CConstaterende datWijdemeren
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 6 Quickscan flora en fauna

gemeenteraad 1 juli 2026, gemeente WijdemerenBij agendapunt: Afgifte positief bindend advies Rading tussen 56 en 58 (voorheen Dennenlaan, deel 2) (Het raadsvoorstel is zonder stemming aangenomen.)11.267 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

▪

Hazelworm: vaste rust- en verblijfplaatsen en/of essentieel functioneel leefgebied.

o

Voor de categorie 5-soorten vogels en algemene broedvogels die voorkomen in het plangebied geldt de algemene bescherming vogels.

o

Voor de provinciaal vrijgestelde Nationaal beschermde soorten die voor komen in het plangebied geldt de zorgplicht, voor deze soorten zijn maatregelen van kracht.

o

Negatieve effecten op overige soorten die vallen onder de bescherming van de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn, of die nationaal beschermd zijn kunnen op voorhand worden uitgesloten.

•

Specifieke zorgplicht soorten o

Nadelige gevolgen op de volgende soortgroepen en functies kunnen niet op voorhand worden uitgesloten: ▪

Algemene broedvogels: Vaste rust- en verblijfplaatsen en functioneel leefgebied.

▪

Zoogdieren: Vaste rust- en verblijfplaatsen en functioneel leefgebied.

▪

Amfibieën: (Terrestrisch) functioneel leefgebied

34

▪

Insecten: Voortplantings- en leefgebied.

▪

Vaatplanten (pioniersvegetatie): groeiplaatsen.

Nader onderzoek (zie hoofdstuk 7) is noodzakelijk om vast te stellen of deze potentiële natuurwaarden aanwezig zijn binnen het plangebied, en om te bepalen of de werkzaamheden negatieve effecten zullen hebben. Is dit het geval, dan dient mogelijk een omgevingsvergunning te worden aangevraagd, en dienen er mitigerende maatregelen te worden getroffen. Om te voldoen aan de specifieke zorgplicht voor soorten dienen de werkzaamheden die voortkomen uit de zorgplicht te worden vastgelegd in een ecologisch werkprotocol.

Ecoresult B.V. maart 2025

35

9

Geraadpleegde bronnen

9.1

Literatuur Kennisdocumenten soorten

9.2

•

Anoniem, 2023. Kennisdocument Huismus. BIJ12

•

Anoniem, 2024. Kennisdocument Kleine marterachtigen. BIJ12

Internet Beschermde gebieden •

https://calculator.aerius.nl/wnb/

•

Provinciale

Omgevingsverordening

Noord-Holland:

https://geoapps.noord-

holland.nl/kaartenportaal/apps/webappviewer/index.html?id=d40b74358f2b49f383113ea8 d74362b5 Nationale Databank Flora en Fauna •

https://ndff-ecogrid.nl/

Kenniscentrums •

https://www.zoogdiervereniging.nl

•

https://www.ravon.nl

•

https://www.vlinderstichting.nl

Natuurwetgeving •

www.rvo.nl

PDOK – Publieke Dienstverlening op de Kaart •

http://pdokviewer.pdok.nl

36

Bijlage 1 - Foto-impressie plangebied

Visuele impressie van het plangebied, kijkrichting west. Foto: R.G.A. Hagen | Ecoresult B.V.

Detailfoto puinhopen binnen het plangebied, als potentieel geschikte vaste rust- en verblijfplaatsen van marterachtigen en/of hazelworm. Foto: R.G.A. Hagen | Ecoresult B.V.

Ecoresult B.V. maart 2025

37

Grote teunisbloem als waardplant van teunisbloempijlstaart, aanwezig in hoge dichtheden. Foto: R.G.A. Hagen | Ecoresult B.V.

Impressiefoto bomen binnen het plangebied, aan de zuidrand van het plangebied. Foto: R.G.A. Hagen | Ecoresult B.V.

Ecoresult B.V. maart 2025

38

Struwelen binnen het plangebied, met op de achtergrond woningen welke kunnen dienen als vaste rust- en verblijfplaats van huismus. Foto: R.G.A. Hagen | Ecoresult B.V.

Impressiefoto plangebied, gezien vanaf de westkant, kijkrichting oost. Foto: R.G.A. Hagen | Ecoresult B.V.

Ecoresult B.V. maart 2025

39

Bijlage 2 - Toelichting onderzoekskader stelsel Omgevingswet Omgevingswet De Omgevingswet (Ow) vervangt per 1 januari 2024 de oude Wet natuurbescherming (Wnb). Samen met 25 andere wetten is de Wnb opgegaan in het stelsel Omgevingswet. Het stelsel is als volgt opgebouwd: Algemene tekst (Omgevingswet). Uitvoeringswetten (Algemene Maatregelen van Bestuur, AMvB’s). Omgevingsregeling. De algemene tekst van de Ow bevat o.a. basisregels, de doelen van de wet, een algemene zorgplicht en regels voor zogenaamde kerninstrumenten. Een van de doelstellingen die de Ow benoemd is de intrinsieke waarde van de natuur (art. 1.3 Ow), die er mede voor moet zorgen dat er sprake is van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en dat deze omgeving in stand gehouden kan worden. De Ow kent een algemene zorgplicht (art. 1.6 en 1.7 Ow) en specifieke zorgplichten. De algemene zorgplicht is in principe altijd van toepassing, tenzij een specifieke zorgplicht is opgenomen voor een bepaalde activiteit in de Ow (art. 1.8 Ow). Overtredingen van de algemene zorgplicht zorgt voor een feit dat naast bestuursrechtelijk (via bestuursdwang of een last onder dwangsom), nu ook strafrechtelijk vervolgd kan worden (via de Wet op de economische delicten, zie art. 1.7a Ow). De ‘open norm’ van art. 1.6 en 1.7 Ow is nader uitgewerkt in specifieke zorgplichten voor gebieden, soorten en houtopstanden (zie hieronder).

De Ow kent bepaalde kerninstrumenten om overheden taken en verantwoordelijkheden goed uit te laten voeren (met een aantal voorbeelden erbij genoemd): Omgevingsvisie: integrale lange termijnvisie die iedere overheid moet opstellen: o Nationale omgevingsvisie (NOVI). o Provinciale omgevingsvisie (POVI). o Gemeentelijke omgevingsvisie (GOVI). Programma’s: uitwerking van doelen van de omgevingsvisie. o Natura 2000 beheerplannen. Algemene rijksregels: verboden, vergunningplichten, uitzonderingen en vrijstellingen o Vastgelegd in Algemene Maatregelen van Bestuur (AMvB), zoals: ▪ Besluit activiteiten leefomgeving (Bal): uitwerking van algemene regels voor activiteiten die rechtstreeks werken, waaronder vergunningplicht voor Natura 2000-activiteiten en flora- en fauna-activiteiten. ▪ Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl): uitwerking van algemene regels voor bouwwerken. In het Bbl komen waarschijnlijk eisen voor verblijfsvoorzieningen voor beschermde vogels en vleermuizen. ▪ Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl): uitwerking van normen en instructieregels voor bestuursorganen, waaronder de kaders voor vergunningverlening. Decentrale regels: alle uitgewerkte algemene rijksregels per decentrale overheid: o Provincie: Omgevingsverordening.

Ecoresult B.V. maart 2025

40

Gemeente: Omgevingsplan. Waterschap: Waterschapsverordening. Omgevingsvergunning: als er geen vrijstelling is, dan is er een vergunningplicht waarvoor een omgevingsvergunning moet worden aangevraagd. Enkelvoudige (voor 1 activiteit) en meervoudige aanvragen (>1 activiteit, bijv. flora- en fauna én Natura-2000); dit is van belang voor verschil in procedure en behandeltermijn. Er is geen verplichte aanhaking meer (art. 5.7 Ow). Projectbesluit: besluit voor ingrijpende en complexe projecten met een publiek belang (bijv. aanleg snelweg). Vervangt tracébesluit of inpassingsplan. Art. 5.46 Ow geeft de projecten waarvoor dit nodig is. o o

Alle aanvragen van omgevingsvergunningen en de communicatie hierover verlopen via het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO), wat te raadplegen is via het Omgevingsloket. De bescherming van natuur in het stelsel Omgevingswet is op te delen in drie categorieën: bescherming van gebieden, bescherming van soorten en bescherming van houtopstanden.

Bescherming van gebieden De bescherming van natuurgebieden in het stelsel Omgevingswet bestaat uit de bescherming van Natura 2000-gebieden, Natuurnetwerk Nederland (NNN) en bijzondere natuurgebieden en landschappen. Natura 2000-gebieden Een Natura 2000-activiteit is als volgt gedefinieerd (art. 1.1 Ow): “activiteit, inhoudende het realiseren van een project dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van een Natura 2000gebied, maar afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied”. Ingevolge artikel 5.1 lid 1 sub e Ow is het verboden een Natura 2000-activiteit te verrichten zonder omgevingsvergunning. De verschillende Natura 2000-gebieden zijn deels aangewezen voor specifieke Vogelrichtlijnsoorten, Habitatrichtlijnsoorten en/of habitattypen. Invloeden (ook van buiten het Natura 2000-gebied) mogen deze instandhoudingsdoelstellingen niet in gevaar brengen. Daarnaast mag de oppervlakte van

het

Natura

2000-gebied

niet

worden

aangetast.

De

begrenzing

en

instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden zijn terug te vinden in het aanwijzingsbesluit van een gebied. Een beheerplan bevat de oppervlakte en de kwaliteit van een habitattype en/of de kwaliteit van de populatie van soorten. Ook staan in het beheerplan de maatregelen uitgewerkt om de doelstellingen te realiseren. Toetsing stikstofemissies Natura 2000 De inhoudelijke beoordeling met betrekking tot stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden is (voorlopig) hetzelfde als onder de Wnb. Het Programma stikstofreductie en natuurverbetering wordt onder de Ow voortgezet.

Ecoresult B.V. maart 2025

41

Sinds 2 november 2022 is de partiële vrijstelling van de Natura 2000-vergunningplicht voor de gevolgen van stikstofdepositie door bij AMvB aangewezen activiteiten van de bouwsector komen te vervallen. Als gevolg hiervan is de werkwijze van vóór 1 juli 2021 omtrent stikstofdepositie in de aanlegfase weer actueel geworden. De effecten van stikstofuitstoot, en de daarbij behorende stikstofdepositie

dienen

daarom

weer

getoetst

te

worden

aan

de

Natura

2000

instandhoudingsdoelstellingen, al dan niet door middel van een AERIUS-berekening. Ook stikstofemissies als gevolg van de gebruiksfase zoals bewoning, gebruik van een utiliteitsgebouw of verkeersaantrekkende werking dienen wel getoetst te worden aan de Natura 2000 instandhoudingsdoelstellingen, al dan niet door middel van een AERIUS-berekening. Indien er sprake is van stikstofdeposities (>0,00 mol/ha/jaar) op stikstofgevoelige habitats in Natura 2000-gebieden is er sprake van een vergunningplicht. Natuurnetwerk Nederland (NNN) De aanwijzing van NNN is geregeld in de Omgevingsverordening (art. 2.44 lid 4 Ow en art. 7.6 lid 1 Bkl). In de Omgevingsverordening staan (instructie)regels voor Omgevingsplannen van gemeenten en projectbesluiten (art. 7.8 lid 1 Bkl), welke zijn opgesteld in het belang van de bescherming, instandhouding, verbetering en ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN. De wezenlijke kenmerken en waarden worden per Omgevingsverordening vastgesteld door de provincie (art. 7.7 Bkl). Daarvoor is er een natuurbeheerplan vastgesteld, met daarin de bestaande natuurwaarden en het ambitieniveau (aangeduid in natuurbeheertypen). Hoe wezenlijke kenmerken en waarden zijn gedefinieerd verschilt per provincie. Onder de Ow geen strik ‘nee-tenzij’-principe meer zoals met het Barro.

Er is geen noodzaak meer om een groot openbaar belang aan te tonen of reële alternatieven af te wegen om de NNN te mogen aantasten. Onder de Ow dient er bij een nadelig gevolg gecompenseerd te worden, waardoor er vaker sprake zal zijn van compensatieplicht. Onder de Ow is bescherming van het NNN dus van ‘nee-tenzij’ naar ‘ja-mits’ gegaan. Hoe dit daadwerkelijk doorwerkt, hangt af van de uitwerking van de regels in de provinciale Omgevingsverordeningen. Overige provinciaal beschermde gebieden Naast

het

NNN

kunnen

provincies

gebieden

planologisch

beschermen

door

daar

gebiedsbescherming voor op te nemen in de Omgevingsverordening. In de provincie NoordHolland betreft dit natuurverbindingen en bijzonder provinciaal landschap. In sommige provincies zijn deze gebieden vervlochten binnen het kader van het NNN en geldt hiervoor eenzelfde toetsingskader.

Bescherming van soorten Een flora- en fauna-activiteit is als volgt gedefinieerd (art. 1.1 Ow): “activiteit met mogelijke gevolgen voor van nature in het wild levende dieren of planten”. Ingevolge artikel 5.1 lid 2 onder g Ow is het verboden een flora- en fauna-activiteit te verrichten zonder omgevingsvergunning.

Ecoresult B.V. maart 2025

42

De

Wnb

onderscheidt

drie

verschillende

beschermingsregimes,

met

elk

hun

eigen

verbodsbepalingen (zie Tabel 7). De eerste twee categorieën zijn gebaseerd op de door de Europese Unie opgestelde Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Het derde beschermingsregime betreft soorten die niet op Europees niveau beschermd zijn, maar wel op landelijk niveau: de nationaal beschermde soorten (in de wet aangeduid als “andere soorten”). Voor de soorten binnen dit beschermingsregime geldt een onderzoeksplicht, en bij negatieve effecten een vergunningplicht. De provincies kunnen aangeven of zij soorten uit deze lijst willen vrijstellen van vergunningplicht. Naar deze soorten is nader onderzoek of een vergunning niet nodig, wel geldt te allen tijde de algemene en de specifieke zorgplicht. Voor wat deze zorgplichten en de vrijstellingen inhouden, zie hieronder. Tabel 7: De vergunningplichtige activiteiten behorende bij de verschillende beschermingsregimes zoals opgenomen in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Beschermingsregime soorten Beschermingsregime soorten Beschermingsregime Nationaal Vogelrichtlijn § 11.2.2 Bal Habitatrichtlijn § 11.2.3 Bal beschermde soorten (andere soorten) § 11.2.4 Bal Art 11.37 lid 1 sub a: Art. 11.46 lid 1 sub a: Art 11.54 lid 1 sub a: Het is verboden in het wild levende Het is verboden soorten in hun Het is verboden soorten vogels opzettelijk te doden of te natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. vangen.

opzettelijk te doden of te vangen. Art 11.37 lid 1 sub b: Art. 11.46 lid 1 sub d: Art. 11.54 lid 1 sub b: Het is verboden opzettelijk nesten, Het is verboden de Het is verboden de vaste rustplaatsen en eieren van vogels te voortplantingsplaatsen of rustplaatsenvoortplantingsplaatsen of vernielen of te beschadigen, of nestenvan dieren te beschadigen of te rustplaatsen van dieren opzettelijk van vogels weg te nemen. vernielen. te beschadigen of te vernielen. Art 11.37 lid 1 sub c: Art. 11.46 lid 1 sub c: Niet van toepassing. Het is verboden eieren te rapen en Het is verboden eieren van dieren in deze onder zich te hebben. de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. Art 11.37 lid 1 sub d: Art. 11.46 lid 1 sub b Niet van toepassing. Het is verboden vogels opzettelijk te Het is verboden dieren opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van verstoren. wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Niet van toepassing. Art. 11.46 lid 1 sub e: Art 11.54 lid 1 sub c Het is verboden plantensoorten in Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied hun natuurlijke opzettelijk te plukken en te verspreidingsgebied opzettelijk te verzamelen, af te snijden, te plukken en te verzamelen, af te ontwortelen of te vernielen. snijden, te ontwortelen of te vernielen. Art 11.39 lid 1: Art. 11.47 lid 1 sub a: Niet van toepassing.

Het is verboden om een andere Het is verboden om dieren of reden dan verkoop onder zich plantensoorten te verkopen, hebben of vervoeren van dode of vervoeren voor verkoop of te koop of levende vogels, gemakkelijk te ruil aanbieden van dieren of herkenbare delen van die vogels of planten van soorten. uit die vogels verkregen producten. Art. 11.47 lid 1 sub b:

Ecoresult B.V. maart 2025

43

Het is verboden om voor een andere reden dan verkoop onder zich hebben of vervoeren van dieren of planten.

Bescherming van houtopstanden De bescherming van houtopstanden betreft voornamelijk een voortzetting van de Boswet en de Wnb en richt zich op de instandhouding van het bosareaal. Art. 11.111 Bal en verder bevatten de regels voor houtopstanden. Bij houtopstanden groter dan 10 are of 20 rijbomen en gelegen buiten de bebouwde kom geldt een meldplicht, herplantplicht en mogelijke oplegging van een kapverbod. Deze voorwaarden zijn tevens van kracht als het slechts een deel van de houtopstand groter dan 10 are of 20 bomen in een rij betreft. Het onderdeel beschermde houtopstanden heeft geen betrekking op de gevallen zoals benoemd in art. 11.111 lid 2 Bal.

Specifieke zorgplichten Elk beschermingsregime heeft zijn eigen zorgplicht. De specifieke zorgplichten zijn een uitwerking van de algemene zorgplicht (art. 1.6 en 1.7 Ow) en zijn bestuursrechtelijk en strafrechtelijk handhaafbaar, middels resp. een last onder dwangsom/bestuursdwang en strafrechtelijke vervolging onder de Wet op de economische delicten. Schriftelijke toetsing van specifieke zorgplichten is derhalve sterk aan te raden. Specifieke zorgplicht voor gebieden Art. 11.6 Bal kent een specifieke zorgplicht voor gebieden. De specifieke zorgplicht voor gebieden gaat over activiteiten die nadelige gevolgen kunnen hebben op Natura 2000-gebieden en bijzondere nationale natuurgebieden. Waar het beoordelingscriterium bij een voortoets ‘significante gevolgen’ is, is het beoordelingscriterium voor de specifieke zorgplicht ‘nadelige gevolgen’. Er dient altijd eerst de normale toetsing doorlopen worden middels een voortoets en eventueel een passende beoordeling. Voor alle gevallen dient er ook naar de ‘resteffecten’ van de activiteiten gekeken te worden, die vervolgens beperkt moeten worden of ongedaan moeten worden gemaakt. Nadere uitwerking van wat een toetsing aan de specifieke zorgplicht voor gebieden inhoudt is te vinden in art. 11.6 lid 2 Bal. De specifieke zorgplicht voor gebieden geldt niet voor NNN of andere provinciaal of gemeentelijk beschermde gebieden.

De provincies hebben wel de bevoegdheid om zelf maatwerkregels- en voorschriften op te stellen, waardoor zij een specifieke zorgplicht voor een lokaal gebied kunnen opstellen. Specifieke zorgplicht voor soorten Art. 11.27 Bal kent een specifieke zorgplicht voor soorten. De zorgplicht geldt altijd voor alle in het wild levende soorten, ongeacht een eventueel van toepassing zijnde vrijstelling, gedragscode of vergunning. Naast de soorten van de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn en de nationaal beschermde soorten, vallen ook dieren of planten op de Rode Lijsten onder de specifieke zorgplicht. De zorgplicht is niet beperkt tot alleen planten of dieren, maar geldt ook voor hun directe leefomgeving.

Ecoresult B.V. maart 2025

44

Nadere uitwerking van wat een toetsing aan de specifieke zorgplicht voor soorten minstens moet bevatten, is te vinden in art. 11. 27 lid 2 Bal. Specifieke zorgplicht voor houtopstanden Deze nieuwe zorgplicht (art. 11.116 Bal) geldt voor vellings- en herbeplantingsactiviteiten en handel in en bezit van hout, of nadat een houtopstand op een andere manier teniet is gegaan. Als zo’n activiteit nadelige gevolgen heeft voor de oogmerken van deze regels, is degene die deze verricht verplicht om nadelige gevolgen te voorkomen, te beperken, ongedaan te maken of achterwege te laten. Deze zorgplicht is niet nader uitgewerkt, in tegenstelling tot de specifieke zorgplichten voor gebieden en soorten.

Ecoresult B.V. maart 2025

45

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17033307/1