CConstaterende datWijdemeren
Koppel je AI →
Document · PDF

Get. Ontwerpjaarrekening 2023 Plassenschap def2803

gemeenteraad 4 juni 2024, gemeente WijdemerenBij agendapunt: Zienswijze ontwerp-begroting Plassenschap 2025 (Het raadsvoorstel is zonder stemming aangenomen.)12.677 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

PLASSENSCHAP LOOSDRECHT

ONTWERPJAARVERSLAG& JAARREKENING 2023 MAART 2024

1 Voorwoord 1.1 Jaarverslag en jaarrekening Voor u ligt het ontwerp jaarverslag en de ontwerp jaarrekening van het Plassenschap Loosdrecht e.o. over het jaar 2023. Het Plassenschap Loosdrecht eo. is sinds 1-1-2023 een bedrijfsvoeringsorganisatie (BVO), een samenwerkingsvorm op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr). Binnen deze BVO werken de gemeenten Wijdemeren, Stichtse Vecht en de Provincies Utrecht en Noord-Holland samen aan het beheer van publiek toegankelijke recreatiegebieden voor inwoners en bezoekers van de regio. De gemeente Utrecht is per 1januari 2023 geen deelnemer meer in het Plassenschap. De taak van het Plassenschap Loosdrecht eo. ingevolge de nieuwe BVO is het beheer en onderhoud en eventueel de exploitatie van eigendomen van het Plassenschap en de daarop aanwezige voorzieningen, het in stand houden van natuur en landschapsschoon, voor zover samenhangend met deze taak, alsmede het financieel beheer dat met deze taak samenhangt. Het gebied omvat alle wateren van de Loosdrechtse plassen, de beide Kievitsbuurten een pad en enkele terreinen en paden in het Veenweidegebied ten westen van de A2. Het plassengebied biedt daarmee publieke mogelijkheden voor ontspanning, rust, beweging en plezier voor inwoners én bezoekers van de regio. Het Plassenschap Loosdrecht e.o.

zet zich in voor openluchtrecreatie en zorgt voor het behoud van natuur, landschap en de cultuurhistorische elementen die bepalend zijn voor de kwaliteit het recreatiegebied. Daarnaast zorgt het Plassenschap voor het nautisch- en vaarwegbeheer van het openbaar water binnen het werkgebied.

Het Plassenschap heeft de uitvoering van zijn werkzaamheden Beheer & Onderhoud, Exploitatie, Bedrijfsvoering en Bestuursondersteuning met ingang van 1 januari 2023 belegd bij de gemeente Wijde meren. -

—

Het jaar 2023 was door de overgang naar een andere uitvoeringsorganisatie een transitiejaar jaar voor het Plassenschap. De jaarrekening 2023 heeft een overschot t.o.v. de begroting 2023 van per saldo € 428.864 (In 2022 was er nog een negatief saldo van € 575.746 voornamelijk veroorzaakt door de liquidatie van R.M.N.). In de jaarrekening is in het Overzicht van baten en lasten een analyse opgenomen ten opzichte van de begroting. Hieruit blijkt dat het behaalde resultaat met name een incidenteel karakter heeft en hoofdzakelijk veroorzaakt wordt doordat 2023 een transitiejaar betrof. Een relatief kleine groep medewerkers van de gemeente Wijdemeren heeft de werkzaamheden voor het Plassenschap in 2023 uitgevoerd, Voor een gedetailleerd overzicht van en een nadere toelichting op de afwijkingen ten opzichte van de begroting verwijzen wij u naar paragraaf 12.2.

2

ONDERTEKENING Aldus opgesteld door het bestuur van het Plassenschap Loosdrecht e.o. d.d. 28 maart 2024

Mevr. E. Kruijt Voorzitter (plv.)

Mevr. J. Brand Secretaris a.i

3

Inhoudsopgave 1

VOORWOORD

.2 2

JAARVERSLAG EN JAARREKENING

1 .1

ONDERTEKENING

3

JAARVERSLAG

6

2

6

3

PROGRAMMAVERANTWOORDING 2.1 2.2 2.3 2.4

PROGRAMMA 1: BEHEER EN ONDERHOUD

2.5

PROGRAMMA 5: ALGEMEEN (INCL. OVERHEAD)

6 8 9 10 12

PROGRAMMA 2: TOEZICHT EN HANDHAVING PROGRAMMA 3: ONTWIKKELING

PROGRAMMA4: EXPLOITATIE

PARAGRAFEN 3.1

LOKALE HEFFINGEN

3.2

WEERSTANDSVERMOGEN EN RISICOBEHEERSING

3.3

KENGETALLEN

3.4

ONDERHOUD KAPITAALGOEDEREN

3.5

FINANCIERING

3.6

BEDRIJFSVOERING

3.7

VERBONDEN PARTIJEN

3.8

GRONDBELEID

15 15 16 18 18 19 19 20 20 21

JAARREKENING 4

BALANS PER 31 DECEMBER 2023 (BEDRAGEN IN €)

21

5

OVERZICHT VAN BATEN EN LASTEN (BEDRAGEN IN €)

24

6

GRONDSLAGEN VOOR WAARDERING EN RESULTAATBEPALING

25

7

6.1

INLEIDING

6.2

ALGEMENE GRONDSLAGEN VOOR HET OPSTELLEN VAN DE JAARREKENING

6.3 6.4 6.5 6.6

VASTEACTIVA

25 25 25 26 26 26

VLOTTENDE ACTIVA VASTE PASSIVA

VLOTTENDEPASSIVA

TOELICHTING OP DE BALANS PER 31 DECEMBER 2023 7.1

VASTEACTIVA

7.2

VLOTTENDEACTIVA

27

7.3

EIGEN VERMOGEN

7.4

VOORZIENINGEN

7.5

VASTE SCHULDEN

7.6

NETTO VLOTTENDE SCHULDEN MET EEN RENTE TYPISCHE LOOPTIJD KORTER DAN ÉÉN JAAR

7.7

OVERLOPENDEPASSIVA

7.8

NIET UIT DE BALANS BLIJKENDE VERPLICHTINGEN

TOELICHTING OP HET OVERZICHT VAN BATEN EN LASTEN 8 GEDEFINIEERD.

27 29 32 33 34 34 35 35

FOUT! BLADWIJZER NIET

8.1

TOELICHTING PER PROGRAMMA

FOUT! BLADWIJZER NIET GEDEFINIEERD.

8.2 8.3

RECHTMATIGHEID

FOUT! BLADWIJZER NIET GEDEFINIEERD.

OVERZICHT VAN INCIDENTELE BATEN EN LASTEN

FouT! BLADWIJZER NIET GEDEFINIEERD.

4

8.4

OVERZICHT VAN DE GEREALISEERDE BATEN EN LASTEN PER TAAKVELD

9 WET NORMERING BEZOLDIGING TOPFUNCTIONARISSEN PUBLIEKE EN SEMIPUBLIEKE SECTOR 9.1

BEZOLDIGING TOPFUNCTIONARISSEN

9.2

OVERIGE RAPPORTAGEVERPLICHTINGEN OP GROND VAN DE WNT

9.3

LEDEN EN PLAATSVERVANGENDE LEDEN EN SECRETARIS VAN HET BESTUUR LSD

10

GEBEURTENISSEN NA BALANSDATUM

37 38 38 39 39 39

BIJLAGEN

40

11

STAAT VAN LANGLOPENDE GELDLENINGEN

40

12

PROGRAMMAREKEN ING ‘OUDE STIJL’

41

12.1

PROGRAMMAREKENING INGEDEELD NAAR VOORMALIGE BEGROTINGSPOSTEN

12.2

TOELICHTING AFWIJKINGEN PER BEGROTINGSPOST

41 42

5

JAARVERSLAG

2 Programmaverantwoording 2.1

Programma 1: Beheer en onderhoud

Beheer en onderhoud omvat het beheer en (dagelijks, groot- en vervangings-) onderhoud van de terreinen en plassen, fiets- en wandelpaden en het onderhouden van voorzieningen. Het niveau van beheer en onderhoud verschilt per terrein, per seizoen en is afhankelijk van onder meer wet- en regelgeving, de functie, de intensiteit van gebruik en de behoefte van recreanten en de opdracht van het Plassenschap. In onderstaande alinea’s wordt per opgave in het programma de voortgang geschetst. Optimalisatie werkprocessen Opgave De gemeente Wijdemeren voert per 1 januari 2023, in opdracht- en voor rekening van het Plassenschap Loosdrecht, het beheer over het werkgebied van het Plassenschap Loosdrecht e.o. Dit is vastgelegd in de Gemeenschappelijke Regeling Bedrijfsvoeringsorganisatie Plassenschap Loosdrecht e.o. 2023. Voor het jaar 2023 hebben de deelnemers een transitieperiode afgesproken. Dit jaar is gebruikt om de gemeente Wijdem eren als nieuwe beheerder vertrouwd te maken met het werkgebied en de kapitaalgoederen.

Realisatie In 2023 is samen met een viertal adviesbureaus op basis van onder andere een tweetal schouwen en nadere inspecties, drie beheerplannen opgesteld. Het betreft het Beheerplan Areaal Plassenschap Loosdrecht e.o. (voor de terreinen, eilanden en vaarwegen), het Beheerplan Vastgoed en het Beheerplan Sluizen. Daarnaast is er op basis van eerdere inspecties en kennis bij het huidige personeel een bureaustudie gedaan naar de staat van onderhoud van de beschoeiingen.

Op basis van de hierboven genoemde beheerplannen en bureaustudies zijn de benodigde budgetten voor het Dagelijks Onderhoud (DO) en het Groot Onderhoud (GO) berekend en is een meerjareninvesteringsplan (MJIP >10 jaar) voor de vervangingsinvesteringen (VV) opgesteld. Op 6 september 2023 heeft het bestuur van Plassenschap Loosdrecht e.o. besloten om de beheerplannen en het meerjareninvesteringsplan (MJIP) als uitgangspunt te gebruiken voor het opstellen van het vierjarig Uitvoeringsplan en het vierjarig Financieel Perspectief. Het vierjarig Uitvoeringsplan is een vervolg op het beheerplan Areaal Plassenschap Loosdrecht en het MJIP en geeft inzicht in wat er in de komende vier jaar op de planning staat en wat de financiële gevolgen daarvan zijn. Het vierjarig Financieel Perspectief is een richtinggevend kader voor de begrotingen 2024-2027. Deze stukken zijn samen met dele Begrotingswijziging 2024 op 13 december 2023 in concept vastgesteld en aan de deelnemers aangeboden voor zienswijzen.

Begin januari 2023 is een nieuwe kunststof steiger bij eiland Geitekaai in brand gestoken door vandalen. De verbrande delen van de steiger zijn verwijderd en de steiger is ingekort.

In Ql van 2023 is de eerste fase van de te vervangen beschoeiing bij de Strook afgerond. In Q3 2023 is de voorbereiding voor de twee fase van de vervangen beschoeiing van de Strook opgestart. Uitvoering van de tweede fase staat gepland voor Ql 2024. 6

Het project vervangen remmingswerken Mijndense sluis is in 2023 opgestart en wordt in Q1 2024 uitgevoerd.

In 2023 hebben zich ook een aantal schades voorgedaan aan de beschoeiingen van eiland Weer en eiland Meent. Deze schades zijn in 2023 gerepareerd. Daarnaast hebben we ook te maken gehad met een lekkage in de sluisdeuren van de Kraaienestersluis. Een aannemer heeft de sluis drooggezet en de lekkage verholpen.

Wat heeft het gekost? Realisatie 2022 Begroting 2023 Realisatie 2023

Af4jking begroting realisatie (47.364) 153.735 (201.099) -

Baten Saldo van baten en lasten Toevoegingen aan reserves Onttrekkingen aan reserves Gerealiseerd resultaat

1

1.110.296 1.193.557 (83.261) -

-

(83.261)

1.389.350 1.389.350 (0)

1.436.714 1.235.615 201.099 1 7.327 17.327 201.099

-

-

-

-

(O)

(201.099)

Deze lasten en baten komen als volgt ten laste van dit programma: OmschrijÂng

Lasten Doorbelaste personeelskosten Kwaliteitsbijdrage aan derden t.b.v. toezicht en handhaÂng Inhuur personeel derden

Begroting 2023

Realisatie 2023

Afwjking begrotingrealisatie

515.714

209.822

(305.892)

315.000

315.000 125.866

125.866

382.453 86.822 269.387

64.453 86.822 (18.613)

l.436.7l4j 1.389.350

(47.364)

-

-

Kapitaallasten

Onderhoud en uiIafoer Onderhouds inspecties (incidenteel) Dotatie oorziening groot onderhoud Belastingen en verzekeringen Energie- en waterkosten Overige kosten Totaal lasten i

318.000 288.000

7

OmschrijÂng

Baten Externe baten toezicht en handha’ving Dirse baten Transparantie BTW Instandhoudingsbijdrage pIassengebied Toegerekende deelnemersbijdrage Totaal baten Totaal resultaat programma 1 Toeoegingen aan resees Onttrekkingen aan resers Gerealiseerd resultaat

r

Begroting 2023

Realisatie 2023

209.000 119.000 218.000 106.000 583.615 1.235.615 201.099 17.327 17.327 201.099

220.844 -

139.704 94.156 934.646 1.389.350 0 -

-

0

AfviÉjking begroting realisatie

-

(11.844) 119.000 78.296 11.844 (351 031) (153.735) (201.099) 0 0 (201.099)

Lasten De doorbelaste personeelskosten betreffen de kosten van de onderhoudsmensen in dienst bij de gemeente Wijdemeren. In de raming 2023 is hierin budget opgenomen voor onderhoudsinspecties in het transitiejaar. In dit budget is ook opgenomen, extra formatieruimte voor uitbreiding van personeel onderhoud. De besteding van het budget “Doorbelaste personeelskosten” is binnen dit programma zichtbaar gemaakt. De inhuur betreft ingevulde vacatureruimte personeel onderhoud. Verder zijn in plaats van het invullen van extra formatie, werkzaamheden belegd bij aannemers, waardoor lasten van onderhoud en vuilafvoer hoger zijn uitgevallen dan de raming. De eerdergenoemde onderhoudsinspecties zijn apart zichtbaar gemaakt. De dotatie aan de voorziening groot onderhoud is lager dan de raming, maar sluit aan bij het budget, dat volgens de opgestelde rapportages nodig is in het kader van het wegwerken van achterstallig onderhoud in het werkgebied van het Plassenschap. Baten In de begroting zijn de deelnemersbijdragen naar rato aan de programma’s toegerekend, waardoor het mogelijk was dat een programma een batig saldo had door deze toerekening. De deelnemersbijdragen zijn bedoeld om het saldo van lasten en baten van de programma’s kostendekkend te laten zijn. Een eventueel overschot aan deelnemersbijdragen wordt verantwoord bij programma 5.

2.2 Programma 2: Toezicht en handhaving Vanaf 2023 voert het Plassenschap de taken uit het voormalige programma Toezicht en Handhaving” niet meer uit. In juni 2022 heeft de Plassenraad nog wel besloten een solidariteitsbijdrage toezicht en handhaving op te nemen in de begroting. De deelnemers aan het Plassenschap besluiten gezien het gemeenschappelijk belang om de kosten voor beheer, onderhoud en exploitatie te beheersen, om een onverplichte financiële bijdrage te leveren voor deze taken via de begroting van het Plassenschap. De twee gemeenten ontvangen daarvoor vanuit de begroting van het Plassenschap een vergoeding in de vorm van een solidariteitsbijdrage voor toezicht en handhaving, die overeenkomt met het gebudgetteerde nadeel van de twee gemeenten. In dit geval blijven de uitgaven van het Plassenschap per saldo even hoog, Het Plassenschap verstrekt een solidariteitsbijdrage aan beide gemeenten van in totaal € 315.000 (prijspeil 2023).

8

De opbrengsten van vergunningen en met name van de snelvaarontheffingen zijn met ingang van 2023 bij het Plassenschap komen te vervallen, daar komt voor terug een instandhoudingsbijdrage voor het gebied vanuit de gemeente Wijdemeren. Deze instandhoudingsbijdrage bestaat uit de door de gemeente Wijdemeren ontvangen opbrengsten van de snelvaarontheffingen met daarop in mindering gebracht de gemaakte kosten. In deze jaarrekening is de instandhoudingsvergoeding als bate toegevoegd. Het saldo tussen de verstrekte solidariteitsbijdrage” en de ontvangen “instandhoudingsbijdrage”, is als extra deelnemersbijdrage kwaliteitsbijdrage” opgevoerd. De “kwaliteitsbijdrage” en de instandhoudingsbijdrage” zijn samen gelijk aan de hiervoor genoemde bijdrage aan de beide gemeenten voor toezicht en handhaving en zijn communicerende vaten. De kwaliteitsbijdrage en de instandhoudingsbijdrage zijn verantwoord onder programma 1. Zie aldaar.

Wat heeft het gekost? Realisatie 2022 Begroting 2023 Realisatie 2023

Baten

Saldo van baten en lasten Toevoegingen aan reserves Onttrekkingen aan reserves Gerealiseerd resultaat

Afwijking begroting realisatie

-

324.789 677.611 (352.822)

2.3 Programma 3: Ontwikkeling Gebiedsakkoord Oostelijke Vechtplassen Het Plassenschap brengt zelf geen recreatieve ontwikkelingen op gang, maar werkt daaraan wel actief mee. De afwegingskaders voor de haalbaarheid van ruimtelijke ingrepen liggen niet binnen de scope van het Plassenschap. Het Plassenschap Loosdrecht e.o. is medeondertekenaar van het Gebiedsakkoord Oostelijke Vechtplassen (OVP). Binnen het OVP zijn diverse projecten benoemd, waarbij de medewerking van het Plassenschap een belangrijke rol speelt. Het Plassenschap is voor het project baggeren een verplichting aangegaan van in totaal € 906.000. Deze bijdrage wordt volgens een vastgesteld kasritme bijgedragen in de periode 201 7-2028. Tot en met 2026 wordt jaarlijks een bedrag verantwoord van afgerond € 70.900. In het laatste jaar van het project wordt het resterende deel ineens afgewikkeld of een eventueel restant verrekend. Voor het baggerproject heeft Plassenschap een bestemmingsreserve oostelijke Vechtplassen in het leven geroepen, de jaarlijks te betalen vergoeding komt ten laste van deze bestemmingsreserve. In 2023 heeft het Plassenschap meegewerkt aan het baggerproject Loosdrechtse plassen en aan de projecten Pilots in de Kievitsbuurten, Moerasvogels, Rondje om de Zuid en het beheerplan Woekerende Waterplanten. Deze projecten vinden (deels) plaats op eigendommen van het Plassenschap.

Terreinen Plassengebied In het licht van het transitiejaar 2023 zijn er geen ontwikkelingen geweest op de recreatie-eilanden. Ook heeft om diezelfde reden geen nadere verkenning naar passende recreatieve ontwikkeling bij de terreinen Bosdijk, Zwaan, de Aa, de Geer, Oukoperdijk in het westelijk weidegebied van het schap plaatsgevonden.

—

—

9

Wat heeft het gekost? Realisatie 2022 Begroting 2023 Realisatie 2023

Lasten Baten Saldo van baten en lasten Toevoegingen aan resers Onttrekkingen aan reserves Gerealiseerd resultaat

70.900

70914

76.232 (5.318)

-

70.900 2.393 70.914 2.379

-

70.914 (76.232)

OmschnjÂng

Realisatie 2023

A&.ijking begroting realisatie

70.900 70.900

70.914 70.914

14 14

Begroting 2023

Realisatie 2023

Afvi4jking begroting realisatie

Lasten Gebiedsakkoord, baggeren Totaal lasten 0mschnjÂng

Baten Toegerekende deelnemersbijdrage Totaal baten Totaal resultaat programma 1 Toeveegingen aan reserves Onttrekkingen aan reserves Gerealiseerd resultaat

-

-

70.900 2.393 70.914 2.379

2.393 2.393 68.521 2.393 70.914 -

-

70.914

14

2.393 68.521 2.393 70.914

2.393 (2.379)

-

Begroting 2023

A&jking begroting realisatie

-

-

(2.379)

-

-

(2.393) (2.393) (2.379) 0 0 (2.379)

2.4 Programma 4: Exploitatie De exploitatie van het Plassenschap betreft het uitbaten van bezittingen, via erfpacht-, opstal-, huur- en gebruiksovereenkomsten. Erfpachtovereenkomsten worden voor een lange termijn aangegaan, huur- en gebruiksovereenkomsten zijn vaak voor een korte(re) termijn. Het schap heeft erfpachtovereenkomsten voor Paviljoen De Strook, Recreatiecentrum Mijnden en (tegen een symbolisch tarief) eiland Robinson Crusöe. De opstal op eiland Meent wordt verhuurd. Deze exploitanten vormen een belangrijke bron van inkomsten (Mijnden) en/of dragen bij aan recreatief gebruik van het Plassengebied. Huur- en gebruiksovereenkomsten worden aangegaan voor het gebruik van terreinen door hondenuitlaatservices, het gebruik van een steiger, visrecht, faunabeheer, het gebruik van een eiland of terrein voor een activiteit zoals een scoutingkamp, suppen etc. Dit zijn zeer diverse overeenkomsten voor (regelmatig terugkerende) eenmalige activiteiten of korte termijn gebruik. namens deelnemende gemeenten een van de opdrachtgevers van het Verder is het Plassenschap is Routebureau Utrecht. Uniform beheer en onderhoud, ontwikkeling en informatievoorziening & marketing m.b.t. de bewegwijzerde routenetwerken voor fietsen, wandelen en varen (sloepen) loopt via het Routebureau. Het Plassenschap draagt hier in 2023 afgerond € 25.300 aan bij. —

-

Exploitatie biedt de mogelijkheid om de recreatieve meerwaarde van het gebied te vergroten en/of meer inkomsten te genereren. 10

Het schap voert in opdracht van de twee gebiedsgemeenten de vuilnisophaaldienst in de legakkergebieden uit. De gemaakte lasten worden volledig doorbelast aan de gemeenten. Verder wordt bij de Mijndense Sluis boten tegen betaling geschut. Er zijn sluiswachters in dienst (155 fte.), die tijdens het seizoen nog met vaste inhuurkrachten worden aangevuld om het dienstrooster rond te kunnen krijgen. De opbrengsten van het schutten vielen in 2023 tegen. Opbrengst afgerond € 85.000. De erfpacht Mijnden is in 2023, conform contract, met 12% verhoogd tot € 281 .300. Het opstalrecht bij de Strook was in 2023 aan de vijfjaarlijkse herziening toe. Conform contract is het opstalrecht verhoogd tot € 12.100.

Wat heeft het gekost? Realisatie 2022 Begroting 2023 Realisatie 2023

361.846 858.057 (496.211)

619.103 993.047 (373.944)

599.784 599.784 0

Afiijking begroting realisatie (19.319) (393.263) 373.944

(496.211)

(373.944)

0

373.944

-

Lasten Baten Saldo van baten en lasten Toeoegingen aan resers Onttrekkingen aan reserves Gerealiseerd resultaat

Omschrijng

Lasten Doorbelaste personeelskosten Inhuur personeel derden Kapitaallasten Onderhoud en uilafoer Routebureau Belastingen en erzekenngen Energie- en waterkosten Orige kosten Totaal lasten

Begroting 2023

Realisatie 2023

232.000 37.000 311.000

101.245 42.918 290.897 68.884 25.299 38.497 22.845 9.200 599.784

-

-

10.000 24.000 5.103 619.103

A&jking begroting realisatie

-

(130.755) 5.918 (20.103) 68.884 25.299 28.497 (1.155) 4.097 (19.319)

11

OmschrijÂng

Baten Sluisgelden Vuilnisophaaldienst Rechten Erfpacht en huur Oerige Transparantie BTW Toegerekende deelnemersbijdrage Totaal baten Totaal resultaat programma 4 Toeoegingen aan resers Onttrekkingen aan resers Gerealiseerd resultaat

Afviijking begroting realisatie

Realisatie 2023

Begroting 2023

(3.945) 3.514 18.062 (6.508) 3.608 (86.793) (321.202) (393.263) 373.944

86.055 64.514 18.062 326.492 333.000 3.608 7.207 94.000r 415.047 93.845 599.784 993.047 (373.944), 0 90.000 61.000 -

-

-

t

1

-

-

(373.944)

0

-

L

-

-

Lasten De doorbelaste personeelskosten betreffen de sluiswachters, de inhuur betreft eveneens sluiswachters. Onder onderhoud en vuilafvoer zijn hoofdzakelijk de kosten van de vuilnisophaaldienst particulieren en de kosten van het Routebureau hier verantwoord. De lasten van de vuilnisophaaldienst wordt doorbelast aan de gebiedsgemeenten, die opdrachtgever zijn aan het Plassenschap. De totaal geraamde personeelskosten en inhuur bedragen € 269.000. De totaal hier verantwoorde lasten personeel en inhuur bedragen afgerond € 238.300. De kapitaalasten zijn in de begroting onder dit nummer verantwoord, hoewel programma 1 een logischere keuze is. De onderschrijding is het gevolg van latere realisatie van investeringen, waardoor de start van de afschrijvingen ook later start. Baten De rechten betreffen in het verleden uitgegeven meerjarige vergunningen, die verspreid over meerdere jaren worden verantwoord. Verder betreft het de inkomsten uit vis- en jachtrecht. In de begroting zijn de deelnemersbijdragen naar rato aan de programma’s toegerekend, waardoor het mogelïjk was dat een programma een batig saldo had door deze toerekening. De deelnemersbijdragen zijn bedoeld om het saldo van lasten en baten van de programma’s kostendekkend te laten zijn. Een eventueel overschot aan deelnemersbijdragen wordt verantwoord bij programma 5.

2.5 Programma 5: Algemeen (mci. overhead) Programma 5 is een beleidsarm programma. Naast de algemene dekkingsmiddelen en de post onvoorzien zijn tevens algemene kosten en overhead opgenomen. Het betreft doorbelaste personeelskosten op grond van uitvoering van de reguliere functies zoals financiën, programmamanagement, juridische zaken, communicatie en bestuursondersteuning. De taken worden grotendeels door eigen formatie dan wel door inhuur uitgevoerd. De functies zijn, behoudens de functie van secretaris van het bestuur, ingebed in de reguliere organisatie van Wijdemeren. De hier verantwoorde lasten betreffen de directe uren van eigen personeel. Functies zoals HRM, control, lOT, algemeen management en archief (DIV) worden doorbelast op basis van een opslagpercentage van 25,2% over de doorbelaste personeelskosten. 12

De functie van secretaris van het bestuur wordt geleverd via de provincie Utrecht. Verder zijn de kosten van de werkhaven Rim boe hier ondergebracht. In 2023 heeft op lOT-gebied specifieke implementatie van het beheerpakket plaatsgevonden en is het financieel pakket van het Plassenschap verder ingericht. De lasten zijn verantwoord onder de ‘Overige kosten”.

Wat heeft het gekost? Realisatie 2022 Begroting 2023 Realisatie 2023

1.604.272

950.835 780.369 170.466

419.448 848.312 (428.864)

Afvijking begroting realisatie (531.387) 67.943 (599.330)

1.604.272

170.466

(*.8t864)

(599.330)

-

Lasten Baten Saldo van baten en lasten Toeoegingen aan resers Onttrekkingen aan resers Gerealiseerd resultaat

Omschrijving

Lasten Doorbelaste personeelskosten Doorbelaste orhead Inhuur personeel derden Kapitaallasten Onderhoud en ‘uilafoer Belastingen en rzekeringen Energie- en waterkosten Nagekomen lasten Orige lasten Totaal lasten

1.604.272 -

Begroting

Realisatie

2023

2023

556.000 335.000

200.067 128.806 37.600 984 10.030 3.096 7.914 (10.936) 41.886 419.448

5.ÔÔO 7.000

47.835 950.835

1

-

(355.933) (206.194) 37.600 (4.016) 10.030 (3.904) 7.914 (10.936) (5.949) (531.387) Afwijking begroting realisatie

OmschrijÂng

Ontvangen rente Dierse baten Transparantie BTW Toegerekende deelnemersbijdrage Totaal baten Totaal resultaat programma 5 Toeoegingen aan resers Onttrekkingen aan resers Gerealiseerd resultaat

Afviijking begroting realisatie

-

58.000 144.000 578.369 780.369 170.466

68.077 734.819 848.312 (428.864)

45.416 (58.000) (75.923) 156.450 67.943 (599.330)

170.466

(428.864)

(599.33Ö)

45.416

13

Lasten De doorbelaste personeelskosten zijn aanzienlijk lager dan begroot. Een relatief kleine groep medewerkers van de gemeente Wijdemeren heeft in het transitiejaar de werkzaamheden t.b.v. het Plassenschap uitgevoerd. Dit leidt tot een forse onderschrijding van de doorbelaste personeelskosten. Direct gekoppeld aan alle doorbelaste personeelskosten is de doorbelaste overhead. Door de over de hele linie lagere doorbelaste personeelskosten valt ook deze post navenant lager uit. Het is niet te verwachten, dat de onderschrijding in deze omvang structureel zal zijn. De inhuur betreft de bestuurssecretaris voor het Plassenschap Loosdrecht eo., die conform afspraak is ingehuurd via de Provincie Utrecht. Baten Per ultimo 2022 is een vaste geldlening aangetrokken van in totaal € 2.000.000. Deze middelen zijn niet direct aangewend. De overtollige middelen zijn conform de wetgeving aangehouden in de Schatkist. De schatkist vergoedt rente over het saldo. Door de toegenomen rentestanden is over 2023 aan rente een totaalbedrag van € 45.416 ontvangen. De niet voor dekking van de saldi van de programma’s benodigde middelen zijn verantwoord onder programma 5. De rekening 2023 heeft een overschot aan dekkingsmiddelen van € 428.864.

14

3 Paragrafen Op grond van het BBV is het verplicht om voor zeven program ma-overschrijdende thema’s verantwoording af te leggen in een afzonderlijke paragraaf. Voor het Plassenschap geldt dat, gelet op de aard van de activiteiten van het Plassenschap, niet alle paragrafen van toepassing zijn. Om die reden zijn alleen die paragrafen opgenomen die van toepassing zijn.

Paragaaf

Wel/niet opgenomen

Lokale heffingen

Wel

Weerstandsvermogen en risicobeheersing Onderhoud kapitaalgoederen Financiering Bedrijfsvoering Verbonden partijen Grondbeleid Openbaarheid

Wel Wel Wel Wel Niet N.v.t. Wel

Toelichting

-

Per 1-1 -2023 naar gemeenten Zie paragraaf 3.2 Zie paragraaf 3.3 Zie paragraaf 3.4 Zie paragraaf 3.5 Zie paragraaf 3.6 Zie paragraaf 3.7 Zie paragraaf 3.8

3.1 Lokale heffingen Het Plassenschap Loosdrecht e.o. verleende ontheffing van een aantal verboden die zijn opgenomen in de Verordening Plassenschap Loosdrecht, Voorrangsregeling Mijndense Sluis, Woonschepenverordening en het Besluit Motorboten. Met ingang van 1-1 -2023 zijn deze taken teruggevallen naar de gemeente Wijdemeren. Van de in de afgelopen jaren verleende ontheffingen, die nog een doorlooptijd hebben tot en met 2023 en 2024 zijn de opbrengsten nog vrijgevallen in deze jaarrekening.

LOKALE HEFFINGEN

REKENING 2023

Jaarontheffingen snelvaren (naar gem. Wijdem eren) Dagontheffingen snelvaren (naar gem. Wij dem eren) Wachtlijst motorbootontheffing (naar Wij dem eren) Rechten pleziervaartuigen (vrijval aandeel 2023)

3.390

Overige ontheffingen (vrijval laatste jaar)

9.596

Totaal

12.986

0 0 0

3.1.1 Snelvaren particulieren (jaar, dag en wachtlijst) De ontheffingen om te kunnen snelvaren op de le t/m 4e plas en de waterskibaan op de 5e plas worden verleend op grond van het Besluit Motorboten. De bevoegdheid tot het verlenen van ontheffingen is bij de start van de bedrijfsvoeringsorganisatie Plassenschap Loosdrecht e.o. teruggevallen naar de gemeente Wijde meren.

15

3.2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing De begroting van het Plassenschap bestaat voor een deel uit te realiseren exploitatie-opbrengsten, zoals schutten bij de sluis en evenementen. Het schap onderscheidt per 31 december 2023 de volgende risico’s: Omschrijving risico

Bedrag

Wanneer

Frequentie

1 2 3

Erfpacht en huur Schutgelden Mijndense sluis Bestrijding hinderlijke waterplanten

17.000 10.000

Jaarlijks Jaarlijks Jaarlijks

4 5 6 7

Rente Klimaatverandering Marktwerking en kostenstijgingen onderhoud Uitkomsten inspecties MJOP en MJIP

28.000 PM

2023 e.v. 2023 e.v. 2023 e.v. 2023 e.v. 2023 e.v. 2023 e.v. 2023 e.v.

8

Onvoorziene risico’s

50.000

2023 e.v.

Jaarlijks

Totaal risico’s

211 .000

Totaal risico’s met correctie kansberekening (90%)

190.000

40.000 26.000 40.000

Jaarlijks Jaarlijks Jaarlijks Jaarlijks

We gaan er vanuit dat niet alle risico’ s zich tegelijkertijd zullen voordoen. Om hiervoor te corrigeren wordt, conform de begroting 2023, een percentage van 90% berekend over het totaal berekende risicobedragen. Toelichting op de genoemde risico’s: 1.

Erfpachten huur

De geraamde omzet voor 2023 bedraagt ca. € 333.000. Het risico wordt ingeschat op 5% van de omzet. Zijnde afgerond € 17.000. Dit risico heeft zich overigens niet voorgedaan in 2023. 2.

Schutgelden Mijndense sluis

De omzet voor 2023 is aanzienlijk lager dan de raming en de in 2022 gerealiseerde opbrengst. Dit komt hoofdzakelijk door wisselende weersomstandigheden op de momenten, dat het ertoe doet. Bij tegenvallende weersomstandigheden kan de opbrengst lager uitvallen dan begroot. Het gemiddelde risico bedraagt € 10.000. Dit risico heeft zich in 2023 voorgedaan. Er is echter geen reden om het weerstandsvermogen aan te spreken. 3.

Van bestrijding naar beheersing van hinderlijke waterplanten

Bestrijding van hinderlijke waterplanten is een project van de Aanpak Oostelijke Vechtplassen (OVP), thans nog concept is opgesteld. De gedachten zijn tot nu toe: de waarbinnen een gezamenlijk plan verschillende beherende overheden dragen hun eigen kosten; voor het uitvoeren van maatregelen bij bedrijven wordt aan 50% cofinanciering gedacht, waarvoor externe dekking wordt gezocht. Ook wordt een fonds gevormd voor bijzondere omstandigheden. Het schap is bereid aan de uitvoering van de plannen mee te werken maar niet bereid om extra geld beschikbaar te stellen voor een calamiteitenfonds en een innovatiefonds. Bij de berekening van het risico wordt alleen gerekend met kosten van bestrijding van hinderlijke waterplanten in vaarwateren die in eigendom c.q. beheer bij het Plassenschap zijn. Omdat het onzeker is of en in welke mate waterplanten in de eigendommen van het schap in de toekomst bestreden moeten worden, is niet bekend wat dit financieel voor het Plassenschap betekent. Als risico voor het schap ramen we, op basis van aannames een bedrag van € 40.000 —

-

Het Plassenschap heeft voor dit project in 2023, evenals in 2022, geen kosten gemaakt anders dan personele inzet en het reguliere vaarwegbeheer. 16

4.

Rente

Het rentepercentage voor nieuwe vaste geldleningen is in de begroting 2023 geraamd op 2,5%. Dit percentage is gebaseerd op een reële inschatting van de marktrente op het moment van afsluiten. Een rente van 1,0% hoger dan deze verwachting resulteert bij de een lening van 1 miljoen in een structureel risico van € 10.000 per jaar. De rente is in 2023 daadwerkelijk sterk gestegen, het geraamde risico zou zich hebben voorgedaan, als er een nieuwe geldlening zou zijn aangetrokken. Er is in 2023 echter geen nieuwe lening aangegaan. Het risico heeft zich derhalve in 2023 niet voorgedaan. Voor de komende jaren zal fors worden geïnvesteerd, waarbij rekening is gehouden met een rentepercentage van 3,5%. Voor de komende 4 jaar wordt gemiddeld € 2.600.000 per jaar aan vreemd vermogen aangetrokken. Het risico wordt voor de komende jaren geraamd € 26.000. 5.

Klimaatverandering

Een belangrijke tendens is te zien in de merkbare gevolgen van klimaatveranderingen voor de onderhoudsmaatregelen. Er moet rekening worden gehouden met de volgende aspecten: •

•

•

Langer groeiseizoen (waardoor extra maaibeurten nodig zijn), maar ook een korter snoeiseizoen daar bomen weer eerder uitlopen. Daardoor kan achterstand ontstaan in hakhout snoei en omdat te voorkomen moeten er soms ook snoeiwerk uitbesteed worden. Wateroverlast en droogte alsmede wind (storm) hierdoor raken oevers beschadigd alsmede de beschoeiingen. Ook meer kosten aan beplanting en beschoeiingen om de terreinen veilig te houden. Alsmede kosten aan water te geven om jonge aanplant te laten aanslaan Ontwikkeling van ziektes en invasieve exoten (o.a de ziekte essentaksterfte, die herplant en veilighouden terreinen noodzakelijk maken.

Elk seizoen is anders en onderhoudswerkzaamheden zijn lastig te vergelijken per jaarschijf. Extra water en extra maaien zijn lastig te kwantificeren. Evenals in 2022, zijn er in 2023 in het werkgebied van het Plassenschap geen grote excessen geweest welke direct verband houden met klimaatverandering. 6.

Marktwerking en kostenstijgingen onderhoud

De prijzen zijn redelijk gestabiliseerd na een forse toename in de afgelopen jaren. De opgestelde beheerplannen zijn bepaald op basis van prijspeil 2023. Het CPB verwacht een normale stijging van de kosten in de komende jaren. Als prijsrisico ramen we 5% van het totale jaarlijkse onderhoudsbedrag excl. BTW zijnde € 28.000. 7.

Uitkomsten inspecties MJOP en MJIP

In 2023 heeft een complete inventarisatie van het gebied plaatsgevonden en zijn de daaruit volgende onderhouds- en vervangingsmaatregelen in en een nieuw opgesteld MJOP en MJIP vastgelegd. Deze plannen zijn door het bestuur vastgesteld. Er is sprake van achterstanden in het groot onderhoud, waarvoor een “voorziening groot onderhoud” is getroffen. In de periode 2024-2027 zullen de achterstanden in het groot onderhoud conform plan worden weggewerkt. Na deze periode zal een reguliere cyclus van groot onderhoud starten. Op basis van deze plannen uit het MJIP en MJOP zijn de risico’s op het gebied van groot onderhoud en vervangingsinvesteringen, zover ons nu bekend, weggenomen. Het risico wordt nu PM geraamd. 8.

Onvoorziene risico’s

Naast bovengenoemde grote risico’ s heeft onze gemeenschappelijke regeling te maken met kleinere risico’ s, zoals het illegaal dumpen van giftige afvalstoffen, niet verhaalbare vernielingen en wijzigingen in wetgeving met mogelijk financiële gevolgen. Deze worden niet afzonderlijk benoemd en gekwantificeerd, maar hiervoor wordt gedurende de meerjaren termijn een gelijkblijvend risicobedrag aangehouden van € 50.000. 17

Kengetallen De kengetallen geven inzicht in de financiële positie van het Plassenschap.

Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen Solvabiliteitsratio Grondexploitatie Structurele exploitatieruimte Belastingcapaciteit

3.2.1

Jaarrekening 2022 110% 110% 10% n.vt. -21% n.v.t.

Jaarrekening 2023 118% 118% 14% n.v.t. 15% n.v.t.

Netto schuldquote

Hoe hoger de schuld, hoe hoger de netto schuldquote. De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van het Plassenschap ten opzichte van de eigen middelen en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. De netto schuldquote is hoog, maar met de deelnemers is afgesproken dat de basisvoorzieningen in het gebied op orde moet zijn, daar zijn vervangingsinvesteringen in de komende jaren bij nodig. Dit zal leiden tot een netto schuldquote hoger dan 130%. Zolang de deelnemers het nadelig saldo van het Plassenschap betalen zal een hogere schuldquote niet tot financiële problemen leiden.

3.2.2

Solvabiliteitsratio

Dit kengetal drukt het eigen vermogen als percentage van het totale vermogen uit. Hoe hoger het percentage hoe beter het Plassenschap in staat is aan de financiële verplichtingen te voldoen. In dit kengetal is het positieve resultaat 2023 in de vergelijking opgenomen. Zonder toevoeging van dit resultaat aan de algemene reserve is de solvabiliteitsratio aanzienlijk lager namelijk, geen 14% maar 9%.

3.2.3

Structurele exploitatieruimte

Dit kengetal geeft aan hoe groot de structurele exploitatieruimte is, doordat gekeken wordt naar de structurele baten en de structurele lasten en deze worden vergeleken met de totale baten. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten te dekken. Door de éénmalig lagere doorbelasting van personeelskosten is er een batig saldo over 2023 ontstaan. De lagere doorbelasting wordt veroorzaakt, doordat 2023 een transitiejaar was en slechts een relatief kleine groep medewerkers zich heeft beziggehouden met de werkzaamheden m.b.t. het Plassenschap, dat zal veranderen met ingang van 2024.

3.3 Onderhoud kapitaalgoederen Deze tekst is ook toegepast bij programma 1. Beheer en onderhoud. In 2023 is samen met een viertal adviesbureaus op basis van onder andere een tweetal schouwen en nadere inspecties, drie beheerplannen opgesteld. Het betreft het Beheerplan Areaal Plassenschap Loosdrecht e.o. (voor de terreinen, eilanden en vaarwegen), het Beheerplan Vastgoed” en het “Beheerplan Sluizen”. Daarnaast is er op basis van eerdere inspecties en kennis bij het huidige personeel een bureaustudie gedaan naar de staat van onderhoud van de beschoeiingen. Op basis van de hierboven genoemde beheerplannen en bureaustudies zijn de benodigde budgetten voor het Dagelijks Onderhoud (DO) en het Groot Onderhoud (GO) berekend en is een meerjareninvesteringsplan (MJIP >10 jaar) voor de vervangingsinvesteringen (VV) opgesteld. Op 6 september 2023 heeft het bestuur van Plassenschap Loosdrecht e.o. besloten om de beheerplannen en het meerjareninvesteringsplan (MJIP) als uitgangspunt te gebruiken voor het opstellen van het vierjarig Uitvoeringsplan en het vierjarig Financieel Perspectief. 18

Het vierjarig Uitvoeringsplan is een vervolg op het beheerplan Areaal Plassenschap Loosdrecht en het MJIP en geeft inzicht in wat er in de komende vier jaar op de planning staat en wat de financiële gevolgen daarvan zijn. Het vierjarig Financieel Perspectief is een richtinggevend kader voor de begrotingen 2024-2027. Deze stukken zijn samen met dele Begrotingswijziging 2024 op 13 december 2023 in concept vastgesteld en aan de deelnemers aangeboden voor zienswijzen. Na definitieve vaststelling van de plannen in het bestuur zal tot uitvoering ervan worden overgegaan.

3.4 Financiering In het Treasurystatuut is het treasurybeleid opgenomen met daarin de producten, partijen en limieten, de treasury-organisatie met taken, bevoegdheden en verantwoordingsrelatie en de bijbehorende informatievoorziening, in totaliteit bedoeld ter beperking van te lopen risico’s.

3.4.1

Risicobeheer

Binnen de Wet FIDO zijn twee normen vermeld waaraan dient te worden voldaan. Het doel van deze normen is te voorkomen dat bij herfinanciering van de leningen bij (aanzienlijk) hogere rente grote schokken optreden in de hoogte van de rente die het Plassenschap moet betalen. De normen beperken de budgettaire risico’s.

3.4.2

Kasgeldlimiet

De kasgeldlimiet is een bedrag ter grootte van 8,2% van het totaal van de jaarbegroting 2023 bij aanvang van het jaar met als doel de kortlopende leningen te beperken. De kasgeldlimiet 2023 bedraagt 8,2% van € 3.077.500 zijnde € 252.400. In de praktijk is in 2023 geen kasgeld opgenomen.

3.4.3

Renterisiconorm

De renterisiconorm is een bedrag ter grootte van een percentage van het begrotingstotaal. Het doel van deze norm was en is het beperken van de gevolgen van een stijgende kapitaalmarktrente op de rentelasten van de organisatie. De norm stelt dat per jaar maximaal 20% van het begrotingstotaal in aanmerking mag komen voor verplichte aflossingen en renteherzieningen. De renterisiconorm bedraagt over 2023 € 2.500.000 (het minimumbedrag op grond van artikel 2 lid 3 van de Uitvoeringsregeling Financiering decentrale overheden), Op de vaste geldleningen is een bedrag afgelost van € 117.143. Renteherziening op vaste schuld heeft niet plaatsgevonden.

3.5 Bedrijfsvoering Het onderhoud en beheer, de ontwikkeling, de bedrijfsvoering en handhaving en toezicht van het schap werd tot 1januari 2023 uitgevoerd door de gemeenschappelijke regeling (GR) Recreatie MiddenNederland (RMN) in opdracht van de GR Plassenschap Loosdrecht eo. Met ingang van 1-1 -2023 is de gemeenschappelijke regeling van het Plassenschap aangepast, deze is omgevormd tot een bedrijfsvoeringsorganisatie (BVO) met minder bevoegdheden dan de eerdere gemeenschappelijke regeling. Zo zijn de taken in het kader van verordeningen, vergunningverlening, toezicht en handhaving teruggegaan naar de gebiedsgemeenten Stichtse Vecht en Wijdemeren. Vanaf 1-1 -2023 is R.M.N. gestopt met uitvoeren van deze taken en is de uitvoering overgenomen door de gemeente Wijdemeren. De door het personeel van de gemeente Wijdemeren uitgevoerde taken worden op basis van uren x tarief doorbelast aan het Plassenschap. Over het door te belasten uurtarief is voor 2023 een overhead percentage toegerekend van 25,2%. Naast het uitvoeren van taken door personeel van de gemeente Wijdemeren worden veel externe partijen ingeschakeld voor de uit te voeren opdrachten als (groot)onderhoud en het verrichten van investeringen.

19

3.6 Verbonden partijen Miv. 1-1 -2023 is de deelname van het Plassenschap aan Recreatie Midden Nederland beëindigd. Er zijn geen verbonden partijen meer.

3.7 Grondbeleid Het Plassenschap Loosdrecht eo. bezit totaal 660 hectare grond en water binnen het werkgebied. Deze bezittingen zijn op hoofdlijnen onder te verdelen in dagrecreatieterreinen (eilanden, Strook, Bosdijk etc.), de legakkers (Zuidelijke Kievitsbuurt e.d.), oeverlanden, sluizen, water en het recreatiecentrum Mijnden. Het schapsbeleid is er op gericht zijn terreinen zoveel mogelijk gratis en openbaar toegankelijk aan te bieden aan de recreant. Ruiling van percelen die tot verbetering van het algemeen nut zullen leiden, worden overwogen. Aankoop van grond is alleen aan de orde als verwerving ervan van belang is voor uitvoering van een project. De bestemming die de gemeenten, tot nog toe, aan de gronden hebben toegekend, biedt geen ruimte voor commerciële exploitatie. Alleen de grond waarop het recreatiecentrum Mijnden is gevestigd, is eeuwigdurend in erfpacht uitgegeven aan een exploitant. Op het terrein de Strook zijn twee opstalrechten verleend aan een horecaondernemer. Deze opstalrechtovereenkomsten worden één keer per 5 jaar verhoogd met het prijsindexcijfer over de afgelopen periode. Met deze horecaondernemer is verder een erfpachtovereenkomst met opstalrecht afgesloten inzake een woning op de strook.

20

JAARREKENING

4 Balans per 31 december 2023 (bedragen in €) Hierna wordt via de balans met toelichting en het overzicht van baten en lasten met toelichting de financiële verantwoording afgelegd over het in jaar 2023 gerealiseerde beleid. 31-12-2022

31-12-2023

Activa (bedragen in €) Immateriële vaste activa Kosten van onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief Subtotaal immateriële vaste activa

-

-

-

-

771 .973

821 .311 3.900.775

Subtotaal materiële vaste activa

4.825.250 5.597.223

4.722.086

Totaal vaste activa

5.597.223

4.722.086

Materiële vaste activa Investeringen met een economisch nut Investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut

Voorraden Gereed product en handelsgoederen Subtotaal voorraden Uitzettingen rentetypische looptijd < 1 jaar Vorderingen op openbare lichamen Uitzettingen in ‘s Rijksschatkist Rekening-courantverhoudingen met niet-financiële instellingen Overige vorderingen Subtotaal uitzettingen rentetypische looptijd < 1 jaar Liquide middelen Kas- en banksaldi Overlopende activa Overige Nederlandse overheidslichamen -

Overige nog te ontvangen bedragen en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen Subtotaal overlopende activa

Totaal vlottende activa

-

-

-

-

597.634 912.081 -

511 .988 2.011 .650 (36)

3.877

250

1.513.591

2.523.852

132.266

260.402

-

-

357.872 357.872

27.774 27.774

2.003.730

2.812.028

21

Totaal activa

7.600.953

7.534.114

Passiva (bedragen in €)

31-12-2023

31-122022

Eigen vermogen Algemene reserve

57.919

653.665

Bestemmingsreserves

593.774

662.295

Gerealiseerd resultaat

428.864

(595.747)

1.080.557

720.213

Subtotaal eigen vermogen Voorzieningen Kosten die in een volgend begrotingsjaar zullen worden gemaakt (egalisatievoorziening) Subtotaal voorzieningen

1.179.800

926.555

1.179.800

926.555

Vaste schulden Onderhandse leningen van: binnenlandse banken en overige financiële instellingen -

3.909.285 Waarborgsommen Vooruit ontvangen bedragen met een rentetypische looptijd van één jaar of langer Subtotaal vaste schulden

4.026.429 -

-

0

16.172

3.909.285

4.042.601

6.169.642

5.689.369

Overige schulden

953.933

1 .705.033

Subtotaal netto vlottende schulden

953.933

1.705.033

Overlopende passiva Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen

473.987

139.712

Totaal vaste passiva Netto vlottende schulden

De van de Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren; Overige Nederlandse overheidslichamen Overige vooruit ontvangen bedragen -

-

3.390 Subtotaal overlopende passiva

477.378

139.712 22

Totaal vlottende passiva

1.431.311

1.844.745

Totaal passiva

7.600.953

7.534.114

23

5 Overzicht van baten en lasten (bedragen in €) Programma

Realisatie 2022

Begroting 2023 Realisatie 2023

Afwjking begroting realisatie

-

Lasten Programma 1 Beheer & onderhoud Programma 2 Toezicht en handha’Âng (erllen) Programma 3 Ontwikkeling Programma 4 Exploitatie Programma 5 Algemene dekkingsmiddelen en orhead, te onderscheiden in: Overhead Bedrag onvoorzien Totaal lasten -

-

1.110.296

1.436.714

1.389.350

324.789 70.914 361.846

70.900 619.103

70.914 599.784

14 (19.319)

419.448 419.448

(531.387) (528.287)

3.472.117

950.835 947.735 3.100 3.077.552

2.479.496

(598.056)

1.193.557

1.235.615

1.389.350

153.735

1.604.272 1.604.272 -

(47.364) -

-

-

Baten Programma 1 Beheer& onderhoud Programma 2 Toezicht en handhaving (rvallen) Programma 3 Ontwikkeling Programma 4 Exploitatie Programma 5 Algemene dekkingsmiddelen en oerhead, te onderscheiden in: Overhead Bedrag onvoorzien Totaal baten Saldo van baten en lasten -

-

677.611 76.232 858.057

-

-

-

2.805.457 (666.660)

Mutaties reserves Toeoegingen aan resers Onttrekkingen aan resers Totaal mutaties reserves

70.914 70.914

Gerealiseerd resultaat

(595.746)

-

-

-

-

993.047

2.393 599.784

2.393 (393.263)

780.369 780.369

848.313 848.313

67.943 67.944

-

-

3.009.031 (68.521)

19.720 88.241 68.521 -

-

r

-

2.839.840 360.343

(169.191) 428.864

2.393 70.914 68.521

(17.327) (17.327)

428.864

428.864

-

24

6 Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling 6.1 Inleiding De jaarrekening is opgesteld met inachtneming van de voorschriften zoals opgenomen in het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV).

6.2 Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vindt plaats op basis van historische kosten, Tenzij bij het desbetreffende balanshoofd anders is vermeld, worden de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarden. De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. Personeelslasten worden toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. De doorbelasting van de personeelslasten vindt plaats, vanuit de gemeente Wijdemeren, op basis van het aantal gewerkte uren x het van toepassing zijnde uurtarief. Over de uitkomst, uren x tarief, wordt voor 2023 een overheadpercentage gerekend van 25,2%. Het aantal gewerkte uren is bepaald op basis van tijdschrijven. Het uurtarief dat voor 2023 is toegepast is het tarief dat is vastgelegd in de publicatie ‘Overheidsfinanciën 2023”. Het bestuur heeft het normenkader voor de jaarrekening 2023 op 28 maart 2024 vastgesteld.

In dit normenkader is opgenomen welke externe wet- en regelgeving van toepassing is bij de controle op de jaarrekening en aan welke interne regelgeving moet worden getoetst.

6.3 Vaste activa 6.3.1 Immateriële vaste activa De immateriële vaste activa worden gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs verminderd met de afschrijvingen en waardeverminderingen die naar verwachting duurzaam zijn. De kosten van onderzoek en ontwikkeling worden in 5 jaar afgeschreven. De afschrijving van de geactiveerde kosten onderzoek en ontwikkeling vangt aan bij ingebruikname van het gerelateerde materiële vaste actief. Momenteel zijn er geen immateriële vaste activa. 6.3.2

Materiële vaste activa

6.3.2.1

Algemeen

Activa worden gewaardeerd op basis van de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. De verkrijgingsprijs omvat de inkoopprijs en de bijkomende kosten. De vervaardigingsprijs omvat de aanschaffingskosten van de gebruikte grond- en huipstoffen en de overige kosten, welke rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend. In de vervaardigingsprijs kunnen voorts worden opgenomen een redelijk deel van de indirecte kosten en de rente over het tijdvak die aan de vervaardiging van het actief worden toegerekend: in dat geval vermeldt de toelichting dat deze kosten worden geactiveerd.

6.3.2.2 Investeringen met economisch nut Deze materïële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Specifieke investeringsbijdragen van derden worden op de desbetreffende investering in mindering gebracht.

25

De volgende afschrijvingspercentages worden gehanteerd:

ACTIEF Grond en water Bouwkundige werken Beschoeling Bedrijfsgebouwen Machines, apparaten en installaties Vervoermiddelen Overige vaste activa

PERCENTAGE 0% 2,5% 20% 2,5% 4% -

-

2,5% 8,33% 5% 20% 3,330/s 20% 5% 20% -

-

-

-

6.4 Vlottende activa Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar 6.4.1.1 Vorderingen 6.4.1

De vorderingen worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Voor verwachte oninbaarheid wordt een voorziening in mindering gebracht. De mogelijke voorziening wordt statisch bepaald op basis van de geschatte inningskansen. 6.4.1.2 Liquide middelen en overlopende activa De liquide middelen en overlopende activa worden gewaardeerd tegen de nominale waarde.

6.5 Vaste passiva 6.5.1

Eigen vermogen

Het eigen vermogen kent geen eigenstandige waardering. Feitelijk vormt het eigen vermogen de resultante van alle overige in de balans opgenomen posten, die wel een eigenstandige waardering kennen.

6.5.2

Voorzieningen

Voorzieningen worden gewaardeerd op het nominale bedrag van de betrokken verplichting c.q. het voorzienbare verlies. De voorzieningen ter egalisering van kosten stoelen op een actuele meerjarenraming van het uit te voeren groot onderhoud. Voor het achterstallig onderhoud is een voorziening getroffen. Op basis van het in september vastgestelde plan groot onderhoud worden in de periode 2024-2026 groot onderhoud uitgevoerd. De vorming van voorziening, dan wel een dotatie aan de reeds bestaande voorziening, is als een last in het betreffende boekjaar verantwoord. Alle aanwendingen aan voorzieningen zijn rechtstreeks ten lasten van de voorziening gebracht en in het verslagjaar niet ten laste van de exploitatie verantwoord.

6.5.3

Vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer

Vaste schulden worden gewaardeerd tegen de nominale waarde verminderd met gedane aflossingen. De vaste schulden hebben een rentetypische looptijd van één jaar of langer.

6.6 Vlottende passiva De vlottende passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde.

26

7 Toelichting op de balans per 31 december 2023 7.1 Vaste activa 7.1.1 Immateriële vaste activa De immateriële vaste activa bestaan uit de volgende onderdelen: Boekwaarde per 31-12-2023 Kosten verbonden aan het sluiten van geldleningen en het saldo van agio en disagio Kosten van onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief Bijdragen aan activa in eigendom van derden Totaal

Boekwaarde per 31-12-2022

Onderstaand overzicht geeft het verloop van de boekwaarde van de immateriële vaste activa weer:

Kosten verbonden aan het sluiten van geldleningen en het saldo van agio en disagio Kosten van onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief In 2023 zijn geen investeringen in immateriële vaste activa gedaan.

7.1.2

Materiële vaste activa

De materiële vaste activa bestaan uit de volgende onderdelen:

Investeringen met een economisch nut Waarvan in erfpacht uitgegeven Investeringen met een economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven

Boekwaarde per 31-12-2023 771.973

Boekwaarde per 31-12-2022 821.311

-

-

-

-

Investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut

4.825.250

3.900.775

Totaal

5.597.223

4.722.086

27

Onderstaand overzicht geeft het verloop van de boekwaarde van de investeringen met economisch nut

.ji.....i en terreinen

Waarvan in erfpacht uitgegeven Woonruimten Bedrijfsgebouwen Grond-, weg- en waterbouwkundige werken Vervoerm idd ele n Machines, apparaten en installaties Overige materiële vaste activa Totaal -

38.525 278.026 87.142 9.865 821.311

-

-

-

3.000 9.364

-

-

-

12.364

1.866 18.723 14.520 1.865 36.974

-

-

-

-

-

36.658 256.304 63.258 8.000 771.973

De desinvesteringen in 2023 betreft: Investering 2023 (12.364)

Omschrijving Boston Wahler, toezichtboot naar gem. Wijdemeren Totaal

Onderstaand overzicht geeft het verloop van de boekwaarde van de investeringen met maatschappelijk nut weer:

Gronden en terreinen Woonruimten Bedrijfsgebouwen Grond-, weg- en waterbouwkundige werken Vervoermiddelen Machines, apparaten en installaties Overige materiële vaste activa Totaal

0

9.739

38.957

3.243.358 1.081.584

132.506

4.192.436

598

1.168

48.696

1.765

-

57.235 3.900.775 1.081.584

14.266

42.969

157.109

4.825.250

28

De belangrijkste investeringen met maatschappelijk nut in 2023 zijn: Investering 2023 344.878 20.670 716.036 1.081.584

Omschrijving Vervangen beschoeiing De Strook Oost 2023 Vervangen beschoeiing strook, voorbereiding 2024 Muyeveldsevaart, beschoeiing Totaal -

7.2 Vlottende activa Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar De uitzettingen met een rentetypische looptijd < 1 jaar zijn als volgt onderverdeeld:

7.2.1

Boekwaarde per 31-12-2023

Uitzetting per Voorziening 31 -1 2-2023 oninbaarheid Vorderingen op openbare lichamen Verstrekte kasgeldieningen aan openbare lichamen Overige verstrekte kasgeldieningen Uitzettingen in ‘s Rijks schatkist Rekening courantverhouding met het Rijk Rekening courantverhoudingen met niet-financiële instellingen Uitzettingen in de vorm van Nederlands schuidpapier Overige vorderingen Overige uitzettingen Totaal

597.634

-

Boekwaarde per 31-12-2022

Uitzetting per Voorziening 31 -1 2-2022 oninbaarheid

597.634

511.988

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

912.081

-

912.081

2.011.650

511.988

-

-

2.011.650

-

-

3.877

-

-

-

-

3.877

250

-

-

-

1.513.591

(36)

-

-

1.513.591

2.523.851

(36)

-

-

250

-

-

-

2.523.851

7.2.1.1 Vorderingen op openbare lichamen De vorderingen op openbare lichamen bestaan uit openstaande debiteuren betreffende diverse gemeenten en de provincie Utrecht. Gelet op de aard van de vorderingen wordt het niet noodzakelijk geacht een voorziening voor oninbaarheid te vormen.

7.2.1.2

Uitzettingen in ‘s Rijks schatkist

Op balansdatum heeft geen overtollige middelen boven de drempel van het schatkistbankieren in het kader van de Wet Houdbare Overheidsfinanciën (wet HOF). De middelen boven de drempel dienen in de schatkist van het Rijk worden aangehouden. Op balansdatum staat € 912.081 op de rekening van het schatkistbankieren. Deze middelen staan ter vrije beschikking aan het Plassenschap. In principe dienen alle overtollige middelen in de schatkist te worden aangehouden. Er is echter een aantal uitzonderingen, zoals het drempelbedrag. Dit is een minimumbedrag afhankelijk van de omvang van de organisatie dat gemiddeld per kwartaal buiten de schatkist mag worden gehouden. Voor het Plassenschap was dat voor 2023 € 1 .000.000. Voor organisaties met een begrotingstotaal kleiner dan € 500 mln, bedraagt de drempel € 1 .000.000. Het Plassenschap heeft met de BNG de afspraak gemaakt dat een aanzienlijk lager saldo op de reguliere betaalrekening automatisch dagelijks wordt afgeroomd naar de schatkist. 29

In onderstaande tabel is te zien wat de benutting van het drempelbedrag schatkistbankieren gedurende de vier kwartalen 2023 is geweest; Berekening benufting drempelbedrag schatkistbankieren (bedragen x €

1000)

Verslagjaar (1)

1000

Drempelbedrag

Kwartaalcijfer op dagbasis buiten s Rijks schatkist

(2)

Kwartaal 1

Kwartaal 2

Kwartaal 3

Kwartaal 4

164

176

226

161

836

824

774

839

aangehouden middelen

Ruimteonderhet drempelbedrag Overschrijding van het drempelbedrag

(3b) = (2)> (1)

-

(1) Berekening drempelbedrag

Verslagjaar (4a)

Begrotingstotaal verslagjaar

3.078

(4b)

Het deel van het begrotingstotaal dat kleiner of gelijk is aan € 500 miljoen

3.078

(4c)

Het deel van het begrotingstotaal dat de € 500 miljoen te boven gaat

(1) = (4b)*0,02 + (4c)0,002 met een minimum van €1.000.000 als het begrotingstotaal kleiner of gelijk is aan 500 mln. En als begrotingstotaal groter dan € 500 miljoen is het drempelbedrag gelijk aan € 10 miljoen, vermeerderd met 0,2% van het deel van het begrotingstotaal dat de € 500 miljoen te boven gaat.

Drempelbedrag

1 .000

(2) Berekening kwartaalcijfer op dagbasis buiten s Rijks schatkist aangehouden middelen

(5a)

(5b) (2)-(5a)I(5b)

Som van de per dag buiten ‘s Rijks schatkist aangehouden middelen (negatieve bedragen tellen als nihil) Dagen in het kwartaal Kwartaalcijfer op dagbasis buitens Rijks schatkist aangehouden_middelen

Kwartaal 1

Kwartaal 2

Kwartaal 3

Kwartaal 4

14.782

15.989

20.766

14.814

90

91

92

92

164

176

226

161

Uit de tabel blijkt dat geen sprake is van een overschrijding van het drempelbedrag gedurende 2023.

7.2.1.3 Overige vorderingen De overige vorderingen bestaan uit de volgende bedragen. Er is geen voorziening voor dubieuze debiteuren gevormd. 31 -1 2-2022 31-12-2023 Debiteuren 250 3.877 Totaal overige vorderingen 250 3.877 30

7.2.2

Liquide middelen

Deze activa worden tegen nominale waarde opgenomen en zijn als volgt te specificeren:

Boekwaarde per

Boekwaarde per Banksaldi Kassaldi Totaal

7.2.3

31-12-2023 131.585 682 132.266

31-12-2022 260.402

Boekwaarde per 31-12-2023

Boekwaarde per 31-12-2022

-

-

-

-

260.402

Overlopende activa

De overlopende activa bestaan uit de volgende onderdelen:

De van Europese en Nederlandse overheidslich amen nog te ontvangen voorschotbedragen van: Europese overheidslichamen Het Rijk Overige Nederlandse overheidslichamen Nog te ontvangen bedragen Vooruitbetaalde bedragen Totaal -

-

-

7.2.3.1

-

-

332.103 25.770 357.872

26.155 1.619 27.774

Vooruitbetaalde bedragen

Vooruitbetaalde bedragen zijn bedragen die voor 31 december 2023 betaalbaar zijn gesteld, maar waarvan de lasten betrekking hebben op latere jaren. De vooruitbetaalde bedragen bestaan ultimo boekjaar voornamelijk uit: Specificatie nog te ontvangen bedragen: Bedrag 220.495 53.044 14.614 12.364 10.899 9.512 5.679 5.494 332.103

Omschrijving lnstandhoudingsbijdrage Wijdemeren Btw-suppletie 2022 en 2023 Vuilnisophaaldienst Verkoop Boston Wahler R.M.N., afrekening liquidatie Schatkist, rente 4 kwartaal Restitutie elektrakosten Overige posten <€ 5.000 Totaal Specificatie vooru itbetaalde bedragen: Omschrijving Licentiekosten Voorschot onderhoud sluizen Overige posten <€ 5.000 Totaal

1

Bedrag 13.323 5.054 7.393 25.770

31

-

70.914

428.864 431.257

Totaal

-

595.746 -

662.295

(595.746) 720.214

720.214

-

593.774 70J14 2.393

733.209

Totaal bestemmingsreserves Gerealiseerd resultaat

593.774 70.914

2.393

-

-

-

32

1.080.557

428.864

57.919

662.295

662.295

-

-

57.919

(595.746)

653.665

57.919

Subtotaal algemene reserve Bestemmingsreserve Oostelijke Vecht en plassen

-

57.919

-

Verminderinge Saldo per 3112-2023 n in verband met afschrijvingen op activa

(595.746)

Onttrekkingen bij het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening

653.665

Toevoegingen bi] het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening

Algemene reserve

Saldo per 1-12023

Toevoegingen en onttrekkingen uit hoofde van het voorgaande boekjaar

Het eigen vermogen van het Plassenschap wordt gevormd door de reserves en het rekeningresultaat. Het eigen vermogen bestaat uit de volgende onderdelen:

7.3 Eigen vermogen

7.3.1

Bestemmingsreserve Oostelijke Vecht en plassen

Deze reserve is ontstaan als gevolg van deelname aan het Gebiedsakkoord Oostelijke Vechtplassen. Het Plassenschap is hiermee een verplichting aangegaan van in totaal € 906.000, hetgeen conform een vastgesteld kasritme voldaan moet worden. In 2023 is heeft er conform begroting een onttrekking plaatsgevonden van € 70.914.

7.4 Voorzieningen De voorzieningen zijn als volgt te specificeren:

Voorziening

Voorziening egalisatie onderhoud (art. 44 lid la BBV) Totaal egalisatie

Saldo per 31-12-2022

Toevoegingen

Ten gunste van de rekening van baten en lasten vrijgevallen bedragen

Aanwendinge n

Saldo per 31-12-2023

16.142

1.179.800

926.555

269.387

voorzieningen

926.555

269.387

16.142

1.179.800

Totaal

926.555

269.387

16.142

1.179.800

7.4.1

-

Voorziening egalisatie onderhoud

In 2023 heeft een inventarisatie van de staat van onderhoud van het gebied plaatsgevonden, om zo inzicht te krijgen in de omvang van de achterstanden van het groot onderhoud aan de eigendommen van het Plassenschap. Tevens zijn de vervangingsinvesteringen meerjarig in kaart gebracht en is bepaald hoeveel budget nodig is voor het reguliere dagelijkse onderhoud. Deze inventarisaties zijn nader uitgewerkt in een beheerplan onderhoud, een meerjarenplan groot onderhoud (MJOP) en een meerjaren investeringsplan (MJIP). In de nieuwe gemeenschappelijke regeling staat dat er een 4-jarig uitvoeringsplan moet worden opgesteld. In het uitvoeringsplan 2024-2027 is weergegeven in welke jaarschijf van de periode 2024-2027 de achterstanden in het groot onderhoud worden weggewerkt om zo de basis op orde te hebben. Inclusief de verwachte inflatie in de periode 2024-2027 is een bedrag voor groot onderhoud nodig van afgerond € 1.179.800. In deze rekening bedraagt de dotatie groot onderhoud € 269.387. Met deze dotatie wordt het benodigde bedrag voor deze voorziening bereikt. Vanaf 2024 wordt gestart met de opbouw van een voorziening groot onderhoud voor de periode vanaf 2028.Het jaarlijks te doteren bedrag is berekend op €212.200 (prijspeil 2023).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14219851/1