Transcript raadsvergadering 13 april 2023
Tekst van het document
Beste college, alstublieft gaat u beter luisteren. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Tot slot geef ik het woord aan mevrouw Rademaker. Gaat uw gang. Mevrouw Rademaker: Dank u wel, voorzitter. Ik ben al zoveel aan het woord geweest. Het meeste is eigenlijk ook al wel door de collega’s gezegd. Maar één ding is niet gezegd en dat wil ik heel erg hard uitspreken, complimenten inwoners, complimenten. Wat u heeft laten zien de afgelopen weken aan de bereidheid om mee te denken, oplossingsgericht te handelen, met elkaar in gesprek te gaan, te kijken wat er wel kan in
plaats van wat er allemaal niet kan, complimenten. Volgens De Lokale Partij is het onderzoek naar de komst van een azc op het NERA, heeft de stap overgeslagen, namelijk de eerste en belangrijkste stap. Mevrouw Van Rijn heeft volkomen gelijk. We hadden natuurlijk eerst met u het gesprek aan moeten gaan. Wat kan u? Wat wil u? Waar ziet u de ruimte? Want dat instromen blijkt. Dat zullen we met elkaar moeten oplossen, maar met elkaar en niet door een opgelegd plan waar u het gevoel van heeft dat u daar niet meer over gaat. Dat deugd niet. Dat moeten we met elkaar doen. Ik heb nog een paar kleine aanvullende vragen voor de wethouder. We stoppen nu met dit onderzoek. In hoeverre is dat aan ons verwijtbaarheid dat wij stoppen met dit onderzoek en wij straks een rekening krijgen voor alle kosten die we tot nu toe gemaakt hebben? Want dat is een duidelijke voorwaarde die het COA aangegeven heeft. Zitten we straks met een enorm debacle en een enorme rekening. Graag uw antwoord, wethouder. U heeft gezien hoe saamhorig de Wijdemeerders zijn, de Horstermeerders, de Nederhorst den Bergers, of de Bergers moet ik dan zeggen, maar ook de rest van Wijdemeren in het proberen met elkaar een geschikte oplossing te vinden en een goede invulling te geven aan het vluchtelingenvraagstuk, aan het instroomvraagstuk.
Ik heb u net horen zeggen dat u in het voorjaar met de raad kaders zou willen vaststellen. Mijn verzoek aan u is, college, ga eerst met die inwoners in gesprek en luisteren wat ze ervan vinden. Aan de hand van die bevindingen wil de raad de kaders wel gaan vaststellen. Ik heb toch nog even een vraag, of u kunt duiden waarom de gemeente akkoord is gegaan met het onderzoeken naar een azc op de NERA-locatie als van de vier criteria die het COA zelf stelt er op voorhand al drie niet voldoen. Wat is dan de reden om toch akkoord te gaan met het instellen van een onderzoek? Het is al vaker gezegd, er zijn genoeg collega-gemeentes die u prima kunnen vertellen wat er op je afkomt wanneer je een azc-onderzoek begint. Daar hadden we gratis de informatie kunnen ophalen. Ik adviseer het college dan ook ten sterkste om ook over het vervolgtraject het licht op te steken bij de collegagemeenten. Dat was hem. Dank u wel, voorzitter. De Omgevingsvisie: Mevrouw Rademaker, mag ik u een vraag stellen? U geeft aan drie van de vier criteria wordt niet aan voldaan. Kunt u aangeven welke dat zijn? Mevrouw Rademaker: Dat is dat er een dorpscentrum binnen een bepaalde afstand moet zijn. Dat is dat er een ov-halte binnen een bepaalde afstand moet zijn. Dat er een middelbare school binnen een bepaalde afstand moet zijn.
Die 3 criteria, de afstanden die het COA zelf daaraan koppelt, daar voldoet de NERA-locatie al niet aan. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk naar de wethouder. Wethouder Hoelscher, hebt u nog enige tijd nodig om beantwoording voor te bereiden aan de raad? U wilt direct overgaan tot beantwoording? Oké. Gaat uw gang. De heer Hoelscher: Voorzitter, vele malen heb ik in mijn leven, als klein jongetje was ik al geïnteresseerd in de politiek met mijn vader, met verbijstering zitten kijken naar hoe politici soms recht probeerden te praten wat krom is. Ik moet u eerlijk zeggen, toen ik zojuist hier zo zat, toen voelde ik mij heel nederig. Want ik realiseer mij, even los van de intenties, want die waren heel anders, ik hoop ook dat u dat van ons als college kunt aannemen, maar het is gewoon fout gegaan. Hoe dat gebeurd is, is heel interessant. Daar moeten we absoluut ook lering uit trekken, ook alle punten die u als raad naar voren heeft gebracht. Maar bepaalde dingen kunnen we niet opnieuw doen. We kunnen niet de angst, de onzekerheid wegnemen, de vraagtekens die mensen hebben, terecht, soms ook onterecht, bij hetgeen er wordt voorgesteld. Of is dat misschien wel helder genoeg? Wat wordt er eigenlijk voorgesteld? Maar ook het onbegrip. We zijn meesters om altijd alles inhoudelijk te beredeneren en op te reageren.
Maar mensen zitten in de emotie en als vervolgens er inhoudelijk op emotie wordt gereageerd, dan zit je op verschillende frequenties. Dan raak je elkaar op communicatie gebied kwijt. Ik heb dat allemaal geleerd bij de vakbond, in de politiek, maar kennelijk is het
heel lastig om in zo’n ingewikkeld proces, want dat is het echt, om dat ook toe te passen. Inderdaad een spannend proces, wat ik al eerder heb meegemaakt in een gemeente dichtbij. Andere grootte, maar op het moment dat er asielzoekers zijn betrokken, dat weet je dat het heel spannend wordt. Zijn mensen dan meteen tegen asielzoekers? Nee, helemaal niet. Mensen zijn onzeker. Ze kennen die situatie niet. Wat kunnen ze verwachten? Ze hebben terechte vragen over, hoe zit het met de veiligheid in mijn buurt? Hoe zit het met de scholing? Ze maken zich ook zorgen over de positie van vreemdelingen. Al die vragen op zich, die zijn allemaal terecht. Die wilden we ook allemaal beantwoorden. Tijdens die bewonersbijeenkomsten, nogmaals, dat wordt niet alleen informatie gezonden ook door COA en gemeente, althans dat was de bedoeling, maar ook in kleinere groepjes uiteen te aan en al dit soort dingen in kaart te brengen. Want dat was voor ons als gemeente Wijdemeren, als college het onderzoek. Of het voldoet aan wat COA zelf als regels heeft, mevrouw Rademaker, hele goede constatering, maar op zich is dat vooral natuurlijk aan COA zelf. Wij bepalen niet waar COA een asielzoekerscentrum op zich kan vestigen.
Natuurlijk wordt er medewerking gevraagd van de gemeente, maar als COA met een eigenaar van een hotel of wat voor soort vastgoed ook tot uiteindelijk overeenstemming komt, dan heb je maar bescheiden middelen om vervolgens in te grijpen. Maar al dit soort kwesties moesten aan het eind van het onderzoek leiden tot duidelijkheid, meningen van inwoners zouden zijn opgehaald, uiteraard ook van de raad. U zou het laatste woord nog krijgen tijdens het hele proces middels wensen en bedenkingen. Vervolgens zou je de informatie hebben die voorligt om een weloverwogen besluit te nemen. We moeten gewoon constateren dat dat niet gelukt is. Dat spijt mij werkelijk. Dat spijt mij als onderdeel uitmakend van dit college. Dat spijt me ook als verantwoordelijk portefeuillehouder, voorzitter. Mevrouw Kaper: Voorzitter, mag ik nu interrumperen of moet ik dat voor later bewaren? De voorzitter: Nee hoor, u mag interrumperen, maar wel graag bij de microfoon. Mevrouw Kaper: Dan moet ik daar naar de microfoon? De voorzitter: Ja. Mevrouw Kaper: Dank u wel, wethouder. U geeft net aan, wij bepalen niet waar het COA zich wil vestigen. Wanneer het COA een pand op het oog heeft en contact heeft met de eigenaar, dan kan het COA dat onderzoeken en vervolgens vragen om medewerking van de gemeente.
Maar het college kan ook die medewerking toch weigeren op een aantal gronden? Dat is mijn vraag, of dat mogelijk is. De voorzitter: Wethouder Hoelscher. De heer Hoelscher: Dat is zuiver theoretisch mogelijk dat je iets weigert. Vervolgens kan je natuurlijk altijd door een rechter weer gedwongen worden om ergens aan mee te werken. Maar kijk, als je al van tevoren meent dat er hele goede redenen zijn om uiteindelijk niet mee te werken aan zo’n proces, dan is het het makkelijkst natuurlijk dat het proces uiteindelijk ook de onderbouwing geeft van de redenen die jij misschien hebt om niet mee te werken. We zijn zoveel als mogelijk op zoek geweest naar objectieve informatie in plaats van de dingen die we zelf verwachten. Want om een heel duidelijk voorbeeld te geven, een aantal keren ben ik uiteraard ter plaatse geweest. De weg die daar loopt, daar zie ik niet echt het vrachtverkeer overheen gaan, het bevoorradingsverkeer. Dan heb ik het nog niet eens over het bouwverkeer. Maar moet ik dan het antwoord geven op de vraag of laten we dat het onderzoek doen? Wij hebben als laatste als insteek gekozen, wetende dat er een aantal dingen lastig zou zijn te realiseren, of misschien wel niet, maar dat is nou eenmaal ook het doel van een onderzoek, om die gegevens helder te krijgen.
De voorzitter: Mevrouw Kaper. Mevrouw Kaper: Dan heb ik het goed begrepen dat als het COA een gebouw op het oog heeft dat dan het college niet verplicht wordt om aan zo'n onderzoek mee te werken, maar dat het college ook zou kunnen zeggen, alles in ogenschouw nemende werken wij niet mee aan een dergelijk onderzoek. U heeft ervoor gekozen, of de wethouder heeft ervoor gekozen om dat onderzoek wel aan te gaan en gewoon die verkenning in te gaan naar de mogelijkheden. De voorzitter: Wethouder. De heer Hoelscher: Voorzitter, ik zou willen zeggen, niet de wethouder, wethouders bestaan niet volgens de wet, een minimumaantal en een maximumaantal dat je mag hebben. Het college van burgemeester wethouders. Dat hebben wij gedaan ook op grond van die humanitaire gronden, die enkele fracties ook naar voren hebben gebracht. Natuurlijk, er gaan heel veel dingen in het vluchtelingenvraagstuk verkeerd in Nederland, maar uiteindelijk bepalen wij gelukkig niet of mensen mogen blijven of dat ze moeten vertrekken. Maar wij vinden wel dat we mensen een goed dak boven hun hoofd moeten bieden en niet de situatie zoals we vorig jaar zagen in Ter Apel. Dat is echt het begin geweest van onze positieve grondhouding. We hebben niet gezegd, we tekenen meteen bij het kruisje alles wat u wil.
Bijvoorbeeld de 350, het college heeft echt niet aangegeven, wat ons betreft is het maximum 350 en COA wil 250 en we komen ergens in het midden uit. Nee, over grotere aantallen is er gesproken. Toen hebben we eigenlijk gezegd, nee, 350 is voor ons het absolute maximum. Maar uit het onderzoek zal moeten blijken ... Want het COA werkt natuurlijk ook, niet moeten ook hun business runnen. Een businesscase moest er worden ontwikkeld. Als de uitkomst van die businesscase wat geweest, het omslagpunt tussen rendabel, niet rendabel ligt bij 180, waarom zou je er dan meer dan 182 asielzoekers ter plaatse huisvesten? De voorzitter: Volgens mij is de vraag beantwoord. Mevrouw Kaper: Mijn vraag is beantwoord. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Van Rijn. Mevrouw Van Rijn: Voorzitter, ik wilde toch nog heel even erop doorgaan, want dit klinkt wel een beetje te simpel. Het college heeft geen keus of moet hele goede gronden hebben niet mee te werken. Volgens mij had u ook kunnen zeggen, we staan neutraal in dat onderzoek, maar u heeft een positieve grondhouding aangenomen ten opzichte van dat onderzoek. Ik denk ook dat het zaak is dat wij als raad, maar ook het college zelf nadenkt. Ik hoor u al allerlei bedenkingen uiten over dat het niet over de weg kan, maar laten we allemaal het onderzoek afwachten.
Volgens mij doen we in deze gemeente heel veel onderzoeken en onderzoeken en onderzoeken, maar we moete ook bij onszelf nagaan, wat denken we dat wenselijk is? Volgens mij staat heel duidelijk in de brief naar de inwoners, we hebben niet alleen een positieve grondhouding, maar het COA vraagt minimaal 250 en een van de voorwaarden of dingen die meegegeven zijn in het onderzoek is dat de colleges zegt, maximaal 350. U heeft echt andere keuzes kunnen maken. Ik vind het ook te makkelijk en ik zou daar toch wat meer duiding over willen, dat een college makkelijk zou kunnen weigeren of niet. Op dit moment is het vraagstuk, laten we niet dat hele landelijke vraagstuk oplossen, dat gaat ons ook niet lukken, anders waren we daar wel voor uitgenodigd in de Kamer. Maar waar het om gaat, volgens mij, is dat heel veel gemeenten denken, dit lukt niet, dit is ingewikkeld. Dat dit college heeft gedacht, als enige gemeente volgens mijn laatste informatie onder toezicht, wij kunnen dat wel aan. Met een organisatie die ook nog eens heel erg weinig mensen heeft. Ik wil toch iets meer reflectie daarop, voorzitter.
De voorzitter: Uw vraag. Reflectie op de ... Mevrouw Van Rijn: Het college heeft een positieve grondhouding aangenomen, wetende dat we de enige gemeente in Nederland onder toezicht zijn, deze organisatie stand van zaken hebben. Waarom hebben we dan toch gezegd, maar wij kunnen dat wel? De voorzitter: Wethouder Hoelscher. De heer Hoelscher: Ik heb zojuist al aangegeven, de humanitaire gronden. Als uit het hele proces naar voren was gekomen dat er geen enkele praktische hindernis was om uiteindelijk zo’n asielzoekerscentrum ter plaatse te ... Als de inwoners daarmee het eens waren geweest. Als de raad geen uiteindelijk wensen en bedenkingen had neergelegd. Dan heb je dus uiteindelijk .... Werk je als gemeente mee. U maakt de vergelijking met andere gemeenten in Nederland. Er zijn weinig gemeenten waar eerst zo’n onderzoek, wat ook zo lang duurt, wordt gedaan. We hebben ook echt dat bedongen in het hele proces, omdat we juist aan de voorkant mensen wilden meenemen in plaats van dat we mensen achteraf zouden confronteren met fait accompli en daar mogen ze nog wat van vinden. Dat vonden we het aller slechtst. Kijk, dat het niet goed is gegaan met die participatie, dat moge duidelijk zijn. Het is niet voor niets dat we de reactie zien. Nogmaals, dat spijt me, want dat was niet bedoeling. Dat gaat altijd uiteindelijk ook ten koste van draagvlak van opvang van vluchtelingen.
Dat is het laatste wat wij hebben willen bereiken. Ietsje meer reflectie, absoluut. Ik ben ook altijd bereid om hand in eigen boezem te steken. Niks menselijks is mijn vreemd. Hetzelfde geld voor de collega’s in het college. Ook in de ambtelijke organisatie. Maar hier is echt naar eer en geweten opgetreden. Wij hadden onze blik in ons vizier staan op de bewonersavonden. Het is buitengewoon spijtig dat die niet konden doorgaan, temeer waar het mensen van buiten waren en dat mensen die zo om willen gaan met onze democratie en het recht van mensen om hun mening naar voren te brengen, die mogen natuurlijk nooit winnen. Want uiteindelijk moeten we echte debat gevoerd worden met inwoners en met u als gemeenteraad, als volksvertegenwoordigers. Mevrouw Hidding: Interruptie, voorzitter. De voorzitter: Ik zag u al staan. Mevrouw Hidding. Mevrouw Hidding: Dank u wel. Ik wil even inhaken op transparantie en communicatie. U noemt net dat op een gegeven moment in het traject bent u te plaatse geweest en u heeft gezien dat de wegverharding onvoldoende was. Dan vraag ik me af, als u transparant wil communiceren en u wil de raad ook meenemen in het proces, waarom in de raadsbrief, die naar ons gestuurd is, of wethoudersbrief zou ik moeten zeggen, zegt u, de NERA-locatie voldoet aan veel criteria van het COA en biedt al de planologische mogelijkheid voor het gebruik en uitbreiding.
Dan gaat u daar uitgebreid in op de plek. Waarom bent u daar niet transparant geweest en gezegd van, er zijn een aantal zaken die niet voldoen, maar die nemen we mee in het onderzoek? Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Wethouder Hoelscher. De heer Hoelscher: Maar voorzitter, ik moet u eerlijk zeggen van, volgens mij zit dat besloten ook in het feit dat je een onderzoek gaat doen. Want als alles kan, als alles mogelijk is, dan hoef je dat onderzoek niet te doen. Maar dat is precies wat ik straks heb bedoeld van, de mate die u hecht aan informatie over een traject. Dat kan ik voor u invullen. Ik kan me er een voorstelling bij maken. Dat kan ik ook, gelet op mijn eigen achtergrond ook, twaalf jaar als raadslid. Maar dit is best gedetailleerd ook. De vraag is even van, wilt u echt
de hoofdlijnen of wilt u echt gewoon elke week worden bijgepraat middels gedetailleerdere informatie? Wij hadden ons van tevoren ervan kunnen vergewissen ... Mevrouw Hidding: Interruptie, voorzitter. De voorzitter: Ik laat wethouder Hoelscher even de zin afmaken. Mevrouw Hidding: Is goed. De heer Hoelscher: Wij hadden ons ervan kunnen vergewissen van wat u nu precies als informatie had willen hebben. Dan bedoel ik niet dat ik de bal bij u over de schutting gooi. Dat is als extra service naar de gemeenteraad als hoofd van de gemeente. Mevrouw Hidding: Interruptie, voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Hidding. Mevrouw Hidding: Met alle respect wethouder, u gooit absoluut de boel over de schutting, want wij zijn met de vragen vanuit de inwoners geconfronteerd over de geschiktheid van de plek. Als er al een aantal zaken bekend waren vooraf en u had er transparant over gecommuniceerd, hadden we dat kunnen meenemen in onze antwoorden. Nu blijven we met lege handen zitten. Konden we geen vragen beantwoorden. Dat neem ik u zeer kwalijk. De heer Hoelscher: Maar voorzitter, ik denk dat het heel goed is dat ... Ik kon die vragen ook niet beantwoorden. Het feit dat ik een voorbeeld noem van ook zaken die ik zelf in mijn hoofd had van, hoe zou dat praktisch gaan, betekent niet dat we formeel punten op een lijst hebben gezet van, hier moeten we nader naar kijken. COA kijkt echt naar alles.
COA gaat niet over één nacht ijs daarbij ook. U kent ook de noodzaak tot meer opvangplekken. Ook deze week komt er weer naar buiten dat waarschijnlijk het aantal vluchtelingen in Nederland alleen maar gaat toenemen. Het onderzoek is ook nog niet gestart. Dat is ook zoiets. De start lag voor ons, nogmaals, bij eerst de inwoners informeren, wat gaat het proces precies inhouden. Wat is hun rol daarbij? Vervolgens dezelfde exercitie met de gemeenteraad. Maar voorzitter, dit is weer ... Ik probeer niet alles recht te praten wat krom is, want we kunnen zelf heel goed zien van wat het proces uiteindelijk heeft opgeleverd. De voorzitter: U heeft een interruptie van mevrouw ... Een vraag neem ik aan. Mevrouw Van Rijn: Aansluitend op de vraag van mijnheer Hidding. Als CDA-fractie horen wij echt wel een wethouder, sorry, ik heb hem duidelijk gehoord, een mea culpa, een reflectie. Waar de pijn onder andere zit, we gaan het straks nog over andere dingen hebben, is dat u nu aangeeft van, wat had de raad willen hebben, dan had ik die informatie gegeven. Ik had dat anders moeten inschatten. Maar voorzitter, we hebben er drie keer over moeten vergaderen. Niet in deze zaal, maar wel op een andere manier. Drie keer met alle fractievoorzitters bij elkaar om vanaf een paar weken geleden een paar simpele vragen over organisatie, over financiën en over de communicatie. We hebben ze ingediend.
De griffie heeft ons fantastisch geholpen. Er komt geen antwoord. We vergaderen nog een keer. Er komt geen antwoord. We vergaderen nog een keer. Ik begrijp het sorry wel. In heel veel dingen kan ik ook in plaatsen. Maar dat vertrouwen, dat we als raad continu op ons werk de hele tijd bezig moeten zijn om uit het college informatie te trekken. Dat zijn we als CDA-fractie echt heel erg zat. Wij vinden het ook lastig dat op de dag dat er dan zo’n debat komt, een
mededeling komt van, we stoppen ermee en we vinden het ook lastig, dat dan opeens de vragen en het briefje van het COA over het geld, in neem aan dat de wethouder daar straks nog verder op ingaat, wel beschikbaar zijn. Waarom moeten we als raad continu bij elkaar komen, week na week vergaderen? Het moet echt stoppen, voorzitter. Daar ben ik benieuwd naar, waarom het nu wel kan en in de afgelopen weken de raad zo hard heeft moeten trekken. Nou hoor ik de wethouder zeggen, als ik had geweten wat u had gewild, had ik dat gedaan. Maar u heeft dat geweten, al weken. De voorzitter: Wethouder Hoelscher. De heer Hoelscher: Maar voorzitter, ik heb niet bedoeld dat u daarmee het hele proces, zoals het verlopen is, had kunnen voorkomen. Maar dan had ik in ieder geval over de communicatie over dat gedeelte, had ik misschien ... Hadden wij als collega meer kunnen leveren van wat u dan verwachtte. U heeft gelijk, ik zie ook dit terugkeren in meerdere dossiers. Ik denk ook dat het heel goed is dat wij ook eens als college, maar ook met u als raad daarover in gesprek gaan. Want dat is heel jammer, want we willen allemaal hetzelfde vanuit verschillende verantwoordelijkheden. We moeten elkaar namelijk wel in staat stellen ook die verantwoordelijkheden op een goede manier uit te voeren. De voorzitter: Ik voel een vervolgvraag. Mevrouw Van Rijn. Mevrouw Van Rijn: Dank u wel, voorzitter.
De laatste op dit onderwerp. Dat gesprek met het college en de raad, misschien hard om te zeggen, ik vertrouw daar niet meer in. We hebben dat gesprek namelijk deze periode al vier keer gevoerd. Hoe gaan we om met communicatie? Hoe gaan we om met inwonersbrieven die maanden niet beantwoord worden? We hebben respect voor de organisatie en het college. We zien dat er hard gewerkt wordt en we zien dat ook niet alle ambtenaren beschikbaar zijn. Maar continu maken we een afspraak. Je ziet allemaal dat we minder vragen indienen dan we misschien zouden willen. Maar elke keer als we een afspraak maken, wordt hij gewoon geschonden, voorzitter. We kunnen moeilijk nog minder doen als raad, want dan kunnen we ook thuisblijven. Ik wil echt dat het stopt. Ik heb ook weinig behoefte, wij als CDAfractie, om daar weer over te vergaderen en vragen het college, laat eerst zien dat het goed gaat en dan kunnen we weer om tafel. Dank u wel. Het was geen vraag, maar het was een mededeling of een opmerking. De heer Hoelscher: Maar voorzitter, ik ... Mevrouw Wind: Maar mag ik aansluiten, want dan kunnen we twee dingen in één keer doen. De voorzitter: Vooruit, mevrouw Wind. Mevrouw Wind: Dank u wel, voorzitter. Het is eigenlijk niet zo verschrikkelijk ingewikkeld. Soms helpen woorden en soms helpen woorden helemaal niet. Het zou maar zo kunnen dat dat in dit geval zo is.
Soms kun je beter heel kort zijn. Vragen van de raad moeten beantwoord worden. Ik denk dat het weinig zin heeft om nog weer in bespiegelingen te vervallen. Ik vertrouwen het college wel. Dan moet ik best mezelf toespreken af en toe, want ik zie het niet altijd. Voorzitter, college, ik hoef geen teksten, ik wil daden. U gaat uw stinkende best doen. Meer woorden helpen denk ik niet, wat mij betreft. Maar als u denkt van wel. De heer Hoelscher: Voorzitter, met uw welnemen, ik kan mevrouw Wind geruststellen, want vertrouwen komt te voet en gaat te paard. Je moet het laten zien en waarmaken. Laten we dat ook gaan doen. Dan beloof ik dat ik heel kort de punten doorneem. Echte winnaars zijn er niet. Nee, dat is duidelijk. Nogmaals, verontschuldigingen aan ook al die inwoners die in een vervelende situatie daarmee zijn gebracht.
De voorzitter: Er is een interruptie van de heer ... Een vraag, mijnheer De Kloet? De heer De Kloet: Ja, zeker. Ik hoor de wethouder zeggen, het vizier in onze communicatie en participatie, of wat ervoor door moet gaan, waren de bewonersavonden. Wat is uw overweging geweest om ... U kunt niet zeggen dat wisten we niet, wat de fractie Dorpsbelangen heeft u daar meteen een brief over gestuurd van, hou er rekening mee dat er een dynamiek gaat ontstaan, ik citeer uit eigen werk. Wat is de overweging geweest om niet direct, toen u wist dat dit proces ging beginnen, dat is eigenlijk al begin van het jaar geweest, om de inwoners niet erbij te betrekken. Dat vind ik een veel interessantere vraag. De voorzitter: Wethouder Hoelscher. De heer Hoelscher: Kijk, dat wij inwoners bij betrekken wat direct invloed heeft op hun leefomgeving, dat staat als een paal boven water. Je kunt daar bepaalde keuzes over maken van op welk moment je dat doet. Je wil mensen uiteraard allereerst informeren over wat er gaat gebeuren. Juist daartoe waren die bijeenkomsten bedoeld, om informatie te geven vanuit de gemeente, vanuit het COA, ervaringsdeskundigen. Vervolgens ga je natuurlijk een ander deel van de participatie in. Dat kan zijn, je hebt verschillende treden op die participatieladder. Dat hoef ik u verder niet uit te leggen. Het is niet of, of, het is en, en, was de bedoeling geweest.
Alleen helaas zijn we nooit in dat stadium geraakt. De voorzitter: Volgens mij was uw vraag een andere. Mijnheer De Kloet, nog een keer. De heer De Kloet: Een geheel andere zelfs. Ik vroeg niet van, wat heeft u verzonnen voor 23 maart en de dagen erna. Ik neem aan dat u binnen het college de situatie heeft gepeild van, dit gaat eraan zitten te komen. Er komt een onderzoek. We gaan nog een beslissing nemen over een onderzoek, want dat is eigenlijk de stand van zaken. Waarom heeft u toen niet meteen bij uzelf de vraag gesteld, hoe gaan we nu de inwoners zo snel mogelijk, niet na drie, vier maanden, maar zo snel mogelijk hierbij te betrekken. Waarom heeft u dat niet gedaan? De heer Hoelscher: Voorzitter, omdat er geen concreet verzoek lag namelijk van COA noch van de eigenaar. Daarop hebben we gewacht. In de tussentijd zijn we uiteraard wel ook intern aan de slag gegaan, kijken wat mogelijk is. COA heeft ons geadviseerd. We hebben verschillende gesprekken gevoerd binnen de gemeenschap van Horstermeer, ook binnen Nederhorst den Berg, ook met vrijwilligersorganisaties. Natuurlijk ook gewoon goed in den lande gekeken, maar helaas niet elke situatie is een-op-een te kopiëren. Met u ben ik wel bijvoorbeeld heel verbaasd dat er niet iets bestaat als een standaard draaiboek. Dat is toch eigenlijk onbegrijpelijk dat elke gemeente opnieuw het wiel weer moet uitvinden.
Maar ook dat is iets wat we uiteraard ook met COA bespreken. Maar ik kan de vragen niet ... We hebben natuurlijk ook rekening gehouden met weerstand, zelfs grotere weerstand dan waar COA gemiddeld mee rekent. Op basis daarvan is ook het communicatieplan gemaakt. Wij hebben niet voorzien ... Kijk, los van het feit of dat onze fout is geweest of niet, die constatering uiteindelijk is niet zo belangrijk als je constateert dat het gierend uit de klauwen is geëscaleerd, om het zo maar uit te drukken. Dat is buitengewoon vervelend. Dit gaat ook niet mee boven mijn bed, kan ik u vertellen. Ik vind dat buitengewoon vervelend, omdat juist die verbinding met de inwoners is zo ontzettend belangrijk. Die hebben we laten zakken. De voorzitter: Voldoende? Ja. Gaat u verder, wethouder Hoelscher. De heer Hoelscher: Voorzitten, de stekker is uit dit onderzoek getrokken, zegt mevrouw Wind. Dat is inderdaad op de boodschap van het college hedenavond. Maar absoluut niet uit de inhoud. Dat kan ook niet.
Wij kunnen ons natuurlijk niet onttrekken ook aan de wettelijke verplichtingen die we hebben. Die moeten we zelfs als gemeente, die onder toezicht staat, gewoon netjes uitvoeren. Maar ook omdat we dat willen. Omdat juist ook dat gevoel, dat zien we ook bij heel veel inwoners, want daarin hebben enkele sprekers uit die wijk echt gelijk, de hand die ook is uitgestoten om te kijken naar andere oplossingen, die nemen we heel graag aan. Juist om te laten zien dat Wijdemeren is een gastvrije gemeente en die blijft dat ook. Dat verandert ook niet omdat we een onderzoek stoppen naar een azc in het NERA-gebouw. Ik hoop dat we het positief kunnen oppakken. Zal alles mogelijk zijn? Nee, voorzitter. 10 keer 35 is ook 350. Dat klopt. Maar u weet ook hoe de arbeidsmarkt in elkaar zit. Dat mensen van COA moeten dat allemaal begeleiden. Kijk, dat zijn praktische dingen. Maar we gaan die beren op de weg gewoon omzeilen en kijken naar wat er wel mogelijk is en dat gesprek voeren. De voorzitter: Interruptie van mevrouw Wind. Mevrouw Wind: Voorzitter, ik zou zeggen, even rust op dat terrein. Ik denk dat we vanuit de raad en de mensen van onze gemeente volstrekt duidelijk hebbe gemaakt dat we die gastvrije gemeente zijn. We hebben dat laten zien. Ik denk dat dit onderwerp vanavond niet nog een keer behandeld hoeft te worden. Even pas op de plaats.
Dan met opgeheven hoofd weer verder met onze gastvrije gemeente. Die oproep zou ik willen doen. Ik hoef hier verder geen reactie op. De voorzitter: Wethouder Hoelscher. De heer Hoelscher: Voorzitter, er zijn heel veel vragen gesteld. Ik kan me dat ook heel goed voorstellen. Die wil ik ook beantwoorden. Ik zit een beetje met de vraag van ... De NERA-appgroep. Mevrouw Kaper, ik heb de initiatiefnemers gisteren ook echt gecomplimenteerd voor de ... Het lukt hun wel en ons niet. We moeten inderdaad veel meer gebruikmaken, dat is natuurlijk ook de bedoeling van burgerparticipatie, van de expertise die er zit in de gemeenschap. Kijk, dat is een open deur. Maar dat is mij ook opgevallen van, die krijgen dat zo gedaan, terwijl wij daar heel ingewikkelde procedures voor hebben. Dat is ook een punt wat we expliciet meenemen. Ik hoorde net al, een minuut nadat ik mijn mededeling had gedaan, dat de hele Horstermeer wist het al. Dat kunnen wij niet sneller hoor. De voorzitter: Interruptie, mevrouw Kaper. Mevrouw Kaper: Dank u wel, voorzitter. Ik moet dan toch de vraag stellen. Het feit dat er een inwonersappgroep opgestart is en dat dat razendsnel zich vulde, komt natuurlijk door hoe het vanuit college is aangepakt. Namelijk, een plan is gedropt, er is een aankondiging van een onderzoek geweest. Daarna hebben inwoners niets meer vernomen.
Dat is natuurlijk de kracht die er achter zo’n inwonersappgroep zit. De heer Hoelscher: Zeker. Mevrouw Kaper: Ik begrijp dat dat deels een compliment is, maar ik zou dat toch ook wel deels als les willen trekken. Deze krachten komen vrij als inwoners zich niet gehoord voelen en zich genoodzaakt zien om zich in zo'n inwonersappgroep samen te, hoe zeg je dat, vormen. U bent beter in spreekwoorden dan ik. De heer Hoelscher: Nee hoor, u bent heel goed op weg. Mevrouw Kaper: Ik was hem even aan het zoeken. Ik begrijp uw toch compliment ook aan de inwoners, maar ziet u ook ... Of via de voorzitter, heeft de wethouder ook door dat dit eigenlijk uit noodzaak is geboren?
De voorzitter: Wethouder Hoelscher. De heer Hoelscher: Voorzitter, absoluut. Ik weet ook hoe lastig het is, althans dat kan ik me voorstellen, voor mensen om zich actief te gaan opstellen tegenover een overheid of een vorm van bestuur. Dat doen mensen niet heel snel. Dan kan ik heel veel woorden weer herhalen van bescheidenheid en dat we er lering uit moeten trekken. Ik dacht, dat laat ik nu een keertje achterwege. Maar u heeft wel gelijk. Waar het een compliment is aan de inwoners, dan kunnen ze het omgekeerd evenredig stellen eigenlijk voor het college. De voorzitter: Interruptie van mevrouw Van Rijn en een vraag ook? Mevrouw Van Rijn: Een vraag of een opmerking, voorzitter. Weer zo’n punt waar het college lering uit moet trekken. Waar wij echt verdrietig van werden als CDA-fractie, we hebben het nu al heel vaak gehoord en we gaan beter communiceren, we gaan dat beter doen, is het bezoek van het, ik weet niet of actiecomité het goede woord is, maar een afvaardiging van die mensen bij ons in de fractie. We zijn niet geschrokken van dei mensen of hun verhaal. Alle bereidheid. Maar we zijn wel geschrokken, voorzitter, we horen hier weer, we moeten daar lering uit trekken. Zij zijn op het gemeentehuis geweest. Zij zouden een gesprek hebben, niet alleen met de wethouder, maar ook met u, burgemeester. Dat is door omstandigheden uitgelopen. Er zou een nieuwe datum geprikt worden.
Er is afgesproken, ik ga het hier toch noemen, de mensen maandag te bellen. Ze zijn niet gebeld. Woensdag niet. Donderdag uiteindelijk moeten ze zelf bellen. Dit is precies waar ik mijn punt op wil maken, voelen we als college of als gemeente de urgentie en klopt het dat ze pas, nu hoeft het denk ik niet meer, op 1 mei welkom zijn? Zelfs daar zijn de mensen van van slag. U hoeft dat nu niet te beantwoorden, maar zo gaat het steeds. Ik wil u meegeven, probeer wat meer op de gevoeligheden te letten en tijd te maken voor mensen die met de gemeente in gesprek willen. De voorzitter: Er is weldegelijk gebeld, maandagochtend. Maar goed. Mijnheer De Kruijf. De heer Hoelscher: Het alarm gaat af. De voorzitter: Wethouder Hoelscher. De heer Hoelscher: Voorzitter, ik moet u eerlijk zeggen, kijk, als het klopt wat u aangeeft, dan schaam ik mij diep, want dat moet op een andere wijze. Ik hoor echter om me heen ook al dat er maandag wel gebeld is. Maar in ieder geval kan ik zeggen dat het gesprek uiteindelijk, dat is het allerbelangrijkste, heeft plaatsgevonden. Maar ik vind, als overheid mag je je veel meer ook opstellen uiteindelijk als een dienstverlener richting je inwoners. Dat moet uit je acties ook helder worden. De voorzitter: Mevrouw Van Rijn, interruptie. Mevrouw Van Rijn: Bedankt met die reflectie van de wethouder.
Ook dank dat hij zegt dat hij zich daarvoor dient te schamen, maar ik wil wel meegeven wat dat doet bij mensen die bij ons in de fractie komen, dat ze pas op 1 mei voor zoiets belangrijkst terecht kunnen. Maak tijd. Probeer die urgentie beter te voelen. Dat scheelt een hele hoop gedonder. Dat is wat ik eigenlijk mee wil geven. Dank voor uw reactie dat u dat ter harte neemt. De heer Hoelscher: Voorzitter, kijk, het maakt mij niet minder verantwoordelijk, maar zelf ben ik tweeënhalve week gedurende het proces afwezig geweest. Nogmaals, het is geen excuus, ook geen verklaring, want ik ben verantwoordelijk en ik voel de verantwoordelijkheid, ook om dat te veranderen. We moeten van heel ver
komen. Dat weet u ook. Helaas kunnen we ook dit soort dingen nog niet garanderen dat het goed gaat. Dat zal ook de komende tijd zo zijn. Maar het is wel zo, als inwoners zoiets naar voren brengen, dan moeten we daar ook gewoon heel eerlijk en open op reageren door te zeggen, dit moet gewoon anders. Dit willen we ook met zijn allen anders. De voorzitter: Zullen we overgaan tot beantwoording van de vragen? De heer Hoelscher: Ja, heel graag. Capaciteit versus onderschatting. Daar kan ik een hele verhandeling op loslaten. Ik heb al een aantal zaken genoemd. Ik ga dat niet herhalen, voorzitter, maar in ieder geval we hebben het onderschat, dat moge heel duidelijk zijn, met consequenties. Dat is altijd buitengewoon vervelend. Kunt u als raad erop vertrouwen dat er wel zorgvuldig gehandeld wordt? Zorgvuldig handelen is uiteraard altijd het uitgangspunt. Tot onze frustratie lukt het niet om dat vervolgens ook in de praktijk waar te maken. Daar gaat tijd overheen. Maar u kunt er wel op vertrouwen dat in ieder geval dit college in zeker ook dit dossier, want als het goed is, dan is geschiedenis wel belangrijk dat je ook leert van de fouten in het verleden, dat we dat nu anders gaan inrichten. Dat we inwoners aan de voorkant inderdaad veel meer betrekken van, wat vinden zij, maar dat ook met u bespreken als raad vervolgens.
Omdat waar je burgers invloed geeft, betekent het altijd dat het bestuur of de politiek minder invloed heeft. Dat is namelijk ook een hele belangrijke, als je vervolgens de verwachtingen goed wil managen. Inzicht in de positie van raadsleden. Ik kan het me heel goed voorstellen hoe dat voelt, maar soms zijn je verantwoordelijkheden ... Natuurlijk, je hebt je volksvertegenwoordigende rol. Maar dat betekent niet altijd dat je het antwoord hoeft te geven, zoals dat door het bestuur gegeven zou worden. Misschien is ook de helderheid van rollen in bepaalde processen, ik ga niet zwarte pieten, want ik maak net zo goed als u onderdeel uit van het proces, misschien is helderheid over de eigen posities ook wel goed voor zo’n proces. In ieder geval, ik vind het heel vervelend. De voorzitter: Mevrouw Kaper was net even iets eerder. Mevrouw Kaper. Mevrouw Kaper: Excuses voor mijn non-verbale communicatie. Twee vragen aan de wethouder. De eerste gaat nog even over wat hij hiervoor zei. Het herstel van vertrouwen, zorgvuldigheid is nodig, wij gaan daaraan werken en dat moet beter. Een discussie, een debat over een azc is bij uitstek een hypergevoelig onderwerp. Dat weet iedereen. Dat weet de wethouder. Dat weten wij allemaal. Dat weet het hele land. Als de wethouder dan aangeeft, wij moeten dat verbeteren, zorgvuldigheid is ons uitgangspunt.
Voor mij, als ChristenUnie-fractie, voorzitter, is dat onvoldoende. Ik weet dat de wethouder niet nu met garanties kan komen. De volgende keer gaat alles goed. Dan kunnen we wel bijeenkomsten organiseren, worden ze niet afgelast, kunnen we inwoners wel op tijd terugbellen, terugmailen. Ik weet dat u dat niet kunt toezeggen, maar ik heb wel iets meer nodig van de wethouder in, als wij een vervolg gaan geven aan dit proces en als ChristenUnie sluiten wij ons ook aan bijvoorbeeld bij wat het CDA zegt, zeker weer in gesprek over de opvang. Dat is nodig. We moeten mensen opvangen. Hier ook in onze gemeente. ‘t Gooi doet heel weinig. In de provincies doen ze belachelijk veel, om het maar even zo te zeggen. Wij moeten ook ons aandeel doen. Als ChristenUnie staan wij daar helemaal achter. Misschien is het een onmogelijke vraag en geeft de wethouder aan, daar kan ik gewoon geen antwoord op geven, geen antwoord is soms ook een antwoord. Maar wat kunt u ons als raad meegeven over het vertrouwen in het vervolg van dit proces? Want wij moeten opnieuw met inwoners in gesprek. Wij moeten nieuwe inwonersavonden organiseren. Er zullen nog steeds vragen komen, ook bij nieuwe ideeën. Of het kleinschalige opvanglocaties zullen zijn, alsnog zal de gemeente geconfronteerd worden met tientallen mailtjes, appjes en dergelijke en ook wij als raad.
Wat kan de wethouder toezeggen of welk antwoord kan de wethouder geven over het vervolg van dit proces? Iets meer dan, we gaan het zorgvuldig doen en dit moet beter. Zou hij daar iets meer over kunnen zeggen? Tweede vraag. U zegt, u moet
ook de rolvastheid als raadslid ... Dat gaat mij toch echt wel ver, want ik snap dat ik als raadslid niet in de supermarkt en op het schoolplein elke vraag van een inwoner kan beantwoorden. Maar we hebben het en ik ga bijna, ga ik niet doen, krachttermen gebruiken. Als ChristenUnie doen we dat niet. Het kan niet zo zijn dat als er een hypergevoelig onderwerp als een azc in deze gemeente ter sprake komt dat ik dan als raadslid moet zeggen, ik heb geen antwoorden op uw vragen en wacht even rustig af wanneer het college over enkele weken met een brief komt en dan moet u die brief maar lezen. Dat is onmogelijk. Dit is een gevoelig onderwerp, het is een ontvlambaar onderwerp. Als raadslid wil ik de inwoners antwoorden kunnen geven, niet gedetailleerd, maar zoveel mogelijk ook zelf geïnformeerd zijn en mensen te woord kunnen staan in onze vergadering en op het schoolplein. Dat is ons onmogelijk gemaakt. Dan vind ik het lastig dat ik dan, even in mijn woorden, word aangesproken op mijn rolvastheid. Graag nog een reactie van de wethouder hierop. De voorzitter: Wethouder Hoelscher. De heer Hoelscher: Voorzitter, kijk, dat is altijd ... Mevrouw Hidding: Mag ik daarop aansluiten? De voorzitter: Heeft u een vraag? Mevrouw Hidding: Het gaat hierover. De voorzitter: Gaat uw gang. Mevrouw Hidding: Het gaat om precies hetzelfde. U noemt, u heeft begrip voor mijn situatie als raadslid.
De heer Hoelscher: Zeker. Mevrouw Hidding: U reflecteert daarover. U noemt iets over rolvastheid. Mooi. Maar wat ik eigenlijk u hoor zeggen is, ken uw plek ... Mag ik even mijn zin afmaken? De heer Hoelscher: Nee. Voorzitter. De voorzitter: Wethouder Hoelscher, mevrouw Hidding is aan het woord. Mevrouw Hidding: Ik hoor u zeggen, ken uw plek raadslid. U had liever dat ik de inwoners niet te woord had gestaan. Dat mijn inbox bleef opgeblazen en boze mensen op me af kreeg. Graag een reflectie hierover. De voorzitter: Wethouder Hoelscher. De heer Hoelscher: Voorzitter, dat laatste is natuurlijk absoluut niet het geval. Kijk, less is more, ook communicatiewijsheid. Soms zeg ik ook van, dat kan wel een onsje minder, Hoelscher. Integendeel, ik heb juist begrip voor uw situatie. U kunt ook niet, op het moment dat het bestuur, ik zeg niet dat dat het geval is, het laat afweten, die taak op uw schouders nemen. Dat heb ik proberen over te brengen, want uiteraard wilt u dat de mensen die op u stemmen antwoorden krijgen op de vragen. Dat moet ons aller opdracht zijn. Daarom zullen we daar hele goede afspraken moeten maken. Kan ik inderdaad beloven dat het vlekkeloos zal gaan? Nee, dat kan ik niet. Helaas, want telkenmale komen we ook zelf de problematiek tegen. Maar we hebben inderdaad communicatie, een ondergeschoven kind. Daar zijn inmiddels ook weer maatregelen op genomen.
We hopen op verbetering. Maar ik weet ook van dat het heel hoog blinde Maupie eerst zien
gehalte heeft. In die zin kan ik geen garanties afgeven. U kunt er alleen op vertrouwen dat deze wethouder met de lessen uit het verleden die probeert te voorkomen voor de toekomst. Meer dan dat. De voorzitter: Er is ook een interruptie van de heer De Kloet. De heer De Kloet: Ik weet dat deze wethouder een ervaren wethouder is. Ik hoop ook dat hij de oproep, die volgens mij nu raadsbreed wordt gedaan, zeer ter harte neemt, hoewel het eigenlijk een overbodigheid had moeten zijn. Maar hij heeft iets gezegd wat mij bevreemdt. Misschien heb ik het verkeerd geoord, dat zou heel goed kunnen. U zegt, het bestuur heeft minder invloed daar waar de inwoners meer invloed gaan krijgen. Dat is een stelling die ik zelf nog nooit gehoord heb. Maar goed, dat kan. Kunt u die eens uitleggen? Want dat zou betekenen dat als je met een intensieve participatie, wat u op dit punt, we kunnen toch wel constateren, achterwege heeft gelaten, het bestuur minder invloed zou hebben. Ik kan het totaal niet volgen. De heer Hoelscher: Kijk, het is ook niet een automatisme. Maar als je het voorbeeld zou nemen bijvoorbeeld van de herinrichting van een wijk, dat ga je met inwoners doen en vervolgens formeel zou de raad dan daar nog iets van moeten vinden, dan moet je ook als raad zeggen van, dit leggen we bij inwoners neer. Dat betekent dat we zelf een stapje terug doen.
In zijn algemeenheid heb ik iets willen zeggen over participatie. Dat het ook van de raad wat vraagt. Het vraagt van de ambtelijke organisatie wat. Van het college. Eenieder moet gewoon kijken van, welke rol gaan we daarin spelen? Ik weet zeker dat de collega die dat in portefeuille heeft ook dat gesprek aangaat van, wat gaan we in dit traject doen? Want hoe willen inwoners het zien? Hoe wilt u het uiteindelijk zien? Uiteindelijk moeten we gezamenlijk komen tot een gedragen procesvoorstel. We hebben nu wel kunnen constateren dat dat toch ook wel nodig is om vervolgens ook tot de inhoud te kunnen doordringen. Zo is het bedoeld. Niet meer, niet minder. De voorzitter: Is het volgende voor u, of hebt u nog een vervolgvraag? De heer De Kloet: Ik heb geen echte vervolgvraag. Ik hoor de wethouder eigenlijk zijn eigen woorden bevestigen. Het bevreemdt mij heel erg, want dan zou je participatie in een soort negatief daglicht gaan stellen. De heer Hoelscher: In tegendeel. De heer De Kloet: Ik was bijna uitgesproken. Zeker op dit punt vind ik het, dat hebben we al eerder aangegeven, volgens mij allemaal, en groot gemis dat het niet vanaf het begin, u heeft er geen antwoord op gegeven, vind ik prima, niet gedaan is. Als uw constatering is, met meer participatie wordt het bestuur minder van invloed, ik ben het daar in ieder geval niet mee eens. Laat ik het daarmee afsluiten.
De voorzitter: Wethouder Hoelscher. De heer Hoelscher: Voorzitter, kijk, de bedoeling was om mensen vanaf het begin af aan erbij te betrekken. Maar dan moet je ze eerst goed informeren over, wat wordt er voorgesteld? Wat houdt het in? Al die vragen van ... Dat zijn allemaal van die technische vragen, die wilden we beantwoorden tijdens zo’n bijeenkomst. Daarna gaat uiteraard, wat vinden mensen ervan? Want mensen zullen ook alle informatie willen hebben, alvorens ze een standpunt innemen. Want ook dat heb ik gehoord bij heel veel inwoners. Die hebben gezegd, wij willen die bijeenkomsten afwachten. We vinden het jammer dat die gesprekken er niet geweest zijn. Voorzitter, nogmaals met de beste bedoelingen, maar kijk, dat het gevaar dat je ... Je kunt ook niet heel kort zijn, want dan worden de antwoorden ook weer gewoon kennelijk ingevuld. Of wij zijn, dat is mijn ... Ik ga
altijd uit van mijn eigen tekortkomingen. Neemt u mij dat dan alstublieft niet kwalijk. Inzicht. We staan er als Wijdemeren weer mooi op. Ik kan alleen maar zeggen dat ik dat vaker denk als ik ’s ochtends ook de krant opensla. Ter Apel. De intenties, waardering ook voor ... Dat de intenties in ieder geval gezien zijn. Nou koop je daar niet heel veel voor, voorzitter, maar dat vind ik wel plezierig, want uiteindelijk is dat ook het uitgangs- en vertrekpunt geweest. De voorzitter: Er is een interruptie van mevrouw Van Rijn. Mevrouw Van Rijn: Voorzitter, het zijn volgens mij de woorden van mevrouw Kaper, die zei, we staan er als Wijdemeren mooi op. De heer Hoelscher: Klopt. Mevrouw Van Rijn: Ik wilde hem even bewaren, maar de wethouder herhaalt hem hier nu. Ik wilde hem eigenlijk parkeren bij of de organisatie het aankan. Ik zou nog een stapje hoger willen gaan, want dat wij niet goed geïnformeerd zijn, is heel vervelend, voor de inwoners nog vervelender. Wat ik ook vervelend vind, is het signaal wat we als gemeente hebben afgegeven. Nogmaals, de inwoners hebben zich keurig gedragen en de relschoppers kwamen van buiten. De wethouder heeft aangegeven, we kunnen dit aan en we kunnen dit betalen. Toch trekken we de stekker eruit. Wat voor signaal geven wij af naar andere gemeenten, die ook in zo’n proces zitten, hoe denken mensen nu als wij maar genoeg heisa veroorzaken.
Ik heb het niet onze eigen inwoners. Ik sta achter deze keus. Maar had u daar van tevoren niet beter over na kunnen denken? Ik vraag me ook af wat het COA van ons denkt. Bij een volgend project zal Wijdemeren bij tegenslag weer de stekker eruit trekken? Een andere gemeente die bezig is. We hebben gezien dat als we daar genoeg lawaai maken, gaat het niet door. Ik vraag me echt af, hoe heeft u kunnen denken, u zei net, we moeten allemaal ons steentje bijdragen, dat is de Spreidingswet, daar gaat het voor ons helemaal niet om, want ik heb meer partijen gehoord, we moeten mensen opvangen, maar hoe heeft u nu kunnen denken dat wij dat aankonden om veel meer te doen dan de Spreidingswet? Wat heeft dit voor gevolgen bij het COA en bij andere gemeenten, voorzitter? De voorzitter: Dank u wel. Wethouder Hoelscher. De heer Hoelscher: Voorzitter, dat is, ik zei net in de schorsing tegen iemand van, kijk, het vreselijkste wat kan gaan gebeuren, is ook dat vervolgens mensen die kwaad willen, die slechte bedoelingen hebben met het proces, dat die uiteindelijk als een soort van overwinnaars uit de strijd komen. Dat kan in ieder geval ... De democratie. Openbare orde en veiligheid, dat is een punt natuurlijk van de burgemeester. Helemaal terecht dat daar geen enkele ... Daar kan je geen risico’s nemen. Ik sta daar ook volledig achter die genomen beslissing.
Het is wel buitengewoon jammer, omdat je daarmee dat belangrijke moment gemist hebt. Maar het is niet zo overigens dat ik heb gezegd van, we kunnen het aan en het kan binnen de kosten en vervolgens trekken we de stekker eruit. Nee, we hebben juist gezegd, dat gelet op het feit dat de reacties getalsmatig, maar ook wat emotie betreft, daar hebben we ons echt in vergist. Dat het verder brengen van het hele traject zou betekenen dat ook onze communicatie daarop zouden moeten aanpassen. Ik heb ook aangegeven dat dat de organisatie absoluut niet kan dragen. Uiteraard is alles met het COA besproken. COA weet ook hoe we erin zitten. Ze konden zich dat ook volkomen voorstellen welke kant we op wilden gaan. Want daar zit ook voor hun natuurlijk het belang bij dat we uiteindelijk niet dingen doen die niet heel verstandig zijn en die misschien nog slechter uitpakken als je niet gewoon halverwege het proces zegt van, we stoppen ermee. De voorzitter: Interruptie van mevrouw Rademaker.
Mevrouw Rademaker: Voorzitter, we kunnen er nog heel veel woorden aan vuil gaan maken. Maar kunnen we gewoon met elkaar constateren dat de stekker uit het onderzoek getrokken is, omdat we onze communicatie niet op orde hebben, omdat we onze voorbereiding niet op orde hebben en omdat onze organisatie toch overvraagd is? De voorzitter: Wethouder Hoelscher. De heer Hoelscher: Ja. Kijk, nogmaals, ik kan allerlei redenen geven. Is denk ik niet van belang. Het is een hele goede constatering die met ... Helaas hadden we die eerder moeten trekken, als we het hadden geweten. Mevrouw Rademaker: Wat zijn de consequenties? Want wij trekken voortijdig de stekker uit een onderzoek wat officieel nog niet eens gestart is. Wat zijn daar dan de financiële gevolgen van? De heer Hoelscher: Die vraag had ik ook nog staan. Dat is uiteraard ook besproken met ... Maar dit zijn echt dingen die niet buiten ... Theoretisch. Dit hoort gewoon bij het proces. Dat heeft COA ook aangegeven. Alle kosten tot een ton worden voor het eerste halfjaar onderzoek betaald. Daar is overigens tot ongeveer gisteren bij benadering, ik weet het niet op de euro precies, 50.000 euro uitgegeven. Dat is inclusief de groene verlichting ter plaatse. Ze hebben nog een halve ton te gaan. Uiteraard gaan we ook niet geld uitgeven om het uitgeven.
Als we extra kosten nog moeten maken, als we dat kunnen voorkomen, dan zullen we dat uiteraard ook doen. Maar ik heb aangegeven ... De voorzitter: Wethouder Hoelscher, nog een verduidelijkende vraag, denk ik. Mevrouw Rademaker: We kunnen al heel snel beginnen met besparen, wethouder, de groene lampen uit. De heer Hoelscher: De groene lampen. Ik zal u de soap besparen hoeveel medewerkers al dagenlang proberen om de verlichting uit te krijgen, maar we zullen overwinnen. Ze zijn nu uit? Ik begreep vanavond, kijk. Dat is goed nieuws in ieder geval. Dat lukt dan weer wel. Maar de kosten worden vergoed, dat moge duidelijk zijn. Dat hebben we ook afgesproken met het COA. Het bleek wat lastiger, niet omdat het COA dat niet wilde, maar om vervolgens logistiek het voor elkaar te krijgen dat er weer zo’n briefje wordt gestuurd. Ik zal u er niet mee vermoeien, maar het heeft mij ook hevig gefrustreerd. Mevrouw Rademaker: Als ze maar uit zijn. Maar vanavond zijn ze uit. De Hoelscher: Juist. De lichten zijn uit en de bevestiging is binnen. Ophouden. Er is geen kwestie van ophouden. Soms moet je even een stap terugdoen om ook weer een stap vooruit te kunnen zetten. Dan kan je heel stom vast blijven houden aan een proces wat je eenmaal hebt ingezet. Niet verstandig. De dingen die u ook wil dat we gaan doen, die gaan we ook doen. Dat gaan we ook bespreken met u en inwoners aan de voorkant.
De exacte reden van stoppen, is dat aan het belangrijkste uitgangspunt wat het college in december al heeft geformuleerd voor zo’n onderzoek, de uitkomst daarvan, dat is gedragenheid. Niet alleen gedragenheid onder de gemeenteraadsleden, gedragenheid onder inwoners, maar uiteraard ook ons eigen gevoel wat we daarbij hebben. Als je weet nu al dat je afstevent op een bepaalde uitkomst, dan vind ik ook dat je zo mans genoeg moet zijn om dat nu ook naar buiten te brengen. Vandaag is ook het collegevoorstel voor dinsdag gepubliceerd. U heeft vanavond het debat. Dat is een mooie gelegenheid om het ook naar buiten te brengen. Het zou ook raar zijn als we het zouden weten en niet met u zouden delen vanavond. Dat voor wat betreft de toevalligheid van het moment van bespreken.
De voorzitter: Er is een interruptie van de heer De Kloet. De heer De Kloet: Een paar vragen. Ik heb de gewoonte om dan de wethouder even te laten uitspreken. Misschien dat ik nog even op iets terugkom wat net gezegd is. Ik hoor net dat er een collegevoorstel is gepubliceerd. A, welk collegevoorstel is dat en waar is dat gepubliceerd? Want daar ben ik heel benieuwd naar. De heer Hoelscher: Het is gepubliceerd in onze eigen app. Ik was niet helemaal volledig, maar wij hebben ... U weet, we hebben dezelfde vergaderapp als u. Daar worden de vergaderstukken voor de collegeleden op donderdag in gepubliceerd. Daarin is het gepubliceerd. Dinsdag wordt, als het een formeel genomen besluit is, dat is ook gewoon gebruik, wordt ook het dan genomen besluit gepubliceerd. De heer De Kloet: Dan kom ik nog even terug op wat u net zei. U zei, wij hebben ons eigenlijk vergist in de emotie, in de hoeveelheid daarvan, de hoeveelheid reacties. De hamvraag vind ik daarbij ... Ik heb dat eerder een keer aan de burgemeester ook gevraagd, als u daar door verrast bent, u heeft zich daarin vergist zegt u zelfs. A is dan de vraag, wie heeft u geadviseerd in dit hele proces vanaf moment één? Twee, wat is uw contact geweest met andere gemeenten? Er is een heel goed voorbeeld, vind ik, vergelijkbaar. Dat speelt in Albergen, gemeente Tubbergen.
Waar in een kern van drieduizend inwoners driehonderd asielzoekers kwamen, waar de hele gemeente op zijn kop stond. Dat is niet zo heel lang geleden. Heeft u daar contact mee gehad? Wat is toen daarover gezegd, als het gaat over het managen. Zal ik maar even zeggen, van de emotie, de dynamiek heb ik het overigens genoemd, in de kern waar het over gaat? De voorzitter: Wethouder Hoelscher. De heer Hoelscher: Kijk, Tubbergen, uiteraard kennen we zelf het voorbeeld uit het nieuws. COA heeft daar natuurlijk zelf ook bijgezeten. We hebben allereerst met COA contact gehad. Er is met een aantal gemeenten in Nederland contact geweest. Ik weet niet precies welke. Maar er was wel een heel belangrijk verschil, want in Tubbergen ging het om een concreet voorstel om een hotel, om daar zoveel mensen in onder te brengen. Dit was een onderzoek naar de mogelijkheid van vestiging van. Dat is denk ik een heel belangrijk verschil. Maar ik zei al eerder, kennelijk hebben we dat niet goed voor het voetlicht gekregen als college. Die verantwoordelijkheid daarvoor ligt bij ons. Want was inwoners misschien duidelijk geweest dat het echt een open onderzoek was met een open uitkomst, dat is het speculeren over waar we nu vandaag de dag hadden gestaan. Maar dat is ook niet meer interessant, want we kunnen het namelijk niet opnieuw doen, het proces.
Maar daarom hebben we wel gezegd, we gaan nu het enige verstandige besluit nemen. Dat is stoppen met dit proces. De voorzitter: Mijnheer De Kloet. De heer De Kloet: We zijn heel erg op proces. Ik denk dat dat ook goed is, want daar valt heel veel van te leren. Even concreet. Er is geen contact geweest met bijvoorbeeld een gemeente als Tubbergen, op bestuurlijk niveau heb ik het over, burgemeester, wethouders? U heeft niet met uw collega’s van, kunt u ons tippen hierin? Wat moeten we nu doen? De voorzitter: Wethouder Hoelscher. De heer Hoelscher: Voorzitter, ik heb met partijgenoten gebeld in den lande die ervaring hebben met dit soort vraagstukken. Ik neem mijn eigen ervaring mee, niet alleen vanuit de gemeentepolitiek in Huizen, maar
ook vanuit de beveiliging, waar ik jarenlang een cao voor heb gedaan. Ook bij azc’s aanmeldcentra en uitzetcentra. Heel veel ervaring, maar elke situatie, dat probeerde ik in het begin duidelijk te make, is ook weer anders. Natuurlijk, daar moeten we uit leren. Wat mij in ieder geval is opgevallen aan het geheel, is dat er geen standaardplan is wat er neergelegd wordt, wat ook na elke ervaring weer wordt bijgesteld. Zodat je als gemeente niet continu zelf het wiel hoeft uit te vinden. Dat is mijn wel opgevallen. Dat gaan e ook zeker bespreken met het COA. Niet om hen de schuld in de schoenen te werpen. Nee, maar ook zij kunnen leren van dit soort processen. De voorzitter: Voldoende? De heer De Kloet: In die zin, heel veel woorden en het antwoord is eigenlijk nee. Dat is eigenlijk wat ik wilde horen. Dank u wel. De voorzitter: Alstublieft. Interruptie van mevrouw Hidding. Mevrouw Hidding: Ten eerste, ik hoor nu u zeggen dat bij reflectie hebben we het onderschat. Dat doet mij goed om te horen, om de zelfreflectie te horen, maar ook de empathie naar de inwoners toe. Dat vind ik ook fijn. In de eerste termijn noemde u het feit dat het COA het goed geregeld vond. Zou u kunnen zeggen, bij nadere constatering en ook eventueel een vervolgtraject op een andere plek, dat duidelijk het COA het niet altijd bij het goede eind heeft? De voorzitter: Wethouder Hoelscher.
De heer Hoelscher: Ik zou bijna zeggen, waarvan akte. Het was ook, de opmerking was gericht ten aanzien van het traject dat was voorbereid. Maar de uitwerking heeft u natuurlijk volkomen gelijk in. De voorzitter: Gaat u verder. De heer Hoelscher: Voorzitter, ik durf het bijna niet te zeggen, maar volgens mij heb ik in ieder geval alle punten die ter zake zijn benoemd. De voorzitter: Ik heb nog een lijstje, maar misschien gaat u zelf al. De heer De Kloet. De heer De Kloet: Ik had een hele duidelijke vraag in mijn inbreng gesteld. U heeft net wat getallen genoemd. Het gaat even over die 100.000 euro, waarvan het COA zegt, in het eerste halfjaar zullen we dat vergoeden, tot dat bedrag. U zei, als ze daarboven komen, dan gaan we daar met elkaar, ik vertaal het even in mijn eigen woorden, onderhandelen. Eerder heeft u gezegd, alle kosten krijgen wij vergoed. Wat gebeurt er als we boven die ton uitkomen voor, wat is het, 1 juli? De heer Hoelscher: Voorzitter, dit gaat over het onderzoek. Daar zijn we zelf bij. Ook bij de uitkomsten en onze visie daarop als gemeentebestuur staat zelf vast. Ik twijfel er niet aan of daar ga je gewoon uitkomen. Ze weten in welke situatie wij zitten. Vervolgens geldt, als er een azc is, geldt de faciliteitenregeling. Bovendien is, dat was gedurende het hele proces niet helder, dat er ook nog geld vanuit de Spreidingswet naar voren zou komen.
Daar is onduidelijkheid. COA heeft gezegd, wij gaan ervoor zorgen dat dat gedekt is. Vervolgens, als er een nieuwe processtap wordt gemaakt, dan gaan we daar weer over praten. Gelet op de instelling die het COA ook heeft getoond op dat punt, twijfel ik er niet aan of we daar uit gaan komen. De voorzitter: Heer De Kloet.
De heer De Kloet: Eruit komen? U bedoelt, uw standpunt van alle kosten die we maken in de voorbereiding. U zegt, we weten ongeveer wat we gaan doen. Vanavond zijn de groene lampen al een paar keer genoemd. Dat was niet ingecalculeerd in het begin, letterlijk en figuurlijk. Er kunnen omstandigheden zijn dat er gewoon meer kosten worden gemaakt. De heer Hoelscher: Klopt. De heer De Kloet: Als u daardoor boven die ton uitkomt, doet u dan de toezegging dat er een verrekening komt dat alle kosten worden vergoed? Want dat is voor deze gemeente heel belangrijk. Ik kijk even naar uw collega achter aan de tafel. De financiën zijn dan niet dusdanig dat we zeggen, we hebben lekker veel spek op ons bot. Doet u die toezegging? De heer Hoelscher: Kijk, ik kan elke toezegging doen, want het is namelijk heel obligaat. Waar het om gaat, is dat ... De heer De Kloet: Voorzitter. De heer Hoelscher: Nee, kijk, ik wil het heel graag duiden, voorzitter. De heer De Kloet: Ik vind, er worden vanavond ... De voorzitter: De heer De Kloet. De heer De Kloet: Er worden vanavond, als het gaat over rolvastheid, bestuur en dat soort dingen ... Als de toezegging van een wethouder obligaat is ... De heer Hoelscher: Nee. De heer De Kloet: Nee, dat zegt u net. De heer Hoelscher: Ik vind het ... De voorzitter: Via de voorzitter, heren. Heer De Kloet, maak uw vraag af. De heer De Kloet: Dit was even een opmerking.
Ik vraag of er een toezegging kan komen van de wethouder, die niet obligaat is in mijn ogen. De voorzitter: Wethouder Hoelscher. De heer Hoelscher: Maar voorzitter, wat ik wil zeggen is, ik kan heel makkelijk ja roepen. De heer De Kloet: Doe dat. De heer Hoelscher: Terwijl we weten niet onder welke omstandigheden dat is. Daar zijn heel veel ... Maar ik weet wel dat COA zich .... Want u heeft zelf ook vanavond een aantal criteria van COA naar voren gebracht. U heeft ook zelf geconstateerd dat daar niet altijd aan ... Toch vond COA de locatie buitengewoon interessant, anders waren ze er echt niet aan begonnen. COA heeft er ook belang bij dat gemeentes medewerken aan zulke processen. Die samenwerking, het heeft niet gebracht wat we ervan gehoopt hadden, want anders
hadden hier vanavond in andere omstandigheden gestaan. Maar in ieder geval, er is wel, vind ik, ik kijk de ambtenaar, die zegt hetzelfde, want daar hebben we het over gehad, dat ze zich wel heel goed realiseren in welke omstandigheden de gemeente Wijdemeren verkeert. Dat is voor mij een belangrijker uitgangspunt dan of het bij 101.000, 102.000 ... Dat gaat goedkomen. Dat zeg ik u toe. De voorzitter: Interruptie van mevrouw Van Rijn. Mevrouw Van Rijn: Voorzitter, ik ga misschien iets doen wat u niet van mij gewend bent. Maar ik denk we niks nieuws meer gaan horen vanavond. We hebben de vragen gesteld. De wethouder heeft ze beantwoord. Of we dat voldoende vinden of niet, dat is aan ons om dat te overwegen. We hebben eindelijk eens een volle tribune. Dat we daar vanavond niet blij mee zijn, dat zal iedereen begrijpen. Maar om iedereen hier tot half twaalf te houden, terwijl de vragen beantwoord zijn. De wethouder heeft zijn zegje gedaan. Volgens mij is het aan ons om ons even te bezinnen van, wat vinden we daarvan? Wij constateren dat we inmiddels vele vergaderingen buiten deze zaal verder zijn om tot antwoorden te komen. We vinden het spijtig dat die antwoorden alleen komen als ze blijkbaar een interpellatiedebat aanvragen. Maar goed, ik denk dat het nu aan ons allen is om ons even te bezinnen.