CConstaterende datWijdemeren
Koppel je AI →
Document · PDF

Printversie transcript

gemeenteraad 11 november 2021, gemeente WijdemerenBij agendapunt: Opening39.612 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Maar volgens sommige deskundigen is de decentralisatie van de jeugdzorg mislukt. Vraag aan onze wethouder, kunnen we een evaluatie van de uitvoering van de jeugdwet in de regio en in onze gemeenten tegemoet zien? Voorzitter, wij zijn tenslotte trots op het minimabeleid van onze gemeente en op het beleid ten aanzien van bijzondere bijstand en we zijn eveneens bijzonder trots op onze verenigingen en op de vele vrijwilligers die dagelijks bezig zijn met mooie en nuttige dingen. Duurzaamheid, voorzitter, thema vijf. Voorzitter, iedereen in Nederland en Wijdemeren heeft recht op zijn eigen mening over het klimaat in deze wereld. Ook de klimaatontkenners en klimaatsceptici hij die van mening zijn dat het allemaal wel meevalt en dat al die milieumaatregelen misschien helemaal niet nodig zijn. We hebben als fractie PvdA/GroenLinks geen glazen bol nodig om te zien dat als gevolg van de opwarming van onze aarde, de zomers heter worden en droger, de winters minder koud, de regenbui steeds heftiger worden en dat het aantal overstromingen derhalve toeneemt. Zie de beelden uit Limburg uit juli van dit jaar. De biodiversiteit waaronder het aantal insecten neemt schrikbarend af. Wij maken ons grote zorgen en wij niet alleen. De klimaatmars van 6 november 2021 trok duizenden ongeruste demonstranten in Nederland en in het buitenland.

Er is veel geld nodig om maatregelen te nemen die nu al nodig zijn, met name vanwege de energietransitie en de klimaatadaptie. Het kwartje is, met wat druk vanwege de rechterlijke Urgenda uitspraak nu ook gevallen bij de rijksoverheid die 6.000.000.000 euro extra uittrekt voor duurzaamheid. Er is een Wijdemeerse duurzaamheidsagenda met mooie ambities maar onvoldoende ambtelijke capaciteit om het huidige beleid te evalueren en nieuw duurzaamheidsbeleid te formuleren. Er zijn al helemaal geen financiële middelen om die plannen waar te maken. Dit beeld zien we ook terug in de begroting 2022. Geen extra investeringen op dit terrein. Wij voelen een enorme onmacht bij het gebrek aan budget voor duurzaamheid

terwijl er zoveel geld nodig is om onze aardbol levend te houden. Thema zes, voorzitter, financiën. Voorzitter, wat een krakkemikkige begroting 2022 is dit. We worden gered door de septembercirculaire. Nu weten we ook waarom het college deze alsnog wilde verwerken. Wederom 1 miljoen extra voor versterking van de organisatie en lijstjes met ombuigingen, vroeger noemden we dat bezuinigingen, van acht ton met een hoog kaasschaafgehalte. Het college durft geen keuzes te maken en als klap op de vuurpijl wordt de boel sluitend gemaakt met ruim acht ton aan extra baten uit toeristen- en forensenbelasting. De commotie die dit laatste heeft veroorzaakt was groot en terecht. Als raad hebben we alternatieve voorstellen ontwikkeld om die stijging ongedaan te maken en het amendement wat straks wordt ingediend, daar hebben we aan mee mogen werken. De algemene reserve van Wijdemeren is, zoals wij al weten, al jaren gevaarlijk laag. Krakkemikkig is deze begroting ook voor wat we willen gaan presteren. Kerngetallen en prestatie indicatoren zijn nauwelijks te vinden, zoals ook onze rekenkamercommissie terecht heeft geconstateerd. Waar sturen we eigenlijk op als raad? Het college presenteert dit als een stabiele begroting met een meerjarig positief resultaat, je moet maar durven. De financiële positie van Wijdemeren blijft onverkort kwetsbaar, daar verandert deze begroting helemaal niets aan.

Integendeel. Wij hopen dat de provincie als toezichthouder hier ook kritisch naar durft te kijken. Ten slotte, voorzitter, thema zeven, de toekomst. Voorzitter, een gemeente moet haar inwoners een goede en betaalbare dienstverlening kunnen bieden. Helaas is dat in de gemeente Wijdemeren niet het geval. Onze lokale lasten behoren tot de hoogste van Nederland. De werkvoorraden op sommige afdelingen zijn hoog en we ontvangen regelmatig klachten over de dienstverlening van onze inwoners. We houden de gemeente draaiend met heel veel en hele kostbare externe inhuur en in een recent rapport van ‘…’ blijkt dat onze basis nog steeds niet op orde is en dat we flink moeten investeren in onze ambtelijke organisatie. Dat is geen recente constatering, voorzitter, maar een constatering die in 2014 door Deloitte werd gedaan en daarna in diverse rapporten is herbevestigd. We zijn ondertussen zeven jaar verder. Wij doen hiermee onze inwoners tekort, die verdienen beter, en zo lang de meerderheid van de raad vindt dat de gemeente Wijdemeren zelfstandig kan blijven, houden we dit in stand. U kent onze mening, investeren in Wijdemeren en draag die zo snel mogelijk over aan een grotere gemeente zodat onze kwetsbaarheid vermindert, onze dienstverlening verbetert en goedkoper wordt en onze inwoners ontvangen waar ze recht op hebben.

Voorzitter, van dit college en van deze raad hoeven we op dit terrein niks te verwachten. Vandaar dat wij onze fracties in de provinciale Staten van Noord-Holland gevraagd hebben om het onderwerp bestuurskracht weer op de agenda van de provincie te zetten. Vraag aan het college, gelooft u zelf nog in de doelstelling van een gemeente in de regio Gooi en Vechtstreek in het jaar 2028 en zo ja, hoe denkt u daar te komen? Mevrouw de voorzitter, ik ga afsluiten. De begroting is een belangrijk moment om de twee kernbegrippen van onze partij, te weten sociaal en duurzaam, onder de aandacht te blijven brengen. Wij willen een samenleving met aandacht voor elkaar en voor onze planeet. Geen samenleving waar het grote geld onze jachthavens en caravanparken opkoopt en de dure woningen bouwt en de huidige bewoners en gebruikers er dienen te vertrekken. Wel een samenleving met kansen voor iedereen, ongeacht je afkomst, met voldoende en betaalbare woningen. Wij streven naar een vrolijke, optimistische samenleving, voorzitter. Tenslotte willen we vanaf deze plaats al onze ambtenaren heel hartelijk bedanken voor hun enorme inzet voor de gemeente Wijdemeren. Het was geen gemakkelijke periode, zeker niet in corona tijd. Onze dank is groot. Wij danken u voor uw aandacht. De voorzitter: Dank u wel. Tot slot geef ik het woord aan de heer Roosenschoon van D66. De heer Roosenschoon: Dank u wel.

Voorzitter, leden van het college, collega raadsleden, leden van het ambtelijk apparaat en belangstellenden thuis en hier in de zaal om met de inmiddels gevleugelde woorden van de burgemeester te beginnen, het piept en het kraakt in huize Wijdemeren. Het ambtelijk apparaat is overbelast. Externe factoren zoals de gevolgen van de Covid maatregelen samen met de afwikkeling van zware dossiers, landelijke taakstellingen waar ook soms bij ons te weinig besef van urgentie en capaciteiten binnen

onze eigen raad hebben daaraan bijgedragen. Raadsvoorstellen en besluiten dienen als een van de uitgangspunten te hebben, wat willen we bereiken, maar ook, wat kunnen we aan zonder het ambtelijk apparaat nog meer onder druk te zetten. De komende periode moeten we daar echt extra aandacht aan besteden. Gezien deze grote overbelasting is het dan ook niet alleen met verbazing, maar vooral gezien de omstandigheden met een zekere bewondering en dank aan het ambtelijk apparaat en het college, dat we kennis hebben genomen van de totaal vernieuwde presentatie van deze begroting. Ondanks de enkele onvolkomenheden en kinderziektes een mooie prestatie. Maar het gaat natuurlijk om meer dan een gelikte presentatie. De meerjarenbegroting die bovendien tegen de eerdere verwachtingen in voor de komende periode uitgaat van positieve resultaten. Geen gemakkelijke taak, en waardering voor iedereen die daaraan heeft bijgedragen. Maar dan komt het, de begroting was alleen sluitend te maken door een exorbitante verhoging van de toeristenbelasting en de forensenbelasting, respectievelijk 140 en 100 procent. Ook voor onze fractie is dit natuurlijk niet aanvaardbaar. D66 is dan ook samen met de andere fracties mede-indiener van het amendement om deze verhoging te schrappen in samenhang met bijbehorende compenserende dekkingsvoorstel.

De recreatieve sector is immers een van de belangrijkste pijlers van de Wijdemeren economie en moet zich kunnen blijven ontplooien in vertrouwen en in partnerschap met de gemeentelijke overheid. Het gebiedsakkoord blijft het belangrijkste kader voor de verbetering van het recreatief product. Helaas zijn er nog maar weinig tastbare resultaten van enige omvang. Zo is er bijvoorbeeld nog maar weinig voortgang geboekt bij de oplossing van het baggerprobleem en het grootste project, de vaarverbinding tussen ‘…’ en het Hilversumse kanaal is inmiddels opgegeven en alternatieve plannen worden onderzocht. Naast deze plannen blijft ook een van de taakstellingen van het gebiedsakkoord overeind, namelijk de bereikbaarheid en toegankelijkheid van de recreatieve voorzieningen. Dat betekent ook dat moet worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid. Met name in Oud Loosdrecht is het al jarenlang een onoplosbaar probleem. ‘…’ kunt u ons informeren over de huidige stand bij en rond de Porseleinhaven? Wat betreft de parkeergelegenheid wil D66 de mogelijkheid laten onderzoeken om ter plaatse van het Vuntusplein een meerdaagse deels ondergrondse parkeervoorziening aan te leggen die zowel bewoners als bezoekers kan bedienen. Indien deze geheel of gedeeltelijk gefinancierd zou kunnen worden vanuit de beschikbare middelen vanuit het gebiedsakkoord, zou dit een reële optie kunnen worden.

We zullen hiervoor een motie indienen. Afgelopen raadsperiode zijn een aantal grote infrastructurele projecten met succes afgerond door wethouder Boermans. De vernieuwde Oud Loosdrechtsedijk draagt bij aan de uitstraling van Oud Loosdrecht als watersportcentrum en ook de binnenkort opgeleverde volledig vernieuwde Kortenhoefsedijk laat Oud Kortenhoef weer volledig tot zijn recht komen. D66 is verheugd dat de budgetten voor duurzaamheid en duurzame ontwikkeling gehandhaafd zijn, al blijven deze noodgedwongen te laag, veel te laag om al onze ambities waar te maken. De subsidie op groene daken heeft veel succes gehad en we zien uitbreiding van deze vergroening als een speerpunt. We denken ook aan groene muren, verdergaande ontstening en meer algemeen, het versterken van de groene leefomgeving. D66 is van mening dat de gemeente hier een voorbeeldfunctie moet innemen en dat we privé initiatieven hiertoe moeten stimuleren onder meer door het vereenvoudiging van regelgeving. Dit geldt ook voor andere duurzaamheidsmaatregelen zoals buitenisolatie van woningen, slim gebruik van zonne-energie. D66 is van mening dat deze duurzaamheidsmaatregelen vrijgesteld moeten worden van legeskosten en overbodige procedures. De klimaatdoelstellingen blijven het belangrijkste toetsingskader voor het ruimtelijk beleid.

Dat geldt met name ook voor grote woningbouwprojecten zoals Nederhorst Noord en Ter Sype. Klimaatneutraal bouwen, inrichten en beplanten, evenals waterberging zijn daarbij het uitgangspunt. Nieuwe wijken dienen niet alleen gasloos gebouwd te worden maar ook energieneutraal. Denk daarbij ook aan de mogelijkheden van aquathermie die zeker in onze waterrijke gemeente een doorslaggevende factor kan worden bij deze doelstellingen. Voor grote projecten zoals bijvoorbeeld schoolgebouwen of een nieuw gemeentehuis hanteert de gemeente de wettelijke vereiste BENG norm. Echter, college, in 2050 moeten we energieneutraal zijn. Dan moeten we dus voldoen aan de ENG norm, al

over dertig jaar dus, terwijl we uitgaan van afschrijving van veertig jaar minimaal. Voorzitter, wij bouwen niet voor vandaag of om slecht te voldoen aan de eisen van 2030. Wij bouwen voor de toekomst. D66 wil dat alle te bouwen overheidsgebouwen nu al worden ontworpen volgens de ENG norm en ingepast worden in de groene en klimaatbestendige omgeving. Collega’s, voor D66 betekent het een in toekomstbestendige gemeente ook te kunnen voorzien in een voldoende en betaalbare woningen, goede voorzieningen, goed onderwijs in gezonde scholen. Ondanks het voor ons teleurstellende besluit van deze raad over de locatie en de aard van het tweede IKC in Loosdrecht, blijft D66 zich inzetten voor brede IKC-’s in alle kernen waarbij we ook pleiten voor het creëren van nevenvestigingen voor de bibliotheek. Wellicht is zo’n nevenvestiging trouwens ook een mooie aanvulling voor het lichtbaken in Oud Loosdrecht. Het afgelopen jaar zagen wij de realisering van het tiny house project bij de Dennenlaan, na bijna tien jaar. Hulde voor wethouder Van Rijn dat het haar gelukt is dit project tot een uitstekend einde te brengen. Maar tiny house projecten alleen zijn niet de oplossing. Alle mogelijkheden tot in- en uitbreiding moeten worden benut. D66 blijft dan ook voorstander van beperkte uitbreiding aan de rand van de kernen zoals Nederhorst Noord, om de bestaande woningnood te kunnen bestrijden.

Minimaal 35 procent sociale woningbouw en zelfbewoningsplicht voor koopwoningen, moeten daarbij het uitgangspunt blijven. Voor D66 geldt bovendien dat wij ons positief moeten opstellen ten opzichte van burgerinitiatieven op het gebied van woningbouw. Maatwerk op ieder gebied, duidelijke kaderstelling vooraf en zorgvuldige participatie en communicatie blijven voor ons een absolute vereiste. Daar heeft het in het verleden nog wel eens aan ontbroken. Collega’s, de taakstellingen binnen het sociaal domein, veruit de grootste uitgavenpost van de gemeente, blijven ook de komende periode een uitdaging. Met name de financiering van de jeugdzorg is een landelijk probleem, dat kan ook alleen landelijk, samen met de VNG worden opgelost. Dat het wethouder Van Rijn gelukt is om de afgelopen periode alle taken tot een goed einde te brengen, verdient dan ook een groot compliment. Voorzitter, de komende jaren zullen niet gemakkelijk zijn. Naast de ambtelijke reorganisatie, de toch al bestaande hoge werkdruk en onze zeer beperkte middelen, zijn we ook nog steeds niet verlost van de effecten van de Covid pandemie. We moeten echter blijven werken aan de handhaving van ons voorzieningenniveau en daarbij de dienstverlening van onze inwoners blijven verbeteren.

We zullen onze ambitieniveau moeten bijstellen aan onze mogelijkheden Maar daarbij zeker niet stilzitten en ons blijven inzetten op een financieel gezond, duurzaam en toekomstbestendig Wijdemeren. Onze afhankelijkheid van de landelijke politiek blijft onevenredig groot en de financiële bijdrage van het Rijk ongewis. D66 is van mening dat deze meerjarenbegroting rekening houdt met deze factoren en een gezond uitgangspunt kan bieden voor de komende jaren. Daarom, collega’s, zal D66 de voorliggende begroting ondersteunen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Nou, er zijn de nodige vragen gesteld nog aan het college door, ik denk alle fractievoorzitters. Daarnaast is er nog een aantal moties en amendementen ingediend. Ik kijk nog voor de zekerheid naar de Lokale Partij want uw fractie heeft nog niets ingediend, dus ik check even, moeten we nog iets meenemen als we als college bij elkaar gaan zitten om de reactie voor te bereiden? De heer Zagt: Nou, voorzitter, dank u wel. Ja, misschien is dat verstandig. Het leek ons gepast om eerst een reactie van de wethouder te krijgen op de vragen en niet gelijk een motie of een amendement op tafel te leggen. Maar als het uit praktische, ze zijn beschikbaar als dat gewenst is.

Als dat uit praktische overwegingen makkelijker is, dan heb ik daar geen geheimen mee want dan weet iedereen ook straks wellicht in de fractie overleggen waar het om gaat. Dat zou een stuk handiger kunnen zijn. Dus als u zegt, dien ze in, dan doen we dat. De voorzitter: De keuze is aan u, dus wat u wilt in deze.

De heer Zagt: Wij dienen ze in, voorzitter. De voorzitter: Oké. Misschien kunt u ze dan noemen voor ons. De heer Zagt: Ja, dat kan ik. De voorzitter: Ik zie mevrouw Zandbergen knikken. De heer Zagt: Oké, ik geef haar even het woord, want zij heeft dat, denk ik, paraat. Mevrouw Zandbergen-Hanewald: Dank u wel, voorzitter. De moties heten: boterzachte taakstellingen, takendifferentiatie brandweerpersoneel. We hebben een motie die heet risico hogere uitgaven sociaal domein en de vierde motie die heet, risicobeheer en onderhoud kapitaal goederen. Die ga ik nu naar de griffie sturen. De voorzitter: Oké, dus dat zijn vier moties ook echt. Dus het wordt 4.5, 4.6, 4.7, 4.8 maar de griffie zal dat daaraan koppelen en dan stuurt de griffier ze door naar ons allen. Ik zie de griffier knikken. De heer Verbruggen: Voorzitter? De voorzitter: Ja, de heer Verbruggen. De heer Verbruggen: En hoor ik dat goed dat er geen amendementen zijn bij de Lokale Partij, aangekondigd? De voorzitter: Mijnheer Zagt. De heer Zagt: Ja, dat hoort u goed. Dat kan altijd nog. Het zou toch gek zijn om vooruit te lopen op een eventuele discussie of een gesprek? De heer Verbruggen: Ja, maar dan zegt u, we hebben geen verrassingen meer in petto en geen geheimen. Maar blijkbaar zit er nog wel wat in uw tas. De heer Zagt: Nee, er zit niks in mijn tas, er zit heel veel in mijn hoofd.

De heer Verbruggen: Dus dat betekent lange schorsingen? De voorzitter: Dat zou kunnen, dat weet ik niet. Ik constateer, het is nu half vijf. We hadden bedacht een half uur nodig te hebben. Ik zie de wethouder financiën nee schudden naar mij. Wij willen toch echt wel om zes uur afronden, dus ik stel voor dat we om kwart over vijf dan … Ja? Dan hebben we drie kwartier. Nou, vooruit zegt de wethouder financiën tegen me. Goed, dan schors ik de vergadering toch voor drie kwartier en wij zullen de vergadering hervatten om kwart over vijf. Dank u wel. Schorsing De voorzitter: Dames en heren, ik wil u verzoeken om weer te gaan zitten. Ja. Is iedereen weer aanwezig? Oké. Het heeft iets langer geduurd dan wat we hadden geanticipeerd, excuus daarvoor. Wij zullen beginnen met de reactie vanuit het college. Ik geef zo direct eerst het woord aan onze wethouder financiën, de heer Kea. Als er verhelderende vragen zijn dan kunnen die gesteld worden, maar liever niet echt in debat treden op dit moment, dat bewaren we voor vanavond. Ja? Goed. Wethouder Kea, bent u er klaar voor.

De heer Kea: We gaan het proberen, voorzitter. De voorzitter: Oké, het woord is aan u. De heer Kea: Even kijken, hoor. Vanuit de Lokale Partij hebben we een aantal vragen waar antwoord op gegeven moet worden. De eerste vraag was over de risico taakdifferentiatie brandweerpersoneel. Nou, die geef ik onmiddellijk terug aan de burgemeester. Dus die komt daar later op terug. Dan hebben we het over de boterzachte taakstellingen waar ook een motie voor ingediend is. Als we kijken naar de taakstellingen zoals die in de begroting zitten, dan is er een, wordt er op de eerste plaats, ik blijf even doorgeven. Maar de taakstelling op het sociaal domein, daar komt wethouder Van Rijn dadelijk op terug, die heeft daar een uitgebreid antwoord op. Als je kijkt naar de taakstelling die er staat van 50.000 euro dit jaar en 25.000 euro daarna op ITP. Ja, als we in onze ITP organisatie zaken gaan uitbesteden, en vrij fors gaan uitbesteden, dan, en dat gaan we doen voor dacht ik een 140, 150.000 euro per jaar, dan is het ook logisch dat je intern daar zelf minder capaciteit voor nodig hebt. Misschien wel andere capaciteit maar wel minder en dat is als zodanig ingeschat. Dan is er de vraag over de taakstelling die staat tot de formatie van 100.000 euro dit jaar en 200 volgend jaar … Nee, volgend jaar ‘…’, ja, daar is een keurig antwoord op gegeven, op de technische vraag 31.

Dus ik weet niet of ik daar verder om moet ingaan. Ik kan hem even opzoeken en oplezen. De voorzitter: Moet u nog iets opzoeken? De heer Kea: Nou, ik kan hem zo pakken. In de begroting is uitbreiding op de vaste formatie opgenomen bij de bedrijfsvoeringstaken en daarmee is uitgegaan dat er door een betere ondersteuning van het primaire proces dan waar we die zes ton voor uitgeven, of in de bedrijfsvoering, het primaire proces ook beter zijn taken en efficiënter zijn taken kan uitvoeren. Dat betekent dat er dus, als er komende jaren, en dat gebeurt frequent want we hebben een verloop van tien procent. Medewerkers de organisatie verlaten, dat we dan in elk geval zullen kijken of die functie moet blijven, dan wel herverdeeld moet worden en dat we daarmee die taakstelling gaan halen. We hebben het dan over één FTE in 2022 en een tweede in 2023 op een totaalformatie van ruim 170 FTE, dus dat is, kan je niet zeggen een enorm gewaagde taakstelling denk ik. De heer Zagt: Voorzitter? De voorzitter: Ja, mijnheer Zagt. De heer Zagt: Even een praktische vraag. Excuus als ik het gemist heb, maar als er een interruptie is, is dat nu? Of hoe wilt u dat? De voorzitter: Nou, verhelderende vragen zijn natuurlijk welkom, maar het debat is natuurlijk voor straks voor de raadsleden onderling. Ja. De heer Zagt: Oké.

Nee, ik denk dat ik zo een verhelderende vraag heb, maar het ging eerst even om, hoe gaan we het doen? De voorzitter: Oké, ja. De heer Kea: Dan staat er ook een taakstelling voor honderdduizend euro voor de omgevingswet, met name dan het stuk vergunningsverlening en handhaving. Ja, de omgevingswet en de wet kwaliteitsborging bij de bouw zijn alle twee nog niet ingevoerd en we zullen eerst bij de invoering kijken wat de absolute behoefte is,

maar we denken zeker dat we dit kunnen halen. Het is ook de hele doelstelling van de omgevingswet om juist dat makkelijker te kunnen doen. Er wordt ook niet voor niks in principe gekeken naar, zien we aankomen dat er ook minder leges zullen gaan varen, dus als u met een lege gaat varen, betekent ook automatisch dat je er minder energie of minder uren in gaat stoppen en daar zou die besparing uit moeten komen. Even kijken, dat was denk ik voor taakstellingen. De heer Verbruggen: Mag ik een verhelderende vraag stellen, voorzitter? De voorzitter: Uiteraard. De heer Verbruggen: Ja, die verhelderende vraag is vooral … Kijk, de ervaring leert, vorig jaar waren er ook taakstellingen, ongeveer voor 275 duizend euro. Ik heb niet meer paraat, ik meen vraag 91 uit mijn hoofd, maar is die niet gerealiseerd, voorzitter. Dus mijn vraag aan de wethouder, wat maakt dan dat dat nu opeens wel de waarheid zou gaan worden? De voorzitter: Een wat politieke vraag, maar goed ik sta het toe. De heer Kea: Ja. Nou, voor de belangrijkste, daar komt wethouder Van Rijn op terug en daar zit een verhaal achter. En ik denk dat het goed is dat we, en dat kunnen we ook beter, als we onze financiële zaken wat strakker kunnen in regelen. Daar hadden we het eergisteren ook even over. Dan kan ik me voorstellen dat we hier in ieder geval per kwartaal op gaan rapporteren wat we aan het halen zijn en wat niet.

Dat lijkt me verstandig om te doen, zowel naar u als naar de organisatie toe om te weten, waar staan we? De heer Verbruggen: Voorzitter? De voorzitter: Excuus. De heer … Ja, de heer Verbruggen. De heer Verbruggen: Daar wil ik nog even kort op reageren. Inderdaad, want ik snap wat de heer Zagt daar wel wat meer zekerheid over wil en dat willen we denk ik allemaal, want we moeten die taakstellingen gewoon realiseren. Maar volgens mij heb ik ook wel gehoord dat nu met dat nieuwe systeem, is het ook voor de afdeling en voor de wethouder veel makkelijker om met een druk op te kijken, van wat is de stand van zaken? Is dat zo? Ik zie hem al heel nou kijken, maar … De heer Kea: Lias is meer een rapportage en een publicatiesysteem. Het is niet echt een boekhoudsysteem. De heer Verbruggen: Nou ja, maar goed, laat ik het zo zeggen, er moet wel een systeem komen of zijn, dan we dat wel veel makkelijker naar boven kunnen krijgen. Want ik voel met de heer Zagt mee. Wij kunnen nu niet zoveel kanten meer op, dus … De heer Kea: Niemand is het meer eens met u dan ik en met u beide. Daarom dat we ook in … We hebben nu gezien dan een met zeer beperkt, te beperkte capaciteit en de afwerking financiën blijven we gewoon worstelen en achter de feiten aanlopen.

Vandaar dat er in die zes ton ook een uitbreiding zit in financiën, zodat we veel beter samen met de afdelingen kunnen sturen, meten en sturen op wat er gebeurt. Dan moet echt gebeuren. Als je weinig geld hebt, dan moet je beter sturen en dan moet je daar toch ook wat capaciteit in willen steken. De heer Van Balen: Voorzitter?

De voorzitter: Mijnheer Van Balen. De heer Van Balen: Ja, even, daar zou ik graag even op willen inhaken. Kijk, natuurlijk, het is heel belangrijk dat als er taakstellingen zijn, dat zou heel mooi zijn als we daar een keer per kwartaal rapportages over zouden krijgen. Geweldig als dat lukt, laat me dat even vooropstellen, want dan is er nog wel even een slag te maken denk ik. Maar wij stellen gewoon voor omdat vast op de agenda te zetten, om het vooral in de boel vast te houden van oh, er is binnenkort weer een vergadering, het staat vast op de agenda, voortgang taakstellingen. Dat er even nog een mededeling over kan worden gedaan of dat is om de spanning erin te houden, zullen we maar zeggen. De voorzitter: Wij hebben zo meteen de beantwoording van de vragen van, wat zetten we vast op de agenda? Ik denk dat de heer Boermans daarop terugkomt dan. De heer Van Balen: Oké, dank u wel. De voorzitter: Wethouder Kea, gaat u verder. De heer Kea: Even kijken. Wij hebben … Er zijn ook een aantal vragen en moties rond de risicoparagraaf. Als je kijkt naar de reserve sociaal domein, als je daar echt naar kijkt wat daar staat, dan staat er dat die reserve gevuld zou moeten zijn met minimaal één miljoen euro.

Dat is op zich al bijzonder, want wat doe je dan met die miljoen als je het nodig hebt? En daarom is ook volgens mij vorig jaar bij de raad dat uitgangspunt al verworpen in de Begrotingsraad. En vandaar dat we onder die miljoen kunnen zakken. We gaan ook die nieuwe nota reserve en voorzieningen die onderweg is, die in de beeldvormende sessie aan de orde komt in zijn algemeenheid. Dan komen meer vragen terug. Gaan we u laten zien hoe we met, in zijn algemeenheid met het huidige pakket van reserves en voorzieningen willen omgaan en willen omvormen. Het risico is dat het nu ingeschat is voor sociaal domein, is 280 duizend euro. Daar hebben we zestig procent van meegenomen, is 162K en de reserve is 140, maar we hebben ook voor Tomin rapport nog een keer 80K opgenomen in de risicoparagraaf. Dus ik denk op zich dat dat risico goed afgedekt is. Daarnaast … De voorzitter: Ik begrijp dat de heer Zagt een verhelderende vraag nog heeft. De heer Zagt: Dat klopt, maar u en ik hadden volgens mij allebei zoiets van, laten we de wethouder uitpraten, maar hij bleef doorpraten. Ja, de verduidelijkende vraag is, ik hoor de wethouder zeggen dat de raad een besluit genomen zou hebben over de verlaging van het minimumniveau reserve sociaal domein.

Nou, ik zou wel graag vandaag dat nog willen weten voor het brevet wanneer dat besluit geweest is en wat het exact inhield, al kunnen we het dan maar vinden en dan … Dat zou helpen. De heer Kea: Ik heb begrepen dat dit bij de begrotingsbehandeling vorig jaar voorbij is. Maar als ik in dit geval, als ik lieg, dan is er een commissie. Dus dat moeten we uitzoeken. De heer Zagt: Voorzitter … De voorzitter: Laten we … Het proces, laten we dat goed uitzoeken ambtelijk. Ik zie al mensen dringend typen. Daar krijgt u nog als het goed is voordat we gaan schorsen, daar nog antwoord op. Ja. Ik wil bijna zeggen, mijn lieve ‘…’, maar laat ik dat maar niet doen.

De heer Lachman: Dank u wel, voorzitter. Ik denk ook in de raad dat het één miljoen is een keertje vastgesteld. Vorig jaar in de raad is over gesproken, alleen kan ik in de raad ook niet herinneren dat wel het bedrag van één miljoen is verlaagd. Ik zou graag willen weten inderdaad als het verlaagd is tot welk bedrag, want nu is volgens mij staat 149 duizend. De heer Kea: Ja. De voorzitter: Oké, mijnheer … De heer Lachman: Dus ik zou graag willen weten wat de limiet is. De voorzitter: Ja, mijnheer Lachman, wij gaan het voor de zekerheid voor u uitzoeken en dan hoop ik hebben we antwoord erop voor de schorsing. Ja? Gaat u verder, wethouder Kea. De heer Kea: Even kijken. Dan hebben we de reserve omgevingswet. Die is in 2019 gecreëerd en is toen reeds in de risicoparagraaf voor 250 duizend euro opgenomen. Die reserves gaan naar nul. Dat is ook logisch, want we gaan de omgevingswet dit jaar implementeren. Daarnaast is er voor dit jaar 170 duizend euro extra geraamd voor de verdere invoering en het inrichten van de programma’s en plannen. De heer Zagt: Voorzitter, verduidelijkende vraag. De voorzitter: Ja, mijnheer Zagt. De heer Zagt: Mijn stelling was, en daar zou ik graag een antwoord op hebben, er staat in de risicoparagraaf dat structurele lasten vanaf het moment van invoering van de omgevingswet zijn nog niet begroot. Dat klinkt als dat het niet in onze meerjarenbegroting zit.

Daar heb ik op ingezoomd. Is de wethouder het ermee eens dat die component totaal niet in de meerjarenbegroting zit? Dat is de vraag. De voorzitter: Wethouder Kea. De heer Kea: Ik weet dat er rond de omgevingswet structureel in de begroting meegenomen is, de verwachte wat ik ook net noemde, de verwachte daling van de inkomsten op leges. Dat staat erin voor drieënhalve ton, even uit mijn hoofd. En dat is eigenlijk het financiële risico wat we lopen, want voor de rest … De heer Zagt: Dan nog één verduidelijkende vraag, voorzitter. De voorzitter: Ja. De heer Zagt: Ik wil dan toch graag weten wat bedoeld wordt met, wat er letterlijk staat, structurele lasten op het moment van invoering van de omgevingswet zijn nog niet begroot. Komen die lasten niet? Zitten ze wel in de begroting, is dus in fout? Het kan alle kanten op, maar ik begrijp hem niet. De voorzitter: Ik stel voor dat we ook daar op terug komen. Ja? Samen met de andere twee vragen. Gaat u verder, wethouder Kea. De heer Kea: Even kijken. Ja, het reserve onderhoud gebouwen. Daar wordt jaarlijks 540 duizend euro in gestort. Het MJOP kan worden uitgevoerd en die is in 2019 nog een keer tegen het licht gehouden, krijg ik

mee, en zou in die zin voldoende moeten zijn. Het is dus met de reserves wel altijd zo, er wordt uitgehaald en ingehaald. Het lijkt altijd of hij leegloopt, maar in de praktijk wordt die aangevuld. De heer Zagt: Voorzitter? De voorzitter: Mijnheer Zagt. De heer Zagt: Verduidelijkende vraag. Ja, we hebben een meerjaren onderhoudsplan gebouwen. Dat loopt tot 2028. Maar we zien dat de reserve eind 25 op slechts drieduizend euro staat. Kan de wethouder dan dus stellen dat de notaties na die datum voldoende zijn om het meerjaren onderhoudsplan uit te voeren tot en met 2028? Het is ver naar voren, maar het gaat erom of wij … De heer Kea: Het antwoord is ja, mijnheer Zagt. De heer Zagt: Het gaat erom of wij toekomstbestendig zijn. De voorzitter: Ja, volgens mij is daar een antwoord op. De heer Kea: Het antwoord is ja. Eens even kijken. Dan hebben we de reserve rationeel wegbeheer. Ja, u zegt, die loopt leeg, waar dat betekent ook dat we ambitie tonen als we daar natuurlijk uit nemen. Het staat voor volgend jaar op de rol voor een nadere doorkijk en verdere verfijning en wordt daarin ook meegenomen. Ook hier geldt hetzelfde en dat is dat, kijk ik even achterom, want er zit iemand te praten, maar dat is niet tegen mij, dat er dus voldoende in komt. Sorry. De heer Zagt: Voorzitter? De heer Kea: Dan hebben we … Ja. De voorzitter: Mijnheer Lachman.

De heer Lachman: Mag ik hierop reageren? De voorzitter: Nou, reageren of een verhelderende vraag? De heer Lachman: Nou ja, inderdaad, als wordt gezegd voldoende is, dan zou ik graag onderbouwing daarvan niet nu, maar dat een keertje onderbouwing daarvan komt, dat inderdaad voldoende is. De voorzitter: Maar dat keertje, dat is niet per definitie vandaag, begrijp ik, of vanavond? De heer Lachman: Dat zou helemaal mooi zijn als ik vandaag antwoord krijg. De voorzitter: Kunt u dat toezeggen, dat daar gewoon een RIB’tje over komt of iets voor de raad? De heer Kea: Ja, ik denk dat we dan meenemen in de beeldvormende sessie. Sorry, dat we die meenemen in de beeld, ik kijk even achterom, in de beeldvormende sessie van 2 december.

De voorzitter: We gaan ervan uit dat het in de beeldvormende sessie zit en zo niet, wordt u nader geïnformeerd. Ja. Nee, niet 2 december hoor ik vanuit de zijvleugel. U wordt nader geïnformeerd. Gaat u verder, wethouder Kea. De heer Kea: Even kijken. Dan is er de notatie van tien procent in het fonds recreatie en toerisme. Vorig jaar tijdens de begrotingsbehandeling is deze, zijn we beperkt tot vijf procent voor de jaren 21 en 22. En zo is dat ook meegenomen in de huidige begroting en dan nagaat die weer terug naar tien procent. Zo is het nu. De voorzitter: Ik voel weer een verhelderende vraag van de heer Zagt. De heer Zagt: Daarna gaat die weer terug. Wanneer is daarna? De heer Kea: Nou, hij zit er nu in, in de huidige begroting voor 75 duizend euro vanaf 23. De heer Zagt: Ja, dat weet ik. Maar wanneer gaat die weer terug? De heer Kea: Nee, hij gaat terug naar 75. Hij zit er nu in voor het geringere bedrag van vijf procent en dat is dan 25 duizend euro of zo, of 50 duizend. De heer Zagt: Ja, maar ja voorzitter, dat klinkt als een cijfermatige discussie, maar daar gaat het niet om. Het college heeft voorgesteld om de opbrengst van toeristen en toeristenbelasting enorm te verhogen, wat daar ook uitkomt. De gemeenteraad heeft beleid vastgesteld om in 2012 dat tien procent van de opbrengst van toeristen en forenzenbelasting ten goede komt aan de recreatiesector.

Vorig jaar hebben we besloten dat 21 en 22 een pasje op de plaats wordt gemaakt, maar we hebben niet besloten dat dat voor 23 en verder gebeurt. En bovendien hebben we ook nooit besloten dat als we de opbrengst zouden verhogen, dat we dan ook minder dan tien procent zouden storten. Dus ik snap de onderbouwing niet van het college, gelet op het door de gemeenteraad vastgestelde beleid. De voorzitter: Nou, wethouder Kea, nog één poging. De heer Kea: Voor 21, nee, voor 22, nee, 21 en 22 staat die erin voor vijf procent. En zoals het nu voorgestelde is bij het verhoogde bedrag voor 23 staat dit erin voor tien procent, krijg ik van mijn achterban. De heer Zagt: Ja voorzitter … De heer Kea: Sorry, voor 23. De voorzitter: De vraag is wel beantwoord, mijnheer Zagt. De heer Zagt: Nou, de vraag … Ja, het antwoord is fout. De voorzitter: Als u dat fout vindt, dat is wat anders, maar de vraag is nu beantwoord door de wethouder. Dus ik laat de wethouder verdergaan met de beantwoording. De heer Kea: Dan is er de vraag of het gerechtvaardigd is om 350 duizend euro volgend jaar en 250 duizend euro daarna uit de stimulering voor ruimtelijke ordening te halen, ontwikkeling te halen. Ja, daarom is het ook als apart beslispunt opgenomen in het raadsvoorstel om dit te kunnen doen. Volgens mij heb ik al mijn vragen gehad, voorzitter.

De voorzitter: Oké, goed. Dan doen we een changement. En dan komt wethouder De Kloet. Wethouder Kea komt nog terug, want er staan nog vragen open. Maar in principe nemen we inderdaad het advies op de moties en amendementen mee, maar dat neemt wethouder Kea die van hem nog even mee straks. Ja, wethouder De Kloet meteen, ja. Gaat uw gang. De heer De Kloet: Dank u wel, voorzitter. Dank u wel, raad voor uw uitgebreide inbreng bij de algemene beschouwingen. Altijd weer een feest van de democratie. Een aantal vragen zijn gesteld in mijn portefeuille. Daar zal ik ook op ingaan. Er is een aantal opmerkingen gemaakt over het baggerproject. Er wordt een toezegging gevraagd door een aantal partijen. En de toezegging die ik kan doen, is inderdaad dat het besluit is genomen om in de tweede helft van volgend jaar 2022 te beginnen met het baggerproject. De toezegging kan ik doen onder twee voorwaardes. Eén, er moeten nog vergunningen worden verleend door het plassenschap, waternet. En het depot wat gebruikt wordt ligt op het gebied van een andere gemeente, namelijk Stichtse Vecht. Dus ook daar moet nog een besluitvorming en waarschijnlijk ook een vergunningverlening worden verricht. Iedereen wil dat heel graag en dat is de enige kanttekening die ik daarbij zou willen maken. Er is ook een opmerking gemaakt als, veel over recreatie en toerisme.

De stuurgroep, Oostelijke Vechtplassen, en de samenwerking of de gesprekken die moeten gevoerd worden met de ondernemers. Het mooie daarvan is dat in de stuurgroep en ook in de regiegroep, dat is eigenlijk de groep die de stuurgroep voorbereid. Het is allemaal goed gestructureerd, zoals u hoort. Daar zitten ook de ondernemers in, dus die praten volledig en volwaardig mee als het gaat over de besluiten die worden genomen in regio en stuurgroep. Dan even doorbladeren, is ook nog wat gevraagd over, oh ja, over het project Groenewoud Vlek, of de Emmaweggers, zoals ze tegenwoordig liever genoemd worden. Daarvan is het zo dat wij inderdaad een aantal stappen hebben gezet in de afgelopen maanden. En we, dat is de gemeente die zich ook, misschien ook bemoeid heeft met de gesprekken tussen Groenewoud en de Emmaweg bewoners. Maar een belangrijke partner in dit geheel is natuurlijk de provincie, die de sanering van de belt moet regelen. En alles wat wij kunnen doen, daar maken wij stappen in als gemeente. Daar waar het ons werkterrein is, zal ik maar even zeggen. Maar de provincie moet ook wel zelf over de brug komen in het saneringsplan en de uitvoering daarvan. Dus wel degelijk hebben we daar, ik zou bijna willen zeggen en dat heb ik ook vaker gezegd, wekelijks contact over als het gaat over de uitvoering van dit plan. Dat is eigenlijk wat deze vragen betreft.

Dan is er ook nog gesproken door u over de recreatieparken en met name de actualiteit die daar zich nu afspeelt. U weet dat ik daar zelf ook een aantal dingen over heb gezegd, dat wij als gemeente ons, nou ja, ik zal maar zeggen, het lot van de recreanten aantrekken. We kunnen niet heel veel, omdat wij als gemeente bestemmingsplannen vaststellen en de kaders daarin vaststellen. Als iemand daar gewoon binnen blijft, ja, dan kan een recreatiepark opnieuw worden verkocht en ontwikkeld. Maar toch, en ik reageer wat dat betreft even op de opmerking van mevrouw Vermeulen, denk ik dat het goed is om hier te vertellen dat ik, en dat is ook zeer actueel, vanochtend contact heb gezocht en gekregen met een van de landelijke partijen, toevallig de partij van mevrouw Vermeulen, in de Tweede Kamer om dat gesprek aan te gaan, van zou er iets geregeld kunnen worden om een soort, dat is nu nog niet, een huurbescherming of iets wat daarop lijkt in het leven te roepen voor recreanten die jarenlang op een park staan en met jaarcontracten eigenlijk binnen hun termijn van een aantal maanden weg zouden moeten. Nou, ik denk dat dat een goede discussie is om op dat niveau te voeren, want als de regels veranderd moeten worden dan zal het ook zeker op rijksniveau moeten gebeuren. Voorzitter, volgens mij waren dat de belangrijkste … De voorzitter: De heer Voigt, verhelderende vraag. De heer Voigt: Ja.

Nou ja, wij hadden over dit onderwerp wat de wethouder nu als laatst aangevoerde een toezegging gevraagd van het college om via een wijziging van bestemmingsplannen die ongewenste

ontwikkelingen recreatieparken en jachthavens tegen te gaan, want ik denk dat je in bestemmingsplannen best iets kunnen doen. De heer De Kloet: Ja, wat … De voorzitter: Ja, dat klopt, ja. De heer De Kloet: Dank u wel. Wat we natuurlijk gaan krijgen, is we hebben zelf hier de omgevingsvisie vastgesteld en daarin is een groot deel besteed aan recreatie en toerisme. Dat is het onderwerp wat zo’n beetje het vaakste voorkomt. De volgende stap is dat u het omgevingsplan gaten vaststellen en daarbij horen ook nog programma’s. Dus ik zou eigenlijk meer in die richting wil ik kijk, maar als u daarmee aan de slag gaat en dat gaat vaststellen, dat daar de mogelijkheid en het moment ook is om een aantal dingen daarin te regelen. De voorzitter: Gaat u verder. De heer De Kloet: Ja, nog wat andere opmerkingen, in ieder geval niet door een aantal, maar wel door het CDA in ieder geval wordt gezegd, dat ging over de kansenkaart. Daar hebben we inderdaad de afgelopen maanden ook veelvuldig over gesproken. Kijk, die kansenkaart, daar hebben we gezegd van, de locaties die nu naar voren komen waar we mee bezig zijn, dat zijn de locaties waar de gemeente eigenaar is van de grond en waar de minste restricties eigenlijk op zitten. En zoals u weet, en ook dat heb ik een aantal keren ook buiten dit verband genoemd, wij zijn gewoon beperkt in onze slagkracht als het gaat om woningbouw.

Dat is inderdaad zijn we toe, of moeten wij het allemaal binnenstedelijke doen. Het zijn inwerpplannen en als er locaties zich aandienen waar dat kan, dan zullen we daar zeker slagvaardig mee omgaan. Vaak is het zo dat die grond niet in ons bezit is, dus dan is het wat lastig om, of wat omslachtiger, laat ik het zo zeggen, om daar daadwerkelijk in plan tot uitvoering te brengen. De voorzitter: Mijnheer Verbruggen. De heer Verbruggen: Ja voorzitter, dank u wel. Dit is niet helemaal het antwoord mijn vraag, want ik heb gezegd van, gaat u verder met die kansenkaart. En als ik dan hoor, ja, we kijken wel wat er komt. Nee, je moet nu juist weer … Pak nou weer eens drie projecten aan die in de kansenkaart zitten en kom daarmee in 22. En inderdaad, u heeft gezegd, wij gaan de eerste laag, gaan wij vooruit doen. Gronden die in ons eigen bezit zijn. Misschien zijn er nog wel meer. We weten het niet. Volgens mij is die kansenkaart nog steeds geheim. Gooi die eens een keertje op tafel en ga daar gewoon, pak er drie projecten uit. De voorzitter: Ja, wethouder De Kloet. De heer De Kloet: Ja, u bent volgens mij een keer in dag van vertrouwelijke sessie een keer meegenomen voor wat er allemaal op die lijst staat en dat is uiteraard ook de bedoeling, om daar ook mee verder te gaan.

En het laaghangend fruit, dat hebben we als eerste aangepakt vanzelfsprekend, maar dat wil niet zeggen dat het daarbij blijft. We blijven natuurlijk kijken naar locaties om verder te kunnen met de ambities die we hebben. De voorzitter: De heer Verbruggen. De heer Verbruggen: Dus u komt in 22 met een voorstel. Dank u wel.

De heer De Kloet: Het is altijd lastig om meteen te zeggen, dat doen we dus in 22. We doen, is wat we kunnen. En ook u weet het misschien nog wel beter dan ik, want u zit hier langer dan ik, dat de ruimtelijke plannen langdurige projecten zijn. We hebben er gisteravond volgens mij twee gehad die al tientallen jaren, waarvan een al tientallen jaren loopt. Dus de toezegging van in 22 die zal ik hier niet doen. Wat ik wel wil toezeggen, is dat wij voortvarend met deze plannen in ieder geval verder gaan. Dat wel. Mevrouw …: Voorzitter, mag ik daar even op inhaken? Of mag dat niet? De voorzitter: Hebt u nog een verhelderende vraag aan de wethouder? Mevrouw …: Ja, zo zou je het kunnen noemen, ja. De voorzitter: Ja? Oké. Nou, dat mag. Ja. Mevrouw …: Ja. Nou, de wethouder zegt dat hij dat niet kan toezeggen, maar de pofplannen, die staan in februari op de planning. Dus dan lijkt mij dat er ruimte is om daarna de kansenkaart op te pakken in 2022. Zou de wethouder daar nog even op willen reageren? De voorzitter: Wethouder De Kloet. De heer De Kloet: Daarmee geeft u mij meteen de gelegenheid om een antwoord te geven op uw vraag. De pofplannen zullen in februari inderdaad in de raad komen. Volgens mij staat die gepland voor de raad van februari en het aantal plannen wat zich nu in ieder geval aandient voor die vergaderingen, zijn er vijftien. Dus dat is een aardig aantal.

En als u nu zegt van ja, dan kun je dus verder met andere dingen. Ja, dat lijkt heel logisch, maar uit die pofplannen komt natuurlijk ook weer heel veel werk, dus om nu de toezegging meteen te doen van nou, dus gaan we met andere dingen in 2022 meteen aan de slag. De ambitie is er zeker, absoluut. Ik ga hier niet over de bezetting verder praten van het gemeentelijk ambtelijk apparaat. Uiteraard willen dat heel graag doen, maar we pakken dat op inderdaad op de momenten dat dat ook echt kan. En die pofzaken zijn weer aan termijnen gebonden zoals u weet. We zitten in die overgangsperiode en wat dat betreft moet dat ook goed afgehandeld worden. Dus ik denk dat die zorgvuldigheid ook zeer belangrijk is. De voorzitter: Mevrouw Vermeulen. Mevrouw Vermeulen-Franssen: Ja, ten aanzien van de vijftien plannen die de wethouder noemt. Ik heb in mijn vraag als ik het goed heb ook Nederhorst noord meegenomen. Zit die ook bij de plannen van februari? De voorzitter: Wethouder De Kloet. De heer De Kloet: Inderdaad. De voorzitter: Bent u er? De heer De Kloet: Ja, dan de motie als het mag. De voorzitter: Ja, ja. De heer De Kloet: Wat mijn portefeuille betreft, heb ik één motie in mijn handen. Dat gaat dan over het gebiedsakkoord gaat parkeren niet uit de weg. En de voorzitter zei het goed, met een uitroepteken nota bene.

De bereikbaarheid van het gebied is zeker een punt wat in het gebiedsakkoord is opgepakt. Dat heeft u ook meegekregen in de uitleg die we vorige week hebben gehad over het gebiedsakkoord. Het is niet zo dat er gelden vrij beschikbaar zijn voor allerlei nieuwe plannen. De gelden die in het gebiedsakkoord zitten, zijn gelabeld, geoormerkt, hoe je het ook noemen wil, maar toegeschreven aan projecten in ieder geval. En het is niet zo dat er, omdat er nu een project niet doorgaat als het gaat over het stimuleren van de waterrecreatie daarmee, u noemde het bedrag, 2,2 miljoen vrij beschikbaar is. Dus om het even populair te zeggen, zo werken we dus niet binnen het gebiedsakkoord. Zo hebben we de afspraken ook niet met elkaar gemaakt, dus wat dat betreft moeten wij, hoewel het een sympathiek lijkt in ieder geval deze motie ontraden. De voorzitter: En dat betreft motie 43. De heer De Kloet: Dat is motie M43. De voorzitter: Ja, goed. Bent u ten einde gekomen van uw bijdrage? De heer De Kloet: Voor dit moment in ieder geval. De voorzitter: Oké, dank u wel. Dan vraag ik wethouder Van Rijn om plaats te nemen. Ja? Gaat uw gang. Mevrouw Van Rijn: Ja, dank u wel voorzitter. Ik doe toch altijd ook nog wel veel op papier, dus ik heb het tafeltje even nodig. En een kijk ik altijd naar de heer Zagt en dan denk ik nou, dat kan best wel. Die heeft de ruimte ook nodig.

U krijgt dan alleen weer een veel groter tafeltje. Maar goed, we gaan beginnen. Ik doe het even per fractie en daar waar ik te vragen al beantwoord heb, zal ik dat even duidelijk kenbaar maken. Van De Lokale Partij heb ik niet zo veel vragen gekregen, alleen de taakstelling op het sociaal domein. Natuurlijk, mijnheer Zagt, hebben wij daarover nagedacht. Niet alleen omdat het handig is, maar ook omdat ik die vraag van u verwacht had. Wat gaan wij doen? U heeft helemaal gelijk dat we wel eens vaker een taakstelling hebben opgenomen en dat we in het sociaal domein hebben gezegd, we gaan bezuinigen, en dat het niet gelukt is. En dat is dan inderdaad heel teleurstellend en ook niet wat we willen. Een deel komt omdat we middelen hebben opgenomen die wij uiteindelijk niet gekregen hebben van het Rijk. Dat weet u ook, rond het abonnementstarief een aantal zaken. Maar goed, daarvan is sowieso in deze begroting gezegd, wees daar nou realistisch in. Wat je niet hebt gekregen, haal het eruit en kijk later, de gesprekken worden nog steeds gevoerd. Ik heb nog alle goede hoop op dat er toch iets komt. Maar goed, zoals de heer Voigt wel eens zegt, aan die beloftes en die lange gesprekken, dat schiet mij niet op. Dus wees realistisch en neem het dan niet mee zolang we dat geld niet hebben gezien van het Rijk.

Wat gaan we doen? U heeft eerder een budget vrijgesteld voor bezuinigingen en sociaal domein. Er liggen lokale plannen, er liggen regionale plannen, alleen het ontbreekt gewoon aan de capaciteit om daar daadwerkelijk uitvoering aan te geven. Daarvan hebben we gezegd, die plannen zijn goed, maar dat er te weinig capaciteit is, is gewoon niet goed. Dus in januari wordt er een projectleider aangenomen van deze middelen om sturing en uitvoeringen te geven aan de beheersmaatregelen die er liggen. Dus van mij betreft kan ik ook een toezegging doen over het rapportage naar de raad wat betreft de taakstelling voor het sociaal domein. En of dat dan elke maand op de agenda moet staan, dat zou ik vooral niet doen, maar ik zou zeggen, maak een kwartaalrapportage en hou ons op de hoogte wanneer de regionale plannen geïmplementeerd zijn en onze lokale plannen en monitor de effecten daarvan. Ook heel duidelijk aan de voorkant gezegd als wethouder sociaal domein, de taakstelling prima, want die hebben we niet opgenomen. We hebben … In andere regiogemeenten zien we dat mensen al bedragen letterlijk hebben opgenomen voor zoveel voor dit en zoveel voordat. Dat hebben wij niet gedaan, maar ook wij zullen moeten kijken waar het beter kan. Maar zonder projectleider en duidelijke projectstructuur lukt dat niet. Dus dat is essentieel en daar zullen we in januari een projectleider voor aantrekken.

Dus ik hoop dat dat

een beetje vertrouwen schept bij De Lokale Partij en volgens mij heeft nog iemand die vraag gesteld, maar dat weet ik even niet uit mijn hoofd. De heer Zagt: Voorzitter? De voorzitter: Ja, de heer Zagt. De heer Zagt: Verduidelijkende vraag. Het antwoord is op zich duidelijk, maar de wethouder zei, er wordt iemand aangesteld van deze middelen. Die begreep ik even niet. Mevrouw Van Rijn: Ja, u heeft eerder, ik weet niet precies wanneer, heeft u geld vrijgemaakt om het bezuinigingsplan uit te laten voeren en middelen uit de reserve sociaal domein gehaald om de bezuinigingen te gaan realiseren. En die middelen zullen wij inzetten om een projectleider op te zetten, zodat we dat ook kunnen gaan realiseren. Dus dat zijn middelen die u heeft vrijgegeven en voor dit geval kwamen ze uit de reserve sociaal domein. En daar heb ik het over, geen extra geld. De voorzitter: Ja? Gaat u verder, mevrouw Van Rijn. Mevrouw Van Rijn: Ja, dan naar de vragen van het CDA. Daar heb ik drie vragen gehoord. Eerst over de appelboom. Daar hangt ook een motie aan vast. Ja, het gaat mij ook aan het wordt dat op onze website zelfs staat dat mensen moeten wachten. Het hele jaar 2020 en de eerste helft van 23 zit vol, dus het vraagt echt aandacht, want als inwoners mee willen doen, dan moeten we daar ook volop op inzetten.

Waarom is dat nu niet gedaan en waarom gaat uw motie ook ontraden? Dat is niet alleen door de dekking, maar vooral doordat het niet zozeer een geldkwestie is, maar in capaciteitsvraagstuk. De middelen om de herinrichting te doen, die zijn aanwezig. Het nog altijd meer, zoals u weet, maar die zijn aanwezig. Het zit hem alleen in de handjes in de buitendienst, maar ook in het team van het dorpenbeleid. Ze kunnen gewoon niet meer aan. Ze werken net als alle ambtenaren hier keihard en heel veel, maar op een gegeven moment is het niet meer bol te werken, dus ik kan u deze motie ontraden. Ik kan u wel toezeggen en ik heb het ook besproken met de burgemeester dat we het meenemen in het organisatie-ontwikkelplan, daar waar er meer handjes nodig zijn, dat wij ook op dit domein goed gaan kijken, hoe zorgen we ervoor dat alle inwoners op de juiste manier bediend worden en dat zullen handjes moeten zijn in het dorpenteam en in het buitteam, want die hebben tenslotte ook een hele grote rol hierin. Dat was … De voorzitter: Mijnheer Verbruggen, ik zie … Ja, kijk. Mevrouw Van Rijn: Oh sorry, het is een amendement wordt mij ingefluisterd. De heer Verbruggen: Een amendement inderdaad, ja. Dank u wel, voorzitter. Dank u wel, wethouder voor het antwoord. Ik hoor een halve toezegging. We gaan er naar kijken. Capaciteit kost ook geld, denk ik dan. Daar mag het van mij ook aan besteed worden.

Of moet ik dan mijn amendement omvormen? Want dan zou het helemaal denk ik goed gedekt zijn. Of zegt u van, dat is een beetje lastig? Mevrouw Van Rijn: Nou, u hoort op zich een hele toezegging dat we gaan bespreken in het kader van het verandertraject en de capaciteit op welke afdeling en op welke plekken, dus dat is een hele toezegging. En het amendement heeft de volledige ontrading. Dat zit hem en in de dekking en in dat nu vijftigduizend euro zomaar vrijmaakt, daar moet echt over nagedacht worden en daar moet een plan onder liggen. Dus in die zin

zou ik hem ontraden. Ja, en als u daar een motie van maakt, maak een plan. Ja, dat heb ik u al toegezegd, dus dat is denk ik zonde van uw tijd. Dus dat zou ik niet doen als ik u was. De voorzitter: Mijnheer Verbruggen. De heer Verbruggen: Ja voorzitter, nee, dat snap ik wel, maar de toezegging dat u het gaat bespreken is niet een toezegging dat het gaat gebeuren. En dat wil ik liever natuurlijk. Mevrouw Van Rijn: Dat snap ik, maar dat ga ik natuurlijk niet doen. Dat begrijpt u ook. Laten we beginnen met bespreken en dan hoop ik dat daarvan komt dat ik het u kan toezeggen, maar nu nog niet. De voorzitter: Volgens mij was het een antwoord. Mevrouw Vermeulen, nog een aanvullend vraagje? Mevrouw Vermeulen-Franssen: Of het past, weet ik niet, maar ik doe het toch. Ik zou de heer Verbruggen de suggestie willen geven, kijk, de portefeuillehouder die gaat over de overheid. En ik zou zeggen, dan gaat u die aan haar stellen, want wij hebben ook wel belangstelling voor uw amendement of motie wat het wordt. De voorzitter: Helemaal goed. En deze portefeuille is ook op voorbereid. Goed, gaat u verder, mevrouw Van Rijn. Mevrouw Van Rijn: Ja, dan ben ik ook wel benieuwd of zij de dekking wel goed bevindt, maar ik vermoed ook dat de portefeuillehouder deze dekking niet wenselijk vindt. Maar stelt u hem nog een keer gerust.

Het consultatiebureau, kunt u dat toezeggen? Nou, ik kijk ook even naar de overkant. Achter u zit de teammanager maatschappelijk vastgoed. Die wordt denk ik inmiddels gek van mijn rondom het consultatiebureau. We willen het echt heel, heel, heel graag en meer dan een consultatiebureau. Alleen, we zijn ook afhankelijk van ruimtes die vrijkomen. We voeren op dit moment gesprekken en veel en serieuze gesprekken. Dus ik hoop het en ik hoop zelfs nog dit jaar, maar als die locaties afvallen, ja, dan beginnen we weer opnieuw. Dus ik heb er goede hoop op en als die locatie beschikbaar is, dan ga ik ervan uit dat het 22 wordt, maar het hangt wel allemaal aan een goede locatie. Het vergrijzingsplan, hoe staat het ermee? Dat plan loopt. Dat hebben we uitgezet en daar is een bureau mee bezig. Inmiddels zijn er twintig partijen gesproken en vindt er in december een terugkoppelingsavond plaats met deze partijen en wordt u in de beeldvorming sessie van december meegenomen in het verhaal en om uw input gevraagd. Dus dat loopt helemaal. En de verwachting is februari in de raad, zodat een nieuw college daar lekker mee aan de slag kan. Dat lijkt me een hele leuke opdracht. DorpsBelangen cultuur. U gaf aan, jammer dat er op cultuur bezuinigd wordt. Ik begrijp hem niet helemaal, want het cultuurbudget blijft in elk geval staan. Vorig jaar stond die op de nominatie om eruit te halen.

Toen heeft u hem in elk geval geamendeerd. Hij blijft er in. Ja, en het is jammer dat het niet georganiseerd is, maar dat had ook wel een reden. Er mochten wel dingen buiten, maar de muziekvereniging en de toneelvereniging mochten binnen niet repeteren, dus er zat ook wel een beetje in risico aan van, wat kunnen we dan opvoeren? Want we kunnen ook niet eens onze eigen concerten geven. Dus in goed overleg heeft dat niet plaatsgevonden en ik hoop dat dat inderdaad in 22 toch weer plaats gaat vinden. Dan geen vraag, maar u erkent, u zegt, ik wens dat de raad erkent het tekort aan woningen nu is erkend. Nou, dat is een opmerking waar u mijn volledige steun in kan vinden. Ik zou die oproep ook doen aan de raad. De VVD, ja, u haalt terecht aan de stijging in het sociaal domein. Daarbij wil ik wel aangeven, dat sluit aan bij het verhaal van de heer Zagt, dat zes ton niet in een stijging zit, maar in niet opgenomen posten. Nou ja, daar weet u de verklaring voor of eigenlijk is die er niet. En de werkelijke stijging is, ik zeg gelukkig maar een ton en daar ben ik al in die zin zeer tevreden mee en dat zit op jeugdzorg, de helft ongeveer, en op huishoudelijke hulp. Ja, u vroeg ook naar de taakstelling en de termijn. Nou, in januari vindt de projectleider als het goed is zijn start en

dan komen we daar snel op terug. Dan heeft u gezegd, de toezegging van de wethouder over de zorgcoördinator. Die begreep ik niet. Ik heb een keer een discussie gehad met uw fractiegenoot, mevrouw Hidding, en toen heb ik dat zwaar ontraden. En nu geeft u aan, ik ben blij dat die in de begroting staat. Hij staat er niet in, dus ik moet u teleurstellen. Wat er wel in staat, is de kwaliteitsmanager medewerker. Maar dat heeft eigenlijk niks met onze inwoners te maken. Ja, uiteindelijk wel, maar die heeft te maken met de processen en de beschikkingen en ook het bijhouden van halen we onze doelen? Uiteindelijk allemaal voor een verbetering in dat domein. Even kijken. Ja, en dan uw amendement samen met D66 en de Partij van de Arbeid. Het is een motie uit mijn hoofd. U geeft mij de tijd, een half jaar de tijd om dat te onderzoeken. Ik zie hem er even niet tussen, maar dat gaat over het Wmo abonnementstarief. Eigenlijk heb ik helemaal geen tijd nodig om het te onderzoeken, want u zei het al: het mag gewoon niet. Ik heb ook de wethouder in Laren gesproken en de provincie heeft een keurige brief gestuurd met het verzoek hiermee op te houden. Of in elk geval, de provincie wees terecht aan de andere gemeenten die dit hebben ingevoerd ook. Dus u hoeft het en mij niet te vragen. Het is onderzocht, het mag niet. Dan is er nog één keus en dat is dat u zegt, we doen het wel.

Ja, dan hebben wij het uit te voeren met de garantie, weet ik niet, maar met het vooruitzicht dat de provincie ons ook op de vingers zal trekken. Dus die keuze is aan u. Ik zou het ook niet doen in dit geval, want heel Nederland betaalt niemand er dan voor, behalve in Wijdemeren en in Laren. Dat is een afweging die u moet maken, maar lijkt me niet dat u dat aan… De voorzitter: Ter aanvulling, wethouder Van Rijn. Het is een motie. Mevrouw Van Rijn: Het is een motie. Ja, zie het zelf al inderdaad. Dus die raden wij af, ook om de reden dat ik de wethouder van Laren gesproken heb. Dan de Partij van de Arbeid-GroenLinks. Mevrouw Vermeulen-Franssen: Voorzitter, mevrouw Van Rijn vergeet nog één vraag die wij gesteld hebben. Dat is over de communicatie. Mevrouw Van Rijn: Oh, die vraag heb ik niet opgeschreven, dus … De voorzitter: Kunt u hem wellicht herhalen? Mevrouw Vermeulen-Franssen: Wij hebben de toezegging gevraagd aan de wethouder om echt werk te maken van de communicatie over het aanvragen van zorg. En ik heb er bij gezegd, ik kom er nu niet mee aan dat hier nu een plan voor moet worden gemaakt en een medewerker moet worden aangetrokken. Kleine verbeteringen die niet veel tijd kosten helpen onze inwoners ook en daar gaat echt niet zo veel tijd in zitten. Dus ik geef u alvast mee hoe we erin zitten.

Mevrouw Van Rijn: Ja, en u geeft ook alvast het antwoord aan wat ik niet mag geven. Nou, dat ga ik dan ook uiteraard niet doen. Daar hoeft ook geen medewerker voor aangetrokken … Ja, als u dat zegt. Nee, er hoeft geen medewerker voor aangetrokken te worden. Alleen, het is wel zo, we doen dat continu. Vorige keer was het bekend dat de mee niet zo bekend was. Cliënt ondersteuning. Dat zetten we standaard onder elke brief. De website is aangepast, we leggen niet alleen voor ons digitaal, maar ook bij huisartsen, bij bibliotheken. Elke keer vinden we iets om die communicatie te verbeteren, maar het zal altijd zo blijven dat niet iedereen op de hoogte is van de mogelijkheden die er zijn. Dus daar waar we verbetering hebben, daar waar iedereen verbeteringen aandraagt. We voeren ze uit, we passen ze aan. U heeft helemaal gelijk, daar hoeft helemaal geen extra medewerker aan te pas te komen, maar honderd procent garantie dat iedereen die zorg kan vinden, die is er gewoon niet. En ons zorglandschap is daar ook toch vrij ingewikkeld voor. Dus we doen ons best. Gaat u geen genoegen mee nemen, denk ik. Maar we doen ons best.

De voorzitter: Mevrouw Vermeulen. Mevrouw Vermeulen-Franssen: Vandaar die zorgcoördinator, hè? Mevrouw Van Rijn: Ja, ja. Nou, daar gaan we het later over hebben. Ik kijk ook even naar de tijd, want ik denk dat ik het wel red, maar de heer Boermans komt ook nog. Dus ik weet niet hoe lang wij nog tijd hebben. De voorzitter: We hebben nog achttien minuten, maar volgens mij zijn we wel een beetje over de tijd. Mevrouw Van Rijn: Ik ga ze niet volmaken. De Partij van de Arbeid-GroenLinks. Nou, dank voor het uitspreken voor het uitspreken voor de enthousiaste woorden over de tiny houses. Ik word daar ook heel blij van. En ik had echt zin uw plan te gaan lezen naar de commissie, want u had hem al aangekondigd. En toen zag ik hem en toen dacht ik, nee toch? En dat komt omdat ik op zich, wat u opschrijft, de wens voor sociale woningen heel erg bij u vindt passen. Eigen grond, honderd procent sociaal. Maar ik begrijp dan niet zo goed dat u met dit plan komt van, ik neem aan een inwoner in combinatie met de Rabobank en dat u niet gewoon zegt, beste gemeente, wij als Partij van de Arbeid willen dat hier de woningbouwcorporatie sociaal gaat ontwikkelen. Want u weet toch dat op het moment dat het niet bij de woningbouwcorporatie ligt inwoners één niet meedoen via het woning verdeelsysteem, dus die woningen vallen erbuiten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10869471/2