CConstaterende datWijdemeren
Koppel je AI →
Document · PDF

Eindrapport Midterm Review - def. concept 2024.04.15

Overige evenementen 24 juni 2025, gemeente WijdemerenBij agendapunt: Presentatie over de Tomingroep door I. de Kort, directeur Tomin.29.791 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Midterm review nieuwe koers

Almere Blaricum Eemnes Gooise Meren Hilversum Huizen Laren Wijdemeren Totaal

Aantal LKS 410 5 6 30 110 70 10 10 651

50%norm 507 11 9 80 209 68 10 19 914

40/70

Verschil Verschil 75%- met 50%- met 75%norm norm norm 683 97 273 15 6 10 12 3 6 108 50 78 281 99 171 91 -21 14 0 4 26 9 16 1.231 265 580

Tevens tonen we de aantallen LKS als de gemeenten op de 50%-norm (mediane LKS-quote voor de 40.000-plus gemeenten) respectievelijk de 75%-norm (mediane LKS-quote van de 50% 40.000-plus gemeenten met de hoogste LKS-quote) zitten. Met uitzondering van gemeenten Huizen zitten alle gemeenten onder de 50%-norm. Alle gemeenten zitten onder de 75%-norm. Bij toepassing van de 50% norm gaat het aantal LKS in de regio met 265 omhoog. Bij toepassing van de 75%-norm gaat het aantal in totaal met 580 omhoog. Uitgaand van deze normen kan dat erop wijzen dat de realisatie van het aantal LKS dat is berekend in het bedrijfsplan bij Tomingroep haalbaar zou kunnen zijn. Tot slot: LKS is geen doel op zichzelf. Doel is altijd dat mensen zo regulier en zelfstandig mogelijk aan het werk gaan. Doelstellingen voor wat betreft het aantal LKS hebben betrekking op mensen die anders niet aan het werk zouden gaan. Als mensen regulier kunnen werken, gaat dat altijd voor. Dat vraagt ook de nodige zorgvuldigheid met het hanteren van doelstellingen rond de LKS. Voorkomen moet worden dat de uitvoering – om hun LKS-target te halen - mensen een LKS aanbieden, terwijl ze ook regulier zouden kunnen werken.

Kortom, deze analyse lijkt erop te wijzen dat in de betreffende gemeenten het aantal mensen in de bijstand verder omlaag gebracht kan worden Ook de inschatting van de klantmanagers is dat er meer mensen dan nu bij of via Tomingroep aan het werk geholpen kunnen worden. Op basis van eerste vingeroefeningen met berekeningen van het LKS-potentieel, zijn de berekende aantallen LKS in het bedrijfsplan wellicht mogelijk. Ook lijken er meer mensen dan nu aan de slag te kunnen komen op een beschutte werkplek.

3.9

Conclusies

Aantallen: Het aantal medewerkers bij Tomingroep ultimo 2023 is veel lager dan verwacht in het bedrijfsplan. De Wsw-groep is sterk gekrompen. Voor de werk-leertrajecten worden veel minder mensen aangemeld dan waarmee rekening is gehouden in het bedrijfsplan. Voor de participatiebanen worden meer mensen aangemeld dan waarmee rekening is gehouden. Een groot deel van de mensen valt door een divers aantal redenen uit tijdens het plaatsingsproces. De aanmeldingen leiden tot meer participatiebanen-beschut dan verwacht, maar minder participatiebanen-regulier. Aanmeldingen: De mensen die worden aangemeld hebben vaak een grotere afstand tot de arbeidsmarkt en hebben meer belemmeringen dan verwacht. Ook meldt niet iedereen die is doorverwezen zich bij Tomingroep en accepteert niet iedereen het aanbod. Er zijn meer mensen met een beschutte baan dan verwacht in het bedrijfsplan. Een groot deel kan nu niet door Tomingroep worden geholpen met een reguliere participatiebaan. Nader onderzoek is nodig om erachter te komen waarom veel mensen die zijn doorverwezen niet starten op een participatiebaan en welke aanpassingen nodig zijn om beter aan te sluiten bij de wensen en behoeften.

Midterm review nieuwe koers

41/70

Wijze van doorverwijzen: Klantmanagers maken veelal zelf de inschatting of Tomingroep een passend aanbod kan bieden voor de kandidaten in hun caseloads. Er is niet, zoals was voorgenomen in het bedrijfsplan, een gemeenschappelijke diagnosesystematiek ontwikkeld en geïmplementeerd. In de praktijk wordt per inwoner telkens opnieuw, via een wisselende methodiek, een afweging gemaakt. Veel klantmanagers hebben het beeld dat Tomingroep mensen vooral een passende werkplek in een beschutte omgeving kan bieden, maar zien Tomingroep minder als ontwikkelbedrijf. Daarnaast geven klantmanagers aan dat Tomingroep extra meerwaarde zou kunnen bieden met een diverser aanbod en als mensen met een beperkt aantal uren en mensen met een laag taalniveau bij Tomingroep aan het werk zouden kunnen gaan. Sturing op aantallen: Aanvankelijk kwam het aantal aanmeldingen traag op gang. Toen bleek dat het aantal aanmeldingen bij Tomingroep achterbleef bij de verwachting heeft met name gemeente Almere maatregelen genomen om de aantallen te verhogen. Nu zijn de aantallen doorverwijzingen – hoewel de eindstand in 2023 onder het verwachte niveau ligt - hoger dan verwacht.

De klantmanagers verwachten dat er meer mensen geholpen kunnen worden, als het aanbod van Tomingroep zou worden verbreed, als het imago van Tomingroep zou verbeteren en als bij de klantmanagers beter op het netvlies zou staan wat Tomingroep voor de kandidaten kan betekenen. Werk-leerbedrijf: Tomingroep is op weg om een werk-leerbedrijf te worden. Er wordt veel tijd en energie gestopt in deze ontwikkeling. Tomingroep meet het succes voor de gehele populatie af aan de plaatsingen op de werkladder. Onderaan staan de interne werksoorten. Daarboven staat werken op locatie en bovenin staan de detacheringen. In 2023 zat Tomingroep op het niveau waar ze in 2025 hadden willen zijn: 40-40-20. Het doel voor 2025 is bijgesteld naar 33-33-33%. Vanuit gemeenten horen we kritische geluiden over deze wijze van meten, omdat het vooral iets zegt over waar mensen werken, maar dat het niet volledig betrouwbaar is om de ontwikkeling in beeld te brengen.

De conclusie is dat er veel werk is en wordt verzet om Tomingroep om te zetten naar een werk-leerbedrijf maar dat onvoldoende duidelijk is in hoeverre Tomingroep hierin is geslaagd: in hoeverre maken medewerkers van Tomingroep een ontwikkeling door? En in welke mate komt dat door de nieuwe ontwikkelaanpak die is en wordt doorgevoerd? Over de uitstroom naar werk kan Tomingroep nog niet veel zeggen omdat de mensen die na 2022 zijn ingestroomd nog te kort op de participatiebaan zitten. De ontwikkeling naar Werk-leerbedrijf is een taai proces. De doelgroep wordt steeds zwakker en heeft meer problematiek. Mensen met een overbrugbare afstand tot de arbeidsmarkt komen in de huidige krappe arbeidsmarkt vaak snel aan de slag en hebben geen participatiebaan nodig. Het huidige aanbod van Tomingroep sluit volgens de gemeenten onvoldoende aan op de behoefte. De doelgroep heeft vaak complexe problematiek en de werksoorten passen niet altijd bij de vraag op de arbeidsmarkt, aldus de gemeenten. Het aantal plaatsingen blijft daardoor achter bij de verwachtingen. Daardoor wordt Tomingroep steeds meer een bedrijf voor alleen beschutte arbeid. Samenwerking: Het bedrijfsplan is gericht op ketensamenwerking voor het bereiken van de doelen van de Participatiewet. Maar, de samenwerking is onvoldoende. Tomingroep en gemeenten opereren te veel los van elkaar.

De ketendoelen worden niet als gezamenlijke doelstellingen ervaren. Gemeenten en Tomingroep werken meer samen als opdrachtgever en opdrachtnemer in plaats van gelijkwaardige partners. Er zijn goede voorbeelden, maar in het algemeen trekken Tomingroep en gemeenten niet samen op in de zoektocht hoe de bestaande infrastructuur van Tomingroep optimaal kan worden ingezet voor de mensen die het zelfstandig niet redden op de arbeidsmarkt. De huidige dienstverlening van Tomingroep wordt daarom nog niet gezien als het huidige standaardaanbod richting de eigen inwoners maar meer als één van de instrumenten in de gehele toolbox van de gemeentelijke afdelingen W&I.

Midterm review nieuwe koers

42/70

Gezamenlijke monitoring en sturing: De gezamenlijke monitoring en sturing op de ketensamenwerking is beperkt op gang gekomen. Verschillende initiatieven (regionaal uitvoeringsoverleg, klankbordgroep en werkgroep gemeentelijk opdrachtgeversoverleg) zijn niet tot wasdom gekomen. De koersrapportages bieden een mooie basis voor het gezamenlijk overleg. De praktijk is dat deze meer fungeren als een verantwoordingsdocument van Tomingroep richting het bestuur in plaats van een monitoringsinstrument van de voortgang van de samenwerking in de keten. Kortom, de monitoring en sturing vindt vooral plaats aan de bestuurstafel en onvoldoende op ambtelijk/directieniveau vanuit zowel Tomin als de gemeenten. Verbeterpotentieel: De inschatting is dat er meer mensen met LKS dan nu vanuit de bijstand aan de slag geholpen kunnen worden. We baseren ons op een analyse van het bijstandsvolume, de ontwikkeling van het bijstandsvolume, het BUIG-saldo, het aandeel LKS en het aandeel beschut werk. Dat is in lijn met de inschatting van de klantmanagers dat er meer mensen dan nu bij of via Tomingroep aan het werk geholpen kunnen worden. Dat wijst er ook op dat de berekende aantallen in het bedrijfsplan niet irreëel zijn. Er kunnen meer mensen dan nu aan de slag op een beschutte werkplek. Wel lijkt er een mismatch te zijn tussen de behoefte en het huidige aanbod.

Gemeenten geven aan dat mensen met een overbrugbare afstand tot de arbeidsmarkt sneller dan in het verleden bij reguliere werkgevers aan de slag kunnen en dat de dienstverlening van Tomingroep daarvoor vaak niet nodig is. De vraag is hoe het aanbod en de dienstverlening vanuit Tomingroep kunnen en moeten worden ingericht om de mensen verder te helpen, die in de bijstand zitten en (nog) niet bij reguliere werkgevers aan de slag kunnen .

Midterm review nieuwe koers

43/70

HOOFDSTUK 4

Bedrijfsvoering In het bedrijfsplan zijn afspraken gemaakt over de financiering van Tomingroep. Naast de financiering door het rijk en de gemeenten heeft Tomingroep eigen inkomsten. We onderzoeken hoe de kosten en de baten zich na de invoering van het bedrijfsplan hebben ontwikkeld. Ook gaan we na hoe de verschillen tussen plan en realisatie kunnen worden verklaard en wat er is gedaan voor een zo goed mogelijk financieel resultaat.

4.1

Inleiding

In het bedrijfsplan hebben gemeenten en Tomingroep afgesproken dat Tomingroep ondersteuning gaat bieden aan de nieuwe doelgroep in de Participatiewet volgens de formule 1 eruit, 1 erin. Dat betekent dat voor elke Wsw-er die de Wsw verlaat, Tomingroep ondersteuning biedt aan één persoon uit de nieuwe doelgroep. Daarbij is ook afgesproken dat voor de periode 2022-2025 het aantal personen dat wordt ondersteund is gebaseerd op de in 2021 meerjarig geraamde uitstroom Wsw. Het aantal kandidaten vanuit de nieuwe doelgroep dat is berekend in het bedrijfsplan, verandert dus niet gedurende de looptijd van het bedrijfsplan3. Daarnaast is afgesproken dat de ondersteuning van de nieuwe doelgroep wordt gefinancierd uit het eigen vermogen, efficiency-maatregelen, de (eventuele) besparingen op de rijksbijdrage Wsw en een lumpsumvergoeding door de gemeenten. Er is in het bedrijfsplan een raming gemaakt van de kosten en de opbrengsten van Tomingroep, zonder rekening te houden met een gemeentelijke vergoeding voor de begeleiding van de nieuwe doelgroep (participatiebanen beschut en participatiebanen regulier) en zonder rekening te houden met een gemeentelijke vergoeding voor de werk-leertrajecten. Het verwachte negatieve saldo dat daaruit resteert wordt voor 2/3e gecompenseerd met een gemeentelijke bijdrage en voor 1/3e gecompenseerd vanuit de BV Tomingroep.

Hierna onderzoeken we eerst of de gerealiseerde kosten en baten overeenstemmen met de verwachtingen in het bedrijfsplan. Daarna gaan we specifiek in op het operationeel resultaat. We onderzoeken het operationeel resultaat van de verschillende doelgroepen en het operationeel resultaat in de verschillende werksoorten. Vervolgens gaan we op zoek naar verklaringen voor de verschillen die we zien tussen verwachtingen en realisatie. We verkennen de maatregelen die zijn genomen om het financieel resultaat te verbeteren. Tot slot gaan we na hoe het eigen vermogen zich in de komende jaren kan ontwikkelen.

3

Een snellere krimp van de Wsw dan verwacht leidt dus automatisch tot een kleinere infrastructuur.

Midterm review nieuwe koers

4.2

44/70

Bedrijfsplan en realisatie

De volgende tabellen tonen de businesscase die is opgesteld in het bedrijfsplan (tabel A), de realisatie in de jaren 2022 en 2023 en de verwachte realisatie voor 2024 en 2025 (tabel B) en de verschillen tussen verwachtingen in het bedrijfsplan en de huidige verwachtingen in de midterm review (tabel C). A. Bedrijfsplan Mln €

2022

2023

2024

2025

Loonkosten doelgroep

-25,9

-25,6

-25,2

-24,8

Operationeel saldo

1,8

1,8

1,9

1,9

Kosten WLT

-0,1

-0,2

-0,3

-0,4

Rijksbijdrage Wsw en LKS

22,8

22,4

22,0

21,6

--

--

--

--

Benodigde dekking bedrijfsplan

-1,4

-1,5

-1,6

-1,6

Gemeenten 2/3

0,9

1,0

1,1

1,1

BV 1/3

0,5

0,5

0,5

0,5

Eindstand

0,0

0,0

0,0

0,0

Mln €

2022

2023

2024

2025

Loonkosten doelgroep

-22,6

-23,6

-25,5

-25,2

Operationeel saldo

0,7

-0,3

-0,3

-0,2

Kosten WLT

0,0

0,0

-0,1

-0,2

Rijksbijdrage Wsw en LKS

21,5

22,2

22,7

22,0

Incidenteel

B. Realisatie en verwachte realisatie

Incidenteel

--

0,7

--

--

Benodigde dekking MTR

-0,4

-1,0

-3,1

-3,6

Lumpsum gemeenten bedrijfsplan

0,9

1,0

1,1

1,1

BV afspraak bedrijfsplan

0,5

0,5

0,5

0,5

Resterend dekkingsvraagstuk*

1,0

0,5

-1,5

-2,0

(*) Een plus is een besparing een min-teken duidt op een tekort.

C. Verschil Mln €

2022

2023

2024

2025

Loonkosten doelgroep

3,3

2,0

-0,3

-0,3

Operationeel saldo

-1,1

-2,1

-2,1

-2,1

Kosten WLT

0,1

0,2

0,2

0,1

Rijksbijdrage Wsw en LKS

-1,3

-0,3

0,7

0,3

Incidenteel

--

0,7

--

--

Benodigde dekking

1,0

0,5

-1,5

-2,0

Lumpsum gemeenten

0,0

0,0

0,0

0,0

BV

0,0

0,0

0,0

0,0

Dekkingsvraagstuk

1,0

0,5

-1,5

-2,0

4.2.1 •

Toelichting op tabel A4

Loonkosten doelgroep: In het bedrijfsplan was de verwachting dat de totale loonkosten van de doelgroep in de periode 2022-2024 iets zouden gaan dalen. De verklaring was dat de gemiddelde loonkosten van de nieuwe doelgroep lager zijn dan van de mensen in de Wsw.

•

Operationeel saldo: Het operationeel saldo is het saldo van bedrijfsopbrengsten (netto toegevoegde waarde) en de bedrijfskosten (alle kosten van Tomingroep exclusief de loonkosten van de doelgroep). Het operationeel saldo is een belangrijke prestatie-indicator. Het gaat om het financieel resultaat dat door goede financiële prestaties door Tomingroep beïnvloedbaar is. Het doel is om zo hoog mogelijke opbrengsten te realiseren (NTW), tegen zo laag mogelijke

4

Betreft de uitgangspunten en gemaakte afspraken bij bedrijfsplan.

Midterm review nieuwe koers

45/70

(bedrijfs)kosten. De verwachting was dat het operationeel saldo licht zou gaan stijgen, omdat het gemiddelde operationeel resultaat van de nieuwe doelgroep bij de opstelling van het bedrijfsplan hoger was dan het gemiddelde operationeel resultaat van de Wsw. •

Kosten WLT: De kosten WLT zijn de kosten die Tomingroep maakt voor de werk-leertrajecten. De raming ging omhoog conform de verwachte groei van het aantal kandidaten op een werkleertraject.

•

Rijksbijdrage Wsw en LKS: De rijksbijdrage Wsw en LKS zijn de rijksbijdrage die gemeenten ontvangen voor de Wsw. Conform afspraak gaat dat budget vanuit gemeenten naar de GR Tomingroep. Daarnaast zijn de te betalen loonkostensubsidies voor de mensen op een participatiebaan (beschut en regulier) ook in deze bijdrage opgenomen. De verwachting was dat de totale rijksbijdrage omlaag zou gaan, met name door de krimp van het aantal Wsw-ers. In 2024 wordt rekening gehouden met een loon/prijs-bijstelling van 3,5%. Dat is een aanname die nog niet in de rijksbijdrage is verwerkt.

•

Incidenteel: Betreft incidentele kosten of opbrengsten. In het bedrijfsplan waren (nog) geen incidentele kosten en opbrengsten voorzien.

•

Benodigde dekking bedrijfsplan: De optelsom van de afzonderlijke componenten leidde tot de benodigde financiering voor het bedrijfsplan.

•

Gemeenten 2/3: Bij de vaststelling van het bedrijfsplan is afgesproken dat gemeenten 2/3e deel zouden gaan betalen in de vorm van een lumpsum bijdrage.

•

BV 1/3: Tevens is afgesproken dat 1/3e deel gefinancierd zou worden uit het eigen vermogen dan wel de exploitatie van Tomingroep.

•

Eindstand: De eindstand is het totaal van de dekking en de afgesproken dekking. Bij het bedrijfsplan zijn afspraken gemaakt over een sluitende businesscase. De eindstand (= de som van de benodigde dekking en de afgesproken dekking) is daarom gelijk aan nul.

4.2.2

Toelichting op tabel B

Tabel B toont de realisaties tot en met 2023 en de verwachte realisaties voor 2024 en 2025. We baseren ons voor 2024 en 2025 op de begroting van Tomingroep. We gaan ervan uit dat de groei van het aantal participatiebanen in 2024 en in 2025 gelijk is aan de verwachte groei in het bedrijfsplan. Verder laten we dezelfde posten zien als in tabel A. Deze tellen op tot de benodigde dekking die berekend is in de midterm review (zie de rij ‘Benodigde dekking MTR). We zien dat er in 2023 een incidentele baat is gerealiseerd. Dat betreft de opbrengsten door de verkoop van een pand. Hierna (tabel C) gaan we nader in op de verschillen tussen tabel A en tabel B. Voorts laten we in tabel B de bij bedrijfsplan afgesproken lumpsum vergoeding zien (Lumpsum gemeenten bedrijfsplan). Tevens tonen we de afgesproken 1/3e bijdrage van de BV (BV afspraak bedrijfsplan) Het thans resterend dekkingsvraagstuk volgt in de laatste rij. De bedragen in deze rij tonen het verschil tussen de geactualiseerde benodigde dekking conform MTR en de bij bedrijfsplan afgesproken dekking vanuit enerzijds de gemeenten (lumpsum gemeenten bedrijfsplan) en anderzijds de BV (BV afspraak bedrijfsplan).

4.2.3

Toelichting op tabel C en analyse van de verschillen

Tabel C toont de verschillen tussen tabel A en tabel B. De bedragen in de cellen van tabel C zijn gelijk aan de bedragen in de cellen van tabel B (stand MTR) minus de bedragen in de cellen van tabel A (stand bedrijfsplan). We verklaren de verschillen als volgt.

Midterm review nieuwe koers

•

46/70

Loonkosten: De loonkosten bleken in 2022 en in 2023 minder hoog dan verwacht. De belangrijkste verklaring daarvoor is dat het aantal p-wetters met een dienstbetrekking lager was dan verwacht. We zien in 2024 echter een kentering. Het verwachte verschil is in 2024 en 2025 minder groot dan in 2022 en 2023. De belangrijkste verklaring daarvoor is de verwachte stijging van de loonkosten voor de Wsw. Tomingroep gaat in de begroting van 2024 uit van een stijging van de Wsw-loonkosten met ruim 10%.

•

Het operationeel saldo is in 2022 en in 2023 lager dan verwacht. Het operationeel saldo is gelijk aan de bedrijfsopbrengsten (netto toegevoegde waarde) minus de bedrijfskosten (alle kosten van Tomingroep minus de loonkosten van de doelgroep). Bij het bedrijfsplan werd een meerjarig positief operationeel saldo verwacht. De realisaties zijn negatief. Verderop in dit hoofdstuk gaan we dieper in op het operationeel saldo.

•

Kosten WLT: De WLT-kosten blijken minder hoog dan verwacht bij het bedrijfsplan. De verklaring is dat het aantal mensen op een werk-leertraject lager is dan verwacht.

•

Rijksbijdrage Wsw en LKS: De rijksbijdrage is in 2022 lager dan verwacht. Dat werd vooral verklaard door een lager aantal Wsw-ers (volume-effect) en door een lager aantal LKS-ers cq participatiebanen dan verwacht (volume-effect). In 2023 is de rijksbijdrage eveneens lager dan verwacht. Dat komt vooral door het lagere aantal participatiebanen, waardoor Tomingroep minder LKS-inkomsten had. Voor de jaren daarna wordt – ondanks de krimp van het aantal Wsw-ers en het lagere aantal participatiebanen dan bij bedrijfsplan verwacht - een positief effect verwacht. Dat komt doordat de rijksbijdrage Wsw – bij gelijkblijvend rijksbeleid - de komende jaren naar verwachting gaat stijgen. In de berekeningen is met deze stijging rekening gehouden.

•

Incidenteel: In 2023 was sprake van een incidentele opbrengst. Dat kwam door de verkoop van een pand.

•

We zien dat de benodigde extra dekking in 2022 respectievelijk 2023 1,0 mln respectievelijk 0,5 mln euro minder hoog was dan bij bedrijfsplan verwacht. Dat leidde voor Tomingroep tot een besparing. Zoals we hiervoor zagen, wordt dat – hoewel sprake was van een tegenvallend operationeel saldo en tegenvallende rijksbijdragen - vooral verklaard door de lagere loonkosten. In 2023 was bovendien sprake van een extra op opbrengst door de verkoop van een pand. In 2024 zien we het beeld echter verslechteren. Op basis van de begroting van TG wordt verwacht dat de benodigde dekking 1,5 mln respect 2,0 mln hoger is dan bij bedrijfsplan verwacht. De belangrijkste verklaring is het verslechterde operationeel resultaat, dat volgens de huidige verwachtingen niet meer – zoals in 2022 en 2023 - gecompenseerd zal worden door meevallende loonkosten van de doelgroep en incidentele baten. Daarbij merken we op dat de totale loonkosten door hogere loonkosten per fte in 2024 en 2025 naar verwachting ook hoger zijn dan verwacht. Deze worden echter naar verwachting (meer dan) gecompenseerd door een verwachte meevallende rijksbijdrage WSW.

4.3

Operationeel resultaat per doelgroep

Hiervoor lieten we zien dat het totale financieel resultaat van Tomingroep in 2024 en 2025 verslechtert ten opzichte van de jaren 2022 en 2023. Dat komt vooral door het verslechterde operationeel resultaat dat naar verwachting niet meer gecompenseerd wordt door meevallende loonkosten en incidentele baten. We gaan na hoe de verslechtering van het operationeel resultaat kan worden verklaard. We gaan eerst na in hoeverre (de verslechtering van) het operationeel resultaat kan worden toegewezen aan de afzonderlijke doelgroepen. In de volgende tabel tonen we het operationeel resultaat per fte voor de doelgroepen Wsw, Participatiebaan beschut en Participatiebaan regulier. Tevens tonen we de bedragen in de benchmark (sectorinformatie Cedris 2022, uitgedrukt in prijzen van 2023).

Midterm review nieuwe koers

47/70

Operationeel resultaat per doelgroep per fte

Bedrijfsplan

Realisatie 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Wsw

€ 1.000

-€ 1.573

-€ 1.265

-€ 1.265

Benchmark 2022* € 425

Partipatiebaan beschut

€ 1.000

-€ 1.746

-€ 1.690

-€ 1.690

-€ 2.780

Participatiebaan regulier

€ 6.000

€ 7.141

€ 4.700

€ 4.700

€ 2.780

Totaal

€ 2.024

-€ 379

-€ 357

-€ 229

€ 347

(*) in prijzen 2023

Toelichting: •

We zien dat in het bedrijfsplan ervan werd uitgegaan dat het operationeel resultaat voor de Wsw gelijk was aan 1.000 euro per fte. Dat was gelijk aan de realisatie bij het opstellen van het bedrijfsplan. In 2023 is de realisatie gelijk aan 1.573 euro negatief per fte. Voor de 2024 en 2025 wordt een kleine verbetering verwacht. In de benchmark (sectorinformatie 2022, Cedris) is het operationeel resultaat voor de Wsw gelijk aan 425 euro per fte.

•

We zien voorts dat ook het operationeel resultaat voor de doelgroep participatiebaan beschut slechter is dan verwacht. Echter, het operationeel resultaat van deze groep is bij Tomingroep beter dan in de landelijke benchmark: 1.690 euro per fte negatief bij Tomingroep en 2.780 euro per fte negatief in de landelijke benchmark. In de begroting voor 2024 en 2025 wordt verwacht dat het operationeel resultaat iets verbetert.

•

Voor de participatiebanen regulier geldt dat het operationeel resultaat (realisatie 2023) beter was dan verwacht (bedrijfsplan): 7.141 euro in plaats van 6.000 euro per fte. Het operationeel resultaat is (fors) beter dan het operationeel resultaat van deze groep op landelijk niveau. In de begroting wordt uitgegaan van een lichte verslechtering van het relatief huidige (hoge) operationeel resultaat.

•

Kortom, de verwachting was dat Tomingroep voor de gehele doelgroep (Wsw, nieuw beschut, regulier) een positief operationeel resultaat van 2.024 euro per fte kon realiseren. De realisatie was in 2023 379 euro per fte negatief. Voor 2024 en 2025 is de verwachting dat het operationeel resultaat per fte doelgroep min of meer op hetzelfde niveau blijft. Op landelijk niveau is het operationeel resultaat voor de gehele doelgroep gelijk aan 347 euro per fte positief. Tomingroep zit daar 726 euro per fte onder. (379+347).

4.4

Verklaring van het verschil

De volgende tabel toont de kosten en de opbrengsten van Tomingroep5. mln €

Bedrijfsplan

Realisatie

€-Verschil

%-Verschil

NTW

€ 33,8

€ 31,9

-€ 1,9

-6%

Loonkosten bedrijf

-€ 16,8

-€ 15,7

€ 1,1

-7% 120%

Uitzendkrachten

-€ 2,2

-€ 4,9

-€ 2,6

Overige bedrijfskosten

-€ 12,9

-€ 11,6

€ 1,3

-10%

Operationeel resultaat

€ 1,8

-€ 0,3

-€ 2,1

-115%

Toelichting: •

NTW: de netto toegevoegde waarde (NTW) is gelijk aan de omzet van het bedrijf. De omzet is lager dan verwacht. De lagere NTW wordt vooral gerealiseerd bij Groen. De omzet is daar vooral afgenomen door minder opdrachten en door de daling van het aantal medewerkers.

•

Loonkosten bedrijf: de loonkosten van de niet-regeling gebonden medewerkers is eveneens lager dan verwacht. Dat komt doordat de formatie van de niet-regeling gebonden medewerkers

De bedragen in het bedrijfsplan luiden in prijzen van 2021. De bedragen in de realisatie zijn in prijzen van 2023. De verschillende prijzen beïnvloeden de conclusies niet. 5

Midterm review nieuwe koers

48/70

omlaag is gebracht omdat de omvang van de doelgroep kleiner was dan waarmee eerder rekening werd gehouden. •

Uitzendkrachten: de inhuur van uitzendkrachten nam toe. In 2023 werd 2,6 mln euro meer uitgegeven dan waarvan werd uitgegaan in het bedrijfsplan. De verklaring is dat er meer uitzendkrachten moesten worden ingehuurd omdat het aantal medewerkers vanuit de doelgroep lager was dan verwacht. Tomingroep had lopende contractuele verplichtingen. Daaraan moest worden voldaan. Doordat het aantal medewerkers uit de doelgroep achterbleef, moest Tomingroep extra uitzendkrachten inhuren.

•

Overige bedrijfskosten: de overige bedrijfskosten (anders dan de bedrijfs-loonkosten en de uitzendkrachten) gingen in 2023 met 1,3 mln euro omlaag. Deze verlaging kwam eveneens door bezuinigingen die zijn doorgevoerd vanwege het lagere aantal niet-regeling gebonden medewerkers.

•

Operationeel resultaat: het operationeel resultaat was lager dan verwacht. De belangrijkste verklaring is de lagere netto toegevoegde waarde. Echter, de totale bedrijfskosten (som van loonkosten bedrijf, uitzendkrachten en overige bedrijfskosten) zijn ook omlaag gegaan. Tomingroep bewoog daarin mee met de krimp van het aantal medewerkers vanuit de doelgroep. De kosten voor uitzendkrachten zijn echter toegenomen, om de redenen zoals hiervoor beschreven. De NTW ging vooral omlaag bij Groen. De totale bedrijfskosten stegen vooral bij Verpakken, Retail, Schoonmaak

De conclusie is dat het operationeel resultaat vooral verslechterde door een lagere netto toegevoegde waarde. In mindere mate was sprake van een hoger kostenniveau. De lagere netto toegevoegde waarde kwam vooral door het kleinere aantal medewerkers, waardoor Tomingroep een lagere afzet realiseerde. De hogere kosten worden verklaard door de inhuur van meer uitzendkrachten. Meer inhuur was nodig om te kunnen voldoen aan contractuele verplichtingen. Op andere terreinen gingen de kosten omlaag, omdat Tomingroep bezuinigde door het lagere aantal medewerkers vanuit de doelgroep.

4.5

Operationeel resultaat per werksoort

Voor een verdere analyse van het operationeel resultaat is het naast de afzonderlijke doelgroepen, van belang om na te gaan hoe hoog het operationeel resultaat is bij de verschillende werksoorten. Het volgende diagram toont de bijdrage van de verschillende werksoorten aan de verlaging van het operationeel resultaat6.

We hebben niet gecorrigeerd voor inflatie. We hebben enkele vingeroefeningen gedaan met de doorwerking van 14% inflatie in de jaren 2022 en 2023. Het beeld blijft vergelijkbaar. 6

Midterm review nieuwe koers

49/70

We zien dat Groen de grootste bijdrage leverde aan het lagere operationeel resultaat. Retail en Verpakken komen daarna. Zoals we hiervoor al aangaven wordt de verlaging bij Groen verklaard door alleen een lagere NTW. De kosten gingen bij Groen ook omlaag. Bij Verpakken, Retail en Deta ging de NTW omhoog, maar stegen de kosten meer dan de NTW. Bij Schoonmaak wordt de verandering in het operationeel resultaat vooral verklaard door de hogere kosten. De volgende tabel toont het verwachte operationeel resultaat in het bedrijfsplan (BP2023) en het gerealiseerde operationeel resultaat bij de jaarrekening (JR2023). Tevens laten we het operationeel resultaat voor de verschillende werksoorten in de benchmark zien. De benchmarkcijfers komen uit de database van Berenschot van ruim 20 sw-bedrijven. Operationeel resultaat per fte x €1.000,-

BP2023

JR2023

Verschil Benchmark

Verschil

Groen

€ 8,9

€ 5,4

-€ 3,5

€ 4,7

€ 0,7

Verpakken

-€ 5,3

-€ 10,4

-€ 5,1

-€ 6,4

-€ 4,0

Retail

€ 5,4

-€ 0,4

-€ 5,8

-€ 2,9

€ 2,5

Detachering

€ 9,5

€ 6,6

-€ 2,9

€ 7,2

-€ 0,6

Schoonmaak

€ 15,2

€ 14,2

-€ 1,1

€ 6,9

€ 7,3

Totaal TG

€ 2,0

-€ 0,4

-€ 2,4

€ 0,3

-€ 0,7

Het operationeel resultaat tussen de werksoorten verschilt. Dat wordt vooral verklaard doordat op de werksoorten met een laag operationeel resultaat mensen werkzaam zijn met een lage loonwaarde en op de werksoorten met een hoog operationeel resultaat, mensen met een relatief hoge loonwaarde. Uit de benchmark blijkt dat het operationeel resultaat over de gehele linie lager is dan verwacht bij het opstellen van het bedrijfsplan. Als we het operationeel resultaat vergelijken met de benchmark, zien we dat op totaal-niveau het operationeel resultaat van Tomingroep 700 euro per fte doelgroep lager is dan landelijk gemiddelde. De werksoorten Verpakken en Detacheringen zitten onder het niveau van de benchmark. Groen, Retail en Schoonmaak presteren beter dan de benchmark. Als we een slag dieper gaan blijkt dat de toegevoegde waarde per fte en de bedrijfskosten per fte telkens hoger dan de benchmark. Dat wordt verklaard doordat Tomingroep werkt met relatief veel reguliere medewerkers in het primair proces. Dat maakt de vergelijking met andere werkbedrijven relatief lastig. In de meeste andere werkbedrijven is het aantal reguliere medewerkers in het primair proces beperkt. Verder zien we dat ten opzichte van de ramingen in het bedrijfsplan, zowel de NTW als de kosten per fte uit de doelgroep op alle werksoorten zijn toegenomen. Daarvoor zijn verschillende verklaringen.

Enerzijds stuurde Tomingroep op het realiseren van een hogere toegevoegde waarde. Anderzijds werd een hogere toegevoegde waarde gerealiseerd doordat er meer uitzendkrachten werden ingehuurd. De toegevoegde waarde van uitzendkrachten is gemiddeld hoger dan de toegevoegde waarde van medewerkers vanuit de doelgroep. Daar staan echter hogere kosten tegenover. Met andere woorden, de kosten per fte zijn omhoog gegaan. Dat leidde per fte tot een hogere toevoegde waarde. Maar de hogere toegevoegde waarde was onvoldoende om de kostenstijgingen per fte te compenseren. De vraag is wat Tomingroep moet doen om de kosten weer in lijn met de benchmark te krijgen. Deze vraag laat zich niet eenvoudig beantwoorden. Er kunnen niet bepaalde kosten- of omzetcategorieën worden aangewezen waar met een eenvoudige druk op de knop de kosten omlaag en de opbrengsten omhoog worden gebracht. Dat vraagt om een bredere strategische analyse. Feitelijk heeft Tomingroep al de keuze gemaakt om meer te detacheren en minder gebruik te maken van eigen werksoorten. In het algemeen leidt dat tot een beter financieel resultaat. Voor

Midterm review nieuwe koers

50/70

meer houvast en een duidelijke koers kan een strategisch plan waarin de verdere ontwikkeling van de verschillende werksoorten wordt uitgewerkt, behulpzaam zijn. Hierin staan de ambities per werksoort en kan gestuurd worden op basis van duidelijke streefwaarden.

4.6

Verklaringen

De vraag is waarom het operationeel resultaat lager is dan verwacht. Wij zien de volgende verklaringen. •

Hiervoor zagen we dat het operationeel saldo in de jaren 2023 tot en met 2025 2,1 mln euro per jaar lager is dan bij het opstellen van het bedrijfsplan verwacht. Deze verlaging wordt vooral verklaard door een lagere totale omzet (toegevoegde waarde) en hogere kosten. De grootste daling van de omzet zien we bij Groen. Opvallend is dat ondanks de krimp, de omzet bij Verpakken en Retail omhoog is gegaan. Daar stonden echter hogere kostenstijgingen tegenover. De hogere kosten komen vooral doordat meer mensen moeten worden ingehuurd bij het uitzendbureau. Om aan de lopende contracten met afnemers te kunnen voldoen moet Tomingroep – gegeven de sterke daling van het aantal doelgroep-medewerkers - mensen bij het uitzendbureau inhuren. Daar staan echter lagere loonkosten tegenover voor de medewerkers in de BV (als gevolg van de daling van het aantal medewerkers) en lagere overige bedrijfskosten. Deze kostenverlagingen zijn onvoldoende om de lagere omzet en de hogere kosten voor inhuur te compenseren.

•

De organisatie is sneller gekrompen dan gedacht, door een sneller krimp van de Wsw en minder plaatsingen van nieuwe kandidaten dan eerder verwacht. In het bedrijfsplan werd voor 2023 uitgegaan van 1.258 fte medewerkers (inclusief de BV en mensen op een werkleertraject). In werkelijkheid bleken dat ultimo 2023 984 te te zijn. Dat is een verschil van 21%. Het aantal medewerkers in de BV is weliswaar (ook met 21%) gekrompen, maar daarnaast zijn er vaste kosten, die zich minder gemakkelijk aanpassen aan de daling van de omvang van de doelgroep, met als gevolg dat het operationeel resultaat verslechtert. Daarnaast heeft een krimpende organisatie impact op de zittende medewerkers. Als onvoldoende rekening is gehouden met een krimpende organisatie leidt dat vaak tot een lagere productiviteit van de achterblijvende medewerkers. Een vuistregel voor de kosten van krimp is dat de kosten circa 30.000 euro per fte krimp bedragen7. De omvang van de doelgroep die werkzaam is in de organisatie is in 2023 195 fte minder groot dan verwacht. De capaciteit van Tomingroep was hierop vanaf 2022 ingericht. Uitgaand van 30.000 euro krimpkosten per fte, komt dat in de periode 2022 -2023 neer op een totaalbedrag van bijna 6 mln euro, waarmee in het bedrijfsplan geen rekening is gehouden.

•

De gemiddelde arbeidsproductiviteit van de medewerkers is lager dan verwacht. In de afgelopen jaren is het aantal Wsw-ers sterk gedaald. Een belangrijke verklaring was dat mensen versneld met pensioen konden gaan. Daar is relatief veel gebruik van gemaakt. De arbeidsproductiviteit van de jongere Wsw-ers is relatief laag omdat in het verleden de toelatingseisen tot de Wsw zijn aangescherpt. Doordat Wsw-ers met een hogere productiviteit de Wsw verlaten, gaat de gemiddelde productiviteit omlaag. Daarnaast bleek het niet mogelijk om de relatief hoge productiviteit van de doelgroep beschut in stand te houden. Hoewel het operationeel resultaat van deze groep nog steeds hoger is dan landelijk gemiddeld blijkt deze wel lager te zijn dan eerder verwacht. Voorts is het aandeel mensen met een indicatie beschut hoger dan verwacht. Omdat deze groep een relatief laag operationeel resultaat heeft per fte, leidt dat een lager operationeel resultaat voor de totale organisatie. Daar staat echter

Gemiddelde kosten per jaar, berekend op basis van Een financieel toekomstperspectief voor het sw-bedrijf na 2013 (R. Capel, 2013). 7

Midterm review nieuwe koers

51/70

tegenover dat het operationeel resultaat van de participatiebanen regulier bij Tomingroep relatief hoog is. •

In de jaren 2022 en 2023 gold voor 27 fte uit de doelgroep participatiebanen regulier dat de loonwaardeberekening op 100% kwam. Daarom zit deze groep niet meer in de doelgroep, maar zijn het BV-medewerkers geworden in het primair proces. Het is voor deze groep echter nog niet gelukt om aan de slag te komen bij een reguliere medewerker. De toegevoegde waarde van deze groep is relatief laag en heeft een drukkend effect op het totale operationeel resultaat van Tomingroep.

•

Tot slot houden wij er ook rekening mee dat de ombouw van werkbedrijf naar werk-leerbedrijf leidt tot minder productiviteit, zeker nu deze transitie samenloopt met een fors krimpscenario. Het realiseren van een beheerste krimp is sowieso een grote uitdaging. Deze uitdaging is extra groot in combinatie met de ombouw naar werk-leerbedrijf. Er wordt veel van de medewerkers gevraagd. Voorheen was de focus gericht op productie, productiviteit en rendement. Nu moet deze ook gericht zij op de ontwikkeling van mensen. De medewerkers van de BV hebben allerlei trajecten en programma’s doorlopen om een andere manier van werken aan te leren, die meer dan in het verleden gericht is op ontwikkeling. Onze inschatting is dat deze ombouw – in ieder geval tijdelijk - ook leidt tot een lager operationeel resultaat dan waarmee eerder rekening werd gehouden.

4.7

Maatregelen

Tomingroep neemt verschillende maatregelen gericht op met name rendementsbehoud. •

In de BV wordt beperkt personeel aangenomen. De krimp van de formatie in de BV is procentueel gelijk aan de krimp van het totale (inclusief doelgroepen) personeelsbestand: 21%.

•

Gebouwen worden verkocht of vrijvallende ruimte wordt verhuurd. Zo zijn de leeggekomen hallen door de sluiting van het bedrijfsonderdeel Metaal verhuurd. Er is een pand aan de Hefbrugweg verkocht.

•

Niet renderende afdelingen worden afgebouwd. In 2022 is de afdeling Metaal volledig afgebouwd, hiermee is een verlieslatend bedrijfsonderdeel gesloten waarbij de mensen naar het beter renderende bedrijfsonderdeel detachering zijn gegaan of naar ander werk zijn begeleid. Een gevolg hiervan (maar niet uitsluitend) is dat het aantal detacheringen in 2022 en 2023 flink is toegenomen.

•

Aanpak verzuim. In 2022 is gestart met een geïntensiveerd verzuimbeleid en is de overstap gemaakt naar een andere arbodienst. Vervolgens is er meer management-aandacht gekomen en wordt de monitoring op de ontwikkeling van de verzuimcijfers in de maandelijkse gesprekken met de manager gevolgd.

•

Energie: In 2022 zijn energiebesparende maatregelen getroffen om het energieverbruik terug te dringen. Dit heeft geleid tot een energiebesparing van circa 0,6 mln euro in 2022.

•

Door de hoge eerdere inflatiecijfers is er verhoogde aandacht voor de doorberekening van de gestegen kosten richting opdrachtgevers. In de bestaande contracten bleek dat niet altijd mogelijk. Tomingroep werkt aan een nieuw marktbewerkingsplan om de commerciële slagkracht te vergroten.

•

Om bekendheid van Tomingroep en het imago te vergroten bij diverse stakeholders (inwoners, klanten, medewerkers, mogelijk toekomstige ‘trajectanten’, klantmanagers, e.d.) is een bedrijfsbrede imago-campagne opgezet.

4.8

Eigen vermogen

Om een beeld te krijgen van de ontwikkeling van het eigen vermogen hebben we enkele scenario’s uitgewerkt.

Midterm review nieuwe koers

4.8.1

52/70

Huidige stand eigen vermogen

We zijn voor de berekening van het eigen vermogen uitgegaan van het eigen vermogen dat na het toevoegen van het resultaat van boekjaar 2022 op de balans stond van zowel het Werkvoorzieningsschap (7,262 miljoen) als Tomingroep B.V. (10,084 miljoen). In totaal is het eigen vermogen van Tomingroep dus zo’n 17,346 miljoen euro aan het begin van 2023. Het resultaat voor 2023 is (bij benadering) bekend.

4.8.2

Verwachte ontwikkeling

Wanneer we uitgaan van de begroting 2024 en de afgesproken lump sum begeleidingsvergoeding, zien we dat in 2024 en 2025 sprake is van een tekort (zie de analyse hiervoor). Voor 2026 en verdere jaren zijn nog geen afspraken gemaakt. We gaan er vanuit dat de uitstroom van WSW’ers gecompenseerd wordt door Beschut, P-wet regulier en ontwikkeltrajecten. We hebben drie scenario’s berekend: 1. Huidige lumpsum bijdrage: Gemeenten betalen jaarlijks het bedrag van de huidige lumpsumbijdrage. Hoewel het aantal kandidaten vanuit de nieuwe doelgroep omhoog gaat en de Wsw-rijksbijdrage evenals het aantal Wsw-ers daalt, gaan gemeenten niet meer betalen dan de lumpsum-bijdrage in 2025. Deze blijft elk jaar gelijk. De resultaten (operationeel resultaat per fte) blijven ook gelijk. In deze variant is het EV rond 2031 uitgeput. 2. Operationeel resultaat omhoog: In dit scenario gaat het operationeel resultaat omhoog naar het oorspronkelijke niveau in het bedrijfsplan. De financieringsafspraken in het bedrijfsplan worden na 2025 gecontinueerd. Daardoor zou de totale lumpsumbijdrage omlaag gaan van 1,1 mln euro in 2025 naar 0,7 mln euro in 2026. Daarna gaat de totale lumpsum bijdrage jaarlijks omhoog met gemiddeld 0,2 mln euro per jaar, door het groeien van de nieuwe doelgroep bij Tomingroep. Het operationeel resultaat per FTE doelgroep gaat terug naar het niveau van 2021.

In deze variant gaat het EV langzaam omlaag. In 2040 is nog circa 10 mln euro beschikbaar. 3. Verloopstaat TG: In dit scenario wordt de uitputting van het EV genomen zoals opgenomen in de begroting van TG. Het EV daalt met 1,2 mln euro per jaar. Het operationeel resultaat blijft op het niveau van het operationeel resultaat per fte in 2023. In 2038 ontstaat een negatief EV. De verwachte ontwikkeling van het eigen vermogen in de verschillende varianten is hierna weergegeven.

Midterm review nieuwe koers

53/70

Hieruit blijkt dat in alle gevallen het de verwachting is dat het eigen vermogen van de Tomingroep zal dalen. In het scenario waarin de huidige gemeentelijke bijdrage lumpsum wordt gecontinueerd (terwijl het aantal kandidaten stijgt) komt het eigen vermogen van Tomingroep rond 2030 onder 0. In het best case scenario is in 2040 nog 9,2 miljoen aan eigen vermogen over. In het scenario waarin het verloop uit de begroting van TG wordt gehanteerd, ontstaat vanaf 2038 een negatief EV. .

4.9 •

Conclusies

In 2022 en 2023 is Tomingroep binnen de financiële kaders gebleven van het bedrijfsplan. Echter, het operationeel resultaat en de rijksbijdragen waren lager dan verwacht. Tegelijkertijd was sprake van lagere loonkosten voor de doelgroep dan verwacht. In 2023 was sprake van een incidentele bate door de verkoop van een gebouw. Per saldo bespaarde Tomingroep in die periode 1,5 mln euro.

•

Voor 2024 en 2025 is op basis van de door Tomingroep gehanteerde aannames, de verwachting dat er een tekort ontstaat. Het tekort wordt vooral verklaard door een negatief operationeel resultaat. Het tekort wordt niet meer gecompenseerd door – zoals in 2022 en 2023 – lagere loonkosten dan verwacht. Het verwachte tekort is 1,6 mln euro in 2024 en 2,0 mln euro in 2025.

•

Het operationeel resultaat per fte is voor de doelgroep Wsw en de participatiebanen-beschut lager dan verwacht bij het bedrijfsplan. De bedragen zijn ook lager dan de benchmark (sectorinformatie Cedris 2022). Voor de doelgroep participatiebaan-regulier is het operationeel resultaat hoger dan verwacht. Het bedrag ligt ook boven het niveau van de benchmark.

•

Het operationeel is bij alle werksoorten lager dan waarmee bij het bedrijfsplan rekening werd gehouden. Voor Groen, Verpakken en Detachering geldt dat het operationeel onder het landelijk gemiddelde ligt. Voor Retail en Schoonmaak ligt het operationeel resultaat op een hoger niveau.

•

Het lagere operationeel resultaat dan verwacht wordt voor een belangrijk deel verklaard door de forse krimp van Tomingroep en de relatief zwakke groepen die in dienst treden (meer beschut, minder participatiebanen-regulier, zwakkere doelgroep Wsw, zwakkere medewerkers BV). De kosten gaan weliswaar omlaag, maar de daling gaat minder snel dan de daling van de omzet. De kostendaling wordt met name afgeremd door de noodzakelijke externe inhuur om contractuele verplichtingen te kunnen nakomen. Het lagere operationeel resultaat heeft

Midterm review nieuwe koers

54/70

verschillende oorzaken, maar om er precies achter te komen is nader onderzoek nodig, met als doel een duidelijke strategie uit te werken gericht op een verbetering in de toekomst. •

Tomingroep zit in een ander scenario dan verwacht bij het bedrijfsplan. Feitelijk maakt Tomingroep nu twee transities door: (1) ombouw naar werk-leerbedrijf en (2) krimp naar een kleiner bedrijf. Dit zijn twee omvangrijke veranderingen die lastig gecombineerd kunnen worden. De uitwerking op het financieel resultaat is negatief.

•

Tomingroep neemt verschillende maatregelen gericht op behoud van het financieel resultaat: personeelsreductie, verhuur overruimte, verkoop gebouwen, afbouw niet renderende afdelingen, aanpak verzuim, reductie energiegebruik, meer aandacht voor juiste beprijzing, marktbewerkingsplan, imago-campagne.

•

Bij continuering van de huidige afspraken en jaarlijks betaling van de gemeentelijke lumpsumbijdrage, zoals afgesproken in het bedrijfsplan, is het eigen vermogen naar verwachting vanaf 2030 negatief. In het huidige door Tomingroep verwachte verloop, ontstaat vanaf 2038 een negatief eigen vermogen. Als het operationeel resultaat teruggaat naar het niveau van voor het bedrijfsplan en gemeenten betalen 2/3e van de kosten, dan is de verwachting dat in 2040 nog sprake is van een eigen vermogen van 9,2 mln euro.

Midterm review nieuwe koers

55/70

HOOFDSTUK 5

Conclusies en aanbevelingen Op basis van ons onderzoek trekken we de volgende conclusies en doen we de volgende aanbevelingen.

5.1 •

Conclusies

Tomingroep krimpt harder dan verwacht, waardoor er nu een kleiner en ander bedrijf staat dan in het bedrijfsplan beoogd. Dat komt door de sneller daling van de Wsw en doordat minder mensen vanuit de aanmeldingen door gemeenten bij Tomingroep worden geplaatst dan verwacht. Ook het niet verlengen van tijdelijke contracten (van mensen die voor 2022 in dienst zijn gekomen), maar het bemiddelen naar werk buiten Tomingroep, speelt hierin een rol. Dat laat onverlet dat gemeenten meer mensen doorverwijzen dan waarvan werd uitgegaan in het bedrijfsplan. En de mensen die worden doorverwezen hebben vaak meer problematiek dan verwacht. Een groot deel van de mensen die worden doorverwezen gaat niet aan de slag op een participatiebaan. Daarvoor zijn verschillende redenen, bijvoorbeeld omdat de kandidaat (bij nader inzien) niet wil of kan of te veel belemmeringen en problematiek heeft.

•

De doelen van het bedrijfsplan worden bij de huidige ontwikkeling en met de huidige werkwijze niet gerealiseerd. Hoewel veel tijd en energie wordt gestopt in het omvormen van Tomingroep naar een werk-leerbedrijf, zien gemeenten hier nog onvoldoende van terug. Enerzijds kan Tomingroep de ontwikkelingen moeilijk laten zien omdat er minder werkleertrajecten en participatiebanen zijn dan verwacht en omdat de doelgroep veel complexe problematiek heeft. Anderzijds zijn gemeenten kritisch op de feitelijk ondersteuning die mensen krijgen en missen ze overtuigende monitoring. Hoewel in het bedrijfsplan KPI’s zijn vastgesteld ontbreekt een breed gedragen monitoringsysteem met duidelijke targets en streefwaarden.

•

Verschillende klantmanagers geven aan dat er meer mensen dan nu met de voorzieningen van Tomingroep geholpen zouden kunnen worden onder andere door een diverser aanbod. Voorwaarden daarvoor zijn dat Tomingroep sneller dan nu mensen op een werkplek accepteert, dat het imago wordt verbeterd en dat breder bij de klantmanagers op het netvlies komt te staan wat Tomingroep voor de kandidaten kan betekenen. Er zijn nog veel mensen afhankelijk van een bijstandsuitkering. Onze analyse van de bijstandsafhankelijkheid en het aantal LKS bij gemeenten wijst er mogelijk ook op dat meer mensen dan nu aan het werk geholpen kunnen worden.

•

De doelen in het bedrijfsplan worden binnen de keten niet ervaren als gezamenlijke doelstellingen. Tomingroep en gemeenten staan meer tegenover elkaar als opdrachtgever en opdrachtnemer, zowel op uitvoeringsniveau als op strategisch niveau, in plaats van dat zij gezamenlijk optrekken als samenwerkingspartners. Zowel gemeenten als Tomingroep richten zich vooral op hun (vermeende) eigen doelstellingen. Een belangrijke voorwaarde voor succes

Midterm review nieuwe koers

56/70

is dat in de uitvoering – zowel op het terrein van de arbeidsontwikkeling als op het terrein van de productie en dienstverlening - gezamenlijk wordt opgetrokken en met elkaar (gemeenten en Tomingroep) gezocht wordt naar de meest passende oplossing voor specifieke kandidaten. Dat gebeurt onvoldoende, waardoor de gemeentelijke afdelingen werk en inkomen en Tomingroep kansen laten liggen om te bouwen aan onderling begrip en elkaars werelden te leren kennen. •

Veel sociaal ontwikkelbedrijven hebben financiële tekorten en zitten in een transitie als gevolg van de ontwikkelingen binnen de Participatiewet. In 2022 en 2023 bleef Tomingroep binnen de financiële kaders van het bedrijfsplan en hield met name door meevallende loonkosten, geld over. Maar, het operationeel saldo valt tegen, waardoor in 2024 en 2025 tekorten worden verwacht van respectievelijk 1,6 mln en 2,0 mln euro. De oorzaak is de lagere omzet – als gevolg van de krimp van de organisatie en minder sterke medewerkers dan waarmee eerder rekening werd gehouden - en achterblijvende kostenreductie. Tomingroep zit in een ander scenario dan verwacht in het bedrijfsplan. De financiële resultaten staan extra onder druk doordat Tomingroep tegelijkertijd de krimp en de omvorming naar werk-leerbedrijf moet managen (twee transities tegelijkertijd).

•

Tomingroep neemt verschillende maatregelen gericht op behoud van het financieel resultaat: personeelsreductie, verhuur overruimte, verkoop gebouwen, afbouw niet renderende afdelingen, aanpak verzuim, reductie energiegebruik, meer aandacht voor juiste beprijzing, marktbewerkingsplan, imago-campagne. Dit zijn de juiste maatregelen, maar deze vormen door de veranderde context (krimp, complexere problematiek, grote afstand tot de arbeidsmarkt) nog geen onderdeel van een samenhangend plan gericht op de verdere doorontwikkeling van de organisatie.

5.2

Aanbevelingen

1. Trek als gemeenten en Tomingroep meer met elkaar op. Maak elkaar deelgenoot en ervaar de doelstellingen als gezamenlijke doelstellingen. Stel gezamenlijke uitvoeringsteams in. Licht de bestanden in deze gezamenlijke teams door en ga met elkaar op zoek naar de beste oplossingen voor kandidaten. Pas het aanbod aan op de vraag. Denk buiten de kaders. Ondersteun elkaar. Wees flexibel en leer. Actie: directeuren afdelingen W&I, directeur Tomingroep en stuurgroep. 2. Werk gestructureerd en methodisch samen. Het is niet vrijblijvend. Maak een samenwerkingsplan. Formuleer SMART-doelstellingen voor de gezamenlijke teams van gemeente(n) en Tomingroep. En vier gezamenlijk het succes. Actie: directeuren afdelingen W&I, directeur Tomingroep en stuurgroep. 3. Handhaaf de doelstellingen in het bedrijfsplan voor 2025: 51 werk-leertrajecten, 210 participatiebanen-regulier en 90 participatiebanen-beschut. Doe dat in gelijke stappen in 2024 en 2025. Zie de tabel hierna. In de bijlage vertalen we deze aantallen naar de individuele gemeenten. Voor het aantal doorverwijzingen per gemeente gaan we uit van de aantallen die zijn opgenomen in het bedrijfsplan. Zie ook hoofdstuk 2 van deze midterm review.

Participatiebaan beschut Participatiebaan regulier Werk-leertraject

Realisatie 2023 78 106 0

Doelstelling 2024 84 158 26

Bedrijfsplan 2025 90 210 51

4. Ga door intensieve samenwerking en afstemming in de gezamenlijke teams na hoe het aanbod van Tomingroep kan worden aangepast aan de mogelijkheden en behoeften van kandidaten die het nu nog niet lukt om aan het werk te komen. Actie: directeuren afdelingen W&I, directeur Tomingroep en stuurgroep.

Midterm review nieuwe koers

57/70

5. Maak nu echt werk van de afgesproken monitoring- en sturingslijn (klankbordgroep, werkgroep ambtelijk opdrachtgeverschap, secretariaat Tomin en dergelijke) en zet die in voor het realiseren van een PDCA-cyclus binnen de keten. Geef de klankbordgroep een sturende rol en verander de naam ‘klankbordgroep’ in ‘stuurgroep’. Verbind een aanjager aan de stuurgroep, die rechtstreeks verantwoording aflegt aan het bestuur. Volg de in het bedrijfsplan beschreven aanpak. Spreek elkaar aan op de rol en verantwoordelijkheden en escaleer zo nodig naar het bestuur. Actie: directeuren afdelingen W&I, directeur Tomingroep en stuurgroep. Initiatief ligt bij Tomingroep, die het secretariaat runt van de stuurgroep. 6. Houdt de zes strategische KPI’s – zoals geformuleerd in het bedrijfsplan - nog eens goed tegen het licht. Ga na welke verbeteringen mogelijk zijn, gericht op beter inzicht in de effectiviteit, de ketensamenwerking, de ontwikkeling van Tomingroep naar werkleerbedrijf en het financieel resultaat. Formuleer duidelijke targets en streefwaarden voor de KPI’s en vergelijk de realisaties met de gestelde targets en met benchmarkmateriaal. Actie: Tomingroep komt met een voorstel dat uiterlijk in november 2024 wordt vastgesteld in het bestuur en vooraf in de ambtelijke lijn is afgestemd. 7.

Vraag de directeur Tomingroep en RvC om een doorlichting van de bedrijfsvoering en om een plan, zodat het bedrijf flexibel en doelmatig kan inspelen op de behoeften, de veranderende doelgroep en de veranderende omstandigheden op de arbeidsmarkt. Het plan bevat een duidelijk perspectief en een stip op de horizon, tot op werksoortniveau. Wat voor bedrijf moeten we zijn over tien of vijftien jaar met het oog op de inwoners die het zelfstandig niet redden op de arbeidsmarkt? Hoe zien de werksoorten eruit? Hoe realiseren we een zo hoog mogelijke kosteneffectiviteit? En hoe zorgen we ervoor dat we flexibel kunnen inspelen op veranderende omstandigheden? Actie: directeur Tomingroep en RvC. 8. Start in de tweede helft van 2024 met de voorbereidingen van de besluitvorming over de ketensamenwerking na 2025. Vraag de directeur van Tomingroep om een opdrachtformulering ter vaststelling in het bestuur, voor 2025.

Midterm review nieuwe koers

Bijlage 1.

58/70

Literatuurlijst

De volgende documenten zijn geraadpleegd voor deze midterm review: •

Businessplan Regionale samenwerking sociaal domein Tomingroep

•

Bedrijfsplan Ketensamenwerking Tomin

•

Jaarstukken Tomingroep BV 2020, 2021, Jaarstukken Werkvoorzieningschap Tominroep 2020, 2021, 2022

•

Koersrapportages van 2022 tot en met nu

•

Stromenrapportages van 2022 tot en met nu

•

Werkinstructie werkproces Tomingroep

•

Presentatie van ketenregisseurs aan klantmanagers 2022

•

Ontwikkelcentrum Powerpoint Daniel Pohlman

•

Presentatie klam en AO Tomingroep

•

211111 Deelprogramma’s fase 3.xlsx

•

220522 UO Ketensamenwerking_FM.pptx

•

Informatiebrief Tomingroep februari 2023

•

Terugkoppeling FAG Tomingroep070622

•

Terugmeldingen 2022 en 2023

•

20210901 Memo uitvoeringsoverleg Gooi- en Vechtstreek en Almere na klankbordgroep

•

Informatie Organisatie en Management ontwikkeling leidinggevenden

•

Plan van aanpak staf overig en Plan van Aanpak LG 5 versie SODH 14.06.23

•

Samenvatting Tomingroep & Arbeidsontwikkeling

Midterm review nieuwe koers

Bijlage 2.

59/70

Geïnterviewde personen

Voor de uitvoering van dit onderzoek zijn interviews gehouden met de volgende personen: Tomingroep •

Groepsinterview Staf, beleid en financiën: Ivo Korte, Ronald van Drogenbroek, Adelien Peters, Franciska Moesker, Erik van der Hoek, Christine Hoogenkamp

•

Twee groepsinterviews met de uitvoering: Daniël Pohlman, Joyce van der Willik, Nynke den Ouder, Eric van Oostrum, Dayenne Ching Yong, Harry Leijenhorst, Arjan Slokker, Alex Verweij, Sandra Ruijter, Dennis Overmars,

•

Groepsinterview gemeentelijk opdrachtgeverschap: Adelien Peters, Maurice Elstrodt, Jan van Ulst, Jos de Ruiter, Elco van Engelenhoven, Ivo Korte, Franciska Moesker, Ronald van Drogenbroek

•

23 anonieme gesprekken met kandidaten in het kader van het klantbelevingsonderzoek

•

Interview met leden van de RvC: Ginel van Weering & Harry Voogelaar

Gemeente Almere: •

Interview met wethouder Froukje de Jonge

•

Groepsinterview uitvoering: Jacqueline Wellinga, Mark Sloots & Remon van de Werfhorst

•

Groepsinterview staf, beleid en financiën: Bert Enderink, Laura Menger, Bahija Rouadi & Chamelle Ramazan

•

Interview met Jeroen Brons

•

Interview met Thierry Permentier

•

Interview met Robert Schimmel

Gemeente Gooise Meren •

Groepsinterview met wethouder Barbara Boudewijns, Frank de Groot. John Krachting & Ruud Vergeer

•

Groepsinterview uitvoering: Sharon Stassen, Tineke van Veen & Aris Bakker

HBEL-gemeenten •

Groepsinterview met bestuurders: Karin van Werven (wethouder gemeente Huizen), Mirjam Havinga (wethouder gemeente Eemnes), Flip de Groot (wethouder gemeente Laren), Joke Lanphen (wethouder gemeente Blaricum), Daphen Aartsen (adviseur gemeente Huizen) en JanDirk de Goeij (adviseur gemeente Huizen)

•

Groepsinterview staf, beleid en financiën: Jan-Dirk de Goeij, Daphne Aartsen, Jessica Huibers & Ingo Ortmanns

•

Groepsinterview met de uitvoering: Wieke de Weijer, Hannah Bikhan, Karin Bablon-Kramer & Eugene van den Hemel

Gemeente Hilversum •

Interview met wethouder Bart Heller

•

Groepsinterview staf, beleid en financiën: Wouter van den Berg, Remco de Man, Rob Hopmans & Abdel Faress

•

Groepsinterview uitvoering: Jan Vorstenbosch & Gerda Bedet

Gemeente Wijdemeren

Midterm review nieuwe koers

•

Interview met wethouder Ron de Haan

•

Groepsinterview met Els van de Poll & Seema Dharampal

WSP: •

Groepsinterview met Ellis van Doorten, Annelies van de Kolk & Inge Musterd

60/70

Midterm review nieuwe koers

Bijlage 3.

61/70

Samenstelling AVG, FAG en stuurgroep

AVG: •

Frank de Groot (gemeente Gooise Meren)

•

Daphne Aartsen (HBEL, in eerste stadium van het onderzoek werden de HBEL-gemeenten vertegenwoordigd door Jan-Dirk de Goeij)

•

Kayal Sitaram (gemeente Almere)

•

Linda Stomphorst (gemeente Wijdemeren)

•

Wouter van den Berg (gemeente Hilversum)

•

Christine Hoogenkamp (Tomingroep)

•

Ronald van Drogenbroek (Tomingroep)

FAG: •

Ruud Vergeer (gemeente Gooise Meren)

•

Robert Schimmel (gemeente Almere)

•

Abdel Faress (gemeente Hilversum)

•

Jan-Dirk de Goeij (HBEL)

•

Aylin Askeroglu

•

Rolf Rutte (Tomingroep)

Stuurgroep •

Bert Enderink (gemeente Almere)

•

Jeroen Bigot (Huizen tot en met 2023; Hilversum 2024)

•

Jeroen Meester (Hilversum; tot en met 2023)

•

John Kragting (gemeente Gooise Meren)

•

Marco van Schoonhoven (gemeente Wijdemeren)

•

Ivo Korte (Tomingroep)

Midterm review nieuwe koers

Bijlage 4.

B.4.1

62/70

Verschillenanalyse raming en realisatie Tomingroep

Verschil veronderstellingen en realisatie 2022 en 2023 en begroting 2024

In 2021 is het nieuwe koersdocument vastgesteld. Hierbij is een berekening gemaakt voor de benodigde begeleidingsvergoeding. Toentertijd zijn daarbij de volgende aannames gehanteerd: Begeleidingsvergoeding oud (Business Case) Prijspeil 2021

Prijspeil 2021

Prijspeil 2021

2020

2021

Prijspeil 2021 2022

2023

2024

2025

Wsw-ers

755

717

684

649

611

572

Aantal beschut

45

41

52

64

76

90

Aantal regulier

161

161

172

184

196

210

Aantal ontwikkeling Volume totaal

0

0

12

24

37

51

961

919

920

921

921

922

Prijspeil 2021

Prijspeil 2021

Prijspeil 2021

Prijspeil 2021 Loonkosten

2022

2023

2024

2025

Sw

28.500

28.500

28.500

28.500

Beschut

28.500

28.500

28.500

28.500

Regulier

28.500

28.500

28.500

28.500

0

0

0

Ontwikkeling Prijspeil 2021

Prijspeil 2021

Prijspeil 2021

0 Prijspeil 2021

Operationeel saldo

2022

2023

2024

2025

Sw

1.000

1.000

1.000

1.000

Beschut

1.000

1.000

1.000

1.000

Regulier

6.000

6.000

6.000

6.000

Ontwikkeling Totaal

1.768.954 Prijspeil 2021

Begeleidingskosten

1.814.819

1.865.686

1.918.509

Prijspeil 2021

Prijspeil 2021

Prijspeil 2021

2022

2023

2024

2025

Sw

0

0

0

0

Beschut

0

0

0

0

Regulier

0

0

0

0

7.500

7.500

7.500

7.500 Prijspeil 2021

Ontwikkeling

Prijspeil 2021 Rijksbijdr. /LKS

%

WSW

Prijspeil 2021

Prijspeil 2021

2022

2023

2024

2025

29.146

29.618

30.188

30.988

Beschut (40% loonw.)

60%

17.100

17.100

17.100

17.100

Regulier (60% loonw.)

40%

11.400

11.400

11.400

11.400

Ontwikkeling

Inmiddels is de realisatie van de jaren 2022 en 2023 bekend, is er een begroting voor 2024 en kan er voor 2025 een raming worden gemaakt. Dat geeft het volgende overzicht:

Midterm review nieuwe koers

63/70

Begeleidingsvergoeding nieuw 2021

2022

2023

2024

2025

Wsw-ers

660

596

544

504

465

Aantal beschut

69

79

81

88

101

Aantal regulier

145

104

101

114

127

0

0

1

14

28

874

779

727

720

720

Aantal ontwikkeling Volume totaal Prijspeil 2021 Loonkosten

Prijspeil 2022

Prijspeil 2023

Prijspeil 2024

Prijspeil 2024

2021

2022

2023

2024

2025

Sw

29.495

30.435

33.720

37.291

37.906

Beschut

26.560

24.467

28.775

33.143

33.143

Regulier

26.560

24.467

28.775

33.143

33.143

Ontwikkeling Prijspeil 2021

Prijspeil 2022

Prijspeil 2023

Prijspeil 2024

Prijspeil 2024

Operationeel saldo

2021

2022

2023

2024

2025

Sw

1.886

-17

-1.573

-1.265

-1.265

Beschut

1.780

-782

-1.746

-1.690

-1.690

Regulier

9.143

7.531

7.141

4.700

4.700

Ontwikkeling Totaal

2.693.289 Prijspeil 2021

Begeleidingskosten

713.770 Prijspeil 2022

-274.761 Prijspeil 2023

-251.650 Prijspeil 2024

-161.805 Prijspeil 2024

2021

2022

2023

2024

2025

7.500

7.500

8.588

8.605

8.605

Sw Beschut Regulier Ontwikkeling

Prijspeil 2021 Rijksbijdr. /LKS

%

WSW

Prijspeil 2022

Prijspeil 2023

Prijspeil 2024

Prijspeil 2024

2021

2022

2023

2024

2025

31.036

32.516

36.498

39.324

40.163

Beschut (40% loonw.)

60%

11.421

14.439

15.624

17.813

17.766

Regulier (60% loonw.)

40%

7.614

9.626

10.416

11.875

11.844

Ontwikkeling

We zijn hierbij uitgegaan van de door Tomingroep aangenomen loon- en prijsbestelling van de Rijksbijdrage die niet in de (aangepaste) begroting 2024 was opgenomen. Dit leidt tot een verwacht financieel resultaat dat € 678.000 hoger is dan oorspronkelijk door Tomingroep begroot. Voor 2025 hebben we rekening gehouden met de reële procentuele stijging van de Rijksbijdrage per SE en deze toegepaste op de veronderstelde Rijksbijdrage voor 2024. Wanneer we het resultaat van Tomingroep uitsplitsen ontstaat het volgende beeld: Prijspeil 2021 Resultaat (realisatie) Operationeel resultaat

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15721023/1