CConstaterende datWijdemeren
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 - Eindrapport DoeMee 2024 Energiebesparingsplicht

gemeenteraad 10 juli 2025, gemeente WijdemerenBij agendapunt: Rekenkamerbrief Energiebesparingsplicht (Het raadsvoorstel is zonder stemming aangenomen.)21.379 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

In de toelichting geven gemeenten aan dat zij niet om specifieke rapportages vragen op dit vlak, dat er nog nadere afspraken over rapportages gemaakt moeten worden of dat de taak niet is belegd bij omgevingsdiensten en zij er niet over hoeven te rapporteren. Daarnaast heeft 17% van de gemeenten geen zicht op of de rapportages adequate informatie leveren. Adequate informatie over de bereikte resultaten Er is gevraagd of de rapportages van de omgevingsdienst aan de deelnemende gemeenten adequate informatie geven over de bereikte resultaten (bijv. reductie CO2 en vermindering gas- en elektriciteitsgebruik. Figuur 3.12 geeft de antwoorden weer.

/ 26

DoeMee onderzoek 2024 Energiebesparingsplicht en Informatieplicht Energiebesparing

Figuur 3.12

Geven de rapportages van de omgevingsdiensten adequate informatie aan de deelnemende gemeenten over de bereikte resultaten? Let op: het gaat hier over wat de energiebesparingsplicht oplevert (bijv. reductie CO 2 en vermindering gas- en elektriciteitsverbruik) (n=108)

Ongeveer een derde van de gemeenten (30%) geeft aan dat de rapportages geen adequate informatie leveren over de bereikte resultaten. In de toelichting geven gemeenten aan dat de concrete energiebesparing die de uitgevoerde toezicht- en handhavingstaken hebben opgeleverd ontbreekt (CO2 reductie). Een aantal gemeenten geeft aan dat deze wens er wel is, en in sommige gevallen hier ook al met de omgevingsdienst aan wordt gewerkt (bijvoorbeeld door het opzetten van een monitoringstool/dashboard). Ook geeft een gemeente aan dat de CO2 reductie momenteel wordt ingeschat, gebaseerd op de resultaten van circa 4.000 controles op de energiebesparingsplicht door een speciaal hiervoor ontwikkelde app. Hieruit blijkt dat gemiddeld per controle ongeveer 25 ton CO2 kan worden gereduceerd wanneer bedrijven de nog niet uitgevoerde verplichte maatregelen treffen. Gemeenten die aangeven dat de rapportages op sommige punten adequate informatie leveren (24%) geven veelal hetzelfde aan als hierboven beschreven, namelijk dat informatie over de gerealiseerde CO2 reductie in de rapportages ontbreekt. Ook geven gemeenten aan dat over de potentiële energiebesparing alleen indicatief wordt gerapporteerd. Een aantal gemeenten stelt dat deze informatie moeilijk in beeld te brengen is.

Eén van de gemeenten geeft aan dat zij informatie over de daadwerkelijke energiebesparing, met name op aardgasverbruik zou willen ontvangen. Een andere gemeente geeft aan dat inzicht in de energieverbruiksgegevens met ingang van een nieuw artikel in de Omgevingswet (artikel 18.25a) opgevraagd kunnen worden bij netbeheerders.14 Een klein deel van de gemeenten (12%) geeft aan dat de rapportages adequate informatie leveren over de bereikte resultaten, zoals de bereikte CO2-reductie of een prognose. Daarnaast geeft 14% aan deze rapportages niet te ontvangen of hier geen zicht op te hebben (20%).

14

In het wetgevingsprogramma van voorjaar 2024 is het wetsvoorstel opgenomen in de fase ‘voorbereiding’ en is dus nog niet vastgesteld. Het is nog onbekend of en wanneer dit zal plaatsvinden.

/ 27

DoeMee onderzoek 2024 Energiebesparingsplicht en Informatieplicht Energiebesparing

3.2.4 Eigen uitvoering naast omgevingsdienst Navolgende figuur laat zien of gemeenten zelf invulling geven aan toezicht en handhaving van de energiebesparings- en informatieplicht, naast de taken die bij de omgevingsdienst zijn belegd sinds 1 juli 2023. Figuur 3.13

Geeft uw gemeente zelf invulling aan toezicht en handhaving van de energiebesparingsen informatieplicht energiebesparing naast de taken die bij de omgevingsdienst zijn belegd sinds 1 juli 2023? (n=110)

Bij de meeste gemeenten (68%) wordt zelf geen invulling gegeven aan toezicht en handhaving van de verplichtingen, naast de taken die bij de omgevingsdienst zijn belegd. In de toelichting op dit antwoord geven gemeenten veelal aan dat alle taken bij de omgevingsdienst zijn belegd en de gemeente geen (aanvullende) taken uitvoert. Sinds 1 juli 2023 is dit een verplichting. Een aantal gemeenten geeft aan deze kennis niet in huis te hebben en een aantal gemeenten geeft aan over de verplichtingen te communiceren. Eén gemeente geeft aan externe capaciteit in te huren indien de omgevingsdienst niet voldoende capaciteit heeft. Iets meer dan een kwart van de gemeenten (26%) geeft wel zelf invulling aan de verplichtingen. Drie gemeenten geven bijvoorbeeld aan dat zij eigen toezichthouders hebben die toezien op de niet-basistaakbedrijven. Een van de gemeenten geeft hierbij aan dat zij energiegegevens opvragen die de omgevingsdienst kan gebruiken voor toezicht en handhaving op de verplichtingen. Een aantal gemeenten geeft aan het toezicht op kantoorgebouwen die over minimaal energielabel C dienen te beschikken, zelf uit te voeren. Daarnaast zijn er twee gemeenten die toezicht en handhaving op de verplichtingen ook na 1 juli 2023 nog zelf uitvoeren. Een aantal gemeenten geeft aan zelf actief te zijn in het communiceren, stimuleren en adviseren over de verplichtingen.

Daarnaast heeft een gemeente een bedrijf ingeschakeld voor ‘stimulerend toezicht’ en het begeleiden van bedrijven bij het nemen van maatregelen. Indien bedrijven niet meewerken en/of het traject afronden, krijgen ze bezoek van de omgevingsdienst voor een controle. Een andere gemeente biedt bedrijven duurzaamheidsscans aan. Tijdens deze bezoeken wijst de gemeente deze bedrijven op de verplichtingen.

/ 28

DoeMee onderzoek 2024 Energiebesparingsplicht en Informatieplicht Energiebesparing

3.3 Provincies 3.3.1 Helderheid rollen en taken Er is gevraagd of de rollen en taken van de provincie en omgevingsdienst met betrekking tot het toezicht op de energiebesparings- en de informatieplicht op dit moment helder is. Onderstaande figuur geeft de antwoorden van de provincies weer. Figuur 3.14

Zijn de rollen en taken van gemeenten, provincies en omgevingsdienst met betrekking tot het toezicht op de energiebesparings- en informatieplicht op dit moment helder? (n=12)

Bij tien provincies zijn de taken en rollen van de gemeenten, provincie en de omgevingsdienst met betrekking tot het toezicht op de energiebesparings- en informatieplicht op dit moment helder. Eén provincie geeft aan dat dit niet het geval is. Deze onduidelijkheid wordt veroorzaakt door de ontwikkelingen rondom het thema energie, waardoor er onduidelijkheden zijn op beleidsmatig niveau (wetgeving) en in de uitvoeringspraktijk. Eén provincie weet niet of de rollen en taken helder zijn.

3.3.2 Energiebesparingsplicht en informatieplicht in de begroting Onderstaande figuur geeft weer of de opdracht tot toezicht en handhaving van de energiebesparingsplicht aan de omgevingsdienst in de begroting van de provincie is opgenomen. Figuur 3.15

Is de opdracht op toezicht en handhaving van de energiebesparingsplicht aan de omgevingsdienst in de begroting van uw provincie opgenomen? (n=12)

/ 29

DoeMee onderzoek 2024 Energiebesparingsplicht en Informatieplicht Energiebesparing

De meeste provincies (10 provincies) geven aan dat de opdracht op toezicht en handhaving van de energiebesparingsplicht aan de omgevingsdienst in hun begroting is opgenomen. Twee provincies geven aan dat de opdracht niet in hun begroting is opgenomen. Wanneer de energiebesparingsplicht in de begroting is opgenomen, is dit meestal onder het overkoepelende onderwerp ‘omgevingsdiensten’ (4 provincies) of onder het overkoepelende onderwerp ‘VTH’ (4 provincies). Bij 1 provincie is de energiebesparingsplicht als onderdeel van een programma genoemd in de begroting en bij één provincie is die onder het overkoepelende onderwerp ‘milieu’ opgenomen. Figuur 3.16

Op welke wijze is de energiebesparingsplicht opgenomen in de begroting? (Meer antwoorden mogelijk) (n=14)

De provincie die ‘anders, namelijk…’ heeft geantwoord, geeft aan dat de financiering van het toezicht op de energiebesparingsplicht bij de start van het toezicht voor een deel werd gedekt vanuit het programma energietransitie. Wijze waarop het budget bepaald wordt In veel gevallen wordt door provincie en omgevingsdienst een inschatting gemaakt van het aantal bedrijven dat aan de verplichtingen moet voldoen, wat vervolgens gecombineerd wordt met het geschatte aantal uren dat nodig is voor de controle per object en de prijs per controle (kengetallen per omgevingsdienst). Ook een risicoanalyse is onderdeel van de wijze waarop het budget wordt bepaald. De werkzaamheden worden vervolgens in de meeste gevallen vastgesteld in een projectplan of werkprogramma. In veel gevallen is aangeven dat dit in goede afstemming met de omgevingsdienst plaatsvindt. Voor het uitvoeren van incidentele werkzaamheden zoals de controle op actualisatie van vergunningen wordt een aparte opdracht verstrekt.

3.3.3 Sturen op toezicht en handhaving Formuleren van een opdracht richting omgevingsdiensten Provincies zijn verplicht het mandaat voor toezicht en handhaving op de energiebesparingsen informatieplicht aan hun omgevingsdienst te geven. Figuur 3.17 laat zien of er een opdracht geformuleerd is door de provincie aan de omgevingsdienst over de invulling van toezicht en handhaving op de energiebesparingsplicht.

/ 30

DoeMee onderzoek 2024 Energiebesparingsplicht en Informatieplicht Energiebesparing

Figuur 3.17

Is er door uw provincie een opdracht geformuleerd voor de omgevingsdienst over de invulling van toezicht en handhaving op de energiebesparingsplicht? (n=12)

Bij tien provincies is er een opdracht geformuleerd voor de omgevingsdiensten. Eén provincie weet niet of er een opdracht geformuleerd is en één provincie geeft aan dat er geen afzonderlijke opdracht geformuleerd is omdat energietoezicht door de omgevingsdienst is opgenomen in de jaarbegroting. Hoe is de opdracht richting de omgevingsdiensten geformuleerd Onderstaande figuur laat zien op welke wijze de opdracht richting de omgevingsdiensten is geformuleerd. Bij drie provincies vindt dit plaats in een opdrachtformulier. Bij zeven provincies is de opdracht op andere wijze geformuleerd. Bij drie van deze provincies wordt de opdracht jaarlijks opgenomen in het uitvoeringsprogramma en bij vier provincies is de opdracht opgenomen in het werkplan van de omgevingsdiensten. Figuur 3.18

Hoe is de opdracht voor de omgevingsdienst over de invulling van toezicht en handhaving op de energiebesparingsplicht geformuleerd? (n=10)

/ 31

DoeMee onderzoek 2024 Energiebesparingsplicht en Informatieplicht Energiebesparing

Uitvoering van de opdracht in de praktijk Onderstaande figuur laat zien of de opdracht in de praktijk ook wordt uitgevoerd. Figuur 3.19

Wordt de opdracht in de praktijk ook uitgevoerd? (n=10)

Bij acht provincies wordt de opdracht in praktijk ook uitgevoerd. In de toelichting bij dit antwoord wordt onder andere aangegeven dat er regelmatig afstemming plaatsvindt met de omgevingsdiensten over de voortgang van de opdracht en er rapportages worden verstrekt. Een enkele provincie geeft aan ook afstemming te hebben over gewijzigde wet- en regelgeving en capaciteit. Eén provincie geeft aan dat de opdracht niet of niet altijd wordt uitgevoerd en één provincie geeft aan niet te weten of de opdracht in de praktijk wordt uitgevoerd. Sturing op de taak van de omgevingsdiensten Er is gevraagd welke acties door provincies zijn ondernomen om te sturen op de taak van de omgevingsdiensten met betrekking tot toezicht en handhaving van de energiebesparings- en informatieplicht. Onderstaande figuur geeft de antwoorden weer. Figuur 3.20

Welke actie(s) heeft uw provincie richting de omgevingsdienst ondernomen om te sturen op de taak van de omgevingsdienst m.b.t. toezicht en handhaving van de energiebesparings- en informatieplicht? (n=12)

/ 32

DoeMee onderzoek 2024 Energiebesparingsplicht en Informatieplicht Energiebesparing

Bij vijf provincies vindt er periodieke evaluatie van het werk- en uitvoeringsprogramma plaats op basis van voortgangsrapportages. Bij vier provincies vindt er periodiek overleg plaats over de voortgang. Eén provincie geeft aan niet te weten of de provincie actie onderneemt om te sturen op de taak van de omgevingsdienst met betrekking tot toezicht en handhaving van de energiebesparings- en informatieplicht. Twee provincies hebben een open antwoord gegeven via het antwoord ‘anders, namelijk’. Zo geeft één provincie aan dat er naast de reguliere VTH-taak in samenwerking met de omgevingsdienst een subsidieregeling is opgesteld voor gemeenten waarbij zij in de gelegenheid werden gesteld om hun toezichtscapaciteit te verdubbelen. Een andere provincie geeft aan dat samen met ketenpartners (waaronder de omgevingsdienst) invulling is gegeven aan een businesscase energie. Afspraken over monitorings- en verantwoordingsinformatie Onderstaande figuur geeft weer of er afspraken zijn gemaakt tussen de provincie en de omgevingsdienst over monitorings- en verantwoordingsinformatie met betrekking tot de energiebesparingsplicht. Figuur 3.21

Zijn er afspraken gemaakt tussen uw provincie en de omgevingsdienst over de monitorings- en verantwoordingsinformatie m.b.t. de energiebesparingsplicht? (n=12)

Acht provincies geven aan dat er afspraken zijn gemaakt met de omgevingsdienst over de monitorings- en verantwoordingsinformatie met betrekking tot. de energiebesparingsplicht. Meestal zijn deze afspraken in de opdracht vastgelegd (5 provincies). In dat geval wordt aangegeven dat de omgevingsdiensten concrete informatie verstrekken over resultaten zoals het aantal gecontroleerde bedrijven en het bereikte besparingspotentieel. Drie provincies geven aan dat er wel afspraken zijn gemaakt, maar dat deze niet in de opdracht staan. In dat geval valt monitoring buiten de scope van het energietoezicht, verantwoording vindt plaats op basis van de activiteiten die zijn afgesproken in de werkplannen. In twee provincies zijn er geen afspraken gemaakt en twee provincies weten niet of er afspraken zijn gemaakt.

/ 33

DoeMee onderzoek 2024 Energiebesparingsplicht en Informatieplicht Energiebesparing

Afspraken over doelstellingen (KPI’s) Onderstaande figuur geeft aan of er afspraken zijn gemaakt tussen de provincie en de omgevingsdienst over doelstellingen (KPI’s) met betrekking tot de energiebesparingsplicht. Figuur 3.22

Zijn er doelstellingen (KPI’s) afgesproken met omgevingsdiensten over de monitoringsen verantwoordingsinformatie m.b.t. de energiebesparingsplicht? (n=8)

Bij vijf provincies zijn er KPI’s afgesproken. In de toelichting is door provincies vaak aangegeven dat er doelstellingen zijn afgesproken over het aantal controles, urenbesteding en behaalde resultaten. In sommige gevallen zijn er daarnaast specifieke doelstellingen afgesproken over het aantal hercontroles, naleefgedrag van bedrijven, aantal ingezette handhavingstrajecten en indicatie van potentiële energiebesparing. Bij drie provincies zijn er geen KPI’s afgesproken. Informatie over de resultaten Onderstaande figuur geeft de wijze weer waarop de provincie informatie ontvangt over de resultaten van de handhaving van de energiebesparingsplicht van de omgevingsdienst. Figuur 3.23

Op welke wijze ontvangt uw provincie informatie over de resultaten van de handhaving van de energiebesparingsplicht van de omgevingsdienst? (Meer antwoorden mogelijk) (n=27)

/ 34

DoeMee onderzoek 2024 Energiebesparingsplicht en Informatieplicht Energiebesparing

Zeven provincies ontvangen tussentijdse informele terugkoppeling en beantwoording van vragen wanneer noodzakelijk. Daarnaast ontvangen de provincies periodieke tussenrapportages (5) en een jaarlijkse eindrapportage (4). Eén provincie geeft aan dat er geen informatie wordt aangeleverd, twee provincies weten niet op welke wijze de provincie informatie ontvangt. Adequate informatie over de uitvoering van toezicht en handhaving Onderstaande figuur i geeft weer of de rapportages van de omgevingsdienst aan de deelnemende provincies adequate informatie geven over de uitvoering van toezicht en handhaving op de energiebesparings- en informatieplicht. Figuur 3.24

Geven de rapportages van de omgevingsdiensten aan de deelnemende provincies adequate informatie over de uitvoering van toezicht en handhaving op de energiebesparings- en informatieplicht? (n=12)

In de helft van de provincies (6) leveren de rapportages adequate informatie en bij enkele provincies (3) leveren de rapportages op sommige punten adequate informatie. Drie provincies geven aan geen zicht te hebben op de informatie in de rapportages en één provincie geeft aan dat de rapportage geen adequate informatie oplevert over de uitvoering van toezicht en handhaving op de energiebesparings- en informatieplicht. Adequate informatie over de bereikte resultaten Figuur 3.25 laat zien of de rapportages van de omgevingsdiensten adequate informatie aan de deelnemende provincies over de bereikte resultaten opleveren.

/ 35

DoeMee onderzoek 2024 Energiebesparingsplicht en Informatieplicht Energiebesparing

Figuur 3.25

Geven de rapportages van de omgevingsdiensten adequate informatie aan de deelnemende provincies over de bereikte resultaten? (n=12)

Drie provincies geven aan dat de rapportages adequate informatie leveren over de bereikte resultaten. De provincies die aangeven dat er op sommige punten adequate informatie wordt geleverd (1) of geen adequate informatie wordt geleverd (3) geven aan dat de rapportage geen inzicht geven in de effecten zoals bijvoorbeeld een reductie in CO2-uitstoot als gevolg van vermindering van gas- en elektriciteitsverbruik. Vier provincies geven aan hier geen zicht op te hebben en één provincie geeft aan geen rapportage met inzicht over de bereikte resultaten te ontvangen.

3.3.4 Eigen uitvoering naast omgevingsdienst Er is gevraagd of provincies zelf invulling aan toezicht en handhaving van de energiebesparings- en informatieplicht geven, naast de taken die bij de omgevingsdienst zijn belegd sinds 1 juli 2023. Navolgende figuur geeft de antwoorden weer. Figuur 3.26 Geeft uw provincie zelf invulling aan toezicht en handhaving van de energiebesparings- en informatieplicht energiebesparing naast de taken die bij de omgevingsdienst zijn belegd sinds 1 juli 2023? (n=12)

/ 36

DoeMee onderzoek 2024 Energiebesparingsplicht en Informatieplicht Energiebesparing

Tien provincies geven aan dat de provincie zelf geen invulling geeft aan toezicht en handhaving van de verplichtingen, naast de taken die bij de omgevingsdienst zijn belegd. De respondenten geven aan dat de taken volledig zijn belegd bij de omgevingsdienst. Eén provincie geeft aan wel zelf invulling te geven aan toezicht en handhaving van de verplichtingen. Deze provincie heeft in de periode 2021-2023 een projectmatige inhaalslag energiebesparingsplicht toegepast voor het aanpassen van vergunningen met voorschriften voor wettelijke verplichte energiebesparing voor energierelevante vergunningplichtige bedrijven of instellingen. De provincie geeft aan zelf toezicht en handhaving uit te voeren op de implementatie van de wettelijke verplichte energiebesparingsmaatregelen die bedrijven moeten nemen.

3.4 Omgevingsdiensten15 3.4.1 Inzicht in bedrijven en instellingen die onder de verplichtingen vallen Onderstaande figuur geeft weer of de energiebesparingsplicht als apart taakveld (specifiek werkgebied binnen een organisatie) onderdeel is van het VTH-stelsel bij de omgevingsdiensten. Figuur 3.27

Is de Energiebesparingsplicht als apart taakveld onderdeel van het VTH-stelsel bij uw omgevingsdienst? (n=133)

Bij de meeste omgevingsdiensten (92%) is de energiebesparingsplicht als apart taakveld onderdeel van het VTH-stelsel binnen de omgevingsdienst. Een klein deel van de omgevingsdiensten (3%) geeft aan dat de energiebesparingsplicht geen apart taakveld is. Daarnaast geeft 5% van de omgevingsdiensten aan dat energiebesparingsplicht anders is georganiseerd. In de toelichting wordt aangegeven dat er een apart taakveld is ingericht voor toezicht en handhaving van de energiebesparingsplicht, tegelijkertijd worden bepaalde onderdelen meegenomen bij uit te voeren toezicht zoals de informatieplicht en de onderzoeksplicht.

15

In totaal zijn 111 gemeenten en 12 provincies onderdeel van het DoeMee-onderzoek 2024. Omdat voor sommige provincies meerdere omgevingsdiensten de toezicht en handhaving uitvoeren, ligt het aantal door omgevingsdiensten ingevulde enquêtes hoger dan het aantal deelnemende gemeenten en provincies (namelijk 133).

/ 37

DoeMee onderzoek 2024 Energiebesparingsplicht en Informatieplicht Energiebesparing

Aantal bedrijven dat onder de energiebesparings- en informatieplicht valt Onderstaande figuur laat zien of omgevingsdiensten inzicht hebben in het aantal bedrijven dat onder de energiebesparings- en informatieplicht valt. Figuur 3.28

Is er inzicht in het aantal bedrijven dat valt onder de energiebesparings- en informatieplicht? (n=133)

Iets meer dan de helft van de omgevingsdiensten (54%) geeft aan dat zij gedeeltelijk inzicht hebben in het aantal bedrijven dat onder de energiebesparings- en informatieplicht valt. Iets minder dan de helft van de omgevingsdiensten (46%) geeft aan dat zij volledig inzicht hebben. Informatievoorziening Onderstaande figuur geeft weer hoe de omgevingsdiensten aan deze informatie komen. Figuur 3.29

Hoe komt u aan deze informatie? (Meer antwoorden mogelijk) (n=391)

Er is 113 maal door omgevingsdiensten aangegeven dat zij deze informatie zelf te verzamelen en/of deze informatie bij het e-loket van RVO.nl downloaden (66). Ook combineert een deel van de omgevingsdiensten (99) deze informatie met bedrijven waarvan zij weten dat ze aan de energiebesparings- en informatieplicht moeten voldoen. Daarnaast ontvangen de omgevingsdiensten (49) deze informatie van gemeenten en provincies en is de informatie in een aantal gevallen (31) afkomstig van het CBS.

/ 38

DoeMee onderzoek 2024 Energiebesparingsplicht en Informatieplicht Energiebesparing

Op het antwoord ‘anders, namelijk’ (33) is door omgevingsdiensten aangegeven dat zij via regulier toezicht informatie verzamelen, een database hebben opgesteld vanuit verschillende bronnen (KVK, EP-online, BAG en informatie vanuit energiepartners) en zelf ook inschattingen maken o.b.v. oppervlakte, type bedrijf en gemiddelde verbruikscijfers. Ontbrekende informatie en inspanningen van omgevingsdiensten om inzicht te verkrijgen Als belangrijkste reden waarom de informatie (soms) ontbreekt geven de omgevingsdiensten aan dat zij geen inzicht hebben in energieverbruiksgegevens van bedrijven. Omgevingsdiensten geven aan dat het aanleveren van gegevens door netbeheerders kan helpen om volledig inzicht te krijgen. Omgevingsdiensten kunnen de gegevens wel bij bedrijven opvragen, bijvoorbeeld via reguliere milieucontroles, maar dat betekent dat zij de bedrijven eerst moeten kennen. Een andere reden die door omgevingsdiensten wordt genoemd is dat toezicht een momentopname is. Er zit verloop in het energieverbruik van bedrijven en het verbruik wordt ook beïnvloedt door verduurzamingsmaatregelen die bedrijven nemen. Hierdoor kan een bedrijf dat eerder onder de energiebesparingsplicht viel, nu niet meer verplicht zijn of andersom.

Sommige omgevingsdiensten geven aan nog relatief kort invulling te geven aan toezicht en handhaving op de energiebesparingsplicht en zolang er bij bedrijven geen milieurelevante activiteiten plaatsvinden zijn de gegevens van deze bedrijven in het verleden niet geregistreerd. Een enkele omgevingsdienst geeft aan dat er geen structurele opdracht is om energietoezicht uit te voeren en dat er uitsluitend wordt gewerkt met kleine deelopdrachten. Daardoor zijn bedrijven niet structureel aangeschreven op de informatieplicht. Daarnaast geeft een aantal omgevingsdiensten aan dat zij niet voldoende capaciteit hebben om alle potentiële bedrijven die onder de energiebesparingsplicht- en informatieplicht vallen te bezoeken of aan te schrijven. Uit de enquêteresultaten blijkt dat omgevingsdiensten zich op verschillende manieren inspannen om het inzicht in energiebesparingsplichtige en informatieplichtige bedrijven wel te verkrijgen. Veel omgevingsdiensten geven aan dat zij energiegegevens gericht opvragen door bijvoorbeeld een inschatting te maken van welke bedrijven waarschijnlijk onder de verplichtingen vallen. Daarnaast registreren de omgevingsdiensten het energiegebruik van bedrijven bij (reguliere) milieucontroles en energiecontroles. Een aantal omgevingsdiensten geeft aan (online) informatiecampagnes op te zetten om bedrijven te wijzen op de informatieplicht.

Een enkele omgevingsdienst probeert inzicht te verkrijgen door data aan elkaar te koppelen om op die manier ook het werk te kunnen prioriteren. Tot slot geeft een aantal omgevingsdiensten aan samen met andere omgevingsdiensten een brief te hebben gestuurd naar de minister voor Klimaat en Energie om een (wettelijke) oplossing te bedenken voor het verhelpen van het gebrekkige inzicht, zoals het gebruik van de gegevens van netbeheerders.

/ 39

DoeMee onderzoek 2024 Energiebesparingsplicht en Informatieplicht Energiebesparing

3.4.2 Zicht op non-conformiteit Onderstaande figuur illustreert in hoeverre omgevingsdiensten zicht hebben op de mate waarin bedrijven zich niet aan de informatieplicht energiebesparing houden. Figuur 3.30

Is er bij uw omgevingsdienst zicht op de mate waarin bedrijven zich niet aan de informatieplicht energiebesparing houden? (n=133)

Een groot deel van de omgevingsdiensten (72%) geeft aan dat zij gedeeltelijk zicht hebben op de mate waarin bedrijven zich niet aan de informatieplicht energiebesparing houden. Ongeveer een kwart van de omgevingsdiensten (26%) geeft aan volledig inzicht te hebben. Twee omgevingsdiensten geven aan dit inzicht niet te hebben. Informatievoorziening Onderstaande figuur laat zien aan hoe omgevingsdiensten aan het inzicht komen van de mate waarin bedrijven zich al dan niet aan de informatieplicht energiebesparing houden. Figuur 3.31

Hoe komt u aan deze informatie? (meer antwoorden mogelijk) (n=301)

De meeste omgevingsdiensten (113) downloaden deze informatie bij het e-loket van RVO.nl en combineren deze informatie met bedrijven waarvan zij weten dat ze aan de informatieplicht moeten voldoen. Een groot deel van de omgevingsdiensten (89) verzamelt de informatie zelf. Daarnaast ontvangen de omgevingsdiensten (33) deze informatie van gemeenten en provincies en is de informatie in een aantal gevallen (18) afkomstig van het CBS.

/ 40

DoeMee onderzoek 2024 Energiebesparingsplicht en Informatieplicht Energiebesparing

Op het antwoord ‘anders, namelijk’ (48) is door omgevingsdiensten aangegeven dat zij bedrijven via milieucontroles wijzen op hun informatieplicht. De meeste omgevingsdiensten hebben verschillende databronnen (KVK, EP-online, BAG, RVO) samengevoegd en verwerkt in een databestand waaruit kan worden gemotiveerd dat er sprake is van bedrijven die onder de informatieplicht vallen. Dit kost de omgevingsdiensten wel veel tijd en moeite, omgevingsdiensten geven aan vooral de laatste jaren hierin flink te hebben geïnvesteerd. Ontbrekende informatie en inspanningen van omgevingsdiensten om inzicht te verkrijgen Omgevingsdiensten geven aan dat het inzicht in welke mate bedrijven zich niet aan de informatieplicht houden vaak om dezelfde redenen ontbreekt als waarom het inzicht ontbreekt in welke bedrijven onder de energiebesparingsplicht vallen. Omgevingsdiensten hebben geen inzicht in het energieverbruik van bedrijven en als bedrijven zich niet melden dan kan er geen volledig inzicht worden verkregen. Omgevingsdiensten proberen met behulp van beschikbare data wel een inschatting te maken welke bedrijven informatieplichtig zijn, maar dit geeft volgens hen nooit een volledig beeld. Omgevingsdiensten spannen zich op verschillende manieren in om inzicht te krijgen in de mate waarin bedrijven zich niet houden aan hun informatieplicht.

Deze inspanningen komen grotendeels overeen met de inspanningen die omgevingsdiensten verrichten om inzicht te krijgen in welke bedrijven onder de energiebesparingsplicht vallen. Omgevingsdiensten wijzen bedrijven op hun informatieplicht en doen via data-analyse onderzoek naar welke bedrijven nog meer onder de informatieplicht vallen. Contact met bedrijven die niet voldoen aan de informatieplicht energiebesparing Onderstaande figuur laat zien hoe omgevingsdiensten in contact komen met bedrijven die niet voldoen aan de informatieplicht energiebesparing. Figuur 3.32

Hoe maakt u contact met bedrijven die niet voldoen aan de informatieplicht energiebesparing? (meer antwoorden mogelijk) (n=382)

Er wordt op verschillende manieren contact gemaakt met bedrijven die niet voldoen aan de informatieplicht energiebesparing. Meestal gebeurt dit via brief of e-mail (127), telefonisch (98) of persoonlijk (96). In een aantal gevallen (17) wordt contact gemaakt via een buitengewoon opsporingsambtenaar (boa).

/ 41

DoeMee onderzoek 2024 Energiebesparingsplicht en Informatieplicht Energiebesparing

Op het antwoord ‘anders, namelijk’ (44) is door omgevingsdiensten aangegeven dat het contact met bedrijven die niet voldoen aan de informatieplicht via fysieke energiecontroles is georganiseerd en dat bedrijven worden geïnformeerd via allerlei lokale initiatieven. Zo sluiten omgevingsdiensten regelmatig aan bij bedrijvenavonden die door de gemeenten worden georganiseerd. Daarnaast gaven enkele omgevingsdiensten aan dat er via de Regionale Energiestrategie (RES) regio’s aandacht is voor het in contact komen met energiebesparing plichtige bedrijven.

3.4.3 Werkwijze toezicht en handhaving Onderstaande figuur geeft weer op welke wijzen omgevingsdiensten handhaven op de uitvoering van de energiebesparingsplicht en informatieplicht energiebesparing. Figuur 3.33

Geef aan op welke manier uw omgevingsdienst handhaaft op de uitvoering van de energiebesparingsplicht en informatieplicht energiebesparing? (meer antwoorden mogelijk) (n=240)

De meeste omgevingsdiensten voeren specifieke energiecontroles (126) uit aan de hand van de erkende maatregelenlijst. Ook het uitvoeren van algemene milieucontroles aan de hand van de erkende maatregelenlijst (34) is regelmatig genoemd. Het uitvoeren van energiescans (17) en het uitvoeren van telefonische energiecontroles aan de hand van de erkende maatregelenlijst (3) komt minder vaak voor. Op het antwoord ‘anders, namelijk’ (60) is door een aantal omgevingsdiensten aangegeven dat zij de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO) toepassen. Vóór 2023 maakten energiecontroles bij veel omgevingsdiensten deel uit van de reguliere integrale milieucontrole. Specifieke energiecontroles werden wel uitgevoerd in het kader van de VUEregeling. Vanaf 2023 zijn de taken specifiek belegd bij omgevingsdiensten en zijn zij vaker gaan werken met een team van gespecialiseerde toezichthouders die alleen energiecontroles uitvoeren. Omgevingsdiensten geven daarnaast aan dat bedrijven waarbij de provincie het bevoegd gezag is, tot juli 2023 niet onder de energiebesparings- en informatieplicht vielen, omdat het type C bedrijven betrof. De milieubelastende activiteiten van deze bedrijven zijn te ingewikkeld of te ernstig om volledig onder algemene regels te vallen, daarom heeft dit type bedrijven een omgevingsvergunning milieu nodig.

In een provincie is het zo geregeld dat het uitgevoerd wordt door de omgevingsdienst en de handhavingstrajecten door de gemeenten zelf worden opgepakt.

/ 42

DoeMee onderzoek 2024 Energiebesparingsplicht en Informatieplicht Energiebesparing

Bepalen van het aantal te controleren bedrijven per jaar Er is gevraagd hoe omgevingsdiensten het aantal bedrijven dat zij jaarlijks controleren bepalen. Dit wordt meestal bepaald in afstemming met de gemeente/provincie en is afhankelijk van het budget dat de gemeente/provincie beschikbaar stelt voor energietoezichten handhaving. Ook de beschikbare capaciteit, het aantal energiebesparing plichtige bedrijven en de beschikbaarheid van aanvullende middelen (VUE-regeling, SPUK-gelden) zijn onderdeel van de afweging. Daarnaast maakt de omgevingsdienst een inschatting van het aantal benodigde uren per te controleren bedrijf. Benodigd aantal jaar om alle bedrijven en instellingen te controleren Er is gevraagd hoeveel jaar omgevingsdiensten naar inschatting nodig hebben om alle bedrijven en instellingen binnen de gemeente/provincie te controleren op de energiebesparings- en informatieplicht. Onderstaande figuur geeft de antwoorden hierop weer. Figuur 3.34

Hoeveel jaar heeft u naar inschatting nodig om alle bedrijven en instellingen binnen de gemeente/provincie te controleren op de energiebesparingsplicht en informatieplicht? (n=133)

Ruim veertig procent van de omgevingsdiensten (44%) geeft aan tussen de 5 en 10 jaar nodig te hebben om alle bedrijven en instellingen te controleren op de energiebesparings- en informatieplicht. Een iets kleinere groep (36%) geeft aan tussen de 2 en 5 jaar nodig te hebben. Een klein deel (12%) weet niet hoeveel jaar nodig te hebben. Eén enkele omgevingsdienst verwacht binnen 1-2 jaar alle energiebesparings- en informatieplichtige bedrijven en instellingen te kunnen controleren en een klein deel (8%) verwacht meer dan 10 jaar nodig te hebben. Prioriteren van te controleren bedrijven Figuur 3.35 laat zien of er prioriteiten gesteld worden door de omgevingsdiensten met betrekking tot welke bedrijven gecontroleerd worden met betrekking tot de energiebesparingsplicht.

/ 43

DoeMee onderzoek 2024 Energiebesparingsplicht en Informatieplicht Energiebesparing

Figuur 3.35

Stelt uw omgevingsdienst prioriteiten met betrekking tot welke bedrijven gecontroleerd worden m.b.t. de energiebesparingsplicht? (Meer antwoorden mogelijk) (n=266)

Een groot deel van de omgevingsdiensten geeft aan prioriteit te stellen op basis van de rubricering die RVO toevoegt aan de informatieplicht rapportages (82) of op basis van een eigen risicoanalyse die specifiek gericht is op de energiebesparingsplicht (80).16 Een klein deel van de omgevingsdiensten geeft aan prioriteit te stellen op basis van een meer algemene risicoanalyse vanuit VTH op het gebied van milieu (32). Sommige omgevingsdiensten stellen geen prioriteit in de te controleren bedrijven (11). Op het antwoord ‘anders, namelijk’ (61) en de open vraag die op deze vraag in de enquête volgde, is door omgevingsdiensten aangegeven dat er prioriteit wordt gesteld op basis van het energieverbruik. Dit wil zeggen dat de grootste energieverbruikers met prioriteit worden gecontroleerd. Een aantal omgevingsdiensten geeft aan prioriteit te stellen op basis van een onderverdeling per branche en daarbij te kijken naar waar de meeste energiebesparing valt te behalen. Ook prioriteren op basis van rubriceringscode i.c.m. de hoogte van het energieverbruik is een aantal keer genoemd. Tot slot geven de respondenten aan te prioriteren op basis van de voorkeuren van het bevoegd gezag en de kennis en ervaring van toezichthouders.

3.4.4 Resultaten van toezicht en handhaving In de enquête is bij omgevingsdiensten kwantitatieve informatie opgehaald, zoals het aantal controles en het aantal overtredingen tussen 2019 en 2023. Deze resultaten van toezicht en handhaving worden in navolgende paragrafen beschreven en zijn voor alle omgevingsdiensten die de enquête hebben ingevuld samengevoegd. Hierbij moet worden opgemerkt dat dit géén totaalbeeld is. Sommige omgevingsdiensten hebben geen of maar gedeeltelijk getallen aangeleverd, andere omgevingsdiensten hebben een totaal voor de gehele regio ingevuld. In het aantal gegeven antwoorden (n) zijn ook de antwoorden ‘geen taak’ (als dit destijds geen taak was van de omgevingsdienst) en het getal 0 meegeteld. Met inachtneming van deze kanttekeningen, zijn er in enkele gevallen tussen 2019 en 2023 wel bepaalde trends zichtbaar. 16

Het digitale loket van RVO maakt automatisch een code aan, de zogenaamde rubriceringscode. De omgevingsdienst kan op basis van deze code besluiten om locatie(s) te controleren, omdat bijvoorbeeld blijkt dat het bedrijf nog veel erkende maatregelen moeten uitvoeren en/of beperkt aan de energiebesparingsplicht voldoet (zie ook paragraaf 2.3).

/ 44

/ 45

DoeMee onderzoek 2024 Energiebesparingsplicht en Informatieplicht Energiebesparing

Aantal gecontroleerde bedrijven op jaarbasis tussen 2019 en 2023 Er is gevraagd hoeveel bedrijven omgevingsdiensten op jaarbasis hebben bezocht om te controleren op de energiebesparings- en informatieplicht. De omgevingsdiensten hadden de mogelijkheid om in een tabel het aantal bedrijven per jaar in te voeren. Sommige omgevingsdiensten geven aan dat het toezichthouden en handhaven op de energiebesparings- en informatieplicht nog geen taak was van de omgevingsdienst in 2019, 2020 en 2021. In onderstaande tabel staat een overzicht van het totaal aantal bedrijven dat omgevingsdiensten per jaar hebben gecontroleerd. Van 2019 tot en met 2023 is een toename zichtbaar in het aantal controles. Jaar

2019

2020

2021

2022

2023

Totaal aantal bedrijven gecontroleerd

1.520

2.781

3.052

2.485

6.790

(n=110)

Aantal uren dat is ingezet om bedrijven te controleren Er is gevraagd hoeveel uren omgevingsdiensten hebben ingezet op jaarbasis om bedrijven te controleren op de energiebesparings- en informatieplicht. De omgevingsdiensten hadden de mogelijkheid om in een tabel het aantal uur per jaar in te voeren. In onderstaande tabel staat een overzicht van het totaal aantal uren per jaar dat omgevingsdiensten nodig hadden om bedrijven te controleren. Tussen 2019 en 2023 is een toename zichtbaar in het aantal besteedde uren. Jaar Totaal aantal uren besteed aan

2019

2020

2021

2022

2023

18.863

22.765

25.561

27.470

40.550

controles (n=89)

Aangetroffen overtredingen bij controle en hercontrole Er is gevraagd bij hoeveel procent van alle bedrijven die gecontroleerd zijn op de energiebesparingsplicht overtredingen zijn aangetroffen en hoeveel dit was na hercontrole. De omgevingsdiensten hadden de mogelijkheid om in een tabel het percentage overtredingen na de eerste controle en hercontrole per jaar in te voeren. Ten opzichte van 2019 is het percentage overtredingen bij de eerste controle de afgelopen jaren toegenomen. Ook is het zichtbaar dat hercontroles ervoor zorgen dat het grootste deel verbetert. Jaar

2019

2020

2021

2022

2023

44%

54%

50%

47%

59%

6%

10%

7%

8%

9%

Gemiddeld percentage overtredingen bij eerste controle (n=59) Gemiddeld percentage overtredingen na hercontrole (n=26)

Er is daarnaast ook gevraagd hoeveel overtredingen omgevingsdiensten jaarlijks hebben geconstateerd tussen 2019 en 2023. Minder dan de helft van de omgevingsdiensten heeft een antwoord ingevuld bij deze vraag. Een groot deel hiervan heeft ingevuld dat dit geen taak betrof van de omgevingsdienst. In het aantal overtredingen is een duidelijke toename te zien door de jaren heen.

/ 46

DoeMee onderzoek 2024 Energiebesparingsplicht en Informatieplicht Energiebesparing

Jaar

2019

2020

2021

2022

2023

Totaal aantal overtredingen (n=54)

391

1.829

2.394

2.010

3.300

Repressieve handhaving en opgelegde sancties Er is gevraagd hoeveel bedrijven een ‘vooraankondiging last onder dwangsom’ of overige repressieve handhaving heeft ontvangen tussen 2019 en 2023. Het totaal aantal keer dat er een ‘vooraankondiging last onder dwangsom’ is opgelegd ligt op zo’n 50 à 60 per jaar. Daarnaast is gevraagd welke specifieke sancties zijn opgelegd in het geval er repressieve handhaving heeft plaatsgevonden. Figuur 3.36

In geval er repressieve handhaving heeft plaatsgevonden, welke sancties zijn opgelegd? (meer antwoorden mogelijk) (n=198)

In de meeste gevallen is er een hersteltermijn opgelegd (69). Er is ook regelmatig een vooraankondiging lasten onder dwangsom verstuurd (48) en omgevingsdiensten geven vaak aan dat er geen sancties zijn opgelegd (33). Een aantal omgevingsdiensten geeft aan daadwerkelijk een dwangsom te hebben opgelegd (23). Een klein deel van de respondenten geeft aan niet te weten (6) welke sancties zijn opgelegd. Op het antwoord ‘anders, namelijk’ (19) is door omgevingsdiensten aangegeven dat er een termijn (meestal een jaar) wordt gesteld voor het aanreiken van een plan van aanpak voor het treffen van de ontbrekende energiebesparende maatregelen. Een aantal omgevingsdiensten geeft aan de LHSO toe te passen. Energiebesparingspotentieel Figuur 3.37 geeft aan hoe groot het energiebesparingspotentieel is bij bedrijven en instellingen in de gemeente/provincie waar de omgevingsdienst de vragenlijst voor heeft ingevuld.

DoeMee onderzoek 2024 Energiebesparingsplicht en Informatieplicht Energiebesparing

Figuur 3.37

Heeft uw omgevingsdienst zicht op het energiebesparingspotentieel (bijv. in kWh, m3 gas, CO2 reductie) bij bedrijven en instellingen? (n=133)

Van de omgevingsdiensten geeft meer dan de helft (55%) aan geen zicht te hebben op het energiebesparingspotentieel van bedrijven en instellingen in de betreffende gemeente of provincie. In ongeveer een kwart (26%) van de gevallen hebben omgevingsdiensten op andere wijze zicht op het energiebesparingspotentieel. Zo baseert een aantal omgevingsdiensten het besparingspotentieel van 9% op gasverbruik en 10% op elektriciteitsverbruik op eigen onderzoek of worden landelijke richtlijnen gehanteerd. Een klein deel van de omgevingsdiensten (14%) kan een indicatie geven van het energiebesparingspotentieel op basis van de informatieplicht. Tot slot geeft een aantal respondenten (5%) aan niet te weten of de omgevingsdienst zicht heeft op het energiebesparingspotentieel bij bedrijven en instellingen. Totaal gerealiseerde energiebesparing Er is gevraagd of omgevingsdiensten zich hebben op de totaal gerealiseerde energiebesparing die dankzij de energiebesparingsplicht is gerealiseerd. De figuur hieronder geeft de gegeven antwoorden weer. Figuur 3.38

Heeft uw omgevingsdienst zicht op de totale gerealiseerde energiebesparing die dankzij de energiebesparingsplicht is gerealiseerd? (bijv. in kWh, m3 gas, CO 2 reductie) (n=133)

Meer dan de helft van de omgevingsdiensten (60%) geven aan geen zicht te hebben op de totaal gerealiseerde energiebesparing die dankzij de energiebesparingsplicht is gerealiseerd.

/ 47

DoeMee onderzoek 2024 Energiebesparingsplicht en Informatieplicht Energiebesparing

Iets minder dan de helft (38%) heeft indicatief zicht op de totaal gerealiseerde energiebesparing. Twee omgevingsdiensten (2%) geven aan niet te weten of de omgevingsdienst zicht heeft op de totaal gerealiseerde energiebesparing voor de betreffende gemeenten. Er is gevraagd hoeveel energie er in totaal per jaar is bespaard door bedrijven en instellingen dankzij de energiebesparings- en informatieplicht. Een aantal omgevingsdiensten kan inzicht geven in de totaal gerealiseerde energiebesparing specifiek per gemeente en provincie, maar vaker komt het voor dat omgevingsdiensten een berekening maken voor de hele regio. Een aantal omgevingsdiensten heeft aangegeven dat het in 2019 t/m 2021 geen taak was van de omgevingsdienst om inzicht te geven in hoeveel energie er in totaal per jaar is bespaard door bedrijven en instellingen dankzij de energiebesparings- en informatieplicht. Getroffen energiebesparende maatregelen door bedrijven en instellingen Er is gevraagd welke maatregelen er daadwerkelijk door bedrijven en instellingen getroffen zijn in de periode 2019 tot en met 2023. Omgevingsdiensten werd gevraagd het aantal maatregelen en de aard weer te geven indien mogelijk en anders een kwalitatieve toelichting te geven. Door veel omgevingsdiensten is aangegeven dat zij het type getroffen maatregelen niet monitoren.

Sommige omgevingsdiensten hebben zeer specifiek kunnen aangeven welke maatregelen zijn getroffen. De meeste omgevingsdiensten geven aan dat het met name gaat om gebouwmaatregelen. Voorbeelden van veelvoorkomende maatregelen zijn het isoleren van leidingen en het vervangen van verlichting.

3.5 Verantwoording 3.5.1 Informatieverstrekking aan gemeenteraad Vragen of opmerkingen vanuit de gemeenteraad over de uitvoering De volgende vraag geeft zicht op de vraag of er wel eens vragen en/of opmerkingen van de gemeenteraad over de uitvoering van toezicht en handhaving op de energiebesparingsplicht door de omgevingsdiensten zijn geweest. Figuur 3.39

Zijn er wel eens vragen/opmerkingen gekomen van de gemeenteraad over de uitvoering van toezicht en handhaving op de energiebesparingsplicht door de omgevingsdienst? (n=108)

/ 48

DoeMee onderzoek 2024 Energiebesparingsplicht en Informatieplicht Energiebesparing

De meerderheid van de gemeenten (60%) geeft aan dat er nooit vragen of opmerkingen vanuit de gemeenteraad zijn geweest. Een klein deel (15%) geeft aan dit niet te weten. Ruim een kwart van de gemeenten (27%) geeft aan dat er wel eens vragen of opmerkingen zijn geweest. In de toelichting hierop zijn verschillende antwoorden gegeven. Vragen gingen bijvoorbeeld over de werkwijze, de voortgang van de uitvoering van de werkzaamheden (aantal controles, naleefgedrag) en de bereikte resultaten (zie ook de volgende paragraaf). Twee gemeenten geven aan dat de gemeenteraad erg geïnteresseerd is in toezicht en handhaving, ook op energie en duurzaamheid. Vragen gaan dan ook vaak over de hoeveelheid controles en resultaten. Een van de gemeenten geeft aan dat in februari 2023 een motie is ingediend om zo snel mogelijk, maar uiterlijk voor 1 april 2023, met de omgevingsdienst te bespreken de controle en handhaving van beide verplichtingen te intensiveren, inzicht te verstrekken in het aantal bedrijven dat moet voldoen aan de informatieplicht binnen de gemeenten en de gemeenteraad elk half jaar te informeren over de voortgang (aantal bedrijven dat voldoet). Vragen of opmerkingen vanuit de gemeenteraad over de resultaten Er is gevraagd of er wel eens vragen/opmerkingen zijn gekomen van de gemeenteraad over de bereikte resultaten (zoals CO2 reductie).

De figuur hieronder geeft de antwoorden weer. Figuur 3.40

Zijn er wel eens vragen/opmerkingen gekomen van de gemeenteraad over de bereikte resultaten (bijv. reductie CO2 en vermindering gas en elektriciteit) van de energiebesparingsplicht? (n=108)

Een meerderheid van de gemeenten (66%) geeft aan dat er geen vragen of opmerkingen vanuit de gemeenteraad zijn geweest over de bereikte resultaten. Een kwart (25%) van de gemeenten geeft aan dit niet te weten. Een klein deel van de gemeenten (9%) geeft aan dat er wel vragen of opmerkingen vanuit de gemeenteraad zijn geweest. In de toelichting geven gemeenten aan dat deze vragen of opmerkingen gingen over de gerealiseerde CO2 reductie, over de hoeveelheid controles en naleefgedrag en het type uitgevoerde maatregelen. Een gemeente geeft aan dat naar aanleiding van de vragen vanuit één raadsfractie over energiebesparing een overleg is georganiseerd over dit onderwerp en de rol van de omgevingsdienst hierin. Als vervolg op dit overleg geeft de omgevingsdienst dit jaar een presentatie in de gemeenteraad, met specifieke aandacht op de energiecontroles en de gerealiseerde besparing. Een andere gemeente geeft aan dat er tijdens de behandeling van het krediet voor het Energiebesparingsakkoord vragen zijn gesteld en politiek de toezegging is gedaan om een nulmeting van energieverbruik/ uitstoot te maken. Dit is vervolgens meegenomen in een regionale CO2 monitor.

/ 49

DoeMee onderzoek 2024 Energiebesparingsplicht en Informatieplicht Energiebesparing

3.5.2 Informatieverstrekking aan Provinciale Staten Vragen of opmerkingen vanuit Provinciale Staten over de uitvoering Er is gevraagd of er wel eens vragen/opmerkingen zijn gekomen van Provinciale Staten over de uitvoering van toezicht en handhaving op de verplichtingen. Onderstaande figuur geeft de antwoorden weer. Figuur 3.41

Zijn er wel eens vragen/opmerkingen gekomen van Provinciale Staten over de uitvoering van toezicht en handhaving op de energiebesparingsplicht door de omgevingsdienst? (n=12)

Meer dan de helft van de provincies (7) geeft aan dat er wel eens vragen/opmerkingen komen van Provinciale Staten over de uitvoering van toezicht en handhaving op de energiebesparingsplicht. In de toelichting op het antwoord is door provincies aangegeven dat wordt gevraagd naar hoe de samenwerking tussen de bevoegde gezagen en de omgevingsdienst in de regio verloopt. Ook wordt er gevraagd naar de voortgang en implementatie van de energiebesparings- en informatieplicht, naar energiebesparingsmogelijkheden van bedrijven en de efficiëntie van de werkzaamheden van omgevingsdiensten. Daarnaast wordt er gevraagd naar de invulling, controle op en voortgang van de verplichtingen bij de gemeenten binnen de provincie. In totaal geven vijf provincies aan dat er geen vragen/opmerkingen zijn gesteld door Provinciale Staten. Vragen of opmerkingen vanuit Provinciale Staten over de resultaten Figuur 3.42 geeft weer of er wel eens vragen/opmerkingen zijn gekomen van Provinciale Staten over de bereikte resultaten (zoals CO2 reductie).

/ 50

DoeMee onderzoek 2024 Energiebesparingsplicht en Informatieplicht Energiebesparing

Figuur 3.42

Zijn er wel eens vragen/opmerkingen gekomen van Provinciale Staten over de bereikte resultaten (bijv. reductie CO2 en vermindering gas en elektriciteit) van de energiebesparingsplicht? (n=12)

Bij vijf provincies zijn er geen vragen zijn gesteld en drie provincies weten niet of er vragen zijn gesteld over de bereikte resultaten van de energiebesparingsplicht. Vier provincies geeft aan dat er wel eens vragen zijn gesteld door Provinciale Staten. In de toelichting op het antwoord is door één provincie aangegeven dat er inhoudelijke vragen zijn gesteld op basis van de halfjaarlijkse voortgangsrapportage die met Provinciale Staten besproken wordt. Verder zijn er vragen gesteld over de voortgang en invulling van de verplichtingen door bedrijven en het toezicht van de provincie hierop.

/ 51

DoeMee onderzoek 2024 Energiebesparingsplicht en Informatieplicht Energiebesparing

4

Toelichting op resultaten vanuit deskstudie en focusgroepen

4.1 Inleiding In dit hoofdstuk duiden we de resultaten, zoals beschreven in de voorgaande hoofdstukken, op basis van de deskstudie en focusgroepen die in het kader van dit onderzoek zijn georganiseerd voor gemeenten, provincies en omgevingsdiensten. De deskstudie is gebaseerd op een analyse van de aangeleverde documenten vanuit deelnemende overheden. Dit betreft onder andere begrotingen, jaarverslagen en werkprogramma’s (zie bijlage 1 voor een verdere toelichting). Verschillende onderwerpen uit het onderzoek komen in de volgende paragrafen en sub-paragrafen aan bod.

4.2 Begroting en financiering van toezicht en handhaving 4.2.1 Begroting Uit de resultaten van de enquête blijkt dat de opdracht voor uitvoering van het toezicht en de handhaving op de energiebesparingsplicht en informatieplicht door omgevingsdiensten veelal is opgenomen in gemeentelijke en provinciale begrotingen. Ter aanvulling hebben zeven gemeenten en acht omgevingsdiensten begrotingen uit de periode 2020-2023 meegestuurd, samen met conceptbegrotingen van 2024 en meerjarenramingen voor de periode 2024-2027. Uit een analyse van deze begrotingen blijkt dat het rijk middels subsidieregelingen fors heeft ingezet op de organisatie van het toezicht en de handhaving van de energiebesparingsplicht en informatieplicht. De gemeenten en provincies hebben een aanvullende bijdrage geleverd middels cofinanciering. Daardoor is het budget van omgevingsdiensten voor het uitvoeren van toezicht en handhaving op beide verplichtingen de laatste jaren toegenomen. Dit blijkt ook uit de begrotingen die met ons zijn gedeeld.

4.2.2 Financiering Uit de voortgangsrapportages van verschillende omgevingsdiensten blijkt dat de controle op en informatievoorziening over energiebesparing een lange opstartfase kende, onder andere door het ontbreken van financiële dekking in de beginjaren. Door wijzigingen in de wet- en regelgeving rondom de energiebesparingsplicht zijn de taken van omgevingsdiensten verbreed. Sinds 2019 moeten bedrijven voldoen aan de informatieplicht, vanaf 1 juli 2023 is ook de onderzoeksplicht energiebesparing ingevoerd en is de energiebesparingsplicht opgenomen in het basispakket van omgevingsdiensten. Hiervoor is extra capaciteit nodig. De middelen die omgevingsdiensten beschikbaar hebben voor het uitvoeren van het toezicht en de handhaving op de energiebesparingsplicht en informatieplicht zijn de afgelopen jaren toegenomen, onder andere door extra financiële regelingen vanuit het Rijk, zoals de VUE en SPUK THE. In de focusgroepen is door gemeenten en provincies aangegeven dat het soms onduidelijk is waar het landelijke geld uiteindelijk terecht komt en aan wordt besteed. Verschillende SPUK-regelingen maken het diffuus waar provincies, gemeenten en omgevingsdiensten precies van zijn en wie welke verantwoordelijkheid draagt.

/ 52

DoeMee onderzoek 2024 Energiebesparingsplicht en Informatieplicht Energiebesparing

Naast landelijk beschikbare subsidies hebben sommige gemeenten en provincies specifiek voor energietoezicht extra middelen beschikbaar gesteld bovenop het ‘werkplanbudget’. In de focusgroepen is door alle deelnemende overheden aangegeven dat de prioriteit en hoeveelheid (co)financiering afhangt van de gemeentelijke of provinciale ambities. De provincies Gelderland en Noord-Holland hebben bijvoorbeeld een provinciaal energiebesparingsakkoord opgesteld. In het Energiebesparingsakkoord Noord-Hollandse bedrijven 2021-2024 is de doelstelling opgenomen om bedrijven te stimuleren die een wettelijke plicht hebben om energiebesparende maatregelen te nemen. Dit gebeurt door stimulerend toezicht uit te voeren. De provincie stelt daarvoor een subsidie van € 8 miljoen beschikbaar voor de periode 2022-2025. Deelnemende overheden hebben in de focusgroepen aangegeven dat de SPUK-regelingen en subsidies vanuit provinciale akkoorden van de afgelopen jaren opschaling in de uitvoering mogelijk hebben gemaakt. Dit is ook terug te zien in de respons op de enquête, waarin het aantal controles tussen 2019 en 2023 lijkt te zijn toegenomen. Omgevingsdiensten hebben door aanvullende financiering bijvoorbeeld energieteams op kunnen richten en het aantal controles kunnen opschalen.

De toegekende middelen vanuit het Rijk en de aanvullende subsidies vanuit een aantal provincies hebben echter tot nu toe altijd een tijdelijk karakter gekend. In de focusgroepen is door alle deelnemende overheden aangegeven dat het hierdoor moeilijk is om continuïteit te behouden in de uitvoering, om vaste medewerkers aan te trekken en om te versnellen in de uitvoering. Omgevingsdiensten geven aan dat wanneer deze financiële regelingen worden beëindigd, de verwachting is dat deze teams waarschijnlijk ook direct worden afgeschaald. Ook gemeenten hebben in de focusgroepen aangegeven dat bij een afname van het beschikbare budget prioriteiten waarschijnlijk zullen verschuiven. In de focusgroep met de omgevingsdiensten is aangegeven dat het Rijk voornemens is om de financiële bijdrage aan het toezicht op de energiebesparingsplicht vanaf 2027 een structureel karakter te geven.17 De vorm van de financiële bijdrage (bijvoorbeeld verlenging van de SPUK-regeling) is nog niet bekend. Ondanks dat het besluit nog niet definitief is, zijn omgevingsdiensten blij met dit voornemen. Extra budget is nog steeds nodig om toezichtstaken uit te voeren en de klimaatdoelstellingen van 2050 te halen.

Ook bestaat er onzekerheid over de middelen die vanuit gemeenten worden toegekend aan omgevingsdiensten vanwege de verwachte bezuinigingen in 2026, waardoor het extra belangrijk is dat de financieringsstroom elders geborgd is en blijft. Voor een aantal omgevingsdiensten geldt dat het lastig blijkt om de middelen die beschikbaar zijn gesteld ook in te zetten. Dit komt onder andere door een gebrek aan capaciteit als gevolg van krapte op de arbeidsmarkt.18

17

18

Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat (XIII) voor het jaar 2024 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota) | Tweede Kamer der Staten-Generaal Benutting beschikbare subsidies RUD Noord-Limburg.

/ 53

DoeMee onderzoek 2024 Energiebesparingsplicht en Informatieplicht Energiebesparing

4.3 Rollen en taken toezicht en handhaving 4.3.1 Verplichte taakbelegging bij omgevingsdiensten Vanaf 1 juli 2023 zijn de basistaken voor toezicht en handhaving op de energiebesparingsplicht en informatieplicht belegd bij omgevingsdiensten. Daarvoor bepaalden gemeenten en provincies zelf in hoeverre ze deze taken bij omgevingsdiensten werden belegd en hoeveel zij daarvan zelf uitvoerden. Uit de deskstudie blijkt dat er verschil bestaat tussen gemeenten en provincies in de opdracht die ze verlenen aan omgevingsdiensten. Sommige gemeenten en provincies hebben alleen opdracht gegeven aan omgevingsdiensten om basistaken uit te voeren, terwijl andere gemeenten ook aanvullende taken bij omgevingsdiensten hebben neergelegd zoals de handhaving op het verplichte energielabel C voor kantoorgebouwen. Uit de jaarverslagen en de focusgroepen blijkt dat sommige omgevingsdiensten altijd al energietaken uitvoerden voor gemeenten en provincies. Andere omgevingsdiensten voerden tot 2023 beperkte energietaken uit voor een aantal van hun aangesloten overheden. Ondanks de verplichte taakbelegging bij omgevingsdiensten per 1 juli 2023 zijn er nog steeds gemeenten die zelf het toezicht en de handhaving op de verplichtingen uitvoeren, blijkt uit de enquête en de focusgroepen.

In de enquête geeft een kwart van de respondenten bij gemeenten aan dat zij zelf invulling geven aan beide verplichtingen en één provincie. Dit betekent niet automatisch dat het om toezichts- en handhavingstaken gaat. Gemeenten geven bijvoorbeeld aan dat zij zelf toezien op de niet-basistaakbedrijven, en/of dat zij actief communiceren over beide verplichtingen richting bedrijven. Daarnaast voeren zij zelf controles uit op het verplichte energielabel C voor kantoorgebouwen (dit is officieel geen onderdeel van de energiebesparingsplicht). Twee gemeenten hebben in de enquête aangegeven dat zij toezicht en handhaving op de verplichtingen ook na 1 juli 2023 nog zelf uitvoeren. In de focusgroep met omgevingsdiensten wordt aangegeven dat, ondanks de wettelijk verplichte taakbelegging bij omgevingsdiensten per 1 juli 2023, dit effectief ook in de praktijk pas vanaf begin 2024 zo is. Dit heeft te maken met het begrotingsjaar en de al toegekende budgetten voor 2023. Daarnaast heeft een gemeente in de enquête aangegeven zelf toezicht en handhaving uit te voeren omdat dit bij de omgevingsdienst nog niet van de grond is gekomen. Het is nog niet duidelijk in hoeverre vanaf 2024 alle omgevingsdiensten ook daadwerkelijk de wettelijke taken rondom de energiebesparingsplicht en informatieplicht uitvoeren.

4.3.2 (Afspraken over) rol en taakverdeling De basis van de programmering en urentoedeling van de taken rondom energiebesparing is vastgelegd in beleidsdocumenten, zoals het provinciaal of gemeentelijk VTH-beleid.19 Daarnaast stellen de meeste gemeenten en provincies elk jaar een jaarprogramma of werkprogramma op waarin de werkzaamheden worden beschreven die de omgevingsdienst uitvoert voor de betreffende gemeente of provincie, blijkt uit de enquête en aangeleverde documenten. Meestal wordt er ook een dienstverleningsovereenkomst of gemeenschappelijke regeling getekend tussen de omgevingsdienst en de betreffende gemeente of provincie. Zowel in de enquête als de focusgroepen is door gemeenten en provincies aangegeven dat dergelijke overeenkomsten ervoor zorgen dat de rollen en taken tussen gemeente/provincie en de omgevingsdienst in veel gevallen helder zijn. In het geval rollen en taken (nog) niet

19

VTH-beleid Fryslân

/ 54

DoeMee onderzoek 2024 Energiebesparingsplicht en Informatieplicht Energiebesparing

helder zijn, komt dit doordat een omgevingsdienst nog in de opstartfase van toezicht en handhaving zit en/of de taakverdeling nog niet volledig is ingeregeld. Dit blijkt ook uit de deskstudie, waarin uit evaluaties en jaarverslagen blijk dat de taakverdeling in een aantal gevallen nog niet volledig ingeregeld is. Taken die omgevingsdiensten onder andere uitvoeren zijn reguliere milieucontroles, specifieke energiecontroles (zoals controles volgens de maatregelenlijst) en hercontroles. Daarnaast vragen zij, vaak tijdens reguliere (milieu)controles, het energiegebruik van potentieel energiebesparingsplichtige bedrijven op, om zo inzicht te krijgen in welke bedrijven onder de verplichtingen vallen. Overige energiegerelateerde taken die door de omgevingsdienst worden uitgevoerd zijn het toezicht op het energielabel C voor kantoorgebouwen en diverse energie gerelateerde (advies) werkzaamheden voor partners en lokale netwerken. Ook informeren omgevingsdiensten gemeenten over relevante ontwikkelingen rond het thema energie.20

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15668144/1