CConstaterende datWijdemeren
Koppel je AI →
Document · PDF

BZK handboek gemeentelijke herindeling

informatiebijeenkomst 7 september 2023, gemeente WijdemerenBij agendapunt: beleidsstukken gemeentelijk herindelen27.754 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

6. Gemeentelijke herindeling en wijziging van de provinciale indeling Een gemeentelijke herindeling kan met zich meebrengen dat de grens tussen provincies moet worden gewijzigd. Het herindelingsadvies wordt in dat geval vastgesteld door de betrokken provinciale staten. Hoewel het niet wenselijk is om voortdurend de grenzen tussen provincies ter discussie te stellen, laat de praktijk zien dat daar soms aanleiding toe is wanneer gemeenten aan beide zijden van de grens willen samengaan. De keuze voor een gemeentelijke herindeling waarbij de provinciegrens wijzigt moet niet lichtzinnig genomen worden, maar de provinciegrens staat niet in de weg aan een gemeentelijke herindeling. De wens of noodzaak voor een gemeentelijke herindeling dient het vertrekpunt te zijn bij de beoordeling van het herindelingsvoorstel waarbij een wijziging van de provinciegrenzen het gevolg is. Het herindelingsvoorstel zal dan ook volgens dezelfde criteria worden beoordeeld als gemeentelijke herindelingen waarbij geen provinciegrens wordt gewijzigd. In aanvulling daarop vraagt het kabinet aan de betrokken provincie(s) om de gehanteerde criteria voor de provinciekeuze inzichtelijk te maken in het herindelingsontwerp en herindelingsadvies. Hierbij kan in elk geval gedacht worden aan de voorkeur van de betrokken gemeenteraden en de effecten van de provinciegrenswijziging voor de regionale samenhang.

Er dient een indicatie gegeven te worden van de bestuurlijke en financiële gevolgen van de provinciegrenswijziging voor de (bij wet verplichte) samenwerkingsverbanden waar de gemeenten thans deel van uitmaken. Op basis van deze en eventueel door de provincie(s) nader te specificeren criteria dient de provinciekeuze goed te worden onderbouwd. Het is aan de betrokken provincies om in een interprovinciale commissie (artikel 15 Wet arhi) in gezamenlijkheid tot de te hanteren criteria te komen. Indien zij hierover geen overeenstemming kunnen bereiken is een actieve rol van de minister van BZK gewenst. Mede met het oog daarop is het van belang dat de minister van BZK goed op de hoogte wordt gehouden van de ontwikkelingen met betrekking tot de voorgenomen herindeling. Deze werkwijze maakt het mogelijk voor de betrokken gemeenten, omliggende gemeenten, bestuurlijke en maatschappelijke organisaties, bedrijven en andere belanghebbenden om middels een zienswijze te reageren op zowel de herindeling als op de voorgenomen wijziging van de provinciegrens.

7. Overige aspecten 7.1 Noodzakelijke voorbereidingen Na indiening van een wetsvoorstel tot herindeling is vervolgens van belang dat gemeenten tijdig beginnen met de voorbereidingen van een herindeling, ook alsnog onzeker is of de herindelingsregeling tot stand zal komen. De praktijk wijst uit dat gemeenten zeker een jaar voorbereidingstijd nodig hebben om de nieuwe gemeentelijke organisatie in te stellen. Het kabinet roept de betrokken gemeenten op hiermee rekening te houden, ook indien het gemeentebestuur in beginsel tegen de herindeling is. De Wet arhi schrijft voor dat de betrokken gemeentebesturen er in onderling overleg zorg voor dragen dat de met het oog op de herindeling te treffen voorzieningen tijdig worden voorbereid, waarbij het aan gedeputeerde staten is om de totstandkoming van dat overleg te bevorderen (artikel 79 Wet arhi). Om de herindeling tijdig voor te kunnen bereiden zullen veelal al ruim voor afronding van de parlementaire

59

BIJLAGEN

behandeling afspraken gemaakt moeten worden over de te treffen voorzieningen. Indien die afspraken niet tijdig tot stand dreigen te komen, is het aan gedeputeerde staten om de totstandkoming daarvan te bevorderen.

7.2 Herindelingsverkiezingen en zittingsduur gemeenteraden Gemeentelijke herindelingen gaan ingevolge de Wet arhi in per 1 januari van het jaar gelegen na de datum van inwerkingtreding van de herindelingsregeling. In de maand november voorafgaand aan de datum van herindeling vinden tussentijdse verkiezingen plaats voor de gemeenteraad van de nieuwe gemeente. De gevolgen van de herindeling voor de zittingsduur van de oude raden en de nieuwe raad zijn afhankelijk van het jaar waarin de herindeling ingaat. Deze gevolgen zijn geregeld in hoofdstuk VII Wet arhi en betekenen voor de komende jaren het volgende. Om te voorkomen dat de nieuwe raad slechts korte tijd zitting heeft, worden in gemeenten die worden gevormd per 1 januari 2020, 2021 en 2022 de reguliere gemeenteraadsverkiezingen van maart 2022 overgeslagen. De eerstvolgende reguliere raadsverkiezingen zijn in maart 2026. Bij herindelingen die plaatsvinden per 1 januari 2023 worden de daaraan voorafgaande reguliere raadsverkiezingen van maart 2022 overgeslagen, omdat in november van hetzelfde jaar herindelingsverkiezingen plaatsvinden.6 Ook dan zijn de verkiezingen van maart 2026 de eerstvolgende reguliere raadsverkiezingen na de herindeling. Datum van herindeling

Herindelingsverkiezingen

Eerstvolgende reguliere verkiezingen

Raadsperiode

1 januari 2020

November 2019

Maart 2026

6 jaar en 3 maanden

1 januari 2021

November 2020

Maart 2026

5 jaar en 3 maanden

1 januari 2022

November 2021

Maart 2026

4 jaar en 3 maanden

1 januari 2023

November 2022

Maart 2026

3 jaar en 3 maanden

7.3 Bijzondere wettelijke voorzieningen Het is van belang dat gemeenten tijdig nadenken over de vraag of de herindelingswet een bijzondere voorziening moet bevatten. Dat kan bijvoorbeeld wenselijk zijn als een deel van het gebied van samen te voegen gemeenten overgaat naar een andere dan de nieuw te vormen gemeente, wat vragen kan oproepen over het voortbestaan van bestaande gemeenschappelijke regelingen. In de herindelingswet kan worden bepaald dat die regelingen van rechtswege vervallen (artikel 41, eerste en tweede lid, Wet arhi). Als een bijzondere wettelijke voorziening nodig is, dient dat te worden vermeld in het herindelingsadvies.

7.4 Naamgeving van de nieuwe gemeente Het uitgangspunt is, en de herindelingspraktijk laat ook zien dat dit gebruikelijk is, dat gemeenten in het herindelingsadvies een voorkeur opnemen voor de naam voor de nieuw te vormen gemeente. Indien de gemeentelijke besluitvorming over de naamgeving niet tijdig is afgerond, hanteert het kabinet het beleid dat in het wetsvoorstel de naam van de naar inwonertal grootste betrokken gemeente wordt opgenomen als naam van de nieuw te vormen gemeente. Gemeenteraden hebben op grond van artikel 158 Gemeentewet de bevoegdheid de gemeentenaam te wijzigen, waarbij geldt dat de ingangsdatum van de naamswijziging ten minste een jaar na de datum van het besluit ligt. Het verdient de voorkeur om een nieuwe (niet-samengestelde) naam te kiezen voor de nieuwe gemeente danwel de gemeentenaam te handhaven van één van de bij de herindeling betrokken gemeenten. Namen die zijn samengesteld uit twee of meer gemeentenamen (bijvoorbeeld met een koppelstreepje) dienen te worden vermeden. Omdat de 6 De reguliere raadsverkiezingen worden op grond van artikel 56a Wet arhi overgeslagen als het herindelingswetsvoorstel in de periode van 1 oktober tot en met 31 december van het jaar voorafgaande aan het jaar waarin de reguliere gemeenteraadsverkiezingen plaatsvinden is ingediend bij de Tweede Kamer.

60

BIJLAGEN

naamgeving van de nieuwe gemeente vaak een gevoelig onderwerp is, geeft het kabinet in overweging om de inwoners te betrekken bij het naamgevingsproces.

7.5 Toepassing van het beleidskader gemeentelijke herindeling 2018 De vaststelling van dit beleidskader vraagt om duidelijkheid met betrekking tot herindelingsprocedures die onder het voorgaande beleidskader zijn gestart. Voor voorstellen die gericht zijn op herindeling per 1 januari 2020 geldt het beleidskader gemeentelijke herindeling 2013. Voorstellen gericht op herindeling per 1 januari 2021 of later zullen op basis van het voorliggende beleidskader gemeentelijke herindeling 2018 worden beoordeeld. De betrokken gemeenten en provincies zijn hiervan op de hoogte gesteld.

61

BIJLAGEN

Bijlage II – Cases, begeleidingscommissie en expertteam (totstandkoming eerste versie van het handboek in 2014) Vijf cases van gemeentelijke herindelingen Voor het ophalen van praktijkervaringen is er met bestuurders, gemeentesecretarissen en projectleiders van de volgende vijf gemeentelijke herindelingen gesproken: • Alphen aan den Rijn, Boskoop en Rijnwoude (Zuid-Holland). De nieuwe gemeente Alphen aan den Rijn is gevormd per 1 januari 2014. • Boarnsterhim (Fryslân). Splitsing in combinatie met twee samenvoegingen, met Heerenveen en Leeuwarden, en twee grenswijzigingen, met Súdwest-Fryslân en De Friese Meren, per 1 januari 2014. • Bernisse en Spijkenisse (Zuid-Holland). Vorming van de nieuwe gemeente Nissewaard per 1 januari 2015. • Groesbeek, Millingen aan de Rijn en Ubbergen (Gelderland). Vorming van de nieuwe gemeente Groesbeek per 1 januari 2015. • Schijndel, Sint-Oedenrode en Veghel (Noord-Brabant). Herindeling per 1 januari 2017. Begeleidingscommissie Dit handboek is tot stand gekomen in nauwe afstemming met een begeleidingscommissie, samengesteld door de opdrachtgever van dit handboek, het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK).

De begeleidingscommissie bestond uit de volgende leden: • Marieke Groenwold - Van der Sar, ministerie van BZK (opdrachtgever) • Selke Schimmel, ministerie van BZK (opdrachtgever) • Eric van den Bogaard, provincie Noord-Brabant • Ingvar Koenders, provincie Fryslân • Berry Berendsen, gemeente Oss • Peter Schouten, gemeente Schermer en gemeente Alkmaar. Expertteam Door de auteurs is een expertteam samengesteld dat fungeerde als klankbord voor de totstandkoming van dit handboek. Het expertteam bestond uit de volgende ervaringsdeskundigen die bij meerdere herindelingen in de projectleiding of procesbegeleiding betrokken zijn geweest: • Sharon Blair - Zuijderhoff (auteur) • Bas Eenhoorn • Joost van der Kolk (auteur) • Dirk Louter • Audrey Rohen.

62

Colofon Deze publicatie is een uitgave van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. De eerste versie uit 2014 is geschreven door Sharon Blair-Zuijderhoff en Joost van der Kolk (adviseurs bij Twynstra Gudde) en is vormgegeven door Joost Nijhof (art director Twynstra Gudde) en Eva Bohnen (vormgever Twynstra Gudde). De tweede versie uit 2020 is bijgewerkt door ambtenaren van BZK en vormgegeven door Xerox.

Dit is een uitgave van: Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Postbus 20011 | 2500 EA Den Haag www.rijksoverheid.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13115976/1