CConstaterende datWijdemeren
Koppel je AI →
Document · PDF

Transcript raadsvergadering 13 april 2023

gemeenteraad 13 april 2023, gemeente WijdemerenBij agendapunt: Opening30.100 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Maar dit nog heel lang, ik wil niemand het woord ontnemen, maar ons voorstel is, wij hebben gehoord wat we wilden horen, wat ons betreft is het voldoende zo. Wij zullen ook niet meer interrumperen. Dit is voldoende voor ons, voorzitter. De voorzitter: Er is een aantal vragen onbeantwoord nog. Ik heb meegeschreven. Ik kijk rond. Als men het allemaal voldoende vindt, dan laat ik dat achterwege. Als men zegt, ik wil toch mijn vraag beantwoord hebben, dan hoor ik het graag. Mevrouw Hidding: Ik heb geen prangende vragen openstaan, voorzitter. Mijn voorstel is schorsen en dat de fracties met elkaar in overleg kunnen. De voorzitter: Ik kijk rond. De heer De Kloet: Voorzitter, er waren een paar vragen van onze kant die niet beantwoord zijn. Maar niet dusdanig dat het absoluut noodzakelijk nu moet gebeuren. De voorzitter: Helder. Mevrouw Kaper. Mevrouw Kaper: Ik heb nog een aanvullende vraag over de kosten. Ik weet niet of dat nog mag. De voorzitter: Ja hoor. Dat mag van mij. Mevrouw Kaper: In de brief van de wethouder op 10 maart, daar staat een zin waar ik toch nog even wat duidelijkheid over wil. Dat gaat over de financiën. Ik lees de laatste paar zin even voor. Ten eerste moet de Spreidingswet worden vastgesteld en ten tweede moeten we ook rekening houden met het scenario dat het project eventueel niet doorgaat.

Over deze onzekerheden is bestuurlijk overeengekomen dat het COA de eventuele kosten van deze fase zal vergoeden. Maar dan staat er tussen haakjes achter, bij niet verwijtbaar handelen van de gemeente. Ik zou graag van de wethouder willen weten of hij weet wat ze daarmee bedoelen. De voorzitter: Wethouder Hoelscher.

De heer Hoelscher: Kijk, als wij out of the blue zouden zeggen bijvoorbeeld, we werken niet meer mee, maar kijk, dan ga ik echt ... Ik ga echt gissen. We willen er een pretpark van maken. Kijk, dat is echt een beweging die je zelf inzet. Maar dit valt, dat we uiteraard met het COA besproken, niet ... We hadden het liever ook anders gezien, dat het proces ... Even los van de uitkomst, maar dat het proces goed was verlopen. Dit valt in ieder geval binnen de afspraak. De voorzitter: Ik kijk nog een keer. Mevrouw Wind, u hebt nog een vraag? Mevrouw Wind: Nee, ik ging antwoord geven op uw vraag. Het antwoord is, we zijn nog lang niet uitgepraat over dit onderwerp, maar vanavond wel. Punt, wat ons betreft. De voorzitter: Ik kijk voor de zekerheid rond, want er zijn openstaande vragen. Iedereen ziet daar verder van af dan, de beantwoording daarvan. Ik begrijp dat er een schorsing gewenst is. Mevrouw Rademaker, hebt u hem aangevraagd? Laten we zeggen dat u hem hebt aangevraagd. Is goed. Maar hoelang hebt u nodig, denkt u? Mevrouw Rademaker: Als ik de collega’s nu even streng aankijk, dan redt iedereen het toch wel in vijftien minuten, mag ik hopen. Ja, toch? De voorzitter: Ja? Dan schors ik de vergadering tot kwart elf. Dames en heren, ik heropen de vergadering. Er is een schorsing aangevraagd door mevrouw Rademaker.

Ik geef u zo direct het woord, maar ik meld dat de heer Goetheer onze vergadering heeft verlaten. Hij heeft onze vergadering verlaten. Dat wilde hij niet. Maar goed, een oppasissue. Kan gebeuren. Ik geef het woord aan mevrouw Rademaker. Mevrouw Rademaker: Dank u wel, voorzitter. De raad heeft met elkaar gesproken en is tot de conclusie gekomen dat zij een motie van treurnis indient. Het onderwerp is Interpellatiedebat onderzoek azc NERAterrein. Agendapunt 6. De raad van de gemeente Wijdemeren, in vergadering bijeen op 13 april 2023, gehoord de beraadslagingen tijdens het interpellatiedebat over het NERA-terrein, gehoord de toezegging van het college om lessen te trekken uit dit proces en alles in het werk te stellen om deze te verbeteren, spreekt zijn treurnis uit over de wijze waarop het proces toe nu toe verlopen is. Vooral de tekortschietende communicatie en participatie, met name naar inwoners en naar de raad. Gaat over tot de orde van de dag. De Lokale Partij, CDA, Dorpsbelangen, PvdA-GroenLinks, VVD, D66 en ChristenUnie. De voorzitter: Dank u wel. De motie wordt nu geüpload. Ik kijk naar de griffier. Wordt nu geüpload in NotuBiz. U hebt allen die motie ingediend. Een momentje. Een moment, het uploaden duurt wel even.

Als u NotuBiz, dat is voor ingewijden, ververst, wellicht voor de mensen thuis die op de computer meekijken, als u de zaak ververst dat ziet u, als het goed is, de motie verschijnen. Ik zie knikkende gezichten. U hebt allen de motie ingediend. Toch hecht de griffier en ook aan dat er wel gestemd wordt, formeel. Ik ga snel vragen, is er behoefte aan een stemverklaring? Nee. Wie is voor deze motie? Deze motie is unaniem aangenomen. Voordat ik verder ga met de agenda, wil ik een en ander met u afstemmen. Wij hebben een aantal zaken die wij moeten doorlopen, voor de vorm. Wij hebben een aantal hamerstukken, die kunnen best snel gaan. Maar we hebben nog een bespreekstuk. Dat is bedenkingen Spinaker. Dat moet eigenlijk wel vandaag over besloten worden. Nee, mijnheer Nienhuis, daar moet wel vanavond over besloten worden. Dan hebben we nog vragen en het vragenhalfuurtje, maar misschien wilt u zelf daar iets over zeggen, mevrouw IJsbrandij?

Mevrouw IJsbrandij-Van Kerkhof: Mag dat vanaf hier, voorzitter? Dank u wel. Inderdaad, in overleg besloten om ze dan te laten vervallen voor vanavond, met de toezegging dat ik heel snel antwoord krijg op mijn vragen, schriftelijk. Dank u wel. De voorzitter: Die komen te vervallen voor de agenda. Dan hebben we natuurlijk ook het afscheid van onze zeer gewaardeerde collega, de heer De Kloet. Het is vijf voor half twaalf. Officieel moet ik het aan u vragen van, wilt u doorgaan? Dat doe ik bij deze. Wetende dat de dingen die erop staan eigenlijk gewoon gedaan moeten worden. Ik kijk rond. Is er bezwaar tegen doorgaan? Nee. Dan proberen we het zo snel mogelijk te doen. Dank u wel. 7.

Vaststelling besluitenlijst vergadering gemeenteraad (De besluitenlijst is ongewijzigd vastgesteld.) De voorzitter: Dan gaan we naar agendapunt 7, vaststelling van de besluitenlijst van de vergadering van de gemeenteraad van 16 maart. Er zijn geen wijzigingen ingediend voor de besluitenlijst. Daarmee is de besluitenlijst van 16 maart vastgesteld.

8.

Lijst ingekomen stukken De voorzitter: Dan gaan we naar lijst ingekomen stukken. Behandelverzoeken graag voor maandag 17 april voor twaalf uur bij de griffie indienen. Dan ga ik naar bladzijde 1. Mevrouw Van Rijn. Mevrouw Van Rijn: Dank u wel, voorzitter. Geen behandelverzoek, maar de brief van de Leeuwenlaan, op 9 januari gestuurd, geen antwoord gekregen. Nu nogmaals een brief gestuurd. De vraag aan het college, is deze beantwoord? De voorzitter: Is dat nummer 7? Mevrouw Van Rijn: Ja. Is die beantwoord? Zo ja, mogen wij dan dat afschrift ontvangen. De voorzitter: Dat weet ik niet uit mijn hoofd. Ik kijk even. Is hij beantwoord? Daar krijgt u nog bericht over. Mevrouw Van Rijn: Bij deze dan het verzoek, ook een brief die al vanaf begin januari ligt, graag zo spoedig mogelijk beantwoorden. De voorzitter: Juist. Had u verder nog? Nee? Oké. Verder nog bladzijde 1? Nee, dan gaan we naar bladzijde 2. Mevrouw Van Rijn. Mevrouw Van Rijn: Brief 21, gericht aan de raadscommissie over de Meenthof. Daar zullen wij wel een behandelverzoek voor indienen. De voorzitter: Dank u wel. Verder? Ja, mevrouw Kaper. Mevrouw Kaper: Ook 21. Misschien kunnen we aansluiten. De voorzitter: Prima. Verder nog iemand? Ja, mevrouw Roobol. Mevrouw Roobol: 17.

De voorzitter: Over Groenewoud? Mevrouw Roobol: Ja. Dank u wel. De voorzitter: Verder nog iemand op bladzijde 2? Nee. Bladzijde 3? Nee. Bladzijde 4? Nee. Hartelijk dank. 9.

Stand van zaken financieel herstelplan Wijdemeren De voorzitter: Dan gaan we over naar de stand van zaken financieel herstelplan Wijdemeren. Is er iets te melden, wethouder Zagt. De heer Zagt: Bijna niet. Het kan snel, misschien. Donderdagavond 6 april, dat was vorige week nog maar, hebben we een bijeenkomst gehad. Nadien heb ik verder op dit moment niets nieuws te melden. Wel het enige puntje, dat heb ik vorige week niet gezegd, maar daar hecht ik wel even waarde aan, dat ik de gedeputeerde persoonlijk heb geïnformeerd dat die avond plaats zou vinden. Zodat als daar berichten over in de krant zouden verschijnen ze daardoor niet verrast zou zijn. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel.

Hamerstukken De voorzitter: Dan gaan we naar de hamerstukken. 10. Ontheffing woonplaatsvereiste wethouder De Haan (Het voorstel is zonder stemming aangenomen.) De voorzitter: Agendapunt 10, ontheffing woonplaatsvereiste wethouder De Haan. Is er behoefte aan een stemverklaring? Nee. Is er behoefte aan stemming? Nee. Aangenomen. 11. Verlenging Huisvestingsverordening (Het voorstel is unaniem aangenomen.) De voorzitter: Agendapunt 11, verlenging Huisvestingsverordening. Is er behoefte aan een stemverklaring? Nee. Behoefte aan stemming? Nee. Is zodanig aangenomen. 12. Vaststellen normenkader 2022 (Het voorstel is unaniem aangenomen.) De voorzitter: Agendapunt 12, vaststellen normenkader 2022. Is er behoefte aan een stemverklaring? Nee. Behoefte aan stemming? Nee. Aldus besloten. Bespreekpunten 13. Verklaring van geen bedenkingen Spinaker (Het raadsvoorstel is aangenomen met 11 stemmen voor en 7 stemmen tegen.) De voorzitter: Dan zijn we aanbeland bij agendapunt 13, verklaring van geen bedenkingen Spinaker. Voorgesteld wordt een ontwerpverklaring van geen bedenkingen af te geven voor het afwijken van het bestemmingsplan voor het bouwen van 7 appartementen en 12herenhuizen Spinaker 1 tot en met 37 te Loosdrecht. Naar aanleiding van de commissiebehandeling is er een verzoek gedaan om dit als bespreekpunt op te voeren. Er zijn geen moties of amendementen ingediend.

Er waren wel vragen gesteld aan de

portefeuillehouder. Die zijn inmiddels beantwoord. Ik kijk rond. Er is behoefte aan beraadslaging, zie ik. Ik geef het woord aan de heer ... Zo meteen aan de heer Goossen. Goossens, moet ik zeggen. Mevrouw Rademaker. Mevrouw Kaper, sorry. Mijnheer Roosenschoon. Een moment. Verder nog? De heer De Kruijff. Mevrouw IJsbrandij. Nog verder iemand? Sorry, mevrouw Abrahamse. De heer Nienhuis. Juist. De heer Goossen, gaat uw gang. De heer Goossen: Dank u wel, voorzitter. Verklaring van geen bedenkingen voor de Spinaker. Er is een raadsinformatiebrief geweest. Die is mij duidelijk. Ik ben ook zo vrij geweest om de vaststellingsovereenkomst te lezen. Als ik dan kijk waar eigenlijk nu nog een beetje het probleem zit, dat heb ik al eerder een de wethouder gevraagd, in het bestemmingsplan voor de jachthaven zit dan ... Twee derde moet verhuurd worden de dorpskern. Een derde is verkoop haven. Daar zit het geschil. Dat er voor de jachthaven geen parkeerplekken zouden zijn. Maar in het bestemmingsplan, wat er nu ligt voor de Spinaker, blijven veertien plekken over, ik heb dat al aan de wethouder gevraagd, zouden dat plekken kunnen zijn voor de jachthaven? Daar heeft hij positief op geantwoord. Dat wil hij misschien nog wel een keer herhalen. Dan zou wat ons betreft dat probleem opgelost zijn en zou het gewoon een hamerstuk kunnen zijn. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Kaper.

Mevrouw Kaper: Dank u wel, voorzitter. Wij kunnen wel instemmen met deze VVGB. We hadden inderdaad ook twijfels over de jachthaven en hoe dat zich dan verhoudt tot de Spinaker. Daar is een toelichting van gekomen vanuit het college. Er wordt gezegd, even kijken hoor, het plan van Heijmans voorziet in de eigen parkeerbehoefte. Ik had net de zin voorstaan, maar die ben ik nu even kwijt. Het is ook laat. Vergeef het mij. De haven van de voormalige grondeigenaar maakt geen onderdeel uit van de aanvraag van Heijmans om af te wijken van het bestemmingsplan. Het plan van Heijmans voorziet in de eigen parkeerbehoefte. Als ChristenUnie vertrouwen wij ook op deze brief van het college en zullen wij hier voor stemmen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Roosenschoon. De heer Roosenschoon: Voorzitter, dit is extract de reden waarom we hadden verzocht om dit punt vanavond niet in behandeling te nemen. Het is inmiddels bijna twaalf uur, of half twaalf. Het is een dossier wat ontzettend gevoelig ligt. Waar we miljoenen aan zijn kwijtgeraakt in de loop van de tijd. Om dan nu een beslissing te nemen over iets wat ons inziens niet voldragen is, vinden we onverantwoordelijk. We hebben ook het punt gehad van de parkeervoorziening. Wat dat betreft vinden wij de rib van de wethouder niet voldoende.

Het gaat inderdaad in, het wordt aangestipt, maar wordt ook gezegd dat het niet van toepassing is, terwijl de rechtbank dit wel uitdrukkelijk vermeldt. Dat vind ik een zwak punt van het geheel. Waar ook niet op wordt ingegaan, is het probleem van het al of niet commercieel of gebruik van de begane grond van sommige woningen of dit een woonbestemming heeft of niet. De rechtbank heeft daar hele grote twijfels op uitgedrukt. Dan volstaat het niet om hier een deurtje toe te voegen en om te zeggen, dan is het wel goed. WE veranderen even de benaming van de ruimte en dan kraait er geen haan naar. Wat het probleem is, op dit ogenblik, de 27 parkeerplaatsen daar zegt de rechtbank al van, dat is niet doorslaggevend, daar kunnen we mee leven. Met andere woorden. Maar goed, daar komt het wel op neer. Dat had ook geen grote problemen voor een aanpassing. Nog steeds vind ik het vreemd dat we het hebben over een grote buitenplanse afwijkingsprocedure. Ik zie niet in waar die grote buitenplanse afwijking uit bestaat. Er zijn een heleboel open eindjes van deze kant. Dan hebben we het nog niet eventjes over de geluidsnorm. Dat is inderdaad op dit ogenblik niet van toepassing. Dat kan altijd op een later moment. Maar het is wel weer, het wordt ook gezegd bij de kanttekeningen, dat het een mogelijkheid is dat daar bezwaar wordt tegen aangetekend. Dat gaat ook weer leiden tot bezwaar.

Wat wij vrezen op dit ogenblik, is dat als we hiermee in gaan, let wel, het is een

ontwerpbesluit, het is geen definitieve VVGB, daar kunnen nog zienswijzen op worden ingediend. Maar dat gaat niet in op een aantal punten die wel van belang zijn. Het geeft ook niet de zekerheid die Heijmans nodig heeft. Als wij nu een verklaring hebben of een raadsvoorstel hebben wat duidelijk is, onaanvechtbaar, die op alle punten ingaat, dan heeft ook Heijmans daar veel meer belang bij, want dan heeft hij een grotere mate van zekerheid dat het project doorgang kan vinden. Dat is in eerste instantie onze mening. Wij zullen dan ook, hoe dan ook, dit ontwerp-VVGB niet steunen. De voorzitter: Dank u wel. De heer De Kruijff. De heer De Kruijff: Voorzitter, dank u wel. In de commissie hebben we aangegeven ook zorgen te hebben gehad over de juridische haalbaarheid van dit voorstel. Tussen de commissie en de raad in zijn er een aantal ontwikkelingen geweest. De wethouder heeft een raadsinformatiebrief gestuurd, waarin een heleboel van onze zorgen al zijn weggenomen. Wij vrezen ervoor, gezien de uitspraak van de rechtbank, dat als wij zouden instemmen met dit voorstellen dat dit dan spaak zou lopen bij de rechter. Wij begrijpen nu dat het college natuurlijk een aantal dingen niet in het raadsvoorstel heeft opgenomen, omdat er juist nog een juridische procedure loopt. Dat argument volgen wij helemaal.

Daarom zien wij ook geen reden om de verklaring van geen bedenkingen vanavond niet af te geven, of in ieder geval de ontwerpverklaring van geen bedenkingen niet af te geven. Dat dit uiteindelijk alsnog bij de rechter zal gaan eindigen. Dat zal waarschijnlijk gebeuren. Verder heb ik daar eigenlijk niks aan toe te voegen. Wij zullen de verklaring van geen bedenkingen afgeven. Excuus. De voorzitter: Dank u wel. Er is een interruptie van de heer Nienhuis? De heer Nienhuis: Ja. Voorzitter, ik ben benieuwd of de VVD-fractie op verzoek van de wethouder, wat ook in de brief staat, de vaststellingsovereenkomst heeft ingezien. Daar ben ik even benieuwd naar. De heer De Kruijff: Absoluut. De voorzitter: Mevrouw IJsbrandij. Mevrouw IJsbrandij-van Kerkhof: Dank u wel, voorzitter. Dorpsbelangen heeft in de commissie aangegeven dat we in zouden stemmen met deze verklaring van geen bedenkingen. Maar gaandeweg meer geboren uit het feit dat we voortgang willen in het hele project. Dat er goed over na is gedacht, hier in de organisatie. We hebben een beeldvormende sessie gehad waarin alles goed werd uitgelegd en helder. Maar ondanks de brief van de wethouder, met aanvullende informatie, voelen we precies ook wat de heer Roosenschoon aangeeft, de losse eindjes, het rafelige, toch een beetje fingers crossed en hopen dat het goed gaat. Dat voelt niet lekker. Dat voelt helemaal niet lekker.

Dorpsbelangen zou het ook prettig vinden als er iets meer tijd zou zijn. We hebben wel een aantal vragen. Zou de wethouder daarmee kunnen leven, dat het een paar maanden respijt krijgt, waardoor de rafelige eindjes worden bekeken, aangepast, aangescherpt? Hetzelfde als een grote buitenplanse aanpassing. Ik vind hem heel klein. Er verandert helemaal niks qua bouwvlekken of inrichting van het plan. Je zou het eigenlijk klein binnenplans kunnen noemen. De rib heeft inderdaad geen geruster gevoel verschaft. Wat we graag zouden willen weten is, waarom gaat de portefeuillehouder zo in tegen de uitspraak van de rechter en schuift hij het zo makkelijk aan de kant? Eigenlijk vind ik dat helemaal niet bij de persoon of bij het college horen. Voor nu de laatste vraag. Eigenlijk van een schaal van één op tien, hoe zeker is het college dat dit het juiste is om te doen op dit moment? De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Abrahamse.

Mevrouw Abrahamse: Dank u wel, voorzitter. Onze nieuwe wethouder noemde net in zijn persoonlijke introductie de situatie van Wijdemeren groots, complex en zeer ingewikkeld. Dat zijn precies de woorden die ik ook voor dit dossier voor mezelf had genoteerd voor vanavond. Vorige week bij de commissie hebben we uitgebreid ook aangegeven dat we de juridische houdbaarheid belangrijk vinden. Ik moet zeggen dat het door de toelichting van de wethouder en ook de raadsinformatiebrief die gekomen is, dat dingen voor ons verhelderd zijn. Dat betekent dat we deze ontwerp-VVGB zullen ondersteunen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Nienhuis. De heer Nienhuis: Voorzitter, ik heb ook voor mijn collega de vraag of mijn collega de vaststellingsovereenkomst gelezen heeft. De voorzitter: Welke collega? Mevrouw Abrahamse? De heer Nienhuis: Ja, zeker. Mevrouw Abrahamse: Dank u wel, voorzitter. Deze heb ik niet gelezen naar de voorbereiding van nu. Dank u wel. De heer Nienhuis: Dank u wel. De voorzitter: U bent ook gelijk aan de beurt, mijnheer Nienhuis. De heer Nienhuis: Dank u vriendelijk, voorzitter. Het CDA wil graag bouwen daar. Dat moge duidelijk zijn. Die zandbak zitten we allemaal niet op de wachten. Maar we willen een goed besluit nemen. Dit dossier kent vele jaren, vele problemen, vele rechtszaken, die we ook bijna allemaal verloren hebben als gemeente Wijdemeren.

Dat is niet goed voor ons. Dat is niet goed voor onze inwoners, niet goed voor ons. Dat weten we allemaal. De grondeigenaar heeft heel veel van die zaken gewonnen. De CDA-fractie heeft meerdere malen verzocht om een beeldvormende sessie over dit bewuste onderwerp. Die is ons steeds onthouden. Dat betreuren wij, dat wij nu iets over moeten spreken wat wij komende maand nog een keer gaan bespreken in een beeldvormende sessie over dit specifieke onderwerp. Ook een rib, die wij deze week gekregen hebben, dank u wel voorzitter, wil ik namens de CDA-fractie het college bedanken daarvoor, gaat het college steeds in op dat het project los gezien wordt van het project van Heijmans, van de grondeigenaar. Maar de rechter maakt die koppeling juist wel. Die begint daar steeds over. Dat kunnen wij als gemeente wel zeggen, wij zijn het er niet mee eens, maar de rechter doet het bewust wel. De risico's, risico’s zijn ook ons belangrijk, zeker in deze tijd, wordt er alleen maar ingegaan op de risico's die wij lopen met Heijmans. Kijk, dat begrijp ik ook. Dat risico is er. Maar wij vragen niet om een afstel, wij vragen om een uitstel, omdat we juridisch goed moeten bekijken of dit het goede besluit is wat we gaan nemen. U heeft allemaal in de brief, de rib van de wethouder gelezen dat we de griffie kunnen bezoeken. Een aantal hebben dat gedaan. Dat heb ik vanavond gehoord.

De rechter heeft ook naar die vaststellingsovereenkomst gekeken. Die wil ik toch even citeren, voorzitter. Ik heb nog tijd genoeg. De voorzitter: Dat mag niet uit de vaststelling ... De heer Nienhuis: Maar ik mag wel citeren uit de uitspraak. De voorzitter: Uit de uitspraak, ja. Maar niet uit de vaststelling ...

De heer Nienhuis: Nee, zo onhandig ben ik niet, voorzitter. “Vaststaat dat de eiser nabij zijn woning een jachthaven mag realiseren en dat het college daarbij moet voorzien in voldoende parkeergelegenheid.” Dat is een uitspraak die de rechter heel duidelijk maakt, naar aanleiding van de overeenkomst die hij gelezen heeft. Dan zeg ik niks over de vaststelling. Maar dat is wat de rechter uit citeert. Maken we dan niet weer een foute beslissing? We zitten al jaren in de rotzooi. We moeten gewoon een keer dit probleem oplossen. Ik ben het met mijnheer Roosenschoon ... De heer Goossen: Interruptie, voorzitter. De voorzitter: Excuus. De heer Goossen: Want ik begrijp wat de heer Nienhuis leest. U leest dat er voldoende parkeerplekken moeten zijn. Maar dat zijn nog steeds geen aantallen. Er staat ook niet waar die moeten zijn. Wat ik in het begin al aangaf, er zijn veertien plekken overgebleven in de tekening die er nu ligt. Er is gewoon ruimte. Twee derde van de jachthaven moet verhuurd worden aan bewoners in de dorpskern. Er blijft een verkoophaven over van een derde. Dan zijn er voldoende parkeerplekken. De heer Nienhuis: Daar heeft collega natuurlijk gelijk in, maar de rechter denkt daar gewoon anders over. Dat kan u wel op die manier vinden. De rechter zegt gewoon dat de verweerder, in dit geval, niet op zijn eigen terrein ...

Wat zegt hij letterlijk? Gat het college rekening moet houden met voldoende parkeergelegenheid. De heer Goossen: Sorry, voorzitter, maar in mijn beleving doet het college dit. Als er veertien plekken over zijn, dan is er voldoende parkeerplek. Die zijn niet geoormerkt, voor niemand. Daar kan gewoon geparkeerd worden. De heer Nienhuis: In dezelfde brief, voorzitter, bestrijdt het college dat het in een bepaalde overeenkomst staat. Er staat hier in de brief dat het niet klopt. De heer De Kruijff: Voorzitter. De heer Nienhuis: De rechter denkt er anders over. De heer Roosenschoon: Voorzitter. De voorzitter: Ter interruptie, de heer Roosenschoon. De heer De Kruijff: Ik was toch eerst? De heer Roosenschoon: Interruptie. Uiteraard gaat het om die parkeerplaatsen. Dan zegt de heer Dingeman dat het gaat om zestien parkeerplaatsen. Sorry. De voorzitter: Het is de heer Goossen. De heer Roosenschoon: Dat komt wel vaker voor. We hebben het over zestien parkeerplaatsen. Als dat ook vermeld zou zijn in het raadsvoorstel, was het al heel anders geweest. Alleen het wordt stilgezwegen. Als ik heel even kijk naar de tekeningen, kan je bovendien wel zes parkeerplaatsen extra vinden. Dan ben je er al helemaal uit. Als dit toebedeeld zou worden aan de haven, dan moet het ook in het raadsvoorstel staan.

De voorzitter: De heer De Kruijff. De heer De Kruijff: Voorzitter, want ik wilde eigenlijk ingaan, als interruptie op de heer Nienhuis. Maar is goed dat de heer Roosenschoon toch voor mij ging, want nou kan ik ook de heer Roosenschoon interrumperen. Maar dat is nou net wat de wethouder in de raadsinformatiebrief heeft aangegeven. Want dat is juist waar het college het niet mee eens is, met de uitspraak van de rechter. Daarom zijn ze in hoger beroep gegaan. Die juridische procedure loopt nog. Dat is precies de reden waarom het niet in dit raadsvoorstel staat. Dat klinkt voor mij heel erg logisch. Ik zou toch graag van mijnheer Nienhuis en de heer Roosenschoon daar wel een reflectie op hebben, want dat is precies waarom het college aangeeft, zo hebben we het raadsvoorstel voorbereid, we zijn het eens met de uitspraak van de rechter dat er een evidente fout is gemaakt, dat proberen we met dit raadsvoorstel te herstellen. Alleen op het punt van de parkeerplaatsen zijn we het met de uitspraak van de rechter niet eens. Laat er een hoge rechter nog maar over oordelen. Die juridische procedure loopt nog. De voorzitter: Ik ga eerst naar de heer Roosenschoon. Daarna naar u, mijnheer Nienhuis. Dan kunt u verdergaan met uw betoog ook. De heer Roosenschoon: Voorzitter, voor zover ik weet heeft de rechter het totale besluit vernietigd. Niet alleen maar de woningen of het parkeerterrein.

Als wij in beroep zijn gegaan tegen het besluit van de rechtbank, ga je in beroep tegen het totale besluit, niet tegen een gedeelte daarvan. De voorzitter: Mijnheer Nienhuis. De heer Nienhuis: Dank u vriendelijk. Daar wil ik aan toevoegen dat in het raadsvoorstel staat duidelijk dat we uitvoering gaan geven aan de uitspraak van de rechtbank. Alleen maar voor een gedeelte. Dan kun je wel zeggen, daar ben ik het niet mee eens, maar voor een gedeelte doen wij uitspraak en de rechtbank. Kijk, wij staan nu een beetje tegenover elkaar, maar dat is helemaal niet de bedoeling, dames en heren. Mevrouw de voorzitter, wij willen gewoon dat we niet lang in de problemen blijven komen op dit dossier. We willen gewoon door. We willen graag dat er gebouwd gaat worden. Dat we gewoon niet nu de domme fout maken om iets te besluiten wat uiteindelijk toch weer ons veel geld gaat kosten en vele jaren met processen en allerlei problemen. Dat is waar ik hier voor pleit. We hebben allemaal het beste voor, voor de gemeente. Dit is wat mij echt raakt, in die zin dat ik het eigenlijk een beetje zat ben. Want al die bijeenkomsten die wij in het verleden gehad hebben, burgemeester, dat weet u ook, daar word je gewoon niet blij van. Met bloemen gaat u ernaartoe. Helemaal goed. Maar we moeten gewoon door. We moeten nu het juiste besluit nemen.

Ik wil de raad eigenlijk verzoeken om in haar wijsheid te besluiten om het even uit te stellen. Dank u vriendelijk. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw IJsbrandij-van Kerkhof: Voorzitter. De voorzitter: Mevrouw IJsbrandij. Mevrouw IJsbrandij-van Kerkhof: Ik zou daar inderdaad heel graag bij aanhaken. Inderdaad, er is in zo’n lang voortraject zoveel gebeurd, dan kan je nu niet op dit laatste stukje dan ook nog even onderuit gehaald worden. Lopende de rechtsgang die dan nu loopt, we snappen hem ... De voorzitter: Het is kwart voor twaalf.

Mevrouw IJsbrandij: Is het juist verstandig om niet nu aan de achterkant of aan de zijlijn weer iets anders op te starten. De voorzitter: Mijnheer Nienhuis. De heer Nienhuis: Laatste toevoeging nog even, voorzitter. Want nogmaals, ik vraag niet voor afstel, voor uitstel. Over 2 weken hebben wij de beeldvormende sessie. Dan gaan we met elkaar daarover praten. Dan kunnen we naar mijn idee een goed besluit nemen, maar nu nog niet. Dat is waar ik voor pleit. Ik verzoek u hoofdelijke stemming uiteindelijk, voorzitter. De voorzitter: Ik ken u. Ik had hem moeten zien aankomen. De heer Nienhuis: Voorzitter, maar in dit geval is het ook tactisch voor mij belangrijk om te doen. Anders had ik het niet gedaan. De voorzitter: Ik verzoek de wethouder om naar het spreekgestoelte te komen om de vragen te beantwoorden. Terwijl hij dat doet, bied ik mijn excuses aan, aan de kijkers die er misschien nog zijn, want wij waren zo goed gestart met de camera's en de interruptiemicrofoon. Maar goed, al die mensen die thuis kijken, die hebben u allemaal niet kunnen zien tijdens uw bijdrage. Dat is natuurlijk wel een beetje jammer voor ze. Maar goed. Mijn excuses voor de kijkers die er nog zijn dat wij zijn vervallen in onze oude vergadermethodiek. Wethouder Zagt. De heer Zagt: Voorzitter, ik ben blij te horen dat veel leden van de raad de vaststellingsovereenkomst hebben ingezien.

Ook dat velen van u, misschien wel bijna allemaal, vorige week tijdens de commissie aanwezig waren. Ik denk dat daar heel helder op tafel is gekomen hetgeen wat al heel lang boven de markt hangt, dat van de haven de voormalig grondeigenaar twee derde van die ligplaatsen bestemd zouden zijn voor verhuur aan bewoners daar en een derde voor verkoop. Het staat niet in de regels van het bestemmingsplan. Wel in de toelichting. Dat is niet het sterkste, zeg ik daarbij, maar dat is wel altijd de bedoeling geweest. Dat is ook in een eerder proces. Dat is een van de bijeenkomsten waar ook de heer Nienhuis op doelde. Een van de bijeenkomsten in het verleden, is dat ook uitgesproken door degene die toen de belangen behartigde van de voormalig grondeigenaar. Daar zijn we het, in die zin, wel over eens. Er is vorige week ook, volgens mij, volkomen duidelijk geworden dat het niet gelukt is om met de voormalig grondeigenaar tot afspraken te komen tussen de bewoners daar. Ik meen dat de inspreker die veel mensen daar vertegenwoordigde, hij heeft zelf gezegd welke complexen allemaal, welke woongebieden. Dat volgens mij zelfs alle 36 ligplaatsen af zouden hebben willen nemen. Waarom zeg ik dat? Het raadsvoorstel wat nu voorligt ter inzage leggen van een ontwerpverklaring van geen bedenkingen, dat ziet allen op het plan van Heijmans. Dat kan ook niet anders. De heer Nienhuis: Voorzitter.

De voorzitter: De heer Nienhuis. De heer Nienhuis: Voorzitter, ik ga toch even snel op ... De voorzitter: Laten we dat doen in de groepsmicrofoon. De heer Nienhuis: Dan ga ik dat doen. Prima.

De voorzitter: Dan kunnen de mensen thuis ook van u genieten. De heer Nienhuis: Voorzitter, even voor mijn beeldvorming. Voorzitter, stelt u voor dat de wethouder een stalling heeft voor caravans en dat hij dan zijn caravans gaat stallen. Wie bepaalt dan hoe die inrichting van die stalling eruitziet? Ik doel er natuurlijk op dat de grondeigenaar, die heeft een jachthaven. Die bepaalt hoe de jachthaven eruitziet en niet de mensen die daar gaan huren. Omdat u dit aanhaalt, is het voor mij een belangrijk punt. Wie bepaalt dan wat er gaat gebeuren. Dank u wel. De voorzitter: Wethouder. De heer Zagt: Dat antwoord kunnen we allebei geven, want dat is allebei hetzelfde antwoord. Natuurlijk, de baas van de stalling. Dat heeft de voormalig grondeigenaar vorige week ook uitgesproken. Ik wil wel baas blijven over mijn eigen haven. Zo werkt dat natuurlijk ook. Maar ... De heer Nienhuis: Voorzitter. De voorzitter: Interruptie, mijnheer Nienhuis. De heer Nienhuis: Ik moet zeggen dat ik het zelf niet gezien heb, maar ik heb gehoord dat er eisen gesteld werden over het toiletgebouw, over verlichting, over bewaking, over weet ik wat, de camera's. Daar wilde gewoon de grondeigenaar niet aan meewerken, in ieder geval dat is mij verteld. Ik kan het niet controleren, misschien kan de wethouder het bevestigen of ontkennen. Maar daarom is het misgegaan. In ieder geval, wat ik dan begrepen heb.

Omdat de eisen die gesteld werden door de mensen die gingen huren, echt vooropstaan voor de grondeigenaar. De voorzitter: Wethouder Zagt. De heer Zagt: Ik heb die eisen zelf ook niet gezien, net zoals mijnheer Nienhuis, voorzitter. Ik heb dat ook van horen zeggen. Ik kan me alleen wel voorstellen dat potentiële huurders, want het was niets meer en niets minder, dat die in ieder geval enige contouren zouden willen weten van, als wij hier een ligplaats gaan huren, hoe zou het er dan ongeveer uitzien, op wat voor voorzieningen mogen we rekenen en wat zou het ongeveer moeten kosten? Dat lijkt me heel duidelijk. Maar het punt is, dat wilde ik net zeggen met mijn maar, dat het college in de vergunningverlening moet toetsen aan de parkeernormen. Als er geen overeenkomst is met de bewoners, dan mogen wij die parkeerplaatsen van die bewoners niet meetellen. Dan moeten we die ergens anders zoeken in het gebied. 27, volgens mij totaal voor 40 ligplaatsen. Die zijn er niet. Daar heeft het college overigens nog een inspanning gedaan, om die wel te vinden, ook in een veel breder gebied, op het Vuntusplein. Dat heeft ook de eindstreep niet gehaald wegens de ruimte. Ik heb vorige week ook gezegd, de uitgestoken hand is er nog steeds. We kunnen het makkelijk oplossen met elkaar. Geen enkel probleem. De heer Nienhuis: Voorzitter. De voorzitter: De heer Nienhuis.

De heer Nienhuis: Ik wil nog een keer met u, als u het goed vindt, de uitspraak van de rechter voorlezen. Daar staat, vaststaat dat eiser nabij zijn woning een jachthaven mag realiseren en dat het college daarbij moet voorzien in voldoende parkeergelegenheid. De voorzitter: Uw vraag is?

De heer Nienhuis: Is een opmerking, voorzitter. De voorzitter: Interruptie van de heer Roosenschoon. De heer Roosenschoon: Voorzitter, een korte interruptie. Wethouder Zagt herinnert zich misschien een van de vorige wethouders, de heer Gerard Abrahamse, voor een ander project net naast de Porseleinhaven, waarin hij op een heel creatieve wijze had gezegd, een ligplaats te water voor passanten kan worden beschouwd als een parkeerplaats te water. Heeft u dat meegenomen met de berekening van de parkeernorm? De voorzitter: Wethouder Zagt. De heer Zagt: Daar kan ik al duidelijk over zijn, uiteraard niet, want de baas van de haven gaat over de inrichting van de ligplaatsen en aan wie hij die beschikbaar stelt. Het college moet toetsen op de door uw raad vastgestelde parkeernormen. Die zijn klip en klaar, duidelijk voor een jachthaven. De heer Roosenschoon: Deze parkeernorm juist was door uw voorganger ... Of niet een voorganger, maar uw ex-collega Abrahamse juist geopperd om te kunnen voldoen aan de parkeernorm. De heer Zagt: Het is mooi, je kunt veel dingen opperen, voorzitter, maar het college wordt geacht zich aan het beleid van de gemeenteraad te houden. De heer Roosenschoon: Dit was uiteraard het college destijds, die dit getoetst had aan het beleid destijds. Ik geloof niet dat de parkeernorm wat dat betreft gewijzigd is.

De voorzitter: U vraag is, mijnheer Roosenschoon? De heer Roosenschoon: Was geen vraag, voorzitter, het was een opmerking voor een herberekening van die parkeernorm. De voorzitter: Een suggestie daartoe. Wethouder Zagt. De heer Zagt: Om even het rondje te vervolgen, ik was nog maar bij de eerste, mijnheer Goossen, zonder S aan het eind. De voorzitter: Gaan het een beetje, mevrouw wind? De heer Zagt: Staat ook op camera nu. De voorzitter: Gaat u verder, wethouder Zagt. De heer Zagt: Zoals het er nu uitziet in de conceptverklaring van geen bedenkingen die nu voorligt in het plan van Heijmans, met de ruimtelijke onderbouwing die daarbij zit, als die ongeschonden de eindstreep haalt, blijven er inderdaad veertien plekken over. Dat zou ruim voldoende zijn om het een derde deel verkoophaven te voorzien van parkeerruimte. Als dan dat andere twee derde deel is opgelost met bewoners, dan zijn we eruit. De voorzitter: Ik voel een interruptie aankomen.

De heer Zagt: Ik ook. De voorzitter: Mijnheer Nienhuis. De heer Nienhuis: Laatste interruptie, voorzitter, in de eerste termijn dan. Voorzitter, waarom neemt de wethouder dat niet op in dit raadsvoorstel? Want dan hebben we geen probleem meer. De voorzitter: Wethouder Zagt. De heer Nienhuis: Over die veertien parkeerplaatsen, bedoel ik dan. De heer Zagt: Dat is heel eenvoudig, voorzitter, het zit in het voorstel. Niet alles wat in de ruimtelijke onderbouwing staat, staat uitgeschreven in het raadsvoorstel. Ruimtelijke onderbouwing maakt onderdeel uit van de besluitvorming. Daar staat het gewoon in. Nogmaals, de conceptverklaring van geen bedenkingen ziet op de aanvraag van Heijmans. Die ziet niet op de aanvraag van een jachthaven van een voormalig grondeigenaar. Mevrouw Kaper, daarmee ook een stel anderen, dank voor het uitspreken van het vertrouwen wat de rib extra heeft opgeleverd. Blij met uw instemming. De heer Roosenschoon, u maakte wel een mooie opmerking. Heel veel trouwens. Maar de mooiste vond ik, het is een ontwerpverklaring van geen bedenkingen. Dat betekent dat er zienswijzen kunnen gaan komen. Ik zou zeggen, gun de omgeving die kans, want dan kan er op tafel komen waar misschien echt nog over gediscussieerd moet worden. De heer De Kruijff.

Inderdaad, gelet op de commissiebehandeling, de rib, begrijpt u de aanpak, met inachtneming, vertaal ik het dan maar even, dat wij beroep hebben aangetekend tegen de uitspraak van de rechtbank. Uiteraard wegen we dat mee. Dat betekent ook dat we op een aantal zaken van de uitspraak van de rechtbank niet ingaan. Mevrouw IJsbrandij, jammer dat u, hoe moet ik dat netjes zeggen, ik zou kunnen zeggen van, u geloof af valt, maar dat vind ik niet zo netjes. Ik was heel erg blij namelijk in de commissie met de steun die ik toen mocht verwachten. Nu zegt u vooral dat het gevoel van de losse eindjes en dat het goed gaat, dat er extra tijd nodig zou zijn om het beter te doen. Ik zie die ruimte niet. We hebben hier heel lang en heel goed over nagedacht om tot dit voorstel te komen, met de formulering die daar allemaal bij zit. Ik heb vorige week ook gezegd, ik denk dat we door moeten. Ik heb het net even opgezocht. Ik heb het zelf nu ook 22,5 jaar achter elkaar mee mogen maken, op wisselende stoelen, van dit hele dossier. Ik heb zelf het gevoel dat vaak tot in de hoogste instantie de uitspraak uiteindelijk maar het verlossende woord moet bieden. Want hoe vaak hebben we niet gedacht, en velen van ons die hier ook nog aan tafel zitten, we zijn er en toch waren we er weer niet. Het kan niet nog een paar maanden respijt krijgen. U kunt de kleine binnenplanse procedure vinden.

Mijnheer Roosenschoon zei daar ook wat van. Ik ben geen specialist. Ik zeg alleen maar na wat de deskundigen zeggen dat het is. Dat is een grote buitenplanse afwijking. De voorzitter: Er is een interruptie van de heer Roosenschoon. De heer Roosenschoon: Ik wil de wethouder even laten uitpraten. We hebben het gehad over de haven. We hebben het gehad over de parkeerplaatsen. Waar we het niet over hebben gehad is, denkt u werkelijk dat deze minimale wijzigingen aan de plattegronden van de woningen en appartementen, met name de begane grond, voldoende zijn om aan te kunnen tonen dat het hier gaat om een vijftig procent centrumvoorzieningen, waar de rechtbank meer dan grote twijfels over had? De voorzitter: Wethouder Zagt.

De heer Zagt: Dat denk ik zeker. Het gaat hier om dubbelgebruik. Er zijn niet een paar woordjes veranderd. Ik heb dat nog nagezocht, ook op verzoek van een ander raadslid. Er is ook gekeken, hoe zijn dan de etages ingericht? Want als er beneden bij het buurtpand een woonkamer is en het commerciële ruimtepand ziet er qua inrichting net zo uit en er staat commerciële ruimte in, dan kan ik me voorstellen dat daar vraagtekens over zijn. Maar dat stond er ook al in eerdere instantie. Nog een etage hoger zijn er gewoon alle voorzieningen aanwezig om daar te kunnen wonen. De heer Roosenschoon: Voorzitter, was het dan niet logisch geweest dat die tekeningen ook waren toegevoegd aan het raadsvoorstel? We zien nu alleen maar een begane grond verdieping, waar je totaal geen conclusies aan kunt verbinden. De voorzitter: Wethouder Zagt. De heer Zagt: U mag ervan uitgaan, voorzitter, dat het college die toets heeft gedaan. Ik wil best in al die details ook spullen naar de gemeenteraad brengen. Maar ik denk dat u er op mag vertrouwen dat wij die toets zelf hebben gedaan. De heer Roosenschoon: Maar wij zijn er hier juist om dit te controleren. De voorzitter: Ik verstond u niet goed. De heer Roosenschoon. De heer Roosenschoon: Wij zijn er juist om de zaak te controleren. Als we niet de verschillende documenten hebben op welke basis we kunnen controleren, dan gaan we voorbij aan onze rol.

De voorzitter: Wethouder Zagt. De heer Zagt: Die controle heb ik gedaan en ik nodig u uit om het eventueel in te willen zien als u dat prettiger vindt om er een beter gevoel bij te krijgen. Maar ik kan u verzekeren dat daarboven de voorzieningen aanwezig zijn en ook weer op de tweede etage, die volledig wonen zonder dat de begane grond daarvoor nodig is, dat dat mogelijk is. De heer Roosenschoon: We kunnen dat misschien zien in de BVS? De voorzitter: Dat is een vraag aan de wethouder. Komt het terug in de BVS? De heer Zagt: Ik kan vragen of dat te laten zien is op het scherm. Misschien is dat een optie. De voorzitter: Mevrouw IJsbrandij. Mevrouw IJsbrandij-van Kerkhof: Dank u wel, voorzitter. Misschien heb ik het niet gehoord, maar wellicht kunt u nog een toelichting geven waarom u het verstandig vindt om dit nu op te starten terwijl er een rechtsgang loopt. Ik heb niet gehoord, op de schaal van één tot tien, hoe zeker u bent van deze zaak dat het houdbaar juridisch is en dat dit plan nu de eindstreep haalt. Ik heb ook niet helemaal duidelijk gehoord waarom dan niet de tijd wordt genomen om de rafelige eindjes dan toch iets duidelijker voor de raad te krijgen, zodat we weten waar we ja of nee tegen zeggen. De voorzitter: Wethouder Zagt.

De heer Zagt: Om op dat laatste antwoord te geven, het college ziet die rafelige eindjes niet. Ik heb geprobeerd te duiden en dat probeer ik ook nog als ik het rondje zo meteen af mag maken, om de beleving van de rafelige randjes, die hier blijkbaar nog zijn, weg te nemen. Wij starten dit ook niet zomaar op. De rechtbank heeft ons gevraagd om een nieuw besluit te nemen op de aanvraag. Mevrouw IJsbrandij-van Kerkhof: Voorzitter. De heer Zagt: Wij geven gevolg aan de uitspraak. De voorzitter: Maak uw zin maar af. De heer Zagt: Daarnaast, met inachtneming staat ook in het vonnis. Maar deze exercitie met de verklaring van geen bedenkingen die door het college nu in gang gezet is, is ook met inachtneming van het beroep, wat aangetekend is. De voorzitter: Interruptie. Mevrouw IJsbrandij-van Kerkhof: Voorzitter, als u mij zou willen aangeven hoe zeker u bent van uw zaak, dan weet ik hoeveel rafelige eindjes u zelf ook ziet. De voorzitter: Wethouder Zagt. De heer Zagt: Alles overziende, in het licht van de expertise die aanwezig is, dat zijn niet de minste, ik ben zelf een jurist, zien we dat dit by far de beste optie is. Mevrouw IJsbrandij-van Kerkhof: Is het een tien? De heer Zagt: By far de beste optie is een heel hoog cijfer. Maar het heeft geen enkele waarde voor het college om daar een 7, 8, 9 of 10 aan te binden, want ...

Mevrouw IJsbrandij-van Kerkhof: Voorzitter, voor de raad wel. De voorzitter: Mevrouw IJsbrandij. Mevrouw IJsbrandij-van Kerkhof: Voor de raad toch echt wel. Is dit een 5,5 of een 5 of wankelt hij of zitten we op een dikke 8 à 10? De voorzitter: Wethouder Zagt. De heer Zagt: Ik wil daar best een uitspraak over doen, maar die vind ik geen enkele waarde hebben. Mevrouw IJsbrandij-van Kerkhof: Maar ik wel. De heer Zagt: Dat kan ik me voorstellen, maar ik vind niet dat ik me daarover met een getal uit kan spreken over een dossier van nog langer dan die 22,5 jaar, waar we elke keer weer verrast zijn. We hebben niet alles verloren. We hebben ook zaken gewonnen. Pas nog weer. Maar hoe rechtszaken in Nederland gaan, zelfs de beste advocaten zien altijd nog weer gaatjes. Ik ben geen advocaat en geen jurist.

Mevrouw IJsbrandij-van Kerkhof: Voorzitter. Dan moet ik echt concluderen dat u zelf ook concludeert dat het best tricky is en dat u het eigenlijk gewoon zeker het moet neerleggen bij de raad. Wel de rafelige eindjes moet aanpakken. Dank u wel. De heer Zagt: Daar wil ik graag op ingaan, voorzitter. De voorzitter: Ja hoor, mag. De heer Zagt: Die conclusie deel ik niet, totaal niet. Anders zouden wijn dit niet voorstellen. Wij vinden dit by far de beste optie. Mevrouw IJsbrandij-van Kerkhof: Maar dan zouden jullie toch kunnen zeggen hoe dik dat cijfer is. De voorzitter: Maar die vraag is al drie keer gesteld en drie keer beantwoord. Mevrouw IJsbrandij-van Kerkhof: Ik werd weer gepakt. De voorzitter: Er is weer een antwoord. Mevrouw IJsbrandij-van Kerkhof: Dank u wel. De voorzitter: Er is een antwoord. De heer Roosenschoon. De heer Roosenschoon: Voorzitter, eventjes een reactie op de wethouder. U heeft meerdere malen gezegd, met inachtneming van de uitspraak. Maar dat staat juist niet in het raadsvoorstel. In het raadsvoorstel staat, opnieuw besluiten op de aanvraag te nemen. Terwijl de rechtbank heeft gezegd, een nieuw besluit op de aanvraag te nemen, met inachtneming van deze uitspraak. Wat u zelf net ook heeft aangehaald. Maar dat staat juist niet in het raadsvoorstel. De heer Zagt: Dat klopt. De voorzitter: Wethouder Zagt. De heer Zagt: Dat klopt.

Ik heb ook gezegd dat wij uw raadsvoorstel voorleggen met inachtneming van het beroep wat wij hebben aangetekend. Wij geven niet volledig gevolg aan de uitspraak van de rechtbank, want daar zijn we het gewoon niet mee eens. De voorzitter: Dit is beantwoord. De heer De Kruijff. De heer De Kruijff: Voorzitter, het was eigenlijk een interruptie op mevrouw IJsbrandij, want die probeert natuurlijk van de wethouder een cijfer te ontlokken. Aan de ene kant kan ik dat vanuit haar perspectief wel begrijpen, maar al zou de wethouder vanavond zeggen, het is een 10, hij geeft aan, dit is de best gereden weg. Ik weet even niet meer de exacte woorden die de wethouder gebruikt. Maar dat heeft hij in de commissievergadering ook gezegd. Al zou de wethouder vanavond zeggen, het is een 10, weten we allemaal dat als het uiteindelijk bij de rechter komt, dat de rechter een uitspraak toch anders kan interpreteren en dat de rechter alsnog zegt, dit is niet juist. Daar zou u als raadslid toch ook van bewust moeten zijn. De voorzitter: Dank u. Mijnheer Nienhuis.

De heer Nienhuis: Voorzitter, in naam van mijn collega, mevrouw Van Rijn, wil ik misschien toch verzoeken om de beraadslaging te stoppen. Tweede termijn ook. Of we moeten mijnheer De Kloet vragen om zijn afscheid even een maandje uit te stellen, maar dat zal niet de bedoeling zijn, denk ik. Dat we dan overgaan tot stemming. Want we komen op dit moment niet verder, denk ik. Ik denk dat de argumenten wel uitgewisseld zijn, voorzitter. Dank u vriendelijk. De voorzitter: Zijn er nog uitstaande vragen, die beantwoord moeten worden? De heer Zagt: Nee, ik heb geen recht gedaan aan de opmerking van de heer Nienhuis, maar als hij zelf voorstelt om de beraadslaging te stoppen, dan graag. De voorzitter: Is goed. Dank u wel voor de beantwoording van de vragen. Dan gaan we over tot stemming. We doen hoofdelijk. Even kijken, anders weet ik de volgorde niet. We doen een hoofdelijke stemming, dames en heren. De heer Nienhuis: Voorzitter, even technisch. Wij willen eigenlijk uitstel. Ik hoef niet per se tegen te stemmen. Ik wil eigenlijk uitstel. Dat is wat ik ... Kan ik dat verzoek doen eigenlijk, of niet? De voorzitter: Nee, want die is al gedaan. Er is een ordevoorstel geweest aan het begin van de vergadering om dit stuk niet te behandelen. De heer Nienhuis: Prima. Dank u. De voorzitter: Ik vraag, voordat ik begin met hoofdelijke stemming, is er behoefte aan een stemverklaring? Nee.

Dat maakt het wat makkelijker. Dan begin ik bij de heer Nienhuis. De heer Nienhuis: Tegen. De voorzitter: Voor de helderheid, voor de mensen op de tribune en de kijkers thuis, het gaat om of men voor of tegen is een verklaring van geen bedenkingen Spinaker. De heer Nienhuis heeft tegen gestemd. Mevrouw Pronk. Mevrouw Pronk: Voor. De voorzitter: Mevrouw Rademaker. Mevrouw Rademaker: Voor. De voorzitter: Mevrouw Van Rijn. Mevrouw Van Rijn: Tegen. De voorzitter: Mevrouw Roobol. Mevrouw Roobol: Voor. De voorzitter: De heer Roosenschoon.

De heer Roosenschoon: Tegen. De voorzitter: Mevrouw Snel. Mevrouw Snel: Voor. De voorzitter: De heer Steenkamp. De heer Steenkamp: Tegen. De voorzitter: Mevrouw Wind. Mevrouw Wind: Voor. De voorzitter: Mevrouw Abrahamse. Mevrouw Abrahamse: Voor. De voorzitter: De heer Goetheer is niet aanwezig. De heer Goossen. De heer Goossen: Voor. De voorzitter: De heer Den Hartog. De heer Den Hartog: Voor. De voorzitter: De heer Heeren. De heer Heeren: Tegen. De voorzitter: Mevrouw Hidding. Mevrouw Hidding: Voor. De voorzitter: Mevrouw IJsbrandij. Mevrouw IJsbrandij-van Kerkhof: Tegen. De voorzitter: Mevrouw Kaper. Mevrouw Kaper: Voor. De voorzitter: De heer De Kloet. De heer De Kloet: Tegen. De voorzitter: De heer De Kruijff. De heer De Kruijff: Voor.

De voorzitter: Met 7 stemmen tegen en 11 voor is het voorstel aangenomen. Bij deze. Overige 16. Afscheid raadslid Jan-Jaap de Kloet De voorzitter: Dan zijn we aanbeland bij afscheid van de heer De Kloet. Hou vol, dames en heren. Wilt u naar voren komen, heer De Kloet? Dan kan ik ook een beetje naar je kijken, als ik dit doe. Belangrijk moment. Beste Jan-Jaap, zo’n tien maanden geleden stonden we ook zo. Toen ook afscheid nemend, maar vanuit je functie als wethouder. Nu nemen we opnieuw afscheid van jou, maar dan vanuit je rol als raadslid. Wat nu ook echt wezenlijk anders is, is dat je ook echt weggaat. Je vertrekt naar de gemeente Zandvoort, om naar wethouder te worden van de Ouderenpartij. Besturen zit in je bloed. Het is hetgeen wat je wil doen in je leven en een functie waarin je het meest tot je recht komt. In de gemeenteraad bestuur je natuurlijk ook, maar jouw hart ligt echt bij het dagelijks bestuur. De stap die je nu maakt, is dan ook een heel logische. Maar dat je deze mooie omgeving van Wijdemeren verruild voor dat saaie Zandvoort, met die kust en die stranden en de Formule 1, daar snappen we allemaal niets van. Om nu op de Boulevard te flaneren, lopend achter je rollatortje, want je bent tenslotte van de Ouderenpartij, visje eten bij de viskraam en zo, wat zal ik zeggen? Ieder zijn ding. Maar in alle ernst Jan-Jaap, we gaan jou echt missen.

Wijdemeren en de inwoners van Wijdemeren gaan jou ook missen. De afgelopen tien maanden hebben je omgetoverd tot een echte fractievoorzitter die de oppositierol heeft omarmd. Jouw kijk op het openbaar bestuur, jouw visie op Wijdemeren heb je verweven met je nieuwe rol. Dat je hebt in korte tijd indruk weten te maken. Constructief ben gebleven. Natuurlijk blijvend betrokken bij de gemeenschap en onze gemeente. Voor jou staat de inwoner altijd op nummer één. Daar zullen ze in Zandvoort veel van merken en hun voordeel van uithalen. Voor alle vertrekkende raadsleden is er een cadeau. We hebben even overwogen om jou een cadeau te geven die in het teken staat van jouw geriatrische toekomst in Zandvoort, maar we hebben het gehouden bij het traditionele bootje. Veel succes en plezier in Zandvoort. We gaan er allemaal vanuit dat we jou ook weer zullen zien ook in Zandvoort, bij de Formule 1 race. Wij kijken uit naar de uitnodiging. Toch, allemaal? Ja. Maar goed, lieve Jan-Jaap, het ga je goed. Je mag iets zeggen. De heer De Kloet: Ik wil kort iets zeggen. De voorzitter: Maar voordat jij wat gaat zeggen, Jan-Jaap, mag je even blijven staan, want de nieuwe fractievoorzitter van Dorpsbelangen wil ook graag een woordje doen. Mevrouw IJsbrandij. Mevrouw IJsbrandij-van Kerkhof: Dank u wel. Ik ga geen cijfer geven. Dat is gewoon een tien. Er is al veel gezegd.

Beter speechen dan de burgemeester kan ik niet natuurlijk. Op de website OverheidinNederland.nl staat het al als een feit. De heer Jan-Jaap De Kloet, gemeente Zandvoort, functie wethouder, april 2023. Terwijl wij nu vanavond nog afscheid van je aan het nemen zijn als collega-raadslid, fractievoorzitter en prominent gezicht van Dorpsbelangen. In de 5,5 jaar als wethouder heb je menig lastig project van een stoffige plank gehaald en je erin vastgebeten tot de hele procedure was afgerond. Petje af, want het ging er ook weleens over flink woelig water aan toe. Welke kant het ook opging, je respecteerde ieders mening en bleef immer optimistisch gemutst. Je was met recht een hardwerkende wethouder voor de gemeente en de inwoners en een gewaardeerde samenwerkingspartner, collega in de regio. In het afgelopen jaar als fractievoorzitter legde je evenveel energie aan de dag. Dat kan niemand zijn ontgaan. Je hebt een stevig praktisch geluid laten horen, een heldere visie om problemen daadkrachtig aan te pakken en bleef herhaaldelijk om opheldering vragen als men zich in de mist verschool. Altijd scherp op de inhoud. Dat hebben we vanavond ook weer kunnen horen. Je bracht waardevolle kennis, ervaring en kunde mee in een

onervaren raad en was er altijd en voor iedereen. Nadat Dorpsbelangen zich aansloot bij OPNH en jij als lijsttrekken voor de provinciale verkiezingen Noord-Holland introk, werd je als de ambitieuze politicus die je bent nog meer opgemerkt. Toen ging het snel. Ik heb ontzettend genoten van onze dynamiek in de fractie. Ons vrijwel dagelijks overleg of een kattenbelletje. Gelukkig wordt de lege plek in de fractie Dorpsbelangen niet door de minste ingenomen. Daar hoef je je geen zorgen over te maken. Ik zal mijn uiterste best doen om je waardig op te volgen als fractievoorzitter. Je meest recente toezegging, daar houden we je heel graag aan, is dat je zo vaak als mogelijk bij Dorpsbelangen in de vergaderingen zult aanschuiven om op de hoogte te blijven van het Wijdemeerse, maar ook omdat politiek, met name Dorpsbelangen zelf natuurlijk, nou eenmaal in je DNA zit. Je blijft gewoon in Kortenhoef wonen. Dat snap ik wel, want onze Wijdemeerse evenementen, de plassen en de bootjes zijn echt even zo leuk als strand en snelle auto's. Alhoewel de kustplaats enorm aanspreekt. Je kunt nu al de tribunes van het circuit vullen met de vele terloopse reacties die je kreeg. Ik reken wel op een kaartje voor de Formule 1. Tot slot, gisteren zei je nog, ik voel me in topvorm. Dat is natuurlijk het allerfijnste. Het moment om aan zo’n mooie nieuwe job te beginnen. Vol gas naar Zandvoort.

Wij wensen dat je veel mooie dingen mag bereiken, ze daar net zoveel waardering voor je krijgen als wij en vooral dat je heel veel werkplezier hebt. Namens Dorpsbelangen en mijzelf, voor nu, want je weet maar nooit wat er komen gaat, dank je wel voor alles. De heer De Kloet: Dank je wel. Overladen met cadeaus. Hartstikke goed. Even kijken, hoeveel heb ik nog? Ja, gaat net lukken. Het is een nieuwe dag en het is ook een nieuw avontuur wat ik aanga. De burgemeester, dank voor uw buitengewoon vriendelijke woorden. Dank ook Patricia voor jouw lieve woorden. Wat ik graag aanga, het werd al gezegd, ik ben een bestuurder. Daar voel ik me echt in thuis. Ik vind het heel erg leuk om wethouder te zijn. Niet zozeer, heb ik altijd erbij gezegd, vanwege status of wat dan ook, maar gewoon inderdaad dat je iets kan doen voor de inwoners en voor de gemeente waar je wethouder bent. Ik laat me wat dat betreft iets voorzichter uit dan wat ik eerder heb gedaan. Zandvoort zal het inderdaad worden. Met een mooie portefeuille. Ook daar word ik een wethouder die ruimtelijke ordening in zekere zin in zijn portefeuille heeft, projecten heet het. Er wordt veel gebouwd, binnenstedelijk, want het is omringd door Natura 2000-gebied. Inderdaad, de Formule 1 en het circuit, dat zijn echt twee verschillende portefeuilles ... Zitten daar ook bij. Dat belooft veel goeds.

De 18e word ik inderdaad geïnstalleerd, als alles goed gaat en e raad vindt dat goed. De 19e, ’s ochtends vroeg, zit ik al in mijn nieuwe kamer om gesprekken te voeren, onder andere over de Formule 1. Maar wat ik, voordat ik wegga, wil zeggen, is dat ik u allen dank hier in deze raad, in de vorige raad en zelfs nog de raad daarvoor. Ingestapt inderdaad in december 2016 met de portefeuille financiën. Ik raad u aan om, hoe heet het, de jaarrekening 2017 en 2018 nog even te bekijken. Grapje. Dat zegt niks over mij verder. Maar ik dank u inderdaad allen voor de fijne samenwerking met de colleges, met de raadsleden, met de ambtelijke organisatie, inderdaad de bodes die altijd voor je klaarstaan om dingen te doen, als je het even niet weet of dingen kwijt bent. Iedereen heel erg bedankt. Ik kijk uit op een fantastische periode. Ik denk dat ik ook een hele mooie periode tegemoet ga. Inderdaad, ik kom heel snel terug om op de publieke tribune dit fantastische schouwspel te bekijken. Dank u wel. 17. Sluiting De voorzitter: Dames en heren, het was een lange avond. Het was ook een ... Toch wel. Het was soms ook een moeilijke avond. Laten we wel wezen. We hebben het mooi afgesloten met elkaar. Ik wens u nog een hele fijne nacht. Wij hebben nog wel voor de raadsleden even een borrel. Ook de gelegenheid natuurlijk om wat uitgebreider afscheid te nemen van Jan-Jaap de Kloet.

Ik bedank de kijkers die er nog zijn voor volhardendheid en ook de mensen op de tribune. Het was een hele zit. Wij waarderen het enorm. Dames en

heren, wij waarderen het enorm dat deze mensen zolang hier zijn gebleven om naar ons te luisteren. Zeer betrokken. Juist. Fijne avond. Het gaat u allen goed.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12684509/2