Printversie transcript
Tekst van het document
Gisteravond, of nee eergisterenavond heb ik het gezegd dat De Lokale Partij niet voor de Najaarsrapportage gestemd heeft omdat er geld uit dat reserve Sociaal Domein gehaald wordt. Daar is dat nou juist voor bedoeld. Er werd al gezegd inderdaad, dat is om het algemene reserve niet meteen aan te spreken. Dus dit zullen wij niet steunen. Ik denk op het moment dat wij weer wat beter bij kas zitten is dit wel één van de prio’s voor CDA om dat weer aan te vullen.
De Boterzachte taakstellingen, daar wil ik alleen maar van zeggen, volgens mij heb ik daar al iets over gezegd, hier moet de raad zelf op inhaken. Wij moeten zelf alert zijn om te kijken of het ook echt gebeurt en meer dan alleen Voor- en Najaarsrapportage. Beheer en Onderhoud Kapitaalgoederen, heb ik nog niet naar kunnen kijken. Dus daar zullen we bij de stemming wel blijk van geven of we die zullen steunen of niet. Wat hebben we nog over. Amendement van onszelf over de begroting over de toeristenbelasting en forensenbelasting af te schaffen. Daar zijn wij voor. Dat heeft u inmiddels gehoord. Twee ingetrokken. De motie inderdaad om het vertrouwen te herstellen vinden wij heel belangrijk en daar zien wij geen tegenstelling in. Het parkeren. Ja, wij weten dat er wel wat staat te gebeuren op de Vuntuslaan met dat parkeren. Volgens mij is daar ook wat met het Porseleinhaven wat daarmee verband houdt. Wij zien dit niet als een ideaalbeeld. We vinden wel dat er wat gedaan moet worden. Ik weet niet of dit ook één van de punten is van de wensen van de ondernemers binnen het Gebiedsakkoord. Misschien kan de heer Roosenschoon daar iets van zeggen? Wij zouden meer denken ook Loosdrecht loopt vol op het moment dat het echt druk is. Is natuurlijk altijd gezellig, maar als het echt stagneert is dat niet goed.
Misschien moet er meer gezocht worden naar een parkeervoorziening buiten het centrum. En daar eventueel met de mooie dagen met een pendelbusje rijden. Werkt bij het schaatsen ook altijd heel erg goed, in Kortenhoef en Ankeveen in ieder geval. Palingroken inderdaad ook. Eens even kijken. Dan gaan we naar die twee volgens mij. Woorden daden uit. Volgens mij ben ik er doorheen voorzitter, dat is het. Dank u wel. De voorzitter: Prima. Wellicht kan wethouder Kea wat verduidelijking geven over het opnemen van risico’s meerjarig. Ik kan me voorstellen dat de andere fracties daar baat bij hebben bij de beantwoording. De heer Kea: Dat, dank u voorzitter. Dat is inderdaad correct. We nemen de risicoparagraaf op voor één jaar. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel. Ja, de heer Zagt. De heer Zagt: Voorzitter, in de risicoparagraaf wordt altijd opgenomen wat incidentele risico’s zijn en wat structurele risico’s zijn. En een aantal moties van ons zien op structurele risico’s en die ontbreken in de risicoparagraaf. De voorzitter: Ter verduidelijking. Goed. Dan ga ik, kijk ik naar de heer Voigt van DorpsBelangen. Ja. Gaat uw gang. De heer Voigt: U kijkt naar me, en. De voorzitter: En u mag gaan praten ook nog. De heer Voigt: O dank u wel. De voorzitter: Kijk eens. De heer Voigt: Ja.
Ik wil beginnen, voorzitter, om, dat wij ons aansluiten bij het gloedvolle betoog wat de heer Verbruggen hield over de inzet en betrokkenheid van het personeel. Ik begreep van de heer Verbruggen dat hij dat de laatste dagen, weken had gemerkt. Nou, wij weten dat al langer. Maar het is goed om dat vanavond ook nog eens te zeggen. En aan de burgemeester te vragen om dat ook over te brengen aan het personeel. De voorzitter: Dat zal ik zeker doen. De heer Voigt: Niet alleen dat wij dat vinden, maar.
De voorzitter: De gehele raad. De heer Voigt: Uiteraard. De voorzitter: Zal ik zeker doen. Dank u wel. De heer Voigt: Ik loop, zoals de anderen ook, even de amendementen door. En dan neem ik niet de amendementen die wij zelf mede ingediend hebben. Want ja, het zal geen verrassing zijn, dat we daar voor zijn. Dan, dat is dus amendement A4, andere amendementen zijn er niet meer dus dan gaan we naar de moties. Motie M-4-1 is mede door ons ingediend, hoef ik ook niks over te zeggen. En 4-2 is ingetrokken. En 4-3, motie van D66 om een parkeergarage met verdiepingen te bouwen op de locatie Vuntuslaan. Nou, dat vinden wij echt een heel slecht idee, om op die plek daar zoiets te bouwen. Als je al een parkeergarage gaat bouwen in Loosdrecht, doe het dan aan de rand van het dorp, maar niet daar op die plek. Dus wij zullen die motie niet steunen. Motie M-4-4 is ingetrokken. Komt op een later moment terug. De moties van De Lokale Partij, M-4-5 tot en met M-4-8, die zijn wat ons betreft goed gemotiveerd ontraden door het college. Dus zullen wij dan ook niet steunen. Motie Appelboom van het CDA. Dat vinden wij wel een hele sympathieke motie. Appelboomproject is ook een heel goed project. En ja, daar moet je wel de schwung in houden. En wij vinden het niet goed als mensen iets indienen en te horen krijgen dat ze dan pas over twee jaar aan de beurt zijn.
Kost wel even tijd voor zeg maar dorps coördinatoren en de buitendienst om daar wat aan te doen, maar ik heb zelf ervaring bij ons in de buurt dat als de bewoners dat een beetje goed aanpakken dan valt de tijd die ze erin moeten steken eigenlijk best mee. Eigenlijk zouden wij die motie wel willen steunen. De kritiek die de heer Zagt erop had om meer formatie te realiseren voor het project Appelboom en dat te bekijken binnen het organisatie ontwikkelplan. Ja de heer Zagt legt de nadruk op van meer formatie en dat willen we juist niet. Maar het zou best kunnen, mijnheer Zagt, dat uit het organisatie ontwikkelplan blijkt dat formatie op de ene plek doorgeschoven kan worden naar formatie die voor dit project kan worden gebruikt. Dus dat is het enige wat er gevraagd wordt volgens mij. Of het zo is weet ik niet, maar het zou kunnen. Nou. Ja dit is nu eigenlijk precies wat ik vergeten ben om aan te geven. Kijk, en dat heb ik ook bij mijn algemene beschouwingen gezegd, om te kijken waar er wat weg kan om dat nou specifiek hierin onder te brengen. Dus ik ben blij met deze opmerking. Dank u. Was geen interruptie dus, maar. De voorzitter: Nee, maar goed. We zijn lief voor elkaar vanavond. De heer …: Steunbetuiging. De voorzitter: De heer Voigt.
De heer …: Het was toch een knuffelmotie? De heer Voigt: Nee hoor, het is een goede motie, want het is gewoon een heel goed project, het Appelboomproject. En dat moet niet stil komen te liggen. Iets anders kijken wij aan tegen de motie M-4-10, over het openbaar groen. Wij verschillen echt van mening met het CDA, dat het onderhoud van het openbaar groen er minder florissant uitziet. En dan doen ze er een plaatje bij, volgens mij is het gemaakt, ik weet niet eens waar, ja het kan best lang geleden zijn, dat het een oud plaatje is. Maar we hebben het allemaal gezien. Maar soms kom je dat tegen op plaatsen in de gemeente en dat kan natuurlijk niet anders. Het kan niet zo zijn dat alle straten in de gemeente er picobello uitzien en dat dit niet meer voorkomt. Er is natuurlijk een bepaalde planning van de buitendienst. Ze pakken straten per, of ze pakken het onderhoud per straat aan of per wijk. En dan kan het best zijn dat net in de andere straat of andere wijk het er zo uitziet. Maar die komen dan een twee maanden later aan
de beurt. En ik denk dat er ook niks mis mee is als inwoners die dit zien, dat ze thuis gewoon even de heggenschaar pakken en even een paar knipjes doen. Nou, dit is binnen een half uur weg als je. De voorzitter: Is dit een echte interruptie mijnheer Verbruggen? De heer Verbruggen: Nou, een verduidelijkende opmerking. De voorzitter: Oké. De heer Verbruggen: De foto is afgelopen zomer gemaakt. En toen heb ik heel erg getwijfeld ga ik nu naar die Fixiapp van de gemeente. Toen dacht ik, nou ze komen volgende week wel of die week daarop, dan ben ik een weekje op vakantie geweest toen was het nog niet gebeurd. Toen dacht ik na denk ik zes weken ik ga het toch maar doen. En de foto is gemaakt op het Noordereinde. Ik heb aangegeven tussen nummer 1 en nummer 101. En wat denk je? De volgende dag is de buitendienst er. Het hele traject is schoongemaakt. En dat vond ik fantastisch. De week, de dag erop kreeg ik een melding dat het al verholpen was. En toen dacht ik wel, ik denk is dit nu omdat ze mijn naam zien. Dat ze denken o jee een raadslid. Of is dit, echt nog, echt nog iets van o ja dat zijn we vergeten. Maar dat heb ik aangegeven, er wordt te veel op dit soort acties ingezet om brandjes te blussen. En dat moet, dat moeten we met deze motie zien te voorkomen.
De voorzitter: Maar u vond het wel fijn dat de buitendienst zo, het zo heeft opgepakt? De heer Verbruggen: Alle complimenten. De voorzitter: Kijk. De heer Verbruggen: Absoluut. De voorzitter: Kijk. De heer Voigt, gaat u verder. De heer Voigt: Nou mijnheer Verbruggen, het zou u gesierd hebben als u, toen u dit zag niet naar huis was gegaan om uw fototoestel te halen. Maar om de heggenschaar mee te nemen en dan met een paar knippen en een vuilniszak uiteraard, en met een paar knippen dit weg te halen. Dus. De heer Verbruggen: Mijnheer Voigt, al een paar jaar gebruik ik geen fototoestel meer, maar mijn telefoon kan ik ook foto’s mee maken. Dus die haal ik zo uit mijn korte broekzak. En een fotootje is zo gemaakt vanaf mijn fiets. En, hoe heet het, ik denk dat dat niet in een paar vuilniszakken gekund had hoor, van nummer 1, dat is van de stoplichten tot aan de snackbar. Dat gaat echt niet lukken. De voorzitter: Goed. Ik denk dat we dit punt wel voldoende hebben uitgediept. De heer Voigt: Alle gekheid op een stokje voorzitter. Wij vinden dat het onderhoud op zich goed gaat. En daarvoor is deze motie niet nodig, dus die zullen wij niet steunen. De voorzitter: Oké, dank u wel. En dan, mevrouw Vermeulen van de VVD. Mevrouw Vermeulen-Franssen: Ja nou dan ga ik maar gelijk ook verder op die motie M-4-10, over het openbaar groen.
Ja en of het komt of ik raadslid ben weet ik niet, maar bij ons voor de deur ziet het er prima uit. En dan kijk ik even mevrouw Hennis aan. En mevrouw Hennis, hoe is het bij u voor de deur? Nou, dat bedoel ik dus. Nee? Nee
wij, serieus. Als ik kijk bij ons op het dorp dan ziet het er goed uit. En natuurlijk kan het weleens beter. En ik ben het met mijnheer Voigt helemaal eens. Je kan als inwoner zelf ook even de heggenschaar pakken. Wij doen het regelmatig. En op het ogenblik ruimen wij blad van de gemeente, dus wat dat betreft hebben we er aardig wat werk aan. Maar daar gaat het nu niet om. Ja ik ga ook even in op de amendementen en de moties. Nou, uiteraard gaan we het amendement over de alternatieve dekking voor de begroting zoeken, voor die, de aanpassing van de forensen- en de toeristenbelasting. Wij zijn blij dat we met vijf fracties daar toch een invulling aan hebben kunnen geven. Het was moeilijk om op zo’n korte termijn dekking te vinden. En met dank aan de financiële afdeling die echt heel goed werk heeft gedaan hebben we dit toch voor elkaar gekregen. Dus ik ben daar blij mee en wij steunen dat uiteraard. Wij steunen ook motie M-4-1. Wij gaan niet akkoord met de motie M-4-3 over het parkeren op het Vuntusplein. Wij vinden een, allereerst een parkeergarage op die plek helemaal niet geschikt. Bovendien vinden wij dat het de gelden uit het Gebiedsakkoord wel beter bestemd kunnen worden. We hebben vorige week van de ondernemers gehoord, recreatieondernemers, dat ze vinden dat ze, dat er echt nog veel te weinig gedaan is. Dat zijn wij met ze eens.
Ik heb dat ook in de eerste termijn aan de orde gesteld. Dus wij vinden dat dat geld gewoon daar besteed moet worden waar het hoort en niet aan een parkeergarage. Wel zijn wij van mening dat er een oplossing moet komen, want het is een probleem. En ja, misschien door een weiland in de zomer in te zetten of in de winter met schaatsen. En dat je daarna gewoon weer aan de koeien kan laten, want het CDA ziet graag koeien in de wei, dus dan hebben we dat probleem ook gelijk opgelost. Dus wij zijn tegen deze motie. Dan motie M-4-5, die zullen wij niet steunen. Net als M-4-6, M-4-7 en M-4-8. En dan kom ik bij de motie voor de Appelboom, dat is M-4-9. Ik moet u zeggen, we hebben hier, nou op het amendement zouden wij sowieso tegen gestemd hebben. Nu het een motie is en een andere formulering kijken we er toch iets anders tegenaan. Dat neemt niet weg dat we er in de fractie echt wel over gesproken hebben en ook even geluisterd hebben naar wat de andere fracties daarover denken. En wat voor ons de doorslag heeft gegeven om voor te stemmen is gewoon het succes van het project. Het is een project dat echt voor de inwoners is. Dat heb ik in de eerste termijn ook al gezegd over de zorg of de, nou die komt nog die zorgcoördinator, dat weet u. Maar de dorpscoördinatoren en de ondernemersmanagers, echt een succes waarin we echt wat voor onze mensen kunnen betekenen.
Dus wij vinden dat we de motie voor de Appelboom moeten steunen. Niet zullen we steunen dus die voor het openbaar groen, maar dat heb ik al toegelicht. Dan heb ik nog één vraag aan de burgemeester, over de handhaving. In de eerste termijn heeft de burgemeester daar een antwoord op gegeven en eigenlijk, ik begrijp wat u gezegd heeft, maar ik vind dat ik niet echt van u een antwoord heb gekregen van wat gaat u er nou aan doen. Want kijk, als we met de huidige bezetting die achterstand in moeten lopen op handhaving, ja dan duurt dat wel heel erg lang. En ik zou graag willen weten of bij die € 620.000 voor overhead, die wij ter beschikking stellen, graag, dat heb ik u ook in eerste termijn gezegd, want wij vinden dat we echt de ambtelijke organisatie alle mogelijkheden moeten geven om de basis op orde te krijgen. Maar wat gaat u doen met de formatie van handhaving? Dat is mij uit uw antwoord nog niet duidelijk geworden. De voorzitter: Nou, binnen de afdeling Handhaving, of in Team Handhaving moet ik zeggen, daar is wel een her prioritering heeft plaatsgevonden. Dus er is wel een schifting gemaakt tussen waar we minder inzet op gaan plegen en wat meer inzet op gaan plegen. Dat heeft sowieso zich voorgedaan. En daarnaast, ja uitbreiding van de capaciteit op het gebied van handhaving zit niet in de middelen die nu zijn voorgesteld.
Dus we kunnen wel gaan kijken kan er wat geschoven worden en kan er vanuit een andere plek dan weer extra geld worden gevonden om daar wat meer in te steken, maar die voorziet er niet in. Ja. Mevrouw Vermeulen-Franssen: Voorzitter, en heeft u het dan over echt de, over de mensen in de buitendienst? Of heeft u het ook over de juridische ondersteuning? De voorzitter: Beiden.
Mevrouw Vermeulen-Franssen: Ik ga er graag nog een keer met u buiten deze vergadering over in gesprek. Want we hebben al eerder gezegd, het zit ons echt hoog. Wij vinden dat wanneer er zoveel zaken blijven liggen dat er sprake is van rechtsongelijkheid. En ja, wij vinden dat een ongewenste situatie. Dus ik ga er graag nog een keer met u over in gesprek. De voorzitter: U bent van harte welkom voor het gesprek. Ja. Ja? Oké, goed. De heer Poels, PvdA-GroenLinks. De heer Poels: Voorzitter, dank u wel. Een paar algemene opmerkingen en daarna zal ik ook op de moties en het amendement ingaan. Voorzitter, afgelopen maandag mochten, mevrouw Vermeulen en ik mochten bij Gooi TV zijn om te praten over de begroting die nu voorligt. En toen werd mij de vraag gesteld, vindt u het een inschattingsfout dat die toeristenbelastingen en die forensenbelasting zo ontzettend hoog is ingeschat? Ik zeg, ja dat vind ik een inschattingsfout, want als mensen dat uit de krant moeten lezen en verrast zijn dat dat erin staat en als we vervolgens twaalf insprekers krijgen, dan hebben we iets niet goed gedaan. Dan hebben we een inschattingsfout gemaakt. Dus dat was niet zo’n hele ingewikkelde antwoord voorzitter. Het materiele gevolg daarvan dat we ons als raad hebben verplicht zal ik maar zeggen om een gat te vinden, of een oplossing te vinden voor het ontstane gat.
En voorzitter, ik zeg u dat naar alle eerlijkheid, daar baal ik van. Ik baal van het feit dat er een inschattingsfout is gemaakt door het college. En dat we vervolgens als raad, en nogmaals ik heb dat geprobeerd loyaal aan mee te werken, dat binnen een week moeten oplossen. En daar baal ik nog het meeste van. En dat betekent, en de heer Verbruggen heeft dat ook goed aangegeven, dat je niet anders dan suboptimaal met een stofkam door die begroting heen kunt lopen en niet precies kunt zien wat dan de materiele gevolgen ervan zijn. Voel ik me daarvoor verantwoordelijk? Ja, voorzitter. Maar ik vind wel dat er iets achter ligt. En ik heb dat ook de vorige keer aangegeven, dat vind ik echt heel jammer dat wij als raad in die positie zijn gebracht. Dat had niet gehoeven als door een ander besluitvormingsproces hadden gehad. En in die zin heeft de heer Zagt natuurlijk gewoon gelijk. Je had meer tijd moeten hebben. We hebben het niet gehad, maar ik baal daar wel verschrikkelijk van. Ik wil u dat even aangeven. Voorzitter, maar we stemmen voor het amendement uiteraard. Toch zullen wij tegen de begroting stemmen, dat zal u ook niet verbazen. Er zit zoveel in die begroting die, ik heb dat ook genoemd de krakkemikkige begroting. Ik heb dat ook in de algemene beschouwingen aangegeven. Veel te weinig geld voor duurzaamheid. Ik kan nog een heleboel zo doorgaan.
We hebben dat de afgelopen jaren ook al aangegeven. En als de heer Boermans zegt ja maar we doen iets aan groene daken en ik geloof Actie Steenbreek, dat zijn niet de ambities voor duurzaamheid die wij ons daarbij hadden voorgesteld, voorzitter. Dus wij zijn voor het amendement, maar we zullen straks tegen de begroting stemmen. Ik wil u dat maar even aangeven, dat daar geen verrassing over is want wij blijven het een krakkemikkige begroting vinden. Voorzitter, wat ben ik blij met het feit dat duurzaamheid langzaam een onderwerp begint te worden hier aan deze tafel. Zelfs de collega’s van DorpsBelangen, en daar ben ik erg blij mee, dat mag u wel weten. Ik hoop ook de komende periode dat het zich gaat vertalen in, ja ik zou bijna zeggen gedrag wat daarbij hoort. Want gedrag betekent over het algemeen, ja of er ook budgetten of initiatieven mogelijk zijn die daaraan kunnen ondersteunen. Maar wat ben ik daar blij mee dat langzaam dat zo ontstaat. En ik even, moet dat apart op de agenda? Dat was een beetje het voorstel geloof ik van de heer Voigt. Volgens mij hoeft dat niet, want in de raadsvoorstellen moet bij elk voorstel, en dat gebeurt ook heel keurig vind ik, moet aangegeven worden wat de duurzaamheidsaspecten zijn van die betreffende onderwerpen. Dus voor mij betreft zou dat niet apart op de commissievergadering hoeven, want we doen het al in de raadsvoorstellen.
De heer Voigt: Voorzitter. De voorzitter: De heer Voigt heeft een interruptie. De heer Voigt: Daar heeft de heer Poels gelijk in. Je zou er dan wel veel meer gebruik van moeten maken. Maar waar het ons om gaat dat je juist de grote dingen die spelen, ook in onze gemeente, dat je die in de commissie
kunt bespreken. En dat je dat bij zo’n vast agendapunt eerder doet dan dat je braaf gaat zitten wachten tot het college ergens meekomt. Want dat is gebleken de afgelopen periode, dat is bijna nooit. Dus wij pleiten er toch voor om het wel als vast agendapunt op de agenda te zetten, dat triggert ons meer om er aandacht voor te hebben. En we zouden het zelf een brevet van onvermogen geven als we bij dat agendapunt vervolgens allemaal onze mond houden. Dus we moeten dan ook. Dat zou u moeten aanspreken mijnheer Poels, zeker. De voorzitter: Mijnheer Poels. De heer Poels: Ja voorzitter, dat raakt ook aan de opdracht van de adviescommissie Duurzaamheid. Ik zal daar vandaag niet verder op ingaan, want dat staat niet op de agenda. Maar dat, die adviesgroep, waar ik dan zelf voorzitter van mag zijn, had juist als doelstelling om duurzaamheid in brede zin onder de aandacht te brengen. Hebben we ook een voorstel voor gemaakt om de komende periode drie beeldvormende sessies om alles eens goed met mekaar door te akkeren. Laten we even goed kijken wat voor initiatieven er allemaal zijn voordat we hier een besluit over nemen. Maar ik begrijp de ambitie van de DorpsBelangen natuurlijk helemaal. Maar nogmaals, fijn dat het langzaam op de agenda begint te komen. Voorzitter, ik kan het toch niet laten om iets te zeggen over de toekomst van Wijdemeren.
De heer Verbruggen zegt het, we mogen niet zeggen de organisatie gaat door de hoeven. Voorzitter, dat moet je natuurlijk gewoon kunnen zeggen als het wel zo is. Het gaat niet dat ambtenaren door de hoeven gaan als er één partij is die respect heeft voor de ambtenaren, volgens mij heel veel, maar dan zijn wij dat. Daar gaat het niet om. Het gaat erom dat een organisatie die heeft een bepaalde spankracht omdat er ambities zijn die waar moeten worden gemaakt door een aantal medewerkers. En als die ambities en die medewerkers niet met mekaar corresponderen dan gaat een organisatie door zijn hoeven. Dat heeft niks met de kwaliteit of met de inzet van ambtenaren te maken. Dan is er een disbalans. Voorzitter, die disbalans is er al zeven jaar in deze organisatie. Hoe vaak hebben we vandaag alweer gehoord van allerlei partijen hieraan tafel, dat kon niet, en dat kon niet en dat kon niet. En we moeten dat afschalen, noem het allemaal maar op. Dus ik blijf dat maar even herhalen, dat dat een punt is waar we kritisch naar moeten durven kijken. Het gaat niet om de kwaliteit van de ambtenaren. Het gaat om ambities, Deloitte heeft dat destijds ook gezegd, versus de ambtelijke inzet die je daarvoor nodig hebt. En dat zegt niks over de kwaliteit van de ambtenaren. De heer Verbruggen: Voorzitter. De voorzitter: Excuses, mijnheer Verbruggen.
De heer Verbruggen: Ja een vraag aan de heer Poels, van heeft u dan geen vertrouwen in de Verandermanager die gaat komen om de organisatie eens goed, naar aanleiding van het Rapport Necker van Naem, om daar eens goed naar te kijken. En ik denk dat er echt een hele goede verbeterslag te maken valt. En ik denk, een gemeente van deze omvang die moet toch gewoon op hun eigen benen kunnen staan? De heer …: Voorzitter. De voorzitter: De interim gemeentesecretaris. De heer Verbruggen: Ja, helder. Heb ik vertrouwen in die Verandermanager? Zeker. Ik heb zelf mogen meewerken aan dat amendement waarin we dat voorgesteld hebben. Maar mijn inzet voor de Verandermanager, en ik heb dat ook aangegeven volgens mij in de debatten, is dat hij deze organisatie klaarmaakt om over te dragen. En dat is net het verschil, de heer Verbruggen. Je moet een organisatie overdragen in kracht en je moet hem niet overdragen op het moment dat die, sorry dat ik het woord nog één keer noem, dat die door de hoeven is gezakt. Dus zeker, ja
laatste keer. Ja maar het gaat dus nogmaals, het gaat om wat voor een opdracht geef je die, breng de organisatie op orde en draag hem vervolgens, draag hem over aan een andere partij. De heer Verbruggen: Een korte toevoeging nog. De voorzitter: Zeker. De heer Verbruggen: Kijk, we kunnen er allemaal grappen over maken, maar ik ben er echt serieus in. We moeten niet meer negatief naar buiten komen. En dat wil ik ook meegeven aan de heer Poels. De voorzitter: Mijnheer Poels. De heer Poels: Voorzitter, ik heb daar niks aan toe te voegen. Ik maak me al zeven jaar zorgen over deze organisatie. Dit is geen nieuw dossier. Dit is een dossier wat al heel lang hier geldt. Voorzitter, dit was het wat ons betreft, de algemene beschouwingen. Ik ga even met u de algemene beschouwingen zal ik maar zeggen, ik ga even met u de amendementen langs. Nou over A-1, A-4-1, heb ik voldoende gezegd. Die zullen we uiteraard zullen we die ondersteunen met dat vervelende gevoel wat ik daarbij in mijn achterhoofd heb, maar, wat we als fractie hebben, maar dat is dan maar zo. Voorzitter, motie 4-1 zijn we medeondertekenaar. Dat is duidelijk. Dan gaan we naar 4-3. Dat valt me nou een beetje tegen moet ik zeggen van D66, om een parkeergarage in Loosdrecht te wensen. Wij moeten denk ik leren denken in andere concepten dan de heilige koe. U noemde de koe, maar we moeten af van de heilige koe.
Wij moeten nadenken in termen van mobiliteit. Inderdaad, een busje wat daar over de ‘…’ rijdt, met in achthouding. We moeten geen parkeergarage in dat prachtige dorp zien te krijgen. We moeten denken in andere termen. En ik ben daar dus, al hadden we het geld er wel voor gehad mijnheer Roosenschoon, dan was ik er nog tegen geweest, want we moeten niet meer in dat soort termen denken. Dat hoeft volgens mij ook niet. Dus daar zijn wij tegen. Voorzitter, de moties M-4-5 tot en met M-4-8, die zullen wij allemaal ondersteunen, omdat wij ook vinden dat het risico’s zijn die gewoon genoemd moeten worden en gecalculeerd moeten worden. Maar dat zal u niet verbazen. Dus die zullen wij allemaal ondersteunen. Motie 4-9 over de Appelboom ondersteunen wij ook. Een hoog knuffelgehalte. En wat dan nog, denk ik dan maar. Een knuffelboom, om maar een flauwe woordspeling te maken. En motie 4-10 over het openbaar groen zullen wij niet ondersteunen. Ik, het ging over hoe ziet het openbaar groen bij u er voor uit. Fantastisch dames en heren. Lekker wild, lekker lang en daar hou ik enorm van. Goed voor de insecten, voorzitter. Heel veel bladeren waar heel veel natuur onderdoor gaat. Dames en heren, geen bladblazer gebruiken om uw bladeren, ja mag ik dat nog even aangeven. Geen bladblazer gebruiken om uw bladeren weg te halen, want er zit heel veel ontwikkeling onder die bladeren.
Doe dat dus alsjeblieft niet. Wat? Op het trottoir ook niet. Gewoon rustig met een bezem opvegen en dan is het helemaal goed. Ja, ja. Ja dat is goed … De voorzitter: U brengt heel wat teweeg hè nu mijnheer Poels, heel wat teweegbrengt dit. De heer Poels: Ja sorry, maar in ieder geval motie 4-10, voorzitter, zullen wij niet ondersteunen, want wij denken dat het onderhoud op ordentelijk niveau is en wij houden wel van een beetje wild. Dus vandaar dat wij die motie niet zullen ondersteunen. En dat was ook de bijdrage in deze termijn, dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. En dan, mijnheer Roosenschoon. Het woord is aan u. Van D66. De heer Roosenschoon: Uiteraard is haast alles al gezegd. En dat is altijd een beetje lastig als je toch als laatste bent. Ik wil eigenlijk aanhaken bij wat de heer Verbruggen zei. Dat we moeten afzien van negatieve ‘…’. En ik wil het eigenlijk omdraaien. We moeten uitgaan nu van een positieve instelling voor de toekomst van deze gemeente.
Niet alleen om die klaar te stomen voor overdracht aan een derde partij, in dit geval gemeente, maar om zoveel mogelijk onze doelstellingen en onze gemeente tot hun recht laten komen. Ik denk dat we er hier met zijn allen daarvoor, dat we ons daarvoor inzetten. Dat het ambtelijke apparaat zich daar ook voor inzet. En dat we gezamenlijk tot echt een goed product kunnen komen en het product is in dit geval de gemeente Wijdemeren als zodanig met alle uitstraling die daarbij hoort. Mevrouw Vermeulen-Franssen: Voorzitter, bij interruptie. De voorzitter: Excuus, ja. Mevrouw Vermeulen-Franssen: Ja ik wil daar toch even op ingaan. Kijk, het feit dat wij hier als raad vanavond € 620.000 extra beschikbaar stellen aan formatie geeft toch wel aan dat wij vertrouwen hebben en dat wij de ambtelijke organisatie alle mogelijkheden geven om er wat moois van te maken. Maar dat neemt nog niet weg dat je ook mag aangeven hoe de situatie werkelijk is. En dan wil ik niet al te lang erop ingaan verder, maar als je kijkt naar het Rapport Necker van Naem, die geeft toch ook duidelijk aan dat er wat moet gebeuren. En doordat we nu deze begroting zo vaststellen met die € 620.000 stralen wij veel positiviteit uit. En ik denk dat u dat ook even mee moet nemen. De voorzitter: Mijnheer Roosenschoon. De heer Roosenschoon: Ik ben het helemaal met u eens mevrouw Vermeulen.
Maar als we het hebben over het positivisme en een positieve instelling voor de toekomst, uiteraard is dat ook gebaseerd op dat rapport en de conclusies daarvan. En ook dat de manier waarop we dat de komende tijd gaan uitwerken. Dus dat, wat dat betreft zitten we volledig op één lijn. Dus dat is geen enkel probleem. De heer Poels: Voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Poels. De heer Poels: Mag ik toch interrumperen. Maar dan toch op weg naar 2028 neem ik aan, mijnheer Roosenschoon? De heer Roosenschoon: Voorzitter, ik geloof dat dat al behoorlijk beantwoord is. U weet ook dat de heer Boermans daar in de eerste jaren heel hard aan gewerkt heeft en onze gemeente ook. En niet alleen wij, maar ook andere gemeentes in de regio. We weten ook dat daar ook van overheidswege andere keuzes zijn gemaakt. En als laatste, u weet ook dat wij als kleine gemeente Wijdemeren het niet voor het zeggen hebben in de regio. We kunnen wel aandringen op een hele grote mate van democratisering van de regio. Daar kunnen we allerlei toekomstbeelden van hebben. Maar dat betekent niet dat wij als één gemeente onze wil en onze taken kunnen opleggen aan de hele regio. Dat zult u toch met mij eens zijn? De voorzitter: Mijnheer Poels. De heer Poels: Zeker. Maar het staat in het bestuursakkoord van uw, waar u zelf ook aan verbonden bent, dat betekent dat u dat onderdeel van het bestuursakkoord doorstreept.
Begrijp ik dat goed. De heer Roosenschoon: Nee, het blijft nog steeds een doelstelling. Maar je moet toch ook, mijnheer Poels, een zekere mate van realisme hebben. En op dit ogenblik is het nou eenmaal zo dat wij dat niet verder kunnen waarmaken op dit ogenblik, in dit kader en met deze bestuursvorm.
De heer Poels: Nou, laatste keer. Maar het is nog steeds uw ambitie om in 2028 deze gemeente over te dragen aan een groter geheel. De heer Roosenschoon: Ik wil het woord 2028 hier eventjes niet benoemen, dat was op het moment van het bestuursakkoord de doelstelling. Inmiddels is dat wel enigszins achterhaald door de gebeurtenissen en door de omgeving. Einddoelstelling blijft nog steeds staan. Datum? Dat kunnen we ons moeilijk op vastleggen. Dan wil ik verder doorgaan op de moties en het amendement. Ja het spreekt vanzelf dat wij bijzonder blij zijn dat het amendement zodanig tot stand is gekomen. Dat daarmee de toch onbegrijpelijk eigenlijk, het onbegrijpelijke voorstel van die verhoging van toeristenbelasting en forensenbelasting van de kaart is. Dat betekent wel dat we daar toch ook wel problemen mee hebben gehad. Want ten eerste is het contact en het vertrouwen toch enigszins geschaad tussen de ondernemers en de gemeente. En wat dat betreft is de motie M-4-1 uiteraard van het grootste belang, want het gaat erom juist om dat vertrouwen te herstellen. En dan verder te gaan in toch een soort van partnerschap tussen de recreatieondernemers en deze gemeente. Want, laten we zeggen, Wijdemeren, en zeker Loosdrecht, zonder recreatieondernemers heeft geen bestaansrecht. Dus dat vertrouwensherstel is echt van heel groot belang.
Ik ga toch eventjes in, hoewel ik eigenlijk alleen maar kritiek heb gehoord daarover, op motie M-4-3. Waar komt die vandaan? Bij het starten van het project van de Porseleinhaven waren de beiden gebouwen onderkelderd met parkeergarages. Die parkeergarages zijn, daar zijn wegbezuinigd. Dat betekent niet dat daarmee het probleem van het parkeren wordt wegbezuinigd. In tegendeel. Want we hebben nu te maken met één blok wat gebouwd is zonder parkeergarage. En dat kan nog net. Het is krap, maar dat kan nog net. Wild parkeren komt daar veel voor zoals u weet. Het andere blok is nog niet gedaan. Dus dan heb je eigenlijk twee, als je wilt kijken op welke manier en of je het parkeerprobleem kunt verhelpen in het centrum van Loosdrecht, waar veelal wordt geparkeerd op de stoep, op plaatsen waar het niet hoort met allerlei onveilige situaties die daarbij horen. Je kunt natuurlijk, sorry mijnheer Poels, maar dat is weer een klein beetje struisvogelpolitiek, denken aan wat is de ideale situatie. Openbaar vervoer, per fiets komen, allemaal met u eens. Maar het feit bestaat nu eenmaal dat men, en een groot gedeelte van de bezoekers van ons dorp, met de auto naar het dorp komen. En dat zorgt nou eenmaal voor overlast. Ik ben het met u eens ook, met de anderen, dat dat uiteraard hoofdzakelijk een probleem is in het seizoen, maar ook in sommige andere tijden. Het is nooit leeg in dat dorp.
En een parkeerplaats, een parkeergarage, is geen overbodige luxe. Als dat was voorzien in het kader van de Porseleinhaven had het probleem waarschijnlijk niet eens bestaan. Dan hadden we ruimte genoeg gehad om daar voorzieningen voor te treffen, zowel voor de bewoners als voor de gebruikers en bezoekers van het centrum. Dus eigenlijk zie ik wat dat betreft als je dat probleem wil oplossen, maar twee locaties waar dat mogelijk zijn. En dat is of het nog niet gebouwde gedeelte van de Porseleinhaven, of de enige andere locatie, en dat is het Vuntusplein die daar groot genoeg voor is. Dan hoor ik het woord parkeergarage noemen. Inderdaad, ik heb het ook benoemd in die motie. Voor mij ging het over een half verlaagd en een half verhoogd parkeerdek, zodat je in feite met zo’n gebouw niet boven de anderhalve meter hooguit uitkomt boven de stoep op dit ogenblik. Het is dus geen gigantisch gebouw, geen gigantische barrière die je voor je neus krijgt. Daar kan iedereen anders over denken uiteraard, maar het is wel een oplossing voor een probleem wat, waar mensen ter plaatse in dat Loosdrecht nog veelvuldig mee te maken krijgen. Ja ik kan, ik wil toch aan de collega’s vragen om hier nog eens nader naar te kijken, nog over te denken. Wat ik heb gezegd, ik ga niet, we gaan, deze motie stelt niet voor om dit te gaan bouwen.
Het stelt voor om te kijken en in gesprek te gaan met de stuurgroep Oostelijke Vechtplassen. Er is één project gecanceld. Er zijn twaalf alternatieve projecten, een lijstje, die voorgesteld worden. Ons verzoek is in feite om dit toe te voegen als een dertiende project en hier terdege naar te kijken of dit past in het kader en ook wenselijk en mogelijk is. Verder gaat deze motie niet. Het gaat erom. De voorzitter: Er is.
De heer Roosenschoon: Sorry? De voorzitter: Maak uw zin maar even af. Ja. De heer Roosenschoon: Ja, oké. Het gaat erom om te kijken wat kunnen we doen en of we iets kunnen bereiken. De voorzitter: Ja. Er is een interruptie van de heer Zagt. De heer Zagt: Nog even graag een toelichting mijnheer Roosenschoon. U heeft het in uw motie, u verkleint het nu wat en ik neem aan niet voor speelgoedautootjes. Want u heeft het in uw motie over meerdere parkeerlagen. Dat is al gauw. De heer Roosenschoon: Ja. Twee is meer dan één ja. De heer Zagt: Ja, dus dat betekent ‘…’ naar beneden in uw ogen. De heer Roosenschoon: Ik heb u gezegd een halve laag naar beneden en een halve laag naar boven. De heer Zagt: Ja dat is één parkeerlaag. De heer Roosenschoon: Dat zijn één laag half onder en één laag half boven. Dat zijn twee parkeerlagen mijnheer Zagt. Mevrouw Wijnen: Mag ik ook even iets, mag ik ook nog een klein vraagje stellen aan mijnheer Roosenschoon? Mijnheer Roosenschoon, weet u wat dat kost om dat te maken? Zoiets? Want dat is heel erg duur. De heer Roosenschoon: Ja. Uiteraard is zoiets niet goedkoop. Ik ben niet op dit ogenblik uiteraard in staat om te zeggen hoeveel het is. Het zal zonder twijfel een aardige cent kosten, maar dat betekent niet dat je niet moet kijken of het überhaupt haalbaar en mogelijk is. Mevrouw Wijnen: Maar waarom denkt u dat de projectontwikkelaars.
De voorzitter: Mevrouw Wijnen, ja. Mevrouw Wijnen: Ja sorry. Voorzitter. Waarom denkt u dat het in de Porseleinhaven mislukt is, waar het gecombineerd had kunnen worden met dure woningbouw? De heer Roosenschoon: Als ik daarop mag reageren voorzitter? De voorzitter: Uiteraard. De heer Roosenschoon: Op het moment dat die parkeergarage was wegbezuinigd uit het project van de Porseleinhaven was de woningmarkt totaal anders dan die nu is. De voorzitter: Gaat u verder mijnheer Roosenschoon. De heer Roosenschoon: Nou ik wil hier niet, aan deze motie geen, niet veel meer aandacht aan besteden dan dat ik nu gedaan heb. Ik geloof dat de positie en het voorstel wat dat betreft duidelijk zijn. Dan hebben we het over de moties 4-5 tot 4-8. Die zullen wij niet steunen. De motie 4-9, de Appelboom, zullen wij steunen. Ten eerste, het
succes van de Appelboom is duidelijk. Het is ook een essentieel onderdeel van het dorpenbeleid en dat willen we eerder intensiveren dan afzwakken. Dus de motie Appelboom zullen wij bijzonder ruimhartig steunen. Dat geldt ook voor motie 4-10. Niet zozeer vanwege de argumenten die gebruikt zijn, noch vanwege de foto van de heer Verbruggen. En ik zal ook niet zeggen dat de laatste jaren het openbaar groen het steeds minder florissant uitziet. Het is wel zo dat openbaar groen van essentieel belang is voor je ruimtelijke kwaliteit en je ruimtelijk beeld van de gemeente. Om daarom motie 4-10 niet te ondersteunen, dat vind ik een verkeer signaal. Ons signaal moet zijn, dat juist het openbaar groen en de openbare ruimte zoveel mogelijk kwaliteit verdient. En daarom zullen wij motie 410 dan ook steunen. Tot zover voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk rond. Is er behoefte aan nadere beraadslaging hierover? Nee. Dan stel ik voor om over te gaan tot stemming. Wij zullen eerst stemmen over het amendement, er is maar één. En daarna over de begroting en daarna de moties. Mevrouw Zandbergen, u heeft een vraag? Mevrouw Zandbergen-Hanewald: Ja ik denk dat het wel handig is om dat voor de stemming te doen, maar het amendement klopt niet. Als we dit gaan stemmen, dan stellen we de begroting niet vast.
Er staat namelijk het hele besluit willen jullie vervangen door alleen onderdelen G en H. Dus jullie hebben niet meegenomen de andere onderdelen. Dus ik denk, ik zal u hem voorgeven. Dus, of anders zaten we hier zo dadelijk dat we de begroting niet hebben vastgesteld. De voorzitter: Ik kijk even naar de griffier, want die kan het beste duidelijkheid hierover verschaffen. Mevrouw Zandbergen-Hanewald: Wat zegt u? De voorzitter: Mevrouw, ja ik zal het herhalen. De griffier heeft gezegd dat mevrouw Zandbergen gelijk heeft. Dus het is aan de indieners of zij nog een correctie hierop willen laten plaatsvinden, of. De heer Verbruggen: Zeker. Ja u kijkt mij aan, maar misschien ook de anderen. Maar zeker willen wij de correctie aanbrengen, maar dan moet u even schorsen. De voorzitter: Ja, ik denk. De heer Verbruggen: Jammer dat dat nu komt. Maar goed, dat zal wel een spelletje zijn. De voorzitter: Vijf minuten? Heeft u genoeg aan vijf minuten? Tien minuten. De griffier vraagt om tien minuten. Mevrouw Zandbergen-Hanewald: Voorzitter, ik vind dit echt een hele vervelende insinuatie van mijnheer Verbruggen. U heeft hier een vijf, met vijf partijen naar gekeken. En nou brengt u daar een hele ongemakkelijke rebound richting mij. Vind ik niet prettig. Dat wilde ik even. De heer Verbruggen: We hebben er met zes partijen naar gekeken. En eentje deed er niet mee.
Mevrouw Zandbergen-Hanewald: Ja, maar gaat u maar schorsen, want het is één zinnetje. De voorzitter: Goed. De griffier heeft. Mijnheer Voigt, wilde u nog iets bijdragen hieraan? De heer Voigt: Nou, ik wilde alleen zeggen, misschien, zonder te schorsen, zou het misschien mondeling kunnen door te zeggen dat we de punten G en H wijzigen in. En dan blijft de rest gewoon intact.
De voorzitter: Ik denk dat de griffier hecht aan een schorsing, zodat zij wat meer kunnen overleggen over de formulering. De heer Voigt: Goed. Oké. De voorzitter: Ja? Dus dan stel ik voor om, nou vijf minuten te schorsen denk ik toch. Ja? Schorsing De voorzitter: Goed. Dames en heren, ik verzoek u om weer plaats te nemen. Dames en heren? Mijnheer Torsing, wilt u plaats gaan nemen? En de mensen op de publieke tribune ook. Dan kunnen wij de vergadering hervatten. Ja. Goed. Is iedereen zover? Ja. Even kijken of iedereen er ook is. Klopt dat? Mijnheer Duikersloot, bent u er? Ja, oké. Ja ik zie u niet achter de pilaar. En ik mijnheer Goetheer ook niet, maar daar kom ik zo meteen op. Er is een schorsing aangevraagd. Mijnheer Verbruggen. Ja. De heer Verbruggen: Ja inderdaad, dan als ik hem aanvraag mag ik ook weer als eerste het woord. Maar bij dezen inderdaad, het amendement is aangepast zoals mevrouw Zandbergen heeft aanbevolen. Dank daarvoor. De voorzitter: Ja. En dat betekent dus voor de luisteraars dat de besluiten 1 tot, nou ja A tot en met H, dat die in stand zijn gebleven en dat de onderdelen G en H zijn vervangen door. En dan een nieuwe tekst. Goed. Mijnheer Van Balen, zei u iets? Nee? Als het goed is moet die erop staan ja. Ja. Goed. Dan stel ik voor dat we overgaan tot stemming. Zoals ik zojuist aangaf, ik zie mijnheer Goetheer niet en mijnheer Duikersloot niet.
Dus dat betekent dat de griffier mij gaat helpen bij de stemming. Dus dat u niet denkt van goh wat gebeurt er nou, maar we doen het een beetje met zijn tweeën nu zodat we dan iedereen kunnen zien. Dus heb even geduld met de handjes omhoog. Goed. We brengen eerst het amendement in stemming. Daarna de begroting. En daarna de moties. Ik breng zo meteen A, of ik breng nu zo meteen A-4-1 in stemming. Is er behoefte aan een stemverklaring? Ja, mijnheer Zagt. De heer Zagt: Voorzitter, de stemverklaring komt, want het is mij niet duidelijk of daarna ook nog het raadsvoorstel in stemming komt. Maar als dat zo is. De voorzitter: Zeker. De heer Zagt: Dank u wel. De stemverklaring geldt voor het amendement en het raadsvoorstel als dat mag, dan hoef ik het maar één keer uit te spreken. Oké. Dit amendement, dan wel het raadsvoorstel, voorziet niet in de zo broodnodige, structurele ombuiging. Het is pappen en nathouden en schuiven met potjes. En bovendien heeft dit amendement gevolgen voor het weerstandsvermogen. De heer Verbruggen: Dit is geen stemverklaring. De heer Zagt: En de ratio weerstandscapaciteit die niet in het besluit verwerkt zijn. De voorzitter: Dat was hem toch, mijnheer Zagt? Ja, prima. Goed. Verder nog behoefte aan een stemverklaring? Nee. Wie is voor het amendement? De fractie van de VVD. Fractie van GroenLinks-Partij van de Arbeid. De fractie van het CDA.
Fractie DorpsBelangen. En fractie D66. En dat betekent dat het amendement is aangenomen. Dan zullen we stemmen over het gewijzigde raadsvoorstel. Nou, daar was dus al reeds een stemverklaring gegeven door De Lokale Partij. Is er verder behoefte aan een stemverklaring? De heer Poels.
De heer Poels: Voorzitter, wij zullen tegen de begroting 2022 stemmen hebben we al aangegeven. A, omdat we het een krakkemikkige begroting vinden. En B, omdat er veel te weinig middelen voor duurzaamheid in zitten. Dank u wel. De voorzitter: Verder behoefte aan een stemverklaring? Nee. Wie is voor het geamendeerde raadsvoorstel? Dat zijn de fracties van de VVD, van het CDA, van DorpsBelangen en van D66. En hiermee is de begroting aangenomen. Gefeliciteerd wethouder Financiën, mijnheer Kea. Goed. Dan zullen we gaan stemmen over de moties. We beginnen bij motie 4-1. Is er behoefte aan, nee gaat het niet goed mijnheer ‘…’? Ja. Kijk. Motie 4-1. Is er behoefte aan een stemverklaring? Nee. Wie is voor motie 4-1? Dat, ja oké. Volgens mij is dat unaniem dan, als ik zo kijk. Ja. En hiermee is hij aangenomen. Motie 4-3. Is er behoefte aan een stemverklaring? Nee. Motie 4-3. Wie voor motie 4-3? Dat is de fractie van D66. En daarmee is motie 4-3 verworpen. Motie 4-5. Is er behoefte aan een stemverklaring? Nee. Wie is voor motie 4-5? Dat zijn denk, ja de fracties van De Lokale Partij, PvdA-GroenLinks. En hiermee is motie 4-5 verworpen. Motie 4-6. Is er behoefte aan een stemverklaring? Nee. Wie is voor motie 4-6? Dat zijn de fracties van De Lokale Partij en PvdA-GroenLinks. En hiermee is motie 4-6 verworpen. Motie 4-7. Is er behoefte aan een stemverklaring? Nee.
Wie is voor motie 4-7? Dat, ja mijnheer Goetheer ook? Ja, dat zijn de fracties van De Lokale Partij en PvdA-GroenLinks. En hiermee is motie 4-7 verworpen. Motie 4-8. Is er behoefte aan een stemverklaring? Nee. Wie is voor motie 4-8? Dat zijn de fracties van De Lokale Partij en PvdA-GroenLinks. Hiermee is de motie verworpen. Dan hebben we motie 4-9. Is er behoefte aan een stemverklaring? Nee. Ja? De heer Zagt. De heer Zagt: Ja voorzitter, de stemverklaring is. Ja, nee ik wil, het is een vrije kwestie in de fractie DorpsBelangen. In de fractie van De Lokale. Ja, je leert het niet af hè. Laat ik even vooraf zeggen dat ik vrij vind voor de fractie hoe te stemmen, maar de stemverklaring van mij dan luidt van ik vind, ik stem tegen deze motie. Ik vind het niet passend, gelet op de opdracht die er ligt, voor de organisatieontwikkeling. De voorzitter: Oké. Is er verder behoefte aan een stemverklaring? Nee. Oké. Wie is voor deze motie? Mevrouw Zandbergen alleen van De Lokale Partij? Klopt dat? Ja. En dan de fractie van de VVD. Fractie PvdA-GroenLinks. Fractie van het CDA. Fractie van D66. En fractie van DorpsBelangen. En hiermee is die motie aangenomen. Dan hebben we motie 4-10. Is er behoefte aan een stemverklaring? Mijnheer Zagt, staat uw microfoon nog aan van de vorige keer? Ja, oké. Dank u wel. Nou, wie is voor motie 4-10? Dat zijn de fractie van het CDA en de fractie van D66.
En hiermee is die motie verworpen. 5.
Sluiting
De voorzitter: Dan zijn we aan het einde gekomen van onze bijzondere raadsvergadering. Ik wil u hartelijk danken voor al uw inzet. Het was een lange vergadering, maar ik denk ook wel een goede vergadering. We zijn netjes op tijd klaar. Ik wens u, er is geen borrel. In verband met de corona hebben we toch geen borrel gedaan. Dat is toch jammer. Maar goed, ik wens u nog een hele fijne avond en we zien elkaar alweer volgende week. Dus ja, tot dan.