CConstaterende datWijdemeren
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage I – Ruimtelijke onderbouwing Oude Meentweg 2a te ’s-Graveland

Gecombineerde commissie 30 mei 2024, gemeente WijdemerenBij agendapunt: Weigering ontwerp verklaring van geen bedenkingen (VVGB) Oude Meentweg 2a 's-Graveland25.007 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Eurofins Analytico B.V.

Gildeweg 42-46 Venecoweg 5 NL-3771NB Barneveld B-9810 Nazareth +31 (0)34 242 63 00 +32 (0)9 222 77 59 Info-env@eurofins.nl belgie-env@eurofins.be www.eurofins.nl www.eurofins.be

BNP Paribas S.A. 227 9245 25 IBAN: NL71BNPA0227924525 BIC: BNPANL2A KvK/CoC: 09088623 BTW/VAT: NL 8043.14.883.B01

Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV en erkend door het Vlaamse, het Brusselse Gewest, het Waalse Gewest en door de overheid van Luxemburg.

Eco Reest Bodem BV T.a.v. Niels Dam Elbe 2 7908 HB HOOGEVEEN

Analysecertificaat Datum: 19-Feb-2024

Hierbij ontvangt u de resultaten van het navolgende laboratoriumonderzoek. Certificaatnummer/Versie Uw project/verslagnummer Uw projectnaam Uw ordernummer Uw datum aanlevering monster(s)

2024019238/1 231833 BO Oude Meentweg 2a 's-Graveland 15-Feb-2024

Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. De analyse resultaten hebben alleen betrekking op het beproefde object. De grondmonsters worden tot 4 weken na datum ontvangst bewaard en watermonsters tot 2 weken na datum ontvangst. Zonder tegenbericht worden de monsters nadien afgevoerd. Indien de monsters langer bewaard dienen te blijven verzoeken wij U dit exemplaar uiterlijk 1 werkdag voor afloop van de standaardbewaarperiode ondertekend aan ons te retourneren. Voor de kosten van het langer bewaren van monsters verwijzen wij naar de prijslijst.

Bewaren tot: Datum:

Naam:

Handtekening:

Wij vertrouwen erop uw opdracht hiermee naar verwachting te hebben uitgevoerd, mocht U naar aanleiding van dit analysecertificaat nog vragen hebben verzoeken wij U contact op te nemen met de afdeling Verkoop en Advies.

Met vriendelijke groet, Eurofins Analytico B.V.

Ing. A. Veldhuizen Technical Manager

Eurofins Analytico B.V. Gildeweg 42-46 NL-3771NB Barneveld +31 (0)34 242 63 00 Info-env@eurofins.nl www.eurofins.nl

Venecoweg 5 B-9810 Nazareth +32 (0)9 222 77 59 belgie-env@eurofins.be www.eurofins.be

BNP Paribas S.A. 227 9245 25 IBAN: NL71BNPA0227924525 BIC: BNPANL2A KvK/CoC: 09088623 BTW/VAT: NL 8043.14.883.B01

Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV en erkend door het Vlaamse, het Brusselse Gewest, het Waalse Gewest en door de overheid van Luxemburg.

Analysecertificaat Uw project/verslagnummer Uw projectnaam Uw ordernummer Uw monsternemer

231833 BO Oude Meentweg 2a 's-Graveland Melcher van Eerde

Analyse

Certificaatnummer/Versie Startdatum analyse Datum einde analyse Rapportagedatum Bijlage Pagina

2024019238/1 15-Feb-2024 19-Feb-2024 19-Feb-2024/10:21 A,C 1/2

1

2

3

4

5

Uitgevoerd

Uitgevoerd

Uitgevoerd

Uitgevoerd

Uitgevoerd

87.5

93.1

88.6

88.4

88.3

Eenheid

Voorbehandeling

Cryogeen malen Bodemkundige analyses

S

Droge stof

% (m/m)

Metalen

S

Kobalt (Co)

mg/kg ds

<3.0

<3.0

3.7

<3.0

<3.0

S

Kwik (Hg)

mg/kg ds

0.097

<0.050

0.093

0.17

0.15

S

Nikkel (Ni)

mg/kg ds

<4.0

7.1

4.6

<4.0

<4.0

S

Lood (Pb)

mg/kg ds

32

<10

21

57

50

Nr. Uw monsteromschrijving

Opgegeven monstermatrix

Monster nr.

14087227

Mp. 2, B02: 30-50

Grond (AS3000) Grond (AS3000)

3

Mp. 3, B03: 25-50

Grond (AS3000)

14087229

4

Mp. 4, B04: 0-50

Grond (AS3000)

14087230

5

Mp. 5, B05: 0-35

Grond (AS3000)

14087231

1

Mp. 1, B01: 0-50

2

14087228

Q: door RvA geaccrediteerde verrichting A: AP04 erkende en geaccrediteerde verrichting S: AS SIKB erkende en geaccrediteerde verrichting V: VLAREL erkende verrichting

Eurofins Analytico B.V.

Gildeweg 42-46 Venecoweg 5 NL-3771NB Barneveld B-9810 Nazareth +31 (0)34 242 63 00 +32 (0)9 222 77 59 Info-env@eurofins.nl belgie-env@eurofins.be www.eurofins.nl www.eurofins.be

W: Waals Gewest erkende verrichting

BNP Paribas S.A. 227 9245 25 IBAN: NL71BNPA0227924525 BIC: BNPANL2A KvK/CoC: 09088623 BTW/VAT: NL 8043.14.883.B01

Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV en erkend door het Vlaamse, het Brusselse Gewest, het Waalse Gewest en door de overheid van Luxemburg.

TESTEN RvA L010

Analysecertificaat Uw project/verslagnummer Uw projectnaam Uw ordernummer Uw monsternemer

231833 BO Oude Meentweg 2a 's-Graveland Melcher van Eerde

Analyse

Eenheid

Certificaatnummer/Versie Startdatum analyse Datum einde analyse Rapportagedatum Bijlage Pagina

2024019238/1 15-Feb-2024 19-Feb-2024 19-Feb-2024/10:21 A,C 2/2

6

Voorbehandeling

Uitgevoerd

Cryogeen malen Bodemkundige analyses

S

Droge stof

% (m/m)

84.6

Metalen

S

Kobalt (Co)

mg/kg ds

<3.0

S

Kwik (Hg)

mg/kg ds

0.072

S

Nikkel (Ni)

mg/kg ds

<4.0

S

Lood (Pb)

mg/kg ds

23

Nr. Uw monsteromschrijving

6

Mp. 6, B06: 0-40

Opgegeven monstermatrix

Monster nr.

Grond (AS3000)

14087232

Q: door RvA geaccrediteerde verrichting A: AP04 erkende en geaccrediteerde verrichting S: AS SIKB erkende en geaccrediteerde verrichting

Eurofins Analytico B.V.

Gildeweg 42-46 Venecoweg 5 NL-3771NB Barneveld B-9810 Nazareth +31 (0)34 242 63 00 +32 (0)9 222 77 59 Info-env@eurofins.nl belgie-env@eurofins.be www.eurofins.nl www.eurofins.be

V: VLAREL erkende verrichting W: Waals Gewest erkende verrichting

Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. BNP Paribas S.A. 227 9245 25 Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door IBAN: NL71BNPA0227924525 TÜV en erkend door het Vlaamse, het Brusselse Gewest, het BIC: BNPANL2A Waalse Gewest en door de overheid van Luxemburg. KvK/CoC: 09088623 BTW/VAT: NL 8043.14.883.B01

Akkoord Pr.coörd.

VA TESTEN RvA L010

Bijlage (A) met de opgegeven deelmonsterinformatie behorende bij het analysecertificaat. 2024019238/1 Pagina 1/1 Monster nr. Barcode

14087227 0536362280

14087228 0536362269

14087229 0536362253

14087230 0536362279

14087231 0536362270

14087232 0536362281

Uw monsteromschrijving Boornr

Van

Tot

Uw datum monstername

Monsteromsch./Monstername ID

Mp. 1, B01: 0-50 B01

0

50

15-Jan-2024

50

15-Jan-2024

50

15-Jan-2024

50

15-Jan-2024

35

15-Jan-2024

40

15-Jan-2024

Mp. 2, B02: 30-50 B02

30

Mp. 3, B03: 25-50 B03

25

Mp. 4, B04: 0-50 B04

0

Mp. 5, B05: 0-35 B05

0

Mp. 6, B06: 0-40 B06

0

Eurofins Analytico B.V.

Gildeweg 42-46 Venecoweg 5 NL-3771NB Barneveld B-9810 Nazareth +31 (0)34 242 63 00 +32 (0)9 222 77 59 Info-env@eurofins.nl belgie-env@eurofins.be www.eurofins.nl www.eurofins.be

BNP Paribas S.A. 227 9245 25 IBAN: NL71BNPA0227924525 BIC: BNPANL2A KvK/CoC: 09088623 BTW/VAT: NL 8043.14.883.B01

Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV en erkend door het Vlaamse, het Brusselse Gewest, het Waalse Gewest en door de overheid van Luxemburg.

.

Bijlage (C) met methodeverwijzingen behorende bij analysecertificaat 2024019238/1

Analyse

Pagina 1/1

Methode

Techniek

Methode referentie

W0106

Voorbehandeling

AS3000

W0104

Gravimetrie

pb 3010-2 en NEN-EN 15934

Kobalt (Co)

W0423

ICP-MS

pb 3010-5 en NEN-EN-ISO 17294-2

Kwik (Hg)

W0423

ICP-MS

pb 3010-5 en NEN-EN-ISO 17294-2

Nikkel (Ni)

W0423

ICP-MS

pb 3010-5 en NEN-EN-ISO 17294-2

Lood (Pb)

W0423

ICP-MS

pb 3010-5 en NEN-EN-ISO 17294-2

Voorbehandeling

Cryogeen malen Bodemkundige analyses

Droge Stof Metalen

Nadere informatie over de toegepaste onderzoeksmethoden alsmede een classificatie van de meetonzekerheid staan vermeld in ons overzicht "Specificaties analysemethoden", versie april 2022.

Eurofins Analytico B.V.

Gildeweg 42-46 Venecoweg 5 NL-3771NB Barneveld B-9810 Nazareth +31 (0)34 242 63 00 +32 (0)9 222 77 59 Info-env@eurofins.nl belgie-env@eurofins.be www.eurofins.nl www.eurofins.be

BNP Paribas S.A. 227 9245 25 IBAN: NL71BNPA0227924525 BIC: BNPANL2A KvK/CoC: 09088623 BTW/VAT: NL 8043.14.883.B01

Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV en erkend door het Vlaamse, het Brusselse Gewest, het Waalse Gewest en door de overheid van Luxemburg.

Certificaatnummer/Versie: AR-421-2024-001094-01 Pagina: 1/4 Eco Reest Bodem BV Dhr. Martijn van der Voordt Elbe 2 HOOGEVEEN Nederland

Analysecertificaat Datum:

29-01-2024

Hierbij ontvangt u de resultaten van het navolgende laboratoriumonderzoek. Certificaatnummer/Versie

AR-421-2024-001094-01

Uw project/verslagnummer

231833

Uw projectnaam

BO Oude Meentweg 2a 's-Graveland

Opdrachtnummer

421-2024-001094

Projectafspraak

-

Ontvangst monster(s) op

23-01-2024

Uw Monsternemer

Melcher van Eerde

Startdatum analyse

23-01-2024

Datum einde analyse

29-01-2024

Validatiedatum

29-01-2024

Bijlage(n)

A

Accreditatie/Erkenning: S0: AS3000 Erkenning L010 Nadere informatie over de toegepaste onderzoeksmethoden alsmede een classificatie van de meetonzekerheid staan vermeld in de laatst geldende versie van ons overzicht "Specificaties analysemethoden". Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. De analyseresultaten hebben alleen betrekking op het door u aangeleverde monster. Wij vertrouwen erop uw opdracht hiermee naar verwachting te hebben uitgevoerd. Mocht u naar aanleiding van dit analysecertificaat nog vragen hebben, verzoeken wij u contact op te nemen met de afdeling Customer Support.

Met vriendelijke groet, Eurofins Analytico (Barneveld) Ing. A. Veldhuizen Technical Manager

Eurofins Analytico BV

KvK/CoC No. 09088623

Gildeweg 42-46 3771 NB Barneveld Nederland www.eurofins.nl

Op al onze leveringen zijn onze Algemene Voorwaarden van toepassing. Zie www.eurofins.nl

BNP Paribas S.A. Netherlands IBAN NL71BNPA0227924525 BIC/SWIFT-Code BNPANL2A BTW nummer: NL804314883B01 AR-421-2024-001094-01 Pagina 1/4

Certificaatnummer/Versie: AR-421-2024-001094-01 Pagina: 2/4

Analyse

Eenheid

1

Metalen pb 3110-3 & NEN-EN-ISO 17294-2

S0 Barium (Ba)

µg/L

< 20

S0 Cadmium (Cd)

µg/L

< 0,20

S0 Kobalt (Co)

µg/L

< 2,0

S0 Koper (Cu)

µg/L

8,5

S0 Kwik (Hg)

µg/L

< 0,050

S0 Lood (Pb)

µg/L

< 2,0

S0 Molybdeen (Mo)

µg/L

< 2,0

S0 Nikkel (Ni)

µg/L

< 3,0

S0 Zink (Zn)

µg/L

< 10

S0 Benzeen

µg/L

< 0,2

S0 Tolueen

µg/L

1,0

S0 Ethylbenzeen

µg/L

< 0,2

S0 o-Xyleen

µg/L

< 0,1

S0 m,p-Xyleen

µg/L

0,3

BTEX (som)

Vluchtige aromatische koolwaterstoffen pb. 3130-1

µg/L

1,3

S0 Xylenen (som) factor 0,7

µg/L

0,42

S0 Styreen

µg/L

< 0,2

S0 Naftaleen

µg/L

< 0,02

S0 Dichloormethaan

µg/L

< 0,2

S0 Trichloormethaan

µg/L

< 0,2

S0 Tetrachloormethaan

µg/L

< 0,1

S0 Trichlooretheen

µg/L

< 0,2

S0 Tetrachlooretheen

µg/L

< 0,1

S0 1,1-Dichloorethaan

µg/L

< 0,2

S0 1,2-Dichloorethaan

µg/L

< 0,2

S0 1,1,1-Trichloorethaan

µg/L

< 0,1

S0 1,1,2-Trichloorethaan

µg/L

< 0,1

S0 cis 1,2-Dichlooretheen

µg/L

< 0,1

No. Uw Monsteromschrijving

Monstermatrix

Uw bemonsterings - datum

Ons Monsternr.

1

Grondwater AS3000

23-01-2024

421-2024-00003149

Vluchtige organische halogeenkoolwaterstoffen pb. 3130-1

Pb. 1, B01-1: 150-250

Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd.

Eurofins Analytico BV

KvK/CoC No. 09088623

Gildeweg 42-46 3771 NB Barneveld Nederland www.eurofins.nl

Op al onze leveringen zijn onze Algemene Voorwaarden van toepassing. Zie www.eurofins.nl

BNP Paribas S.A. Netherlands IBAN NL71BNPA0227924525 BIC/SWIFT-Code BNPANL2A BTW nummer: NL804314883B01 AR-421-2024-001094-01 Pagina 2/4

Certificaatnummer/Versie: AR-421-2024-001094-01 Pagina: 3/4

Analyse

Eenheid

1

Vluchtige organische halogeenkoolwaterstoffen pb. 3130-1

S0 trans 1,2-Dichlooretheen

µg/L

< 0,1

CKW (som)

µg/L

< 1,6

S0 Tribroommethaan

µg/L

< 0,2

S0 1,1-Dichlooretheen

µg/L

< 0,1

S0 1,1-Dichloorpropaan

µg/L

< 0,2

S0 1,2-Dichloorpropaan

µg/L

< 0,2

S0 1,3-Dichloorpropaan

µg/L

< 0,2

S0 Dichloorpropanen som factor 0.7

µg/L

0,42

S0 Vinylchloride

µg/L

< 0,1

µg/L

0,14

Minerale olie (C10-C12)

µg/L

< 10

Minerale olie (C12-C16)

µg/L

< 10

Minerale olie (C16-C21)

µg/L

< 10

Minerale olie (C21-C30)

µg/L

< 15

Minerale olie (C30-C35)

µg/L

< 10

Minerale olie (C35-C40)

µg/L

< 10

S0 Minerale olie totaal (C10-C40)

µg/L

< 50

No. Uw Monsteromschrijving

Monstermatrix

Uw bemonsterings - datum

Ons Monsternr.

1

Grondwater AS3000

23-01-2024

421-2024-00003149

NEN-EN-ISO 10301

S0 1,2-Dichloorethenen (Som) factor 0,7 Minerale olie pb. 3110-5

Pb. 1, B01-1: 150-250 Vrijgegeven door:

Delano van Zon

Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd.

Eurofins Analytico BV

KvK/CoC No. 09088623

Gildeweg 42-46 3771 NB Barneveld Nederland www.eurofins.nl

Op al onze leveringen zijn onze Algemene Voorwaarden van toepassing. Zie www.eurofins.nl

BNP Paribas S.A. Netherlands IBAN NL71BNPA0227924525 BIC/SWIFT-Code BNPANL2A BTW nummer: NL804314883B01 AR-421-2024-001094-01 Pagina 3/4

Certificaatnummer/Versie: AR-421-2024-001094-01 Pagina: 4/4 Appendix (A): met deelmonsterinformatie behorende bij analysecertificaat AR-421-2024-001094-01 Barcode Ons Monsternr.

Boornr 421-2024-00003149

Uw Monsteromschrijving

Van

Tot

Uw bemonsterings - datum

Pb. 1, B01-1: 150-250

0680716355

1

150

250

23-01-2024

0680716367

1

150

250

23-01-2024

0801144868

1

150

250

23-01-2024

Eurofins Analytico BV

KvK/CoC No. 09088623

Gildeweg 42-46 3771 NB Barneveld Nederland www.eurofins.nl

Op al onze leveringen zijn onze Algemene Voorwaarden van toepassing. Zie www.eurofins.nl

BNP Paribas S.A. Netherlands IBAN NL71BNPA0227924525 BIC/SWIFT-Code BNPANL2A BTW nummer: NL804314883B01 AR-421-2024-001094-01 Pagina 4/4

Bijlage 5

Behoort bij rapport: Verkennend bodemonderzoek Oude Meentweg 2 ’s-Graveland Kenmerk: 231833

Uw Project

BO Oude Meentweg 2a 's-Graveland (231833) | BO Oude Meentweg 2a 's-Graveland (231833)

Certificaat

2024004754 | 2024019238

Toetsing

BoToVa T1 kwaliteit van grond en bagger bij toepassing op of in de bodem

Versie

2.0.24

Toetsingsdatum

04 March 2024 09:35

Analyse

Eenheid

MMbg: Mp. 1 t/m 6: 0-50 G.W.

G.S.S.D

MMog: Mp. 1 en 6: 90-150 Oordeel

G.W.

G.S.S.D

Mp. 1: 0-50 Oordeel

G.W.

G.S.S.D

Mp. 2: 30-50 Oordeel

G.W.

G.S.S.D

Mp. 3: 25-50 Oordeel

G.W.

G.S.S.D

Mp. 4: 0-50 Oordeel

G.W.

G.S.S.D

Mp. 5: 0-35 Oordeel

G.W.

G.S.S.D

Mp. 6: 0-40 Oordeel

G.W.

G.S.S.D

Oordeel

Bodemtype correctie Fractie < 2 µm

<2.0

<2.0

25

#

25

#

25

#

25

#

25

#

25

#

Organische stof volgens gloeiverlies methode

2.8

<0.7

10

#

10

#

10

#

10

#

10

#

10

#

Metalen Barium (Ba)

mg/kg DS

21

81.4

@

<20

54.2

@

Cadmium (Cd)

mg/kg DS

0.24

0.398

-

<0.20

0.241

-

Kobalt (Co)

mg/kg DS

13

45.7

Ind

<3.0

7.38

-

Koper (Cu)

mg/kg DS

8.5

17.1

-

<5.0

7.24

-

<3.0

2.1

-

<3.0

2.1

-

3.7

3.7

-

<3.0

2.1

-

<3.0

2.1

-

<3.0

2.1

-

0.097

0.097

-

<0.050

0.035

-

0.093

0.093

-

0.17

0.17

Wo

0.15

0.15

-

0.072

0.072

-

Kwik (Hg)

mg/kg DS

0.53

0.757

Wo

<0.050

0.0503

-

Molybdeen (Mo)

mg/kg DS

<1.5

1.05

-

<1.5

1.05

-

Nikkel (Ni)

mg/kg DS

44

128

NT > IW

5.5

16

-

<4.0

2.8

-

7.1

7.1

-

4.6

4.6

-

<4.0

2.8

-

<4.0

2.8

-

<4.0

2.8

-

Lood (Pb)

mg/kg DS

33

51.2

Wo

<10

11

-

32

32

-

<10

7

-

21

21

-

57

57

Wo

50

50

-

23

23

-

Zink (Zn)

mg/kg DS

24

55.8

-

<20

33.2

-

mg/kg DS

<35

87.5

-

<35

122

-

mg/kg DS

0.0049

0.0175

-

0.0049

0.0245

-

mg/kg DS

0.84

0.849

-

0.35

0.35

-

Minerale olie Minerale olie totaal (C10-C40) Polychloorbifenylen, PCB PCB (som 7) (factor 0,7) Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen, PAK PAK VROM (10) (factor 0,7)

Eurofins Nr.

Monsteromschrijving

M2M-202400280911

Niet Toepasbaar > Interventiewaarde

M2M-202400307328

MMbg: Mp. 1 t/m 6, B01: 0-50, B02: 15-01-2024 30-50, B03: 25-50, B04: 0-50, B05: 0-35, B06: 0-40 MMog: Mp. 1 en 6, B06: 90-130, 15-01-2024 B01: 100-150 Mp. 1, B01: 0-50 15-01-2024

M2M-202400307329

Mp. 2, B02: 30-50

15-01-2024

Altijd toepasbaar

M2M-202400307330

Mp. 3, B03: 25-50

15-01-2024

Altijd toepasbaar

M2M-202400307331

Mp. 4, B04: 0-50

15-01-2024

Klasse wonen

M2M-202400307332

Mp. 5, B05: 0-35

15-01-2024

Altijd toepasbaar

M2M-202400307333

Mp. 6, B06: 0-40

15-01-2024

Altijd toepasbaar

M2M-202400280912

Datum Monstername

Eindoordeel

Altijd toepasbaar Altijd toepasbaar

Legenda #

Aangenomen waarde

G.W.

Gemeten waarde

G.S.S.D.

Gestandaardiseerde meetwaarde

@

Geen toetsoordeel mogelijk

Ind

Oordeel Industrie

-

<= Achtergrondwaarde

Wo

Oordeel Wonen

NT > IW

Niet Toepasbaar > Interventiewaarde

Deze toetsing is met de grootste zorg samengesteld Eurofins Analytico B.V. is echter niet verantwoordelijk voor de uitkomst van deze toetsing.

Mocht u een probleem in deze toetsing signaleren dan verzoeken wij u vriendelijk dit door te geven aan eol.helpdesk@eurofins.com

Page 1 of 1

Uw Project

BO Oude Meentweg 2a 's-Graveland (231833)

Certificaat

AR-421-2024-001094-01

Toetsing

BoToVa T13 Toetsing Wbb grondwater (ondiep)

Versie

2.0.24

Toetsingsdatum

09 February 2024 10:52

Is Diep grondwater

Nee

Analyse

Eenheid

Pb. 1 G.W.

G.S.S.D

Oordeel

Metalen Barium (Ba)

µg/l

< 20

14

-

Cadmium (Cd)

µg/l

< 0.20

0.14

-

Kobalt (Co)

µg/l

< 2.0

1.4

-

Koper (Cu)

µg/l

8.5

8.5

-

Kwik (Hg)

µg/l

< 0.050

0.035

-

Molybdeen (Mo)

µg/l

< 2.0

1.4

-

Nikkel (Ni)

µg/l

< 3.0

2.1

-

Lood (Pb)

µg/l

< 2.0

1.4

-

Zink (Zn)

µg/l

< 10

7

-

Benzeen

µg/l

< 0.2

0.14

-

Tolueen

µg/l

1.0

1

-

Ethylbenzeen

µg/l

< 0.2

0.14

-

Xylenen (som) factor 0,7

µg/l

0.42

0.37

> SW

Styreen

µg/l

< 0.2

0.14

-

Naftaleen

µg/l

< 0.02

0.014

-

Dichloormethaan

µg/l

< 0.2

0.14

-

Trichloormethaan

µg/l

< 0.2

0.14

-

Tetrachloormethaan

µg/l

< 0.1

0.07

-

Trichlooretheen

µg/l

< 0.2

0.14

-

Tetrachlooretheen

µg/l

< 0.1

0.07

-

1,1-Dichloorethaan

µg/l

< 0.2

0.14

-

1,2-Dichloorethaan

µg/l

< 0.2

0.14

-

1,1,1-Trichloorethaan

µg/l

< 0.1

0.07

-

1,1,2-Trichloorethaan

µg/l

< 0.1

0.07

-

Tribroommethaan

µg/l

< 0.2

0.14

@

Vinylchloride

µg/l

< 0.1

0.07

-

1,1-Dichlooretheen

µg/l

< 0.1

0.07

-

1,2-Dichloorethenen (Som) factor 0,7

µg/l

0.14

0.14

-

Dichloorpropanen som factor 0.7

µg/l

0.42

0.42

-

µg/l

< 50

35

-

1.79

@

Vluchtige Aromatische Koolwaterstoffen

Vluchtige organische halogeenkoolwaterstoffen

Minerale olie Minerale olie totaal (C10-C40) Extra parameters som 16 aromatische oplosmiddelen (Bbk, 1-1-2008)

µg/l

PAK Totaal VROM (10)

0.0002

Eurofins Nr.

Monsteromschrijving

Datum Monstername

Eindoordeel

421-2024-00003149

Pb. 1

23-01-2024

Overschrijding Streefwaarde

Legenda G.W.

Gemeten waarde

G.S.S.D.

Gestandaardiseerde meetwaarde

@

Geen toetsoordeel mogelijk

-

<= Streefwaarde

> SW

> Streefwaarde

Deze toetsing is met de grootste zorg samengesteld Eurofins Analytico B.V. is echter niet verantwoordelijk voor de uitkomst van deze toetsing.

Mocht u een probleem in deze toetsing signaleren dan verzoeken wij u vriendelijk dit door te geven aan eol.helpdesk@eurofins.com

Page 1 of 1

TOETSINGSWAARDEN

Bijlage 5.3

Kwaliteitseisen en interventiewaarden bodemkwaliteit Kwaliteitseisen bijlage B (tabel 1) van de Regeling bodemkwaliteit 2002 (Rbk) Interventiewaarden bodemkwaliteit bijlage IIa van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal)

Stofnaam Metalen Barium1 Cadmium Kobalt Koper Kwik Lood Molybdeen Nikkel Zink Organische stoffen Som-PCB’s2 Som-PAK’s2 Minerale olie

Toetsingswaarde (mg/kg d.s.) voor standaard bodem (25% lutum en 10% organische stof) Landbouw/ Interventiewaarde Wonen Industrie natuur bodemkwaliteit 0,60 15 40 0,15 50 1,5 35 140

1,2 35 54 0,83 210 88 39 200

4,3 190 190 4,8 530 190 100 720

13 190 190 36 530 190 100 720

0,020 1,5 190

0,040 6,8 190

0,5 40 500

1 40 5.000

1 De norm voor barium wordt op termijn herzien. Gebleken is dat de interventiewaarde voor barium lager was

dan het gehalte dat van nature in de bodem voorkomt. Als sprake is van verhoogde bariumgehalten ten opzichte van de natuurlijke achtergrond als gevolg van een antropogene bron, kan dit gehalte worden beoordeeld op basis van de voormalige interventiewaarde voor barium van 920 mg/kg ds. 2 Deze stoffen maken onderdeel uit van een somparameter. Op de samenstelling van de somparameters zijn de

regels krachtens artikel 25g, negende lid, onder j, van het Besluit bodemkwaliteit van toepassing.

Signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering (Bkl) Bijlage Vd. bij artikel 4.12a Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl)

Stofnaam Metalen Barium Cadmium Kobalt Koper Kwik Lood Molybdeen Nikkel Zink Aromatische verbindingen Benzeen Ethylbenzeen Tolueen Xylenen (som)2 Styreen (vinylbenzeen) Naftaleen Vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen Monochlooretheen (vinylchloride) Dichloormethaan 1,1-dichloorethaan 1,2-dichloorethaan 1,1-dichlooretheen 1,2-dichlooretheen (som)2 Dichloorpropanen (som)2 Trichloormethaan (Chloroform) 1,1,1-trichloorethaan 1,1,2-trichloorethaan Trichlooretheen (Tri) Tetrachloormethaan (Tetra) Tetrachlooretheen (Per) Tribroommethaan (bromoform) Overige organische stoffen Minerale olie

Signaleringsparameter (μg/l)1 625 6 100 75 0,3 75 300 75 800 30 150 1.000 70 300 70 5 1.000 900 400 10 20 80 400 300 130 500 10 40 630 600

1 Op het omgaan met meetwaarden beneden de bepalingsgrens van het laboratorium zijn de regels

krachtens artikel 25g, negende lid, onder i en j, van het Besluit bodemkwaliteit van toepassing. 2 Deze stoffen maken onderdeel uit van een somparameter. Op de samenstelling van de somparameters zijn de

regels krachtens artikel 25g, negende lid, onder j, van het Besluit bodemkwaliteit van toepassing.

Aanvullend advies met informatie voor GGD-adviseurs gezondheid en milieu 29-01-2016

Lood in bodem en gezondheid Aanvullend advies met informatie voor GGD-adviseurs gezondheid en milieu GGD-projectgroep bodem - definitieve versie: 29 januari 2016

Inleiding Een bodemverontreiniging met lood kan een gezondheidsrisico vormen voor jonge kinderen. In opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Milieu (I&M) heeft het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) het lood-in-bodemvraagstuk breed bekeken. Het recent verschenen RIVM-rapport 2015-02041 beschrijft de stand van zaken rondom lood in bodem, gezondheid en bodemnormen. Het rapport gaat daarnaast in op de mogelijkheden voor gemeenten en bewoners om de blootstelling aan bodemlood en de daarmee samenhangende risico’s voor de gezondheid terug te dringen. Met de invoering van de Omgevingswet zullen gemeenten een belangrijkere rol krijgen bij het vaststellen van de toelaatbare loodgehalten in bodem. In RIVM-rapport 2015-0204 geeft het RIVM aan dat het belangrijk is dat gemeenten het bodembeheer richten op vermindering van blootstelling aan bodemlood. Dit advies met informatie voor GGD-adviseurs kan worden gezien als een aanvulling op het RIVMrapport. Het is goed als GGD’en vroegtijdig bij het bodembeleid betrokken zijn. GGD-adviseurs kunnen dit advies en de informatie gebruiken bij hun advisering aan gemeenten. Advisering aan de gemeenten kan betrekking hebben op: 

hoeveel lood kinderen dagelijks mogen binnenkrijgen;

wat dit betekent voor de hoeveelheid lood in bodem, wenselijk vanuit gezondheid;

welke adviezen men kan geven om het gezondheidsrisico te beperken.

In de toelichting is aanvullende achtergrondinformatie opgenomen.

Hoeveel lood mag een kind dagelijks maximaal binnenkrijgen? De GGD’en adviseren voor blootstelling aan lood het ALARA-principe te hanteren.

Lood heeft bij jonge kinderen een nadelig effect op het leervermogen en leidt tot een verlies van IQ-punten. Voor het effect van lood bestaat voor zover nu bekend geen drempelwaarde. Daarom adviseren de GGD’en het ALARA-principe te hanteren voor blootstelling aan lood. Dit betekent dat moet worden gestreefd naar een zo laag mogelijke blootstelling van kinderen aan lood. Dit is in lijn met het advies van de EFSA2.

Pagina 1 van 9

Aanvullend advies met informatie voor GGD-adviseurs gezondheid en milieu 29-01-2016

Toelichting: hoe erg is verlies van IQ-punten? De loodblootstelling bij kinderen is in de afgelopen decennia flink gedaald, vooral door het verbod op loodhoudende benzine. Er is dus al veel winst behaald, maar het kan nog beter omdat juist bij lage loodblootstelling relatief veel IQ-puntverlies optreedt 1,2. Het nadelige effect van lood is van toepassing op het ‘gemiddelde’ kind. Voor een individueel kind is het onzeker wat precies de omvang van het effect is. Dit heeft te maken met verschillen in bijvoorbeeld de kinetiek van lood en de gevoeligheid van een kind voor lood. Er zijn uiteraard ook andere factoren dan lood die het IQ beïnvloeden, zoals erfelijkheid, leefomstandigheden en educatie. Ook varieert de uitkomst van een IQ-test bij eenzelfde persoon per keer. Het verlies van enkele IQ-punten is op individueel niveau daarom niet meetbaar, maar het is wel op populatieniveau merkbaar. 

Bij kinderen met een loodinname van 0,5 microgram/kg/dag kan gemiddeld circa één IQpuntverlies optreden. Op populatieniveau betekent het verlies van één IQ-punt dat de sociaaleconomische status en arbeidsproductiviteit van een bevolking ongunstig worden beïnvloed. Bij kinderen wordt één IQ-puntdaling geassocieerd met een latere afname in productiviteit van 2%. 2

Bij kinderen met een loodinname van 1,9 microgram/kg/dag kan gemiddeld circa drie IQpuntenverlies optreden. Drie IQ-puntdaling betekent op populatieniveau: -

een toename van 57% in het aantal mensen met een IQ-score onder 70;

-

een afname van 40% in het aantal mensen met een IQ-score boven 130.3

Mensen met een IQ onder 70 en een ondersteuningsbehoefte hebben een verstandelijke beperking. Het Sociaal en Cultureel Planbureau schat dat er in Nederland ongeveer 142.000 mensen met een verstandelijke beperking zijn4. Bij de decentralisaties in het sociale domein zijn zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie centrale begrippen. Een paar IQ-puntenverlies aan de onderkant kan het verschil maken tussen wel of niet zelfredzaam zijn en maatschappelijk participeren.

Wat betekent dit voor de hoeveelheid lood in bodem? De GGD’en adviseren voor gevoelige locaties te streven naar een vermindering van de blootstelling aan lood. Een laag bodemloodgehalte, overeenkomend met minder dan 1 IQ-puntverlies, heeft daarom de voorkeur.

De loodinname die bij kinderen leidt tot één of drie IQ-puntverlies kan met het blootstellingsmodel CSOIL worden omgerekend naar een gehalte lood in bodem. In tabel 1 staan de berekende risicowaarden weergegeven. Met een verdere vermindering van de blootstelling aan lood is gezondheidswinst te behalen.

Pagina 2 van 9

Aanvullend advies met informatie voor GGD-adviseurs gezondheid en milieu 29-01-2016

Een laag bodemloodgehalte, overeenkomend met minder dan 1 IQ-puntverlies, heeft daarom bij gevoelige locaties, zoals wonen met tuin, kinderspeelplekken en kinderdagverblijven, de voorkeur. Tabel 1: Risicowaarden* voor lood in bodem (mg/kgds) op basis van geschat IQ-puntverlies < 1 IQ-puntverlies

1-3 IQ-puntverlies door

> 3 IQ-puntenverlies

door bodemlood

bodemlood

door bodemlood

< 60

60 - 260

> 260

< 90

90 - 370

> 370

< 100

100 - 390

> 390

Grote moestuin (> circa 200 m2) Wonen met tuin (kleine moestuin) Plaatsen waar kinderen spelen

*Informatie over de uitgangspunten voor de berekening staat in de toelichting.

Welke maatregelen beperken het risico? De huidige interventiewaarde voor lood (530 mg/kgds) biedt bij gevoelige locaties onvoldoende bescherming voor de gezondheid van kinderen. Ook onder de interventiewaarde is er sprake van een IQ-puntenverlies. Bij gevoelige locaties zijn daarom maatregelen nodig om blootstelling aan lood bij kinderen te voorkomen.

Uit tabel 1 blijkt dat bij de huidige interventiewaarde voor wonen met tuin (530 mg/kgds) meer dan 3 IQ-puntenverlies kan optreden. Ook onder de interventiewaarde is sprake van een nadelig gezondheidseffect door IQ-puntverlies. Het gezondheidsrisico voor kinderen door bodemlood kan worden beperkt door sanering van de bodem of door gebruiksadviezen: 

Bij sanering wordt verontreinigde grond vervangen of afgedekt door schone grond (of grond geschikt voor de beoogde functie).

Bij het goed opvolgen van gebruiksadviezen wordt het contact van kinderen met bodemlood beperkt. Hiermee kan het gezondheidsrisico tot een acceptabel niveau worden teruggebracht.

Het geven van gebruiksadviezen in combinatie met goede communicatie kan een alternatief zijn voor sanering. Het goed opvolgen van die adviezen door de gebruikers van de grond is hierbij cruciaal. Sanering van verontreinigde grond is een duurzamere oplossing waarbij gebruikersgedrag het gezondheidsrisico niet langer beïnvloedt. Het risico van bodemlood kan men ook beperken via goede ruimtelijke ordening: door gevoelige bestemmingen (kinderspeelplekken, kinderdagverblijven, stadslandbouw en dergelijke) zo veel mogelijk te realiseren op niet-verontreinigde grond of grond met een laag bodemloodgehalte.

Pagina 3 van 9

Aanvullend advies met informatie voor GGD-adviseurs gezondheid en milieu 29-01-2016

Sanering Het bevoegd gezag beslist boven welke bodemloodwaarde sanering moet plaatsvinden. De bodem in Nederland is op veel plekken verontreinigd met lood. De saneringsinspanning zal zich als eerste moeten richten op de meest verontreinigde locaties waar jonge kinderen spelen, zoals tuinen bij woningen en kinderdagverblijven (de gevoelige locaties). Het ligt voor de hand dat gevoelige locaties met een loodgehalte boven de interventiewaarde (530 mg/kg) het eerst aan de beurt zijn voor sanering. Ook bijvoorbeeld herstructurering van wijken biedt kansen voor sanering. Uiteindelijk kan op die wijze voor een steeds groter deel van de Nederlandse bodem een betere bodemloodkwaliteit worden bereikt. Gebruiksadviezen De gebruiksadviezen om contact van jonge kinderen met lood te beperken bestaan in het kort uit: 

Laat kinderen in een zandbak met schoon speelzand spelen. Leg (kunst)gras, tegels of een schone laag grond aan op plekken waar kinderen spelen. Bij voorkeur met een laag schone grond of zand onder het (kunst)gras of tegels.

Kweek groenten in bakken met schone teelaarde.

Let vooral bij jonge kinderen extra op hygiëne (handen wassen na het buitenspelen)

Ga de inloop van grond in huis tegen (schoenen uitdoen, regelmatig stofzuigen of dweilen)

De gebruiksadviezen zijn zinvol bij gevoelige locaties met een bodemloodkwaliteit waarbij meer dan 1 IQ-puntverlies kan optreden. Voor sommige gemeenten gaat het dan om een groot deel van het grondgebied. Dit betekent dat de gebruiksadviezen moeten worden gericht aan een groot deel van de bevolking. Met andere woorden: het breed verspreiden van algemene gebruiksadviezen, bijvoorbeeld via informatie op websites en algemene brochures of posters. Het is goed om hierbij ook aandacht te hebben voor andere bronnen van lood, zoals loden waterleidingen. Meer informatie over deze bron staat in het GGD-informatieblad lood in drinkwater5 en RIVM-rapport 2015-0204. Uiteraard geldt dat hoe hoger het bodemloodgehalte is, des te dringender het is om gebruiksadviezen te geven en hierover tijdig en duidelijk te communiceren. Hierbij gaat het om specifieke risicocommunicatie met bewoners en andere gebruikers van verontreinigde grond, bijvoorbeeld via bewonersbrieven en informatiebijeenkomsten.

Pagina 4 van 9

Aanvullend advies met informatie voor GGD-adviseurs gezondheid en milieu 29-01-2016

Toelichting In deze toelichting staat beknopt beschreven wat de huidige inzichten zijn rondom lood in bodem en gezondheid en hoe de GGD’en daarmee kunnen omgaan. Uitgebreidere informatie staat in RIVM-rapport 2015-0204.

1. Gezondheidseffecten van lood en gezondheidskundige advieswaarde voor lood Samenvatting Loodblootstelling heeft bij jonge kinderen een nadelig effect op het leervermogen (verlies IQpunten). Hiervoor is voor zover bekend geen drempelwaarde. De GGD’en adviseren het ALARAprincipe te hanteren voor loodblootstelling: zo laag als redelijkerwijs mogelijk. Achtergrondinformatie 

Uit het EFSA-advies van 20102 is duidelijk geworden dat de toelaatbare dagelijkse inname (TDI) voor lood van 3,6 microgram/kg/dag niet meer moet worden gebruikt.

In Sanscrit (instrument voor het bepalen van spoedeisendheid van saneren) wordt een maximaal toelaatbaar risiconiveau voor de mens (MTRhumaan) van 2,8 microgram/kg/dag gehanteerd. Het MTRhumaan is vastgelegd in de Circulaire bodemsanering 2013. Destijds is deze MTRhumaan gekozen op basis van een pragmatische beleidsmatige afweging: bij deze MTR kon de interventiewaarde gelijk blijven. Er lag geen gezondheidskundige onderbouwing aan ten grondslag, behalve dat het lager is dan de TDI die volgens EFSA niet meer moet worden gebruikt.

Het RIVM heeft geen opdracht gekregen het MTRhumaan te herzien en geeft er in RIVMrapport 2015-0204 geen advies over, omdat er geen beleidsmatig standpunt is over welk IQ-verlies daarbij hoort.

De EFSA heeft een Bench Mark Dose Level (BMDL) voor lood vastgesteld: een stijging van 12 microgram lood (Pb) per liter bloed geeft 1 IQ-puntdaling. Dit komt overeen met een loodblootstelling van 0,5 microgram/kg/dag (bij kinderen van 6 jaar). Deze BMDL-waarde is gekozen omdat 1 IQ-puntdaling op populatieniveau de sociaaleconomische status en arbeidsproductiviteit van een bevolking ongunstig beïnvloedt. De EFSA stelt dat 1 IQpuntdaling bij kinderen kan worden geassocieerd met een latere afname in productiviteit van 2%.2

De JECFA3 stelt het volgende: -

Een loodblootstelling onder 0,3 microgram/kg/dag (0,5 IQ-puntdaling) is ‘negligible’.

-

Een loodblootstelling boven 1,9 microgram/kg/dag (3 IQ-puntdaling) is ‘of concern’3.

Pagina 5 van 9

Aanvullend advies met informatie voor GGD-adviseurs gezondheid en milieu 29-01-2016

Meer dan 3 IQ-puntdaling betekent op populatieniveau: -

Een toename van 8% in aantal mensen met IQ-score lager dan 100.

-

Een toename van 57% in aantal mensen met een IQ-score onder 7a.

-

Een afname van 40% in aantal mensen met een IQ-score boven 130.

Daarnaast kan IQ-verlies volgens de JECFA als een marker worden gezien voor andere effecten op de neurologische ontwikkeling waarvoor het wetenschappelijke bewijs niet robuust genoeg is. Deze effecten, waaronder ADHD en leesproblemen, zijn waargenomen bij kinderen met vergelijkbare lood-in-bloedwaarden6. 

RIVM-rapport 2015-0204 geeft een indicatie van het IQ-puntverlies dat kan optreden als gevolg van lood in bodem (via bodem en huisstof). De gepresenteerde berekeningen gelden voor het scenario plaatsen waar kinderen spelen en moeten als indicatief worden beschouwd. -

Bij een inname van 2,82 microgram/kg/dag gaat het om circa 3-4 punten IQ-verlies. Deze blootstelling treedt op bij 530 mg/kg lood in bodem (interventiewaarde), scenario plaatsen waar kinderen spelen.

-

Bij een inname van 1,86 microgram/kg/dag gaat het om ca. 2-3 IQ-puntenverlies. Deze blootstelling treedt op bij 350 mg/kg lood in bodem, scenario plaatsen waar kinderen spelen.

Lood wordt na inname opgenomen in bloed en beenderen. Uit beenweefsel komt lood heel langzaam weer vrij. Dit maakt dat een eenmalige hoge inname kan leiden tot langdurige effecten1. Lood hoopt zich dus zowel bij langdurige als kortdurende blootstelling op in het botweefsel en komt daar vervolgens langzaam weer uit vrij. Daardoor is het moeilijk aan te geven na hoeveel tijd IQ-verlies optreedt bij een bepaalde blootstelling aan bodemlood.

2. Relatieve biobeschikbaarheid lood in bodem Samenvatting Uit het ‘biggenonderzoek’ van het RIVM (2014) blijkt dat de opname van lood in het lichaam bij diffuse bodemverontreiniging (stedelijke ophooglagen) hoger is dan eerder werd verondersteld 7. De uitkomst van het ‘biggenonderzoek’ laat geen duidelijk onderscheid zien tussen diffuse loodverontreiniging (stedelijke ophooglagen) en ‘gewone’ loodverontreiniging (puntbronnen) voor wat betreft de relatieve biobeschikbaarheid (RBB) van lood. Voor de berekening van de risicowaarden bij 1 en 3 IQ-puntverlies is de GGD-projectgroep bodem daarom uitgegaan van de standaard RBB van 0,74.

a De helft van de bevolking heeft (per definitie) een IQ lager dan 100, de andere helft hoger. Ongeveer 2% van

de bevolking heeft een IQ lager dan 70. In Nederland zijn dat ruim 300.000 mensen. Een verstandelijke beperking wordt vastgesteld op basis van het intellectueel functioneren (IQ) en de ondersteuningsbehoefte. Het Sociaal en Cultureel Planbureau schat dat er in Nederland ongeveer 142.000 mensen met een verstandelijke beperking zijn. (https://www.volksgezondheidenzorg.info/onderwerp/verstandelijke-beperking/cijferscontext/incidentie-en-prevalentie#node-incidentie-van-verstandelijke-beperking, https://www.volksgezondheidenzorg.info/onderwerp/verstandelijke-beperking/cijfers-context/incidentie-enprevalentie#node-prevalentie-van-verstandelijke-beperking)

Pagina 6 van 9

Aanvullend advies met informatie voor GGD-adviseurs gezondheid en milieu 29-01-2016

Achtergrond: 

RIVM-rapport 607711015/2014 over de biobeschikbaarheid van lood (‘biggenonderzoek’) geeft aan dat de lagere RBB voor stedelijke ophooglagen van 0,4 niet meer moet worden gehanteerd. Het rapport geeft aan dat voor diffuse verontreiniging met lood kan worden uitgegaan van een standaard RBB die ligt tussen 0,58 (P50) en 0,84 (P80). De gemiddelde RBB in het onderzoek is 0,66.

De standaard RBB voor ‘gewone’ bodemloodverontreiniging (puntbronnen) in Sanscrit is 0,74. Dit is het 80-percentiel van de relatieve biobeschikbaarheid van lood van de tot 2008 gemeten bodems, gecombineerd met het 80-percentiel van het verschil tussen gevoede en nuchtere omstandigheden8.

0,74 ligt in de voorgestelde range van 0,58 (P50) - 0,84 (P80). De RBB bij diffuse loodverontreiniging (stedelijke ophooglagen) wijkt dus niet duidelijk af van RRB die bij ‘gewone’ loodverontreiniging in bodem wordt gebruikt.

RIVM-rapport 2015-0204 geeft aan dat voor diffuse verontreiniging kan worden uitgegaan van de mediane waarde die in het biggenonderzoek is vastgesteld: 0,58 (P50). De GGDprojectgroep bodem vindt dit geen logische keuze, om de volgende redenen: -

In het biggenonderzoek zijn slechts 6 bodems onderzocht. De P50 is bij een dergelijk klein aantal niet robuust te noemen. De gemiddelde RBB in het onderzoek was 0,66.

-

Bij eerder biobeschikbaarheidsonderzoek, waarbij 90 bodems zijn onderzocht, is een P50 van 0,67 gevonden (en een P80 van 0,91)9.

-

Uit het biggenonderzoek komt geen duidelijk onderscheid naar voren met ‘gewone’ loodverontreiniging in de bodem (puntbron), waarvoor in Sanscrit een standaard RBB wordt gehanteerd van 0,74.

-

Het is vanuit gezondheid gezien beter om uit te gaan van een hoger percentiel, zodat meer kinderen worden beschermd tegen te hoge loodblootstelling.

Het ‘biggenonderzoek’ geeft geen duidelijke reden waarom onderscheid zou moeten worden gemaakt tussen diffuse bodemloodverontreiniging en puntbronnen. Voor de berekening van de risicowaarden bij 1 en 3 IQ-puntverlies is de GGD-projectgroep bodem daarom uitgegaan van de standaard RBB van 0,74.

3. Beschermingsniveau gezondheid Beleidsmatige keuze voor bodemloodkwaliteit Met een vermindering van de blootstelling aan lood is gezondheidswinst te behalen. Een laag bodemloodgehalte, overeenkomend met minder dan 1 IQ-puntverlies, heeft daarom gezondheidskundig gezien de voorkeur. Het bevoegd gezag beslist boven welke bodemloodwaarde sanering moet plaatsvinden. De (beleidsmatige) keuze welke bodemloodkwaliteit men wil bereiken, heeft behalve met het gezondheidsrisico ook met haalbaarheid te maken.

Pagina 7 van 9

Aanvullend advies met informatie voor GGD-adviseurs gezondheid en milieu 29-01-2016

In een gemeente met veel bodemloodverontreiniging zal in het algemeen een bodemloodkwaliteit overeenkomend met minder dan 3 IQ-puntverlies het eerst haalbare zijn. Op termijn heeft het uiteraard de voorkeur dat iedereen in een gezonde woonomgeving kan wonen, met een laag bodemloodgehalte, overeenkomend met minder dan 1 IQ-puntverlies. Herontwikkeling van locaties biedt vaak de beste kansen om de kwaliteit van de grond te verbeteren. Daar waar geen laag bodemloodgehalte is, kan men, met het opvolgen van de gebruiksadviezen, de risico’s beperken. Tijdige en duidelijke communicatie is in deze gevallen van belang. N.B. Voor alle situaties geldt dat wanneer er ook andere bronnen van loodblootstelling zijn, zoals loden waterleidingen, daar ook maatregelen moeten worden genomen (bijvoorbeeld informeren bewoners, vervangen loden waterleidingen).

4. Overzicht gezondheidskundige waarden voor lood in de bodem De volgende tabel geeft een overzicht van bestaande risicowaarden (saneringsurgentie, maximale waarden) en risicowaarden voor lood in de bodem bij 1 en 3 IQ-puntverlies. In de gekleurde vakken staan de gezondheidskundige bodemloodwaarden. Deze waarden zijn afgeleid in het blootstellingsmodel CSOIL (Sanscrit), met een RBB van 0,74. Tabel: Risicowaarden voor lood in bodem in mg/kgds (RBB = 0,74) Maximale Saneringsurgentie waarden

humaan risico

< 1 IQ-puntverlies 1-3 IQ-puntverlies

> 3 IQ-puntenverlies door

(Sanscrit)

door bodemlood

door bodemlood

-

390

< 56 (60)**

56-262 (60-260)

> 262 (260)

210

542 (530*)

< 94 (90)

94-368 (90-370)

> 368 (370)

-

565

< 101 (100)

bodemlood

Grote moestuin (> circa 200 m2 ) Wonen met tuin (incl. kleine moestuin) Plaatsen waar kinderen

101-385 (100390)

> 385 (390)

spelen Inname bodem-lood

< 0,5

0,5-1,9

> 1,9

microgram/kg/dag microgram/kg/dag microgram/kg/dag

(kind) * In de praktijk wordt vaak de interventiewaarde voor wonen met tuin aangehouden (530 mg/kg ds). ** Tussen haakjes staan de afgeronde waarden die in de praktijk kunnen worden gehanteerd. Pagina 8 van 9

Aanvullend advies met informatie voor GGD-adviseurs gezondheid en milieu 29-01-2016

5. Gebruiksadviezen: aandachtspunten 

Locaties waar jonge kinderen (0-6 jaar) vaak spelen, zoals wonen met tuin, kinderopvang en kinderspeelplekken, hebben prioriteit bij het doen van bodemonderzoek, het maken van een risicobeoordeling en het nemen van maatregelen (sanering/gebruiksadviezen).

Er zijn naast bodemloodverontreiniging ook andere bronnen van loodblootstelling, zoals loden waterleidingen. Ook hiervoor zijn maatregelen zinvol (informatie aan bewoners, vervangen loden waterleidingen). Dit kan worden meegenomen in de communicatie over gebruiksadviezen. Meer informatie over deze bronnen staat in het GGD-informatieblad lood in drinkwater5 en RIVM-rapport 2015-0204.

Literatuur

1 RIVM Rapport 2015-0204. Diffuse loodverontreiniging in de bodem. Advies voor een gemeenschappelijk beleidskader. Otte P,

Bakker MI, Lijzen JPA, Versluijs CW, Zeilmaker MJ 2 European Food Safety Authority. EFSA Panel on Contaminants in the Food Chain (CONTAM); Scientific Opinion on Lead in

Food. EFSA Journal 2010; 8(4):1570. [151 pp.]. doi:10.2903/j.efsa.2010.1570 3 Joint FAO/WHO Expert Committee on Food Additives. Seventy-third meeting. Geneva, 8–17 June 2010. Summary and

Conclusions. Issued 24 June 2010 (FAO: Food and Agricultural Organization) 4 https://www.volksgezondheidenzorg.info/onderwerp/verstandelijke-beperking/cijfers-context/incidentie-en-prevalentie#node-

prevalentie-van-verstandelijke-beperking 5 RIVM briefrapport RIVM Rapport 609400003/2012. Lood in drinkwater: GGD-informatieblad medische milieukunde.

Dusseldorp A, Versteegh JFM, Drijver M, Janssen PJCM 6 Seventy-third report of the Joint FAO/WHO Expert Committee on Food Additives..WHO technical report series ; no. 960.

World Health Organization 2011 7 RIVM Report 607711015/2014. Oral bioavailability of lead from Dutch made grounds. A validation study. Kesteren PCE van et

al. 8 RIVM Rapport 711701081/2008. Richtlijn: bepalen van de orale biobeschikbaarheid van lood in de bodem. Hagens WI, Sips

AJAM, Lijzen JPA, Oomen AG 9 RIVM Report 711701086/2009: Relative oral bioavailability of lead from Dutch made grounds. Hagens WI et al.

Pagina 9 van 9

Bijlage 6

Behoort bij rapport: Verkennend bodemonderzoek Oude Meentweg 2 ’s-Graveland Kenmerk: 231833

Bijlage 2 Quickscan ecologie

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14142393/1