CConstaterende datWijdemeren
Koppel je AI →
Document · PDF

Transcript bijzondere raadsvergadering 7 september 2022

gemeenteraad 7 september 2022, gemeente WijdemerenBij agendapunt: Opening12.759 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

TRANSCRIPT VAN DE GEMEENTERAAD VAN GEMEENTE WIJDEMEREN d.d. 7 september 2022

Opening a.

Bestuurskracht/financiële positie van de gemeente De voorzitter: Goedemiddag allemaal. Goedemiddag en welkom bij deze bijzondere raadsvergadering. In het bijzonder welkom natuurlijk aan de luisteraars thuis en aan onze speciale gast, de heer Arthur van Dijk, commissaris van de Koning. Welkom. Vanmiddag, zoals gezegd, hebben we een bijzondere raadsvergadering. Eens in zijn ambtsperiode bezoekt de commissaris elke gemeente in zijn ambtsgebied voor een officieel ambtsbezoek en zo'n bezoek eindigt altijd met een raadsvergadering zoals deze, waarin de commissaris in gesprek gaat met de raad. In dat kader spreekt de commissaris eerder vandaag met het college en hebben we een aantal plekken bezocht in onze mooie gemeente. Ik mag u het woord geven nu om een soort relaas te doen, indrukken te vertellen wat u vindt van onze prachtige gemeente. De heer Van Dijk: Ja, dank u wel, mevrouw de voorzitter. Welkom, fijn dat we hier mogen zijn. Met mij is Sabine de Kroon, zij is plaatsvervangend kabinetschef. Jarno Kamphuis is de regiomanager en Sietske Langeveld is de beleidsmedewerker van het kabinet. Jarno is de regiomanager, die ziet u of gaat u zeker nog veel vaker zien in deze regio. Het is ook belangrijk om de verbinding tussen uw gemeente en ook de provincie, maar ook de Gooi en Vecht als regio tot stand te brengen, dus dat is mooi.

Inderdaad, zoals de burgemeester zei, ambtsbezoek vandaag aan Wijdemeren. Het was natuurlijk een prachtige dag om deze gemeente te bezoeken, dat zult u begrijpen. Aan het water, natuur en het weer, als het een beetje meezit dan kun je daar extra van genieten. Het is een eigenlijk best wel serieus onderdeel van mijn werk. Dat doe ik dan als rijksorgaan. Commissaris, die heeft eigenlijk twee petten. Enerzijds ben je provinciaal orgaan, dus voorzitter van de Staten van de Provinciale Staten van Noord-Holland en gedeputeerde Staten, maar ook rijksorgaan en als rijksorgaan heb je je connectie met het kabinet en wat wij doen is eigenlijk met ambtsbezoeken, zoals de burgemeester eigenlijk al zei, kijken wij naar, je zou kunnen zeggen, de staat van gemeenten en hoe het eraan toegaat, maar dan van dichtbij. Eigenlijk, je zou kunnen zeggen met de benen in de klei of in het water, dat is misschien meer toepasselijk in deze omgeving. Dat doen we altijd het liefst vanuit drie gezichtshoeken, invalshoeken. Ik begin altijd met een vertrouwelijk gesprek met het college. Dat is niet onbelangrijk. Daar leer je elkaar even kennen en dan leer je ook achter de functionaris de persoon wat beter kennen.

We komen elkaar natuurlijk ook niet elke dag tegen en daarnaast hebben we ook net gemeenteraadsverkiezingen gehad en net als uw raad, die behoorlijk is verjongd, vernieuwd, veranderd, want de laatste keer dat ik hier was, was met de installatie van de burgemeester en ik heb begrepen dat toch twee derde ongeveer van uw raad is vernieuwd. Een aantal mensen had ik al eerder gezien en ken ik nog uit het verleden. Mijnheer De Kloet, maar ook mevrouw Kaper kende ik natuurlijk ook nog uit die periode en er zijn ook wel een paar anderen, maar toch en dat is best heftig, interessant, uitdagend, om met elkaar een klus aan te gaan. Niet in de laatste plaats omdat er denk ik ook wel behoorlijk wat uitdagingen liggen voor of met Wijdemeren. Dat blijkt ook wel uit het coalitieakkoord zoals dat is gesloten, waar de titel eigenlijk al aangeeft dat u met z'n allen de schouders eronder moet gaan zitten in de komende jaren. Tweede onderdeel is wat meer maatschappelijk. Dan wil je wat van de gemeente zien. Die wil de gemeente wat laten zien. Dat hebben we gedaan bij SailWise. Het eiland Robinson Crusoë, zeer onder de indruk, prachtig wat daar gebeurt en echt een parel mag ik wel zeggen en ook heel fijn dat dit bestaat in Nederland en ook mensen met een beperking dus toch kunnen zeilen. Toen wij aankwamen voerden ze net uit, een aantal en we hebben dus een aantal van die boten gezien, maar toch ook

weer belangrijk hoe een samenleving draait op vrijwilligers, want dat is denk ik wel de kracht ook van deze ontwikkeling is dat er natuurlijk een paar professionals werken, maar ook heel veel vrijwilligers. Daarna even in de Kastanjelaan in Nederhorst Den Berg, waar toch ook weer vrijwilligers, inwoners van uw gemeente samen de schouders hebben gezet om in de Kastanjelaan eigenlijk huizen die voor de sloop bestemd zijn tijdelijk beschikbaar te maken voor mensen die geen dak hebben en vanuit de Oekraïne deze kant op zijn gekomen voor hen een beetje onze hulp verdienen. Daar hebben we even gekeken hoe dat gaat en nou, ik denk dat dat ook weer een mooi voorbeeld was van de sociale cohesie die je nodig hebt in je gemeente. Het laatste onderdeel is eigenlijk je zou kunnen zeggen formeel het belangrijkste onderdeel, want u bent natuurlijk het hoogste orgaan in deze gemeente. Uiteindelijk moet u de kaders stellen en moet u beslissen en geeft u dat natuurlijk voor de dagelijkse praktijk uit handen aan het college, maar ik denk en wij hebben een aantal mooie en stevige onderwerpen op de agenda staan, dat het de komende jaren ook voor u als raad best pittig zou zijn om daar doorheen te gaan. Niet in de laatste plaats en het gebeurt niet altijd, maar ik heb op weg naar dit ambtsbezoek best ook veel signalen vanuit uw samenleving gekregen. Een aantal hebben ook al brieven gepubliceerd.

Via veel kanalen hebben ze mij ook weten te vinden. Dat klinkt misschien gek, maar ik vind dat eigenlijk best positief, want deze bezwaren waren helemaal niet zwaar negatief, maar wel zorgelijk, in de zin van eigenlijk kwam het er op neer goh, commissaris, u gaat er toch niet alleen maar mooi weer spelen. Dus gezellig even door die gemeente heenlopen, gebakjes eten en daarna weer een handje geven en weg, maar praten we wel met elkaar over de uitdagingen die er zijn. Dat is denk ik best belangrijk en ik hoop dat dit na dit overleg met elkaar kunnen concluderen dat u daar ook zo in zit, want dat is natuurlijk het begin van de verandering. Als je met elkaar beseft waar je voor staat en waar de uitdagingen liggen en dat ook met je inwoners kan en durft te bespreken, dan is er ook, dan is dat begin ook weer van de weg naar voren en dat is volgens mij de keuze die Wijdemeren al lang geleden heeft gemaakt. Dat is dat de identiteit van deze gemeente, sommigen noemen het zelfstandigheid, maar ik praat altijd liever over de identiteit van deze gemeente, dat u daar met z'n allen aan wil werken. Dat is natuurlijk best ingewikkeld als je meerdere kernen hebt en ook een financiële situatie die, laten we het maar zeggen, niet heel rooskleurig is en waar nodig wat aan moet gebeuren.

Nou, dat is eigenlijk, ik wou zeggen kort, maar dat is eigenlijk niet kort, want ik heb best lang het woord genomen voor een inleiding, maar dat is ongeveer wat we in hun ambtsbezoek doen. Heel belangrijk is ook om even te vermelden dat ik hier natuurlijk wel degelijk ook namens de provincie zit, maar niet namens de gedeputeerden. Morgen, weet ik, komt gedeputeerde Rommel ook praten met één van uw wethouders over onderwerpen en nou ja, als er dus specifiek vragen zijn voor gedeputeerde neem ik ze wel mee, maar u zult begrijpen dat ik niet op de stoel ga zitten van de gedeputeerden, want daar zijn zij politiek bestuurlijk verantwoordelijk voor, maar dat is eigenlijk precies hetzelfde zoals het ook bij u werkt. Nou, dat even kort … Nou, nee, als inleiding. Mevrouw …: Burgemeester De voorzitter: Ja, ik weet het. Mevrouw …: Oké. Ja, excuses. De voorzitter: Ja, het had even wat langer gemogen zelfs, want ik heb begrepen dus dat de uitzending nog niet naar behoren verloopt, dus de luisteraars thuis die kunnen ons niet horen. Er wordt druk aan gewerkt. Ik kijk naar de griffier, de griffier kijkt er nu naar toe.

Ja, gezien het feit dat de commissaris, want normaal gesproken wachten we even tot die het weer doet, maar gezien het feit dat de commissaris een druk programma heeft en echt vast … Ja, we zitten vast aan een eindtijd, wil ik voorstellen dat we toch nog doorgaan met onze agenda. We hebben veel te bespreken met elkaar, dus laten we gewoon ermee beginnen en hopelijk wordt

het opgelost, het systeem. Goed. Voordat we verdergaan met de vergadering wil ik nog meedelen dat een bericht van zijn herinnering is ontvangen van de raadsleden Peter Heeren van het CDA, Marjan Pronk van De Lokale Partij, Wilma Snel van De Lokale Partij en Harm Steenkamp van De Lokale Partij. Zoals gezegd, u gaat in gesprek als raad met de commissaris. De inhoudelijke agenda van vanmiddag is opgesteld in samenwerking met het kabinet van de commissaris. We nemen telkens een thema bij de hand. Er zijn drie thema's geselecteerd om over te praten. Het eerste thema is bestuurskracht en de financiële positie van de gemeente. Het tweede thema is de gemeentelijke samenwerking en het derde thema is participatie. Eerste leidt een raadslid een thema in. Dan geef ik het woord aan de commissaris. Vervolgens krijgt een volgend raadslid het woord voor een reactie en dan verder wie het woord wil voeren die krijgt alle gelegenheid toe om natuurlijk zijn of haar inbreng te geven in deze. Wie … [Stuk geluid mist] De heer Van Dijk: ‘…’ of je hebt in ieder geval elkaar in de zekere zin in een situatie gebracht waarbij het eigenlijk lijkt alsof de provincie dan, een term, een RIVD’er, een REM’er in vaste dienst is, maar dat zijn wij natuurlijk niet, want ook voor een gedeputeerde, die kan niet zomaar van een kader afwijken.

Net zoals u het niet echt heel fijn vindt als één van uw wethouders afwijkt van een door u genomen gemeenteraadsbesluit. Nou, en daarin is het heel erg van belang en dat vond ik ook heel fijn vanochtend in het gesprek, in het vertrouwelijke gesprek, maar dit is in die zin niet vertrouwelijk, want dat vertel ik eigenlijk overal, is je kunt elkaar dan niet vroeg genoeg opzoeken. A, om elkaar te kennen en dat is ook één van de redenen waarom de provincie heeft geïnvesteerd in regiomanagers en ik ben nu drie en een half jaar commissaris, toen waren ze ongeveer net begonnen. Dus je denkt nou, maar het duurt toch, merk ik, ook best wel heel even om zo’n instituut op een goede manier ja, in beweging te krijgen, omdat iedereen daar even aan moet wennen, maar ik merkte wel dat een aantal gemeenten al aardig de weg hebben gevonden om vroegtijdig dat overleg te vinden, maar vooral ook om de juiste personen en de juiste tafels te vinden, want ik snap dat dat best wel ook wel ingewikkeld is. Net zo ingewikkeld als voor ons dat de richting Den Haag soms is om ook je aansluiting te vinden en nou ja, daar werk je ook weer met elkaar samen.

Dus, mijnheer De Kloet, ik vind dat we partners zouden moeten zijn, maar ook daar, net zoals u ook weleens tegen een inwoner nee moet zeggen op het moment dat iemand iets wil wat niet kan, dan zal dat bij de provincie ook gebeuren, maar uiteindelijk hoop ik wel dat we als overheidslagen samen kunnen uitleggen waarom het is zoals het is. De voorzitter: Ja, ik zie de heer De Kloet knikken, dus volgens mij beantwoord naar volle tevredenheid. Ja? De heer De Kloet: In ieder geval naar alle duidelijkheid, laat ik het zo zeggen. De voorzitter: Oké. Scherp. Scherp. Ja. Verder, iemand? Wees niet bang. Ze zijn nooit zo braaf hoor, echt niet, bij de gewone raadsvergaderingen. De heer Van Dijk: De kans is natuurlijk groot dat ik straks nee, dat is zo’n aardige gemeenteraad daar in Wijdemeren, die … De voorzitter: Maar verder iemand nog op dit thema? Belangrijk thema voor onze gemeente, lijkt mij zo. Maar … Ja? Ga maar. De heer Van Dijk: Nou ja, dan is de vraag weer van mij, hoe u daarmee omgaat met deze uitdagingen. Want u bent natuurlijk allen gekozen. Heeft de gemeenteraadsverkiezingen gehad en u heeft ook verwachtingen neergelegd bij uw kiezers, maar u weet ook dat sommige van die ambitie is eigenlijk pas goed tot wasdom

kunnen komen op het moment dat je natuurlijk wel je huishouding goed op orde hebt en dat is, dat bedoel ik niet negatief naar u, maar daar zit u samen aan en dat is best lastig. Dus u heeft denk ik elkaar ook soms nodig om dat te gaan uitleggen en ik vroeg me af hoe u dat voor u zit en hoe u de komende tijd dat voor u ziet, want dat is denk ik heel erg belangrijk om daar ook als uiteindelijk beslisorgaan, want ik zei al, luisteren, praten, maar uiteindelijk wel een keer dat besluit nemen. Dat moet je ook kunnen uitleggen en dat vind ik, dat lijkt me best een opgave omdat je uiteindelijk toch ook gekozen bent met een verwachting van nou, we gaan allerlei doen of we gaan dingen realiseren, maar toch wetende dat je ook met elkaar die huishouding goed op orde moet brengen. Dat is denk ik ook het punt wat we niet moeten veronachtzamen, waar u denk ik ook los van het politieke debat, maar dat zou mijn idee zijn, ook eens met elkaar praten van jongens, hoe gaan we dat met elkaar aanpakken. De voorzitter: Het is een gesprek, dames en heren. Ja. Ja, mevrouw Rademaker. Mevrouw Rademaker: Dank u wel, voorzitter. Dank u wel, commissaris. Ik hoor wat u zegt en ik geef u volkomen gelijk. We zullen daar raadsbreed een standpunt in moeten bepalen.

Daar moeten we ook niet te lang mee wachten denk ik, want zolang we dat niet doen blijven wij op een tweesporenbeleid zitten en dat zou mijn inziens, maar ik hoor graag van u hoe u daar over denkt, betekenen dat je altijd maar 50 procent van je aandacht aan het één of aan het ander geeft. Als wij dus nu de beslissing hebben genomen in het huidige coalitieakkoord, even zonder dat ik het … Lastige politiek. Dat we fusie even niet op de agenda hebben staan. Dat de belangrijkste prioriteit is dat we het huis op orde krijgen, de organisatie op orde krijgen, allemaal met als doel dat de inwoner krijgt waar hij recht op heeft. Of zegt u van ja, ik hoor wat u zegt, maar we moeten ook rekening houden met een ander scenario en dat zal toch tegelijkertijd plaats moeten vinden. De voorzitter: O jee. Ja, gaat u maar. De heer Van Dijk: Nee, niet o jee, hoor. Want, nogmaals, even voor alle duidelijkheid, ik zit hier niet met de opdracht en ik geef u ook niet de opdracht om over een fusie te praten, maar denkt u dat een andere gemeente zou willen fuseren met een gemeente die zijn boeltje niet voor elkaar heeft? Dus even los van dat scenario moet je altijd je huishouding goed op orde hebben.

Nou, dan zou ik kiezen, gelet ook op de coalitie die u nu heeft en zoals u hier met elkaar nu deze periode ingaat om dat spoor te kiezen van die huishouding op orde en de inwoners toch nog proberen om iets van ambitie te houden en daarom is die stip zo belangrijk. Durf met elkaar dan over zo’n stip te zetten, misschien wel die over de regeerperiode van deze raad heen gaat, omdat je weet dat je meer jaren nodig hebt, maar dat geeft ook perspectief voor uw inwoners en het gevoel van ja, dat is onze gemeente en ja, er moeten ook nog wel een paar dingen gebeuren om dat huis goed te stutten en te zorgen dat het anno 2026, 2027 voldoet aan de eisen waar het aan moet voldoen. Dus duurzaam, continuïteit en ook dat er nog iets te beslissen valt, want dat is denk ik ook voor de politiek heel erg van belang en daarom zit u hier. Want ik denk dat u allemaal hier zit, net als ik eigenlijk ook, omdat we het openbaar bestuur belangrijk vinden, maar ook omdat de inwoners van Wijdemeren betaalbaar, bereikbaar, met voorzieningen hier kunnen wonen, werken, recreëren, oud worden en dat zijn denk ik toch, best een zware verantwoordelijkheid, maar die rust voor een heel groot gedeelte natuurlijk ook op uw schouders en ja, u bent afhankelijk van het Rijk. Vanaf 2026 onzeker hoe de financieringen lopen.

Dat geldt trouwens ook voor de provincies, dus er zijn best nog wel een paar onzekerheden ook, maar stilstand is natuurlijk achteruitgang. Dus dat spoor van doorgaan, ja, absoluut en dat andere spoor is volgens mij niet relevant. Ik denk dat je echt gewoon moet focussen op Wijdemeren zoals de gemeente nu is met de uitdagingen die er liggen. De voorzitter: Ja? De heer Roosenschoon.

De heer Roosenschoon: Dank u wel, voorzitter. Dank u wel, commissaris. Ik wil even aansluiten op mevrouw Rademaker met haar tweesporenbeleid. Ik denk dat twee sporen veel te weinig is, mevrouw Rademaker, er zijn er veel en veel meer. Die zijn allemaal even belangrijk voor onze toekomst en u heeft het gehad over een stip op de horizon. Uiteraard, we hebben zoveel problemen tegelijkertijd. In de gemeente, buiten de gemeente, in de maatschappij, dat juist die stip op de horizon en die visie op de toekomst niet alleen voor onze inwoners en onze gemeente, maar ook voor de regio echt ontzettend belangrijk zijn. Dan is uiteraard de huishouding één van de belangrijke punten. Als dat niet op orde is dan kan je eigenlijk verder niks beginnen, maar we weten ook dat we zoveel uitdagingen hebben op het gebied van milieu, natuur, handhaving, wonen uiteraard, want dat is ook een groot probleem. Er zit een knel op een aantal punten, ook financieel, maar niet alleen maar financieel, dus we hebben een aantal sporen die gelijkertijd moeten worden behandeld en die we ook moeten uitleggen aan onze inwoners en dat uiteraard met een toekomstvisie en daar volgen we u totaal in, want zonder visie doe je niks. Dan is het gewoon ad hoc besturen en dan gebeurt er eigenlijk niets interessants voor de inwoners. De voorzitter: Goed.

Ik wilde nog eigenlijk alweer een tijdje meedelen dat het geluid het weer doet thuis. Dus voor degenen die zich zo’n zorgen maakten al een tijd. Nee, we beginnen niet opnieuw maar hij doet het alweer een tijdje. De heer Van Dijk: Mag ik hier nog even iets over zeggen? De voorzitter: Ja. Ja, nou ja, goed. De heer Van Dijk: Eén korte reactie. Zo’n proces van die stip op de horizon is ook wel weer een lichtpuntje in al die uitdagingen die er zijn. Daar kun je ook je inwoners bij betrekken in de zin van dat het niet alleen maar gaat over ombuigen of wel of niet bezuinigen wel of niet keuzes hier of daar, maar ook van ja, we doen het wel ergens voor. Dat is ook wel weer het voordeel. De voorzitter: Mevrouw IJsbrandij. Mevrouw IJsbrandy: Dank u wel, voorzitter. U noemde heel even daarstraks van vindt de juiste personen aan de juiste tafels, bij de provincie. Mijn vraag is eigenlijk, we hebben af en toe een beetje in de gemeenteraad denk ik, of misschien spreek ik voor mezelf, het idee dat de afstand tot de provincie daar toch nog wel is. Wellicht als je eenmaal wethouder bent geweest dat je dat niet meer zo voelt, maar voor mij als raadslid wel. Is er ook een actieve houding vanuit de provincie om naar de gemeentes, want we zijn uiteindelijk met de gemeentes samen de provincie.

Is er ook een actieve houding vanuit de provincie? En kan die verbeteren misschien? De voorzitter: De heer Van Dijk. De heer Van Dijk: Ik wist al een beetje dat ik hier op het beklaagdenbankje zat. Nee. Nou, ja, verbeteren kan die altijd, maar dat is een flauw antwoord, maar dat is natuurlijk wel zo, want ook de provincie probeert van gisteren te leren dat morgen natuurlijk beter te doen. Nou, één van die punten is de regio managen en de regio managen, wij hebben natuurlijk een aantal deelregio’s in Noord-Holland. Negen, inclusief Amsterdam en Gooi en Vecht is er daar één van en heel belangrijk is dat wij niet alleen kijken naar gemeenten, maar ook vooral naar deelregio’s, omdat we zien dat alles wat u doet ook gelijk voor de directe buurgemeenten van invloed is en andersom ook. Als uw buurgemeenten dus heel belangrijk is ook dat die regionale samenwerking we gaan daar nog straks wat dieper op in, maar dat het daar ook, dat daar ook gezamenlijke visie is, want als

uw buurgemeenten uw visie onderschrijft, sterker nog, daar ook voor wil gaan omdat ze zien dat u als belangrijke schakel in de deelregio Gooi en Vecht ook een belangrijke rol te vervullen. Laat ik het omkeren, stel u voor dat u dat niet zou hebben en u wordt eigenlijk een zwakke schakel en dan hoef ik eigenlijk niet zoveel meer te zeggen. Dan is dat in Gooi en Vecht uiteindelijk voor, ook voor de buurgemeenten niet fijn. Dus ja, wij hebben daar heel veel aandacht voor. Sterker nog, wij proberen deel regionaal juist ook onze processen in te delen en dat is best ingewikkeld, want er zijn natuurlijk veel regio’s en de uitdagingen zijn groot, want het is van Texel tot hier, bij wijze van spreken, maar dat het beter kan, absoluut, maar dat is zo fijn ook van onze regiomanagers en daar wordt ook veel mee gesproken, is dat die natuurlijk ook zelf aanvoelen waar het beter kan. Tenminste, als daar op regelmatige basisoverleg is. Nou, ik denk dat met Jarno dat u een goede regiomanager heeft die, nou ja, ik heb nog gevraagd of hij behoefte had aan een boot, want ik zie veel water, dus misschien moet hij ook wel een boot. Hij zei ja, maar hij wilde een zeilboot. Toen dacht ik nou, dat aanbod moet ik weer intrekken. Die is waarschijnlijk de hele middag aan het zeilen. Nee, maar het is dus echt belangrijker dan we denken en ook voor ons om, want u heeft wel gelijk.

De provincie staat natuurlijk op wat grotere afstand. Ook van de inwoners en over het algemeen maken de inwoners kennis met de provincie als er dingen niet mogen of niet goed gaan. Ja en dan is het juist belangrijk dat je elkaar goed kan vinden. De voorzitter: Dank u wel. Ja. Zojuist sneed de commissaris het volgende onderwerp eigenlijk mooi aan met een bruggetje naar de gemeentelijke samenwerking staat er. Is er behoefte nog aan … O, wil iemand nog een opmerking plaatsen ten aanzien van het eerste thema? Want zo niet, dan gaan we door naar het tweede thema. Gesprek gemeenteraad en commissaris van de Koning b. Gemeentelijke samenwerking De voorzitter: Goed. Dat is de gemeentelijke samenwerking en dan geef ik het woord aan mevrouw Van Rijn. Mevrouw Van Rijn: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik voelde mij even getriggerd door het beklaagdenbankje. Ik zal daar misschien ook een klein beetje aan deelnemen, maar dat is niet de richting u, maar misschien het politieke orgaan allereerst, nogmaals van harte welkom en mij is gevraagd om kort iets te zeggen over het onderwerp gemeentelijke samenwerking. Ik zou eigenlijk maar gelijk met de deur in huis vallen, dat vind ik eigenlijk heel erg lastig, want ik had het liever gehad met u over andere onderwerpen dan de onderwerpen die vandaag op de agenda staan. Onderwerpen die op dit moment onze samenleving veel meer bezighouden.

Onderwerpen als asielopvang, woningnood, onze agrariërs die wakker liggen en mensen die de kosten van hun bestaan niet meer kunnen voorzien. Helaas zijn dit onderwerpen, zo heb ik begrepen, die voor vandaag niet toegestaan zijn en waar we niet over spreken. Persoonlijk vind ik dat een gemiste kans. Voor vandaag is er gekozen voor onderwerpen als bestuurskracht. Wat belangrijk is, maar waar we al wel heel veel jaar over spreken. Waar we het heel veel jaar als raad al niet over eens zijn, maar ook het college het op dit moment niet met elkaar eens is. De één wil heel graag fuseren, de ander absoluut niet. U heeft daar zojuist ook wat over gezegd, maar in het huidige coalitieakkoord is daar niets over opgenomen wat die stip dan zou moeten zijn. Dus het verbaast mij enigszins dat het vandaag onderwerp van gesprek is. Dan nu het onderwerp samenwerking. U weet eigenlijk allang dat het voor gemeenten van belang is om met elkaar samen te werken. Sterker nog, ik vermoed dat u daar veel meer verstand van heeft dan in elk geval ik. Van mijn collegaraadsleden vul ik dat niet in. Ik hoef u dan ook niet te vertellen dat de gemeente Wijdemeren samenwerkt in de regio Gooi en Vecht. Samenwerkt buiten de regio op tal van terreinen als arbeidsmarkt, recreatie, veiligheid, zorg.

Dus ik dacht ja, wat gaan we dan vertellen over samenwerking? Nou, dan wil ik het graag met u hebben over de samenwerking tussen de provincie en de gemeenten. Want zoals u weet hebben wij elkaar

ook heel hard nodig. Een samenwerking die op tal van terreinen goed loopt. Denk aan het project Doortrappen, waar de provincie mooie subsidies voor heeft, het mooie gebiedsakkoord of de ondersteuning van de provincie als hierin Wijdemeren geschaatst kan worden. Allemaal prachtig, maar de provincie is ook een orgaan dat het de gemeente soms en eigenlijk natuurlijk vaak, heel erg lastig maakt. Dat verwijt ik u niet, maar wel de professionele politiek. Tal van voorbeelden kan ik u daarvan aanrijken en mijnheer Schouten zit niet voor niks op de tribune. Laat ik de Loodijk, waar u vorige week over gesproken heeft, dan toch maar even aanstippen. Een eindeloos proces, wat zeer moeizaam gaat en wat veel makkelijker zou kunnen, maar laten we als raad zelf ook in de spiegel kijken, want eerlijk is eerlijk en mevrouw Kaper heeft het ook vaker gezegd, altijd de provincie de schuld geven is ook te makkelijk. Ja, er kan veel niet, maar dingen die wel kunnen, die kansen grijpen we ook niet altijd. Ik ga daar geen voorbeelden over aanhalen, maar er zijn er tal van. Een deel van de raad maakt zich dan ook grote zorgen over de bouwambitie van zowel de provinciale politiek als het huidige college. Ons college gaat straks helemaal niet naar de provincie om in gesprek te gaan over wat er wel kan. In het coalitieakkoord is namelijk opgenomen dat wij niet tegen provinciale visies in zullen gaan.

Wij maken ons dus ernstig zorgen over waar die woningen dan komen in onze gemeente. En daarom lijkt het me zinvol om met elkaar in gesprek te gaan over de relatie tussen de samenwerking en de provincie, waarin er ruimte is voor de gehele raad en ieder zijn mening en verschillende wensen kenbaar kunnen maken. Nu heb ik begrepen, hoe jammer ik dat ook vind, dat dat niet vandaag op de agenda past met u. Dat geeft niet, maar daarom nodig ik via u de gedeputeerde uit om daar als raad over te spreken en iedereen de ruimte te geven. Laten we spreken over ruimtelijke ordening en over het grote Amsterdam, wat de invloed is van het grote Amsterdam in onze toch wel plattelandsprovincie. Laten we elkaar helpen en niet tegenwerken en dan met uw eigen woorden: laten we van vaker nee naar wel eens nee gaan. Dank u wel. De voorzitter: Mijnheer Van Dijk. De heer Van Dijk: Tja, nee hoor. Nee, geen tja. Nee, ik, want … Laat ik zo zeggen dat, dank voor uw bijdrage. Het is niet zo dat ik niet over asiel of armoede of andere onderwerpen zou willen praten, maar weet u, daar ga ik in deze gemeente niet over. Daar gaat u over. Maar als u er niet over kunnen praten, omdat u zo zelf zegt dat u nog steeds niet uit bent over bestuurskracht en hoe je jezelf daar goed in positioneert, dan maak ik me zorgen of u daar wel goed over kunnen praten en dat is een samenspel tussen u, college en organisatie.

Als het daar ergens niet goed … Als één van die schakeltjes niet goed draait, dan staat de klok stil en dat kan soms het kleinste onderdeeltje zijn en in uw voorbereiding en uw positionering als gemeente is het dus heel erg van belang dat u vooral ook daarom dat niveau met elkaar goed onderkent waar die radertjes zitten. Het was in deze gemeente, ik ga dat toch maar even herhalen, want u triggert mij een beetje. Toen ik op zoek ging naar de profielschetsvergadering, naar de profiel… En ik haalde hier de profielschets op, dat u vol trots vertelde dat u de ondersteuning van de burgemeester had wegbezuinigd en toen heb ik quasi grappig gezegd en dan onderbreekt de burgemeester tijdens de vergadering omdat de koffie even rondgebracht worden. Nou, iedereen een beetje lachen, maar ik dacht wel van maar als je hetzelfde moment op het hoogste niveau wil meespelen, moet je je ook realiseren dat je ook moet zorgen dat je op strategisch niveau goed georganiseerd bent als gemeente. Dit is geen verwijt naar u, er zit nu een andere gemeenteraad, maar ik wil u wel meegeven, onderschat die bestuurskracht niet. Want wat u krijgt aan plannen en uiteindelijk aan raadsbesluiten wat je krijgt voorgelegd, dat wordt voorbereid door mensen en daar zitten ook oplossingen, alternatieven.

Dus het is zeker niet zou en die indruk moeten we niet wekken dat ik hier niet over specifieke problemen wil praten, maar het doel van het ambtsbezoek is nu juist om te kijken naar hebben we de juiste instrumenten in Nederland en wat moet er gebeuren om te zorgen dat we op gemeentelijk niveau dit soort problemen goed aan kunnen. Dat is mijn zorg en ik heb natuurlijk met u exact dezelfde zorgen als het gaat en ik was zeer verrast over hoe eigenlijk creatief in Nederhorst Den Berg, deels ook samen met gemeenten en vrijwilligers er

toch een oplossing is gekomen. Het is tijdelijk, want uiteindelijk wordt, heb ik begrepen, een deel van de huizen ook weer gesloopt voor nieuwbouw, wat ook weer heel erg noodzakelijk is. Daar zitten ook mensen te wachten, maar dat is denk ik toch wel een beetje hoe ik daartegen aankijk en ik denk wel dat uw wethouders naar de provincie moeten gaan. Niet om tegen het beleid in te gaan van de provincie, maar om daarover te praten hoe dat beleid neerslaat in uw gemeente en waar er wellicht ruimte is en overleg is. Dat is denk ik heel erg van belang. Dus ik zou het niet als tegen zien, maar zeker ook als samenwerking omdat ook provinciaal beleid soms uitzonderingen kent omdat de generale regel natuurlijk niet overal toepasbaar is. Soms is er ook maatwerk nodig en zo heb ik dat bijvoorbeeld gezien bij bewoning in lintbebouwing, waarbij gedeputeerde Loggen in de Staten een aantal uitzonderingen heeft neergelegd en gezegd ja, het is toch heel logisch om daar wel bewoning toe te staan. Dus het loont wel degelijk de moeite om daar dus met elkaar over in gesprek te gaan en ja, helaas of helaas, gebeurt het dus zo zou dat de Staten wel besluiten hebben genomen waarvan we zeggen nou ja, dat is voor ons beleid en dat zijn de kaders en daar willen we niet van afwijken. Dat gebeurt dus ook, maar dan verdient het ook dat het goed uitlegbaar is en dat er ook argumenten zijn.

Daar kunt u het niet mee eens zijn en dat gebeurt natuurlijk ook wel eens, maar zo moet je er denk ik wel met elkaar tegen aankijkt. Die stip op de horizon en ik zeg het toch nog maar heel even, is niet fusie. Dat heb ik net heel nadrukkelijk gezegd, heb ik niet in mijn mond nemen, ga ik ook niet in mijn mond nemen. Dat is echt de toekomst van Wijdemeren en waarbij en dat heb ik met de burgemeester ook wel eens vaker gesproken, waarbij het heel belangrijk is dat ook de verschillende kernen hun kwaliteit houden en dat is denk ik al voor Wijdemeren een belangrijk goed, maar hoe je daar komt en wat je daarvoor nodig hebt, dat kun je prima in zijn visie neerleggen, maar vervolgens krijg je daar natuurlijk uitvoeringsprogramma’s onder. Er zullen meerdere lijnen lopen, dat kent een financiële component, sociale component. Een organisatorisch inhoudelijk component. Dus er zijn meerdere componenten waar u mee aan de slag moet.

Nou, met een nieuw college, met straks een nieuwe gemeentesecretaris en met uw schouders eronder zal het een behoorlijke kluif zijn, maar het is wel fijn als je een beetje met elkaar kunt overzien waar zitten we nu in dat proces? En hoelang hebben we daarvoor nodig en dat is wat ik eigenlijk … Dat is de reden waarom een ambtsbezoek van de commissaris niet zozeer over de afzonderlijke uitdagingen gaat, maar veel meer over en hebben we dan nu de goede instrumenten in handen om dat met elkaar te doen. Maar nogmaals, ik deel veel uw zorg daarover dat is ook fijn, want dat is ook één van de redenen waarom u hier zit, in de gemeentepolitiek, om daar natuurlijk ook wat aan te doen. De voorzitter: Ja, dank u wel. Mevrouw Wind, u wilde iets zeggen, maar we hebben een volgorde. Dus kunt u hem vasthouden of is hij nu, verliest hij kracht om even mee te wachten? Mevrouw Wind: Over vijf minuten geldt die nog steeds. De voorzitter: Oké, dank u wel. Mevrouw Hidding. Mevrouw Hidding: Dank u wel, voorzitter. Nou, ten eerste welkom iedereen, bedankt voor de inbreng en bedankt voor de verhelderende woorden, mijnheer Van Dijk en bedankt ook voor de aanwezigheid van collega’s. Ik denk dat we kunnen zeggen dat we allemaal de voordelen inzien van gemeentelijke samenwerking. Mevrouw Van Rijn heeft zojuist iets over gezegd.

Vandaag gaat het echter niet over politieke keuzes, maar over de uitdaging waarvoor wij als gemeente en de raad staan en hoe wij de schouders gezamenlijk eronder dienen te zetten, de verbinding met elkaar zoeken, de regio, de provincie, voor onze inwoners en onze prachtige gemeente. Wat ik er nog over wil zeggen is dat voor ons als gemeente het lastig kan zijn het evenwicht te vinden tussen de voordelen en nadelen van schaalgrootte. Bij zorginkoop is gezamenlijkheid vanwege de schaalgrootte van belang. Vanwege kosten, organisatiekracht, inkoopmacht, et

cetera. Tegelijkertijd maakt het onze ruimte om bij te stellen wij voor heel klein. In administratieve samenwerking, zoals het innen van belastingen, geeft het voordeel van de schaalgrootte de doorslag. Samenwerking tussen de gemeentes, regio en provincie is dus crucialer dan ooit, gezien onze financiële en organisatorische situatie. We gaan de hoe en de wat niet volledig oplossen, maar het herkennen van de nood om als raad hier stevig aan te werken is er. Met onze aanpak van regioadviseurs … Regio-ambassadeurs, sorry, hebben we de laatste jaren goede ervaringen en weer momenten opgedaan met samenwerking tussen de gemeentes. Onze rol was nadrukkelijk als oliemannetje of -vrouwtje, zoals dat genoemd werd, om de raden beter en tijdig te informeren over zaken die zich afspeelden in de regio en informatie ophalen. Bij de totstandkoming van de regionale samenwerkingsagenda in 2018 kwamen de onduidelijkheid rondom besluitvormingsprocessen aan het licht en dit heeft in diverse raden tot organisatorische aanpassingen geleid.

Een belangrijke ontwikkeling was dat de griffiers van de deelnemende gemeentes overleg hebben ingesteld om agenda’s en besluitvorming beter op elkaar af te stemmen en daarna, zoals u wellicht weet, is een werkgroep ingesteld onder leiding van burgemeester Mol uit Laren, om met raadsleden te spreken over de toekomst en de governance vanuit de regio, met een aantal concrete adviezen als gevolg. Met de adviezen, met de gewijzigde Wet gemeenschappelijke regeling wordt de kaderstellende en controlerende rol van de raden versterkt en hiermee is dus de rol van de regio-ambassadeurs uitgespeeld. Het voorstel is om met een gemeenschappelijke adviescommissie in te stellen met raadsleden als klankgroep en als stem in de regio. Dit is mijns inziens heel belangrijk, want hopelijk kunnen we hiermee ervoor zorgdragen dat de regionale afspraken en afstemming nog soepeler gaan verlopen. Dank u wel. De voorzitter: Nou, dank u wel. De heer Van Dijk. De heer Van Dijk: Dank voor uw bijdrage en ja, ik denk dat, ik vind dat een hele interessante ontwikkeling, in Gooi en Vecht. Ik heb de afgelopen paar jaar ook nauwlettend naar gekeken.

Ik weet nog dat één van mijn eerste … Nee, sterker, één van mijn eerste werkbezoeken nadat ik gestart ben als commissaris was in de Gooi en Vecht en toen had men nog een samenwerkingsafspraak ik geloof met vijftig punten of iets dergelijks en uiteindelijk kwam iedereen erachter ja, we moeten wel focus met elkaar hebben, want op een gegeven moment, de afstand tussen de regionale samenwerking en ook de individuele gemeenteraden is vaak groot. U voelt zich niet democratisch gelegitimeerd of democratisch aangesloten bij wat er vaak gebeurt en het is ook weer heel lastig om als raad dan je controlerende en toetsende rol te vervullen. Volgens mij is er toen van een plan gekomen, ik dacht iets van acht punten, een samenwerkingsplan, echt focus en toen dacht ik ja, dat is wel heel knap en heel goed en ook een mooi voorbeeld om in andere regio’s te gebruiken. Desalniettemin is wat ik vaak hoor ook bij ambtsbezoeken wel dat gemeenteraden moeite hebben met het wordt daar allemaal besloten en wij gaan er uiteindelijk over en dat is natuurlijk toch altijd ingewikkeld met samenwerkingsverbanden. In dit geval bij een gemeenschappelijke regeling is dat natuurlijk weer anders dan bij bijvoorbeeld metropoolregio Amsterdam. Dat is een convenant. Dus daar gaat u eigenlijk altijd over.

U moet hier beslissen over elk voorstel dat daar komt uiteindelijk is er dan pas een besluit op een metropool regioniveau en dat ligt natuurlijk bij een gemeenschappelijke regeling weer anders. Wat ik denk ik heel erg van belang vindt en dat is ook hoe u daar invulling aan geeft hier. Ook als raad en dat is een interessante, want toen wij de discussie hadden over de nieuwe samenwerkingsafspraken in de metropoolregio Amsterdam in de Staten van Noord-Holland, hebben de Staten een motie naar zichzelf toegeschreven. Namelijk dat ze de plicht hebben om te organiseren dat ze regelmatig praten over de metropoolregio Amsterdam. Daarmee dwingen ze natuurlijk ook het college om op meerdere momenten naar de discussie met de raad over aan te gaan, maar ze merkten ook dat als het wat verder van je bed is dat het ook heel gemakkelijk is om het niet regelmatig terug te laten komen op de agenda en de betrokkenheid van de raad organiseren naar zo’n samenwerking is best nog wel ingewikkeld. Nou, dat is ook binnen de Staten van Noord-Holland als het gaat om in dit geval dan

even de metropoolregio Amsterdam, met zo’n motie. Natuurlijk hebben ze aan mij gevraagd hoe gaan we dat dan invulling geven? Nou, daar zijn wij ook mee bezig. Zoekende soms. Commissievergaderingen, et cetera, om die betrokkenheid toch te vergroten, want waar zit soms het probleem is dat in zo’n samenwerking besluiten worden genomen die niet altijd alleen maar ten goede komen aan bijvoorbeeld de gemeente Wijdemeren, maar ook soms ergens anders terwijl je weet dat je in de gezamenlijkheid dat besluit wel moet nemen. Denkt u aan bijvoorbeeld bereikbaarheid, mobiliteit en dat soort zaken meer. Maar aan de andere kant is het ook wel weer de kracht van de samenwerking. Het mooie is, we hebben, bijvoorbeeld van het sociale domein, daar zie je eigenlijk dat samenwerken eigenlijk geen issue is. Het werd geloof ik net al gezegd. Het is vaak bovenregionaal georganiseerd, dus dat doe je met meerdere gemeenten en op gebied van wonen, werken, et cetera is het vaak wat ingewikkelder. Maar ik denk dat heel belangrijk ook is hoe u als raad daarin zit en hoe u dat zelf wil organiseren, want dat zal naar de toekomst toe ook een heel belangrijk issue zijn. Ik weet niet precies hoe u dat hier heeft vormgegeven. Ik ben wel heel blij met die governance-discussie.

Ik denk dat dat ook een hele goede stap is en dat dan door burgemeester Mol heel goed is opgepakt in de zin van ook van bottom up, naar … En ik volg dat met veel interesse, maar het zal altijd een uitdaging blijven, want uiteindelijk heb je toch ook het gevoel dat je hier beslist of het goed is voor Wijdemeren, maar als je ook daar weer in, in diezelfde stip weet dat je op een aantal plekken je dat met anderen moet doen, dan kun je dat ook op een goede manier invulling geven en je toch de discussie voeren die je moet voeren. De voorzitter: Ja, dank u wel. Ga ik naar de heer Roosenschoon. De heer Roosenschoon: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, de regio, u heeft het gehoord, daar wordt ontzettend hard aan gewerkt en de governant is een belangrijk punt. De democratisering is een belangrijk punt. Het is wat ons betreft ook een tussenstap. Op dit ogenblik is het de beste manier van samenwerking die we op dit ogenblik kunnen reageren. Betekent niet dat het uiteraard een doel op zich is, want dat geeft juist de mogelijkheden van verschillende soorten van evolutie van het hele systeem en samenwerking. Dus het is niet een doel op zich. Daar zijn de meningen uiteraard ook binnen deze raad verschillend over. Ik wil het eigenlijk in het kader van die samenwerking ook even wat lager bij de grond houden. Laag bij de grond, zo laag mogelijk inderdaad, op straatniveau.

Want eigenlijk als je kijkt naar onze gemeente, dat heeft iets heel aparts. Dan heb je het over de gemeente in de huidige vorm, dus Wijdemeren als zodanig, dat ons wegenpatroon, ons doorgaande wegenpatroon, is onveranderd sinds de middeleeuwen. Daar hebben we gewoon de ruimte niet om een betere wegenstructuur te krijgen. We hebben wel een andere maatschappij. We hebben wel andere eisen aan toegankelijkheid. Toegankelijkheid van woningbouw. Dus dat zijn ook zaken en dan hebben we het bijvoorbeeld over vrachtverkeer of doorgaand verkeer, waarbij ze heel nauw moeten samenwerken met omliggende gemeenten en met name Hilversum, want dat zijn de grote verkeersstromen en we willen dus niet een soort van afvoerputje worden van overtollig verkeer van de andere gemeentes rondom ons heen. Wij willen juist samenwerken met deze gemeentes om tot een betere oplossing te kunnen komen voor de verkeersafwikkeling. Dus ik denk dat we op dat punt ook de steun van de provincie nodig hebben. Misschien als stimulator voor het zoeken naar een beetje out of the box-oplossingen. Dat zijn er een aantal, maar die liggen dan weer klem bijvoorbeeld op gebied van ruimtelijke ordening en in het bijzonder het provinciale landschap. Dus we hebben een heleboel remmen, een heleboel problemen waar we tegenaan lopen met het gebied van woningbouw, op het gebied van ook met de energietransitie.

Wat gaan we doen, wat gaan we aanleggen? Daar hebben we allemaal samenwerking binnen de regio en binnen onze omliggende gemeentes voor nodig, maar dat mobiliteit en toegankelijkheid en de bescherming van die woonkwaliteit voor onze inwoners, met name bijvoorbeeld in ‘s-Graveland, dat zijn echt punten waar we heel nauwkeurig moeten samenwerken met Hilversum en daar samen een oplossing voor moeten vinden en graag gesteund door de provincie. Dank u wel.

De heer Van Dijk: Ja … De voorzitter: Ja, de heer Van Dijk. De heer Van Dijk: Ik denk dat die steun er is. Sterker nog, u noemt allerlei onderwerpen die je eigenlijk alleen niet meer kan oplossen en die omliggende gemeenten hebben exact diezelfde uitdagingen en op het moment dat je daar wel een ei durft te leggen met elkaar, heb je natuurlijk ook kracht richting de provincie om te zeggen en zo denken wij dat het beste kan worden opgelost. Want het is de provincie natuurlijk ook wat waard als gemeenten het met elkaar eens zijn. Want het is natuurlijk heel lastig als de zouden zeggen nou, we kiezen de Wijdemeerse variant en de rest moet dan … Ja, ik zie de heer De Kloet al knikken van dat lijkt me heel goed. Nee, maar ik denk dat dat heel belangrijk is dat je juist ook op dat soort onderwerpen binnen de regio daar met elkaar vanuit probeert te gaan. Dat is best ingewikkeld en ik denk dat we in de gemeenteraad van Hilversum exact dezelfde discussies spelen. Ook over samenwerking en hoe ingewikkeld dat soms is. Aan de andere kant denk ik ook van ja, maar daar heb je ook bestuurders voor en daar moet je ze ook voor op pad sturen en zorg vooral dat ze een mandaat hebben. Dat ze ook kunnen zeggen van nou, als we dit met elkaar afspreken, dan kunnen we ook accepteren dat natuurlijk ook wij iets moeten inschikken. Dat is nu eenmaal zo in die samenwerking.

Maar goed, dat geldt in een goed huwelijk ook. Dat je altijd elkaar ook een beetje de ruimte moet geven en dan sta je wel en dan verwijs ik ook toch nog een keer naar die regiomanager, dan sta je ook sterker als deelregio met zo’n plan. Want het is niet alleen uw plan, het stopt niet bij uw gemeentegrenzen. Nee, het connect echt de deelregio en daar zit een groot belang, want ik geloof dat mevrouw Van Rijn dat net ook zei, er zijn natuurlijk ook veel mensen hier die hier wonen die werken in Amsterdam. Dus er is ook veel inkomend en uitgaand verkeer en je wil zeker niet een afvalputje zijn. Nee, je wil op een serieuze wijze ook meedenken, mee doen en ook een stukje uit die pot moet ook natuurlijk naar Wijdemeren gaan. De voorzitter: Mevrouw Wind eerst en kom ik dan bij u. Is dat goed? Ja. Mevrouw Wind. Mevrouw Wind: Ja, dank u wel. Ik heb in mijn inleiding die ik mocht houden een redelijk aantal problemen genoemd en daar weinig bij verbloemd, maar ik vind het wel heel prettig dat ik nu twee problemen die mevrouw Van Rijn noemde kan wegpoetsen. Die zijn er namelijk niet. Er is geen sprake van onmin in het college over wel of niet fusie. Ik denk dat het van belang is om nog eens de uitgangspunten vast te stellen en in die zin kon ik me erg in uw woorden herkennen. Het huis moet op orde, gezien de gezonde financiële situatie.

Zorg voor de mensen die gebruik maken van de regelingen in het sociaal domein. Niet enorme lastenstijging voor onze inwoners. We hebben ons aangetrokken wat u zei, jullie zijn geen aantrekkelijke bruid. Dat is niet leuk om te horen, maar u heeft wel gelijk. Dus die onmin is er niet en het tweede punt is de wethouder gaat wel degelijk, natuurlijk gaat de wethouder naar provincie en laat u in ieder geval niet de indruk krijgen dat wij uit zijn op een grotere tegenstelling tussen de provincie. De Kloet heeft heel aardig aangegeven ja, zo af en toe is het lastig, zo af en toe zijn er problemen. Ik denk dat De Kloet in zijn periode zijn best heeft gedaan om een gesprek met de provincie te doen en wees ervan overtuigd dat de nieuwe wethouder dat ook gaat doen. Dus ik ben heel blij met uw oproep om te zeggen en laat ze alstublieft komen. Ik zou zeggen maak gelijk een afspraak, maar dat is weer buiten het kader van deze bijeenkomst. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik eerst naar mevrouw Kaper. Mevrouw Kaper: Dank u wel, voorzitter. Fijn dat u hier bent. Ja, ik kom even terug op iets wat mevrouw Van Rijn aangaf. Het beeld dat er vanuit de provincie niets mag en toen heb ik inderdaad gezegd nou, we kunnen natuurlijk provincie ook niet overal de schuld van geven, maar ik maak me samen met mevrouw Van De Rijn

wel zorgen over die beeldvorming. Inwoners ervaren dat toch heel vaak. Het kan niet vanuit de provincie. Als gemeenteraad horen we ook vaak van het college terug het kan niet van de provincie. Nou, inhoudelijk kan ik daar niet op ingaan, maar mijn vraag aan u is wel wat zouden wij als gemeenteraad, maar wat zou de provincie kunnen doen aan die beeldvorming? Omdat ook richting inwoners misschien wat duidelijker uit te leggen dat mensen ook het proces begrijpen. Eigenlijk wat u net zei, de provincie heeft ook kaders waar we rekening mee moeten houden en de gemeente heeft daar weer rekening mee te houden, maar dat is toch naar inwoners toe soms een heel ander beeld. Dus heeft u daar gedachten over die beeldvorming richting inwoners? De voorzitter: Nou, mijnheer Van Dijk. De heer Van Dijk: Ja, ik weet niet hoe u daar in zit, maar ik heb toch altijd nog steeds de hoop dat we als één overheid functioneren en dat we uitgelegd krijgen waarom de verantwoordelijkheden in dat Huis van Thorbecke langs drie wegen tot stand laten komen. We hebben het Rijk, de provincie en we hebben de gemeente. Eigenlijk moet ik zeggen hebben de gemeente, die staat het dichtst bij de inwoners. De provincie staat er wat verder vandaan en het Rijk die zit daarboven en ook de provincies hebben nu te maken met regelgeving uit het Rijk, die ook knelt en die ook lastig is uit te leggen.

Dat vertaalt zich weer door op gemeentelijk niveau. Dat is inherent aan ons werk. Ik ben zelf ook tien jaar wethouder geweest en het was niet altijd makkelijk om uit te leggen aan mensen die iets willen, dat het provinciebeleid is dat het niet mag. Ja, dan is al, dan kan je zeggen wat je wil, maar dan blijft altijd die provincie natuurlijk de knecht van Sinterklaas. Dat is natuurlijk aan de andere kant ook ons werk, om het wel uit te leggen, maar ik blijf zeggen dat degene die zijn zin niet krijgt en het plan niet kan realiseren, dat hij zich natuurlijk altijd verongelijkt voelt en dat snap ik ook. Want als je je verplaatst in de inwoner bij u die misschien zelfs een goed plan heeft en zegt het wordt allemaal beter en toch mag het niet. Dat is best ingewikkeld. Daarom is luisteren, wordt wel eens vergeten en we gaan het straks over participatie hebben, maar luisteren is in de politiek de laatste jaren best wel een beetje op een laag pitje terechtgekomen. Veel van onze inwoners hebben toch de indruk dat ze hun boodschap niet kwijt kunnen en uiteindelijk, als je de goede vragen stelt, snappen ook heel veel inwoners dat ze ook niet altijd alles voor elkaar kunnen krijgen, maar we moeten wel blijven luisteren en we moeten ze wel die opening te bieden.

Nou, dat is op dit moment, dat is bijna een natuurlijke brug, maar ook binnen de provincie zijn we enorm aan het nadenken over participatie. Heel bewust ben ik zelf geen voorzitter van de werkgroep participatie geworden, maar ik ben lid van die groep, want ik vind er ook wat van. En ik voelde me te beperkt als ik zelf voorzitter, dus een statenlid is voorzitter geworden en eigenlijk heb ik één ding gedaan, eens gevraagd aan de statenleden wat hebben jullie nodig om zelf beter te gaan luisteren, want, dat geldt ook voor u, de meesten van u hebben ook allemaal een baan en zijn ook allemaal druk bezig, maar zijn ook gemeenteraadslid. Toch moet je ook in zo’n gemeente wil je naar je inwoners luisteren. Dus heel belangrijk is welke instrumenten ontwikkelen wij voor onszelf om goed te luisteren naar wat er speelt binnen uw gemeente en bij ons binnen de provincie en dat is natuurlijk nog een keer veel groter. Dat was best even wennen, want er werd al heel snel aan instrumenten gedacht.

De participatie-instrumenten, maar nog veel belangrijker is, maar wat doe je er dan mee? En waarom participeer je? En dat bied je dan als mensen hun stem laten horen? En hoe bereik je groepen in onze samenleving die niet tegen zijn, maar die misschien voor zijn, maar zich misschien niet naar een zaaltje laten komen? Ik vind dat een hele grote uitdaging, maar ik denk wel dat we dat niet los van elkaar kunnen zien, want daarom gaat het over communicatie. Hoe communiceren wij met onze omgeving, met onze inwoners? En dat geldt natuurlijk ook voor de provincie en dat is iets waarbij, waar ik als commissaris, dat heb ik in mijn portefeuille, communicatie en ook hoe we dat nog beter kunnen doen en er werd net gezegd hoe kan het beter. Nou, ik vind dat dat absoluut ook beter moet en ik zeg niet dat het slecht doen, maar we komen niet meer weg met een zaaltje met een goede spreker. Dat red je

niet meer. Dit is wat de samenleving tegenwoordig steeds makkelijker en mensen ook heel beïnvloedbaar wat hierin nu gebeurt, maar wij hebben nog niet zo goed antwoord gevonden hoe wij als overheid dit kunnen gebruiken. Dat vind ik een enorm interessante zoektocht om daar mee verder te gaan en dat is ook één van de redenen waarom ik heb gezegd wat we nu ontwikkelen binnen de provincie moeten we niet alleen voor onszelf houden, maar moeten we vooral ook delen met de gemeenteraden, maar daar komen we misschien straks nog even. De voorzitter: Ja, want ik heb net een kwartiertje uitloop bedwongen, maar ja, daar is bijna vijf minuten alweer van opgesnoept. Mevrouw Van Rijn, u wil toch ten aanzien van dit thema een kleine inbreng, maar alstublieft een kleine inbreng, want we hebben nog een derde. Ja. Mevrouw Van Rijn: Weest u niet bang, ik ga niet met Wind in discussie. Dat doe ik een andere keer, maar ik wil voor de verduidelijking toch nog wat aanhalen, want mijn murwheid misschien rondom het onderwerp bestuurskracht zit hem erin dat ik acht jaar geleden raadslid was en precies hetzelfde gesprek is toen gevoerd en vier jaar geleden precies hetzelfde gesprek over bestuurskracht en we hebben het al jaren over bestuurskracht, maar het verbetert niet. Er zijn allemaal, we investeren miljoenen in de organisatie, we doen van alles.

Iedereen doet zijn stinkende best en dat heb ik bedoeld te zeggen. Het maakt mij niet uit of het woord fusie of niet fusie in hun coalitieakkoord staat, want heel eerlijk, ik ben met de heer Van Dijk eens, het moet goed geregeld zijn voor de inwoners en in welke samenstelling dan ook. Dat moeten we dan zien, maar wat ik mis en misschien kunt u ons daar dan in helpen en ik hoop dat u dat zo bedoeld heeft, wat ik mis in het huidige akkoord is dat er ook die stip, wanneer is het dan goed genoeg? En wanneer is het niet goed genoeg en wat heb je nodig om het goed genoeg te maken? Los van een fusie of dat het huis goed is, wanneer zijn die palen goed genoeg om het dak te leggen en wanneer gaan we verder en dat gesprek, dat mis ik en dat mis ik ook in het akkoord en dat heb ik bedoeld. Daar zitten partijen in die heel graag willen fuseren en er zitten partijen die dat niet willen, maar ik hoop dat het akkoord en dat we met elkaar verder komen wanneer is het dan goed genoeg en erkennen is het goed genoeg of is het niet goed genoeg. Misschien is dat wat ik bedoel te zeggen, omdat we er al zo lang over praten heb ik het liever over andere onderwerpen, maar ik hoop dat de provincie ons kan helpen. Help ons dan om die kaders te maken. Kunt u ons helpen om dat in te vullen? Dat zou ons allemaal helpen, denk ik. De voorzitter: Ik verzoek u wel heel kort te reageren. Ja.

De heer Van Dijk: Ik neem deze even. Ik ga niet op uw stoel zitten, dat kan ik ook niet, want ik respecteer u juist. Ik zit hier, ik gaf u net allemaal een hand en daar ben ik blij om dat we dat weer kunnen, ondanks corona, omdat ik respect heb voor het hoogste beslisorgaan van deze gemeente. Als ik al uw verkiezingsprogramma’s naast elkaar leg dan zie ik al een behoorlijke stip, want die zijn niet negatief. Alle programma’s die u geschreven heeft hier in Wijdemeren, ongeacht welke partijen allemaal, daar zat hoop in en toekomstperspectief. Dit college wordt wel geconfronteerd met een realiteit die ook een aantal acties vraagt en ik denk eerlijk gezegd dat beiden kunnen. Namelijk ik vind het fijn dat er een college is wat zegt van nou, wij durven eerlijk te bekennen er zijn uitdagingen hier. Moeten we met elkaar oplossen. Aan de andere kant denk ik ja, het is ook zo dat je je natuurlijk ook wel zitten, dat je mensen perspectief en toekomst wil geven. Volgens mij moet je die twee dingen, maar dat is dan u vraagt wat zou je doen, moet je die twee dingen bij elkaar brengen en moet je het college misschien ook de ruimte gunnen samen met u over die toekomststip te praten, ondanks dat je weet dat er nog wel een aantal dingen moeten gebeuren, anders gaat u gewoon vier jaar tegemoet waarbij het alleen maar gaat over de dingen die niet goed gaan en ik ben het helemaal met u eens.

Je zit hier niet voor niks en daarom zeg ik, al die programma’s en ik ken ze niet allemaal uit m’n hoofd,

maar daar zit wel dat perspectief in, want zo bent u ook die verkiezingen ingegaan, om Wijdemeren een stapje verder te brengen. Dat zou ik dan graag willen meegeven. De voorzitter: Dank u wel. O, maar anderen hebben ook zo zorgvuldig een bijdrage ook voorbereid voor het derde thema. Is het echt heel kort? De heer …: Het is een suggestie die ik wil doen. Want er werd net gesproken over samenwerking, het gesprek aangaan, partnerschap waar we het over hadden. Zou het misschien een suggestie kunnen zijn en dat geef ik mee aan de voorzitter van het college van gedeputeerde Staten, dat als er issues spelen hier die regelmatig terugkomen, dat als wij een gedeputeerde uitnodigen op portefeuilleniveau om daar een keer een gesprek met hem of haar aan te gaan. In deze raad bijvoorbeeld. Ik stel die vraag en ik doe een suggestie, maar hoe wordt er tegenaan gekeken? Want ik weet dat het wel eens geprobeerd is om het hier te krijgen, maar dat dat niet echt goed gelukt is, dus ik ben even benieuwd hoe dat werkt. De voorzitter: Oké, dit is echt het laatste, want ik wil echt doorgaan naar het volgende. Ja. De heer Van Dijk: Ik zal het heel kort houden. Ik weet dat in ieder geval morgen mevrouw Rommel hier in de omgeving is. De voorzitter: Ik geloof dat het wel bij de provincie is, maar er is in ieder geval een gesprek. De heer Van Dijk: Er is in ieder geval een gesprek.

De voorzitter: Wethouder Poels gaat erheen. Ja. De heer Van Dijk: Nodig ze uit. Nee. Nee, nee. Maar ja, u begint … Het is even los, ook daar is het natuurlijk zo, u kunt ze uitnodigen, ze kunnen komen, maar daarmee heeft u de oplossing niet. Dus u moet ook goed nadenken wat u dan wilde spreken en dat betekent dat als het gesprek begint van je doet je werk niet goed of er is te veel afstand en blablabla. De vraag zal zijn waar wilt u naartoe? Wat wilt u met elkaar bereiken en natuurlijk is het u ook snappen dat niet een gedeputeerde elke week bij 44 gemeenten langs kan, maar zoveel gemeenten hebben wij in de provincie. We hebben zes gedeputeerden, dus daar probeer je juist ook op deelregio niveau te doen of volgens mij gaat het over specifiek stikstof morgen, zoekt u de bestuurder in Haarlem op en zo hoort het ook te zijn, maar het is zeker niet dat ze niet aanspreekbaar zijn. Het tegendeel is waar. De voorzitter: Eens. Goed. Mevrouw Rademaker, u komt eindelijk. Ja. c.

Participatie De voorzitter: We gaan door naar het derde thema en dat is de participatie, maar de commissaris heeft ook zelf voortreffelijk ingeleid, maar gaat uw gang. Mevrouw Rademaker: Ja, dank u wel, voorzitter. Beetje raar om eigenlijk aan het einde van de vergadering nogmaals welkom te heten, commissaris, terwijl we eigenlijk al door de tijd heen zijn, maar ik wil wel even zeggen dat ik het fijn vind dat u tijd heeft gemaakt voor deze speciale raadsvergadering om het gesprek met ons aan te gaan. Ik spreek wel de hoop uit dat het een ontmoeting wordt die ons verder brengt en niet een beleefdheidsbezoekje. We willen het graag met u hebben over participatie en ik link dat even aan de provinciale regelgeving rondom ruimtelijke ordening en de stikstofcrisis. Dat laatste is onzes inziens een

nationale crisis die illustreert hoe overheden en inwoners steeds verder van elkaar af komen te staan. Oorzaak, zoals eigenlijk de problemen in elke relatie ontstaan: gebrek aan vertrouwen en gebrek aan communicatie en daarmee maak ik dan even de brug naar participatie. In het coalitieakkoord-plus hebben we participatie bijzondere aandacht gegeven. We willen graag helderheid verschaffen in de verwachting die men mag hebben ten aanzien van participatie. Participatie is meer dan een document, een instrument of een reglement. Het is een houding. We willen de kracht en de kennis van de gemeenschap graag beter en aan de voorkant benutten, met daarbij opgemerkt dat er aandacht is en blijft voor representatieve participatie. Er bestaan fantastische participatiemodellen die op vele wijzen uitgevoerd kunnen worden. Benen-op-tafelontmoetingen, gele post-it-sessies, dit-zijn-we-van-plan-schiet-u-maar-avonden, burgerplatforms, om maar wat te noemen. Voor al deze vormen valt wat te zeggen en op af te dingen. Wat ze allemaal gemeen hebben is dat wanneer vooraf de kaders niet duidelijk zijn, het verwachtingsmanagement niet op orde is en de deelnemers niet het gevoel hebben serieus genomen te worden, ze gedoemd zijn te mislukken. En vervolgens boeren we hard achteruit in plaats van vooruit.

Inwoners gaan de participatie zien als een proces wat één grote farce is voor de show en de overheid krijgt weinig begrip voor de inwoner, want hij heeft toch mee mogen doen? Verkeerde stromen gaan werken en alle goede intenties ten spijt, in plaats vanuit opwaartse kracht worden uit neerwaartse drukplannen en beleid uitgevoerd. Maar het zijn niet alleen de verhoudingen tussen de inwoner en de overheid die onder druk staan. Ook de verhoudingen tussen overheden onderling raken gespannen. Een raad die haar wethouder keer op keer naar de provincie stuurt, omdat ze bij de uitvoering van de omgevingsregeling starheid ervaart. Ruimte voor de natuur is het adagium, maar wanneer vergunning gevraagd wordt een verloederde stal strak van de asbest te vervangen voor broodnodige woonruimte, dan kan dat niet omdat de stal enkele vierkante meters vloeroppervlak tekortkomt. Provincie gefrustreerd want daar heb je ze weer. De wethouder gefrustreerd want daar gaat hij weer en de raad gefrustreerd. Wanneer kan het nou wel een keer? Waar we in het sociaal domein na de decentralisatie maatwerk niet meer dan normaal vinden, bevriezen we in het fysieke domein uit angst voor precedentwerking. Ergens in het traject zijn we de verbinding kwijtgeraakt en doen we het vertrekpunt van bijvoorbeeld de Omgevingswet, ja mits, in plaats van nee tenzij, tekort.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11883814/2