind het een buitengewoon interessant amendement. En ik ga u ook zeggen waarom. Zoals u weet is er zowel in de provincie als in onze eigen gemeente een aantal afspraken gemaakt over hoe ga je nou om met dit soort ontwikkelingen. En als wethouder zult u begrijpen dat ik me aan die regels houd. Hoe sympathiek ik dit amendement ook vind, zal ik ook het wel om die reden ook ontraden, omdat ik me gewoon aan het raadsvoorstel houd zoals het er ligt. En de oproep om met de provincie, en daarom ben ik blij dat ik wel even het woord krijg, de oproep om met de provincie in gesprek te treden. Zoals u dat weet heb ik dat ook op andere dossiers, morgen komt er eentje aan de orde, veelvuldig geprobeerd. Dus dat, die toezegging wil ik wel doen, dat ik als u dit aanneemt uiteraard ga ik het uitvoeren. En dat is wat ik zeker zou willen, dat gesprek ga ik echt proberen te voeren, maar zoals u weet voer je een gesprek meestal met zijn tweeën.
En wat dat betreft hoop ik dat de tegenpartij gehoor geeft aan ons verzoek, want dat wordt dan een verzamelend verzoek als ik het zo mag zeggen. Maar ik zou maar zeggen, vanuit de regelgeving moet ik het ontraden helaas, het amendement. Maar dat doe ik toch. De voorzitter: Goed. Ik zag nog snel een handje van mijnheer Zagt. De heer Zagt ‘…’ zeggen? De heer Zagt: Nou, voorzitter, ik wil toch iets zeggen omdat er ook reacties zijn dat de participatie niet in orde zou zijn en ik denk dat het gepast is om daar iets wel van te zeggen. We kennen participatie op verschillende niveaus, dit is een klein initiatief, initiatieven tot vier woningen is het gebruikelijk dat in ieder geval de buurt geïnformeerd wordt en dat heeft zeker plaatsgevonden. Dus mevrouw Hennis, maakt u zich niet ongerust. Ik heb niet, ik wil niet zo nodig nog wat zeggen, ik wil graag versterken wat we met zijn allen bereiken, dank u wel. De voorzitter: Mooi. Dank u wel. Is er verder behoefte aan ‘…’? Nee. Zo niet, dan gaan we over tot de stemming. We stemmen eerst over het amendement, A-20-1. Maar voor de zekerheid ververst u maar alvast. Is er behoefte aan een stemverklaring? Nee. Dan breng ik amendement A-20-1 in stemming. Met negentien stemmen voor is het amendement aangenomen, dan brengen we het geamendeerde raadsvoorstel in stemming. Is er behoefte aan een stemverklaring? Nee.
Dan breng ik het geamendeerde raadsvoorstel in stemming. Mevrouw IJsbrandij-van Kerkhof: Wethouder? Sorry. Voorzitter? De voorzitter: Ja? Mevrouw IJsbrandij-van Kerkhof: Maar dit is een verklaring van geen bedenking, het is geen raadsvoorstel toch? De voorzitter: Ja, het is wel een raadsvoorstel. Mevrouw IJsbrandij-van Kerkhof: O, sorry.
De voorzitter: Het wordt laat, ik begrijp het. Ja. Mevrouw IJsbrandij-van Kerkhof: Ja. Voorzitter? Ik heb toch nog even hulp nodig. De voorzitter: Ja? Mevrouw IJsbrandij-van Kerkhof: Want ik ben even met niet-niet, wel-wel ben ik even in de war. Want dit is dan de weigering, en een geamendeerd is het amendement is aangenomen, die wil dat we … De voorzitter: ‘…’ afgegeven. Mevrouw IJsbrandij-van Kerkhof: Dat die wordt afgegeven. Dus de weigering wordt nu een afgifte. De voorzitter: Juist. Dus het voorstel wat nu voorligt is om het af te geven. Mevrouw IJsbrandij-van Kerkhof: Dank u wel hoor. De heer Voigt: Maar voorzitter, dat staat niet bij de stemming. Daar staat weigeren. De voorzitter: Het is ‘…’. Nee, het is geamendeerd, dit stuk, maar de griffie kan niet meteen een nieuwe tekst erin plakken. Maar het is, u hebt al vastgesteld dat die geamendeerd is. Ja, sorry. U hebt vastgesteld … De heer Voigt: Dus als ik nu voor stem, stem je niet voor de weigering maar voor het geamendeerde voorstel? Oké. De voorzitter: Nee. Je stemt voor het geamendeerde raadsvoorstel. De heer Voigt: Oké. De heer Poels: Ja, hij verstuurt niet, voorzitter. Ik zal nog een keer verversen. De voorzitter: Ja. Met negentien stemmen voor is het geamendeerde voorstel aangenomen. 21.
Ontwerp-verklaring van geen Bedenkingen Nieuw-Loosdrechtsedijk 218 (13V/6T Aangenomen) De voorzitter: Dan wil ik snel met u door naar agendapunt 21. Ontwerp-verklaring van geen bedenkingen Nieuw-Loosdrechtsedijk 218. Voorgesteld wordt: één, de ontwerp-verklaring van geen bedenkingen voor het her… De heer Nienhuis: Voorzitter, voorzitter. De voorzitter: Ja. De heer Nienhuis: Wij zouden om elf uur stoppen. De voorzitter: Wat zegt u?
De heer Nienhuis: We zouden om elf uur stoppen. Het is nu elf uur dus wij stoppen, want ik moet nu weg. Sorry. Dat is afgesproken, want we doen twee avonden. Ik moet nu weg. Dus ik ga nu de vergadering verlaten. Ik moet nu weg. De voorzitter: U moet weg? De heer Nienhuis: Ja. Want we zouden tot elf uur vergaderen, voorzitter, we gaan … Morgen gaan we door. We hebben twee avonden gereserveerd, zonder overleg wordt ineens de woensdag erbij gepland, en we zouden om elf uur stoppen. Dus we stoppen om elf uur, en niet om vijf over elf, nu stoppen, elf uur. Stoppen. Dat is de afspraak. De voorzitter: Nou, er is wel overlegd want het is wel vastgesteld, twee avonden. De heer Nienhuis: Niet door mij. Niet door de gemeenteraad, door wie dan ook. De voorzitter: Jawel. De heer Nienhuis: Maar in ieder geval, ‘…’ elf uur stoppen. De voorzitter: Jawel, want u hebt … U hebt op 1 september hebt u de raadsplanning goedgekeurd en daar stond het al in. Maar goed … De heer Nienhuis: Prima, maar we zouden om elf uur stoppen. Dat is de afspraak. De voorzitter: Maar ik heb ook … We hebben ook in het presidium ‘…’ dat we op een ander moment zouden gaan stoppen en ik wil, en ik snap wel dat u zegt van … De heer Nienhuis: Ja, ik ga nu weg. Ik ga nu weg. Ik ga ‘…’, we gaan hem nu verlaten. Ik ga nu weg, want ik heb om elf uur afgesproken, dus ik moet weg. Helaas. De voorzitter: Goed.
Ik heb begrepen van de griffie dat als iemand … Mevrouw Hennis. Mevrouw Hennis-Steijn: Ja, ik heb een ordevoorstel. Ik stel voor dat we nu Nederhorst-Noord nog behandelen en dat we dan morgen de rest doen. De voorzitter: U dacht met zijn allen: het is de laatste raadsvergadering, laatste vergadering, laten we het eens moeilijk maken, dacht u. Maar goed, wat anders, ik begrijp net van de griffie dat als iemand uitlogt uit de vergadering dat er een probleem ontstaat in NotuVote wanneer iemand ook daar uitlogt. Die kan niet uitloggen, dat is het punt, die kan niet meer uitloggen als die er eenmaal in zit. Het is een technisch verhaal. Ik begrijp het ook niet, maar ik ga uit van de input vanuit de griffie, dus met het weglopen van de heer Nienhuis uit deze vergadering, we moeten dan of hoofdelijk gaan stemmen als we met elkaar door willen, of ik moet nu gaan schorsen. Wij hebben echt best een pittige avond nog, er zijn wel wat onderwerpen van de agenda af gegaan en drie ‘…’ voor morgenavond. Maar er zijn ook wel weer twee weer opgevoerd voor morgenavond. Dus ik zou eigenlijk wel graag aan de fractievoorzitters willen vragen, gaan we door met hoofdelijk stemmen of zegt u van nou, we willen nu gaan schorsen? Het kan wel morgenavond wel heel laat worden, dat wel. Maar goed, ik doe een inventarisatie. Mijnheer Voigt.
De heer Voigt: Wat mij betreft stoppen we nu, voorzitter, dan gaan we morgen verder. ‘…’ gewoon met zijn allen lekker kort houden. De voorzitter: Ja, mijnheer Poels? De heer Poels: Helemaal mee eens, voorzitter. Stoppen, mooi, elf uur, zijn we nog een beetje fris voor morgen. Eens met de heer Voigt. De voorzitter: Oké. Mevrouw Vermeulen. Mevrouw Vermeulen-Franssen: Eens met beide heren. De voorzitter: Oké. Dan schorsen we de vergadering en dan gaan we … De heer Roosenschoon: Voorzitter. De voorzitter: Ja, mijnheer Roosenschoon. De heer Roosenschoon: Ja, wat ons betreft hadden we hoofdelijk kunnen stemmen. Maar dat betekent wel dat we morgen door moeten gaan tot het bittere einde. De voorzitter: Ja. Ja. Eens. Maar goed. Mevrouw Hennis-Steijn: Nou, als we dan allemaal een beetje opschieten dan moet het kunnen. En niet zo moeilijk doen. De voorzitter: Ja. Mijnheer Zagt. De heer Zagt: Ja, nou ja, daar zit natuurlijk de kneep. We moeten het morgen gewoon afronden, ongeacht hoe laat het wordt en eenieder vindt zijn eigen onderwerpen zo wisselend belangrijk, dus ja, daar moeten we een ander ook de tijd voor gunnen vind ik. Ik vind het een beetje een merkwaardige afloop, maar het zij zo. Laten we inderdaad morgen verdergaan. De voorzitter: Ik ben het zeer met u eens. Mijnheer Verbruggen. De heer Verbruggen: Ja, dank u wel voorzitter.
Ja, ik had eigenlijk nog even gehoopt dat mijnheer Zagt had gezegd van dat we vanavond door zouden gaan. Dan had ik dat ook gedaan en dan hadden we erover kunnen stemmen en dan was het negen tegen negen geweest. Nou ja, laten we maar stoppen. De voorzitter: Mevrouw … Mevrouw Vermeulen, u wilde nog wat kwijt? O, uw microfoon staat niet aan. Mevrouw Vermeulen-Franssen: Nu mijnheer Verbruggen gehoord hebben blijf ik wel bij wat ik eerder gezegd heb, maar in mijn hart ben ik het er niet mee eens. Ik bedoel, we wisten, mijnheer Nienhuis wist lang van tevoren dat die vergadering ingepland was, dat was geen verrassing. En om dan om elf uur te zeggen van ik heb een afspraak en ik ga weg, ja, ik vind dat niet echt professioneel gedrag en ik vind dat we het eigenlijk af moeten maken en hoofdelijk moeten stemmen want we hebben morgen nog een zware agenda en ja, het is toch ook wel prettig als we die op een goede manier kunnen afronden. Dus ja. Ik laat het er nu over, voorzitter, ik weet het ook niet ‘…’.
De voorzitter: Ja. Mijnheer Poels. De heer Nienhuis: Voorzitter, ik wil er even op reageren. De voorzitter: Nou, ik geef nu het woord aan mijnheer Poels want die was eerder. Mijnheer Poels. De heer Poels: Voorzitter, dank u wel. Is het een idee om morgen iets eerder te beginnen? Dat hebben we vaker gedaan. Half acht. Iets meer ruimte te creëren. De heer Roosenschoon: Als de heer Nienhuis geen afspraak heeft om half acht. De heer Nienhuis: Ja, ‘…’ grappig over doen. De voorzitter: Mijnheer Nienhuis. De heer Nienhuis: Ja, jullie kunnen er grappig over doen met zijn allen hè. Maar wij als gemeenteraad, wij maken afspraken met elkaar. Om elf uur stoppen wij. Dat is gewoon de afspraak. Kan iedereen heel moeilijk doen, dat is gewoon de afspraak. En morgen om acht uur beginnen wij pas, dat is gewoon ook de afspraak. Dus daar moeten we ons aan houden, jongens, wat doen we nou moeilijk? Twee avonden is meer dan genoeg, en dan nog. Stoppen om elf uur, ik moet gewoon weg, klaar. De heer Roosenschoon: Kom nou. De voorzitter: Ik dacht dat u al weg was. De heer Nienhuis: Ja. Ja, ik … Ja, ik moet ook weg. De voorzitter: Er zijn ook afspraken gemaakt met het presidium maar dat hoeven we niet voor alle kijkers hier nu uit te vechten. Ik denk dat ik in ieder geval hier wel wat van vind, maar goed, dat spreken we op een ander moment uit. Ik schors nu de vergadering.
Wij hervatten de vergadering morgenavond. Ik zal me even met de griffie over beraden over de starttijd, ik denk dat we hem wel om acht uur moeten houden omdat dat gepubliceerd is, in alle eerlijkheid. Dus nou, laten we gewoon dat besluit nemen, we beginnen gewoon om acht uur want dat is het publicatietijdstip van aanvang. En dan wordt het desnoods een hele, hele latertje morgenavond. Mijnheer Lachman, wilt u echt nog iets aan toevoegen? De heer Lachman: Heel kort, voorzitter. Inderdaad, morgen gaan we verder. Maar wat gebeurt er als we morgen elf uur? We willen wel de afspraak nu maken, morgen gaan we wel afmaken. Al wordt het vier uur ’s ochtends. De voorzitter: Ja. Vier uur ’s ochtends, nou, er zijn hier een paar bij de griffie die erg schrikken van u nu. De heer Lachman: Beetje te optimistisch, maar bedoel ik maar. De voorzitter: Mijnheer Verbruggen, kort, maar ik wil wel afsluiten. De heer Verbruggen: Nou voorzitter, ja, inderdaad, voegt niet zo veel meer aan toe maar als we gewoon ons aan de spreektijd houden dan heb je volgens mij gewoon zes keer, wat is het, twintig minuten. Dat is twee uur
en nog veertig minuten voor het college, en dan is het klaar. En nog een paar moties volgens mij want die tellen niet mee. Maar goed, dus een beetje discipline morgen en dat moet makkelijk kunnen. Tot zover, voor… De voorzitter: Ja, maar wees u er wel van bewust dat we het wel moeten afmaken morgen. De heer Verbruggen: Absoluut. De voorzitter: Dus als het elf uur is, is het jammer maar dan gaan we wel door. Ja? Bij dezen. Goed, mevrouw Hidding, wilt u echt nog iets zeggen? Mevrouw Hidding: Ja, even heel snel, inderdaad, ik wil echt de rest aansporen om alsjeblieft de woorden van de heer Verbruggen in de oren te knopen want we moeten ook wel goede besluiten kunnen maken. En als wij zo lang door over elk punt gaan en tot twee uur ’s nachts bezig zijn, nou, ik weet niet hoe de rest dan functioneert maar ik wil wel een goed overwogen besluit en goed kunnen stemmen. Dat is alles wat ik wilde zeggen. De voorzitter: Ja. We hebben het allemaal in eigen hand. 29. Sluiting De voorzitter: Dus daar sluit ik mee af. Ik schors de vergadering en ik zie u allen morgenavond om acht uur.