CConstaterende datWijdemeren
Koppel je AI →
Document · PDF

Ruimtelijke onderbouwing Dammerweg 73a

gemeenteraad 11 maart 2021, gemeente WijdemerenBij agendapunt: Verklaring van geen bedenkingen Dammerweg achter 73 te Nederhorst den Berg10.724 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Situatie projectgebied

4.5.3.1 Algemeen Zoals reeds hiervoor genoemd wordt bij het realiseren van nieuwe bestemmingen gekeken naar de omgeving waarin de nieuwe bestemmingen gerealiseerd worden. Hierbij spelen twee vragen een rol: 1. past de nieuwe functie in de omgeving? (externe werking); 2. laat de omgeving de nieuwe functie toe? (interne werking).

4.5.3.2 Externe werking Hierbij gaat het voornamelijk om de vraag of de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling leidt tot een situatie die, vanuit hinder of gevaar bezien, in strijd is te achten met een goede ruimtelijke ontwikkeling. Daarvan is sprake als het woon- en leefklimaat van omwonenden in ernstige mate wordt aangetast. Een recreatief woonschip betreft geen milieubelastende functie voor omwonenden. Er is geen sprake van een aantasting van het woon- en leefklimaat van omwonenden.

4.5.3.3 Interne werking Hierbij gaat het om de vraag of de nieuwe functie hinder ondervindt van bestaande milieubelastende functies in de omgeving. Ten westen van het projectgebied bevinden zich twee bedrijfspercelen waar op basis van het daar geldende bestemmingsplan ‘Buitengebied Nederhorst den Berg’ bedrijven tot milieucategorie 3.1 zijn toegestaan. Indien wordt gemeten tussen de uiterste situering van het bestemmingsvlak van het recreatieve woonschip en de bouwvlakken van de bedrijven is de afstand circa 120 meter. Daarmee ligt het bestemmingsvlak buiten de richtafstanden (50 meter) voor de bedrijven en worden deze niet beperkt in hun bedrijfsvoering. Gelet op het vorenstaande wordt ter plaatse van de aanlegplaats van het recreatieve woonschip een aanvaardbaar woon- en leefklimaat verwacht. Daarnaast vormt de nieuwe woonfunctie geen belemmering voor de omliggende bedrijven.

4.5.4

Conclusie

Het aspect milieuzonering vormt geen belemmering voor de uitvoering van het plan.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

26

Ruimtelijke onderbouwing Dammerweg 73a Definitief

4.6

Ecologie

4.6.1

Algemeen

Bescherming in het kader van de natuur wet- en regelgeving is op te delen in gebieds- en soortenbescherming. Sinds 1 januari 2017 is het wettelijk kader ten aanzien van gebieds- en soortenbescherming vastgelegd in de Wet natuurbescherming. Bij gebiedsbescherming heeft men te maken met de Wet natuurbeschermingswet en het Nederlands Natuurnetwerk (voorheen EHS). Soortenbescherming gaat uit van de bescherming van dier- en plantensoorten.

4.6.2

Gebiedsbescherming

4.6.2.1 Natura 2000-gebieden Natura 2000 is een samenhangend netwerk van natuurgebieden in Europa. Natura 2000 bestaat uit gebieden die zijn aangewezen in het kader van de Europese Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en gebieden die zijn aangemeld op grond van de Europese Habitatrichtlijn (92/43/EEG). Deze gebieden worden in Nederland op grond van de Wet natuurbescherming beschermd. Afbeelding 4.2 geeft de ligging van het projectgebied ten opzichte van de voor Natura 2000 aangewezen gebieden.

Afbeelding 4.2: Ligging projectgebied t.o.v. Natura 2000 (Bron: Provincie Noord-Holland)

Het projectgebied bevindt zich op ruim 90 meter van het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied. Gelet op de aard en omvang van voorliggend initiatief en de afstand tot het Natura 2000-gebied wordt geconcludeerd dat het

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

27

Ruimtelijke onderbouwing Dammerweg 73a Definitief voornemen geen significant negatieve effecten heeft op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000gebieden. 4.7.2.2 Natuur Netwerk Nederland (NNN) De Natuur Netwerk Nederland (NNN) is de kern van het Nederlandse natuurbeleid. De NNN is in provinciale structuurvisies uitgewerkt. In of in de directe nabijheid van de NNN geldt het ‘nee, tenzij’ - principe. In principe zijn er geen ontwikkelingen toegestaan als zij de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied aantasten. Afbeelding 4.3 geeft de ligging van het projectgebied ten opzichte van het NNN weer.

Afbeelding 4.3: Ligging projectgebied t.o.v. NNN (Bron: Provincie Noord-Holland)

Het dichtstbijzijnde gebied dat is aangewezen als NNN is gelegen op ruim 90 meter afstand. Gezien de afstand van de locatie tot de NNN en de aard en omvang van het voornemen wordt geconcludeerd dat er geen aantasting plaatsvindt van de wezenlijke kenmerken en waarden van de NNN.

4.6.3

Soortenbescherming

4.6.3.1 Algemeen Wat betreft de soortenbescherming is de Wet natuurbescherming van toepassing. Hierin wordt onder andere de bescherming van dier- en plantensoorten geregeld. Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient te worden getoetst of er sprake is van negatieve effecten op de aanwezige natuurwaarden. Als hiervan sprake is, moet ontheffing of vrijstelling worden gevraagd.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

28

Ruimtelijke onderbouwing Dammerweg 73a Definitief

4.6.3.2 Situatie projectgebied Gezien het feit dat het projectgebied reeds een bestemming heeft voor het aanleggen van een recreatief woonschip en al geruime tijd in gebruik is geweest als ligplaats, zal de aantasting van natuurwaarden met de voorgenomen ontwikkeling gering zijn. 4.6.3.3 Wettelijke consequenties De voorgenomen activiteiten leiden niet tot wettelijke consequenties in het kader van soortenbescherming. Er hoeft geen onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen ontheffing aangevraagd te worden om de voorgenomen activiteiten uit te mogen voeren in overeenstemming met wet- en regelgeving op het gebied van soortbescherming.

4.6.4

Conclusie

Als gevolg van voorliggend initiatief zijn er geen negatieve gevolgen te verwachten op beschermde natuurgebieden, flora en fauna. Nader onderzoek is niet noodzakelijk.

4.7

Archeologie & cultuurhistorie

4.7.1

Archeologie

4.7.1.1 Algemeen Op grond van de Erfgoedwet dient er in ruimtelijke plannen rekening gehouden te worden met archeologische waarden. In de Erfgoedwet is bepaald dat gemeenten een archeologische zorgplicht hebben en dat initiatiefnemers van projecten waarbij de bodem wordt verstoord, verplicht zijn rekening te houden met de archeologische relicten die in het projectgebied aanwezig (kunnen) zijn. Hiervoor is archeologisch onderzoek noodzakelijk. Als blijkt dat in het projectgebied behoudenswaardige archeologische vindplaatsen aanwezig zijn, dan kan de initiatiefnemer verplicht worden hiermee rekening te houden. Dit kan leiden tot een aanpassing van de plannen, waardoor de vindplaatsen behouden blijven, of tot een archeologische opgraving en publicatie van de resultaten. 4.7.1.2 Situatie projectgebied De gemeente Wijdemeren heeft de archeologische verwachtingswaarde van gronden vertaald in de beleidskaart archeologie. Een uitsnede ter plaatse van het projectgebied (rood gearceerd) is in figuur 4.4 opgenomen.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

29

Ruimtelijke onderbouwing Dammerweg 73a Definitief

Afbeelding 4.4: Uitsnede Beleidskaart Archeologie (Bron: Gemeente Wijdemeren)

Het projectgebied is op de beleidskaart archeologie aangegeven als ‘archeologievrij’. Daarnaast zijn met het project geen grondingrepen van betekenis gemoeid. Geconcludeerd kan dan ook worden dat uit archeologisch oogpunt geen bezwaar bestaat tegen het project.

4.7.2

Cultuurhistorie

4.7.2.1 Algemeen Onder cultuurhistorische waarden worden alle structuren, elementen en gebieden bedoeld die cultuurhistorisch van belang zijn. Zij vertellen iets over de ontstaansgeschiedenis van het Nederlandse cultuurlandschap. Vaak is er een sterke relatie tussen aardkundige aspecten en cultuurhistorische aspecten. In de Bro is in artikel 3.1.6, vijfde lid, onderdeel a opgenomen dat een bestemmingsplan/wijzigingsplan “een beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden” dient te bevatten. 4.7.2.2 Situatie projectgebied Er bevindt zich, op basis van de Informatiekaart Landschap en Cultuurhistorie van de provincie Noord-Holland in het projectgebied en haar directe omgeving geen rijksmonument. Er kan dan ook worden gesteld dat het aspect cultuurhistorie geen belemmering vormt voor voorliggend plan. Voor het overige gelden ter plaatse van het projectgebied geen andere bijzondere cultuurhistorische waarden.

4.7.3

Conclusie

Geconcludeerd wordt dat er geen archeologisch onderzoek nodig is. Tevens is geen sprake van negatieve effecten op de cultuurhistorische waarden.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

30

Ruimtelijke onderbouwing Dammerweg 73a Definitief

HOOFDSTUK 5

WATERASPECTEN

5.1

Vigerend beleid

5.1.1

Europees beleid

De Europese Kaderrichtlijn Water (2000/60/EG) is op 22 december 2000 in werking getreden en is bedoeld om in alle Europese wateren de waterkwaliteit chemisch en ecologisch verder te verbeteren. De Kaderrichtlijn Water omvat regelgeving ter bescherming van het binnenlandse oppervlaktewater, overgangswateren (waaronder estuaria worden verstaan), kustwateren en grondwater. Voor het uitwerken van de doelstellingen worden er op (deel)stroomgebied plannen opgesteld. In deze (deel)stroomgebiedbeheersplannen staan de ambities en maatregelen beschreven voor de verschillende (deel)stroomgebieden. Voornamelijk de ecologische ambities worden op het niveau van de deelstroomgebieden bepaald.

5.1.2

Rijksbeleid

Het Rijksbeleid op het gebied van het waterbeheer is vastgelegd in het Nationaal Waterplan (NWP) 2016-2021 (vastgesteld 17 december 2015). Het plan geeft op hoofdlijnen de ambities weer van het Rijk ten aanzien van het nationale waterbeleid en het daaraan gerelateerde ruimtelijke beleid. De belangrijkste ambities richten zich op waterveiligheid, zoetwater en waterkwaliteit. Maar ook de Deltabeslissingen en enkele waterafhankelijke thema's als natuur en duurzame energie hebben in het plan een plek gekregen. De doorwerking van de beleidsambities/uitgangspunten naar lagere overheden is geregeld in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012), het Bestuursakkoord Water (2011) en de Waterwet (2009).

5.1.3

Provinciaal beleid

De Watervisie 2021 zoekt de koppeling van wateropgaven met ruimte, economie en natuur. Alleen door water goed mee te nemen kunnen duurzame integrale afwegingen gemaakt worden. Zo is er op en aan het water rust, maar ook ruimte voor vertier en activiteiten. Waar water en natuur zijn, ontstaat vaak als vanzelf recreatie. En die combinatie biedt weer kansen voor economische ontwikkeling. Met de Watervisie 2021 als zelfbindend document worden kaders gesteld voor wateropgaven in Noord-Holland. Het lange termijn doel is om heel Noord-Holland in 2050 voor zover redelijkerwijs haalbaar waterrobuust te hebben ingericht. Het gaat hierbij om het zoveel mogelijk: 1. beperken van het slachtofferrisico als gevolg van overstromingen; 2. voorkomen van grote economische schade; 3. voorkomen van maatschappelijke ontwrichting door het uitvallen van vitale functies en/of het vrijkomen van milieugevaarlijke stoffen.

5.1.4

Hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht

Het waterbeheerplan 2016-2021 is op 8 oktober 2015 goedgekeurd door het Algemeen Bestuur van het waterschap en is vanaf 1 januari 2016 van kracht. In het Waterbeheerplan 2016-2021 beschrijft het waterschap wensbeelden per thema voor 2030, en daaruit afgeleid doelen voor de planperiode 2016-2021 op hoofdlijnen. Hierin staat wat het waterschap doet aan veiligheid, de beschikbaarheid van voldoende en schoon water, en aan efficiënte zuivering van afvalwater. Ook zet het waterschap zich in voor het behoud van cultuurhistorisch erfgoed en de natuur. Het waterschap wil bereiken dat mensen zich bewuster worden van het belang van een veilig en 'robuust' (toekomstbestendig) watersysteem. Het waterschap wil open en toegankelijk zijn, actief naar samenwerking zoeken en de dialoog aangaan. De strategische uitgangspunten voor de langere termijn (2030) zijn:

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

31

Ruimtelijke onderbouwing Dammerweg 73a Definitief

         

Samenbrengen van alle regionale waterbeheertaken in één regionale waterautoriteit;' Een klimaatbestendig en daarmee waterrobuust gebied; Steden die beter bestand zijn tegen extreme regenbuien, wateroverlast, overstromingen, hitte en droogte; Een omgeving die zich bewust is van waterveiligheid; Water dat overal in het gebied geschikt is voor de vastgestelde gebruiksfunctie; Gebruik van afvalwater als grondstof en bron voor energie en water; Gebruik van vernieuwende oplossingen vanuit samenwerking met kennisinstellingen, andere overheden en marktpartijen; Vermindering van regeldruk en vergroting van kosteneffectiviteit voor burgers en bedrijven; Afstemming over alle watertaken per stroomgebied (i.c. Rijn-West); Behoud van de zelfstandige bevoegdheid

5.2

Waterparagraaf

5.2.1

Watertoets

Zoals in voorgaande paragrafen uiteen is gezet, wordt in het moderne waterbeheer (waterbeheer 21e eeuw) gestreefd naar duurzame, veerkrachtige watersystemen met minimale risico's op wateroverlast of watertekorten. Belangrijk instrument hierbij is de watertoets, die sinds 1 november 2003 in ruimtelijke plannen is verankerd. In de toelichting op ruimtelijke plannen dient een waterparagraaf te worden opgenomen. Hierin wordt verslag gedaan van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishoudkundige situatie (watertoets). Het doel van de watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater).

5.2.2

Watertoetsproces

In het kader van de watertoets is contact opgenomen met het Waternet (Waterschap Amstel, Gooi en Vecht). Deze gaven aan dat het verbreden van de maatvoering van het recreatief woonschip is toegestaan, onder voorbehoud dat men zich houdt aan de regels uit artikel 2.17 van het Keurbesluit Vrijstellingen. In dit geval is de belangrijkste regel dat er minimaal 0,3 meter afstand is tussen de onderkant van het woonschip en de waterbodem. Het gegeven dat het woonschip breder wordt dan aanvankelijk bestemd is, is voor het waterschap niet relevant. Verder gelden op basis van hoofdstuk 3 van de Keur 2017 Amstel, Gooi en Vecht enkele bepalingen, onder andere met betrekking tot de onderhoudsplicht. Zo is initiatiefnemer op basis van artikel 3.4 lid 6 verantwoordelijk voor het gewoon onderhoud van de ligplaats, ook wanneer de ligplaats is gelegen in het stromingsprofiel als bedoeld in lid 4. Verder is lozen van huishoudelijk afvalwater op oppervlaktewater niet toegestaan, tenzij uitgezonderd in het Besluit lozing afvalwater huishoudens. Tot slot zijn ook regels opgenomen voor mogelijk aanverwante werken, zoals meerpalen, een steiger, beschoeiing, werken langs het water, met mogelijk een vergunningsplicht of meldplicht. Onderwaterplanten en oevervegetatie welke een ecologische waarde hebben mogen ook nooit zomaar worden weggehaald.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

32

Ruimtelijke onderbouwing Dammerweg 73a Definitief

HOOFDSTUK 6

ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID

Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk bestemmingsplan. Er zijn echter uitzonderingen. Het is mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een bestemmingsplan geen exploitatieplan wordt vastgesteld indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is. In het voorliggende geval worden de gemeentelijke kosten, op basis van de legesverordening, verhaald op initiatiefnemer. Met initiatiefnemer wordt tevens een planschadeovereenkomst gesloten zodat het kostenverhaal voor de gemeente volledig is verzekerd. Dit brengt met zich mee dat vaststelling van een exploitatieplan achterwege kan blijven.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

33

Ruimtelijke onderbouwing Dammerweg 73a Definitief

HOOFDSTUK 7 7.1

Vooroverleg

7.1.1

Het Rijk

INSPRAAK EN VOOROVERLEG

In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke plannen. Geoordeeld wordt dat deze ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van een omgevingsvergunning geen nationale belangen schaadt. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk.

7.1.2

Provincie Noord-Holland

Gelet op de aard en omvang wordt vooroverleg met de provincie niet noodzakelijk geacht.

7.1.3

Waterschap Amstel Gooi en Vecht

In het kader van de watertoets is er contact geweest met het waterschap Amstel, Gooi en Vecht. De uitkomst hiervan is opgenomen in paragraaf 5.2.2.

7.2

Inspraak

Initiatiefnemer heeft de directe omwonenden persoonlijk geïnformeerd omtrent het voorliggende voornemen. De algehele lijn is dat de omwonenden geen bezwaar hebben tegen de ontwikkeling, met uitzondering van enkele omwonenden. Zij zijn van mening dat het nieuw aan te meren recreatief woonschip ten koste gaat van hun vrije uitzicht.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

34

Ruimtelijke onderbouwing Dammerweg 73a Definitief

BIJLAGE BIJ DE TOELICHTING

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

35

Ruimtelijke onderbouwing Dammerweg 73a Definitief

Bijlage 1

Maatvoering vorig woonschip

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

36

Ruimtelijke onderbouwing Dammerweg 73a Definitief

Bijlage 2

Bouwtekeningen

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

37

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9701497/1