CConstaterende datWijdemeren
Koppel je AI →
Document · PDF

Transcript begrotingsraad 14 december 2022

gemeenteraad 14 december 2022, gemeente WijdemerenBij agendapunt: Opening32.902 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Graag een reactie van de wethouder. Communicatie. De ChristenUnie vindt communicatie en dienstverlening rond vergunningsaanvragen ondermaats. Bij drie inmiddels beruchte bouwplannen zijn inwoners niet of laat op de hoogte gesteld van de voortgang van hun aanvraag. Wethouder Kruijt heeft afgelopen maandag toegezegd dat zij er alles aan doet om te werken aan de verbetering van deze communicatie, als vanzelfsprekend zelfs, voegde ze eraan toe. Zo vanzelfsprekend ziet de ChristenUnie dit niet. Ook in het licht van de capaciteitsproblemen en de communicatie die op meerdere dossiers niet soepel verloopt. Denk aan het evenementenbeleid waarvan organisaties niet op de hoogte waren dat het op de agenda stond en daardoor ook niet konden inspreken. Tijdige en volledige communicatie is nodig om het democratische proces goed te laten verlopen en daar moeten we niet lichtvaardig over denken. Graag een reactie van de wethouder. Breng de basis op orde, ik hoor eigenlijk alle partijen dat zeggen. Wat is ervoor nodig om ons fundament te verstevigen? Voor de ChristenUnie staan ook alle opties open. Onze eerste voorkeur gaat uit naar het zoeken van samenwerking met andere gemeenten in de regio en uitvoeringsorganisaties.

Hoe kunnen wij onze ambtenaren ontlasten waardoor er tijd en ruimte komt om alle basistaken naar behoren uit te voeren? Dan denken we aan het onderhoud van wegen, bruggen en het groen, het op pijl houden van de voorzieningen en het sociaal domein, al eerder genoemd. Wij roepen het college op om eerst naar de basis te kijken en die op orde te brengen. Hoe pijnlijk ook. Voor nieuwe ambities is nu geen ruimte. Zodra het fundament is verstevigd, kunnen we pas verder bouwen. Lukt dat niet dan moeten we realistisch zijn. Want onze inwoners mogen niet de dupe worden van vertraging en besluiteloosheid. Dienstbaar leiderschap is nodig en volgens mij zit hier een gemeenteraad die schouder aan schouder vooruit wil. Tot slot, voorzitter, laten we dit jaar niet in somberheid met elkaar afsluiten. De wereld is niet maakbaar en onze gemeente ook niet. We hebben te maken met externe ontwikkelingen waar we geen grip op hebben.

De gevolgen van de oorlog in Oekraïne, inflatie, landelijk beleid, de vergrijzing en het stijgende aantal zorgvragen. Wij kunnen niet alles oplossen en naar onze hand zetten. Dat werkt voor ons relativerend. Dus laten we onze bouwhelmen opzetten, nee ik heb ze niet voor u allemaal als cadeau meegenomen. De voorzitter: Dat is nou toch echt jammer. We hadden ons wel verheugd op weer een cadeautje. Mevrouw Kaper: Laten we onze bouwhelmen opzetten en onze werkhandschoenen aantrekken en aan de slag gaan in dit huis. Laten we doen wat we kunnen. Zo eensgezind mogelijk en door een respectvol debat. Die eensgezindheid heb ik geproefd. Namens de ChristenUnie-fractie geef ik u allen graag het bekende gebed om kalmte mee. Dit gebed wordt onder anderen toegeschreven aan de Amerikaanse theoloog Reinhold Niebuhr en de heilige Franciscus van Assisi. Het gaat als volgt: God, schenk me kalmte om te aanvaarden wat ik niet kan veranderen. Schenk me moed om te veranderen wat ik wel kan veranderen. De wijsheid om het verschil hiertussen te zien. Dat wens ik ons allen zowel privé als in ons werk voor onze prachtige gemeente en onze inwoners namens de ChristenUnie toe. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Precies tien minuten. Nou, goed gedaan. Dank u wel, allemaal. Er is een viertal moties ingediend maar ook best wel veel vragen gesteld door uw raad.

Ik wil het college voldoende tijd bieden om daar goed antwoord op te kunnen zo meteen. Ik zit even te kijken voor wat haalbaar is. Ik zou willen schorsen tot tien voor vijf. Zeg ik het goed? Tien voor vijf, met uw goedvinden. Zeg ik het goed? Kwart voor vijf, kwart voor vijf. Tot kwart voor vijf, sorry, oh mevrouw Van Rijn. Mevrouw Van Rijn: Nou, ik had eigenlijk een vraag, voorzitter. Dat is langs onze fractie, in elk geval mij, ik denk mijn fractie ook maar hoe ziet het er verder precies uit? Want we gaan tot tien voor vijf schorsen. Wat is de verdere bedoeling van het programma? Ik heb dat niet, oh ik zie, ik weet niet wat de bedoeling is, sorry. De voorzitter: Oh sorry, nou oké. Ik dacht dat dat verteld was. Nee, wij, om zes uur zullen wij schorsen in verband met het avondmaal voor de, avondmaal. Ik raak helemaal geïnspireerd door mevrouw Kaper, voor het avondeten, voor het avondeten. Om zes uur zullen we daarvoor schorsen. Dat is voor de raadsleden, de commissieleden, de ambtenaren en collegeleden. Om half acht zullen wij dan weer de vergadering weer hervatten. Ja? Ik begrijp niet wat u nu aan mij vraagt. De heer Nienhuis: U begint met zes uur maar we gaan nu schorsen tot tien voor vijf, om uw vraag te beantwoorden, om de vragen te beantwoorden? De voorzitter: Ja, daar kom ik op, ja.

Nu zullen we gaan schorsen om het college gelegenheid te bieden om de vragen te kunnen voorbereiden voor beantwoording. Daarna zal het college de vragen beantwoorden en tot zes uur trekken we de tijd daarvoor uit. Mevrouw Van Rijn: Ik bedoel meer, voorzitter, waar zit het, in welk stukje zit het debat? Zit dat van zes na de pauze of is het dan alleen nog reageren op de amendementen? De voorzitter: Nee, het debat onderling bedoelt u? Mevrouw Van Rijn: Ja. Daar heb ik zin in. De voorzitter: Daarvoor houden, ja daar hebt u zin in. Na het avondeten, dan zit u vol energie. Is dat goed? Ja. Andere vragen? Nee, oké. Dan tien voor vijf, dan schorsen we de vergadering tot tien voor vijf. Goed, dames

en heren, ik heropen de vergadering. Nou, vier minuten later, onze excuses daarvoor. Wij zullen overgaan tot beantwoording van de gestelde vragen door de verschillende fracties en een advies geven vanuit het college ten aanzien van de moties die er liggen. Op de klok achter u ziet dertig minuten staan voor het college maar het college heeft recht op veertig minuten, alleen er was een verdeling gemaakt tussen dertig minuten nu en tien minuten straks. Voor vanavond, wij verwachten die tien minuten vanavond niet nodig te hebben dus die pakken wij straks zo bij de dertig. Ja, mevrouw van Rijn. Mevrouw Van Rijn: Voorzitter, geldt dat ook voor de acht minuten die het CDA niet nodig had in de eerste termijn en aan de tweede termijn zou willen plakken? Want dat had, dat verzoek had ik gedaan bij de griffie maar dat kon niet maar als het bij het college kan dan, misschien gebruiken we het wel niet maar het is altijd handig om te hebben. De voorzitter: Laten we even kijken of u het nodig hebt dan straks, vanavond. Goed, dames en heren, ik, ik zal als, oh mevrouw Wind, zegt u het maar. Mevrouw Wind: Ja, ook even voor de vergaderhygiëne, ik wil dat wel graag van tevoren weten, mijn voorstel zou zijn mevrouw Van Rijn u kunt zo snel praten, doe het een beetje beknopt. Ik ben dus tegen het voorstel wou ik maar gezegd hebben. De voorzitter: Mevrouw Van Rijn.

Mevrouw Van Rijn: Ja voorzitter, ik ga mijn best doen om het beknopt te doen maar het college geeft aan wij gaan die tijd aan elkaar plakken maar de raad mag het niet plakken dus ik vind het is één, het is het één of het ander volgens mij. Mevrouw Wind: Nee hoor, ik vind. Mevrouw Van Rijn: We zien het wel, laten we gewoon beginnen en dan ga ik u een paar vragen stellen. Mevrouw Wind: Gelet op het tempo wat u in uw spraak kunt maken, we weten dat de wethouder ook heel snel praat maar ik zou toch willen voorstellen. Mevrouw Van Rijn: Ik heb met de heer ‘…’ afgesproken dat ik niet zo snel zou praten dus dat gaat niet op. De voorzitter: Dames, dames, we komen eruit met zijn allen. De heer De Kloet, wilt u zich in mengen in deze discussie? De heer De Kloet: Wat zegt u? De voorzitter: Wil u zich mengen in deze discussie? Ja, ja, zegt u het maar. De heer De Kloet: Zeker. Dan stel ik voor dat we 29 seconden aftrekken bij PvdA/GroenLinks dan want die hebben tijd overschreden. De voorzitter: Dank u wel voor uw inbrengen. Goed, we gaan over tot beantwoording vanuit het college. Ik zal starten als uw burgemeester. Ik heb de heer Roosenschoon gevraagd als vicevoorzitter om het van mij over te nemen maar de heer Roosenschoon heeft aangegeven dat liever niet te doen vanwege omstandigheden.

Dus met uw goedvinden, zal ik ingaan op uw vragen die betrekking hebben vanuit mijn rol als burgemeester en

reageren op de eerste motie en daarna ben ik voor mijn bijdrage in principe klaar. Als u interrupties hebt, dat kan, maar daar probeer ik dan goed op te letten maar ik heb ook een griffier naast mij. Goed, dames en heren, waar ik mij, wij bevinden ons echt in een heel moeilijk traject met elkaar. Nou, dat weten we allemaal. Er moet een herstelplan komen, we moeten kijken naar de toekomst van onze gemeente maar er spelen nog meer zaken. U als raad, nou ja, bent een democratisch gekozen orgaan en u loopt ook er tegenaan dat u niet altijd op die manier bediend wordt waardoor u zich geremd voelt in het uitoefenen van uw rol. Dat is ook een heel belangrijk probleem die wij nu ervaren in onze gemeente. Zo hebben wij nog meer zaken aanverwant aan de problematiek die er is die relatie houden met financiën en de organisatie die maken dus dat het vaarwater waar wij met zijn allen in zitten nou zeer ruig is. Des te meer ben ik als burgemeester en als uw voorzitter ontzettend blij om van u allen te horen dat wij zeggen met elkaar: wij gaan dit samen doen. Wij gaan nou ja het vaarwater waar wij met het bootje, of het nou een zeilbootje is of een ander soort bootje dat gaan we samen dus het water af, dat riviertje af. Dat is, anders kan het sowieso niet. Dus ik ben ontzettend blij met de toewijding die u laat zien daarin.

Ik kan u ook vertellen, ook vanuit het college zeer zeker de wens om dat in gezamenlijkheid te gaan doen. Gezamenlijkheid, dat heb ik gehoord bij een aantal fracties, dat moet niet verward worden met het afstand doen van een rol die je hebt. Ieder heeft een eigen rol in dit proces, een eigen verantwoordelijkheid in dit proces en dan moeten we goed in de gaten houden wie is wanneer aanzet waarvoor. Daar zijn we met zijn allen voor verantwoordelijk. Natuurlijk werkt het college zaken voor u voor en werkt zaken uit. Dat kunnen we niet van de raad verlangen dat de raad zelf gaat bedenken hoe een herstelplan eruitziet. We kunnen ook niet verwachten dat de raad zelf gaat bedenken van hoe zo’n traject eruit zou moeten zien richting het gesprek als het gaat om de toekomst van deze gemeente. Natuurlijk wordt u daardoor, daarmee ondersteund. Maar uiteindelijk, daar wordt vaak aan gerefereerd, ligt het besluit wel hier bij uw raad, dat wel. Daar bent u voor verantwoordelijk. Het traject daar naartoe, naar het besluit wat u uiteindelijk gaat nemen, in beide gevallen dat doen we in gezamenlijkheid. Nogmaals, ieder vanuit zijn eigen rol. Dus ik hoop dat het daarmee helder is voor eenieder hoe, nou ja, hoe wij er met elkaar in zullen gaan zitten.

Ja, is ook een vraag vanuit de VVD gesteld van gaat het zozeer om van wat voor gemeente wil je zijn, gaat het niet eerder om wat voor gemeente kan je zijn? Ja, ik denk dat het allebei waar is, in die zin. Natuurlijk zal datgene wat je wil zijn een bepaald realiteitsgehalte moeten kennen. In die zin moet je ook focussen op wat is mogelijk. We hebben het er intern over gehad van de week, ik zie beide trajecten echt parallel maar op een gegeven moment komen ze elkaar wel tegen. Dus je begint separaat aan beide trajecten maar uiteindelijk halverwege kom je elkaar tegen in die trajecten en dan moet het elkaar gaan aanvullen en dan ga je toetsen wat is realistisch ten opzichte van elkaar. Nou, zo zie ik dan het traject uit maar natuurlijk gaan we dat uitwerken in een stappenplan zodat het voor iedereen helder is wat we gaan doen en wanneer. Verder hoe het concrete herstelplan eruit gaat zien en stappen die erin gezet worden en de vragen daar omtrent daar zal de portefeuillehouder financiën daarop terugkomen voor zover daar vragen zijn gesteld erover, volgens mij wel. Verder denk ik dat ik hiermee in zijn algemeenheid de vragen heb beantwoord. Ik zie nog eentje, is een vraag van de Lokale Partij van gaan we inwoners betrekken bij dit proces? Of de wens om inwoners te gaan betrekken bij dit proces. Dat is natuurlijk aan uw raad, hè.

Dat doen we in gezamenlijkheid dit traject als het gaat om de visievorming van de toekomst van deze gemeente maar ik zou u willen aanraden, als burgemeester, om dat juist wel te gaan doen met de inwoners op enige manier. Maar goed, het uiteindelijke besluit daartoe dat ligt natuurlijk bij uw raad. Dan kom ik bij de. De heer De Kruijff: Voorzitter. De voorzitter: Ja, de heer De Kruijff.

De heer De Kruijff: Ik, pardon ik had iets eerder moeten interrumperen. Even terugkomend op het laatste antwoord wat u gaf op vragen van de VVD over dat stappenplan. U zegt de heer Zagt komt daarop terug. De vraag wanneer komt dat stappenplan? Komt de heer Zagt daarop terug? Of. De voorzitter: Ja, als het gaat om het herstelplan dan lijkt het me dat de portefeuillehouder financiën daar wat meer toelichting op moet gaan geven en dat ik dat niet moet doen. De heer De Kruijff: Ja, maar we hebben natuurlijk, we hebben natuurlijk het stappenplan, dat herstelplan is breder. U zegt net zelf er lopen twee trajecten die elkaar gaan kruisen op een gegeven moment. Het ene plan wordt natuurlijk door de wethouder financiën uitgewerkt over de bezuinigingen die gaan komen, hopen we. Dat andere plan is de visie van de gemeente. Dat ligt natuurlijk in uw portefeuille. Dus misschien dat u daar, wanneer komt dat stappenplan? We gaan met zijn allen een traject beginnen, we gaan keuzes maken. Wanneer kunnen we dat stappenplan verwachten? De voorzitter: U hebt gelijk. Ja, dat stappenplan. De heer De Kruijff: Dezelfde vraag ook voor de heer Zagt maar dan voor het andere traject. De voorzitter: Ja, helder, ja. Wat wij voornemens zijn, is om ons extern te laten begeleiden als het gaat om de toekomst van deze gemeente, dat traject. Daartoe zal eerst een onderhandse aanbesteding moeten plaatsvinden.

Wij zijn in gesprek intern, dus de griffier heeft inmiddels een gesprek gevoerd met onze inkoopadviseur over hoe zij dat moeten doen, er zijn nog wat gesprekken gaande over wat voor opdracht moet je formuleren waarop dan de onderhandse aanbesteding ook plaats kan laten vinden en er moet het proces dan doorlopen worden. Als dat gereed is dan kunnen wij starten met de partij die dan eruit is gekomen, die geselecteerd wordt. Ik zou willen hopen dat wij dat kunnen doen, ja ik kom bij u, ik zou willen hopen dat we, ik zou hopen dat we het zouden kunnen gaan doen in januari. Dus het traject afsluiten van selectie en dan kunnen gaan beginnen. Maar dat moet nog even blijken, kijken wat haalbaar is in de aanbesteding want dat heb ik nu voor u niet scherp. Ik zie allemaal, ik wil heel even afmaken. Daarna zal aan de hand zijn van datgene wat geoffreerd is, zullen we dan, dan zal helder zijn hoe het traject in zijn volledigheid eruit gaat zien. U kijkt heel vragend naar mij maar ik ga eerst naar mevrouw Wind. Is dat goed? Mevrouw Wind. Mevrouw Wind: Ja want ik kan me voorstellen dat er nu wat verwarring is. Ik heb aan onze fractie gecommuniceerd, als ik dat niet goed heb gedaan moet ik dat wel even weten, dat we in het presidium gesproken hebben, dat we in het presidium hebben gezegd de griffier bereidt een uitvraagopdracht, aanbestedingsvraag hoe je het noemen wil, voor.

Die gaat terug naar de leden van het presidium zodat zij dat met elkaar kunnen bespreken en met hun fracties. Dat zien we tegemoet, dat zal vandaag of morgen komen denk ik. Dan is het denk ik aan de fractievoorzitters om met hun fracties te bespreken, dat weer terug te koppelen in het presidium en dan kan die aanbesteding gedaan worden waarbij ik in ieder geval ook van belang vind dat vervolgens helder is dat de selectie van degene die het proces voor de raad gaat begeleiden door de raad gedaan wordt. Daar hebben we hopelijk geen misverstand over? De voorzitter: Ik hoop niet dat ik iets anders heb gezegd maar kennelijk heb ik dat wel gedaan. Mevrouw Wind: We hebben dus geen misverstand, fijn. Dank u wel. De voorzitter: Oké. De heer De Kloet, dacht ik.

De heer De Kloet: Ja, even voor ieders duidelijkheid en zeker de mijne. Waar heeft u het nou precies over? Want er komt een begeleider voor, is dat dan het plan voor de toekomst van de gemeente? Of iets anders? Kunt u mij even uitleggen hoe het zit? De voorzitter: Ja, voor de toekomst van de gemeente, ja. De heer De Kloet: Oké. Dat is dan duidelijk. Want dat heeft ook weer te maken met het herstelplan en de nieuwe begroting. De voorzitter: Die, op een gegeven moment gaan die paden elkaar kruisen, ja. De heer De Kloet: Precies. Daar was ik al bang voor want wat u nu zegt daar schrik ik een beetje van, van ja ik hoop dat het allemaal januari, hoe heet het, duidelijk is wie het dan gaat doen. Maar dat houdt dus in dat we daarna pas, uit uw woorden begrijp ik dat het februari wordt, dan hebben we de eerste vier weken al te pakken zal ik maar zeggen. Heb ik dat goed uitgerekend of niet? De voorzitter: Ja, dat hebt u goed uitgerekend, ja. De heer De Kloet: Oké, nou dan willen wij, als Dorpsbelangen, daar wel onze zorgen, als dat het tempo gaat worden dan vrees ik dat we aan het einde heel veel tempo moeten gaan maken. De voorzitter: Maar het tempo inzake het traject van de toekomst van deze gemeente, of de startdatum laat ik het anders stellen, de startdatum van het traject hoeft niet dezelfde startdatum te zijn als de startdatum van het traject van het herstelplan.

De heer De Kloet: Nee. De voorzitter: Laat dat duidelijk zijn. De heer De Kloet: Als ik nu het woord krijg, wacht ik daar even op. Ik neem aan dat dat nu is. Nee, ja, dat begrijp ik wel maar u zegt zelf van het heeft allemaal met elkaar te maken en is aan elkaar gekoppeld dus als het één al pas in januari gaat beginnen, dat is weliswaar niet de startdatum maar het heeft wel met elkaar te maken. Dus je kan niet zeggen nou we gaan vast een begroting maken en oh ja toekomst Wijdemeren doen we dan in mei. De voorzitter: Nou, in mijn beleving heb ik het niet over mei gehad maar dat de starttijden niet synchroon lopen, hoeft niet te betekenen dat ze elkaar dan niet meer op het juiste moment elkaar kunnen kruisen daar waar dat moet. De heer De Kloet: Dat begrijp ik. Ik wil wel het college bij deze oproepen, dat is geen motie maar gewoon een persoonlijke hartenkreet, om dat tempo goed in de gaten te houden want ik vrees dat we anders slecht uitkomen. De voorzitter: Ja, dat zullen we doen maar ik dacht ook dat we dat in gezamenlijkheid met elkaar gingen doen. Dus gaan we zeker doen. De heer De Kloet.

De heer De Kloet: Dat ontken ik ook niet. Alleen ik zeg, ik heb bij de raad heeft u gemerkt dat er een grote eensgezindheid is en de urgentie wordt gevoeld en wij willen graag ook het college daarvan doordrongen laten zijn. De voorzitter: Ja, dat hebt u laten doen. Dank daarvoor en ik kan u verzekeren dat dezelfde urgentie aanwezig is ook binnen het college. Dus het is een gedragen urgentie wat wij voelen met elkaar. Mevrouw Van Rijn. Mevrouw Van Rijn: Ja voorzitter, dan ben ik het een keer niet eens met, met de heer De Kloet maar dat hoeft ook niet en ook niet met u. kijk, volgens mij hebben we gezegd we willen graag een traject starten waar we heen gaan. Waar gaat de gemeente heen? Maar we hebben ook gezegd dan moeten we eerst weten waar we staan want anders weten we ook niet welke kant we op moeten. Zolang we niet weten waar we staan, hoeft wat het CDA betreft helemaal niemand duur, extern of wat dan ook ingehuurd te worden. We hebben met de raad raadsbreed vragen gesteld en hebben we gezegd, zo heb ik het beleefd, we willen weten waar we staan om te weten of we links, rechts, vooruit of achteruit moeten. Pas dan kunnen we volgens mij een goed persoon uitkiezen om ons te begeleiden en anders wordt het net zo’n breed onderzoek als alles wat al geweest is. Dan kunnen we net zo goed een oud onderzoek uit de lade trekken.

Dus ik hoop ook dat we sneller kunnen starten maar ik hoop ook dat u zich dan beseft dat als u in januari wil starten dat de antwoorden van het college binnen een week op tafel moeten liggen. Ik vraag me af of dat gaat lukken. De voorzitter: Beantwoording van de vragen van de fractievoorzitters, voor alle fracties kan ik beter zeggen, die dient binnen dertig dagen te gebeuren en dat zal ook plaatsvinden binnen dertig dagen. Ik zie dat niet als een gevaar voor het traject waar we nu met elkaar in zitten. Mevrouw Van Rijn: Voorzitter, dan houd ik er, laten we het verder in het presidium bespreken maar wij zien dat dus wel als een groot gevaar als we niet weten waar we staan om dan de toekomst te gaan bepalen. Dat werkt gewoon niet. De voorzitter: Goed, dan ga ik, ja mevrouw Rademaker. Mevrouw Rademaker: Ja, ik wil er wel een kleine aanvulling ook op geven nog. Kijk, we moeten een probleem oplossen maar we moeten wel weten wat het probleem is dat we op moeten lossen. Daarvoor hebben we echt een, de antwoorden vanuit het college nodig. Ik sluit me volledig aan bij dat daar echt de hoogste prioriteit nu aan gegeven moet worden want ik ben zo bang dat we dan weer in een proces verzeild raken wat niet afgemaakt kan worden, al is het maar vanwege de tijdsdruk.

Wij moeten gewoon over maximaal twee keer dertien weken klip en klaar hebben liggen waar we financieel en organisatorisch staan. Die twee gaan zo hand in hand, we kunnen niet zeggen over twee keer dertien weken dan hebben we de begroting klaar maar ja de rest van het proces dat loopt dan nog. Dus het is echt een tikkende klok waar we niet lichthartig mee om moeten gaan. De voorzitter: Ik zou het vervelend vinden als u dacht dat ik hier lichtvoetig mee om ging want dat is niet mijn intentie om dat over te brengen. Wat ik aangeef, is dat wij ernaar streven om die beantwoording van die vragen zeer tijdig aan u te kunnen verstrekken en ik niet de verwachting heb dat het dan het vervolgtraject of de start van het traject in beding zal komen daarmee. Dat is niet mijn verwachting, althans. Goed, dan ga ik naar motie één. Daar heb ik eigenlijk al best wel veel over gezegd al. Dus de eerste en tweede bullet volgens mij zijn die al aan u aan de orde gekomen. Ja, binnen twee maanden een raadsconferentie te beleggen, als we het een raadsconferentie moeten nemen vind ik het ook goed, maar in ieder geval we gaan zeker met elkaar binnen de twee maanden om tafel. Dus daar geen zorgen om. Ik twijfel een beetje wat de bedoeling is van de

tweede zinslede wat hierin staat want het is denk ik wel even evident dat we niet binnen twee maanden al de kaders hebben vastgesteld. Maar ik kijk, nee ik kijk, zie nee schudden door de heer Roosenschoon, oké. Dus dat willen met elkaar om tafel gaan binnen twee maanden dat lijkt mij evident. Goed, is dat voldoende want dan, ja oké. Dan vraag ik eerst de portefeuillehouder financiën om te komen om de beantwoording te doen van de vragen die betrekking hebben op zijn portefeuille, overigens breder dan financiën. Daarna zal ik de andere portefeuillehouders vragen. Overigens ben ik begin van deze vergadering vergeten te zeggen dat er wel een afmelding was van een collegelid, ik doelde op raadsleden maar is ook natuurlijk, een collegelid die is ziek, mevrouw Zandbergen, wethouder Zandbergen. De beantwoording van de vragen die betrekking hebben op haar portefeuille die zullen worden verzorgd door mevrouw Kruijt. Wethouder Zagt, aan u het woord. U mag, staand is wel zo netjes, toch? Ja, als voorzitter moest ik blijven zitten. De heer Zagt: Maar ik denk dat u kiest voor staand want dan, dat houd ik niet zo lang uit. De voorzitter: Kijk, kijk. Gaat uw gang. De heer Zagt: Ja voorzitter, ik probeer even hier mijn spullen netjes kwijt te raken. Ik zal eerst algemeen graag een paar dingen willen zeggen en dan ook specifiek in willen gaan op aan mij gestelde vragen.

In algemene zin, een zeer bijzondere begrotingsraad. Bijzonder omdat het besluit wat vandaag voorligt feitelijk een tussenstation is. De afgelopen maanden is er alles aan gedaan om zoveel mogelijk in kaart te brengen. Weten wat we niet weten. Dat is ook precies de reden geweest waardoor we in deze situatie terecht gekomen zijn. Weten we nu dan alles? Nog niet alles maar wel heel veel. Op dit moment weten we dat we een tekort hebben, u kent het, van twee miljoen voor het volgende jaar. In de risicoparagraaf verwijzen we ook naar wat we nog niet weten. In het herstelplan, ik kan u geruststellen de heer De Kloet maar ook anderen die daarnaar gevraagd hebben, daar wordt al aan gewerkt. We zijn daar al mee begonnen en dat mag u ook verwachten want hetgeen wat nu bij u voorligt dat ligt er ook alweer een tijdje. Ondertussen is niet stil gezeten dus we werken daar al aan. Die begroting die nu voorligt dat is een startdocument om te bouwen aan de toekomst. Dat we niet tijdig en ook geen structureel sluitende begroting konden presenteren werd ons de afgelopen maanden duidelijk. Uit eigen beweging werd daartoe ambtelijk en bestuurlijk contact opgenomen met de provincie, onze toezichthouder. Persoonlijk, persoonlijk ben ik blij dat de Gedeputeerde naar mij haar waardering uitsprak over onze proactieve inzet naar de provincie.

Inmiddels, voorzitter, heb ik via de griffie het gespreksverslag van de fractievoorzitters met de Gedeputeerde ontvangen. Waar vorige week nog werd gesteld dat ik of het college een brief van de provincie aan de raad niet doorgestuurd zou hebben, lees ik in het verslag toch heel wat anders. Namelijk op ambtelijk niveau zijn per e-mail de eerste bevindingen van de provincie aan ons ambtelijk contactpersoon toegezonden. Dan citeer ik, begincitaat: maar niet naar de raad, dat is ook niet gebruikelijk, einde citaat. Zo staat het letterlijk in het verslag. Ik ben blij met deze steun uit onverwachte hoek. U heeft die ambtelijke bevindingen, u hier aanwezig, heeft die ambtelijke bevindingen als bijlage bij dat verslag maar ook vorige week met een toelichting van ons ontvangen via de griffie. Op samengevat niveau is daar wel door de gemeentesecretaris bij de plenaire opening van de tafeltjesavond aandacht aan besteed. Ik noem slechts het ongemakkelijke gevoel van niet alles weten, de ontwikkelingen met grote impact op het gebied van onderhouds- en beheerplannen van onze kapitaalgoederen, specifiek de huisvesting van ons basisonderwijs en in algemene zin de stand van zaken rond reserves en voorzieningen. Eén punt van zorg uit de provincie hadden ambtelijke bevindingen, kan ik me heel goed voorstellen, ik schrok daar zelf ook van.

Namelijk dat wij, de gemeente Wijdemeren, in onze meer jaren raming minimaal een miljoen meer op zouden nemen als ontvanger van het rijk dan het rekenmodel van BZK. Die constatering is terecht maar wel met passende uitleg. Over all is dit een bestendige lijn die ook vorig jaar gehanteerd is door onze gemeente en niet alleen door onze gemeente maar door vele gemeenten. Die is ook uitgelegd aan de

provincie. Namelijk, op het gebied van Jeugdzorg is nog onduidelijk wat het kabinet gaat doen voor 2024 en verder. Naar verwachting komt er voor de Kerstdagen, misschien komt het vandaag al, ik weet het niet. Maar naar verwachting komt er na de Kerstdagen duidelijkheid over. Voor 2023 hebben we de volle honderd procent geraamd in onze begroting, conform BZK, en voor 2024 eb verder hebben we een stijlpost van 75 procent opgenomen die ook rekening houdt met bezuinigingen van het rijk. Hiermee zijn wij niet uniek want deze werkwijze wordt landelijk geadviseerd door de organisaties die gemeenten bijstaan met de vertaling van de algemene uitkering. Zoals gezegd, deze uitleg werd afgelopen jaar ook door de provincie geaccepteerd. Om u een beeld te geven voor 2023 die er dus voor de volle honderd procent in zit, hebben we het dan over ruim 1,2 miljoen. Ik hoop, voorzitter, ik hoop ook dat u vandaag in een zo groot mogelijke eensgezindheid vaststelt wat nu voorligt. Het gaat om wat realistisch en noodzakelijk is. De één noemt het twintig ambities, kom daar zo nog op teug, het college stelt daarvan wat realistisch en noodzakelijk is. Als u als daar daarvan iets vindt, is dat vandaag het moment om daar discussie met elkaar over te voeren, over de inhoud.

Ik las ook dat Gedeputeerde zaal meegaf, begin ik met het citaat: dat op basis van de Gemeentewet de raad verplicht wordt de begroting 2023 vast te stellen. In het geval u dat niet zou doen. De Gedeputeerde. De voorzitter: Wethouder Zagt, er is een interruptie van mevrouw Van Rijn. Mevrouw Van Rijn: Ja voorzitter, het is al op een stukje geleden en daarna maakte de heer Zagt nog een opmerking dus ik doe er twee in één. Ik vond het wel een beetje makkelijk van de heer Zagt om voor mijn gevoel toch een beetje zo de ambtelijke organisatie de schuld te geven dat die mail niet bij de raad is gekomen. U zegt in het verslag staat, het staat er ook, dat de mail gestuurd is aan de ambtelijke organisatie en niet aan de raad. Daarbij is de toelichting geweest, dat wordt hier ook bedoeld, de provincie heeft het naar de ambtelijke organisatie gestuurd maar de provincie heeft het niet aan de raad verstuurd. De mail die u heeft gehad, of uw ambtelijke organisatie, ik heb mij laten vertellen dat in elk geval twee collegeleden daarbij in de CC zaten, daarin stond het verzoek om het aan de raad door te sturen. Dus dat u hier nu zegt ik heb dat nooit geweten en de ambtenaar heeft het niet doorgestuurd, zo voelt het voor mij, u heeft een mail gekregen via de ambtenaar met het verzoek om dat aan de raad te sturen en daar ging het over.

Als ik dat mis heb dan word ik graag daarin gecorrigeerd maar die informatie heb ik gekregen in een ander gesprek dan deze. De voorzitter: Wethouder Zagt. Mevrouw Van Rijn: Daarnaast had ik nog de vraag maar ik kan ook even op het antwoord wachten. De voorzitter: Doe maar allebei. Mevrouw Van Rijn: Dat ik de opmerking van de heer Zagt niet helemaal heb begrepen dat hij zegt het is vanavond juist het moment om het over die begroting te hebben terwijl wij van de provincie hebben begrepen ja je kunt erover praten wat je wil, hij gaat toch niet door. Dus als het de bedoeling is van de heer Zagt dat we over al die investeringen en extra plannen vanavond debatteren, zou ik verzoeken om nog twee keer twintig minuten maar ik heb van de provincie echt begrepen dat heeft geen zin, het gaat toch niet door. Dus ik wil daar best met mijn collega’s over praten maar ik snap het nut daar niet van en ook niet wat de heer Zagt daaraan heeft. De voorzitter: Wethouder Zagt. De heer Zagt: Nou, wat ik eraan heb, is minder belangrijk. Het gaat er denk ik om wat de gemeente daaraan heeft, de gemeente dan wel de inwoners. Het gaat erom dat u hopelijk in enige eensgezindheid vaststelt dat

wat nu op tafel ligt een basis is wat nodig is, wat nodig zou kunnen zijn, wil de gemeente een redelijk voorzieningenniveau bieden en dat daar dan verfijningen in plaats moeten vinden, daar zijn we het allemaal over eens. Maar je kunt je vandaag wel uitspreken of je onderdelen daarvan gepast of ongepast vindt. Dat heb ik daarmee bedoeld. Dat is het antwoord op de laatste vraag. Antwoord op de eerste vraag is: u zag hij heen en weer lopen maar dan moet ik even zoeken in mijn paperassen. Ik zal zo dadelijk als ik hem heb gevonden even citeren uit wat de provincie in die ambtelijke e-mail heeft meegegeven die ik ook heb ontvangen om daarmee te doen. Er staat iets dat we dat konden delen, die bevindingen, in de beeldvormende sessie maar er staat niet letterlijk in, dat weet ik zeker maar ik zal het zo opzoeken, dat wij actief gevraagd zijn om dat met de raad te delen. Het is duidelijk een mail tussen ambtenaren. Mevrouw Van Rijn: Voorzitter. De voorzitter: Ho, de heer De Kloet was eerder. De heer De Kloet: Ik zal u even helpen. Er wordt gezegd: het zou mooi zijn als de bovenstaande bevindingen/aandachtspunten kan meenemen bij de informatiesessie met de raad op aanstaande dinsdag 22 november. Dat lijkt mij tamelijk klare taal. De heer Zagt: Precies.

Dat is nou, voorzitter als ik mag, dat is precies datgene wat ik zonet heb gezegd over de vier punten die de gemeentesecretaris bij de plenaire opening van de tafeltjesavond naar voren heeft gebracht. Ik ga ze niet herhalen want dat gaat allemaal van de tijd af van het college. Dus daar is wel degelijk aandacht aan besteed. Dan de Gedeputeerde gaf u het advies. De voorzitter: Mevrouw Van Rijn. Mevrouw Van Rijn: Ja, ik laat, nou ja ik laat het maar voor wat is. Als er staat een provincie die zijn uiterste best doet om binnen een week met een reactie te komen zodat de raad het mee kan nemen, daarbij aangeeft dat het mooi is als u dat met de raad deelt en als u dan denkt ja dat zal wel dat vind ik prima, ook goed maar zeg dat dan gewoon. Dan nog even over die extra investeringen, vanavond kunnen we dus niet praten over een brede basis. Dat kan niet omdat er geen enkele bezuiniging in zit. Dus je kunt pas kiezen als je weet wat je moet laten. Het één kan belangrijker zijn dan het ander maar je moet wel weten wat je ervoor moet laten. Dus het heeft geen enkel nut, kan er wel iets over zeggen, om hier over drie ton dienstverleningsvisie te gaan praten. Klinkt hartstikke mooi en dan hebben we straks een visie waarin staat dat de gemeenteraad binnen een week antwoord moet geven aan de inwoners maar we hebben geen ambtenaren om dat te doen dus weggegooid geld.

Dus zo kunnen we het allemaal doorspreken maar we weten niet wat er tegenover staat en de provincie heeft gezegd: alstublieft raad, doe dat nou niet, er komt een hele nieuwe begroting. Dus met bezuinigingen en investeringen en dan gaan wij als CDA dan wel over die investeringen praten en ongetwijfeld zal het u dan ook niet verrassen dat we het daar ook niet mee eens zijn maar niet nu. Dus het heeft echt geen enkel nut. De voorzitter: De heer De Kloet, wilt u nog hierop aanhaken op hetzelfde onderwerp? De heer De Kloet: Ja, zeker. Ja, zeker. Ik, ja, ik moet altijd weten dat ik dan een woordspelletje ga doen maar als de provincie vraagt om bevinding en aandachtspunten duidelijk kenbaar te maken in een beeldvormende sessie is het wat anders dan dat je vier onderwerpen aanhaalt, want er staan er een stuk of tien in, waar het over gaat. Maar goed, dat even als een opmerking vooraf. In de commissie hebben we vorige week, ja vorige week gesproken over, dat zei de heer Zagt zelf, van ik wil graag de raad kaders meegeeft ook als het gaat over

het herstelplan. U heeft net uitgelegd en bevestigd dat het allemaal met elkaar te maken heeft. Dus als we hier nu gaan grasduinen in een begroting die toch niet wordt goedgekeurd, nee die geen goedkeurende verklaring zal ik maar zeggen van de provincie krijgt, is het een zinloze missie. We hebben juist volgens mij allemaal raadsbreed aan het college een oproep gedaan om met een heel duidelijke visie te komen, gaan we weer, en beleid uit te stippelen voor de komende tijd waarin juist die dingen staan. Niet hiervan nou ik vind het eigenlijk wel goed om 50.000 euro aan een visie, recreatie en toerisme uit te geven. De voorzitter: Maar dit is een interruptie, wat is uw vraag? De heer De Kloet: Nou, mijn vraag is, ja ik zou eigenlijk willen vragen: heeft de wethouder wel goed gehoord wat we hier met zijn allen gezegd hebben? Mijn vraag is om dit dus niet te doen. We gaan niet nu de begroting bespreken op dit niveau. Er komt een nieuw plan van het college, er komt een nieuw begrotingsvoorstel en daar wil ik best in het voortraject met elkaar over praten, we hebben daar allemaal onze medewerking aan gegeven. Maar mijn vraag is of mijn advies is eigenlijk aan het college: doe dit nu niet. In ieder geval Dorpsbelangen gaat daar nu niet aan meedoen, CDA ook niet. Dat is nu niet het moment. De voorzitter: Interrupties zijn eigenlijk in principe voor verhelderende vragen.

De heer De Kloet: Sorry voorzitter maar ik vind wel, ik begin er wel vaker over, er worden vaak dingen gezegd die net niet zijn zoals ze zijn en ik behoud mij het recht voor, zeker nu als lid van deze gemeenteraad, om daar een opmerking over te maken en niet altijd over een vraag te stellen want ik wil het gewoon helder hebben hoe het zit. De voorzitter: Nee, dat is prima maar geen politieke betogen. Mevrouw Wind, u hebt een vraag aan de wethouder ook. Mevrouw Wind: Ja, ik heb het idee dat we het allemaal zo eens waren en ik vind het een beetje jammer dat er dan, naar wat door mijn idee misverstanden zijn, dat anders gaat en daarom maak ik toch graag even gebruik van de gelegenheid. Ik ben met mevrouw Van Rijn en met de heer De Kloet eens dat dit denk ik niet de avond is om over 50.000 euro voor visie voor wat dan ook te praten. Ik zat net ook even heel erg goed te luisteren naar wat de wethouder zei. U zei van dit is nou de avond om het erover te hebben. Nou, volgens mij hebben we met elkaar gezegd laten we dat nou niet doen. Laten we vanavond erkennen dat dit een bijzondere avond is. We moeten een visie ontwikkelen, er komt een nieuwe begroting, die gaan we in de komende helft van 2023 maken, u heeft als voorzitter net het proces geschetst, is wat mij betreft ook glashelder.

Om te voorkomen dat wij allemaal vragen gaan stellen over de middenweg, de cultuurnota of wat dan ook, twee boa’s zou ik nog als voorbeeld kunnen noemen bijvoorbeeld, is het ook handig als u er niet op ingaat en volgens mij zijn we het daar ook over eens met elkaar. Maar omdat ik het ook zo belangrijk vind om dat we met elkaar een goede indruk maken op de luisteraars moeten we denk ik ook elkaar niet uitdagen om wel over dingen te praten. Volgens mij zijn we het eens en kunnen we dan verder. Ik ga er goed mee akkoord als ik inmiddels twee minuten van mijn spreektijd op heb want het was een terechte opmerking van de heer De Kloet. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dank voor uw bijdrage maar laten we met elkaar afspreken interrupties zijn er voor vragen stellen en niet voor de politieke betogen. Die komen straks. Wethouder Zagt, aan u het woord weer. De heer Zagt: Nou, laat ik dan ook proberen om op hoofdlijnen te blijven. Hetgeen naar ik hoop vanavond wordt vastgesteld dat is wel de basis, er komt geen nieuwe begroting, je kunt een nieuwe begroting noemen,

er komt als wij dat proces gevoerd hebben een begrotingswijziging. Dus met andere woorden, met wat er nu misschien dan vanavond vastgesteld wordt dat is wel het vertrekpunt waar het college zich dan op mag baseren met dan mandaat van de raad om vervolgens dat herstelplan in te gaan. Dat heb ik geprobeerd te zeggen. De voorzitter: Mevrouw Kaper, u hebt een vraag? Mevrouw Kaper: Ja, we begrepen van de Gedeputeerde dat die begroting van 2022 leidend zou zijn. Nu zegt u die van 2023 gaan we als basis gebruiken en dat begrijp ik niet helemaal. Kunt u dat toelichten? De voorzitter: Wethouder Zagt. De heer Zagt: Zeker. Dat is de basis voor het proces waar we het herstelplan in gaat, gaan. Die begroting die dan misschien vanavond vastgesteld wordt, die dient daarvoor. Die gaan we in dat herstelplan een andere vormgeven, een andere inhoud. Het uitgaveniveau wat wij mogen doen waar u op doelt van de provincie dat is gebaseerd op de omvang van de begroting 2022 waarbij op het gebied van, we hebben dat nog nagevraagd afgelopen dagen, op het gebied van de wettelijke taken en alles wat gedaan moet worden in het kader van de bedrijfsvoering niet ter discussie staat bij de provincie dat dat moet gebeuren. De voorzitter: U hebt een vervolgvraag, mevrouw Kaper.

Mevrouw Kaper: Ja, dan misschien wordt dat politiek maar is het dan niet logischer om uit te gaan van de begroting van 2022 als de provincie dat ook aangeeft als leidend? Bespaart het ons ook niet heel veel werk om met die begroting verder te gaan in plaats van met de begroting van 2023 waar nu allemaal extra ambities in genoemd zijn? Dat lijkt mij meer werk om dat allemaal weer opnieuw te gaan bekijken en eruit te halen dan de begroting van 2022 als uitgangspunt te nemen. De voorzitter: Wethouder Zagt. De heer Zagt: Ja, u noemt het woord ambities. Ik had al gezegd daar kom ik nog op. U had het zelfs over twintig ambities. Het is misschien dan een kwestie van naamgeving. Het college heeft dit voorgesteld in het kader van wat het college realistisch en noodzakelijk acht. Ik kan ze allemaal langs gaan lopen maar dat kost veel te veel tijd. Als daar onderdelen in zitten die we in het proces van het herstelplan, die u in het kader van proces van het herstelplan niet aan de orde vindt voor hoe de gemeente in de basis zou moeten functioneren dan kunnen we het daarover hebben. Het college stelt dat in ieder geval aan u voor op grond van dat wij vinden dat dat wel de basis is waar het huis op het stevige fundament, om maar eens de brug naar u ook te gebruiken, op gebouwd zal moeten gaan worden. De voorzitter: Laatste keer. Mevrouw Kaper: Ja, laatste keer.

Ja, ik denk toch wel dat het voor de raad ook prettig is om te weten dat we dus niet uitgaan van 2022 bij het bespreken van de opnieuw sluitende begroting maar dat wij dus alsnog moeten kijken naar de begroting van 2023. Heb ik dat goed begrepen? De heer Zagt: Als de begroting vanavond wordt vastgesteld, is dat een feit. De voorzitter: Interruptie van mevrouw Van Rijn.

Mevrouw Van Rijn: Ja voorzitter, dat lijkt me ook vrij logisch hoor wat de heer Zagt zegt want heel veel dingen uit 2022 zijn al gerealiseerd dus om ze nog een keer te doen, is ook een beetje overdreven. Dus volgens mij kun je daar in die zin ook niet met de begroting van 2022 werken. Wel met dat uitgaveniveau maar dan even een vraag of ik de heer Zagt goed begrijp en dan kijk ik ook even naar de coalitiepartijen, begrijp ik u goed dat als u zegt als we instemmen met deze begroting, of in elk geval de partijen die ermee instemmen, zijn in basis eens met wat er in deze begroting staat? We hebben al aangegeven wij zijn zeer kritisch. Ik verwacht niet dat wij zullen instemmen. Maar ik heb toch ook van de coalitiepartijen gehoord dat er wel heel veel dingen in staan die ze eigenlijk ook niet willen. Dus als ze dat niet willen dan zullen ze dat nu, als ik u goed heb begrepen, dan moeten ze dat nu kenbaar maken want dit is de basis waar het college mee verdergaat. Dan hoor ik dat toch graag en dan ben ik ook benieuwd of de coalitie dan toch nog met amendementen komt of dat zij voor de begroting stemmen zoals hij nu staat want anders zul je ook met amendementen moeten komen, denk ik zo. De voorzitter: We zijn nu bezig met de beantwoording van de vragen door de wethouder, door het college. Dus de interactie met de coalitiepartijen die bewaren we voor de tweede termijn.

Wethouder Zagt, gaat u vooral uw gang maar ik wil u niet haasten maar uw andere collega’s moeten ook nog. De heer Zagt: Ja, daarom. Ik ga in vogelvlucht, voorzitter, door de vragen of opmerkingen die nog gemaakt zijn. Logisch, zeg ik dan richting mevrouw Rademaker, dat wij de technische. De voorzitter: Maar neem de vraag ook van mevrouw Van Rijn mee. De heer Zagt: Oké, maar ik dacht dat die juist bedoeld was. Mevrouw Van Rijn: Nee, het was een tweeledige vraag. Ik vroeg aan u, u zegt als degene die ermee instemmen dan wordt dit onze begroting qua inhoud, daar gaan we mee verder. De gemeente zegt dan dit moeten we doen. Dus klopt het dat u denkt dat als de coalitiepartijen hiermee instemmen dat ze het dan een mooi inhoudelijk stuk vinden? Los van de financiën. Want ik geloof dat niet zo eigenlijk. De heer Zagt: Nou, ik vind dat, dat je daar wel van uit mag gaan als college als wij dat voorstellen met deze dingen wetende dat er een discussie gaat komen over het werkelijk kunnen uitvoeren waarin nog keuzes gemaakt moeten worden. Ja, die keuzes komen, die komen normaal dan op tafel. Maar het college moet zich wel een, op een basis kunnen baseren waar we voorstellen naar de raad toe over kunnen gaan doen. Ik denk ook niet dat dat nieuw is, of nieuws is. Natuurlijk nemen we de technische aanbevelingen van de rekenkamer en de provincie over in het herstelplan.

Ja, ik moet u teleurstellen, mevrouw Rademaker, het participatiebudget vanaf 2024 lijkt gehalveerd te worden maar eigenlijk is dat niet waar. In 2023 komt er 10.000 euro bij op het gebied van participatie, bij van wat nu al is. Dat komt omdat er in 2023 een deel incidenteel in zit en vanaf 2024 gaat dat extra met 5.000 euro structureel verder. Dus het is geen halvering, het is vanaf de vorige begroting gezien erbij. Nou, ik ben heel erg blij, de heer De Kloet, met de aanpak van dit college een sterke band in de raad heeft gecreëerd. Ik heb eerder heel erg mijn best gedaan, denk ik, in het proces naar deze coalitievorming maar ook vanuit het college hebben wij heel erg ons best gedaan om iets neer te leggen waar gezamenlijk de schouders onder gezet gaan worden. Ik heb de burgemeester daar zonet ook wat over horen zeggen en ik vind het fijn, de heer Roosenschoon heeft daar ook een opmerking over gemaakt, ik vind het fijn om te horen dat dat in ieder geval breed gedragen wordt door de raad. Ik ben niet meer van de cijfers houden aan van beleid. Ik kan me nog goed herinneren toen ik in 2010 hier kwam ik erg van de cijfers was. Soms denk ik nog wel: zou dat nu ook nog heel functioneel zijn. Maar met alleen cijfers kom je er totaal niet, is mijn ervaring. Ik heb dat jarenlang gezien de afgelopen twintig jaar. Het is de wereld die

erachter zit, die de cijfers maakt. Cijfers zijn maar een gevolg. Van iedere nul kun je een negen maken. Dan zegt u wat is er on hold gezet, er is nog niets getemporiseerd. Nou, er is heel veel getemporiseerd, alleen al gedwongen. U ervaart het zelf elke keer in openbare vergaderingen aan den lijve, gedwongen door het gebrek aan handjes is er heel veel getemporiseerd. Zijn dat bewuste keuzes? Nee, niet, lang niet altijd. Soms word je geconfronteerd met ontwikkelingen. Maar we hebben ook vorige week in de commissievergadering gezegd dat we hierover u willen gaan informeren, dan wel, dan moet ik aan mevrouw Wind denken, dat u daar eerst nog een gesprek over wil hebben in welke vorm dan ook met het college en raad. Dus om daar meer scherpte, meer duiding aan te geven, daar kunt u, dat kunt u verwachten op korte termijn. U ontvangt ook graag op korte termijn het tijdpad en het proces. Nou, ik heb u al gezegd de urgentie, we zijn er mee bezig en we komen naar u toe. Ik heb alleen vorige week gezegd: niet voor de Kerstdagen. Ja, het is een paar weken minder druk met vergaderingen en nee we gaan niet stilzitten. Ik vond het een mooie opmerking, ik wil hem toch gebruiken, mevrouw Wind denk ik, ja. U ziet de begroting, deze begroting als een middel ter uitwerking van de strategie. Ik vond dat een mooie, mooie boog. Dan de heer Roosenschoon, dan schiet ik ook heel erg op, voorzitter.

U bent verbijsterd over de omvang van de tekorten maar ik zeg daar zelf ook het is afgelopen met vooruit schuiven. Nou, aan de mening van het college hebben wij heel erg in beeld gebracht wat allemaal nodig is. Ik heb dat zonet ook gezegd en ja dat resulteert in een groot tekort. Ik kom zo bij uw motie, die zal ik voor het laatst bewaren, over de Porseleinhaven, de heer Roosenschoon. De heer De Kruijff heeft een aantal vragen gesteld. Hoelang duurt het nog dat alle cijfers inzichtelijk zijn? Nou, ik heb al daar wat van gezegd, we weten nu dat het tekort twee miljoen is. We zijn verder in het herstelplan gaan we daar ook meer inhoud en duiding aan geven. Dan komen we met elkaar, naar verwachting van het college, tot het complete plaatje. Wat gaan we doen om de reserve de komende jaren op niveau te brengen? Dat kan alleen maar door geld over te houden, dan kun je reserve aanvullen. Dus dat betekent dat we meer moeten doen dan alleen de tekorten oplossen. Werk is niet voor niets. De voorzitter: Interruptie van mevrouw Van Rijn. Mevrouw Van Rijn: De heer Zagt zegt dat je de algemeen reserve alleen zou kunnen ophogen door minder uit te geven, volgens mij zei u dat, of over te houden. Maar bent u ook van mening dat je de algemene reserve zou kunnen opplussen door te verdienen aan woningbouw? De voorzitter: Wethouder Zagt. De heer Zagt: Ja, dat klopt. Dat is als je geld overhoudt.

De voorzitter: De heer De Kloet. De heer De Kloet: Ja sorry, ik refereer nog even aan over de najaarsnota, waarom weet ik eigenlijk niet maar goed. Daar stond een fors bedrag in voor niet gedane grondverkoop, heb ik toen een vraag over gesteld, overigens geen antwoord dus dan stel ik hem nog een keertje. Hoe ziet de wethouder die ontwikkeling eigenlijk voor het komende jaar? Want er stond een fors bedrag ingepland. Kan hij daar iets meer licht op geven? Ook in het kader van het plan dat we toen hebben gepresenteerd, ook hier in de raad, de kansenkaart waar een aantal locaties in stonden die gewoon van de gemeente zijn waar weinig regime op zit. Ik hoor daar graag de visie van de wethouder op. De voorzitter: Mevrouw Van Rijn, hebt u een vraag die hierop aansluit?

Mevrouw Van Rijn: Ik had een interruptie op mijn vraag van klopt het dat je ook geld kunt verdienen met woningbouw. Toen zei de heer Zagt dat klopt. Dan was mijn tweede vraag: klopt het dan ook dat u dat niet gaat doen? Want in de begroting staat dat u VLEK, nee laat ik zeggen VLEK Groenewoud en Ter Sype, ik zou het heel knap vinden als u daar de komende vier jaar geld aan gaat verdienen, ik vermoed van niet. Maar Anton Smeerdijkgaarde, Kininelaantje, daar kan mevrouw Rademakers straks ook vast deze vragen opnemen, die staat niet om komend jaar verkocht te worden dus ik ben benieuwd of u dit nog van plan bent. De voorzitter: Wethouder Zagt. De heer Zagt: Ja, er is in de begroting voor 2023 250.000 euro volgens mij geraamd voor grondopbrengsten. Dat is misschien voorzichtig maar ervaring leert ook, kijk naar het afgelopen jaar, dat voorzichtig zijn soms ook duidelijk is. Dit jaar was er 350.000 euro geraamd en dat wordt in ieder geval niet gehaald. Ik zeg niet de hele 350.000 niet maar dat wordt bij lange na niet gehaald, is dan een betere uitleg. Inkomsten en uitgaven. Mevrouw Van Rijn: Voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Van Rijn. Mevrouw Van Rijn: Ja, dat was de vraag niet wat er niet gehaald is. Er is in elk geval gepoogd om te verdienen met woningbouw en die grond te verkopen. Daarvan heeft u gezegd het is niet gelukt in 2022. Nou, die grond is er nog.

Die grond is ook nog van de gemeente. Dus kunnen we in 2023 verkopen en heel snel gaan bouwen op deze twee locaties. De vraag aan de wethouder was: bent u dat voornemens om dat zo snel mogelijk te verkopen en daar geld te innen voor deze locaties? Dan heb ik het over de Anton Smeerdijkgaarde en het Kininelaantje want er wordt steeds een beetje omheen gepraat ook bij de beantwoording. Ik hoor het graag van de wethouder wat de plannen daar zijn. De voorzitter: Wethouder Zagt. Oh nee, de heer De Kloet, heeft u een aanvullende vraag op dit thema? De heer De Kloet: Nou ja, nee. De vraag van mevrouw Van Rijn was eigenlijk de vraag die ik al stelde dus ik laat, ik ben heel benieuwd naar het antwoord want dat hebben we nog steeds niet gekregen. De voorzitter: Wethouder Zagt. De heer Zagt: Nou, de plannen die dat drieluik, om het maar zo te noemen, Molenmeent, Kininelaan, Anton Smeerdijkgaarde, is in ieder geval losgekoppeld. Molenmeent zal weinig meer uitkomen, gelet op de regelgeving. Anton Smeerdijkgaarde verwacht het college weinig van. Het Kininelaantje zien we nog perspectief. Daarnaast hebben we nog de Dennenlaan en misschien wat kleinere locaties maar we hebben ook handen nodig om projecten tot een eindstreep te brengen en we kunnen niet alles tegelijk, dat is inmiddels wel duidelijk. De voorzitter: Mevrouw Van Rijn was eerst. Mevrouw Van Rijn.

Mevrouw Van Rijn: Ja, dank u wel, voorzitter. Kijk, daar is de duidelijkheid van de heer Zagt die we wilden horen. Het college wil niet bouwen en de Lokale Partij kan zeggen van wel maar tijdens de besprekingen van het coalitieakkoord hebben wij aangegeven: wij missen de De voorzitter: Vraag? Heeft u een vraag?

Mevrouw Van Rijn: Ja, er komt een vraag. Wij missen de Anton Smeerdijkgaarde. Het was mevrouw Wind, dat vind ik, daar waren wij ontzettend trots op, die zei we hebben die sociale woningbouw nodig. Wij zien dat als een potentiële locatie. Nu zegt de heer Zagt: van het Anton Smeerdijkgaarde verwachten wij niks. Hoe kan dat? Hoe kan dat? Sociale woningbouw, er is gesproken hier dat het een bouwlocatie is en de heer Zagt bepaalt het of alleen of het college schrapt het van de agenda. Onbeschrijfelijk en desnoods dienen wij nog een motie in om dat alsnog erop te krijgen maar dit vinden wij echt ongelooflijk. De voorzitter: Uw vraag is? Uw vraag is? Mevrouw Van Rijn: Dat de heer Zagt het dus niet gaat doen daar, die gaat niet bouwen begrijp ik. De voorzitter: Dat is uw constatering. Maar wat is uw vraag? Mevrouw Van Rijn: Dan vraag ik hem anders. De heer Zagt, klopt het dat u daar niet gaat bouwen? De voorzitter: Ja, ik voelde mevrouw Wind nog in het kader van het citeren van uw uitspraak. Mevrouw Wind: Ja, ja precies. Ik dacht volgens mij worden er wat woorden van mij uit hun verband gerukt. Is helemaal niet nodig. Ik heb in mijn inleiding al gezegd: we komen met een plan voor sociale woningbouw. Vandaag even niet de dag met deze begroting.

We gaan eerst de visie doen, begroting moet die keuze ondersteunen en laten we gewoon die inhoudelijke onderwerpen bespreken op een moment dat we daar met elkaar aan toe zijn. Gebruik in ieder geval mijn woorden niet om het nu te agenderen. Laten we dat gewoon in januari met elkaar gaan agenderen. Dit heeft toch geen zin zo? De voorzitter: De heer De Kloet, u had ook een interruptie. De heer De Kloet: Ja, een vraag aan de wethouder. Ik hoor hem zeggen van ja daar zien we eigenlijk weinig in, Smeerdijkgaarde. Mijn vraag is: waarom? De voorzitter: Wethouder Zagt. De heer Zagt: Ik ben geen, dat is het makkelijke antwoord daar wil ik niet mee wegkomen, ik ben geen portefeuillehouder. Nee, dat is een makkelijk antwoord daar wil ik niet mee wegkomen, ik herhaal het nog maar een keer. Wij zullen met een totaal afweging komen. Het drieluik is uit elkaar gevallen en misschien komt er wel een hele andere ontwikkeling aan de Anton Smeerdijkgaarde. De voorzitter: Laatste keer, mevrouw Van Rijn, we moeten door. Mevrouw Van Rijn: Ik pak hem in de tweede termijn want ik moet er wat langs over zeggen dus ik pak hem in de tweede termijn. De voorzitter: Oké, wethouder Zagt, gaat u verder. De heer Zagt: Ik ga heel erg tempo maken. Ik zie het.

Nou de heer de Kruijff bezuinigen, ja maar ons voorzieningenniveau verlagen wat ook gevolgen kan zijn van bezuinigingen wordt ook gevoeld in de gemeenschap. Dus wij willen daar voorzichtig en zorgvuldig in zijn met u als raad. Dank voor het uitspreken van uw waardering voor wat toch is neergezet, ook richting de ambtelijke organisatie, anderen hebben dat ook vermeld. Ik heb mevrouw Kaper al wat gezegd over de mooie metafoor die zij maakte. Ambities denken

we anders over. Wij denken dat het gaat om doen wat nodig is, in plaats van denken aan wat mogelijk is. Vooral doen wat nodig is. Dan als laatste de heer Roosenschoon. Met alle respect, te willen van de tijd, u verdient het niet maar ik ga naar de motie, de heer Roosenschoon. De motie over de Porseleinhaven, ik beperk me even tot het verzoek aan het college. Moet ik dat nog allemaal op gaan lezen? Mag ik het samenvatten als de drie bullets? De eerste bullet daar kan ik van zeggen voor de bouw van de porseleinhaven fase drie aan de Spinaker heeft een aanbesteding plaatsgevonden. In het programma van eisen wordt deze aanbesteding is door de gemeenteraad vastgesteld en hierin is ondergrondse parkeergarage niet opgenomen. Dat betekent dat tuurlijk kunnen wij erover praten en ik neem het ook graag onder mijn arm mee maar dat is echt niet zo’n makkelijk begaanbaar pad. Die volgende twee bullets, er liggen contractuele afspraken met een ontwikkelaar. Als wij dat allemaal op zijn kop gaan gooien en weer een hele bestemmingsplanprocedure gaan voeren, zijn we jaren en jaren verder en we denken dat we ons dat niet kunnen permitteren. Bovendien gaat de uitspraak die is gedaan en waartegen beroep is ingesteld, zie het ook op een ander aspect. Dan over die laatste, specifieke parkeernorm.

Dat staat los van de ontwikkeling daar, het plan namelijk zoals het voorligt, voldoet aan de huidige parkeernorm. Ik zou u adviseren, de heer Roosenschoon, deze motie in te trekken. Wij ontraden hem in ieder geval en de portefeuillehouder Porseleinhaven neemt graag de suggestie van de eerste bullet mee onder de arm. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan wij snel door met mevrouw Kruijt. Bent u er klaar voor? Yes. Ja, er staan nog twee minuten op de klok maar ik denk dat u, we hebben nog tien minuten erbij en ik neem aan dat u, raad, gebaat bent bij beantwoording van de nog openstaande vragen dus daar ga ik van uit. Mevrouw, wethouder Kruijt. Mevrouw Kruijt: Ja, dank u wel. Ik zal proberen ze een beetje vlot te beantwoorden. Eerst dan maar de vragen van het CDA over de stallen en de bedrijfslocaties. Eigenlijk zo’n type vraag die veel meer aan de VVD-fractie gericht zou moeten worden, maar goed hij is aan het college gesteld. Ik zal er ook een antwoord op geven. De voorzitter: Er is meteen een interruptie, mevrouw Van Rijn.

Mevrouw Van Rijn: Ja, zou mevrouw Kruijt kunnen uitleggen waarom dat aan de VVD-fractie een vraag zou moeten, ga ik ook nog wel doen, maar u heeft toch aangegeven in uw coalitieakkoord dat u stallen en schuren gaat ombouwen? Niet u, ik snap dat uw portefeuille niet is maar u verwacht blijkbaar dat de VVD nu met plannen komt naar het college? U gaat ze niet zelf ontwikkelen begrijp ik. De voorzitter: Wethouder Kruijt. Mevrouw Kruijt: De VVD is natuurlijk de partij die hier al vanaf begin af aan bij de verkiezingen mee bezig is geweest. Maar goed, zal ik doorgaan met de beantwoording van de vragen of? Nee, oké. De voorzitter: Mevrouw Van Rijn. Mevrouw Van Rijn: Nee voorzitter, dat gaat me te makkelijk. Het gaat er toch niet om wie waar in de verkiezingen mee bezig is? Het gaat erom het komt in uw coalitieprogramma, dat voert u uit als college en als het om zorgtaken aan gaat of armoedebeleid dan moet straks mevrouw Kaper een voorstel schrijven voor het college? Dat kan toch ook niet waar zijn? Ik denk dat dat dan wel goed komt maar ik hoor toch graag van het college de locaties en als ze het niet hebben, is het ook een nee maar dan weet ik gewoon waar we staan. Maar niet naar de VVD schuiven, dat is echt te makkelijk.

De voorzitter: Wethouder Kruijt doet enorm haar best om ook vragen te beantwoorden die niet behoren tot haar portefeuille. Maar goed, beantwoorden als college. Ik begrijp uw vraag, ik begrijp uw vraag. Dus ik vraag aan wethouder Kruijt of zij daar wat meer toelichting op kan geven. Mevrouw Kruijt: Ja, prima. Als de aanvragen komen dan worden die uiteraard beoordeeld. We hebben zelf natuurlijk geen locaties als gemeente dus het zijn eigenaren van dit soort objecten die bij ons langskomen en dan wordt u beoordeeld uiteraard of er een mogelijkheid is om te transformeren. We hebben de ruimte voor ruimteregeling. Daar is op dit moment in ieder geval één concreet verzoek wat ik heb gezien en wellicht zijn er nog een paar anderen maar die ken ik dan verder niet. Het is natuurlijk wel zo dat het zaakje dat de aanvraag niet tijdig moet zijn met provinciaal beleid of dat ook laat maar zeggen omliggende bedrijfsvoering zou worden verstoord. De voorzitter: Mevrouw Van Rijn. Mevrouw Van Rijn: Ja voorzitter, daar gaat precies het punt over. Ik, tijdens de coalitiebespreking hebben we gezegd: kunt u niet wat meer woningbouwplannen opnemen. Toen zei de coalitie en het college: wij gaan stallen en schuren ombouwen binnen de regelgeving van de provincie. Ik begrijp wel dat er niemand komt, voorzitter, want het kan helemaal niet.

Welke stallen staan hier binnen de regelgeving van de provincie en kan woningbouw worden? Dus het college gaat. De voorzitter: Uw vraag is? Mevrouw Van Rijn: Gaat het college wachten tot de plannen komen? En hoeveel plannen denkt u dan dat er binnen gaan komen? En nogmaals, ik verwijt mevrouw Kruijt helemaal niets, ze mag van mij ook zeggen: leg die vraag volgende keer bij mevrouw Zandbergen. Ik probeer alleen aan te geven dat het te makkelijk is om te zeggen dat het college geen rol heeft. Dat het niet haar rol is dat begrijp ik uiteraard. De voorzitter: Wethouder Kruijt. Mevrouw Kruijt: Goed, we kunnen natuurlijk nog heel lang hierover doorgaan. Ik denk dat onze rol is om te toetsen wat er binnenkomt. Dan is er een vraag gekomen van de Lokale Partij over de nota maatschappelijk vastgoed. Waar blijft die? Nou, het is bekend dat er al een jaar of twee, tweeënhalf mee gestoeid wordt en dat deze worsteling ook ons niet helemaal ontgaan is in het halfjaar dat we ongeveer actief zijn. Hij is, die nota maatschappelijk vastgoed, onderdeel van het herstelplan. Eerst moet de basis op orde en dan hoort dat accommodatiebeleid en maatschappelijk vastgoed daar gewoon een plekje in te krijgen. Dan is er een vraag gesteld door de LP over de uitkomst van het bureau Legitiem. Wij verwachten in de loop van 20. De voorzitter: Interruptie van mevrouw Van Rijn.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12297940/2