Transcript raadsvergadering 25 mei 2023
Tekst van het document
De voorzitter: Dank u vriendelijk, mevrouw Van Rijn. Wethouder De Haan. Gaat uw gang, wethouder. De heer De Haan: Goedenavond. De voorzitter: Welkom. Goedenavond. De heer De Haan: De ambtelijke ondersteuning was eigenlijk al op weg naar de aardappelen, voorzitter, toen deze vragen tot het college kwamen. Daar moest ik even aan wennen. Maar de aardappelen zijn even uitgezet en inderdaad na wat spoedberaad heb ik toch nog wat antwoorden voor u kunnen dichten. Die antwoorden zijn de volgende. De grond is wel aangeboden aan de drie corporaties. Met één partij, die zich een paar weken geleden na een herinnering bij ons heeft gemeld, willen we graag doorpraten. Maar de grond is nog niet verkocht. Er zijn of worden nog wat technische onderzoeken gestart naar de invloed op de bebouwing, verkeer, milieu en stedenbouw. Die zijn allemaal onderdeel van de schouw die we nog gaan doen naar de huidige situatie, zoals ook bijvoorbeeld de impact die dit plan heeft op de leefomgeving, het gebruik, kabels en leidingen. Het zijn allemaal dingen die we moeten gaan onderzoeken. We gaan natuurlijk een zorgvuldig participatietraject starten. We gaan in gesprek met de omwonenden. Zodra we aan al die randvoorwaarden hebben voldaan en u daar ook in hebben gedeeld, komen we natuurlijk tot een verkoopvoorstel. Er moet bijvoorbeeld ook nog een toegangsweg worden aangelegd. Dat is het antwoord op vraag één.
U begrijpt, gezien de financiële situatie van de gemeente, dat wij zeer zorgvuldig zullen zijn hoe we met die toegangsweg bijvoorbeeld omgaan. Bijvoorbeeld die de kosten daarvan voor zijn rekening neemt. Het antwoord op vraag twee is dat het verkoopproces nog in gang is en geen uitkomst heeft. We zetten wel koers op, daar zal ik mijn best voor doen, voorzitter, om dat eind ’23 voor elkaar te hebben. De status van de uitspraken van inmiddels helaas mijn ex-collega Hoelscher moet u ook zien in het licht van de nuancering die ik vanavond met u namens het college kan delen. De verkoop lijkt mogelijk, maar zover is het nog niet. Dat is het antwoord op vraag drie. Het antwoord op vraag vier is, zoals de situatie nu is, lijkt het erop dat de gemeente zaken kan gaan doen met de geïnteresseerde partij. Eerst wel nadat we tot de publicatie van die grondverkoop zijn overgegaan. Overigens is het zo dat ook die publicatie onderworpen is aan het recht van bezwaar en beroep. Dat is het antwoord op vraag vier. De voorzitter: Dank u vriendelijk. De heer De Haan: Met dank aan de ambtelijke organisatie, voorzitter, die dit nogal laat voor elkaar heeft weten te boksen. De voorzitter: Vanzelfsprekend. Ze hebben wel lekker gegeten, hoop ik, uiteindelijk. Dank u vriendelijk, wethouder De Haan.
Dan in de tweede termijn, mevrouw Van Rijn, als eerste of als laatste wilt u? Mevrouw Van Rijn: Is dat ook dan gelijk de verduidelijking op de ... De voorzitter: De verduidelijking mag u nu stellen. Mevrouw Van Rijn: Wij hebben overigens de vragen ruim of tenminste tussen elf en twaalf ingediend. Ruim voor de indieningstermijn van twaalf uur. Het lijkt me sowieso ... De voorzitter: De mensen eten tussen de middag warm hier.
Mevrouw Van Rijn: Dat is prima. Maar het lijkt me sowieso handig dat er dan even gewacht wordt met naar huis gaan of de raad misschien nog van plan is om die avond iets in te dienen. Het is één avond in de maand dat de raad er zit. Het lijkt me niet ... Het is vast niet zo bedoeld, maar het komt wel een beetje zo over van, de raad is te laat of we hadden er geen interesse in, we gaan vast naar huis. Dat geloof ik niet hier van de mensen, maar zo komt het wel een beetje over. Ik heb even een verduidelijkende vraag. U zegt, u moet de mededeling zien, dan heb ik het over de mededeling, de koop- en realisatieovereenkomst voor woningen aan de Dennenlaan liggen bij de woningbouwcorporatie. Bij de woningbouwvereniging, staat hier. U zegt, dat moet u zien in het licht van een nuance. Wat is dan die nuance? Lag die koop- en realisatieovereenkomst op 1 februari bij de woningbouwcorporatie? Dat is even een verhelderende vraag, voordat ik daar een mening over kan vormen. De andere vraag is dat u zei, de grond is nog niet in de verkoop gegaan en het moet nog gepubliceerd worden. U zegt, de grond is wel aangeboden. Is die publicatie dan de openbare verkoop waar de raad toe heeft besloten, waarop de hoogste bieder gegund kan worden? Begrijp ik dat goed? De voorzitter: Wethouder De Haan.
De heer De Haan: Voorzitter, wat betreft die aardappelen, de dossiers zijn inderdaad vanmiddag pas aan mij overgedragen. U kent ook daar de omstandigheden van. Ik vraag u daar enige coulance voor. Ik heb pas enkele uren de kennis van dit dossier. In die enkele uren is dit beraad geweest en ben ik geïnformeerd en heb ik ook me kunnen, ik zal maar zeggen, inlezen. U moet die nuancering inderdaad zien dat op de aanbieding van de grond en om uitvoering te kunnen geven aan die motie, zijn de corporaties benaderd. Die hebben pas in april, enkele weken geleden, laat maar zeggen, door een herinnering die is uitgegaan van onze kant uit, is er één partij overgebleven. Die is eraan herinnerd om met ons in gesprek te gaan. Die nuance is dat wat daar ook bij de corporaties ligt, daar is niet op gereageerd totdat wij de partijen eraan hebben herinnerd om met ons in gesprek te gaan. Dat vindt nu plaats. Maar we willen zelf heel zorgvuldig te werk gaan om u ook de goede publicatie van de grond en ook van de prijs te kunnen melden uiteindelijk, als we zover zijn. De voorzitter: Verhelderende vraag nog, mevrouw Van Rijn? Mevrouw Van Rijn: Voorzitter, mijn excuus. Ik begrijp het niet helemaal goed. U zegt, er is pas in april gereageerd door één van de corporaties dat er mogelijk ...
Maar de mededeling was van 1 februari dat de koop- en realisatieovereenkomst voor de woningen bij de woningbouw ligt. Wat bedoelt u dan precies. De voorzitter: Wethouder De Haan. De heer De Haan: Ik bedoel zelf niet zoveel. Ik bedoel aan mevrouw Van Rijn te vertellen dat ik sinds enkele uren in het bezit ben van dit dossier. Dat ik er al heel blij mee ben dat ik u deze antwoorden kan geven op de stand van zaken van dit moment. De voorzitter: Dan ga ik naar de tweede termijn. Wie in de tweede termijn mag ik het woord geven? Mevrouw Van Rijn, als laatste of als eerste het woord? Mevrouw Van Rijn? Hallo. Als laatste. Mevrouw Van Rijn: Als laatste, voorzitter. Ik moet even kennis van mijnheer Voigt gebruiken. De voorzitter: Mevrouw Wind, gaat uw gang. Mevrouw Wind: Dank u wel. Ik heb natuurlijk alle begrip voor de nieuwigheid waarmee wethouder De Haan hier staat. Ik kan ook heel goed begrijpen dat een dossier wat al zoveel tijd loopt u op dit moment nog niet
eigen is. Daarom zou ik dit ook graag willen gebruiken om even wat meer informatie te geven. Dan kijk ik straks naar mevrouw Van Rijn of het niet verstandig is om dit onderwerp terug te laten komen. Maar daar ga ik niet over. Het is zo dat een hele poos geleden een motie is ingediend, unaniem, door de raad om tot veertig tiny houses te komen. Daarna is er enig, hoe zal ik het zeggen ... Het woord zwalkend schiet me te binnen, maar dat wil ik natuurlijk niet gebruiken, dat begrijpt u ook wel. Regelmatig bijgesteld beleid vanuit het college gekomen op het onderwerp Dennenlaan. Dat heeft ertoe geleid dat we nu ongeveer nog net zover zijn als twee jaar geleden, dat er veertig tiny houses allang hadden kunnen staan, maar er nog steeds niet staan. Dat u nu met een boodschap hier staat waaruit blijkt dat eigenlijk de situatie nog net zo is als heel lang geleden, voordat ik in de raad zat. Dat schiet niet op. Dat zou allemaal helemaal niet erg zijn als jongeren en andere mensen hier konden kiezen uit in welk huis ze zouden willen wonen. Maar zo is de situatie niet in Wijdemeren. Maar dat heeft u vast al wel meegekregen. Ik kan u ook vertellen dat de woningbouwcorporatie zeer bereid is om grond te kopen. Dat moet dan ook maar even bij het dossier. Volgens mij is het bedrag ook helemaal nog niet zo gek. Dat er tiny houses er aan het eind van het jaar ... Mevrouw Van Rijn: Voorzitter.
De voorzitter: Mevrouw Van Rijn. U heeft een interruptie, mevrouw Wind. Mevrouw Van Rijn: Ik vind dit wel een beetje vreemd. Het voorstel van de tiny houses zal ik straks op reageren. Maar u kent het bedrag wat de woningbouwvereniging wil ... Mevrouw Wind: Nee, dat weet ik niet, maar ik heb wel ... Mevrouw Van Rijn: Maar u zegt, het bedrag is niet zo gek en ik weet dat ze zeer bereid zijn om te kopen. Mevrouw Wind: Maar zo concreet zijn sommige dingen blijkbaar al. Omdat we nu ... Mevrouw Van Rijn: Maar we weten dat ... De voorzitter: We gaan even niet zo’n discussie heen en weer doen. Het gaat via de voorzitter, als u het niet erg vindt. Mevrouw Wind, gaat u door. Mevrouw Van Rijn heeft u nog een interruptie? Mevrouw Wind: Ik wil graag mijn verhaal afmaken. De voorzitter: Interruptie van mevrouw Van Rijn. Mevrouw Van Rijn: Ik had een interruptie. Op basis waarvan concludeert u dan dat dat bedrag wat de woningbouw wil betalen niet zo gek is? De voorzitter: Mevrouw Wind, gaat uw gang. Wat is uw antwoord? Mevrouw Wind: Omdat de motie van veertig tiny houses door onze fractie is ingediend, al heel lang geleden. Omdat daar actie op is ondernomen. Omdat er ook gesprekken plaatsgevonden hebben met de corporatie, zoals iedereen denk ik weleens praat. Daar baseer ik mijn informatie op. Maar ik kan u geen precieze bedragen noemen. Dat is ook niet mijn taak.
Mijn taak is wel, dat is denk ik ons aller taak, om ervoor te zorgen dat er wat gebouwd gaat worden, permanent of tiny houses of wat dan ook, maar dat er wel enig tempo inzit. Als ik naar dit verhaal luister, dan gaan we een ellenlange procedure in. Die zal er in ieder geval niet toe leiden dat er heel snel huizen staan. Ik begrijp, nogmaals, heel erg goed dat de wethouder op dit
moment kan luisteren en er verder niet zo heel veel meer mee kan. Het lijkt mij het beste dat ik dan vanavond ook maar gewoon naar hem luister. De voorzitter: Mevrouw Wind, heeft u ... Mevrouw Rademaker: Voorzitter. De voorzitter: Mag ik even. Sorry. Maar dit is het vragenhalfuur. Wat is uw vraag? Want daar gaat het ... We zijn vragen aan het stellen. Daarom is het een vragenhalfuur. Mevrouw Wind: Mijn vraag is, wanneer de wethouder denkt dat de huizen er staan. De voorzitter: Mooie vraag. Goede vraag. Wie kan ik verder het woord geven? Mevrouw Rademaker, wat is uw vraag? Mevrouw Rademaker: Mijn vraag was eigenlijk, waar zijn we op uit, jongens? Volgens mij willen we vragen aan de wethouder, wat heeft u van ons nodig om te zorgen dat daar zo snel mogelijk huizen gebouwd kunnen worden in de categorie die we gegeven hebben, met een zo hoog mogelijke grondopbrengst? Mevrouw Van Rijn: Voorzitter, interruptie. De voorzitter: Interruptie van mevrouw Van Rijn. Mevrouw Van Rijn: Dat is niet een juiste vraag, want wat heeft de wethouder nodig? Een raadsbesluit. Dat raadsbesluit ligt er. In dat raadsbesluit staat wat we gaan doen. Mevrouw Rademaker: Interruptie, voorzitter. Mevrouw Van Rijn: Daar staat dat we gaan verkopen en wat het woningbouwprogramma zou moeten zijn. Wat wij van het college nodig hebben, is dat die grond de verkoop ingaat en zo kunnen gaan realiseren.
De voorzitter: Interruptie van mevrouw Rademaker. Een interruptie in een vraag overigens, is wel heel grappig. Maar we gaan gewoon ... Het is toch een bijzondere raad weer. Gaat u verder. Interruptie, mevrouw Rademaker. Mevrouw Rademaker: Zo gebeurt er toch nog wat vanavond. Kennelijk lukt het niet of stagneert ergens iets waardoor dit nog steeds niet voor elkaar is, ondanks alles wat we aan inzet gepleegd hebben middels raadsvoorstellen. Dan is mijn vraag, wat is er wel nodig om te zorgen dat het een en ander zo snel mogelijk ten uitvoering gebracht kan worden? De voorzitter: Prima. Meer vragen vanuit de raad? Niemand. Dan is mevrouw Van Rijn, als laatste. Gaat uw gang. Mevrouw Van Rijn: Dank u wel, voorzitter. Natuurlijk neem ik het de heer De Haan niet kwalijk dat hij dat dossier niet helemaal tot in detail kent. Ik zal dan ook niet om die specifieke antwoorden nu vragen, maar ik zou wel graag een uitgebreide raadsinformatiebrief willen over dit proces. Het is namelijk niet zo dat ik dat ergens gevonden heb. Het is een bewuste actie van het college om op 1 februari zelf met een mededeling te doen dat de koopovereenkomst bij de corporatie ligt. Er staat in het voorstel wat wij hebben genomen, het
raadsvoorstel, 22 september het besluit, staat in de aanpak, doordat we voor deze aanpak kiezen kan er snel over gegaan worden tot het verkopen en uiteindelijk de realisatie van de woningen. Of er dan eerst tiny houses komen, dat zullen we dan wel zien. Ik hou me aan het plan van het raadsvoorstel. Daar wil ik voor gaan. Dan vind ik het toch vreemd dat het niet verkocht is, dat het nog allemaal ... Ik zou graag uitgezocht willen hebben, hoe zit dit en hoe kan dit? Daarnaast hoop ik dat we zo snel mogelijk aan de slag kunnen. Dat had ik verwacht met een besluit op 22 september. Het is nu inmiddels, wat is het, mei. Dat vind ik niet heel erg snel gaan. Bij deze nogmaals, ik kijk u even aan, voorzitter, niet als voorzitter, maar wel als fractiegenoot van het CDA, we hebben hier een hele lange discussie over gehad, dat u, mijnheer Nienhuis, zei, ik stem gewoon tegen, want het wordt toch nooit verkocht, want men houdt zich niet aan de raadsbesluiten van de Dennenlaan. Ik hoop toch niet dat u daarin gelijk krijgt. Daarom heb ik iets meer vertrouwen in wat mijnheer De Haan zegt, maar ik wil het wel uitgezocht hebben. Want ik vind het oprecht heel erg vreemd. Volgens mij klopt het niet. De voorzitter: Ik kan me niet verdedigen. Ga ik ook niet doen. Dan wethouder De Haan, u wil het laatste woord? De heer De Haan: Dat weet ik niet, voorzitter. Dat hangt van u af.
Het is wel moeilijk om te laten, want het is inderdaad een vragenhalfuur. Ik wil graag op vragen kunnen ingaan. Ik doe mijn best om het allemaal snel te volgen. Ik heb het woord tiny houses voorbij horen komen. Mijn beeld van de huidige situatie is dat de motie die de raad nu, ik zal maar zeggen, aangenomen heeft, heeft de realiteit van die tiny houses in ieder geval ingehaald. Dat betekent dat er nu al met nog één woningcorporatie gesproken gaat worden over mogelijke realisering van de woningprogrammering, zoals u die wilt. Ik ben daar heel optimistisch over, want het was ook niet mogelijk om dit eerder te doen, omdat u kent ook het Didam-arrest natuurlijk, wij moesten dat toch voorleggen aan de corporaties in meer brede zin. Een herinnering van de kant van de gemeente, het is wel na februari geweest. Dat is namelijk in april geweest. Heeft ertoe geleid dat we sinds kort, ik vind het ook heel fijn dat ik dat dossier nu mag opnemen, nu weten dat met één partij kunnen verder spreken. Dat gaan we zorgvuldig doen. Zorgvuldigheid gaat voor snelheid. Dat betekent dat ik u ook net heb gezegd in uw vraag dat ik probeer voor het eind van het jaar u een positief bericht te geven over samenwerking met de woningcorporatie. De voorzitter: U heeft wel een interruptie, wethouder. Mevrouw Van Rijn, gaat uw gang.
Mevrouw Van Rijn: Dan nog graag de bevestiging of die brief kan komen waarin dit hele proces beschreven staat, of dat gebeurd is. De interruptie ging over dat Didam-arrest. Dat heb ik nu ook al heel vaak hier in de raad gehoord. Dat Didam-arrest was al duidelijk voordat wij dit besluit namen. Daarom is daar ook ingekomen dat we zouden verkopen sociaal bestemd voor woningbouwcorporaties. Anders heb je problemen met dat Didam-arrest. Laat alstublieft dat niet elke keer een argument zijn waardoor alles zo lang duurt, want dat is al duidelijk. Ik hoop dat ik nog een bevestiging krijg op de brief. Dan heeft u vanavond van mij geen last meer. De voorzitter: De toezegging van de brief, wethouder. Ook de vraag van Partij van de Arbeid-GroenLinks over, wanneer wordt er gebouwd? Dat was de vraag, toch? De heer De Haan: Gebouwd gaat worden als het kan. Dat is mijn antwoord op de laatste vraag. Wanneer u daar goedkeuring aan geeft. De brief. Als er iemand is die behoefte heeft aan informatie, dan is het wel deze wethouder ook. Die brief gaat er komen, voorzitter.
De voorzitter: Die toezegging noteren we bij deze. De heer De Haan: Zeker. De voorzitter: Prima. Dan hebben we agendapunt 14a voldoende behandeld, mevrouw Van Rijn? Ga ik even vanuit. Heel goed. b. Vragenhalfuur DorpsBelangen Evaluatie wegwerkzaamheden Nieuw-Loosdrechtsedijk De voorzitter: Dan gaan we naar agendapunt 14b, vragen van DorpsBelangen over de Evaluatie werkzaamheden fase 1 Nieuw-Loosdrechtsedijk. Mevrouw IJsbrandij, aan u het woord. Mevrouw IJsbrandij: Dank u wel, voorzitter. Hoe ga ik dat beginnen? De vragen liggen voor, maar daar moet een nuancering op komen. Wellicht kunnen we deze behandeling best snel afronden. DorpsBelangen is veel betrokken bij situaties bij de Nieuw-Loosdrechtsedijk. Daar zullen andere fracties ook kennis van genomen hebben en ter plekke zijn wezen kijken en noem maar op. Eigenlijk, ik wil het woord niet noemen, maar de soap gaat maar door. Maar dat is nog na de oplevering van fase 1 in 1 april gebeurd. Deze vragen zijn tot stand gekomen, omdat de wens is eigenlijk de vader van de gedachte, wij van mening waren dat april en mei gewerkt zou worden aan de evaluatie van fase 1. Daaropvolgend een nieuwe aanpak van fase 2 straks in oktober startend. Bij raadpleging van de toezeggingenlijst kon ik het niet vinden. Vervolgens hebben we vragen ingediend.
Ter voorbereiding van deze avond heb ik mijn eigen schriftelijke vragen en de beantwoording daarop geraadpleegd. Daarin staat juni, juli. Dan snap je, ik viel zo’n beetje van mijn stoel. Ik denk, potverdorie. De dingen achterhalen zich een beetje, voorzitter. Toch blijft het nog overeind dat er situaties zijn ontstaan daar. Daar zou ik toch graag de wethouder nog over horen. Ik zou graag willen horen, want dat is uiteindelijk toch ook opgenomen in deze vragen, hoe staat het met de evaluatie? Want uiteindelijk is dan juni, juli ook heel dichtbij. Mag ik het daarop houden? De voorzitter: Dat zijn alle vragen die u wil stellen aan de wethouder? Of wilt u de vragen nog een keer voorlezen? Of dit zijn ze? Mevrouw IJsbrandij: Ik kan de vragen voorlezen. De voorzitter: Ik denk dat het voor de mensen thuis is het wel goed dat we dat even ... Mevrouw IJsbrandij: Dan doen we dat. De voorzitter: Anders gaat mijnheer Voigt er weer wat van zeggen. Dat wil ik natuurlijk voorkomen. Mevrouw IJsbrandij: De vragen luiden.
1, hoe is de evaluatie van fase 1 Nieuw-Loosdrechtsedijk verlopen? 2, wanneer kan de raad de resultaten van deze evaluatie verwachten? 3, bent u op de hoogte van de huidige toestand aldaar? Dan heb ik wat voorzetjes gedaan als nachtelijke werkzaamheden, afzetting langs de stoep waardoor geen enkele mogelijkheid tot parkeren over is gebleven en schades aan straatwerk, onduidelijke weginrichting waardoor bijvoorbeeld fietsers op de straat fietsen en noem maar op. Nou wil ik niet weer het woord proefondervindelijk doen, maar gister moest ik daar zijn en ik kon werkelijk nergens parkeren. Er is een afzetting langs de stoep gedaan. Die is behoorlijk lang. Zo meteen is het seizoen daar. Het mooie weer komt eraan. Het is Pinksteren. Waar gaat men parkeren? Wie heeft dat verzonnen om dat zo te doen? Tot zover, voorzitter.
De voorzitter: Heel goed. Dank u vriendelijk. Wethouder Zagt is het? Ja. Ik twijfelde even, maar dat is zeker wethouder Zagt, kan ik me herinneren. Wethouder Zagt, gaat uw gang. De heer Zagt: Blij dat mevrouw IJsbrandij al aangeeft de nuancering over wanneer de evaluatie plaats zal vinden en de voorstellen naar de raad komen. In de raad juni, juli. Dat gaan we ook halen. Ik schrok al toen ik primair de vraag zag, want ik denk, in gedachte het eerdere onderwerp van, heb ik een tweede keer iets toegezegd wat ik niet waar kan maken? Maar dat gaan we halen. Dat zal juli worden. Want gisteren of dinsdagmiddag, in ieder geval deze week hebben we nog een voortgangsgesprek gehad in het kader van de evaluatie. Dat is nog niet helemaal afgerond. Maar de tijd dringt natuurlijk om het in een raadsvoorstel te gieten, collegevoorstel. Dan de hele routing, u weet hoe dat gaat en hoeveel weken daarvoor nodig zijn. We hebben daar heel veel meegenomen. Dat was ook een wens. U heeft dat nadrukkelijk ook geuit om veel dingen mee te nemen die geuit waren, op welke manier dan ook. Ook destijds door insprekers die hier twee avonden tot twaalf uur ongeveer gewacht hebben en uiteindelijk ook in de beantwoording schriftelijk is meegenomen. Dat komt. Dat is vraag 1 en 2. Vraag 3, bent u op de hoogte van de huidige toestand aldaar? Dat ben ik zeker.
Dan noemt u nachtelijke werkzaamheden, afzetting langs stoep en dergelijke. Ik denk dat dat goed is om ... Dat klinkt ook een beetje als, ze zijn nog steeds aan het werk. U weet wat daar ook gebeurt, want we hebben er contact over gehad. Gister heb ik gehoord dat er, ik zit er niet ver naast, maar een getal van 42 zit scherp in mijn hoofd, maar ik kan me iets vergissen, dat er tot 8 september, meen ik, nog 42 chalets aangevoerd gaan worden door groot en zwaar materieel. Daar is heel veel schade veroorzaakt. U heeft het gezien. Spoorvorming. Aansprakelijkheidsstelling is het nu eruit. Want dat is natuurlijk treurig als je ziet wat er geïnvesteerd is en wat voor pijn en moeite dat gekost heeft, ook van de omgeving, uit ongemak en noem maar op. Daar is het laatste woord nog niet over gezegd. Dat is gewoon een groot probleem. Ik heb u, toen u mij daar terecht ook een keer over belde, aangegeven van, dat voor die brede transporten van die chalets is ontheffing van de Rijksdienst voor het Wegverkeer nodig. Die wordt geloof ik alleen gegeven tussen tien uur ’s avonds en zes uur ’s morgens. In ieder geval in dat tijdsbestek. Dat betekent wat voor de omgeving, want je hebt de hele nacht dat gedoe, zeg ik dan maar netjes, voor de deur, met alle gevolgen van dien, verlichting, lawaai. Inritten zijn gigantisch verbreed, met name op dat ene park waar heel veel over te doen geweest is.
Ik ben de naam kwijt, maar u weet vast waar het over gaat. Nog meer zorgen erbij, mag ik wel zeggen. Ik heb gisteren ook gevraagd aan de projectleider wat er mogelijk zou zijn om voor 1 oktober, want het tweede half jaar is van 1 oktober tot 1 april ’24, al mogelijk zou zijn aan dingen om te doen, nu er nog best weer ander werk ook bijkomt. Anders gaan we wellicht helemaal uit de pas lopen. Ik hoop, ik heb u toegezegd, daar sta ik nog steeds voor, dat al deze aspecten in de komende commissie voor het zomerreces in de raadsvergadering zijn beslag krijgen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u vriendelijk, wethouder. Mevrouw IJsbrandij, wilt u als eerste of als laatste? Als laatste. Wie van de commissie, of van de commissie, neem me niet kwalijk. Wie van de raad kan ik het woord geven, vragen over dit onderwerp? Dan bent u als eerste en als laatste aan de beurt, mevrouw IJsbrandij. Gaat uw gang. Mevrouw IJsbrandij: Dank u wel, voorzitter. Dank u wel, wethouder. Wij zullen gewoon netjes wachten op de evaluatie. Ik hoop van harte dat u niet vergeet om de inwoners te spreken aldaar en de ondernemers. Dat u ook nog misschien toch de toezegging kan doen om te kijken naar het parkeerprobleem nu, want zo kan helemaal niemand Nieuw-Loosdrecht bezoeken. De voorzitter: Wethouder Zagt.
De heer Zagt: Voor de kijkers thuis, behoort u natuurlijk even te zeggen, wethouder Zagt trekt een grimas, of iets dergelijks. Een bedenkelijk gezicht was het meer. Ik denk dat het ingewikkeld is. Je zit ook weer met veiligheid. Als je de linten of de afzettingen weghaalt, dan geef je daar als wegbeheerder, ook als aansprakelijke gemeente, dingen vrij waar risico’s aan zitten. We gaan kijken wat mogelijk is. Ik snap de zorgen, maar ... Mevrouw IJsbrandij: Dan, dank u wel, voorzitter, wil ik de situatie even schetsen. Dat er een nieuwe stoep ligt. Die leidt hartstikke af. Aan de overkant van die lange nieuwe stoep zit een ondernemer, met een heel lang hek. Dat hek doet hij af en toe open uit coulance, uit medewerking, noem maar op. Maar hij kan ook zomaar weer dicht zijn en dan kan er niet geparkeerd worden, aan beide kanten niet, nu er een afzetting zit. Het lijkt, maar goed, dat is maar mijn interpretatie, dat die hele afzetting van rood-witte palen er neer is gezet, zodat er niet op de stoep geparkeerd wordt, of niet langs de stoep geparkeerd wordt. Het zou nog een mogelijkheid zijn dat je langs de stoep kan parkeren aan één kant. Maar goed, daar is even een actie voor nodig. Die vraag ik. Dank u wel. De voorzitter: Wethouder Zagt. De heer Zagt: Die actie kunt u krijgen.
Volgens mij is er momenteel veel actie ingegeven om te voorkomen dat er nog meer schade ontstaat door willekeurig weggedrag, noem ik het dan maar, met een mooi woord. De voorzitter: Prima. Mevrouw IJsbrandij, is het voldoende besproken? Mevrouw IJsbrandij: Dank u wel. De voorzitter: Helemaal goed. Prima. 15. Moties vreemd aan de agenda De voorzitter: Dan hebben we al eerder vastgesteld dat agendapunt 15 komt te vervallen. 16. Sluiting De voorzitter: Dan komen we nu bij agendapunt 16. Dat is de sluiting van deze gemeenteraad. We willen zo met u allen het glas heffen op mijnheer Voigt, op René, René natuurlijk, in Het Anker, neem ik aan. Ik wil de griffie en de bodes bedanken voor deze avond. U allen wel thuis. Tot de volgende keer. Dank u wel.