CConstaterende datWijdemeren
Koppel je AI →
Document · PDF

Transcript raadsvergadering 15 januari 2024

gemeenteraad 15 januari 2024, gemeente WijdemerenBij agendapunt: Opening12.917 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

TRANSCRIPT VAN DE GEMEENTERAAD VAN GEMEENTE WIJDEMEREN d.d. 15 januari 2024

1.

Opening De voorzitter: Het is half acht, goedenavond, ik open de raadsvergadering. Allen hartelijk welkom hier in de vergadering, en ook degenen die bijvoorbeeld thuis meekijken of meeluisteren.

2.

Vaststelling agenda De voorzitter: Het is een extra raadsvergadering, met één inhoudelijk punt, het raadsvoorstel, starten verkenningsfase herindeling. Daar is een amendement voor aangekondigd. En we hebben ook, zoals gebruikelijk, de spreektijd regeling. Zijn er verder opmerkingen bij de agenda, of kunnen we die zo vaststellen, zoals die voorligt? Dat is het geval. Dat was dan agendapunt 2.

3.

Installatie tijdelijk raadslid M. van Balen De voorzitter: Dan agendapunt 3, de installatie van een tijdelijk raadslid, de heer Van Balen. En dat is omdat mevrouw Hidding, gemeenteraadslid, onlangs heeft aangegeven dat zij gebruik wil maken van de verlofregeling voor raadsleden, met een goede, maar vervelende reden. Ze is ziek geweest, en ze is nog steeds herstellende, dat gaat enige tijd nemen. En daarom is recent de procedure gestart voor het benoemen van een tijdelijk raadslid in haar plaats, dat kan tegenwoordig ook. En de voorzitter van het centraal stembureau heeft verklaard dat voor de vervanging van mevrouw Hidding dan de eerst aangewezen, de heer Van Balen is. De bedoeling is met ingang van vandaag, 15 januari 2024, en voor een periode van zestien weken. 3a Instellen commissie voor de geloofsbrieven De voorzitter: Als zo’n aanvraag er is, dan worden de geloofsbrieven van het nieuw te benoemen raadslid gecheckt door de commissie onderzoek geloofsbrieven. Daar zijn drie leden van, mevrouw Roobol, de heren Voigt en Heeren. En die commissie heeft het beoordeeld. En ik wil de voorzitter van de commissie, de heer Voigt, vragen om naar voren te komen en ons te vertellen wat het oordeel van de commissie is. In feite, of de heer, zoals voorgesteld, de heer Van Balen benoemd kan worden vanavond, althans geïnstalleerd kan worden vanavond.

Hij is benoemd verklaard, maar het moet nog echt hier gebeuren. De heer Voigt. De heer Voigt: Dank u wel, voorzitter. De commissie voor onderzoek geloofsbrieven, bestaande uit mevrouw Roobol, u heeft het net al gezegd, en de heer Heeren en de heer Voigt, die zijn vanavond bijeengekomen. De commissie heeft de geloofsbrieven van het kandidaat raadslid, de heer M.V. van Balen, onderzocht. En, dames en heren, we hebben het in orde bevonden. De commissie ziet dan ook geen redenen op basis waarvan tot niet toelating van het benoemd verklaarde raadslid besloten kan worden, en stelt u voor de benoemd verklaarde toe te laten als lid van onze gemeenteraad. De voorzitter: Dan wil ik u en de leden van de commissie hartelijk danken daarvoor. 3b Afleggen van de belofte door de heer M. van Balen De voorzitter: En dan zijn er geen belemmeringen, dus stel ik voor dat we overgaan tot het afleggen van de belofte, want daar heeft de heer Van Balen voor gekozen. Ik wil hem vragen om naar voren te komen. Nou,

dan gaan we een beetje tegenover elkaar staan. Is het zo te horen? Is hij uit? Hij was al aan, het is ook wat. Ik zal netjes het knoopje … Ja, dat moet wel, is altijd toch een officieel moment. Mijnheer Van Balen, ik ga de verklaring voorlezen en dan kunt u daarop antwoorden met, dat verklaar en beloof ik. Ik verklaar dat ik, om tot lid van de raad benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd. Ik verklaar en beloof dat ik, om iets in het ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk, enig geschenk of enige belofte heb aangenomen, of zal aannemen. Ik beloof dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn verplichting, mijn plichten als lid van de raad naar eer en geweten zal vervullen. De heer Van Balen: Dat verklaar en beloof ik. De voorzitter: Mijnheer Van Balen, dan mag ik u als eerste feliciteren … De heer Van Balen: Dank u wel. De voorzitter: Met uw installatie als lid van de gemeenteraad. Ik wil u, en ik denk dat ik namens allen hier spreek, wil u veel succes de komende maanden wensen. En ook eerlijk gezegd, wens ik u daarbij ook plezier, want het raadswerk, maar u kent natuurlijk ook als commissielid, eerder ervaren, maar het raadswerk is hard werken, veel stukken, een boel vergaderen.

Maar het is ook wel fijn als mensen er een beetje plezier in hebben. Dat gun ik u van harte. En dan ga ik u als een soort toelatingsbewijs, kunt u gelijk aanschuiven, uw naambordje. De heer Van Balen: Dank u wel. De voorzitter: En een bloemetje. De heer Van Balen: Nou, fantastisch. De voorzitter: Namens ons allen … De heer Van Balen: Geweldig. De voorzitter: Van harte gefeliciteerd. De heer Van Balen: Dank u. De voorzitter: En dan ga ik zo schorsen, dan kunt u allemaal feliciteren, als u daarmee even wacht. Ik stel voor, we hebben al eerder een bloemetje gestuurd naar mevrouw Hidding, u heeft een kaart gestuurd, ik stel voor dat wij toch morgen haar opnieuw een bloemetje sturen namens u allemaal, het gemeentebestuur, en haar die komende weken gewoon een periode van een goed herstel wensen en dat we ook van harte hopen dat we haar gezond, blakend en wel, over zestien weken hier weer terugzien. Volgens mij bent u het daar ook mee eens. En dan schors ik nu even de vergadering, kunt u feliciteren.

4.

Mededelingen (komt aan het einde van de vergadering aan de orde) BESPREEKPUNTEN

5.

Raadsvoorstel verkenningsfase herindeling De voorzitter: Ik heropen de vergadering. Aan de orde, agendapunt 5, starten verkenningsfase herindeling. Het voorstel omvat vijf punten. Ik lees het even voor, dat ook mensen die thuis meekijken weten waar het precies over gaat. Voorstel één, de uitgangspuntennotitie voor de gesprekken met gerede herindelingspartners vast te stellen. Twee, kennis te nemen van het plan van aanpak van de verkenningsfase. Drie, het college te vragen de verkennende gesprekken te voeren conform het plan van aanpak verkenningsfase, waarbij eerst gesproken wordt met de meest gerede fusiepartners, de gemeenten; in alfabetische volgorde, Gooise Meren, Hilversum en Stichtse Vecht. Vier, voor de verkenningsfase een budget beschikbaar te stellen van 200.000 euro, en deze te dekken ten laste van de algemene reserve. Vijf, de bijbehorende begrotingswijziging vast te stellen. En dan ook nog zes, kennis te nemen van de brief, zoals die naar de gerede herindelingspartners gaat, en kennis te nemen van de brief die naar de samenwerkingspartner gaan. Er is één amendement ingediend door het CDA. Ik stel voor, we kijken straks in welke volgorde u wilt spreken, dat we even beginnen dan met het CDA, want dan kan gelijk het amendement worden toegelicht.

Gelijk dan, als dat zo gaat qua volgorde, dat de eerste termijn wordt afgemaakt, want dit is wel een onderwerp, heb ik ook begrepen uit de bijbehorende commissievergadering, dat het wel van belang is dat toch ook raadsfracties, dat u duidelijk maakt waar u staat. Want dit is wel weer een nieuw belangrijk moment voor de toekomst van de gemeente, dus voor de toekomst van onze inwoners. Als eerste het woord aan mevrouw Van Rijn, ga uw gang. Mevrouw Van Rijn: Dank u wel, voorzitter. Allereerst wil het CDA nogmaals de organisatie, het college, de burgemeester, bedanken voor de heldere stukken. Zowel het raadsvoorstel, als de uitgangspuntennotitie is wat ons betreft verbeterd. Je komt natuurlijk niet helemaal, ontkomt niet helemaal aan algemeenheden, maar dat is de fase, soms meerdere malen uitgelegd, de fase van verkenning, en daar hoort dat bij. Eerder hebben wij een opmerking gemaakt over de gesprekken, mogelijk met Stichtse Vecht en de commissie, die daar heeft plaatsgevonden. Wat ons betreft, we hebben een amendement daar mogelijk op aangekondigd, waren de antwoorden van de portefeuillehouder, in dit geval de burgemeester, helder en duidelijk, en hebben wij ook geen behoefte meer om dat te amenderen. Wij zouden zeggen, gaat u lekker op gesprek en dan zijn wij heel benieuwd wat daar uitkomt.

Afgelopen dinsdag hebben wij ook uitgebreid met elkaar gesproken over de uitgangspuntennotitie. Het CDA heeft aangegeven het hoofdstuk wonen toch wat, enigszins te willen wijzigen. Die hebben we ook aangegeven, in de amendement aangekondigd. Dit omdat wij de vrijheid willen hebben en houden om eigenlijk zelf te beslissen over woningbouw, en mogelijk in latere onderhandelingen die vrijheid nog te hebben. Los van alle beperkingen die er al zijn rondom bouwen, landelijke regelgeving, de provincie et cetera, denken wij dat het niet slim is om onszelf vast te zetten. En wat ons betreft doen we dat toch een beetje, een beetje te veel in de uitgangspuntennotitie. In het amendement hebben wij bewust niets toegevoegd, omdat wij denken dat dan iedereen misschien wensen heeft of dingen zou willen toevoegen. Willen wij misschien ook wel, maar daar gaat het nu niet om. We hebben een gedragen notitie, maar wij hebben wel gemeend iets te moeten schrappen. Het hoeft wat ons betreft, ik wil nog wel een korte discussie, maar niet te eindeloos. We hebben gewoon een amendement gemaakt, dat heeft iedereen volgens mij ook voor zich, ik weet niet of het zinvol is om dat helemaal voor te lezen. Maar wij stellen voor een aantal dingen te schrappen, en dat zal ik dan even toelichten.

De eerste bullet, onder wonen, daar staat, ‘waar dat binnen de gemeentegrenzen te combineren is met het behoud van het bestaande areaal aan natuur en recreatie, kan

bebouwing plaatsvinden’. Waarom willen wij dit schrappen, voorzitter? Omdat wij denken, als we kijken naar het Cannenburgerpark, of de Molenmeent et cetera, dat zijn nu ook door de provincie aangewezen Bijzonder Provinciaal Landschap, dus met behoud van natuur zal niet altijd kunnen. Dus als wij zeggen, dat zijn mooie locaties om te bouwen, dan heb ik het nog niet eens over onze polders of randen van het dorp, maar zitten heel veel locaties, wat nu Bijzonder Provinciaal Landschap is, dus natuur, daar zou je dan niet kunnen bouwen. Dus wij denken, laat dat gewoon weg. Dat doet ook geen afbreuk aan wat wij willen volgens mij. Dus ons voorstel is om dat, die bullet gewoon te schrappen. Dan blijft er over, ‘conform de afspraken rondom de bijdrage van Wijdemeren aan het regionale woonopgave, ligt de opgave minimaal zevenhonderd woningen te bouwen in onze dorpen’. Daarachter staat, ‘ontwikkelingen die al enige tijd op de planning staan krijgen prioriteit’. Wat ons betreft, prima om die in de pijpleiding te houden, maar laten we dat stukje weglaten. Laat het college, gezamenlijk met de raad, die prioriteit bepalen. En het lijkt ons zinvoller om met kansrijke plannen soms naar voren te trekken. Dan de derde bullet, ‘er dient in onze dorpen gebouwd te worden op een manier die passend is bij het karakter van de dorpen en de prachtige natuur’.

Wat ons betreft is dat een mooie dekking voor hoe wij naar woningbouw kijken in onze gemeente, en kunnen we dus het tweede deel schrappen, waarin staat, ‘hoogbouw kan alleen plaatsvinden als dat passend is in de omgeving’. Als wij dit zouden indienen in de tijd dat we misschien met een laantje bezig waren, ik snap dat een aantal daar blij mee waren, maar je beperkt jezelf heel erg, dat soort projecten kunnen dan niet meer. En ‘bouwen in onze mooie groene polders is geen optie’, dat zouden wij ook willen schappen. En dan uiteraard de laatste bullet, ‘divers bouwen voor jongeren, jonge gezinnen en senioren’, kan wat ons betreft blijven staan. Dat was het amendement, voorzitter, in eerste termijn. En wij wensen het college en de organisatie veel succes met de verkennende gesprekken, en zijn zeer benieuwd naar de uitkomst daarvan. De voorzitter: Mevrouw Van Rijn, dank u wel. Dan werd ik er net op attent gemaakt dat ik in ieder geval de eerste fout bij het voorzitten van een vergadering dit jaar al heb gemaakt, want ik heb daarnet agendapunt 4, mededelingen, overgeslagen. Ik stel voor dat we dat bij de sluiting, dat we dat punt nog even meenemen.

En dan kan ik nu vast mededelen dat, in overleg met de griffier besloten, dat na afloop wij niet wat we normaal doen, een drankje nog hebben, maar gezien het feit dat men zegt dat het behoorlijk glad aan het woord is en gaat worden vanavond, dat ik denk, we hebben hopelijk een vrij beknopte vergadering, dat zou met één agendapunt inhoudelijk kunnen, dat iedereen dan straks zo vroeg mogelijk weer gaat zorgen veilig thuis te komen. Dat is ook belangrijk. Dat was mevrouw Van Rijn, het CDA. Dan kijk ik even verder de rij af. Ja, mevrouw IJsbrandij? Ja, ik doe maar even zo het rijtje rond. Nee, dat … Mevrouw IJsbrandij: Dank u wel, voorzitter. Uiteindelijk deed natuurlijk ook in de commissie al een soort van op twee benen hinkelen. We hebben een uitgangspuntennotitie die we graag zelf wat aan wilden scherpen, van algemeenheden wegblijven. Maar uiteindelijk zijn het natuurlijk toch drie uitgangspunten geworden, hoofduitgangspunten geworden, die toch vrij algemeen zijn.

Dus je hinkelt een beetje op twee benen, gaan we nu amendementen indienen voor degene waar we ons niet in kunnen vinden, en deze nog verder aanscherpen? Of moeten we ons beseffen dat dit een verkenningsgesprek is en dat het dus gaat om, eigenlijk om de vraag, goh, wilt u onze fusiepartner worden? En vervolgens wordt er in onze opinie besproken of er draagvlak, bestuurskracht, interne samenhang en nabijheid van bestuur en regionale samenhang is. Dat waren eigenlijk de punten die dan in dat eerste verkenningsgesprek, hebben wij begrepen uit de stukken, worden besproken. Vraag aan de portefeuillehouder is wel, is dit dan aannemelijk dat het hier dan strikt stopt in het verkenningsgesprek? Dan in de communicatie, wilden wij nog aanhalen, daar heeft mevrouw Rademaker duidelijk aangegeven vorige week in de commissie dat daar het één en ander flink nog steeds misgaat. Dat is een ergernis en een irritatie en alles tegelijk van de hele raad. Het komt maar niet goed. Daar heeft de portefeuillehouder in toegezegd, verbetering en optimalisatie de komende week en de komende tijd. Graag

zouden wij daar nog aan toevoegen, ik wil daar geen, niet per se een amendement voor indienen, maar als u daar een toezegging in kan doen. We hebben er eerder over gesproken en toen werd er ook gezegd, dat moet in de agendacommissie bepaald worden enzovoort. Wij zien heel graag een vast agendapunt terugkomen in de commissie bestuurlijke middelen, of in raadsvergadering of allebei, bestuurlijke toekomst, waarin steeds wordt teruggekoppeld enzovoort en vertelt hoe de agenda eruitziet voor de komende weken; wat staat er op de planning? Dan zijn we natuurlijk als DorpsBelangen zeer geïnteresseerd in hoe de andere gemeentes het gesprek gaan voeren. Waar gaat de discussie met name over, waar zal dat zich op toespitsen? Dus ook een vraag, kunt u ons toezeggen dat u de gehele gemeenteraad op de hoogte houdt, of een overzicht geeft van wat wanneer wordt besproken in welke gemeente? Dat voorkomt dat negentien man en commissieleden alle agenda's van de regiogemeenten moeten uitpluizen, wat wanneer wordt besproken. Dat zal het een stuk makkelijker maken. Wij zijn er wel nieuwsgierig naar hoe die discussie daar plaatsvindt. Nou ja, dan inderdaad alle lof voor de stukken, die zijn verder prima, al hebben wij onze aanscherpingen wel paraat voor de verdieping.

Wel willen wij het visieteam meegeven dat we eigenlijk ook heel graag zouden willen zien dat als er zo meteen een eerste terugkoppeling komt, er ook is meegenomen in het gesprek, we kunnen het verder niet amenderen of opleggen, maar dan toch, waar zit dan de meerwaarde in voor die gemeente als fusiepartner? Wat brengt het Wijdemeren en waar zien ze de meerwaarde voor zichzelf in zitten? Ik denk dat dat een beetje aansluit op wat de heer Goetheer zie, er moet ook, iedereen moet er goed vanaf komen, maar wij een beetje beter. Zoiets was het, meen ik. Dan een reactie op het amendement van het CDA, dan jeuken je handen om daar natuurlijk ook mee aan de slag te gaan, maar wij zullen dit amendement steunen. Dat is het voor nu, dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. VVD, de heer … De heer De Kruijff: Voorzitter, dank u wel. Ook namens de VVD fractie nogmaals dank voor de stukken die zijn aangeleverd aan de raad, dat was allemaal erg prettig om te lezen. We hebben vorige week uitvoerig gediscussieerd. Daar heeft de VVD fractie ook haar standpunt kenbaar gemaakt. Wij wensen het college en de rest van de delegatie heel veel succes bij de gesprekken met Gooise Meren, Hilversum en Stichtse Vecht. Wij kijken enorm uit naar de uitkomsten van die gesprekken. Ook dank aan de burgemeester voor beantwoording van de vragen die toen zijn gesteld; erg helder en duidelijk.

Dan rest ons alleen nog even te reageren op het amendement wat nu voor ons ligt, dat is van het CDA. De VVD fractie zal die niet steunen. Het CDA stelt vier dingen voor. Als het gaat om ontwikkeltrajecten die al enige tijd op de planning staan, die prioriteit krijgen, dan volgen wij de beantwoording die de burgemeester vorige week in de commissie heeft gegeven. Als het gaat om, hoogbouw kan alleen plaatsvinden als dat passend is in de omgeving, de VVD fractie is een groot voorstander van hoogbouw, maar juist waar dat passend is. Op de ene locatie is het passend om bijvoorbeeld zeshoog te bouwen, op een andere locatie is het misschien passend om driehoog te bouwen. Dus wat ons betreft kan het woordje passend heel goed terecht in deze uitgangspuntennotitie. Als het gaat om de zin, bouwen in onze mooie groene polders is geen optie, daar heeft de VVD fractie nog eens overleg over gehad. Wat ons betreft is het juist niet verstandig om die zin nu te schrappen, omdat je daarmee al je troeven voor nu weggeeft in een mogelijke onderhandeling die gaat plaatsvinden met die drie gemeenten. Het is juist een uitgangspuntennotitie op hoofdlijnen. En er staat ook in de uitgangspunt, er dient in onze dorpen gebouwd te worden op een manier die passend is bij het karakter van de dorpen en onze prachtige natuur.

En om dan nu al te zeggen dat, om de zin te schrappen, kan je mogelijk doen laten overkomen aan andere gemeenten dat we juist wél in onze groene polders willen bouwen. En wij zouden zeggen, joh, doe dat nou niet. Laat straks uit de onderhandelingen blijken of andere gemeenten van plan zijn om toch nog het één en ander mogelijk te krijgen bij onze gemeente, en dan kunnen we altijd ons standpunt nog nuanceren. Dat wil niet zeggen dat als wij deze zin opnemen in de uitgangspuntennotitie of in ieder geval behouden zoals die er nu in staat, dat de

VVD bijvoorbeeld tegenstander zou zijn van het woningbouwproject Nederhorst-Noord. De VVD fractie is nog altijd, ook twee jaar geleden en ook nu, voorstander van dat woningbouwproject, of dat nou een gelopen race is of niet. En wij zullen ook straks een stemverklaring afleggen op dat punt. Dat was het in eerste termijn, voorzitter. De voorzitter: Er is een interruptie van mevrouw Van Rijn. De heer De Kruijff: Dat dacht ik al. Mevrouw Van Rijn: Dank u wel, voorzitter. Ik zou bijna willen zeggen, een verhelderende vraag, want ik begreep eigenlijk niks van deze argumentatie. Ik begrijp best hoor dat er een coalitieakkoord ligt en dat de VVD dat ondersteund heeft, en dat daar liever niet bouwen in de polder. Maar ik begrijp dan niet dat u zegt, we geven onze troeven weg in de onderhandeling. Die zou ik dan graag wel even toegelicht willen hebben, want we zeggen juist, het mag niet. En u wilt Nederhorst-Noord bereiken, ik wil misschien andere locaties bereiken. Trouwens, wij hebben altijd gezegd, als de provincie er wel voor openstaat, laten we er dan vooral naar kijken. En dan staat er nu, het mag niet. Wat bedoelt u met die troeven? Dus dat zou ik graag uitgelegd willen zien. En ik begrijp ook de zin niet, ik heb even met u mee getypt, ja, het is in die gesprekken ook wel prima, als andere gemeentes dan toch iets van plan zijn bij ons te bouwen, dan kunnen we altijd nog kijken.

Het gaat er nu toch om wat wíj willen? Het gaat er toch in zo'n uitgangspuntennotitie niet om wat de ander wil? En dan zegt u dus tegen het college, ga alstublieft die gesprekken in met de basis, niet bouwen in de polder, maar als een andere het dan toch wil, nou ja, dan kijkt de VVD wel weer. Wat wilt u nu eigenlijk? Of is het antwoord gewoon, we zitten vast aan het coalitieakkoord. Is ook prima, dat is politiek, maar dat zou iets duidelijker zijn voor ons. De voorzitter: De heer De Kruijff. De heer De Kruijff: Dank u wel, voorzitter. Klopt, het is ook een afspraak die we hebben gemaakt in het bestuursakkoord, en daar houdt de VVD zich ook graag aan. Als het gaat om uw vraag, wij beredeneren dan op de andere manier. Als wij nu deze zin schrappen, zou dat kunnen doen laten overkomen aan andere gemeenten dat we juist wél willen bouwen in deze polders. Door deze zin er nu in op te laten nemen, kan het college met die gemeenten in gesprek. Staat deze zin erin, en dan kan uiteindelijk tijdens de onderhandelingen nog altijd blijken of andere gemeenten vinden dat er toch iets mogelijk moet zijn. En dan kunnen we altijd, als we verdiepende onderhandelingen voeren, kan de gemeente Wijdemeren nog altijd haar standpunt nuanceren. Dus wij beredeneren hem eigenlijk op de andere manier.

De voorzitter: Vervolgvraag, mevrouw Van Rijn? Mevrouw Van Rijn: Ja, voorzitter, en dan hoop je natuurlijk dat zo’n verduidelijkende vraag ook duidelijker wordt, maar dat wordt hij bij ons niet. U beredeneert op de andere manier, want dat zou kunnen lijken dat iemand wilt dat u toch wil bouwen in de polder. U heeft in het coalitieakkoord laten opnemen dat de VVD mag bouwen bij Nederhorst-Noord, dat de VVD daar een uitzonderingspositie heeft. Maar het moet vooral niet lijken bij de andere gemeenten dat de VVD wil bouwen bij Nederhorst-Noord. Kunt u dat toch nog één keer … En dan, voorzitter, dan ga ik in de tweede termijn daar nog wel op verder. Maar het andersom redeneren, krom of recht, wij snappen er echt niks van. De heer De Kruijff: Nou, voorzitter, wat mij betreft is het wel heel duidelijk. Het klopt, in het coalitieakkoord staat heel duidelijk aangegeven dat de VVD, als het gaat om bouwproject, woningbouwproject Nederhorst-

Noord, een afwijkend standpunt kan innemen. Wij hebben geen ander standpunt toegedaan. Ik wil best, als het u zint, een amendement indienen waarin staat dat we een uitzondering maken als het gaat om Nederhorst-Noord. Ik hoor toch dat u dan dat amendement zou steunen, dat zou toch heel erg mooi zijn. Maar ik denk niet dat er draagvlak gaat zijn om nu een amendement in te dienen, waarin dan een uitzondering staat in een uitgangspuntennotitie, een verhaal op hoofdlijnen, waarin dan staat, bouwen in de groene polders is geen optie, tenzij het gaat om Nederhorst-Noord, dan wel. Als u zegt, nou, daar doe ik graag aan mee, dan wil ik dat amendement zeker in steunen. Zou een mooi nieuwtje zijn. Maar ik zie daar geen draagvlak voor. En daarom heeft de VVD besloten straks een stemverklaring af te leggen als het gaat om woningbouwproject Nederhorst-Noord. Want wat ons betreft is het heel erg helder dat, of het nou een gelopen race is of niet, woningbouwproject Nederhorst-Noord kan nog steeds door. Dat was ‘m. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Dan Partij van de Arbeid, mevrouw Abrahamse. Mevrouw Abrahamse: Dank u wel, voorzitter. Het doel van deze extra commissie en raad is natuurlijk om met elkaar te komen tot een optimale start voor de verkenningsfase, zowel op inhoud als op proces.

Wat betreft de inhoud voldoet de uitgangspuntennotitie, wat ons betreft, hebben we vorige week ook al uitgebreid benoemd. Het is heel belangrijk dat we gezamenlijk tot die drie kernwaarden zijn gekomen. En die gezamenlijkheid is wat ons betreft op dit moment heel essentieel. Dat betekent ook dat de uitwerking op hoofdlijnen voor ons prima is, omdat, als je te veel in detail zou gaan, nou ja, dat merken we nu net ook al, dat je dan de politieke verschillen ook weer versterkt met elkaar. En ik denk dat dat, voor ons is dat nu niet het moment om dat te doen. Wij hebben tijdens de commissievergadering wel wat inkleuring gegeven aan die drie kernwaarden, maar ervoor gekozen om niet te amenderen om wat ik net noem. Ook wat betreft het plan van aanpak, strak uitgezet in tijd, dat heeft ook onze steun. Nou, u kent ons allemaal als een kritische fractie en dat is ons inziens ook wel vaak nodig, maar het is ook fijn om een keer complimenteus te zijn. En dat kunnen wij vanavond, en dat zeiden we vorige week al in de commissie voor de voorliggende stukken. Allemaal goed uitgewerkt. Wel hebben we, net als de andere fracties, ook nog wel behoefte aan een toezegging rond dat communicatieplan. Die vraag hadden we natuurlijk vorige week ook al gesteld, ook door anderen gesteld. Dat moet er echt snel komen. En het antwoord vorige week van de portefeuillehouder was, zo snel mogelijk.

De vraag is of daar ook een datum aan verbonden kan worden, omdat juist, om zowel de raad als inwoners, iedereen mee te nemen die hier belanghebbend in is, dat die communicatie essentieel is. Dus in die zin zouden wij daar graag nog een nadere toelichting, of tenminste een nadere specificatie krijgen van het moment. Ingaand op het amendement van het CDA, zoals genoemd, hadden wij er geen behoefte aan om te amenderen, maar we kijken natuurlijk altijd serieus naar degenen die dat wel doen. Eerlijk gezegd, ik pak hem er weer even bij, kunnen wij ons vinden in de tekst die er nú staat over wonen. Waar wij ons wél aan kunnen committeren, is de zin eruit te laten, ontwikkeltrajecten die al enige tijd op de planning staan krijgen prioriteit. Ik denk, als we hier iets in doen, dan geven we ons iets meer ruimte om die zaken die we sneller met elkaar kunnen oppakken dan wat er nu ligt, om die te prioriteren. En dat zou fijn zijn, gezien de urgentie. Wat ons betreft is verder de tekst relevant, dus ik weet niet of we daar iets in kunnen onderhandelen met elkaar. Als dat gescheiden kan zijn, dan kunnen we ons daarin vinden. Nou, we weten dat er heel breed meegeluisterd wordt vanavond, ook vanuit de gerede partners, dus van ons uit ook, van ons uit, de fractie PvdA-GroenLinks, wensen we iedereen heel veel wijsheid en succes, en ook plezier bij de gesprekken.

En wij zien enorm uit naar de gespreksresultaten. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel. Kom ik bij Groep Goetheer, de heer Goetheer.

De heer Goetheer: Dank u wel, voorzitter. Hier zit eigenlijk gewoon een heel gelukkig man vanavond, dat mag ook weleens gezegd worden. Nou, vorige week in de commissie, ik was zeer content met het stuk. Uiteindelijk blijkt ook wel, wordt één amendement maar ingediend voor de uitgangspunten. Het amendement houdt ook alleen maar in om een aantal zinnen te schrappen. Ik denk dat dat het grootste compliment is wat er aan de schrijvers van dit stuk gegeven kan worden op zo'n belangrijk punt als de start van onze verkenningsfase. En dat is toch hier de raad gezamenlijk. Wanneer ik dan kijk meteen naar het amendement, dan is dat voor mij gewoon, hier ligt de keuze, steun ik het verkiezingsprogramma van het CDA, of steun ik het bestuursakkoord? Nou, dat is voor mij geen keuze, ik steun natuurlijk het bestuursakkoord. Ook wanneer gesproken wordt net over communicatie, en die begrijp ik vanuit het verleden, daar ben ik zelf ook meer dan kritisch op geweest. Ik ben wel echt heel blij met het stuk wat nu voorligt en de aandacht in de communicatie van ons allen. Maar ook, de burgemeester heeft er dingen aan gedaan, we hebben extra ondersteuning daarin, waardoor ik eigenlijk wel weer de stappen aan het zetten ben naar richting vertrouwen in onze komende communicatie. En daar kijk ik erg naar uit. Ik weet dat deze uitspraak ook beluisterd wordt, dus ook daarin veel succes alvast.

Dan nog één opmerking richting het CDA. Er werd net gesproken over het Bijzonder Provinciaal Landschap, volgens mij kan daar sowieso niet gebouwd worden. Dus linksom of rechtsom, volgens mij klopt het niet wat daarover gezegd werd. Of het hier nu erin staat of niet, er zijn gewoon bepaalde gebieden waar we sowieso niet in kunnen bouwen en waar wij nu niet, maar ook niet na een fusie, iets over te zeggen hebben. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Van Rijn. Mevrouw Van Rijn: Daar heeft, dank u wel voorzitter, daar heeft de heer Goetheer helemaal gelijk in. Alleen, het is natuurlijk wel zo dat er in de tussentijd verkiezingen zijn geweest bij de provincie, en ook de provincie heeft een akkoord gemaakt. En in dat akkoord staat dat de provincie opnieuw zou kijken naar de verdeling van het Bijzonder Provinciaal Landschap, en iets meer ruimte wil bieden om te kunnen bouwen. Dus vandaar de opmerking. Maar dat het nu niet kan, is prima. En daarom hebben wij getracht, zet het nou niet op slot, want als de provincie akkoord geeft, willen wij dat ook. Maar u heeft gelijk, nu kan het niet. De voorzitter: Oké, dan kom ik bij D66, de heer Roosenschoon. De heer Roosenschoon: Dank u wel, voorzitter. Wij zijn ook in grote lijnen tevreden met de uitgangspuntennotitie. De paar opmerking die we hadden, ook in de commissie, die blijven nog steeds bestaan.

Een gedeelte is opgelost, met name het aanscherpen van de communicatie, wat is toegezegd. En het benoemen ook, was een suggestie van DorpsBelangen, om daar een vast punt van te maken op de agenda van de raad, dat lijkt ons een uitstekend punt. We hadden dat trouwens al langer van tevoren met de hele provinciale, her en der ook de regionale herindeling. Dus het is niks nieuws eigenlijk om daarvan regelmatig op de hoogte gehouden te worden. Aanscherpen van de communicatie. Nou, daar zien we met vertrouwen tegemoet, en we zien graag ook de uitwerking daarvan. Plan van aanpak. Ons plan van aanpak is wat ons betreft uitstekend, maar laten we wel de kanttekening maken, het is een eenzijdig plan van aanpak. We moeten ook nog weten wat het plan van aanpak zal zijn van onze toekomstige fusiepartners. Dus dat is toch wel een punt wat we graag willen weten. En ook, ik neem aan dat dat bij de eerste verkennende gesprekken ook wel naar voren zal komen, wat het beoogde tijdpad is in de gerede partners, zoals we ze nu noemen. We weten in ieder geval dat er één waarschijnlijk buiten de boot valt, maar dat is vrij waarschijnlijk in ieder geval. Maar het is mogelijk, en de geruchten die wij horen, zijn er ook toch andere plannings in Hilversum en Gooise Meren.

En in hoeverre zijn wij afhankelijk in onze keuze van de planning van deze twee gemeentes? Dat is iets wat wij toch wel graag opgehelderd willen zien bij de eerste gesprekken. De opmerking van VVD over de amendement van het CDA vinden wij eigenlijk een beetje vreemd. Want je zou haast zeggen dat het doorgeschrapte gedeelte juist voor jullie zo belangrijk is, of voor de VVD belangrijk is. En ik heb zo het idee dat

… Dit amendement beschouw ik eigenlijk een beetje als een grof schuurpapier wat over de tekst is gegaan, waarbij alle scherpe randjes er een beetje van afgesleten zijn, zodat het eigenlijk een voor iedereen aanvaardbare tekst zou worden. Dus vandaar dat de negatieve reactie mij een beetje verbaast. Wat mij eigenlijk daarna ook verbaasde, waar ik eerder nog niet bij stil had gestaan, en ik zou haast zeggen dat dat een soort van overkoepelend thema zou moeten zijn van de uitgangspuntennotitie, is dat, er wordt nergens gesproken over onze lange termijn beleidsstukken. En met name als we het hebben over wonen, waarom wordt niet de woonvisie aangehaald, of de herziene woonvisie die er toch binnenkort ook gaat komen? En juist dat element moeten we ook meenemen bij de besprekingen met de fusiepartners. Maar dat gaat ook voor het wegenplan, het gaat ook voor het parkeerbeleid. En waarom zou je niet zeggen dat, als overkoepelend stuk bij onze uitgangspunten, toch ook het langetermijnbeleid van Wijdemeren voorop moet staan? En dat is eigenlijk iets waar ik tot nu toe niet bij stil had gestaan. Maar naar aanleiding van het amendement van het CDA dacht ik, hé, daar ontbreekt wat. Maar ik wilde graag weten van de collega's hoe zij hier tegenover staan. Verder, het amendement zullen wij dus steunen.

Het is een afzwakking van de oorspronkelijke tekst, een aantal punten, maar tegelijkertijd ook daardoor misschien aanvaardbaar voor iedereen. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel. Dan kom ik bij de ChristenUnie, mevrouw Kaper. Mevrouw Kaper-Hartenberg: Dank u wel, voorzitter. Ik zie dat de tijdsklok niet loopt, maar ik weet niet of dat een probleem is. Nee? Wat een heerlijkheid. De voorzitter: Tenzij u nou heel uitdagend te werk gaat. Mevrouw Kaper-Hartenberg: Ja, ik ga nu mijn hele tekst voordragen. Voorzitter, voor ons ligt het voorstel om de uitgangspunten en het plan van aanpak vast te stellen. De ChristenUnie vindt dat de documenten recht doen aan de zorgvuldigheid waarmee we dit proces als raad, college en ambtenaren, hebben vormgegeven. Ik reageer als eerste even op het amendement van het CDA. Wij kunnen als ChristenUnie, net als Partij van de Arbeid-GroenLinks, de zin over de ontwikkeltrajecten die al enige tijd in de planning staan, om die te schrappen, omdat die prioriteit krijgen. Die kunnen wij goed volgen. We hebben tot nu toe nog weinig zicht op ontwikkeltrajecten die in voorbereiding zijn. En de ChristenUnie is ook van mening dat projecten die snel gerealiseerd kunnen worden, met name woningbouw voor senioren en jongeren, ook een kans moeten krijgen wanneer die zich aandient. Dus die zin, dat die eruit wordt gehaald, daar kunnen wij ons goed in vinden.

De andere zinnen willen wij liever laten staan, gewoon simpelweg omdat we ons daarin kunnen vinden dat die in deze notitie staan. Wij zien deze notitie ook niet als een definitief voorstel aan de potentiële fusiepartners. Het is de basis waarmee je de gesprekken ingaat, en dan moet je samen ook weer tot nieuwe afspraken zien te komen. Maar goed, ik weet niet of het amendement in zijn geheel wordt ingediend, of dat daar nog een opsplitsing mogelijk is, maar dat laat ik graag even aan mevrouw Van Rijn, wat ze daarin zou willen doen. De heer Brand heeft tijdens de commissie aangegeven dat inderdaad communicatie ook voor ons prioriteit heeft. Ik kan me ook goed vinden in de vraag van DorpsBelangen om een regelmatige toezegging te doen en dat gewoon in de vergadering op te nemen. We hebben het al eerder gezegd, het sociaal domein is voor ons als ChristenUnie één van de belangrijkste thema's waarbinnen wij de kwaliteit willen waarborgen voor onze inwoners. Hoe staat een potentiële partner tegenover het sociaal wijkteam, het minimabeleid en initiatieven, zoals Gezond Wijdemeren? En hoeveel ruimte is er straks om daarmee verder te gaan? We realiseren ons dat deze onderwerpen pas op een later moment concreet worden uitgediept. We geven u alvast mee dat dit voor ons zwaar zal wegen bij de uiteindelijke keuze voor een partner.

Onze fractie wenst de Wijdemeerse delegatie, wat ik toch een mooi woord vind om te gebruiken, heel veel succes toe de komende weken. Iets moet mij wel

van het hart, de afgelopen maanden hebben we, en ook ik, regelmatig de vergelijking getrokken met de zoektocht naar een huwelijkspartner. We gaan daten, Wijdemeren wil een aantrekkelijke bruid zijn. Persoonlijk hecht ik heel veel waarde aan het romantische huwelijk. Twee mensen die van elkaar houden en elkaar trouw beloven in armoede en rijkdom, in ziekte en gezondheid, tot de dood hen scheidt. In de ideale situatie gaat het om twee gelijkwaardige partners die uit liefde en vrije wil volmondig ‘ja’ tegen elkaar zeggen. En dat heeft voor heel veel mensen een diepe emotionele betekenis. Nu ben ik groot fan van kostuumdrama's als The Crown, The Gilded Age en Downton Abbey. En dat maakt mij tegelijkertijd ook een liefhebber van de ’s-Gravelandse Landgoederen, zoals u zou kunnen voorstellen. In de adellijke kringen van de achttiende en negentiende eeuw had het huwelijk één doel, het familiefortuin veiligstellen door een huwelijkspartner uit te kiezen met een flinke bankrekening. Nou, die uitgangspositie hebben we als Wijdemeren helaas niet. Maar van verliefdheid, daten en een romantisch aanzoek, zal de komende maanden toch ook geen sprake zijn. Want het is wel uit noodzaak geboren en dat moeten we niet vergeten. Ik zou om die reden in het vervolg, en ik hoop dat u dat met mij deelt, dus liever spreken van een verstandshuwelijk.

Een verbintenis die niet in de eerste plaats is gebaseerd op liefde, maar op gemeenschappelijke belangen. Tussen twee mensen zou ik een verstandshuwelijk niet aanbevelen. Maar wanneer we over gemeenten spreken, is het toch beter om geen romantische verklaringen af te leggen. En hoewel verstandshuwelijken soms toch ook wel tot oprechte liefde leiden. Dank u wel. De voorzitter: Nou, u geeft ons wel wat mee. Dan kom ik bij De Lokale Partij, mevrouw Rademaker. Mevrouw Rademaker-Verdegaal: Dank u wel, voorzitter. Nou, de eerste liefdesbrief hebben we al gekregen vanuit de regio, dus ik ruik kansen. Voorzitter, laten we niet de commissie overdoen, maar De Lokale Partij wil toch echt nog even de aandacht vragen, net als enige collega's al gedaan hebben, voor de communicatie. Het snuffelstadium gaat nu starten. Dat klinkt heel oneerbiedig, zo bedoel ik het niet, maar daarmee geef ik wel weer dat de nota van uitgangspunten voor verkennende gesprekken vastgesteld wordt. Dus niet een in beton gegoten eisenpakket ten aanzien van fusie. Dat betekent dat wij drie krachtige kernboodschappen hebben samengevat, waarin ik denk, en met mij de rest van De Lokale Partij, we recht doen aan wat de inwoner ons mee heeft gegeven de afgelopen weken en maanden. De communicatie, hoe het nu verder gaat, zou De Lokale Partij echter wel graag wat preciezer ingevuld willen zien.

Toch hopelijk niet alleen digitaal. Die website, wanneer komt hij in de lucht? En als hij dan voorlopig nog even in bouwstadium verkeert, kunnen we dan de Toekomst-pagina op de gemeentelijke website gebruiken, om hem weer eens een flinke update te geven, waar we bijvoorbeeld ook het schema, zoals we al met mijnheer Van de Laar besproken hebben, in op kunnen nemen, zodat dat voor de inwoners ook inzichtelijk wordt hoe in principe de komende maanden eruit zien. Een prognose in de tijd, een tijdspad wat voor inwoners duidelijk maakt wanneer en in welke vormen er met hen gecommuniceerd zal gaan worden. Waar we in ook duidelijk het voorbehoud maken, dat we hierin natuurlijk ontzettend afhankelijk zijn van de partners. Partners inderdaad. De Lokale Partij vindt, zonder enige twijfel, dat ook met Stichtse Vecht, ondanks wat er misschien in media verschenen is, gewoon gesproken moet gaan worden. Inwoners hebben hun voorkeur daar ook voor uitgesproken. Dan het amendement van het CDA. Nou, het zal geen verrassing zijn, De Lokale Partij zal het amendement van het CDA niet steunen. Wij zien geen enkele reden om de tekst aan te passen, de tekst past ons. Wij vinden het ook hier nu niet het moment om een gedeelte van de woonvisie, een soort van hapsnap te behandelen bij een uitgangspuntennotitie. Daar is een woonvisie veel te belangrijk voor.

Laten we die nou gewoon de update geven die de tijd van ons vraagt. Kom ik ook bij de vraag van de heer Roosenschoon, beleidsstukken. In dat stadium zitten we nog niet, dat we met alle beleidsstukken onder onze arm naar de partners gaan. Dat komt zodra … De voorzitter: Vraag van de heer Roosenschoon.

De heer Roosenschoon: Voorzitter, uiteraard gaat het niet om de inhoud van beleidsstukken, maar het gaat er wel om, wat voor langetermijnbeleid we op dit ogenblik hebben vastgesteld, waar we de komende jaren ook aan gaan werken. Kijk, als we werken in het kader van de langetermijnvisie, moeten we ook zeker weten dat het niet weggegooid geld, weggegooide tijd is. De voorzitter: Mevrouw Rademaker. Mevrouw Rademaker-Verdegaal: Maar, als zoiets belangrijks als een langetermijnvisie op wonen aan de orde komt, en de partners weten dat de woonvisie in Wijdemeren geüpdatet gaat worden, de woonvisie zoals die nu ligt, dat is het basis vertrekpunt. De update die wij met elkaar straks uitgebreid gaan bespreken, en de aanpassingen die dat vervolgens zal opleveren in de woonvisie, die is de langetermijnvisie van ons als raad zoals we nu zijn, en zal dus meegenomen moeten worden in het stadium van onderhandeling. De heer Roosenschoon: Voorzitter, het gaat me niet over de inhoud van de woonvisie, of van andere beleidsstukken, maar wel dat als zodanig beleid is wat in deze raad wordt vastgesteld, en wat we als principe mee moeten nemen als overkoepelend punt bij de uitgangspunten. Mevrouw Rademaker-Verdegaal: Maar ik ga ervan uit dat dat is wat het vertrekpunt is van de gesprekken, de drie hoofdpunten plus het beleid wat Wijdemeren nu voert. De heer Roosenschoon: Wij ook.

Maar juist dat ‘plus’ staat er niet bij. Mevrouw Rademaker-Verdegaal: Oké, maar dan zijn we het met elkaar eens. En dan snap ik, ik snap alleen de ‘plus’ dan even niet, maar ... De voorzitter: Mijnheer Roosenschoon, laatste poging. De heer Roosenschoon: Ja, dat was uw ‘plus’, mevrouw Rademaker. Maar het ging er bij ons om, alleen dat het langetermijnbeleid wordt benoemd als zodanig. Mevrouw Rademaker-Verdegaal: Oké. En ik ga ervan uit dat dat níet benoemd hoeft te worden, omdat dat het logische vertrekpunt is waarvan we de gesprekken ingaan. Volgens mij is dit een discussie die nergens heen gaat, maar we zijn het met elkaar eens, en dat is het allerbelangrijkste. Even kijken, nou, dan heb ik er eigenlijk verder niks meer aan toe te voegen, anders dan, laten we gaan beginnen, burgemeester. De voorzitter: Ja, maar daarvoor moeten we toch nog even deze vergadering afronden. Ik heb nog even afgesproken met de heer Nienhuis, de plaatsvervangend voorzitter van de raad, ik probeer het zo vanaf hier te doen. Maar mochten er heel veel vragen komen, dat ik niet én behoorlijk kan antwoorden én voorzitten, dan kijken we even op dat moment, dat hij zou kunnen vervangen. De heer Aptroot: Dank voor uw opmerking. Wat ik heel leuk vind, is dat ik eigenlijk acht keer heb gehoord dat u, het gaat om een enkel detail, maar dat u uitermate tevreden bent over de stukken.

Dan kan ik wel als portefeuillehouder, of namens het college hier, trots zijn en gaan glimmen, maar ik kijk die kant op, naar onze organisatie. En dan zie je dat deze organisatie, ondanks allerlei vacatures en het feit dat we steeds zeggen, we hebben nog niet alles op orde, dat hier toch echt voortreffelijk werk wordt geleverd. Dus ik geef het nu door en we zullen het morgen ook nog even de organisatie, andere collega’s die hebben meegewerkt, laten weten. Want daar is echt hard aan gewerkt. Goed ook na de inbreng vanuit de inwoners, uiterst belangrijk, maar ook

vanuit u. Er is daar goed naar geluisterd, echt rekening mee gehouden. Dus dan krijg je ook zo'n mooi resultaat met elkaar. De vragen gaan voor een groot deel over communicatie. Dat begrijp ik. En ik heb inderdaad de vorige keer geantwoord, ja, er moet nog een boel gebeuren en zo snel mogelijk. Maar we zijn natuurlijk wel weer zes dagen verder, dus ik kan u zeggen, als u nú op onze website klikt, dan heb je die vakjes, die tegeltjes met onderwerpen. Er is één onderwerp met een afwijkende kleur, niet al diezelfde vlakjes, maar oranje, dat is het tegeltje Toekomst Gemeente Wijdemeren. Ik kan u ook meedelen dat morgen de eerste stukken van de aanpassing van de inhoud, als het over dit onderwerp, Toekomst Wijdemeren, gaat, dat die erop staan. Er wordt aan een aantal andere dingen hard gewerkt. Wij vinden, en of we dat nou doen toch door de hele website te vernieuwen, of iets ernaast, of een soort hulpstructuur, wij willen heel snel zorgen dat stapje nummer drie is, dat hij interactief wordt. Dus dat mensen, en dat schijnt al één dezer dagen te gaan, maar laten we even afwachten, dat mensen dus ook zelf … Het kan al, nou, mensen kunnen dus zelf al vragen gaan stellen, opmerkingen meegeven. Dus we hebben de eerste stappen, eigenlijk in nog geen week tijd, hebben we gezet. Of we dan nog een grotere stap voor de hele gemeente zetten, dat moeten we nog bekijken.

Als u zegt, het communicatieplan, daar moet niet alleen het zenden in staan, informatie geven, dat is al belangrijk. En ik ben het met u eens, we moeten straks ook, als we wat verder zijn, elke keer aangeven, op dat moment is het voor u als inwoners, voor verenigingen, voor bedrijven, wellicht heel interessant. Let op, we waarschuwen alvast, dan komen die stukken, dan kunt u reageren. Ik ga binnenkort ook dorpen langs en dan worden de mensen ook nadrukkelijk uitgenodigd, ook over dit proces, als ze nog wat hebben, geef het gelijk aan de burgemeester en de wethouders die erbij zijn, geef het mee. Ik ga even de vragen nog exact na. Het communicatieplan, kan ik u zeggen, wij hebben de bedoeling het communicatieplan, ook met name hierop gericht, u tijdig aan te leveren voor de commissievergadering van 8 februari. Dat betekent dat we het over een week of twee bij u zouden willen hebben. Ik zeg dat wat voorzichtig, want dan kijk ik weer die kant op, bij de andere collega's die dat moeten doen, maar het ziet ernaar uit dat ons dat lukt. En ik heb net vandaag met de griffier afgesproken dat wij in de agendacommissie ook vragen om voor de komende vergadering Bestuur en Middelen, maar eigenlijk permanent als vast agendapunt, dit op te nemen. Net zo goed als wij het ook elke week in het college op de agenda hebben staan.

Je kan makkelijk een keer zeggen, we hebben niks nieuws te melden, en dan gaan we door. Maar in ieder geval, het is een vast, het is een vast herinneringspunt. En ik zeg u ook toe, met dat informeren van de raad, het is aan de ene kant heel erg ingewikkeld. Ingewikkeld, omdat we nu, we gaan met drie gemeenten praten, als één gemeente zegt, wij gaan morgen onze raad informeren, en zijn niet te stoppen, dan gaan we u ook informeren. Als de gemeente zegt, we hebben nog een afweeg moment nodig, wacht nog eens twee weken, en we zouden gezamenlijk kunnen informeren over wat we met die gemeente of met gemeenten hebben besproken, het liefst willen wij het zo goed, zo zorgvuldig mogelijk laten gaan. En dat betekent dat wij, als we vanavond deze stap zetten, dat we vanaf morgen met drie, en misschien in het later stadium twee, en mogelijk een moment straks met één gemeente rekening moeten houden. En één van u vroeg daar ook naar, wij gaan inderdaad straks ook qua communicatie met elkaar optrekken. Ieder heeft natuurlijk zijn eigen verantwoordelijkheid naar zijn eigen raad en zijn eigen inwoners, maar het is ook zo dat het verstandig is om dingen af te stemmen. Dat gaan wij, is ons voornemen, ook doen met de gesprekken, waarmee wij morgen met het eerste gesprek starten. Wij gaan ook alle gesprekken, hebben we ons voorgenomen, eindigen met, kijken of we samen een conclusie kunnen trekken.

Wat hebben we hier besproken, wat hebben we afgesproken? Dat kan ook zijn dat we hebben afgesproken dat we samen iets uitzoeken, of één of twee weken later verder praten. En dat we ook elke keer afstemmen, kunnen we al communiceren? En wat willen jullie? Wat willen wij? Of moeten we nog even wachten? We gaan dat zorgvuldig doen. Zodra er zaken zijn die op een goede, verstandige, afgewogen manier gecommuniceerd kunnen worden, stellen wij natuurlijk onze raad en onze inwoners op de hoogte. En u weet, ons uitgangspunt is, en u wilt dat ook graag, als het enigszins kan, alles altijd in het openbaar. Is er qua gesprekken een ingewikkeld moment dat we zeggen, dit kan nog niet zo naar buiten, dat zou de relatie verstoren, maar we

willen een keer met de raad praten, dan moeten we ook niet zo botsen dat we zeggen, dan moet dat ook in het openbaar, dan praten we een keer vertrouwelijk met u. Maar het liefst een heel transparant proces, dat maakt het ook voor iedereen veel makkelijker. Als je niks geheim hoeft te houden, is het leven altijd wel het meest makkelijk. Ik kijk even. Er was nog de vraag van mevrouw IJsbrandij, verkenningsgesprek, blijft het bij de hoofdvragen? Ja, wat ons betreft wel. Het gaat om die hoofdvragen. Want daarna, als je zegt, van drie gerede partners weet je eigenlijk met wie je dat verstandshuwelijk of wat dan ook, maar in bij ieder geval, met wie je dat partnership écht wil aangaan, wie. Dan wordt er heel veel anders bij betrokken. En het is ook nu zo, als nu een gemeente aan heeft gegeven al, of aangeeft, we willen graag bijvoorbeeld jullie Meerjarenonderhoudsplan, of willen jullie nu fungerende nota over je woningbouw, dan krijgen ze dat natuurlijk. En zo hebben onze ambtenaren ook wel een paar dingen aan andere gemeenten vast gevraagd, want het is natuurlijk een proces, het gaat twee kanten op. Wij vragen wat, maar laten we eerlijk zeggen, wij hebben wat te bieden, want wij zijn geloof ik één van de drie gemeenten van de 40, 45 gemeenten in NoordHolland, die een sluitende meerjarenbegroting hebben, inclusief het rampjaar voor de meeste gemeenten, 2026.

Dus het is niet zo dat wij nu als een zielige figuur ‘alsjeblieft’ gaan vragen. We hebben een wens voor de lange termijn, we denken dat op de lange termijn, wat in de stukken staat, onze dienstverlening de bestuurskracht gediend is, met het opgaan met de andere gemeenten, of andere gemeenten, in een sterkere combinatie. Maar op dit moment laten we zien dat wij ook dingen voor elkaar hebben waar andere gemeenten nog alleen maar van kunnen dromen, en bijna alle gemeenten bijvoorbeeld in Noord-Holland. De voorzitter: Er was een vraag van mevrouw IJsbrandij? Mevrouw IJsbrandij: Dank u wel. U watervalt in woorden gewoon door, zeg maar. Maar het ging me dan even over, ook dit stuk neemt u onder de arm mee. Dus ook daar hebben de potentiële fusiepartners hun oog op laten vallen, en daar zullen ze een mening over hebben. En dat maakt elke keer dat we zo in, goh, en hoe strikt, stopt dan het gesprek? Want wonen bijvoorbeeld, of noem maar op, dat is bij ons een discussie, maar dat, ik kan me voorstellen … Kijk, zij hebben een eigen idee over hoogbouw. Nou ja, ik bedoel, kijk, discussie heeft vanavond al plaatsgevonden, er is een amendement. Ik kan me voorstellen dat u niet zegt, goh, tot hier en niet verder, tot de volgende keer. Daar probeer ik me dan een beeld bij te vormen, hoe gaat zo'n gesprek dan? Maar u heeft het net gezegd, dus uiteindelijk, dat is voor de verdieping.

En dan bent u dus weer bij ons teruggekomen met een terugkoppeling? De heer Aptroot: Ja, wij zullen regelmatig naar u terugkoppelen. In ieder geval, het is de bedoeling dat die verkenningsfase tot een conclusie luidt, waarbij twee of drie gemeenten, maar in ieder geval, waarbij de potentiële partners eigenlijk een soort handtekening zeggen, wij gaan met elkaar verdiepen. En we gaan kijken of we tot een soort contract kunnen gaan komen. En dan wordt, komt er heel veel aan de orde. Als zij nog ergens een vraag over hebben, kunnen ze die stellen. Maar al deze punten, wat in de stukken staat, dat hebben de andere drie gemeenten al lang bekeken. Ze zijn op de hoogte. En als ze een vraag hebben, kunnen ze een toelichting nog krijgen. Als ze denken dat we in deze fase gaan onderhandelen, nee, dat is niet de bedoeling. We moeten elkaar beter leren kennen en kijken of we bereid zijn dat huwelijk, of het nou via de liefdesbrief gaat, die we kregen van de regio, of dat het het verstandshuwelijk is, maar dat ze het interessant vinden om te kijken of een huwelijk zouden kunnen aangaan. That’s it. De voorzitter: Mevrouw Van Rijn. Mevrouw Van Rijn: Voorzitter, ik dacht, ik laat u even uw antwoord afmaken. Maar ik heb het oprecht niet goed verstaan. U had het over de gemeenten die geen sluitende begroting hadden in Noord-Holland. Ik heb het niet verstaan, maar ik ben wel heel nieuwsgierig.

Kunt u dat nog een keer zeggen?

De heer Aptroot: Er zijn, bij mijn weten, ik geloof maar drie gemeenten in Noord-Holland die een sluitende meerjarenbegroting hebben. Alle gemeenten hebben over een paar jaar een tekort, in dat bekende ravijnjaar 2026. Wij hebben zelfs dán een sluitende begroting. Dus ik vind dat wij een beetje die ellende van ons af moeten schudden en zeggen, we hebben moeilijke maatregelen genomen, er is stevig ingegrepen, dat is uw verdienste met elkaar, met het college, met de ambtelijke organisatie, hebt u allemaal gedaan. Eigenlijk al allemaal in gang gezet en nagenoeg geregeld voordat ik kwam. En we mogen best dus een beetje rechtop lopen en zeggen, hier zijn wij, Wijdemeren, we vragen wat, maar we hebben veel te bieden en wij hebben in ieder geval de komende jaren onze financiën op orde. De voorzitter: Ik zie mijnheer Roosenschoon. De heer Roosenschoon: Het was eigenlijk bij het vorige gedeelte van uw betoog. Wij hebben onze uitgangspuntennotitie, dus het is waarschijnlijk dat onze partners vroeg of laat ook komen met hun eigen uitgangspunten. En dan zou het interessant zijn om die ook met ons te delen. De heer Aptroot: Al die zaken die u nodig hebt, kunt gebruiken om elke keer weer een besluit te nemen, delen we met u. Dat is heel duidelijk. Maar ook dan praten we met de gespreksgemeente, is het akkoord dat wij gaan delen? Ik bedoel, maar we gaan het proces gewoon heel zorgvuldig aan.

De heer De Kruijff: Voorzitter? De voorzitter: De partij… Ja? De heer De Kruijff: Nou, het is niet zozeer een interruptie op u, maar aan toevoegen dat bijvoorbeeld een gemeente als Hilversum, 24 januari hun startnotitie bespreken, die documenten zijn allemaal openbaar te vinden. Dus ik zou mijn collega's … Ik snap ook dat het handig is voor de raad, als Wijdemeren, om een pakketje te krijgen. Maar deze stukken zijn ook gewoon openbaar te raadplegen, bijvoorbeeld van Hilversum, Gooise Meren nog niet, maar Hilversum en Stichtse Vecht trouwens wel. De heer Aptroot: Dank. Mevrouw Rademaker vroeg bijvoorbeeld, kunnen wij ook op de hoogte worden gesteld van de tijdlijn, de momenten waarop andere gemeenten iets bespreken, of nieuwe stukken? Dus we gaan even kijken, ik heb dat gehoord en we gaan kijken dat we een format vinden dat we zorgen dat u, ook als er bij andere gemeenten interessante vergaderingen naderen hierover, of nieuwe stukken zijn, dat we u daarover informeren of ze u doen toekomen. Dus dat is een toezegging van mij. En ik zie al mensen noteren, dus dat gaan we gewoon natuurlijk nakomen. Het beoogde tijdpad van de gerede partners, vroeg de heer Roosenschoon nog naar, dat is zo'n essentieel punt.

Als wij straks de eerste gespreksronde verkenningsfase hebben, dan zou het kunnen zijn dat gemeenten zeggen, nou ja, we hebben nu toch weer wat nieuwe, we hebben toch nieuwe informatie gehad, we hebben nog even twee, drie weken nodig voor een tweede gesprek. Nou, we hebben wat ruimte. Als een partner zou zeggen, geef ons nog een half jaartje à een jaar de tijd, dan weten we één ding zeker, dan gaan we het gewenste tijdpad nooit halen. Maar iets van een aantal weken tijd ergens zit daarin. Maar we gaan, en als we weten met welke partner we écht doorgaan, dan gaan we eigenlijk het tijdpad steeds samen bewaken, bekijken en opnieuw vaststellen met de partner. De heer Roosenschoon: Voorzitter, ik begrijp volledig, als het gaat om een kwestie van een paar weken, dat dat even leidt tot uitstel. Maar je zou kunnen voorstellen dat bij de verschillende partners een totaal ander idee van tijdpad is en van urgentie. We hebben altijd gezegd, zorgvuldigheid gaat voor snelheid. Dus in dat

geval zal ik wel willen weten wat dan het standpunt zou zijn dat het niet zo is dat het tijdpad an sich een soort van censuur wordt voor de keuze. De heer Aptroot: Nee, ik begrijp uw opmerking. Het is wel zo dat wij, de informatie zoals u heeft, die hebben we nadrukkelijk ook naar de gesprekspartners gestuurd. En één van de vragen die wij gaan stellen, kan je ons nu al reflectie geven op het tijdpad? Wat vinden jullie daarvan? Want uiteindelijk moet je het toch, je moet het toch samen gaan doen. Dus dat punt is duidelijk. Ik kijk even, dan heb ik denk ik alle vragen beantwoord. De voorzitter: Dan kijk ik even of er nog behoefte is aan een tweede termijn. Ik ga het rijtje nog even af. Mevrouw Van Rijn? Mevrouw Van Rijn: Ja, dank u wel, voorzitter. U begrijpt, ik ben erg getriggerd door uw opmerking dat Wijdemeren straks één van de weinige gemeenten is met een sluitende begroting, en iets wat het CDA daar eerder over gezegd heeft. Gaan we nu niet doen, ik kom maar met de CDA fractie met schriftelijke vragen over dat onderdeel. Dan, burgemeester, ik vind het fijn om te zien dat u gaat glimmen bij het woord communicatie, en daar volgens mij ook echt zin in lijkt te hebben. Natuurlijk hadden wij allemaal al zelf gezien dat die website het doet en dat de vakjes het doen en de linkjes, want ja, wij als raad sturen natuurlijk op de hoofdlijnen. Nee, grapje, burgemeester.

Maar we hadden het allemaal vast al gezien. De CDA fractie wilt u meegeven dat wij vinden dat uzelf prima in staat bent, met uw collega collegeleden, om in te schatten wanneer u ons informeert of niet. Ik zou het vervelend vinden als er een soort kramp ontstaat dat de raad bij elk detail geïnformeerd moet worden. Dan hebben we misschien in het ergste geval maar een keer wat gemist, maar dan komt u ons dat vanzelf vertellen, als dat nodig is. Dus voelt u ons, wat ons betreft, geen kramp om alles gelijk met ons te communiceren. Ik heb liever dat we een aantal keer goed bijgepraat worden, dan dat we voor elk detail naar het gemeentehuis moeten komen. Dat laten wij aan u. Mevrouw Abrahamse heeft natuurlijk helemaal gelijk met haar opmerking over, als je alles gaat wijzigen dan krijg je hier een politieke discussie. Daarom hebben we ook geprobeerd niet te wijzigen, maar juist uitgangspunten daarin te schrappen. Voorzitter, van ons geen hele discussie in de tweede termijn. Ik wil alleen wat opmerkingen maken, maar niet meer mijn best doen om andere collega's over te halen. Dat is ook weleens lekker, denk ik.

Een opmerking van de heer Goetheer, die kan ik wel waarderen, steun ik het bestuursakkoord of het verkiezingsprogramma van het CDA? Want laten we eerlijk zijn, als je het zo bekijkt is het inderdaad het bestuursakkoord wat misschien wat terughoudender is op bouwen, en het CDA die dat wat meer wil. En dat u dat dan gewoon benoemd waar de verschillen in zien, dat is wat ons betreft lekker duidelijk, net als dat wij dat benoemen. Dus ik begrijp het helemaal. Gelukkig zijn we daar ook wel een beetje tegen … Ik zie een lampje, voorzitter. De voorzitter: Ik zit zo naar u te kijken en te luisteren. Dat lampje komt van? De heer Goetheer, ga uw gang. De heer Goetheer: Dank u wel, voorzitter. Het CDA vergeet dan wel even zeggen dat er weinig, minder aandacht is voor de natuur en voor heel veel andere zaken, en dat het alleen maar bouwen, bouwen, bouwen dan is. En of onze inwoners daar het meest blij mee zijn, dat vraag ik me af. De voorzitter: Mevrouw Van Rijn. Mevrouw Van Rijn: Dat vraag ik me af, een deel van de inwoners niet en een ander deel wel. Maar dan hebben we het over dat bestuursakkoord versus het CDA. Dus ik gaf alleen aan, mijnheer Goetheer heeft zijn standpunten, wij de onze. Dus volgens mij is dat alleen maar mooi. En dat ook benoemen voorzitter, dat is volgens mij helemaal prima. En dan is het aan onze inwoners om te kijken wat ze doen, en aan ons college en de raad.

Maar mijn bruggetje ging eigenlijk, mijnheer Goetheer, over die laatste zin, gewoon zeggen wat je

vindt en waar je voor staat. Dus het bruggetje gaat over naar de VVD, dat begrijpt u. Want ik krijg wel een klein beetje een déjà vu met de commissie over de ozb-verhoging. In de commissie gaf de VVD aan te vechten voor onze inwoners, de lasten te willen beperken, hele grote woorden in de commissie, de VVD vecht voor verlaging van de ozb. Datzelfde geldt eigenlijk voor de afgelopen commissie over woningbouw, want de VVD wil toch wel echt graag bouwen in de polders, en hoogbouw moet ook kunnen, we moeten het weglaten. Puntje bij paaltje wilden ze wel meedoen met een amendement, mee indienen, of in elk geval steunen. Nou, voorzitter, na de commissie bleef het stil. En is het dan maar even mijn eigen invulling dat na de coalitieoverleg, ik zeg erbij, mijn eigen invulling, de VVD netjes doet wat zij behoren te doen. Het enige verschil … De heer De Kruijff: Voorzitter? De voorzitter: Een interruptie van de heer De Kruijff. De heer De Kruijff: Ik maak hier wel een beetje bezwaar tegen, want ik vind het aan de ene kant een schoffering richting een collega fractie, in dit geval De Lokale Partij, alsof ze alleen maar invloed hebben op de VVD, en dat de VVD alleen maar standpunten bepaalt op basis van wat De Lokale Partij wil. En ik vind het ook een schoffering, alsof de VVD niet kundig en ervaren genoeg is om zelf een standpunt in te nemen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13727960/1