IHP Wijdemeren 2024-2039
Tekst van het document
De onderwijscapaciteit van de Warin is 1.020 m2 bvo. Met het huidige leerlingenaantal van 115 (2023) heeft het gebouw een normatieve overcapaciteit. De leerlingenprognose verwacht dat het leerlingenaantal in 2037 op 114 leerlingen ligt waardoor de normatieve overcapaciteit blijft.
2230433/20240229JL01 | www.icsadviseurs.nl
30/40
Het schoolbestuur beoordeelt de meest onderdelen van de kwaliteit van het gebouw als slecht. Het gebouw scoort met name slecht bij de technische staat en het binnenklimaat. Meester Kremerschool (Talent Primair) De Meester Kremerschool is gehuisvest in een gebouw 1967 dat niet is uitgebreid of gerenoveerd. In de school is ook kinderopvang aanwezig met een peuterspeelzaal en BSO. De onderwijscapaciteit van de school is 1.186 m2 bvo en de kinderopvang gebruikt hier 100 m2 bvo van. Het leerlingenaantal van de Meester Kremerschool is momenteel 75. De verwachting is dat het leerlingenaantal teruggroeit naar 96 leerlingen, wat eerder ook het geval was. Het gebouw heeft echter te maken met een groot normatief overschot van 400 m2 bvo. Het schoolbestuur geeft aan dat het een verouderd gebouw is. Dit is ook terug te zien in de beoordeling en vooral bij de technische staat die als slecht wordt beoordeeld. Op de toegankelijkheid en het speelplein na beoordeelt het schoolbestuur de elementen als gemiddeld/matig. De combinatie van een verouderd gebouw en een groot normatief overschot vraagt om aanpassingen aan het gebouw.
Oplossingsrichtingen Nederhorst den Berg Voor alle drie de scholen vraagt de huidige situatie van de gebouwen om een ingreep. Daarom zijn ze alle drie opgenomen voor vervangende nieuwbouw. Het uitgangspunt is gezamenlijke nieuwbouw van de Meester Kremerschool en de Warinschool op één locatie en de Jozefschool op een andere locatie meer noordelijk binnen de dorpskern (vanwege spreiding). Het heeft niet de voorkeur om in een kleine kern als Nederhorst den Berg één grote unilocatie te realiseren. Dit sluit niet aan bij de diversiteit van de scholen. Daarnaast is het aannemelijk dat de bereikbaarheid op één locatie in spitsuren lastig te realiseren is. Uitgangspunt van de realisatie voor de nieuwe locatie is te kijken hoe andere functies, bijvoorbeeld sport, zorg en kinderopvang, worden meegenomen bij de realisatie. Een maatschappelijk vlekkenplan helpt bij het in kaart brengen van de (maatschappelijke) functies die nodig zijn in Nederhorst den Berg en hoe de ontwikkeling van de scholen daaraan kan bijdragen. Verder helpt dit bij het bepalen van de schoollocaties. De urgentie van het realiseren van de twee schoollocaties is hoog. Het zoeken naar functies die kunnen aansluiten bij de projecten mag het realisatieproces van de scholen niet vertragen. De realisatie van de combinatielocatie van de Meester Kremerschool en de Warinschool vindt eerst plaats, gevolgd door de Jozefschool.
Het ontwerpproces van de Jozefschool kan beginnen tijdens het realisatieproces van de Meester Kremerschool en de Warinschool zodat direct na oplevering kan worden begonnen met de realisatie van de Jozefschool. Tijdens de realisatie van de Meester Kremerschool en de Warinschool is tijdelijke huisvesting nodig. Daarnaast heeft de Jozefschool tijdelijke huisvesting nodig voor het huidige ruimtetekort (300 m 2 bvo) en tijdens de realisatie van de Jozefschool voor de totale ruimtebehoefte. Voor het huidige ruimtetekort van de Jozefschool wordt tot de start van de bouw van de Meester Kremerschool en de Warinschool verwezen naar leegstand bij die scholen.
2230433/20240229JL01 | www.icsadviseurs.nl
31/40
6. Financiën In het vorige hoofdstuk is beschreven wat de oplossingsrichtingen zijn om per locatie te komen tot adequate onderwijshuisvesting. Om een goede integrale afweging te kunnen maken, zijn in dit hoofdstuk de financiële consequenties inzichtelijk gemaakt. Eerst wordt in paragraaf 6.1 de fasering van de scenario’s benoemd.
6.1 Fasering Onderstaande tabel geeft een overzicht van de opgave en zet deze in de tijd. De Joseph Lokinschool is in fase 1 geplaatst omdat ze een acuut capaciteitsprobleem hebben. De situatie in Nederhorst den Berg vraagt ook om direct handelen voor een oplossing voor de toekomst in de kern. De scholen zullen samen nieuwbouw krijgen op twee locaties en voor dit proces is tijd nodig. Daarom staat de uitvoering daarvan verder in de toekomst. De situatie bij de Curtevenne basisschool, de Regenboog en Samenwerkingsschool de Catamaran zijn minder acuut waardoor deze later worden uitgevoerd. De beschikbaarheid van financiële middelen van de gemeente en/of eigen bijdrage van de kant van de schoolbesturen kan leiden tot de noodzaak om met de realisatie van projecten in de tijd te schuiven.
School
Maatregel
Jaar van uitvoering (start bouw)
Fase 1 (0 – 5 jaar) Joseph Lokinschool
▪
Uitbreiding en renoveren
2024
Warinschool Meester Kremerschool
▪
Gezamenlijke (vervangende) nieuwbouw op één locatie
2027
Jozefschool
▪
(Vervangende) nieuwbouw
2028
▪
Gezamenlijke (vervangende) nieuwbouw op één locatie
2031
▪
Renovatie
2035
Fase 2 (5 – 10 jaar) Curtevenne basisschool De Regenboog Fase 3 (11 – 15 jaar) Samenwerkingsschool de Catamaran
Tabel 6: Overzicht van ingrepen en jaar van uitvoering per school
6.2 Uitgangspunten In het visiedeel bij ‘financiële kaders en spelregels’ is stilgestaan bij de verschillende scenario’s die binnen het IHP zijn te onderscheiden. Voor elk scenario is aangegeven wie de verantwoordelijkheid heeft voor het uitvoeren van het scenario en wat het bijbehorende budget is. De uitgangspunten die hieruit voortvloeien met betrekking tot het bepalen van de investeringen worden hieronder te verduidelijking op een rij gezet. Bij het bepalen van de investeringen zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: ▪
Alle bedragen zijn inclusief btw en prijspeil augustus 2023.
▪
Voor nieuwbouw wordt uitgegaan van een bandbreedte voor het stichtingskostenbedrag van € 3.575,tot € 3.925,- per bruto vierkante meter voor ENG.
2230433/20240229JL01 | www.icsadviseurs.nl
32/40
▪
Voor vernieuwbouw wordt uitgegaan van dezelfde stichtingskosten als nieuwbouw.
▪
De gemeentelijke bijdrage voor renovatie is maximaal 50% van de stichtingskosten voor nieuwbouw per bruto vierkante meter.
▪
Het realiseren van de duurzaamheidsambitie is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de gemeente en schoolbesturen als bouwheren.
▪
De gemeente is vanuit wet- en regelgeving verantwoordelijk voor de bekostiging van BENG en overige voorschriften inzake verplichte energiemaatregelen zoals aardgasloos bouwen bij nieuwbouw.
▪
De schoolbesturen kunnen bijdragen in de realisatie van voorzieningen via een bijdrage. Deze bijdrage moet per situatie worden bekeken in een businesscase. De bijdrage bestaat uit exploitatiegerichte investeringen met een redelijke terugverdientijd die passen binnen het Onderwijsaccountantsprotocol. Naar schatting komt dit neer op een bedrag van € 175,- per m2 bvo voor de stap van BENG naar ENG.
▪
Bij nieuwbouw wordt uitgegaan van een levensduur van 40 jaar.
▪
Bij renovatie wordt uitgegaan van ingrepen die de levensduur met ten minste 25 jaar verlengen.
▪
Voor het bepalen van de ruimtebehoefte van de projecten is uitgegaan van de gemiddelde ruimtebehoefte tot 2037.
▪
Per project is 300 m2 bvo aangehouden als opslag voor de ruimtebehoefte van de kinderopvang en 50 m2 bvo als opslag voor passend en inclusiever onderwijs.
▪
Per project is € 35.000,- opgenomen voor het uitvoeren van een businesscase.
▪
Een werkbudget wordt 2 jaar vóór de realisatie van het project vrijgemaakt.
▪
Per project is rekening gehouden met ambtelijke begeleiding, 2 jaar bij een renovatie en 3 jaar bij (vervangende) nieuwbouw.
▪
Voor anterieure kosten is per projectfase rekening gehouden met een opslag van 15%. Dit zijn projectspecifieke kosten die gedurende de definitie- en ontwerpfase concreet en inzichtelijk worden.
▪
Voor een verhuizing naar een permanente locatie is een bedrag van € 45,84 per m2 bvo aangehouden, voor een verhuizing naar een tijdelijke locatie € 31,46 per m2 bvo.
▪
Voor tijdelijke huisvesting is een bedrag aangehouden van € 300,- per m2 bvo per jaar.
Kosten die geen onderdeel zijn van het investeringsbedrag: ▪
Kosten voor aankoop van grond, mogelijke opbrengsten van verkoop van de grond en eventuele aanpassingen aan de infrastructuur/openbare ruimte.
▪
Kosten voor grondsanering, asbestverwijdering en bouwrijp maken van de grond.
▪
Kosten voor het verwijderen van tijdelijke huisvesting.
▪
Contextuele factoren of locatiegebonden kosten.
▪
Mogelijke kosten voor eerste inrichting onderwijsleerpakket en meubilair.
▪
Kosten en baten bij het eventueel afstoten van locaties en gebouwen.
2230433/20240229JL01 | www.icsadviseurs.nl
33/40
6.3 Totale investering IHP Op basis van de scenario’s, zoals deze in het rapport staan beschreven, bedraagt de investering voor de gemeente Wijdemeren: ▪ ▪
Totale kosten IHP: € 45.908.000,─ waarvan € 4.220.000,- eenmalige kosten Directe afschrijving boekwaarde: € 696.000,-
Over de eenmalige kosten kan niet worden afgeschreven. De scholen kunnen bijdragen bij het realiseren van de scenario’s (volgens het exploitatiegericht investeren). Per situatie moet via een businesscase verder worden onderzocht hoeveel deze bijdrage is.
NB: De investering in huisvesting van andere kindpartners (zoals bijvoorbeeld kinderopvang) geschiet via een kostprijsdekkende huurvergoeding vanuit deze partners waardoor deze investering voor de gemeente per saldo kostenneutraal is (terugverdienen van de investering middels een huurvergoeding).
2230433/20240229JL01 | www.icsadviseurs.nl
34/40
7. Bewegingsonderwijs Binnen het IHP is onderzocht hoe het aanbod aan ruimte voor bewegingsonderwijs zich verhoudt tot de normatieve behoefte aan klokuren gym, nu en in de toekomst. Per kern is gekeken naar het aanbod (uitgedrukt in klokuren gym op basis van het aantal zaaldelen) en de behoefte aan bewegingsonderwijs. Er wordt voor het primair onderwijs uitgegaan van de wettelijke 26 beschikbare klokuren per zaal(deel). De huidige en normatieve behoefte is afgeleid uit de leerlingenprognose, opgesteld door Pronexus, zoals beschreven in paragraaf 4.2.2. Tabel 7 laat per kern de beschikbare capaciteit zien afgezet tegen de behoefte aan klokuren gym. Het gebruik van de sportvoorzieningen door verenigingen is in dit overzicht niet meegenomen. Het in kaart brengen van deze behoefte valt buiten de scope van dit IHP. Accommodatie
Gebruikers onderwijs
Loosdrecht Sporthal Eikenrode
IKC Wereldwijs IKC Talent Primair Samenwerkingsschool de Catamaran
Kortenhoef / Ankeveen Sporthal de Fuik
Curtevenne De Regenboog St. Antoniusschool Joseph Lokinschool
Nederhorst den Berg Sporthal de Blijk
Jozefschool Basisschool Warin Meester Kremer
Klokuren beschikbaar
Bezetting 2024 % bezetting in Bezetting 2038 % bezetting in (in klokuren) 2024 (in klokuren) 2038
52
30
58%
34,5
66%
52
30
58%
34,5
66%
52
30
58%
31,5
61%
52
30
58%
31,5
61%
52
19,5
38%
21
40%
52
19,5
38%
21
40%
Tabel 7: Analyse capaciteit bewegingsonderwijs
In Loosdrecht maken de scholen gebruik van Sporthal Eikenrode. Deze sporthal heeft twee zaaldelen en kan daarmee de scholen in de kern voorzien van bewegingsonderwijs. In Kortenhoef / Ankeveen maken de scholen gebruik van Sporthal de Fuik. Deze sporthal heeft twee zaaldelen en kan daarmee de vier scholen in beide kernen voorzien van bewegingsonderwijs. In Nederhorst den Berg maken de scholen gebruik van Sporthal de Blijk. Deze sporthal heeft twee zaaldelen en kan daarmee de drie scholen in de kern voorzien van bewegingsonderwijs.
2230433/20240229JL01 | www.icsadviseurs.nl
35/40
8. CO2 -berekening Nederland heeft grote klimaatambities. In 2030 moet de CO2-uitstoot in Nederland met ten minste 55% zijn gedaald, als opmaat naar een klimaatneutraal Nederland in 2050. Maatschappelijke organisaties dienen portefeuille routekaarten op te stellen om deze doelen te behalen. Dit geldt ook voor de schoolgebouwen. Een groot deel van vastgoedportefeuilles van gemeenten bestaat uit schoolgebouwen. Het voorliggende IHP vormt een belangrijke opmaat naar dergelijke routekaarten en draagt bij in het terugdringen van de CO2uitstoot in de gemeente Wijdemeren. De nieuwbouw, renovatie en verduurzamingsopgaven die worden voorgesteld in dit IHP dragen immers voor een groot deel bij aan de CO2-reductie. In dit hoofdstuk wordt de huidige CO2-uitstoot van de schoolgebouwen afgezet tegen de verwachte CO2uitstoot als gevolg van de huisvestingsmaatregelen in dit IHP. Hiermee ontstaat inzicht in de verwachte CO2reductie en de opgave die resteert om de gestelde doelen te bereiken. Uitgangspunten Om het effect vanuit het IHP op de CO2-uitstoot inzichtelijk te maken worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: ▪
De CO2-uitstoot wordt weergegeven in kg CO2 per jaar.
▪
De CO2-uitstoot wordt berekend op basis van het gas- en elektraverbruik van de gebouwgebonden installaties en het gebruik.
▪
Voor de uitstoot in 1990 worden de gegevens uit 2018 gebruikt. Bron voor deze gegevens zijn ofwel de afrekeningen van de schoolgebouwen of gegevens uit de openbare dashboards ‘energieverbruik maatschappelijk vastgoed’ van het CBS. Dit dashboard toont de energieleveringen t.b.v. het onderwijs per gemeente.
▪
De getoonde gegevens betreft de CO2-uitstoot gedurende de levensduur van het gebouw (de CO2uitstoot tijdens de bouw wordt buiten beschouwing gelaten).
▪
De getoonde gegevens betreffen zowel het gebouw- als gebruiksgebonden verbruik.
▪
Voor de verwachte CO2-uitstoot worden standaard configuraties voor nieuwbouw, vernieuwbouw en revitalisatie gebruikt. Onderscheid wordt gemaakt tussen een school voor basis- en voortgezet onderwijs. De gehanteerde aannames per configuratie zijn te vinden in bijlage 1.
▪
Indien het gebouw bestaat uit bouwdelen van verschillende bouwjaren wordt het oudste bouwdeel als uitgangspunt genomen, tenzij sprake is van substantiële uitbreiding waarbij de installaties van het totale gebouw zijn aangepast.
▪
Indien het gebouw is gerenoveerd en destijds de installaties en de gebouwschil zijn aangepakt, wordt het jaar van de renovatie als uitgangspunt genomen in plaats van het initiële bouwjaar.
▪
In geval van inpandige gymzaal zonder eigen installaties dit integraal meenemen met het schoolgebouw. In geval van aparte installaties als apart bouwdeel beschouwen. In beide gevallen rekening houden met verenigingsgebruik. Inpandige gymzaal bij VO-school altijd apart beschouwen.
▪
Voor gebouwen zonder ingreep in het IHP wordt aangenomen dat de CO2-uitstoot de komende jaren gelijk blijft aan het huidige niveau.
▪
Van IKC-Wereldwijs en Jenaplanschool de Sterrenwachter zijn geen verbruiksgegevens aanwezig. Daarom is voor het huidige verbruik een berekening gemaakt op basis van kengetallen.
2230433/20240229JL01 | www.icsadviseurs.nl
36/40
CO2-reductie Onderstaande grafieken (figuur 10) toont de verwachte CO2-reductie als gevolg van de uitvoering van het IHP. De getoonde gegevens betreffen een indicatie. Het daadwerkelijk effect op de CO2-uitstoot is afhankelijk van het uiteindelijke ontwerp en de prestaties van het gebouw.
Verwachte CO2-uitstoot IHP 0% 400.000
10%
350.000
20%
300.000
30% 40%
250.000
50%
200.000
60% 150.000
70%
100.000
80%
50.000
90%
0 2018
100% 2021
2022
2024
(verwachte) CO2-uitstoot
2026
2028
2030
Streefdoel t.o.v. 2018
2032
2034
2036
2038
CO2-reductie (in %) t.o.v. 2018
Figuur 10: Uitstoot na het uitvoeren plannen IHP
Dit figuur maakt inzichtelijk dat als gevolg van de plannen in het IHP de uitstoot de komende jaren van ca. 435.700 kg CO2 per jaar in 2018 wordt gereduceerd naar ca. 187.821 kg CO2 per jaar in 2030. Dit houdt in dat er een CO2-reductie binnen de onderwijsportefeuille van 57% wordt verwacht in 2030 ten opzichte van de uitstoot in 2018. Hiermee wordt voldaan aan het streefdoel van de overheid van een reductie van 55%. In de vervolgjaren van het IHP wordt de CO2- reductie verder vergroot naar 74% in 2038 ten opzichte van de uitstoot in 2018. Dit voldoet echter nog niet aan de eisen van het Klimaatakkoord voor 2050. Dit IHP geeft de projecten tot en met 2038 weer. In actualisaties van het IHP worden nieuwe projecten opgenomen waarmee richting 2050 aan de doelstellingen van het Klimaatakkoord dient te worden voldaan.
2230433/20240229JL01 | www.icsadviseurs.nl
37/40
9. Slotsom en aanbevelingen 9.1 Slotsom Het voorliggende IHP is met een nauwgezet proces in constructief overleg met de gemeente en schoolbesturen tot stand gekomen. Het afsprakenkader dat gezamenlijk is opgesteld geeft een helder perspectief voor de huisvesting in de gemeente Wijdemeren. Dit afsprakenkader bevat ook concrete spelregels voor de uitvoering van de plannen binnen het IHP. Met de uitvoering van dit IHP worden daarnaast de grootste knelpunten in de huisvesting opgelost en duidelijke keuzes gemaakt per gebied. Na de realisatie kan de kwaliteit van het overgrote deel van de schoolgebouwen in de gemeente als goed worden aangemerkt.
9.2 Aanbevelingen Onze aanbevelingen zijn onderverdeeld in twee categorieën: (1) aanbeveling voor het proces en (2) aanbevelingen voor de realisatie van projecten in het IHP. Proces ▪ Voer om de 4 jaar een actualisatie uit van het IHP. Maak daarbij duidelijke procesafspraken. ▪ ▪
Schoolbesturen nemen bij de eerstvolgende actualisatie MJOP’s en overzicht van beschikbare financiële middelen mee op basis van onder andere NEN2767. Stel om de 2 jaar een leerlingenprognose op en monitor vraag en aanbod (ruimtebehoefte en capaciteit). Hierbij is het belangrijk om de groei van de woningbouw te monitoren.
▪
Indexeer ieder jaar het beschikbaar gestelde budget per project tijdens de begroting met de BDB-index.
▪
Hanteer de gemaakte inventarisatie door deze 2-jaarlijks te actualiseren qua ruimtebehoefte en ruimtegebruik en beoordeling van de gebouwen. Dit is ook een mooi instrument om de gemeenteraad op de hoogte te houden van de vorderingen en resultaten vanuit het IHP.
▪
In het jaar voor beschikbaarstelling, de start van de realisatie van de toegekende voorziening, wordt een bouwvoorbereidingskrediet beschikbaar gesteld, na aanvraag voorziening conform verordening. Dit is onderdeel van het totale krediet van het project. Blijf gezamenlijk werken aan de nadere uitwerking van de duurzaamheidsambities voor de onderwijsvoorzieningen in het IHP, waarbij de landelijke ontwikkelingen nauwgezet worden gevolgd.
▪
Realisatie projecten IHP ▪ Stel een uitvoeringsprogramma op waarin staat omschreven welke stappen dienen te worden gezet, wie welke rol daarin heeft en welke (detail)planning wordt aangehouden. Het uitvoeringsprogramma en de voortgang van de realisatie van het huisvestingsplan dienen jaarlijks terugkerend tussen gemeente, schoolbesturen en opvangorganisaties te worden besproken in het OOGO. ▪ Stel een Plan van Aanpak op voor het hergebruik of de herontwikkeling van, op termijn, vrijvallende locaties. ▪ Stel bij uitvoering van een haalbaarheidsonderzoek en start van het project nogmaals het daadwerkelijke leerlingenaantal en daarmee de ruimtebehoefte/omvang vast. ▪ De realisatie van het huisvestingsplan heeft impact op een groot aantal leerlingen, ouders en bewoners. Communiceer gezamenlijk (gemeente, schoolbesturen, opvangorganisaties en eventueel bepaalde zorginstellingen) over de plannen en planning.
2230433/20240229JL01 | www.icsadviseurs.nl
38/40
Bijlage 1: Uitgangspunten CO2-uitstootberekening Voor het berekenen van de CO2-uitstoot wordt gebruikgemaakt van het programma Live Cycle Vision. Op basis van ingevoerde modellen, prestatie-eisen en installatieconcepten genereert het programma gebruiksgegevens zoals de CO2-uitstoot. Onderstaand zijn de aannames samengevat die in Life Cycle Vision zijn gebruikt om de CO2-uitstoot van de IHP-ingrepen te berekenen. Ingreep Nieuwbouw & Vernieuwbouw
Renovatie levensduurverlening 25 jaar
Bouwjaar (o.b.v. BB) n.v.t.
Kwaliteit
Capaciteit
ENG
gasloos
Frisse scholen B
behoefte
Voor 1945
BENG
gasloos
Frisse Scholen B
bestaand
1946 - 1979
BENG
gasloos
Frisse Scholen B
bestaand
1980 - 2002
BENG
gasloos
Frisse Scholen B
bestaand
2003 - 2020
BENG
gasloos
Frisse Scholen B
bestaand
2021 - heden
BENG
gasloos
Frisse Scholen B
bestaand
Installatieconcept (beproefde technieken) Lucht- water warmtepomp Lucht- water warmtepomp Lucht- water warmtepomp Lucht- water warmtepomp Lucht- water warmtepomp Lucht- water warmtepomp
Specificaties: ▪ ▪ ▪
Lokaalgrootte van 56 m² fno T/m 150 leerlingen een eenlaags gebouw. Bij meer dan 150 leerlingen dubbellaags gebouw waarbij 50% van de capaciteit op maaiveld en 50% van de capaciteit op de verdieping De gebruiksgebonden component is afhankelijk van de grootte van de school.
2230433/20240229JL01 | www.icsadviseurs.nl
39/40
De hoogste kwaliteitseisen aan onze dienstverlening. Een goed gebouw begint met het beste idee. Colofon Datum: Auteur(s):
29 februari 2024 Onno Damen & Stijn Olthof
info@icsadviseurs.nl 088 - 235 04 27
2230433/20240229JL01 | www.icsadviseurs.nl www.icsadviseurs.nl
40/40 Onderdeel van ICS Ruimteregiegroep BV