Bijlage I – Ruimtelijke onderbouwing Oude Meentweg 2a te ’s-Graveland
Tekst van het document
Gemeente Wijdemeren
Oude Meentweg 2a, 's-Graveland
Maart 2024 Ruimtelijke onderbouwing Kenmerk 1696-119-T01 Projectnummer 1696-119
Inhoudsopgave 1. Inleiding 1.1. Aanleiding 1.2. Ligging plangebied 1.3. Geldend bestemmingsplan
1 1 1 2
2. Bestaande en toekomstige situatie 2.1. Historie 2.2. Bestaande situatie 2.3. Toekomstige situatie
3 3 4 5
3. Beleidskader 3.1. Rijksbeleid 3.2. Provinciaal beleid 3.3. Gemeentelijk beleid
7 7 9 12
4. Planologische en milieutechnische randvoorwaarden 4.1. Bodem 4.2. Archeologie en cultuurhistorie 4.3. Waterhuishouding en waterparagraaf 4.4. Ecologie 4.5. Geluid 4.6. Luchtkwaliteit 4.7. Externe veiligheid 4.8. Bedrijven en milieuzonering 4.9. Verkeer en parkeren 4.10. Duurzaamheid en klimaatadaptie 4.11. Vormvrije mer-beoordeling
15 15 16 16 17 19 19 20 22 23 24 25
5. Uitvoerbaarheid 5.1. Economische uitvoerbaarheid 5.2. Maatschappelijke uitvoerbaarheid
27 27 27
6. Afweging en conclusie
28
Bijlagen Bijlage 1 – Bodemonderzoek Bijlage 2 – Quickscan ecologie inclusief stikstofberekening
1
1.
Inleiding
1.1.
Aanleiding Op het perceel Oude Meentweg 2a te 's-Graveland in de gemeente Wijdemeren bevindt zich een woning met beelden- en theetuin. Het voornemen is om de theeschenkerij op te heffen en in deze tuin een meergeneratiewoning te realiseren. Binnen de kaders van het geldende bestemmingsplan is deze ontwikkeling niet toegestaan. Het voornemen is daarom om met toepassing van de uitgebreide voorbereidingsprocedure conform artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) af te wijken van het vigerende bestemmingsplan. Deze rapportage bevat de ruimtelijke onderbouwing die benodigd is voor deze procedure.
1.2.
Ligging plangebied Het plangebied bevindt zich tussen 's Graveland en Hilversum in het gebied met landgoederen aan de Oude Meentweg 2a te 's-Graveland en bestaat uit de kadastrale percelen die bekend zijn als sectie A nummer 2006 en 2007 in de kadastrale gemeente 's-Graveland. Het plangebied heeft een oppervlakte van circa 8.000 m2. Het oppervlak van de beoogde te bouwen woning is circa 150 m2. Afbeelding 1: Ligging plangebied
Ruimtelijke Onderbouwing Gemeente Wijdemeren – Oude Meentweg 2, 's-Graveland
2
1.3.
Geldend bestemmingsplan Voor het plangebied geldt het bestemmingsplan 'Wijdemeren, Kern 's Graveland en landgoederen' dat op 28 mei 2015 door de gemeenteraad van de gemeente Wijdemeren is vastgesteld. Het plangebied heeft de enkelbestemming 'Tuin' met binnen die bestemming drie verschillende functieaanduidingen. De gronden binnen deze bestemming zijn bestemd voor tuinen behorende bij de op de aangrenzende gronden gelegen hoofdgebouwen met paden en erfontsluitingswegen. Met de drie aanduidingen is geregeld waar een moestuin met waterput, paddenpoel, beeldentuin. Zwaluwenhotel, bijenschans en vleermuizenkelder zijn toegestaan. Tot slot zijn voor het plangebied de dubbelbestemmingen 'Waarde – Archeologie 4' en 'Waarde – Cultuurhistorie' opgenomen ter bescherming van de aanwezige archeologische- en cultuurhistorische waarden. Op deze dubbelbestemmingen wordt verder ingegaan in paragraaf 4.2. Het realiseren van een meergeneratiewoning is binnen de kaders van het geldende bestemmingsplan niet mogelijk. Afbeelding 2: Vigerend bestemmingsplan
Ruimtelijke Onderbouwing Gemeente Wijdemeren – Oude Meentweg 2, 's-Graveland
3
2.
Bestaande en toekomstige situatie
2.1.
Historie De Zanderij was tot 1992 in het bezit van de familie Six die op de buitenplaats Jagtlust woonde aan de Leeuwenlaan. De Zanderij is ontstaan door zandafgravingen dit gebeurde handmatig met de schop en de kruiwagen. Het zand werd per boot naar Amsterdam vervoerd. Tot 1950 is er in het Spanderswoud zand afgegraven. Zowel Jagtlust als de Zanderij behoorden tot 1966 bij de gemeente Hilversum en zijn toen door een grens correctie naar de voormalige gemeente 's-Graveland gegaan. De grens van de gemeente Hilversum en de voormalige gemeente 's-Graveland lag ten westen van Jagtlust en liep langs de boerderij Stofbergen. Deze grens heette de scheiwal. Op de plek waar nu de paardenstal staat heeft de boerderij de Zanderij gestaan, gebouwd omstreeks 1870. Op zondag 8 april 1923 is de boerderij tot aan de grond toe afgebrand. De boerderij de Zanderij werd gepacht door Gerard Janmaat die er samen met zijn vrouw en twaalf kinderen woonde. De boerderij is nooit herbouwd. In 1974 is het huidige huis door initiatiefnemer gebouwd en vervolgens is ook de tuin aangelegd. Afbeelding 3: Afgebrande boerderij 'De Zanderij'
Ruimtelijke Onderbouwing Gemeente Wijdemeren – Oude Meentweg 2, 's-Graveland
4
2.2.
Bestaande situatie Het plangebied betreft het perceel Oude Meentweg 2a in 's‐Graveland en ligt in de bossen tussen Hilversum en 's‐Graveland. Op het perceel is een woning aanwezig inclusief enkele bijgebouwen. Naast het gebruik als woonperceel is er tevens een beelden- en theetuin aanwezig, de Zanderij. Bij de tuin bevindt zich een atelier, een paddenpoel, ijsvogelwand, insectenhotel, vleermuiskelder, bijenschans en zonnepanelen. De bijenschans is uniek in vorm en wordt door veel imkers uit binnen‐ en buitenland bezocht. De Zanderij ligt langs een veel gebruikte fiets‐ en wandelroute in de regio Gooi- en Vechtstreek. De tuin is in het weekend geopend voor bezoekers, op andere dagen op afspraak. De beelden- en theetuin kent veel belangstelling. Groepen kunnen op aanvraag een rondleiding krijgen door de tuin waarbij tevens informatie gegeven wordt over de geschiedenis van het gebied. Afbeelding 4: Impressie huidige situatie beelden- en theetuin
Ruimtelijke Onderbouwing Gemeente Wijdemeren – Oude Meentweg 2, 's-Graveland
5
Afbeelding 5: Impressie huidige situatie beelden- en theetuin
2.3.
Toekomstige situatie Het voornemen is de theeschenkerij die zich op het perceel bevindt op te heffen. De beeldentuin zal nog steeds toegankelijk zijn voor publiek als in de huidige situatie het geval is, maar enkel op afspraak en er wordt geen koffie en thee meer geschonken in het bijgebouw horende bij de woning Oude Meentweg 2. Daarmee verdwijnt er een milieubelastende functie uit het gebied. Daarnaast zal er een meergeneratiewoning gerealiseerd worden in het plangebied. De woning wordt gebouwd op de positie van het terras van de huidige theetuin, ten zuiden van de verdiept aangelegde zonnepanelen in de tuin. Op deze plek is een opening in de bosschages en bestaat een visuele verbinding met het naastgelegen weiland. Afbeelding 6: Impressie toekomstige situatie
Ruimtelijke Onderbouwing Gemeente Wijdemeren – Oude Meentweg 2, 's-Graveland
6
De woning zal in een historiserende stijl worden gebouwd die in de omgeving past. Daarbij zal gebruik worden gemaakt van stijlelementen die ook op andere landhuizen in de omgeving zijn toegepast, zoals kruispannen, geornamenteerde dakkapellen, buitenpandige dakgoten, geen grote glaspartijen, in de omgeving passende gevelstenen en qua volume geïntegreerd in de parkachtige locatie. De te bouwen woning heeft een afmeting van 14 bij 11 meter en krijgt een kelder. De begane grond en verdieping komen boven het maaiveld uit en hebben een hoogte van ongeveer 7 meter ten opzichte van het maaiveldniveau. De bouwstijl is historiserend, de uitstraling refereert aan panden als Jagtlust en Hilverbeek. Het pand wordt ontworpen als een meergeneratiewoning, waarbij de begane grond en de bovenverdieping afzonderlijke wooneenheden vormen, met elk een eigen woonkamer, keuken, badkamer, toilet, slaapkamers en bergruimte. In de kelderverdieping komen bergingen, een installatieruimte en een garage. Naast een centrale trap wordt er ook een lift geïnstalleerd, zodat de gehele woning rolstoeltoegankelijk is. De woning Oude Meentweg 2 wordt door initiatiefnemer verkocht evenals de woning in Eemnes van de dochter initiatiefnemer. De dochter zal intrekken in de meergeneratiewoning en helpen bij de verzorging van het initiatief nemende echtpaar. Afbeelding 7: Impressie meergeneratiewoning
Ruimtelijke Onderbouwing Gemeente Wijdemeren – Oude Meentweg 2, 's-Graveland
7
3.
Beleidskader
3.1.
Rijksbeleid
3.1.1. Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is op 11 september 2020 vastgesteld. De NOVI vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012). De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op de inwerkingtreding van die wet. Vanwege het uitstel van de inwerkingtreding van de Omgevingswet komt de NOVI als structuurvisie uit onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze structuurvisie gelden als de Nationale Omgevingsvisie, zoals in de nieuwe wet bedoeld. In de NOVI geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI bestaat uit een visie, toelichting en uitvoeringsagenda. De combinatie van deze drie documenten zorgt voor een toetsing die leidt tot nationale strategische keuzes en gebiedsgericht maatwerk. De NOVI geeft weer voor welke uitdagingen Nederland staat, wat daarbij de nationale belangen zijn, welke prioriteiten de Rijksoverheid stelt bij de inrichting van Nederland en hoe het Rijk keuzes maakt in de uitvoering daarvan. Keuzes die samenhangen met toekomstbeelden over de fysieke leefomgeving, maatschappelijke opgaven en bijbehorende economische perspectieven.
Steeds duidelijker wordt dat de opgaven alleen goed aangepakt kunnen worden als dat in samenhang gebeurt, het ontwikkelpotentieel van heel Nederland optimaal wordt benut en gezorgd wordt voor een duurzame verbinding van alle delen van Nederland en met de landen om ons heen. Het beleid in de leefomgeving is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de betrokken overheden. De NOVI geeft aan waar het Rijk zich op nationale schaal aan bindt, waar het regie voert richting medeoverheden of waar het juist aan de medeoverheden is om keuzes te maken. Provincies en (samenwerkende) gemeenten zullen in hun omgevingsvisies uiting geven aan hun eigen verantwoordelijkheid en keuzes in de fysieke leefomgeving. Met de NOVI wordt in beeld gebracht waar kansen liggen. Kansen om de kwaliteit van onze leefomgeving te verbeteren. Kansen om sociale samenhang, gezondheid en economisch herstel te bevorderen en kansen om schone, veilige en duurzame technieken, die bijdragen aan de beoogde transitie naar een circulaire samenleving – stevig te verankeren in onze manier van leven en werken. Daartoe zijn 21 nationale belangen in de fysieke leefomgeving en de daaruit voortkomende opgaven beschreven. Die opgaven zijn in feite het verschil tussen de ambitie en de huidige situatie en verwachte ontwikkelingen. Deze nationale belangen komen samen in vier prioriteiten: 1.
Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie 2. Een duurzaam en (circulair) economisch groeipotentieel 3. Sterke en gezonde steden en regio's 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied
Ruimtelijke Onderbouwing Gemeente Wijdemeren – Oude Meentweg 2, 's-Graveland
8
Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat zowel voor de lange als de korte termijn maatregelen nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de boven- als de ondergrond. Ten behoeve van die afweging gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: ▪ combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte; ▪ kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; ▪ afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. De voorgenomen ontwikkeling is van een dusdanig kleine schaal dat deze geen belangen raakt uit de Nationale Omgevingsvisie. Het plan is om één woning aan het perceel toe te voegen.
Dit past binnen het vijfde nationale belang uit de NOVI, namelijk: Zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften. Dit plan voorziet in de planologische toevoeging van één woning aan de woningvoorraad wat een bijdrage levert aan het vijfde nationale belang. De planontwikkeling is niet in strijd met de uitgangspunten van de NOVI. 3.1.2. Besluit ruimtelijke ordening In artikel 3.1.6 van het Bro is de 'toets ladder voor duurzame verstedelijking' opgenomen. Deze toets stelt eisen aan de onderbouwing in bestemmingsplannen die nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk maken. In gevallen waarbij een bestemmingsplan een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, dient in de toelichting: gemotiveerd te worden dat een voorgenomen stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte; Indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied dient gemotiveerd te worden waarom niet binnen bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. De eerste vraag is echter: is er sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling? Het begrip stedelijke ontwikkeling is als volgt gedefinieerd: "ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen”.
Het begrip woningbouwlocatie dat wordt gebruikt in de omschrijving van het begrip stedelijke ontwikkeling is niet nader gedefinieerd in het Bro. Uit jurisprudentie blijkt dat 11 woningen niet wordt aangemerkt als een stedelijke ontwikkeling. Het planvoornemen omvat de bouw van één woning, dus een toets aan deze voorwaarden is derhalve niet aan de orde. Derhalve wordt voldaan aan de uitgangspunten van de ladder voor duurzame verstedelijking.
Ruimtelijke Onderbouwing Gemeente Wijdemeren – Oude Meentweg 2, 's-Graveland
9
3.1.3. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is eind december 2011 met uitzondering van enkele onderdelen in werking getreden. Het Barro omvat regels waar bestemmingsplannen aan moeten voldoen voor alle ruimtelijke rijksbelangen die een juridische vertaling dienen te krijgen in bestemmingsplannen. Het gaat om kaders voor onder meer het bundelen van verstedelijking, de bufferzones, nationale landschappen, de Ecologische Hoofdstructuur, de kust, grote rivieren, militaire terreinen, mainportontwikkeling van Rotterdam en de Waddenzee. In het Barro zijn geen rijksbelangen genoemd die betrekking hebben op het onderhavige plangebied.
3.2.
Provinciaal beleid
3.2.1. Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 Op 19 november 2018 hebben de Provinciale Staten van Noord-Holland de Omgevingsvisie NH2050 vastgesteld. Hierin staat de visie op de fysieke leefomgeving beschreven. Ook werkt de provincie Noord-Holland aan de borging van de Omgevingsvisie in programma's voor de kortere termijn. De provincie wil balans tussen economische groei en leefbaarheid. Dit betekent dat in heel Noord-Holland een basiskwaliteit van de leefomgeving wordt gegarandeerd. Er zijn randvoorwaarden geformuleerd hoe om te gaan met klimaatverandering. De provincie ontwikkelt zoveel mogelijk 'natuurinclusief' en met behoud van (karakteristieke) landschappen, clustert ruimtelijke economische ontwikkelingen rond infrastructuur en houdt rekening met de ondergrond. In de visie zijn 5 bewegingen met ontwikkelprincipes beschreven voor de ontwikkeling van de leefomgeving. 1. Dynamisch schiereiland. Hierin is het benutten van de unieke ligging van Noord-Holland, te midden van water, leidend. 2. Metropool in ontwikkeling. Hierin wordt beschreven hoe de Metropoolregio Amsterdam steeds meer als één stad functioneert. 3. Sterke kernen, sterke regio's, gaat over de ontwikkeling van centrumgemeenten die de gehele regio waarin ze liggen vitaal houden. 4. Nieuwe energie, benut de economische kansen van de energietransitie. 5.
Natuurlijk en vitaal landelijke omgeving, staan het ontwikkelen van natuurwaarden en een economisch duurzame agrarische sector centraal. Voor de onderhavige planontwikkeling zijn met name de beweging 'Sterke kernen, sterke regio's relevant. Voor wat betreft woningbouw in dit gebied is de doelstelling om deze te geconcentreerd in kernen, passend bij de rol van de kernen in het regionale netwerk, en voegen ontwikkelingen zich naar de vraag op basis van de meest actuele cijfers. Uitgangspunt bij dit principe is dat ontwik-
Ruimtelijke Onderbouwing Gemeente Wijdemeren – Oude Meentweg 2, 's-Graveland
10
kelingen zo veel mogelijk binnenstedelijk en –dorps plaatsvinden. Dit geldt voor alle kernen. De omvang waarin dit gebeurt wordt ingegeven door de vraag die er op dat moment is (meest actuele bevolkingsprognoses). Deze wordt afgelezen aan de hand van demografische ontwikkelingen (afspraken over uitleglocaties worden aan de actuele prognoses aangepast), periodieke monitors over woonwensen en woonbehoefte-onderzoeken. Deze ontwikkelingen en daaruit voortvloeiende afspraken worden regionaal ingevuld met ruimte voor maatwerk en herijking. De omvang en verschijningsvorm is passend bij de kernen waarbij grofweg drie typen kernen vallen te onderscheiden. Ook hier kan in regionale afstemming meer onderscheid in worden gemaakt. De provincie richt zich uitdrukkelijk op ruimtelijke vraagstukken die op regionale en bovenregionale schaal spelen en/of gevolgen hebben. Daarvan is in het onderhavige geval geen sprake. De omgevingsvisie is vertaald naar de Omgevingsverordening Noord-Holland 2020 waarin per locatie precies staat aangegeven welke beleidsdoelstelling de provincie heeft. Hierop wordt met betrekking tot het plangebied in paragraaf 3.2.2 op ingegaan. 3.2.2.
Omgevingsverordening NH2020 De belangrijkste onderwerpen uit de Omgevingsvisie zijn verankerd in de Omgevingsverordening Noord-Holland 2020, waarvan de laatste versie op 19 december 2022 door Provinciale Staten van Noord-Holland is vastgesteld. De Omgevingsverordening vervangt alle verordeningen die betrekking hadden op de leefomgeving zoals de Provinciale Ruimtelijke Verordening, de Provinciale Milieuverordening, de Waterverordeningen en de Wegenverordening. Door deze integratie loopt de provincie Noord-Holland vooruit op de invoering van de omgevingsverordening als een van de kerninstrumenten van de Omgevingswet, voor zover dat al mogelijk is op basis van de bestaande wetgeving. Met deze omgevingsverordening loopt de provincie bewust vooruit op de Omgevingswet, omdat ze door 21 verordeningen samen te voegen alvast werken in de geest van de Omgevingswet. Er is bewust niet gewacht op invoering van de Omgevingswet, omdat de provincie NoordHolland op deze manier kan nagaan of de regels lokaal en regionaal maatwerk mogelijk maken en of er genoeg bestuurlijke afwegingsruimte is. In de omgevingsregeling staat uitgelegd welke overheid gaat over welke regels (welke partij welke bevoegdheid heeft). Artikel 6.9 en artikel 6.43 is voor de voorgenomen ontwikkeling met name van belang.
Artikel 6.9 In artikel 6.9 is bepaald dat een ruimtelijk ontwikkeling ter plaatse van het werkingsgebied MRA landelijk gebied, waarin het plangebied zich bevindt, niet voorzien in een kleinschalige woningbouwontwikkeling. Hiervoor worden enkele uitzonderingen gemaakt voor situaties waarbij het bijvoorbeeld gaat om het omzetten van bedrijfswoningen naar reguliere woningen en waarbij een agrarisch perceel onder voorwaarden kan worden omgezet in maximaal twee burgerwoningen. Echter het realiseren van een extra woning binnen een tuinbestemming op een bestaand woonperceel is niet toegestaan. Het feit dat er een theetuin verdwijnt met een bepaalde impact op het plangebied en de omgeving doet die conclusie niet veranderen.
Ruimtelijke Onderbouwing Gemeente Wijdemeren – Oude Meentweg 2, 's-Graveland
11
Artikel 6.43 Artikel 6.43 regelt de bescherming, instandhouding en ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden van het Natuurnetwerk Nederland waarbinnen het plangebied zich bevindt. Ontwikkelingen binnen dit gebied mogen niet leiden tot een significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden, of tot een vermindering van de oppervlakte van het Natuurnetwerk Nederland of de natuurverbindingen, of van de samenhang tussen die gebieden. In paragraaf 4.4 is aangetoond dat de ontwikkeling plaats kan vinden zonder het Natuurnetwerk Nederland aan te tasten. Daarnaast bestaat de mogelijkheid om de tuin die vele natuurwaarden kent, om te zetten in een natuurbestemming waarmee de bescherming van natuurwaarden ook in het bestemmingsplan kan worden geregeld. Ondanks dat de voorgenomen ontwikkeling in strijd is met artikel 6.9 uit de Omgevingsverordening gaan er in de provinciale staten van Noord-Holland steeds meer geluiden op om niet meer enkel binnenstedelijk te bouwen, maar ook ruimte te bieden voor bouwen in de randen van dorpen en kernen. In het coalitieakkoord 2023-2027 van de provincie Noord-Holland staat bijvoorbeeld dat verantwoorde verdichting van de linten met behoud van de kwaliteit van het landschap en de cultuurhistorie mogelijk is.
De provincie wil opzoek naar een aanvullende bepaling in de Omgevingsverordening samen met de gemeenten vanuit een oogpunt van woningnood en leefbaarheid ruimte blijven zoeken voor nieuwbouw. Onder voorwaarden wil de provincie buitenstedelijk dus mogelijkheden creëren voor woningbouw in aansluiting op bestaande bebouwing. Daarom wordt ruimte geboden aan initiatieven aan de randen van bebouwing, waaronder dorpen en kernen, om in de provincie de leefbaarheid, vitaliteit en het voorzieningenniveau te versterken. Uitbreidingen moeten passen bij de identiteit en omvang van de gemeente en de regio en inspelen op de regionale woonbehoefte. Er wordt groot belang gehecht aan een hoogwaardige ruimtelijke inpassing met oog voor de landschappelijke kwaliteit van het gebied. Dit vraagt maatwerk, waarbij de specifieke waarden, zoals water, groen en biodiversiteit, niet alleen terugkomen in de uitwerking van het betreffende initiatief, maar ook elders in de gemeente versterkt worden. Met de voorgenomen ontwikkeling verdwijnt er een milieubelastende functie uit het buitengebied, namelijk de theetuin waar vele verkeersbewegingen mee gepaard gaan. De ontwikkeling voorziet juist in het behoud van natuurlijke waarden van het gebied en speelt in op de cultuurhistorie van het gebied door het toevoegen van een nieuw bescheiden landgoed, dat recht doet aan de historie van het gebied.
Het betreft daarnaast bebeouwing dat aansluit op de bestaande bebouwing op een bestaand woonperceel met tuin. Conclusie De bouw van woningen in het onderhavig plangebied past niet binnen de uitgangspunten van de Omgevingsverordening NH2020. Echter is het initiatief passend binnen het coalitieakkoord 2023-2027 van de provincie Noord-Holland waar wordt voorgesorteerd op een aanpassing van de Omgevingsverordening om buitenstedelijk meer ruimte te creëren voor nieuwbouw.
Ruimtelijke Onderbouwing Gemeente Wijdemeren – Oude Meentweg 2, 's-Graveland
12
3.3.
Gemeentelijk beleid
3.3.1. Omgevingsvisie Wijdemeren 2040 De Omgevingsvisie Wijdemeren 2040 is op 16 september 2021 door de gemeenteraad van Wijdemeren vastgesteld. De omgevingsvisie is een beleidsdocument voor de gemeente, voortkomend uit de Omgevingswet. De kernen en het buitengebied van Wijdemeren krijgen de komende jaren te maken met tal van maatschappelijke en ruimtelijke opgaven. Denk aan verduurzaming en de energietransitie, de veranderende woonbehoefte, de toekomst van de voorzieningencentra en uiteraard de vele ontwikkelingen op gebied van natuurontwikkeling, recreatie en landbouw, zoals goed zichtbaar is in het buitengebied. Deze opgaven dagen de gemeente en samenleving uit om na te denken over de lange termijn toekomst en de visie op de inrichting, ontwikkeling en beheer van de leefomgeving. Op basis van de visie op Wijdemeren in 2040 en de diverse trends en ontwikkelingen die op de gemeente afkomen zijn drie integrale kernopgaven geformuleerd. Drie verhaallijnen die ingaan op de uitdagingen die voorliggen en de bijbehorende ambities.
De drie kernopgaven zijn: ▪ vitale en gezonde leefomgeving: behoud en versterking van de woon- en leefkwaliteit in de kernen en linten; ▪ ruimte voor ondernemerschap en bereikbaarheid: het vergroten van het verdienvermogen door ruimte te bieden voor (nieuwe) economische activiteiten en te investeren in bereikbaarheid; ▪ waardevol landschap: Vormgeven aan natuurbehoud, landschapsbeheer en vergroting van de biodiversiteit. Het aandeel ouderen (vergrijzing) binnen de gemeente neemt verder toe. Bij nieuwbouw ligt de nadruk op het toevoegen van woningen voor specifieke doelgroepen zoals ouderen. De voorgenomen ontwikkeling sluit aan op deze ambitie door een meergeneratiewoning te realiseren. Ook staat de gemeente positief tegenover een nieuwe invulling van cultureel erfgoed en kleinschalige vastgoed ontwikkeling als dat de toekomstbestendigheid en beleving van het erfgoed ten goede komt. Hier sluit de voorgenomen ontwikkeling op aan doordat de nieuwe woning samen met de beeldentuin een nieuw bescheiden landgoed vormt dat recht doet aan de historie van het gebied en dat past in de omgeving. Met de realisatie van de woning blijft het ook mogelijk om de bestaande aanwezige natuurwaarden te behouden en in stand te houden, zoals de bijenschans, vleermuizenkelder, paddenpoel, zwaluwhotel en moestuin.
De planontwikkeling levert daar een bijdrage aan en past hiermee binnen de doelstellingen uit de Omgevingsvisie Wijdemeren 2040. 3.3.2. Woonvisie Wijdemeren De gemeenteraad van Wijdemeren heeft op 8 juli 2021 de Woonvisie Wijdemeren 2021-2024 vastgesteld. In die woonvisie wordt geconstateerd dat de woningnood in de regio en in Wijdemeren erg hoog is. Het hoofddoel voor de woonvisie Wijdemeren 2021-2024 is gericht op het stimuleren van een diverse samengestelde woningvoorraad, nu en in de toekomst, waarbij deze
Ruimtelijke Onderbouwing Gemeente Wijdemeren – Oude Meentweg 2, 's-Graveland
13
zo goed mogelijk is afgestemd op de samenstelling van de inwoners van Wijdemeren, met extra aandacht voor het behoud van (woon)mogelijkheden voor jongeren en jonge gezinnen. Dit leidt tot 3 doelstellingen: ▪ focus op nieuwbouw; ▪ leefbare kernen met oog voor kwaliteit van leefbaarheid; ▪ duurzame woningvoorraad. Uit de prognose van de provincie Noord Holland blijkt dat Wijdemeren tot 2030 behoefte heeft aan circa 800 woningen. Dat betekent tot 2031 de bouw van gemiddeld ongeveer 80 woningen per jaar. De voorgenomen ontwikkeling past binnen de ambities uit de woonvisie. Het betreft namelijk een toevoeging van een meergeneratiewoning waar ouders en hun dochter gaan wonen. Een woning die, naast dat deze levensloopbestendig is, dus ook geschikt is voor een gezin. 3.3.3. Welstandsnota Wijdemeren De welstandsnota is, op grond van de Woningwet, een wettelijke verplichting. Echter, ook als die wettelijke verplichting er niet zou zijn, is een dergelijke nota door de diversiteit en bijzondere karakteristieken van de verschillende gebieden/kernen, een wenselijk instrument. Ten eerste vanwege het verduidelijken van de door de gemeenteraad vastgestelde kaders. Ten derde vanwege de openheid en transparantie van beleid op basis waarvan een initiatiefnemer vooraf rekening mee kan houden.
In de welstandsnota (herziening januari 2013) staan de randvoorwaarden en uitgangspunten voor de ruimtelijke kwaliteit van een gebied. Alle bouwplannen moeten voldoen aan redelijke eisen van welstand. Met deze nota wordt helderheid gegeven ten aanzien van het uiterlijk van bouwwerken. Het hoofddoel van de nota is het verlenen van inzicht in het welstandsbeleid. Een welstandstoets is (wettelijk) verplicht bij aanvragen om vergunningen voor de activiteit 'bouwen' en wordt verricht door een (welstands)commissie. In de welstandsnota staan de relevante randvoorwaarden en uitgangspunten voor het welstandsbeleid. Naast de zogenaamde 'sneltoetscriteria', voor onder andere aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen, dakkapellen, erfafscheidingen, steigers etc., kent de welstandsnota ook 'gebiedsgerichte criteria'. Omdat het hier om de ontwikkeling van een meergeneratiewoning gaat worden de 'sneltoetscriteria' verder buiten beschouwing gelaten. Hierna wordt verder ingegaan op de 'gebiedsgerichte criteria'.
In de welstandsnota zijn vijf welstandsregiems benoemd: beschermd regiem (het door het Rijk aangewezen beschermde dorpsgezicht), het bijzondere regiem waar extra inspanning ten behoeve van de ruimtelijke kwaliteit gewenst is, het reguliere regiem waar de basiskwaliteit moet worden gehandhaafd, het beperkt regiem waarbij een beperkt aantal criteria van toepassing is en het welstandsvrije gebied. Het plangebied ligt binnen het gebied waarvoor het 'beschermd regiem' van toepassing is.
Ruimtelijke Onderbouwing Gemeente Wijdemeren – Oude Meentweg 2, 's-Graveland
14
Voor het beschermd dorpsgezicht met de waardevolle dorpsbebouwing en buitenplaatsen geldt een beschermd welstandsregiem. Er zal onder meer worden beoordeeld op een zorgvuldige detaillering en passend materiaal- en kleurgebruik. Ligging ▪ het kleinschalige, afwisselende karakter van de dorpsbebouwing behouden en versterken; ▪ per perceel is er één hoofdgebouw; ▪ hoofdgebouwen zijn georiënteerd op de belangrijkste weg; ▪ hoofdgebouwen in buitengebieden hebben een dubbele oriëntatie; ▪ doorzichten behouden in buitengebieden; ▪ bijbehorende bouwwerken achter de voorgevel van het hoofdgebouw. Massa ▪ de vorm van het hoofdgebouw moet duidelijk herkenbaar blijven; ▪ hoofdgebouwen zijn individueel en afwisselend; ▪ aan-, op- en uitbouwen zijn ondergeschikt vormgegeven; ▪ schaalvergroting door grote aanbouwen is ongewenst; ▪ erkers aan de voorkant zijn maximaal tweederde van de gevelbreedte; ▪ erfafscheidingen die zichtbaar zijn vanaf de openbare ruimte en geen deel uitmaken van een gesloten straatwand zijn maximaal één meter hoog en deels doorzichtig; ▪ erfafscheidingen die niet zichtbaar zijn vanaf de openbare ruimte zijn maximaal twee meter hoog.
Architectonische uitwerking ▪ de horizontale scheiding tussen onderbouw en kap benadrukken; ▪ wijzigingen en toevoegingen in stijl, maat en schaal zorgvuldig afstemmen op het hoofdvolume; ▪ kozijnen liggen verdiept in het gevelvlak ; ▪ traditioneel Hollandse houten kozijnen vormen het uitgangspunt. Te zijner tijd zal bij de aanvraag omgevingsvergunning voor de beoogde woning de toetsing aan de welstandsnota plaatsvinden. Op voorhand worden op dit onderdeel geen belemmeringen verwacht.
Ruimtelijke Onderbouwing Gemeente Wijdemeren – Oude Meentweg 2, 's-Graveland
15
4.
Planologische en milieutechnische randvoorwaarden
4.1.
Bodem Op grond van artikel 3.1.6 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dient in de toelichting van het bestemmingsplan aandacht besteed te worden aan de milieuhygiënische bodemkwaliteit. In artikel 2.4.1, lid 1 van de Bouwverordening is bepaald dat een omgevingsvergunningsplichtig bouwwerk niet mag worden gebouwd op een zodanig verontreinigd terrein, dat schade of gevaar is te verwachten voor de gezondheid van de gebruikers of het milieu. Er is daarom een verkennend bodemonderzoek1 uitgevoerd. De onderzoekslocatie is reeds lang, in ieder geval sinds 1850, in gebruik als tuin/landgoed bij de voormalige boerderij die ten noorden van de onderzoekslocatie stond (afgebrand in 1923). Op de onderzoekslocatie is nooit eerder bebouwing aanwezig geweest. Op basis van het vooronderzoek is de onderzoekslocatie aan te merken als onverdacht voor bodemverontreiniging(en). Uit de veldwerkzaamheden blijkt dat de bodem van de onderzochte locatie opgebouwd is uit grindig zand. Het grondwaterniveau is tijdens het onderzoek vastgesteld op 1,0 mmv. Tijdens het veldwerk is ter plaatse van boringen 2 en 3 een laag grind op het maaiveld met daaronder een verhardingslaag bestaande uit puingranulaat, baksteen en beton waargenomen. Bij de beoordeling van het terrein en het opgeboorde materiaal is ook speciaal gelet op asbest(houdende) materialen.
Deze zijn zintuiglijk niet op de bodem en in het opgeboorde materiaal ter plaatse van het onderzoeksterrein waargenomen. In de chemische analyses zijn in het mengmonster van de bovengrond verhoogde gehalten aan kobalt, kwik, nikkel en lood aangetoond, waarbij nikkel de interventiewaarde overschrijdt. Bij de uitsplitsing van de monsters in het mengmonster zijn in één boring lichte verhogingen aan kwik en lood aangetoond, ruim beneden de interventiewaarden. In de andere monsters en het mengmonster van de ondergronds zijn geen gehalten aan de onderzochte parameters gemeten boven de toetsingswaarden en/of detectiegrenzen. In het grondwater is een verhoging aan xylenen aangetoond. Verder zijn er geen gehalten aan de onderzochte parameters gemeten boven de toetsingswaarden en/of detectiegrenzen. Uit de onderzoeksresultaten blijkt dat de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem voldoet voor het beoogde gebruik. Conclusie De resultaten van het onderzoek vormen dan ook geen aanleiding tot nader onderzoek en zijn geen milieuhygiënische belemmering in relatie tot de woonbestemming van het terrein.
1
Eco Reest Bodem BV, Verkennend bodemonderzoek Oude Meentweg 2 te 's-Graveland, 231833, Almere, 7 maart 2024
Ruimtelijke Onderbouwing Gemeente Wijdemeren – Oude Meentweg 2, 's-Graveland
16
4.2.
Archeologie en cultuurhistorie
4.2.1. Archeologie Het Verdrag van Malta regelt de omgang met het Europees archeologisch erfgoed. Nederland ondertekende dit verdrag van de Raad voor Europa in 1992. Aanleiding voor dit verdrag was dat het Europese archeologische erfgoed in toenemende mate bedreigd werd. Niet alleen door natuurlijke processen of ondeskundig gebruik van het bodemarchief, maar ook door ontwikkelingen in de ruimtelijke ordening. In de Erfgoedwet die op 1 juli 2016 in werking is getreden zijn de uitgangspunten van het Verdrag van Malta binnen de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd. De wet regelt de bescherming van archeologisch erfgoed in de bodem, de inpassing ervan in de ruimtelijke ontwikkeling en de financiering van opgravingen: 'de veroorzaker betaalt'. Het perceel heeft de archeologische dubbelbestemming 'Waarde – Archeologie'. De ondergrens voor archeologisch onderzoek is 500 m². Dit vrijstellingsoppervlak wordt niet overschreden en daarom kan archeologisch onderzoek achterwege blijven. Conclusie Het aspect archeologie vormt derhalve geen knelpunt voor de gewenste ruimtelijke ontwikkelingen. 4.2.2. Cultuurhistorie Zoals in paragraaf 2.1 is opgenomen kent het plangebied een rijke historie. Op de geplande locatie van de woning bevinden zich echter geen bouwwerken en/of cultuurhistorisch waardevolle objecten.
Dat neemt niet weg dat bij de voorgenomen ontwikkeling rekening moet worden gehouden met de cultuurhistorisch waardevolle kenmerken van het gebied. De nieuwe meergeneratiewoning zal daarom in de vorm van landhuis met een historiserende stijl worden gebouwd. Dat past in de omgeving en de nieuwe woning samen met de beeldentuin vormt daarmee een bescheiden nieuw landgoed dat past in de omgeving. Conclusie Het aspect cultuurhistorie vormt derhalve geen knelpunt voor de gewenste ruimtelijke ontwikkelingen.
4.3.
Waterhuishouding en waterparagraaf Sinds 1 november 2003 is de watertoets verplicht bij ruimtelijke plannen. Door de planvorming neemt de hoeveelheid verhard oppervlak toe. Het projectgebied ligt binnen het beheersgebied van het waterschap Amstel, Gooi en Vecht, verantwoordelijk voor het waterkwantiteits- en waterkwaliteitsbeheer. Waternet voert taken uit in opdracht van het waterschap Amstel, Gooi en Vecht.
Ruimtelijke Onderbouwing Gemeente Wijdemeren – Oude Meentweg 2, 's-Graveland
17
In het kader van de voorgenomen ontwikkeling is om een wateradvies gevraagd aan het waterschap Amstel, Gooi en Vecht. Het waterschap geeft aan dat op basis van de voorlopige schetsen van de meergeneratiewoning vanuit de Keur 2019 een wateropgave volgt. Door de aanleg van de woning zal verharding plaatvinden waarvoor het waterschap watercompensatie vraagt. Aanleg van verharding is vergunning plichtig bij het waterschap. De Keur 2019 houdt een drempel aan van 1000 m2 meter toename verharding waarboven 10-20% watercompensatie gevraagd wordt. De ontwikkeling blijft beneden de drempel van 1000 m2 toename verharding en daarom zal een vrijstelling van watercompensatie gegeven worden. Het waterschap adviseert de toegangsweg naar de kelder aan te leggen met halfopen verharding zodat hemelwater beter kan infiltreren in de ondergrond. Op dit moment voorziet het waterschap geen problemen met de vergunningverlening van deze ontwikkeling. Conclusie Het aspect water vormt derhalve geen knelpunt voor de gewenste ruimtelijke ontwikkelingen.
4.4.
Ecologie De natuur in Nederland wordt beschermd vanuit twee invalshoeken: bescherming van gebieden en bescherming van soorten. Per 1 januari 2017 is de Flora- en faunawet samen met de Boswet en Natuurbeschermingswet vervangen door de Wet natuurbescherming (Wnb). Onder de Wet natuurbescherming vervallen de voormalige tabellen 1, 2 en 3 (Flora- en faunawet) waarin de beschermde soorten zijn opgenomen. Tevens zijn er circa 200 soorten niet langer beschermd en worden enkele bedreigde soorten toegevoegd. De soortenbescherming binnen de Wet natuurbescherming is opgedeeld in de volgende beschermingsregimes: Vogelrichtlijnsoorten, Habitatrichtlijnsoorten en andere soorten. Voor alle beschermde soorten geldt een ontheffingsplicht. Het bevoegd gezag (de provincie) kunnen voor de soorten die zijn opgenomen in het 'beschermingsregime andere soorten' vrijstellingsbesluit nemen en hierin onderscheid maken tussen meer en minder strikt beschermde soorten. Om te toetsen of kan worden voldaan aan de Wnb is een quickscan2 uitgevoerd. Gebiedsbescherming Het plangebied ligt buiten de begrenzing van Natura 2000-gebied. De dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden betreffen 'Oostelijke Vechtplassen', 'Naardermeer', 'Eemmeer & Gooimeer Zuidoever' en 'Markermeer & IJmeer', op respectievelijk 2,0, 3,8, 6,7 en 9,4 kilometer afstand. Het plangebied ligt buiten Natura 2000-gebied.
Het dichtstbijzijnde gebied ligt op circa twee kilometer afstand. Vanwege deze afstand, de potentiële effecten, bekende dosis-effectrelaties en de aard/omvang van de voorgenomen ontwikkeling, zijn negatieve effecten op voorhand uitgesloten.
2
Eco Reest Bodem BV, Quickscan natuurbescherming Omgevingswet Oude Meentweg 2a te 's-Graveland, 231834, Almere, 26 januari 2024
Ruimtelijke Onderbouwing Gemeente Wijdemeren – Oude Meentweg 2, 's-Graveland
18
Uit de AERIUS-berekening komt naar voren dat zowel in de realisatie- als gebruiksfase als ook cumulatief géén sprake is van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden (<0,00 mol/ha/jr). De beoogde bouw van de woning heeft zodoende geen negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebieden. Vervolgstappen ten aanzien van Natura 2000 zijn niet aan de orde. Het plangebied ligt in het NatuurNetwerk Nederland (NNN). Het plangebied heeft in de huidige situatie gezien de terreinkenmerken een lage ecologische waarde. Er is geen sprake van significante negatieve effecten op de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN. Bovendien gaat er een zeer klein oppervlakte van het NNN verloren (minder dan 0,003% van het NNNgebied) en wordt de samenhang van het NNN door toevoeging van de woning niet aangetast. Vervolgstappen ten aanzien van het NNN zijn niet aan de orde. Het plangebied ligt niet binnen natuur buiten het NNN. Vervolgstappen ten aanzien van natuur buiten NNN zijn evenmin aan de orde. Soortenbescherming Ten aanzien van de soortenbescherming blijkt dat er voor een aantal soorten vervolgstappen noodzakelijk zijn: ▪ vogels: Binnen en in de directe omgeving van het plangebied kunnen algemene vogelsoorten tot broeden komen, deze nesten zijn in het broedseizoen beschermd tot het laatste kuiken is uitgevlogen.
Aantasting en verstoring van broedvogels dient voorkomen te worden. Geadviseerd wordt de werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren. Ook kan ervoor worden gekozen de werkzaamheden voor het broedseizoen op te starten en continue door te werken, zodat vogels buiten de invloedsfeer van de werkzaamheden geschikte broedgelegenheid zullen zoeken. ▪ kerkuil: Kerkuil is aanwezig binnen het plangebied. Om verstoring te voorkomen dienen maatregelen te worden genomen. Geadviseerd wordt om te werken met een ecologisch werkprotocol (EWP). ▪ vleermuizen: Mogelijk vormt het plangebied onderdeel van een vliegroute en foerageergebied. De te realiseren woning heeft geen negatief effect op de functionaliteit van de mogelijke vliegroute. Zolang de werkzaamheden overdag plaatsvinden, de locatie en omgeving na ontwikkeling ook geschikt blijft als foerageergebied en de aanwezigheid van voldoende alternatief geschikt foerageergebied in de directe omgeving (akkers, grasvelden) is geen sprake van aantasting van essentieel foerageergebied. ▪ kamsalamander: Kamsalamander is aanwezig binnen het plangebied. Om verstoring te voorkomen dienen maatregelen te worden genomen. Geadviseerd wordt om te werken met een ecologisch werkprotocol (EWP). ▪ ringslang: Ringslang is aanwezig binnen het plangebied. Om verstoring te voorkomen dienen maatregelen te worden genomen.
Geadviseerd wordt om te werken met een ecologisch werkprotocol (EWP).
Ruimtelijke Onderbouwing Gemeente Wijdemeren – Oude Meentweg 2, 's-Graveland
19
Zorgplicht De zorgplicht blijft te allen tijde gelden. Deze zorgplicht houdt in dat nadelige gevolgen voor flora en fauna zoveel mogelijk moeten worden voorkomen. Deze zorg geldt voor alle individuen van in Nederland voorkomende soorten planten en dieren, ongeacht of deze soort beschermd is en ongeacht of vergunning of vrijstelling is verleend. Werkzaamheden worden zodanig uitgevoerd dat eventueel aanwezige dieren de gelegenheid krijgen te vluchten. Dit betekent in de praktijk veelal dat in één richting gewerkt wordt, zodat dat dieren niet ‘opgesloten’ raken. Er kan onder andere invulling gegeven worden aan de zorgplicht door het gebruik van vaste rijroutes, het zo kort mogelijk werken binnen het plangebied en het vermijden van het gebruik (kunst)verlichting, zowel in de realisatie- als gebruiksfase. Gevolgen voor het plan Indien ten aanzien van de soortenbescherming de voorgestelde vervolgstappen worden gevolgd en de zorgplicht in acht genomen wordt, vormt het aspect ecologie geen knelpunt voor de gewenste ruimtelijke ontwikkeling.
4.5.
Geluid Volgens artikel 77 van de Wet geluidhinder is het nodig akoestisch onderzoek te verrichten naar (nieuwe) woningen die in een geluidzone vallen. Op grond van artikel 74 van de Wet geluidhinder bevinden zich langs alle wegen geluidzones, met uitzondering van: ▪ woonerven; ▪ 30 km/uur-gebieden. Voor de Oude Meentweg geldt een maximale snelheid van 60 kilometer per uur. Derhalve is formeel akoestisch onderzoek in verband met wegverkeerlawaai noodzakelijk. De Oude Meentweg is echter een doodlopende straat waaraan zich slechts enkele woningen bevinden. Er is daarom enkel plaats van bestemmingsverkeer van deze woningen. Daarnaast is de afstand tussen de geplande woning en de Oude Meentweg meer dan 40 meter. Gezien deze afstand, de verkeersintensiteit van de doodlopende Oude Meentweg en het feit dat de nieuwe woning aan de eisen van het Bouwbesluit wat betreft isolatiewaarden moet voldoen, kan ook zonder onderzoek geconcludeerd worden dat er ten aanzien van wegverkeerslawaai geen grenswaardes overschreden worden. Gevolgen voor het plan Het aspect geluid vormt derhalve geen knelpunt voor de gewenste ruimtelijke ontwikkelingen.
4.6.
Luchtkwaliteit Op 15 november 2007 is de Wet luchtkwaliteit samen met de AMvB 'Niet in betekenende mate bijdragen' (NIBM), de ministeriële regeling NIBM, de ministeriële regeling Projectsaldering en de ministeriële regeling Beoordeling luchtkwaliteit in werking getreden.
Ruimtelijke Onderbouwing Gemeente Wijdemeren – Oude Meentweg 2, 's-Graveland
20
Projecten die 'niet in betekenende mate bijdragen' aan de luchtverontreiniging, hoeven volgens de nieuwe wet niet meer afzonderlijk getoetst te worden aan de grenswaarden voor de buitenlucht. Het Besluit NIBM omschrijft het begrip nader: een project dat minder dan 3% van de grenswaarden bijdraagt is NIBM. Dit komt overeen met 1,2 microgram/m³ voor fijn stof en NO2. Voor woningbouw ligt de 3%-grens op 1.500 woningen. De voorgenomen ontwikkeling betreft een woningbouwlocatie met minder dan 1.500 woningen en valt hiermee onder het begrip 'niet in betekenende mate'. Luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de oprichting van de gewenste woning. Onderzoek naar de luchtkwaliteit kan achterwege blijven. Vanuit het oogpunt van de Wet luchtkwaliteit zijn er geen belemmeringen zijn voor de realisatie van het plan. Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt derhalve geen knelpunt voor de gewenste ruimtelijke ontwikkelingen.
4.7.
Externe veiligheid Bij externe veiligheid gaat het onder meer om productie, opslag, transport en gebruik van gevaarlijke stoffen. Dergelijke activiteiten leggen beperkingen op aan de omgeving. Door voldoende afstand aan te houden tussen deze activiteiten en 'gevoelige objecten' wordt voldaan aan de wettelijke normen. Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) van 27 oktober 2004 en de hierin opgenomen Regeling externe veiligheid inrichtingen, geeft aan welke activiteiten/bedrijven risicocontouren kennen, waarmee rekening dient te worden gehouden bij het verlenen van vergunningen in het kader van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Het Bevi heeft tot doel de risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld door activiteiten met gevaarlijke stoffen in bedrijven tot het aanvaarde maximum te beperken. Het gaat daarbij om het beperken van de kans op en effect van een ernstig ongeval vanwege activiteiten met gevaarlijke stoffen binnen inrichtingen. Op vergelijkbare wijze zijn de aanvaardbare risico's, verbonden aan transport van gevaarlijke stoffen over weg, water en spoor en het transport door buisleidingen, vastgelegd in het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en de daarbij behorende regelingen.
Het doel wordt in Bevi, Bevt en Bevb vertaald naar de begrippen plaatsgebonden risico en groepsrisico. ▪ Plaatsgebonden risico (PR): Risico op een plaats buiten een inrichting, uitgedrukt als een kans per jaar dat een persoon onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen een inrichting waarbij een gevaarlijke stof betrokken is.
Ruimtelijke Onderbouwing Gemeente Wijdemeren – Oude Meentweg 2, 's-Graveland
21
▪ Groepsrisico (GR): Cumulatieve kansen per jaar dat ten minste 10, 100 of 1000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied van een inrichting en een ongewoon voorval binnen de inrichting waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. In Bevi, Bevt en Bevb zijn de risiconormen (plaatsgebonden risicoafstanden) wettelijk vastgelegd. Binnen deze afstanden mogen geen kwetsbare objecten worden opgericht. Beperkt kwetsbare objecten mogen alleen onder zwaarwegende motieven binnen deze risicoafstanden. Er is in Bevi, Bevt en Bevb geen harde norm voor het groepsrisico vastgesteld. Voor het groepsrisico geldt een verantwoordingsplicht. Afbeelding 8: Fragment risicokaart
In het kader van de voorgenomen ontwikkeling zijn de risicobronnen in de directe omgeving van het plangebied geïnventariseerd. Hiervoor is gebruik gemaakt van de risicokaart. Uit de risicokaart blijkt dat er in de directe en daarmee relevante omgeving van het plangebied geen risicovolle bronnen aanwezig zijn. Daarnaast vindt er in de directe omgeving van het plangebied geen vervoer van gevaarlijke stoffen plaats over de weg of het spoor. Wel is er een ondergrondse buisleiding van de Gasunie aanwezig direct ten westen van het plangebied waar aardgas in vervoerd wordt. Het invloedsgebied van deze buisleiding ligt op 70 meter. De woning wordt (net) binnen het invloedsgebied gerealiseerd. Er is daarom een verantwoording van het groepsrisico noodzakelijk. Het groepsrisico ligt ruimschoots beneden de oriënterende waarde. In het bestemmingsplan wordt één woning mogelijk gemaakt, waardoor de hoogte van het groepsrisico stijgt, maar die stijging is dusdanig gering dat gesteld kan worden dan het groepsrisico nog steeds ruimschoots beneden de oriënterende waarde lig. Als gevolg van externe impact kan een gat in de leiding ontstaan of een breuk van de leiding worden veroorzaakt. Het uitstromende gas kan ontsteken
Ruimtelijke Onderbouwing Gemeente Wijdemeren – Oude Meentweg 2, 's-Graveland
22
met een fakkelbrandscenario tot gevolg. De 1% letaliteiteffectafstand (12,5 kW/m 2) bij een volledige breuk van de leiding bedraagt 50 m. In het invloedsgebied van de relevante risicobronnen bevinden zich geen personen met een verminderde zelfredzaamheid (zoals de aanwezigen in een verzorgingstehuis ). Er is sprake van laagbouw, welke gemakkelijker is te ontvluchten dan hoogbouw. Vluchten van de bron af is in alle gevallen mogelijk. De wegen rond de inrichtingen hebben voldoende capaciteit om het gebied te kunnen evacueren en om hulpdienstverlening het gebied in te laten komen. De bron (de inrichting) en de belaste omgeving (invloedsgebied) zijn goed bereikbaar vanaf de omliggende wegen. De brandweerkazerne ligt op relatief korte afstand van de buisleiding. Ondanks de ongestoorde ligging van de hogedruk aardgasleiding is er sprake van een restrisico. Dit restrisico wordt gezien de mate van zelfredzaamheid en de mogelijkheden tot bestrijding van calamiteiten aanvaardbaar geacht. Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
4.8.
Bedrijven en milieuzonering In planologische procedures waarin de vestiging van woningen in de nabijheid van bedrijven mogelijk wordt gemaakt, moet rekening worden gehouden met ruimtelijk relevante milieuhygienische aspecten van die bedrijven. In een bestemmingsplan staat het begrip "een goede ruimtelijke ordening" centraal. Ook het milieubeleid beoogt handhaving en bevordering van een goede kwaliteit van het leefmilieu. Om dit te realiseren wordt het begrip milieuzonering gehanteerd. Milieuzonering zorgt voor een voldoende afstand tussen milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) en milieugevoelige functies (zoals woningen) in ruimtelijke plannen en heeft twee doelen: ▪ het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; ▪ het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen: 'zware' bedrijven zullen verder van gevoelige bestemmingen worden gesitueerd dan 'lichte' bedrijven. Milieuzonering heeft met name betrekking op milieuaspecten die een ruimtelijke dimensie hebben, te weten geur, stof, geluid en gevaar. Een belangrijk hulpmiddel om hiermee rekening te houden is de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering'.
In deze brochure is een omvangrijke lijst van bedrijven opgenomen, waarin per bedrijf voor een aantal aspecten de mate van ruimtelijk relevante hinderlijkheid is weergegeven. Voor dit bestemmingsplan zijn de richtafstandenlijst en omgevingstypen belangrijkste bouwstenen van milieuzonering: ▪ richtafstandenlijst: In de richtafstandenlijst zijn bedrijven op grond van hun potentiële milieubelasting ingedeeld in zes categorieën. De categorie 1 staat voor de laagste potentiële milieubelastingen en de categorie 6 staat voor de hoogste potentiële milieubelasting. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een mi-
Ruimtelijke Onderbouwing Gemeente Wijdemeren – Oude Meentweg 2, 's-Graveland
23
lieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden. Bij activiteiten met ruimtelijk duidelijk te onderscheiden deelactiviteiten (zoals productie, opslag, kantoren, parkeerterreinen) kunnen deze deelactiviteiten desgewenst als afzonderlijk te zoneren activiteiten worden beschouwd, bijvoorbeeld bij ligging van de activiteit binnen zones met een verschillende milieucategorie. ▪ omgevingstype: Hoe gevoelig een gebied is voor milieubelastende activiteiten, is onder meer afhankelijk van het omgevingstype. De richtafstanden van de richtafstandenlijst gelden ten opzichte van het omgevingstype rustige woonwijk. Een rustige woonwijk is ingericht volgens het principe van de functiescheiding: afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies voor; langs de randen is weinig verstoring door verkeer. Wanneer sprake is van het omgevingstype gemengd gebied kunnen de richtafstanden tussen milieubelastende functies en richtafstanden met één afstandsstap verlaagd worden, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat.
Afbeelding 9: Omgevingstype Milieucategorie Richtafstand tot omgevingstype rustige Richtafstand tot omgevingstype gemengd woonwijk en rustig buitengebied gebied 1 10 meter 0 meter 2 30 meter 10 meter 3.1 50 meter 30 meter 3.2 100 meter 50 meter
Het uitgangspunt van de VNG handreiking is dat de gemeente deze gemotiveerd toepast. Het is een hulpmiddel, maar het legt niet vast wat wel en wat niet is toegestaan. Een gemeente dient zelf zorgvuldig af te wegen, te bepalen en te motiveren welke functies en activiteiten zij in een bepaald gebied toelaatbaar acht en welke Staat van Bedrijfsactiviteiten zal worden toegepast, zodat maatwerk en flexibiliteit voor een plangebied ontstaat. In de directe omgeving van het perceel zijn geen bedrijven aanwezig waarvan de richtafstand tot het plangebied reikt. Verder is een woning geen milieubelastende functie en daarmee zullen omliggende woningen geen milieuhinder ondervinden van de voorgenomen ontwikkeling. Geconcludeerd kan worden dat er met de voorgenomen ontwikkeling sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Conclusie Vanuit milieuzonering zijn er geen belemmeringen voor wat betreft de voorgenomen ontwikkeling.
4.9.
Verkeer en parkeren Het gemeentelijk parkeerbeleid van de gemeente Wijdemeren is vastgelegd in de 'Beleidsregel
Ruimtelijke Onderbouwing Gemeente Wijdemeren – Oude Meentweg 2, 's-Graveland
24
parkeernormen van de gemeente Wijdemeren', zoals vastgesteld door burgemeester en wethouders op 31 maart 2015. Uitganspunt van de beleidsregel is dat elke initiatiefnemer van een bouwplan zelf verantwoordelijk is voor het oplossen van zijn eigen parkeerbehoefte en dat die parkeerbehoefte zo veel mogelijk op eigen terrein moet worden opgelost. Voor een eengezinswoning in het landelijk gebied geldt volgens deze beleidsregel een parkeernorm van 2,6 parkeerplaatsen per woning. Op het terrein is voldoende ruimte om te voorzien in deze hoeveelheid parkeerplaatsen. Een woning brengt uiteraard ook een bepaalde verkeersgeneratie met zich mee. Conform de ASVV 2021 geldt voor een 'weinig stedelijke' gemeente als de gemeente Wijdemeren voor een vrijstaande woning in het buitengebied een verkeersgeneratie van maximaal 8,6 verkeersbewegingen per etmaal. Er is geen reden om aan te nemen dat de Oude Meentweg deze verkeersbewegingen niet zou aankunnen. Bovendien zal het er ter plaatse van de Oude Meentweg, zowel qua parkeerdruk als verkeersgeneratie van bezoekers op vooruit gaan in de toekomstige situatie ten opzichte van de huidige situatie. In de huidige situatie parkeren de bezoekers van de beelden- en theetuin de auto namelijk langs de Oude Meentweg. Bezoekers per fiets parkeren de fiets op eigen terrein net buiten de toegangshekken van het perceel.
Doordat in de toekomstige situatie de theeschenkerij verdwijnt en de beeldentuin alleen nog op afspraak te bezoeken is vermindert de parkeerdruk en verkeersintensiteit ter plaatse voor wat betreft bezoekers van het plangebied. Conclusie Vanuit verkeer en parkeren zijn er geen belemmeringen voor wat betreft de voorgenomen ontwikkeling.
4.10. Duurzaamheid en klimaatadaptie Het plan biedt kansen om duurzaamheidsmaatregelen toe te passen. Zo worden in ieder geval de minimum eisen van het Bouwbesluit gehaald, wordt er gasloos gebouwd en worden er PVpanelen aangelegd. Duurzaam bouwen gaat niet alleen over een laag energieverbruik, maar ook over: ▪ gebruik van duurzame materialen die rekening houden met het milieu en de gezondheid van bewoners en gebruikers; ▪ een gezond woonmilieu en een gezonde woonomgeving; ▪ prettige en leefbare huizen, gebouwen, wijken en steden; ▪ duurzaam slopen, materialen die vrijkomen hergebruiken; ▪ verantwoord watergebruik. Hier wordt ook zoveel mogelijk rekening mee gehouden in de plannen.
Ruimtelijke Onderbouwing Gemeente Wijdemeren – Oude Meentweg 2, 's-Graveland
25
Duurzaam waterbeheer moet voorkomen dat er wateroverlast ontstaat en regenwater vervuilt. Door veel verharde oppervlakken loopt regenwater niet gemakkelijk in de grond. De nadruk ligt daarom op maatregelen die water vasthouden waardoor wateroverlast wordt voorkomen.
4.11. Vormvrije mer-beoordeling Het Besluit ruimtelijke ordening stelt in artikel 3.1.1, onder f dat inzicht dient te worden gegeven in de uitvoerbaarheid van het plan. Bovendien dien het bestuursorgaan bij de voorbereiding van het besluit de nodige kennis te vergaren omtrent de relevante feiten en de af te wegen belangen (artikel 3.2 Algemene Wet Bestuursrecht). Voorheen kon worden volstaan met de conclusie dat de omvang van de activiteit onder de drempelwaarde lag en dus geen m.e.r.-(beoordeling) noodzakelijk was, onder de nu geldende regeling moet een motivering worden gegeven. De consequentie van de nieuwe regeling is dat in elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteiten die voorkomen op de D-lijst aandacht moet worden besteed aan m.e.r. Het komt er op neer dat voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteit(en) die beneden de drempelwaarden vallen uit de D-lijst, een toets moet worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets, die dus een nieuw element is in de m.e.r.-regelgeving, wordt de term vormvrije m.e.r.beoordeling gehanteerd.
Deze vormvrije m.e.r.-beoordeling kan tot twee conclusies leiden: ▪ belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: er is geen m.e.r.(-beoordeling) noodzakelijk; ▪ belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r.beoordeling plaatsvinden of er kan direct worden gekozen voor m.e.r. De realisatie van woningen betreft een activiteit die genoemd staat in onderdeel D van het Besluit-m.e.r: 'De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen' (categorie D12). Conform het Besluitm.e.r. is de activiteit m.e.r.-beoordelingsplichtig indien de activiteit betrekking heeft op de volgende gevallen: 1) een oppervlakte van 100 hectare of meer, 2) een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of 3) een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer. Een 'stedelijk ontwikkelingsproject' is niet nauw gedefinieerd in het Besluit m.e.r. Er is daarom ruimte voor interpretatie en discussie met betrekking tot wanneer een plan wel of niet als een stedelijk ontwikkelingsproject beschouwd moet worden. Uit jurisprudentie blijkt dat niet elke ontwikkeling waar gebouwd wordt automatisch valt onder een 'stedelijke ontwikkeling' zoals bedoeld in het Besluit m.e.r.
Daarom hoeft de bouw van een woning niet altijd beschouwd te worden als een 'stedelijk ontwikkelingsproject' zoals bedoeld in het Besluit milieueffectrapportage (activiteit D.11.2). Conclusie Zoals de in dit hoofdstuk beschreven onderzoeksresultaten aantonen, heeft het bestemmingsplan ook om andere redenen dan de omvang (zoals bijvoorbeeld de aard van de ontwikkeling of