CConstaterende datWijdemeren
Koppel je AI →
Document · PDF

Get. Ontwerpbegroting Plassenschap 2025 def2803

gemeenteraad 4 juni 2024, gemeente WijdemerenBij agendapunt: Zienswijze ontwerp-begroting Plassenschap 2025 (Het raadsvoorstel is zonder stemming aangenomen.)12.019 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

PLASSENSCHAP LOOSD RECHTÔ

Ontwerpbegroting 2025 28 maart 2024

1

1 Voorwoord Voor u ligt de programmabegroting 2025 van het Plassenschap Loosdrecht e.o., opgesteld door de gemeente Wijdemeren, in opdracht van het bestuur van het Plassenschap. Ingevolge de in 2022 tussen partijen opgestelde Samenwerkingsovereenkomst is de gemeente verantwoordelijk voor de taakuitvoering van het Plassenschap, binnen de door het bestuur vastgestelde kaders en budgetten. Het Plassenschap Loosdrecht e.o. is sinds 1 januari 2023 een bedrijfsvoeringsorganisatie (BVO), een samenwerkingsvorm op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr). Binnen deze BVO werken de gemeenten Wijdemeren, Stichtse Vecht en de Provincies Utrecht en Noord-Holland samen aan het beheer van publiek toegankelijke recreatiegebieden voor inwoners en bezoekers van de regio. De taak van het Plassenschap Loosdrecht e.o. is, ingevolge de nieuwe BVO, het beheer en onderhoud en eventueel de exploitatie van eigendommen van het Plassenschap en de daarop aanwezige voorzieningen, het in stand houden van het natuur en landschapsschoon dat het schap in eigendom heeft, voor zover samenhangend met deze taak, alsmede het financieel beheer dat met deze taak samenhangt. De eigendommen van het schap liggen in het gebied van de Loosdrechtse Plassen, de beide Noordelijke- en Zuidelijke Kievitsbuurt en omvatten voorts een pad.

Ten westen van de A2 liggen een vijftal terreinen en drie paden in het Veenweidegebied. Het plassengebied biedt daarmee publieke mogelijkheden voor ontspanning, rust, beweging en plezier voor inwoners én bezoekers van de regio. Conform de afspraken tussen de deelnemers worden de besparingen die gerealiseerd zijn op de overhead gedurende de jaren 2023 en 2024 ingezet ten behoeve van kwaliteitsverbetering van het product. Na deze twee jaren wordt dit uitgangspunt geëvalueerd. In 2023 zijn een aantal onderzoeken uitgevoerd om een meer nauwkeurig beeld te verkrijgen van de meerjarige onderhoudsverplichtingen, die met het beheer samenhangen. Daarbij is een onderscheid gemaakt naar de taakpakketten: terreinen, vaarwegen, sluizen en vastgoed. Dit heeft geresulteerd in een Meerjaren Onderhoudsplan (MJOP) en een Meerjaren Investeringsplan (MJIP), die in september 2023 door het bestuur zijn vastgesteld. Op basis van deze beheerplannen is een 4-jarig uitvoeringsplan opgesteld. Verder zijn deze plannen belangrijke bouwstenen voor het 4-jarig financieel perspectief, dat conform de GR is opgesteld. Ook geven de uitkomsten input voor het jaarlijks beheerplan onderhoud. Voornoemde beleidsstukken en de daarin gemaakte keuzes zijn de basis voor het opstellen van de eerste begrotingswijziging 2024 en de begroting 2025. In het eerste kwartaal van 2024 volgt daarop nog de boomveiligheidscontrole.

Het nog vast te stellen ‘Financieel perspectief 2024-2027” vormt de basis voor deze begroting. Zie hiertoe het onderdeel Kadernota 2025.

2

ONDERTEKENING Aldus opgesteld door het bestuur van het Plassenschap Loosdrecht d.d. 28 maart 2024

Mevr. E. Kruijt Voorzitter (wnd)

Mevr. J. Brand Secretaris a.i.

3

INHOUD 1

Voorwoord

Ondertekening

.

2

.

3

Inhoud

4

Beleidsbegroting

6

2

6

Programmaplan 2.1

Inleiding (met inbegrip van de kadernota 2025)

6

2.2

Programma 1: Beheer, onderhoud en exploitatie

7

2.2.1

Wat willen we bereiken en wat gaan we daarvoor doen7

7

2.2.2

Wat mag het kosten’?

9

2.3

Programma 2: Algemeen (mcl. overhead)

11

2.3.1

Wat willen we bereiken en wat gaan we doen’?

11

2.3.2

Wat gaan we daarvoor doen’?

11

2.3.3

Wat mag het kosten’?

12

Paragrafen

3

15

3.1

Paragraaf lokale heffingen

15

3.2

Paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing

15

3.2.1

Inventarisatie en toelichting beschikbare weerstandscapaciteit

17

3.3

Paragraaf onderhoud kapitaalgoederen

19

3.4

Paragraaf financiering

19

3.4.1

Beleidsuitgangspunten

19

3.4.2

Risicobeheer

20

3.4.3

Kasgeldlimiet

20

3.4.4

Renterisiconorm

20

3.4.5

Mutaties in de leningenportefeuille

20

3.4.6

BBV en rentetoerekening

20

3.5

Paragraaf bedrijfsvoering

21

3.5.1

Bedrijfsvoering

21

3.5.2

Overhead en toerekening personeelskosten

21

3.6

Paragraaf verbonden partijen

21

Financiële begroting

22

4

Overzicht baten en lasten per programma en toelichting

22

5

Overzicht baten en lasten per kosten soort

23

6

Overzicht incidentele baten en lasten

24

6.1 6.2 7

Overzicht incidentele baten en lasten en toelichting

24

Presentatie van het structureel begrotingssaldo

24

Uiteenzetting van de financiële positie

25

4

7.1

Financiële gevolgen bestaand en nieuw beleid

25

7.2

geprognosticeerde begin- en eindbalans van het begrotingsjaar

25

7.3

EMU-saldo

25

7.4

Meerjaren investeringsbegroting

26

7.5

Stand en verloop van de reserves en voorzieningen

27

7.6

Baten en lasten per taakveld

28

7.7

Deelnemersbijd rage 2025

29

5

BELEIDSBEGROTING

2 Programmaplan 2.1 Inleiding Het Plassenschap richt zich als BVO op een doelmatig beheer van de bezittingen, afgestemd op de wensen van de gebruikers van het gebied. Naast de recreanten en inwoners die er ontspanning zoeken wordt er een aanzienlijke bijdrage aan het economisch klimaat van de regio geleverd. Het Plassenschap is eigenaar van de volgende eilanden Geitekaai, Markus Pos, Meent, Robinson Crusoe en Weer. Verder de terreinen: de Aa, Bijltje, Bosdijk, de Geer, Fuut, Oukoperdijk, de Strook en Zwaan. Daarnaast bezit het schap een aantal fiets- en wandelpaden de Boterwal, fietspad Scheendijk en de Uitweg van Portengen alsmede diverse vaarwegen en alle sluizen die toegang geven tot de Loosdrechtse plassen. Het schap bezit vele legakkers en natuuroevers, zowel in de Loosdrechtse plassen als de Noordelijke- en Zuidelijke Kievitsbuurt. —

—

De gemeente Wijdemeren verzorgt het beheer voor het Plassenschap, maar stemt keuzes die gemaakt moeten worden af met ambtelijke vertegenwoordigers van de vier deelnemers. Waar nodig wordt opgeschaald naar het bestuur, dat zich hoofdzakelijk bezighoudt met kaderstelling (o.a. beeldkwaliteitsnorm) en de vaststelling van de budgetten. Om een integer proces te waarborgen zijn de secretarisfunctie ondergebracht bij de provincie Utrecht. Hiermee wordt de overhead slank en doeltreffend georganiseerd. De begroting 2025, is conform de begroting 2024, opgebouwd naar de aard van de activiteiten van het schap: • •

Programma 1. Beheer, onderhoud en exploitatie (inclusief baggerbijdrage) Programma 2. Algemeen (mcl. overhead).

6

Kadernota 2025 Op grond van artikel 18 lid 1 van de gemeenschappelijke regeling bedrijfsvoeringsorganisatie Plassenschap Loosdrecht e.o. wordt de algemene financiële kadernota (4 jarig financieel perspectief) als apart onderdeel opgenomen in de begroting.

2.1.1. Formatie (binnen en buiten) De formatie, die nodig is voor het uitvoeren van de taken van het Plassenschap is in de vastgestelde begroting 2024 geraamd op afgerond 9,6 fte. In het kader van deze begroting is de totale formatie tegen het licht gehouden, daarbij is de formatie projectleider (uitvoering en voorbereiding investeringsprojecten) met 0,4 fte. verhoogd, van 0,6 fte. tot 1,0 fte. De functie van secretaris van het bestuur, die wordt geleverd via de Provincie Utrecht is tot nog toe op 0,5 fte. begroot, de omvang is in deze begroting verlaagd naar 0,3 fte. In deze begroting wordt de formatie per saldo verhoogd tot 9,8 fte. De formatie bestaat voor afgerond 5,6 fte. uit medewerkers buitendienst, die fulltime voor het Plassenschap werkzaam zijn: sluiswachters Mijndense Sluis (1,6 fte.), vakspecialisten onderhoud (3,0 fte.) en een areaalbeheerder /opzichter projecten (1,0 fte.). Daarnaast bestaat de formatie voor per saldo 3,9 fte. uit medewerkers uit diverse disciplines van de binnendienst, die op uurbasis voor het Plassenschap werken. Het betreft de programmanager Plassenschap en een projectleider investeringen. Het betreft verder medewerkers beleid en ontwikkeling, communicatie, financiën, personeelszaken, juridisch adviseur etc. De medewerkers zijn in dienst bij de gemeente Wijde meren.

De belangrijkste taak van de bedrijfsvoeringsorganisatie Plassenschap Loosdrecht e.o. is de uitvoering van regulier (Beheerplan) en groot onderhoud en de vervangingsinvesteringen (Uitvoeringsplan). In 2024 en verder worden deze werkzaamheden conform plan uitgevoerd (begrotingsposten la en ib deels, 7b, 17 en 19). Voor de periode 2025-2027 wordt de benodigde formatie eveneens geraamd op 9,8 fte. De verdeling van de formatie binnen en buiten blijft ongewijzigd. Voor de salarisontwikkeling gedurende de periode 2024-2027 zie onder 2.

2.1.2 Salarisontwikkeling en prijsindex Recent hebben de werkgevers en werknemers een principeakkoord bereikt voor een CAO. Deze is afgesloten voor de periode 1 januari 2024 tot en met 31 maart 2025. De salarisontwikkeling bedraagt 4,75% verhoging per 1-1 -2024 en nog eens 1,25% per 1 oktober 2024. In de septembercirculaire 2023 heeft het Centraal planbureau (CPB) in artikel 4.2 tabel 4.2.2 “Prijsindexen CPB, MEV 2024 en CEP 2023” (p30) een prognose afgegeven voor de ontwikkeling van het nationaal consumentenprijsindex en de prijs overheidsconsumptie, beloning werknemers. In de ramingen van deze begroting 2025-2027 gaan we, naast het bovenstaande, uit van deze prognoses. Voor 2028 zijn vooralsnog dezelfde cijfers, als die van 2027 gehanteerd.

Prijsindexen CPB, MEV 2024 en CEP 2023 (2025-2027) 2025 Nationale consumentenprijsindex (cpi) Prijs overheidsconsumptie, beloning werknemers

2,5%

2026 2,4%

5,4%

4,5%

2027

2028

2,3%

2,3%

3,9%

3,9%

7

2.1.3. Beheerplan Ten behoeve van het opstellen van een beheerplan heeft in 2023 een complete inventarisatie van het areaal van het plassengebied plaatsgevonden. Op basis van deze inventarisatie zijn de structureel benodigde budgetten voor regulier en groot onderhoud berekend voor het gehele werkgebied op basis van landelijk gehanteerde norm bedragen. Deze methode is ook toegepast voor de berekening van de structurele dotatie aan de voorziening groot onderhoud. Vanaf 2024 neemt het benodigde budget voor regulier onderhoud fors toe t.o.v. de eerder vastgestelde raming 2024. De structurele dotatie voor uitvoering van groot onderhoud neemt daarentegen af. Rekening is gehouden met de nieuwe salaris- en prijsontwikkeling zoals het CPB in de septembercirculaire 2023 heeft aangegeven (zie onder punt 2 en 3). In de eerste van onderstaande tabellen zijn weergegeven de budgetten 2024-2027 voor regulier onderhoud exclusief BTW en dotatie groot onderhoud (geen BTW), zoals ook in het beheerplan opgenomen. In de tweede tabel zijn dezelfde budgetten 2024-2027 opgenomen waarbij het budget voor regulier onderhoud inclusief BTW is verantwoord. Na aftrek van de transparantie BTW zijn de budgetten op totaal niveau weer aan elkaar gelijk. Dit resulteert in de volgende overzichten m.b.t. de budgetten regulier en groot onderhoud: Budgetten exclusief BTW Post Omschrijving 1 Tot. 3fte. lexcl.

Overhead, excl. BTW) 17 Onderhoudsbudget (exclusief BT\N) 17 Niet uitgev. werkzaamheden (excl. BT\N) 17 Onderhoud pilot legakkers (excl. BTW) 19 Dotatie groot onderhoud (geen BTW) Beschikbaar excl. BTW

Begroting Begroting Begroting Begroting 2025 2026 2027 2028 € 212600 € 221.500 € 230.300 € 239.500 € 287.900 € 294.800 € 301.900 € 309.200 € € € € € € € € € 288.000 € 288.000 € 288.000 € 288.000 € 788.500 € 804.300 € 820.200 € 836.700 -

-

-

-

-

-

-

-

Verschil Budgetten inclusief BTW Post Omschrijving 1 17 17 17 19 Af:

tot. 3fte. (excl. Overhead mci. BTW) Onderhoudsbudget (inclusief BTW) Niet uitgev. werkzaamheden lmnci. BTW) Onderhoud pilot legakkers (mci. BTW) Dotatie groot onderhoud (geen BTW) Beschikbaar mci. BTW Transparantie BTW Beschikbaar excl. BTW Verschil

Budget 2025 € 215.000 € 494.000 € 56.400 € 29.000 € 217.500 € 1.011.900 €

Begroting Begroting Begroting Begroting 2025 2026 2027 2028 € 257.200 € 268.000 € 278.700 €289.800 € 333.400 € 341.400 € 349.600 € 358.000 € € € € € € € € € 288.000 € 288.000 € 288.000 € 288.000 € 878.600 € 897.400 €916.300 €935.800 € 90.100 € 93.100 € 96.100 € 99.100 € 783.500 € 804,300 €820.200 €836.700 -

-

-

-

-

-

-

-

223.400 €

Budget 2025 € € € €

260.200 581.600 68.200 35.100 217.500 € € 1.162.600 € 150.700 € 1.011.900 €

Budget 2026 € 224.600 € 505.900 € 57.800 29.700 € € 222.700 € 1.040.700

236.400 €

Budget 2026 € 271.800 € 595.600 € 69.900 € 35.900 € 222.700 € 1.195.900 € 155.200 € 1.040.700

223.400 €

Budget 2027 € 233.400 € 517.500 € 59.100 € 30.400 € 227.800 € 1.068.200

2028 € 242.500 € 529.400 € 6O.S00 € 31,100 € 233,000 € 1.096.500

248.000 €

Budget 2027 € 282.400 € 609.300 € 71.500 € 36.800 € 227.800 € 1.227.800 € 159.600 € 1.068,200

236.400 €

Budget

259.800

Budget 2028 € 293.400 € 623.300 73.200 € € 37.600 € 233.000 € 1.260.500 € 164.000 € 1.096.500

248.000 €

259.800

2.1.4. Uitvoeringsplan 2024-2027. Extra toegevoegd jaarschijf 2028 In het “Uitvoeringsplan” zijn de per jaarschijf de werkzaamheden in het kader van groot onderhoud en de investeringen zichtbaar gemaakt. In het meerjareninvesteringsplan zijn opgenomen, de in de komende jaren in het gebied noodzakelijke investeringen op het gebied van beschoeiingen, sluizen, landterreinen, materieel en vastgoed. Bij de toekomstige vervangingsinvestering van beschoeiingen zal in tegenstelling tot eerdere projecten geen gebruik worden gemaakt van kunststof, maar van hardhout. Dit is aanzienlijk goedkoper dan kunststof, de afschrijvingstermijn is korter (kunststof 40 jaar, hardhout 30 jaar). De uitvoering van het groot onderhoud is niet van invloed op de exploitatie, de uitgaven komen rechtstreeks ten laste van de voorziening groot onderhoud.

8

Voor het investeringsplan zijn de kapitaallasten, die daaruit volgen berekend. Voor het bepalen van de bijbehorende rente is uitgegaan van 3,5% (basis marktrente per ultimo november 2023). Onderstaande tabellen bevatten de geraamde investeringen 2024-2028 en de daaruit volgende kapitaallasten 2024-2028. Voor de totale omvang van de kapitaallasten moeten in de ramingen nog de kapitaallasten van de gerealiseerde investeringen worden toegevoegd. Overzicht investeringen 2024-2028 1

Jaar

Beschoeiingen

2024 2025 2026 2027 2028

€ € € € €

Eindtotaal

€

Facilitair: 11 Land- materieel en Eindtotaal

Sluizen

(terreinen

vastgoed € 473.500 € 60.000 € 110.500 € 30.000 € 64.000 7.200.000 € 2.051.900 € 800.000 € 738.000 541.000 2.544.200 1.159.200 1.281.600 1.674.000

346.000 € 50.000 € 308.900 € 350.000 € 744.400 € 400.000 € 649.200 € 3.400 €

€ € € € €

1.410.500 3.263.100 2.414.100 1.960.800 1.741.400

€ 10.789.900

Kapitaallasten horend bij investeringsplan 2024-2028 Jaar 2024 2025 2026 2027 2028

Afschrijving 0 € €

58.000 €

€

103.200 €

€

237.400 €

€

316.600 €

Rente 3,5% 24.700 105.500 202.000 272.600 327.700

€ € € € €

Totaal 24.700 163.500 305.200 510.000 644.300

2.1.5. Financieel arrangement toezicht Er is een financieel arrangement toezicht overeengekomen tussen het Plassenschap en de gemeenten Stichtse Vecht en Wijdemeren. Conform deze afspraak verstrekt het Plassenschap een solidariteitsbijdrage aan beide van gemeenten in totaal € 315.000 (prijspeil 2024). is De verdeling € 189.000 voor Wijdemeren en € 126.000 voor Stichtse Vecht. Wijdemeren brengt conform afspraak een bedrag van € 116.000 excl. BTW in rekening bij de gemeente Stichtse Vecht voor het uitvoeren van toezichttaken in het gebied van Stichtse Vecht. De resterende € 10.000 besteedt Stichtse Vecht aan verkeersregelaars bij de Nieuweweg. De door het CPB in de septembercirculaire 2023 opgegeven reeks is ook hier voor de periode 2025-2028 van toepassing. Zie de consumentenprijsindex onder 2.

2.1.6. Routebureau provincie Utrecht In 2023 heeft het Plassenschap een nieuwe dienstverleningsovereenkomst (DVO) met het Routebureau Utrecht gesloten en is daarmee één van de opdrachtgevers geworden. De eerdere overeenkomst in dit kader liep nog getrapt via Recreatie Midden Nederland. De bïjdrage is voor 2024 geraamd op € 22.000 exclusief BTW (op basis van de indicatieve begroting van het Routebureau 2023). De routes bevinden zich hoofdzakelijk in het veenweidegebied. De bijdrage wordt jaarlijks geïndexeerd op basis van de nationale consumentenprijsindex. Zie de consumentenprijsindex onder 2.

9

2.1.7. Verhoging tarieven inkomsten Voor de inkomsten, zoals tarieven voor ligplaatsen, erfpachten, huren en gebruik terreinen etc. wordt, daar waar van toepassing een stijgingspercentage van voor 2025 2,5% ten opzichte van 2024 aangehouden. De door het CPB in de septembercirculaire 2023 opgegeven reeks is hier voor de periode 2025-2028 van toepassing. Zie de consumentenprijsindex onder 2.

2.1.8. Vergoeding Wijdemeren i.h.k.v. snelvaarvergunningen De vergunningverlening voor snelvaren is sinds 1 januari 2023 een taak van de gemeente Wijdemeren. Het aantal verstrekte jaarvergunningen voor particulieren is gemaximaliseerd op 800. De gerealiseerde opbrengst vloeit, na aftrek van de in het kader van de vergunningverlening gemaakte kosten, conform de met het college van de gemeente Wijdemeren gemaakte afspraak, terug naar het Plassenschap Loosdrecht e.o..

2.1.9. Verhoging eigen inkomsten Dit onderwerp is in de afgelopen jaren in het voormalige bestuur van het Plassenschap herhaaldelijk aan de orde geweest. De conclusie was steevast dat de mogelijkheden zeer beperkt zijn, omdat het werkgebied van het Plassenschap veelal in “Natura 2000 gebied” ligt. Het bestuur van het Plassenschap heeft toch een aantal nader te onderzoeken inkomstenverhogende maatregelen benoemd: a. Verhoging sluisgelden (structureel) b. Invoering liggelden bij de eilanden (structureel c. Verkoop recreatieterreinen (incidenteel, bijkomend voordeel lagere lasten) d. Verkoop niet-strategische percelen Er vindt in deze begroting geen financiële vertaling plaats.

2.1.10. Financiering Het Plassenschap heeft onvoldoende eigen vermogen om de in het investeringsplan geraamde investeringen te kunnen financieren. Om die reden moet er vreemd vermogen worden aangetrokken. De huidige rente op vaste langlopende geldleningen bedraagt ca. 3,5%. In de berekeningen wordt van deze rente uitgegaan over de investeringsbedragen. De financiering van de investeringen met vreemd vermogen heeft gevolgen voor het kengetal netto schuldquote, die ver boven het maximaal gewenste getal uitstijgt. Zolang de participanten echter de verplichte deelnemersbijdragen betalen is er geen probleem.

2.1.11. Weerstandsvermogen Het bestuur van het Plassenschap stelt aan de hand van een risico-inventarisatie de benodigde omvang van het weerstandsvermogen vast. De algemene reserve fungeert als buffer voor deze risico’s. Dat betekent dus ook dat deze reserve minimaal moet overeenkomen met deze benodigde buffer. Een eventueel hoger saldo in de algemene reserve kan ingezet worden om een exploitatietekort op te vangen. Dat laatste kan alleen incidenteel, omdat de begroting structureel in evenwicht moet zijn. De kaders hiervoor zijn opgenomen in de financiële verordening. Het negatieve resultaat over het jaar 2022 afgerond € 595.000 is t.l.v. de algemene reserve gebracht. In dit nadelig saldo is het voorlopig aandeel van het Plassenschap in de liquidatiekosten R.M.N. verdisconteerd. Bij de start van de BVO Plassenschap Loosdrecht e.o. per 1 januari 2023 rest er nog een beperkte algemene reserve van afgerond € 58.000. 10

In de vastgestelde begroting 2024 is het benodigde weerstandsvermogen berekend op € 1 55.000, waarbij ook nog posten P.M. zijn geraamd. Per 1-1 -2023 was de algemene reserve dus minstens € 97.000 te laag. Het bestuur heeft uitgesproken dat het weerstandsvermogen weer op peil moet worden gebracht. Het weerstandsvermogen is op peil wanneer de verhouding beschikbaar weerstandsvermogen en aanwezige risico’s minimaal 1,0 bedraagt. Het bestuur streeft ernaar om dit niveau te bereiken uiterlijk per ultimo 2026. De algemene reserve gefaseerd weer op weerstandsniveau brengen heeft, als de situatie niet wijzigt, gevolgen voor de hoogte van de deelnemersbijdragen 2025 en 2026. Gevolg van voorlopig resultaat jaarrekening 2023 De concept-jaarrekening 2023 geeft een voorlopig batig saldo te zien van bijna € 429.000. Door resultaatbestemming kan dit bedrag aan de algemene reserve worden toegevoegd. De algemene reserve heeft dan weer voldoende omvang om risico’s op te kunnen vangen en om incidenteel exploitatietekorten op te kunnen vangen. De weerstandsratio komt ruim boven de eerder gestelde 1 uit. De hiervoor genoemde extra verhoging van de deelnemersbijdragen kan achterwege blijven.

2.1.12. Deelnemersbijdragen De deelnemersbijdragen bestaan uit de reguliere bijdragen op basis van de berekeningen volgend uit het financieel perspectief, de berekende transparantie BTW en de kwaliteitsbijdrage. Deze kwaliteitsbijdrage is het saldo van de solidariteitsbijdrage toezicht en handhaving en de ontvangen “lnstandhoudingsbijdrage” van de gemeente Wijdem eren. De komende jaren zijn een groot aantal vervangingsinvesteringen gepland. De afschrijvingen en rente, die hieruit volgen resulteren in een sterke toename van deelnemersbijdragen.

11

2.2 Programma 1: Beheer, onderhoud en exploitatie. 2.2.1

Wat willen we bereiken en wat gaan we daarvoor doen?

2.2.1.1

Beheer en onderhoud algemeen (beheerplannen regulieren groot onderhoud en vervangingsinvesteringen).

In 2023 zijn beheerplannen opgesteld voor het dagelijks onderhoud, groot onderhoud (MJOP) en een meerjarig investeringsplan (MJIP). Uit deze beheerplannen zijn de werkelijk benodigde budgetten voor regulier jaarlijks onderhoud, groot onderhoud en vervangingsinvesteringen zichtbaar geworden en is vervolgens, conform de GR, vertaald in een uitvoeringsplan. De uitkomsten zijn verwerkt in een het financieel perspectief 2024-2027 en een eerste begrotingswijziging 2024. De stukken zijn separaat aan het bestuur ter besluitvorming voorgelegd. Dit kan gevolgen hebben voor de hoogte van de hier verantwoorde budgetten.

2.2.1.2

Beheer & Onderhoud (lasten)

Beheer en onderhoud omvat het beheer en (dagelijks, groot- en vervangings-) onderhoud van de bezittingen. Het niveau van het beheer en onderhoud verschilt per terrein, per seizoen en is afhankelijk van onder meer wet- en regelgeving, de functie, de intensiteit van het gebruik en de behoefte van de gebruikers. Het bestuur van het Plassenschap heeft het daarbij behorende, gedifferentieerde kwaliteitsniveau vastgesteld. Ook op het gebied van beheer & onderhoud moeten we inspelen op en rekening houden met diverse ontwikkelingen. In onderstaande paragrafen worden de belangrijkste ontwikkelingen geschetst. Om efficiënter te kunnen werken is, uit de besparingen op overhead, de onderhoudsploeg miv. 2023 reeds versterkt met een coördinerend schipper, naast twee ‘gewone’ schippers.

2.2.1.3

Duurzaamheid/natuur

De thema’s duurzaamheid ‘klimaatverandering’/klimaatadaptatie’, ‘biodiversiteit’, ‘circulaire economie’ en ‘energietransitie’ staan steeds hoger en prominenter op de politieke agenda’s. Het schap heeft in de afgelopen jaren een aantal stappen gezet op het gebied van duurzaamheid. Waar mogelijk wordt ecologisch beheerd ter bevordering van de biodiversiteit en worden natuurvriendelijke oevers aangelegd. In 2025 streven we naar verdere verduurzaming. Het Natura2000 beheerplan Oostelijke Vechtplassen wordt hierbij betrokken maar natuurbeheerplannen zullen niet worden opgesteld. Het Plassenschap is immers niet ingericht als TBO en ontvangt derhalve ook geen beheervergoedingen.

2.2.1.4

Gebiedsakkoord Oostelijke Vechtplassen

De financiële bijdrage van het Plassenschap aan het gebiedsakkoord betreft een aandeel in de kosten van, de in het plassengebied, uit te voeren baggerwerkzaamheden. Zie hierna. Het Plassenschap brengt geen recreatieve ontwikkelingen op gang, maar werkt er wel actief aan mee mits dat past binnen zijn verantwoordelijkheid als eigenaar. De afwegingskaders voor de haalbaarheid van ruimtelijke ingrepen liggen niet binnen de scope van het Plassenschap. Het Plassenschap Loosdrecht e.o. is medeondertekenaar van het Gebiedsakkoord Oostelijke Vechtplassen (OVP). Binnen het OVP zijn diverse projecten benoemd, waarbij de medewerking van het Plassenschap een rol speelt. Het Plassenschap is daarmee een verplichting aangegaan van in totaal € 906.000 als bijdrage aan de uit te voeren baggerwerkzaamheden. De totale bijdrage dient volgens een vastgesteld kasritme te worden bijgedragen in de periode 201 7-2027 Sinds 2020 wordt jaarlijks een bijdrage verantwoord van afgerond € 70.900. In het laatste jaar van het baggerproject wordt het resterende deel van de bijdrage van maximaal € 390.600 verrekend. Binnen de organen van het Gebiedsakkoord wordt het Plassenschap vertegenwoordigd door de gemeenten Wijdemeren en Stichtse Vecht. 12

2.2.1.5

Routebureau (lasten)

Het Plassenschap is namens deelnemende gemeenten een van de opdrachtgevers van het Routebureau Utrecht. Een uniform beheer en onderhoud, ontwikkeling en informatievoorziening & marketing m.b.t. de bewegwijzerde routenetwerken voor fietsen, wandelen en varen (sloepen) loopt via het Routebureau. De bijdrage van het Plassenschap bedraagt, op basis van de cijfers 2023, in 2025 € 27.300 (2024 afgerond € 22.200). Deze toename wordt veroorzaakt doordat er BTW aan de kosten zijn toegerekend, waar dat voorheen niet het geval was. Deze BTW komt weer terug via de transparantie B.T.W., zodat deze verhoging netto geen impact heeft. Met het Routebureau moet nog worden geëvalueerd of deze bijdrage nog wel recht doet aan de geleverde diensten. De routes liggen hoofdzakelijk in het veenweidegebied. Totdat de evaluatie is afgerond, wordt budget voor het Routebureau geraamd. —

2.2.1.6

-

Kwaliteitsbijdrage toezicht en handhaving (lasten)

Dit betreft de bijdrage van het Plassenschap aan de gebiedsgemeenten m.b.t. toezicht en handhaving. Daar staat tegenover een van de gemeente Wijdemeren ontvangen instandhoudingsbijdrage. Sinds 1 januari 2023 voert het Plassenschap de taken uit van Toezicht en Handhaving niet langer uit. In plaats daarvan wordt een kwaliteitsbijdrage toezicht en handhaving” opgenomen in de begroting. De twee plassengemeenten ontvangen vanuit de begroting van het Plassenschap een vergoeding in de vorm van een kwaliteitsbijdrage toezicht en handhaving”, die overeenkomt met het gebudgetteerde nadeel van de twee gemeenten.

2.2.1.7

lnstandhoudingsbijdrage Wijdemeren en deelnemers (baten)

De te betalen vergoeding voor de ontheffing snelvaren omvat naast leges een component ‘instandhoudingsbijdrage’ gerelateerd aan de extra druk die het snelvaren op het gebied legt. Dit bedrag stelt de gemeente Wijdemeren, die deze instandhoudingsbjjdrage feitelijk incasseert, ter beschikking aan het Plassenschap. Deze instandhoudingsbijdrage is afhankelijk van het feitelijk aantal uitgegeven ontheffingen en de kosten die de gemeente maakt voor het verstrekken ervan. Het hier geraamde bedrag kan als gevolg hiervan fluctueren. In deze begroting is deze instandhoudingbijdrage geraamd op € 223.700. Daar staat tegenover dat er een kwaliteitsbijdrage voor toezicht en handhaving” van totaal € 340.700 (Zie 2.2.1.5) aan de gemeenten wordt verstrekt. Het geraamde saldo van deze twee bedragen bedraagt in 2025 € 117.000. Dit bedrag is als extra bijdrage aan de deelnemersbijdragen toegevoegd.

2.2.1.8

Exploitatie (baten)

Exploitatie biedt de mogelijkheid om de recreatieve meerwaarde van het gebied te vergroten en/of meer inkomsten te genereren. Tegenover de gerealiseerde opbrengsten staan de kosten van onder meer personeel, beheer en onderhoud, kapitaallasten, belasting en verzekeringen, energie en overige kosten. De exploitatie van het Plassenschap is zeer beperkt en betreft het uitbaten van bezittingen, via erfpacht-, opstal-, huur- en gebruiksovereenkomsten. Erfpachtovereenkomsten worden voor een lange termijn aangegaan, huur- en gebruiksovereenkomsten zijn vaak voor een korte(re) termijn. Het schap heeft erfpachtovereenkomsten voor Paviljoen De Strook, Recreatiecentrum Mijnden en (tegen een symbolisch tarief) eiland Robinson Crusöe. De opstal op eiland Meent wordt verhuurd. Deze overeenkomsten vormen een belangrijke bron van inkomsten (Mijnden) en/of dragen bij aan recreatief gebruik van het Plassengebied. Huur- en gebruiksovereenkomsten worden verder aangegaan voor het gebruik van terreinen door hondenuitlaatservices, het gebruik van een steiger, visrecht, het gebruik van een eiland of terrein voor een activiteit zoals een scoutingkamp, suppen etc. Dit zijn zeer diverse overeenkomsten voor (regelmatig terugkerende) eenmalige activiteiten of korte termijn gebruik. Behoudens de reguliere contractuele aanpassingen door de prijsindex zijn deze baten stabiel.

Verder is er de Mijndense Sluis waar sluiswachters de boten schutten. 13

Voor het schutten worden sluisgelden geïnd, die ook al een aantal jaren het gelijke niveau hebben. Aanpassing van de tarieven op basis van inflatiecijfers leidt in de praktijk tot onwerkbare situaties. Zoals ook in het onderdeel kadernota onder 2.2.9 reeds aangehaald, dienen mogelijkheden voor het verkrijgen van extra inkomsten nader worden onderzocht. In de begroting 2025 en verder zijn echter geen extra baten geraamd.

2.2.2

Wat mag het kosten?

We presenteren een sluitende begroting. De deelnemersbijdragen dekken per saldo het negatieve resultaat van de programma’s. Bedragen x€ 1.000

Programma 1

Begroting 2024

Begroting r 2024 na le

‘

Begroting 2025

wijziging Lasten Baten Saldo van baten en lasten Toevoegingen aan reserves Onttrekkingen aan reserves

Gerealiseerd resultaat

1..

2.302 2.234 68 3 71 0

—

2.436 2.368 68 3 71

0

2.628 2.560 68 3 71 0

De lasten kunnen als Ir1’!i 3cificeerd worden:

Programma 1

a. Doorbelaste personeelskosten beheer en onderhoud en exploitatie (excl. Overhead) b.lnhuurpersoneelderden c. Onderhoud en vuilafvoer d. Routebureau e. Dotatie voorziening groot onderhoud f. Kwaliteitsbijdrage toezicht en handhaving g. Kapitaallasten h. Baggerbijdrage OVP (gebiedsakkoord) i. Energie- en waterkosten j. Belastingen en verzekeringen k. Bestuurs-, apparaat- en overige kosten Saldo van baten en lasten Toevoegingen aan reserves Onttrekkingen aan reserves

Gerealiseerd resultaat

Begroting 2024

Begroting 2024 na le wijziging

Begroting 2025

706

686

643

116 326 22 288 325 384 71 26 33 5 2.302 3 71 2.234

38 668 22 212 328 346 71 27 33 5 2.436 3 71 2.368

45 685 27 218 341 517 71 33 43 5 2.628 3 71 2.560

De uitgaven zijn bruto weergegeven, dus daar waar van toepassing inclusief BTW. Deze BTW wordt naar rato doorgeschoven naar de deelnemers. Het aandeel transparantie BTW in de lasten bedraagt voor programma 1 afgerond € 207.000. Dit bedrag is verantwoord bij de baten. 2.2.2.1 Toelichting lasten Ad. a. De lasten zijn in 2025 gebaseerd op de inzet van 4,0 fte. (2023 4,0 fte) aan formatie voor dagelijks beheer en onderhoud en 1,0 fte. aan formatie voor groot onderhoud en vervangings- investeringen. Totaal voor beheer en onderhoud, groot onderhoud en vervangingsinvesteringen 5,0 fte. 14

Voor de exploitatie cq. bediening van de Mijndense Sluis is onverminderd 1,55 fte. beschikbaar. Ad. b Betreft een budget van € 45.200 budget voor inhuur van sluiswachters bij de Mijndense Sluis. Het geraamde bedrag is gebaseerd op de werkelijke uitgaven 2023 en de verwachting voor 2025. Ad. c. Betreft het beschikbare budget t.b.v. beheer en onderhoud in het gebied. In 2023 is een beheerplan opgesteld voor regulier beheer en onderhoud. Uit dit beheerplan kwam naar voren dat los van het budget voor eigen personeel, er nog een budget nodig is van € 668.300. Dit budget bedrag is geraamd in de eerste wijziging 2024. Voor 2025 is het budget voor onderhoud t.o.v. de begroting 2024, conform het financieel perspectief 2024-2027, met 2,5% verhoogd. Ad. d. Betreft de bijdrage aan het routebureau. Zie de toelichting bij 2.3.1.5. Ad. e. In 2023 zijn beheerplannen opgesteld voor het dagelijks onderhoud, groot onderhoud (MJOP) en een meerjarig investeringsplan (MJIP). Uit deze beheerplannen zijn de werkelijk benodigde budgetten voor regulier jaarlijks onderhoud, groot onderhoud en vervangingsinvesteringen zichtbaar geworden en is vervolgens, conform de GR, vertaald in een vierjarig uitvoeringsplan.

Voor groot onderhoud is berekend dat een structureel bedrag van € 212.200 (prijspeil 2024) moet worden gedoteerd aan de voorziening groot onderhoud om de werkzaamheden in het gebied cyclisch te kunnen uitvoeren. Ad. f. Kwaliteitsbijdrage toezicht en handhaving. Zie de toelichting bij 2.3.1.6. Ad. g De raming van de kapitaallasten is gebaseerd op de feitelijke investeringen tot en met de jaarrekening 2023, de uitgevoerde/nog uit te voeren investeringen 2024 uit de vastgestelde begroting 2024 en de rente van de in deze begroting opgenomen investeringen 2025. De rente is berekend op 3,5% en volgt uit de staat van geldleningen. Ad. h. Baggerbijdrage Oostelijke Vechtplassen. De jaarlijkse bijdrage loopt tot en met 2027 en wordt gedekt uit de reserve Oostelijke Vechtplassen. Zie de toelichting bij 2.3.1.4.

2.2.2.2 D

1

Toelichting baten kunri als ‘

rd

Begroting 2024 na le wijziging

Begroting 2025

—

Opbrengsten van eigendommen Overige baten Instandhoudingsbijdrage Wijdemeren

63 216

408 63 216

425 67 224

Deelnemersbijdragen Toegerekende deelnemersbijdragen

1.248

1 .367

1.520

109

112

117

190 2.234 2.234

202 2.368 2.368

207 2.560 2.560

Kwaliteitsbijdrage toezicht en handhaving Transparantie BTW Saldo van baten en lasten

Gerealiseerd resultaat

De opbrengsten van eigendommen bestaan uit erfpacht Mijnden, erfpacht Strook en de sluisgelden Mijndense sluis. Deze baten zijn al 9O% van de totale opbrengsten. De overige 10% bestaan uit verhuur kiosk eiland Meent, de verhuur van ligplaatsen in de ‘s Gravelandse Vaart, honden- uitlaatservices en overige opbrengsten. Los van deze reguliere inkomsten zijn geen extra inkomsten geraamd. 15

2.3 Programma 2: Algemeen (mcl. overhead) 2.3.1

Wat willen we bereiken en wat gaan we doen?

Programma 5 is een beleidsarm programma. Naast de algemene dekkingsmiddelen en de post onvoorzien zijn tevens de lasten voor overhead hier verantwoord. De overhead betreft de uitvoering van de reguliere overheadfuncties zoals HRM, financiën en control, lOT, communicatie, management, juridische zaken en archief (DIV). De functies zijn ngebed in de reguliere Organisatie van Wijdemeren. Deze worden doorbelast op basis van een opslagpercentage. Voor 2025 is een voorlopig percentage van 25,2% gehanteerd.

2.3.2

Wat gaan we daarvoor doen?

Programma 5 bestaat uit hoofdzakelijk uit doorbelasting van personeel en kosten overhead (apparaatskosten) vanuit de gemeente Wijdemeren. De bedrijfsvoeringsfuncties vervullen de volgende taken: a) het Management geeft adequate leiding en (bij)sturing aan de uitvoering van werkzaamheden, deze worden gecoördineerd vanuit het team Beleid en Ontwikkeling. b) HRM zorgt voor de personeels- en salarisadministratie alsmede het HR-beleidskaders c) Juridische ondersteuning zorgt voor juridische kaders, juridische beleid en juridische advisering d) Huisvesting en facilitaire zaken zorgt voor adequate huisvesting en facilitaire ondersteuning. e) Communicatie zorgt voor adequate informatie aan burgers en bedrijven; de website van de gemeente Wijdemeren wordt hiervoor ingezet. f) DIV zorgt voor documentenstromen en archivering g) lOT zorgt voor de beschikbare kantoorautomatisering, lOT-advisering en overige digitale systemen h) Financiën zorgt voor administratie en consolidatie van de inkomsten en uitgaven, financiële advisering van het bestuur en levert de ten behoeve van de jaarstukken de benodigde informatie. Vanuit bedrijfsvoering van de gemeente Wijdemeren wordt een relatie gelegd met de secretaris- en controllersfunctie, welke door de provincie Utrecht wordt ingevuld.

16

2.3.3

Wat mag het kosten? Bedragen x € 1 .000

Programma 2

Lasten Baten Saldo van baten en lasten Toevoegingen aan reserves Onttrekkingen aan reserves

Begroting 2024

Begroting 2025

T11P

728 728 0 0 0

658 658 0 0 0

0

0

Gerealiseerd resultaat

731 731 0 0 0 0

2.3.3.1 Toelichting lasten De lasten kunnen als volgt gespecificeerd worden:

a._ b. DoorbTte overhea. rJatskosten) c. Rente en afschrijving d. Bestuurs- en apparaatskosten e. Belastingen en verzekeringen f. Publiciteits- en overige kosten

0 4O 0 8

Saldo van baten en lasten Gerealiseerd resultaat

728 728

414 267 0 41 0

4W1 0 8

9 731 731

658 658

Betreft de door de gemeente Wijdemeren gemaakte kosten t.b.v. de bedrijfsvoering. De lasten bestaan uit doorbelaste kosten personeel en overhead. Betreft alle lasten in kader van overhead. Zie de toelichting bij 2.4.3.4. De baten kunnen als volgt gespecificeerd worden:

Programma 2

Deelnemersbijdragen Rente schatkist

Bedragen x € 1 .000 Begroting Begroting 2025 2024 na ie wijziging

Begroting 2024

0

0

8

Toegerekende deelnemersbijdragen Transparantie BTW Saldo van baten en lasten

608 120 728

Gerealiseerd resultaat

728

544 114 658 658

602 121 731 731

17

2.3.3.2 Overzicht algemene dekkingsmiddelen De algemene dekkingsmiddelen zijn die inkomsten die geen specifiek bestedingsdoel kennen. Het BBV schrijft voor een overzicht algemene dekkingsmiddelen op te nemen. In onderstaand overzicht worden de bedragen voor de begroting van 2024 tlm 2028 weergegeven evenals realisatiecijfers van 2023. Omdat conform de regeling taakvelden de deelnemersbijdrage toegerekend dient te worden aan de taakvelden waaraan zij besteed wordt, is bij het Plassenschap geen sprake van algemene dekkingsmiddelen. 2023

2024

2025

2026

2027

2028

realisatie 0

Begroting 0

begroting 0

begroting 0

begroting 0

begroting 0

0

0

0

0

0

0

0 0

0 0

0 0

0 0

0 0

0 0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Lokale heffingen waarvan de besteding niet gebonden is Algemene uitkeringen Dividend Saldo financieringsfunctie Overige algemene dekkingsmiddelen Totaal algemene dekkingsmiddelen

2.3.3.3 Bedrag onvoorzien Op grond van het Besluit Begroting en Verantwoording is het verplicht het jaarlijks opgenomen bedrag voor onvoorziene lasten in de begroting afzonderlijk te presenteren. De omvang van de post onvoorzien is gebaseerd op circa 0,1% van de totale lasten en bedraagt voor 2025 € 3.400. 2023

2024

2025

2026

2027

2028

realisatie

Begroting na wijziging

begroting

begroting

begroting

Begroting

0%

0,1%

0,1%

I DSt onvoorzien 1 In % totale lasten

1!IIIl

.3

0,1%

0,1%

0,1%

2.3.3.4 Overzicht overhead Sinds de begroting van 2018 moeten gemeenschappelijke regelingen overhead centraal begroten en verantwoorden in de begroting en jaarstukken. Voor 2025 zijn, evenals in voorgaande jaren, de kosten voor overhead separaat opgenomen. Onder overhead wordt verstaan het geheel van functies gericht op sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. Enkele voorbeelden van overhead zijn: leidinggevende primair proces, juridische zaken, facilitaire zaken, lOT, huisvesting en financiën, toezicht en controle op de eigen organisatie. Deze werkzaamheden worden sinds 2023 voor het Plassenschap uitgevoerd door de gemeente Wijdemeren. Het is verplicht een overzicht van kosten van overhead op te nemen. Bedragen x € 1 .000 Overhead Lasten Baten Saldo van baten en lasten Toevoegingen aan reserves Onttrekkingen aan reserves Gerealiseerd resultaat

Begroting 2024 720

720 0 0 0 0

Begroting 20 Na ie wijzigi

Begroting 2025 650 650 0 0 0 0

674 674 0 0 0 0 18

3 Paragrafen Op grond van het BBV is het verplicht om voor zeven programma-overschrijdende thema’s verantwoording af te leggen in een afzonderlijke paragraaf. Voor het Plassenschap geldt dat, gelet op de aard van de activiteiten van het Plassenschap, niet alle paragrafen van toepassing zijn. Om die reden zijn alleen die paragrafen opgenomen die van toepassing zijn.

Paragaaf

rwei!niet

Lokale heffingen Weerstandsvermogen en risicobeheersing Onderhoud kapitaalgoederen Financiering Bedrijfsvoering Verbonden partijen Grondbeleid

opgenomen Wel Wel Wel Wel Wel Wel Niet

3.1

T Toelichting Zie §3.1. Terug naar de gemeenten. Zie §3.2 Zie §3.3 Zie §3.4 Zie §3.5 Er zijn geen verbonden partijen__________ LSD voert geen grondbeleid. —

Paragraaf lokale heffingen

Het Plassenschap Loosdrecht e.o. verleende ontheffing van een aantal verboden die waren opgenomen in de Verordening Plassenschap Loosdrecht e.o., het Besluit Motorboten, Voorrangsregeling Mijndense sluis en de Woonschepenverordening. Deze taak is m.i.v. 2023 teruggevallen naar de beide gemeenten. Wijdemeren verzorgt de uitvoering, mede namen Stichtse Vecht. De tarieven voor de ontheffingen zijn op basis van de (met indexatie) door het schap geheven tarieven in de gemeentelijke tarieven overgenomen. In 2022 heeft het schap nog baten gegenereerd, vanaf 2023 zijn deze komen te vervallen.

3.2

Paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing

De risico’s van het Plassenschap hebben zowel betrekking op de te realiseren exploitatieopbrengsten als op de kosten voor beheer & onderhoud vanwege achterstanden in het onderhoud, klimaatveranderingen en kostenstijging als gevolg van de diverse problemen in de wereld. Het schap onderscheidt de volgende risico’s:

1 2

3 4 5 6 7 8

Omschrijving risico Erfpacht en huur Schutgelden Mijndense sluis Bestrijding overmatige waterplanten Rente Klimaatverandering Marktwerking Uitkomsten beheerplan, MJOP en MJIP Onvoorziene risico’s Totaal Totaal bij 50% risico

Bedrag 17.000 10.000 40.000 26.000 40.000 29.000 PM 50.000 212.000 106.000

Wanneer 2025 e.v. 2025 e.v. 2025 e.v. 2025 e.v. 2025 e.v. 2025 e.v. n.v.t. 2025 e.v. en P.M.

Frequentie Jaarlijks Jaarlijks Jaarlijks Jaarlijks Jaarlijks Jaarlijks n.v.t. Jaarlijks

We gaan er niet vanuit dat alle onder dit volgnummer genoemde risico’s zich tegelijkertijd zullen voordoen. Om hiervoor te corrigeren wordt een percentage van 50% berekend over het totaal berekende risicobedragen. Deze verlaging van het percentage uit de begroting 2023 van 90% naar 50% sluit meer aan bij de realiteit.

3.2.1 Erfpacht en huur De geraamde omzet uit erfpacht en verhuur bedraagt ca. € 340.000. Het risico dat de exploitant niet aan zijn verplichtingen kan voldoen is aanwezig. Het risico wordt ingeschat op 5% van de omzet, zijnde €17.000.

19

3.2.2 Schutgelden Mijndense Sluis De omzet die is gerealiseerd met het schutten bij de Mijndense Sluis is in 2023 achtergebleven bij het gemiddefdevan de jaren daarvoor. De opbrengsten bij de sluis zijn sterk weersafhankelijk. Bij normale weersomstandigheden is de raming realistisch. Bij tegenvallende weersomstandigheden kan de opbrengst zomaar € 10.000 lager uitvallen.

3.2.3 Bestrijding hinderlijke waterplanten Bestrijding van hinderlijke waterplanten is een project van de Aanpak Oostelijke Vechtplassen (OVP), waarbinnen een gezamenlijk plan thans nog concept is opgesteld. De gedachten zijn tot nu toe: de verschillende beherende overheden dragen hun eigen kosten; voor het uitvoeren van maatregelen bij bedrijven wordt aan 5O% cofinanciering gedacht, waarvoor externe dekking wordt gezocht. Ook wordt een fonds gevormd voor bijzondere omstandigheden. Het schap is bereid aan de uitvoering van de plannen mee te werken maar niet bereid om extra geld beschikbaar te stellen voor een calamiteitenfonds en een innovatiefonds. Bij de berekening van het risico wordt alleen gerekend met kosten van bestrijding van hinderlijke waterplanten in vaarwateren die in eigendom c.q. beheer bij het Plassenschap zijn. Omdat het onzeker is of en in welke mate waterplanten in de eigendommen van het schap in de toekomst bestreden moeten worden, is niet bekend wat dit financieel voor het Plassenschap betekent. Als risico voor het schap ramen we, op basis van aannames een bedrag van € 40.000. —

-

3.2.4 Rente Het rentepercentage voor nieuwe vaste geldleningen is voor 2025 geraamd op 3,5%. Dit percentage is gebaseerd op een reële inschatting van de marktrente op het moment van afsluiten. Voor de periode 2024 tot en met 2027 moet naar verwachting per jaar 2,6 miljoen vreemd vermogen worden aangetrokken. Een rente van 1,0% hoger dan de verwachte 3,5% resulteert in structurele extra lasten van €26.000 per jaar.

3.2.5 Klimaatverandering Een belangrijke tendens is te zien in de merkbare gevolgen van klimaatveranderingen voor de onderhoudsmaatregelen. Er moet rekening worden gehouden met de volgende aspecten: 3.3

langer groeiseizoen (waardoor extra maaibeurten nodig zijn, die extra kosten met zich meebrengen); 3.4 droogte, waarmee begroeiingen verloren gaan; 3.5 wateroverlast (beschadiging van oevers, beschoeiingen en beplanting); 3.6 ontwikkeling van ziektes en exoten.

Elk seizoen is anders en onderhoudswerkzaamheden zijn lastig te vergelijken per jaarschijf. Droogte, extra water en extra maaien zijn lastig te kwantificeren. Op basis van de ervaringscijfers in eerdere jaren hebben we het risico, conform voorgaande jaren, ook voor 2025 ingeschat op € 40.000.

3.2.6

Marktwerking

De prijzen zijn redelijk gestabiliseerd na een forse toename in de afgelopen jaren. De opgestelde beheerplannen zijn bepaald op basis van prijspeil 2023. Het CPB verwacht een normale stijging van de kosten in de komende jaren. Als prijsrisico ramen we 5% van het totale jaarlijkse onderhoudsbedrag excl. BTW zijnde € 29.000.

3.2.7

Beheerplan, MJOP en MJIP

In 2023 heeft een complete inventarisatie van het gebied plaatsgevonden en zijn de daaruit volgende onderhouds- en vervangingsmaatregelen in en een nieuw opgesteld MJOP en MJIP vastgelegd. Deze plannen zijn door het bestuur vastgesteld. 20

Er is sprake van achterstanden in het onderhoud, waarvoor een voorziening groot onderhoud is getroffen. In de periode 2024-2027 zullen de achterstanden in het groot onderhoud worden weggewerkt. Na deze periode zal een reguliere cyclus van groot onderhoud starten. Op basis van deze plannen uit het MJIP en MJOP zijn de risico’s op het gebied van groot onderhoud en vervangingsinvesteringen, zover ons nu bekend, weggenomen. Het risico wordt nu PM geraamd.

3.2.8

Onvoorziene risico’s

Naast bovengenoemde grote risico’s heeft onze gemeenschappelijke regeling te maken met kleinere risico’s, zoals het illegaal dumpen van giftige afvalstoffen, niet verhaalbare vernielingen en wijzigingen in wetgeving met mogelijk financiële gevolgen. Deze worden niet afzonderlijk benoemd en gekwantificeerd, maar hiervoor wordt gedurende de meerjaren termijn een gelijkblijvend risicobedrag aangehouden van € 50.000.

3.3 Inventarisatie en toelichting beschikbare weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit is het totaal aan middelen waarover Plassenschap Loosdracht beschikt om niet begrote financiële tegenvallers op te vangen. Net als tegenvallers kan ook de weerstandscapaciteit worden onderverdeeld in incidenteel en structureel. Incidentele weerstandscapaciteit is aanwezig in de vorm van begrotingsposten voor onvoorzien en aanwezige reserves met een weerstandsfunctie. Structurele weerstandscapaciteit betreft de middelen die permanent ingezet kunnen worden om tegenvallers in de exploitatie op te vangen, zonder dat dit ten koste gaat van de uitvoering van bestaande taken. Het gaat dan om herschikking binnen bestaande budgetten van het Plassenschap Loosdrecht e.o. De omvang van de incidentele en de structurele weerstandscapaciteit worden hieronder gepresenteerd.

3.3.1

Incidentele weerstandscapaciteit Begroot 2025 58 429 0 3 490

Algemene reserve (afgerond) Resultaat 2023 Stille reserves materiële vaste activa’ Post onvoorzien in de begroting Totaal incidentele weerstandscapaciteit

3.3.2

Structurele weerstandscapaciteit Beschikbaar 31-122023

Heroverweging bestaand beleid Totaal structurele weerstandscapaciteit

RM.

0

Heroverweging bestaand beleid In het transitiejaar 2023 zijn de formatie, het regulier en groot onderhoud en de vervangingsinvesteringen tegen het licht gehouden. Dit heeft geleid tot beheerplannen en een meerjarig investeringsplan. Dit alles om de basis op orde te krijgen. Van nieuw beleid is geen sprake. De materiele vaste activa zijn conform het BBV gewaardeerd op verkrijgings- of vervaardigingprijs dan wel lagere marktwaarde. Indien de marktwaarde echter boven de verkrijgings- of vervaardigingsprijs ligt dan is sprake van een stille reserve. Deze wordt gekapitaliseerd bij verkoop van het betreffende actief.

21

3.3.2.1 Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen geeft de relatie weer tussen de risico’s en de weerstandscapaciteit.

Weerstands capaciteit

Risicos

Weerstands vermogen

Het bestuur heeft al in de kadernota 2024 vastgelegd dat per ultimo 2026 de algemene reserve minimaal gelijk moet zijn aan de omvang van de gekwantificeerde risico’s. Door het batig resultaat over 2023 van naar verwachting ca. € 429.000, kan door het resultaat te bestemmen ten behoeve van de algemene reserve, de weerstandspositie van het Plassenschap sterk worden verbeterd. Hierdoor kunnen de afgesproken extra stortingen in de algemene reserve, in ieder geval voorlopig, achterwege blijven. De beschikbare weerstandscapaciteit wordt, inclusief het resultaat over 2023, voor 2025 begroot op € 490.000 (begroting 2024 na le wijziging € 59.000). Het weerstandsratio wordt berekend door de risico’s te delen door de beschikbare weerstandscapaciteit. Op basis van de beschikbare weerstandscapaciteit van afgerond € 470.000 en Op basis van de berekende risico’s van per saldo € 101.000 komt de verhouding tussen het weerstandsvermogen en de risico’s in de begroting 2025 uit op 4,7.

Relatie weerstandsvermogen en financiële kengetallen Gemeenschappelijke regelingen zijn verplicht in de paragraaf weerstandsvermogen een zestal financiële kengetallen op te nemen voor het laatste rekeningjaar, het lopende begrotingsjaar en het nieuwe begrotingsjaar. In onderstaande tabel zijn de betreffende kengetallen opgenomen en vervolgens voorzien van een beoordeling. De kengetallen grondexploitaties en onbenutte belastingcapaciteit zijn als niet van toepassing opgenomen omdat het Plassenschap Loosdrecht geen grondexploitaties heeft en geen gemeentelijke belastngen oplegt.

Netto schuldquote Nettoschuldquote gecorrigeerd Solvabiliteit Kengetal grondexploitatie Structurele exploitatieruimte

Onbenutte belastingcapaciteit

2023 8%

2024 203%

2025 282%

2026 327%

2027 347%

2028 358%

118%

203%

282%

327%

347%

358%

14% n.v.t. 15%

12% n.v.t. 0%

8% n.v.t. 0%

6% n.v.t. 0%

3% n.v.t. 0%

3% n.v.t. 0%

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

22

Omdat de kengetallen in de eerste plaats bedoeld zijn om inzicht te geven in de financiële positie ten behoeve van de horizontale verantwoording, is een externe normering niet aan de orde. Het is de rol van het bestuur om aan de hand van de kengetallen de financiële positie te duiden en indien nodig bijstellingen voor te stellen. Het bestuur volgt de tot nog toe gestelde normen ten aanzien van de financiële kengetallen: -

-

-

-

-

3.4

Schuldquote: Indien de schuldquote groter dan 130% wordt is het zaak te beoordelen of maatregelen nodig zijn. Situatie Plassenschap. De netto schuldquote komt de komende jaren structureel ver boven 130% uit. De belangrijkste taak van het Plassenschap is de instandhouding van het gebied inclusief de daarmee gepaard gaande vervangingsinvesteringen. Doordat er de komende jaren een omvangrijk investeringspakket ligt in het gebied en het schap nauwelijks eigen vermogen heeft, lijkt een sterke toename van de netto schuldquote onontkoombaar. Vervanging van beschoeiingen, investeringen in sluizen, gebouwen en materieel zullen plaatsvinden met behulp van vreemd vermogen, de daaruit volgende kapitaallasten vormen een belangrijke onderdeel van het totale budget van het Plassenschap. Het tekort van de exploitatie van het Plassenschap is een verplichte bijdrage voor de deelnemers. Zolang zij die bijdrage voldoen zegt het kengetal dat er veel extern is gefinancierd, maar is er geen reden om investeringen te temporiseren of te stoppen. Een mogelijke optie is dat (een deel van) de deelnemers ervoor kiest om hun aandeel in investeringen ineens te betalen, op die manier wordt een lagere netto schuldquote bereikt. Solvabiliteit: Deze moet tenminste 1 5% bedragen.

Ook hier geldt door een sterk toegenomen vreemd vermogenpositie, zonder dat het eigen vermogen toeneemt, volgt in een sterke afname van de solvabiliteitsratio. Structurele exploitatieruimte: Deze moet ten minste 0,0% bedragen. Weerstandsvermogen: de verhouding tussen het weerstandsvermogen en de risico’s zoals gekwantificeerd in de risicoparagraaf van de begroting en jaarstukken dient minimaal 1:1 te zijn. Afgesproken is dat het weerstandsvermogen per ultimo 2026 weer een ratio van 1 moet hebben. Doordat de rekening 2023 sluit met een batig saldo van bijna € 429.000, kan door resultaatbestemming de algemene reserve worden versterkt en stijgt de ratio tot ver boven de

Paragraaf onderhoud kapitaalgoederen

In 2023 is samen met een viertal adviesbureaus op basis van onder andere een tweetal schouwen en nadere inspecties, drie beheerplannen opgesteld. Het betreft het Beheerplan Areaal Plassenschap Loosdrecht eo. (voor de terreinen, eilanden en vaarwegen), het “Beheerplan Vastgoed” en het ‘Beheerplan Sluizen”. Daarnaast is er op basis van eerdere inspecties en kennis bij het huidige personeel een bureaustudie gedaan naar de staat van onderhoud van de beschoeiingen. Op basis van de hierboven genoemde beheerplannen en bureaustudies zijn de benodigde budgetten voor het Dagelijks Onderhoud (DO) en het Groot Onderhoud (GO) berekend en is een meerjareninvesteringsplan (MJIP >10 jaar) voor de vervangingsinvesteringen (VV) opgesteld. Op 6 september 2023 heeft het bestuur van Plassenschap Loosdrecht e.o. besloten om de beheerplannen en het meerjareninvesteringsplan (MJIP) als uitgangspunt te gebruiken voor het opstellen van het vierjarig Uitvoeringsplan en het vierjarig Financieel Perspectief.

23

3.5

Paragraaf financiering

3.5.1

Beleidsuitgangspunten

Het optimaliseren van de renteresultaten binnen de kaders van de Wet FIDO (Wet Financiering Decentrale Overheden) respectievelijk de limieten en richtlijnen van het Treasurystatuut.

3.5.2 Risicobeheer De Wet financiering decentrale overheden vermeldt twee normen. Het doel is te voorkomen dat bij herfinanciering van leningen bij aanzienlijk hogere rente grote schokken optreden in de hoogte van de rente die het schap moet betalen. De normen beperken de budgettaire risico’s.

3.5.3 Kasgeldlimiet In de Uitvoeringsregeling Financiering Decentrale Overheden (UFDO) geeft het ministerie aan tot welk bedrag gemeenschappelijke regelingen mogen financieren met kortlopende geldieningen: de kasgeldlimiet. Het betreft een percentage van het totaal van de begroting, zijnde momenteel 8,2 %. Als de gemeenschappelijke regeling deze kasgeldlimiet structureel overschrijdt, dient ze de kortlopende schuld om te zetten in een langlopende schuld. Met name bij korte financiering is er sprake van een renterisico. De verwachte kasgeldlimiet voor 2025 kan als volgt worden weergegeven: Totaal van de lasten begroting 2025 € 3.359.000 (2024 na le wijziging € 3.093.900). De verwachte limiet is 8,2% zijnde afgerond €275.400 (2024 na le wijziging € 253.700).

3.5.4 Renterisiconorm De renterisiconorm is een bedrag ter grootte van een percentage van het begrotingstotaal, met als doel het beperken van de gevolgen van een stijgende rente op de rentelasten van het schap. De norm stelt dat per jaar maximaal 20% van het begrotingstotaal in aanmerking mag komen voor verplichte aflossingen en renteherzieningen. De verwachte renterisiconorm voor 2025 kan als volgt worden weergegeven. Totaal van de lasten begroting 2025 € 3.359.000 (2024 na ie wijziging € 3.093.900). De limiet is 20% zijnde afgerond € 671 .800 (2024 na ie wijziging € 618.800). De begrote aflossingen voor 2025 zijn € 285.000 (gelijk 2024 € 285.000) zodat deze binnen de limiet passen.

3.5.5 Mutaties in de Ieningenportefeuille Omschrijving (bedragen x €1 0OO)

2025

2026

2027

2028

Stand per 1januari Nieuwe leningen Reguliere aflossing

5.803 3.763 285

9.281 2.414 345

11.350 2.461 480

13.331 1.741 584

Stand per 31 december

9.281

11.350

13.331

14.488

Op basis van het vastgestelde MJIP wordt in deze begrotingsperiode in totaal €10.380.000 aan nieuwe leningen opgenomen. Dit is met name ter afdekking van voorgenomen investeringen en om te waarborgen dat vaste activa ook met vaste passiva worden gefinancierd. Het meerjareninvesteringsplan (MJIP) is voor een belangrijk deel bepalend voor de omvang van de toekomstige leningenportefeuille.

24

3.5.6 BBV en rentetoerekening Het BBV bevat voorschriften met betrekking tot de rentetoerekening. De interne rentetoerekening is afhankelijk van de verhouding netto rentelasten afgezet tegen de integraal gefinancierde activa. Het schap heeft geen grondexploitaties zodat een aparte renteberekening hiervoor buiten beschouwing kan worden gelaten. Projectfinanciering is eveneens niet van toepassing. De interne rentetoerekening loopt via het taakveld 0.5 treasury. Conform historie wordt er geen renteresultaat begroot en worden de netto rentelasten 100% verdeeld naar de omvang van de vaste activa. Over reserves, voorzieningen en eigen vermogen wordt geen rente toegerekend.

3.6

Paragraaf bedrijfsvoering

3.6.1 Bedrijfsvoering In de begroting van het schap is geen apart programma bedrijfsvoering opgenomen. Dit komt omdat de bedrijfsvoering inclusief al het personeel is ondergebracht bij de gemeente Wijdemeren. Hiertoe worden De personeels- en apparaatskosten worden in eerste instantie binnen de begroting van de gemeente Wijdemeren geraamd. Op basis van werkelijk gemaakte uren worden de kosten doorbelast aan het Plassenschap. Over deze door te belasten uren is voor 2025 een voorlopig opslag overhead geraamd Van 25,2%.

3.6.2 Overhead en toerekening personee’skosten Overeenkomstig het BBV dienen de kosten van overhead verantwoord te worden op een afzonderlijk daarvoor aangewezen taakveld. Dit betreft enerzijds (een percentage van) de personele kosten zoals management en medewerkers van ondersteunende afdelingen. Anderzijds betreft het apparaatskosten zoals ICT en huisvesting. Direct toewijsbare personeels- en apparaatskosten dienen op het taakveld verantwoord te worden waar deze betrekking op hebben. De verdeling op taakveldniveau is in bijlage 4 van deze begroting opgenomen. De (doorbelaste) overhead voor de begroting 2025 is bepaald op afgerond € 731.000 ( 2024 na ie wijziging € 658.000) waarvan € 415.000 (2024 na 1 wijz. € 342.000) aan personeelsiasten. De overige kosten van overhead bestaan uit de doorbelaste overhead (apparaatslasten) vanuit de gemeente Wijdemeren.

3.7

Paragraaf verbonden partijen

Het Plassenschap Loosdrecht e.o. is een gemeenschappelijke regeling en heeft sinds de opheffing van Recreatie Midden-Nederland geen verbonden partijen.

25

FINANCIËLE BEGROTING

4 Overzicht baten en lasten per programma en toelichting M.i.v. 2024 zijn de programma’s 1,3 en 4 samengevoegd tot 1 programma Beheer, onderhoud en exploitatie”. De cijfers uit de jaarrekening 2023 worden hier ook samengevoegd weergegeven. Programma

Rekening

Begroting

Begroting

Begroting

2024 na 1ijz.

2025

2026

Begroting 2027

Begroting

2023

2.070.358

2.435.900

2.628.000

2.835.800

3.398.400

3.211.500

409.138

658.000

731.100

763.100

792.500

821.300

409.138 0 0 2.479.496

649.700 3.100 5.200 3.093.900

674.400 3.400 53.300 3.359.100

704.100 3.600 55.400 3.598.900

730.800 4.200 57.500 4.190.900

757.700 4.100 59.500 4.032.800

2.001.838

2.367.400

2.559.500

2.767.300

3.010.200

3.211.500

838.002

658.000

731.100

763.100

792.500

821.300

0 0 2.839.840 360.343

649.700 8.300 3.025.400 68.500

674.400 56.700 3.290.600 68.500

704.100 59.000 3.530.400 68.500

730.800 61.700 3.802.700 388.200

757.700 63.600 4.032.800 0

Mutaties reserves Toevoegingen aan reserves Onttrekkingen aan reserves Totaal mutaties reserves

2.393 70.914 -68.521

2.400 70.900 -68.500

2.400 70.900 -68.500

2.400 70.900 -68.500

2.400 390.600 -388.200

0 0 0

Geraamd resultaat

428.684

0

0

0

0

0

Lasten Programma 1 Beheer, onderhoud en exploitatie Programma 2Algemeen(incl. overhead) . Waarvan overhead . Waatvan onvoorzien . Waarvan overig ïotaiïiisten Baten Programma 1 Beheer, onderhoud en exploitatie Programma 2 Algemeen (mci. overhead) . Waarvan overhead . Waarvan onvoorzien/overig Totaal baten Saldo van baten en lasten

2028

De baten, lasten en mutaties in reserves zijn gebaseerd op de beleidsinhoudelijke doelstellingen zoals per programma opgenomen in het programmaplan. Voor een nadere toelichting verwijzen wij daarom naar de individuele programma’s in het programmaplan.

26

5 Overzicht baten en lasten per kostensoort Begrotingspost

la ib 3 S 7a 7b 11 13 15 17 17a 17b 19 21 25

Wij: Doorbel. personeelskst. (mci bestuurssecr.) Wij: Doorbel. overhead/apparaatskst. Kwaliteitsbijdrage toezicht en handhaving aan derden Personeel derden (sluiswachters) Rente en afschrijvingen (bestaand) Rente en afschrijvingen (nieuw) Bestuurs- en apparaatskosten Belastingen en verzekeringen Energie- en waterkosten Onderhoud en vuilafvoer Gebiedsakkoord, baggeren Routebureau, bijdrage Voorziening groot onderhoud Publiciteits- en overige kosten Onvoorzien Totaal lasten

Rekening 2023

Begroting 2024 le wijziging

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14219850/1