Partiële herziening versie 13 april 2021
Tekst van het document
Gemeente Wijdemeren
Partiële herziening bestemmingsplan Rading 138
April 2021 Kenmerk 1696-63-T01 Projectnummer 1696-63
Toelichting
Inhoudsopgave 1.
Inleiding 1.1. Aanleiding 1.2. Ligging plangebied
1 1 1
2.
Bestaande situatie 2.1. Huidige situatie 2.2. De voorgestelde situatie
2 2 4
3.
Beleidskader 3.1. Algemeen 3.2. Rijksbeleid 3.3. Provinciaal beleid 3.4. Gemeentelijk beleid
7 7 7 8 13
4.
Planologische en milieutechnische randvoorwaarden 4.1. Bodem 4.2. Archeologie 4.3. Waterhuishouding en waterparagraaf 4.4. Natuur 4.5. Geluid 4.6. Luchtkwaliteit 4.7. Externe veiligheid 4.8. Bedrijven en milieuzonering 4.9. Duurzaamheid en klimaatadaptie
16 16 16 17 18 23 24 26 27 31
5.
Uitvoerbaarheid 5.1. Economische uitvoerbaarheid 5.2. Maatschappelijke uitvoerbaarheid: 5.3. Vooroverleg ex artikel 3.1.1. Besluit ruimtelijke ordening. 5.4. Vaststellingsprocedure
32 32 32 32 32
6.
Juridische planbeschrijving 6.1. Algemeen 6.2. Planvorm 6.3. Regels
33 33 33 33
7.
Bijlagen
36
1
1.
Inleiding
1.1.
Aanleiding Op het perceel Rading 138 was in het verleden een agrarisch bedrijf gevestigd. De agrarische activiteiten zijn gestaakt. R. Slikker Bouwmanagement bv heeft een plan ontwikkeld voor de herontwikkeling van de locatie Rading 138. Op het perceel worden 26 woningen gerealiseerd: een appartementengebouw met 12 sociale huur/koop appartementen en 3 appartementen in de vrije sector, 6 twee-onder-een-kap woningen en 5 vrijstaande woningen. Afbeelding 1: Ligging plangebied in groter verband.
1.2.
Ligging plangebied Het plangebied ligt aan de oostkant van Nieuw-Loosdrecht dichtbij de grens met de gemeente Hilversum. Het plangebied wordt ingeklemd tussen de Lieve Geelvincklaan (noordzijde) en de Tjalk (zuidzijde). Aan de oostzijde behoort de voormalige toegang naar het agrarisch bouwperceel vanaf de Rading (tussen nummers 136 en 140) eveneens tot het plangebied. Het Catharina-Amalia plantsoen vormt tot slot de westelijke begrenzing van het plangebied.
Ontwerp Gemeente Wijdemeren – Partiële herziening bestemmingsplan Rading 138
2
2.
Bestaande situatie
2.1.
Huidige situatie Het landschap in deze streek is in sterke mate beïnvloed en gevormd door de mens. Het plangebied en directe omgeving zijn ontgonnen vanuit het Gooi. Door deze ontginning ontstond een veenweidelandschap, met de dorpen Oud-Loosdrecht en Nieuw-Loosdrecht. De dorpen zijn ontstaan tussen 1000 en 1300 na Christus. De Rading is de doorgaande weg die ter hoogte van het gemeentehuis van Wijdemeren overgaat in de Molenmeent en de Loosdrechtseweg. De laatstgenoemde weg verbindt Hilversum met Nieuw-Loosdrecht. Ongeveer ter hoogte van het plangebied verbindt de Tjalk de Rading met de Nieuw-Loosdrechtsedijk. De Rading is een tweebaansweg voor gemotoriseerd verkeer, waarop maximaal 50 kilometer per uur mag worden gereden. De fietsers zijn aangewezen op een vrijliggend fietspad aan de oostzijde van de Rading. Afbeelding 2: Begrenzing plangebied.
De planlocatie sluit redelijk goed aan op het openbaar vervoer. Langs de Prinses Margrietstraat en de Tjalk zijn bushaltes die op loopafstand zijn gesitueerd. Buslijnen 104 en 122 verbinden de locatie met Hilversum (NS-station) en station Overvecht (Utrecht). De huidige toestand van het terrein is grotendeels onbebouwd. De voormalige bedrijfsbebouwing is reeds gesloopt, alleen de boerderij is nog aanwezig. Ten noorden en oosten van het plangebied bestaat de bebouwing voornamelijk uit woningen. Aan de zuidzijde bevindt zich het bedrijventerrein Hallinckveld met onder meer de Avontuurfabriek (linksonder in afbeelding 2).
Ontwerp Gemeente Wijdemeren – Partiële herziening bestemmingsplan Rading 138
3
Afbeelding 3: Bestaande situatie vanaf de Lieve Geelvincklaan.
Aan de overzijde van de Rading bevindt zich manege De Kamhorst, bosgebied en het vliegveld Hilversum. Deze functies zijn binnen de gemeente Hilversum gesitueerd. In de ruimere omgeving is sprake van een divers gebied. Langs de Rading is ten zuiden van het plangebied bijvoorbeeld het bedrijventerrein Hallinckveld gevestigd. Afbeelding 4: Kadastrale situatie.
Het plangebied bestaat uit het volgende kadastrale percelen: sectie C, nummer 4382 met een oppervlakte van 4615 m2 en nummer 4378 (gedeeltelijk).
Ontwerp Gemeente Wijdemeren – Partiële herziening bestemmingsplan Rading 138
4
Het woningbouwproject wordt gerealiseerd op het perceel met nummer 4382 en de woonbestemming zal worden gelegd op het perceel met nummer 4378. De daar nu geldende erfdienstbaarheid (op het perceel met nummer 4378) komt te vervallen.
2.2.
De voorgestelde situatie Voor de locatie is een woningbouwplan ontwikkeld. Dit plan maakt gebruik van de beperkte ruimte op het perceel. Daarom is er voor gekozen om voor een deel gestapelde woningen in de vorm van huur/koop appartementen in de sociale sector te realiseren. De vrije sector appartementen komen op de bovenste verdieping. Alle appartementen krijgen een buitenruimte in de vorm van terrassen of balkons. Aan de noordzijde van het gebouw worden bergingen gerealiseerd. Afbeelding 5: Het plan.
De beperkte ruimte is vertaald in een ontwerp dat georiënteerd is op de omliggende wegenstructuur (dat wil zeggen dat de voordeuren vanaf deze wegen bereikt worden). Uitzondering hierop vormt het appartementengebouw. Ondanks deze oriëntatie worden de woningen voor het verkeer ontsloten door een centraal door het gebied geprojecteerde (doodlopende) weg. Vanaf deze weg kunnen de openbare en privé parkeerplaatsen worden bereikt. Qua goot- en nokhoogte zal worden aangesloten op de afmetingen die ook reeds voorkomen bij de woningen aan de Lieve Geelvincklaan.
Ontwerp Gemeente Wijdemeren – Partiële herziening bestemmingsplan Rading 138
5
De woningen krijgen een hellend dak zodat deze aansluiten op de korrelgrootte van de omgeving Afbeelding 6: Indicatieve vogelvlucht van het plan vanaf de Lieve Geelvincklaan.
2.2.1. Verkeer Teneinde de verkeerskundige aspecten goed te kunnen beoordelen is een Verkeerseffectrapportage1 opgesteld. In het rapport is onder meer ingegaan op de volgende verkeersaspecten: parkeren en verkeersgeneratie. Parkeren Op basis van de "Beleidsregel parkeernormen van de gemeente Wijdemeren 2015" is een parkeerbalans opgesteld. Op basis van de kengetallen voor de diverse woningtypen is de parkeerbehoefte van het plan bepaald. Daarbij is uitgegaan van de parkeernormen voor de kernen en de functie Wonen. Functie Eengezinswoning Appartement etage koop Appartement etage sociale huur/koop * Totaal * Uitgegaan van de hoogste parkeernorm
1
Norm 1,6 1,3 1,3
Aantal 11 3 12
Roelofs, Verkeersonderzoek Rading 138, 21 april 2020.
Ontwerp Gemeente Wijdemeren – Partiële herziening bestemmingsplan Rading 138
Totaal 17,6 3,9 15,6 37,1
6
In het gehele plangebied worden er in totaal 45 parkeerplaatsen gerealiseerd. Met dit aantal parkeerplaatsen kent het plangebied in totale zin ruim voldoende parkeercapaciteit. Binnen het plangebied moet de parkeerbehoefte van het appartementencomplex en de parkeerbehoefte van bezoekers van de woningen (22,8 parkeerplaatsen) openbaar toegankelijk zijn. Met de in het plan opgenomen 20 haaksparkeervakken en de drie indicatieve langsparkeervakken voldoet het plan ook aan de benodigde openbare parkeercapaciteit van (afgerond) 23 parkeerplaatsen. Het overig deel van de parkeerbehoefte kan ruimschoots op eigen terrein worden opgevangen. Verkeersgeneratie Om de verkeersgeneratie van het initiatief te berekenen is gebruik gemaakt van de kencijfers voor verkeersgeneratie, zoals opgenomen in CROW publicatie 381. Voor de aanwezige functies is hierbij uitgegaan van het 'minimale kencijfer' voor de 'schil' in 'weinig stedelijk' gebied. Het plan leidt dan ook tot een toename van circa 160 verkeersbewegingen op een gemiddelde weekdag. Conclusies & aanbevelingen Op basis van verkeersonderzoek voor de herontwikkeling van het perceel Rading 138 in NieuwLoosdrecht, volgen de volgende conclusies/aanbevelingen: parkeren: het voorgenomen verkavelingsplan volstaat om te voorzien in de parkeerbehoefte van het planvoornemen. Hierbij zijn er ook voldoende openbare parkeerplaatsen beschikbaar.
verkeersgeneratie: de voorgenomen ontwikkeling kent een verkeersgeneratie van circa 160 verkeersbewegingen per gemiddelde weekdag; verkeersontsluiting: het plangebied kent met de Tjalk (westelijke richting) en Tjalk/Rading (oostelijke richting) goede ontsluitingsmogelijkheden voor gemotoriseerd verkeer. Dit geldt ook voor de mogelijke ontsluitingen voor fietsers en voetgangers. Het plangebied is voor alle modaliteiten goed bereikbaar; verkeersafwikkeling: in de plansituatie kent de Tjalk ten westen van het plangebied een geprognosticeerde intensiteit van rond de 3.950 mvt/etmaal. Voor het wegvak tussen het plangebied en de Rading ligt deze intensiteit op circa 4.000 mvt/etmaal en op het noordelijk deel van de Rading op circa 5.600 mvt/etmaal. De wegen hebben ruim voldoende restcapaciteit om te voorzien in een acceptabele verkeersafwikkeling; verkeersveiligheid: op basis van de geringe verkeerstoename, de weginrichting en rijsnelheden zijn er op het omliggende wegennet geen onaanvaardbare verkeersveiligheidsrisico's voor de verschillende modaliteiten; aandachtspunten: bij de nadere uitwerking van het planvoornemen wordt aanbevolen rekening te houden met toegankelijkheidseisen voor mindervaliden en realisatie van een uitritconstructie op de Tjalk.
Ontwerp Gemeente Wijdemeren – Partiële herziening bestemmingsplan Rading 138
7
3.
Beleidskader
3.1.
Algemeen In een groot aantal internationale, nationale, provinciale en gemeentelijke plannen en besluiten worden randvoorwaarden en uitgangspunten vermeld die van belang kunnen zijn voor het gebied. In de navolgende paragrafen wordt in het kort ingegaan op de plannen en besluiten, voor zover deze van belang zijn voor onderhavig plan.
3.2.
Rijksbeleid Op 13 maart 2012 heeft de Minister van Infrastructuur en Milieu het vaststellingsbesluit van de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) ondertekend. Daarmee is het nieuwe ruimtelijke en mobiliteitsbeleid zoals uiteengezet in de SVIR van kracht geworden. Het Rijk streeft naar een concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig Nederland door een krachtige aanpak die ruimte geeft aan regionaal maatwerk, de gebruiker voorop zet, investeringen prioriteert en ruimtelijke ontwikkelingen en infrastructuur met elkaar verbindt. Om dit te bereiken, brengt het Rijk de ruimtelijke ordening zo dicht mogelijk bij diegene die het aangaat (burgers en bedrijven), laat het meer over aan gemeenten en provincies ('decentraal, tenzij…') en komt de gebruiker centraal te staan. Het Rijk kiest voor een selectievere inzet van rijksbeleid op slechts 13 nationale belangen. Voor die belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Het Rijk richt zich daarbij op het versterken van de internationale positie van Nederland en het behartigen van de belangen voor Nederland als geheel, zoals de hoofdnetwerken voor personen- en goederenvervoer (waaronder buisleidingen), energie en natuur, alsook ondergrond en ruimte voor militaire activiteiten.
Ook waterveiligheid en milieukwaliteit (lucht, geluid, bodem, water en externe veiligheid) horen daarbij, evenals de bescherming van ons werelderfgoed (zoals de Waddenzee en de Nieuwe Hollandse Waterlinie). Buiten de nationale belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Het Rijk gaat zo min mogelijk op de stoel van provincies en gemeenten zitten en laat verstedelijkings- en landschapsbeleid over aan de provincies en gemeenten. De gemeente is in dat opzicht de overheid die het dichtst bij de burger staat en zorg draagt voor een veilige en leefbare woon- en werkomgeving. In het ruimtelijk domein gaat het om de ruimtelijke ontwikkeling van stad en platteland in brede zin, waarbij onder meer belangen ten aanzien van mobiliteit, milieu, natuur, water, economie en wonen worden afgewogen. Gemeenten krijgen ruimte voor kleinschalige natuurlijke groei geënt op het bouwen van huizen die aansluiten bij de woonwensen van mensen. Uitgangspunt is dat de ruimte zorgvuldig wordt benut en overprogrammering wordt voorkomen. In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte wordt de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening opgenomen.
De ladder voor duurzame verstedelijking is ingericht voor een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten waardoor de ruimte bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen in stedelijke gebieden optimaal benut
Ontwerp Gemeente Wijdemeren – Partiële herziening bestemmingsplan Rading 138
8
wordt. Op grond van de definitie2 van "stedelijke ontwikkeling" en jurisprudentie daarover wordt een ontwikkeling van maximaal 11 woningen niet aangemerkt als stedelijke ontwikkeling. Met ingang van 1 juli 2017 is bovendien een wijziging van het Bro in werking getreden met betrekking tot de ladder voor duurzame verstedelijking. Deze wijziging betekent dat de toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving bevat van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Op basis van jurisprudentie blijkt dat maximaal 11 woningen niet gezien dienen te worden als een stedelijke ontwikkeling. Op de nu voorliggende ontwikkeling, die voorziet in de bouw van maximaal 26 woningen binnen bestaand stedelijk gebied is de ladder niet van toepassing. Wel dient de behoefte te worden aangetoond. Het plan past daarmee binnen de beleidsuitgangspunten van de SVIR. Voor een beschouwing over de behoefte aan deze stedelijke ontwikkeling wordt verwezen naar paragraaf 3.4.2. 3.2.1. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is eind december 2011 met uitzondering van enkele onderdelen in werking getreden.
Het Barro omvat regels waar bestemmingsplannen aan moeten voldoen voor alle ruimtelijke rijksbelangen die een juridische vertaling dienen te krijgen in bestemmingsplannen. Het gaat om kaders voor onder meer het bundelen van verstedelijking, nationale landschappen, de Ecologische Hoofdstructuur, de kust, grote rivieren, militaire terreinen, mainportontwikkeling van Rotterdam en de Waddenzee. De algemene regels in het Barro met vooral een conserverend/beschermend karakter zijn niet relevant voor voorliggende ontwikkeling. Onderhavige ontwikkeling heeft geen betrekking op deze nationale belangen en het plan is daarmee niet in strijd met het Barro.
3.3.
Provinciaal beleid
3.3.1. Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 Op 19 november 2018 hebben de Provinciale Staten van Noord-Holland de Omgevingsvisie NH2050 vastgesteld. Hierin staat de visie op de fysieke leefomgeving beschreven. De eerste stap in de uitwerking van de Omgevingsvisie is inmiddels gezet in het opstellen van een Omgevingsverordening die de huidige PRV gaat vervangen. Ook werkt de provincie Noord-Holland aan de borging van de Omgevingsvisie in programma's voor de kortere termijn. De provincie wil balans tussen economische groei en leefbaarheid. Dit betekent dat in heel Noord-Holland een basiskwaliteit van de leefomgeving wordt gegarandeerd. Er zijn randvoor-
2
Een stedelijke ontwikkeling is volgens artikel 1.1.1, sub 1i van het Besluit ruimtelijke ordening een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.
Ontwerp Gemeente Wijdemeren – Partiële herziening bestemmingsplan Rading 138
9
waarden geformuleerd hoe om te gaan met klimaatverandering. De provincie ontwikkelt zoveel mogelijk “natuurinclusief” en met behoud van (karakteristieke) landschappen, clustert ruimtelijke economische ontwikkelingen rond infrastructuur en houdt rekening met de ondergrond. In de visie zijn 5 bewegingen met ontwikkelprincipes beschreven voor de ontwikkeling van de leefomgeving. 1. Dynamisch schiereiland. Hierin is het benutten van de unieke ligging van Noord-Holland, te midden van water, leidend. 2. Metropool in ontwikkeling. Hierin wordt beschreven hoe de Metropoolregio Amsterdam steeds meer als één stad functioneert. 3. Sterke kernen, sterke regio's, gaat over de ontwikkeling van centrumgemeenten die de gehele regio waarin ze liggen vitaal houden. 4. Nieuwe energie, benut de economische kansen van de energietransitie. 5. Natuurlijk en vitaal landelijke omgeving, staan het ontwikkelen van natuurwaarden en een economisch duurzame agrarische sector centraal. De provincie richt zich uitdrukkelijk op ruimtelijke vraagstukken die op regionale en bovenregionale schaal spelen en/of gevolgen hebben. Daarvan is in het onderhavige geval geen sprake. 3.3.2. Provinciale Ruimtelijke Verordening Op 3 februari 2014 hebben Provinciale Staten de Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV) vastgesteld. Naar aanleiding van nieuwe wetgeving en/of provinciaal beleid wordt de PRV regelmatig aangepast.
Op 12 december 2016 hebben PS een wijziging van de Provinciale Ruimtelijke Verordening vastgesteld. Deze wijziging trad op 1 maart 2017 in werking. Op 20 december 2016 hebben Gedeputeerde Staten bovendien besloten om de kaarten van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) uit het Natuurbeheerplan 2017 op te nemen in de PRV. In de PRV heet dit Ecologische Hoofdstructuur. De verordening schrijft voor waaraan de inhoud van (gemeentelijke) bestemmingsplannen, projectbesluiten en beheersverordeningen moeten voldoen. De laatste wijziging van de PRV is op 14 januari 2019 door Provinciale Staten vastgesteld. In deze wijziging zijn onder andere de artikelen met betrekking tot Kleinschalige ontwikkeling, Natuurnetwerk Nederland en Strandzonering aangepast. De gewijzigde PRV is op 1 februari 2019 in werking getreden. Bufferzone In een bufferzone is het bouwen van woningen niet toegestaan. Het plangebied ligt volgens kaart 5b van de PRV buiten de bufferzone als bedoeld in artikel 24 PRV. De ontwikkeling wordt daarom niet beperkt door de bufferzone.
Ontwerp Gemeente Wijdemeren – Partiële herziening bestemmingsplan Rading 138
10
Afbeelding 7: De bufferzone in relatie tot het plangebied.
Ecologische hoofdstructuur Uitgangspunt van de PRV is onder meer om aantasting van de ecologische hoofdstructuur en aardkundige waarden te voorkomen. Indien een gebied binnen het Natuurnetwerk Nederland (NNN), de voormalige ecologische hoofdstructuur (EHS), is gesitueerd mogen op grond van artikel 19 van de PRV geen nieuwe bestemmingen en regels worden opgenomen die omzetting naar de natuurfunctie onomkeerbaar belemmeren en de wezenlijke kenmerken en waarden van de NNN/EHS significant aantasten. Het plangebied ligt niet binnen het gebied dat is aangeduid als NNN (kaart 4 Natuur). Afbeelding 8: NNN/EHS (groene vlakken) volgens kaart 4 van de PRV.
Voor gebieden die als aardkundig waardevol gebied zijn aangemerkt, geldt op grond van artikel 8 van de PRV dat in de toelichting van een bestemmingsplan moet worden aangegeven in hoeverre rekening is gehouden met de in het gebied voorkomende bijzondere aardkundige waarden. Het plangebied ligt niet binnen een gebied met aardkundige waarden.
Ontwerp Gemeente Wijdemeren – Partiële herziening bestemmingsplan Rading 138
11
Conclusie De bestemmingswijziging die in dit plan mogelijk wordt gemaakt, ligt binnen het bestaand stedelijk gebied. Het plan past binnen het provinciaal beleid zoals geformuleerd in de Omgevingsvisie en de regels uit de PRV. 3.3.3. Verordening Luchthavenbesluit Hilversum De locatie ligt op basis van de Verordening Luchthavenbesluit Hilversum in het zogeheten aanvullende beperkingengebied, maar buiten de 48 dB(A) Lden-contour. Afbeelding 9: Aanvullende beperkingengebied
In artikel 4.3 van de Verordening Luchthavenbesluit Hilversum is opgenomen dat de leden 2, 3, en 4 van artikel 12 (§ 3.2.3. Geluidbelasting) van het Besluit burgerluchthavens overeenkomstig van toepassing zijn op het aanvullende beperkingengebied. Dit betekent dat een verklaring van geen bezwaar door Gedeputeerde Staten moet worden verleend voor nieuwbouw van een wo-
Ontwerp Gemeente Wijdemeren – Partiële herziening bestemmingsplan Rading 138
12
ning, waarbij de situaties waarin deze verklaring kan worden verleend limitatief in het Besluit burgerluchthavens zijn genoemd. Artikel 12 van het Besluit burgerluchthavens luidt als volgt: 1. In het gebied dat gelegen is op of binnen de contour van 70 dB(A) Lden worden woningen, niet zijnde bedrijfswoningen, en geluidsgevoelige gebouwen aan hun bestemming onttrokken. Artikel 10, tweede, derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing. 2. In het gebied dat gelegen is op of binnen de contour van 56 dB(A) Lden is nieuwbouw van een woning en een geluidsgevoelig gebouw niet toegestaan. 3. In afwijking van het tweede lid: a. is nieuwbouw van een bedrijfswoning toegestaan, en b. kan een verklaring van geen bezwaar slechts worden afgegeven voor een woning of een geluidsgevoelig gebouw, gelegen op de contour van 56 dB(A) Lden of in het gebied tussen de contour van 56 dB(A) Lden en de contour van 70 dB(A) Lden die: 1. een open plek in de bestaande bebouwing opvult, 2. zal dienen ter vervanging van op die plaats reeds aanwezige bebouwing, of 3. binnen het desbetreffende gebied wordt verplaatst naar een locatie waar de geluidbelasting ten gevolge van het luchthavenluchtverkeer minder is. 4. Het derde lid, onderdeel b, aanhef en onder 3, wordt niet eerder toegepast dan nadat de oude woning of het oude geluidsgevoelige gebouw aan de bestemming is onttrokken.
Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Holland hebben een verklaring van geen bezwaar afgegeven3. Gevolgen voor het plan Op basis van het bepaalde in artikel 4.3 van de Verordening Luchthavenbesluit Hilversum hebbe Gedeputeerde Staten een verklaring van geen bezwaar afgegeven voor de bouw van de woningen en appartementen. Dit is mogelijk omdat wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 12, lid 3, onder b2 van het Besluit burgerluchthavens. Het project benut de resterende mogelijkheid tot bebouwing tussen bestaande gebouwen ter verbetering van de bestaande stedenbouwkundige structuur. Aangezien de woningen en appartementen buiten de 48 dB(A) contour worden gesitueerd zal geen geluidhinder optreden. Er zijn geen belemmeringen voor de bestemmingswijziging zoals bewerkstelligd in het voorliggende bestemmingsplan. 3.3.4. Provinciale Milieuverordening De Provinciale Milieuverordening (PMV) is gebaseerd op de Wet milieubeheer (Wm) en de Wet bodembescherming. De verordening is via een aantal 'tranches' (wijzigingen) verder aangevuld, gewijzigd en geactualiseerd. Op 6 februari 2017 is tranche 10 vastgesteld. In hoofdstuk 5 van de verordening zijn regels gesteld ten aanzien van de grondwaterbescherming. Eén van de aangewezen grondwaterbeschermingsgebieden, waarvoor regels gelden ter bescherming van
3
Gedeputeerde Staten van Noord-Holland, Verklaring van geen bezwaar Rading 138, kenmerk 1372283/1373257.
Ontwerp Gemeente Wijdemeren – Partiële herziening bestemmingsplan Rading 138
13
de kwaliteit van het grondwater met het oog op de waterwinning, is "Loosdrecht". Het plangebied ligt buiten de beschermingszone. In paragraaf 4.3 zal nader worden ingegaan op het grondwaterbeschermingsgebied en de gevolgen voor het plan.
3.4.
Gemeentelijk beleid
3.4.1. Structuurvisie Wijdemeren Op de kaart 'Gewenste toekomstige ruimtelijke structuur' van de Structuurvisie Wijdemeren, met als ondertitel "Beheerste ontwikkeling met behoud van het goede", die op 6 februari 2013 door de gemeenteraad is vastgesteld, is het plangebied niet opgenomen. Er is dan ook geen specifiek beleid opgenomen. Wel gelden een aantal algemene uitgangspunten. In principe streeft de gemeente Wijdemeren bijvoorbeeld naar 1/3 deel sociale woningbouw bij elke woningbouwontwikkeling. Daarnaast is voor de kern Nieuw-Loosdrecht op de kaart Wonen aangegeven dat er meer gebouwd dient te worden voor jongeren, ouderen en gehandicapten. 3.4.2. Woonvisie Regio Gooi en Vechtstreek 2016 - 2030 / Regionaal actieprogramma Woningbouw 2016-2020 Sinds 2008 is er een Regionale Woonvisie Gooi en Vechtstreek. In de periode 2010 tot 2015 was de nieuwbouwproductie in de regio stabiel en lag gemiddeld iets boven de 500 woningen per jaar. De verwachte huishoudensgroei is de belangrijkste onderlegger voor het regionaal vraaggestuurde bouwprogramma. Huishoudensprognoses van de provincie Noord-Holland laten zien dat er tot 2030 nog circa 11.000 huishoudens bij komen in de regio. Dit betekent dat uitbreiding van de woningvoorraad voor de periode tot 2030 nodig blijft.
In de jaren tot 2020 is de vraagdruk groter dan in de periode na 2020 vanwege inhaaleffecten van de economische crisis en instroom van nieuwe doelgroepen. Tot 2030 bevat het regionale programma 9.250 nieuwbouwwoningen en 2.275 toevoegingen door transformaties. Het regionale bouwprogramma 2015-2020 bevat 750 nieuwbouwwoningen per jaar en voor de periode 2020-2030 gemiddeld 550 nieuwbouwwoningen per jaar. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de bescheiden toevoeging van 12 huur/koop appartementen in de sociale sfeer, alsmede 3 vrije sector appartementen en 11 grondgebonden woningen past binnen de regionale afspraken. Door 12 appartementen als sociale woning in de markt te zetten wordt tevens voldaan aan de gemeentelijke wens om bij woningbouwontwikkeling 1/3 deel in de sociale klasse te ontwikkelen. Met het realiseren van kleine appartementen wordt tevens voorzien in de behoefte aan woningen voor jongeren en starters. 3.4.3. Woonvisie Wijdemeren 2016-2020 In de Woonvisie geeft de gemeente haar visie op het wonen. Het is een integraal plan, waarin een breed scala van onderwerpen met betrekking tot het wonen aan de orde komt. De gemeente Wijdemeren stelt zich ten doel een passend woningaanbod te hebben, met name voor de inwoners van de gemeente. De woonvisie geeft weer hoeveel woningen, wat voor soort, waar
Ontwerp Gemeente Wijdemeren – Partiële herziening bestemmingsplan Rading 138
14
en voor wie gebouwd moeten worden. Maar dat niet alleen. De visie geeft ook aan welke flankerende maatregelen noodzakelijk zijn en welke rolverdeling op het gebied van het wonen in Wijdemeren het beste is om ook daadwerkelijk resultaten te boeken. Bij nieuwe woningbouwplannen streeft de gemeente naar minimaal 1/3 betaalbare woningen en 2/5 deel gestapelde bouw. Het aandeel sociale woningen bedraagt voor het project 12 woningen. Het aandeel gestapelde woningen bedraagt 15 appartementen. Er wordt voldaan aan de uitgangspunten van de Woonvisie 2016-2020. 3.4.4. Beleidsplan Verkeer Wijdemeren 2011-2020 Het Beleidsplan Verkeer Wijdemeren 2011-2020 is op 30 juni 2011 door de gemeenteraad van Wijdemeren vastgesteld. Het verkeersbeleid zal tot 2020 gericht zijn op bewaken en zo mogelijk verbeteren van de drie speerpunten: verkeersveiligheid, leefbaarheid en bereikbaarheid. Gelet op de effecten van nieuwbouwlocaties op de omgeving is in het beleidsplan aangegeven dat bij projecten van 25 of meer woningen een Verkeerseffectrapportage dient te worden opgesteld om inzicht te krijgen van de effecten van het plan op de leefbaarheid en bereikbaarheid van de omgeving. Een project kan pas worden uitgevoerd indien de gevolgen voort het verkeer adequaat en binnen de kaders van het verkeersbeleid worden opgelost. Gevolgen voor het plan Het voorliggende plan omvat de bouw van meer dan 25 woningen.
Op basis van het beleidsplan dient er daarom een Verkeerseffectrapportage te worden opgesteld. Voor het uitgevoerde verkeersonderzoek wordt verwezen naar paragraaf 2.2.1. 3.4.5. Bestemmingsplan Kernen Ankeveen, Kortenhoef en Nieuw-Loosdrecht Voor het plangebied vigeert het bestemmingsplan "Kernen Ankeveen, Kortenhoef en NieuwLoosdrecht" dat op 27 september 2012 door de gemeenteraad van Wijdemeren is vastgesteld. In dat bestemmingsplan heeft het perceel de bestemming "Agrarisch” ten behoeve van uitoefening van een grondgebonden veehouderijbedrijf. De maximale goothoogte bedraagt 6 meter en de maximale bouwhoogte bedraagt 9 meter. Tevens geldt de dubbelbestemming “Waarde – Archeologie 5”. Op grond van deze laatste bestemming dient bij bodemingrepen vanaf 2.500 m² en dieper dan 40 cm beneden maaiveld archeologisch onderzoek uitgevoerd te worden. Ter plaatse geldt ook de gebiedsaanduiding “geluidzone”. Dat betekent dat nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen uitsluitend toelaatbaar zijn met inachtneming van de maximaal toelaatbare geluidswaarden volgens de Wet Geluidhinder. Deze regel heeft betrekking op het vliegveld Hilversum.
Ontwerp Gemeente Wijdemeren – Partiële herziening bestemmingsplan Rading 138
15
Afbeelding 10: Fragment verbeelding vigerend bestemmingsplan.
Conclusie Binnen de huidige bestemming is het realiseren van woningen niet mogelijk. Het voorliggende bestemmingsplan dient deze ontwikkeling mogelijk te maken.
Ontwerp Gemeente Wijdemeren – Partiële herziening bestemmingsplan Rading 138
16
4.
Planologische en milieutechnische randvoorwaarden
4.1.
Bodem In artikel 2.4.1, lid 1 van de Bouwverordening is bepaald dat een omgevingsvergunningsplichtig bouwwerk niet mag worden gebouwd op een zodanig verontreinigd terrein, dat schade of gevaar is te verwachten voor de gezondheid van de gebruikers of het milieu. In artikel 2.1.5 leden 1 en 2 van de Bouwverordening is het voorschrift gegeven dat bij het indienen van een aanvraag om omgevingsvergunning een bodemonderzoeksrapport overlegd moet worden, dat bestaat uit de resultaten van een recent verkennend onderzoek volgens NEN 5740. Ten behoeve van de bestemmingswijziging is een verkennend bodemonderzoek 4 uitgevoerd. De voor de locatie opgestelde hypothese voor het vastleggen van de algemene bodemkwaliteit "onverdacht" is formeel niet juist. Op de locatie zijn enkele lichte verontreinigingen aangetroffen. Op basis van vigerend beleid behoeft echter geen nader onderzoek te worden uitgevoerd. Gevolgen voor het plan Het plan ondervindt geen belemmeringen als gevolg van het aspect bodem.
4.2.
Archeologie In de Erfgoedwet die op 1 juli 2016 in werking is getreden zijn de uitgangspunten van het Verdrag van Malta binnen de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd. De wet regelt de bescherming van archeologisch erfgoed in de bodem, de inpassing ervan in de ruimtelijke ontwikkeling en de financiering van opgravingen: "de veroorzaker betaalt". Uit het vigerende bestemmingsplan blijkt dat het perceel de dubbelbestemming "Waarde - Archeologie 5" heeft. Op grond van deze dubbelbestemming dient bij bodemingrepen vanaf 2.500 m² archeologisch onderzoek uitgevoerd te worden. Het totale plangebied heeft een oppervlak 2 van ongeveer 4.615 m . Het ligt voor de hand dat met het realiseren van het plan het criterium 2 van 2.500 m wordt overschreden. Het is echter niet mogelijk om in het kader van dit bestemmingsplan een archeologisch onderzoek voor het gehele terrein te verrichten omdat de bestaande bebouwing pas in het kader van de uitvoering zal worden gesloopt. Gevolgen voor het plan Geconcludeerd kan worden dat het handhaven van de huidige dubbelbestemming Waarde Archeologie 5 in dit bestemmingsplan noodzakelijk is. In het kader van de uitvoering van het plan zal een archeologisch onderzoek dienen te worden uitgevoerd alvorens de omgevingsvergunning kan worden verleend.
4
Almad Eco B.V., Verkennend bodemonderzoek NEN 5740, 2 september 2019.
Ontwerp Gemeente Wijdemeren – Partiële herziening bestemmingsplan Rading 138
17
4.3.
Waterhuishouding en waterparagraaf Sinds 1 november 2003 is de watertoets verplicht bij ruimtelijke plannen. Door de planvorming neemt de hoeveelheid verhard oppervlak toe. Het projectgebied ligt binnen het beheersgebied van het waterschap Amstel, Gooi en Vecht, verantwoordelijk voor het waterkwantiteits- en waterkwaliteitsbeheer. Waternet voert taken uit in opdracht van het waterschap Amstel, Gooi en Vecht. In het kader van de watertoets wordt overleg gevoerd met de waterbeheerder. Grondwater Het plangebied is gesitueerd buiten grondwaterbeschermingsgebied I en grondwaterbeschermingsgebied II rond de waterwinning Loosdrecht. Afbeelding 11: Grondwaterbeschermingsgebied.
In de Drinkwaterwet is het duurzaam veiligstellen van de openbare drinkwatervoorziening aangemerkt als "dwingende reden voor groot openbaar belang". In de kaderrichtlijn water (KRW artikel 4, 2000/60/EG) is aanvullend opgenomen dat lidstaten maatregelen moeten nemen om de inbreng van verontreinigende stoffen in het grondwater te voorkomen of te beperken. Specifiek voor drinkwaterwinningen is opgenomen dat water dat gebruikt wordt voor drinkwater met de toegepaste zuiveringsstappen moet voldoen aan de drinkwaterrichtlijn (98/83/EG). Ook dienen de waterlichamen waaruit drinkwater wordt onttrokken voldoende beschermd te worden om verdere achteruitgang van de kwaliteit te voorkomen om zodoende het niveau van zuivering dat voor de productie van drinkwater is vereist op termijn te verlagen. Voor het gebied is een Gebiedsdossier opgesteld. Het opstellen en gebruiken van een “gebiedsdossier” draagt bij aan het realiseren van de KRW doelstellingen voor wat betreft drinkwaterkwaliteit. In het Gebiedsdossier is aangegeven dat het toepassen van warmte-koudeopslag (WKO) als een reële bedreiging wordt gezien binnen het grondwaterbeschermingsgebied. Het plangebied van het voorliggende bestemmingsplan valt niet binnen de zone die is aangemerkt als waterwingebied. Het gebied ligt tevens buiten zowel het beschermingsgebied I als
Ontwerp Gemeente Wijdemeren – Partiële herziening bestemmingsplan Rading 138
18
beschermingsgebied II. Het beschermingsgebied I ligt aan de noordzijde van het plangebied op een afstand van ongeveer 160 meter. Het beschermingsgebied II ligt ten westen van de Jonkheer van Sypesteynlaan en ten noorden van de Lieve Geelvincklaan op een afstand van ongeveer 10 meter van het plangebied. Verhard oppervlak Het plan heeft betrekking op een planologisch-juridische mogelijk maken van maximaal 26 wo2 ningen. Het plangebied heeft in de huidige situatie een verhard oppervlak van circa 270 m . 2 Daarnaast heeft de bestaande bebouwing een oppervlak van circa 625 m . In het stedenbouw2 2 kundig plan is in totaal 485 m verhard oppervlak en 1450 m bebouwing opgenomen. De maaiveldverharding wordt zo veel mogelijk als waterdoorlatend materiaal uitgevoerd (bijvoorbeeld graskeien ter plaatse van de parkeerplaatsen). Ter plaatse van het plangebied is er een gemengd rioolstelsel aanwezig. Als uitgangspunt van het plan geldt dat al het regenwater via infiltratie in de bodem zal worden opgenomen. Het betreft schoon water. De maaiveldverharding wordt bijvoorbeeld zo veel mogelijk als waterdoorlatend materiaal uitgevoerd (graskeien ter plaatse van de parkeerplaatsen) en er worden bergingskratten toegepast. Het vuilwater zal op de bestaande (gemengde) riolering van de Van Rading worden afgevoerd. Overleg Waternet Op 8 april 2020 heeft de initiatiefnemer overleg gehad met Waternet.
Waternet heeft ingestemd met bovengenoemde maatregelen. Gevolgen voor het plan Er worden geen negatieve gevolgen voor het waterhuishoudkundige systeem ter plaatse verwacht. Het toepassen van Warmte Koude Opslag zal worden uitgesloten in de privaatrechtelijke overeenkomsten met de toekomstige kopers van de woningen en in dit bestemmingsplan is het gebruiken van een warmte-koudeopslag-installatie als strijdig gebruik aangemerkt.
4.4.
Natuur
4.4.1. Wet natuurbescherming Per 1 januari 2017 is de huidige Flora- en faunawet samen met de Boswet en Natuurbeschermingswet vervangen door de Wet natuurbescherming (Wnb). Hiertoe maakt de Wnb onderscheid in het beschermen van gebieden (hoofdstuk 2), dier- en plantensoorten (hoofdstuk 3) en houtopstanden (hoofdstuk 4). Onder de Wet natuurbescherming vervallen de voormalige tabellen 1, 2 en 3 (Flora- en faunawet) waarin de beschermde soorten zijn opgenomen. Tevens zijn er circa 200 soorten niet langer beschermd en worden enkele bedreigde soorten toegevoegd. De soortenbescherming binnen de Wet natuurbescherming is opgedeeld in de volgende beschermingsregimes: Vogelrichtlijnsoorten, Habitatrichtlijnsoorten en andere soorten. Voor alle beschermde soorten geldt een ontheffingsplicht. Het bevoegd gezag (de provincie) kan voor de
Ontwerp Gemeente Wijdemeren – Partiële herziening bestemmingsplan Rading 138
19
soorten die zijn opgenomen in het "beschermingsregime andere soorten" een vrijstellingsbesluit nemen en hierin onderscheid maken tussen meer en minder strikt beschermde soorten. 4.4.2. Gebiedsbescherming De Wet natuurbescherming regelt de bescherming van waardevolle natuurgebieden en leefgebieden van soorten en schrijft voor, dat alle activiteiten met significant negatieve gevolgen voor de instandhoudingsdoelstellingen van een Natura2000-gebied, in beginsel niet zijn toegestaan. Daarom verplicht de wet een initiatiefnemer van een plan of project te onderzoeken of er schadelijke gevolgen voor deze gebieden te verwachten zijn. De planlocatie is gelegen op ongeveer 1 km afstand van het Natura2000-gebied "Oostelijke Vechtplassen", alsmede op korte afstand van de EHS (inmiddels Natuurnetwerk Nederland, zie afbeelding 8) dat aan de overzijde van de Rading is gesitueerd. Afbeelding 12: Natuurgebieden in de omgeving van het plangebied.
Omdat de voorgenomen ingreep niet plaatsvindt in het natuurgebied is er geen sprake van ruimtebeslag op dit Natura2000-gebied, dan wel de NNN. In het kader van het Programma Aanpak Stikstof (PAS) is het programma AERIUS geïntroduceerd. Gelet op de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van 29 mei 2019 is er op 16 september 2019 een nieuw AERIUS-rekenprogramma gepresenteerd. Dit rekenprogramma wordt regelmatig geactualiseerd.
Ontwerp Gemeente Wijdemeren – Partiële herziening bestemmingsplan Rading 138
20
Voor dit project is een berekening gemaakt met behulp van de AERIUS-rekentool versie 15 oktober 2020. De woningen worden gasloos gerealiseerd. Ook het toepassen van alternatieve stookinstallaties zoals pellethaarden is niet aan de orde. Dat betekent dat de uitstoot van de woningen op nul mol/ha/jaar kan worden gesteld. De verkeersproductie van het project wordt wel meegenomen in de berekening, maar daarvoor geldt bovengenoemde beperking niet. Uitgangspunt voor de AERIUS-berekening5 is een verkeersproductie van 6 mvt/etm/ woning. Dat levert een totale verkeersproductie van 156 mvt/etm. Vanaf de perceelgrens zal dit verkeer aan de zuidzijde opgaan in het gewone verkeersbeeld van de Tjalk. De uitgevoerde berekening met de rekentool geeft als resultaat dat er geen rekenresultaten zijn hoger dan 0,00 mol/ha/jr. Ook voor de aanlegfase van het project is een AERIUS-berekening6 gemaakt. De uitgevoerde berekening met de rekentool geeft als resultaat dat er geen rekenresultaten zijn hoger dan 0,00 mol/ha/jr. Gevolgen voor het plan Geconcludeerd wordt dat de ontwikkeling van het project Rading 138 geen significante effecten heeft op de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura2000-gebied. 4.4.3. Soortenbescherming Ten behoeve van het project is een natuurtoets7 uitgevoerd.
De belangrijkste ecologische gevolgen van het initiatief hangen samen met het opruimen van bomen en struiken (1), de sloop van de bestaande gebouwen (2), het grondverzet (3), de nieuwbouw (4), de herinrichting van de buitenruimte (5), het nieuwe (woon)gebruik (6). Ad 1) In de te verwijderen bomen en struiken nestelen in het voorjaar vogels. De beplanting moet daarom buiten het broedseizoen (15 maart – 15 juli) worden weggehaald of in het broedseizoen eerst gecontroleerd worden op de aanwezigheid van nestelende vogels. Bij het opruimen van de beplanting kunnen echter ook categorie 5 jaarrond beschermde nesten van Koolmees en Spreeuw verloren gaan. Dit verlies moet getoetst worden aan de gunstige staat van instandhouding. Deze is voor Spreeuw de laatste jaren steeds slechter geworden (matig ongunstig, zie https://www.sovon.nl/nl/spreeuw). Hiervoor zal daarom ontheffing moeten worden aangevraagd. Verder kunnen er in de bomen verblijfplaatsen van Rode eekhoorn en enkele vleermuissoorten zitten. Dit moet nader onderzocht worden. Ad 2) Bij de sloop van de gebouwen gaat tenminste 1 jaarrond beschermd nest van Spreeuw verloren. Verder kunnen zich ook in de gebouwen verblijfplaatsen van vleermuizen bevinden. Dit moet nader onderzocht worden.
5 6 7
buRO, AERIUS-berekening gebruiksfase (kenmerk RfxeL2sycm4e), 26 januari 2021. buRO, AERIUS-berekening aanlegfase (kenmerk RdfFabC9XTCo), 26 januari 2021. Bureau Schenkeveld, Natuurtoets, 4 juli 2019.
Ontwerp Gemeente Wijdemeren – Partiële herziening bestemmingsplan Rading 138
21
Ad 3) Bij het grondverzet voor het bouwrijp maken verdwijnen er geen groeiplaatsen van beschermde plantensoorten, maar mogelijk wel verblijfplaatsen van nationaal beschermde diersoorten als Egel en Mol. Voor deze soorten geldt in de provincie Noord-Holland een vrijstelling bij ruimtelijke ingrepen. Vanwege de in de Wet natuurbescherming opgenomen zorgplicht wordt aanbevolen het gebied voorafgaand aan het bouwrijp maken af te zoeken op deze soorten, deze te verzamelen en in de directe omgeving, bijvoorbeeld het dennenbos aan de overzijde van de Rading, de tuinen van de buren of het Catharina Amaliaplantsoen terug te zetten. Ad 4) Tijdens de bouw treedt door lawaai, bouwlampen en het verspreiden van vervuilende stoffen verstoring van de natuur in de omgeving op. De omvang hiervan is beperkt en reikt niet tot de beschermde natuur (polder De Ster) op meer dan 1 km afstand. Deze externe werking is geen toetsingscriterium voor het dichtbij gelegen dennenbos (niet aangewezen als natuurtype in het Natuurbeheerplan 2019) onderdeel van de EHS / het NNN. Het effect is overigens gering, omdat de natuurkwaliteit van het bos nu al matig is vanwege verstoring. Ad 5) Het plangebied krijgt een stenig karakter. Er is slechts plaats voor een enkele boom en haag. Bij de inrichting van de buitenruimte valt dus weinig ecologische winst te behalen.
Het is wel belangrijk dat de kwaliteit van de groeiplaats van de linden aan de plangrens gewaarborgd blijft en dat betekent dat onder de kroonbedekking van deze bomen bij voorkeur geen verharding wordt toegepast. Ad 6) Aangenomen wordt dat het nieuwe woongebruik meer verstorend is dan het gebruik van het plangebied als (hobby)boerderij. Het aantal autobewegingen, buitenrumoer en verlichting neemt toe. Het effect daarvan op de omringende natuur is overigens gering, omdat het nabijgelegen dennenbos al een verstoord karakter heeft. Daarnaast wordt het plangebied daarvan afgeschermd door bestaande bebouwing. Uit de Aeriusberekeningen (zie paragraaf 4.4.2) blijkt er in de aanleg- en gebruiksfase geen toename is van de stikstofdepositie. De planontwikkeling heeft daarmee geen betekenis voor de op de circa 2 km (bij De Ster) verder gelegen verzuringsgevoelige habitattypen Meren met Krabbenscheer en fonteinkruiden (H3150baz) en Overgangs- en trilvenen (H7140B). Bovengenoemde gevolgen worden hieronder alleen aan de bepalingen over soortbescherming van de Wet natuurbescherming getoetst. Omdat het dichtstbijzijnde beschermde natuurgebied ver (ca.
1 km) weg ligt, de ingreep klein is en het nieuwe gebruik zelfs een vermindering van de stikstofuitstoot betekent, wordt het initiatief niet getoetst aan de bepalingen over gebiedsbescherming in de Wet natuurbescherming of de Provinciale Ruimtelijke Verordening (2019). Conclusie Er worden door de bomenkap en sloop aantoonbaar verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming overtreden en wel vanwege de vernieling van een jaarrond beschermd nest van Spreeuw (artikel 3.1.2). Mogelijkerwijs worden er ook nog andere verbodsbepalingen overtreden. Dit betreft dan de artikelen 3.5.4 ten aanzien van vleermuissoorten en 3.10.2 ten aanzien
Ontwerp Gemeente Wijdemeren – Partiële herziening bestemmingsplan Rading 138
22
van Rode eekhoorn. Uit nader onderzoek8 blijkt dat er in de resterende woning geen jaarrond beschermde (categorie 2) nesten aanwezig zijn. Er hoeft dus geen ontheffing voor de overtreding van artikel 3.1 te worden aangevraagd. Ook zijn er geen verblijfplaatsen van vleermuizen gevonden. Daarmee vindt met de sloop van de woning ook geen overtreding van artikel 3.5 van de Wet natuurbescherming plaats. Hiervoor hoeft dus eveneens geen ontheffing aangevraagd te worden. Gevolgen voor het plan Uit de uitgevoerde onderzoeken blijkt dat de Wet natuurbescherming geen belemmeringen met zich meebrengt voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan. 4.4.4. Houtopstanden De gemeente Wijdemeren heeft het beleid ten aanzien van houtopstanden opgenomen in het Bomenbeleidsplan Wijdemeren 2011. Uit de inventarisatie van het bomenbestand van de gemeente Wijdemeren in 2010 zijn de beschermwaardige bomen afgeleid. Per kern is de hoofdstructuur weergegeven. Onderstaande afbeelding toont een uitsnede van de hoofdstructuur voor de kern Nieuw Loosdrecht. De hoofdstructuur van bomen is lichtgroen gearceerd terwijl de boomstructuren in de EHS (inmiddels NNN) donkergroen gearceerd zijn. Afbeelding 13: Hoofdstructuur van bomen.
8
Bureau Schenkeveld, Natuuronderzoek Rading 138 Loosdrecht broedvogels en vleermuizen, Culemborg, oktober 2020
Ontwerp Gemeente Wijdemeren – Partiële herziening bestemmingsplan Rading 138
23
Ten behoeve van het bouwplan worden de boomstructuren langs de Tjalk en het CatharinaAmalia plantsoen gehandhaafd. Dat geldt ook voor enkele bomen die een afscherming vormen naar de erven langs de Rading. Enkele bomen worden gekapt ten behoeve van de te realiseren woningen en er worden enkele nieuwe bomen geplant. Afbeelding 14: Te kappen bomen en nieuw aan te planten bomen.
De te kappen bomen behoren niet tot de hoofdstructuur van bomen uit het Bomenbeleidsplan. Gevolgen voor het plan Er worden door de sloop en nieuwbouw aantoonbaar verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming overtreden. Dit gegeven heeft geen gevolgen voor de planologische functiewijziging van het terrein. In het kader van de omgevingsvergunning dient te worden aangetoond dat het plan niet belemmerd wordt door de natuurwetgeving. In de regels van het voorliggende plan is een voorwaardelijke verplichting opgenomen waardoor de natuurbelangen worden veiliggesteld.
4.5.
Geluid Volgens de Wet geluidhinder (Wgh) zijn woningen geluidgevoelige bestemmingen. Volgens artikel 77 van de Wet geluidhinder is het nodig akoestisch onderzoek te verrichten naar woningen die in een geluidszone vallen. In het kader van de Wet geluidhinder bevinden zich langs alle wegen geluidszones, met uitzondering van: woonerven; 30 km/uur-gebieden.
Ontwerp Gemeente Wijdemeren – Partiële herziening bestemmingsplan Rading 138
24
De breedte van de geluidszone van een weg is afhankelijk van het aantal rijstroken en de ligging van de weg (stedelijk of buitenstedelijk). De wegen rondom het plangebied behoren in de zin van de Wet geluidhinder tot het stedelijk gebied en hebben een geluidzone van 200 meter. De nieuwe woningen liggen in de geluidzone van de Rading en de Tjalk. Op beide wegen geldt een maximum snelheid van 50 km/uur. In de Wet geluidhinder is vastgelegd dat de geluidbelasting op de gevel niet meer mag bedragen dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB, dan wel een door burgemeester en wethouders vast te stellen hogere grenswaarde. De maximale ontheffing is Lden=63 dB, inclusief aftrek op grond van artikel 110g van de Wet geluidhinder. Ten behoeve van het plan is een akoestisch onderzoek9 uitgevoerd. Uit het onderzoek blijkt dat de voorkeursgrenswaarde van 48 dB als gevolg van het wegverkeer op de Tjalk wordt overschreden ter plaatse van 5 appartementen en 6 woningen. Er dient een hogere grenswaarde procedure gevolgd te worden voor wegverkeerslawaai afkomstig van de Rading. De hogere waarde die aangevraagd dient te worden bedraagt variërend van 49 tot 56 dB voor de appartementen en woningen. Gevolgen voor het plan Gelijktijdig met vaststellingsprocedure van het bestemmingsplan dient een procedure hogere waarden te worden doorlopen.
4.6.
Luchtkwaliteit De Eerste Kamer heeft op 9 oktober 2007 het wetsvoorstel voor de wijziging van de Wet milieubeheer goedgekeurd (Stb. 2007, 414) en vervolgens is de wijziging op 15 november 2007 in werking getreden. Met name hoofdstuk 5 titel 2 uit genoemde wet behandelt de luchtkwaliteit, daarom staat de nieuwe titel 2 bekend als de 'Wet luchtkwaliteit'. Een belangrijk onderdeel van het instrumentarium is het Nationale Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL), dat op 1 augustus 2009 in werking is getreden. Binnen het NSL werken het rijk, de provincies en gemeenten samen om de Europese eisen voor luchtkwaliteit te realiseren. De uitvoeringsregels behorend bij de wet zijn vastgelegd in algemene maatregelen van bestuur (amvb) en ministeriële regelingen, die gelijktijdig met de 'Wet luchtkwaliteit' in werking zijn getreden. De belangrijkste zijn het “Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)” en de “Regeling niet in belangrijke mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)”. In deze laatste regeling zijn categorieën aangewezen waarvan op voorhand vaststaat dat zij niet in betekenende mate bijdragen aan een verslechtering van de luchtkwaliteit. Tot aan de inwerkingtreding van het NSL gold voor die categorieën een grens van 1% van de betreffende grenswaarde, na de
9
Munsterhuis geluidsadvies, Rapport wegverkeerslawaai akoestisch onderzoek, 15 mei 2019.
Ontwerp Gemeente Wijdemeren – Partiële herziening bestemmingsplan Rading 138
25
inwerkingtreding van het NSL op 1 augustus 2009 geldt een grens van 3% van de betreffende grenswaarde. Woningbouw is één van de categorieën waarvoor vaststaat dat niet in betekenende mate wordt bijgedragen aan een verslechtering van de luchtkwaliteit. Hierbij geldt dat een omvang van 1500 woningen overeenkomt met de grens van 3% van de betreffende grenswaarde. Doordat het onderhavige project slechts de realisering van 26 woningen omvat, kan worden gesteld dat het project niet in betekenende mate bijdraagt aan een verslechtering van de luchtkwaliteit. Vanuit een goede ruimtelijke ordening is het wel zinvol om inzicht te hebben in de luchtkwaliteit om te beoordelen of de toekomstige bewoners niet worden blootgesteld aan te hoge concentraties luchtvervuiling. Om dit te toetsen is de luchtkwaliteit gecontroleerd aan de hand van de gegevens van de Atlas voor de leefomgeving. Afbeelding 15: Concentratie NO2 in 2016.
Afbeelding 16: Concentratie PM10 in 2016.
Afbeelding 17: Concentratie PM2,5 in 2016.
Ontwerp Gemeente Wijdemeren – Partiële herziening bestemmingsplan Rading 138
26
De grenswaarden voor de jaargemiddelde concentraties van zowel NO 2 als PM10 bedragen 40 3 μg/m . Ook voor PM2,5 geldt vanaf 1 januari 2015 een grenswaarde voor de jaargemiddelde 3 concentratie. Deze bedraagt 25 µg/m . 3
Geconstateerd wordt dat de concentratie NO2 in 2016 17,2 µg/m bedroeg. De concentratie 3 Fijnstof (PM10) bedroeg in 2016 18,2 µg/m en de concentratie Fijnstof (PM2,5) bedroeg 11,0 3 µg/m . Er zijn derhalve geen overschrijdingen van de grenswaardes voor de componenten Fijnstof en NO2. Derhalve is de luchtkwaliteit geen belemmering voor de beoogde bestemmingswijziging. Gevolgen voor het plan Omdat in het plangebied het aantal woningen met slechts 26 toeneemt, kan worden geconcludeerd dat er uit het oogpunt van de "Wet luchtkwaliteit" geen belemmeringen zijn voor het plan. Ook zijn er in de huidige situatie geen overschrijdingen van de grenswaardes voor de componenten Fijnstof en NO2.
4.7.
Externe veiligheid Bij de externe veiligheid gaat het om het beheersen van de veiligheid van personen in de omgeving van een risico-opleverende activiteit met gevaarlijke stoffen. Het kan daarbij gaan om industriële activiteiten (bedrijven), transportroutes of buisleidingen. Volgens de risicokaart (afbeelding 18) liggen er in de directe omgeving van het plangebied geen risicovolle inrichtingen of buisleidingen. Gevolgen voor het plan Uit het oogpunt van externe veiligheid zijn er geen belemmeringen voor het plan.
Ontwerp Gemeente Wijdemeren – Partiële herziening bestemmingsplan Rading 138
27
Afbeelding 18: Externe veiligheid (bron www.risicokaart.nl).
4.8.
Bedrijven en milieuzonering In planologische procedures waarin de vestiging van woningen in de nabijheid van bedrijven mogelijk wordt gemaakt, moet rekening worden gehouden met ruimtelijk relevante milieuhygienische aspecten van die bedrijven. In een bestemmingsplan staat het begrip "een goede ruimtelijke ordening" centraal. Ook het milieubeleid beoogt handhaving en bevordering van een goede kwaliteit van het leefmilieu. Om dit te realiseren wordt het begrip milieuzonering gehanteerd. Milieuzonering zorgt voor een voldoende afstand tussen milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) en milieugevoelige functies (zoals woningen) in ruimtelijke plannen en heeft twee doelen: het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen: "zware" bedrijven zullen verder van gevoelige bestemmingen worden gesitueerd dan "lichte" bedrijven. Milieuzonering heeft met name betrekking op milieuaspecten die een ruimtelijke dimensie hebben, te weten geur, stof, geluid en gevaar. Een belangrijk hulpmiddel om hiermee rekening te houden is de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering', die voor het eerst in 1986 verscheen en voor het laatst in 2009 geactualiseerd.
In deze brochure is een omvangrijke lijst van bedrijven opgenomen, waarin per bedrijf voor een aantal aspecten de mate van ruimtelijk relevante
Ontwerp Gemeente Wijdemeren – Partiële herziening bestemmingsplan Rading 138
28
hinderlijkheid is weergegeven. Voor dit bestemmingsplan zijn de richtafstandenlijst en omgevingstypen belangrijkste bouwstenen van milieuzonering: richtafstandenlijst In de richtafstandenlijst zijn bedrijven op grond van hun potentiële milieubelasting ingedeeld in zes categorieën. De categorie 1 staat voor de laagste potentiële milieubelastingen en de categorie 6 staat voor de hoogste potentiële milieubelasting. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden. Bij activiteiten met ruimtelijk duidelijk te onderscheiden deelactiviteiten (zoals productie, opslag, kantoren, parkeerterreinen) kunnen deze deelactiviteiten desgewenst als afzonderlijk te zoneren activiteiten worden beschouwd, bijvoorbeeld bij ligging van de activiteit binnen zones met een verschillende milieucategorie.
omgevingstype Hoe gevoelig een gebied is voor milieubelastende activiteiten, is onder meer afhankelijk van het omgevingstype. De richtafstanden van de richtafstandenlijst gelden ten opzichte van het omgevingstype rustige woonwijk. Een rustige woonwijk is ingericht volgens het principe van de functiescheiding: afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies voor; langs de randen is weinig verstoring door verkeer. Wanneer sprake is van het omgevingstype gemengd gebied kunnen de richtafstanden tussen milieubelastende functies en richtafstanden met één afstandsstap verlaagd worden, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat. Afbeelding 19: Omgevingstype. Milieucategorie Richtafstand tot omgevingstype rustige woonRichtafstand tot omgevingstype gemengd wijk en rustig buitengebied gebied 1 10 meter 0 meter 2 30 meter 10 meter 3.1 50 meter 30 meter 3.2 100 meter 50 meter 4.1 200 meter 100 meter 4.2 300 meter 200 meter
Het uitgangspunt van de VNG handreiking is dat de gemeente deze gemotiveerd toepast. Het is een hulpmiddel, maar het legt niet vast wat wel en wat niet is toegestaan. Een gemeente dient zelf zorgvuldig af te wegen, te bepalen en te motiveren welke functies en activiteiten zij in een bepaald gebied toelaatbaar acht en welke Staat van Bedrijfsactiviteiten zal worden toegepast, zodat maatwerk en flexibiliteit voor een plangebied ontstaat. In de bestaande situatie bevinden zich in de directe omgeving van het plangebied enkele bedrijfsactiviteiten. De relatie tussen de in de omgeving van het plangebied aanwezige bedrijfsactiviteiten en de woonfunctie dient daarom nader te worden gemotiveerd.
Ontwerp Gemeente Wijdemeren – Partiële herziening bestemmingsplan Rading 138
29
Het omgevingstype kan worden aangemerkt als een gemengd gebied. Voor een gemengd gebied is het noodzakelijk dat meerdere functies leiden tot een gebied met "reuring". De aanwezigheid van de bedrijven alleen zorgt niet voor een omgevingstype gemengd gebied. De aanwezigheid van de Tjalk als doorgangsweg en de aanwezigheid van luchthaven Hilversum is dat wel. Er dient dan ook te worden uitgegaan van het omgevingstype gemengd gebied. De dichtstbij gelegen functies betreffen een groothandel in witgoed, een manege, een voormalig Mobilisatiecomplex, een supermarkt en de “avontuurfabriek”. Op het achterterrein van het perceel Jonkheer van Sypesteynlaan 53 en ingeklemd tussen de omliggende woningen is een kleinschalige groothandel gesitueerd. Deze functie valt onder Groothandel Witgoed (SBI 46.431) en behoort standaard tot categorie 2. In een Gemengd omgevingstype betekent dit dat de richtafstand 10 meter tot woningen mag bedragen. De locatie Rading 138 voldoet aan deze richtafstand. Aan de overzijde van de Rading is een bestemming Recreatie met de aanduiding "manege". Op het voorterrein ligt de entree tot het parkeerterrein. De feitelijke afstand tot het bestemmingsvlak ligt op een afstand van circa 90 meter tot de locatie Rading 138. Maneges behoren tot categorie 3.1 van de VNG-lijst. Binnen gemengd gebied bedraagt de richtafstand 30 meter.
De nieuwe woonbestemming op Rading 138 voldoet aan de richtafstand. Naast de VNG handreiking bedrijven en milieuzonering is de milieuwetgeving relevant bij de beoordeling aan een goede ruimtelijke ordening. Relevant hierin is de Wet geurhinder en veehouderij en het Activiteitenbesluit. Overeenkomstig artikel 4 van de Wet geurhinder en veehouderij bedraagt minimale afstand tussen een veehouderij waar dieren zonder geuremissiefactor (zoals paarden) worden gehouden en geurgevoelige objecten binnen de bebouwde kom 100 meter. Dit is voor bedrijven die onder het Activiteitenbesluit vallen uitgewerkt in artikel 3.117 van het Activiteitenbesluit. De afstand van het plangebied tot de dierenverblijven en het bouwvlak welke is vastgesteld in bestemmingsplan Hilversum Buitengebied is groter dan 100 meter. Er wordt dus voldaan aan de afstand vermeld in de Wet geurhinder en veehouderij. Ten noorden van de manege ligt het voormalige Mobilisatiecomplex (MOB-complex) van Defensie. Dit terrein vervulde een functie ten tijde van de Koude Oorlog. Sinds het begin van de negentiger jaren van de vorige eeuw is het terrein buiten gebruik gesteld. Het beleid van de gemeente Hilversum is er op gericht om het voormalige mobilisatiecomplex vóór 2030 te herontwikkelen. Delen van het terrein worden teruggeven aan de natuur.
De herontwikkeling van het MOB-complex vormde de aanleiding voor de realisatie van een ecologische verbindingszone. Deze zone bestaat uit zowel een verbinding tussen het landgoed Zonnestraal, via de Hoorneboegsche heide, naar het voormalige MOB-complex als een verbinding tussen het vliegveld en Zonnestraal. Voor het onderhavige plan is het MOB-complex, hoewel nog steeds als zodanig bestemd, niet meer relevant. Eventuele toekomstige ontwikkelingen op het voormalige MOB-terrein dienen zich te voegen naar de reeds aanwezige bebouwing langs de Rading. Het
Ontwerp Gemeente Wijdemeren – Partiële herziening bestemmingsplan Rading 138
30
nu voorliggende project is daarin niet maatgevend en vormt daardoor geen belemmering voor de mogelijke toekomstige ontwikkeling. Op de hoek van de Rading en de Tjalk is een supermarkt gevestigd. De bevoorrading en het bezoekersparkeren bevinden zich aan de zijde van de Rading. Het gebouw is aan de zijde van de Tjalk volledig gesloten. De milieucategorie van een supermarkt is categorie 1. De daarbij behorende richtafstand binnen een gemengd gebiedstype bedraagt 0 meter. Er wordt derhalve voldaan aan de richtafstanden van brochure "Bedrijven en milieuzonering van de VNG." Aan de Industrieweg 10 is de Avontuurfabriek (Pandahallen) gesitueerd. De Avontuurfabriek voorziet in meer dan 50 verschillende in- en outdoor activiteiten voor groepen tot 750 personen. De indooractiviteiten vinden op deze locatie plaats. Het gebouwencomplex heeft aan de zijde van de Tjalk een dichte gevel. In het bestemmingsplan “Ankeveen, Kortenhoef en NieuwLoosdrecht” heeft de voorziening de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie -1'. Ter plaatse is een sporthallencomplex met voorzieningen voor sport, recreatie en evenementen toegestaan. Sporthallen behoren tot categorie 3.1 van de VNG-lijst. Binnen gemengd gebied bedraagt de richtafstand 30 meter. De nieuwe woonbestemming op Rading 138 ligt op een afstand van ruim 15 meter van de Avontuurfabriek en voldoet derhalve niet aan de richtafstand.