Ontwerp Jaarverslag en -rekening 2020 Plassenschap Loosdrecht e.o.
Tekst van het document
JAARVERSLAG& JAARREKENING 2020 ONTWERPVERSIE 1 APRIL 2021
1 Voorwoord 1.1 Jaarverslag en jaarrekening Voor u ligt het jaarverslag en de jaarrekening van Plassenschap Loosdrecht e.o. over het jaar 2020. Plassenschap Loosdrecht e.o. is een gemeenschappelijke regeling (GR) op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr). Binnen deze GR werken de gemeenten Wijdemeren, Stichtse Vecht, Utrecht en de Provincies Utrecht en Noord-Holland samen aan het beheer van toegankelijke recreatiegebieden voor inwoners en bezoekers van de regio. Om de belangen van recreatie in het gebied te behartigen is Plassenschap Loosdrecht en omstreken in 1957 opgericht als een samenwerkingsorgaan tussen de recreanten ontvangende gemeenten (Breukelen, Loenen, Loosdrecht en Vreeland) en de recreanten zendende gemeenten (Amsterdam, Hilversum en Utrecht). Het werkgebied van Plassenschap Loosdrecht e.o. omvat alle wateren van de Loosdrechtse Plassen, de legakkergebieden, moeras- en rietlanden en aangrenzende veenweidegebieden. Het recreatiegebied en de verschillende terreinen bieden mogelijkheden voor ontspanning, rust, beweging en plezier voor inwoners én bezoekers van de regio. Plassenschap Loosdrecht e.o. zet zich in voor openluchtrecreatie en zorgt voor het behoud van natuur, landschap en de cultuurhistorische elementen die bepalend zijn voor de kwaliteit het recreatiegebied.
Daarnaast zorgt het Plassenschap voor het nautisch- en vaarwegbeheer van het openbaar water binnen het werkgebied. Het Plassenschap heeft de uitvoering van zijn werkzaamheden - Beheer & Onderhoud, Toezicht & Handhaving, Exploitatie, Bedrijfsvoering en Bestuursondersteuning - belegd bij RMN. RMN is dé uitvoeringsorganisatie voor Plassenschap Loosdrecht e.o., recreatieschap Stichtse Groenlanden, Routebureau Utrecht en het Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug. Het jaar 2020 was een turbulent jaar voor het Plassenschap. Vanwege de corona-crisis en maatregelen om de verspreiding van het coronavirus te beperken, werden de gebieden vaker en door meer mensen bezocht. De werkzaamheden en de werkdruk voor onze toezichthouders en beheer- en onderhoudsmedewerkers nam hierdoor toe. Daarnaast heeft het schap eind 2020 uitgesproken geen toekomst te zien in de wijze waarop de samenwerking momenteel georganiseerd is. Naar verwachting zal uitvoeringsorganisatie RMN geliquideerd worden en wordt het Plassenschap omgevormd tot een ander samenwerkingsverband met een ‘lichtere’ structuur. Gemeente Wijdemeren heeft aangegeven ‘centrumgemeente’ voor “Plassenschap 2.0” te willen worden.
1.2 Effect COVID-19 (corona) op de jaarstukken De uitbraak van COVID-19 (corona) in februari 2020 heeft een enorme impact op de samenleving én ook op het Plassenschap. De wereldwijde pandemie leidt tot ongekende omstandigheden. Ondanks de grote maatschappelijke impact zijn de financiële gevolgen voor het Plassenschap in 2020 beperkt. We constateren voornamelijk een toename aan opbrengsten omdat de binnenlandse dagrecreatie is toegenomen. Er zijn bijvoorbeeld veel meer dagontheffingen snelvaren uitgegeven. De extra drukte heeft echter ook tot gevolg dat extra inzet nodig was voor dagelijks beheer en in het bijzonder schoonmaak en vuilafvoer. Daarnaast is het mogelijk maken van pinnen bij de Mijndense Sluis versneld ingevoerd, zodat ‘corona-proof’ betaald kon worden en de contante geldstroom is teruggebracht.
2
ONDERTEKENING Aldus vastgesteld door het algemeen bestuur d.d. dag-maand-jaar
Mevr. C. Larson Voorzitter
Mevr. S. Stolwijk Secretaris
3
INHOUD
Jaarverslag .............................................................................................................................................. 6 2
Programmaverantwoording ............................................................................................................. 6 2.1
Wat wilden we bereiken? ......................................................................................................................6
2.2
Wat hebben we bereikt? .......................................................................................................................6
2.3
Wat hebben we daarvoor gedaan? ......................................................................................................6
2.3.1
Terreinen veenweidegebied .........................................................................................................6
2.3.2
Terreinen plassengebied ..............................................................................................................6
2.3.3
Eilanden en aanlegplaatsen .........................................................................................................7
2.3.4
Legakkers .....................................................................................................................................7
2.3.5
Vaarwegbeheer.............................................................................................................................7
2.3.6
Vuilnisophaaldienst .......................................................................................................................8
2.3.7
Routebureau .................................................................................................................................8
2.3.8
Programma Oostelijke Vechtplassen (gebiedsakkoord) ..............................................................8
2.3.9
Regelgeving, ontheffingverlening en handhaving.........................................................................8
2.4 3
Wat heeft het gekost? .........................................................................................................................10
Paragrafen ..................................................................................................................................... 11 3.1 3.1.1
Lokale heffingen .................................................................................................................................11 Snelvaren particulieren (jaar, dag en wachtlijst) .........................................................................11
3.2
Weerstandsvermogen en risicobeheersing ........................................................................................11
3.3
Kengetallen .........................................................................................................................................14
3.3.1
Netto schuldquote .......................................................................................................................14
3.3.2
Solvabiliteitsratio .........................................................................................................................14
3.3.3
Structurele exploitatieruimte .......................................................................................................14
3.4
Onderhoud kapitaalgoederen .............................................................................................................14
3.4.1
Wegen .........................................................................................................................................15
3.4.2
Watergangen en oevers .............................................................................................................15
3.4.3
Groen: beplantingen ...................................................................................................................15
3.4.4
Schoonhouden en vuilafvoer ......................................................................................................15
3.4.5
Materieel .....................................................................................................................................15
3.5
Financiering ........................................................................................................................................15
3.5.1
Risicobeheer ...............................................................................................................................15
3.5.2
Kasgeldlimiet...............................................................................................................................15
3.5.3
Renterisiconorm ..........................................................................................................................15
3.6
Bedrijfsvoering ....................................................................................................................................16
3.7
Verbonden partijen .............................................................................................................................16 4
3.8
Grondbeleid ........................................................................................................................................16
Jaarrekening .......................................................................................................................................... 18 4
Balans per 31 december 2020 (bedragen in €) ............................................................................. 18
5
Overzicht van baten en lasten (bedragen in €).............................................................................. 20
6
Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling ...................................................................... 21 6.1
Inleiding...............................................................................................................................................21
6.2
Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening ........................................................21
6.3
Vaste activa ........................................................................................................................................21
6.3.1
Immateriële vaste activa .............................................................................................................21
6.3.2
Materiële vaste activa .................................................................................................................21
6.4 7
Vlottende passiva ...............................................................................................................................22
Toelichting op de balans per 31 december 2020 .......................................................................... 23 7.1
Vaste activa ........................................................................................................................................23
7.1.1
Immateriële vaste activa .............................................................................................................23
7.1.2
Materiële vaste activa .................................................................................................................23
7.2
8
9
Vlottende activa ..................................................................................................................................26
7.2.1
Voorraden ...................................................................................................................................26
7.2.2
Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar ................................................26
7.2.3
Liquide middelen .........................................................................................................................27
7.2.4
Overlopende activa .....................................................................................................................28
7.2.5
Eigen vermogen ..........................................................................................................................29
7.2.6
Vaste schulden ...........................................................................................................................30
7.2.7
Overlopende passiva ..................................................................................................................32
7.2.8
Niet uit de balans blijkende verplichtingen .................................................................................32
Toelichting op het overzicht van baten en lasten .......................................................................... 33 8.1
Rechtmatigheid ...................................................................................................................................35
8.2
Overzicht van incidentele baten en lasten ..........................................................................................36
8.3
Overzicht van de gerealiseerde baten en lasten per taakveld ...........................................................36
Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector ......................... 37 9.1
Bezoldiging topfunctionarissen ...........................................................................................................37
9.2
Overige rapportageverplichtingen op grond van de WNT ..................................................................38
9.3
Leden en plaatsvervangende leden en secretaris van het bestuur LSD ............................................38
9.3.1
Dagelijks bestuur ........................................................................................................................38
9.3.2
Algemeen bestuur | Plassenraad ................................................................................................39
Bijlagen .................................................................................................................................................. 40 10
Staat van langlopende geldleningen ......................................................................................... 40
5
JAARVERSLAG
2 Programmaverantwoording 2.1 Wat wilden we bereiken? Het Plassenschap Loosdrecht e.o. behartigt de belangen van openluchtrecreatie en natuur- en landschap in het Loosdrechtse plassengebied. Primaire taak is het beheren en onderhouden van recreatieve voorzieningen in en rond de Loosdrechtse plassen, de Kievitsbuurten en het veenweidegebied. Veel recreatieve voorzieningen zijn in eigendom van het Plassenschap. Hiertoe behoren recreatie-eilanden en -terreinen, parkeer- en aanlegvoorzieningen, wandel-, fiets- en vaarverbindingen met kunstwerken (sluizen, bruggen). Het Plassenschap is nautisch beheerder (het regelen van het scheepvaartverkeer) en heeft de Verordening Plassenschap Loosdrecht en het Besluit Motorboten vastgesteld met regels die de kwaliteit van het plassengebied bewaken.
2.2 Wat hebben we bereikt? Het maatschappelijke effect is dat in het hele schapsgebied de voorzieningen in stand zijn gehouden en waar mogelijk verbeterd. Concreet heeft het schap onveranderd het volgende in stand gehouden: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.
De vier sluizen met een gebruik van ca. 30.000 schuttingen per jaar; Er is ruimte voor ca. 5000 bezoekers op de dagrecreatieterreinen; Ruim 200 aanlegplaatsen bij de eilanden en legakkers; Veilige fiets- en wandelpaden en -routes; Veilige en goed bruikbare vaarwegen en-routes; De legakkergebieden; Het snelvaarbeleid door de uitgifte van max. 800 jaarontheffingen.
2.3 Wat hebben we daarvoor gedaan? Onderstaand is per product aangegeven in welke mate de voorgenomen doelstellingen gerealiseerd zijn.
2.3.1
Terreinen veenweidegebied
Begroting 2020
Realisatie 2020
2.3.2
Plassenschap Loosdrecht e.o. verkent de mogelijkheden voor passende recreatieve ontwikkeling bij de terreinen – Bosdijk, Zwaan, de Aa, de Geer, Oukoperdijk – in het westelijk weidegebied in de gemeente Stichtse Vecht (Breukelen). Ontwikkelingen zijn gericht op het verhogen van de recreatieve meerwaarde en het beperken van de kosten voor het beheer & onderhoud van deze terreinen. Binnen de bestaande ruimtelijke en financiële kaders zijn ontwikkelingen gericht op het verhogen van de recreatieve meerwaarde niet/nauwelijks mogelijk. Waar mogelijk zijn kosten voor beheer & onderhoud beperkt. Het aanleggen van 2 plantvakken op de Bosdijk is geschrapt.
Terreinen plassengebied
Begroting 2020
De Strook Het vervangen van beschoeiing wordt meegenomen in de totaal aanpak beschoeiingen deze zal in 2021 Europees aanbesteed worden waar de strook vooraan staat in de uitvoeingsplanning In de meerjarenplanning is het hiervoor benodigde budget opgenomen. Herziening Erfpacht recreatiecentrum Mijnden Naar verwachting bereiken Plassenschap Loosdrecht e.o. en Recreatiecentrum 6
Mijnden in 2020 overeenstemming over de herziening van de erfpacht (voorwaarden en hoogte van de canon) als gevolg van de uitbreidingsplannen van Recreatiecentrum Mijnden, die sinds de wijziging van het bestemmingsplan in 2017 mogelijk zijn. De hogere inkomsten uit de erfpacht worden na ondertekening van de overeenkomst opgenomen in de begroting. Herinrichting Werkhaven Rimboe De herinrichting zal worden meegenomen in het nieuwe MJOP waar het borgen van de veiligheid en functionaliteit als uitgangspunt zal gelden. Realisatie 2020
De Strook Het vervangen van de beschoeiing maakt onderdeel uit van het totaalplan beschoeiingen Loosdrecht. Herziening Erfpacht recreatiecentrum Mijnden Voor recreatiecentrum Mijnden hebben de onderhandelingen eind 2020 geleid tot overeenkomst over de hoogte van een nieuwe erfpachtcanon ingaande per 2019. De voorwaarden zijn uitgewerkt in een nieuwe erfpachtovereenkomst waarover het dagelijks bestuur in februari 2021 besluit. Herinrichting Werkhaven Rimboe Over de noodzakelijk aanpassingen van de werkhaven Rimboe hebben diverse gesprekken plaatsgevonden; niet alle wensen passen binnen de huidige ruimtelijke regelgeving en het beschikbare budget. De meest noodzakelijke en functionele aanpassingen worden in 2021, vanuit het MJOP, uitgewerkt in een Programma van Eisen en een ontwerp.
2.3.3
Eilanden en aanlegplaatsen
Begroting 2020 Realisatie 2020
2.3.4
Legakkers
Begroting 2020
Realisatie 2020
2.3.5
Voor het onderhoud en de vervanging van beschoeiingen van de eilanden en aanlegplaatsen, is een meerjarenplanning 2017-2024. Het vervangen van de beschoeiingen heeft net als in 2019 vertraging opgelopen vanwege de stikstofproblematiek. In 2020 zijn hierdoor geen beschoeiingen vervangen. In de binnenhaven van Meent en de werkhaven de Rimboe zijn noodreparaties uitgevoerd.
Begin 2018 is de Toekomstvisie Kievitsbuurten vastgesteld. Voor het project is budget beschikbaar gesteld in het Gebiedsakkoord Oostelijke Vechtplassen. Er zal een plan van aanpak worden opgesteld voor over hoe er in de komende jaren geïnvesteerd kan gaan worden in duurzame oevers. In oktober 2019 is het plan van aanpak voor het legakkerherstel in de Kievitsbuurten (een OVP project dat getrokken wordt door Stichtse Vecht) opgesteld. In 2020 zijn alle legakkers in zowel de Noordelijke- als de Zuidelijke Kievitsbuurt geïnventariseerd op basis waarvan in 2020 een keuze gemaakt is voor het uitvoeren van 5 nieuwe pilots op legakkers van het Plassenschap. Voor het ontwerp en de uitvoering van de pilots in 2021 is in december 2020 een aannemer geselecteerd.
Vaarwegbeheer
Begroting 2020
Realisatie 2020
Het Plassenschap is nautisch beheerder voor het openbaar toegankelijke water binnen het Plassengebied. Dit houdt in dat het Plassenschap bevoegd is het scheepvaartverkeer op de Loosdrechtse plassen te regelen, om verkeersbesluiten te nemen en om verkeerstekens te plaatsen. In het Besluit Motorboten wordt o.m. de (ontheffing van) de maximum snelheden en de toegankelijkheid van kwetsbare gebieden voor motorvaartuigen geregeld. Het Plassenschap is vaarwegbeheerder van de Westelijke en Oostelijke Drecht en de ‘s-Gravelandsevaart. Het Plassenschap dient er voor te zorgen dat deze hoofdvaarroute door het Plassengebied vrij toegankelijk blijft. Het vervangen van de beschoeiingen van de Muyeveldse vaart heeft in 2020 evenals in 2019 vertraging opgelopen door de stikstofproblematiek. 7
In navolging van een succesvolle introductie in 2018, heeft het project Campagne Snelvaren ook in 2019 en in 2020 een vervolg gekregen. Aan dit project nemen het Plassenschap, politie, brandweer en de gemeente Wijdemeren deel, om gezamenlijk de overlast van snelvaren op de Loosdrechtse Plassen terug te dringen. De intensivering van de integrale samenwerking tussen partners op het water in dit projectkader draagt bij aan het verminderen van overlast op de Loosdrechtse Plassen.
2.3.6
Vuilnisophaaldienst
Begroting 2020
Realisatie 2020
2.3.7
Routebureau
Begroting 2019
Realisatie 2019
2.3.8
Sinds 1 januari 2018 is het Plassenschap een van de opdrachtgevers van het Routebureau Utrecht. Beheer en ontwikkeling van routenetwerken evenals de gezamenlijke informatievoorziening en marketing, loopt via het Routebureau. Ook het grondgebied van de gemeente Wijdemeren, dat in de provincie NoordHolland ligt, valt onder het Routebureau. Het Routebureau beheert met name het Sloepennetwerk. De andere routes (o.a. wandel- en fietsnetwerk) in deze gemeente worden beheerd (en betaald) via de regio Gooi en Vechtstreek. De jaarlijkse bijdrage, die door het schap aan het routebureau moet worden betaald, bedraagt ten hoogste € 24.000 excl. BTW. Het Routebureau Utrecht zorgt voor het beheer en onderhoud, ontwikkeling en informatievoorziening/marketing van bewegwijzerde routenetwerken. In 2020 zijn deze kerntaken uitgevoerd conform afspraken in de dienstverleningsovereenkomst met opdrachtgevers. Een uitgebreider jaarverslag is beschikbaar en wordt vastgesteld door het bestuurlijk overleg Routebureau Utrecht.
Programma Oostelijke Vechtplassen (gebiedsakkoord)
Begroting 2020
Realisatie 2020
2.3.9
Het Plassenschap zorgt voor het ophalen van afval van de recreatieterreinen en eilanden en bij de recreatiewoningen op de legakkers in het recreatieseizoen. Uit onderzoek is gebleken dat het vooralsnog uit financieel oogpunt niet interessant is om afval gescheiden in te zamelen. Het ophalen van afval van de recreatieterreinen en- eilanden en bij de recreatiewoningen is conform afspraken uitgevoerd.
Het Plassenschap Loosdrecht e.o. is mede ondertekenaar van het Gebiedsakkoord Oostelijke Vechtplassen (OVP). Het Plassenschap is daarmee een verplichting aangegaan van in totaal € 906.000 en heeft hiervoor een bestemmingreserve gevormd. De totale bijdrage dient volgens een vastgesteld kasritme te worden bijgedragen in de periode 2017-2028. Het Plassenschap betaalt met name voor uit te voeren baggerwerkzaamheden. Vanaf 2020 wordt rekening gehouden met een jaarlijks te financieren bedrag van € 70.914,00. In het laatste jaar van het Gebiedsakkoord wordt het resterende deel van de bijdrage verrekend. In 2020 is deelgenomen aan diverse werk- en projectgroepen: baggeren en zwevend slib, exotenbestrijding, uitwerken toekomstvisie Kievitsbuurten. De voorzitter is lid van de stuurgroep en ambtelijk neemt het Plassenschap deel aan de regiegroep en het transitieteam. Op verzoek van de provincie Noord-Holland als trekker van het OVP project Baggeren Loosdrechtse plassen, is in november besloten onder voorwaarden in te stemmen met de overeenkomst voor het kunnen verrekenen van de BTW op de te maken kosten voor de 1e fase van de uit te voeren baggerwerkzaamheden. I
Regelgeving, ontheffingverlening en handhaving
Begroting 2020
Verordening Plassenschap Loosdrecht De Plassenraad heeft in 2018 de nieuwe Verordening Plassenschap Loosdrecht vastgesteld. Op basis van deze verordening dient het dagelijks bestuur nadere 8
(beleids)regels vast te stellen voor onder meer commerciële activiteiten op het water, overgangsrecht voor verleende pleziervaartuigontheffingen en hondenlosloopgebieden. De verboden, voor zover er geen ontheffing is verleend, vragen om toezicht en handhaving. Voor de bestuurlijke handhaving dient de hoogte van de dwangsommen te worden geactualiseerd. Besluit Motorboten Het dagelijks bestuur heeft in 2018 besloten om de evaluatie van het Besluit Motorboten uit te stellen in verband met de ‘Campagne Snelvaren’ die in de zomer 2018 is gehouden en ook in de zomer van 2019 zal plaatsvinden. Na de Campagne Snelvaren 2019 – die zich richt op het beperken van overlast door snelvaren d.m.v. een betere samenwerking met politie, gemeente en brandweer – wordt het snelvaarbeleid geëvalueerd. Mogelijk leidt dit tot een wijziging van het Besluit Motorboten (waarin het snelvaarbeleid is vastgelegd) in 2020. Evaluatie Paalkamperen Het Plassenschap heeft in 2018 het zogeheten ‘paalkamperen’ mogelijk gemaakt op 2 eilanden: Meent en Markus Pos. Het bestuur zal in de tweede helft van 2020 het paalkamperen evalueren. In 2021 worden mogelijke wijzigingen in het beleid rond paalkamperen doorgevoerd.
Digitale ontheffingverlening RMN wil in 2019 verkennen hoe de ontheffingverlening gedigitaliseerd en geautomatiseerd kan worden, met als doel het verstrekken van ontheffingen eenvoudiger te maken voor de recreant en tegelijkertijd de administratieve last voor de bedrijfsvoering te verminderen. Met ingang van 2020 wordt het uitgeven van snelvaarontheffingen zoveel mogelijk automatisch en digitaal uitgevoerd. Realisatie 2020
Verordening Plassenschap Loosdrecht / beleidsregels Een bestuursvoorstel voor ontheffingenbeleid voor commerciële activiteiten op het water is aangehouden in afwachting van bedenkingen van de gemeente Wijdemeren. Wel is er nieuw ontheffingenbeleid voor het ligplaats hebben en pleziervaartuigen vastgesteld. Helaas was er geen capaciteit voor controle en handhaving. De hoogte van de dwangsommen voor bestuurlijke handhaving is ook nog niet aangepast. Er is ontheffingsbeleid vastgesteld voor het plaatsen van beroepsvisnetten. Dit was noodzakelijk om te voorkomen dat vaartuigen in de visnetten vastvaren en daarbij ziet het beleid op milieu eisen en de juiste visstand. Besluit Motorboten In 2019 is de evaluatie van het Besluit Motorboten voorbereid met een discussienotitie, die in 2020 voor consultatie is aangeboden aan de politie, brandweer, de samenwerkende partners binnen het gebiedsakkoord OVP, ontheffinghouders, omwonden en alle andere betrokken personen. E.e.a. heeft geleid tot een nieuw Besluit Motorboten 2020. Belangrijkste wijziging is het instellen van een maximum vaarsnelheid voor snelvaren van 60 km/uur met ingang van 2021. Evaluatie Paalkamperen De evaluatie van het Paalkamperen op Meent en Markus Pos is uitgesteld naar 2021, omdat 2020 geen representatief jaar is vanwege de corona-maatregelen. Wel is geconstateerd dat het paalkamperen voorziet in een behoefte.
9
2.4 Wat heeft het gekost? Begrotingspost
1
Doorbelaste personeelskosten
3
Doorbelaste apparaatskosten
5 7 9 11
Inhuur personeel derden Rente en afschrijvingen Huur en pachten Bestuurs- en apparaatskosten
13
Belastingen en verzekeringen
15 17 19 21 23
Energie- en waterkosten Onderhoud en vuilafvoer Voorzieningen Publiciteits- en overige kosten Nagekomen lasten Totaal lasten
2 4 6 8 10 12
Opbrengsten van Rechten Rente Overige baten Nagekomen baten Dekkingsmiddelen Totaal baten Saldo van baten en lasten Toevoegingen aan reserves Onttrekkingen aan reserves Gerealiseerd resultaat
Realisatie 2019 Begroting 2020 Begroting 2020 Realisatie 2020 na wijziging
Afwijking begroting realisatie
1.092.395
1.091.400
1.091.400
1.053.757
(37.643)
457.334 83.215 277.883 96.150
305.200 31.900 421.400 32.000
648.900 35.500 421.400 62.300
513.378 48.479 258.189 71.215
(135.522) 12.979 (163.211) 8.915
30.725 23.245 454.424 (297.676) 7.671 7.515
26.200 27.200 428.900 115.000 7.400 2.500
26.200 27.200 453.900 115.000 7.400 2.500
32.794 23.955 509.913 5.441 16.103
6.594 (3.245) 56.013 (115.000) (1.959) 13.603
2.232.881
2.489.100
2.891.700
2.533.225
(358.475)
360.545 304.821 193.478 401 1.730.698
322.900 275.100 81.200
382.100 282.100 58.600
1.759.800
1.829.600
385.152 313.741 63.990 (381) 2.129.201
3.052 31.641 5.390 (381) 299.601
2.589.943
2.439.000
2.552.400
2.891.704
339.304
357.062
(50.100)
(339.300)
358.479
697.779
362.400
70.900
70.900
571.623
500.723
414.912
-
70.900
512.637
441.737
409.574
(121.000)
(339.300)
299.492
638.792
Voor een toelichting op de afwijkingen tussen begroting en jaarrekening verwijzen wij naar hoofdstuk 8.
10
3 Paragrafen Op grond van het BBV is het verplicht om voor zeven programma-overschrijdende thema’s verantwoording af te leggen in een afzonderlijke paragraaf. Voor het Plassenschap geldt dat, gelet op de aard van de activiteiten van het Plassenschap, niet alle paragrafen van toepassing zijn. Om die reden zijn alleen die paragrafen opgenomen die van toepassing zijn. Paragaaf Lokale heffingen Weerstandsvermogen en risicobeheersing Onderhoud kapitaalgoederen Financiering Bedrijfsvoering Verbonden partijen Grondbeleid
Wel/niet opgenomen Wel Wel
Toelichting
Wel
Zie paragraaf 3.3
Wel Wel Wel N.v.t.
Zie paragraaf 3.4 Zie paragraaf 3.5 Zie paragraaf 3.6 Zie paragraaf 3.7
Zie paragraaf 3.1 Zie paragraaf 3.2
3.1 Lokale heffingen Het Plassenschap Loosdrecht e.o. verleent ontheffing van een aantal verboden die zijn opgenomen in de Verordening Plassenschap Loosdrecht, Voorrangsregeling Mijndense Sluis, Woonschepenverordening en het Besluit Motorboten. De tarieventabel wordt jaarlijks aangepast. De belangrijkste rechten, die worden geheven in het Loosdrechts plassengebied betreffen: LOKALE HEFFINGEN Jaarontheffingen snelvaren Dagontheffingen snelvaren Wachtlijst motorbootontheffing Visrecht Rechten pleziervaartuigen Overige ontheffingen Totaal
3.1.1
REKENING 2020 265.668 16.851 6.584 2.257 21.057 1.324 313.741
Snelvaren particulieren (jaar, dag en wachtlijst)
De ontheffingen om te kunnen snelvaren op de 1e t/m 4e plas en de waterskibaan op de 5e plas worden verleend op grond van het Besluit Motorboten. Er zijn maximaal 800 ontheffingen verleend aan natuurlijke personen die in het bezit zijn van een vaarbewijs, ook werden circa 21 ontheffingen verleend aan bedrijven en verenigingen voor het kunnen proefvaren, het geven van waterskilessen en het begeleiden van zeilwedstrijden. De tarieven worden jaarlijks door het bestuur vastgesteld. De geraamde baten overschrijden de ter zake geraamde lasten niet. Er is geen kwijtscheldingsbeleid.
3.2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing De begroting van het Plassenschap bestaat voor een deel uit te realiseren exploitatie-opbrengsten, zoals schutten bij de sluis, snelvaarontheffingen en evenementen. Het schap onderscheidt per 31 december 2020 de volgende risico’s: 11
1 2 3 4 5 6 7 8 9
Omschrijving risico Erfpacht en huur Schutgelden Mijndense sluis Uitgifte snelvaarontheffingen Bestrijding overmatige waterplanten Rente Klimaatverandering Aantrekkende markt Uitkomsten inspecties MJOP Onvoorziene risico’s Totaal
Bedrag 11.000 15.000 25.000 40.000
Wanneer 2020 e.v. 2020 e.v. 2020.e.v. 2020 e.v.
Frequentie Jaarlijks Jaarlijks Jaarlijks Jaarlijks
55.000 40.000 9.000 PM 45.000 240.000
2020 e.v. 2020 e.v. 2020 e.v. 2020 e.v. 2020 e.v.
Jaarlijks Jaarlijks Jaarlijks Jaarlijks Jaarlijks
Toelichting op de genoemde risico’s: 1. Erfpacht en huur De geraamde omzet uit erfpacht en verhuur bedraagt ca. € 217.000. Het risico dat de exploitant niet aan zijn verplichtingen kan voldoen is aanwezig. Het risico wordt ingeschat op 5% van de omzet, zijnde € 11.000. Dit risico heeft zich niet voorgedaan in 2020. 2. Schutgelden Mijndense sluis De omzet die is gerealiseerd met het schutten bij de Mijndense Sluis is in het afgelopen jaar aanzienlijk hoger dan geraamd in de begroting vanwege het aanhoudende mooie weer in 2018. Bij normale weersomstandigheden is de raming echter realistisch. Bij tegenvallende weersomstandigheden kan de opbrengst lager dan begroot zijn uitvallen. Het gemiddelde risico bedraagt € 15.000. Dit risico heeft zich in 2020 niet voorgedaan. 3. Uitgifte snelvaarontheffingen De afgelopen jaren zien we dat de populariteit van de snelvaarontheffingen varieert. Het aantal uit te geven ontheffingen is maximaal 800. De werkelijke afgifte, met name van de dagontheffingen, is variabel en markt -en weersafhankelijk. Dit risico is ingeschat op maximaal € 25.000. Dit risico heeft zich in 2020 niet voorgedaan. 4. Bestrijding overmatige waterplanten Bestrijding van overmatige waterplanten behoort tot het OVP project Exotenbestrijding waarbinnen een gezamenlijk plan van aanpak voor de bestrijding van ‘overmatige begroeiing door waterplanten’ is opgesteld.
Voor het uitvoeren van alle voorgestelde maatregelen is 50% cofinanciering nodig. Het schap is bereid aan de uitvoering van de plannen mee te werken maar niet bereid extra geld beschikbaar te stellen voor een calamiteitenfonds en een innovatiefonds. Bij de berekening van het risico wordt alleen gerekend met kosten in wateren die in eigendom c.q. beheer bij het Plassenschap zijn. Het is niet bekend wat dit financieel voor het Plassenschap betekent. Als risico voor het schap ramen we, een bedrag van 40.000. Er zijn in 2020 geen kosten gemaakt anders dan personele inzet. 5. Rente Het rentepercentage voor nieuwe vaste geldleningen is voor 2020 geraamd op 2,5%. Dit percentage is gebaseerd op een reële inschatting van de marktrente op het moment van afsluiten. Een rente van 1,0% hoger dan deze verwachting resulteert in extra lasten van € 55.000 per jaar. Dit risico heeft zich in 2020 niet voorgedaan. 12
6. Klimaatverandering Een belangrijke tendens is te zien in de merkbare gevolgen van klimaatveranderingen voor de onderhoudsmaatregelen. Er moet rekening worden gehouden met de volgende aspecten: • • •
langer groeiseizoen (waardoor extra maaibeurten nodig zijn, die extra kosten met zich meebrengen); wateroverlast (beschadiging van oevers, beschoeiingen en beplanting); ontwikkeling van ziektes en exoten.
Elk seizoen is anders en onderhoudswerkzaamheden zijn lastig te vergelijken per jaarschijf. Extra water en extra maaien zijn lastig te kwantificeren. In 2020 zijn er echter geen grote excessen geweest welke direct verband houden met klimaatverandering. 7. Aantrekkende markt Aannemers zullen in de toekomst meer vragen voor het uit te voeren werk. In 2018 zijn er nieuwe bestekken aanbesteed die duurder uit zijn gevallen dan de vorige bestek periode. De bestekken in 2020 zijn doorlopend en bevatten geen hogere kosten voortkomend uit aantrekkende markt. 8. Uitkomsten inspecties MJOP In de jaarrekening 2020 is geenvoorziening groot onderhoud opgenomen in de jaarrekening omdat onvoldoende aansluiting bestaat tussen de administratieve en de technische staat van het onderhoud. In 2020 en 2021 worden inspecties uitgevoerd naar de technische staat van het onderhoud. De uitkomsten van deze inspecties geven inzicht in het benodigde onderhoud. Het risico bestaat dat uit de inspecties blijkt dat de kosten voor onderhoud hoger zullen zijn dan nu in de begroting opgenomen. Omdat via de inspecties dit inzicht verkregen wordt is het op dit moment niet mogelijk het risico te kwantificeren. 9.
Onvoorziene risico’s Naast bovengenoemde grote risico’s heeft onze gemeenschappelijke regeling te maken met kleinere risico’s, zoals het illegaal dumpen van giftige afvalstoffen, niet verhaalbare vernielingen en wijzigingen in wetgeving met mogelijk financiële gevolgen. Deze worden niet afzonderlijk benoemd en gekwantificeerd, maar hiervoor wordt gedurende de meerjaren termijn een gelijkblijvend risicobedrag aangehouden van € 50.000. We gaan er vanuit dat niet alle risico’s zich tegelijkertijd zullen voordoen. Om hiervoor te corrigeren wordt een percentage van 90% berekend over het totaal berekende risicobedrag.
13
Conclusie
1 2 3 4 5 6 7 8 9 Totaal
Omschrijving risico Erfpacht en huur Schutgelden Mijndense sluis Uitgifte snelvaarontheffingen Bestrijding overmatige waterplanten Rente Klimaatverandering Aantrekkende markt Uitkomsten inspecties MJOP Onvoorziene risico’s
Bedrag 11.000 15.000 25.000 40.000
Wanneer 2020 e.v. 2020 e.v. 2020.e.v. 2020 e.v.
Frequentie Jaarlijks Jaarlijks Jaarlijks Jaarlijks
2020 0 0 0 0
55.000 40.000 9.000 PM 45.000 240.000
2020 e.v. 2020 e.v. 2020 e.v. 2020 e.v. 2020 e.v.
Jaarlijks Jaarlijks Jaarlijks Jaarlijks Jaarlijks
0 0 0 0 0
Geen van de geïdentificeerde risico’s heeft zich voorgedaan in 2020.
3.3 Kengetallen De kengetallen geven inzicht in de financiële positie van het Plassenschap.
Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen Solvabiliteitsratio Grondexploitatie Structurele exploitatieruimte Belastingcapaciteit
3.3.1
Jaarrekening 2019 81% 81% 31% nvt 14% nvt
Jaarrekening 2020 61% 61% 40% nvt 16% nvt
Netto schuldquote
Hoe hoger de schuld, hoe hoger de netto schuldquote. De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van het Plassenschap ten opzichte van de eigen middelen en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie.
3.3.2
Solvabiliteitsratio
Dit kengetal drukt het eigen vermogen als percentage van het totale vermogen uit. Hoe hoger het percentage hoe beter het Plassenschap in staat is aan de financiële verplichtingen te voldoen.
3.3.3
Structurele exploitatieruimte
Dit kengetal geeft aan hoe groot de structurele exploitatieruimte is, doordat gekeken wordt naar de structurele baten en de structurele lasten en deze worden vergeleken met de totale baten. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten te dekken.
3.4 Onderhoud kapitaalgoederen In het jaar 2020 zou vanuit de inspecties het nieuwe MeerJarenOnderhoudsPlan worden opgezet, deze deadline is niet gehaald i.v.m. gebrek aan kennis en kunde. Er is een nieuwe projectleider ingeschakeld. Naar verwachting is het MJOP eind Q1 2021 gereed. In 2020 hebben er enkel wat kleine werkzaamheden plaatsgevonden op Groot Onderhoud om de veiligheid te waarborgen. Zoals afgesproken zal de reserve Groot Onderhoud pas weer worden ingezet als het MJOP is vastgesteld. Ook zijn er in 2020 geen grootschalige vervangingsinvesteringen gedaan.
14
Vanuit de inspecties wordt de data in het beheersysteem Geovisia verrijkt. De inspecties worden bekostigd vanuit de dotatie groot onderhoud. In het Corona jaar 2020 zijn er in het Dagelijks Onderhoud uitdagingen geweest om de terreinen schoon te houden en zijn er beperkte meerkosten gemaakt op gebied van afval.
3.4.1
Wegen
In 2020 zijn er geen herstelwerkzaamheden aan wegen uitgevoerd.
3.4.2
Watergangen en oevers
Onderhoud aan watergangen en oevers heeft in 2020 stil gelegen. Er is intensief overleg met Provincie Noord Holland en de Omgevingsdienst NHN over de voortgang van beschoeiingswerkzaamheden in relatie tot stikstofproblematiek.
3.4.3
Groen: beplantingen
Op locaties de Meent en de Strook was er overlast van de eikenprocessierups. Deze zijn middels zoveel mogelijk opgezogen.
3.4.4
Schoonhouden en vuilafvoer
Er is meer afval ingezameld door intensiever gebruik.
3.4.5
Materieel
In 2020 zijn de noodzakelijke investeringen gedaan aan het schip de Plassenschap 6, zodat deze weer voldoet aan de hieraan gestelde eisen.
3.5 Financiering In het Treasurystatuut is het treasurybeleid opgenomen met daarin de producten, partijen en limieten, de treasury-organisatie met taken, bevoegdheden en verantwoordingsrelatie en de bijbehorende informatievoorziening, in totaliteit bedoeld ter beperking van te lopen risico’s.
3.5.1
Risicobeheer
Binnen de Wet FIDO zijn twee normen vermeld waaraan dient te worden voldaan. Het doel van deze normen is te voorkomen dat bij herfinanciering van de leningen bij (aanzienlijk) hogere rente grote schokken optreden in de hoogte van de rente die het Plassenschap moet betalen. De normen beperken de budgettaire risico’s.
3.5.2
Kasgeldlimiet
De kasgeldlimiet is een bedrag ter grootte van 8,2% van het totaal van de jaarbegroting bij aanvang van het jaar met als doel de kortlopende leningen te beperken. De kasgeldlimiet bedraagt € 204.100. In de praktijk is in 2020 geen kasgeld opgenomen.
3.5.3
Renterisiconorm
De renterisiconorm is een bedrag ter grootte van een percentage van het begrotingstotaal. Het doel van deze norm was en is het beperken van de gevolgen van een stijgende kapitaalmarktrente op de rentelasten van de organisatie. De norm stelt dat per jaar maximaal 20% van het begrotingstotaal in aanmerking mag komen voor verplichte aflossingen en renteherzieningen. De renterisiconorm bedraagt over 2020 € 497.820. Op de vaste geldleningen is een bedrag afgelost van € 212.870. Renteherziening op vaste schuld heeft niet plaatsgevonden.
15
3.6 Bedrijfsvoering Het onderhoud en beheer, de ontwikkeling, de bedrijfsvoering en handhaving en toezicht van het schap wordt uitgevoerd door de gemeenschappelijke regeling (GR) Recreatie Midden-Nederland (RMN). Naast het uitvoeren van taken door RMN in eigen beheer worden veel externe partijen ingeschakeld voor de uit te voeren opdrachten als (groot)onderhoud en het verrichten van investeringen. Het recreatieschap Stichtse Groenlanden en het Plassenschap Loosdrecht e.o. zijn deelnemer in RMN. De exploitatiebaten en lasten van RMN worden volledig doorberekend aan de betalende deelnemers. In 2020 had het Plassenschap Loosdrecht e.o. een belang van 28,91% in de bedrijfsvoering organisatie RMN.
3.7 Verbonden partijen Het recreatieschap is deelnemer aan de bedrijfsvoering organisatie RMN, de uitvoeringsorganisatie voor twee recreatieschappen. Recreatie Midden Nederland (RMN) Vestigingsplaats
Utrecht
Rechtsvorm
Gemeenschappelijke regeling – bedrijfsvoeringsorganisatie (BVO)
Doelstelling/Publiek belang
Het bieden van een op de behoefte van de recreatieschappen afgestemd uitvoeringsapparaat en het vervullen van de daarmee samenhangende rol van werkgever, alsmede het bevorderen van de onderlinge afstemming tussen de recreatieschappen van de uit te voeren werkzaamheden
Zeggenschap / bestuurlijk belang
Het bestuur van RMN bestaat uit 3 leden en een secretaris. Namens LSD heeft dhr. M. van Dijk zitting in het bestuur van RMN.
Samenwerkingspartners
RMN kent drie deelnemers: Recreatieschap Stichtse Groenlanden, Plassenschap Loosdrecht en provincie Utrecht.
Financieel belang
Deelnemers financieren via een deelnemersbijdrage de kosten van RMN en zijn gezamenlijk aansprakelijk voor eventuele tekorten.
Risico's / weerstandsvermogen
Er zijn geen materiële risico’s die effect hebben op de jaarrekening van het plassenschap. Alle kosten van RMN worden doorbelast aan de deelnemende schappen.
Kerncijfers
Bedragen in €
31-12-2019
31-12-2020
Eigen vermogen
0
0
Vreemd Vermogen
2.591.594
1.391.952
Resultaat
0
0
3.8 Grondbeleid Het Plassenschap Loosdrecht e.o. bezit totaal 660 hectare grond en water binnen het werkgebied. Deze bezittingen zijn op hoofdlijnen onder te verdelen in dagrecreatieterreinen (eilanden, Strook, Bosdijk etc.), de legakkers (Zuidelijke Kievitsbuurt e.d.), oeverlanden, sluizen, water en het recreatiecentrum Mijnden. Het schapsbeleid is er op gericht zijn terreinen zoveel mogelijk gratis en openbaar toegankelijk 16
aan te bieden aan de recreant. Ruiling van percelen die tot verbetering van het algemeen nut zullen leiden, worden overwogen. Aankoop van grond is alleen aan de orde als verwerving ervan van belang is voor uitvoering van een project. De bestemming die de gemeenten, tot nog toe, aan de gronden hebben toegekend, biedt geen ruimte voor commerciële exploitatie. Alleen de grond waarop het recreatiecentrum Mijnden is gevestigd, is voor een periode van minimaal 50 jaar in erfpacht uitgegeven aan een exploitant. Op het terrein de Strook zijn twee opstalrechten verleend aan een horecaondernemer. Deze opstalrechtovereenkomsten worden één keer per 5 jaar verhoogd met het prijsindexcijfer over de afgelopen periode. Met deze horecaondernemer is verder een erfpachtovereenkomst met opstalrecht afgesloten inzake een woning op de strook.
17
JAARREKENING
4 Balans per 31 december 2020 (bedragen in €) Hierna wordt via de balans met toelichting en het overzicht van baten en lasten met toelichting de financiële verantwoording afgelegd over het in jaar 2020 gerealiseerde beleid.
Activa (bedragen in €) Immateriële vaste activa Kosten van onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald Subtotaal immateriële vaste activa
31-12-2020
31-12-2019
2.134 2.134
33.835 33.835
854.163
698.552
Subtotaal materiële vaste activa
2.700.850 3.555.013
2.818.381 3.516.932
Totaal vaste activa
3.557.147
3.550.767
Materiële vaste activa Investeringen met een economisch nut Investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut
Voorraden Gereed product en handelsgoederen Subtotaal voorraden
-
3.250 3.250
Uitzettingen rentetypische looptijd < 1 jaar Vorderingen op openbare lichamen Uitzettingen in ’s Rijks schatkist met niet-financiële Rekening-courantverhoudingen instellingen Overige vorderingen Subtotaal uitzettingen rentetypische looptijd < 1 jaar
62.422 654.158 134 25.766 742.480
99.837 926.788 34 6.146 1.032.805
Liquide middelen Kas- en banksaldi
176.914
92.836
-
-
1.433 1.433
5.401 5.401
920.827
1.134.292
4.477.974
4.685.059
Overlopende activa - Overige Nederlandse overheidslichamen Overige overige nog te ontvangen bedragen en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen Subtotaal overlopende activa Totaal vlottende activa Totaal activa
18
Passiva (bedragen in €) Eigen vermogen Algemene reserve Bestemmingsreserves Gerealiseerd resultaat Subtotaal eigen vermogen Voorzieningen Kosten die in een volgend begrotingsjaar zullen worden gemaakt (egalisatievoorziening) Subtotaal voorzieningen
31-12-2020
31-12-2019
241.296 1.265.785 299.492 1.806.573
234.400 804.122 409.572 1.448.094
-
-
Vaste schulden Onderhandse leningen van: - binnenlandse banken en overige financiële instellingen Waarborgsommen Vooruitontvangen bedragen met een rentetypische looptijd van één jaar of langer Subtotaal vaste schulden Totaal vaste passiva Netto vlottende schulden Overige schulden Subtotaal netto vlottende schulden Overlopende passiva Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen De van de Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren; - Overige Nederlandse overheidslichamen Overige vooruitontvangen bedragen Subtotaal overlopende passiva Totaal vlottende passiva Totaal passiva
2.359.214 -
2.572.084 -
36.760 2.395.974
33.509 2.605.593
4.202.547
4.053.686
246.296 246.296
577.534 577.534
28.787
26.907
344 29.131
26.932 53.839
275.427
631.373
4.477.974
4.685.059
19
5 Overzicht van baten en lasten (bedragen in €) Begrotingspost
1
Doorbelaste personeelskosten
3
Doorbelaste apparaatskosten
5 7 9 11
Inhuur personeel derden Rente en afschrijvingen Huur en pachten Bestuurs- en apparaatskosten
13
Belastingen en verzekeringen
15 17 19 21 23
Energie- en waterkosten Onderhoud en vuilafvoer Voorzieningen Publiciteits- en overige kosten Nagekomen lasten Totaal lasten
2 4 6 8 10 12
Opbrengsten van Rechten Rente Overige baten Nagekomen baten Dekkingsmiddelen Totaal baten Saldo van baten en lasten Toevoegingen aan reserves Onttrekkingen aan reserves Gerealiseerd resultaat
Realisatie 2019 Begroting 2020 Begroting 2020 Realisatie 2020 na wijziging
Afwijking begroting realisatie
1.092.395
1.091.400
1.091.400
1.053.757
(37.643)
457.334 83.215 277.885 96.150
305.200 31.900 421.400 32.000
648.900 35.500 421.400 62.300
513.378 48.479 258.189 71.215
(135.522) 12.979 (163.211) 8.915
30.725 23.245 454.424 (297.676) 7.671 7.515
26.200 27.200 428.900 115.000 7.400 2.500
26.200 27.200 453.900 115.000 7.400 2.500
32.794 23.955 509.913 5.441 16.103
6.594 (3.245) 56.013 (115.000) (1.959) 13.603
2.232.883
2.489.100
2.891.700
2.533.225
(358.475)
360.545 304.821 193.478 401 1.730.698
322.900 275.100 81.200
382.100 282.100 58.600
1.759.800
1.829.600
385.152 313.741 63.990 (381) 2.129.201
3.052 31.641 5.390 (381) 299.601
2.589.943
2.439.000
2.552.400
2.891.704
339.304
357.060
(50.100)
(339.300)
358.479
697.779
362.400
70.900
70.900
571.623
500.723
414.912
-
70.900
512.637
441.737
409.572
(121.000)
(339.300)
299.492
638.792
20
6 Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling 6.1 Inleiding De jaarrekening is opgesteld met inachtneming van de voorschriften zoals opgenomen in het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV).
6.2 Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vindt plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij het desbetreffende balanshoofd anders is vermeld, worden de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarden. De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q. schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeidskostengerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, worden sommige personele lasten echter toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt; daarbij moet worden gedacht aan componenten zoals ziektekostenpremie ten behoeve van gepensioneerden en overlopende verlofaanspraken. Voor arbeidskostengerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume wordt geen voorziening getroffen of op andere wijze een verplichting opgenomen.
De referentieperiode is dezelfde als die van de meerjarenraming, te weten vier jaar. Indien er sprake is van (eenmalige) schokeffecten (bijvoorbeeld door reorganisaties) dient wel een verplichting opgenomen te worden.
6.3 Vaste activa 6.3.1
Immateriële vaste activa
De immateriële vaste activa zijn gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs verminderd met de afschrijvingen en waardeverminderingen die naar verwachting duurzaam zijn. De kosten van onderzoek en ontwikkeling worden in 5 jaar afgeschreven. De afschrijving van de geactiveerde kosten onderzoek en ontwikkeling vangt aan bij ingebruikname van het gerelateerde materiële vaste actief.
6.3.2
Materiële vaste activa
6.3.2.1 Algemeen Activa worden gewaardeerd op basis van de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. De verkrijgingsprijs omvat de inkoopprijs en de bijkomende kosten. De vervaardigingsprijs omvat de aanschaffingskosten van de gebruikte grond- en hulpstoffen en de overige kosten, welke rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend. In de vervaardigingsprijs kunnen voorts worden opgenomen een redelijk deel van de indirecte kosten en de rente over het tijdvak die aan de vervaardiging van het actief worden toegerekend; in dat geval vermeldt de toelichting dat deze kosten worden geactiveerd. 6.3.2.2 Investeringen met economisch nut Deze materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Specifieke investeringsbijdragen van derden worden op de desbetreffende investering in mindering gebracht. De volgende afschrijvingspercentages worden gehanteerd: 21
Actief Grond en water Bouwkundige werken Beschoeiing Bedrijfsgebouwen Machines, apparaten en installaties Vervoermiddelen Overige vaste activa
Percentage 0% 2,5% - 20% 2,5% - 4% 2,5% - 8,33% 5% - 20% 3,33% - 20% 5% - 20%
6.4 Vlottende passiva De vlottende passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde.
22
7 Toelichting op de balans per 31 december 2020 7.1 Vaste activa 7.1.1
Immateriële vaste activa
De immateriële vaste activa bestaan uit de volgende onderdelen: Boekwaarde per 31-12-2020
Boekwaarde per 31-12-2019
-
-
2.134 2.134
33.835 33.835
Kosten verbonden aan het sluiten van geldleningen en het saldo van agio en disagio Kosten van onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief Bijdragen aan activa in eigendom van derden Totaal
Boekwaarde per 31-12-2020
Duurzame waardeverminderingen
Bijdragen van derden
Afschrijvingen
Desinvesteringen
Investeringen
Boekwaarde per 31-12-2019
Onderstaand overzicht geeft het verloop van de boekwaarde van de immateriële vaste activa weer:
Kosten verbonden aan het sluiten van geldleningen en het saldo van agio en disagio Kosten van onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief
33.835
-
-
1.067
30.634
2.134
In 2020 zijn geen investeringen in de immateriële vaste activa gedaan.
7.1.2
Materiële vaste activa
De materiële vaste activa bestaan uit de volgende onderdelen:
Investeringen met een economisch nut Waarvan in erfpacht uitgegeven Investeringen met een economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven Investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut Totaal
Boekwaarde per 31-12-2020 854.163 -
Boekwaarde per 31-12-2019 698.552 -
-
-
2.700.850 3.555.013
2.818.381 3.516.932
23
Gronden en terreinen
Boekwaarde per 31-12-2020
Duurzame waardeverminderingen
Bijdragen van derden
Afschrijvingen
Desinvesteringen
Investeringen
Boekwaarde per 31-12-2019
Onderstaand overzicht geeft het verloop van de boekwaarde van de investeringen met economisch nut weer:
407.753
407.753
Waarvan in erfpacht uitgegeven
-
-
Woonruimten
-
-
Bedrijfsgebouwen
-
-
Grond-, weg- en waterbouwkundige werken
44.124
Vervoermiddelen
186.022 165.540
29.683
Machines, apparaten en installaties
45.192
31.973
7.734
Overige materiële vaste activa
15.461
-
1.866
42.257
753
321.126 69.431
1.865
13.596
Totaal 698.552 197.513
29.683
12.218
-
- 854.163
De belangrijkste investeringen in 2020 zijn: Omschrijving Vervanging schip plassenschap 6 ivm herkeuring Aanschaf buitenboordmotoren Totaal
Investering 2020 165.540 24.856 190.369
De belangrijkste desinvesteringen betreffen: Omschrijving Inruil motor plassenschap 6 Verkoop buitenboordmotoren Totaal
Investering 2020 22.093 7.590 29.683
24
Gronden en terreinen Woonruimten Bedrijfsgebouwen Grond-, weg- en waterbouwkundige werken Vervoermiddelen
549.721
Boekwaarde per 31-12-2020
Duurzame waardeverminderingen
Bijdragen van derden
Afschrijvingen
Desinvesteringen
Investeringen
Boekwaarde per 31-12-2019
Onderstaand overzicht geeft het verloop van de boekwaarde van de investeringen met maatschappelijk nut weer:
-
549.721
-
-
36.283
2.134.022
47.312
10.822
25.461
141.527
2.039.807
-
-
Machines, apparaten en installaties
4.871
-
1.911
2.960
Overige materiële vaste activa
93.484
7.376
17.958
82.901
2.818.381
54.688
Totaal
-
172.218
-
-
2.700.850
De belangrijkste investeringen met maatschappelijk nut in 2020 zijn: Omschrijving Aanschaf afvalsysteem
Investering 2020 7.376
Beschoeiing en oeverbescherming Eiland Meent
7.487
Beschoeiing en oeverbescherming 's-Gravelandse Meent
6.278
Beschoeiing en oeverbescherming Muyeveldse Vaart
4.743
Raambestek beschoeiingen
28.804
Totaal
54.688
25
7.2 Vlottende activa 7.2.1
Voorraden
De voorraden bestaan per 31 december 2019 uit de volgende posten: Boekwaarde per 31-12-2020 -
Boekwaarde per 31-12-2019 -
Onderhanden werk, waaronder bouwgronden in exploitatie
-
-
Gereed product en handelsgoederen
-
3.250
-
3.250
Grond- en hulpstoffen
Vooruitbetalingen Totaal
7.2.2
Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar
De uitzettingen met een rentetypische looptijd < 1 jaar zijn als volgt onderverdeeld: Uitzetting per Voorziening 31-12-2020 oninbaarheid Vorderingen op openbare lichamen Verstrekte kasgeldleningen aan openbare lichamen Overige verstrekte kasgeldleningen Uitzettingen in ’s Rijks schatkist Rekeningcourantverhouding met het Rijk Rekeningcourantverhoudingen met niet-financiële instellingen Uitzettingen in de vorm van Nederlands schuldpapier
-
Overige vorderingen
25.766
Uitzetting per Voorziening 31-12-2019 oninbaarheid
Boekwaarde per 31-12-2019
62.422
-
62.422
99.837
-
99.837
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
654.158
-
654.158
926.788
-
926.788
-
-
-
-
-
-
134
34
34
-
-
-
-
-
25.766
6.146
-
742.480
1.032.805
134
Overige uitzettingen Totaal
Boekwaarde per 31-12-2020
742.480
6.146 -
1.032.805
7.2.2.1 Vorderingen op openbare lichamen De vorderingen op openbare lichamen bestaan uit openstaande debiteuren betreffende diverse gemeenten en de provincie Utrecht. Gelet op de aard van de vorderingen wordt het niet noodzakelijk geacht een voorziening voor oninbaarheid te vormen. 7.2.2.2 Uitzettingen in ‘s Rijks schatkist Op balansdatum had LSD overtollige middelen boven de drempel van het schatkistbankieren in het kader van de Wet Houdbare Overheidsfinanciën (wet HOF). De middelen boven de drempel dienen in de schatkist van het Rijk worden aangehouden. 26
In principe dienen alle overtollige middelen in de schatkist te worden aangehouden. Er is echter een aantal uitzonderingen, zoals het drempelbedrag. Dit is een minimumbedrag afhankelijk van de omvang van de organisatie dat gemiddeld per kwartaal buiten de schatkist mag worden gehouden. Voor het Plassenschap was dat voor 2020 € 250.000. Voor organisaties met een begrotingstotaal kleiner dan € 500 mln. bedraagt de drempel € 250.000. Het Plassenschap heeft met de BNG de afspraak gemaakt dat het saldo boven de € 250.000 op de reguliere betaalrekening automatisch dagelijks wordt afgeroomd naar het schatkistbankieren. In onderstaande tabel is te zien wat de benutting van het drempelbedrag schatkistbankieren gedurende de vier kwartalen 2020 is geweest: (Bedragen in €)
Kwartaal 1
Kwartaal 2
Kwartaal 3
Kwartaal 4
Drempelbedrag
€ 250.000
€ 250.000
€ 250.000
€ 250.000
Kwartaalcijfer buiten ’s Rijks schatkist
€ 164.848
€ 137.286
€ 153.248
€ 125.878
Ruimte onder het drempelbedrag
€ 85.152
€ 112.714
€ 96.752
€ 124.122
€0
€0
€0
€0
Overschrijding van het drempelbedrag
Uit de tabel blijkt dat geen sprake is van een overschrijding van het drempelbedrag gedurende 2020. 7.2.2.3 Rekening courant verhoudingen met niet-financiële instellingen RMN heeft een rekening courant met de schappen waarvoor zij werkzaam is. Het saldo van deze rekening couranten bedroeg per 31 december 2020 € 134. Omdat sprake is van een rekening courant voor lopende transacties is geen sprake van financiering. Om die reden wordt geen rente in rekening gebracht. 7.2.2.4 Overige vorderingen De overige vorderingen betreffen debiteuren voor een bedrag € 2.099. 31-12-2020 Debiteuren 2.099 Voorziening debiteuren Vorderingen op debiteuren
7.2.3
31-12-2019 6.146
-
-
2.099
6.146
Liquide middelen
Deze activa worden tegen nominale waarde opgenomen en zijn als volgt te specificeren:
Banksaldi Kassaldi Totaal
Boekwaarde per 31-12-2020 176.428 486 176.914
Boekwaarde per 31-12-2019 89.594 3.242 92.836
27
7.2.4
Overlopende activa
De overlopende activa bestaan uit de volgende onderdelen:
De van Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen van: - Europese overheidslichamen - Het Rijk - Overige Nederlandse overheidslichamen Nog te ontvangen bedragen Vooruitbetaalde bedragen Totaal
Boekwaarde per 31-12-2019
Boekwaarde per 31-12-2018
-
-
1.433 1.433
3.422 1.979 5.401
7.2.4.1 Nog te ontvangen bedragen Nog te ontvangen bedragen zijn opbrengsten die betrekking hebben op 2020, maar pas in een volgend jaar daadwerkelijk tot een ontvangst leiden. De nog te ontvangen bedragen bestaan ultimo boekjaar voornamelijk uit: Omschrijving Overige posten < € 5.000 Totaal
Bedrag 0 0
7.2.4.2 Vooruitbetaalde bedragen Vooruitbetaalde bedragen zijn bedragen die voor 31 december 2020 betaalbaar zijn gesteld, maar waarvan de lasten betrekking hebben op latere jaren. De vooruitbetaalde bedragen bestaan ultimo boekjaar voornamelijk uit: Omschrijving Overige posten < € 5.000 Totaal
Bedrag 1.433 1.433
28
7.2.5
Eigen vermogen
Het eigen vermogen van het Plassenschap wordt gevormd door de reserves en het rekeningresultaat. Het eigen vermogen bestaat uit de volgende onderdelen: Reserve
Saldo per 3112-2019
Toevoegingen Saldo per 1-1en 2020 onttrekkingen uit hoofde van het voorgaande boekjaar
Toevoegingen bij het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening
Onttrekkingen bij het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening
234.400
6.896
241.296
Subtotaal algemene reserve
234.400
6.896
241.296
Bestemmingsreserve masterplan
22.665
22.665
22.665
Bestemmingsreserve Veenslib Veendijk
250.000
250.000
250.000
Bestemmingsreserve zichtwerk
169.057
169.057
169.057
Bestemmingsreserve Oostelijke Vecht en plassen Bestemmingsreserve onderhoud
362.400
362.400
512.637
402.676
58.987
Subtotaal bestemmingsreserves
804.122
1.206.798
571.623
Algemene reserve
Gerealiseerd resultaat
402.676
409.572
(409.572)
1.448.094
(402.676)
Verminderinge Saldo per 31n in verband 12-2020 met afschrijvingen op activa
241.296 241.296
70.914
0
804.123 461.663
512.636
1.265.785 299.492
1.448.094
571.623
512.636
1.806.573
Totaal
29
7.2.5.1 Bestemmingsreserve masterplan Dit betreft een reservering van de aanloopkosten voor het proefproject Legakkerherstel en het gebiedsplan Oostelijke Vechtplassen. In 2020 zijn er geen kosten ten laste van deze reserves gebracht, tevens is conform begroting 2020 het saldo van de bestemmingsreserve in 2020 toegevoegd aan de bestemmingsreserve Oostelijke Vecht en Plassen Bestemmingsreserve Veenslib Veendijk Dit betreft een reservering van de bijdrage van het Plassenschap aan de vervolgactiviteiten inzake het veenslib. In 2020 zijn er geen kosten ten laste van deze reserve gebracht, tevens is conform begroting 2020 het saldo van de bestemmingsreserve in 2020 toegevoegd aan de bestemmingsreserve Oostelijke Vecht en Plassen Bestemmingsreserve zichtwerk Dit betreft een reserve voor de uitvoering van een snoeiplan voor de diverse terreinen. In 2020 zijn er geen kosten ten laste van deze reserve gebracht, tevens is conform begroting 2020 het saldo van de bestemmingsreserve in 2020 toegevoegd aan de bestemmingsreserve Oostelijke Vecht en Plassen. 7.2.5.2 Bestemmingsreserve Oostelijke Vecht en plassen Deze reserve is ontstaan als gevolg van deelname aan het Gebiedsakkoord Oostelijke Vechtplassen. Het plassenschap is hiermee een verplichting aangegaan van in totaal € 906.000, hetgeen conform een vastgesteld kasritme voldaan moet worden.