Jaarstukken 2020
Tekst van het document
Wat wilden we doen?
Wat wilden we doen?
Afhankelijk van de uitkomsten van het in 2019 met voorbereidingssubsidie opgestelde saneringsprogramma wordt uitvoeringssubsidie aangevraagd en de voorbereiding gestart voor de geluidsanering. De sanering kan bestaan uit maatregelen aan de bron, in de overdracht of aan de woning. Bij maatregelen aan de woning wordt onderzocht of een combinatie met warmte-isolatie haalbaar is. Wat hebben we gedaan?
Gevraagde gegevens zijn aangeleverd en daarop zijn opnieuw vragen gesteld. Vervroegde uitvoering is gevraagd en verleend voor de stille wegdekken op de Oud-Loosdrechtsedijk tussen de rotondes en op de Kortenhoefsedijk.
We zijn gestart met het opstellen van een integraal mobiliteitsbeleid voor de langere termijn dat resulteert in voorstellen voor een geprioriteerd en afgestemd meerjarenuitvoeringsprogramma mobiliteit: het Mobiliteitsplan Wijdemeren 2045. Doel is een visie te ontwikkelen om met gedragen beleid accuraat en duurzaam in te kunnen spelen op ontwikkelingen, trends en mobiliteitsvragen. Het beleid wordt interactief opgesteld, omvat de utilitaire routes met een focus op de modaliteiten autoverkeer, vrachtwagenverkeer, fietsverkeer, voetgangers, openbaar vervoer en parkeren. Uitgangspunt is een inventarisatie van het bestaande wegennet, het bestaande beleid en bestaande knelpunten. In 2021 zal dit beleid worden vastgesteld. Nadrukkelijk wordt meegedacht en Wijdemeerse inbreng geleverd bij ontwikkelingen op regionaal, provinciaal en landelijk niveau zoals de mobiliteitsconcessie, de ontwikkeling van doorfietsroutes, de consequenties van corona op het openbaar vervoer beleid, en de invoering van de vrachtwagenheffing.
58
Inhoud
Aanbiedingsnota
Programmaplan
Paragrafen
Begroting
1. Bestuur en Burger l 2. Veiligheid l 3. Openbare ruimte l 4. Econ. Zaken, recreatie en toerisme l 5. Sociaal Domein l 6. Natuur en Milieu 7. Ruimtelijke ontwikkeling
De mogelijkheden en consequenties worden beoordeeld om het nachtelijk vrachtverkeer op doorgaande binnenstedelijke wegen te beperken, met uitzondering van bestemmingsverkeer. Als uitwerking van dit beleidsvoornemen uit het Bestuursakkoord 2018-2022 zal op enkele wegen een experiment uitgevoerd worden. Bij infrastructurele projecten wordt de verkeers- en vervoersafwikkeling nadrukkelijk integraal afgewogen, waarbij de CROW-normering als leidraad wordt gehanteerd. Voor een veilige verkeersafwikkeling wordt overleg gevoerd met de nood- en hulpdiensten en vindt educatie plaats. Veiligheid rondom scholen blijft een separaat aandachtspunt.
Wat hebben we gedaan?
We zijn gestart met het interactief opstellen van een integraal mobiliteitsbeleid voor de langere termijn dat resulteert in voorstellen voor een geprioriteerd en afgestemd meerjarenuitvoeringsprogramma mobiliteit: het Mobiliteitsplan Wijdemeren 2045. Deel A is gereed en mondt uit in doelstellingen en een visie. Het Mobiliteitsplan Wijdemeren 2045 is opgesteld en omvat o.a. wensbeelden voor voetgangers, fietsers, openbaar vervoer, autoverkeer, vrachtverkeer en parkeren. In 2021 zal dit beleid worden vastgesteld. Nadrukkelijk is meegedacht en Wijdemeerse inbreng geleverd bij ontwikkelingen op regionaal, provinciaal en landelijk niveau zoals de mobiliteitsconcessie, de ontwikkeling van doorfietsroutes, de Gooicorridor, de consequenties van corona op het openbaar vervoer beleid en de invoering van de vrachtwagenheffing. Deze ontwikkelingen zijn ook meegenomen in het Mobiliteitsplan Wijdemeren 2045. Er is een haalbaarheidsonderzoek uitgevoerd naar de verkeersoplossing Kortenhoef. Dit is in Q1 2021 gereed.
7.1.6
Bestemmingsplannen
Wat wilden we bereiken?
Na 1-1-2021 is het niet meer mogelijk om bestemmingsplannen vast te stellen richting het gemeentelijke Omgevingsplan. Dit impliceert dat in 2020 enkele noodzakelijke reparatieplannen (parapluherzieningen) in procedure moeten worden gebracht om met de overgang te beschikken over adequate regelingen. Ook besluitvorming zal in 2020 moeten plaatsvinden.
Wat hebben we bereikt?
Na 1-1-2022 is het niet meer mogelijk om bestemmingsplannen vast te stellen richting het gemeentelijke Omgevingsplan. Dit heeft er toe geleid dat in 2020 het paraplu bestemmingsplan Parkeren in procedure is gebracht. Verder onderzoeken we of in 2021 nog reparatieplannen (parapluherzieningen) in procedure moeten worden gebracht om met de overgang te beschikken over adequate regelingen. Ook besluitvorming zal in 2021 moeten plaatsvinden. Verder zal onderzocht worden welke lokale beleidswijzigingen noodzakelijk zijn om in overeenstemming te zijn met de provinciale omgevingsverordening. Wat wilden we doen?
Voor 1-1-2021 zal uw raad een aantal parapluherzieningen ter besluitvorming worden voorgelegd. De start van de procedure zal nog in 2019 plaatsvinden. Wat hebben we gedaan?
In 2021 zal aan de Raad het gewijzigd participatiebeleid ruimtelijke ontwikkelingen worden voorgelegd. Ook wordt onderzocht hoe de ruimtelijke procedures en besluitvorming in lijn met de omgevingswet kunnen worden gebracht. En zal voor 1-1-2022 zal uw Raad een aantal (paraplu) herzieningen ter besluitvorming worden voorgelegd.
59
Inhoud
Aanbiedingsnota
Programmaplan
Paragrafen
Begroting
1. Bestuur en Burger l 2. Veiligheid l 3. Openbare ruimte l 4. Econ. Zaken, recreatie en toerisme l 5. Sociaal Domein l 6. Natuur en Milieu 7. Ruimtelijke ontwikkeling
7.1.7
Planologische leges en kostenverhaal
Wat wilden we bereiken?
Conform de adviezen van het bureau Metafoor willen we de planologische leges meer kostendekkend maken. Volgens het onderzoeksrapport van Metafoor brengen wij substantieel minder kosten in rekening dan landelijk gemiddeld. In 2020 willen wij de planologische leges verhogen zodat sprake is van kostendekkendheid. In de doorlichting van de RO-processen heeft hetzelfde bureau ook aangegeven meer invulling te geven aan het kostenverhaal bij de initiatiefnemer.
dekken dit voorbereidingskrediet. Resultaten (plus of min) landen weer in de reserve. Deze reserve moet nog geeffectueerd worden. 7.1.8
Omgevingswet
Wat wilden we bereiken?
De legesverordening is op dit onderdeel aangepast.
De Omgevingswet is de grootste wettelijke herzieningsoperatie van de laatste decennia. Dit betekent dat de huidige regels op onder andere het gebied van ruimtelijke ordening, water, milieu, lucht, geluid, natuur, infrastructuur, verkeer, gebouwen en erfgoed opgaan in de Omgevingswet. De stelselherziening heeft een minstens zo grote impact op de gemeentelijke organisatie als de decentralisatie in het sociaal domein. Met het nieuwe stelsel krijgen zowel burgers als de gemeente meer vrijheden in het omgaan met de fysieke leefomgeving.
Wat wilden we doen?
Wat hebben we bereikt?
Wat hebben we bereikt?
Uw raad zal via de tarieventabel 2020 een voorstel worden gedaan tot verhoging van de leges. In de kadernota is reeds een revolverend fonds aangekondigd, waaruit enerzijds voorgeïnvesteerd kan worden in plankosten voor dit soort initiatieven en anderzijds de met kostenverhaal ontvangen bijdragen in terecht komen. Daarmee ontstaat een vereveningsfonds voor plankosten ter dekking van de structurele capaciteit om deze projecten te begeleiden. Ingeschat wordt dat er vanaf 2020 een jaarlijks overschot zal zijn dat in het fonds wordt gestort. Een uitwerking vindt plaats in de nota Grondbeleid. Wat hebben we gedaan?
In de nota grondbeleid is voorgesteld een aparte reserve (Stimuleringsreserve Ruimtelijke ontwikkelingen) in te stellen om plussen en minnen die samenhangen met (nieuwe) gebiedsontwikkelingen te verevenen. Voor particuliere projecten wordt het kostenverhaal middels zoveel mogelijk via voorovereenkomsten geregeld. Waar dit niet slaagt of waar bij nieuwe ontwikkelingen op eigen gronden nog geen initiatiefnemer in beeld is, volgt een kredietaanvraag bij de gemeenteraad om deze voorbereidingskosten te kunnen maken. De grondverkoop of afspraken over kostenverhaal in een latere fase
In 2020 hebben we een flinke stap gezet met de Omgevingsvisie. Er ligt inmiddels een Omgevingsvisie op hoofdlijnen die in oktober 2020 is vastgesteld door de Raad. De Omgevingsvisie op hoofdlijnen is de basis voor de uiteindelijke Omgevingsvisie. Wat wilden we doen?
Er is een uitvoeringsplan opgesteld voor de implementatie van de Omgevingswet door Hiemstra & De Vries. Het uitvoeringsplan bevat 3 sporen: Spoor 1 Beleid en instrumenten Spoor 2 Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) Spoor 3 Organisatie De werkzaamheden uit de verschillende sporen zijn inmiddels in gang gezet. Spoor 1 start met de omgevingsvisie. Daarvoor is inmiddels een projectplan opgesteld. In de omgevingsvisie komen integraal de volgende onderwerpen aan de orde: Ruimtelijke Ontwikkeling, Verkeer en vervoer, Werken en bedrijven, Natuur, Bodem, Water, Wonen en Woningbouw, Landbouw, Recreatie en toerisme, Cultuur, landschap en monumenten, Gezondheid, Duurzaam, Energie en klimaat en Veiligheid.
60
Inhoud
Aanbiedingsnota
Programmaplan
Paragrafen
Begroting
1. Bestuur en Burger l 2. Veiligheid l 3. Openbare ruimte l 4. Econ. Zaken, recreatie en toerisme l 5. Sociaal Domein l 6. Natuur en Milieu 7. Ruimtelijke ontwikkeling
Spoor 2 (DSO): In 2020 is de implementatie uitgevoerd voor de testomgeving van de applicatie die zorg draagt voor het digitale contact met de vergunningaanvrager en die zorgt voor het ontwikkelen en beheren van omgevingsvergunningen. In 2021 worden keuzes gemaakt op welke wijze het beheer van het omgevingsplan gaat plaats vinden. Het omgevingsplan wordt in de komende jaren de opvolger van de vigerende digitale bestemmingsplannen Spoor 3 Organisatie is inmiddels opgedeeld in twee delen: de doorontwikkeling van de organisatie gekoppeld aan de opgaven uit de Omgevingswet. Momenteel worden (individuele) ontwikkelgesprekken voorbereid. Daarbij wordt duidelijk welke competenties nodig zijn en komt in beeld wat de opleidingsbehoefte is. Daarnaast wordt dit najaar gestart met het aanpassen van de werkprocessen met behulp van zgn. vergunning-tafels. Het uitvoeringsplan is nog niet “af” omdat nog niet alles duidelijk is. Dat maakt ook dat in het uitvoeringsplan nog niet uitputtend is weergegeven hoeveel budget nodig is. Wel kan een aanvang worden gemaakt met de activiteiten die voor 2019 en de eerste helft 2020 gepland staan. Het benodigd budget voor de programma’s (spoor 1), de aanschaf van het DSO (spoor 2) en de leerprogramma’s en de training digitale vaardigheden (spoor 3) ontbreken nog in deze berekening.
Dat betekent dat er (naast de gereserveerde € 694.750) in de periode 2020 – 2021 aanvullend budget nodig is. De VNG heeft samen met Deloitte een handreiking ontwikkeld in de vorm van een financieel model. Met het financieel model wordt overzicht verkregen over de kosten gemoeid met onder andere de ontwikkeling van instrumenten en regelbeheer, de aanpassing van dienstverlening, informatiearchitectuur, processen en de gevolgen voor informatiebeveiliging en privacy. We gebruiken het rekenmodel van de VNG voor de berekening van de totale invoeringskosten. Het geeft een totaalbeeld. De VNG heeft inmiddels een nieuwe rekentool ontwikkeld voor een meer precieze raming van de kosten. De kosten voor de uitvoering van het plan worden volgens het financieel dialoogmodel Omgevingswet van de VNG geraamd op € 2.475.000 voor de periode 2019 – 2024. Ter dekking van een deel van de lasten heeft de raad de Reserve Omgevingswet ingesteld. In deze reserve is totaal € 600.000 gestort. Er is momenteel geen rijksbijdrage voor de invoering en het is evenmin duidelijk of er een rijksbijdrage komt. De VNG heeft gemeenten wel opgeroepen om de VNG-tool te gebruiken / in te vullen om zodoende het gesprek aan te kunnen
gaan met het rijk over een eventuele vergoeding (storting in het gemeentefonds). Vooralsnog is het echter niet in de verwachting dat er (op korte termijn) een rijksbijdrage komt. Bij de Kadernota 2021 zal worden aangegeven in hoeverre – uitgaande van de minimaal in het uitvoeringsplan Omgevingswet aangegeven extra kosten – alsnog € 94.750 incidenteel moet worden bijgeraamd. In de risicoparagraaf bij de Programmabegroting zullen wij een bedrag van € 250.000 vermelden, indien zich in 2020 onverwachte ontwikkelingen voordoen. Indien zich een dergelijk risico voordoet, komt dit ten laste van de Algemene reserve.
Wat hebben we gedaan?
Participatie Omgevingsvisie is tot uitvoering gebracht waarbij via het platform Wijdemeren Verrijkt en via het eerste werkatelier input is opgehaald voor de opvulling van de Hoofdlijnennotitie. Voor de beeldvorming van de Raad zijn er twee beeldvormende sessies geweest waarin de Raad is meegenomen in de stand van zaken van zowel de Omgevingswet als van de Omgevingsvisie. Er is toegewerkt naar een meer integrale benadering van de invoering van de Omgevingswet, zodat de drie sporen meer gezamenlijk kunnen optrekken in plaats van apart. Dit gebeurde bijvoorbeeld door een eerste Omgevingstafel te organiseren. Daarnaast zijn er meerdere beeldvormende sessies georganiseerd om Raadsleden bij te praten over de Omgevingswet in het algemeen en de Omgevingsvisie in het bijzonder. In 2020 is de implementatie uitgevoerd voor de testomgeving van de applicatie die zorg draagt voor het digitale contact met de vergunningsaanvrager en die zorgt voor het ontwikkelen en beheren van omgevingsvergunningen. In 2021 worden keuzes gemaakt op welke wijze het beheer van het omgevingsplan gaat plaats vinden. Het omgevingsplan wordt in de komende jaren de opvolger van de vigerende digitale bestemmingsplannen. Het koersdocument: In de regio wordt gewerkt aan het koersdocument. In het koersdocument worden de regionale ambities voor de lange termijn over de regionale opgaven benoemd.
Het koersdocument wordt daarmee een bouwsteen voor de omgevingsvisie, maar is niet bindend. Afwijken kan dus. In december 2020 is de derde tussenstand van het koersdocument aan de raden voorgelegd.
61
Inhoud
Aanbiedingsnota
Programmaplan
Paragrafen
Begroting
1. Bestuur en Burger l 2. Veiligheid l 3. Openbare ruimte l 4. Econ. Zaken, recreatie en toerisme l 5. Sociaal Domein l 6. Natuur en Milieu 7. Ruimtelijke ontwikkeling
Wijdemeren heeft hierop een zienswijze ingediend die o.a. betrekking heeft op wonen, natuur en klimaat. Het ligt in de bedoeling dat in het eerste kwartaal van 2021 een reactie vanuit de regio op de ingediende zienswijzen wordt gemaakt en dat het koersdocument in 2021 door de colleges wordt vastgesteld. De werkzaamheden die daarvoor verricht zijn passen in de reguliere begroting van de regio. Tot dusverre zijn hiervoor geen extra gelden benodigd.
7.2 Financiën Programma 7
Rekening 2019
Begroting 2020
Rekening 2020
Afwijking
Lasten
9.097.677
3.148.538
4.386.232
-1.237.694
Baten
-7.270.665
-2.079.549
-3.493.931
1.414.382
Saldo vóór bestemming
1.827.012
1.068.989
892.301
176.688
-46.205
-358.100
-27.279
-330.821
1.780.807
710.889
865.022
-154.133
Mutaties reserves Saldo na bestemming
62
Overhead
8
Beleidsindicatoren
Met de wijziging van het Besluit begroting en verantwoording van 5 maart 2016 zijn gemeenten voortaan gehouden om de maatschappelijke effecten die met de verschillende programma’s worden beoogd, toe te lichten aan de hand van beleidsindicatoren. Omdat het wenselijk is de resultaten van gemeenten te kunnen vergelijken zijn conform de ministeriele regeling een aantal beleidsindicatoren verplicht gesteld. Deze beleidsindicatoren zijn in onderstaand overzicht opgenomen. Via de website 'waar staat je gemeente’ zijn de gegevens te raadplegen. Via deze website is ook meer achtergrond informatie aanwezig over de gekozen beleidsindicatoren en de bronnen. Voor de beleidsindicatoren van het taakveld ‘bestuur en ondersteuning’ beschikt de gemeente zelf over informatie. #
Taakveld
Naam Indicator
Eenheid
1
0. Bestuur en ondersteuning
Formatie
Fte per 1.000 inwoners
2
0. Bestuur en ondersteuning
Bezetting
Fte per 1.000 inwoners
3
0. Bestuur en ondersteuning
Apparaatskosten
Kosten per inwoner
4a
0. Bestuur en ondersteuning
Externe inhuur
Kosten als % van totale loonsom
4b
0. Bestuur en ondersteuning
Externe inhuur
Totale kosten inhuur externen
5
0. Bestuur en ondersteuning
Overhead
% van totale lasten
6
1. Veiligheid
Verwijzingen Halt
Aantal per 10.000 jongeren
7
1. Veiligheid
Winkeldiefstallen
Aantal per 10.000 inwoners
8
1. Veiligheid
Geweldsmisdrijven
Aantal per 1.000 inwoners
9
1. Veiligheid
Diefstallen uit woning
Aantal per 1.000 inwoners
10
1. Veiligheid
Vernielingen en beschadigingen (in de openbare ruimte)
12
2. Verkeer en vervoer
13 14
Indicator
Jaar 6,0
2019
5,8
2018
€ 513
2018
17,7%
2019
€ 2.039.000
2019
15,2%
2018
45
2019
Aantal per 1.000 inwoners
0,6 3,1 4,6 4,7
2019 2020 2019 2020
Ziekenhuisopname na verkeersongeval met een motorvoertuig
% van alle ongevallen in Wijdemeren
20%
2018
4. Onderwijs
Absoluut verzuim
Aantal per 1.000 leerlingen
0
2019
4. Onderwijs
Relatief verzuim
Aantal per 1.000 leerlingen
28
2019
15
4. Onderwijs
Vroegtijdig schoolverlaters zonder startkwalificatie (vsv-ers)
% deelnemers aan het VO en MBO onderwijs
1,7%
2019
16
5. Sport, cultuur en recreatie
Niet sporters
%
46,4%
2016
17
6. Sociaal domein
Banen
Aantal per 1.000 inwoners in de leeftijd 15 – 64 jaar
603,4
2019
18
6. Sociaal domein
Jongeren met een delict voor de rechter
% 12 t/m 21 jarigen
1%
2019
19
6. Sociaal domein
Kinderen in uitkeringsgezin
% kinderen tot 18 jaar
20
6. Sociaal domein
Netto arbeidsparticipatie
21
6. Sociaal domein
Achterstandsleerlingen
% van de werkzame beroepsbevolking ten opzichte van de beroepsbevolking % 4 t/m 12 jarigen (bron: NJI)
22
6. Sociaal domein
Werkloze jongeren
% 16 t/m 22 jarigen (bron: NJI)
1,%
2019
23
6. Sociaal domein
Personen met een bijstandsuitkering
Aantal per 1.000 inwoners
26,9
6/2020
3%
2019
69,4%
2019
3,34%
2018
63
Overhead
#
Taakveld
Naam Indicator
Eenheid
Indicator
Jaar
24
6. Sociaal domein
Netto arbeidsparticipatie
2019
6. Sociaal domein
Achterstandsleerlingen
% van de werkzame beroepsbevolking ten opzichte van de beroepsbevolking % 4 t/m 12 jarigen (bron: NJI)
94,5
25
9,5%
2019
26
6. Sociaal domein
Werkloze jongeren
% 16 t/m 22 jarigen (bron: NJI)
0,6%
2019
27
6. Sociaal domein
Personen met een bijstandsuitkering
Aantal per 1.000 inwoners
0,3%
2019
28
6. Sociaal domein
Lopende re-integratievoorzieningen
Aantal per 10.000 inwoners van 15 – 64 jaar
47
2020
29
6. Sociaal domein
Jongeren met jeugdhulp
% van alle jongeren tot 18 jaar
7,4%
6/2019
30
6. Sociaal domein
Jongeren met jeugdbescherming
% van alle jongeren tot 18 jaar
0,5%
6/2019
31
6. Sociaal domein
Jongeren met jeugdreclassering
% van alle jongeren van 12 tot 23 jaar
0,3%
6/2018
32
6. Sociaal domein
Cliënten met een maatwerkarrangement WMO
Aantal per 1.000 inwoners
42
6/2019
33
7. Volksgezondheid en Milieu
Omvang huishoudelijk restafval
Kg/inwoner
170
2017
34
7. Volksgezondheid en Milieu
Hernieuwbare elektriciteit
%
8,5%
2018
35
8. Vhrosv
Gemiddelde WOZ waarde
Duizend euro
384
2019
36
8. Vhrosv
Nieuw gebouwde woningen
Aantal per 1.000 woningen
37
8. Vhrosv
Demografische druk
%
38
8. Vhrosv
Gemeentelijke woonlasten eenpersoonshuishouden
39
8. Vhrosv
Gemeentelijke woonlasten meerpersoonshuishouden
8,4
2017
64,3%
2019
In Euro’s
936
2019
In Euro’s
1010
2019
64
Voorwoord
Programmaverantwoording
Paragrafen
Jaarrekening
§ 1. Lok. hef l § 2. Weerstandsverm. & risicobeh. l § 3. Onderh. kap. goed l § 4. Financiering l § 5. Bedrijfsvoering l § 6. Verbonden partijen l § 7. Grondbeleid
le
id
3. Verantwoording van de paragrafen
65
Voorwoord
Paragrafen
Programmaverantwoording
Jaarrekening
§ 1. Lok. hef l § 2. Weerstandsverm. & risicobeh. l § 3. Onderh. kap. goed l § 4. Financiering l § 5. Bedrijfsvoering l § 6. Verbonden partijen l § 7. Grondbeleid
le
id
§1. Lokale heffingen Inleiding Met ingang van 2020 worden de belastingtaken van de gemeente Wijdemeren uitgevoerd door de gemeente Hilversum onder de naam gastheerschap belastingen Hilversum. In 2020 heeft het gastheerschap belastingen Hilversum voor het eerst zijn de heffing, inning en invordering van alle belastingen verzorgt. De heffing, inning en invordering van de leges volgend uit lijkbezorging en burgerzaken en de leges omgevingsvergunningen zijn volledig door de gemeente Wijdemeren uitgevoerd. In deze paragraaf een overzicht van de belastingen en leges, die zijn opgelegd aan burgers, ondernemingen, organisaties en toeristen. De liquidatie van B.S.W.W. is inmiddels voltooid. Beleidskader Gemeentelijke heffingen kunnen worden onderscheiden in ongebonden heffingen en heffingen die gebonden zijn aan bepaalde leveringen en diensten van de gemeente. Ongebonden heffingen behoren tot de algemene dekkingsmiddelen van de gemeente. Dit zijn onroerendezaakbelastingen (OZB), roerende-ruimtebelastingen (RRB), hondenbelasting, toeristenbelasting en de forensenbelasting. Kenmerkend voor de gebonden heffingen is dat de geraamde opbrengsten niet hoger mogen zijn dan de geraamde lasten van de leveringen en diensten. In onze gemeente gaat het om afvalstoffenheffing, rioolheffing, leges en lijkbezorgingsrechten. Tarievenbeleid De ongebonden heffingen zijn voor 2020, m.u.v.
de tarieven voor de OZB-woningen, in het algemeen met 2,0% verhoogd om de gevolgen van de inflatie op te vangen. De tarieven voor de OZB woningen zijn t.o.v. 2019 gedaald van 0,1220 % tot 0,1174%. Deze afname met 3,77% is toegepast om de stijging van onroerendzaakbelasting op het niveau van 2,0% te houden. De tarieven voor niet-woningen zijn voor zowel het eigenarendeel alsook voor het gebruikersdeel t.o.v. de tarieven 2019 niet gewijzigd. Bij de gebonden heffingen streven we naar volledige kostendekking. Het tarief rioolheffing is voor 2020, gelijk aan 2019, bepaald op € 270,00. Op het tarief van de afvalstoffenheffing voor zowel één- alsook meerpersoonshuishoudens is een eenmalige korting toegepast van resp. € 14,84 en € 10,83 (2019: resp. € 21,41 en € 15,45). Deze korting is het gevolg van de middelen die zijn terugbetaald door de afvalverwerker. Onderstaande tabel geeft een overzicht van de ontwikkeling van de tarieven in de afgelopen jaren en de tarieven 2020. Heffing
Tariefsontwikkeling in % ten opzichte van het voorgaande jaar 2017 2018 2019 2020
Tarief 2020 0,1174%
OZB / RRB woningen
-/- 0,60
-/- 6,70
-/- 5,00
-/-3,77
Toeristenbelasting
1
1,5
2,4
2,00
Forensenbelasting
1
1,5
2,4
2,00
1
€ 277,00
Hondenbelasting
1
1,5
2,4
2,00
2
€
Afvalstoffenheffing
-/- 12,20
12,73
1,17
5,10
3
€ 284,76
Rioolheffing
-/- 4,40
-/- 0,78
-/- 5,48
0,00
4
€ 270,00
Lijkbezorgingsrechten
1
1,5
2,4
2,00
Leges
1
1,5
2,4
2,00
Waarvan inflatiecorrectie
1
1,5
2,4
2,00
€
1,23 81,00
Diversen Diversen
Ad.1 Betreft WOZ waarde kleiner dan € 150.000.
66
Voorwoord
Paragrafen
Programmaverantwoording
Jaarrekening
§ 1. Lok. hef l § 2. Weerstandsverm. & risicobeh. l § 3. Onderh. kap. goed l § 4. Financiering l § 5. Bedrijfsvoering l § 6. Verbonden partijen l § 7. Grondbeleid
le
id
Ad.2 Betreft het tarief voor de eerste hond. Ad.3 Betreft het tarief voor meerpersoonshuishoudens. Op dit tarief is in 2019 een éénmalige korting toegepast van resp. € 21,41 voor meerpersoonshuishoudens en € 15,45 voor éénpersoonshuishoudens. In 2018 bedroeg deze korting nog resp. € 18,12 en 13,20. Ad.4 Betreft eigenaren aangesloten op riool. Tarief ongewijzigd Ontwikkeling in gemeentelijke belastingen Opbrengsten De opbrengsten van de verschillende heffingen in de tabel zijn ook voor die bedragen in de jaarrekening opgenomen, daarin zijn ook verrekeningen over voorgaande jaren zijn opgenomen. Het is dus niet de zuivere opbrengst van het belastingjaar 2020. De aanslagen voor de toeristen- en de forensenbelasting worden voor een belangrijk deel in het jaar volgend op het betreffende belastingjaar opgelegd. In deze rekening is voor de opbrengsten 2020 uitgegaan van een raming die is gebaseerd op de realisatie 2018 en niet van de realisatie 2019. De legesopbrengsten zijn € 215.000 hoger dan oorspronkelijk en € 100.000 hoger dan de raming na begrotingswijzigingen. Daarentegen is er een duidelijke afname t.o.v. het topjaar 2018, totaal bijna € 300.000. De meeropbrengst na begrotingswijzigingen heeft, evenals in voorgaande jaren, voornamelijk betrekking op de leges omgevingsvergunningen.
Hoewel niet zo overweldigend als in 2018 zijn ook in 2019 de, toen nog positieve economische stemming en de extreem lage rente, oorzaak van vele extra bouwaanvragen. Omschrijving
Opbrengst 2019
Raming 2020 Raming 2020 na Opbrengst 2020 oorspronkelijk wijziging 6.577.700 6.752.700 6.498.000
Onroerendezaakbelasting
6.338.300
Roerende zaakbelasting
61.700
63.200
63.200
60.000
Toeristenbelasting
285.500
296.600
223.600
197.600
Forensenbelasting
407.900
416.700
416.700
267.100
Hondenbelasting
115.200
118.000
118.000
112.000
Afvalstoffenheffing
2.542.400
2.747.000
2.747.000
2.704.900
Rioolheffing
3.431.300
3.347.500
3.347.500
3.204.900
Lijkbezorging
354.100
340.000
340.000
289.700
Leges
1.130.200
1.054.300
1.039.400
1.026.000
Totaal
14.666.600
14.961.000
15.048.100
14.360.200
De opbrengsten OZB zijn aanzienlijk lager dan begroot na de wijziging in de najaarsrapportage. In de najaarsrapportage is basis van de op dat moment beschikbare informatie van de waarde van het onroerend goed de geraamde opbrengst uit OZB met € 175.000 verhoogd. Achteraf blijkt dit een niet correcte wijziging te zijn geweest. De opbrengsten zijn als gevolg daarvan afgerond € 255.000 lager dan de bijgestelde raming. Zonder deze correctie bedraagt de lagere opbrengst € 80.000 ofwel 1,2%. Oorzaak van deze lagere opbrengst is met name achterblijvende areaaluitbreiding, leegstand bedrijfsgebouwen en volgens opgave lager dan geraamde waardeontwikkeling. De gemiddelde waardeontwikkeling van de woningen is bij het opstellen van de begroting geraamd op 6%. De werkelijke gemiddelde waardeontwikkeling komt volgens opgave van belastingen Hilversum over 2020 uit op 5,1%. De toeristen- en forensenbelasting zijn sterk achtergebleven bij de raming. Het betreft hier de werkelijke opbrengsten uit de over 2019 opgelegde aanslagen en een door coronapandemie naar beneden bijgestelde raming voor 2020. Ook de opbrengsten van de rioolheffing zijn achtergebleven bij de raming en ook t.o.v. de realisatie 2019. In dat jaar zijn met terugwerkende kracht aanslagen opgelegd aan grootverbruikers.
In 2020 is in lijn met de verordening van de gemeente Hilversum een vrijstelling opgenomen voor opstallen met een oppervlakte van
67
Voorwoord
Programmaverantwoording
Paragrafen
Jaarrekening
§ 1. Lok. hef l § 2. Weerstandsverm. & risicobeh. l § 3. Onderh. kap. goed l § 4. Financiering l § 5. Bedrijfsvoering l § 6. Verbonden partijen l § 7. Grondbeleid
le
id
kleiner dan 20m2. In de raming is met deze vrijstelling geen rekening gehouden. De lagere opbrengst is niet van invloed op het resultaat omdat dit onderdeel is van de dotatie aan de voorziening riool. Bij de opbrengsten uit lijkbezorging is een dalende trend zichtbaar. Dit wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door dat er minder dan in het verleden wordt begraven en meer gecremeerd. Daarnaast is van invloed de verlenging van grafrechten. Kwijtschelding van belastingen Kwijtschelding wordt verleend voor de hondenbelasting en de afvalstoffenheffing. Het kwijtscheldingsbeleid is niet gewijzigd. Wijdemeren hanteert de maximale kwijtscheldingsnorm, wat betekent dat 100% van de bijstandsnorm tot de kosten van bestaan worden gerekend. In 2020 heeft belastingen Hilversum kwijtscheldingsbeleid voor de gemeente uitgevoerd. In 2020 bedroeg het totaalbedrag aan verleende kwijtschelding € 57.900. In 2019 was dit nog € 64.700 en in 2018 € 80.500.
68
Voorwoord
Programmaverantwoording
Paragrafen
Jaarrekening
§ 1. Lok. hef l § 2. Weerstandsverm. & risicobeh. l § 3. Onderh. kap. goed l § 4. Financiering l § 5. Bedrijfsvoering l § 6. Verbonden partijen l § 7. Grondbeleid
le
id
§2. Weerstandsvermogen en risicobeheersing Inleiding Informatie over het weerstandsvermogen is van belang om te weten of en in hoeverre financiële tegenvallers kunnen worden opgevangen. Deze tegenvallers kunnen incidenteel en structureel van aard zijn, maar hebben altijd invloed op de financiële positie van de gemeente. De omvang van het weerstandsvermogen is afhankelijk van de financiële risico’s die de gemeente loopt en de kans dat de risico’s daadwerkelijk effectief worden. De mate van flexibiliteit van de gemeentebegroting speelt een belangrijke rol bij de bepaling van het weerstandvermogen: hoe snel kunnen tegenvallers worden opgevangen door ombuigingen van bestaand beleid al dan niet in combinatie met belastingverhogingen. Ook de omvang van de vrij aanwendbare reserves is daarbij van belang. Vanuit het provinciaal toezicht zijn geen directe normen voor het weerstandsvermogen aangegeven. Weerstandscapaciteit Met de beschikbare weerstandscapaciteit bedoelen we de middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt om niet-begrote kosten te dekken. Onder benodigde weerstandscapaciteit verstaan we alle risico’s waarvoor nog geen maatregelen zijn getroffen, die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie.
Tot het treffen van dergelijke maatregelen behoren onder andere het instellen van voorzieningen, het afdekken van risicogebieden met verzekeringen dan wel andere risico beperkende acties. Risico’s en reserves zijn continu aan verandering onderhevig, het weerstandsvermogen is dan ook een momentopname. Berekening Risicobedrag (kanseffect) De gewenste weerstandscapaciteit is bepaald conform de Nota risicomanagement 2019, die op 19 september 2019 door de raad is vastgesteld. Hierbij is gebruik gemaakt van kans-klassen. Op grond van de kansen van optreden zijn de risico’s bepaald tussen de 20% en 60%. Risico’s waarbij de kans van optreden groter is dan 60% zijn uit voorzichtigheid volledig voorzien. Bij de waardering van grondexploitaties worden de risico’s waarbij de kans van optreden groter is dan 60% uit voorzichtigheid volledig meegenomen in de waardering van de grondexploitaties en in de risicoanalyse niet verder meegenomen. Berekening weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen en mogelijkheden waarover de gemeente kan beschikken om niet begrote kosten op te vangen. De weerstandscapaciteit bestaat uit de volgende componenten: Algemene reserve Onvoorzien Stille reserves uit voor verkoop beschikbaar zijnde activa Algemene reserve De algemene reserve bedroeg op 31 december 2020 € 3.001.332 (2019 € 5.004.307).
Het verloop van de Algemene reserves staat in de toelichting op de balans.
69
Voorwoord
Programmaverantwoording
Paragrafen
Jaarrekening
§ 1. Lok. hef l § 2. Weerstandsverm. & risicobeh. l § 3. Onderh. kap. goed l § 4. Financiering l § 5. Bedrijfsvoering l § 6. Verbonden partijen l § 7. Grondbeleid
le
id
Onvoorzien De post onvoorzien is een incidenteel budget dat dient als dekking van optredende risico’s. In de begroting is hiervoor in de verschillende jaarschijven een budget van € 67.000 opgenomen. In 2020 is de post onvoorzien bij de Voorjaarsrapportage afgeraamd tot € 0. Stille reserves uit voor verkoop beschikbaar zijnde activa Conform de nota risicomanagement kunnen stille reserves uit voor verkoop beschikbaar zijnde activa worden meegenomen in de bepaling van de beschikbare weerstandscapaciteit. Een aantal legakkers zijn in het bezit van de gemeente, getaxeerd en voor verkoop beschikbaar. Deze stille reserves worden vooralsnog geschat op € 100.000. Weerstandscapaciteit (x € 1.000) Algemene reserve 31-12-2020 Bij: Stille reserves
3.001 100
Af: Rekeningresultaat 2020 voor bestemming (concept)
1.373
Totale weerstandscapaciteit
1.728
Risico’s Het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) schrijft voor dat de paragraaf Weerstandsvermogen o.a. een inventarisatie van de risico’s dient te bevatten en het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico’s. Hieronder volgt de inventarisatie van de belangrijkste risico’s waarvoor in 2020 geen of geen volledige beheersmaatregelen getroffen waren. A. Grondexploitaties Aan de grondexploitaties zitten hoge risico’s verbonden. Voor de gronden die al in exploitatie zijn genomen zijn voorzieningen gevormd ter hoogte van het geprognosticeerd tekort. Daarnaast is per grondexploitatie een risicoanalyse gemaakt. Gestreefd wordt naar het elimineren of verminderen van een risico. In voorkomend geval moet een risico geaccepteerd worden. Indien het resultaat hierdoor dusdanig verslechtert dat een verhoging van een voorziening noodzakelijk is, zal deze bij de eerstvolgende herziening (of tussentijds) worden bijgesteld. Meerdere risico’s die bij de grondexploitaties worden onderkend hebben een relatie met een tijdige doorlooptijd. De uitvoering kan vertraging oplopen als gevolg van het stopzetten of aanpassen van deelplannen maar ook door vertraging van de vergunningverlening. De kans van optreden van de diverse risico’s zijn vertaald naar percentages variërend tussen de 20% en 60% voor het bepalen van de hoogte van het benodigde weerstandsvermogen.
Risico’s waarbij de kans van optreden groter is dan 60% zijn uit voorzichtigheid volledig meegenomen in de waardering van de grondexploitaties en hier niet meegenomen. Omvang: € 1.957.000 Kans: klein (variërend van zeer klein tot groot) Incidenteel B. Gevolgen coronacrisis De coronacrisis heeft financiële gevolgen voor veel beleidsterreinen. Hoe groot de financiële impact zal zijn is moeilijk te bepalen. Ten behoeve van de berekening van het weerstandsvermogen onderscheiden we drie risico’s die in deze opstelling worden meegenomen.
70
Voorwoord
Programmaverantwoording
Paragrafen
Jaarrekening
§ 1. Lok. hef l § 2. Weerstandsverm. & risicobeh. l § 3. Onderh. kap. goed l § 4. Financiering l § 5. Bedrijfsvoering l § 6. Verbonden partijen l § 7. Grondbeleid
le
id
1) Onvoldoende dekking gevolgen coronamaatregelen Mogelijk worden gemeentes onvoldoende of niet tijdig gecompenseerd voor hogere uitgaven, bijvoorbeeld van bijstandsuitkeringen. Omvang: € 200.000 Kans: gemiddeld Incidenteel/Structureel 2) Hogere rente door oplopende staatsschuld i.v.m. coronamaatregelen In de begroting is rekening gehouden met de werkelijke rente tijdens het opstellen van de begroting. Als door een oplopende staatsschuld de rente toeneemt zullen nieuwe leningen worden aangaan tegen een hoger rentepercentage. Omvang: € 100.000 Kans: zeer klein Incidenteel/Structureel 3) Lagere opbrengsten door coronamaatregelen Belastingopbrengsten zoals toeristenbelasting kunnen lager uitvallen, er kunnen meer kwijtscheldingen worden verstrekt door hogere werkloosheid. Omvang: € 70.000 Kans: zeer klein Incidenteel/Structureel C. Sociaal domein (WMO/ Jeugd/ Participatiewet) Binnen de uitvoering van het sociaal domein, bestaande uit de WMO, de Jeugdzorg en de uitvoering van de participatiewet, bestaan er meerdere risico’s. Gedurende de coronacrisis is in sommige gevallen de zorg anders of verminderd uitgevoerd. Tegelijkertijd is een kentering in de landelijke trend dat de zorgvraag stijgt, nog niet waargenomen. In 2020 zijn geen (grote) tekorten ontstaan op de uitgaven Jeugd/wmo en Participatiewet.
Voor de uitvoering van de taken van het sociaal domein is een bestemmingsreserve gevormd. Deze is op dit moment toereikend om de risico’s te dekken. In 2021 is het evenwel mogelijk dat we de effecten van coronacrisis zien in de zorgvraag in verband met uitgestelde zorg, of het ontstaan van problematiek op het gebied van werk, eenzaamheid en schulden. In 2021 worden de eventuele effecten hiervan verwerkt in de voorjaars- en najaarsnota. De huidige prognose is echter dat de maatregelen een groot deel van 2021 nog zullen gelden en dat sommige effecten pas na 2021 zichtbaar worden. Omvang: € 280.000 Kans: groot Structureel D. Riolering Het rioolstelsel is de laatste jaren veel beter in kaart gebracht, hierdoor weten we beter hoe het functioneert en kunnen we risico's verkleinen. Grote calamiteiten hebben zich de laatste jaren niet voorgedaan. De meest waarschijnlijke calamiteiten zijn het gedeeltelijk instorten van het stelsel, een onvoorziene langdurige buiten gebruikstelling en milieuschade. De komende jaren zullen we onder meer rioolgemalen renoveren, planmatig het stelsel reinigen en inspecteren en foutieve lozingen op het oppervlaktewater reduceren. Voor normale onderhoudskosten en kapitaallasten van investeringen is een onderhoudsvoorziening beschikbaar. In de voorziening is geen rekening gehouden met calamiteiten. Omvang: € 250.000 Kans: klein Incidenteel
71
Voorwoord
Programmaverantwoording
Paragrafen
Jaarrekening
§ 1. Lok. hef l § 2. Weerstandsverm. & risicobeh. l § 3. Onderh. kap. goed l § 4. Financiering l § 5. Bedrijfsvoering l § 6. Verbonden partijen l § 7. Grondbeleid
le
id
E. Asbest en bodemverontreiniging Bij reconstructie projecten is de kans aanwezig op asbest en bodemverontreiniging wat niet op voorhand bekend is ondanks de bodemonderzoeken die vooraf worden verricht. Tot op heden heeft dit risico zich niet voorgedaan. Omvang: € 250.000 Kans: groot Incidenteel F. Implementatie Omgevingswet Het in werking treden van de Omgevingswet is met een jaar uitgesteld tot 1 januari 2022. Deze wet brengt veel verandering met zich mee. Met behulp van een rekenmodel van de VNG en Deloitte is een inschatting gemaakt van incidentele en structurele kosten. Op grond van de uitkomst daarvan is een bestemmingsreserve gevormd, van totaal € 600.000 (zijnde 25% van de VNG en Deloitte raming). Deze bestemmingsreserve ziet op dekking van de invoeringskosten, exploitatielasten en frictiekosten in de jaren 2019-2022. Momenteel is nog onvoldoende duidelijk of gemeenten worden gecompenseerd via het Gemeentefonds. Het risico bestaat dat het gereserveerde bedrag ontoereikend is. Structurele lasten vanaf het moment van invoering van de omgevingswet zijn (nog) niet begroot. Omvang: € 250.000 Kans: groot Incidenteel/Structureel G. Bruggen Jaarlijks inspecteren wij onze bruggen en voeren reparaties uit. Bij onvoldoende onderhoud en/of een te zware aslast kan een brug beschadigen.
In dat geval moeten omleidingen worden ingesteld, wellicht een noodbrug geplaatst worden, reparaties worden uitgevoerd of een nieuwe brug worden gebouwd. In de afgelopen drie jaar hebben zich geen calamiteiten met bruggen voorgedaan. Omvang: € 200.000 Kans: klein Incidenteel H. Wet Sociale Werkvoorziening (Wsw) De Wsw is ondergebracht in de Participatiewet. Het Werkvoorzieningschap Tomingroep voert dit voor de deelnemende gemeenten uit. Tomin heeft in 2019 te maken gehad met tegenvallende resultaten. Hiertoe zijn maatregelen ingezet om te zorgen dat de opbrengsten de kosten blijven dekken. Er resteert voor de gemeenten een risico dat zij eventuele onvoorziene tekorten moeten aanvullen. Omvang: € 200.000 Kans: gemiddeld Incidenteel I. Gegarandeerde geldleningen De gemeente stond eind 2020 direct garant voor een bedrag van afgerond € 892.000 aan openstaande geldleningen. De overige garantstellingen betreffen voor het merendeel achtervangovereenkomsten voor het Waarborgfonds Sociale Woningbouw en het Waarborgsom Eigen Woningen (hypotheek garantie). Dat betekent dat de gemeente pas aangesproken wordt als deze fondsen niet voldoende middelen meer hebben. Van de garantstelling waar de gemeente direct garant voor staat heeft afgerond € 796.000 (ultimo 2020) betrekking op een garantstelling aan een woningbouwcorporatie.
In de risicoberekening laten we deze buiten beschouwing. De overige garantstelling betreft één organisatie. We gaan hieruit van een risico van 10%. Per 31 december 2020 stond de gemeente nog direct garant voor een lening van afgerond € 122.000. Omvang: € 122.000 Kans: zeer klein Incidenteel
72
Voorwoord
Programmaverantwoording
Paragrafen
Jaarrekening
§ 1. Lok. hef l § 2. Weerstandsverm. & risicobeh. l § 3. Onderh. kap. goed l § 4. Financiering l § 5. Bedrijfsvoering l § 6. Verbonden partijen l § 7. Grondbeleid
le
id
J. Beschoeiingen De gemeente heeft een grote hoeveelheid beschoeiingen in onderhoud. De staat van een aantal delen is nog slecht. De achterstanden in het onderhoud worden door de uitvoering van het ‘Beheerplan overige waterwerken’ fasegewijs ingelopen gedurende de jaren 2015-2026. Het risico is dat door het wegslaan van beschoeiing de aanliggende wegconstructie ernstig verzakt. Omvang: € 100.000 Kans: klein Incidenteel K. Achtererf Het Achtererf zal worden verkocht aan een projectontwikkelaar t.b.v. de bouw van woningen. Onderhandelingen zijn gaande. Risico is dat als initiatief Achtererf niet tot stand komt, de gronden moeten worden afgewaardeerd naar agrarische waarde. Omvang: € 100.000 Kans: klein Incidenteel L. Feitelijke bestuursdwang Bij het toepassen van feitelijke bestuursdwang mag het aspect van het kostenverhaal in principe niet meewegen of kan niet meewegen. Het wordt namelijk toegepast in zeer spoedeisende gevallen of in die gevallen waar het dreigende verbeuren van een last onder dwangsom geen soelaas biedt om tot beëindiging of herstel van een overtreding te komen. Dit risico wordt becijferd op € 50.000. Omvang: € 50.000 Kans: zeer klein Incidenteel M.
Provinciale bodemtaken Het Rijk, het IPO en de VNG hebben afspraken gemaakt over het traject waarbij de bodemtaken die thans bij de provincies berusten, grotendeels worden overgedragen aan de gemeenten. Onder de bevoegdheid van de provincie zijn voor de gemeente Wijdemeren, voor zover deze bekend zijn, alle ernstige en urgente situaties beschikt. Gedurende een tweejarig proces, dat reeds gestart is in 2018, zal sprake zijn van een ‘warme overdracht’, opdat de gemeenten de gelegenheid hebben om de nieuwe taken goed kunnen inbedden in hun organisaties. In beginsel gaan alle bevoegdheden en verantwoordelijkheden over naar de gemeenten. De provincies blijven bevoegd inzake de ernstige, urgente gevallen en het grondwater. Het voordeel is dat de gemeenten als bevoegd gezag kunnen sturen op het grondgebruik en dit in hun Omgevingsvisies kunnen verankeren. Ingevolge de afspraken met de VNG zullen de gemeenten via het Gemeentefonds vooralsnog worden gecompenseerd voor de kosten van deze nieuwe taken. Omdat hierover nog onvoldoende duidelijk is, bestaat het risico dat er kosten die bij de gemeenten belanden onvoldoende gedekt zijn. Over de orde van grootte kan in dit stadium nog geen inschatting worden gemaakt en het genoemde bedrag is dan ook niet meer dan een schatting. Omvang: € 20.000 Kans: gemiddeld Structureel N.
Informatiebeveiliging In 2018 is de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) in werking getreden. Om datalekken te voorkomen zijn er technische en organisatorische maatregelen getroffen. Echter, er blijft altijd een risico op een datalek. Wanneer er sprake is van een ernstig datalek, zal de Autoriteit Persoonsgegevens het lek beoordelen en neemt daarin mee welke acties de organisatie ondernomen heeft om persoonlijke gegevens te beschermen.
73
Voorwoord
Programmaverantwoording
Paragrafen
Jaarrekening
§ 1. Lok. hef l § 2. Weerstandsverm. & risicobeh. l § 3. Onderh. kap. goed l § 4. Financiering l § 5. Bedrijfsvoering l § 6. Verbonden partijen l § 7. Grondbeleid
le
id
De boete zal lager zijn of zelfs niet gegeven worden, als organisaties kunnen aantonen dat er voldoende maatregelen getroffen zijn om de risico’s zo klein mogelijk te houden. Eventuele vervolgschade als gevolg van een datalek is gedekt op de aansprakelijkheidsverzekering. Een eventuele boete is niet verzekerd. Aan de gemeente zijn nog geen boetes opgelegd. Omvang: € 25.000 Kans: klein Incidenteel O. Overige risico’s Uit de inventarisatie van de risico’s kwamen 27 risico’s naar voren. Hierboven zijn de 13 belangrijkste risico’s beschreven. De overige 14 risico’s bedragen € 342.000. Tevens zijn voor de overige risico’s ook diverse beheersmaatregelen getroffen waardoor het uiteindelijke risico sterk verminderd is. De bedragen worden te klein geacht om de risico’s afzonderlijk te beschrijven. Omvang: Totaal € 342.000 Kans: zeer klein tot gemiddeld Incidenteel In de nota Risicomanagement 2019 zijn de kansen en financiële gevolgen ingedeeld in klassen. Deze staan in onderstaand overzicht vermeld. Kans klassen Klasse Frequentie dat risico zich 1 voordoet < of 1x per 10 jaar 2 1x per 5-10 jaar 3 1x per 2-5 jaar 4 1x per 1-2jaar 5 1x per jaar of >
Kans (waarschijnlijkheid) Zeer klein Klein Gemiddeld Groot Zeer groot
Te hanteren percentage 20% in risicoprofiel 30% 40% 50% 60%
Financiële gevolgen klasse Financieel gevolg 1 < € 50.000 2 > € 50.000 en < € 100.000 3 > € 100.000 en < € 250.000 4 > € 250.000 en € 500.000 > € 500.000 5
74
Voorwoord
Paragrafen
Programmaverantwoording
Jaarrekening
§ 1. Lok. hef l § 2. Weerstandsverm. & risicobeh. l § 3. Onderh. kap. goed l § 4. Financiering l § 5. Bedrijfsvoering l § 6. Verbonden partijen l § 7. Grondbeleid
le
id
Samenvatting risico's
Omschrijving risico
Omvang maximum in €
Kans optreden risico (1)
Financiële gevolgen (2)
Risicoscore
1.957.000
Div
Div
9
I
B Gevolgen coronacrisis
370.000
Div.
Div.
8
I
C
280.000
4
3
12
I/S
250.000
2
4
8
I
250.000
4
4
16
I
250.000
4
4
16
I
200.000
2
3
6
I
200.000
3
3
9
I/S
A Grondexploitaties
D E F G H
Sociaal domein (WMO/Jeugd/P-wet) Riolering Asbest en bodemverontreiniging Implementatie Omgevingswet Bruggen Wsw (Tomingroep)
Struct./ Incidenteel
I
Gegarandeerde geldleningen
122.000
1
3
3
I
J
Beschoeiing
100.000
2
3
6
I
K Achtererf
100.000
1
3
3
I
L
Feitelijke bestuursdwang
50.000
2
2
4
I
M Provinciale bodemtaken
20.000
3
2
6
I/S
N Informatiebeveiliging
25.000
2
1
2
I
O Overige risico’s
342.000
2
1
2
I
Totaal belangrijkste risico’s
4.517.000
75
Voorwoord
Paragrafen
Programmaverantwoording
Jaarrekening
§ 1. Lok. hef l § 2. Weerstandsverm. & risicobeh. l § 3. Onderh. kap. goed l § 4. Financiering l § 5. Bedrijfsvoering l § 6. Verbonden partijen l § 7. Grondbeleid
le
id
De risicoscores uit de vorige tabel zijn in onderstaande matrix verwerkt. De letters corresponderen met bovenstaande tabel. De scores in het rode en oranje gedeelte zijn risico’s die aandacht behoeven. Risicokaart Gevolg: 5
Gevolg: 4
A,B,D
Gevolg: 3
I,K
E,F
G,J
H
Gevolg: 2
L
M
Gevolg: 1
N.O Kans: 1
Kans:2
Kans: 3
C
Kans: 4
Weerstandscapaciteit
Kans: 5
Bedragen x € 1.000 Rekening Rekening 2019 Begroting 2020 2020 5.004 3.923 3.001 300 0 100 -1.795 0 -1.373 0 67 0 3.509 3.990 1.728
a b c d e=a+b+c+d
Omschrijving Algemene reserve Stille reserves Saldo rekening/begroting onvoorzien Beschikbare weerstandscapaciteit
f g h=f+g
Totaal risico's minus correctie kansberekening Benodigde weerstandscapaciteit
-4.806 3.272 -1.534
-4.179 2.626 -1.553
-4.517 2.964 -1.553
i = e -/- h
Vrij beschikbare reserves
1.975
2.437
175
Ratio weerstandsvermogen: Het weerstandsvermogen is de verhouding tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en de gekwantificeerde risico’s, en wordt uitgedrukt in een verhoudingsgetal. Bij een zekerheidspercentage van 20% tot 60% is het weerstandsvermogen:
Weerstandsvermogen =
Weerstandscapaciteit € 1.728 ------------------------------- = ------- = Benodigde weerstandscap. € 1.553
1,11 (was 2,29)
76
Voorwoord
Programmaverantwoording
Paragrafen
Jaarrekening
§ 1. Lok. hef l § 2. Weerstandsverm. & risicobeh. l § 3. Onderh. kap. goed l § 4. Financiering l § 5. Bedrijfsvoering l § 6. Verbonden partijen l § 7. Grondbeleid
le
id
Het is van belang te weten of er sprake is van toereikend weerstandsvermogen. Om het weerstandsvermogen te beoordelen wordt gebruik gemaakt van de onderstaande normering van het Nederlands Adviesbureau voor Risicomanagement: Ratio weerstandsvermogen (x) Betekenis Ratio weerstandsvermogen > 2,0 1,4 < x < 2,0 1,0 < x < 1,4 0,8 < x < 1,0 0,6 < x < 0,8 < 0,6
Betekenis Uitstekend Ruim voldoende Voldoende Matig Onvoldoende Ruim onvoldoende
Bij een ratio van 1,0 is de beschikbare weerstandscapaciteit gelijk aan de benodigde weerstands-capaciteit. In de nota risicomanagement 2019 is de ondergrens van de ratio weerstandsvermogen op 1,0 vastgesteld. Geconcludeerd kan worden dat het weerstandsvermogen van Wijdemeren, ondanks de daling van het kengetal nog voldoende is om de onderkende risico’s op te vangen. Jaarlijks zal het weerstandsvermogen getoetst worden om te zien of de gewenste ratio nog steeds wordt bereikt.
Financiële kengetallen Kengetallen Sinds 2015 is conform de B.B.V. verplicht om financiële kengetallen op te nemen in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing. Deze set van vijf kengetallen is hoofdzakelijk bedoeld om de financiële positie van de gemeente voor raadsleden inzichtelijker te maken. De kengetallen die betrekking hebben op de begroting zijn afkomstig uit de primaire begroting. Samenvatting kengetallen Omschrijving
R 2019
B 2020
R 2020
1a
Netto schuldquote
46%
85%
55%
1b
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
48%
88%
56%
2
Solvabiliteitsratio
33%
24%
24%
3
Structurele exploitatieruimte
-3%
0%
-1%
4
Grondexploitatie
4%
7%
3%
5
Belastingcapaciteit
140%
140%
138%
6
Onbenutte belastingcapaciteit
0,0484
n.v.t.
0,0569
7
Schuld per inwoner
874
n.v.t.
1.092
1. Netto schuldquote De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. De hoogte van de inkomsten bepaalt namelijk in belangrijke mate hoeveel schulden een gemeente kan dragen. Normaal bevindt de netto schuldquote van een gemeente zich ergens tussen de 0% en 100%. Voor een gemeente geldt dat het licht op oranje springt boven de 100% en op rood springt als deze quote hoger is dan 130%. Voor Wijdemeren geldt per eind 2020 een netto schuldquote die als normaal wordt beschouwd.
77
Voorwoord
Programmaverantwoording
Paragrafen
Jaarrekening
§ 1. Lok. hef l § 2. Weerstandsverm. & risicobeh. l § 3. Onderh. kap. goed l § 4. Financiering l § 5. Bedrijfsvoering l § 6. Verbonden partijen l § 7. Grondbeleid
le
id
A
Vaste schulden (cf. art. 46 BBV)
B 2020 primaire begroting 21.281 37.508
B
Netto vlottende schuld (cf. art. 48 BBV)
4.811
6.027
12.200
C
Overlopende passiva (cf. art. 49 BBV)
5.525
2.500
3.972
D
Financiële activa (cf. art. 36 lid d, e en f)
1.446
1.384
1.693
E
Uitzettingen < 1 jaar (cf. art. 39 BBV)
1.568
1.500
2.244
F
Liquide middelen (cf. art. 40 BBV)
25
100
1.345
G
Overlopende activa (cf. art. 40a BBV)
4.285
1.800
6.500
H
Totale baten (cf.17 lid c BBV, dus excl. mutaties reserves)
52.980
48.604
57.081
46%
85%
55%
(Bedragen x € 1.000)
Netto schuldquote (A+B+C-D-E-F-G)/H x 100%)
R 2019
R 2020 26.750
Wanneer de netto schuldquote wordt gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen is sprake van onderstaande quote: B 2020 (Bedragen x € 1.000) R 2019 primaire R 2020 begroting A Vaste schulden (cf. art. 46 BBV) 21.281 37.508 26.750 B
Netto vlottende schuld (cf. art. 48 BBV)
4.811
6.027
12.200
C
Overlopende passiva (cf. art. 49 BBV)
5.525
2.500
3.972
D
Financiële activa (cf. art. 36 lid d, e en f)
488
85
778
E
Uitzettingen < 1 jaar (cf. art. 39 BBV)
1.568
1.500
2.244
F
Liquide middelen (cf. art. 40 BBV)
25
100
1.345
G
Overlopende activa (cf. art. 40a BBV)
4.285
1.800
6.500
H
Totale baten (cf.17 lid c BBV, dus excl. mutaties reserves)
52.980
48.604
57.081
48%
88%
56%
Netto schuldquote (A+B+C-D-E-F-G)/H x 100%)
2. Solvabiliteitsratio Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid van de gemeente. De solvabiliteitsratio drukt het eigen vermogen uit als percentage van het totale vermogen. Het eigen vermogen van een gemeente bestaat volgens artikel 42 BBV uit de reserves (algemene reserve en bestemmingsreserves) en het resultaat uit het overzicht van baten en lasten. Zolang de solvabiliteitsratio van de gemeente boven de 20% is, kan de gemeente haar financiële verplichtingen op normale wijze voldoen. Door het nadelig saldo 2020 en het achterwege laten van een aantal dotaties aan de reserves (voorjaarsrapportage) daalt de reservepositie en de solvabiliteitsratio.
A
Eigen vermogen (cf. art. 42 BBV)
B 2020 primaire begroting 19.184 19.771
B
Balans totaal
58.815
81.365
67.766
33%
24%
24%
(Bedragen x € 1.000)
Solvabiliteit(A/B) X 100%
R 2019
R 2020 16.524
78
Voorwoord
Programmaverantwoording
Paragrafen
Jaarrekening
§ 1. Lok. hef l § 2. Weerstandsverm. & risicobeh. l § 3. Onderh. kap. goed l § 4. Financiering l § 5. Bedrijfsvoering l § 6. Verbonden partijen l § 7. Grondbeleid
le
id
3. Structurele exploitatieruimte Dit kengetal geeft aan hoe groot de structurele exploitatieruimte is, doordat wordt gekeken naar de structurele baten en de structurele lasten en deze worden vergeleken met de totale baten. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten te dekken.
A
Totale structurele lasten
B 2020 primaire begroting 47.428 46.884
B
Totale structurele baten
45.096
46.714
45.599
C
Totale structurele toevoegingen aan de reserves
1.631
1.274
628
D
Totale structurele onttrekkingen aan de reserves
2.528
1.600
1.264
E
Totale baten (cf. art. 17 lid c BBV, dus excl. mutaties reserves) 52.980
48.604
57.081
0%
-1%
(Bedragen x € 1.000)
Structurele exploitatieruimte((B-A)+(D-C))/E x 100%
R 2019
-3%
R 2020 46.699
4. Grondexploitaties Grondexploitaties kunnen een forse impact hebben op de financiële positie van een gemeente. De boekwaarde van de voorraden grond is van belang, omdat deze waarde moet worden terugverdiend bij de verkoop. Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de grondpositie (de waarde van de grond) is ten opzichte van de totale geraamde baten. Voor de berekening worden de niet in exploitatie genomen gronden en de bouwgronden in exploitatie (Porseleinhaven en Nedervecht) bij elkaar opgeteld en gedeeld door de totale baten uit de jaarstukken of de programmabegroting en uitgedrukt in een percentage. Hoe kleiner het percentage hoe minder de risico’s van de grondexploitaties voor de gemeente zijn. De grondexploitatie Ter Sype is beëindigd en maakt geen deel meer uit van onderstaande berekening. (Bedragen x € 1.000) A
NIEGG (cf. art.38 lid a punt 1 BBV)
B
Bouwgronden in exploitatie (cf.art.38 lid b BBV)
C
R 2019
B 2020
R 2020
0
0
0
2.055
3.434
1.663
Totale baten (cf. art. 17 lid c BBV, dus excl. mutaties reserves) 52.980
48.604
57.081
7%
3%
Grondexploitatie(A+B)/C x 100%
4%
5. Belastingcapaciteit De ruimte die een gemeente heeft om haar belastingen te verhogen wordt vaak gerelateerd aan de totale woonlasten. Het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (Coelo) publiceert deze lasten ieder jaar in de Atlas van de lokale lasten. Onder de woonlasten wordt verstaan de Ozb, de rioolheffing en de afvalstoffenheffing voor een woning met gemiddelde WOZ-waarde in die gemeente. De belastingcapaciteit van gemeenten wordt daarom berekend door de totale woonlasten meerpersoonshuishouden in jaar t te vergelijken met het landelijk gemiddelde in jaar t-1 en uit te drukken in een percentage:
79
Voorwoord
Programmaverantwoording
Paragrafen
Jaarrekening
§ 1. Lok. hef l § 2. Weerstandsverm. & risicobeh. l § 3. Onderh. kap. goed l § 4. Financiering l § 5. Bedrijfsvoering l § 6. Verbonden partijen l § 7. Grondbeleid
le
B
(Bedragen x € 1.000) OZB-lasten voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde in 2019 van: € 384.000. OZB-lasten voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde in 2020 van: € 414.000. Rioolheffing voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde
C
Afvalstoffenheffing voor een gezin
D
Eventuele heffingskorting
A A
id
R 2019
B 2020
469
R 2020
478 486
270
270
270
271
285
285
0
0
0
E
Total woonlasten voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde(A+B+C-D) 1.010
1.033
1.041
F
Woonlasten landelijk gemiddelde voor gezin (bron : Atlas Coelo) 721
740
776
Woonlasten t.o.v. landelijk gemiddelde jaar er voor(E/F) x 100% 140%
140%
138%
6. Onbenutte belastingcapaciteit. Voordat een gemeente bij een slecht weerscenario een beroep kan doen op de artikel 12 status, zal eerst de onbenutte belastingcapaciteit van de gemeente ten volle moeten worden benut. De onbenutte belasting capaciteit wordt berekend door: a. het gemiddelde tarief onroerendezaakbelastingen van alle gemeenten in het voor-voorgaande jaar te verhogen met 20%. Dit is de grenswaarde. Deze grenswaarde bedraagt voor 2020 0,1853% (Bron Meicirculaire 2020). b. Het gemiddeld gewogen tarief voor onroerende zaakbelastingen van de gemeente te bepalen. Deze bedraagt voor 2020 0,1284% (Opnieuw berekend 2019 0,1325%). c. Het verschil tussen beide getallen is de onbenutte belastingcapaciteit van de gemeente.
Omschrijving A B C
R 2019
R 2020
Gem. gewogen tarief OZB alle gemeenten Gem. gewogen tarief OZB alle gemeenten verhoogd met 20% (toelating tot art 12 status bij gewogen OZB percentage 2020 van boven deze waarde) Gem. gewogen tarief ozb gemeente Wijdemeren
0,1508
0,1544
0,1809
0,1853
0,1325
0,1284
Onbenutte belastingcapaciteit (B-C)
0,0484
0,0569
Het cijfer over 2019 is opnieuw berekend. 7. Schuld per inwoner van de gemeente. De netto schuld per inwoner wordt bepaald door de aangegane vaste geldleningen per ultimo van het jaar te delen door het aantal inwoners van de gemeente per die datum. De netto schuld per inwoner is erg afhankelijk van het de investeringen die de gemeente jaarlijks uitvoert. De netto schuld per inwoner per ultimo 2020 is t.o.v. ultimo 2019 gestegen van € 874 naar €1.092. Eind 2018 bedroeg de schuld overigens nog € 992.
(Bedragen x € 1.000)
R 2019
R 2020
A
Stand vaste geldleningen per einde jaar
21.281
26.750
B
Aantal inwoners gemeente ultimo van het jaar
24.360
24.485
874
1.092
Schuld per inwoner (A/B) in euro’ s
80
Voorwoord
Programmaverantwoording
Paragrafen
Jaarrekening
§ 1. Lok. hef l § 2. Weerstandsverm. & risicobeh. l § 3. Onderh. kap. goed l § 4. Financiering l § 5. Bedrijfsvoering l § 6. Verbonden partijen l § 7. Grondbeleid
le
id
§3. Onderhoud kapitaalgoederen Beschrijving paragraaf De gemeente draagt wettelijke verantwoordelijkheid voor het beheer van de openbare ruimte. Deze ruimte bestaat in Wijdemeren uit veel water en natuurgebied waarvoor de verantwoordelijkheid bij andere (overheids)organisaties ligt. De openbare ruimte vertegenwoordigt een grote kapitaalswaarde. Efficiënt en effectief beheer en onderhoud is van groot belang om kapitaalvernietiging te voorkomen. Openbare ruimte algemeen De voornaamste kapitaalgoederen betreffen de wegen, riolering, kunst- en waterwerken, openbare verlichting, groenvoorziening en openbare gebouwen. Het beheer hiervan is complex en begint bij het vastleggen van diverse gegevens in beheersystemen. In deze systemen worden gegevens bijgehouden als materiaal, ouderdom, locatie en staat van onderhoud. Op basis hiervan worden onderhouds- en vervangingsplannen opgesteld en op elkaar afgestemd vanuit een integrale benadering. Deze plannen vormen de input voor de begroting en het investeringsplan. Naast de gemeente zijn ook andere instanties verantwoordelijk voor de openbare ruimte binnen de gemeentegrenzen. Het beleid en beheer van de waterwegen valt merendeels onder verantwoording van het Plassenschap Loosdrecht e.o. en het Hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht (Waternet).
Andere betrokken partijen zijn onder andere het Rijk, provincie, Natuurmonumenten, nutsbedrijven en hulpverleningsdiensten. Tevens dragen particulieren als eigenaar/huurder, of d.m.v. participatie steeds meer bij aan het onderhoud van de openbare ruimte. Met deze partijen wordt, vanuit een integrale benadering en verantwoordelijkheid én efficiency, naar samenwerking gezocht in beheer en onderhoudswerkzaamheden. Kwaliteitsniveaus Het Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond- , Water- en Wegenbouw en de Verkeerstechniek (CROW) onderscheidt diverse kwaliteitsniveaus. De CROW hanteert de in onderstaande tabel weergegeven niveaus groen en wegen, voor de kwaliteitsbepaling van de kapitaalgoederen. A+ Zeer Goed Nagenoeg ongeschonden Goed Mooi en comfortabel A Voldoende Functioneel B Matig Onrustig beeld, discomfort of enige vorm van hinder C Te slecht Kapitaalvernietiging, functieverlies D De gemeente heeft de kwaliteitsniveaus, voor zover aan de orde, in de desbetreffende beleidsplannen vastgesteld. De beleidsplannen leveren de kaders voor de beheerplannen t.b.v. de uitvoering van het onderhoud.
Beleids- en beheerplannen Onderdeel Beleids- en beheerplan Wegen Lange Termijn Beheerplan Wegen 2018-2021 Riolering Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) 2018-2021 Waterwerken Beheerplan overige waterwerken 2016-2026 Kunstwerken Inspectierapport & Uitvoeringsplan 2018-2022 Openbare verlichting Beleidsplan & uitvoeringsplan OV 2015-2020 Groenvoorziening Bomenbeleidsplan 2012-2035 Speelvoorzieningen Nota openbare speelruimte 2014-2019 & Uitvoeringsplan Spelen 2017-2024 Gem. gebouwen Meerjarig onderhoudsplan (MOP) gebouwen 2015-2024
Actualisatie 2021 2021 2020 2022 2020 2020 2024 2023
81
Voorwoord
Programmaverantwoording
Paragrafen
Jaarrekening
§ 1. Lok. hef l § 2. Weerstandsverm. & risicobeh. l § 3. Onderh. kap. goed l § 4. Financiering l § 5. Bedrijfsvoering l § 6. Verbonden partijen l § 7. Grondbeleid
le
id
De Provincie heeft als financieel toezichthouder aangegeven dat het beheerplan Overige Waterwerken node geactualiseerd moet worden, recent extra urgent geworden naar aanleiding van het project Kortenhoefsedijk. Voorts zijn kritische kanttekeningen geplaatst bij de vertraagde uitvoering van met name de integrale projecten wegen en riolering, dan wel het totale uitvoeringsprogramma van het GRP. Zowel de provincie als de accountant vragen om actuele beheer(jaar)plannen. Om deze redenen is reeds in 2019 met de voorbereiding van de actualisaties gestart. Op dit moment zijn voor de beheerplannen wegen, Overige Waterwerken en Kunstwerken de actuele inspectiedata en financiële doorrekening ambtelijk beschikbaar. Er is voor gekozen om eerst de aanbevelingen van het “doelmatigheidsonderzoek Kapitaalgoederen” af te wachten voordat de beheerplannen ter vaststelling bestuurlijk worden aangeboden. Het voorgaande geldt ook voor groen. Momenteel hebben we voor groen geen actueel beheerplan. Ook hier geldt dat vanwege ons eigen belang om geen risico’s te lopen door onvoldoende zicht op de staat van onderhoud, het van belang een beheerplan groen op te stellen. Hiervoor is een budget nodig van € 50.000. Dekking daarvan vindt plaats uit de reserve Groen. Het beheerplan zal na uitwerking van de aanbevelingen van het doelmatigheidsonderzoek worden opgesteld.