CConstaterende datWijdemeren
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - Toelichting Hinderdam 2

gemeenteraad 2 november 2023, gemeente WijdemerenBij agendapunt: Raadsvoorstel Ontwerp-bestemmingsplan Hinderdam 2(Het raadsvoorstel is zonder stemming aangenomen)14.204 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bestemmingsplan

Nederhorst den Berg, Hinderdam 2

September 2023

Status: Ontwerp

Bestemmingsplan Nederhorst den Berg, Hinderdam 2 Ontwerp

Bestemmingsplan Nederhorst den Berg, Hinderdam 2

Plannaam:

Nederhorst den Berg, Hinderdam 2

Plantype:

Bestemmingsplan

Status:

Ontwerp

IMRO-nummer: NL.IMRO.1696.BP0103Hindam22022-on01 Datum:

September 2023

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

1

Bestemmingsplan Nederhorst den Berg, Hinderdam 2 Ontwerp

TOELICHTING

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

2

Bestemmingsplan Nederhorst den Berg, Hinderdam 2 Ontwerp

INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1 INLEIDING ................................................................................... 4 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

AANLEIDING ............................................................................................................................................... 4 LIGGING VAN HET PLANGEBIED ....................................................................................................................... 4 DE BIJ HET PLAN BEHORENDE STUKKEN ............................................................................................................. 4 HUIDIGE PLANOLOGISCHE REGIEM ................................................................................................................... 5 LEESWIJZER ................................................................................................................................................ 6

HOOFDSTUK 2 2.1 2.2

BESCHRIJVING PLANGEBIED .............................................................. 7

HUIDIGE SITUATIE ........................................................................................................................................ 7 GEWENSTE SITUATIE ..................................................................................................................................... 7

HOOFDSTUK 3 BELEIDSKADER ........................................................................... 10 3.1 3.2 3.3

RIJKSBELEID .............................................................................................................................................. 10 PROVINCIAAL BELEID .................................................................................................................................. 12 GEMEENTELIJK BELEID................................................................................................................................. 15

HOOFDSTUK 4 MILIEU-EN OMGEVINGSASPECTEN ................................................... 17 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9

GELUID .................................................................................................................................................... 17 BODEM.................................................................................................................................................... 18 LUCHTKWALITEIT ....................................................................................................................................... 19 EXTERNE VEILIGHEID ................................................................................................................................... 20 MILIEUZONERING ...................................................................................................................................... 21 GEUR ...................................................................................................................................................... 24 ECOLOGIE................................................................................................................................................. 25 ARCHEOLOGIE & CULTUURHISTORIE .............................................................................................................. 26 BESLUIT MILIEUEFFECTRAPPORTAGE .............................................................................................................. 28

HOOFDSTUK 5 WATERASPECTEN........................................................................ 31 5.1 5.2

VIGEREND BELEID....................................................................................................................................... 31 WATERPARAGRAAF .................................................................................................................................... 32

HOOFDSTUK 6 JURIDISCHE ASPECTEN EN PLANVERANTWOORDING .............................. 34 6.1 6.2 6.3

INLEIDING................................................................................................................................................. 34 OPZET VAN DE REGELS ................................................................................................................................ 34 VERANTWOORDING VAN DE REGELS............................................................................................................... 36

HOOFDSTUK 7 ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID ................................................... 37 HOOFDSTUK 8 VOOROVERLEG, INSPRAAK EN ZIENSWIJZEN ....................................... 38 8.1 8.2 8.3

VOOROVERLEG .......................................................................................................................................... 38 INSPRAAK ................................................................................................................................................. 38 ZIENSWIJZEN............................................................................................................................................. 38

BIJLAGEN BIJLAGE 1 BIJLAGE 2 BIJLAGE 3

39 RUIMTELIJK KWALITEITSPLAN................................................................................................................ 40 AKOESTISCH ONDERZOEK WEGVERKEERSLAWAAI ...................................................................................... 41 GEANONIMISEERD PARTICIPATIEVERSLAG................................................................................................ 42

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

3

Bestemmingsplan Nederhorst den Berg, Hinderdam 2 Ontwerp

HOOFDSTUK 1 1.1

INLEIDING

Aanleiding

Voorliggend bestemmingsplan heeft betrekking op het woonperceel aan de Hinderdam 2, gelegen in Nederhorst den Berg. Ter plaatse van het woonperceel bevindt zich een karakteristieke woonboerderij met zomerhuis. Initiatiefnemer is voornemens de karakteristieke woonboerderij met zomerhuis te splitsen in twee zelfstandige woonhuizen. In de huidige situatie is de woning al bewoond door twee zelfstandige huishoudens. Het doel is om de planologische situatie in overeenstemming te brengen met de feitelijke situatie. Daarnaast wil de initiatiefnemer op het perceel de landschapsontsierende bebouwing verwijderen zodat de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse wordt versterkt. De gewenste ontwikkeling is niet in overeenstemming met het geldende bestemmingsplan waarin slechts één woning op het perceel is toegestaan. Voor overeenstemming met het bestemmingsplan is een bestemmingsplanherziening noodzakelijk. In voorliggend bestemmingsplan wordt aangetoond dat de gewenste ontwikkeling ter plaatse vanuit ruimtelijk en planologisch oogpunt verantwoord is.

1.2

Ligging van het plangebied

Het plangebied omvat kadastraal perceel 1309 aan de Hinderdam 2. De ligging van het plangebied ten opzichte van de kern Nederhorst den berg wordt weergegeven in afbeelding 1.1, waarin het plangebied met de rode belijning en de rode ster indicatief wordt aangegeven.

Afbeelding 1.1: Ligging van het plangebied (Bron: PDOK)

1.3

De bij het plan behorende stukken

Het bestemmingsplan Nederhorst den Berg, Hinderdam 2 bestaat uit de volgende stukken: •

verbeelding (tek.nr. NL.IMRO.1696.BP0103Hindam22022-on01) en een renvooi;

•

regels.

Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden weergegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het bestemmingsplan en van de daaraan ten grondslag liggende gedachten maar maakt geen deel uit van het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

4

Bestemmingsplan Nederhorst den Berg, Hinderdam 2 Ontwerp

1.4

Huidige planologische regiem

1.4.1

Algemeen

Het plangebied bevindt zich binnen de begrenzing van het bestemmingsplan ‘Bestemmingsplan buitengebied Nederhorst Den Berg’ en parapluplan ‘Parkeren Wijdemeren 2019’. Deze bestemmingsplannen zijn respectievelijk vastgesteld op 18 september 2013 en 4 februari 2021 door de gemeenteraad van Wijdemeren. In afbeelding 1.2 is een uitsnede van de verbeelding van het geldende bestemmingsplan ‘Nederhorst den Berg’ weergegeven, hierin is het plangebied met de rode belijning indicatief aangegeven.

Afbeelding 1.2: Uitsnede verbeelding bestemmingsplan (Bron: Ruimtelijkeplannen.nl)

1.4.2

Beschrijving bestemmingen en aanduidingen

Het plangebied heeft op basis van het geldende bestemmingsplan de enkelbestemmingen ‘Wonen -2’ met een maatvoering ten behoeve van het maximaal aantal wooneenheden, namelijk 1 en ‘Agrarisch met waarden – Natuur- en landschapswaarden’. Daarnaast valt het plangebied binnen de dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie 3’ en ‘Waterstaat – Waterkering’. In onderstaande tekst wordt per (dubbel)bestemming aangegeven welke regels hierbij horen. ‘Wonen -2’ De voor 'Wonen -2' aangewezen gronden zijn bestemd voor het wonen, al dan niet in combinatie met een aan huis verbonden beroep of bedrijf. Ook zijn paardenbakken toegestaan, indien deze ten dienste staan van een hobbymatige activiteit. Daarnaast zijn de bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals groen, water, erven, parkeervoorzieningen, tuinen en erftoegangswegen toegestaan. Het aantal woningen per bestemmingsvlak mag niet meer bedragen dan op de verbeelding is aangeduid, tevens mag de bouwhoogte niet meer bedragen dan 9 meter en de goothoogte mag niet meer bedragen dan 4,5 meter.

‘Agrarisch met Waarden – Natuur- en landschapswaarden’ De voor ‘Agrarisch met waarden - Natuur- en landschapswaarden’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: de uitoefening van een bestaand agrarisch bedrijf in de vorm van veehouderij, niet zijnde intensieve veehouderij; het behoud, het herstel en/of de ontwikkeling van de in dit gebied voorkomende landschappelijke en natuurlijke waarden, onder meer in de vorm van de voor het gebied kenmerkende openheid en de voor het veenweidelandschap kenmerkende flora en fauna; fiets- en wandelpaden; waterhuishoudkundige BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

5

Bestemmingsplan Nederhorst den Berg, Hinderdam 2 Ontwerp voorzieningen; extensieve dagrecreatie en bijbehorende voorzieningen, zoals groen, water, nutsvoorzieningen en erftoegangswegen. ‘Waarde – Archeologie – 3’ De voor 'Waarde - Archeologie - 3' aangewezen gronden zijn - behalve voor de andere aldaar voorkomende bestemming(en) - tevens bestemd voor de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden. Op gronden met deze dubbelbestemmingen mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd met een bouwhoogte van ten hoogste 4 meter. Binnen de dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie - 3' geldt een archeologische onderzoeksplicht bij een oppervlakte van meer dan 500 m² en een diepte van meer dan 40 cm. ‘Waterstaat – Waterkering’ De voor ‘Waterstaat – Waterkering’ aangewezen gronden zijn primair bestemd voor het in stand houden en het onderhoud van de waterkering en secundair voor de overige op de verbeelding aangewezen bestemmingen. De maximale bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde is 3 meter.

1.4.3

Strijdigheid

Het voornemen is om de karakteristieke woonboerderij met zomerhuis te splitsen in twee zelfstandige woningen. Op basis van het geldende bestemmingsplan is middels een aanduiding aangegeven dat op het perceel één woning is toegestaan. Daarnaast zijn er verscheidene illegale bouwwerken opgericht welke zullen worden gesloopt. Daarnaast wordt de woonbestemming opnieuw gesitueerd conform het inrichtingsplan wat is voorliggend geval is opgesteld. Om de ontwikkeling mogelijk te maken is een bestemmingsplanherziening noodzakelijk. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de gewenste juridisch planologische kaders.

1.5

Leeswijzer

Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 ingegaan op de huidige en gewenste situatie in het plangebied. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het beleid van het Rijk, de provincie NoordHolland en de gemeente Wijdemeren beschreven. In hoofdstuk 4 passeren alle relevante milieu- en omgevingsaspecten de revue. Hoofdstuk 5 gaat in op de wateraspecten. In de hoofdstukken 6 en 7 wordt respectievelijk ingegaan op de juridische aspecten/planverantwoording en de economische uitvoerbaarheid van het project. Hoofdstuk 8 gaat in op het vooroverleg, participatie en zienswijzen.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

6

Bestemmingsplan Nederhorst den Berg, Hinderdam 2 Ontwerp

HOOFDSTUK 2 2.1

BESCHRIJVING PLANGEBIED

Huidige situatie

Het plangebied ligt, zoals vermeld, aan Hinderdam 2, circa 500 meter ten noorden van de kern Nederhorst den Berg (gemeente Wijdemeren). De woning is gesitueerd aan de Vecht. Voor het overige wordt de omgeving gekenmerkt door agrarische gronden en verspreid liggende woonpercelen. Aan de overkant van de Vecht, tegenover het plangebied, is kasteel Zwaanwijck gevestigd. Naast de karakteristieke woonboerderij met zomerhuis zijn binnen het plangebied een aantal bijgebouwen op het achtererf gesitueerd. Afbeelding 2.1 geeft met luchtfoto een helder beeld van de huidige situatie ter plaatse (rode omlijning).

Afbeelding 2.1: Luchtfoto plangebied (Bron: PDOK.nl)

2.2

Gewenste situatie

2.2.1

Voorgenomen ontwikkeling

Initiatiefnemer is voornemens om de karakteristieke woonboerderij met zomerhuis planologisch te splitsen in twee zelfstandige woningen. In de huidige situatie wonen er reeds twee huishoudens op het perceel aan de Hinderdam 2. Planologisch gezien is er slechts één woning toegestaan. Het doel van de voorgenomen ontwikkeling is dan ook de planologische situatie in overeenstemming brengen met de feitelijke situatie. Het beoogde resultaat is dat er na de bestemmingsplanherziening twee zelfstandige woningen op het perceel aanwezig zijn. De nieuwe woonpercelen zullen landschappelijk worden ingepast door het slopen van bijgebouwen en het aanplanten van enkele bomen. Er zullen dus geen nieuwe bijgebouwen worden toegevoegd. Enkel wordt een BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

7

Bestemmingsplan Nederhorst den Berg, Hinderdam 2 Ontwerp bestaand (verrijdbaar) bijgebouw verplaatst naar het noordelijke woonperceel. Er worden dus geen nieuwe of extra bijgebouwen gerealiseerd. Hierdoor wordt de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse versterkt. Landschappelijke inpassing Voor het landschappelijk inpassen is BJZ.nu gevraagd een ruimtelijk kwaliteitsplan op te stellen. De ambitie is het behouden van de kenmerken van het veenrivierenlandschap. Hierbij is het van belang dat het landschap zijn open karakter behoud. Op de perceelsgrenzen komt erfgrensbeplanting voor. Door middel van het aanplanten van een elzensingel worden de erfgrenzen weer visueel gemaakt en worden bijgebouwen weer duidelijk binnen de perceelgrenzen gesitueerd. Daarmee ontstaat een beter balans tussen groen en gebouwen en presenteert het erf zich meer als eenheid met het landschap en wordt ook beter aangesloten op het beeld van de omgeving en de verkavelingspatronen. In het erfinrichtingsplan is opgenomen dat de zichtlijnen vanaf de Vecht en Hinderdam naar het achterliggende open landschap behouden dienen te blijven. Vanaf de Vecht en Hinderdam is langs de bebouwing een zichtlijnen over het erf naar het achterliggende landschap. Deze zichtlijnen dienen niet te worden geblokkeerd door bebouwing of groenstructuren.

Daarom wordt geadviseerd om de groenstructuren op de oostelijke perceelsgrens te verwijderen waardoor de zichtlijnen worden hersteld. Met de voorgestelde wordt het erf beter ingepast in het landschap en neemt de ruimtelijke kwaliteit toe. Afbeelding 2.2 geeft de erfinrichtingstekening van de gewenste situatie weer, het volledige ruimtelijke kwaltietsplan is in bijlage 1 van deze toelichting bijgevoegd. Het ruimtelijke kwaliteitsplan is als voorwaardelijke verplichting in de regels opgenomen.

Afbeelding 2.2: Erfinrichtingstekening gewenste situatie (Bron: BJZ.nu)

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

8

Bestemmingsplan Nederhorst den Berg, Hinderdam 2 Ontwerp 2.2.2

Verkeer en parkeren

Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de parkeerbehoefte en verkeersbewegingen die ontstaan als gevolg van de ontwikkeling. In het bestemmingsplan “Parapluplan Parkeren Wijdemeren 2019” van de gemeente Wijdemeren zijn de parkeernormen in Nederhorst den Berg vastgelegd. Hierin wordt doorverwezen naar het parkeerbeleid van de gemeente. De gemeente Wijdemeren beschikt over eigen parkeerbeleid in de vorm van het “Beleidsregel parkeernormen van de gemeente Wijdemeren' vastgesteld op 31 maart 2015. De normen opgenomen in het gemeentelijke parkeerbeleid zijn vooral gebaseerd op de kencijfers van het CROW uit 2012. Het CROW ontwikkelt en publiceert kennis onder andere op het gebied van verkeer en parkeren. Specifiek voor verkeersgeneratie en parkeren heeft het CROW de publicatie, 'Toekomstbestendig parkeren' opgesteld. Deze kencijfers zijn gebaseerd op literatuuronderzoek en praktijkervaringen van gemeenten. De kencijfers zijn landelijk (en juridisch) geaccepteerd en worden gezien als de meest betrouwbare gegevens met betrekking tot het bepalen van onder andere de verkeergeneratie. Overigens wordt opgemerkt dat bij iedere functie, in de CROW-publicatie, een maximum en minimum wordt genoemd. Dit is de bandbreedte. Veelal wordt bij nieuwe ontwikkelingen het gemiddelde gehanteerd. Bij voorliggend plan zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: • • • • •

Functie: Koop, huis, vrijstaand; Verstedelijkingsgraad: weinig stedelijk (Bron: CBS Statine); Stedelijke zone: Buitengebied; Parkeerbehoefte (per woning): gemiddeld 2,6 parkeerplaatsen (Bron: ‘Toekomstbestendig parkeren’); Verkeersgeneratie (per woning): gemiddeld 8,2 verkeersbewegingen per weekdagetmaal (Bron: 'Toekomstbestendig parkeren').

Voor een woning komt de parkeerbehoefte dan op 2,6 afgerond 3 parkeerplaatsen. In totaal is voor het voornemen een parkeerbehoefte van zes parkeerplaatsen. De beide woonpercelen zijn van voldoende omvang om deze ter plaatse te realiseren. Tevens kan een gemiddelde van 16,4 verkeersbewegingen per weekdagetmaal gemakkelijk op de omliggende infrastructuur afgewikkeld worden. De Hinderdam betreft een doorgaande weg welke deze verkeersbewegingen eenvoudig kan afwikkelen. Gesteld wordt dat het voornemen geen onaanvaardbare negatieve effecten heeft op het omliggende verkeersnetwerk.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

9

Bestemmingsplan Nederhorst den Berg, Hinderdam 2 Ontwerp

HOOFDSTUK 3

BELEIDSKADER

Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven.

3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

3.1.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor de leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor de leefomgeving. Dit is nodig om de opgenomen doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving.

3.1.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut. Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. 3.

Sterke en gezonde steden en regio’s Er zijn vooral in steden en stedelijke regio’s nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio’s behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio’s geborgd. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw. Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zetten we in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

10

Bestemmingsplan Nederhorst den Berg, Hinderdam 2 Ontwerp vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan.

3.1.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking In de SVIR (voorganger NOVI) is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Op 1 juli 2017 is de Ladder in het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd. Aanleiding voor de wijziging waren de in de praktijk gesignaleerde knelpunten bij de uitvoering van de Ladder en de wens om te komen tot een vereenvoudigt en geoptimaliseerd instrument. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen ‘bestaand stedelijk gebied’ en ‘stedelijke ontwikkeling’. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: ‘bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur’.

stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.´ Bij het beschrijven van de behoefte dient te worden uitgegaan van het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling (de komende tien jaar, zijnde de looptijd van het bestemmingsplan) verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit).

3.1.2

Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten in het rijksbeleid en conclusie

De NOVI laat zich niet specifiek uit over dergelijke lokale ontwikkelingen. De voorgenomen ontwikkeling raakt dan ook geen rijksbelangen zoals opgenomen in de NOVI. In onderstaande tekst wordt de ontwikkeling getoetst aan de ladder voor duurzame verstedelijking. Is sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling? Of sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Voor woningbouwlocaties geldt bijvoorbeeld vanaf twaalf woningen dat sprake is van een stedelijke ontwikkeling die Ladderplichtig is. Uit Afdelingsjurisprudentie blijkt dat de vraag wanneer sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling in grote mate casuïstisch wordt beantwoord. Zo heeft de Afdeling uitgemaakt dat de bouw van 11 woningen niet als stedelijke ontwikkeling wordt gezien.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

11

Bestemmingsplan Nederhorst den Berg, Hinderdam 2 Ontwerp De Afdeling is van oordeel dat gelet het aantal woningen dat het plan mogelijk maakt, het plan niet voorziet in een woningbouwlocatie of andere stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1 eerste lid, aanhef en onder i van het Bro. Artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro is dan ook niet van toepassing (ABRvS 16 september 2015; ECLI:NL:RVS:2015:2921). De in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling gaat uit van een planologische splitsing van een woning, er wordt verder niet gebouwd. Gelet op het feit dat er niet meer dan 11 woningen worden gerealiseerd, wordt geconcludeerd dat geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Gesteld kan dan ook worden dat voorliggend plan niet Ladderplichtig is. Conclusie Gelet op het vorenstaande wordt gesteld dat de ontwikkeling in overeenstemming is met het rijksbeleid.

3.2

Provinciaal beleid

Het provinciaal beleid is verwoord in tal van plannen. Het belangrijkste plan betreft de Omgevingsvisie NoordHolland 2050 en de daarbij behorende Omgevingsverordening Noord-Holland 2050.

3.2.1

Omgevingsvisie Noord-Holland 2050

3.2.1.1 Algemeen Op 19 november 2018 is door de Provinciale Staten van Noord-Holland de Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 vastgesteld. Hierin is de visie op de fysieke leefomgeving beschreven. De Omgevingsvisie wil zorgen voor balans tussen economische groei en leefbaarheid. Zo kunnen we voor toekomstige generaties het welvaarts- en welzijnsniveau in Noord-Holland op een hoog niveau houden. Dit betekent dat in Noord-Holland een basiskwaliteit van de leefomgeving wordt gegarandeerd; de ruimte voor economische ontwikkeling wordt altijd in samenhang met dit uitgangspunt beschouwd. Duurzame economische ontwikkeling is nodig voor de werkgelegenheid en daarmee voor de bestaanszekerheid van inwoners; de provincie Noord-Holland wil ook in de toekomst een provincie zijn voor iedereen zodat de provincie sociaal-inclusief kan worden gehouden. Maar ook om de grote investeringen op te brengen die nodig zijn voor onder meer de transitie naar een duurzame-energiehuishouding, de overgang naar een circulaire economie en het behoud van het karakteristieke landschap. In de wetenschap dat de wereld waarmee Noord-Holland is verbonden continu verandert, geeft deze visie enerzijds richting en daarmee houvast naar een onbekende toekomst, en anderzijds voldoende ruimte en handelingsperspectief om te anticiperen op nieuwe ontwikkelingen. Er wordt dus geen eindbeeld voor 2050 gepresenteerd.

Deze visie laat in algemene zin wel zien wat onze ontwikkelprincipes zijn voor de hele provincie om een hoge leefomgevingskwaliteit te bieden. Deze principes zijn overkoepelend: ze gelden voor de hele provincie. Hierbij komen de thema’s gezondheid, veiligheid, klimaatadaptatie en landschap aan bod, alsook een aantal generieke principes voor het gebruik van de fysieke leefomgeving. Daarnaast worden vijf samenhangende bewegingen geschetst: bewegingen die laten zien hoe wordt omgegaan met opgaven die op de samenleving afkomen en die de provincie wil faciliteren. Dat wordt gedaan door een aantal ontwikkelprincipes en randvoorwaarden mee te geven om de beweging naar de toekomst te kunnen maken. Het gaat om de volgende vijf bewegingen: 1.

2.

Dynamisch schiereiland – hier is het benutten van de unieke ligging leidend waarbij de kustverdediging voorop staat en waar toeristische en recreatieve kansen benut kunnen worden en natuurwaarden worden toegevoegd. Metropool in ontwikkeling – hierin beschrijven we hoe de Metropoolregio Amsterdam steeds meer als één stad gaat functioneren en dat de reikwijdte van de metropool groter wordt. Door het ontwikkelen van een samenhangend metropolitaan systeem vergroten we de agglomeratiekracht.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

12

Bestemmingsplan Nederhorst den Berg, Hinderdam 2 Ontwerp 3.

4. 5.

Sterke kernen, sterke regio’s – deze beweging gaat over de ontwikkeling van centrumgemeenten die daarmee het voorzieningenniveau in de gehele regio waarin ze liggen vitaal houden en de kernen hun herkenbare identiteit behouden. Nieuwe energie – in deze beweging gaat het over het benutten van de economische kansen van de energietransitie en circulaire economie. Natuurlijk en vitaal landelijke omgeving – deze beweging gaat over het ontwikkelen van natuurwaarden in combinatie met het versterken van de (duurzame) agrifoodsector.

Alle vijf bewegingen hebben een economische drijver. Van de kansen die de kusten bieden voor toeristischrecreatieve ontwikkeling in Dynamisch schiereiland tot de economische mogelijkheden die de transitie naar duurzame energie bieden voor de ‘draaischijven’ Den Helder en NZKG. De bewegingen verbinden deze economische kansen aan het versterken van de leefbaarheid, juist met het oog op duurzame economische groei. Bijvoorbeeld door de ontwikkeling van het metropolitane landschap nadrukkelijk onderdeel te maken van het gehele metropolitane systeem, inclusief de verstedelijking, alsook om de agrifoodsector te ondersteunen als partner om de biodiversiteit te vergroten.

3.2.1.2 Toetsing van het initiatief aan de Provinciale Omgevingsvisie Het voornemen voorziet in de planologische splitsing van een woonboerderij met zomerhuis. De twee nieuwe woonpercelen zullen landschappelijk worden ingepast met als doel het behouden van de kenmerken van het veenrivierenlandschap (zie paragraaf 2.2 van deze toelichting). Hiermee sluit het initiatief aan op bovengenoemd ontwikkelprincipe: Natuurlijk en vitaal landelijke omgeving’. Door middel van het aanplanten van een elzensingel en het in herstellen van zichtlijnen op het achterliggende open landschap ziet het initiatief toe op het ontwikkelen van de landelijke omgeving door een toename van de ruimtelijke kwaliteit. Geconcludeerd wordt dat het voornemen in overeenstemming is met de provinciale omgevingsvisie.

3.2.2

Omgevingsverordening Noord-Holland 2020

3.2.2.1 Algemeen Bij de Omgevingsvisie hoort een Omgevingsverordening. In de Omgevingsverordening staan de regels waaraan bestemmingsplannen in Noord-Holland moeten voldoen. Naar aanleiding van nieuwe wetgeving en/of provinciaal beleid wordt de verordening regelmatig aangepast. De meest recente versie is in 2020 in werking getreden.

3.2.2.2 Toetsing van het initiatief aan de Provinciale Omgevingsverordening In voorliggend geval zijn uitsluitend artikel 6.9 (MRA landelijk gebied)en artikel 6.59 (Ruimtelijke Kwaliteitseis ingeval van een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling in het landelijk gebied) van toepassing. Hierna wordt nader op dit artikel ingegaan.

Artikel 6.9 MRA landelijk gebied 1. 2.

Een ruimtelijk plan kan ter plaatse van het werkingsgebied MRA landelijk gebied niet voorzien in een kleinschalige woningbouwontwikkeling. In afwijking van het eerste lid kan een ruimtelijk plan voorzien in functiewijziging van een stedelijke functie of van een agrarisch bouwperceel naar wonen in de vorm van maximaal twee burgerwoningen, indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: 1. ter plaatse van de bestaande stedelijke functie of het agrarisch bouwperceel is ten minste één bedrijfswoning planologisch toegestaan; 2. de functiewijziging naar een woonfunctie beperkt de bedrijfsvoering en de ontwikkelingsmogelijkheden van omringende agrarische bedrijven niet;

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

13

Bestemmingsplan Nederhorst den Berg, Hinderdam 2 Ontwerp 3.

3.

4.

de bestaande bedrijfsbebouwing op de overige gronden wordt gesloopt en aan deze gronden wordt een bestemming toegekend zonder bouwmogelijkheden; en 4. een tweede burgerwoning is alleen mogelijk als meer dan 1.500 m² grondoppervlakte aan bestaande bedrijfsbebouwing op het bestemmingsvlak wordt gesloopt. In afwijking van het eerste lid kan een nieuwe burgerwoning worden toegestaan, indien deze woning wordt gesitueerd in een dorpslint en hierbij een aanwezige bedrijfswoning binnen het werkingsgebied glastuinbouwconcentratiegebied wordt wegbestemd en gesloopt. In afwijking van het eerste lid kan een ruimtelijk plan voorzien in een functiewijziging van een karakteristieke boerderij naar een woonfunctie waarbij de karakteristieke boerderij mag worden gesplitst in meerdere burgerwoningen, indien geen afbreuk wordt gedaan aan het oorspronkelijke karakter van de bebouwing.

Artikel 6.59 Ruimtelijke kwaliteitseis ingeval van een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling in het landelijk gebied 1. 2.

3.

4. 5.

Gedeputeerde Staten stellen de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie vast, die de provinciale belangen beschrijft ten aanzien van landschappelijke en cultuurhistorische waarden. Bij de inpassing van een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling ter plaatse van het werkingsgebied landelijk gebied, wordt in het ruimtelijk plan, gelet op de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie: 1. rekening gehouden met: de ambities en ontwikkelprincipes van het toepasselijke ensemble en van de toepasselijke provinciale structuren; 2. bij de inpassing betrokken: de kansen zoals beschreven bij de ambities en ontwikkelprincipes; en 3. bij de inpassing betrokken: de ontstaansgeschiedenis en de kernwaarden van het toepasselijke ensemble en van de toepasselijke provinciale structuren. In aanvulling op het tweede lid, wordt bij de inpassing van een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling in de Amstelscheg rekening gehouden met de karakteristieken en de ontwerpprincipes inzake de samenhang, de ruimtelijke kwaliteit en de identiteit van het landschap, zoals beschreven in het door Gedeputeerde Staten vastgestelde rapport ‘Gebiedsperspectief en Beeldkwaliteit Amstelscheg’ (nr. 2011-66880). De toelichting van een ruimtelijk plan bevat een motivering waaruit moet blijken dat voldaan is aan het bepaalde in het tweede lid.

Gedeputeerde Staten, het dagelijks bestuur van het betrokken waterschap of het college van burgemeester en wethouders van de betrokken gemeente kunnen de Adviescommissie Ruimtelijke Ontwikkeling om advies vragen, ook in een vroeg stadium, inzake de locatieafweging of de ruimtelijke inpassing.

Toetsing van het initiatief aan artikel 6.9 en artikel 6.59 van de Provinciale Omgevingsverordening De in voorliggend plan besloten ontwikkeling betreft de woningsplitsing van een karakteristieke boerderij naar twee burgerwoningen zoals bedoelt in bovenstaand artikel 6.9 lid 4. De functiewijziging van agrarisch een woonfunctie heeft al plaatsgevonden, enkel de splitsing in twee individuele woningen dient nog te worden gerealiseerd. Doormiddel van een erfinrichtingsplan wordt aan het oorspronkelijke karakter van de bebouwing geen afbreuk gedaan en voldaan aan de ruimtelijke kwaliteitseis voor het landelijk gebied conform de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie. Middels het ruimtelijke kwaliteitsplan wordt getracht de ruimtelijke kwaliteit te versterken waardoor het perceel bijdraagt aan de karakteristieken van de omgeving. Geconcludeerd wordt dat voorliggende ontwikkeling in overeenstemming is met de Provinciale Omgevingsverordening.

3.2.3

Conclusie toetsing aan het provinciaal beleid

Geconcludeerd wordt dat de in dit voorliggende bestemmingsplan besloten ontwikkeling in overeenstemming is met de provinciale beleidsambities zoals verwoord in de Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 en verankerd in de Omgevingsverordening Noord-Holland 2020.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

14

Bestemmingsplan Nederhorst den Berg, Hinderdam 2 Ontwerp

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1

Omgevingsvisie Wijdemeren 2040

3.3.1.1 Algemeen Op 16 september 2021 is de omgevingsvisie van de gemeente Wijdemeren vastgesteld. De omgevingsvisie is de komende jaren de gids voor ruimtelijk-maatschappelijke vraagstukken en geeft ruimte aan initiatieven uit de samenleving of markt. Hierin staat hoe de gemeente samen met inwoners, ondernemers en anderen de komende jaren samen verder wil bouwen aan een mooie gemeente. De omgevingsvisie geeft de gemeente aan waar ze op in wil zetten en hoe ze daar op hoofdlijnen uitvoering aan willen geven. De omgevingsvisie geeft richting aan toekomstige ontwikkelingen, initiatieven en beleid.

3.3.1.2 Kernopgaven Op basis van de visie op Wijdemeren in 2040 en de diverse trends en ontwikkelingen die op de gemeente afkomen zijn drie integrale kernopgaven geformuleerd. Drie verhaallijnen die ingaan op de uitdagingen die voorliggen en de bijbehorende ambities. Dit zijn: •

Vitale en gezonde leefomgeving; behoud en versterking van de woon- en leefkwaliteit in de kernen en linten.

•

Ruimte voor ondernemerschap en bereikbaarheid; het vergroten van het verdienvermogen door ruimte te bieden aan (nieuwe) economische activiteiten en te investeren in bereikbaarheid.

•

Waardevol landschap: vormgeven van natuurbehoud, landschapsbeheer en vergroting van de biodiversiteit.

De gemeente streeft naar inzichtelijk en voorspelbaar beleid voor de woongebieden, werkgebieden en het buitengebied. Per gebied wordt stil gestaan bij de ambitiebepaling op het gebied van milieu, gezondheid en veiligheid. De gebiedsgerichte vertaling biedt de benodigde detaillering voor doorwerking in onder andere programma’s en het omgevingsplan en is essentieel voor de functionaliteit als afwegingskader.

3.3.1.3 Toetsing aan de Omgevingsvisie Wijdemeren 2040 Het plangebied is gelegen aan het lint van Nederhorst den Berg. In de omgevingsvisie zijn voor het gebiedsprofiel 'kernen en linten' gebiedseigen uitgangspunten opgenomen. Eén van de uitgangspunten voor de 'kernen en linten' is de focus op inbreiding. De gemeente geeft aan voorkeur te hebben voor inbreiding boven uitbreiding. Doordat de uitbreidingsmogelijkheden in de gemeente relatief gering zijn, wil de gemeente extra inzetten op inbreiding en transformatie. Er liggen verspreid in de kernen en linten mogelijkheden tot transformatie of inbreiding. In voorliggend geval wordt een bestaande woning gesplitst in twee zelfstandige woningen. Hiermee is sprake van een inbreiding waarbij er geen extra ruimtebeslag is op de groene omgeving van de Nederhorst den Berg. De beoogde ontwikkeling van het splitsen van een bestaande woning aan het lint van de Hinderdam past daarmee binnen de ruimtelijke keuze van de gemeente. Met de ontwikkeling wordt tevens de openheid en landschappelijke kwaliteit in de omgeving verbeterd. Met de sloop van de achtergelegen bijgebouwen is meer openheid in het gebied ontstaan. De woningen aan de Hinderdam zullen niet worden gesloopt. De karakteristieken en de bebouwing aan het lint zullen daarmee worden behouden.

In de visie is vraag naar passende woningen voor onder meer jongeren en ouderen kenbaar gemaakt. Voorliggend initiatief voorziet in de realisatie van twee woningen die meer geschikt voor deze doelgroepen zijn dan de huidige karakteristieke woonboerderij met zomerhuis. Dit zal ook de doorstroming binnen de woningmarkt bevorderen. Geconcludeerd kan worden dat de beoogde ontwikkeling in overeenstemming is met de Omgevingsvisie Wijdemeren 2040.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

15

Bestemmingsplan Nederhorst den Berg, Hinderdam 2 Ontwerp 3.3.2

Woonvisie Wijdemeren 2021-2024

3.3.2.1 Algemeen Met de Woonvisie Wijdemeren 2021-2024 geeft de gemeente Wijdemeren vorm en kleur aan het volkshuisvestelijk beleid in Wijdemeren. Deze lokale woonvisie staat niet op zich, maar moet in samenhang worden gezien met de regionale woonvisie. Samen vormen deze woonvisies het volkshuisvestingsbeleid voor de komende jaren.

3.3.2.2 Doelstelling en beleid Hoofddoel voor de woonvisie Wijdemeren 2021-2024 is gericht op het stimuleren van een divers samengestelde woningvoorraad, nu en in de toekomst, waarbij deze zo goed mogelijk is afgestemd op de samenstelling van de inwoners van Wijdemeren, met extra aandacht voor het behoud van (woon)mogelijkheden voor jongeren en jonge gezinnen. Dit doel leidt tot de 3 volgende doelstellingen. 1. Focus op Nieuwbouw: De focus op betaalbare nieuwbouw om er voor te zorgen dat aanwezige plannen worden gerealiseerd en er meer diversiteit komt in de woningvoorraad. We willen een betere aansluiting op de vraag en meer kansen voor specifieke doelgroepen creëren. We vergroten hiermee de beschikbaarheid van betaalbare en gelijkvloerse woningen en geven mogelijkheden om te wonen aan inwoners met een laag tot gemiddeld inkomen. 2. Leefbare kernen met oog voor kwaliteit van leefbaarheid: We streven naar een gezonde, duurzame en veilige woonomgeving, met een woningvoorraad die past bij het huishouden, inkomen en de zorgvraag van de inwoners. Extra aandacht willen we voor huisvesting van jongeren en jonge gezinnen door het o.a. creëren van doorstroming voor senioren naar passende gelijkvloerse woningen.

We geven hiermee mogelijkheden voor verhuizing aan een deel van onze oudere bevolking die gelijkvloers wil wonen en voor jonge gezinnen die ruimer willen wonen en dragen bij aan een evenwichtige samenstelling van onze kernen en versterken daarmee de leefbaarheid in kleine kernen. 3. Duurzame woningvoorraad: Duurzaam in de meest brede zin van het woord. Niet alleen gericht op energieverbruik en circulariteit van bouwmaterialen maar ook wat betreft de samenstelling van de woningvoorraad, zodat verschillende groepen blijvend een plaats vinden in onze woonkernen. Dit betekent niet alleen transformatie naar energie zuinig maar ook divers samengesteld en flexibel, door toevoeging van woningtypes die er te weinig zijn. We willen gestapelde woningen toevoegen die passend zijn in de omgeving en woningen aanpassen om de ouder wordende bevolking te kunnen huisvesten, zodat zij in hun eigen kern kunnen blijven wonen.

3.3.2.3 Toetsing van het initiatief aan de gemeentelijke woonvisie Per saldo wordt één woning toegevoegd. Dit is aansluitend op de behoefte van met name doorstromers. Ook zijn initiatiefnemers zelf van plan in beide woningen te wonen, daarmee sluit de beoogde ontwikkeling aan op de lokale woningvraag. Gezien het vorenstaande wordt geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met het gemeentelijk woonbeleid.

3.3.3

Conclusie toetsing aan het gemeentelijk beleid

Geconcludeerd wordt dat de ontwikkeling in overeenstemming is met de gemeentelijke beleidsuitgangspunten, zoals verwoord in de in deze paragraaf behandelde beleidsstukken.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

16

Bestemmingsplan Nederhorst den Berg, Hinderdam 2 Ontwerp

HOOFDSTUK 4

MILIEU-EN OMGEVINGSASPECTEN

Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop de milieukwaliteitseisen bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk worden de resultaten van het onderzoek naar de milieukundige uitvoerbaarheid beschreven. Het betreft de thema’s geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, ecologie, archeologie & cultuurhistorie en Besluit Milieueffectrapportage.

4.1

Geluid

4.1.1

Algemeen

De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai en industrielawaai. De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan indien het plan een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. Het akoestisch onderzoek moet uitwijzen of de wettelijke voorkeurswaarde bij geluidgevoelige objecten wordt overschreden en zo ja, welke maatregelen nodig zijn om aan de voorkeurswaarde te voldoen.

4.1.2

Situatie plangebied

4.1.2.1 Wegverkeerslawaai Algemeen In artikel 74 van de Wgh is aangegeven dat wegen aan weerszijden van de weg een wettelijke geluidszone hebben. De grootte van de bij het type weg horende geluidszone is opgenomen in onderstaande tabel. Aantal rijstroken 1 of 2 rijstroken 3 of 4 rijstroken 5 of meer rijstroken

Stedelijk gebied 200 m 350 m 350 m

Buitenstedelijk gebied 250 m 400 m 600 m

De zones uit de tabel gelden niet voor: • •

wegen die zijn aangeduid als woonerf (art 74.2); wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt (art 74.2).

Op basis van jurisprudentie dient in het kader van een goede ruimtelijke ordening ook bij bovenstaande gevallen de aanvaardbaarheid van de geluidsbelasting te worden onderzocht, indien vooraf aangenomen had kunnen worden dat deze weg een geluidbelasting veroorzaakt die hoger ligt dan de voorkeurswaarde (48 dB). De geplande woningen liggen in “Buitenstedelijk gebied” gebied, binnen de wettelijk vastgestelde geluidszones als bedoeld in art. 74 van de Wet geluidhinder. Namelijk die van de Klompweg en de Hinderdam, voor beide wegen geldt een snelheidsregime van 60 km/uur. De geluidsbelasting aan de buitengevels van woningen mag binnen de wettelijke geluidszone van een weg de voorkeurswaarde van 48 dB bedragen. Bij het vaststellen van een hogere waarde kan voor een beoogde ontwikkeling een grenswaarde tot maximaal 68 dB worden toegestaan.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

17

Bestemmingsplan Nederhorst den Berg, Hinderdam 2 Ontwerp Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling is door BJZ.nu een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd, als gevolg van de Klompweg en Hinderdam (zie bijlage 2 bij deze toelichting). In de volgende tekst wordt kort op de resultaten ingegaan. De geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeerslawaai van de Hinderdam bedraagt, inclusief 5 dB reductie, hoogstens 53 dB. Met deze waarde wordt niet voldaan aan de voorkeurswaarde van 48 dB uit de Wet geluidhinder. Wel wordt voldaan aan de maximale ontheffingswaarde van 53 dB. De geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeerslawaai, inclusief 5 dB reductie, van de Klompenweg bedraagt hoogstens 43 dB. Met deze waarde wordt ruimschoots voldaan aan de voorkeurswaarde van 48 dB uit de Wet geluidhinder. De cumulatieve geluidbelasting bedraagt, exclusief reductie, hoogstens 59 dB. Bron- en overdrachtsmaatregelen kunnen rekenen op bezwaren van stedenbouwkundige, landschappelijke of financiële aard of zijn niet mogelijk. Er dient dan ook een hogere waarde van 53 dB ten aanzien van de Hinderdam te worden vastgesteld. De gecumuleerde geluidsbelasting bedraagt hoogstens 59 dB. Met het nemen van gevelmaatregelen met een geluidwering van minimaal 26 dB kan een binnenniveau van 33 dB worden gerealiseerd.

Er is daarmee sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van de woning met betrekking tot het aspect wegverkeerslawaai.

4.1.2.2 Railverkeerslawaai De te realiseren woningen zijn niet gelegen binnen een wettelijke geluidszone van een spoorweg. Een akoestisch onderzoek railverkeerslawaai kan achterwege blijven.

4.1.2.3 Industrielawaai Het plangebied ligt niet binnen de zone van een gezoneerd bedrijventerrein, het aspect industrielawaai kan buiten beschouwing worden gelaten. In paragraaf 4.5 wordt nader ingegaan op de in de omgeving aanwezige (individuele) bedrijvigheid.

4.1.3

Conclusie

Geconcludeerd wordt dat de Wet geluidhinder geen belemmering vormt in het kader van het voorliggend initiatief, indien een hogere waarde wordt vastgesteld voor de gevel aan de straatzijde van de Zomerwoning. Dit betreft de woning aan de noordzijde.

4.2

Bodem

4.2.1

Algemeen

Bij de vaststelling van een bestemmingsplan dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze aspecten optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Om hierin inzicht te krijgen, dient doorgaans een bodemonderzoek te worden verricht conform de richtlijnen NEN 5740. 4.2.2

Situatie plangebied

In voorliggend geval is uitsluitend sprake van een planologische splitsing, er vinden geen bouw of sloopwerkzaamheden plaats. Het uitvoeren van een onderzoek naar de bodemkwaliteit is daarom niet noodzakelijk, de bodem wordt geschikt geacht voor het huidige en daarmee toekomstige gebruik. 4.2.3

Conclusie

Het aspect ‘bodem’ vormt geen belemmering voor deze ontwikkeling. BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

18

Bestemmingsplan Nederhorst den Berg, Hinderdam 2 Ontwerp

4.3

Luchtkwaliteit

4.3.1

Algemeen

Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese unie een viertal kaderrichtlijnen opgesteld. De hiervan afgeleide Nederlandse wetgeving is vastgelegd in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. Deze wetgeving staat ook bekend als de Wet luchtkwaliteit. In de Wet luchtkwaliteit staan onder andere de grenswaarden voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen. Onderdeel van de Wet luchtkwaliteit zijn de volgende Besluiten en Regelingen: • •

Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen); Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen).

4.3.1.1 Besluit en de Regeling niet in betekende mate bijdragen Het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) staat bouwprojecten toe wanneer de bijdrage aan de luchtkwaliteit van het desbetreffende project niet in betekenende mate is. Het begrip “niet in betekenende mate” is gedefinieerd als 3% van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Het gaat hierbij uitsluitend om stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10). Toetsing aan andere luchtverontreinigende stoffen uit de Wet luchtkwaliteit vindt niet plaats. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Enkele voorbeelden zijn: • • •

woningen: 1500 met een enkele ontsluitingsweg; woningen: 3000 met twee ontsluitingswegen; kantoren: 100.000 m bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg.

Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in de Regeling NIBM kan deze nog steeds niet in betekenende mate bijdragen. De bijdrage aan NO2 en PM10 moet dan minder zijn dan 3% van de grenswaarden. Dit komt overeen met 1,2 microgram/m3 voor NO2 en PM10.

4.3.1.2 Besluit gevoelige bestemmingen Dit besluit is opgesteld om mensen die extra gevoelig zijn voor een matige luchtkwaliteit aanvullend te beschermen. Deze 'gevoelige bestemmingen' zijn scholen, kinderdagverblijven en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Woningen en ziekenhuizen/klinieken zijn geen gevoelige bestemmingen. De grootste bron van luchtverontreiniging in Nederland is het wegverkeer. Het Besluit legt aan weerszijden van rijkswegen en provinciale wegen zones vast. Bij rijkswegen is deze zone 300 meter, bij provinciale wegen 50 meter. Bij realisatie van 'gevoelige bestemmingen' binnen deze zones is toetsing aan de grenswaarden die genoemd zijn in de Wet luchtkwaliteit nodig.

4.3.2

Situatie plangebied

Gelet op de aard en omvang van dit project, in verhouding tot categorieën van gevallen zoals beschreven in paragraaf 4.3.1.1 kan worden gesteld dat voorliggend project 'niet in betekenende mate bijdraagt' aan de luchtverontreiniging. Tot slot wordt geconcludeerd dat de ontwikkeling niet wordt aangemerkt als een gevoelige bestemming in het kader van het 'Besluit gevoelige bestemmingen'.

4.3.3

Conclusie

Op basis van het vorenstaande vormt het aspect luchtkwaliteit geen belemmering voor de uitvoering van het plan.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

19

Bestemmingsplan Nederhorst den Berg, Hinderdam 2 Ontwerp

4.4

Externe veiligheid

4.4.1

Algemeen

Externe veiligheid is een beleidsveld dat is gericht op het beheersen van risico's die ontstaan voor de omgeving bij de productie, de opslag, de verlading, het gebruik en het transport van gevaarlijke stoffen. Bij nieuwe ontwikkelingen moet worden voldaan aan strikte risicogrenzen. Een en ander brengt met zich mee dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid. Concreet gaat het om risicovolle bedrijven, vervoer gevaarlijke stoffen per weg, spoor en water en transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen. Op de diverse aspecten van externe veiligheid is afzonderlijke wetgeving van toepassing. Voor risicovolle bedrijven gelden onder meer: • • • • •

het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi); het Registratiebesluit externe veiligheid; het Besluit risico's Zware Ongevallen 2015 (Brzo 2015); het Vuurwerkbesluit.

Voor vervoer van gevaarlijke stoffen geldt de ‘Wet Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen’ (Wet Basisnet). Dat vervoer gaat over water, spoor, wegen of door de lucht. De regels van het Basisnet voor ruimtelijke ordening zijn vastgelegd in: • • •

het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt); de Regeling basisnet; de (aanpassing) Regeling Bouwbesluit (veiligheidszone en plasbrandaandachtsgebied).

Voor het transport van gevaarlijke stoffen per buisleiding geldt het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Het doel van wetgeving op het gebied van externe veiligheid is het tot een minimum beperken van risico’s waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle inrichtingen en activiteiten. Het is noodzakelijk inzicht te hebben in de kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en het plaatsgebonden en het groepsrisico.

4.4.2

Situatie plangebied

4.4.2.1 Algemeen Aan hand van de Risicokaart is een inventarisatie verricht van risicobronnen in en rond het plangebied. Op de Risicokaart staan meerdere soorten risico's, zoals ongevallen met brandbare, explosieve en giftige stoffen, grote branden of verstoring van de openbare orde. In totaal worden op de Risicokaart dertien soorten rampen weergegeven. In afbeelding 4.1 is een uitsnede van de Risicokaart met betrekking tot het plangebied en omgeving weergegeven. De rode ster geeft het plangebied weer.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

20

Bestemmingsplan Nederhorst den Berg, Hinderdam 2 Ontwerp

Afbeelding 4.1: Uitsnede Risicokaart (Bron: Atlasleefomgeving.nl)

Uit de inventarisatie blijkt dat er een aantal opslagpunten voor gevaarlijke stoffen zich in de omgeving bevinden (stip met rode omlijning), de dichtstbijzijnde bevind zich op circa 300 meter afstand van het plangebied. Dit is op voldoende afstand van het plangebied, de overige inrichtingen gevaarlijke stoffen liggen op grotere afstanden. Geconcludeerd wordt dat de locatie: • • • •

4.4.3

zich niet bevindt binnen de risicocontour van Bevi- en Brzo-inrichtingen danwel inrichtingen die vallen onder het Vuurwerkbesluit (plaatsgebonden risico); zich niet bevindt in een gebied waarbinnen een verantwoording van het groepsrisico nodig is; niet is gelegen binnen de veiligheidsafstanden van het vervoer gevaarlijke stoffen; niet is gelegen binnen de veiligheidsafstanden van buisleidingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen.

Conclusie

Geconcludeerd kan worden dat het voornemen in overeenstemming is met wet- en regelgeving van externe veiligheid.

4.5

Milieuzonering

4.5.1

Algemeen

Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

21

Bestemmingsplan Nederhorst den Berg, Hinderdam 2 Ontwerp verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden.

De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan mogelijk is.

4.5.2

Gebiedstypen

In de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering’ is een tweetal gebiedstypen onderscheiden; 'rustige woonwijk' en 'gemengd gebied'. Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Overige functies komen vrijwel niet voor. Langs de randen is weinig verstoring van verkeer. Op basis van de VNGuitgave wordt het buitengebied gerekend tot een met het omgevingstype ‘rustige woonwijk’ vergelijkbaar omgevingstype. Het omgevingstype ‘gemengd gebied’ wordt in de VNG-uitgave ‘Bedrijven en milieuzonering’ omschreven als een gebied met een matige tot sterke functiemenging waarbij bijvoorbeeld direct naast woningen andere functies voor kunnen komen zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. De richtafstanden (met uitzondering van het aspect gevaar) uit het omgevingstype rustige woonwijk kunnen, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat, met één afstandsmaat worden verlaagd indien sprake is van een ‘gemengd gebied’. Daarbij wordt in de VNG-uitgave ‘Bedrijven en milieuzonering’ opgemerkt dat het vanuit het oogpunt van efficiënt ruimtegebruik de voorkeur verdient functiescheiding niet verder door te voeren dan met het oog op een goed woon- en leefklimaat noodzakelijk is. In de directe omgeving van het plangebied komen voornamelijk agrarische gronden en woonerven voor.

De omgeving van het plangebied kan worden aangemerkt als ‘rustige woonwijk’. Onderstaande tabel geeft de richtafstanden weer voor de verschillende omgevingstypes. Milieucategorie 1 2 3.1 3.2 4.1 4.2 5.1 5.2 5.3 6

4.5.3

Richtafstanden tot omgevingstype rustige woonwijk 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m 1.500 m

Richtafstanden tot omgevingstype gemengd gebied 0m 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m

Situatie plangebied

4.5.3.1 Algemeen Zoals reeds hiervoor genoemd wordt bij het realiseren van nieuwe bestemmingen gekeken te worden naar de omgeving waarin de nieuwe bestemmingen gerealiseerd worden. Hierbij spelen twee vragen een rol: BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

22

Bestemmingsplan Nederhorst den Berg, Hinderdam 2 Ontwerp 1. past de nieuwe functie in de omgeving? (externe werking); 2. laat de omgeving de nieuwe functie toe? (interne werking).

4.5.3.2 Externe werking Hierbij gaat het voornamelijk om de vraag of de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling leidt tot een situatie die, vanuit hinder of gevaar bezien, in strijd is te achten met een goede ruimtelijke ordening. Daarvan is sprake als het woon- en leefklimaat van omwonenden in ernstige mate wordt aangetast of de realisatie van het plan leidt tot hinder of belemmering voor de bedrijven in de omgeving. De functie ‘wonen’ betreft in de basis geen milieubelastende functie voor omwonenden. Er is geen sprake van een aantasting van het woon- en leefklimaat van omwonenden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13225586/1