CConstaterende datWijdemeren
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage: Bestuurlijke Kadernotitie

gemeenteraad 11 maart 2021, gemeente WijdemerenBij agendapunt: Kader notitie Transitievisie Warmte12.638 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Het College van B&W stelt de WUP per buurt vast. De gemeenteraad legt op basis van de Transitievisie Warmte en het Wijkuitvoeringsplan de definitieve keuze voor planning en aardgasvrije variant vast in de wijziging van een omgevingsplan per buurt.

7.5 Wat is de relatie met de nieuwe Warmtewet? Relevante wetgeving voor de zaken die in een WUP moeten worden vastgelegd is de Warmtewet. De huidige warmtewet dient vooral ter bescherming van woningen die op een warmtenet zijn aangesloten. Het bevat nog geen handvaten om woningen van aardgas over te brengen op een andere (collectieve) warmtevoorziening. Hier wordt momenteel aan gewerkt in een vernieuwde Warmtewet (de ‘Wet collectieve Warmtevoorzieningen’). Deze wet is nog niet definitief, maar het ‘ontwerp’ is al wel bekend: • • • •

• • •

De Warmtewet 2.0 wordt relevant voor buurten waar een warmtenet een interessante mogelijkheid is (Strategie 2 of 3); De gemeente krijgt de bevoegdheid om een warmtekavel vast te stellen waarin de gemeente collectieve warmte overweegt; Per warmtekavel mag de gemeente een warmtebedrijf aanwijzen voor de aanleg en exploitatie van een collectief warmtesysteem; Dit warmtebedrijf is dus niet alleen verantwoordelijk voor de warmtelevering, maar ook voor de productie van warmte en de aanleg en onderhoud van het transportnet; Dit systeem moet worden aangelegd tegen zo efficiënt mogelijke kosten met een duurzame en betrouwbare kwaliteit; Alle gebouweigenaren krijgen van het gekozen warmtebedrijf een aanbod om aangesloten te worden; Wil een eigenaar dit niet, geldt een “ja-tenzij”-model. De eigenaar moet dan aantonen dat een andere duurzame warmteoptie voor hem/haar gunstiger is;

29

•

Dat een buurt op een warmtenet wordt aangesloten, wordt verankerd in de Omgevingswet.

Naar verwachting gaat de nieuwe wet op 1 januari 2022 in. Deze Warmtewet roept nog een aantal vragen op dat in het proces van het opstellen van de eerste WUP wel relevant is om te beantwoorden: • Dient een warmtekavel hetzelfde gebied te betreffen als de geografische afbakening die wordt gebruikt voor het WUP? • Biedt de definitieve Warmtewet ook ruimte voor een zogenaamd ‘open warmtenet’? Dat wil zeggen: de partij die verantwoordelijk is voor de levering en/of productie van de warmte is niet per definitie dezelfde partij die verantwoordelijk is voor het aanleg en onderhoud van het transportnet. • Biedt de nieuwe Warmtewet voldoende bescherming voor bewoners en bedrijven zodat de kosten voor overstappen op het nieuwe collectieve warmtesysteem niet te hoog worden?

7.6 Welke inzet vraagt een Wijkuitvoeringsplan? Op basis van een uitvraag onder gemeenten heeft bureau Andersson Elffers Felix de inschatting gemaakt dat het opstellen van een WUP voor een middelgrote gemeente (waaronder Gooise Meren en Huizen) ongeveer 0,9 – 1,4 fte per WUP per jaar kost en voor kleine gemeenten (Blaricum, Laren en Wijdemeren) ongeveer 0,8 – 1,1 fte per WUP per jaar. Dit omvat de inzet voor de communicatie en participatie, projectcoördinatie, contact met woningcorporatie en warmteleveranciers en beleidswerk om meekoppelkansen met andere ontwikkelingen te bewaken. De eerste ervaringen die nu in gemeenten worden opgedaan, wijzen erop dat de benodigde inzet voor de eerste Wijkuitvoeringsplannen laag is ingeschat, daarentegen zal de inzet in de loop der jaren per WUP lager worden vanwege leereffecten.

Voor de uitvoering van de Wijkuitvoeringsplannen en het begeleiden van bewoners wordt de benodigde inzet beraamd op 1,7 – 2,1 fte per WUP per jaar voor kleine gemeenten en 1,9 - 2,4 fte per jaar voor middelgrote gemeenten. Deze inzet zal pas na vaststelling van de WUP’s aan de orde komen. In onze inschatting duurt het twee jaar voordat een WUP is vastgesteld. De gemeente Gooise Meren is in Muiderberg al bezig met de voorbereiding én uitvoering van een Wijkuitvoeringsplan. Voor die gemeente begint de begroting dus al vanaf jaar 2021. We doen de aanname dat de gemeente Blaricum en Wijdemeren in 2022 starten met één WUP en vervolgens tot en met 2026 niet nog een WUP zullen opstarten. Voor de gemeente Gooise Meren schatten we in dat deze in 2022 starten met één WUP en in 2024 met een volgende. Voor de gemeente Laren gaan we ervan uit dat er tussen 2022 en 2026 geen WUP wordt opgestart. Volgend op de keuzes uit paragraaf 2.3.3 concluderen we dat de gemeenten Blaricum en Wijdemeren in 2022 starten met één WUP en vervolgens tot en met 2026 niet nog een WUP zullen opstarten. Gooise Meren is met Muiderberg al gestart met gefaseerd opstellen én uitvoeren van een WUP en we schatten we in dat deze voor 2024 met nog een WUP zal starten. Voor de gemeente Laren gaan we ervan uit dat er tussen 2022 en 2026 geen WUP wordt opgestart.

30

Voor een kleine gemeente zoals Blaricum, Laren of Wijdemeren ziet de inzet voor één WUP, dus met een maximale looptijd van 8 jaar, er als volgt uit:

Jaar

1 (start WUP) 2 3 4 5 6 7 8 (aardgasvrij)

Benodigde inzet voor opstellen van een WUP 0,8 – 1,1 fte 0,8 – 1,1 fte 0 fte 0 fte 0 fte 0 fte 0 fte 0 fte

Benodigde inzet voor uitvoeren van een WUP

Totale kosten*

0 fte 0 fte 1,7 – 2,1 fte 1,7 – 2,1 fte 1,7 – 2,1 fte 1,7 – 2,1 fte 1,7 – 2,1 fte 1,7 – 2,1 fte Totaal

€72.000 – €99.000 €72.000 – €99.000 €153.000 – €189.000 €153.000 – €189.000 €153.000 – €189.000 €153.000 – €189.000 €153.000 – €189.000 €153.000 – €189.000 €1.062.000 - €1.332.000

Voor een middelgrote gemeente zoals Gooise Meren of Huizen ziet de inzet voor één WUP er als volgt uit:

Jaar

1 (start WUP) 2 3 4 5

Benodigde inzet voor opstellen van een WUP 0,9 – 1,4 fte 0,9 – 1,4 fte 0 fte 0 fte 0 fte

6 7 8 (aardgasvrij)

0 fte 0 fte 0 fte

1,9 – 2,4 fte €171.000 – €216.000 1,9 – 2,4 fte €171.000 – €216.000 1,9 – 2,4 fte €171.000 – €216.000 Totaal €1.188.000 - €1.728.000 Logischerwijs zullen bovenstaande kosten gemaakt worden vanaf het moment dat een gemeente start met het opstellen van een WUP. Bovendien zijn de jaarlijkse kosten hoger wanneer er meerdere WUP’s parallel worden opgestart of in uitvoering zijn.

7.7 Drie aanvliegroutes voor participatie Een blauwdruk geven voor de participatie van de WUP’s in buurten is moeilijk, omdat er grote verschillen zijn tussen de buurten. Bijvoorbeeld in karakteristieken van de buurten, de technische oplossing die voorhanden is en vanuit wie het initiatief komt voor het opstellen van een WUP. Toch zijn we tot drie aanvliegroutes gekomen om de participatie vorm te geven. Het gaat hierbij om de volgende drie: 1. Het open proces 2. Het bewonersinitiatief 3. Een voor de hand liggende oplossing

7.7.1 Het open proces

Benodigde inzet voor uitvoeren van een WUP

Totale kosten*

0 fte 0 fte 1,9 – 2,4 fte 1,9 – 2,4 fte 1,9 – 2,4 fte

€81.000 – €126.000 €81.000 – €126.000 €171.000 – €216.000 €171.000 – €216.000 €171.000 – €216.000

In deze variant is er nog geen duidelijke strategie voorhanden om over te gaan op schone energie. De gemeente neemt echter wel het initiatief om in deze buurt een WUP op te starten. Omdat er geen duidelijke strategie voor de komst van schone energie voorhanden is, biedt deze aanvliegroute de kans om een open proces met de bewoners en andere belangrijke stakeholders in te gaan. In een zorgvuldig participatieproces worden de verschillende manieren om over te gaan op schone energie met elkaar vergeleken en wordt de uiteindelijke keuze vastgelegd in het WUP. Belangrijk hierbij is dat het vertrekpunt wel een

31

duidelijke ambitie is om na vaststelling van het WUP over te gaan op de uitvoering van deze strategie. Uit de TVW is bijvoorbeeld gebleken dat er redenen zijn te bedenken om wel te beginnen met de warmtetransitie in de gekozen buurt. Deze redenen zijn bijvoorbeeld: • Ook al is een aantal strategieën mogelijk in deze buurt, de maatschappelijke kosten van deze strategieën zijn beduidend lager dan in andere buurten. • Er liggen in deze buurt veel meekoppelkansen omdat er meegelift kan worden op vernieuwingsplannen in het woningcorporatiebezit, rioleringsvervanging of andere grote opgaven. • Het gasnet in de buurt is van erg lage waarde, omdat het bijvoorbeeld aan vervanging toe is

7.7.2 Het bewonersinitiatief Het kan ook zijn dat er in buurten een WUP wordt opgestart omdat bewoners of de lokale energiecoöperatie hier zelf al begonnen zijn met een initiatief om over te gaan op schone energie. Voor bewonersinitiatieven richt je als gemeente de regierol op een andere manier in. Je neemt niet zelf het initiatief om de buurt in te gaan, maar probeert de bewoners van deze buurt hier optimaal bij te ondersteunen. De bewonersinitiatieven kunnen immers een grote rol spelen bij het verkrijgen van draagvlak in de buurt. Een belangrijke rol is ook weggelegd voor de gemeente om te onderzoeken of het bewonersinitiatief kan rekenen op steun vanuit de buurt en of het een representatieve afspiegeling van de buurt is. Bovendien is het zaak om te toetsen of de warmte-oplossing waar de bewoners mee komen, ook een optie is die technisch en financieel haalbaar is.

gericht om, vanuit deze samenwerkende partijen, tot een aanbod aan bewoners te komen. Het participatieproces is bij voorkeur dusdanig vormgegeven dat een zo groot mogelijk deel van de buurt zich goed kan vinden in dit aanbod, waardoor na vaststelling van de WUP overgegaan kan worden op de uitvoering. Het doel in dit geval is het vinden van zoveel mogelijk draagvlak voor een al (deels) uitgewerkte oplossing.

7.8 Fasering van een WUP In deze paragraaf worden negen fasen beschreven waarmee een WUP wordt opgesteld en uitgevoerd. Het opstellen van een WUP loopt van Fase 1 t/m Fase 6. Het uitvoeren van een WUP zijn de fasen 7 t/m 9. • • • • • • • • •

Fase 1: Afbakening buurt Fase 2: Buurtanalyse Fase 3: Projectplan Fase 4: De buurt in Fase 5: Opstellen WUP Fase 6: Vaststellen WUP Fase 7: Aanbod aan de buurt Fase 8: Uitvoering Fase 9: Gebruik, monitoring en bijsturen

Deze fasen zullen in de loop van 2021 uitgewerkt worden in een Plan van Aanpak voor de WUP’s, waar gemeenten in 2022 mee aan de slag kunnen.

7.7.3 Een voor de hand liggende oplossing Een andere aanvliegroute is er wanneer het voor de gemeente vrij duidelijk is welke warmte-oplossing er gaat komen. In dat geval is de participatie erop 32

7.9 Welke uitgangspunten vinden de gemeenten belangrijk voor het proces van een WUP? De gemeenten willen in hun TVW aangeven welke voorwaarden op orde moeten zijn voordat Wijkuitvoeringsplannen worden vastgesteld. Dit gaat om eisen die gemeenten zelf kunnen stellen op het gebied van leveringszekerheid, betaalbaarheid, betrouwbaarheid en duurzaamheid. Het kan ook gaan om wetgeving en regelingen gaan die vanuit de Rijksoverheid nog aangeleverd of ontwikkeld moet worden. Te denken valt aan een nieuwe Warmtewet, (gebouwgebonden) financiering, of subsidieregelingen om gemeenten, bewoners en bedrijven tegemoet te komen in de onrendabele kosten die zij moeten maken.

33

BIJLAGE 1: FASERING Fase 3: Analyse In fase 3 (december 2020 tot februari 2021) staat het verder verzamelen en analyseren van volledige en actuele data centraal. Dit is een belangrijke stap in het proces om te komen tot een Transitievisie Warmte omdat het uiteindelijk de basis vormt van de besluitvorming voor welke buurten als eerste van het aardgas gaan. De projectteamoverleggen in deze fase staan in het kader van het verkrijgen van de benodigde data. Als gezamenlijk besloten is dat aanvullende informatie benodigd is zal deze worden uitgevraagd. Alle partijen krijgen huiswerkopdrachten mee en het gemeentelijke aanspreekpunt verzamelt alle data en zorgt ervoor dat deze verwerkt worden in het afwegingskader in de volgende fasen. De werkzaamheden in deze fase bestaan naast het ophalen van de laatste ontbrekende gegevens, vooral uit het opstellen van het eindbeeld van de warmtetechnieken per buurt en het inhoudelijk voorbereiden van de data voor het afwegingskader. Eindbeeld warmtetechnieken per buurt In deze stap worden de resultaten van de PBL-Startanalyse verrijkt met andere modeluitkomsten en onderzoeken naar warmtebronnen die voor de regio zijn uitgevoerd. Hierdoor kunnen technieken die in de startanalyse naar voren komen als interessant, mogelijk afvallen.

CE Delft is goed op de hoogte van de werking en aannames van het Vesta-MAIS model dat voor deze analyse is gehanteerd, en kan dan ook goed beoordelen waar aanpassingen nodig zijn. Door alle gegevens te combineren wordt een volledig overzicht opgesteld van de, volgens de aanwezige studies, technisch-economisch meest interessante warmtetechnieken

per buurt. Ook worden de aanwezige lokale warmtekansen hiermee duidelijk. Tot slot wordt lokale kennis gebruikt om met een nuchter blik de uitkomsten nog eens tegen het licht te houden. Dit alles leidt tot een beeld van wat we met de huidige kennis van zaken kunnen zeggen over de meest logische oplossing per buurt, de kosten van de oplossingen en de verschillen in de kosten tussen oplossingen, zowel voor de maatschappij als geheel, als voor bewoners. Dit beeld wordt besproken met de gemeenten, en waar nodig nog aangepast. Voorbereiden data voor het afwegingskader Met de opgehaalde aanvullende informatie kunnen wij de inhoudelijke criteria voor het afwegingskader gaan voorbereiden. De werkzaamheden bestaan uit het verwerken en bundelen van informatie om te komen tot een gegevensbestand waarmee wij eenvoudig het afwegingskader kunnen laden. Denk hierbij aan de reeds opgestelde indexeringen voor gas- en rioleringsnetten, et cetera. Aan het einde van deze fase ligt er een uitgebreid overzicht van data voor alle opgestelde criteria voor alle buurten van de vijf gemeenten. Opstellen concept afwegingskader Er wordt met de projectgroep een werkatelier gehouden waarin op basis van de beschikbare gegevens een afwegingskader wordt geformuleerd. In dit afwegingskader (zie ook hoofdstuk 4) worden verschillende afwegingen met elkaar afgewogen.

Denk hierbij aan zaken als meekoppelkansen, aansluiten bij bestaande energie-infrastructuur, sociale cohesie, kosten, etc). Ook wordt er een weging aan deze criteria gehangen. In een werkatelier bouwen we samen met stakeholders aan dit afwegingskader. Van tevoren zal een conceptafwegingskader door de projectgroep worden gevuld met de data die in de vorige fase is klaargezet. Dit leidt tot een eerste uitkomst van buurtprioritering. In de werksessie worden criteria dynamisch aangepast, en uitkomsten getoond. Dit leidt vanzelf tot discussie: deelnemers hebben vaak onbewust al verwachtingen over welke buurten uit het afwegingskader in ieder geval naar voren moeten komen. Is dit niet het geval, dan moet gekeken worden of criteria ontbreken, of de weging van de criteria nog moet worden aangepast. 34

Eerste bewonersbijeenkomsten In deze fase vinden de eerste informerende bijeenkomsten plaats voor alle gemeenten. De bijeenkomsten zijn consulterend van aard: bewoners en bedrijven worden gevraagd om mee te denken over de manier waarop buurten geprioriteerd worden en welke warmteoplossingen de voorkeur genieten. Wij doen dit in deze fase omdat de gedachten inmiddels voldoende gevormd zijn om goed beslagen ten ijs te komen richting de inwoners. Tegelijkertijd is het in deze fase ook nodig om data te verzamelen; dit bestaat ook uit sociale data van de inwoners. Hoe kijken zij tegen de warmtetransitie aan? Wat zijn de wensen met hun buurten? En wat zijn hun zorgen? Deze data is daarmee aanvullend op wat vanuit bijvoorbeeld technisch/economische invalshoek bekend is. Het informeren en consulteren vindt via de bijeenkomsten plaats en vervolgens in enquêtes die onder de verschillende gemeenten worden uitgezet. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van bestaande panels.

Fase 4 en 5: Afstemmen en Afwegen Het afstemmen (Fase 4) en afwegen (5) van alle verzamelde data vindt plaats in een iteratief proces (van februari 2021 tot mei 2021). De fasen beschrijven we in deze paragraaf daarom gezamenlijk. Deze fase is het moment waarop we de verdere interactie aangaan met stakeholders, de afwegingskaders vormgeven en reacties hierop weer verwerken. Het afstemmen en afwegen volgen elkaar meerdere keren op. In deze fase gaan we in gesprek met relevante stakeholders en gemeentelijke beleidsafdelingen op basis van de uitkomsten van de analyse. We vullen gezamenlijk het afwegingskader om te kijken hoe we de afwegingen scoren en komen uiteindelijk tot een gedragen beeld van de warmtetransitie. Eindproduct van deze fase is een ambtelijke notitie met daarin een omschrijving van de huidige situatie per gemeente, de voorlopige warmteoplossing van de wijken per

gemeente, het opgestelde afwegingskader en de voorkeursvolgorde die hier uit naar voren komt. In deze fase worden de definitieve keuzes voor het afwegingskader gemaakt en de ambtelijke notitie opgesteld. De eerste uitkomst van de wijkprioritering worden in deze fase zowel in de projectgroep en met bewoners besproken. In een tweede werkatelier maken wij het afwegingskader definitief op basis van de reacties. Op basis van de voorgaande stappen kan de ambtelijke notitie worden opgesteld. In deze stap voeren wij nog een controle uit op de regionale kansen en belemmeringen, zoals het uitwisselen van warmte over gemeentegrenzen heen, of gezamenlijk starten van leerprojecten. De data en kaartbeelden worden gedeeld met de gemeenten in de regio. De participatie in deze twee fasen staat vooral in het teken van overleg met de stakeholders om tot een gedeeld afwegingskader te komen: wat vinden de partijen belangrijk in het kiezen van een jaartal voor de buurten die aardgasvrij worden? Wat maakt dat een buurt beter scoort en wat juist niet? Welke warmteoplossingen verdienen de voorkeur en welke liever niet? Het projectteam bereidt de beantwoording van deze vragen voor met de betrokken wethouders die hierin de keuzes nemen. Gezamenlijk met de wethouders komen we tot een tabel van alle buurten in de regio met een prioritering en een voorlopige warmte-oplossing per buurt.

In een aantal gemeenten vinden in deze fase ook lokale bijeenkomsten plaats die in het kader staan van ‘no regret’-maatregelen om bewoners te activeren.

Fase 6: Opstellen Nu al het voorwerk is gedaan en alle bouwstenen zijn verzameld, kan de daadwerkelijke Transitievisie Warmte worden opgesteld (mei tot juni 2021). In deze fase zijn de gemeentelijke aanspreekpunten uit het team van APPM en CE 35

Delft vooral actief met de werkgroepen om de lokale Transitievisies Warmte af te maken. Hier ontstaan de (mogelijke) verschillen tussen de verschillende gemeenten. De ambtelijke notitie die het resultaat is van Fase 5 wordt als regionale basis gebruikt. Deze TVW wordt opgesteld vanuit de regionale basis, maar zal door deze werkwijze rekening kunnen houden met lokale aandachtspunten en werkwijzen. Daarnaast wordt een document opgesteld ‘Tips voor de uitvoeringsfase’. Hierin schrijven we, toegeschreven naar de lokale gemeentelijke organisaties, onze visie en tips voor het opstarten van de WUP’s. Eind juni 2021 ligt de Transitievisie Warmte van de vijf gemeenten klaar om door de raad vastgesteld te worden. De uitkomsten van de TVW worden proactief gedeeld met alle betrokkenen. Dit gebeurt in ieder geval door het bijwerken van de website. Naast de tekstuele toelichting op de TVW wordt vanuit de regio ook een webviewer aangeleverd die ter beschikking komt voor bewoners en bedrijven: op de kaart kunnen zij zien wat de voorlopige aardgasvrije variant voor hun wijk of buurt wordt, in welk jaartal dit is voorzien en welke mate van zekerheid deze oplossing heeft. In een aantal gemeenten vinden in deze fase ook bijeenkomsten plaats waarin de TVW lokaal wordt toegelicht en waarin een aftrap plaatsvindt voor de uitvoeringsfase.

Fase 7: Vaststellen Nadat de visie is opgesteld wordt deze uiteindelijk door de raad vastgesteld (oktober 2021) en kan de gemeente aan de slag met de uitvoering van de TVW. De TVW wordt ten minste elke 5 jaar geactualiseerd.

36

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9702671/2