CConstaterende datWijdemeren
Koppel je AI →
Document · PDF

Transcript Gemeente Wijdemeren Gemeenteraad 16 maart 2023

gemeenteraad 16 maart 2023, gemeente WijdemerenBij agendapunt: Opening28.299 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Maar die zien we dan wel, en dan heb ik het even over die gemeentegrond die dan ingezet zou moeten worden. De voorzitter: Oké. En wat is uw advies aan de gemeente? Of eerst een interruptie van … Advies, wat is het advies, wethouder?

Mevrouw Kruit: Dat we hem kunnen overnemen. De voorzitter: Overnemen, prima. Mevrouw Van Rijn. Mevrouw Van Rijn: Dank u wel, voorzitter. Ik vind het bijna vervelend, maar er klopt eigenlijk helemaal niks van. Sorry, dat verwijt ik de wethouder niet. Maar als eerste dat u zegt: wij gaan, we hebben het erover gehad in het college, we gaan een taskforce oprichten. Die taskforce is er al heel lang. We worden er zelfs om geprezen door de coöperaties en andere gemeenten hebben hem overgenomen. Juist om in goed overleg met de gemeente en de coöperaties dat wonen te stimuleren. Dat bestaat echt al heel erg lang. Dus ik snap niet waarom het of weg is, of weer opnieuw gestart moet worden, maar het bestaat al. De Woondeal heeft helemaal niks te maken met dit hele gebeuren. De motie van mijnheer Roosenschoon vraagt om een Knarrenhof. Er staat helemaal niet in dat dat van dat Woonakkoord moet afwijken, dat dat niet binnen de regels past. Het heeft niet met elkaar te maken. We hebben onlangs de antwoorden gezien van het Kininelaantje. Dat Didam-arrest heeft allang uitspraak gedaan. Wat je ook aan een coöperatie mag toewijzen, maar wel in overleg. Dus dat hoeft in principe geen probleem te zijn. Dus er worden allerlei problemen opgeworpen die er volgens mij niet zijn, om hier te gaan bouwen. Het CDA vindt deze motie wel lastig, om een aantal redenen. De voorzitter: Wacht, mevrouw Van Rijn.

Dit is een interruptie op de wethouder hè? Mevrouw Van Rijn: Ik heb geen interruptie op de wethouder, ik dacht dat mijn eerste termijn begon. De voorzitter: Oh, oké. Mevrouw Van Rijn: Ik dacht dat u dat vroeg. Tweede termijn, ja, dat dacht ik. De voorzitter: Gaat u maar door. Mevrouw Van Rijn: Nee. Wij hebben wel wat moeite met de motie om een aantal redenen. U geeft aan: we moeten naar die Woonvisie kijken. Het punt is dat de Woonvisie gebaseerd is op een woononderzoek, een heel grootschalig woononderzoek wat onder Wijdemeerders wordt verspreid. De vorige keer is daar uitgekomen dat senioren behoefte hebben aan gestapeld bouwen. Ik weet toevallig dat er een voorstel is gedaan om meer gestapeld te gaan bouwen. Dat is toen niet overgenomen. Maar nu komen we dus van: we moeten evalueren want de Knarrenhof. Eigenlijk past dat Knarrenhof niet in de wensen die uit dat woononderzoek naar voren komen. Dus dat vinden wij er lastig aan. Daarnaast denk ik ook dat het een hele dure vorm van bouwen is die in Wijdemeren misschien wel niet haalbaar is. Gezien de ruimte die we hebben moet je denk ik andere keuzes maken dan een Knarrenhof. Dus dat vinden we lastig, en we zouden graag van de heer Roosenschoon willen horen hoe hij daarover denkt.

Daarbij denken we dat er in Wijdemeren één heel groot Knarrenhof is, ik zou dat eigenlijk een seniorenwijk willen noemen, en dat is namelijk de Anton Smeerdijkgaarde. Dus als u de motie kunt veranderen, of allicht de volgende keer kunt indienen, om seniorenwoningen toe te voegen. En heb ik het niet over dat gestapelde, want ik begrijp, daar wil ik nog geen vorm aan geven. Maar gewoon een rijtje erbij, een Knarrenhof op de Anton Smeerdijkgaarde. Dan denk ik dat we heel veel partijen meekrijgen en dan wil ik hem graag met u de volgende keer indienen. En ik zou ook willen zien hoe u daarnaar kijkt. Want hoe het nu opgeschreven is, we kunnen het op de website zetten, maar gewone initiatieven komen er al niet door. Dus ik vind het eerlijk gezegd een klein beetje een wassen neus om dit zo te presenteren. Ik vind het niet helemaal passen in onze woonwensen.

De voorzitter: U heeft een interruptie, mevrouw Van Rijn. Mevrouw Wind, gaat uw gang. Geen interruptie? Oh, oké. Nee, maar eerst mijnheer De Kloet. Die stak eerder zijn hand op. Mijnheer De Kloet, gaat uw gang. De heer De Kloet: Voorzitter. Mijn collega zal daar het woord over voeren. De voorzitter: Oh, oké. Mevrouw IJsbrandij, gaat uw gang. De heer De Kloet: Dat was mijn bijdrage, ja. De voorzitter: Oké. Mevrouw IJsbrandij: Oké. Dank u wel, voorzitter. DorpsBelangen is altijd van mening geweest voorstander te zijn van een Knarrenhof. We hebben destijds, dat is alweer jaren geleden, ook een mooie presentatie gehad van initiatiefnemers daarvan. En eigenlijk was iedereen volgens mij, college en raadsleden, daar heel positief over toen. Het is alleen niet van de grond gekomen. Het is nog steeds niet ergens gerealiseerd hier in Wijdemeren. Maar je kan inderdaad deze motie wel van een andere kant bekijken. Dus zo ook in de fractie DorpsBelangen op dit moment. Aan de ene kant is het hartstikke fijn dat hier aandacht voor is en dat het opgepakt wordt, en dat er nu wel gekeken wordt waar dat van de grond kan komen. Want dat het werkt om in zulke woonvormen te wonen voor senioren is gebleken. In het land, niet in Wijdemeren. Maar in het land. Dus zeker sympathie voor deze motie, en het zou fijn zijn als er goed gekeken wordt waar het kan. Dat het moeilijk wordt, dat is ook een ding.

En aan de andere kant kan je ook zeggen dat deze motie dus niet ver genoeg gaat omdat er woondoelgroepen hierin niet breder wordt meegenomen. En dus ook iets laat liggen. Ik denk dat ik hiermee al heel duidelijk heb gezegd dat we groot voorstander zijn van het Knarrenhof en faciliteren van particuliere initiatieven, en kijken waar het wel mogelijk is. Maar dat het ook nog breder kan, en dat er meer woningzoekenden zijn en meer doelgroepen. Punt. Ik denk dat u duidelijk al is hoe er gestemd gaat worden in de fractie. De voorzitter: Dank u vriendelijk, mevrouw IJsbrandij. Mevrouw Wind, gaat uw gang. Mevrouw Wind: Ja, voorzitter, dank u wel. Wij zijn voor Knarrenhoven, wij zijn voor seniorenwoningen, we zijn voor appartementen, we zijn met huisjes met tuintjes, we zijn voor jongeren, we zijn voor allerlei groepen. We kunnen niet kiezen en we willen niet kiezen. En dat is nou precies de reden waarom we deze sympathieke motie niet steunen, omdat die vooruitloopt op een aantal andere zaken. Dus ik zou eigenlijk heel gelukkig zijn met een toezegging van de wethouder waarbij een visie, en daarmee ook de Woonvisie, snel naar de raad toekomt met al die locaties waar dan gebouwd kan worden. Wij hebben er ook nog wel een paar. En ik denk dat dat zo snel mogelijk moet gebeuren, zonder er nu één groep uit te lichten.

Dus we zijn voor Knarrenhof en we gaan niet voor nu één steunen, maar graag breed. En dat versnellen wat de wethouder uitsprak, nou, dat sprak mij mateloos aan. Kan ons niet snel genoeg. Kunt u daar een tijdstip bij noemen? Want ik heb begrepen dat dat op de laatste cursus heel belangrijk is. Ik ben erg geïnteresseerd in het tijdstip van versnelling, dank u wel. De voorzitter: Kwart voor tien ongeveer. Mevrouw IJsbrandij had nog een nabrander begreep ik. Mevrouw IJsbrandij: Dank u wel, voorzitter. Ja, excuus. Nou, het versnellen, daar waren we inderdaad al eerder mee begonnen, dat heeft mevrouw Van Rijn al onderstreept. Maar ik ben een vraag vergeten die ik graag aan de wethouder zou willen stellen.

De voorzitter: Gaat uw gang. Mevrouw IJsbrandij: Zij sprak over de haakjes die eraan zitten om deze motie te ondersteunen, en de haakjes … Ze heeft het enige haakje aangehaald van de andere woondoelgroepen. Maar iets meer duiden: welke haakjes bedoelt u dan allemaal? Dank u wel. De voorzitter: Oké. Dan mevrouw Hidding, gaat uw gang. Mevrouw Hidding: Ik sluit me volledig aan bij de woorden van mevrouw IJsbrandij en mevrouw Wind. We zijn uiteraard voor seniorenwoningen, maar ook voor jongeren, starters, doorstromers, noem het maar op. En ook wij omarmen particuliere initiatieven, maar we willen wel dat dat goed centraal geregeld wordt via reguliere procedure. Maar wij zullen helaas deze motie niet steunen, gezien de beperkte focus. We denken ook namelijk aan de mogelijkheden van transformeren van agrarische gebouwen, als een bedrijf opgedoekt is. Die wellicht zowel voor jong en oud woningen kunnen opleveren. En zoals door mevrouw Wind genoemd willen we graag dat de Woonvisie en de visie van de gemeente opnieuw tegen het licht gehouden wordt. Gezien de woningnood willen we heel graag de wethouder verzoeken om vaart te maken met de mogelijkheid tot bouwen te onderzoeken. Inclusief de in het coalitieprogramma opgenomen transformatie van agrarische gebouwen. En daar terugkoppeling te geven. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u vriendelijk. Dan ga ik naar de rechterkant.

Mevrouw Rademaker, gaat uw gang. Mevrouw Rademaker: Dank u wel, voorzitter. Volgens mijn informatie start er binnenkort weer een groot woonbehoefteonderzoek. Waarom wachten we de uitkomsten van dat onderzoek nou niet gewoon even af? Gaan dan de Woonvisie tegen het licht houden naast de uitkomsten van het woonbehoefteonderzoek, en dan maken we een Woonvisie die aansluit bij de behoefte van onze inwoners. Want volgens mij is dat de meest logische procedure die we nu kunnen volgen. En ik vind een Knarrenhof ontzettend sympathiek klinken, maar ik vind een jongerenhof ook heel sympathiek klinken. Nou ja, dat hebben mijn voorgangers ook allemaal al gezegd. Maar laten we dan gewoon even de data afwachten van het woonbehoefteonderzoek. Mevrouw IJsbrandij: Voorzitter. De voorzitter: Een interruptie heeft u? Mevrouw IJsbrandij. Mevrouw IJsbrandij: Nou, nee, een kleine opmerking daarover. Omdat ik toch denk dat het één het ander niet uitsluit. Dank u wel. De voorzitter: Oké. Prima. U mag altijd reageren. Mevrouw Rademaker. Mevrouw Rademaker: Via de voorzitter wil ik graag laten weten aan collega IJsbrandij dat … Waarom gaan we nou weer allemaal plak- en knipwerk doen? Laten we nou gewoon wachten op de uitkomsten van het woonbehoefteonderzoek. En dan pakken we integraal de hele woonvisie op. De voorzitter: Oké. Mevrouw Hidding. Mevrouw Hidding: Ik sluit me daar volledig bij aan.

Laten we alsjeblieft efficiënt werken. De voorzitter: Oké, eensgezindheid. Mevrouw Van Rijn?

Mevrouw Van Rijn: Voorzitter, ik wil daar toch een opmerking over maken. Ik ben het helemaal eens met mevrouw Rademaker. Die Woonvisie loopt tot ’24. Het heeft helemaal geen zin om dat nu met allerlei capaciteit weer aan te gaan passen. Maar laten we ook niet doen dat we niet weten wat er uit zo’n woonvisieonderzoek komt. Dat zullen te weinig sociale woningen zijn, dat is te weinig gestapeld, dat is te weinig voor jongeren, te weinig voor ouderen. Dus volgens mij heeft het veel meer zin om gewoon te gaan beginnen met bouwen, in plaats van weer alles op te tuigen in zo’n Woonvisie. En dan komt er straks iemand met particuliere grond, of de gemeente, want vanuit de gemeente heb ik het ook nog niet echt initiatief gezien, en dan zeggen we: we hebben geen capaciteit. Maak dat nou eerst op orde, zodat als er initiatieven zijn, er ook echt gebouwd kan worden in plaats van weer zo’n hele papieren tijger. We weten gewoon wat eruit komt, het is niet spannend, laten we dat nou alsjeblieft op orde brengen. Daar hebben we echt veel meer aan, en onze inwoners ook. De voorzitter: Mevrouw Van Rijn, u heeft een interruptie van mevrouw IJsbrandij. Gaat uw gang. Mevrouw IJsbrandij: Wederom een aanvulling, voorzitter. Dat de Woonvisie laat uiteindelijk nog weer even op zich wachten, die is nog niet aan de beurt. En particuliere initiatieven staan er toch altijd nog buiten.

Zij kunnen initiateren wat ze willen, en daar kan op gefaciliteerd worden wat wij willen. De voorzitter: Mevrouw Van Rijn. Mevrouw Van Rijn: Ja, voorzitter, dat klopt. Maar dat kan nu ook, of daar een Woonvisie ligt of niet. Daar staat gewoon in wat we willen, en als er nu iemand komt met een Knarrenhof, diegene komt al zes jaar niet met een Knarrenhof, ik kan wel bedenken waarom, want dat is in Wijdemeren vermoed ik gewoon een te dure bouwvorm. Maar het maakt helemaal niet uit. We kunnen er heel lang over praten. Iemand met een Knarrenhof kan al komen, en de gemeente kan ook een Knarrenhof initiateren, op de Anton Smeerdijkgaarde bijvoorbeeld. Maar dit is echt allemaal capaciteit voor de ambtenaren die er niet is, en dat moeten we volgens mij gewoon helemaal niet willen. En mevrouw Rademaker zegt: wacht dat onderzoek af. Deels mee eens, maar we weten al wat daaruit komt. Maar dank u wel, vind het wel een goede opmerking. De voorzitter: Interruptie van mevrouw Rademaker. Mevrouw Rademaker: Kijk, wacht dat onderzoek af, om je Woonvisie verder aan te passen. We moeten niet gaan wachten met bouwen, we moeten wachten met knip- en plakwerk in een Woonvisie. Dat is mijn … De voorzitter: Mevrouw Van Rijn, gaat uw gang. Mevrouw Van Rijn: Een reactie op mevrouw Rademaker. Ik hoop toch niet dat zij gedacht heeft dat het CDA dat we wachten moesten met bouwen.

Want dat zouden wij niet gezegd hebben. Maar we gaan er al vanuit dat die Woonvisie allerlei aanpassingen nodig heeft. Ga nou eerst eens kijken wat er in zo’n Woonvisie staat en hoe actueel dat nog is, voordat we allemaal weer bedenken dat het aangepast moet worden. We kunnen het nu al niet uitvoeren. De voorzitter: Dames en heren. We gaan nog even door hoor, maar we hebben het nog steeds over een motie. En niet over de Woonvisie. Voor de mensen thuis die al een beetje afgedwaald zijn. Dit gaat over een motie, Koester de knarren in de kern. Mevrouw Kaper, gaat uw gang.

Mevrouw Kaper: Bij de ChristenUnie koesteren wij de knarren zeker, maar volgens mij wordt dat ook wel breed gedeeld. In ons verkiezingsprogramma staat dat wij geen belemmeringen willen voor de Knarrenhofjes als dat initiatieven toe genomen worden. Ik ben wel benieuwd of de wethouder iets kan zeggen over recente initiatieven. Mevrouw Van Rijn zegt: ze zijn al heel lang niet geweest, de Knarrenhofjes. De vereniging die daar natuurlijk allerlei ervaringen mee heeft, en dus ook de gemeente daarin kan ondersteunen denk ik, om zoiets voor elkaar te krijgen. Is daar recent nog contact geweest? Dat is dan een vraag van ons. En wij denken ook wel, ja, de initiatiefnemers van de Knarrenhofjes zijn volgens mij meer geholpen wanneer we hen integreren in een Woonvisie, en wanneer het college dan ook samen met die vereniging op zoek gaat naar geschikte locaties. Want dan alleen kom je verder. Dus wij vinden het een sympathieke motie, maar eigenlijk nog iets te smal. De voorzitter: Prima. Mijnheer Roosenschoon, gaat uw gang. De heer Roosenschoon: Voorzitter. Het is toch wel apart. De wethouder zegt de motie te omarmen. En kennelijk is hij onhaalbaar in deze raad. Jammer. Maar het gaat erom dat er wat beweging komt in de verschillende mogelijkheden van woonvormen. Als dat leidt tot een motie die wordt afgewezen, dan betekent dat ook in feite een zeemansgraf voor het Knarrenhofje.

Dus dat is niet de bedoeling. Waar het om gaat is dat daar ruimte wordt gemaakt, en dat er mogelijkheden worden geboden. En dat is niet alleen inderdaad, heb ik ook al eerder gezegd, niet alleen voor senioren in een Knarrenhof. Maar ook voor andere vormen van alle specifieke vormen van wonen. Er zijn er zoveel om te noemen, hè, specifieke woonvormen, specifieke doelgroepen. Noem ze maar op. Dat zijn allemaal dingen die niet zijn vermeld of kunnen worden opgenomen in de huidige Woonvisie. Dat is ook de reden waarom we graag willen dat die Woonvisie wordt geactualiseerd. Maar wat ik dan wel zou willen vragen aan de wethouder is: kunt u de toezegging doen dat in de voorbereiding van de toekomstige Woonvisie uitdrukkelijk specifieke woongroepen zoals bijvoorbeeld Knorrenhof, maar zijn ook overige, daarin worden opgenomen? Als ik kijk naar wat er eerder werd gezegd, zowel door De Lokale Partij als door mevrouw Van Rijn. Als je een onderzoek doet onder de behoefte die er bestaat in onze bevolking, oudere, jongeren en dergelijken, dan ga je uit van: wat is het meest bekend? Niet wat is het meest gewenst, voor kleine groepen. En dat is iets wat je moet stimuleren. Dat kan je niet overlaten aan een enquête die een beeld geeft van de grootste gemene deler. Het gaat juist om de kleinste mogelijkheden, de kleinste groepen, die ook ruimte moet kunnen geven in ons woningbestel.

Dus wethouder, als u inderdaad een toezegging kunt doen over een aanpassing in deze zin van de toekomstige Woonvisie, dan zullen wij deze motie intrekken. De voorzitter: Oké. Zijn er meer mensen in de raad die er wat over willen zeggen, voordat ik de wethouder het woord geef? Niemand? Wethouder Kruijt, gaat uw gang. Mevrouw Kruijt: Ik heb begrepen dat in de Woonvisie inderdaad geen doelgroepen zijn opgenomen. En omdat die in 2024 natuurlijk wordt aangepast, is het wel het goede moment om dit jaar in te brengen dat je voor bepaalde doelgroepen, dat je daar aandacht voor gaat vragen. Wethouder Hoelscher heeft mij gezegd: ik wil het zeker inbrengen. Maar op het moment dat ik ofwel een Knarrenhof noem, of een andere doelgroep, zullen anderen ook zeggen: ja, maar wij hebben ook doelgroepen die opgenomen moeten worden. En dan krijg je natuurlijk dat er een heel groot aantal doelgroepen wordt opgenomen, en waar ben je dan uiteindelijk nog voor? Maar Hoelscher heeft gezegd: ik ga in ieder geval voor een aantal doelgroepen zeker mijn best doen om die opgenomen te krijgen in die Woonvisie. En dan heb ik geen idee wat de regionale collega’s daarvan gaan vinden en hoe die gaan aanvullen of niet. De voorzitter: Een interruptie van mevrouw Hidding. En daarna mijnheer Roosenschoon neem ik aan.

Mevrouw Hidding: Kunt u zeggen welke doelgroepen hij daarbij bedoelt? Mevrouw Kruijt: Bijvoorbeeld die doelgroep Knarrenhof, je kunt het hebben over senioren, je kunt het hebben over jonge mensen met een beperking, jonge gezinnen, starters. Noem het maar op. Je hebt zo vreselijk veel doelgroepen die allemaal een plekje zoeken op de woningmarkt. De voorzitter: Raadsleden, bijvoorbeeld. Mijnheer Roosenschoon, gaat uw gang. De heer Roosenschoon: Voorzitter. Als voor al deze doelgroepen een extra pagina moet worden toegevoegd aan de toekomstige Woonvisie, dan zijn we helemaal tevreden. Kost alleen maar één A4’tje. Wij zullen deze motie intrekken, uitgaande van de toezegging zoals die verwoord is door de wethouder. De voorzitter: Oké. Mevrouw Van Rijn heeft een interruptie. Mevrouw Van Rijn: Ja, voorzitter. Eigenlijk meer een afsluitende opmerking. Ik hoor mijnheer Roosenschoon zeggen: als al deze doelgroepen worden toegevoegd aan de Woonvisie, dan kost het maar één A4’tje en dan staat het er. Jongens, daar gaat het toch niet om? Het gaat er toch om dat we woningen gaan realiseren, voor oud of jong. Niet of dat één A4’tje op papier is? We kunnen niet iedereen bedienen, we moeten kiezen. We kunnen niet iedereen bedienen. En we kunnen heel leuk in de Woonvisie zetten voor jong, oud, beperkt, niet beperkt. Dat heeft helemaal geen zin.

Dat is iets op papier zetten, iets beloven aan mensen, om het er maar ingezet te hebben, kijk eens hoe goed wij dat allemaal aan iedereen gedacht hebben. We hebben beperkte ruimte, dus wij moeten kiezen. Het heeft geen zin om alles op te nemen. Dat heeft gewoon geen zin. Wat is daar nou de meerwaarde van? De voorzitter: Oké. Prima. Mijnheer Roosenschoon heeft aangekondigd dat hij de toezegging van de wethouder, dat hij de motie gaat intrekken. Bij dezen hebben we dat dus gedaan. En dan sluit ik dit onderwerp, de motie is ingetrokken. 13.3 Motie vreemd CDA-DorpsBelangen-D66-ChristenUnie Maak een start! (Naar aanleiding van de toezegging trekken de indieners de motie in.) De voorzitter: Dan heb ik nog voor de mensen die goed opgelet hebben niet de sluiting, ik heb nog een extra motie. Motie vreemd aan de agenda, motie MV-3. En dat is een motie van ChristenUnie, D66, DorpsBelangen en CDA. En het onderwerp is: Maak een start! En ik wil graag één van de indieners het woord geven over deze motie. Wie mag ik als eerste het woord geven over deze motie? Mevrouw Van Rijn, gaat uw gang. Mevrouw Van Rijn: Ja, dank u wel, voorzitter. Heel kort. Wij hebben het gesprek met de wethouder gehad over het financieel herstelplan. Daar hebben wij het verzoek in gedaan om toch echt snel met aan aantal maatregelen te komen. We hebben ook wat voorbeelden daarin gegeven.

En deze motie vraagt eigenlijk namens het CDA, DorpsBelangen, D66 en ChristenUnie, en ik zou graag horen of er nog meer mede-indieners willen zijn. Om toch echt wat meer tempo te maken. Er staan een aantal citaten in uit Weekblad Wijdemeren, waarin de urgentie door de provincie wordt aangegeven om niet te lang te wachten, maar gewoon aan de slag te gaan. De vraag is dan ook om in de komende raadsvergadering, die van april ’23, te komen met de eerste voorstellen, dus niet allemaal, de eerste voorstellen om te besparen. En we benoemen nadrukkelijk voorstellen, omdat we niet willen dat het een lijstje is met de raad allemaal samen. Gewoon een aantal voorstellen en dan zijn wij heel gelukkig, voorzitter. Dat was mijn bijdrage.

De voorzitter: Dank u. U heeft een verhelderende vraag van mevrouw Wind. Mevrouw Wind, gaat uw gang. Mevrouw Wind: Wij hadden de motie niet, maar ik begrijp dat die inmiddels erin zit. Dus we gaan hem even lezen, dank u wel. De voorzitter: Dank u vriendelijk. Wie van de indieners kan ik het woord geven? Mijnheer De Kloet, gaat uw gang. De heer De Kloet: Ik zal niet in herhaling vallen, voorzitter. Maar we hebben bij het vorige agendapunt de wethouder gehoord over hoe zijn visie is op de komende herstelplan. Vinden wij te vaag. En het duurt te lang. We willen nu actie. Dat hebben we al een paar keer gevraagd, laatste keer onder andere bij de Algemene Beschouwingen in december. Dat is inmiddels ook alweer vier maanden geleden. Dus wat hier staat, draagt het college inderdaad op om nu door te pakken en met voorstellen te komen. De eerste voorstellen, dus niet samen, voorstellen van het college die erop gericht zijn om geld te besparen. De voorzitter: Dank u vriendelijk. ChristenUnie. Mevrouw Kaper: Ik sluit me aan bij de vorige sprekers. Geen lijst waar we weer over gaan discussiëren, maar echt concrete voorstellen waar we iets mee kunnen. De voorzitter: Dank u vriendelijk, mevrouw Kaper. Mijnheer Roosenschoon. De heer Roosenschoon: Ja, ik heb er nog minder aan toe te voegen.

Want wat er nog over was heeft mevrouw Kaper al gezegd, dus laten we een start maken met de eerste bezuinigingsmaatregelen. De voorzitter: Oké, prima. Vanuit het college, wethouder Zagt. Gaat uw gang wethouder Zagt. De heer Zagt: Even de microfoon aanzetten. Het college omarmt deze motie, om het maar gelijk duidelijk te zeggen. In de raad van april met voorstellen komen, dat is gans onmogelijk. Want dan zouden die voorstellen nu al vastgesteld moeten zijn door het college want die gaan natuurlijk eerst via de commissie. En ik zie daar ook weer in de overwegingen woorden als dat we gekort zullen worden door de provincie. Daar hebben we het al over gehad, dat is niet het geval. Maar ik hecht wel aan zorgvuldigheid van bewoordingen. Er wordt hard gewerkt door het college. Eigenlijk moet ik zeggen: door de ambtelijke organisatie. Om zaken voor te bereiden. En daar gaan dingen uitkomen, die krijgt u voorgelegd. Maar wel in die volgorde. En niet hapsnap. Dank u wel. De voorzitter: Oké, duidelijk. Wie kan ik in het tweede termijn … Ik zie twee mensen van Partij van de ArbeidGroenLinks, klopt dat? Oh, nee, oké. Mevrouw Wind, gaat uw gang. Mevrouw Wind: Ik mag nu reageren, hè? De voorzitter: U mag reageren, is het tweede termijn, u mag reageren op deze motie. Mevrouw Wind: Ja, precies, dank u wel. Wij zullen deze motie niet steunen.

We vinden het belangrijk dat er enigszins terughoudend wordt omgegaan met oproepen om werk te doen die niet tot een eindresultaat leiden. En ik ga toch even kijken, we hebben geen behoefte aan een hele lange Woonvisie, we hebben behoefte aan huizen. We hebben geen behoefte aan weer een hapsnaplijstje waar de ambtelijke organisatie mee belast wordt, we hebben behoefte aan concrete plannen die we integraal kunnen beoordelen en dan ook

kunnen besluiten. Er zijn vanavond hier een aantal dingen over de tafel gegaan waarvan ik denk: schrijf ze er vooral bij. Maar wel even in het totaalverhaal, en ik denk dat het voor ons allen zielenrust en voor een effectieve besluitvorming goed is om even integraal plan af te wachten. Er had gister al bezuinigd moeten worden, er had vorig jaar een andere begroting moeten liggen, dat had het jaar daarvoor gemoeten en het jaar daarvoor ook. Die ene maand kan er nu ook nog wel bij. Dus wethouder, werk alsjeblieft hard door met het college. Zowel als het gaat om plannen voor bouwen met veel snelheid, als plannen voor het rondkrijgen van een begroting met veel snelheid. En ik roep ons toch allemaal op om niet dat proces steeds te onderbreken. Ik ga het zelf proberen om me ook aan die oproep te houden, de rest staat het uiteraard geheel en al vrij. Maar ik hoop dat we op die manier met elkaar een stap verder komen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u vriendelijk, mevrouw Wind. Wie kan ik verder het woord geven? Ja, mijnheer Goetheer, gaat uw gang. De heer Goetheer: Ja, dank u wel, voorzitter. Allereerst vind ik het heel bijzonder om deze motie pas tijdens deze raad eigenlijk te zien … De voorzitter: Interruptie van mijnheer De Kloet. De heer De Kloet: Ik zal de heer Goetheer even zijn verwondering enigszins wegnemen.

Wij hebben namelijk de wethouder de kans gegeven om zijn daadkracht te tonen en met concrete voorstellen te komen. Dat is uitgebleven, hebben we verklaard dat daarom deze motie nu ligt. En het is niet netjes om een motie in te dienen wat hierover gaat voordat je de antwoorden van de wethouder weet. De voorzitter: Gaat u verder, mijnheer Goetheer. De heer Goetheer: Helder. Ik was er nog altijd graag van tevoren in gekend, dat dit het plan was. Want dan hadden we er mogelijk aan de voorkant over kunnen hebben van: wat is nu precies de bedoeling, wat is het doel ermee? En gezamenlijk als raad in het hele proces waar we nu in zitten, we hebben daar verschillende bijeenkomsten over gehad. En dan denk ik: dan zitten we in een proces, in gezamenlijkheid, laten we dat proces dan nu doorlopen met de afspraken die we daar allemaal voor hebben gemaakt. En dan niet op dit moment, hoe sympathiek ik het misschien zelf ook kan vinden, denk ik dat dat niet het proces waar we nu inzitten ten goede komen. Dus zal ik ook zeker de fractie adviseren om hier niet in mee te gaan. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Dank u vriendelijk, mijnheer Goetheer. Wie kan ik verder het woord geven? Mevrouw Hidding, gaat uw gang. Mevrouw Hidding: Ik heb een verzoek om een schorsing. De voorzitter: U wilt schorsen.

Hoelang wilt u schorsen, mevrouw Hidding? Vijftien minuten? Oké, iedereen is vrij om te schorsen. En als dat vijftien minuten is, dan gaan we dat doen. Vijftien minuten, we gaan om half elf door, dames en heren. Dames en heren. Dames en heren thuis ook. Wij kunnen hier in het gemeentehuis constateren dat de VVD-fractie nog niet aanwezig is. Dus wij wachten nog enkele ogenblikken tot wij de gemeenteraad weer kunnen heropenen. De heer …: Voorzitter, wij kunnen ook zonder de VVD verdergaan.

De voorzitter: Oh, daar heb je ze al. Dames en heren, ik heropen de gemeenteraad. De VVD-fractie heeft verzocht om een schorsing, dus ik geef mevrouw Hidding graag het woord. Mevrouw Hidding, gaat uw gang. Mevrouw Hidding: Dank u wel, en dank u wel voor het geduld. Inderdaad een schorsing gehad. We zijn met elkaar over eens dat we niet hapsnap een paar voorstellen willen horen. Maar wel een weloverwogen voorstel met bezuinigingen. Toch hebben we wel behoefte aan duidelijkheid, en dat was voor ons net niet geheel duidelijk. Dus wethouder, wanneer komt u met het voorstel voor bezuinigingen? De voorzitter: Oké. Dus u heeft een vraag aan de wethouder. Dan wie in de tweede termijn wil nog het woord voeren? Of kan ik de wethouder nu … Is dit eerste termijn? Nee, dit is tweede termijn toch. Ja, zeker tweede termijn. De wethouder is geweest in de eerste termijn, en nu zijn we met het tweede termijn bezig. En iedereen is nu aan het woord geweest. En ik ga nu de wethouder geven, het verzoek om vragen te beantwoorden, en u kunt interrumperen altijd, zoals gebruikelijk. Wethouder Zagt, komt u verder. De heer Zagt: Wanneer komen wij met bezuinigingsvoorstellen? Ik heb nog even het overzicht erbij gepakt van de planning.

Wij hebben aangegeven dat we in april en mei met oplossingsrichtingen, nou, daar kun je ook het woord bezuinigingsvoorstellen voor gebruiken want dat is in beleving van het college hetzelfde, komen. Dus die zullen u dan ook voorgelegd worden. In welke vorm weet ik nog niet. Maar natuurlijk willen wij wel draagvlak en dergelijke daarvoor peilen, want die zullen onderdeel daarvan uitmaken, van het herstelplan wat wij op enig moment … De provincie verwacht van ons een plan, een totaalplan, waarin die bezuinigingsvoorstellen onderdeel van uit zullen maken. Die komen dus in april-mei uw kant op. April heb ik gezegd, gelet op de planning, is de aprilraad zeker niet haalbaar. Mei heb ik zo even niet uit mijn hoofd, want dat moet natuurlijk op enig moment klaar zijn voor de commissie. Maar in ieder geval in die maanden komen voorstellen. De voorzitter: Oké, ik hoor geen interruptie. Wel? Mevrouw Van Rijn, gaat uw gang. Mevrouw Van Rijn: Om even duidelijk te krijgen, de wethouder zegt: april-mei komen de oplossingen of richtingen, en dat zou je ook kunnen zien als bezuinigingen. Dan is de vraag: zijn dat dan concrete voorstellen? En u zegt: april haal ik al niet meer, en mei weet ik niet zo snel wanneer dat dan … Dus wordt het dan aprilmei, of wordt het een andere datum? En u zegt: dan gaan we het peilen, wat wij ervan vinden, want het is onderdeel van het herstelplan.

Wat wij eigenlijk bedoelen, u gaat dat herstelplan maken, maar het zou wenselijk zijn als het college daarin het voortouw neemt, met voorstellen komt, en niet aan de voorkant de hele Poolse landdag om te kijken wat de raad allemaal wil. Als u een voorstel doet en dat naar de raad brengt zo snel mogelijk, dan kunnen wij het er met elkaar over hebben en dan kunt u peilen wat wij daarvan vinden. Maar als we dat allemaal aan de voorkant met elkaar moeten … Dan komen we er niet. Dat was eigenlijk de oproep, voorzitter, om het even duidelijker te maken. De voorzitter: Oké. Wethouder Zagt, gaat uw gang. De heer Zagt: Het college heeft de beleving dat we er wel komen. U heeft nadrukkelijk als raad gevraagd om oplossingsrichtingen, in meervoud. Keuzes. Het woord scenario’s is zelfs gevallen. Dus daar komen wij ook mee. De voorzitter: Mijnheer De Kloet, gaat uw gang.

De heer De Kloet: Voorzitter, dank u wel. Hoe we dat hebben afgesproken, wordt nu al voor de tweede keer vanavond woorden van gelijke strekking gebruikt. Ik kan me niet herinneren, en ik heb ook helemaal geen voorstel daarvoor gezien, maar dat even terzijde. Maar kan de wethouder dan toezeggen dat het in de meicommissie van bestuur en middelen zit? De voorzitter: Wethouder Zagt, gaat uw gang. De heer Zagt: Ik kan van alles toezeggen, als ik dat zou weten. Maar we hebben ze nu op dit moment nog niet eens. Het moet wel afgerond zijn en klaar. Dus ik ga dat nu gewoon niet toezeggen, want ik ga u eerst de resultaten presenteren van fase één en twee. De voorzitter: Mevrouw Wind heeft een interruptie. Mevrouw Wind. Mevrouw Wind: Voorzitter. Kan de wethouder toezeggen dat hij zijn best gaat doen om het in de meicommissie van bestuur en middelen te doen? De heer Zagt: Uiteraard. De voorzitter: Momentje, momentje, wethouder. Mevrouw Wind: Dank u wel voor de toezegging, voorzitter. De voorzitter: Zo, dat gaat snel hier. Mijnheer De Kloet, gaat uw gang. De heer De Kloet: Veel woorden van de wethouder, maar hij zegt: ik weet het niet, misschien wel. Hier net wordt er gezegd: april-mei.

Dan is heel concreet de vraag: als we dit op een ordentelijke manier, en ik heb daar al eens eerder op gewezen dat we die procedures goed moeten volgen, willen bespreken, dan moet het in de mei-commissie bestuur en middelen zitten. Dat is toch niet een hele rare vraag? De voorzitter: Mevrouw Van Rijn, gaat uw gang. Mevrouw Van Rijn: Ja, voorzitter. Daarop aansluitend, de wethouder zegt: we hebben afgesproken april of mei. En nu zegt de wethouder: ik weet niet of het mei wordt. Kijk, dat is dus het gevaarlijke punt. Als we die deadlines niet stellen, als we niet beginnen, dan gaan we het niet halen. Dus ik vind het niet zo erg, en ik kijk even naar mijn collega’s, om daar mei van te maken. Maar waar het mij om gaat: nu hoor ik al twijfel of we mei gaan halen. Dat is wat u zegt. Ik weet niet of we mei gaan halen. Dat vind ik raar. U zegt: we hebben afgesproken in de planning april-mei, maar ik weet niet of ik mei ga halen. Dus dan vind ik het voorstel wat hier voorligt eigenlijk wel heel terecht. Dat we u dan blijkbaar houden aan uw eigen afspraak. De voorzitter: Wethouder Zagt, gaat uw gang. De heer Zagt: Ja. Het college doet zijn best, of haar best. Het zal wel zijn. Doet zijn best om mei te halen. Als ik een toezegging doe, dan vind ik dat we die na moeten komen. Ik kan die toezegging op dit moment niet doen, omdat er nog onvoldoende concreet is om aan u te presenteren.

Daar heb ik gewoon onvoldoende beeld bij op dit moment, gelet op hoe ver we zijn. Ik wil graag even uitspreken, voorzitter. Zodra wij daar zicht op hebben presenteren we dat u. En misschien, ik hoop dat, ik heb u eerder op de avond gezegd dat wij in overleg met de griffie een avond plannen over deel één en twee van het financiële herstelplan. Het zou mij een lief ding waard zijn als wij ook die avond het perspectief kunnen schetsen wanneer we die volgende stap

kunnen zetten. En u kunt er vanop aan dat wij onze uiterste best doen om het zo snel te doen, maar wij willen ook een afgewogen geheel en een samengesteld pakket hebben wat recht doet aan wat de provincie van ons verwacht. Namelijk een herstelplan. Een totaalpakket. De voorzitter: Ik hoor een punt. Eerst mijnheer Roosenschoon. Mijnheer Roosenschoon, gaat uw gang. De heer Roosenschoon: Ja, voorzitter. We hebben het gehad over commissies, en met name de commissie bestuur en middelen van mei. Voor een onderwerp wat zo belangrijk is, we kunnen toch gewoon zeggen: zodra u klaar bent in mei. We beleggen gewoon een aparte commissie om hierover te praten. De voorzitter: Mijnheer De Kloet, gaat uw gang. De heer De Kloet: Ja, ik twijfel even of ik verder op de materie zal ingaan. Ik wil de wethouder wel meegeven dat inderdaad gevraagd is, ook vanuit de provincie, niet onbelangrijk, want onze toezichthouder. Is er gevraagd om een herstelplan, in meerdere opzichten, een financieel herstelplan ook als het om organisatie gaat. Maar er worden ook stappen verwacht. En dat is heel duidelijk uitgesproken door de gedeputeerde. Die wil gewoon actie van het college, dat er voorstellen komen. Deze motie die we nu hebben ingediend gaat daarover.

Dus wij sluiten aan op de dingen die wij horen in Haarlem, daar zijn we met zijn allen geweest, en die eendrachtigheid onderstreep ik, want die is er nog steeds volgens mij. En die actie die wij willen van de wethouder is ook de actie die volgens mij ook vanuit Haarlem, vanuit de provincie wordt gevraagd. Daar gaat het om. En als ik de wethouder nu hoor zeggen: het is april-mei, commissie mei wordt een ingewikkeld dingetje. Nu hoor ik: het wordt een beeldvormende sessie in mei, waardoor dus blijkbaar het juni wordt als we het in de commissie krijgen. Nog even en we zitten in het nieuwe jaar. Ik vind het echt … Dit tempo is echt hemeltergend op dit moment. De voorzitter: Ik heb beeldvormende sessie niet gehoord persoonlijk hoor, maar misschien heb ik dat gemist. Mijnheer Roosenschoon heeft gezegd: misschien kunnen we een extra commissie doen in mei. Dat heeft hij gezegd. De heer De Kloet: Ja, maar ik reageer niet op de heer Roosenschoon, ik reageer op wat de wethouder zegt. Die zegt: we gaan een sessie met u beleggen waarin we die plannen gaan voorleggen, en dat soort sessies heten bij ons tegenwoordig beeldvormende sessies. Of dat nou een technische briefing is of besloten, dat maakt me niet uit. Maar dat is niet een commissievergadering waarin je voorstellen op tafel hebt die vervolgens in de raad tot een besluit leiden. En dat is wat we willen.

We willen gewoon een besluit kunnen nemen over bepaalde dingen. De voorzitter: Oké. Mevrouw Van Rijn. Mevrouw Van Rijn: Ja, voorzitter, dank u wel. Ik zou de wethouder mee willen geven, ik hoor u nu een paar keer zeggen: ik wil alles zeker weten. En ik weet waar u op doelt, het investeringsplan, de openbare ruimte, her areaal, we moeten alle cijfers weten. U heeft ook een keer eerder aangegeven: ik wil wel eens te veel redeneren als boekhouder. Als u alle cijfers wil weten in de gemeente Wijdemeren, dan kunt u heel lang wachten want dat blijft gewoon heel lang onduidelijk. Gaat u door met die cijfers onderzoeken op die punten. Maar ik snap niet wat voor cijfers en wat voor onderzoek u allemaal nodig heeft om bijvoorbeeld te besluiten het pandje naast de brandweer af te stoten of een inkomensafhankelijk huishoudelijke hulp in te voeren. Wat heeft u daar nou allemaal voor nodig, om met die eerste plannen te komen? En ik geloof dat het in goede

handen is bij u, al die andere cijfers. Maar op deze punten kunt u toch gewoon daarmee beginnen? Wat heeft u nou allemaal nog nodig dan? Dat voelt een beetje frustrerend, voorzitter, want we beginnen er niet aan. De voorzitter: Dank u wel. Wethouder Zagt. De heer Zagt: We beginnen er wel zeker aan. Ik heb eerder op de avond aangegeven waar mevrouw Kruijt mee bezig is. Het hangt ook gelukkig niet allemaal aan mij, we doen het gezamenlijk als college. We beginnen er wel degelijk aan. Over de sessie, of hoe die zou mogen heten, dat ziet op de sessie die in gedachte met de griffie begin april gepland is. Hier, waar we het nu over hebben, dat gaat over dat u werkelijk voorstellen verwacht, concreet, van: waar kunnen we wat mee? Daarvan heb ik gezegd: die komen in april-mei. Als daar een extra commissievergadering, wat mijnheer Roosenschoon suggereerde, dan kan dat best volgens mij een reguliere commissie zijn. Ik heb mijnheer Roosenschoon ook niet horen zeggen dat dat een beeldvormende sessie hoeft te zijn. Kan prima een commissie zijn. Ik heb nu even niet schep wanneer die commissie in mei is. Maar natuurlijk, als wij klaar zijn voor de reguliere commissie bestuur en middelen, dan komt hij daar. En als wij een week extra nodig hebben en we kunnen met u in overleg om een extra commissie daarvoor te plannen, prima. Dan doen we dat. Geen enkel probleem.

Bottom line blijft dat wij uiteindelijk voor het zomerreces, en zo is dat ook gedeeld met de provincie, dat wij het niet redden in de twee keer 26 weken, dat wij voor het zomerreces door uw raad het herstelplan vast willen laten stellen. En ik heb u vorige keer ook teruggekoppeld gekregen via de fractievoorzitters of in het integraal overleg, ik weet het niet meer, de complimenten en de steun en het vertrouwen wat de provincie heeft uitgesproken in de aanpak van de organisatie onder leiding van het college. En ik zou de wens uit willen spreken dat u daar ook een beetje vertrouwen in heeft. Voor degenen die dat nog niet hebben. De voorzitter: Oké. Dames en heren. Mevrouw Hidding heeft een interruptie. Mevrouw Hidding. Mevrouw Hidding: Ja, ik twijfel even. Maar ik ga het toch even uitspreken. U zegt: april-mei. En waar wij mee worstelen is dan … Het voorstel van de heer Roosenschoon beantwoordt wat ons betreft uw antwoord van april-mei. Dus dat betekent, als u het niet haalt bij de regulier, dat we dan met zijn allen bereid zijn om voor een extra commissie te komen. En ik zou dat graag willen horen van de wethouder. Dat we dat kunnen doen. De voorzitter: Volgens mij heeft de wethouder dat gezegd. Mevrouw Hidding: Dat heeft hij al gezegd? De voorzitter: Dat heeft hij zo gezegd: als we een weekje extra nodig … Mevrouw Hidding: Sorry, dan heb ik dat niet goed gehoord.

Als dat zo is, dan heel fijn. De voorzitter: Toch? Ik kan het moeilijker maken, maar zo is het. Zijn er meer leden van de raad die er nog wat over willen zeggen? Oh, neem me niet kwalijk. Ja, dat is wel een lastige hoek, dat moet ik toegeven ja. Mijnheer Goetheer. Neem me niet kwalijk. De heer Goetheer: Dank u wel voor die opmerking, voorzitter. Wij hebben daar hier wel eens discussie over. Wethouder, via de voorzitter natuurlijk, als ik het beluister wat hier net allemaal gezegd is. Waar het de raad om gaat is het gevoel van urgentie. En dat gevoel van urgentie, dat is waar ik echt proef: daar zit het hem mee. De één zal het verwoorden als: we willen een vaststaand pakket waar we ja of nee tegen kunnen zeggen. Nou, dat wordt altijd een discussie die we dan gaan hebben. Dat wordt een hele belangrijkste bijeenkomst voor de

toekomst van de gemeente. Maar dus dat gevoel van urgentie, dat is iets wat wij met zijn allen delen. En het college heeft dat gevoel van urgentie zie ik zeer zeker, maar zien mijn collega’s dus jammer genoeg af en toe onvoldoende. En ik denk dat dat de taak is die het college nu ook echt heeft. Om niet alleen the sense of urgency intern te hebben, en voortvarend aan de slag te gaan, maar ook echt de raad mee te nemen in wat u doet. En ik denk dat dan, De Lokale Partij zal deze motie niet steunen. Lijkt mij logisch dat wij het college juist de tijd willen geven nu om met het proces door te gaan, om dat in gezamenlijkheid nu te doen. Om een afgewogen keuze te kunnen maken. Maar the sense of urgency, die voelen wij zeer zeker en ik hoop dat ik dat ook bij dezen nogmaals aan het college heb kunnen overdragen. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Goetheer. Ik heb een interruptie van mijnheer De Kruijff. Mijnheer De Kruijff, gaat uw gang. De heer De Kruijff: Ja, voorzitter. Toch nog even een vraag. Even gewoon voor mijn aller zekerheid: hoorde ik de wethouder net een toezegging geven dat we in mei danwel in de reguliere commissie bestuur en middelen danwel in een extra bestuur en middelen een pakket aan voorstellen gaan bespreken? Als dat het geval is, dan zou ik ook de collega’s die de motie hebben ingediend het verzoek willen indienen om de motie in te trekken.

Dus als de wethouder dat nog even voor mij in ieder geval, misschien voor de rest niet, maar voor mij kan bevestigen, dan doe ik dat oproepen aan mijn collega’s die de motie hebben ingediend. De voorzitter: Voor mij, in mij, hè? Dat is waar het om gaat. Wethouder Zagt, gaat uw gang. De heer Zagt: Een pakket. Een pakket aan maatregelen. Dat is meer dan laaghangend fruit en wat snelle dingen. Uiteindelijk wordt het een groot totaalpakket. Of het volledige pakket er in mei is, dat kan ik niet zeggen. Maar er komt wel een pakket. In mei. De voorzitter: Dat is een toezegging, die hebben wij genoteerd. Mijnheer De Kloet heeft een interruptie. De heer De Kloet: Ja, zeker. Een verduidelijkende vraag als het mag. Ik hoor het de wethouder zeggen, maar we hebben het dan, en sorry dat ik weer op woorden ga, over een extra commissievergadering of een reguliere commissievergadering bestuur en middelen in de maand mei. Daar hebben we het over. De voorzitter: 2023. Niet dat we daar ook nog over gaan beginnen. 2023. De heer De Kloet: Ik vind het fijn als ik de vraag aan de wethouder stel, dat hij antwoordt, en niet de voorzitter van de vergadering. De voorzitter: Ik vul u alleen maar aan, mijnheer De Kloet. Mevrouw Van Rijn, gaat uw gang. Mevrouw Van Rijn: Voorzitter, ik ben het eens met mijnheer Goetheer en wat mij betreft ook met de heer De Kruiff. Ik heb de toezegging duidelijk gehoord.

Het totaalpakket hoeft voor ons ook helemaal niet. De eerste voorstellen, het laaghangend fruit, en wat mij betreft, ik kijk even naar mijn collega’s, kunnen wij de motie met de toezegging van de wethouder dan ook gewoon intrekken. Want daar heb ik vertrouwen in, dat die gedaan is en dat de wethouder zich daaraan houdt. De voorzitter: Is iedereen van de indieners het daarmee eens? Mijnheer De Kloet, bent u het ermee eens? De heer De Kloet: Ik ben het ermee eens en ik ga er dan maar ‘…’ vanuit want ik heb geen antwoord gekregen van de wethouder dat het in mei de commissie is.

De voorzitter: De rest van de indieners trekt zich ook terug? Prima. 14. Sluiting De voorzitter: Dan wil ik toch … We hebben een uur lang over iets … Het is vijf voor elf. Geen flitsraad. We hebben toch met elkaar goede discussies gevoerd denk ik. En bedankt voor uw tijd, en wel thuis. Dank u wel. Het is tien minuten voor elf, dank u.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12578755/2