Nota reserves en voorzieningen 2024
Tekst van het document
5 22
Doel: Dekking van uitgaven (groot) onderhoud Knorr-terrein Op grond van: BBV artikel 44 lid 1c. Opheffingsdatum: Als afkoopsom op is. Toevoegingen: Geen Onttrekkingen: 10% van de afkoopsom per jaar. Maximumhoogte: De ontvangen afkoopsom Minimumhoogte: Geen In te stellen voorzieningen groot onderhoud op basis vastgestelde beheerplannen.
Voorziening groot onderhoud wegen (Nieuw). Er worden een tweetal voorzieningen groot onderhoud wegen gevormd. De eerste is conform artikel 44 lid 1.a van de BBV. Voor achterstallig onderhoud dat tot risico’s dan wel tot kapitaalvernietiging kan leiden moet een aparte voorziening worden gevormd. Voor het overige groot onderhoud wegen, inclusief de overige achterstanden, moet een reguliere voorziening groot onderhoud worden gevormd conform artikel 44 lid 1.c BBV.
28
Nota reserves en voorzieningen 2024
Artikel 44 lid 1.a (Vorming “Voorziening groot onderhoud wegen” als gevolg van achterstallig onderhoud, dat kan leiden tot kapitaalvernietiging). Voorziening groot onderhoud wegen (bedragen x € 1.000) Stand per begin jaar Toevoeging Onttrekking Stand per einde jaar
2024
2025
2026
2027
0 400 391 9
9 0 0 9
9 0 0 9
9 0 0 9
Dit betreft groot onderhoud aan de asfaltverhardingen, conform beheerplan, voor € 391.000 in 2024. Deze werkzaamheden hebben betrekking op achterstallig onderhoud aan wegen, die kunnen leiden tot kapitaalvernietiging en moeten z.s.m. worden uitgevoerd.
Artikel 44 lid 1.c (Vorming van “Voorziening groot onderhoud wegen”, inclusief middelen t.b.v. overig achterstanden in groot onderhoud, waarvan uitvoering plaats heeft in 2024). Voorziening groot onderhoud wegen (bedragen x € 1.000) Stand per begin jaar Toevoeging éénmalig Toevoeging structureel Onttrekking Stand per einde jaar
2024
2025
0 2.780 2.500
0
2026
2027
2.011 1.834 0
0
850 850 850 850 570 1.619 1.027 1.027 2.780 2.011 1.834
1.657
Dit betreft groot onderhoud aan de wegen, conform beheerplan. Deze werkzaamheden hebben in 2024 nog voor een belangrijk deel betrekking op achterstanden in groot onderhoud aan wegen, vanaf 2025 betreft het hoofdzakelijk regulier groot onderhoud. Als startkapitaal wordt een bedrag van € 2.500.000 ineens aan de voorziening toegevoegd. Vervolgens is een jaarlijkse dotatie van € 850.000 nodig om de werkzaamheden uit het beheerplan te kunnen uitvoeren. Doel: Dekking van uitgaven groot onderhoud wegen. Op grond van: BBV artikel 44 lid 1.a en BBV artikel 44 lid 1.c Opheffingsdatum: Geen Toevoegingen: Conform beheerplan wegen 2024-2028. Onttrekkingen: Conform beheerplan wegen 2024-2028. Maximumhoogte: Geen Minimumhoogte: Geen
29
Nota reserves en voorzieningen 2024
Voorziening groot onderhoud bruggen (Nieuw). Voorziening groot onderhoud bruggen (bedragen x € 1.000) Stand per begin jaar Toevoeging Onttrekking Stand per einde jaar
2024
2025
2026
2027
0 190 183 7
7 190 183 14
14 190 183 21
21 190 183 28
Doel: Dekking van uitgaven groot onderhoud bruggen. Op grond van: BBV artikel 44 lid 1.c Opheffingsdatum: Geen Toevoegingen: Conform beheerplan civiele kunstwerken 2024-2027. Onttrekkingen: Conform beheerplan civiele kunstwerken 2024-2027. Maximumhoogte: Geen Minimumhoogte: Geen
Voorziening groot onderhoud beschoeiingen (Nieuw). Voorziening groot onderhoud beschoeiingen (bedragen x € 1.000) Stand per begin jaar Toevoeging Onttrekking Stand per einde jaar
2024
2025
2026
2027
0 100 93 7
7 100 93 14
14 100 93 21
21 100 93 28
Doel: Dekking van uitgaven groot onderhoud beschoeiingen. Op grond van: BBV artikel 44 lid 1.c Opheffingsdatum: Geen Toevoegingen: Conform beheerplan civiele kunstwerken 2024-2027. Onttrekkingen: Conform beheerplan civiele kunstwerken 2024-2027. Maximumhoogte: Geen Minimumhoogte: Geen
Voorziening groot onderhoud groen (Nieuw). Voorziening groot onderhoud groen (bedragen x € 1.000) Stand per begin jaar Toevoeging Onttrekking Stand per einde jaar
2024
2025
2026
2027
0 190 190 0
0 190 180 10
10 190 180 20
20 190 180 30
30
Nota reserves en voorzieningen 2024
Betreft de voorziening t.b.v. regulier groot onderhoud groen. Doel: Dekking van uitgaven groot onderhoud groen. Op grond van: BBV artikel 44 lid 1.c Opheffingsdatum: Geen Toevoegingen: Conform beheerplan groen 2024-2027. Onttrekkingen: Conform beheerplan groen 2024-2027. Maximumhoogte: Geen Minimumhoogte: Geen
Voorziening groot onderhoud straatmeubilair (Nieuw). Voorziening groot onderhoud straatmeubilair (bedragen x € 1.000) Stand per begin jaar Toevoeging Onttrekking Stand per einde jaar
2024
2025
2026
2027
0 35 33 2
2 35 33 4
4 35 33 6
6 35 33 8
Doel: Dekking van uitgaven groot onderhoud straatmeubilair. Op grond van: BBV artikel 44 lid 1.c Opheffingsdatum: Geen Toevoegingen: Conform beheerplan straatmeubilair 2024-2027. Onttrekkingen: Conform beheerplan straatmeubilair 2024-2027. Maximumhoogte: Geen Minimumhoogte: Geen
Voorziening Water- en rioleringsplan (VWRP) Artikel 44 lid 1.c BBV Voorziening groot onderhoud WRP (bedragen x € 1.000) Stand per begin jaar Toevoeging Onttrekking Stand per einde jaar
2024
2025
2026
2027
6.081 6.220 6.341 6.442 747 747 747 747 608 626 646 659 6.220 6.341 6.442 6.531
Via artikel 44 lid 1.c BBV kan worden gespaard voor toekomstige groot onderhoudslasten in dit geval van de riool. Het WRP 2023-2027 is hiervoor de basis. De jaarlijkse dotatie aan deze voorziening is onderdeel van de rioolheffing, die bij de burger in rekening wordt gebracht. De overige kosten die betrekking hebben op de rioolheffing zijn 100% kostendekkend en maken geen deel uit van deze voorziening.
31
Nota reserves en voorzieningen 2024
Doel: Voorkomen in schommelingen in tarieven door de kosten van groot onderhoud te egaliseren via bovenstaande voorziening bij het “Water- en rioleringsplan”. Op grond van: BBV artikel 44 lid 1.c Opheffingsdatum: Als er geen actueel water- en rioleringsplan is. Toevoegingen: Op basis van actueel Water- en rioleringsplan 2023-2027. Onttrekkingen: Op basis van uitgaven voor groot onderhoud. Maximumhoogte: Afhankelijk van actuele Water- en rioleringsplan 2023-2027. Minimumhoogte: Afhankelijk van actuele Water- en rioleringsplan 2023-2027.
Voorziening afvalstoffenheffing Voorziening afvalstoffenheffing (bedragen x € 1.000) Stand per begin jaar Toevoeging Onttrekking Stand per einde jaar
2024
2025
2026
2027
0 0 0 0
0 0 0 0
0 0 0 0
0 0 0 0
Doel: Het egaliseren van de jaarlijkse verschillen tussen de kosten van afvalverwerking en de afvalstoffenheffing. Op grond van: BBV artikel 44 lid 1.d Functie: Egalisatie Opheffingsdatum: Geen Toevoegingen: Een voordelig jaarsaldo van de kosten van afvalverwerking en de afvalstoffenheffing. Onttrekkingen: Verrekening van een voordelig resultaat uit voorgaand jaar bij de berekening van een nieuw tarief. Maximumhoogte: Geen. Positieve resultaten worden bij de eerstvolgende tariefberekening verrekend. Minimumhoogte: Geen
32
Nota reserves en voorzieningen 2024
Bijlage 1 Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) Het BBV3 bevat verschillende eisen voor het opstellen van de gemeentelijke begroting, meerjarenraming en jaarrekening. De begroting en jaarrekening moeten ingedeeld worden in een aantal programma’s. Vandaar ook de naam programmabegroting en programmarekening. De gemeenteraad bepaalt zelf het aantal en de naamgeving van de programma’s. In het besluit BBV zijn twee artikelen opgenomen die betrekking hebben op respectievelijk reserves en voorzieningen: artikel 43 en 44. Daarnaast is in het besluit BBV vastgelegd op welke wijze inzicht wordt gegeven in reserves en voorzieningen bij de begroting en jaarrekening.
Begroting • • • • • •
De paragraaf betreffende het grondbeleid bevat de beleidsuitgangspunten omtrent de reserves voor grondzaken in relatie tot de risico's van de grondzaken (art. 16 lid e BBV); De begroting geeft inzicht in de reserves en voorzieningen in de uiteenzetting van de financiële positie en de toelichting (art. 20 lid 2d en 2e BBV); het overzicht van baten en lasten in de begroting bevat de beoogde toevoegingen en onttrekkingen van reserves per programma (art. 17 lid d BBV); de toelichting op het overzicht van baten en lasten bevat een overzicht van de geraamde incidentele baten en lasten per programma (art. 19 lid c BBV); de toelichting op het overzicht van baten en lasten bevat een overzicht van de beoogde structurele toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves (art. 19 lid d BBV); de toelichting op de meerjarenraming bevat een overzicht van de beoogde structurele toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves (art. 23 lid c BBV).
Jaarrekening • • • • • •
Het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening bevat de werkelijke toevoegingen en onttrekkingen van reserves (art. 27 lid d BBV); de toelichting op het overzicht van baten en lasten bevat een overzicht van de structurele toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves (art. 28 lid d BBV); in de toelichting op de balans worden de aard en reden van elke reserve en de toevoegingen en onttrekkingen daaraan toegelicht (art. 54 lid 1 BBV); in de toelichting op de balans wordt per reserve het verloop gedurende het jaar in een overzicht weergegeven (art. 54 lid 2 BBV) in de toelichting op de balans worden de aard en reden van elke voorziening en de wijzigingen daarin toegelicht (art. 55 lid 1 BBV); in de toelichting op de balans wordt per voorziening het verloop gedurende het jaar in een overzicht (art. 55 lid 2 BBV).
Reserves (art. 43 BBV) •
•
In de balans worden de reserves onderscheiden in: a. de algemene reserve; b. de bestemmingsreserves. Een bestemmingsreserve is een reserve waaraan de raad een bepaalde bestemming heeft gegeven.
3
De nota Reserves en Voorzieningen 2023 is gebaseerd op de in oktober 2023 geldend besluit; deze is voor het laatst gewijzigd op 1 juli 2019.
33
Nota reserves en voorzieningen 2024 •
Voorzieningen (art. 44 BBV) •
Voorzieningen worden gevormd wegens: o verplichtingen en verliezen waarvan de omvang op de balansdatum onzeker is, doch redelijkerwijs te schatten (lid 1.a); o op de balansdatum bestaande risico's ter zake van bepaalde te verwachten verplichtingen of verliezen waarvan de omvang redelijkerwijs is te schatten (lid 1.b); o kosten die in een volgend begrotingsjaar zullen worden gemaakt, mits het maken van die kosten zijn oorsprong mede vindt in het begrotingsjaar of in een voorafgaand begrotingsjaar en de voorziening strekt tot gelijkmatige verdeling van lasten over een aantal begrotingsjaren (lid 1.c ); o de bijdragen aan toekomstige vervangingsinvesteringen, waarvoor een heffing wordt geheven als bedoeld in artikel 35, eerste lid, onder b (art. lid 1.d).
•
Tot de voorzieningen worden ook gerekend van derden verkregen middelen die specifiek besteed moeten worden, met uitzondering van de voorschotbedragen, ontvangen van Europese en Nederlandse overheidslichamen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren (lid 2).
•
Voorzieningen worden niet gevormd voor jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume.
34
Nota reserves en voorzieningen 2024
Bijlage 2 Knoppen raad Instellen nieuwe reserve of voorziening Het instellen van een nieuwe reserve of voorziening is een bevoegdheid van de raad. Dit kan als beslispunt worden opgenomen bij een afzonderlijk raadsvoorstel of bij de behandeling van een p&cproduct: kadernota, programmabegroting, voor-of najaarsnota of bij de programmarekening.
Toevoegen of onttrekken aan reserve Het toevoegen of onttrekken aan een reserve is een bevoegdheid van de raad. Dit kan als beslispunt worden opgenomen bij een afzonderlijk raadsvoorstel of bij de behandeling van een p&c-product: kadernota, programmabegroting, voor-of najaarsrapportage of bij de programmarekening.
Toevoegen aan voorziening of ten laste brengen van voorziening Het toevoegen aan een voorziening of het ten laste brengen van uitgaven aan een voorziening is een bevoegdheid van het college. Alleen als een toevoeging aan een voorziening leidt tot overschrijding van de geraamde lasten van een programma zal deze aan de raad worden voorgelegd.
Inzicht in reserves en voorzieningen Programmabegroting In het overzicht ‘Stand en verloop van Reserves en Voorzieningen’ staat de verwachte beginstand in het begrotingsjaar. Omdat de programmabegroting al eerder wordt opgesteld is de werkelijke beginstand niet mogelijk. Dit overzicht bevat een doorkijk over het begrotingsjaar en drie jaren daarop volgend. In de meest rechterkolom staat een I of S: dit betekent dat de mutatie van incidentele of structurele aard is. Alleen de toevoeging of onttrekking aan de reserve afschrijving activa is structureel, alle andere reserve mutaties zijn incidenteel. In het onderdeel ‘Toevoegingen en onttrekkingen aan reserve per programma’ staan de toevoegingen en onttrekkingen per reserve voor het begrotingsjaar beschreven.
Programmabegroting en jaarrekening In de paragraaf Weerstandsvermogen is een onderbouwing opgenomen van de algemene reserve. Het actuele risicoprofiel staat hier vermeld waarmee het benodigd niveau van de algemene reserve wordt berekend. In de paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen wordt de relatie gelegd tussen investeringen, klein onderhoud en de voorziening groot onderhoud. Voor het onderhoud van wegen en gemeentelijke gebouwen waren bestemmingsreserves ingesteld. Deze bestemmingsreserves worden opgeheven en na de vaststelling van de beheerplannen vervangen door een aantal voorzieningen groot onderhoud. Ook kunnen voorzieningen aan de orde komen binnen de paragraaf Lokale heffingen en/of de paragraaf Grondbeleid. De voorziening Water- en rioleringsprogramma (VWRP) is (mede) bedoeld om schommelingen in de tarieven te voorkomen; groot onderhoud en de hoge investeringen in het Water- en rioleringsprogramma zouden anders tot een piek (kunnen) leiden. Aangezien tarieven het onderwerp vormen van de paragraaf Lokale heffingen is hier een link met de “voorziening WRP” (voorheen VGRP).
35
Nota reserves en voorzieningen 2024
In de paragraaf Grondbeleid kan, indien daartoe aanleiding bestaat, nadere aandacht zijn voor de voorzieningen voor exploitatierisico’s grondexploitatie: Voorziening Porseleinhaven
36
Bijlage 3 Beslisboom instellen reserve of voorziening Geld reserveren om
Ongewenste schommelingen in tarieven te voorkomen
Kosten over jaren te spreiden
Toekomstige verplichting of verlies of risico op toekomstige verplichting of risicoop te vangen
riolering
Zijn de toekomstige uitgaven kwantificeerbaar met beheerplan en meerjarenplanning
Is de toekomstige verplichting of het toekomstig verlies redelijkerwijs int eschatten?
Ja
Voorziening instellen
Nee
Bestemmingsreserve instellen
Ja
Voorziening vormen BBV artikel 44 lid 1.c
nee
Bestemmingsreserve vormen
ja
Voorziening vormen o.b.v. BBV artikel 44 lid 1.a
nee
Buffer te vormen voor toekomstig risico
Vastleggen als risico
Ontvangen bedrag voor de toekomst te bewaren
Is de aanwending gebonden of rust er terugbetalingsverplichting op?
Spaarpot voor toekomstige specifieke bestemming (doel)?
Leidt de toekomstige uitgave tot structurele lasten?
BBV artikel 44 lid 1.d
Is het zeker dat we deze uitgave in de toekomst moeten doen?
Betreft het bouwgrond exploitatie?
Ja
Bestemmingsreserve vormen
nee
Vastleggen als risico
Wordt via berekening (risicoprofiel) meegenomen in de algemene reserve ja
Voorziening vormen BBV artikel 44 lid 2
nee
Bestemmingsreserve vormen
ja
Via kadernota opnemen in de programmabegroting
nee
Bestemmingsreserve vormen
Ja
Voorziening waarderen tegen contante waarde van toekomstig verlies
nee
Voorziening waarderen tegen huidig prijspeil
Wordt via berekening (risicoprofiel) meegenomen in de algemene reserve
Nota reserves en voorzieningen 2024
Bijlage 4 Toelichting balans en exploitatie Toelichting relatie tussen reserves en financiële ruimte Reserves zijn een weergave van het eigen vermogen van de gemeente en zijn het saldo van bezittingen en schulden. Met behulp van de volgende (fictieve) balans kunt u de relatie tussen reserves en de financiële ruimte zien. BALANS Activa Gebouwen Voorraden Banksaldo
Passiva 100 Eigen vermogen 20 (reserves) 10 Voorzieningen Leningen 130
55 55 20 130
In dit voorbeeld heeft de gemeente bezittingen voor een totaal van 130 en schulden en voorzieningen voor een totaal van 75. Dus een eigen vermogen van 55. Het banksaldo is niet gelijk aan het eigen vermogen: een deel van het vermogen is belegd in gebouwen en voorraden. Het bedrag aan eigen vermogen betekent dat de gemeente, als ze al haar bezit verkoopt en alle schulden en toekomstige schulden (voorzieningen) aflost, per saldo 55 over houdt. Dit is theoretisch, want een gemeente zal niet haar activa verkopen. Het eigen vermogen is dus een theoretisch vermogen. Wel zegt de omvang van het eigen vermogen iets over hoe ‘rijk’ de gemeente is. Ook voor voorzieningen geldt dat deze gereserveerde middelen niet klaar liggen op de bankrekening. Als de gemeente nu groot onderhoud aan gebouwen wil doen van 20 ten laste van een voorziening, zal de gemeente hier slechts 10 voor op de bank hebben. In dit voorbeeld zal de gemeente dus 10 moeten lenen om een groot onderhoud van 20 te kunnen betalen. Op de balans zullen na deze werkzaamheden de gebouwen nog steeds op 100 staan, het banksaldo op 0 en de voorzieningen op 35 en de leningen op 30. De balans blijft in evenwicht. Wat wel verandert is de exploitatie. Immers de gemeente heeft een nieuwe lening van 10 afgesloten en zal in de exploitatie daarover nu elk jaar rente aan de bank moeten betalen.
Resumerend: De omvang van de reserves en voorzieningen zegt iets over de financiële positie van de gemeente maar kan niet dienen als betaalmiddel. BALANS Activa Gebouwen Voorraden Banksaldo
Passiva 100 Eigen vermogen 20 (reserves) 0 Voorzieningen Leningen 120
55 35 30 120
Toelichting effect reserves op exploitatie en balans Als een gemeente een bestemmingsreserve vormt dan reserveert de gemeente een deel van het overschot van baten minus lasten van de programma’s. Hiermee kan de gemeente een eventueel negatief resultaat in de toekomst compenseren. Het negatieve resultaat in een programma kan een bewuste keuze zijn door in een bepaald jaar extra uitgaven te doen. Door in dat jaar een deel van de reserves aan te wenden zal het resultaat na bestemming van het rekeningresultaat, dus na onttrekkingen aan reserves, minder negatief, of zelfs positief zijn. Aangezien mutaties in bestemmingsreserves incidenteel van aard zijn blijft in deze situatie het “structurele” resultaat negatief, het werkelijke resultaat van dat jaar is dan minder negatief of mogelijk positief. 39
Nota reserves en voorzieningen 2024
Toelichting effect voorziening op exploitatie en balans Als een gemeente een voorziening vormt, of een bedrag toevoegt aan een voorziening, neemt de gemeente in het jaar van vormen, of toevoegen aan een voorziening, de lasten alvast op. In het jaar waarin de uitgaven daadwerkelijk plaatsvinden mogen deze uitgaven niet meer ten laste van een programma te worden verantwoord; dit is al gebeurd in het jaar waarin de voorziening gevormd of verhoogd is. Als de uitgaven daadwerkelijk plaatsvinden brengen we deze direct ten laste van de voorziening op de balans; de omvang van de voorziening neemt in het jaar waarin de uitgaven worden gedaan af (wel afhankelijk van de omvang van de jaarlijkse toevoeging).
Als gekozen wordt voor de vorming van een voorziening worden de lasten in een eerder jaar genomen dan wanneer er geen voorziening zou zijn.
Geen voorziening of reserve Voor investeringen in kapitaalgoederen die leiden tot: - levensduurverlenging; - en/of significante kwaliteitsverbetering; - en/of aanpassingen om te voldoen aan wet- en regelgeving geldt dat hierover afgeschreven mag worden. Door af te schrijven over investeringen worden de lasten gespreid over de jaren na de investering. Er is dan geen reserve of voorziening nodig om vooraf te sparen. Wel kan worden gespaard om te voorkomen dat externe financiering moet worden aangetrokken voor het investeringsbedrag.
40